Bijlage 3a. Toelichting bestemmingsplan Midden Donk 2
Tekst van het document
Toelichting
Bestemmingsplan “Midden Donk 2 te Etten-Leur” Planstatus: Datum: Plan identificatie:
ontwerp 2023-12-07 NL.IMRO.0777.0189MIDDENDONK2-2001
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Colofon
Titel:
Bestemmingsplan “Midden Donk 2 te Etten-Leur”
Ontwerp: Molenzicht 2 4881 BW ZUNDERT Tel: 076-5990340 www.schoenmakersadvies.nl Projectnummer:
221380
Rapportnummer:
221380.01
Datum:
7 december 2023
Status:
Ontwerp
Ontwerp:
p.m.
Definitief:
p.m.
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 2 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Toelichting Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 3 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ................................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding en doel ................................................................................................................................. 5 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ......................................................................................................... 6 1.3 Vigerend bestemmingsplan ................................................................................................................... 6 1.4 Planvorm................................................................................................................................................ 6 1.5 Leeswijzer .............................................................................................................................................. 7 Hoofdstuk 2 De huidige situatie ................................................................................................................. 8 2.1 Ruimtelijke structuur ............................................................................................................................. 8 2.2 Verkeer en parkeren ..............................................................................................................................
8 2.3 Groen- en waterstructuur...................................................................................................................... 8 2.4 Functionele structuur ............................................................................................................................ 8 2.5 Bestaande situatie planlocatie .............................................................................................................. 9 Hoofdstuk 3 Planuitgangspunten ............................................................................................................. 11 3.1 Het initiatief ......................................................................................................................................... 11 3.2 Functionele structuur .......................................................................................................................... 12 Hoofdstuk 4 Beleidskader......................................................................................................................... 15 4.1 Algemeen ............................................................................................................................................. 15 4.2 Europees- en rijksbeleid ......................................................................................................................
15 4.3 Provinciaal beleid ................................................................................................................................ 16 4.4 Gemeentelijk beleid............................................................................................................................. 21 Hoofdstuk 5 Milieu- en overige aspecten ................................................................................................ 25 5.1 Algemeen ............................................................................................................................................. 25 5.2 Cultuurhistorie en archeologie ............................................................................................................ 25 5.3 Wegverkeerslawaai ............................................................................................................................. 27 5.4 Hinder en bedrijven ............................................................................................................................. 28 5.5 Bodem ................................................................................................................................................. 35 5.6 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................................
36 5.7 Water ................................................................................................................................................... 37 5.8 Ecologie ............................................................................................................................................... 39 5.9 Externe Veiligheid ................................................................................................................................ 41 5.10 Toetsing besluit milieueffectrapportage ............................................................................................. 43 Hoofdstuk 6 Juridische aspecten .............................................................................................................. 45 6.1 Inleiding ............................................................................................................................................... 45 6.2 Algemene toelichting verbeelding ....................................................................................................... 45 6.3 Algemene toelichting regels ................................................................................................................ 45 Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid ...................................................................................................................
48 7.1 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................................. 48 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ...................................................................................................... 48
Afzonderlijke bijlagen: 1. Akoestisch onderzoek, Kraaij Akoestisch Adviesbureau, rapportnummer VL.2301.R01, 24 februari 2023 2. Verkennend Bodemonderzoek, Moerdijk Bodemsanering B.V., rapportnummer 2410.134.231.r1, 10 februari 2023 3. Standaardadvies 2022 Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant 4. Vooroverlegreacties Provincie Noord-Brabant, Waterschap Brabantse Delta, Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant 5. Afschrift gemeentelijke monumentenlijst, Vlaamse schuur Midden Donk 2
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 4 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
De locatie Midden Donk 2 te Etten-Leur betreft een voormalige agrarische bedrijfslocatie. Op de locatie zijn momenteel een bestaande langgevelboerderij, Vlaamse schuur en nog een aantal andere bijbehorende bouwwerken aanwezig. Het agrarisch bedrijf op de locatie is al enige jaren niet meer actief en wordt niet meer voortgezet. De locatie is qua omvang en ligging niet meer geschikt voor het oprichten van een nieuw volwaardig agrarisch bedrijf. Het voornemen is om de locatie te herbestemmen met een duurzame nieuwe invulling. Het voornemen is om de bestaande langgevelboerderij op de planlocatie volledig in gebruik te nemen en een woning te realiseren in de aanwezige Vlaamse schuur. De planlocatie heeft in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van gemeente Etten-Leur, de bestemming ‘Agrarisch’ met een bijbehorend bouwvlak. De Vlaamse schuur is op de gemeentelijke monumentenlijst aangewezen als gemeentelijk monument. De langgevelboerderij staat niet specifiek op de gemeentelijke monumentenlijst benoemd maar maakt wel onderdeel uit van het boerderijensemble. Om het behoud van cultuurhistorische waardevolle objecten te stimuleren, is het beleid vanuit de provincie om deze objecten een nieuwe functie te geven.
Door het realiseren van een woning in de Vlaamse schuur wordt een passende nieuwe functie gegeven, zodat deze waardevolle schuur wordt behouden en in zijn cultuurhistorie wordt hersteld. Door het in gebruik nemen van de totale langgevelboerderij voor woondoeleinden wordt gewaarborgd het totale boerderijensemble te behouden. Het is binnen het vigerend bestemmingsplan niet rechtstreeks mogelijk een woning te realiseren in de Vlaamse schuur. Het is binnen het vigerend bestemmingsplan wel mogelijk de langgevelboerderij geheel voor wonen in gebruik te nemen. Het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ staat de gewenste ruimtelijke ontwikkeling, het toevoegen van de woning in de Vlaamse schuur, op de planlocatie niet rechtstreeks toe. Voor het initiatief is een principeverzoek ingediend bij gemeente Etten-Leur, voor een verzoek tot medewerking aan het initiatief. In maart 2022 is bovenstaande initiatief door het college van burgemeester en wethouders behandeld in de collegevergadering. In deze vergadering is besloten in principe medewerking te willen verlenen aan het verzoek. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te kunnen maken is gekozen voor een bestemmingsplanprocedure ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, waarmee het ter plaatse vigerende bestemmingsplan wordt herzien. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch kader.
