Bijlage 2 (Ontwerp) beschikking Hoevenseweg 41
Tekst van het document
Midden- en West-Brabant
Ontwerpbeschikking van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
Op 30 september 2022 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van ProDelta Real Estate Development B.V. Het betreft een aanvraag voor het oprichten van een distributiecentrum voor opslag en transport van diverse producten waaronder ook gevaarlijke stoffen. De aanvraag gaat over Hoevenseweg 41-43 in Etten-Leur, kadastraal bekend gemeente Etten-Leur, sectie H, perceelnummers 3916, 4527, 4403, 4406 en 4408.
Zaaknummer: 2022046635
Ons kenmerk:
D2023-00037309 Datum : 5-2-2024
Ondertekening bij definitieve beschikking Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,
Plaats: Tilburg
Namens dezen,
Teammanager Omgevingsdienst Midden- en Wes Brabant De digitale ondertekening van deze beschikking is in ons registratiesysteem
vastgelegd. De authenticiteit van de handtekening is daarmee digitaal geborgd. Als gevolg daarvan is dit document niet meer voorzien van een handtekening.
Spoorlaan 181 5038 CB Tilburg Pos bus 75 5000 AB Tilburg
(013) 206 01 00 info@omwb.nl www.omwb.nl
ONTWERPBESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING
Onderwerp Op 30 september 2022 is een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen van ProDelta RealEstate Development B.V. Het betreft een aanvraag voor het oprichten van een distributiecentrum voor opslag en transport van diverse producten waaronder ook gevaarlijke stoffen. De aanvraag gaat over Hoevenseweg 41-43 in Etten-Leur, kadastraal bekend gemeente Etten-Leur, sectie H, perceelnummers 3916, 4527, 4403, 4406 en 4408.
De aanvraag is geregistreerd in het Omgevings Loket Online (OLO) onder nummer 7282161 en intern onder zaaknummer 2022-046635. Concreet wordt verzocht om een vergunning voor de volgende activiteiten:
o
artikel 2.1, lid 1, onder a (het bouwen van een bouwwerk) van de Wet
algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo);
o
artikel 2.1, lid 1, onder c (het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd
met een bestemmingsplan) van de Wabo;
o
artikel 2.1, lid 1, onder e (het oprichten van een inrichting) van de Wabo;
o
artikel 2.2, lid 1, onder e (het maken van een uitweg of veranderen van een
uitweg) van de Wabo.
Ontwerpbesluit Wij besluiten, gezien de overwegingen die zijn opgenomen in deze omgevingsvergunning en gelet op de Wabo, de daarop betrekking hebbende uitvoeringsbesluiten en -regelingen aan ProDelta Real Estate Development B.V. een omgevingsvergunning te verlenen voor de volgende activiteit(en):
o
o
het bouwen van een bouwwerk op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo voor een distributiecentrum; het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo voor) voor het afwijken van de gebruiksregels in verband met de vestiging van een risicovolle inrichting;
o
het oprichten van een inrichting op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e van de Wabo voor het exploiteren van een Seveso-inrichting.
Tevens besluiten wij:
o
de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het maken van een uitweg (grond van artikel 2.2, eerste lid, onder e.) af te wijzen omdat hiervoor geen vergunningplicht geldt;
o
aan deze vergunning voorschriften te verbinden en dat de volgende delen van de aanvraag onderdeel uitmaken van deze vergunning; •
aanvraagformulier omgevingsvergunning met kenmerk OLO 7282161, d.d. 30 september 2022;
Documenten behorend bij activiteit: Bouwen van een bouwwerk: • tekening 'Palenplan' van Pelecon met kenmerk 21-017 blad B01, laatste wijzigingsdatum 9 december 2022, ontvangen op 13 december 2022; • tekening 'Fundering' van Pelecon met kenmerk 21-017 blad B02, laatste wijzigingsdatum 9 december 2022, ontvangen op 13 december 2022; • tekening '1e & 2e Verdieping' van Pelecon met kenmerk 21-017 blad B101, laatste wijzigingsdatum 9 december 2022, ontvangen op 13 december 2022;
• • •
•
•
•
• •
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
tekening ‘Dakaanzicht’ van Pelecon met kenmerk 21-017 blad B201, laatste wijzigingsdatum 9 december 2022, ontvangen op 13 december 2022; tekening 'Aanzichten' van Pelecon met kenmerk 21-017 blad B301, laatste wijzigingsdatum 9 december 2022, ontvangen op 13 december 2022; tekening 'Gevelaanzichten' van Pelecon met kenmerk 21-017 blad B401, laatste wijzigingsdatum 9 december 2022, ontvangen op 13 december 2022; tekening 'Belasting Overzicht' van Pelecon met kenmerk 21-017 blad B701, laatste wijzigingsdatum 9 december 2022, ontvangen op 13 december 2022; tekening '3D Aanzichten' van Pelecon met kenmerk 21-017 blad B901, laatste wijzigingsdatum 9 december 2022, ontvangen op 13 december 2022; rapport 'Constructief uitgangspunten document (22 blz)' van Pelecon met kenmerk 21-017 UPD-01, laatste wijzigingsdatum 9 december 2022, ontvangen op 13 december 2022; rapport 'sonderingen (25 blz)' van Inpijn Blokpoel met kenmerk 22ZP0972, laatste wijzigingsdatum 11 juli 2022, ontvangen op 30 september 2022; rapport 'funderingsadvies Vibropalen (45 blz)' van Inpijn Blokpoel met kenmerk 22ZP0972, laatste wijzigingsdatum 9 december 2022, ontvangen op 13 december 2022; rapportage 'Impressies (12 blz)' van Mies Architectuur met kenmerk 22 2208, laatste wijzigingsdatum 29 september 2022, ontvangen op 30 september 2022; tekening 'Situatie' van Mies Architectuur met kenmerk 22-2208 tek T06_01_00,
laatste wijzigingsdatum 15 augustus 2023, ontvangen op 17 augustus 2023; tekening 'Gevels' van Mies Architectuur met kenmerk 22-2208 tek T06_02_00, laatste wijzigingsdatum 15 augustus 2023, ontvangen op 17 augustus 2023; tekening 'Begane grond (brede gangpaden)' van Mies Architectuur met kenmerk 22-2208 tek T06_03_00, laatste wijzigingsdatum 15 augustus 2023, ontvangen op 17 augustus 2023; tekening 'Eerste verdieping' van Mies Architectuur met kenmerk 22-2208 tek T06_03_01, laatste wijzigingsdatum 15 augustus 2023, ontvangen op 17 augustus 2023; tekening 'Tweede verdieping' van Mies Architectuur met kenmerk 22-2208 tek T06_03_02, laatste wijzigingsdatum 15 augustus 2023, ontvangen op 17 augustus 2023; tekening 'Dak' van Mies Architectuur met kenmerk 22-2208 tek T06_03_03, laatste wijzigingsdatum 15 augustus 2023, ontvangen op 17 augustus 2023; tekening 'Principe doorsnedes' van Mies Architectuur met kenmerk 22-2208 tek T06_04_00, laatste wijzigingsdatum 15 augustus 2023, ontvangen op 17 augustus 2023; tekening 'Principe Details (13 blz)' van Mies Architectuur met kenmerk 22 2208 tek T06_06_00, laatste wijzigingsdatum 15 augustus 2023, ontvangen op 17 augustus 2023; tekening 'Brandcompartimentering' van Mies Architectuur met kenmerk 22 2208 tek T06_13_00, laatste wijzigingsdatum 15 augustus 2023, ontvangen op 17 augustus 2023; tekening 'Brandveiligheidstekening' van Mies
