Bijlage 1 - Nota beantwoording zienswijzen Windturbine Hoge Zijpolder.pdf
Tekst van het document
BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN op de ontwerp omgevingsvergunning en ontwerp verklaring van geen bedenkingen Windturbine Hoge Zijpolder
datum: 15 juli 2021 status: Eindconcept
Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................................................... 3 Overwegingen n.a.v. uitspraak ABRvS inzake ‘Nevele arrest’ ........................................................................................... 3
Leeswijzer ............................................................................................................................................ 4 Overzicht van wijzigingen .................................................................................................................... 4 A. Zienswijzen ...................................................................................................................................... 6 Z1 – Particuliere indiener op ontwerp omgevingsvergunning en ontwerp vvgb .............................................................. 6 Z2 – Windpark de Beemden B.V. op ontwerp omgevingsvergunning ............................................................................ 10 Z3 – Natuurplein de Baronie op ontwerp omgevingsvergunning ................................................................................... 11 Z4 – Milieuvereniging De Groene Koepel op ontwerp omgevingsvergunning en ontwerp vvgb ................................... 20 Z5a – Particuliere indiener op ontwerp vvgb .................................................................................................................. 28 Z5b – Particuliere indiener op ontwerp omgevingsvergunning ...................................................................................... 32
Bijlagen .............................................................................................................................................. 37 Bijlage 1 - Memo ‘MER en gevolgen Nevele arrest Windturbine Hoge Zijpolder’(Bosch & van Rijn, 2021) ................... 37
2
Inleiding De ontwerp omgevingsvergunning en ontwerp verklaring van geen bedenkingen (vvgb) voor Windturbine Hoge Zijpolder hebben van 13 mei 2021 gedurende 6 weken, tot en met 23 juni 2021, ter inzage gelegen in het informatiecentrum in het stadskantoor. Daarnaast waren de genoemde stukken digitaal raadpleegbaar op www.etten-leur.nl en de landelijke internetpagina www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende de periode van ter inzage ligging kon een ieder mondeling of schriftelijk bij het college van burgemeester en wethouders (ontwerp-besluit omgevingsvergunning) en bij de gemeenteraad (ontwerp-verklaring van geen bedenkingen) een zienswijze indienen. De bekendmaking heeft plaatsgevonden op 12 mei 2021 in het weekblad Etten-Leurse Bode, de Staatscourant, het gemeenteblad, de gemeentelijke internetpagina en publicatiebord. De provincie Noord-Brabant en het waterschap Brabantse Delta zijn digitaal over de ter inzage ligging geïnformeerd, de omwonenden van de projectlocatie zijn persoonlijk per brief geïnformeerd. Er zijn 5 zienswijzen ingediend: 1. 2. 3. 4. 5.
Eigenaar van gronden in nabijheid van projectlocatie Windpark de Beemden B.V. Natuurplein de Baronie Milieuvereniging De Groene Koepel Bewoner Hoge Zijweg
Na overleg met Windpark de Beemden B.V. is zienswijze 2 ingetrokken. Zienswijzen 1, 4 en 5 zijn ingediend bij zowel het college van burgemeester en wethouders (ontwerp-besluit omgevingsvergunning) als bij de gemeenteraad (ontwerp-verklaring van geen bedenkingen). Zienswijze 3 is ingediend bij het college van burgemeester en wethouders en heeft alleen betrekking op het ontwerp-besluit omgevingsvergunning. Alle zienswijzen zijn tijdig ingekomen en worden in de afweging van de besluitvorming over de ontwerp omgevingsvergunning en de ontwerp verklaring van geen bedenkingen betrokken. In dit document worden de zienswijzen beantwoord. Hierbij is een verkorte weergave van elke zienswijze gepresenteerd. De teksten uit de zienswijzen zijn letterlijk overgenomen in dit rapport. Bij de beoordeling van de zienswijzen is steeds de volledige tekst van de ingediende zienswijze betrokken. Indien een zienswijze aanleiding geeft om de omgevingsvergunning (of een bijlage hiervan zoals de Ruimtelijke onderbouwing), het voornemen of de verklaring van geen bedenkingen te wijzigingen t.o.v. de ontwerp omgevingsvergunning, het ter inzage gelegde voornemen of de ontwerp verklaring van geen bedenkingen, is dit in een aparte kolom aangegeven. Daarnaast wordt aan het eind van deze inleiding een opsomming gegeven van deze punten.
In verband met toepassing van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn de zienswijzen van natuurlijke personen in openbare versies van deze nota geanonimiseerd weergegeven.
Overwegingen n.a.v. uitspraak ABRvS inzake ‘Nevele arrest’ De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft recentelijk uitspraak gedaan in Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding (ECLI:NL:RVS:2021:1395) tegen de achtergrond van het ‘Nevele-arrest’ van het Europees Hof. De uitspraak oordeelt dat algemene regels voor windturbines in het Activiteitenbesluit milieubeheer (Abm) en de bijbehorende Activiteitenregeling milieubeheer (Arm) voor windturbineparken (windturbinebepalingen) buiten toepassing moeten worden gelaten. Voor deze
3
windturbinebepalingen had op basis van EU-recht een milieubeoordeling moeten worden gemaakt, omdat zij kaderstellend zijn voor de toekenning van toekomstige vergunningen. Met de uitspraak zijn de windturbinebepalingen zelf niet vernietigd, deze bestaan nog steeds. Ook wordt in de uitspraak niets gezegd over de inhoudelijke juistheid van de normen. Om deze procedurele fout te herstellen moet het Rijk nu alsnog een plan-m.e.r. doorlopen voor de windturbinebepalingen uit het Abm en Arm. De hierboven genoemde windturbinebepalingen betreffen de algemene regels voor windturbines uit het Abm en Arm voor windturbineparken. Deze algemene regels mogen dan ook niet meer worden toegepast voor windturbineparken totdat deze regels zijn voorzien van een milieubeoordeling. Wel is het het bevoegd gezag toegestaan om in afwachting van nationale regelgeving vergunningspecifieke normen te stellen die in plaats komen van de windturbinebepalingen uit het Abm en Arm. Zoals hierboven is toegelicht is in dit geval geen sprake van een windturbinepark. Uit de uitspraak blijkt dat de windturbinebepalingen niet volledig onverbindend verklaard zijn.
In rechtsoverweging 18.1 van de uitspraak wordt dit als volgt toegelicht: “Vooropgesteld wordt dat een exceptieve toetsing van de windturbinebepalingen aan de SMBrichtlijn met zich kan brengen dat deze bepalingen vanwege een geconstateerd gebrek buiten toepassing moeten worden gelaten. Van algehele onverbindendheid van de betrokken bepalingen kan geen sprake zijn, omdat deze bepalingen ook van toepassing zijn op windturbineprojecten die niet vallen onder bijlage II van de Mer-richtlijn onder i van punt 3, waarnaar artikel 3, tweede lid, onder a, van de SMB-richtlijn verwijst. In punt 3 gaat het namelijk om windturbineparken en niet alle windturbineprojecten zijn windturbineparken.” De staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat bevestigt in haar schrijven van 6 juli 2021 aan de Tweede Kamer ‘Gevolgen van de uitspraak van de Raad van State over milieubeoordeling voor windturbinenormen’ (DGKE-WO / 21177649) dat voor één of twee losse windturbines de windturbinebepalingen wel blijven gelden. Bovenstaande overwegingen n.a.v. uitspraak ABRvS inzake het ‘Nevele arrest’ zijn opgenomen in de memo ‘MER en gevolgen Nevele arrest Windturbine Hoge Zijpolder’(Bosch & van Rijn, 2021), bijgevoegd bij voorliggende nota van beantwoording (Bijlage 1).
Leeswijzer De ingediende zienswijzen zijn genummerd (Z1 t/m Z5) en worden één voor één behandeld en van beantwoording voorzien.
