Bestemmingsplan 'Anna van Berchemlaan 2-4'
Tekst van het document
ANNA VAN BERCHEMLAAN 2-4 bestemmingsplan 08-02-2023
1/2
Anna van Berchemlaan 2 ‐ 4
Etten‐Leur
bestemmingsplan
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.0777.0169AVBERCHEMLAAN2‐3001
18‐06‐2021 19‐11‐2021 25‐11‐2022 08‐02‐2023
concept voorontwerp ontwerp vastgesteld
projectnummer:
202101500 opdrachtleider:
ing. J.A. van Broekhoven
Segeersingel 6 4330 AK Middelburg T: 0118- 68 90 10 E-mail: info@rho.nl
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding
9
1.2
Plangebied
9
1.3
Geldend bestemmingsplan
10
1.4
Opzet van de toelichting
11
Bestaande situatie en nieuwe ontwikkelingen
13
2.1
Gebiedsbeschrijving
13
2.2
Beoogde ontwikkeling
16
2.3
Verkeer en parkeren
19
Beleidskader
27
3.1
Rijksbeleid
27
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
32
3.3
Gemeentelijk beleid
35
3.4
Conclusie
44
Omgevingsaspecten
45
4.1
Archeologie en cultuurhistorie
45
4.2
Bodem
46
4.3
Waterhuishoudkundige aspecten
47
4.4
Flora en fauna
51
4.5
Bedrijven en milieuzonering
57
4.6
Geluidhinder
58
4.7
Luchtkwaliteit
59
4.8
Externe veiligheid
61
4.9
Duurzaam bouwen
63
4.10
Besluit milieueffectrapportage
64
Hoofdstuk 5
Beschrijving van het plan
65
5.1
Planvorm
65
5.2
Toelichting op de bestemmingen
65
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
3/154
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
69
6.1
Inleiding
69
6.2
Toepassing afdeling 6.4 Wro (grondexploitatie)
69
6.3
Financiële haalbaarheid
69
Maatschappelijke toetsing en overleg
71
7.1
Informatie en participatie
71
7.2
Vooroverleg
72
7.3
Zienswijzen
72
Hoofdstuk 7
4/154
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Raadsbrief woningbouwprogramma 2021 en volgende jaren
Bijlage 2
Beleidsregel aan huis gebonden beroepen en bedrijven
Bijlage 3
Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek
Bijlage 4
Rapportage proefsleuvenonderzoek
Bijlage 5
Verkennend bodem‐ en asbestonderzoek in bodem/puin
Bijlage 6
Berekende oppervlaktes
Bijlage 7
Wateradvies Waterschap Brabantse Delta
Bijlage 8
Memo stikstofberekening aanlegfase
Bijlage 9
Stikstofberekening Aerius aanlegfase
Bijlage 10
Memo stikstofberekening gebruiksfase
Bijlage 11
Stikstofberekening Aerius gebruiksfase
Bijlage 12
Quickscan flora en fauna
Bijlage 13
Aanvullend onderzoek flora en fauna
Bijlage 14
Onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 15
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.‐beoordeling
Bijlage 16
Beslissing op de Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.‐beoordeling bestemmingsplan ‘Anna van Berchemlaan 2 ‐ 4'
Bijlage 17
Uitgangspunten kaders
Bijlage 18
Notulen klankbordgroep 27‐01‐2021
Bijlage 19
Notulen klankbordgroep 22‐04‐2021
Bijlage 20
Notulen klankbordgroep 20‐05‐2021
Bijlage 21
Notulen klankbordgroep 16‐09‐2021
Bijlage 22
Notulen klankbordgroep 19‐10‐2022
Bijlage 23
Vooroverlegreactie Provincie Noord‐Brabant
Bijlage 24
Besluit vaststelling hogere waarden Wet geluidhinder 'Anna van Berchemlaan 2‐4'
Bijlage 25
Beantwoording zienswijze ontwerpbestemmingsplan 'Anna van Berchemlaan 2‐4'
Bijlage 26
Nota van wijzigingen
5/154
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
129
Artikel 1
Begrippen
129
Artikel 2
Wijze van meten
135
Bestemmingsregels
137
Artikel 3
Groen
137
Artikel 4
Tuin
139
Artikel 5
Verkeer ‐ Verblijf
140
Artikel 6
Wonen ‐ Aaneengesloten
141