Figuur 1: Luchtfoto planlocatie Midden Donk 2
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 5 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
De planlocatie Midden Donk 2 is gelegen in het buitengebied van Etten-Leur. De planlocatie is gelegen met aan de westzijde de kern Hoeven en aan de oostzijde het industriegebied ‘Vosdonk’. De Midden Donk is een zijstraat van de Hoevenseweg (N640) en loopt dood tegen aan de spoorlijn tussen Etten-Leur en Roosendaal. De planlocatie is gelegen ten Westen van de kern Etten-Leur. De gemeente Etten-Leur is gelegen in de provincie Noord-Brabant. Het perceel is bij de gemeente kadastraal bekend onder de kadastrale gemeente ETN, sectie N, onder het nummer 235.
Figuur 2: Topografisch kaart met daarop de locatie aangemerkt
1.3
Vigerend bestemmingsplan
De planlocatie Midden Donk 2 te Etten-Leur ligt binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Etten-Leur op 30 september 2013. En de ‘Partiële herziening Buitengebied’ zoals vastgesteld op 24 januari 2022. Daarnaast gelden de planregels van het ‘Paraplubestemmingsplan Vergroten inhoudsmaat burgerwoningen Buitengebied’. Dit paraplubestemmingsplan is vastgesteld op 27 mei 2019. Gemeente Etten-Leur heeft voor de leesbaarheid van de bestemmingsplannen op een locatie een geconsolideerd bestemmingsplan opgesteld, het bestemmingsplan ‘Buitengebied geconsolideerd’. Een geconsolideerd bestemmingsplan heeft geen juridische status, maar betreft een werkversie waarin onder andere bovengenoemde bestemmingsplannen zijn gecombineerd tot één leesbare versie. 1.4
Planvorm
Het bestemmingsplan ‘Midden Donk 2 te Etten-Leur’ is vervat in een verbeelding, regels en gaat vergezeld met een toelichting. Verbeelding Op de verbeelding, met het nummer NL.IMRO.0777.0189MIDDENDONK2, zijn onder meer de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven met bijbehorende verklaringen, het zogenaamde renvooi. De verbeelding legt de verbinding tussen de bestemmingen die op de kaart aanwezig zijn aangegeven en de regels. De kaart is getekend op schaal 1:1000.
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 6 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Regels De regels bevatten juridische regeling betreffende het gebruik en de bebouwingsmogelijkheden van de gronden die in het plan zijn inbegrepen. De regels zijn ingedeeld in 4 hoofdstukken: inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels en overgang- en slotregels. De regels worden conform landelijke richtlijnen SVBP2012 en IMRO2012 toegepast en het gemeentelijk handboek. Toelichting In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van de in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichtte onderzoeken opgenomen. Daarnaast dient een rapportering van de inspraak en de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 van het Bro bedoelde overleg, deel uitmaken van de toelichting. 1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de bestaande situatie van het project. De toekomstige situatie wordt in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 van de onderbouwing wordt het vigerende beleid op Europees, Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau beschreven dat voor de ontwikkeling van het plangebied relevant is. De relevante (milieu)aspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Hierbij worden onder andere de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van geluid, bodemgesteldheid, milieuzonering, luchtkwaliteit, externe veiligheid en ecologie beschreven. In hoofdstuk 6 komen de juridische aspecten aan bod. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 de uitvoerbaarheid beschreven.
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 7 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 2 2.1
De huidige situatie
Ruimtelijke structuur
De planlocatie is gelegen in het buitengebied van Etten-Leur. Aan de oostzijde is het industriegebied Vosdonk tegen de kern Etten-Leur gelegen. Op een kleine 700 meter is aan de westzijde de kern Hoeven gelegen. De omgeving van de planlocatie bestaat uit een landschap waarbij agrarische gronden, groenelementen en bebouwing elkaar veelvuldig aflossen. De planlocatie is gelegen aan een lint in het buurtschap Midden Donk. De Midden Donk bestaat uit een klinker bestrating met daarbij resten van laanbeplanting uit het verleden. De bebouwing bestaat voornamelijk uit haaks op de weg gebouwde oude cultuurhistorische langgevelboerderijen met daarbij enkele schuren. Vanaf de weg zijn het vooral de boerderijen, de tuinen, en de groenelementen die het beeld bepalen. 2.2
Verkeer en parkeren
Het plangebied is gelegen aan de Midden Donk in Etten-Leur. De Midden Donk is een lokale erfontsluitingsweg richting de Hoevenseweg. Op ruim 800 meter van de planlocatie loopt de Midden Donk ten einde tegen de spoorlijn tussen Etten-Leur en Roosendaal. Het parkeren aan de locatie Midden Donk 2 vindt volledig op eigen terrein plaats. 2.3
Groen- en waterstructuur
Het plangebied ligt in het buitengebied ten westen van de kern Etten-Leur. Het buitengebied van Etten-Leur bestaat hier uit een landschap wat zich kenmerkt door zijn halfopen karakter met elementen die bestaan uit bomenrijen, (struweel)hagen en klein bosjes. Ook uit de historische kaarten blijkt dat het landschap in de omgeving van het plangebied uit cultuurgronden met daaromheen kleine bosjes en hagen bestond. De cultuurgronden worden voornamelijk ingezet als grasland. De meeste beplanting is terug te vinden rondom de erven. In de nabije omgeving van de planlocatie zijn enkele categorie B waterlopen gelegen. Op enige afstand is aan de westzijde van de planlocatie een categorie A waterloop gelegen. 2.4
Functionele structuur
Figuur 3: Functiekaart
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 8 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
2.4.1
Wonen
In de directe omgeving van de planlocatie zijn zowel (agrarische)bedrijfswoningen als diverse burgerwoningen te vinden. Hoofdzakelijk zijn de woningen vrijstaand gesitueerd met daarbij een bijbehorend bijgebouw. In de Midden Donk komen opvallend veel langgevelboerderijen voor. 2.4.2
Maatschappelijke voorzieningen sport en recreatie
In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen recreatieve of sportvoorzieningen aanwezig. Overige maatschappelijke voorzieningen bevinden zich in en rondom de kern van Etten-Leur en Hoeven. 2.4.3
Bedrijven, kantoren, horeca en detailhandel
De bedrijven die zich rondom de planlocatie bevinden zijn voornamelijk agrarische bedrijven (geen veehouderij zijnde), deze zijn gelegen op enige afstand van de planlocatie. In de directe omgeving komt geen detailhandel voor. De dichtstbijzijnde horecagelegenheid bij de planlocatie is gesitueerd aan de Hoevenseweg en betreft Café ’t Strooienhuis. De dichtstbijzijnde detailhandel- en horecabedrijven zijn in de kern van Etten-Leur gevestigd. In figuur 3 zijn de functies in kaart gebracht. 2.5
Bestaande situatie planlocatie
De locatie Midden Donk 2 ligt in het buitengebied van Etten-Leur. De locatie heeft momenteel de bestemming ‘Agrarisch’ met een bijbehorend bouwvlak van circa 9.989 m². Binnen de locatie is een langgevelboerderij aanwezig welke dateert uit het jaar 1990. Naast de Langgevelboerderij is een Vlaamse schuur aanwezig uit het jaar 1712 welke ook aan de Midden Donk is gesitueerd. Achter de langgevelboerderij zijn nog een tweetal schuurtjes aanwezig van respectievelijk 123 m² en 77 m² met daaraan een aanbouw. De Vlaamse schuur is opgenomen op de gemeentelijke monumentenlijst van Etten-Leur en maakt samen met de langgevelboerderij onderdeel uit van een boerderijensemble. De Vlaamse schuur wordt gewaardeerd als cultuurhistorisch waardevol. In figuur 4 zijn enkele beelden weergegeven van de huidige planlocatie. Figuur 5 geeft een schematisch overzicht van de planlocatie weer.