Overzicht van wijzigingen De ingediende zienswijzen leiden tot de volgende aanpassingen in de omgevingsvergunning: ➢ Voorschrift ter borging van de verplichte compensatie van negatieve effecten t.a.v. Natuur Netwerk Brabant die volgt uit artikel 3.16 lid 1 en artikel 3.22 lid 1 van de provinciale Interim omgevingsverordening. Voortschrijdend inzicht leidt tot de volgende aanpassing in de omgevingsvergunning: ➢ Voorschrift ter borging dat de omgevingsvergunning geldt voor een bepaalde termijn, die ten hoogste 25 jaar bedraagt conform na afloop artikel 3.37 lid 2 onder a Interim omgevingsverordening Noord- Brabant.
4
➢ Voorschrift ter borging dat de windturbines na afloop van het daadwerkelijke gebruik worden verwijderd en dat hier financiële zekerheid voor is gesteld conform artikel 3.37 lid 2 onder b en c Interim omgevingsverordening Noord- Brabant. De ingediende zienswijzen leidt tot de volgende aanvulling in de Ruimtelijke onderbouwing: ➢ De compensatie van negatieve effecten t.a.v. Natuur Netwerk Brabant die volgt uit artikel 3.16 lid 1 en artikel 3.22 lid 1 van de provinciale Interim omgevingsverordening wordt beschreven.
5
A. Zienswijzen Z1 – Particuliere indiener op ontwerp omgevingsvergunning en ontwerp vvgb Naam instantie/indiener: Datum zienswijze:
Particuliere indiener (uit Etten-Leur) 12 juni 2021 (ontvangen 21 juni 2021)
Zienswijze: Nr.
Tekst uit zienswijze
Beantwoording
0
De indiener tekent bezwaar aan tegen de beslissing om een omgevingsvergunning te verlenen voor de realisatie van één extra windturbine in het verlengde van het bestaande windpark Groene Dijk II. De argumentatie waarom de windturbine niet m.e.r.-beoordelingsplichtig zou zijn is onjuist. De separate nutsaansluiting en de andere (juridische) eigenaar doen niets af aan het feit dat de windturbine ruimtelijk wel degelijk één windpark vormt met windpark Groene Dijk II. Ook betreft de aanvrager een andere entiteit, maar is één van de initiatiefnemer eigenaar van windpark Groene Dijk II. Door de toevoeging van windturbine Hoge Zijpolder neemt de gezamenlijke milieu-impact van het windpark toe en overschrijdt het windpark door cumulatie de grenswaarde van 15MW. Het opknippen mag niet leiden tot het ontlopen van de m.e.r.-beoordelingsplicht. Ruimtelijk en daarmee ook vanuit MERoogpunt is wel degelijk sprake van één windpark. Door toevoeging van de windturbine wordt de grenswaarde van 15MW overschreden. Daarmee geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht waar niet aan is voldaan. In het rapport Externe Veiligheid (bijlage D) is geen rekening gehouden met perceel ETN01-M11 terwijl dit perceel wel binnen de risicocontour van de windturbine valt. Het betreft een agrarisch perceel dat bewerkt en gebruikt kan worden voor beweiding van dieren.
In het onderhoudsprotocol van de te plaatsen windturbine is aangegeven dat onderhoudspersoneel niet binnen een straal van 400 meter mag komen van een windturbine die in gebruik is. Het is dan vreemd dat het perceel ETN01-M11 wel bewerkt mag worden.
Ter kennisgeving aangenomen.
1
2
Aanpassing omgevingsvergunning Nee
Zie voor een uitgebreide uiteenzetting van de (niet op dit voornemen van toepassing zijnde) m.e.r.(beoordelings)plicht de memo ‘MER en gevolgen Nevele arrest Windturbine Hoge Zijpolder’(Bosch & van Rijn, 2021) bijgevoegd bij voorliggende nota van beantwoording (Bijlage 1).
Nee
Uit het onderzoek naar externe veiligheid (Windturbine Hoge Zijpolder, onderzoek Externe Veiligheid t.b.v. ruimtelijke onderbouwing, Bosch & Van Rijn, 16 april 2021) blijkt dat de windturbine kan voldoen aan de normen in artikel 3.15a, lid 1 en 2 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en de toetsafstanden uit het Handboek Risicozonering Windturbines. Percelen met agrarische bestemming kennen in de Nederlandse wetgeving geen bescherming. Op basis van de uitgevoerde onderzoeken worden geen belangrijke risico’s voor de veiligheid verwacht.
Nee
Bij toetsing van de omgevingsvergunningaanvraag wordt uitgegaan van de normen uit de Nederlandse wetgeving en
6
Nederlandse toetsafstanden, niet van een onderhoudsprotocol van een windturbinefabrikant. Het kan voorkomen dat windturbinefabrikanten dergelijke veiligheidsoverwegingen meegeven om elke vorm van aansprakelijkheid uit te sluiten. Dit verschilt per windturbinefabrikant. Dergelijke private overwegingen kennen geen status binnen de te maken planologisch afweging. 3
De 'bladen' van de windturbine bevinden zich binnen 1 meter van de erfgrens van perceel ETN01-M11. Dit is in strijd met het bouwbesluit. Indiener heeft een suggestie gedaan voor het verplaatsen van de windturbine in noordelijke richting. De gewijzigde locatie bevordert ook de externe veiligheid van het aangrenzende (wandel)pad.
4
De windturbine veroorzaakt de nodige slagschaduw op perceel ETNO1M11. Dit zorgt voor een verminderde gewasopbrengst.
5
In verschillende vakbladen zijn berichten verschenen dat er een mogelijk verband bestaat tussen gedrags- en gezondheidsproblemen, verminderde productiviteit en sterfte bij melkvee/schapen en windturbines. Het effect van windturbines op de gezondheid van mensen wordt ook steeds meer onderkend (laagfrequent geluid, slagschaduw en - knipperende -lichten). Dat kan tot gezondheidsproblemen leiden. Indien er op termijn een casual verband wordt gevonden wil indiener een garantie voor een volledige schadeloosstelling met terugwerkende kracht.
Onduidelijk is op welk artikel van het Bouwbesluit indiener zich beroept. Er vindt geen overdraai van de wieken over percelen van derden plaats, hiermee is voorkomen dat er privaatrechtelijke belangen worden geschaad. De beoogde locatie van de windturbine zoals opgenomen in de omgevingsvergunningaanvraag wordt daarmee geschikt geacht. Er is geen onderzoek bekend waaruit een verband blijkt dat windturbines de groei van agrarische gewassen negatief beïnvloedt. De laatste decennia zijn er talloze windturbines nabij agrarische gewassen gepositioneerd. Daarbij speelt mee dat de omvang van de slagschaduw van het rotorvlak, ten opzichte van de omvang van de landbouwpercelen, beperkt is.
Nee
Er is geen onderzoek bekend waaruit een verband blijkt dat windturbines effect hebben op dierenwelzijn en de gezondheid van dieren door de realisatie van een windpark. Hierbij is van belang dat in de uitspraak ABRvS 4 mei 2016 (nr. 201504506/1) de ABRvS – onder verwijzing naar het deskundigenbericht dat in deze procedure was uitgebracht – verder heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is dat slagschaduw van windturbines leidt tot effecten (stress) op paarden. Gewezen wordt op een recente publicatie van het RIVM uit 2020 met de titel ‘Health effects related to wind turbine sound; an update’. Dit rapport bevat een overzicht van de conclusies van recente (nationale en internationale) wetenschappelijke onderzoeken met betrekking tot de gezondheidseffecten van het geluid van windturbines. Eén van de conclusies is dat er onvoldoende overtuigend wetenschappelijk bewijs is voor een directe relatie tussen gezondheidsrisico’s en het geluid van windturbines. Uit die literatuur bleek overigens ook niet dat het zogeheten ‘laagfrequent geluid’ (lage tonen) van windturbines voor extra hinder zorgt in vergelijking met gewoon geluid.
Nee
Nee
7
Ten aanzien van slagschaduw is bekend dat moderne windturbines doorgaans een grotere rotor hebben en langzamer draaien. Hierdoor ligt de frequentie van de slagschaduw nooit hoger dan 1 Hz. Bekend is dat frequenties tussen 2,5 Hz en 14 Hz als hinderlijk worden ervaren. Bovendien is de periode waarin slagschaduw mag voorkomen vanwege de geldende norm relatief beperkt.
6
De aangegeven negatieve effecten van windturbines hebben ook een negatief effect op de waarde van perceel ETN01-M11, zeker wanneer de veronderstelde correlatie als causaal verband wordt aangetoond.
