CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Bestemmingsplan Zundertseweg 38 (vastgesteld-concept)

Raad debatteert 13 maart 2023, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Zundertseweg 3834.693 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Toelichting

Bestemmingsplan “Zundertseweg 38 te Etten-Leur” Planstatus: Datum: Plan identificatie:

Vaststelling 2023-01-27 NL.IMRO.0777.0177ZUNDERTSEWEG38-3001

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Colofon

Titel:

Bestemmingsplan “Zundertseweg 38 te Etten-Leur”

Ontwerp: Molenzicht 2 4881 BW ZUNDERT Tel: 076-5990340 www.schoenmakersadvies.nl Projectnummer:

202330

Rapportnummer:

202330.01

Datum:

27 januari 2023

Status:

Vaststelling

Ontwerp:

29 november 2022

Definitief:

p.m.

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 2 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Toelichting Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 3 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding .........................................................................................................................................5 1.1 Aanleiding en doel .......................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging en begrenzing plangebied .................................................................................................................. 6 1.3 Vigerend bestemmingsplan ............................................................................................................................ 6 1.4 Planvorm ........................................................................................................................................................ 6 1.5 Leeswijzer ....................................................................................................................................................... 7 Hoofdstuk 2 De huidige situatie .........................................................................................................................8 2.1 Ruimtelijke structuur ......................................................................................................................................

8 2.2 Verkeer en parkeren....................................................................................................................................... 8 2.3 Groen- en waterstructuur .............................................................................................................................. 8 2.4 Functionele structuur ..................................................................................................................................... 8 2.5 Bestaande situatie planlocatie ....................................................................................................................... 9 Hoofdstuk 3 Planuitgangspunten .....................................................................................................................11 3.1 Het initiatief.................................................................................................................................................. 11 3.2 Beeldkwaliteit ............................................................................................................................................... 12 3.3 Functionele structuur ...................................................................................................................................

13 Hoofdstuk 4 Beleidskader ................................................................................................................................16 4.1 Algemeen ..................................................................................................................................................... 16 4.2 Europees- en rijksbeleid ............................................................................................................................... 16 4.3 Provinciaal beleid ......................................................................................................................................... 18 4.4 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................................... 25 Hoofdstuk 5 Milieu- en overige aspecten ........................................................................................................28 5.1 Algemeen ..................................................................................................................................................... 28 5.2 Cultuurhistorie en archeologie .....................................................................................................................

28 5.3 Wegverkeerslawaai ...................................................................................................................................... 30 5.4 Hinder en bedrijven ...................................................................................................................................... 31 5.5 Bodem .......................................................................................................................................................... 36 5.6 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................................... 37 5.7 Water............................................................................................................................................................ 38 5.8 Ecologie ........................................................................................................................................................ 40 5.9 Externe Veiligheid......................................................................................................................................... 42 5.10 Kabels en leidingen .......................................................................................................................................

44 5.11 Toetsing besluit milieueffectrapportage ...................................................................................................... 44 Hoofdstuk 6 Juridische aspecten ......................................................................................................................45 6.1 Inleiding ........................................................................................................................................................ 45 6.2 Algemene toelichting verbeelding................................................................................................................ 45 6.3 Algemene toelichting regels ......................................................................................................................... 45 Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid ...........................................................................................................................47 7.1 Economische uitvoerbaarheid ...................................................................................................................... 47 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................................... 47

Afzonderlijke bijlagen: 1. Akoestisch onderzoek, Kraaij Akoestisch Adviesbureau, rapportnummer VL.2174.R01, d.d. 14 december 2021 2. Verkennend Bodemonderzoek, Moerdijk Bodemsanering B.V., rapportnummer 2410.90.211.r1, d.d. 21 december 2021 3. Ecologische QuickScan, Brabant Eco, rapportnummer 2022-BE-0283, 21 april 2022 4. Standaardadvies 2020 Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant 5. Aanvullend ecologisch onderzoek huismussen en vleermuizen, Brabant Eco, rapportnummer 2022-BE-0311, 27 september 2022 6. Vooroverlegreacties Provincie Noord-Brabant, Waterschap Brabantse Delta, Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 4 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De locatie Zundertseweg 38 betreft een voormalige horecalocatie. Tot een aantal jaren geleden was op deze locatie Café en zaal de Sportvriend gevestigd. De locatie heeft daarna enkele jaren te koop gestaan, tot in april 2020 de locatie getroffen werd door een grote brand in een van de bedrijfsgebouwen (de grote zaal). Initiatiefnemers hebben nu besloten de voormalige horecalocatie te her ontwikkelen met een duurzame invulling. De bedrijfsbebouwing is gevestigd aan de Zundertseweg 38, de voormalige bedrijfswoning heeft het adres Galgepad 4, tezamen omvatten de bedrijfsgebouwen en de bedrijfswoning het totale plangebied. Het voornemen op de planlocatie betreft het omzetten van de voormalige bedrijfswoning naar een burgerwoning. Daarnaast is het voornemen om ter plaatse van de voormalige bedrijfsbebouwing twee Ruimte voor Ruimte-woningen op te richten. De planlocatie heeft in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van gemeente Etten-Leur, de bestemming ‘Horeca’ met een bijbehorend bouwvlak. Daarnaast is ter plaatse van een van de bedrijfsgebouwen (het voormalige café) de functieaanduiding ‘kamerverhuur’ aanwezig. Het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ staat de gewenste ruimtelijke ontwikkeling op de planlocatie niet rechtstreeks toe. Voor het initiatief is een principeverzoek ingediend bij gemeente Etten-Leur, voor een verzoek tot medewerking aan het initiatief.

In augustus 2021 is bovenstaande initiatief door het college van burgemeester en wethouders behandeld in de collegevergadering. In deze vergadering is besloten in principe medewerking te willen verlenen aan het verzoek voor de herontwikkeling van het voormalige horecabedrijf aan de Zundertseweg 38. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te kunnen maken is gekozen voor een bestemmingsplanprocedure ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, waarmee het ter plaatse vigerende bestemmingsplan wordt herzien. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch kader.

Figuur 1: Luchtfoto planlocatie Zundertseweg 38

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 5 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

De planlocatie Zundertseweg 38 en Galgepad 4 is gelegen in het buitengebied van Etten-Leur. De Zundertseweg is van oudsher een lokale verbindingsweg in het buitengebied welke de kernen Klein Zundert en Etten-Leur met elkaar verbindt. Ten noorden van de planlocatie wordt de Zundertseweg onderbroken door de rijksweg A58. De planlocatie is gelegen ten Zuiden van de kern Etten-Leur. De gemeente Etten-Leur is gelegen in de provincie Noord-Brabant. Het perceel is bij de gemeente kadastraal bekend onder de kadastrale gemeente ETN, sectie Q, onder de nummers 2503 en 2504.

