CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Bestemmingsplan Zundertseweg 38 (vastgesteld-concept)

Raad debatteert 13 maart 2023, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Zundertseweg 3834.693 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Gebiedsbescherming

Op grond van de Wet natuurbescherming is het verboden activiteiten te verrichten die leiden tot aantasting van wettelijk beschermde soorten en van hun voortplantingsplaats, vaste rustplaats of vaste verblijfplaats. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van gebieden die om hun ecologische waarde beschermd moeten worden. Daaronder vallen onder andere de zogenaamde Natura 2000 gebieden. De planlocatie ligt niet in een speciale beschermingszone als bedoeld in de Wet natuurbescherming of binnen het Natuurnetwerk Nederland/ EHS. De planlocatie ligt op circa 11 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied op Nederlands grondgebied ‘Ulvenhoutse Bos’. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied op Belgisch grondgebied ligt op circa 15 kilometer, het betreft het gebied ‘Schietvelden’. Op de planlocatie wordt de horeca bestemming gewijzigd naar wonen. De horeca-activiteiten zijn op de planlocatie reeds stopgezet. Op de planlocatie kunnen na de wijziging van de bestemming geen horeca-activiteiten meer plaats vinden waardoor de invloed op de Natura 2000 gebieden en op speciale beschermingszones afneemt. De

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 40 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

ontwikkelingen zijn beperkt tot de planlocatie zelf. Gelet op de kleinschaligheid en aard van de voorgenomen ontwikkeling en ligging op voldoende geruime afstand tot Natura 2000 gebieden, kunnen negatieve effecten op Natura 2000 gebieden als een kwaliteitsverlies of overschrijding van de gestelde drempelwaarde geheel uitgesloten worden. Een nader onderzoek naar de invloed op Natura 2000 gebieden is voor onderhavig wijzigingsplan niet benodigd. Daarnaast worden er geen effecten verwacht die de wezenlijke waarden en kenmerken van de NNN/NNB aantasten gelet op de aard en schaal van de voorgenomen ingrepen. Een toetsing aan het NNN/NNB-beleid wordt niet noodzakelijk geacht. Het plangebied is niet gelegen binnen de Groenblauwe mantel. Op basis van de aard van de voorgenomen ingreep en planontwikkeling kunnen overtredingen met betrekking tot de Groenblauwe mantel uitgesloten worden. 5.8.3

Beschermde soorten

Het is in theorie mogelijk dat op de locatie dier- en plantensoorten van de Habitatrichtlijnen voorkomen of dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Wet natuurbescherming. Dit kunnen verschillende dier- en plantensoorten betreffen, bijvoorbeeld zoogdiersoorten, amfibieën, reptielen, vissen, vogels en vleermuizen. Om te kijken of er beschermde soorten op de planlocatie aanwezig zijn wordt een ecologische QuickScan uitgevoerd. Door Brabant Eco is een rapportage uitgebracht ten behoeve van de uitgevoerde ecologische QuickScan. Het rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft het rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als gevolg van het project. Onderstaand is een korte conclusie van het onderzoek weergegeven. Voor het volledige onderzoek wordt kortheidshalve verwezen naar de afzonderlijke bijlage (bijlage 3). Resultaat ecologische QuickScan Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er mogelijk verblijf- en nestplaatsen van respectievelijk vleermuizen en huismussen in het plangebied voorkomen.

Nader onderzoek is nodig om te bepalen of er een overtreding van de Wet natuurbescherming met betrekking tot gebouw bewonende vleermuizen en de huismus zou worden begaan door de sloop van twee gebouwen in het plangebied. Op basis van de resultaten van het onderzoek (de extra veldbezoeken) kan worden bepaald welke effecten optreden, of een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is en welke mitigerende maatregelen genomen dienen te worden. Het vervolgonderzoek dient uitgevoerd te worden alvorens tot sloop van de gebouwen kan worden overgegaan. Voor andere beschermde diersoorten soorten zijn er geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. Resultaat aanvullend onderzoek huismussen en vleermuizen Op basis van voorgenoemde ecologische quickscan is een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar huismussen en vleermuizen. Het doel van het aanvullend onderzoek is te onderzoeken of het plangebied deel uitmaakt van het functionele leefgebied van huismussen en of vleermuizen. En zo ja, voor welke soorten (vleermuizen) en met welke functie. Uitgevoerd onderzoek van april 2022 tot september 2022 leidt tot de conclusie dat er waarnemingen zijn gedaan van twee vleermuissoorten in de omgeving van het plangebied, namelijk de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) en de laatvlieger (Eptesicus serotinus).

Er zijn geen in- of uitvliegende, bouncende of baltsende vleermuizen bij de te slopen bebouwing waargenomen. Daardoor kan met zekerheid worden gesteld dat er geen verblijfplaatsen in de gebouwen aanwezig zijn en dat er geen sprake is van essentieel foerageergebied in het plangebied. Tijdens de onderzoeken zijn er geen waarnemingen gedaan van huismussen. Het voorkomen van nestlocaties in de te slopen bebouwing en een functioneel leefgebied van huismussen op de planlocatie is met zekerheid uit te sluiten. Op basis van uitgevoerd veldonderzoek zullen de voorgenomen ontwikkelingen door gebrek aan verblijfs- en nestlocaties en het ontbreken van een gebruiksfunctie geen invloed hebben op de aldaar in de omgeving voorkomende vleermuizen en huismussen. Er zijn geen effecten te verwachten die van negatieve invloed zijn

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 41 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

op de duurzame staat van instandhouding van de waargenomen soorten en hun functioneel leefgebied. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming voor het uitvoeren van de plannen is dan ook niet nodig. De volledige resultaten van het aanvullend onderzoek zijn toegevoegd in bijlage 5. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. 5.9

Externe Veiligheid

5.9.1

Algemeen

Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s voor personen ten gevolge van het gebruik van de infrastructuur of het uitvoeren van activiteiten, waarbij het met name gaat om de gevaren die de directe omgeving loopt, als er iets misgaat bij de productie, de behandeling en/of het vervoer van gevaarlijke stoffen. 5.9.2

Toetsingskader

Een risico-inventarisatie externe veiligheid betreft alle risicobronnen die invloed hebben of kunnen hebben op het groepsrisico, zoals Bevi-inrichtingen, transportleidingen en autowegen die gebruikt worden voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. In een verantwoording groepsrisico wordt door het bevoegd gezag (De Gemeenteraad) de aanwezige risicobronnen beschouwd en verantwoord. 5.9.3