Figuur 4: Foto's planlocatie
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 9 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Figuur 5: Overzicht bestaande situatie Midden Donk 2
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 10 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 3 3.1
Planuitgangspunten
Het initiatief
De locatie Midden Donk 2 is van oudsher een agrarische bedrijfslocatie. De agrarische bedrijfsvoering is al enige tijd gestopt, en de locatie wordt dan ook niet meer gebruikt voor agrarische doeleinden. Het voornemen is om de locatie Midden Donk 2 een duurzame nieuwe herbestemming te geven, zodat historische waarden op de locatie behouden blijven. Op de locatie is een langgevelboerderij aanwezig. Deze langgevelboerderij is niet opgenomen op de monumentenlijst van gemeente Etten-Leur. Wel maakt de langgevelboerderij onderdeel uit van het boerderijensemble op de planlocatie en is daardoor mede beeldbepalend voor het geheel. Ten behoeve van het behoud van deze langgevelboerderij is het voornemen de boerderij is zijn geheel in gebruik te nemen voor woondoeleinden. Er vindt geen inpandige splitsing plaats in meerdere wooneenheden Op de planlocatie is naast de langgevelboerderij een Vlaamse schuur aanwezig. De Vlaamse schuur maakt tevens onderdeel uit van het totale boerderijensemble. De Vlaamse schuur dateert uit het jaar 1712 en is door gemeente Etten-Leur opgenomen in de gemeentelijke monumentenlijst, zie bijlage 5. De Vlaamse schuur is gaaf qua stijl en detaillering en heeft esthetische waarde op grond van de kwaliteit van het exterieur. Het is daarom van groot belang dat de Vlaamse schuur bij het boerderijensemble behouden blijft.
De Vlaamse schuur ligt in een gebied met diverse historische stedenbouw, genaamd Buurtschap Middendonk. Dit buurtschap is met haar karakteristieke bebouwing van grote cultuurhistorische waarde in het gebied. Dit is ook aangegeven op de cultuurhistorische waardenkaart van provincie Noord-Brabant. Door de ouderdom, positionering en verschijningsvorm van de Vlaamse schuur, kan gesteld worden dat deze van grote cultuurhistorische waarde is voor het buurtschap. Het is dus van belang dat geborgd wordt dat deze Vlaamse schuur hersteld en behouden blijft. In de regels van onderhavig bestemmingsplan is daarom geborgd dat de cultuurhistorische hoofvorm behouden dient te blijven. De werkomschrijving voor het behoud en herstel van de Vlaamse schuur is als bijlage 6 toegevoegd aan de bestemmingsplanregels. Om het behoud van de schuur financieel haalbaar te maken is het voornemen om in de Vlaamse schuur een woning te realiseren.
Figuur 6: Schematisch overzicht nieuwe situatie Midden Donk 2
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 11 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Omdat er op de planlocatie geen agrarische activiteiten meer aanwezig zijn, en het ook in de toekomst niet haalbaar is om deze locatie in te zetten als duurzame agrarische bedrijfslocatie, is het voornemen de bestemming ‘Agrarisch’ met bijbehorend bouwvlak te wijzigingen in de bestemming ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Overtollige bijbehorende bijgebouwen bij de langgevelboerderij worden gesloopt tot 200 m². Het agrarisch bouwvlak wordt verkleind tot een woonbestemming van circa 3.586 m² waarbinnen de Vlaamse schuur en langgevelboerderij elk hun eigen bouwvlak hebben. In figuur 6 is een schematisch overzicht weergegeven van de nieuwe situatie op de planlocatie Midden Donk 2. 3.2
Functionele structuur
3.2.1
Planologische regeling en borging
Naar aanleiding van de voorgestane ontwikkelingen op de planlocatie Midden Donk 2 dient de bestemming gewijzigd te worden. De huidige bestemming ‘Agrarisch’ met bijbehorend bouwvlak wordt gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Het bestaande agrarisch bouwvlak wordt verkleind van circa 9.989 m² naar een bestemmingsvlak ´Wonen´ van circa 3.586 m². De gronden waarop niet de bestemming ‘Wonen’ of ‘Tuin’ wordt toegevoegd, behouden de bestemming ‘Agrarisch’ zoals ook de omliggende gronden hebben, enkel wordt hier het bouwvlak verwijderd. De gronden welke ingezet worden ten behoeve van de verplichte landschappelijke inpassing krijgen de bestemming ‘Groen – Houtsingel’. De landschappelijke inpassing wordt als voorwaardelijke verplichting in de planregels geborgd. In de planologische regeling is de bescherming van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als volgt gewaarborgd. De Vlaamse schuur krijgt de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – Vlaamse schuur’. Ter plaatse van deze aanduiding zijn de gronden bestemd voor behoud en herstel van de aanwezige waardevolle bebouwing. Wonen is toegestaan in de langgevelboerderij en de Vlaamse schuur. Het bouwvlak komt overeen met de bestaande bebouwing van de langgevelboerderij en de Vlaamse schuur. Als toelaatbare goot- en bouwhoogte worden de bestaande goot- en bouwhoogte aangehouden.