Figuur 2: Topografisch kaart met daarop de locatie aangemerkt

1.3

Vigerend bestemmingsplan

De planlocatie Zundertseweg 38 en Galgepad 4 ligt binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Etten-Leur op 30 september 2013. Daarnaast gelden de planregels van het ‘Paraplubestemmingsplan Vergroten inhoudsmaat burgerwoningen Buitengebied’. Dit paraplubestemmingsplan is vastgesteld op 27 mei 2019. 1.4

Planvorm

Het bestemmingsplan ‘Zundertseweg 38 te Etten-Leur’ is vervat in een verbeelding, regels en gaat vergezeld met een toelichting. Verbeelding Op de verbeelding, met het nummer NL.IMRO.0777.0177ZUNDERTSEWEG38-3001, zijn onder meer de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven met bijbehorende verklaringen, het zogenaamde renvooi. De verbeelding legt de verbinding tussen de bestemmingen die op de kaart aanwezig zijn aangegeven en de regels. De kaart is getekend op schaal 1:500. Regels De regels bevatten juridische regeling betreffende het gebruik en de bebouwingsmogelijkheden van de gronden die in het plan zijn inbegrepen. De regels zijn ingedeeld in 4 hoofdstukken: inleidende regels,

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 6 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

bestemmingsregels, algemene regels en overgang- en slotregels. De regels worden conform landelijke richtlijnen SVBP2012 en IMRO2012 toegepast en het gemeentelijk handboek. Toelichting In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van de in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichtte onderzoeken opgenomen. Daarnaast dient een rapportering van de inspraak en de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 van het Bro bedoelde overleg, deel uitmaken van de toelichting. 1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de bestaande situatie van het project. De toekomstige situatie wordt in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 van de onderbouwing wordt het vigerende beleid op Europees, Rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau beschreven dat voor de ontwikkeling van het plangebied relevant is. De relevante (milieu)aspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Hierbij worden onder andere de gevolgen van de ontwikkeling op het gebied van geluid, bodemgesteldheid, milieuzonering, luchtkwaliteit, externe veiligheid en ecologie beschreven. In hoofdstuk 6 komen de juridische aspecten aan bod. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 de uitvoerbaarheid beschreven.

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 7 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 2 2.1

De huidige situatie

Ruimtelijke structuur

De planlocatie is gelegen tegen de bebouwde kom ten zuiden van Etten-Leur met alleen de Rijksweg A58 als barrière. Door de nabijgelegen fietsbrug over de A58 is de bebouwde kom gemakkelijk te bereiken. De omgeving van de planlocatie bestaat uit een landschap waarbij agrarische gronden, groenelementen en bebouwing elkaar veelvuldig aflossen. De locatie ligt binnen een bebouwingscluster tussen de Zundertseweg en Hogeweg, waarbij burgerwoningen elkaar afwisselen met recreatie en agrarische bedrijfslocaties. Vanaf de weg zijn het vooral de woningen en tuinen, en de groenelementen die het beeld bepalen. 2.2

Verkeer en parkeren

Het plangebied is gelegen aan de Zundertseweg en Galgepad. De Zundertseweg betreft een gemeentelijke weg tussen Etten-Leur en Klein Zundert. De Zundertseweg ontsluit het de voormalige horecalocatie, de bedrijfswoning wordt ontsloten aan de Galgepad. Het parkeren aan de locatie Zundertseweg 38 en Galgepad 4 vindt op eigen terrein plaats. 2.3

Groen- en waterstructuur

Het plangebied ligt in het buitengebied ten zuiden van de kern Etten-Leur. Het buitengebied van Etten-Leur bestaat hier uit Zandlandschap wat zich kenmerkt door zijn halfopen karakter met elementen die bestaan uit bomenrijen, (struweel)hagen en klein bosjes. Ook uit de historische kaarten blijkt dat het landschap in de omgeving van het plangebied uit cultuurgronden met kleine bosjes en hagen bestond. De planlocatie ligt in een gebied waar de cultuurgronden domineren en bestaat uit agrarische percelen met summiere beplanting. De meeste beplanting is terug te vinden rondom de erven. In de nabije omgeving van de planlocatie zijn enkele categorie B waterlopen gelegen. Op enige afstand is aan de noordzijde van de planlocatie een categorie A waterloop gelegen. 2.4

Functionele structuur

Figuur 3: Functiekaart

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 8 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

2.4.1

Wonen

In de directe omgeving van de planlocatie zijn zowel (agrarische)bedrijfswoningen als diverse burgerwoningen te vinden. Hoofdzakelijk zijn de woningen vrijstaand gesitueerd met daarbij een bijbehorend bijgebouw. 2.4.2

Maatschappelijke voorzieningen sport en recreatie

In de directe omgeving van de planlocatie, zowel direct grenzend aan de planlocatie als aan de noordzijde van de A58 zijn diverse recreatieve- en sportvoorzieningen aanwezig. Aan de overzijde van het Galgepad is een tennisclub en een veld voor paardensport aanwezig. Overige maatschappelijke voorzieningen bevinden zich in en rondom de kern van Etten-Leur. 2.4.3

Bedrijven, kantoren, horeca en detailhandel

De bedrijven die zich rondom de planlocatie bevinden zijn voornamelijk agrarische bedrijven (geen veehouderij zijnde), deze zijn gelegen op enige afstand van de planlocatie. In de directe omgeving komt geen detailhandel of horeca voor. De dichtstbijzijnde detailhandel- en horecabedrijven zijn in de kern van Etten-Leur gevestigd. In figuur 3 zijn de functies in kaart gebracht. 2.5

Bestaande situatie planlocatie

De locatie Zundertseweg 38 en Galgepad 4 ligt in het buitengebied van Etten-Leur. De locatie heeft momenteel de bestemming ‘Horeca’ met een bouwvlak van circa 1.942 m². De voormalige horecalocatie bestaat uit een bedrijfswoning gelegen aan de Galgepad, een voormalig café met daarbij de mogelijkheid tot kamerverhuur met een oppervlakte van circa 200 m² en een bedrijfsgebouw van circa 190 m². De voormalige zaal, welke in 2020 door brand is verwoest, is om veiligheidsredenen reeds gesaneerd. Deze zaal had een oppervlakte van circa 380 m². In figuur 4 zijn enkele beelden weergegeven van de huidige planlocatie, daarnaast ook een beeld van net voor de brand. Figuur 5 geeft een schematisch overzicht van de planlocatie weer.