Beoordeling externe veiligheid

Inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. Het Bevi is van toepassing op vergunning plichtige risicovolle bedrijven en de nabijgelegen al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Op basis van de uitgevoerde risico-inventarisatie blijkt dat de locatie Zundertseweg 38 en Galgepad 4 niet in een invloed gebied ligt van een Bevi-bedrijf, waardoor het Bevi niet relevant is en er geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik binnen het plangebied. Transportleidingen Wanneer sprake is van relevante buisleidingen in een gebied, dient er een ruimtelijke reservering opgenomen te worden in het bestemmingsplan voor het plaatsgebonden risico (PR) en een verantwoording van het groepsrisico (G R). Binnen de PR 10-6 risicocontour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn en zo mogelijk ook geen beperkt kwetsbare objecten. Het invloed gebied reikt bij brandbare vloeistoffen tot net buiten de 10- 6 contour, voor leidingen met aardgas en chemicaliën moet dat per geval bekeken worden.

De voor onderhoud gereserveerde ruimte bedraagt minimaal 5 meter aan beide zijden van de leiding. Uit de risicokaart van de provincie blijkt dat er geen risicorelevante buisleidingen in de directe omgeving van de planlocatie aanwezig zijn. Op basis van de uitgevoerde risico-inventarisatie blijkt dat de planlocatie niet in een invloed gebied ligt van een buisleiding, waardoor het Bevb niet relevant is en er geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik binnen het plangebied. Transportassen Beoordeling van de risico’s veroorzaakt door het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, het water en de weg dient plaats te vinden aan de hand van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen langs transportassen die deel uitmaken van het Basisnet Weg, Water en/of Spoor kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven. Hiervoor gelden namelijk de afstanden die in bijlage 2, 3 en 4 van het Bevt zijn opgenomen. Op deze afstanden mag het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen niet meer bedragen dan 10-6 per jaar. Voor het Basisnet Weg geldt dat daar waar in de tabel van bijlage 2 van het Bevt de afstand ‘0’ is vermeld het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer op het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar.

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 42 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Het plangebied is gelegen binnen het invloed gebied van de rijksweg A58. De planlocatie ligt op circa 90 meter van de rijksweg. De A58 valt onder het Bevt (Besluit Externe Veiligheid transportroutes). In het externe veiligheidsbeleid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Op grond van het Bevt moet bij de vaststelling van een bestemminsplan de basisnetafstand (komt overeen met PR-contour) in acht worden genomen. Binnen deze afstand mag niet gebouwd worden. Deze afstand bedraagt ter hoogte van het plangebied ‘0’ meter. Dit betekent concreet dat er geen veiligheidszone is waarmee rekening moet worden gehouden bij de invulling van het plangebied. Op grond van de Bevt dient voor ontwikkelingen binnen 200 meter van een weg waarover een (significant) transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, het groepsrisico te worden bepaald en verantwoord. Hiervoor is door Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant een groepsrisico-berekening met RBMII uitgevoerd. Dit is een rekenmethode ontwikkeld voor de berekening van het groepsrisico langs infrastructuur waaronder rijkswegen. De resultaten zijn verwoord in het rapport van de Omgevingsdienst Midden en West-Brabant van 18 november 2015. Hieruit blijkt dat het groepsrisico door het vervoer van gevaarlijke stoffen ruim onder de oriënterende waarde blijft.

Over de A58 vindt vervoer van stoffen in categorie LT2 (Liquid Toxic) plaats. Het invloed gebied als gevolg van het vervoer van deze stoffen bedraagt 880 meter en reikt dus over het plangebied. Conform artikel 7 Bevt is daarmee een beperkte verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. Wegens vervoer van specifieke stoffen over de rijksweg A58 is een beperkte verantwoording van het groepsrisico vereist. Een element die het bevoegd gezag kan aangedragen bij de verantwoording van het groepsrisico is gerichte risicocommunicatie met bewoners en andere aanwezigen (bijvoorbeeld via NL-Alert). Dit kan ertoe bijdragen dat alarmering van het gebied sneller verloopt. Ook is het van belang dat de aanwezigen naar binnen kunnen vluchten en de ramen en deuren kunnen sluiten, de ventilatie kunnen uitzetten of het gebied veilig kunnen verlaten. Tot slot is het relevant dat een goede bereikbaarheid gewaarborgd blijft voor hulpdiensten. De ontsluitingen van het plangebied verlopen via de Zundertseweg. Er is dus sprake van ontsluitingen die het vluchten vanaf de risicobron (A58) mogelijk maken. Ook de bereikbaarheid door de hulpdiensten is daarom goed. Het bestemmingsplan voorziet in het behouden van de voormalige bedrijfswoning en het toevoegen van twee Ruimte voor Ruimte-woningen. Er is geen sprake van bijzondere kwetsbare objecten. De zelfredzaamheid van de toekomstige bewoners is goed.

De brandweer heeft protocollen voor het bestrijden van de bron bij het optreden van een incident. Uit de zoneringskaart en het stroomschema behorende bij het Standaard verantwoording groepsrisico blijkt dat het plangebied is gelegen binnen de aangewezen ‘blauwe zone’. Uit bovenstaande blijkt dat het standaard advies van de Veiligheidsregio en de standaard verantwoording groepsrisico in deze situatie voor deze ruimtelijk ontwikkeling van toepassing zijn. Er wordt voldaan aan het standaardadvies 2020 van de Veiligheidsregio. Daarom is een afzonderlijk advies niet nodig. Het standaardadvies is opgenomen als bijlage 4. 5.9.4

Brandveiligheid

Door de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is op 3 oktober 2022 een advies uitgebracht op gebied van brandveiligheid. Het volledige advies is als bijlage toegevoegd aan onderhavig bestemmingsplan. De beoordeling van de veiligheidsregio is in het kort als volgt: Bereikbaarheid Het plangebied is te benaderen langs twee onafhankelijke aanrijdroutes via de Zundertseweg. Dit is nodig, omdat één aanrijdroute tijdelijk geblokkeerd zou kunnen zijn. Tot aan het plangebied zijn er geen nadere maatregelen noodzakelijk ten behoeve van de bereikbaarheid. Bluswatervoorziening Voor de bepaling van de benodigde bluswatervoorziening zijn de bouwwerken beoordeeld als een woonfunctie in het buitengebied. Op basis van de meest actuele gegevens van de afdeling Operationele Voorbereiding van de Brandweer Midden- en West-Brabant kan worden gesteld dat de aanwezige ondergrondse brandkraan voorziet in de behoefte aan bluswater, zoals is beschreven in de Beleidsregels, ondanks dat er een overschrijding van de voorgeschreven afstand is. Wel attendeert de brandweer de gemeente Etten-Leur erop