De inhoud van woningen mag niet meer bedragen dan de bestaande inhoud van de langgevelboerderij en de Vlaamse schuur. 3.2.2
Verkeer en parkeren
Verkeer De planlocatie wordt ontsloten aan de Midden Donk. Deze ontsluiting verandert niet door de voorgenomen ontwikkelingen. De locatie Midden Donk 2 behoud de bestaande ontsluiting aan de Midden Donk. De langgevelboerderij en de Vlaamse schuur zullen beide gebruik maken van de bestaande ontsluiting. Parkeren Voor de beoogde ontwikkeling wordt voor de berekening van de parkeerbehoefte uitgegaan van de door de gemeente gehanteerde parkeernormen. De parkeernorm is berekend op basis van kencijfers uit CROWpublicatie 381 ('Toekomstbestendig parkeren, Van parkeerkencijfers naar parkeernormen'). Ten aanzien van het parkeren worden de parkeernormen gehanteerd die gelden voor woningen ‘koop, vrijstaand – niet stedelijk’. Onderstaand de parkeernorm op basis van kencijfers uit CROW-publicatie 381. Tabel 1: Parkeernorm 'CROW-publicatie 381' Functie Niet stedelijk (buitengebied)
Bezoek/minimaal openbaar karakter (zit in norm)
Eenheid
Woning, koop, vrijstaand
0.3 per wo
Per woning
Min. 2,0 – max 2,8
Op de planlocatie wordt de langgevelboerderij volledig in gebruik genomen als woning en wordt in de bestaande Vlaamse schuur een nieuwe woning gerealiseerd. Op basis van de parkeernorm dient er per woning uitgegaan te worden van een parkeernorm van min. 2,0 en max. 2,8 parkeerplaatsen per woning. Binnen het plangebied dienen er minimaal 5,6 parkeerplaatsen (= 6 parkeerplaatsen) te worden voorzien op eigen terrein. Dit houdt in dat er per woning minimaal 3 parkeerplaatsen beschikbaar dienen te zijn. Het is verplicht om op de planlocatie per woning voldoende ruimte op eigen terrein beschikbaar te houden om in de eigen parkeerbehoefte ten behoeve van het wonen te voorzien. De parkeerplaatsen zullen passend worden ingepast in de bestaande erfinrichting.
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 12 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
3.2.3
Landschappelijke inpassing
Op het Brabantse platteland komen verschillende grote uitdagingen bij elkaar. Groeiende (agrarische) leegstand, demografische veranderingen, klimaatverandering en de omschakeling naar duurzame energie en landbouw vragen om een nieuw toekomstperspectief. Inzicht in de omvang en met name de samenhang van deze (en meer) opgaven ontbreekt. Wel is duidelijk dat ze op elkaar ingrijpen en niet sectoraal opgelost kunnen worden, zonder dat het ten koste gaat van andere opgaven. Het vraagt om integrale afwegingen en samenwerking, samen met ondernemers, burgers en organisaties in het gebied. Kwaliteitsverbetering van het landschap De planlocatie ligt in het buitengebied van de gemeente Etten-Leur aan de Midden Donk ten westen van de kern Etten-Leur. Het buitengebied van Etten-Leur bestaat uit een divers landschap van cultuurgronden en diverse natuurlijke landschapselementen. De landschappelijke inpassing moet een kwaliteitsverbetering zijn voor het landschap. Om de kwaliteit van het landschap te versterken heeft de provincie Noord-Brabant in haar “Structuurvisie ruimtelijke ordening” en de “Interim omgevingsverordening” het principe van ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ geïntroduceerd. De uitvoering van kwaliteitsverbetering van het landschap heeft regio WestBrabant vastgelegd in het ‘Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’.
Deze notitie geeft aan hoe de gemeenten in de regio West-Brabant toepassing geeft aan artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening. De bedoelde verbetering kan mede betreffen: a. de landschappelijke inpassing van bebouwing, voor zover expliciet vereist op grond van deze verordening; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. activiteiten, gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. een fysieke bijdrage aan de realisering van de het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. In het ‘afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’ is een onderverdeling gemaakt in drie categorieën, waaronder een ruimtelijke ontwikkeling geschaard kan worden. Categorie 1 ontwikkelingen zijn ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist.
Een categorie 2 ontwikkeling betreft ontwikkelingen die een relatief beperkte invloed op de omgeving hebben en (traditioneel) als passend binnen en eigen aan het landelijk gebied worden beschouwd, of in gebieden plaatsvinden die specifiek aangewezen zijn voor bepaalde ontwikkelingen. Alle overige ontwikkelingen vallen binnen een categorie 3 ontwikkeling. De ontwikkelingen aan de Midden Donk 2 worden als zodanig binnen de categorieën specifiek benoemd. Het vestigen van een woning in de Vlaamse schuur ten behoeve van het behoud van deze schuur en haar cultuurhistorische waarde betreft een categorie 1 ontwikkeling. Een extra kwaliteitsverbetering van het landschap is daardoor niet vereist. De ontwikkeling valt onder de volgende categorie Categorie 1: ▪ Vestiging van of splitsing in meerdere woonfuncties in monumentale/ karakteristieke/ cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Het omzetten van de voormalige agrarische bestemming naar een woonbestemming betreft een categorie 2 ontwikkeling, en wel: Categorie 2: ▪ Wijziging bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ (inclusief agrarisch verwant en agrarisch technisch hulpbedrijf) of ‘bedrijf’ in de bestemming ‘Wonen’ of ‘Wonen met VAB’ of andere bestemming zoals ‘Horeca’, ‘Maatschappelijke doeleinden’ of ‘Recreatie’, mits het bestemmingsvlak
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 13 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
wordt verkleind tot 5.000 m², overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 500 m² aan bijgebouwen resteert. De kwaliteitsverbetering moet resulteren in een fysieke en zichtbare verbetering van het landschap. Uit een opgesteld landschapsplan moet duidelijk blijken hoe en met welke natuur- en/of landschapselementen de landschappelijke inrichting wordt vormgegeven. Hierbij wordt aangesloten bij de STILA-normen voor minimale oppervlakten van landschapselementen en sortimenten. De omzetting van de bestemming ‘Agrarisch’ naar de bestemming ‘Wonen’ dient een goede landschappelijke inpassing met zich mee te brengen. De landschappelijke inpassing moet een kwaliteitsverbetering zijn voor het landschap. In de huidige situatie is het erf al ingepast met diverse groenelementen zoals hagen en diverse solitaire bomen. Op de planlocatie wordt aan de noordzijde van de Vlaamse schuur een nieuw groenelement in de vorm van ‘Knotbomen’ met daaronder een ‘Knip-Scheerhaag’ toegevoegd voor de benodigde kwaliteitsverbetering. De landschappelijke inpassing wordt geborgd door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting (artikel 6.4.4) in de regels van het bestemmingsplan en het opnemen van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – voorwaarde landschappelijke inpassing’ op de planverbeelding. In de bijlage aan de regels is het landschapsplan toegevoegd.