Figuur 4: Foto's planlocatie

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 9 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 5: Overzicht bestaande situatie Zundertseweg 38/ Galgepad 4

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 10 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 3 3.1

Planuitgangspunten

Het initiatief

Het voornemen is om de locatie Zundertseweg 38 en Galgepad 4 een duurzame herbestemming te geven. De voormalige bedrijfsbebouwing is gevestigd aan de Zundertseweg 38, de voormalige bedrijfswoning heeft het adres Galgepad 4, tezamen omvatten de bedrijfsgebouwen en de bedrijfswoning het totale plangebied. Het voornemen is de voormalige bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning met de bijpassende bestemming ‘Wonen’. Daarnaast is het voornemen de voormalige bedrijfsgebouwen (café en kamerverhuur, grote zaal en overig bedrijfsgebouw) volledig te saneren. Op het vrijgekomen terrein is het initiatief om twee Ruimte voor Ruimte-woningen te realiseren.

Figuur 6: Schematisch overzicht te slopen bedrijfsgebouwen Zundertseweg 38

Het voorgesteld initiatief sluit in korrelgrootte aan op de bebouwing die binnen het bebouwingscluster aan de Zundertseweg/Hogeweg aanwezig is. Het handhaven van een maximale inhoud van 750 m³ per woning (hoofdgebouw) is hierbij conform de gestelde voorwaarde uit het ‘Paraplubestemmingsplan Vergroten inhoudsmaat burgerwoningen Buitengebied’. De goot- en bouwhoogte mag maximaal respectievelijk 6 en 10 meter bedragen. De gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bijgebouwen mag per woning maximaal 200 m² bedragen. Bijbehorende bijgebouwen kunnen zowel vrijstaand als aangebouwd zijn. De goot- en bouwhoogte mag respectievelijk maximaal 3,25 meter en 5,5 meter bedragen. De woningen worden op minimaal 15 meter van het hart van de weg gesitueerd. De Ruimte voor Ruimte-woningen dienen daarnaast minimaal 5 meter uit de zijdelingse perceelsgrens te worden gebouwd. In figuur 6 is een schematisch overzicht weergegeven van de bedrijfsgebouwen welke gesloopt of reeds om veiligheidsredenen gesloopt zijn. In figuur 7 is een schematisch overzicht van de toekomstige situatie weergegeven met de bestaande woning en de twee nieuwe Ruimte voor Ruimte-woningen.

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 11 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 7: Schetsmatig overzicht nieuwe situatie Zundertseweg 38 en Galgepad 4

3.2

Beeldkwaliteit

Figuur 8: Referentie- kleur en materialen architectuur

De gemeente acht zich medeverantwoordelijk voor de zorg voor de kwaliteit van de gebouwde omgeving. Aandacht voor beeldkwaliteit wordt dan ook bij de uitwerking van dit bestemmingsplan van wezenlijk belang geacht. In algemene termen betreft de beeldkwaliteit alle aspecten, welke van invloed zijn op de voorstelbaarheid en beleving van de ruimtelijke omgeving.

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 12 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

De planlocatie Zundertseweg 38 en Galgepad 4 ligt in een landelijke omgeving. Uitgangspunt voor het ontwerp van de Ruimte voor ruimte-woningen is het realiseren van een woning die in het landschap en in de nabije omgeving past. Voor de beeldkwaliteit van de woning is het materiaalgebruik en kleurstelling belangrijk. Zowel de kleur als het materiaal dient in de omgeving te passen. De kleuren en materialen dienen te bestaan uit traditionele materialen en geen afwijkende kleuren. Hierboven zijn een aantal materialen getoond die passend zijn in het gebied. 3.3

Functionele structuur

3.3.1

Bestemmingsplankaart

Naar aanleiding van de voorgestane ontwikkelingen op de planlocatie Zundertseweg 38 en Galgepad 4 dient de bestemming gewijzigd te worden. De huidige bestemming ‘Horeca’ met bouwvlak en functieaanduiding ‘kamerverhuur’ wordt gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’ en ‘Groen – Houtsingel’. De bestemming ‘Horeca’ heeft een totale oppervlakte van circa 5.758 m², dit betreft tevens het totale plangebied. Het plangebied wordt opgedeeld in een bestemmingsvlak ‘Wonen’ van circa 1.563 m² ter plaatse van de bestaande bedrijfswoning, en één bestemmingsvlak ‘Wonen’ van circa 2.840 m² ter plaatse van de te realiseren Ruimte voor Ruimte-woningen. Dit bestemmingsvlak krijgt tevens de maatvoering aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden – 2’. De overige gronden binnen het plangebied krijgen de bestemming ‘Tuin’ en ‘Groen – Houtsingel’. Op de planverbeelding wordt ten behoeve van de verplichte landschappelijke inpassing de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaarde landschappelijke inpassing’ opgenomen. Hierdoor wordt de aanleg, beheer en behoud van de groenelementen gewaarborgd. 3.3.2

Verkeer en parkeren

Verkeer De voormalige bedrijfswoning wordt ontsloten aan de Galgepad. Deze ontsluiting verandert niet door de omzetting naar een burgerwoning. Het voormalige horecabedrijf heeft een brede ontsluiting aan de Zundertseweg. De twee nieuwe Ruimte voor Ruimte-woningen zullen worden ontsloten aan de Zundertseweg. Ten tijde van de vergunningaanvraag voor bouwen zal bekeken worden of gebruik gemaakt kan worden van de bestaande inrit of dat een vergunning aangevraagd moet worden voor het verleggen van/- aanleggen van een inrit. Hierbij zal rekening gehouden worden met de bestaande bomen aan de Zundertseweg. Uitgangspunt is om deze bomen te behouden. Parkeren Voor de beoogde ontwikkeling wordt voor de berekening van de parkeerbehoefte uitgegaan van de door de gemeente gehanteerde parkeernormen. De parkeernorm is berekend op basis van kencijfers uit CROWpublicatie 381 ('Toekomstbestendig parkeren, Van parkeerkencijfers naar parkeernormen'). Ten aanzien van het parkeren worden de parkeernormen gehanteerd die gelden voor woningen ‘koop, vrijstaand – niet stedelijk’. Onderstaand de parkeernorm op basis van kencijfers uit CROW-publicatie 381. Tabel 1: Parkeernorm 'CROW-publicatie 381' Functie Niet stedelijk (buitengebied)

Bezoek/minimaal openbaar karakter (zit in norm)

Eenheid

Woning, koop, vrijstaand

0.3 per wo

Per woning

Min. 2,0 – max 2,8

Op de planlocatie wordt de voormalige bedrijfswoning omgezet naar een burgerwoning, daarnaast worden op het voormalige horecaterrein twee Ruimte voor Ruimte-woningen gerealiseerd. Op basis van de parkeernorm dient er per woning uitgegaan te worden van een parkeernorm van min. 2,0 en max. 2,8 parkeerplaatsen per woning. Binnen het plangebied dienen er minimaal 8,4 parkeerplaatsen (= 9 parkeerplaatsen) te worden voorzien op eigen terrein. Dit houdt in dat er per woning minimaal 3 parkeerplaatsen beschikbaar dienen te zijn. Het is verplicht om op de planlocatie per woning voldoende ruimte op eigen terrein beschikbaar te houden om in de eigen parkeerbehoefte ten behoeve van het wonen te voorzien. De parkeerplaatsen zullen passend worden ingepast in de bestaande en nieuwe erfinrichting.