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 43 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

dat het aanvoeren van bluswater uit de bluswatervoorziening onder punt 2 in het advies, niet mogelijk is met een standaard brandweervoertuig. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van een groot, middel of klein watertransportsysteem. De opbouw van een dergelijk watertransportsysteem neemt langere tijd in beslag. Opkomsttijd brandweer Er is sprake van nieuw te bouwen woonfuncties, die worden gebouwd onder de werking van het Bouwbesluit 2012. Hiervoor geldt een opkomsttijd van maximaal 12 minuten. Op basis van een theoretische berekening is bepaald dat de brandweer vanuit de dichtstbijzijnde brandweerkazerne in Etten-Leur binnen de geldende opkomsttijd ter plaatse kan zijn. 5.10

Kabels en leidingen

Op of in de directe nabijheid van de locatie, zijn geen transportleidingen dan wel andere belangrijke kabels en leidingen gelegen, welke de realisatie van het bouwplan kunnen belemmeren. De KLIC-melding wordt voor het uitvoeren van de werkzaamheden uitgevoerd om eventuele kabels en leidingen in beeld te brengen tijdens de bouwfase. 5.11

Toetsing besluit milieueffectrapportage

Bij besluit van 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd. De belangrijkste wijziging betreft het meer 'in lijn brengen' van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Dit houdt in dat onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter heeft gekregen. Met dit wijzigingsbesluit is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit behorende C‐ en D‐lijst zijn opgenomen, altijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer) dient bij de bepaling of er voor een bepaalde activiteit een milieueffectbeoordeling en/of rapportage moet worden gemaakt de omvang van de activiteit, de ruimtelijke context en de cumulatie met de omgeving beoordeeld te worden. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om twee extra woningen te bouwen aan de Zundertseweg 38. Er is hier sprake van een activiteit die genoemd is op de D-lijst van het Besluit mer. Op deze lijst is namelijk de aanleg van een stedelijk ontwikkelingsproject genoemd. De omvang van de nieuwe stedelijke ontwikkeling (woningbouw) blijft ruimschoots onder de drempelwaarde van 2000 woningen. Hoewel de drempelwaarde niet wordt overschreden, dient er nagegaan te worden of de activiteit desondanks geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben.

Het gaat dan met name om de kenmerken en de plaats van het project en de potentiële effecten. In deze situatie liggen de te realiseren woningen ruimschoots onder de drempelwaarde van 2000 woningen. Er is geen sprake van een bijzonder gevoelig of kwetsbaar gebied. Ook uit de milieuonderzoeken is hiervan niet gebleken. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Daarom is een mer-beoordeling niet noodzakelijk. Er wordt ook geen milieueffectrapportage opgesteld. Er kan volstaan worden met de reeds uitgevoerde onderzoeken.

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 44 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische aspecten

Inleiding

Het onderhavige bestemmingsplan is, in navolging van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ een gedetailleerd bestemmingsplan. In de regels behorende bij de onderhavige herziening, is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de juridische regelgeving, zoals deze in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en ‘Paraplubestemmingsplan Vergroten inhoudsmaat burgerwoningen Buitengebied’ zijn gehanteerd. Het onderhavig bestemmingsplan wordt middels een zogenoemde ‘postzegelbestemmingsplan’ juridischplanologisch mogelijk gemaakt. In paragraaf 6.2 zal een algemene toelichting van de verbeelding worden gegeven. In paragraaf 6.3 worden de bestemmingen nader omschreven. 6.2

Algemene toelichting verbeelding

De verbeelding is getekend uitgaande van het rapport ‘Digitaal Uitwisselbare Ruimtelijke Plannen’ (DURP) en het rapport ‘Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen’ (SVBP2012). Hierdoor wordt het mogelijk met toevoeging van een codering de plannen digitaal uit te wisselen. De verbeelding is getekend op een kadastrale ondergrond. Op de verbeelding zijn vrijwel alle functies apart bestemd, waardoor het direct mogelijk is om met het bijbehorende renvooi te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied gegeven zijn. In de bijbehorende regels zijn de bestemmingsomschrijving en de bouwregels te vinden. Bestemmingsvlak en bouwvlak Elke bestemming bestaat doorgaans uit een bestemmingsvlak en een bouwvlak. Het bestemmingsvlak geeft aan waar een bepaald gebruik toegestaan is. Het bouwvlak is een gebied op de verbeelding waarvoor de mogelijkheden om te bebouwen in de bestemmingsregels zijn aangegeven. Bouwvlakken worden op de verbeelding doorgaans voorzien van aanduidingen die betrekking hebben op de maatvoering en/of functie. Aanduidingen De letteraanduiding van de bestemmingen zijn ingetekend in het bestemmingsvlak. Nadere specificaties die iets zeggen over het gebruik of bouwmogelijkheden zijn aangegeven door aanduidingen. Als deze specificaties op het hele bestemmingsvlak van toepassing zijn, staan de aanduidingen achter de bestemmingsaanduiding in het bestemmingsvlak.

6.3

Algemene toelichting regels

De regels zijn gebaseerd op het rapport ‘Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen’ (SVBP). Hierin zijn afspraken en aanbevelingen opgenomen met betrekking tot de opbouw en de presentatie van het bestemmingsplan (digitaal en analoog). De bestemmingsplanregels bestaan uit vier hoofdstukken: ▪ Hoofdstuk 1 Inleidende regels; ▪ Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; ▪ Hoofdstuk 3 Algemene regels; ▪ Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 6.3.1

Hoofdstuk 1

inleidende regels

Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen die van toepassing zijn op de regels verklaard. Een en ander voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde begrippen. Artikel 2 Wijze van meten In het artikel 'wijze van meten' is een regeling opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden.