Architectuur met kenmerk 22 2208 tek T06_13_01, laatste wijzigingsdatum 15 augustus 2023, ontvangen op 17 augustus 2023; tekening 'Ontruimingstekening bg' van Mies Architectuur met kenmerk 22 2208 tek T06_13_02, laatste wijzigingsdatum 15 augustus 2023, ontvangen op 17 augustus 2023; tekening 'Ontruimingstekening 2e verd' van Mies Architectuur met kenmerk 22-2208 tek T06_13_03, laatste wijzigingsdatum 15 augustus 2023, ontvangen op 17 augustus 2023;
•
•
•
•
•
• • •
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
tekening ‘Fasering (7 blz)’ van Mies Architectuur met kenmerk 22-2208 tek T06_15_00, laatste wijzigingsdatum 12 december 2022, ontvangen op 13 december 2022; rapport ‘Brandveiligheidsconcept (60 blz)’ van DLVD advies met kenmerk 11304-1/BBC, laatste wijzigingsdatum 13 juli 2023, ontvangen op 17 augustus 2023; rapport ‘Brandveiligheid grote brandcompartimenten (41 blz)’ van DLVD advies met kenmerk 11304-1/BGB, laatste wijzigingsdatum 13 juli 2023, ontvangen op 17 augustus 2023; rapport ‘Programma van Eisen - Brandmeld- en ontruimingsinstallatie (19 blz)’ van DLVD advies met kenmerk 11304-1/PvE/BMI-OAI, laatste wijzigingsdatum 26 juli 2023, ontvangen op 17 augustus 2023; rapport ‘Beschikbaarheid van vluchtroutes in grote brandcompartimenten (74 blz)’ van DLVD advies met kenmerk 11304-1/VTM, laatste wijzigingsdatum 13 juli 2023, ontvangen op 17 augustus 2023; KIWA-attest met kenmerk K105484/02 van 01-01-2021 - Bepaling van de energieprestatie van gebouwen; voorlopig energielabel met registratienummer 736251108 en registratiedatum 30 september 2023, ontvangen op 17 augustus 2023; notitie ‘Voorlopig Ontwerp bedrijfsvloeren (4 blz)’ van ABT met kenmerk 2200438, laatste wijzigingsdatum 30 september 2022, ontvangen op 30 september 2022; tekening ‘Plattegrond bedrijfsvloer as 25-M t_m 13-E’ van ABT met kenmerk 2200438 teknr CT2_14_001, laatste wijzigingsdatum 30 september 2022,
ontvangen op 30 september 2022; tekening ‘Plattegrond bedrijfsvloer as 25-F t_m 13-A’ van ABT met kenmerk 2200438 teknr CT2_14_002, laatste wijzigingsdatum 30 september 2022, ontvangen op 30 september 2022; tekening ‘Plattegrond bedrijfsvloer as 13-M t_m 4-E’ van ABT met kenmerk 2200438 teknr CT2_14_003, laatste wijzigingsdatum 30 september 2022, ontvangen op 30 september 2022; tekening ‘Plattegrond bedrijfsvloer as 25-E t_m 13-A’ van ABT met kenmerk 2200438 teknr CT2_14_004, laatste wijzigingsdatum 30 september 2022, ontvangen op 30 september 2022; tekening ‘Plattegrond laadkuil’ van ABT met kenmerk 2200438 teknr CT2_14_005, laatste wijzigingsdatum 30 september 2022, ontvangen op 30 september 2022; tekening ‘BB ventilatie BGG’ van Linneman met kenmerk ES 2022037 teknr BB-01, laatste wijzigingsdatum 16 september 2022, ontvangen op 30 september 2022; tekening ‘BB ventilatie 1e verdieping’ van Linneman met kenmerk ES 2022037 teknr BB-02, laatste wijzigingsdatum 16 september 2022, ontvangen op 30 september 2022; tekening ‘BB ventilatie 2e verdieping’ van Linneman met kenmerk ES 2022037 teknr BB-03, laatste wijzigingsdatum 28 september 2022, ontvangen op 30 september 2022; tekening ‘BB daglicht gevels’ van Linneman met kenmerk ES 2022037 teknr D-04, laatste wijzigingsdatum 28 september 2022, ontvangen op 30 september 2022; rapport ‘BENG-berekening (34 blz)’ van Energielabel
specialisten met kenmerk ES 2022037, laatste wijzigingsdatum 28 september 2022, ontvangen op 30 september 2022; rapport ‘Milieuprestatie-berekening (7 blz)’ van GPR Materiaal met kenmerk ES 2022037 DC Etten-Leur Mies V1, laatste wijzigingsdatum 29 augustus 2022, ontvangen op 30 september 2022; rapport ‘Bouwbesluittoets DC Etten-Leur Midden (8 blz)’ van Linneman met kenmerk ES 2022037, laatste wijzigingsdatum 28 september 2022, ontvangen op 30 september 2022;
•
•
•
•
•
rapport ‘Bouwbesluittoets DC Etten-Leur Rechts (8 blz)’ van Linneman met kenmerk ES 2022037, laatste wijzigingsdatum 28 september 2022, ontvangen op 30 september 2022; rapport 'Bouwbesluittoets DC Etten-Leur Links (8 blz)’ van Linneman met kenmerk ES 2022037, laatste wijzigingsdatum 28 september 2022, ontvangen op 30 september 2022; informatie reclamezuil van Bordbusters met kenmerk FR-ProDelta-zuilaanpas-vl, laatste wijzigingsdatum 5 november 2019, ontvangen 30 september 2022; tekening 'reclamezuil - overzicht constructie’ van Maters en De Koning met kenmerk 17.080 teknr 001, laatste wijzigingsdatum 23 maart 2017, ontvangen op 30 september 2022; notitie 'Parkeren DC Etten-Leur (8 blz)’ van Goudappel met kenmerk 013356.20221104.N1.03, laatste wijzigingsdatum 15 december 2022, ontvangen op 23 december 2022;
Documenten behorend activiteit: het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan: • M15AV Notitie afwijken bestemmingsplan, ontvangen op 17 augustus 2023. Documenten behorend bij Activiteit milieu - het oprichten van een inrichting: • M1AV Beschrijving inrichting V 2.0, ontvangen op 17 augustus 2023; • M3AV Stikstofdepositie F 22550 2 RA 005 met Aerius berekening, ontvangen op 17 augustus 2023; • M4AV Akoestisch onderzoek F22550-1-RA-003, ontvangen op 17 augustus 2023; • M7AV Aviv QRARap235436 d.d. 18 oktober 2023, ontvangen op 20 oktober 2023; • M8 F 22550-4-RA Peutz Luchtkwaliteitsonderzoek , ontvangen op 28 december 2022; • M9AV F 22550 5 RA 003 bodemrisicoanalyse , ontvangen op 17 augustus 2023; • M10aAV P235436 ProDelta EttenLeur v1.1, ontvangen op 17 augustus 2023; • M12aAV 2208 T06 01 00 - 15-08-2023 Algemeen, ontvangen op 17 augustus 2023; • M12cAV 2208 T06 13 01 - 15-08-2023 Brandveiligheid, ontvangen op 17 augustus 2023; • M12dAV 2208 T06 10 00 - 15-08-2023 riool, ontvangen op 17 augustus 2023;
RECHTSMIDDELEN
Zienswijzen Een ieder kan schriftelijk of mondeling zienswijzen indienen. Dit kan tot zes weken
na de dag waarop dit ontwerpbesluit ter inzage wordt gelegd. In de schriftelijke zienswijzen moet u, naast uw inhoudelijke zienswijzen, het volgende opnemen: uw
naam en adres, de datum en een omschrijving van het ontwerpbesluit. Uw zienswijzen kunt u richten aan:
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant P/a Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Postbus 75 5000 AB Tilburg
Als u liever uw zienswijzen digitaal indient, dan kunnen deze verzonden worden naar: info@omwb.nl Wij verzoeken u om in de zienswijzen ons zaaknummer te vermelden.