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 13 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

3.3.3

Landschappelijke inpassing

Op het Brabantse platteland komen verschillende grote uitdagingen bij elkaar. Groeiende (agrarische) leegstand, demografische veranderingen, klimaatverandering en de omschakeling naar duurzame energie en landbouw vragen om een nieuw toekomstperspectief. Inzicht in de omvang en met name de samenhang van deze (en meer) opgaven ontbreekt. Wel is duidelijk dat ze op elkaar ingrijpen en niet sectoraal opgelost kunnen worden, zonder dat het ten koste gaat van andere opgaven. Het vraagt om integrale afwegingen en samenwerking, samen met ondernemers, burgers en organisaties in het gebied. Kwaliteitsverbetering van het landschap De planlocatie ligt in het buitengebied van de gemeente Etten-Leur aan de Zundertseweg/- Galgepad ten zuiden van de kern Etten-Leur. Het buitengebied van Etten-Leur bestaat uit een divers landschap van cultuurgronden en diverse natuurlijke landschapselementen. De landschappelijke inpassing moet een kwaliteitsverbetering zijn voor het landschap. Om de kwaliteit van het landschap te versterken heeft de provincie Noord-Brabant in haar “Structuurvisie ruimtelijke ordening” en de “Interim omgevingsverordening” het principe van ‘kwaliteitsverbetering van het landschap’ geïntroduceerd. De uitvoering van kwaliteitsverbetering van het landschap heeft regio WestBrabant vastgelegd in het ‘Afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’.

Deze notitie geeft aan hoe de gemeenten in de regio West-Brabant toepassing geeft aan artikel 3.9 van de Interim Omgevingsverordening. De bedoelde verbetering kan mede betreffen: a. de landschappelijke inpassing van bebouwing, voor zover expliciet vereist op grond van deze verordening; b. het toevoegen, versterken of herstellen van landschapselementen die een bijdrage leveren aan de versterking van de landschapsstructuur of de relatie stad-land; c. activiteiten, gericht op behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen; d. het wegnemen van verharding; e. het slopen van bebouwing; f. een fysieke bijdrage aan de realisering van de het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszones; g. het aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. In het ‘afsprakenkader Kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant’ is een onderverdeling gemaakt in drie categorieën, waaronder een ruimtelijke ontwikkeling geschaard kan worden. Categorie 1 ontwikkelingen zijn ruimtelijke ontwikkelingen met nauwelijks tot geen landschappelijke invloed en waarbij geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap wordt geëist.

Een categorie 2 ontwikkeling betreft ontwikkelingen die een relatief beperkte invloed op de omgeving hebben en (traditioneel) als passend binnen en eigen aan het landelijk gebied worden beschouwd, of in gebieden plaatsvinden die specifiek aangewezen zijn voor bepaalde ontwikkelingen. Alle overige ontwikkelingen vallen binnen een categorie 3 ontwikkeling. De kwaliteitsverbetering moet resulteren in een fysieke en zichtbare verbetering van het landschap. Uit een opgesteld landschapsplan moet duidelijk blijken hoe en met welke natuur- en/of landschapselementen de landschappelijke inrichting wordt vormgegeven. Hierbij wordt aangesloten bij de STIKA-normen voor minimale oppervlakten van landschapselementen en sortimenten. Artikel 3.9 is niet van toepassing op de ontwikkeling voor de realisatie van de twee Ruimte voor Ruimtewoningen op de planlocatie. Deze ontwikkeling wordt bij de bepaling van de categorie dan ook buiten beschouwing gelaten. Het initiatief op de planlocatie bestaat daarnaast uit het wijzigen van de huidige bestemming ‘Horeca’ met bijbehorend bouwvlak en functieaanduiding ‘kamerverhuur’ naar de bestemming ‘Wonen’ ten behoeve van de bestaande bedrijfswoning. De beoogde ontwikkeling op de locatie Zundertseweg 38 en Galgepad 4 wordt niet als zodanig benoemd binnen de specifieke ontwikkelingen die opgenomen zijn bij categorie 1 en 2 in het afsprakenkader.

Het omzetten van de bestaande bedrijfswoning (horeca) naar een burgerwoning zou in dit geval daardoor vallen onder een categorie 3 ontwikkeling. Echter de ruimtelijke ontwikkeling welke plaats vindt op de planlocatie is vergelijkbaar met een bestemmingswijziging van een agrarisch bedrijf naar een woonbestemming. Op de planlocatie wordt de bedrijfsbestemming, in dit geval horeca, omgezet naar een woonbestemming. De bestaande horeca-activiteiten worden volledig stopgezet en het bestemmingsvlak ‘Horeca’ wordt verkleind tot

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 14 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

een bestemmingsvlak ‘Wonen’ van circa 1.563 m². Daarnaast wordt circa 770 m² aan voormalige bedrijfsbebouwing gesloopt. Hiermee wordt een goede basis gelegd voor de kwaliteitsverbetering van het landschap binnen het plangebied. Buiten het slopen van de bedrijfsbebouwing en het verkleinen van het bestemmingsvlak, wordt de locatie van de bestaande voormalige bedrijfswoning landschappelijk ingepast. Gelet op voorgaande kan gesteld worden dat de ruimtelijke ontwikkeling vergelijkbaar is met een bestemmingswijziging van een agrarisch bedrijf naar een woonbestemming en kan gesteld worden dat de ontwikkeling gelijk te stellen is met een categorie 2 ontwikkeling. Categorie 2: Wijziging bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ (inclusief agrarisch verwant en agrarisch technisch hulpbedrijf) of ‘bedrijf’ in de bestemming ‘Wonen’ of ‘Wonen met VAB’ of andere bestemming zoals ‘Horeca’, ‘Maatschappelijke doeleinden’ of ‘Recreatie’, mits het bestemmingsvlak wordt verkleind tot 5.000 m², overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en maximaal 500 m² aan bijgebouwen resteert. Het bestemmingsvlak op de planlocatie bedraagt circa 5.758 m², dit wordt verkleind naar een bestemmingsvlak ‘Wonen’ ten behoeve van de voormalige bedrijfswoning van circa 1.563 m². Het bestemmingsvlak wordt voor meer dan de helft gehalveerd. Daarnaast worden de voormalige bedrijfsgebouwen volledig gesaneerd.