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 45 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

6.3.2

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

Artikel 3 Groen – Houtsingel De voor ‘Groen – Houtsingel aangewezen gronden zijn bestemd voor houtwallen, houtopstanden, en bosschages, behoud, versterking en/ ontwikkeling van de eerdergenoemde natuur- en landschapswaarden. Alsmede bestemd voor bijbehorende duikers, dammen en overkluizingen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Artikel 4 Tuin De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven met bijbehorende voorzieningen, groenvoorzieningen, tuinpaden en in- en uitritten, duikers, dammen en overkluizingen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Artikel 5 Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen. Alsmede voor bijbehorende tuinen, erven en verhardingen, duikers, dammen en overkluizingen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Artikel 6 Waarde – Archeologie 4 De voor ‘Waarde – Archeologie 4’ aangewezen gronden zijn, naast de daarvoor aangewezen andere bestemming(en) mede bestemd voor doeleinden ter bescherming en veiligstelling van de te verwachten archeologische waarden. 6.3.3

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Het artikel 'Anti-dubbeltelregel' bevat bepalingen om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. De redactie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en overeenkomstig opgenomen. Artikel 8 Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden, zoals een regeling voor ondergronds bouwen. Artikel 9 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn een aantal aanvullende gebruiksregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden, zoals een regeling voor ondergronds bouwen. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft hier een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan mogelijk te maken. Artikel 11 Overige regels In dit artikel zijn de overige regels opgenomen. 6.3.4

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 12 Overgangsrecht In de overgangsrechtregel is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. De redactie is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Artikel 13 Slotregel In de slotregel wordt de officiële naam van het plan weergegeven. Onder deze naam kan het bestemmingsplan aangehaald worden.

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 46 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in het omzetten van de bestaande bedrijfswoning aan de Galgepad 4 naar een burgerwoning en het toevoegen van twee Ruimte voor Ruimte-woningen. De bestemming van het plangebied wordt omgezet naar ‘Wonen’. De gemeente Etten-Leur heeft ten behoeve van het voorgestane plan een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer van de gronden. Deze overeenkomst heeft onder andere de strekking dat de gemeente geen enkel risico loopt ten aanzien van de economische uitvoerbaarheid van dit plan. 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1

Inleiding procedure

Planologische procedure Voordat een bestemmingsplan geldig is, volgt de gemeente een procedure. De procedure bestaat uit drie fasen: vooroverleg, ontwerp en vastgesteld plan. In de vooroverlegfase wordt vooroverleg gepleegd met alle betrokken overheden en partijen. Tijdens de ter inzage (6 weken) van het voorontwerp kan eenieder gebruik maken op het recht van inspraak. De ingekomen inspraakreacties worden beantwoord in een inspraakrapportage. De achtereenvolgende fase is de ontwerpfase. Tijdens de ter inzageperiode (6 weken) heeft eenieder het recht om een zienswijze te geven. De zienswijzen worden verwerkt en beantwoord in een zienswijzenrapportage. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Relatie onderhavig bestemmingsplan met eerdere bestemmingsplannen Het onderhavige bestemmingsplan is, in navolging van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’, een gedetailleerd bestemmingsplan. In de regels behorende bij de onderhavige herziening, is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de juridische regelgeving, zoals deze in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ en ‘Paraplubestemmingsplan Vergroten inhoudsmaat burgerwoningen Buitengebied’ zijn gehanteerd. Het onderhavig bestemmingsplan wordt middels een zogenoemde ‘postzegelbestemmingsplan’ juridischplanologisch mogelijk gemaakt. 7.2.2

Omgevingsdialoog

Een omgevingsdialoog is een zorgvuldige afstemming tussen de initiatiefnemer van een (bouw)plan en de omgeving. Met de ‘omgeving’ wordt bedoeld iedereen waarop het plan effect kan hebben, zoals bijvoorbeeld omwonenden, scholen en aangrenzende bedrijven. De omgevingsdialoog is er specifiek op gericht om alle wensen, belangen en bezwaren van de omgeving te kunnen betrekken in het verdere ontwerp van het plan. Doel van de omgevingsdialoog is niet om ‘overeenstemming’ over het plan te verkrijgen. Aanleiding voor het starten van een (omgevings)dialoog is het moment dat een initiatiefnemer een ruimtelijk ontwikkelingsproject wil uitvoeren dat niet past in het geldende bestemmingsplan. Voor het initiatief aan de Zundertseweg 38 en Galgepad 4 is een omgevingsdialoog gehouden. Omwonenden zijn geïnformeerd over de planontwikkelingen. Het communicatie- en participatietraject heeft in het najaar van 2022 plaats gevonden en is uitgevoerd door de initiatiefnemer. De reacties van geïnformeerde betrokkenen waren allen positief. De resultaten van de omgevingsdialoog zijn vastgelegd in een kort verslag en overhandigd aan de gemeente.

De onderdelen die minimaal zijn opgenomen in het verslag zijn: ▪ hoeveel en welke betrokkenen zijn er benaderd; ▪ hoeveel reacties/ opmerkingen/ vragen zijn er ontvangen; ▪ de inhoud van deze reacties/ vragen/ opmerkingen en wat hiermee is gedaan; ▪ of de plannen nog zijn aangepast.

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 47 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De gemeente beoordeelt, aan de hand van het verslag van de omgevingsdialoog en als onderdeel van de procedure, uitsluitend of de omgevingsdialoog zorgvuldig heeft plaatsgevonden. Het volledige verslag van de omgevingsdialoog is aan de gemeente toegestuurd. Wegens privacy redenen wordt het verslag van de omgevingsdialoog niet als bijlage aan het bestemmingsplan toegevoegd. 7.2.3

Vooroverleg

Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening dient de gemeente bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met betrokken waterschappen en diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Het bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg beschikbaar gesteld aan de volgende partners: ▪ Provincie Noord-Brabant; ▪ Waterschap Brabantse Delta; ▪ Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant heeft op 21 september 2022 een advies uitgebracht voor de ontwikkeling aan Zundertseweg 38 en Galgepad 4 te Etten-Leur. Provincie geeft aan dat er voorafgaand aan het ontwerp bestemmingsplan twee bouwtitels aanwezig dienen te zijn. Deze bouwtitels (met de nummers 20170601 en 20170602) zijn reeds aangeschaft en worden separaat bij het ontwerp bestemmingsplan aangeboden. Ten aanzien van de verplichte kwaliteitsverbetering merkt te provincie op dat ten onrechte is uitgegaan van een ontwikkeling in categorie 2 van de regionale afspraken en dat er uitgegaan dient te worden van een categorie 3 ontwikkeling.