7
Mochten er in de toekomst negatieve effecten naar voren komen die veroorzaakt worden door windturbines, dan verwacht indiener een volledige schadeloosstelling met terugwerkende kracht.
8
Verzocht wordt de vergunning in te trekken op vormfouten zoals genoemd in nummer 1 en 2 van de zienswijze. Daarnaast wenst de indiener een vastlegging van nummer 3 t/m 7 van de zienswijze wanneer er geen gehoor wordt gegeven aan het intrekken van de bovenstaande vergunning Indiener stelt dat de bovenstaande bezwaren onder voorbehoud zijn gemaakt van nadere invulling en toelichting in de verdere procedure.
9
Gezondheidseffecten t.g.v. - knipperende – lichten van windturbines zijn ons niet bekend. Op basis van bovenstaande is er geen aanleiding in te gaan op het verzoek tot afgeven van een garantie voor volledige schadeloosstelling met terugwerkende kracht. Voor reactie op de voorgestelde negatieve effecten zie beantwoording bij punt 4 en 5. Een belanghebbende die van mening is dat schade wordt geleden door een verslechterd planologisch regime, kan op het moment dat de vergunning onherroepelijk is een verzoek om planschade bij de gemeente indienen. De behandeling hiervan is een afzonderlijke procedure die losstaat van het verlenen van de omgevingsvergunning. Het indienen van een zienswijze over de ontwerp-omgevingsvergunning, de ontwerp-verklaring van geen bedenkingen, de inhoud van deze zienswijze en eventueel beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geen invloed op de behandeling van een verzoek om planschade en de uitkomst hiervan. Een eventuele waardevermindering van onroerend goed is geen aanleiding om medewerking aan een gewenste ruimtelijke ontwikkeling te weigeren. Zie reactie bij punt 6. Een verzoek tot planschade kan tot vijf jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning worden ingediend. Zie voorgaande beantwoording voor reactie op ingebrachte punten.
Wanneer indiener van mening is dat zijn/haar zienswijze onvoldoende is beantwoord, staat hem/haar de mogelijkheid open om
Nee
Nee
Nee
Nee
8
10
Indiener verzoekt het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Etten-Leur de gemaakte kosten te vergoeden.
11
Het bezwaar licht de indiener graag mondeling toe in een hoorzitting. De indiener verzoekt verder om de beslissing niet uit te voeren tot een beslissing op het bezwaarschrift van de indiener is genomen.
na afgifte van de definitieve omgevingsvergunning beroep in te dienen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Onduidelijk is welke kosten door indiener worden bedoeld. Procedurekosten worden in dit stadium niet vergoed. Na een eventueel beroep kan indiener hiervoor in aanmerking komen. De ABRvS is dan het bevoegd orgaan om hierover te beslissen. Voor het aspect planschade wordt verwezen naar de beantwoording bij punt 6. Van indieners aanbod voor mondelinge toelichting wordt kennisgenomen. Voorafgaand aan besluitvorming door de raad over de definitieve verklaring van geen bedenkingen wordt indiener in de gelegenheid gesteld om tijdens ‘de raad luistert’ zijn/haar zienswijze toe te lichten. Overigens wordt indiener er op gewezen dat hij/zij een zienswijze heeft ingediend op een ter inzage gelegde ontwerp omgevingsvergunning. Van een bezwaarschrift is op dit moment geen sprake. Zoals bij punt 9 is aangegeven kan indiener na definitieve besluitvorming wel een beroepsschrift indienen bij de ABRvS.
Nee
Nee
Conclusie Bovenstaande zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvergunning Windturbine Hoge Zijpolder. Bovenstaande zienswijze geeft geen aanleiding af te zien van het afgegeven van een definitieve vvgb.
9
Z2 – Windpark de Beemden B.V. op ontwerp omgevingsvergunning Naam instantie/indiener: Datum zienswijze:
Windpark de Beemden B.V. 22 juni 2021 (ontvangen 22 juni 2021); ingetrokken 8 juli 2021.
10
Z3 – Natuurplein de Baronie op ontwerp omgevingsvergunning Naam instantie/indiener: Datum zienswijze:
Natuurplein de Baronie 22 juni 2021 (ontvangen 22 juni 2021)
Zienswijze: Nr.
Tekst uit zienswijze
Beantwoording
1
Indiener is van mening dat de windmolen niet nodig is voor het behalen van de regionale energiedoelstelling. Ook hoort deze windmolen niet op deze plaats, op minder dan 200m van de grens van het Natuurnetwerk Brabant-gebied Noordrand Midden, vanwege de natuurwaarden daar. Argumenten volgen in de zienswijze. De noodzaak voor aanleg van een windpark van één windmolen In de concept-RES (20-04-2020), vastgesteld in de gemeenteraad op 18 mei 2020, wordt de windmolen Hoge Zijpolder nog niet vermeld. Voor Etten-Leur is daar aangegeven: 102 GWh aan bestaande plannen en 28 GWh aan nieuwe plannen voor zon op dak. In de RES1.0 van 21 januari 2021 staat de optie voor deze windmolen wel aangegeven. Voor EttenLeur is daar aangegeven: 105 GWh aan bestaande plannen, 27 GWh aan nieuwe plannen voor zon op dak en 18 GWh aan extra windpark. De molen is voor de RES1.0 overcapaciteit. Ook bij de behandeling van de RES1.0 in de raad kwam naar voren dat deze molen niet nodig is om de doelstelling tot 2030 te halen. Daardoor is er wel een mogelijkheid voor minder dwingende keuze voor zon op dak zodat het risico bestaat dat het ten koste gaat van de inspanning die geleverd gaat worden voor zon op dak.
Uit een overzichtsonderzoek, opgesteld door Karto in opdracht van de provincie Noord-Brabant blijkt dat in de gemeente Etten-Leur vele daken van bedrijfspanden en particulieren nog niet worden benut voor zonnepanelen. De indiener stelt dat deze windmolen daarom niet nodig is voor het behalen van de doelstelling uit de RES 1.0.
Ter kennisgeving aangenomen.
Een windpark van één windmolen of een uitbreiding van een bestaand windpark.
Zie voor een uitgebreide uiteenzetting van de (niet op dit voornemen van toepassing zijnde) m.e.r.(beoordelings)plicht en de
2
3
Aanpassing omgevingsvergunning Nee
Nee Het klopt dat deze windmolen niet nodig leek voor het behalen van de doelstellingen uit de RES. Het college heeft dit initiatief positief ontvangen om flexibiliteit te houden bij het halen van de doelstelling uit de RES. Inmiddels blijkt nu al dat flexibiliteit/ overcapaciteit ook hard nodig is. Het ene na het andere bedrijf geeft aan dat zij om verschillende redenen af zien van zon op dak. Voor wat betreft de getallen: de 28 GWh voor Etten-Leur in de RES betreft alleen kleinschalig zon op dak. Dit telt dus niet mee voor de RES, vandaar dat dit is opgenomen in de kolom ‘extra’. De opgave voor grootschalig zon op dak is onderdeel van ‘bestaand en harde plannen’. Grootschalig zon op dak komt voor Etten-Leur tot 2030 neer op 43 GWh. Dat is circa 80% van de potentie aan grootschalig zon op dak. Meteen bij de start van het uitvoeringsprogramma van de RES blijkt dat harde plannen niet door (kunnen) gaan. Bedrijven waarvoor SDE-subsidie is verleend voor zon op dak blijken dit niet te kunnen realiseren vanwege transportschaarste ter plaatse van die initiateven. Deze schaarste zal de komende jaren nog niet zijn opgelost. Overcapaciteit blijkt dus geen overbodige luxe. Nee
11
In de ruimtelijke onderbouwing wordt de nieuwe windturbine enerzijds gepresenteerd als een windturbine die visueel deel uitmaakt van het bestaande windpark Groene Dijk II en anderzijds als een aparte windturbine. De indiener kan deze redenering niet volgen. Het is óf een windturbine die samen met de overige van het windpark Groene Dijk II een windpark vormt omdat het daarmee een onlosmakelijke samenhang heeft, óf het is een apart project van een windpark bestaande uit één windmolen. In het eerste geval is een M.E.R-procedure nodig omdat de omvang van dit park groter is dan 15 MW. De indiener constateert dat er sprake is van een nieuw project; een windpark bestaande uit één windturbine, omdat: a) sprake is van een grote afwijking m.b.t. het formaat van de windturbine: de beoogde molen wordt maximaal 45 m hoger dan de drie bestaande aan de Groene Dijk; b) de windmolen ligt niet op één lijn met de drie windmolens van WP Groene Dijk II, maar maakt er een hoek mee. Ook wordt niet één Nbw-vergunning verleend voor het totale windpark van 4 windturbines. Dit is in strijd met de provinciale verordening, die geen ontwikkeling van een solitaire windturbine toestaat, en met de 60% Omgevingsvisie van de gemeente Etten-Leur om geen nieuwe windparken toe te staan.