In het landschapsplan wordt nader omschreven welk landschapspakket er wordt toegepast op de planlocatie Midden Donk 2. Voor de verdere invulling van de landschappelijke inpassing wordt kortheidshalve verwezen naar de bijlage.
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 14 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Algemeen
Bij het opstellen van een bestemmingsplan worden de beleidskaders van het rijk, provincie en gemeente uiteengezet. In het onderhavige bestemmingsplan is het relevante ruimtelijke beleid voor de planlocatie Midden Donk 2 te Etten-Leur opgenomen. 4.2
Europees- en rijksbeleid
4.2.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Welke op 11 september 2020 is vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ▪ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ Duurzaam economisch groeipotentieel; ▪ Sterke en gezonde steden en regio’s; ▪ Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Welke zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven. De drie afwegingsprincipes zijn: ▪ Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; ▪ Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; ▪ Afwentelen wordt voorkomen. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke ‘nationale belangen’ genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven via de Nationale hoofdstructuur. De NOVI heeft, gezien de aard en de beperkte omvang van het project, geen specifieke betekenis voor dit bestemmingsplan. Het project speelt zich af op lokaal niveau en er zijn geen nationale belangen in het geding. 4.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten, die van Rijksbelang zijn, met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. In het Barro zijn voorlopig zes projecten beschreven: Mainport ontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie, Erfgoederen van uitzonderlijk universele waarde. Binnenkort volgen nog: hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, ecologische hoofdstructuur, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJselmeergebied.
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 15 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Op de planlocatie zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequenties voor de ontwikkelingen op de planlocatie. 4.3
Provinciaal beleid
4.3.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant 2018
Op 14 december 2018 stelde Provinciale Staten van Noord-Brabant de Brabantse Omgevingsvisie vast. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet, welke naar verwachting in 2023 in werking zal treden. De Brabantse Omgevingsvisie beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Er wordt vanuit meerdere invalshoeken gekeken naar een ontwikkeling door de provincie: ▪ Een 'diepe' manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. ▪ Een 'ronde' manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen people, planet en profit. ▪ Een 'brede' manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. In de omgevingsvisie is één basisopgave benoemd: het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.
Daarnaast zijn er vier hoofdopgaven benoemd: ▪ werken aan de Brabantse energietransitie; ▪ werken aan een klimaatproof Brabant; ▪ werken aan Brabant als slimme netwerkstad; ▪ werken aan een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Concrete doelen voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nog in de bestaande plannen van de provincie, bijvoorbeeld in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en het provinciale verkeers- en vervoersplan. 4.3.2
Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2024 in werking. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening. Dit zijn de: ▪ Provinciale milieuverordening, gebaseerd op artikel 1.2 Wet milieubeheer; ▪ Verordening natuurbescherming, gebaseerd op diverse artikelen uit de Wet natuurbescherming; ▪ Verordening Ontgrondingen, gebaseerd op artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Ontgrondingenwet; ▪ Verordening Ruimte, gebaseerd op artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening; ▪ Verordening Water, gebaseerd op diverse artikelen in de Waterwet; ▪ Verordening wegen, gebaseerd op artikel 57 Wegenwet en artikel 2a Wegenverkeerswet. De Provinciale Staten heeft de Interim omgevingsverordening op 25 oktober 2019 vastgesteld. De Interim omgevingsverordening geldt tot dat de Omgevingswet in werking treedt. Vanuit de Omgevingswet moet de provincie naast de omgevingsvisie ook een omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied.
Provinciale Staten hebben de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Brabant reeds vastgesteld. De
omgevingsverordening treedt gelijk met de Omgevingswet in 2024 in werking. Voor onderhavig bestemmingsplan wordt nu uitgegaan van de Interim omgevingsverordening.
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 16 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
In figuur 7 zijn de uitsneden van de kaarten behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant weergegeven voor de planlocatie Midden Donk 2 te Etten-Leur. Uit de kaarten blijkt dat de planlocatie is gelegen in het ‘Landelijk gebied – Gemengd landelijk gebied’.
Figuur 7: Uitsnede van de kaart behorende bij Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Landelijk gebied, gemengd landelijk gebied Binnen de afdeling ‘Vitaal platteland’ zijn de ontwikkelingsmogelijkheden geschetst voor het Landelijk gebied. In het landelijk gebied biedt de provincie mogelijkheden aan de gemeente voor het stimuleren van het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen. Het landelijk gebied omvat een onderverdeling in de sub zones ‘Gemengd landelijk gebied’ en ‘Groenblauwe mantel’. In veel gevallen bestaan er voor beide zones gelijke ontwikkelingsmogelijkheden. In die gevallen wordt gesproken over ‘Landelijk gebied’. Alleen als het nodig is onderscheid te maken, wordt in de betreffende regel gesproken over de sub zones. Een bestemmingsplan gelegen in een gemengd landelijk gebied onderscheidt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening gebieden waar een gemengde plattelandseconomie en/of een in hoofdzaak agrarische economie wordt nagestreefd met daarbij passende bestemmingen. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen.