Gemeente Etten-Leur heeft in overleg met provincie afgestemd dat voor het omzetten van de bestemming van de bestaande voormalige bedrijfswoning toch uitgegaan kan worden van een categorie 2 ontwikkeling. Er dient nader gemotiveerd te worden waarom de ontwikkeling vergelijkbaar is met een categorie 2 ontwikkeling. Deze nadere onderbouwing is toegevoegd in paragraaf 3.3.3. Kortheidshalve wordt hiernaar verwezen. Het volledige advies van provincie Noord-Brabant is toegevoegd in bijlage 6. Waterschap Brabantse Delta Op 8 september 2022 heeft het Waterschap Brabantse Delta in het kader van het vooroverleg een positief advies uitgebracht op de ontwikkelingen op de planlocatie aangezien de belangrijkste uitgangspunten voor het waterschap naar wens zijn opgenomen. Het advies is in bijlage 6 toegevoegd. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Op 3 oktober 2022 heeft de Veiligheidsregio Midden en West-Brabant een advies uitgebracht voor de locatie Zundertseweg 38 te Etten-Leur. De Veiligheidsregio geeft met betrekking tot de externe veiligheid aan dat het aspect in het bestemmingsplan voldoende is beschreven. Daarnaast geven zij een positief advies op bereikbaarheid, opkomsttijd en bluswatervoorzieningen op de planlocatie. In paragraaf 5.9.4 is het advies van de brandweer verwerkt. Daarnaast is het volledige advies toegevoegd in bijlage 6. 7.2.4

Ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan “Zundertseweg 38 te Etten-Leur‘’ met planidentificatie NL.IMRO.0777.0177ZUNDERTSEWEG38-2001 wordt voor eenieder ter inzage gelegd voor een periode van zes weken in, het Raadshuis van de gemeente Etten-Leur. Daarnaast is het plan digitaal raadpleegbaar via de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl. Belanghebbende (overheid)instanties zijn voorts separaat op de hoogte gebracht van de terinzagelegging. De ter visie legging van het ontwerp bestemmingsplan heeft niet geleid tot schriftelijke zienswijzen. Ook is geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een mondelinge zienswijze te geven. 7.2.5

Vaststelling

Het bestemmingsplan “Zundertseweg 38 te Etten-Leur‘’ met planidentificatie NL.IMRO.0777.0177ZUNDERTSEWEG38-3001 wordt door de gemeenteraad van Etten-Leur vastgesteld en

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 48 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

wordt voor eenieder ter inzage gelegd voor een periode van zes weken in, het Raadshuis van de gemeente Etten-Leur. Daarnaast is het plan digitaal raadpleegbaar via de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl. Belanghebbende (overheid)instanties zijn voorts separaat op de hoogte gebracht van de terinzagelegging.

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 49 van 49

Regels

Bestemmingsplan “Zundertseweg 38 te Etten-Leur” Planstatus: Datum: Plan identificatie:

Vaststelling 2023-01-27 NL.IMRO.0777.0177ZUNDERTSEWEG38-3001

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Regels Bestemmingsplan regels 202330 | 27-01-2023

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Inhoud Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels .................................................................................................................... 4 Begrippen ...................................................................................................................................... 4 Wijze van meten ......................................................................................................................... 17

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels .............................................................................................................. 18 Groen – Houtsingel ..................................................................................................................... 18 Tuin ............................................................................................................................................. 19 Wonen ........................................................................................................................................ 20 Waarde – Archeologie 4.............................................................................................................. 25

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels .................................................................................................................. 27 Antidubbeltelregel ...................................................................................................................... 27 Algemene bouwregels ................................................................................................................ 27 Algemene gebruiksregels ............................................................................................................ 28 Algemene afwijkingsregels ......................................................................................................... 28 Overige regels ............................................................................................................................. 29

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels ...................................................................................................... 30 Overgangsrecht ........................................................................................................................... 30 Slotregel ...................................................................................................................................... 30

Bijlagen 1.

Beplantingsplan Zundertseweg 38 en Galgepad 4 te Etten-Leur

Bestemmingsplan regels 202330 | 27-01-2023

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan "Zundertseweg 38 te Etten-Leur" van de gemeente Etten-Leur; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0777.0177ZUNDERTSEWEG383001 met de bijbehorende regels en bijlagen; 1.3 ondergrond: de informatie die gebruikt is om de geometrische planobjecten te bepalen als vervat in het bestand NL.IMRO.0777.0177ZUNDERTSEWEG38-3001. 1.4 verbeelding: de digitale weergave van het bestemmingsplan ‘Zundertseweg 38 te Etten-Leur’, gewaarmerkt als NL.IMRO.0777.0177ZUNDERTSEWEG38-3001 en elektronisch beschikbaar gesteld op de daarvoor aangewezen landelijke voorziening. 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en / of het bebouwen van deze gronden. 1.6 AAB: Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen. 1.7 aangebouwd: minimaal twee bouwwerken die aan elkaar zijn gebouwd en al dan niet een interne verbinding hebben.

1.8 aan-huis-gebonden-beroep: het uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinning of ontwerp-technisch gebied of hiermee gelijk te stellen dienstverlenende beroepen en ambachtelijke en verzorgende bedrijven, zoals bijvoorbeeld een architect, tandarts, kunstenaar, edelsmid, adviseur en dergelijke. Hieronder worden eveneens kleine ateliers en kleine galeries verstaan. 1.9 aardkundige waarden: waarden van een gebied die vanwege geologische, geomorfologische, bodemkundige en (geo)hydrologische verschijnselen en processen dan wel anderszins vanwege de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van de bodem, van algemeen belang zijn vanuit aardkundig oogpunt. 1.10 afhankelijke woonruimte: een bijgebouw bij een woning dat qua ligging hoort tot het perceel van de woning en waarin uit een oogpunt van mantelzorg een gedeelte van de huishouding gehuisvest is. 1.11 agrarisch bedrijf: een bedrijf gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en / of het houden van dieren. 1.12 agrarische bedrijfswoning: een woning op bij een agrarisch bedrijf behorende grond en uitsluitend dienend voor de huisvesting van een huishouding waarvan de huisvesting ter plaatse, gelet op de agrarische bedrijfsvoering, noodzakelijk is.