INHOUDSOPGAVE ONTWERPBESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING..............................................................2
ONDERWERP..................................................................................................................................................... 2 ONTWERPBESLUIT...........................................................................................................................................2 RECHTSMIDDELEN........................................................................................................................6
ZIENSWIJZEN................................................................................................................................................... 6 VOORSCHRIFTEN ACTIVITEIT BOUWEN........................................................................ 10 1
HET (VER)BOUWEN VAN EEN BOUWWERK................................................. 10
1.1
ALGEMEEN
1.2
BODEMKWALITEIT:.................................................................................................. 11
1.3
Sprinkler installatie:....................................................................................... 11
10
VOORSCHRIFTEN ACTIVITEIT MILILEU......................................................................... 12 2
3
4
ALGEMENE VOORSCHRIFTEN.............................................................................. 12 2.1 2.2
Terrein van de inrichting En TOEGANKELIJKHEID.................................................... 12
2.3
Melding contactpersoon en (ONDERHOUDSWERKZAAMHEDEN.......................... 12
2.4
REGISTRATIE
2.5
BEDRIJFSBEËINDIGING.................................................................................................................. 13
6
3.1
AFVALSCHEIDING
3.2
OPSLAG VAN AFVALSTOFFEN...................................................................................................... 14
13
AFVALWATER EN WATERBESPARING............................................................. 14
ALGEMEEN.......................................................................................................................................... 14
BODEM.............................................................................................................................14 5.1
DOELVOORSCHRIFT.........................................................................................................................14
5.2
BODEMBESCHERMENDE VOORZIENING
5.3
Beheer- En PREVENTIEMAATREGELEN................................................................................... 15
5.4
BODEMONDERZOEK......................................................................................................................... 16
15
EXTERNE VEILIGHEID............................................................................................. 17 6.1
OPSLAG VAN VERPAKTE GEVAARLIJKE STOFFEN (PGS 15 OPSLAGEN)............... 17
6.2
VBB-systeem (Sprinkler INSTALLATIE) 17 Bluswateropvangvoorzieningen..................................................................... 19 TIJDELIJKE OPSLAG 'overslag/crossdocking'.......................................... 20
6.3 6.4
7
13
AFVALSTOFFEN........................................................................................................... 13
4.1 5
INSTRUCTIES..................................................................................................................................... 12
GELUID........................................................................................................................... 20 7.1
ALGEMEEN
7.2
Langtijdgemiddeld BEOORDELINGSNIVEAU..................................................................... 20 Maximale geluidniveau's................................................................................... 21
7.3
20
PROCEDURELE ASPECTEN......................................................................................................22
1.
PROCEDURELE ASPECTEN.................................................................................... 22
1.2.
Gegevens AANVRAGER.......................................................................................................... 22 Beschrijving van DE INRICHTING.................................................................................. 22
1.3.
PROJECTBESCHRIJVING........................................................................................................... 22
1.4. 1.5.
Omschrijving van DE AANVRAAG................................................................................... 22 Huidige vergunningsituatie.........................................................................29
1.6.
VERGUNNINGPLICHT.................................................................................................................29
1.7.
Bevoeg
1.1.
gezag................................................................................................ 29
1.8.
M. E.R.-BEOORDELING............................................................................................................. 29
1.9. 1.11.
Wet NATUURBESCHERMING.................................................................................................. 30 Het verdrag VAN HELSINKI............................................................................................... 30 Beoordeling van DE AANVRAAG..................................................................................... 31
1.12.
PROCEDURE.................................................................................................................................. 31
1.13.
ADVIEZEN..................................................................................................................................... 31
1.14.
Zienswijzen op De ONTWERPBESCHIKKING................................................................ 35 Wijzigingen ten opzichte van de ontwerpvergunning..........................35
1.10.
1.15.
INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN...................................................................................... 36
1.
2.
TOETSINGSKADER BOUWEN............................................................................... 36 1.1. 1.2.
INLEIDING..................................................................................................................................... 36 TOETSING..................................................................................................................................... 36
1.3.
AANDACHTSPUNTEN..................................................................................................................37
1.4.
CONCLUSIE...................................................................................................................................38
BESTEMMINGSPLAN................................................................................................ 38
2.1.
INLEIDING..................................................................................................................................... 38
2.2.
Afwijken van de BOUWREGELS........................................................................................ 38
2.3.
TOETSING..................................................................................................................................... 38
2.4.
CONCLUSIE...................................................................................................................................39
2.5.
Afwijken Risicovolle INRICHTING................................................................................ 39 Toetsing............................................................................................................39 Conclusie......................................................................................................... 40
2.6. 2.7. 3.
TOETSINGSKADER MILIEU.................................................................................. 41
3.1. 3.2. 3.3. 4.
BESTE BESCHIKBARE TECHNIEKEN................................................................ 41 4.1.
5.
Concrete Bepaling beste Beschikbare TECHNIEKEN........................................ 42
4.3.
CONCLUSIES BBT.............................................................................................. 43
AFVALSTOFFEN.......................................................................................................... 43
5.2.
Afvalstoffen ALGEMEEN..................................................................................................... 43 Opslaan van afvalstoffen op de plaats Van PRODUCTIE.............................. 44
AFVALWATER EN WATERBESPARING............................................................ 44
6.1. 6.2. 7.
TOETSINGSKADER..................................................................................................................... 41
4.2.
5.1.
6.
Inleiding........................................................................................................... 41 Toetsing oprichten, Veranderen EN/OF REVISIE............................................... 41 Besluit Activiteiten LEEFOMGEVING............................................................................ 41
TOETSINGSKADER..................................................................................................................... 44 Beoordeling en conclusie............................................................................ 44
BODEM............................................................................................................................ 45
7.1.
Het Kader voor de bescherming van de BODEM................................................ 45
7.2.
DE BODEMBEDREIGENDE ACTIVITEITEN........................................................................... 45
7.3. 7.4.
Activiteitenbesluit/ Besluit Activiteiten LEEFOMGEVING........................... 45 Beoordeling en conclusie............................................................................ 45
7.5.
NULSITUATIEONDERZOEK....................................................................................................... 46
7.6.
EINDSITUATIEONDERZOEK EN HERSTELPLICHT BIJ GECONSTATEERDE
VERONTREINIGING.......................................................................................................................................46
8.
ENERGIE........................................................................................................................ 46 8.1.
9.
ALGEMEEN.................................................................................................................................... 46
EXTERNE VEILIGHEID............................................................................................ 47
9.1.
ALGEMEEN................................................................................................................................. 47
9.2.
Register Externe VEILIGHEIDSRISICO’S /REGELING provinciale
RISICOKAART................................................................................................................................................. 48
9.3.
10.
BEOORDELING PLAATSGEBONDEN RISICO EN GROEPSRISICO..............................48
SEVESOIII-INRICHTING....................................................................................... 49
10.1.
Besluit risico's zware ongevallen 2015.............................................. 49
10.2.
VEILIGHEIDSRAPPORT............................................................................................................ 49
10.3.
(Intern) noodplan En JOURNAAL................................................................................. 49 Beoordeling Afstand tot Beschermde NATUURGEBIEDEN........................... 50 Hoofdwegen en Landelijke SPOORWEGEN.............................................................50
10.4. 10.5.
11. OP- EN OVERSLAG VAN GEVAARLIJKE STOFFEN (PGSRICHTLIJNEN)............................................................................................................................. 50 12.
13.
14.
15.
GELUID...........................................................................................................................51
12.1.
ALGEMEEN.................................................................................................................................... 51
12.2.
LANGTIJDGEMIDDELD BEOORDELINGSNIVEAU............................................................... 51
12.3.
MAXIMALE GELUIDNIVEAUS................................................................................................... 51
LUCHT............................................................................................................................. 52
13.1.
TOETSINGSKADER..................................................................................................................... 52
13.2.
Eindconclusie ASPECT LUCHT.......................................................................................... 52
TOETSINGSKADER AANLEG UITRIT................................................................ 52 14.1.
INLEIDING.....................................................................................................................................52
14.2.
TOETSING..................................................................................................................................... 52
14.3.