Bij het aanwijzen van de bestemmingen dient de bestemming een uitwerking te zijn van de voorgenomen ontwikkeling en het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied en dient tevens bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit als bedoelt in de Interim omgevingsverordening. De beoogde ruimtelijke ontwikkeling op de planlocatie Midden Donk 2 omvat twee onderdelen. Het eerste onderdeel omvat het omzetten van de voormalige agrarische bestemming naar een woonbestemming, waarbij de voormalige bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Het tweede onderdeel omvat realiseren van een woning in de bestaande cultuurhistorische Vlaamse schuur. In de Interim omgevingsverordening, binnen het ‘Gemengd landelijk gebied’, zijn regels opgenomen voor wonen in het landelijk gebied (paragraaf 3.6.7 Ontwikkeling van niet agrarische functies). Artikel 3.68 wonen in landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan; b. zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten.
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 17 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Lid 2 Een bestemmingsplan kan bij een bestaande woning de vestiging van een andere functie toelaten, als: a. dit past binnen de voorwaarden die voor die functie zijn opgenomen in deze paragraaf; b. in geval nieuwe bebouwing wordt opgericht, er elders feitelijk en juridisch een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen is gesloopt.
Het voornemen is de bestaande bedrijfswoning (de langgevelboerderij) geheel in gebruik te nemen als burgerwoning. In artikel 3.69 zijn voor deze ontwikkeling afwijkende regels opgenomen. Artikel 3.69 Afwijkende regels wonen In afwijking van artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in a. de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel, als is verzekerd dat: 1. de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. b. een inpandige splitsing van een beeldbepalende woonboerderij als: 1. een fysieke tegenprestatie wordt geleverd aan het versterken van de omgevingskwaliteit vergelijkbaar met de tegenprestatie voor een ruimte voor ruimtekavel; en 2. de beeldbepalende woonboerderij wordt behouden. c. de vestiging van of de splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing. d. in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt;
Er wordt gebruik gemaakt van het bestaande bouwperceel en wordt daarmee invulling gegeven aan het principe zorgvuldig ruimtegebruik. In artikel 3.69 onder d is aangegeven dat een voormalige bedrijfswoning in gebruik genomen mag worden als burgerwoning, mits is verzekerd dat er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt en overtollige bebouwing wordt gesloopt. Op de planlocatie wordt de bestaande voormalige bedrijfswoning, de langgevelboerderij, geheel in gebruik genomen als burgerwoning. De woning wordt daarbij niet gesplitst in meerdere woonfuncties. Daarnaast worden de overtollige bijbehorende bouwwerken bij de langgevelboerderij gesloopt, waarbij 200 m² behouden blijft. In artikel 3.69 onder c is de mogelijkheid opgenomen dat vestiging van een woonfunctie in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing mogelijk is, als dit bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing. De mogelijkheid voor het toevoegen van een woning in cultuurhistorisch waardevolle gebouwen is ingegeven vanuit het belang van het behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Het gaat hierbij om cultuurhistorisch waardevolle bebouwing die door Rijk, provincie of gemeenten is aangewezen en die als zodanig is beschermd.
Deze regeling is niet bedoeld voor het toevoegen van woningen (of splitsing) in gebouwen (niet zijnde woonboerderijen) die de gemeente vanwege andere redenen, zoals het beeldbepalend karakter of anderszins vanuit omgevingskwaliteit graag wil behouden. In zo’n geval kan gebruik worden gemaakt van de regeling Maatwerk voor omgevingskwaliteit, die in artikel 3.78 van de IOV is opgenomen. Het voornemen is om in de Vlaamse schuur een woning op te richten, met als doel het behoud en herstel van deze waardevolle schuur uit het jaar 1712. In bijlage 6 bij de regels is dit behoud- en herstelplan opgenomen. De Vlaamse schuur is opgenomen op de gemeentelijke monumentenlijst van Etten-Leur. In bijlage 5 is het gemeentelijk besluit toegevoegd voor het opnemen van de Vlaamse Schuur als gemeentelijk monument. Tevens is de planlocatie binnen een historisch waardevol gebied, ‘Buurtschap Middendonk’ gelegen zoals aangegeven op de cultuurhistorische waardenkaart van provincie Noord-Brabant. Het buurtschap kenmerkt zich door de weg met klinkerbestrating, resten van laanbeplanting en bebouwing bestaande uit hoofdzakelijk haaks op de weg gebouwde langgevelboerderijen en enkele schuren. Door de gaafheid van de Vlaamse schuur qua stijl en detaillering, en de ligging binnen een gebied met historische stedenbouw, kan de Vlaamse schuur als cultuurhistorisch waardevol aangemerkt worden.
De Vlaamse schuur is door de gemeente ook dusdanig beschermd door het opnemen van de Vlaamse schuur op de gemeentelijke monumentenlijst. De gemeente ziet daarom ook de noodzaak om de Vlaamse schuur te behouden en te herstellen. Gelet op bovenstaande kan op basis van artikel 3.69 lid c een woning worden toegevoegd in de Vlaamse Schuur. In de regels van onderhavig bestemmingsplan wordt het behoud en herstel van deze cultuurhistorisch waardevolle bebouwing geborgd. Het omzetten van de agrarische bestemming naar een woonbestemming en
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 18 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
het toevoegen van een woning met als doel het behoud en herstel van de cultuurhistorische Vlaamse schuur, past derhalve binnen het gestelde in de Interim omgevingsverordening. Algemene regels: Bevordering ruimtelijke kwaliteit Artikel 3.5 zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie; Artikel 3.6 zorgvuldig ruimtegebruik: Een plan moet een verantwoording bevatten dat het plan bijdraagt aan de zorg voor het behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving, waaronder in ieder geval een goede landschappelijke inpasbaarheid en toepassing is gegeven aan het principe zorgvuldig ruimtegebruik. Doel van zorgvuldig ruimtegebruik is om bestaand bebouwd gebied zo goed mogelijk te benutten.