verhouding tot de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant de memo ‘MER en gevolgen Nevele arrest Windturbine Hoge Zijpolder’(Bosch & van Rijn, 2021) bijgevoegd bij voorliggende nota van beantwoording (Bijlage 1). De 60% Omgevingsvisie is medio 2020 gepubliceerd en heeft een inspraaktraject doorlopen. In de paragraaf met de gebiedsvisie op het buitengebied wordt aangegeven dat ‘mede afhankelijk van regionale afspraken capaciteitsopschaling (meer vermogen per windturbine) of, mits nog passend in het gebied, incidenteel wellicht een beperkte uitbreiding (meer windturbines per opstelling) van de bestaande windmolenparken aan de orde kan zijn om de energieoogst te vergroten. De eerste capaciteitsopschaling heeft al plaatsgevonden (langs de Groene Dijk). Nieuwe windparken bij de bestaande zijn niet wenselijk’. In de memo ‘MER en gevolgen Nevele arrest Windturbine Hoge Zijpolder’(Bosch & van Rijn, 2021) is aangegeven dat in de landschappelijke beleving de windturbine Hoge Zijpolder als uitbreiding van windpark Groene Dijk II wordt gezien. Overeenkomstig de 60% Omgevingsvisie is in landschappelijke zin sprake van een beperkte uitbreiding van een bestaand windmolenpark. Aan de bestaande opstelling van drie windturbines wordt immers één windturbine toegevoegd. De vierde windturbine past daarmee binnen de kaders van de 60% Omgevingsvisie.
De gemeenteraad heeft tijdens de raadsvergadering van 12 april 2021 aangegeven dat de tiphoogte van windturbine Hoge Zijpolder maximaal 200 meter mag bedragen. Daarmee wijkt de hoogte van windturbine Hoge Zijpolder maximaal 20 meter af van de bestaande windturbines van Windpark Groene Dijk II. Vanwege technologische en financiële ontwikkelingen op het gebied van windenergie is een dergelijke maximale tiphoogte gewenst. Moderne windturbines worden steeds hoger en krijgen grotere rotordiameters wat de elektriciteitsproductie ten goede komt. Vanwege deze ontwikkelingen wordt de SDE++ (stimuleringsregeling duurzame energie) elk jaar lager bijgesteld. De SDE++ is er namelijk op ingesteld dat windenergie met de huidige stand der techniek rendabel kan worden geëxploiteerd. Een windturbine van hetzelfde type als reeds gerealiseerd in het jaar 2019, resulteert in grote onzekerheden op het gebied van beschikbaarheid en rendabiliteit in het jaar 2022/2023. Met een hogere tiphoogte
12
wordt aangesloten bij de technologische en financiële ontwikkelingen. De verschijningsvorm, kleurstelling en draairichting van windturbine Hoge Zijpolder zal wel overeenkomen met de bestaande windturbines van windpark Groene Dijk II. Dit is geborgd in de ontwerp-omgevingsvergunning (voorschrift 7 onder B (het bouwen van een bouwwerk) en voorschrift 3 onder B (het gebruiken van gronden of bouwwerken).. 4
Geen windturbine op deze plek Het beoogde WP Hoge Zijpolder is gesitueerd op 180m van de grens van een onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant. Het betreft de natte natuurparel Noordrand-Midden, i.h.b. Kelsdonk/Zwermlaken. In een zone van 500 meter rondom het natuurgebied wordt de interactie met het omliggende gebied in bescherming genomen. Om deze reden maakt deze zone eveneens onderdeel uit van het plangebied. (Bron: NRD Natuurrealisatie Noordrand Midden, 12 juni 2019). De beoogde molen valt binnen de 500m beschermingszone van Noordrand Midden. De Brabantse Milieufederatie, Brabants Landschap en Vereniging Natuurmonumenten pleiten voor duidelijke en transparante richtlijnen voor windlocaties: • uitsluiten van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) voor zon- en windenergie, ook langs infrastructuur; • minimale afstand van 500 meter tussen de grens van het NNB en windturbines; • minimale afstand van 1.200 meter tussen weidevogelkerngebieden en windturbines. In dit verband wordt ook verwezen naar Duitse voorschriften waarin een minimale afstand van tienmaal de turbinehoogte wordt aanbevolen. De beoogde windturbine ligt op 180 m van de grens van het NNB en voldoet dus niet aan bovengenoemde richtlijnen. Daarnaast zijn de Groenedijk en de Leurse Haven Ecologische Verbindingszones. Er zijn genoeg alternatieven voorhanden om aan de noodzaak van de energieopwekking te voldoen.
Nee De provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant kent geen afstandsnormen tot het Natuurnetwerk Brabant. De genoemde afstanden van 500m en 1.200m zijn adviesafstanden van natuurorganisaties. Dit is geen wettelijke norm of regel. Het Natuurnetwerk Brabant (NNB) kent wel externe werking (wanneer een activiteit of ontwikkeling plaatsvindt buiten het Natuur Netwerk Brabant (NNB) kan dit wel aantasting geven van de ecologische waarden binnen het NNB). De afstand tot het dichtstbijzijnde NBB is circa 155m. Dit betreft de Leurse Haven met beheertype N03.01 Beek en Bron. Voor dit beheertype zijn de volgende doelen geformuleerd: ‘Beken en bronnen zijn van groot belang voor waterranonkels, fonteinkruiden en sterrekroossoorten, platwormen, waterkevers, libellen, waterjuffers en kokerjuffers, rivierkreeft en een groot aantal vissen: beekforel, beekprik, elrits, serpeling. kwabaal (benedenloop), rivierdonderpad, zeeprik, rivierprik, gestippelde alver en vlagzalm. De laaglandbeken met beekprik, zeeprik, gaffellibel, begroeiingen met drijvende waterweegbree, waterranonkels of teer vederkruid zijn in internationaal opzicht belangrijk’. Deze kwalificerende soorten zijn niet gevoelig voor de eventuele externe effecten van Windturbine Hoge Zijpolder op een dergelijke afstand. Op circa 175m afstand is het natuurgebied Kelsdonk gelegen, beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijkgrasland.
Voor dit beheertype zijn de volgende doelen geformuleerd: ‘Kenmerkende of bijzondere soorten van schralere beheertypen ontbreken grotendeels binnen Kruiden- en faunarijk grasland, maar graslanden zijn vaak wel rijk aan minder zeldzame soorten. Het type is o.a. van belang voor vlinders en andere insecten, vogels en kleine zoogdieren’. Hoewel het beheertype niet is aangewezen voor specifieke
13
kwalificerende vogelsoorten kan het wel een functie hebben voor algemene vogelsoorten. Gelet op de afstand van de windturbinelocatie tot het beheertype en de terreinkenmerken in de omgeving zullen betreffende vogelsoorten echter geen wezenlijk effect ondervinden en kan het beheertype dus haar functie blijven vervullen. Indiener geeft aan met name aandacht te vragen voor weidevogels in het gebied Kelsdonk. In een langjarig onderzoek in drie Duitse windparken in weidevogelgebieden zijn bij bijvoorbeeld de grutto geen significante verstoringseffecten aangetoond. Uit habitatanalyses in deze studie komt naar voren dat andere aspecten die de kwaliteit van het leefgebied bepalen, belangrijker zijn dan de afstand tot windturbines (Steinborn et al. 2011, Steinborn & Steinmann 2014). In een eerder onderzoek van Reichenbach (2003) werden verstoringseffecten van grutto van maximaal 200 m vastgesteld. De windturbines die in Duitsland onderzocht zijn, zijn kleiner dan Windturbine Hoge Zijpolder. Uit het onderzoek van Hötker (2006) blijkt dat hogere turbines voor broedende weidevogels leiden tot kleinere effecten. In de worstcase benadering zou er gelet op voorgaande sprake kunnen zijn van enige verstoring aan de noordrand van Kelsdonk. Echter wordt het NNB-deel van de beoogde windlocatie gescheiden door meerdere (verstorende) landschapselementen zoals bomenrijen en een watergang.