CONCLUSIE.................................................................................................................................. 53
CONCLUSIE.................................................................................................................. 53
BEGRIPPENLIJST........................................................................................................................54
BIJLAGE 1: WELSTANDSADVIEZEN VAN DE GEMEENTE ETTEN-LEUR VAN 25 OKTOBER 2022, 22 NOVEMBER 2022 EN 20 APRIL 2023..................................... 59 BIJLAGE 2: GELUIDZONETOETS PRODELTA VOSDONK......................................... 64 BIJLAGE 3: GELUID OVERZICHT TOETSPUNTEN BEHOREND BIJ VOORSCHRIFT 7.2.1................................................................................................................ 65
VOORSCHRIFTEN ACTIVITEIT BOUWEN
1
HET (VER)BOUWEN VAN EEN BOUWWERK
1.1
Algemeen
1.1.1
De volgende gegevens en bescheiden moeten uiterlijk drie weken voor aanvang van de werkzaamheden ter beoordeling worden overgelegd aan het bevoegd gezag, via bouwen@omwb.nl: a.
detailberekeningen en -tekeningen met betrekking tot constructieve veiligheid, belastingen en belastingcombinaties (sterkte en stabiliteit) en de uiterste grenstoestand van alle constructieve delen van alle bouwwerken alsmede van de bouwwerken als geheel;
b.
definitieve constructieve uitvoeringstekeningen;
c.
berekeningen en uitvoeringstekeningen van alle prefab vloeren;
d.
wapeningstekeningen en -berekeningen van alle in het werk gestorte onderdelen (fundering, begane grondvloer, laadkuil, poeren en balken);
e.
de uitvoeringstekeningen van alle (prefab) betonnen en stalen constructieonderdelen;
f.
berekeningen en uitvoeringstekeningen van alle overige (prefab) betonnen en stalen constructieonderdelen (gevelplinten, brandwanden, trappen en bordessen);
g.
de detailberekeningen en -tekeningen van de verbindingen van de staalconstructies;
h.
berekening en uitvoeringstekeningen stalen dakplaten (wateraccumulatie);
i.
funderingsadvies en sonderingen;
j.
paalberekening en -(wapenings)tekening van de gekozen paaltypen;
k.
de definitieve (detail)uitwerking van de brandveiligheidsvoorzieningen, zoals doorvoeren, aansluitdetails ten behoeve van de compartimentering, brandveiligheidsdetails van de hoofddraagconstructie;
l.
certificaten van de onderdelen in de brandwerende scheiding, zoals kozijnen, deuren, beglazing en (leiding)doorvoeren;
m. opleverrapporten en certificaten van de brandveiligheidsinstallaties (uiterlijk drie weken voor ingebruikname van het bouwwerk); n.
1.1.2
gegevens en bescheiden met betrekking tot de details van de in, of ten behoeve van het bouwwerk toegepaste installaties, voor zover het niet de gegevens met betrekking tot de hoofdlijn dan wel het principe van de toegepaste installaties betreft; de hoofdlijn betreft onder meer de wijze van verwarming, koeling en luchtbehandeling, de plaats en wijze van verticaal transport en de locatie en het type brandveiligheidinstallatie.
Voordat met bouwwerkzaamheden wordt begonnen, moet dit ten minste twee werkdagen (bij voorkeur één werkweek) van tevoren, conform artikel 7.7 lid 1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl) worden gemeld via https://www.omwb.nl/meldingenbouw/startmelding-bouw .
10
1.1.3
Aan de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, moeten de volgende werkzaamheden per e-mail worden gemeld aan bouwen@omwb.nl met als onderwerp "melden bouwwerk, OLO-nummer en adres”: ten minste twee werkdagen (bij voorkeur één werkweek) van tevoren:
•
de start van het heiwerk c.q. het boren van de palen;
•
het storten van beton voor fundering;
•
het monteren van de staalconstructies.
1.1.4
Zodra de werkzaamheden zijn beëindigd, moet dit direct worden gemeld via https://www.omwb.nl/meldingenbouw/gereedmelding-bouw. Conform artikel 7.7 lid 2 van het Bbl wordt een bouwwerk voor het bouwen waarvan een vergunning voor het bouwen is verleend, niet in gebruik gegeven of genomen indien niet voldaan is aan het bepaalde in het tweede lid van artikel 7.7 van het Bbl (gereedmelding).
1.2
Bodemkwaliteit:
1.2.1
Ten minste vier weken voor het begin van de bouwwerkzaamheden, moet zijn aangetoond dat de bodem van voldoende kwaliteit is voor de realisatie van een bodemgevoelig gebouw.
1.3
Sprinkler installatie:
1.3.1
De warehouses A en B dienen voorzien te zijn van een geschikt en werkend Vastopgesteld Brandbeheersings- en Brandblussysteem (VBB-systeem). Het VBB-systeem moet voor wat betreft ontwerp, uitvoering, beheer en inspectie voldoen aan het gestelde in een door het bevoegd gezag goedgekeurd uitgangspuntendocument (UPD).
1.3.2
In het UPD dienen de volgende onderdelen beschreven te worden:
1.3.3
•
Scope en demarcatie;
•
Object en de omgeving;
•
Relevante wet- en regelgeving (inclusief gelijkwaardigheden / gemotiveerd afwijken i.r.t. het VBB-systeem);
•
Brandweervoorzieningen (in de omgeving);
•
Keuze, doelstelling en eventuele samenhang van VBB-systemen;
•
Scenariobeschrijving;
•
Risicobeoordeling
•
Bouwkundige voorzieningen;
•
Organisatorische aspecten;
•
Inspectie en certificatie;
•
Tekening object.
Voordat het UPD, inclusief een eventuele Nota van Aanvullingen (NvA), ter goedkeuring wordt aangeboden aan het bevoegd gezag, moet het zijn beoordeeld door een type A inspectie-instelling. Deze instelling is voor het uitvoeren van beoordelingen en inspecties van brandbeveiligingssystemen geaccrediteerd door de Stichting Raad voor Accreditatie conform NEN-ENISO/IEC 17020 of door een andere accreditatie-instelling welke het Multilateral Agreement van European Accreditors heeft ondertekend. Het verzoek om goedkeuring van het UPD moet vergezeld gaan met het beoordelingsrapport dat is opgesteld door de type A inspectie-instelling. In geval het UPD de PGS15 ruimtes omvat zijn de vereiste uit paragraaf 6.2 van de voorschriften activiteit Milieu uit deze vergunning betrokken in het UPD. 11
VOORSCHRIFTEN ACTIVITEIT MILILEU
2
ALGEMENE VOORSCHRIFTEN 2.1
2.1.1
Terrein van de inrichting en toegankelijkheid Binnen de inrichting moet een overzichtelijke en actuele plattegrond aanwezig zijn. Op deze plattegrond moeten ten minste de volgende aspecten zijn aangegeven:
a.
alle gebouwen en de installaties met hun functies;
b.
alle opslagen van stoffen welke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken met vermelding van aard en maximale hoeveelheid.
2.1.2
Op het terrein van de inrichting moet een zodanige afscheiding aanwezig zijn dat de toegang tot de inrichting voor onbevoegden redelijkerwijs niet mogelijk is.
2.1.3
De inrichting moet schoon worden gehouden en in goede staat van onderhoud verkeren.
2.1.4
Gebouwen, installaties en opslagvoorzieningen moeten altijd goed bereikbaar zijn voor alle voertuigen die in geval van calamiteiten toegang tot de inrichting/installatie moeten hebben. Binnen of nabij de installaties mogen geen andere goederen of stoffen worden opgeslagen dan die welke voor het proces nodig zijn of daardoor zijn verkregen, met uitzondering van brandbestrijdingsmiddelen.
2.2
Instructies
2.2.1
De vergunninghouder moet de binnen de inrichting (tijdelijk) werkzame personen instrueren over de voor hen van toepassing zijnde voorschriften van deze vergunning en de van toepassing zijnde veiligheidsmaatregelen. Tijdens het in bedrijf zijn van installaties die in geval van storingen of onregelmatigheden kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu, moet steeds voldoende, kundig personeel aanwezig zijn om in voorkomende gevallen te kunnen ingrijpen.
2.2.2
De vergunninghouder moet één of meer ter zake kundige personen aanwijzen die in het bijzonder belast zijn met de zorg voor de naleving van de in deze vergunning opgenomen voorschriften.
2.3
Melding contactpersoon en (onderhouds)werkzaamheden
2.3.1
De vergunninghouder moet direct nadat de vergunning in werking is getreden schriftelijk naam en telefoonnummer opgeven aan het bevoegd gezag van degene (en van diens plaatsvervanger) met wie in spoedeisende gevallen, ook buiten normale werktijden, contact kan worden opgenomen. Als deze gegevens wijzigen moet dit vooraf onder vermelding van de wijzigingsdatum schriftelijk worden gemeld aan het bevoegd gezag.