Artikel 7
Wonen ‐ Gestapeld
144
Hoofdstuk 3
Algemene regels
147
Artikel 8
Anti‐dubbeltelregel
147
Artikel 9
Algemene bouwregels
148
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
149
Artikel 11
Algemene afwijkingsregels
150
Artikel 12
Algemene wijzigingsregels
151
Hoofdstuk 4
Overgangs‐ en slotregels
153
Artikel 13
Overgangsrecht
153
Artikel 14
Slotregel
154
Hoofdstuk 2
6/154
TOELICHTING
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Etten‐Leur is voornemens om 95 woningen te realiseren op het terrein aan de Anna van Berchemlaan 2 ‐ 4 in het centrum van Etten‐Leur. Aannemersbedrijf Van Agtmaal B.V. voert deze ontwikkeling uit. De woningen zijn bedoeld voor verschillende doelgroepen, namelijk een mix van starters (koop), senioren, gezinnen en alleenstaanden. Op het terrein aan de Anna van Berchemlaan 2 tot en met 4 was tot begin 2022 het cultuurcentrum Nieuwe Nobelaer gevestigd. Het cultuurcentrum heeft een nieuwe locatie op de hoek Parklaan/Rode Poort gekregen. Begin 2022 is het nieuwe cultuurcentrum (genaamd De Nobelaer) op de nieuwe locatie opgeleverd. Het huidige pand aan de Anna van Berchemlaan wordt gesloopt, waarna er vanaf 2023 gebouwd kan worden. De bouw van de woningen is volgens het geldend bestemmingsplan niet toegestaan. De gemeente is eigenaar van de grond en heeft een overeenkomst gesloten met Aannemersbedrijf Van Agtmaal om dit gebied opnieuw in te richten als woningbouwlocatie. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Plangebied
De locatie ‐ hierna ook aangegeven met plangebied ‐ ligt aan de rand van het centrum van Etten‐Leur en wordt aan de oostzijde begrensd door de Van den Elsenstraat, aan de zuidzijde door de Oranjelaan en aan de westzijde door de Anna van Berchemlaan. Het perceel Anna van Berchemlaan 2 tot en met 4 was tot begin 2022 in gebruik voor cultuurcentrum Nieuwe Nobelaer. De ligging van het plangebied is op figuur 1.1 weergegeven.
Figuur 1.1 Ligging plangebied in Etten‐Leur (Bron: Basisviewer Rho)
9/154
1.3
Geldend bestemmingsplan
Het geldende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is het op 11 juni 2013 vastgestelde bestemmingsplan 'Markt‐Centrum e.o.'. Het plangebied heeft hierin de enkelbestemming 'Cultuur en ontspanning' met bouwvlak en de enkelbestemming 'Verkeer ‐ Verblijf'. Gronden met de bestemming 'Cultuur en ontspanning' zijn bestemd voor theaters, poppodia, dans‐/theater en toneelscholen, bibliotheken/ speelotheken/ kunstuitleen, ateliers en andere voorzieningen t.b.v. het uitvoeren van kunstzinnige beroepen, congressen/ beurzen / presentaties en tentoonstellingen, horeca van ten hoogste categorie 2, waarbij zaalverhuur is toegestaan, nutsvoorzieningen en daarmee qua aard vergelijkbare voorzieningen van sociaal culturele/ educatieve en/of religieuze aard. Alsmede voor bijbehorende magazijn, kantoor, kantine, overige logistieke ruimten, ondergeschikte detailhandel, (overdekte) parkeervoorzieningen en overige verharding, (overdekte) fietsvoorzieningen, kunstobjecten, tuinen en andere groenvoorzieningen, water en waterhuiskundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. Op het perceel gelden vier verschillende maximale bouwhoogtes, te weten; 10 meter, 8 meter, 6 meter en 4 meter. Tenslotte is het maximum toegestane bebouwingspercentage van het terrein 80%. In het plangebied is de enkelbestemming 'Verkeer ‐ Verblijf' aanwezig.