Het optimaal benutten van de bestaande bebouwde omgeving draagt bij aan het behoud van de openheid en kwaliteit van het buitengebied en aan hergebruik van leegkomende of bebouwingslocaties in zowel stedelijk als landelijk gebied. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in: ▪ dat een ruimtelijke ontwikkeling in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, tenzij in de verordening uitdrukkelijk anders is bepaald; ▪ ingeval van stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); ▪ een bestemmingsplan buiten bestaand stedelijk gebied bepaalt dat gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen binnen het bouwperceel worden opgericht en daarbinnen worden geconcentreerd. Er wordt gebruik gemaakt van het bestaande bouwperceel en wordt daarmee invulling gegeven aan het principe zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 3.7 toepassing van de lagenbenadering De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerk laag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c.
de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. In hoofdstuk 5 ‘Relevante (milieu)aspecten’ worden effecten op bovenstaande waarden beschreven. Hieruit blijkt dat de relevante waarden binnen het plangebied en omgeving niet worden aangetast. Artikel 3.8 meerwaardecreatie Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit en behoud en herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing, zoals bedoelt in artikel 3.9 kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. De planlocatie wordt landschappelijk ingepast waarbij gekeken wordt naar de bestaande
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 19 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
cultuurhistorische waarden van het boerderijensemble op de planlocatie. Daarnaast wordt de bestaande cultuurhistorische bebouwing behouden en hersteld wat een meerwaarde betreft voor de kwaliteit van de omgeving. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering van het landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied mogelijk maakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. De toelichting bij een bestemmingsplan bevat een motivering: a. van de wijze waarop de bedoelde verbetering financieel, juridisch en feitelijk is geborgd; b. dat de verbetering past binnen de hoofdlijnen van het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied. De bedoelde verbetering kan mede betreffen: h. de landschappelijke inpassing van bebouwing, voor zover expliciet vereist op grond van deze verordening; i. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; j. activiteiten, gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; k. het wegnemen van verharding; l. het slopen van bebouwing; m. een fysieke bijdrage aan de realisering van de het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; n.
het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Om de kwaliteit van het landschap te versterken heeft de provincie Noord-Brabant in haar “Structuurvisie ruimtelijke ordening” en de “Interim omgevingsverordening” het principe van ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ geïntroduceerd. De uitvoering van kwaliteitsverbetering van het landschap heeft regio WestBrabant vastgelegd in het ‘Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’. Deze notitie geeft aan hoe de gemeenten in de regio West-Brabant toepassing geeft aan artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening. De notitie biedt: ▪ een eenduidig beleidskader voor de West-Brabantse gemeenten met instemming van de provincie NoordBrabant; ▪ de mogelijkheid tot maatwerk voor gemeenten blijft mogelijk om de ‘couleur locale’ te behouden, niet alles wordt dicht getimmerd; ▪ een eenduidige regionale methodiek; ▪ duidelijkheid over hoe de rood-met-groen koppeling kan worden opgenomen in te ontwikkelen bestemmingsplannen in overeenstemming met de Interim omgevingsverordening. In de notitie zijn een drietal categorieën opgesteld: ▪ Categorie 1: Ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist.
▪ Categorie 2: Ruimtelijke ontwikkelingen met weinig landschappelijke invloed, dan wel ruimtelijke ontwikkelingen die van nature aan het buitengebied zijn gebonden, of plaatsvinden in hiervoor aangewezen gebieden. De kwaliteitsverbetering vindt plaats in de vorm van landschappelijke inpassingsmaatregelen. Deze categorie is niet limitatief. ▪ Categorie 3: Ruimtelijke ontwikkelingen welke niet tot categorie 1 of 2 behoren. De kwaliteitsverbetering wordt berekend op basis van de bestemmingswinst. Bepaling categorie Het initiatief op de planlocatie Midden Donk 2 bestaat uit twee onderdelen: 1. Het wijzigen van de huidige bestemming ‘Agrarisch’ met bouwvlak naar de bestemming ‘Wonen’. 2. Het realiseren van een woning in de bestaande cultuurhistorische waardevolle Vlaamse Schuur. In het afsprakenkader ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’ is een onderverdeling gemaakt in drie categorieën. Binnen de categorie 1 en 2 zijn specifieke ruimtelijke ontwikkelingen benoemd, die onder die categorie vallen. Alle overige ruimtelijke ontwikkelingen die niet specifiek benoemd zijn, vallen onder categorie 3.
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 20 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
De voorgenomen ontwikkelingen op de planlocatie worden in categorie 1 en 2 van het afsprakenkader specifiek benoemd: Categorie 1: ▪ Vestiging van of splitsing in meerdere wooneenheden in monumentale/karakteristieke/ cultuurhistorisch waardevolle bebouwing Categorie 2: ▪ Wijziging bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ (inclusief agrarisch verwant en agrarisch technisch hulpbedrijf) of ‘bedrijf’ in de bestemming ‘Wonen’ of ‘Wonen met VAB’ of andere bestemming zoals ‘Horeca’, ‘Maatschappelijke doeleinden’ of ‘Recreatie’, mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot 5.000 m², overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 500 m² aan bijgebouwen resteert. Het toevoegen van een wooneenheid in de Vlaamse schuur is vergelijkbaar met de hierboven beschreven categorie 1 ontwikkeling. Ten behoeve van deze ontwikkeling wordt geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap geëist. De planologische ontwikkeling draagt reeds bij aan het behoud en herstel van cultuurhistorische waarden op de planlocatie door het behoud en herstel van de Vlaamse schuur. Deze ontwikkeling is op zichzelf reeds een kwaliteitsverbetering. Het omzetten van de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ naar ‘Wonen’, met daarbij een verkleining van het bestaande agrarisch bouwvlak is vergelijkbaar met de categorie 2 ontwikkeling.