Daarnaast dient voor het ontwikkelen van de twee Ruimte voor Ruimte-woningen, volgens de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant, een goede landschappelijke inpassing verzekerd te zijn. In de huidige situatie zijn diverse groenelementen in de vorm van landschapsbomen en struiken aanwezig. De ‘nieuwe’ landschappelijke inpassing op basis van categorie 2 (bestaande bedrijfswoning) en ten behoeve van de Ruimte voor Ruimte-woningen, dient daarom ook een aanvulling te zijn op de bestaande kwalitatieve groenelementen in de nabije omgeving. Op de planlocatie Zundertseweg 38 en Galgepad 4 worden de landschapspakketten ‘knip- en scheerheg’, ‘landschapsbomen in bomenrij’ en ‘struweelhaag’ gerealiseerd als uitbreiding op de bestaande aanwezige waardevolle elementen. De elementen versterken de al robuuste uitstraling van het landschap zonder de karakteristieke elementen te beperken in zicht en omvang. In het landschapsplan is niet als zodanig onderscheidt gemaakt tussen het groen wat toebehoord aan de categorie 2 ontwikkeling of aan de goede landschappelijke inpassing voor de Ruimte voor Ruimte-woningen. Er is gezorgd voor een goede landschappelijke inpassing voor het totale plangebied.

De landschappelijke inpassing wordt geborgd door het opnemen van een voorwaardelijke verplichting (artikel 4.4.3) in de regels van het bestemmingsplan en het opnemen van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – voorwaarde landschappelijke inpassing’ op de planverbeelding. In de bijlage aan de regels is het landschapsplan toegevoegd. In het landschapsplan wordt nader omschreven welke landschapspakketten er worden toegepast op de planlocatie Zundertseweg 38 en Galgepad 4. Voor de verdere invulling van de landschappelijke inpassing wordt kortheidshalve verwezen naar de bijlage.

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 15 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Algemeen

Bij het opstellen van een bestemmingsplan worden de beleidskaders van het rijk, provincie en gemeente uiteengezet. In het onderhavige bestemmingsplan is het relevante ruimtelijke beleid voor de planlocatie Zundertseweg 38 en Galgepad 4 te Etten-Leur opgenomen. 4.2

Europees- en rijksbeleid

4.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. In 2012 wordt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het de ruimtelijke doelen en uitspraken in de PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de agenda landschap, de agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. Het Rijk laat de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. De veranderde behoefte aan wonen en werken legt daarbij een extra druk op een markt waar de totale vraag afneemt: kwaliteit voor kwantiteit. De ambitie is dat in 2040 de woon- en werklocaties in steden en dorpen aansluiten op de (kwalitatieve) vraag en dat locaties voor transformaties en herstructurering zoveel mogelijk worden benut. In het SVIR zijn 13 nationale belangen opgenomen, hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Het Rijk zal bestemmingsplannen niet (tijdens de vaststellingsprocedure) toetsen op een correcte doorwerking van nationale ruimtelijke belangen. Wel zal het Rijk door middel van systeem- of themagerichte onderzoeken achteraf nagaan of bestemmingsplannen aan nationale wet- en regelgeving voldoen. Door de ontwikkeling op de planlocatie Zundertseweg 38 en Galgepad 4 komen geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequentie voor de planlocatie. 4.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. In het Barro wordt een aantal projecten, die van Rijksbelang zijn, met name genoemd en met behulp van digitale kaartbestanden exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. In het Barro zijn voorlopig zes projecten beschreven: Mainport ontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, Defensie, Erfgoederen van uitzonderlijk universele waarde. Binnenkort volgen nog: hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, ecologische hoofdstructuur, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJselmeergebied. Op de planlocatie zijn geen nationale belangen in het geding. Het nationale ruimtelijke beleid heeft geen consequenties voor de ontwikkelingen op de planlocatie.

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 16 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

4.2.5

Water

Het Nationaal Waterplan (NWP) In december 2009 heeft het kabinet het Nationaal Waterplan vastgesteld. Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan (NWP) is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan is opgesteld op basis van de Waterwet die met ingang van 22 december 2009 van kracht is. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Watertoets Met het ondertekenen van het Nationaal Bestuursakkoord Water (juli 2003) hebben de betrokken partijen (het Rijk, IPO, VNG en UvW) afgesproken de watertoets toe te passen bij alle nieuwe ruimtelijke waterhuishoudkundige relevante- plannen en besluiten op alle bestuursniveaus. De watertoets is met ingang van 1 november 2003 wettelijk verplicht voor structuurvisies, bestemmingsplannen, van de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) regelt een verplichte waterparagraaf in de toelichting bij de genoemde ruimtelijke plannen en het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1 Bro met het waterschap.

De watertoets omvat het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen. Europese Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water is sinds december 2010 van kracht en is gericht op het realiseren van duurzaam waterbeheer. De Europese Kaderrichtlijn Water beoogt de bescherming van aquatische ecosystemen en het duurzaam gebruik van water. Daarvoor wordt de Kaderrichtlijn eerst in landelijke wet- en regelgeving omgezet. Momenteel wordt hier hard aan gewerkt. De Europese Kaderrichtlijn heeft, waar het de gemeente betreft, consequenties voor riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. In paragraaf 5.7 komt het aspect water aan bod voor de planlocatie aan de Zundertseweg 38 en Galgepad 4. 4.2.6

Ecologie

Vanuit Europa is de bescherming van (plant en dier) soorten en gebieden geregeld in de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. In Nederland is de natuurwetgeving verankerd in de Wet Natuurbescherming (1 januari 2017). Europese Vogel- en Habitatrichtlijn De Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn hebben tot doel de bescherming van (vogel)soorten en hun natuurlijke habitat. Elke lidstaat is verplicht om speciale beschermingszones (SBZ’s) aan te wijzen, die samen één Europees netwerk van natuurgebieden vormen: “Natura 2000”. Wanneer in een gebied bepaalde soorten voorkomen, of een bepaald percentage van de Europese populatie herbergt, dan komt dit gebied in aanmerking voor plaatsing onder de betreffende richtlijnen. De planlocatie valt in zijn geheel niet binnen de aangewezen Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijngebieden. Wet natuurbescherming Vanaf 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. De wet natuurbescherming biedt bescherming aan het merendeel van de inheemse dieren en planten in Nederland. De nieuwe Wet natuurbescherming regelt niet alleen de ‘ruimtelijke ingrepen’, maar ook de andere onderwerpen zoals overig bezit en handel, gebiedsbescherming, houtopstanden, klacht en beheer en schadebestrijding.