Gronden met de bestemming 'Verkeer ‐ Verblijf' zijn bestemd voor wegen, woonstraten en erven, fiets‐ en voetpaden, parkeervoorzieningen, evenementen en terrassen ten behoeve van de aanliggende horecabestemming. Alsmede voor bijbehorende speelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen, bruggen en viaducten, taluds en oevers, straatmeubilair, kunstobjecten, nutsvoorzieningen, water en waterhuiskundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. Het plangebied heeft een groot bouwvlak, met een maximum bebouwingspercentage van 80% en vier maximale verschillende bouwhoogtes (10, 8, 6 en 4 meter). De bebouwing van de beoogde ontwikkeling past niet binnen deze bouwregels. Omdat de functie wonen niet is toegestaan, is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
Figuur 1.2 Aanduiding plangebied in geldend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijke Plannen)
10/154
1.4
Opzet van de toelichting
In deze toelichting worden de uitgangspunten voor het nieuwe bestemmingsplan weergegeven. De bestaande situatie en de beoogde herontwikkeling worden beschreven in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de actuele en relevante beleidskaders, doelstellingen en wet‐ en regelgeving van het rijk, de provincie en de gemeente. Diverse mogelijke randvoorwaarden zoals bijvoorbeeld archeologie, geluidhinder, bodemverontreiniging en water, komen aan bod in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op het juridische deel van het bestemmingsplan, de planregels en verbeelding. Hoofdstukken 6 en 7 hebben betrekking op de economische uitvoerbaarheid respectievelijk de maatschappelijke toetsing en het overleg zoals bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. In de fase van vaststelling van het bestemmingsplan wordt hoofdstuk 8 ingevuld.
11/154
12/154
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie en nieuwe ontwikkelingen
Voor het formuleren van beleid en het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de historische en bestaande situatie goed in beeld worden gebracht. Met het oog hierop is het plangebied geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk worden de ruimtelijke en functionele opbouw van het plangebied en de huidige kwaliteiten beschreven. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de voorgenomen herontwikkeling.
2.1
Gebiedsbeschrijving
2.1.1 Historie Etten‐Leur bestond tot in de tweede helft van de 20e eeuw uit twee afzonderlijke dorpen Etten en Leur die van elkaar gescheiden waren door landbouwgebieden. Etten was daarbij in de 13e eeuw al een flink dorp toen het voor het eerst werd genoemd in een akte van Stift Thorn uit 1261. Leur wordt voor het eerst genoemd in 1450 in verband met de grote hoeveelheden veen die van hieruit werden verscheept. Het plangebied ligt buiten de historische kern van Etten. Op historische kaarten blijkt dat het plangebied in het begin van de 19e eeuw tussen het Hambroekstraatje (huidige Oranjelaan) in het zuiden en de weg van Etten naar de Leur in het noorden (huidige Stationsstraat) ligt. Destijds waren de percelen ter hoogte van het plangebied in gebruik als landbouwgrond. Tussen 1922 en 1947 wordt het noordelijke deel van het plangebied bebouwd. Uit informatie van de heemkundekring 'Jan uten Houte' uit Etten‐Leur blijkt dat het hier ging om het pand van de Boerenbond dat inmiddels is gesloopt. De rest van het terrein was tussen 1922 en 1958 voornamelijk in gebruik als weiland. In 1958 wordt de Anna van Berchemlaan aangelegd en wordt ook het Cultureel Centrum 'De Nobelaer' gebouwd. In de jaren 80 is het complex aangepast tot de uiteindelijke vorm. 2.1.2
Bestaande situatie en omgeving
Het plangebied betreft het cultuurcentrum Nieuwe Nobelaer. Nieuwe Nobelaer was tot begin 2022 in gebruik als bibliotheek, voor kunsteducatie/onderwijs, een speelotheek, voor evenementen en als een middelgroot theater. Ook beschikt het perceel over parkeervoorzieningen. De randen van het perceel zijn groen ingericht met o.a. opgaande struiken en hoge bomen. In het voorjaar van 2022 is het cultuurcentrum verhuisd naar een andere plek; de hoek Parklaan/Rode Poort in Etten‐Leur. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan de in 2013 gerealiseerde woningen in het Hof van Ballaert. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan de Van den Elsenstraat. Hier zijn twee onder één kap woningen aanwezig. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de Anna van Berchemlaan. De Anna van Berchemlaan is één van de belangrijkste verkeersontsluitingen van het centrum van Etten‐Leur. Langs de weg is laanbeplanting aanwezig. Tenslotte grenst het plangebied aan de zuidzijde aan de Oranjelaan. Hier zijn voornamelijk vrijstaande woningen, rijwoningen, twee onder één kap woningen en pizzeria ristorante 'Lo Stivale' aanwezig. Tussen de beoogde ontwikkeling en de woningen in de Oranjelaan staan langs beide zijden van de weg hoge bomen.