Ook ligt een drukke provinciale weg in de nabijheid van de zone. De mogelijke verstoring als gevolg van realisatie Windturbine Hoge Zijpolder is hierdoor verwaarloosbaar. Ook zal er geen sprake zijn van voorziene sterfte, anders dan incidentele gevallen (<1 slachtoffers per jaar). Er zal derhalve met zekerheid geen sprake zijn van wezenlijke verstoring en/of achteruitgang als functie van het NNB-deel Kelsdonk. Op meer dan 250m afstand ligt het natuurbeheertype N04.02 Zoet plas (onderdeel van Kelsdonk). Voor dit beheertype zijn de volgende doelen geformuleerd: ‘Grote laagveenplassen zijn in Europa zeer zeldzaam. Ze zijn internationaal van belang voor visetende en grazende watervogels, rivierdonderpad, gestreepte waterroofkever, meervleermuis en krabbenscheer. Zoete plas is nationaal van grote betekenis als leefgebied voor otter, vissen zoals paling, kwabaal en snoek, libellen en kokerjuffers, zoals groene glazenmaker, plasrombout, en waterplanten zoals langstengelig
14
fonteinkruid en watergentiaan’. Hoewel de plas grote delen van het jaar droog staat komen hier onder bepaalde omstandigheden verhoogde aantallen watervogels voor, met name in de winterperiode en het vroege voorjaar. Echter wordt het NNB-deel van de beoogde windlocatie gescheiden door meerdere (verstorende) landschapselementen zoals bomenrijen en een watergang. Ook ligt een provinciale weg in de nabijheid van de plas. De beoogde windturbine zal derhalve geen significante extra verstoring toevoegen aan de functie van deze plas. Significant negatieve effecten door de realisatie van Windturbine Hoge Zijpolder op het NNB en kwalificerende soorten kan met zekerheid worden uitgesloten. 5
Geluid De 47 dB Lden contour van de beoogde turbine afzonderlijk en voor de cumulatieve situatie valt voor een deel in het natuurgebied Kelsdonk, ook na mitigatie. Dat is niet toegestaan. De beschrijving van de noodzakelijke compensatie ontbreekt.
Ja De 47 dB Lden norm is opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer en geldt voor geluidsgevoelige objecten (zoals woningen, scholen en ziekenhuizen). Zie voor een uitgebreide uiteenzetting waarom deze norm uit het Activiteitenbesluit nog wel van toepassing is op voorliggend initiatief de memo ‘MER en gevolgen Nevele arrest Windturbine Hoge Zijpolder’(Bosch & van Rijn, 2021) bijgevoegd bij voorliggende nota van beantwoording (Bijlage 1). Wel geldt op basis van artikel 3.16 ‘externe werking natuur netwerk brabant’, eerste lid, van de provinciale Interim omgevingsverordening en de daarbij behorende rekenregels een norm van 47 dB(A) voor open natuur-typen. Het NNB Kelsdonk is grotendeels als open natuur-typen te kwalificeren. Voor het daadwerkelijk te kiezen windturbinetype wordt de (eventuele) compensatieopgave nader bepaald om zodoende te voldoen aan de compensatieverplichting die volgt uit art. 3.16 en 3.22 van de provinciale Interim omgevingsverordening. Aan de omgevingsvergunning wordt een voorschrift toegevoegd ter borging van de uitvoering van een (eventuele) compensatieverplichting.
6
Slagschaduw De indiener stelt dat de beoordeling van de invloed van slagschaduw op het natuurgebied Kelsdonk ontbreekt. Er worden ook geen mitigerende maatregelen genoemd in dit verband.
Nee Windturbines kunnen in de gebruiksfase een effect hebben op de kwaliteit van het leefgebied voor vogels. Dit effect (ook wel geadresseerd als ‘verstoring’) is een resultante van enerzijds de fysieke aanwezigheid van de turbine en anderzijds het geluid en schaduw die de turbine veroorzaken. De opstelsom van deze
15
aspecten bepaalt per soort de verstoringsgevoeligheid. Deze is in verschillende empirische onderzoeken, soortspecifiek, vastgesteld. Het effect van geluid, slagschaduw en de fysieke aanwezigheid kan en hoeft niet afzonderlijk onderzocht te worden. Het gaat om het totaaleffect. In de natuurtoets is dit als ‘verstoring’ in beschouwing genomen. 7
8
Ecologie / Natuurtoets De natuurtoets is gekleurd. De invloed op het Natuurnetwerk Brabant (NNB)-Kelsdonk wordt vaak gemarginaliseerd of genegeerd. Daardoor is het moeilijk om door de bomen het bos te zien. • Ontkennen dat vogels, w.o. weide- en watervogels, een belangrijke factor zijn in de omringende NNB en in het bijzonder in het NNBKelsdonk is onjuist en geeft geen vertrouwen in de onafhankelijkheid van het onderzoeksbureau. • Juist door de verdere natuurontwikkeling van Kelsdonk als onderdeel van Noordrand Midden zullen de natuurwaarden toenemen. • Er ontbreekt een grondige studie naar de effecten op het NNBNoordrand-Midden. De bewering dat met zekerheid geen aantasting van de natuurwaarden van het NNB zal optreden gaat voorbij aan de wetenschappelijke onderzoeken die de impact van windturbines op vogelsterfte onderschrijven.
9
In tegenstelling tot wat in de natuurtoets wordt beweerd, blijkt uit systematisch literatuuronderzoek dat de grootte van de windmolen invloed heeft op de sterfte van vogels en vleermuizen.
10
De invloed van windmolens betreft ook de negatieve invloed van de habitatkwaliteit en vervolgens vermijdingsgedrag waardoor de leefomgeving effectief afneemt.
Nee Zie beantwoording bij punt 4.
Voor de beoordeling van de sterfte onder vogels (en vleermuizen) is de 1%-mortaliteitsnorm gebruikt, niet als harde grens, maar als eerste grove zeef om te bepalen of er een reële kans bestaat op een negatief effect op de gunstige staat van instandhouding. Hierbij is geconstateerd dat de sterfte als gevolg van Windturbine Hoge Zijpolder voor alle vogelsoorten zeer ruim onder de 1%norm ligt. Een effect op de staat van instandhouding van betreffende soorten is daarmee met zekerheid uitgesloten. De inschatting van de totale sterfte door de ingebruikname is gebaseerd op de gebiedskennis, expert judgement en de meest recente slachtofferonderzoeken in binnen- en buitenland. Daarnaast zijn de voorlopige monitoringsresultaten van Windpark Groene Dijk II meegenomen in de effectbepaling. Zodoende is gekomen tot een gedegen en worst case slachtofferbepaling t.b.v. Windturbine Hoge Zijpolder. De aanwezigheid van windturbines kan leiden tot vermijding van leefgebied door vogels vanwege geluid, beweging of aantasting van de openheid van het landschap. Het totaal van deze effecten is in de natuurtoets onderzocht als ‘verstoring’. De akkers en weilanden in het plangebied worden slechts marginaal gebruikt als broed- en/of foerageergebied door diverse vogelsoorten,
Nee
Nee
Nee
16
11
De indiener mist een onderzoek door middel van forecasting naar de cumulatieve effecten van de diverse windprojecten op natuurwaarden in het NNB, in samenhang met bestaand gebruik en de voorziene toekomstige ontwikkelingen in deze gebieden.