Een verandering ten opzichte van de oude Natuurbeschermingswet 1998 is dat de provincies voor hun gebied bepalen wat wel en niet mag in de natuur. Zij zijn verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid is enkel nog verantwoordelijk voor de ontheffingsaanvragen en de gedragscodes. De beschermingsstatus van de inheemse dier- en plantensoorten houdt onder meer in dat in

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 17 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

geval van voorgenomen activiteiten zoals aanleg van infrastructuur of bouwprojecten, de planlocatie moet worden getoetst op de aanwezigheid van beschermde soorten: de ‘natuurtoets’. Het aspect ecologie wordt in paragraaf 5.8 verder uiteengezet voor de planlocatie aan de Zundertseweg 38 en Galgepad 4. 4.3

Provinciaal beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Noord-Brabant 2018

Op 14 december 2018 stelde Provinciale Staten van Noord-Brabant de Brabantse Omgevingsvisie vast. De omgevingsvisie is opgesteld volgens de uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet, welke in 2022 in werking zal treden. De Brabantse Omgevingsvisie beschrijft de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Er wordt vanuit meerdere invalshoeken gekeken naar een ontwikkeling door de provincie: ▪ Een 'diepe' manier van kijken: niet alleen kijken naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu, maar de dynamiek en randvoorwaarden betrekken die de onderste lagen meegeven. Kijken op verschillende schaalniveaus en actief benutten van de factor tijd. Hierbij ook kijken naar het verleden, de geschiedenis van de lagen op een plek. ▪ Een 'ronde' manier van kijken: niet sectoraal kijken, maar combineren van opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair, sterk en sociaal Brabant, waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Kijken vanuit een gebiedsgerichte insteek, naar een balans tussen people, planet en profit. ▪ Een 'brede' manier van kijken: niet kijken vanuit één gezichtspunt, maar het betrekken van veel partijen, met al hun gezichtspunten, meningen, wensen, ideeën en belangen. In de omgevingsvisie is één basisopgave benoemd: het werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit.

Daarnaast zijn er vier hoofdopgaven benoemd: ▪ werken aan de Brabantse energietransitie; ▪ werken aan een klimaatproof Brabant; ▪ werken aan Brabant als slimme netwerkstad; ▪ werken aan een concurrerende, duurzame economie. De omgevingsvisie gaat over de hele fysieke leefomgeving, heeft een integraal karakter en bevat geen sectorale beleidsdoelen. Concrete doelen voor bijvoorbeeld natuur, water, veiligheid, milieu, mobiliteit en ruimtelijke kwaliteit staan nog in de bestaande plannen van de provincie, bijvoorbeeld in de Structuurvisie ruimtelijke ordening en het provinciale verkeers- en vervoersplan. 4.3.2

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant

Op 2 juli 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 (hierna: SVRO) in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. De SVRO geeft aan welke ambities de provincie heeft en hoe zij deze wil realiseren. In de SVRO geeft de provincie aan hoe zij omgaat met de ruimtelijke opgave voor de periode tot 2025, met een doorkijk naar 2040. De provincie heeft als sturingsfilosofie ‘samenwerken aan kwaliteit’: samen met andere overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties vormgeven aan een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant. Daarbij respecteert de provincie ieders rol. De provincie onderscheidt de volgende vijf rollen: 1.

2.

3.

Ontwikkelen: De provincie focust in haar ontwikkelingsgerichte rol op een aantal thematische opgaven en op een aantal gebieden. In gebieden waar sprake is van grote ruimtelijke dynamiek, botsende belangen en waar de ontwikkelingen een (inter)provinciale impact hebben, kiest de provincie voor een actieve rol. Ordenen: De provincie wil de duurzame ruimtelijke ontwikkeling van Noord-Brabant ordenen in robuuste ruimtelijke structuren. Dit zijn de groenblauwe-, de agrarische-, de stedelijke- en de infrastructuur. Beschermen:

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 18 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

4.

5.

De provincie wil belangrijke en onvervangbare waarden beschermen. Voor de Ecologische Hoofdstructuur, de cultuur- en aardkundige waarden en de bescherming van de kernkwaliteiten in de nationale landschappen in Noord-Brabant stelt de provincie een beschermingsregiem op. Regionaal samenwerken: De provincie kiest voor regionale samenwerking en afstemming in vier regio’s. De provincie stimuleert de samenwerking tussen de gemeenten, Rijk en waterschappen in deze regio’s en legt afspraken vast in een strategische regionale agenda. Stimuleren: Bij ruimtelijke ontwikkelingen gaat het niet alleen om de vraag waar welke ontwikkelingen gewenst zijn. Het gaat daarbij ook om de balans tussen de verschillende belangen, functies en kwaliteiten in een gebied. De provincie wil dat ontwikkelingen bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van NoordBrabant.

In figuur 9 is een uitsnede van de structurenkaart van de SVRO weergegeven. Uit de structurenkaart blijkt dat de planlocatie geheel is gelegen in het ‘Gemengd landelijk gebied’ tegen het ‘zoekgebied verstedelijking’.

Figuur 9: Uitsnede Structurenkaart (bron: Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant)

Het landelijk gebied ligt buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur zoals steden, dorpen en bedrijventerreinen. Het landelijke gebied beidt een multifunctionele gebruiksruimte voor land- en tuinbouw, natuur, water, recreatie, toerisme en kleinschalige stedelijke functies. Binnen het landelijk gebied onderscheidt de provincie twee perspectieven: 1. Gemengd landelijk gebied; 2. Accent agrarische ontwikkeling. De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is. De mate van menging varieert daarbij van de gebieden waarbinnen meerdere functies in evenwicht naast elkaar bestaan tot gebieden waar de land- en tuinbouw de dominante functie is. Binnen het gemengd agrarisch gebied is naast ruimte voor de land- en tuinbouw ook ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, bijvoorbeeld op vrijkomende locaties. In het gemengd landelijk gebied wordt voldaan aan de vraag naar kleinschalige stedelijke voorzieningen, recreatie, toerisme en ondernemen in een groene omgeving.