Landschappelijke inpassing In bijlage 1 van de regels is het landschapsplan met daarin de landschappelijke inpassing op de planlocatie toegevoegd aan onderhavig plan. Hierin wordt het beleidskader kwaliteitsverbetering van het landschap beschreven. Daarnaast wordt een motivatie gegeven over het toegepaste landschapspakket voor de landschappelijke inpassing. De landschappelijke inpassing moet een kwaliteitsverbetering zijn voor het landschap. Met de inpassing is aansluiting gezocht bij reeds aanwezige landschapselementen in de omgeving en is gekeken naar een versterking van de authentieke uitstraling van de cultuurhistorische bebouwing. In paragraaf 3.2.3 is tevens een nadere motivatie uiteengezet. Voor het borgen en het behoud van de landschappelijke inpassing is op de planverbeelding de bestemming ‘Groen – Houtsingel’ opgenomen. Daarbij is in de regels van het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen met de bijbehorende aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – voorwaarde landschappelijke inpassing’. In artikel 6.4.4 is deze voorwaardelijke verplichting nader toegelicht. De beoogde ruimtelijke ontwikkeling voldoet hiermee aan de voorwaarde kwaliteitsverbetering van het landschap. Het plan is hierdoor niet in strijd met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1
Omgevingsvisie Etten-Leur, 2022
Op 11 juli 2022 heeft de gemeenteraad van Etten-Leur de Omgevingsvisie vastgesteld. In de visie is al het beleid over bijvoorbeeld bouwen, verkeer, wonen, milieu, natuur en water gebundeld in één document. Met de vaststelling van de visie legt de gemeenteraad zijn lange termijnambities en -beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast. De komende tien a twintig jaar is deze visie een belangrijk kompas voor te maken keuzen in beleid en uitvoering. De Omgevingsvisie creëert ruimte voor vernieuwing en initiatieven vanuit de samenleving. Inwoners kunnen hun eigen ideeën koppelen aan een algemeen maatschappelijk belang dat in de Omgevingsvisie is verwoord. De gemeente denkt dan graag mee hoe dit te realiseren. Gemeente Etten-Leur kent verschillende soorten gebieden: woonlocaties, werklocaties, buitengebied en het centrum. Steeds met andere kwaliteiten, activiteiten en kenmerken. Gemeente geeft in haar visie per gebied aan wat zij belangrijk vinden en wat ze in de toekomst willen. Ook kent gemeente Etten-Leur een aantal gebieden die op de langere termijn ontwikkeld worden. Dit zijn zones voor wonen, werken en mobiliteit (verkeer). Ook hiervoor wordt in de Omgevingsvisie de koers bepaald. De planlocatie is gelegen in het deelgebied ‘Buitengebied’. Hieronder zijn de ambities en doelstelling van het buitengebied weergegeven.
▪ Duurzaam buitengebied: goede balans tussen natuur en milieu, economie en de mens.
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 21 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
▪
Behoud en versterken van recreatie waarvoor geen of slechts kleinschalige voorzieningen nodig zijn.
Bestemmingsplan toelichting | 07-12-2023
Pagina 22 van 49
III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling
Gebiedsvisie buitengebied Het buitengebied kent een sterke verwevenheid van functies, namelijk land- en tuinbouw, veeteelt, wonen, natuur, landschap, waterbeheer, recreatie en toerisme. In toenemende mate vragen ook energieopwekking en klimaat adaptatie om een plek in het buitengebied. Mede vanwege de verwevenheid vindt de gemeente een duurzame ontwikkeling van al deze functies belangrijk. Geen afwenteling van milieuproblemen en een goede balans tussen natuur en milieu, economie en de mens. Behoud en versterken van aardkundige, cultuurhistorische en archeologische waarden Cultuurhistorie bepaalt mede de identiteit van Etten-Leur. Historische lijnen, zoals oorspronkelijke wegen, donken, dijken, beekdalen, historische gebieden, zoals heideontginningen en akkercomplexen en historische bebouwing, zoals molens, monumenten en de watertoren zijn hiervoor bepalend. In het buitengebied zijn verschillende waardevolle elementen en gebieden goed herkenbaar aanwezig in het landschap. Zo is een aantal donken nog goed herkenbaar, bijvoorbeeld de Midden Donk en de Hoge Bremberg. Aan deze wegen is onregelmatig verspreid bebouwing gelegen. Er is een duidelijke zichtrelatie met het omliggende gebied. Naast de genoemde donken zijn er verschillende historische structuren, die als herkenbare oude wegen met historische bestrating van gebakken klinkers door de gemeente lopen.
Ook de voormalige turfvaarten vormen een kenmerkend element, bijvoorbeeld de Laakse Vaart en de Kibbelvaart. Ontwikkelingen zijn alleen aanvaardbaar als zij geen onaanvaardbare afbreuk doen aan de aardkundige, cultuurhistorische en archeologische kwaliteiten in het buitengebied. Deze kwaliteiten moeten worden beschermd en waar mogelijk op een goed passende wijze worden meegenomen bij ontwikkelingen. Verruimen mogelijkheden hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing De verwachting is dat ook de komende jaren agrarische bedrijven stoppen. Veelal gaan de gronden over naar andere agrarische bedrijven. De huiskavel met woning en bedrijfsgebouwen komt vrij. Omzetten naar burgerwoning met een passende oppervlakte aan bijgebouwen is een mogelijkheid. Maar ook andere passende functies zijn denkbaar. Het toelaten van qua aard en omvang passende functies kan verloedering tegengaan en behoud van een bijzonder object of van omgevingskwaliteiten betekenen. Dat geldt in het bijzonder voor cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Ruimere herbenuttingsmogelijkheden van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing kunnen de renovatie en instandhouding daarvan bevorderen.
In alle gevallen gaat het om een maatwerkafweging, waarbij onder andere aspecten spelen als aard, omvang, intensiteit en ruimtelijke uitstraling van de activiteit, aard van de omgeving, relatie met het buitengebied, ruimtelijke en/of milieu hygiënische kwaliteitsslag. Een en ander vergt een gedegen afweging die steeds vooraf dient plaats te vinden. Uitgangspunten blijven dat de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van nabijgelegen agrarische bedrijven niet mogen worden beperkt en dat een reële her invulling met een agrarische functie op een vrijkomende agrarische locatie niet meer voor de hand ligt. Ook behoud van het karakter van het buitengebied is een belangrijk aandachtspunt, evenals kwaliteitsverbetering van het landschap, waaronder ook natuur. Met het toestaan van nieuwe, passende functies wordt ook leegstand voorkomen en daarmee de kans op vestiging van ondermijnende criminaliteit verkleind. Ook sloop van overtollige, voormalige agrarische bebouwing is daarbij van belang. De ontwikkeling op Midden Donk 2 past binnen de toekomstvisie van gemeente Etten-Leur zoals beschreven in de Omgevingsvisie van 2022. De ontwikkeling draagt bij aan het behoud van herkenbare en belangrijk cultuurhistorische bebouwing in het buitengebied. Het toevoegen van de woning in de bestaande Vlaamse schuur bevordert het behoud en onderhoud van de waardevolle bebouwing aan Midden Donk.