Bestemmingsplan regels 202330 | 27-01-2023

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.13 agrarisch hulpgebouw: buiten agrarische bouwvlakken gelegen gebouwen ten behoeve van een agrarisch bedrijf, zoals veldschuren. Tijdelijke menstoegankelijke tunnels vallen hier niet onder. 1.14 ambachtelijk en verzorgend bedrijf: het bedrijfsmatig geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, bewerken, herstellen of installeren van goederen die verband houden met het ambacht. 1.15 archeologisch onderzoek: bureauonderzoek en / of boren en / of graven en / of begeleiden verricht door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een opgravingsvergunning ex artikel 45 van de Monumentenwet en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie. 1.16 archeologische verwachtingswaarde: de kans op aanwezigheid van onbekende archeologische vindplaatsen, zoals die met behulp van locatieanalyse is voorspeld. 1.17 attentiegebied EHS: gebied gelegen rondom en binnen de ecologische hoofdstructuur waar fysieke ingrepen een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding. 1.18 bebouwing: één of meer gebouwen en / of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.19 bed & breakfast: particuliere verstrekking tegen betaling, met een niet bedrijfsmatig karakter, aan derden van uitsluitend logies (met ontbijt) zonder dienstverlening, niet zijnde uitoefening van hotel, pension of ander bedrijf, waarbij het aanbod zich beperkt tot maximaal 4 slaapplaatsen verdeeld over maximaal 2 kamers. 1.20 bedrijfsgebouw: een gebouw dat geschikt is voor bedrijfsmatige activiteiten. Een bedrijfswoning wordt hieronder niet begrepen. 1.21 bedrijfsmatig: in uitoefening van een bedrijf. 1.22 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op dan wel bij een terrein, bestemd voor één huishouden waarvan huisvesting daar, gelet op de bedrijfsvoering, in overeenstemming met de bestemming, noodzakelijk is. 1.23 begane grond: de eerste bouwlaag volledig gelegen boven het peil. 1.24 beplantingsplan: plan, waarin wordt aangegeven hoe de beplanting ingericht en beheerd zal gaan worden. 1.25 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.26 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.27 bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.

Bestemmingsplan regels 202330 | 27-01-2023

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.28 bewoning: het verblijf c.q. gebruik als woonruimte inclusief nachtverblijf, zonder dat elders aantoonbaar over een hoofdverblijf wordt beschikt. 1.29 bijgebouw: een gebouw, vrijstaand, aangebouwd dan wel inpandig, ten dienste van een groter genot van het hoofdgebouw, zoals een garage, schuurtje en berging. 1.30 boog- en tunnelkassen: al dan niet verplaatsbare constructies geheel of gedeeltelijk overtrokken met en / of omsloten door lichtdoorlatend materiaal, ten behoeve van de teelt van tuinbouwgewassen, fruit of sierteelt. 1.31 bosbouw: een complex van activiteiten die zich richten op de ontwikkeling en instandhouding van de levensgemeenschap bos ten behoeve van de volgende doeleinden: houtteelt, natuur, landschap en dagrecreatie. 1.32 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.33 bouwen, ondergronds-: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een bouwwerk onder het ter plaatse vastgestelde peil. 1.34 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd.

1.35 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan. 1.36 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, verhardingen en andere permanente voorzieningen zijn toegelaten. 1.37 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct steun vindt in of op de grond. 1.38 cultuurhistorische waarden: waarden van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden. 1.39 cultuurhistorisch waardevolle bebouwing: karakteristieke bebouwing aangewezen gemeentelijke monumenten en / of rijksmonumenten. 1.40 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden van goederen, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en / of leveren van goederen aan personen die de goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

Bestemmingsplan regels 202330 | 27-01-2023

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.41 duurzame locatie: bestaand agrarisch bouwvlak met een zodanige ligging dat het zowel vanuit milieuoogpunt (ammoniak, stank en dergelijke) als vanuit ruimtelijk oogpunt (natuur, landschap en dergelijke) verantwoord is om het ter plaatse uit te breiden. 1.42 ecologische hoofdstructuur: samenhangend netwerk van natuurgebieden van nationaal en internationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, bestaande uit de meest waardevolle natuuren bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. 1.43 ecologische waarden en kenmerken: aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde. 1.44 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. 1.45 evenement: een georganiseerde publieke gebeurtenis in de vorm van een voor het betreffende publiek toegankelijke verrichting van vermaak in de vorm van sport, spel, cultuur, tradities en dergelijke.

1.46 extensief recreatief medegebruik: extensieve vormen van dagrecreatie die ondergeschikt zijn aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, die een kortstondig karakter hebben en in de openlucht plaatsvinden, zoals wandelen, fietsen, paardrijden, kanoën. 1.47 functie: doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en / of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan. 1.48 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.49 geiten- en / of schapenhouderij: agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die gericht is op het houden van schapen en / of geiten. 1.50 geluidhinder: gevaar, schade of hinder, als gevolg van geluid. 1.51 geluidsgevoelige functies: geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en / of het Besluit geluidhinder spoorwegen. 1.52 geluidsgevoelige objecten: gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en / of het Besluit geluidhinder spoorwegen.

1.53 geluidzone - industrie: een op grond van de Wet geluidhinder in het bestemmingsplan vastgelegd gebied rond een industrieterrein waarbuiten de geluidsbelasting veroorzaakt door dat industrieterrein niet meer bedraagt dan 50 dB(A).

Bestemmingsplan regels 202330 | 27-01-2023

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.54 geluidszoneringsplichtige inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van een vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld. 1.55 geometrische plaatsbepaling: locatie van een ruimtelijk object, vastgelegd in een ruimtelijk referentiesysteem. 1.56 gevelvlak: een (denkbeeldig) vlak, gesloten dan wel open, aan de buitenzijde van een bouwwerk dat de contouren van een bouwwerk aangeeft en waarbinnen de constructieve delen liggen. 1.57 glastuinbouwbedrijf: agrarisch bedrijf gericht op het telen van gewassen waarbij de bedrijfsvoering geheel of in overwegende mate in kassen plaatsvindt. 1.58 groenblauwe mantel: gebieden die overwegend grenzen aan de ecologische hoofdstructuur, de ecologische verbindingszone of het zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen en deze verbinden, zijnde gebieden met overwegend grondgebonden agrarisch gebruik en belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. 1.59 groepsaccommodatie: als zodanig aangeduid gedeelte van een (voormalig) agrarisch bedrijf, waarbij een of meerdere gebouwen geheel of gedeeltelijk zijn ingericht om daarin gelegenheid te geven tot recreatief nachtverblijf.