In de gebieden rondom steden en dorpen is daarbij meer ruimte voor de ontwikkeling van functies die zich richten op de inwoners van die kernen, in de gebieden rondom de Groenblauwe mantel is de ontwikkeling van functies meer afgestemd op het ondernemen in een groene omgeving en de versterking van natuur- en landschapswaarden. Binnen gemengd agrarisch gebied zijn sterke agrarische clusters aanwezig zoals voor de intensieve veehouderij, glasconcentratiegebieden, boomteelt en vollegrondsgroente. Bestaande ontwikkelingsmogelijkheden worden in beginsel gerespecteerd. In deze clusters wil de provincie de aanwezige agrarische functie behoeden voor

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 19 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

verstoring. Daarom wil de provincie dat de menging van functies in deze agrarische clusters beperkt blijft. De planlocatie is niet gelegen binnen een gebied met daarin een agrarische cluster. Wonen binnen het landelijk gebied draagt bij aan de menging van functies en past binnen het beleid van de Structuurvisie Ruimtelijke Ontwikkeling Noord-Brabant. De planlocatie is gelegen in een bebouwingsconcentratie binnen het gemengd landelijk gebied. De planlocatie wordt her ontwikkeld van een voormalige horecalocatie tot een woonlocatie. Het initiatief past derhalve binnen het beleid van de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Noord-Brabant. 4.3.3

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Naar verwachting treedt in 2022 de Omgevingswet in werking. Deze wet vervangt 26 wetten en verschillende regelsystemen op nationaal niveau. Vanwege de Omgevingswet moet ook de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. Hierin worden de bestaande verordeningen over de fysieke leefomgeving samengevoegd tot één Interim omgevingsverordening. Dit zijn de: ▪ Provinciale milieuverordening, gebaseerd op artikel 1.2 Wet milieubeheer; ▪ Verordening natuurbescherming, gebaseerd op diverse artikelen uit de Wet natuurbescherming; ▪ Verordening Ontgrondingen, gebaseerd op artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Ontgrondingenwet; ▪ Verordening Ruimte, gebaseerd op artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening; ▪ Verordening Water, gebaseerd op diverse artikelen in de Waterwet; ▪ Verordening wegen, gebaseerd op artikel 57 Wegenwet en artikel 2a Wegenverkeerswet. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie.

Er heeft daarom ook geen expliciete afweging plaatsgevonden of de inzet van de verordening voor een bepaald onderwerp gecontinueerd moet worden. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. Deze beleid neutrale omzetting betekent overigens niet dat er helemaal geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Op hoofdlijnen gaat het om: ▪ een meer gebruiksvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minder losse bijlagen; ▪ aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de omgevingswet, bijvoorbeeld voor de grondwaterbeschermingsgebieden; ▪ aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit. De Provinciale Staten heeft de Interim omgevingsverordening op 25 oktober 2019 vastgesteld. De Interim omgevingsverordening geldt tot dat de Omgevingswet in werking treedt. Gedeputeerde Staten hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Dit ontwerp heeft vanaf 9 april 2021 tot en met 20 mei ter inzage gelegen voor het indienen van reacties. De ingekomen reacties worden nu beoordeeld en kunnen leiden tot wijzigingen van het vastgestelde ontwerp.

Naar verwachting stellen Provinciale Staten de Omgevingsverordening in februari 2022 vast. De omgevingsverordening treedt gelijk met de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking. Voor onderhavig bestemmingsplan wordt nu uitgegaan van de Interim omgevingsverordening. In figuur 10 zijn de uitsneden van de kaarten behorende bij de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant weergegeven voor de planlocatie Zundertseweg 38 en Galgepad 4. Uit de kaarten blijkt dat de planlocatie is gelegen in het ‘Landelijk gebied – Gemengd landelijk gebied’.

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 20 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Figuur 10: Uitsnede van de kaart behorende bij Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 21 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Landelijk gebied, gemengd landelijk gebied Binnen de afdeling ‘Vitaal platteland’ zijn de ontwikkelingsmogelijkheden geschetst voor het Landelijk gebied. In het landelijk gebied biedt de provincie mogelijkheden aan de gemeente voor het stimuleren van het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen. Het landelijk gebied omvat een onderverdeling in de sub zones ‘Gemengd landelijk gebied’ en ‘Groenblauwe mantel’. In veel gevallen bestaan er voor beide zones gelijke ontwikkelingsmogelijkheden. In die gevallen wordt gesproken over ‘Landelijk gebied’. Alleen als het nodig is onderscheid te maken, wordt in de betreffende regel gesproken over de sub zones. Een bestemmingsplan gelegen in een gemengd landelijk gebied onderscheidt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening gebieden waar een gemengde plattelandseconomie en/of een in hoofdzaak agrarische economie wordt nagestreefd met daarbij passende bestemmingen. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen.

Bij het aanwijzen van de bestemmingen dient de bestemming een uitwerking te zijn van de voorgenomen ontwikkeling en het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied en dient tevens bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit als bedoelt in de Interim omgevingsverordening. De beoogde ruimtelijke ontwikkeling op de planlocatie Zundertseweg 38 en Galgepad 4 omvat twee onderdelen. Het eerste onderdeel omvat het omzetten van de voormalige bedrijfswoning aan de Galgepad 4 naar een burgerwoning. Hierbij wordt de bestemming ‘Horeca’ omgezet naar de bestemming ‘Wonen’. Het tweede onderdeel omvat het realiseren van twee Ruimte voor Ruimte-woningen op het vrijgekomen terrein aan de Zundertseweg 38. Omzetten bedrijfswoning naar burgerwoning In de Interim omgevingsverordening, binnen het ‘Gemengd landelijk gebied’, zijn regels opgenomen voor wonen in het landelijk gebied (artikel 3.68). Artikel 3.68 wonen in landelijk gebied Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan; b. zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten. Lid 2 Een bestemmingsplan kan bij een bestaande woning de vestiging van een andere functie toelaten, als: a. dit past binnen de voorwaarden die voor die functie zijn opgenomen in deze paragraaf; b.

in geval nieuwe bebouwing wordt opgericht, er elders feitelijk en juridisch een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen is gesloopt.

Het voornemen is de bestaande bedrijfswoning in gebruik te nemen al burgerwoning. In artikel 3.69 zijn voor deze ontwikkeling afwijkende regels opgenomen. Artikel 3.69 Afwijkende regels wonen In afwijking van artikel 3.68 Wonen in Landelijk gebied kan een bestemmingsplan voorzien in a. de bouw van een woning ter vervanging van een bestaande woning binnen het bouwperceel, als is verzekerd dat: 1. de bestaande woning feitelijk wordt opgeheven; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt. b. de vestiging van of de splitsing in meerdere woonfuncties in cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dat bijdraagt aan het behoud of herstel van deze bebouwing. c. in het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning, als is verzekerd dat: 1. er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt; 2. overtollige bebouwing wordt gesloopt;