2.3.2
Onderhoudswerkzaamheden, waarvan redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat deze buiten de inrichting nadelige gevolgen voor het milieu kunnen veroorzaken, dan wel dat hiervan in de omgeving meer nadelige gevolgen voor het milieu worden ondervonden dan uit de normale bedrijfsvoering voortvloeit moeten ten minste 3 dagen voor de aanvang van de uitvoering aan het bevoegd gezag worden gemeld.
12
2.3.3
2.4
2.4.1
Indien uit de inhoud van keurings- en inspectierapporten blijkt dat gevaar voor verontreiniging dreigt, moet direct het bevoegd gezag daarvan in kennis worden gesteld.
Registratie Binnen de inrichting is een exemplaar van deze vergunning (inclusief aanvraag) met bijbehorende voorschriften aanwezig. Verder zijn binnen de inrichting de volgende documenten aanwezig:
a.
alle overige voor de inrichting geldende omgevingsvergunningen en meldingen;
b.
de veiligheidsinformatiebladen die behoren bij de in de inrichting aanwezige gevaarlijke stoffen;
c.
de bewijzen, resultaten en/of bevindingen van de in deze vergunning voorgeschreven inspecties, onderzoeken, keuringen, onderhoud en/of metingen;
d.
de registratie van het jaarlijks elektriciteit-, water- en gasverbruik;
e. de registratie van ongewone voorvallen. De documenten genoemd onder c en d moeten ten minste vijf jaar worden bewaard.
2.4.2
2.5
2.5.1
Klachten van derden en de actie die door de vergunninghouder is ondernomen om de bron van de klachten te onderzoeken en eventueel weg te nemen, moeten worden geregistreerd. Bedrijfsbeëindiging
Bij het geheel of gedeeltelijk beëindigen van de activiteiten binnen de inrichting moeten alle aanwezige stoffen en materialen, die uitsluitend aanwezig zijn vanwege de - te beëindigen- activiteiten, door of namens vergunninghouder op milieuhygiënisch verantwoorde wijze in overleg met
het bevoegd gezag worden verwijderd.
2.5.2
3
Van het structureel buiten werking stellen van (delen van) installaties en/of beëindigen van (een van de) activiteiten moet het bevoegd gezag zo spoedig mogelijk op de hoogte worden gesteld. Installaties of delen van installaties die structureel buiten werking zijn gesteld en nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, moeten in overleg met het bevoegd gezag worden verwijderd tenzij de (delen van de) installaties in een zodanige staat van onderhoud worden gehouden dat de nadelige gevolgen niet kunnen optreden.
AFVALSTOFFEN
3.1
3.1.1
Afvalscheiding
Vergunninghouder is verplicht de volgende afvalstromen te scheiden, gescheiden te houden en gescheiden aan te bieden dan wel zelf af te voeren:
•
papier en karton;
•
kunststoffolie;
•
elektrische en elektronische apparatuur;
•
houtafval;
•
metalen;
•
de verschillende categorieën gevaarlijke afvalstoffen, onderling en van andere afvalstoffen.
13
3.2
Opslag van afvalstoffen
3.2.1
De op- en overslag en het transport van afvalstoffen moeten zodanig plaatsvinden dat zich geen afval in of buiten de inrichting kan verspreiden. Mocht onverhoopt toch verontreiniging buiten de inrichting plaatsvinden, dan moeten direct maatregelen worden getroffen om deze verontreiniging te verwijderen.
3.2.2
De verpakking van gevaarlijk afval moet zodanig zijn, dat: •
niets van de inhoud uit de verpakking kan ontsnappen;
•
het materiaal van de verpakking niet door gevaarlijke stoffen kan worden aangetast, dan wel met die gevaarlijke stoffen een reactie kan aangaan dan wel een verbinding kan vormen;
•
deze tegen normale behandeling bestand is;
•
deze is voorzien van een etiket, waarop de gevaar aspecten van de gevaarlijke stof duidelijk tot uiting komen.
3.2.3
Afvalstoffen moeten zodanig gescheiden van elkaar worden opgeslagen dat de verschillende soorten afvalstoffen ten opzichte van elkaar geen reactiviteit kunnen veroorzaken.
3.2.4
De termijn van opslag van afvalstoffen mag maximaal één jaar bedragen.
4
AFVALWATER EN WATERBESPARING
4.1
4.1.1
5
Algemeen Bedrijfsafvalwater mag uitsluitend in een openbaar vuilwaterriool worden gebracht, als door de samenstelling, eigenschappen of hoeveelheid ervan:
•
de doelmatige werking niet wordt belemmerd van een openbaar vuilwaterriool of de bij een zodanig openbaar vuilwaterriool of zuivering technisch werk behorende apparatuur;
•
de verwerking niet wordt belemmerd van slib, verwijderd uit een openbaar vuilwaterriool of een zuivering technisch werk;
•
de nadelige gevolgen voor de kwaliteit van een oppervlaktewaterlichaam zoveel mogelijk worden beperkt.
BODEM 5.1
Doelvoorschrift
5.1.1
Het bodemrisico van een bodembedreigende activiteit moet door het treffen van een combinatie van maatregelen en voorzieningen voldoen aan een verwaarloosbaar bodemrisico zoals gedefinieerd in de NRB.
5.1.2
Activiteiten zoals bedoeld in 5.1.1 zijn in ieder geval;
•
de activiteiten zoals geïdentificeerd in bijlage M9AV F 22550 5 RA 003 bodemrisicoanalyse, ontvangen op 17 augustus 2023, van de aanvraag;
•
de activiteit 'overpakken of verpompen uit ondeugdelijke verpakkingen in voor transport goedgekeurde verpakkingen’ zoals beschreven in M1AV Beschrijving inrichting V 2.0, ontvangen op 17 augustus 2023, van de aanvraag.
14
5.2
5.2.1
Bodembeschermende voorziening Een bodembeschermende voorziening dient zodanig te zijn uitgevoerd dat:
•
gemorste of gelekte vloeibare bodembedreigende vloeistoffen effectief worden opgevangen en kunnen worden opgeruimd;
•
er geen hemelwater op of in terecht kan komen, tenzij het hemelwater regelmatig van of uit de voorziening wordt verwijderd.
5.2.2
Een bodembeschermende voorziening dient bestand te zijn tegen de inwerking van de desbetreffende vloeibare bodembedreigende stoffen en de condities waaronder deze stoffen worden gebruikt of opgeslagen.
5.2.3
Een lekbak waarin vloeibare bodembedreigende stoffen in verpakking of in een opslagtank wordt opgeslagen, dient een opvangcapaciteit te hebben van ten minste 110% van de inhoud van de grootste verpakkingseenheid of opslagtank, met dien verstande dat de opvangcapaciteit ten minste 10% is van de inhoud van alle opgeslagen stoffen.
5.3
5.3.1
5.3.2
Beheer- en preventiemaatregelen Voor alle bodembeschermende voorzieningen zoals vloeistofkerende voorzieningen en lekbakken moet een inspectie en onderhoudsprogramma aanwezig en operationeel zijn. Het inspectie- en onderhoudsprogramma dient inzicht te geven in: •
welke voorzieningen worden geïnspecteerd en onderhouden;
•
de inspectie- en onderhoudsfrequentie;
•
de wijze van inspectie (visueel, monsterneming, metingen et cetera);
•
waaruit het onderhoud bestaat;
•
hoe de resultaten van inspectie en onderhoud worden gerapporteerd en geregistreerd;
•
wie de controles en inspecties uitvoert.
In de bedrijfsinterne procedures en werkinstructies moet ten minste worden aangegeven op welke wijze:
•
de staat en goede werking van bodembeschermende voorzieningen, verpakkingen en apparatuur waarin vloeibare bodembedreigende stoffen worden opgeslagen of getransporteerd, worden gecontroleerd;
•
er voor zorg wordt gedragen dat zo vaak als de omstandigheden daarom vragen inspecties op morsingen en lekkages plaatsvinden, en
•
is gewaarborgd dat gemorste of gelekte stoffen direct worden opgeruimd.