12
Bij de vergunning voor de exploitatie van WP Groene Dijk II is een onderzoek naar sterfte onder vogels en vleermuizen afgesproken. Dit onderzoek heeft een looptijd van 3 jaar en is nog niet afgesloten. Het is bezwaarlijk dat alweer sprake is van een nieuwe windmolen voordat de resultaten van dit onderzoek gevalideerd en geverifieerd zijn.
13
De invloed van de windmolens aan de Groene Dijk op vleermuizen is nog onderbelicht. De natuurtoets geeft op geen enkele wijze voldoende inzicht in en uitsluiting van grote hoeveelheden slachtoffers onder vleermuizen die de bomenrij op de dijk gebruiken als vlieg- en foerageerroute. Een gedetailleerd onderzoek naar het voorkomen van en gebruik van gebied en vliegroutes door vleermuizen ontbreekt. Het onderzoek voor de bestaande turbines uit 2018 heeft plaatsvonden in de bovenste driekwart van het plangebied, dus niet in de directe omgeving van de beoogde locatie en ook niet in het NNB ten zuiden daarvan. Er is ook geen onderzoek gedaan naar het feit of het hier vliegroutes zijn of een leefgebied. Ook is het onderzoek uit 2018 inmiddels 3 jaar oud. Natuurgegevens zijn in de regel slechts tot 3 jaren geldig. Mede door de herontwikkeling van Noordrand Midden kan de situatie veranderd zijn of anders gaan worden. Gesteld wordt dat ‘de gunstige staat van instandhouding van betreffende soorten niet in het geding zal komen en dat een ontheffing kan worden verleend omdat het slechts om één turbine gaat.’ Waarom deze veronderstelling? Waarom wordt hier al niet gewezen naar resultaten van het lopende onderzoek bij WP Groene Dijk II?
waaronder kievit en scholekster. In het plangebied staan reeds meerdere windturbines waardoor lokale vogelsoorten een zekere vorm van gewenning hebben (opgebouwd). Er is geen sprake van wezenlijke verstoring van betreffende vogelsoorten. Een cumulatiestudie is een onderzoek naar het gestapeld effect van verschillende projecten met een vergelijkbaar effect. Hiervoor wordt gekeken naar andere (wind)projecten die vergund, maar nog niet gerealiseerd zijn. Er zijn geen andere windprojecten in de nabijheid die vergund maar niet nog gerealiseerd zijn die eveneens een effect kunnen veroorzaken op het NNB-gebied Kelsdonk. Ten behoeve van WP Groenedijk II loopt een driejarig monitoringsonderzoek. Windturbine Hoge Zijpolder is beoogd in het verlengde van het reeds bestaande windpark, maar is een opzichzelfstaand project. Wel zijn de voorlopige resultaten en eerste inzichten van het monitoringsonderzoek Windpark Groene Dijk II meegenomen in de natuurtoets Windturbine Hoge Zijpolder. Het uitgevoerde onderzoek, combinatie van het veldonderzoek (2018), veldbezoek (2021), gebiedskennis, expert judgement en de voorlopige monitoringsresultaten van monitoring WP Groene Dijk II , is als input gebruikt voor de effectbepaling vleermuizen als gevolg van realisatie Windturbine Hoge Zijpolder.
Het veldonderzoek van 2018 is bruikbaar voor het voorliggende initiatief; het initiatief valt namelijk geheel binnen de destijds afgebakende plangebied. Vanwege de hogere sterfte onder vleermuizen bij Windpark Groene Dijk II dan vooraf ingeschat is de verwachte sterfte bij Windturbine Hoge Zijpolder opgeschroefd naar 5 vleermuizen per jaar (i.p.v. 3 vleermuizen). Dit is gedaan ondanks de onzekerheid of de gevonden slachtoffers bij Windpark Groene Dijk II een terugkerend jaarlijks fenomeen is of dat het een eenmalige piek betrof. Windturbine Hoge Zijpolder staat overigens verder van de populierenrij dan de bestaande windturbines van Windpark Groene Dijk II, wat gunstig is voor vleermuizen. Tot slot zal Windturbine Hoge Zijpolder worden uitgerust met een detectiesysteem voor vleermuizen waardoor een stilstandvoorziening kan worden ingeregeld om sterfte onder vleermuizen te reduceren.
Nee
Nee
Nee
17
Uit de literatuur blijkt verder dat het nog verre van duidelijk is in hoeverre gevonden dode exemplaren een goed beeld vormen van de sterfte onder de populatie en van het vermijdingsgedrag. Een contra-expertise is hier nodig.
14
15
16
17
Door het ontbreken van een goede natuurstudie worden de effecten op het NNB-Noordrand Midden en in het bijzonder op het gebied Kelsdonk niet genoemd of zijn de effecten onderbelicht, vooral voor watervogels, weidevogels en roofvogels. Het gaat dan niet alleen om slachtoffers door een aanvaring, maar ook om vermijdingsgedrag en barrièrewerking. Vermijdingsgedrag heeft door de beoogde ligging van de molen een directe invloed op het leefgebied in Kelsdonk. Voor de beschrijving van de effecten wordt vaak verwezen naar het ‘plangebied’, een agrarisch gebied, en wordt verzuimd te verwijzen naar het NNB, dat dichtbij ligt. Zo worden de effecten op roofvogels die broeden en foerageren in Kelsdonk, zoals de bruine kiekendief, niet vermeld. De natuurtoets dient uitgevoerd te worden naar het ‘effectgebied’. Als op 150m van een buizerdnest een windmolen draait met een diameter van 170m dan is er zeker sprake van verstoring. Beweren dat verstoring uitgesloten is, is incorrect.
Samenvattend is het natuuronderzoek niet voldoende onderbouwd. Essentiële onderdelen ontbreken en de conclusie in de natuurtoets wordt niet onderschreven dat ‘er geen sprake zal zijn van wezenlijke verstoring en/of aantasting van het NNB in de omgeving’. De windmolen mag daarom niet op deze plek gebouwd worden. Landschap De windmolen heeft een grote impact op de karakteristieke landschappelijke openheid zoals beschreven in zowel het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ als de StructuurvisiePlus 2020. De windmolen voegt een
De verwachte sterfte van vleermuizen als gevolg van Windturbine Hoge Zijpolder ligt (ruim) onder de 1%-mortaliteitsnorm. Zelfs in cumulatie met andere windprojecten die vergund maar nog niet gerealiseerd zijn blijft de sterft onder de 1%-mortaliteitsnorm. Effecten op de staat van instandhouding van betreffende vleermuissoorten zijn op voorhand uitgesloten. Zie beantwoording punt 4.
De effecten op jaarrond beschermde nesten zijn uitgesloten, incl. het (mogelijkerwijs) in gebruik zijnde nest van buizerd. Op een dergelijke afstand (100-150m) zijn, voor zover bekend, geen verstorende effecten als gevolg van de windturbine op het nest van deze soort aan de orde. Dit wordt ondersteund door het kennisdocument buizerd (BIJ12, 2017) ‘Het ongestoord laten van voldoende ruimte rond het bewoonde nest gedurende het broedseizoen. De verstoringsafstand van een broedende buizerd is minimaal 75 meter bij de meeste activiteiten die onder ruimtelijke inrichting of ontwikkeling vallen. In gevallen waar sprake is van gewenning, bijvoorbeeld bij sommige activiteiten die te kenschetsen zijn als bestendig beheer of bestendig gebruik, kan minimaal 50 meter worden gehanteerd.’ Ter kennisgeving aangenomen. Zie bovenstaande beantwoording.
Nee
Nee
Nee
Nee De gemeenteraad heeft tijdens de raadsvergadering van 12 april 2021 aangegeven dat de tiphoogte maximaal 200 meter mag bedragen. Daarmee wijkt de hoogte van windturbine Hoge Zijpolder
18
extra negatieve landschappelijk component toe door de locatie en de grootte. Na plaatsing van de windmolen met ashoogte van 140 m en een tiphoogte van 200/225m op minder dan 200m van de grens van Kelsdonk ontstaat landschappelijke hinder.