13/154
In de omgeving van het plangebied is kleinschalige detailhandel en horeca aanwezig en op ongeveer 400 meter is IKC de Vincent aanwezig. Het plangebied wordt begrensd door: in het noorden: woningen langs de Anna van Berchemlaan en het Hof van Ballaert; in het oosten: Van den Elsenstraat; in het zuiden: Oranjelaan; in het westen: Anna van Berchemlaan.
Figuur 2.1 Luchtfoto plangebied (Bron: Basisviewer Rho)
14/154
Figuur 2.2 Cultuurcentrum Nieuwe Nobelaer (Bron: Google Maps)
Figuur 2.3 Cultuurcentrum Nieuwe Nobelaer gezien vanaf de Oranjelaan (Bron: Google Maps)
Figuur 2.4 Het plangebied gezien vanaf het Vincent van Goghplein (Bron: Google Maps)
15/154
Figuur 2.5 Het plangebied gezien vanaf de Anna van Berchemlaan (Bron: Google Maps)
2.2
Beoogde ontwikkeling
Binnen de gemeente Etten‐Leur is er behoefte aan woningen (zie hiervoor paragraaf 3.1.4). Op het terrein aan de Anna van Berchemlaan 2 tot en met 4 was tot begin 2022 het cultuurcentrum Nieuwe Nobelaer gevestigd. De locatie wordt, na nieuwbouw van het cultuurcentrum op een andere plek, ingevuld met woningbouw. Begin 2022 is het nieuwe cultuurcentrum op de hoek Parklaan/Rode Poort opgeleverd en is het cultuurcentrum naar de nieuwe locatie verhuisd. Aannemersbedrijf Van Agtmaal B.V. gaat op de vrijkomende locatie 95 woningen bouwen. De woningen zijn bedoeld voor een mix van starters (koop), senioren, gezinnen en alleenstaanden, waarbij tenminste 25% van de aangeboden woningen geschikt is voor jonge gezinnen en starters op de woningmarkt. Voor de doelgroep senioren geldt dat levensloopbestendige woningen worden gebouwd. Op deze manier kan worden voorzien in de behoefte aan woningen voor verschillende doelgroepen waarbij 20 betaalbare koopwoningen worden gerealiseerd, waarvoor een zelfbewoningsplicht zal gelden. Ook worden 20 middeldure huurwoningen (klasse 1 Doelgroepenverordening) gerealiseerd. Ten slotte worden 6 grondgebonden koopwoningen, 3 dure huurappartementen in de vrije sector en 46 dure koopwoningen gerealiseerd. Door Van Agtmaal B.V. en de gemeente zijn verschillende inrichtingsvarianten uitgewerkt.