5.3.3
De controle, het onderhoud en het beheer van bodembeschermende voorzieningen moet zodanig plaatsvinden dat vrijgekomen stoffen zijn verwijderd voordat deze in de bodem kunnen geraken.
5.3.4
Degene die de inrichting drijft dient er voor zorg te dragen dat de in het kader van de bedrijfsinterne procedures en werkinstructies noodzakelijke absorptiemiddelen en andere materialen en middelen ter bescherming van de bodem binnen de inrichting in voldoende mate aanwezig zijn en dat er voldoende, in het gebruik van deze middelen, geïnstrueerd personeel aanwezig is.
15
5.3.5
5.4
Bevindingen van controles van of onderhoud aan bodembeschermende voorzieningen, alsmede acties genomen na incidenten met bodembedreigende stoffen, die mogelijk hebben geleid tot een bodemverontreiniging, dienen te worden opgenomen in een logboek dat te allen tijde beschikbaar is voor het bevoegd gezag.
Bodemonderzoek
NULSITUATIEONDERZOEK
5.4.1
Ter vaststelling van de kwaliteit van de bodem als referentiesituatie moet voorafgaand aan de start van de activiteiten een rapport met de resultaten van een onderzoek naar de bodemkwaliteit zijn ingediend bij het bevoegd gezag (nulsituatie). Het onderzoek moet betrekking hebben op alle plaatsen binnen de inrichting waar bodembedreigende activiteiten plaatsvinden. Het onderzoek moet gebaseerd zijn op de NEN 5740 'Onderzoekstrategie vaststelling nulsituatie bij een toekomstige bodembelasting’ en afgestemd zijn op de toegepaste stoffen. Ter zake van de uitvoering van het bodemonderzoek kunnen nadere eisen worden gesteld door het bevoegd gezag; inhoudende dat meerdere monsternemingen of analyses moeten worden verricht, indien dit op grond van de overgelegde hypothese(n) en onderzoeksstrategie noodzakelijk blijkt.
EINDONDERZOEK
5.4.2
Binnen drie maanden na beëindiging van een bodembedreigende activiteit moet ter vaststelling van de kwaliteit van de bodem een bodembelastingonderzoek naar de eindsituatie zijn uitgevoerd. De resultaten moeten uiterlijk 1 maand nadat dit onderzoek is uitgevoerd aan het bevoegd gezag zijn overgelegd. Ter plaatse van de tijdens het nulsituatieonderzoek onderzochte locaties moet het eindonderzoek dezelfde opzet en intensiteit hebben als het nulsituatieonderzoek, mits dat onderzoek correct is uitgevoerd. Als het nulsituatie onderzoek niet correct is uitgevoerd dan moet het eindonderzoek betrekking hebben op alle plaatsen binnen de inrichting waar bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden.
5.4.3
Het onderzoek moet gebaseerd zijn op de NEN 5740 'Onderzoekstrategie vaststelling nulsituatie bij een toekomstige bodembelasting’ en afgestemd zijn op de toegepaste stoffen.
HERSTELPLICHT (BODEMSANERING)
5.4.4
Indien uit het onderzoek, bedoeld in voorschrift 5.4.2 blijkt dat de bodem als gevolg van de activiteiten in de inrichting is aangetast of verontreinigd, draagt degene die de inrichting drijft er zorg voor dat zo spoedig mogelijk na toezending van dat rapport danwel binnen een met het bevoegd gezag nader overeengekomen termijn, de bodemkwaliteit is hersteld naar ten minste de nulsituatie zoals vastgesteld op basis van voorschrift 5.4.1. Het herstel van de bodemkwaliteit geschiedt door een persoon of een instelling die beschikt over een erkenning op grond van het Besluit bodemkwaliteit.
16
6
EXTERNE VEILIGHEID
6.1
Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen (PGS 15 opslagen)
OPSLAGEN GROTER DAN 10.000 KG
6.1.1
6.1.2
Opslag van gevaarlijke stoffen in hoeveelheden van meer dan 10 ton per opslagplaats vindt plaats in overeenstemming met onderstaand overzicht:
Hal
Maximale opslag (ton)
Gevarenklassen
A1
4.000
ADR klasse 8a/b en 9a/b, niet ADR, CMR-stoffenc en koopmansgoederen
A2
4.000
ADR klasse 8a/b en 9a/b, niet ADR, CMR-stoffenc en koopmansgoederen
a. b. c.
Verpakkingsgroep II en/of III Vlampunt > 100°C CMR stoffen zijn ontbrandbaar of niet-brandonderhoudend
De opslag van verpakte gevaarlijke stoffen die vallen onder de ADRklassen, zoals genoemd in de richtlijn PGS 15 moet in de speciaal daarvoor bestemde ruimten, kluis A1 en A2, plaatsvinden en moet voldoen aan de volgende voorschriften van de PGS 15; a. het opslaan van verpakte gevaarlijke stoffen: 3.1.1, 3.1.2, 3.1.3, 3.1.5; b. Bouwkundige eisen 3.2.2, 3.2.6, 3.2.7, 3.2.8, 3.2.9, 3.2.10, 3.2.13;
c. Gebruik van opslagvoorziening: 3.4.1 t/m 3.4.12;
d. Bodembeschermende voorziening: 3.5.1 en 3.5.3; e. Stellingen en pallets: 3.7.1 t/m 3.7.8 behoudens 3.7.5;
f.
Dampen: 3.9.1;
g. Verpakkingen: 3.11.1; h. Blustoestellen 3.12.1;
i.
Beschermingsniveaus 4.2.1 en 4.2.2;
j.
Koopmansgoederen en aanverwante stoffen 4.3.2;
k. Bereikbaarheid 4.4.1;
l.
Maximaal vloeroppervlak 4.5.1 en 4.5.2 (of gelijkwaardig);
m. Vakindeling 4.5.3 en 4.5.5; n. Productopvang 4.7.1; o. Bluswatervoorziening 4.9.1.
6.1.3
6.2
6.2.1
Van PGS 15 voorschrift 4.5.2 kan worden afgeweken wanneer door de vergunninghouder middels een veiligheidsstudie een gelijkwaardig veiligheidsniveau is aangetoond en is goedgekeurd door het bevoegd gezag.
VBB-systeem (sprinkler installatie) De opslagvoorzieningen kluis A1 en A2 zijn voorzien van een vastopgesteld brandbeheersings- en brandblussysteem (VBB-systeem) dat gereed is vóór
17
inbedrijfsneming. De installatie, of een combinatie van installaties moet zijn ontworpen conform het goedgekeurde uitgangspuntendocument (UPD).
6.2.2
Het UPD moet zijn goedgekeurd door het bevoegd gezag, voordat met de aanleg van het VBB-systeem wordt begonnen.
6.2.3
Het UPD bevat:
1.
de doelstelling of doelstellingen van het VBB-systeem;
2.
de beschrijving van de situatie waarvoor het VBB-systeem doeltreffend is ten aanzien van de doelstellingen: a. de lijst van gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen en/of groepen van gevaarlijke stoffen en/of ADR-gevarenklassen waarvoor vergunning verleend is dan wel wordt aangevraagd en die van belang zijn voor de keuze en werking van het VBB-systeem;
b. de lijst van overige stoffen (aanverwante stoffen, koopmansgoederen en pallets) die kunnen worden opgeslagen en die van belang zijn voor de keuze en werking van het VBBsysteem; c. de bouwkundige, installatietechnische en organisatorische voorzieningen die noodzakelijk zijn voor de goede werking van het VBB-systeem;
d. de brandscenario’s waarvoor het VBB-systeem doeltreffend moet zijn. 3.
het gekozen VBB-systeem met verantwoording;
4.
de prestatie-eisen te stellen aan het VBB-systeem om de doelstellingen te bereiken;
5.
de voor ontwerp, uitvoering, beheer en inspectie toe te passen normen (de ontwerpnorm) met verantwoording van de keuze;
6.
de afwijkingen ten opzichte van de ontwerpnorm en/of deze PGS;
a. door toepassing van een gelijkwaardig alternatief met verantwoording; b. door buiten toepassing verklaren van onderdelen van de ontwerpnorm met verantwoording.