1.60 grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Grondgebonden bedrijven zijn in ieder geval: akkerbouw-, fruitteelt- en vollegrondstuinbouwbedrijven en boomteeltbedrijven, waarvan de bomen rechtstreeks in de grond zijn geplant. 1.61 grondgebonden veehouderij: een agrarisch bedrijf dat gericht is op het houden van dieren en op de huiskavel en in de directe omgeving voldoende areaal grond ter beschikking heeft voor de ruwvoederproductie en / of weidegang, waarbij de grondgebondenheid van het bedrijf door de ondernemer dient te worden onderbouwd. 1.62 groothandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en / of leveren van goederen aan wederverkopers, dan wel aan bedrijven, instellingen of personen tot aanwending in een andere bedrijfsactiviteit. 1.63 herbouw: herbouw van de bestaande bebouwing waarbij sprake is van herbouw op exact dezelfde locatie en met exact dezelfde buitenwerkse maatvoeringen als de bestaande bebouwing.

1.64 hogere grenswaarde: een bij het bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en / of het Besluit geluidhinder spoorwegen. 1.65 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een bouwperceel en, indien meer gebouwen op het bouwperceel aanwezig zijn, gelet op de bestemming het belangrijkst is. 1.66 hoofdverblijf: de woning waar:

Bestemmingsplan regels 202330 | 27-01-2023

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

▪ ▪ ▪

naar redelijke verwachting gedurende een half jaar de meeste malen door een huishouden overnacht wordt, en als het centrum van de sociale en maatschappelijke activiteiten van dat huishouden aan te merken is, en waar dat huishouden staat ingeschreven in de GBA.

1.67 horeca / horecabedrijf: een bedrijf dat is gericht op het bedrijfsmatig verstrekken van dranken of etenswaren voor gebruik ter plaatse, het bedrijfsmatig bieden van vermaaks- of wellnessfaciliteiten of het bedrijfsmatig bieden van congres- of vergaderfaciliteiten, één en ander al dan niet in combinatie met elkaar. Discotheken en het bieden van nachtverblijf worden hieronder niet begrepen. 1.68 houtteelt: de bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend de functie houtproductie op gronden die in principe hiervoor tijdelijk worden gebruikt en waarvoor daartoe een vrijstelling is verleend. 1.69 hoveniersbedrijf: een bedrijf, geen tuincentrum zijnde, dat gericht is op het kweken van planten, bomen en graszoden, de aanleg en het onderhoud van tuinen, parken en plantsoenen alsmede de levering van producten daartoe. 1.70 huishouden/ huishouding: de samenlevingsvorm van één gezin, waaronder mede wordt begrepen: ▪ de inwoning, al dan niet bij wijze van mantelzorg; ▪ een met een gezin gelijk te stellen samenlevingsverband. Een éénpersoonshuishouden wordt hieronder ook begrepen. 1.71 huisverkoop: detailhandel in de vorm van verkoop van eigen agrarische producten dan wel streekgebonden agrarische producten uit eigen streek en rechtstreeks daarvan afgeleide ambachtelijke producten.

1.72 informatieve en / of educatieve activiteiten: informatieve en / of educatieve activiteiten zoals rondleidingen en excursies, in relatie tot het bedrijf en / of de omgeving, als ondergeschikt, niet zelfstandig onderdeel van de bedrijfsactiviteiten. 1.73 inrichting: elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht. 1.74 inrichting, Bevi-: een inrichting die valt onder het regime van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.75 installatie: één of een aantal bij elkaar behorende technische en / of mechanische hulpmiddelen zoals bijvoorbeeld een hijsinstallatie, antenne-installatie, waterzuiveringsinstallatie en dergelijke. 1.76 intensieve veehouderij: agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten-, of schapenhouderij, of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden melkrundveehouderij. 1.77 kampeermiddel: een tent, tentwagen, kampeerauto, caravan of enig ander onderkomen of verblijf, geen bouwwerk zijnde, dat geschikt is voor tijdelijk recreatief nachtverblijf.

Bestemmingsplan regels 202330 | 27-01-2023

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.78 kas: agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 m. 1.79 kernrandzone: een overgangszone tussen de bebouwde kom en het buitengebied met daarin relatief veel bebouwing op korte afstand van elkaar en met een ondergeschikte en / of afnemende agrarische functie. 1.80 kleinschalig kamperen: kleinschalig recreatief nachtverblijf op gronden met een andere hoofdfunctie, met gebruikmaking van kampeermiddelen tot een in de regels aangegeven maximum aantal standplaatsen. 1.81 kwetsbare soorten: flora en / of fauna die zeer gevoelig is voor verstoring door menselijke activiteiten. 1.82 landschappelijke waarden en kenmerken: gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten. 1.83 landschapselementen: ecologische en / of landschappelijke waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2 ha zonder een agrarische productiefunctie.

1.84 loon- en grondwerkbedrijf: een bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten waarbij gemechaniseerd loon- en grondwerk ten behoeve van land-, tuin-, bos- of natuurbouw wordt verricht. 1.85 maaiveld: de bovenkant van het terrein dat een bouwwerk omgeeft. 1.86 manege: een bedrijf dat op eigen terrein binnen en / of buiten een gebouw gelegenheid geeft tot het beoefenen van de paardensport, het recreatief laten berijden van paarden en pony's en het lesgeven / gelegenheid geven tot paardrijlessen, al dan niet met mogelijkheden voor verblijf en verzorging van de paarden en pony's. 1.87 mantelzorg: zorg, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt gegeven aan een hulpbehoevende door één of meerdere leden van diens directe omgeving, waarbij de zorgverlening voortvloeit uit de sociale relatie. Het gaat om zorg die meer is dan in een persoonlijke relatie gebruikelijk is. 1.88 mestbewerking: behandeling van dierlijke mest zonder noemenswaardige veranderingen aan het product teweeg te brengen. 1.89 mestverwerking: het behandelen van dierlijke mest door het toepassen van basistechnieken of combinaties daarvan, met als doel de aard, de samenstelling of de hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen. 1.90 milieuhygiënisch inpasbaar: ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van milieuaspecten c.q.

belasting van het milieu, zoals hinder voor omwonenden en verkeersaantrekkende werking, niet gewenst is, dient o.a. rekening te worden gehouden met: ▪ de toegelaten gebruiksmogelijkheden in de bestemmingen; ▪ de regels, voortvloeiend uit wettelijke bepalingen.