18
Indiener merkt op dat de visualisaties (bijlage E) zijn opgesteld vanuit een aantal kijkpunten. De foto’s vanuit die kijkpunten zijn gemaakt met een groothoeklens. Dat vertekent het beeld en laat de invloed op het landschap kleiner lijken dan dat het werkelijk het geval is. De kijkhoek van het oog is 50 mm_equivalent. Dat bepaalt de onderlinge verhouding van de voorwerpen die je ziet in het landschap, de invloed die het visueel heeft en het perspectief. In haar zienswijze heeft indiener visualisaties weergegeven, zoals de mens dit ervaart.
maximaal 20 meter af van de bestaande windturbines. De realisatie van windturbine Hoge Zijpolder, welke landschappelijk gezien een eenheid vormt met Windpark Groene Dijk II, zal als ‘lijn’ zichtbaar zijn in het landschap. De reeds aanwezige windturbines hebben een impact op de (lokale) visuele rust en horizon en met de extra windturbine (Hoge Zijpolder) zal deze impact in beperkte mate toenemen. Deze beperkte toename op deze locatie in het open kleilandschap, met een open en grootschalig karakter, wordt passend geacht. Als onderdeel van de landschapsbeschrijving in de Ruimtelijke onderbouwing zijn visualisaties opgesteld vanuit 5 kijkpunten in verschillende windrichtingen. Vanuit deze 5 kijkpunten zijn er telkens twee visualisaties gemaakt. Eén van de ondergrens (o) en één van de bovengrens (b). Deze visualisaties dienen ter hulpmiddel van de landschapsbeschrijving voor de ondergrens en de bovengrens van het voornemen. Voor deze visualisaties zijn foto’s gebruikt die met een groothoeklens zijn gemaakt. Hiermee kan het voornemen per kijkpunt in zijn volledigheid worden gevisualiseerd.
Nee
Overigens zijn er ook enkele aanvullende visualisaties gemaakt op verzoek van (direct) omwonenden. Omdat die visualisaties dienen als hulpmiddel voor de betreffende omwonenden om een benadering te krijgen van de toekomstige situatie is voor die visualisaties uitgegaan van een kijkhoek met 50mm equivalent.
Conclusie Bovenstaande zienswijze leidt tot aanpassing van de omgevingsvergunning Windturbine Hoge Zijpolder: ➢ Aan de omgevingsvergunning wordt een voorschrift toegevoegd ter borging van de verplichte compensatie van negatieve effecten t.a.v. Natuur Netwerk Brabant die volgt uit artikel 3.16 lid 1 en artikel 3.22 lid 1 van de provinciale Interim omgevingsverordening. Bovenstaande zienswijze leidt tot aanvulling van de Ruimtelijke onderbouwing: ➢ De verplichte compensatie van negatieve effecten t.a.v. Natuur Netwerk Brabant die volgt uit artikel 3.16 lid 1 en artikel 3.22 lid 1 van de provinciale Interim omgevingsverordening wordt beschreven. Bovenstaande zienswijze geeft geen aanleiding af te zien van het afgegeven van een definitieve vvgb.
19
Z4 – Milieuvereniging De Groene Koepel op ontwerp omgevingsvergunning en ontwerp vvgb Naam instantie/indiener: Datum zienswijze:
Milieuvereniging De Groene Koepel 21 juni 2021 (ontvangen 23 juni 2021)
Zienswijze: Nr.
Tekst uit zienswijze
Beantwoording
1
De zienswijze heeft betrekking op het voornemen om een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1 lid 1 onder a Wabo), het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan (artikel 2.1 lid 1 onder c Wabo) en een beperkte milieutoets (artikel 2.1 lid 1 onder i Wabo). Tevens is deze zienswijze gericht op de door de gemeenteraad afgeven ontwerp-verklaring van geen bedenkingen. Er is geen sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Ter kennisgeving aangenomen.
2 3
Een zorgvuldig alternatievenonderzoek ontbreekt waarom nog een turbine toegevoegd wordt op deze locatie. Het lijkt erop of de gemeente Etten-Leur gewoon de verzoeken honoreert van langskomende grondeigenaren die geld willen verdienen aan hun grond. Sluipender wijze zijn er zo steeds meer windturbines in het gebied gekomen. Eerst kleinere, die daarna weer door grotere vervangen worden en nu wordt er nog een turbine van 235m hoog toegevoegd. Deze windturbine voert een extra negatieve landschappelijke component toe door de locatie en de grootte. Het is onbegrijpelijk dat deze locatie met cultuurhistorische en natuurwaarden zonder meer als locatie voor een windturbine van 235m hoog gekozen wordt. Het gaat om een waardevolle polder die onderdeel uitmaakt van de provinciale ‘Groenblauwe mantel’ en attentiegebied NatuurNetwerk Brabant (NNB) waar de natuurlijke basis en landschappelijke contrasten versterkt dienen te worden. Bij een goede ruimtelijke onderbouwing dienen alle gevolgen voor natuur, milieu en landschap zorgvuldig in beeld gebracht worden. Door niet te kiezen voor een MER concludeert indiener dat de gemeente bang is dat daar de consequentie uit zou kunnen volgen dat deze windturbine niet op deze locatie gerealiseerd kan worden.
Door deze keuze wordt alleen het economische belang als belangrijk beschouwd en ziet de gemeente niet als taak het algemeen belang van milieu, natuur en landschap voorop te stellen.
Ter kennisgeving aangenomen. In onderstaande beantwoording wordt de zienswijze van indiener beantwoord. Allereerst is indiener uitgegaan van een eerdere versie van de ruimtelijke onderbouwing waarin nog sprake was van een maximale tiphoogte van 235m. De gemeenteraad heeft tijdens de raadsvergadering van 12 april 2021 aangegeven dat de tiphoogte maximaal 200 meter mag bedragen. Daarmee wijkt de hoogte van windturbine Hoge Zijpolder maximaal 20 meter af van de bestaande windturbines. De aanvraag omgevingsvergunning heeft daarom betrekking op een windturbine met een maximale tiphoogte van 200m. De aanvraag is ook als zodanig gepubliceerd.
Aanpassing omgevingsvergunning Nee
Nee Nee
Hoewel geen m.e.r.(-beoordeling) is benodigd voor het initiatief, zie voor een uitgebreide uiteenzetting van de (niet op dit voornemen van toepassing zijnde) m.e.r.(beoordelings)plicht de memo ‘MER en gevolgen Nevele arrest Windturbine Hoge Zijpolder’(Bosch & van Rijn, 2021) bijgevoegd bij voorliggende nota van beantwoording (Bijlage 1), zijn wel degelijk te verwachten effecten op natuur, milieu en landschap in beeld gebracht. Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag zijn o.a. de volgende onderzoeken uitgevoerd en rapportages opgesteld; akoestisch onderzoek, slagschaduwonderzoek, externe
20
veiligheidsonderzoek, natuurtoets en visualisaties t.b.v. de landschappelijke beschrijving.
4
5
6
De nieuwe windturbine wordt enerzijds beschreven als onderdeel van het bestaande windpark Groene Dijk II. Maar aan de andere kant wordt weer naar voren gebracht dat het een aparte windturbine is. Een andere netwerkaansluiting en een andere eigenaar zijn geen ruimtelijke aspecten om te onderbouwen dat het gaat om een solitaire windturbine. De indiener ziet als gevolg van de toegepaste salamietactiek een cumulatie van de gevolgen van steeds meer windturbines in hetzelfde gebied ontstaan, waarvan de samenhang nooit onderzocht is. Uit de stukken blijkt dat ten minste een m.e.r.(beoordelings)-plicht (Besluit MER onderdeel C 22.2) of een m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D 22.2) uitgevoerd had moeten worden om te kunnen beoordelen of dat in dit geval ook op zijn plaats zou zijn. Indiener is van mening dat sprake is van een MER-plicht omdat de omvang van dit park groter is dan 15 MW. De noodzaak om nog een windturbine in Etten-Leur neer te zetten in de 'Groenblauwe mantel' is niet aanwezig. De indiener vraagt zich af waarom de gemeente het verzoek van de grondeigenaar niet heeft geweigerd. De windturbine was ook helemaal niet opgenomen in de concept-RES van 20 april 2020. De taakstelling voor Etten-Leur bestond toen uit 102 GWh aan bestaande plannen en 28 GWh aan nieuwe plannen voor zon op dak inclusief de regionale overprogrammering van 300 GWh.