6.2.4
Minimaal eens per vijf jaar beoordeelt een type A inspectie-instelling in opdracht van de drijver van de inrichting het UPD. De inspectie-Instelling geeft de verschillen aan tussen de normversie die gebruikt is in het goedgekeurde UPD en de normversie die ten tijde van de vijfjaarlijkse toets geldt. De beoordeling houdt rekening met de in 6.2.3 onder 6 i. en ii.
vastgestelde afwijkingen. De informatie uit de toets wordt vastgelegd in een beoordelingsrapport en behoort beschikbaar te zijn voor het bevoegd gezag.
6.2.5
Voordat het UPD ter goedkeuring wordt aangeboden aan het bevoegd gezag, moet het zijn beoordeeld door een type A inspectie-instelling. Deze instelling is voor het uitvoeren van beoordelingen en inspecties van brandbeveiligingsystemen geaccrediteerd door de Stichting Raad voor Accreditatie conform NEN-EN-ISO/IEC 17020 of door een andere accreditatie-instelling welke het Multilateral Agreement van European Accreditors heeft ondertekend. Het verzoek om goedkeuring van het UPD moet vergezeld gaan met het beoordelingsrapport dat is opgesteld door de type A inspectie-instelling.
6.2.6
Een opslagvoorziening voor verpakte gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen met beschermingsniveau 1 en waarbij een VBB-systeem is toegepast, mag niet eerder in gebruik worden genomen dan nadat een initieel inspectierapport door een type A inspectie-instelling is afgegeven. Uit het 18
inspectierapport moet blijken of het VBBsysteem is aangelegd en opgeleverd conform de door het bevoegd gezag goedgekeurde uitgangspunten als bedoeld in 6.2.5. Het inspectierapport moet binnen de inrichting aanwezig zijn.
6.2.7
Na ingebruikname van een brandbeveiligingsinstallatie zoals bedoeld in 6.2.1 moet deze iedere twaalf maanden door een type A inspectie-instelling zoals bedoeld in 6.2.6 worden beoordeeld. Bij deze beoordeling moet getoetst worden of het VBB-systeem en de situatie binnen de opslagvoorziening in overeenstemming zijn met het door het bevoegd gezag goedgekeurde UPD als bedoeld in 6.2.5. Het inspectierapport moet binnen de opslagvoorziening aanwezig zijn.
6.2.8
Indien uit het jaarlijkse inspectierapport blijkt dat de installatie niet in overeenstemming is met het UPD, waardoor een "Nee-conclusie" wordt afgegeven, dan dient de vergunninghouder dit zo spoedig mogelijk, doch binnen uiterlijk 5 werkdagen, te melden aan bevoegd gezag. In deze melding dient door de vergunninghouder vermeld te worden hoe de installatie in overeenstemming kan worden gebracht met het UPD.
6.2.9
De drijver van de inrichting behoort de opslagvoorziening in overeenstemming met het UPD in gebruik te hebben.
6.2.10 Ten aanzien van de acceptatie van koopmansgoederen en aanverwante stoffen zoals bedoeld in voorschrift 4.3.2 van de PGS15 geldt: Exploitant dient te beschikken over een "Producten acceptatie" en/of "Stoffenbeheersysteem" met als doel de acceptatie van nieuwe soorten goederen of stoffen op een gestructureerde wijze te laten verlopen, vast te leggen en te toetsen aan de juiste criteria voor het al dan niet toestaan en opslaan van stoffen. Daarbij vindt een acceptatietoetsing plaats op basis van de producteigenschappen en in geval van toepassing het bij het product behorende veiligheidsinformatieblad of MSDS. Bij twijfel aan de classificatie van een bepaald product dient hiervoor een specialist op dat gebied te worden geraadpleegd.
6.2.11 Het "Producten acceptatie" en/of "Stoffenbeheersysteem", zoals bedoeld in 6.2.10, wordt voor toepassing ter goedkeuring aangeboden aan het bevoegd gezag.
6.3
Bluswateropvangvoorzieningen
6.3.1
Voor de opslagvoorzieningen kluis A1 en A2 moet de nominale bluswateropvangcapaciteit worden bepaald met behulp van de in PGS 14 vermelde parameters. De werkelijke grootte van de bluswateropvangvoorziening moet: stoffen van ADR-klasse 9 (milieugevaarlijk), ten minste gelijk zijn aan de nominale opvangcapaciteit (100 %); - indien stoffen van ADR-klasse 8 zijn opgeslagen, ten minste 50% bedragen van de nominale capaciteit.
6.3.2
De bluswaterafvoer van meerdere opslagvoorzieningen is aangesloten op één centrale opvangvoorziening - laadkuil bij loods A - en de opvangcapaciteit is gedimensioneerd op de grootste opslagvoorziening.
6.3.3
Tussen de bluswateropvang - laadkuil bij loods A - en het gemeenteriool bevindt een afsluiter. De afsluiter is gekoppeld aan de brandmeldinstallatie. In geval van brand wordt de afsluiter automatisch gesloten waardoor potentieel verontreinigd bluswater niet kan afstromen naar het gemeenteriool. De afvoer kan ook handmatig worden gesloten middels een noodknop. De locatie van de noodknop wordt op de inrichtingstekening weergegeven.
19
6.4
6.4.1
TIJDELIJKE OPSLAG ‘overslag/crossdocking‘
De tijdelijke opslag van verpakte gevaarlijke stoffen die vallen onder de
ADR-klassen 8 en 9 zoals genoemd in de richtlijn PGS 15 moet voldoen aan de volgende voorschriften van de PGS15: a. 5.2.2, 5.4.1, 5.4.2, 5.4.5 tot en met 5.4.9;
Tijdelijke opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, ten hoogste 10 000 kg per brandcompartiment, uitsluitend tijdens aanwezigheid van deskundig personeel. b. 5.6.1 tot en met 5.6.5; 7
GELUID 7.1
7.1.1
7.2
7.2.1
Algemeen Het meten en berekenen van de geluidniveaus en het beoordelen van de meetresultaten moet plaatsvinden overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999.
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr.LT veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten, alsmede door het transportverkeer binnen de grenzen van de inrichting, mag op de onderstaande beoordelingspunten niet meer bedragen dan:
Beoordelingspunt en omschrijving
Rijksdriehoekcoördinaten
Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT in dB(A)
Dag
Avond
Nacht
07.00 19.00 uur
19.00 23.00 uur
23.00 07.00 uur
50m_ZW
101071 ; 398549
34
34
31
50m_NW
101036 ; 398822
38
36
34
50m_NO
101387 ; 398787
38
35
35
29: Hoevenseweg 44
101284 ; 398830
38
38
37
28_B: Vossendaal 55
101041 ; 398759
38
39
37
De ligging van de beoordelingspunten is aangegeven op figuur 1 in bijlage 3 van deze beschikking. De beoordelingshoogte van de punten op 50 m van de grens van de inrichting bedraagt 5 m boven maaiveldhoogte. De beoordelingshoogte van punten 28_B en 29 bedraagt 1,5 m in de dagperiode en 5 m in de avond- en nachtperiode.
20
7.3
7.3.1
Maximale geluidniveau’s
Onverminderd het gestelde in voorschrift 7.2.1Error: Reference source not found mag het maximale geluidsniveau LAmax geproduceerd door de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en plaatsvindende activiteiten, ter plaatse van de gevel van enige niet tot de inrichting behorende woning van derden en/of geluidgevoelige objecten niet meer bedragen dan:
a.
a.
70 dB(A), tussen 07.00 en 19.00 uur (dagperiode);
b.
b.
65 dB(A), tussen 19.00 en 23.00 uur (avondperiode);
c.
c.
60 dB(A), tussen 23.00 en 07.00 uur (nachtperiode).
21
PROCEDURELE ASPECTEN
1.
PROCEDURELE ASPECTEN
1.1.
Gegevens aanvrager
Op 30 september 2023 is een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ontvangen. Het betreft een verzoek van: ProDelta Real Estate Development B.V. gevestigd aan de Parklaan 9, 3016 BA in Rotterdam. Hierna ProDelta genoemd. De onderhavige locatie in het verzoek betreft Hoevenseweg 41-43 in Etten-Leur.