Bestemmingsplan regels 202330 | 27-01-2023

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.91 molenbiotoop: de omgeving van een molen die van belang is voor een goede windvang. 1.92 monumentencommissie: de op basis van artikel 15 Monumentenwet 1988 ingestelde commissie met als taak het college van burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Erfgoedverordening Etten-Leur en het monumentenbeleid. 1.93 Natuurbeschermingswet: de Wet van 25 mei 1998, houdende nieuwe regelen ter bescherming van natuur en landschap (Natuurbeschermingswet 1998) dan wel de wet- en / of regelgeving die daarvoor in de plaats treedt. 1.94 natuurwaarden: waarden in verband met de aanwezigheid van of potentiële mogelijkheden voor bijzondere planten, dieren en leefgemeenschappen in onderlinge samenhang en in samenhang met hun leefomgeving (biotoop) en welke verband houden met zaken als verscheidenheid, zeldzaamheid, natuurlijkheid, ongestoordheid en kenmerkend voor het gebied. 1.95 niet - grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf, niet zijnde een intensieve veehouderij of glastuinbouwbedrijf, met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt.

1.96 nieuwvestiging: projectie van een al dan niet gekoppeld agrarisch bouwvlak op een locatie die volgens het ter plaatse geldende bestemmingsplan niet is voorzien van een zelfstandig bouwvlak. 1.97 omschakeling: geheel of gedeeltelijk overstappen van de ene agrarische bedrijfsvorm naar de andere agrarische bedrijfsvorm dan wel het overstappen van een niet-agrarisch gebruik naar een agrarische bedrijfsvorm. 1.98 ondergeschikte functie: gebruik dat in planologisch opzicht ondergeschikt en ondersteunend is aan en / of beperkt aanvullend is op de hoofdfunctie. 1.99 (normaal) onderhoud, gebruik en beheer: het in zodanige conditie houden of brengen van objecten dat het voortbestaan van deze objecten op ten minste het bestaande en / of voorgeschreven kwaliteitsniveau wordt gewaarborgd en de detaillering, profilering en vormgeving gelijk blijft en / of aan de voorgeschreven eisen blijft voldoen. 1.100 onderkomen: voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, kampeerauto's, als ook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van recreatief buitenverblijf voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken.

1.101 ondersteunende horeca: horeca die wordt aangeboden binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men uitsluitend ter ondersteuning van en gerelateerd en ondergeschikt aan de hoofd- of nevenfunctie een ruimte gebruikt dan wel specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren, niet bedoeld voor feesten en partijen. Sanitaire en keukenvoorzieningen zijn als onderdeel van de ondersteunende horeca toegestaan. 1.102 onevenredige aantasting: de situatie dat een ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een afbreuk van bestaande ruimtelijke belangen en waarden, die redelijkerwijs niet in verhouding staat tot de ruimtelijke belangen en waarden van de ontwikkeling.

Bestemmingsplan regels 202330 | 27-01-2023

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.103 openheid: landschappelijke waarde die wordt gekenmerkt door een landschap met een bepaalde openheid. 1.104 overkapping: een dakconstructie in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 1.105 paardenbak: een onoverdekte voorziening bedoeld voor het berijden, africhten en laten bewegen van paarden. 1.106 paardenhouderij: het bedrijfsmatig voortbrengen, opfokken, africhten, trainen, verhandelen, houden en / of stallen van paarden en pony's, niet zijnde een manege. 1.107 prostituee: degene (v/m) die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling. 1.108 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling. 1.109 recreatief agrarisch natuurbedrijf: een agrarisch verwant bedrijf met zorg- , educatie- en kleinschalige of nader aangeduide recreatievoorzieningen, waarbij de agrarische uitstraling in stand wordt gehouden en behoud en versterking van de aanwezige en potentiële natuur- en landschapswaarden deel uit maken van de bedrijfsvoering. 1.110 recreatief verblijf: het gebruik van een gebouw of ander onderkomen als woonruimte ten behoeve van niet permanent verblijf met een recreatieve bedoeling. 1.111 recreatiewoning: woning of enig ander verblijf, een bouwwerk zijnde, dat blijkens de inrichting geschikt is voor tijdelijk recreatief verblijf.

1.112 referentiedatum: de datum waarop het betreffende Natura 2000-gebied als zodanig is aangewezen, tenzij bij, krachtens of ingevolge de Natuurbeschermingswet een andere datum wordt voorgeschreven. In het laatste geval geldt de daar voorgeschreven datum. 1.113 regionaal waterbergingsgebied: gebied dat noodzakelijk is om wateroverlast uit regionale watersystemen tegen te gaan. 1.114 ruimtelijke kwaliteit: de kwaliteit van de ruimte (woon-, werk- en leefomgeving) als bepaald door de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde van die ruimte, deze kwaliteit wordt bepaald door expliciete aandacht voor de ruimtelijk-functionele kwaliteit, de stedenbouwkundige kwaliteit, de beeldkwaliteit, de architectonische kwaliteit, de landschappelijke kwaliteit en de cultuurhistorische kwaliteit van objecten en terreinen, mede in relatie tot het streekeigen karakter van de directe omgeving. 1.115 seksinrichting: een bedrijf met een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar.

Bestemmingsplan regels 202330 | 27-01-2023

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.116 speelvoorziening: voorziening ter stimulering van het klim-, klauter- en balanceergedrag van kinderen, al dan niet functionerend met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens, zoals hangnetten, schommels, glijbanen, speelforten en dergelijke. 1.117 spoorweg: spoorweg als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet, voor zover deze is aangegeven op een bij of krachtens deze wet vastgestelde kaart. 1.118 statische binnenopslag: binnenopslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven, niet bestemd zijn voor handel en niet worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto’s, boten, caravans, campers en dergelijke. 1.119 teeltondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een (grondgebonden) open- of vollegronds tuinbouwbedrijf(stak), boom- of vaste plantenteeltbedrijf(stak). 1.120 teeltondersteunende kas: een teeltondersteunende voorziening, bestaande uit een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal of permanente tunnel- of boogkassen (> 1,5 m) en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=72cb7f97-cde8-4e5d-b85e-080a155ec4f8