In de RES1.0 van 21 januari 2021 ziet de indiener ineens 18 GWh aan extra windpark. De extra GWh dient dus gezien te worden als overcapaciteit. Ook bij de behandeling van de RES1.0 in de raad kwam naar voren dat deze extra capaciteit niet nodig zou zijn om de doelstelling tot 2030 te halen. Omdat deze overcapaciteit wel ten koste gaat van natuur en landschap hoopt De Groene Koepel dat de keuze voor de windturbine in de Hoge Zijpolder alsnog terug gedraaid wordt en dat er werk gemaakt wordt van oplossingen die meer voor de hand liggen en nog niet benut zijn zoals locaties op braakliggende percelen van de bedrijventerreinen en intensivering van zonnepanelen op daken van bedrijven en woningen. De 28 GWh voor zon op daken is maar een kwart van de potentie die er totaal is in Etten-Leur.
Zie voor een uitgebreide uiteenzetting van de (niet op dit voornemen van toepassing zijnde) m.e.r.(beoordelings)plicht de memo ‘MER en gevolgen Nevele arrest Windturbine Hoge Zijpolder’(Bosch & van Rijn, 2021) bijgevoegd bij voorliggende nota van beantwoording (Bijlage 1)
Nee
Elk verzoek wordt beoordeeld op basis van geldend beleid en een afweging van alle omgevingsaspecten. Het project is afgestemd met de provincie en past binnen het gemeentelijk beleid. Het klopt dat deze windmolen niet nodig leek voor het behalen van de doelstellingen uit de RES. Het college heeft dit initiatief positief ontvangen om flexibiliteit te houden bij het halen van de doelstelling uit de RES. Inmiddels blijkt nu al dat flexibiliteit/ overcapaciteit ook hard nodig is. Het ene na het andere bedrijf dat de SDE subsidie heeft verkregen, geeft aan dat zij om verschillende redenen af zien van zon op dak. Oorzaak is met name de transportschaarste ter plaatste van die initiatieven. De 28 GWh voor Etten-Leur in de RES betreft alleen kleinschalig zon op dak. Dit telt dus niet mee voor de RES, vandaar dat dit is opgenomen in de kolom ‘extra’. De opgave voor grootschalig zon op dak is onderdeel van ‘bestaand en harde plannen’. Grootschalig zon op dak komt voor Etten-Leur tot 2030 neer op 43 GWh. Voor ‘zon op bedrijfsdak’ is in de RES een opgave van 80% van de geschikte daken opgenomen.
Nee
Nee
Meteen bij de start van het uitvoeringsprogramma van de RES blijkt dat diverse harde plannen niet door (kunnen) gaan vanwege
21
7
De Hoge Zijpolder is omringd door de natte natuurparels NoordrandMidden, Kelsdonk/Zwermlaken, de Ecologische Verbindingszones De Groenedijk en de Leurse Haven die alle onderdeel uitmaken van het NNB. In het gebied Noordrand Midden wordt door de provincie Brabant, Waterschap Brabantse Delta en Staatsbosbeheer veel geïnvesteerd om een nieuw een weidevogelgebied te realiseren. In een zone van 500 meter rondom de natuurgebieden is sprake van externe werking van geluid, slagschaduw en overdraai van windturbines. Bij een weidevogelgebied is dat zelfs 1200m. Deze externe werking dient gecompenseerd te worden. Een compensatieplan maakt geen deel uit van de stukken en daarom kan nu niet beoordeeld worden of negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte en samenhang zijn uitgesloten. Als de noodzaak van het windpark op deze locatie niet aangetoond is, kan er geen ontheffing in gevolge artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming afgegeven worden. Niet alleen in de fase na de realisatie is sprake van aantasting van de natuurwaarden, maar ook in de aanlegfase zal dat gebeuren. In de gebruiksfase van de windturbines is de verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming van toepassing bij elke voorzienbare sterfte van vogels, maar ook voor vleermuizen.
Indiener acht het natuuronderzoek onvoldoende om ontheffing in gevolge artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming te onderbouwen. De besluitvorming omtrent de omgevingsvergunning dient daarom pas voortgezet te worden als duidelijkheid bestaat over de ontheffing.
transportschaarste. Overcapaciteit blijkt dus geen overbodige luxe. De provinciale Interim omgevingsverordening Noord-Brabant kent geen afstandsnormen tot het Natuurnetwerk Brabant. De genoemde afstanden van 500m en 1.200m zijn adviesafstanden van natuurorganisaties. Dit is geen wettelijke norm of regel. Het Natuurnetwerk Brabant (NNB) kent wel externe werking (wanneer een activiteit of ontwikkeling plaatsvindt buiten het Natuur Netwerk Brabant (NNB) kan dit wel aantasting geven van de ecologische waarden binnen het NNB). De afstand tot het dichtstbijzijnde NBB is circa 155m. Dit betreft de Leurse Haven met beheertype N03.01 Beek en Bron. Voor dit beheertype zijn de volgende doelen geformuleerd: ‘Beken en bronnen zijn van groot belang voor waterranonkels, fonteinkruiden en sterrekroossoorten, platwormen, waterkevers, libellen, waterjuffers en kokerjuffers, rivierkreeft en een groot aantal vissen: beekforel, beekprik, elrits, serpeling. kwabaal (benedenloop), rivierdonderpad, zeeprik, rivierprik, gestippelde alver en vlagzalm. De laaglandbeken met beekprik, zeeprik, gaffellibel, begroeiingen met drijvende waterweegbree, waterranonkels of teer vederkruid zijn in internationaal opzicht belangrijk’. Deze kwalificerende soorten zijn niet gevoelig voor de eventuele externe effecten van Windturbine Hoge Zijpolder op een dergelijke afstand.
Ja
Op circa 175m afstand is het natuurgebied Kelsdonk gelegen, beheertype N12.02 Kruiden- en faunarijkgrasland. Voor dit beheertype zijn de volgende doelen geformuleerd: ‘Kenmerkende of bijzondere soorten van schralere beheertypen ontbreken grotendeels binnen Kruiden- en faunarijk grasland, maar graslanden zijn vaak wel rijk aan minder zeldzame soorten. Het type is o.a. van belang voor vlinders en andere insecten, vogels en kleine zoogdieren’. Hoewel het beheertype niet is aangewezen voor specifieke kwalificerende vogelsoorten kan het wel een functie hebben voor algemene vogelsoorten. Gelet op de afstand van de windturbinelocatie tot het beheertype en de terreinkenmerken in de omgeving zullen betreffende vogelsoorten echter geen wezenlijk effect ondervinden en kan het beheertype dus haar functie blijven vervullen. Indiener geeft aan met name aandacht te vragen voor weidevogels in het gebied Kelsdonk. In een langjarig onderzoek in
22
drie Duitse windparken in weidevogelgebieden zijn bij bijvoorbeeld de grutto geen significante verstoringseffecten aangetoond. Uit habitatanalyses in deze studie komt naar voren dat andere aspecten die de kwaliteit van het leefgebied bepalen, belangrijker zijn dan de afstand tot windturbines (Steinborn et al. 2011, Steinborn & Steinmann 2014). In een eerder onderzoek van Reichenbach (2003) werden verstoringseffecten van grutto van maximaal 200 m vastgesteld. De windturbines die in Duitsland onderzocht zijn, zijn kleiner dan Windturbine Hoge Zijpolder. Uit het onderzoek van Hötker (2006) blijkt dat hogere turbines voor broedende weidevogels leiden tot kleinere effecten. In de worstcase benadering zou er gelet op voorgaande sprake kunnen zijn van enige verstoring aan de noordrand van Kelsdonk. Echter wordt het NNB-deel van de beoogde windlocatie gescheiden door meerdere (verstorende) landschapselementen zoals bomenrijen en een watergang. Ook ligt een drukke provinciale weg in de nabijheid van de zone. De mogelijke verstoring als gevolg van realisatie Windturbine Hoge Zijpolder is hierdoor verwaarloosbaar. Ook zal er geen sprake zijn van voorziene sterfte, anders dan incidentele gevallen (<1 slachtoffers per jaar). Er zal derhalve met zekerheid geen sprake zijn van wezenlijke verstoring en/of achteruitgang als functie van het NNB-deel Kelsdonk.