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 22 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Er wordt gebruik gemaakt van het bestaande bouwperceel en wordt daarmee invulling gegeven aan het principe zorgvuldig ruimtegebruik. De voormalige horecalocatie wordt her ontwikkeld ten behoeve van woningen. In artikel 3.69 onder c is aangegeven dat een voormalige bedrijfswoning in gebruik genomen mag worden mits is verzekerd dat er geen splitsing in meerdere woonfuncties plaatsvindt en overtollige bebouwing wordt gesloopt. Op de planlocatie wordt de bestaande voormalige bedrijfswoning in gebruik genomen als burgerwoning. De woning wordt daarbij niet gesplitst in meerdere woonfuncties. Daarnaast wordt het voormalige horecabedrijf op de locatie volledig gesaneerd. Voormalige bedrijfsbebouwing is reeds of wordt gesloopt. Het omzetten van de horecabestemming naar een woonbestemming ten behoeve van de voormalige bedrijfswoning past derhalve binnen het gestelde in de Interim omgevingsverordening. Twee Ruimte voor Ruimte-woningen Op de planlocatie is het voornemen om twee Ruimte voor ruimte-woningen te realiseren. In artikel 3.80 zijn specifieke regels opgenomen voor Ruimte voor Ruimte-woningen. Hieronder is artikel 3.80 weergegeven. Artikel 3.80 ruimte-voor-ruimte Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in één of meerdere ruimte-voor-ruimtekavels, ieder ten behoeve van de bouw van één woning, indien: a.

er sprake is van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit; b. de ruimte-voor-ruimtekavel op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie ligt; c. een goede landschappelijke inpassing van de te bouwen woning is verzekerd; d. er geen sprake is van (een aanzet voor) een stedelijke ontwikkeling behoudens in geval de locatie ligt binnen Verstedelijking afweegbaar. Lid 2 Er is sprake van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit als per ruimte-voor-ruimtekavel is aangetoond dat is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. een of meer veehouderijen gericht op het houden van varkens of pluimvee zijn in het geheel beëindigd waarbij alle bedrijfsgebouwen ten dienste van deze veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt; b. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn direct voorafgaand aan de beëindiging gedurende een periode van drie jaar onafgebroken in bedrijf geweest; c. de onder a. bedoelde veehouderijen zijn gevestigd binnen Beperkingen Veehouderij of op een locatie die vanwege omliggende waarden en functies niet geschikt is voor de uitoefening van een veehouderij; d. er tenminste 1000 m² bedrijfsgebouwen ten dienste van de onder a. bedoelde veehouderij, niet zijnde de bedrijfswoning, zijn gesloopt met een minimum van 200 m² op iedere beëindigingslocatie veehouderij; e. de ten behoeve van de onder a.

bedoelde veehouderijen geregistreerde rechten betreffende de fosfaatproductie in een gezamenlijke omvang van tenminste 3.500 kg uit de markt zijn genomen door doorhaling van de bij de Dienst Regelingen geregistreerde rechten, waarbij per beëindigingslocatie een minimum van 700 kg aan rechten betreffende de productie van fosfaat aanwezig is; f. de rechten, bedoeld onder e. moeten vanaf het moment van beëindiging van de bedrijfsvoering tot aan het moment van uit de markt nemen geregistreerd staan op naam van de veehouderij die beëindigd; g. de omgevingsvergunning milieu voor de onder a. bedoelde veehouderij op iedere beëindigingslocatie veehouderij is ingetrokken; h. een passende herbestemming is gelegd op de locatie als onder a. bedoeld die in ieder geval het houden van vee en het bouwen van nieuwe bedrijfsgebouwen uitsluit; i. in redelijkheid niet op andere wijze is voorzien in de beëindiging van de onder a. bedoelde veehouderij. Lid 3 In afwijking van het tweede lid kan een bestemmingsplan voorzien in een ruimte-voor-ruimtekavel als deze wordt ontwikkeld door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte gelet op de in het verleden behaalde aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit door toepassing van de Regeling beëindiging veehouderijtakken.

Lid 4 Het derde lid vervalt indien uit door Gedeputeerde Staten bijgehouden gegevens blijkt dat er in totaal 3500 ruimte voor ruimte kavels door of vanwege de Ontwikkelingsmaatschappij ruimte voor ruimte zijn ontwikkeld.

Het initiatief is om op het vrijgekomen terrein (na sanering van het horecabedrijf) aan de Zundertseweg 38 twee Ruimte voor Ruimte-woningen op te richten. In de Interim omgevingsverordening is opgenomen dat de ontwikkeling geen aanzet mag zijn voor een stedelijke ontwikkeling. Onder een stedelijke ontwikkeling wordt de toevoeging van meer dan twaalf woningen verstaan. Omdat het gaat om twee nieuwe woningen op een aanvaartbare locatie in het buitengebied van Etten-Leur betreft dit geen aanzet tot stedelijke ontwikkeling.

Bestemmingsplan toelichting 202330 | 27-01-2023

Pagina 23 van 49

III Schoenmakers III Ruimtelijke ontwikkeling

Voorwaarde voor het toevoegen van Ruimte voor Ruimte-woningen betreft dat de Ruimte voor Ruimte-kavels op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie zijn gelegen. De nieuwe woningen wordt toegevoegd aan een bebouwingsconcentratie. Een bebouwingsconcentratie is onder andere een kernrandzone, bebouwingslint of bebouwingscluster. Ter hoogte van de planlocatie is er sprake van een bestaand bebouwingscluster. Een bebouwingscluster is in de Interim omgevingsverordening omschreven als een vlakvormige verzameling van bebouwing in Landelijk gebied. Het bebouwingscluster ter plaatse van het plangebied bestaat uit meer dan 15 locaties met diverse bebouwing in een straal van 250 meter. De locaties bestaan voor het overgrote deel uit burgerwoonlocaties met daarnaast (agrarische)bedrijfslocaties en recreatie.

Figuur 11: Aanwezige bebouwing en bebouwingsconcentraties

Daarnaast dient er sprake te zijn van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit. Door de aankoop van twee Ruimte voor Ruimte-titels is er sprake van een milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst. De Ruimte voor Ruimte-titels worden aangeschaft voorafgaand aan de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan en zullen separaat aan het bestemmingsplan worden aangeleverd. Kwaliteitsverbetering van het landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied mogelijk maakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. De planlocatie wordt voorzien van een goede landschappelijke inpassing. In bijlage 1 van de regels is het landschapsplan met daarin de landschappelijke inpassing op de planlocatie toegevoegd aan onderhavig plan. Daarnaast is in paragraaf 3.3.3. een nadere toelichting gegeven op het beleidskader en de landschappelijke invulling. Voor de goede landschappelijke inpassing wordt hier kortheidshalve naar verwezen. Tevens is de landschappelijke inpassing geborgd in de regels van het bestemmingsplan, middels de bestemming ‘Groen - Houtsingel’ en een voorwaardelijke verplichting in artikel 4.4.3. De beoogde ruimtelijke ontwikkeling voldoet aan de voorwaarde kwaliteitsverbetering van het landschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=72cb7f97-cde8-4e5d-b85e-080a155ec4f8