1.2.
Beschrijving van de inrichting
ProDelta is een logistiek bedrijf voor de op- en overslag van goederen waaronder verpakte gevaarlijke stoffen.
1.3.
Projectbeschrijving
Het project waarvoor vergunning wordt gevraagd is als volgt te omschrijven;
•
Het oprichten en exploiteren van een distributiecentrum voor koopmansgoederen en verpakte gevaarlijke stoffen.
Een uitgebreide projectomschrijving is opgenomen in de aanvraag om vergunning. Gelet op bovenstaande omschrijving wordt vergunning gevraagd voor de volgende in de Wabo omschreven activiteiten;
•
artikel 2.1, lid 1, onder a (het bouwen van een bouwwerk);
•
artikel 2.1, lid 1, onder c (het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan);
•
artikel 2.1, lid 1, onder e (het oprichten van een inrichting);
•
artikel 2.2, lid 1, onder e (het maken van een uitweg of veranderen van uitweg).
1.4.
een
Omschrijving van de aanvraag
Bij de aanvraag, aanvraagformulier met OLO nr 7282161, zijn in het omgevingsloket (OLO) de volgende bijlagen gevoegd:
Naam bijlage
Bestandsnaam
Datum
ingediend
21-017 B02 30-09 2022 pdf
21-017 B02 30-09 2022.pdf
2022-09-30
21-017 B101 30-09 2022 pdf
21-017 B101 30-09 2022.pdf
2022-09-30
21-017 B201 30-09 2022 pdf
21-017 B201 30-09 2022.pdf
2022-09-30
21-017 B301 30-09 2022 pdf
21-017 B301 30-09 2022.pdf
2022-09-30
21-017 B701 30-09 2022 pdf
21-017 B701 30-09 2022.pdf
2022-09-30
21-017 B901 30-09 2022 pdf
21-017 B901 30-09 2022.pdf
2022-09-30
21-017_Documentenlijst_30-
21-017_Documentenlijst_30-09-2022.pdf
2022-09-30
21-017 UPD 30-09-2022 pdf
21-017 UPD 30-09-2022.pdf
2022-09-30
22ZP0972-totaal pdf
22ZP0972-totaal.pdf
2022-09-30
2-09-29 2208 Impressies ge-
2022-09-29 2208 Impressies gebouw A3
2022-09-30
09-2022 pdf
22
bouw A3 LQ pdf
LQ.pdf
2208_T06_0 1_00_-_30-09-
2208 T06_01_00 - 30-09-2022.pdf
2022-09-30
2208 T06_02_00 - 30-09-2022.pdf
2022-09-30
2208 T06_03_00 - 30-09-2022.pdf
2022-09-30
2208 T06_03_01 - 30-09-2022.pdf
2022-09-30
2208 T06_03_02 - 30-09-2022.pdf
2022-09-30
2208 T06_03_03 - 30-09-2022.pdf
2022-09-30
2208 T06_04_00 - 30-09-2022.pdf
2022-09-30
2208 T06_06_00 - 30-09-2022.pdf
2022-09-30
2208 T06_90_00 - Documentenlijst.pdf
2022-09-30
Rapport_DC_ProDelta_Etten-
11304-1 BBC Rapport DC ProDelta Etten-Leur
2022-09-30
Leur rev A pdf
rev A.pdf
EN_6079_DC_ProDelta_Etten-
11304-1 BGB Rapport NEN 6079 DC ProDelta
Leur rev A pdf
Etten-Leur rev A.pdf
2022 pdf 2208_T06_02_00_-_30-09-
2022 pdf 2208_T06_03_00_-_30-09-
2022_pdf 2208_T06_03_01_-_30-09-
2022_pdf 2208_T06_03_02_-_30-09-
2022_pdf 2208_T06_03_03_-_30-09-
2022_pdf 2208_T06_04_00_-_30-09-
2022_pdf 2208_T06_06_00_-_30-09-
2022_pdf
2208_T06_90_00_-
Documentenlijst pdf
pport DC ProDelta Etten-
11304-1 VTM Rapport DC ProDelta Etten-Leur
Leur rev A pdf 1
rev A.pdf
ig_Ontwerp_bedrijfsvloeren-
220930_2200438_NOT_DC Etten-Leur
-CT_V1_DEF_pdf
2022-09-30
2022-09-30
2022-09-30
Prodelta_Voorlopig Ontwerp bedrijfsvloeren_CT V1 DEF.pdf
loer_as_25-M_t_m_13-
2200438_TEK_CT2_14_001_Plattegrond
E_DEF_30-09-2022_pdf
bedrijfsvloer as 25-M t_m 13-E_DEF_30-09-
2022-09-30
2022.pdf
loer_as_25-F_t_m_13-
2200438_TEK_CT2_14_002_Plattegrond
A_DEF_30-09-2022_pdf
bedrijfsvloer as 25-F t_m 13-A_DEF_30-09-
2022-09-30
2022.pdf vloer_as_13-M_t_m_4-
2200438_TEK_CT2_14_003_Plattegrond
E_DEF_30-09-2022_pdf
bedrijfsvloer as 13-M t_m 4-E_DEF_30-09-
2022-09-30
2022.pdf loer_as_25-E_t_m_13-
2200438_TEK_CT2_14_004_Plattegrond
A_DEF_30-09-2022_pdf
bedrijfsvloer as 25-E t_m 13-A_DEF_30-09-
2022-09-30
2022.pdf _Plattegrond_laadkuil_DEF_30-
2200438_TEK_CT2_14_005_Plattegrond
09-2022 pdf
laadkuil_DEF_30-09-2022.pdf
K_CT2_d01_Documentenl-
2200438_TEK_CT2_d01_Documentenl-
ijst 30-09-2022 pdf
ijst_30-09-2022.pdf
QS_Hoevenseweg41-43_Etten-
20220494_QS_Hoevenseweg41-43_Etten-
Leur vs1 0 pdf
Leur_vs1.0.pdf
toets_bruikbaarheid_ventil-
20220928 - BB-01 Bouwbesluittoets
atie BGG 1 pdf
bruikbaarheid ventilatie BGG_1.pdf
kbaarheid_ventilatie_1e_ve-
20220928 - BB-02 Bouwbesluittoets
23
2022-09-30
2022-09-30
2022-09-30
2022-09-30
2022-09-30
rdieping 2 pdf
bruikbaarheid ventilatie 1e verdieping 2.pdf
kbaarheid_ventilatie_2e_ve-
20220928 - BB-03 Bouwbesluittoets
rdieping 3 pdf
bruikbaarheid ventilatie 2e verdieping_3.pdf
2022-09-30
2022-09-30
4_Bouwbesluittoets_daglich-
20220928 - BB-04 Bouwbesluittoets daglicht
t Gevels 5 pdf
Gevels_5.pdf
_2022037_DC_Etten_Leu-
20220928 - ES 2022037 DC Etten Leur MIES
r MIES - totaal pdf
- totaal.pdf
220928_-_MPG_ES2022037_D-
20220928 - MPG ES2022037 DC Etten-
C Etten-Leur pdf
Leur.pdf
ten-Leur kantoor links -
20220928 Bouwbesluittoets DC Etten-Leur
tussenvloer pdf
kantoor links - tussenvloer.pdf
en-Leur_kantoor_midden_-
20220928 Bouwbesluittoets DC Etten-Leur
tussenvloer pdf
kantoor midden - tussenvloer.pdf
en-Leur kantoor rechts -
20220928 Bouwbesluittoets DC Etten-Leur
tussenvloer pdf
kantoor rechts - tussenvloer.pdf
1_Beschrijving_inrichting_-
Bijlage M1 Beschrijving inrichting Versie
Versie 1 0 pdf
1.0.pdf
_1380_DoRe_Bodemonder-
Bijlage M2 20181019 1380 DoRe
zoek verkennend pdf
Bodemonderzoek verkennend.pdf
t_Aerius_berekening_F_22550-
Bijlage M3 Stikstof depositie met Aerius
2-RA-002 pdf
berekening F 22550-2-RA-002.pdf
koestisch_onderzoek_F_22550-
Bijlage M4 Akoestisch onderzoek F 22550-1-