Een klankbordgroep, bestaande uit omwonenden en de wijkvereniging, heeft een voorkeur uitgesproken voor inrichtingsvariant C. Deze variant is weergegeven in figuur 2.6 t/m 2.11. In deze voorkeursvariant worden drie woongebouwen gerealiseerd met een hoogte van 4, 4,5 en 5,5 lagen. De bovenste bouwlaag van de nieuwe gebouwen aan de Anna van Berchemlaan komt iets terug te liggen ten opzichte van de gevel. Hierdoor ontstaan open zichtlijnen vanuit de Oranjelaan en Hof van Ballaert en is de bouwmassa goed in verhouding met de woningen in de omgeving. In de drie woongebouwen komen respectievelijk 25, 18 en 23 appartementen. Op de hoek bij de Oranjelaan en Van den Elsenstraat komen 23 appartementen verdeeld over 3 en 4 lagen. Tenslotte worden er in het noordoostelijke deel van het plangebied 6 aaneengesloten woningen gerealiseerd. Het plan voorziet verder in de aanleg van het nodige openbaar groen. In het plangebied worden voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd, deels onder de appartementengebouwen langs de Anna van Berchemlaan en deels langs de ontsluitingswegen in het plangebied (openbaar gebied) (zie figuur 2.6). In paragraaf 2.3 wordt hier verder op ingegaan.
16/154
Figuur 2.6 Indicatieve weergave wooneenheden en parkeerplaatsen (Bron: Quadrant architecten bna)
Figuur 2.7 Helikopterview beoogde ontwikkeling (Bron: Quadrant architecten bna)
17/154
Figuur 2.8 Artist impression beoogde ontwikkeling, gezien vanaf de Anna van Berchemlaan (Bron: Quadrant architecten bna)
Figuur 2.9 Artist impression beoogde ontwikkeling, gezien vanaf de Oranjelaan (Bron: Quadrant architecten bna)
18/154
Figuur 2.10 Artist impression beoogde ontwikkeling, gezien vanaf de hoek Oranjelaan ‐ Van Den Elsenstraat (Bron: Quadrant architecten bna)
Figuur 2.11 Artist impression van de 6 aaneengesloten woningen (Bron: Quadrant architecten bna)
2.3
Verkeer en parkeren
Toetsingskader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen ontwikkeling. Wel dient in het bestemmingsplan te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig dient te zijn en de eventuele verkeerstoename mag niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling.
19/154
Voor de beoogde ontwikkeling wordt de parkeerbehoefte berekend op basis van de CROW publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' (CROW‐publicatie 381). Voor de te hanteren parkeerkencijfers wordt voor de kern Etten‐Leur uitgegaan van een stedelijkheidsgraad van “sterk stedelijk". Het plangebied ligt volgens de gebiedsindeling van de parkeernormen zoals de gemeente Etten‐Leur die hanteert in de schil van het centrum. Gemeente Etten‐Leur kiest ervoor om het gemiddelde te hanteren van de gestelde bandbreedte van het CROW. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie wordt ook uitgegaan van de gemiddelden van het CROW. Verkeersstructuur Gemotoriseerd verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Anna van Berchemlaan en de Oranjelaan. Ten westen van het plangebied ligt de Anna van Berchemlaan. Deze sluit, in noordelijke richting aan op de Spoorlaan en de Liesbosweg. In zuidelijke richting sluit de Anna van Berchemlaan aan op de Parklaan. Zowel de Anna van Berchemlaan, de Spoorlaan, Liesbosweg als de Parklaan zijn gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg. Op deze wegen geldt een maximum snelheid van 50 km/uur. De Oranjelaan is gecategoriseerd als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom en heeft een maximum snelheid van 30 km/uur. Langzaam verkeer Binnen het 30 km/uur gebied waarvan onder meer de Oranjelaan deel uitmaakt, deelt de fietser de rijbaan met het gemotoriseerd verkeer.
Langs beide zijden van de Anna van Berchemlaan liggen vrijliggende fietspaden die in één richting bereden mogen worden. Langs de wegen rondom het plangebied zijn voetpaden voor voetgangers aanwezig. Vanaf de Anna van Berchemlaan zijn het centrum, het station en andere belangrijke voorzieningen goed bereikbaar per fiets. Openbaar vervoer Het plangebied is goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Binnen 400 meter loopafstand ligt het NS station Etten‐Leur. Hier stopt 2x per uur de intercitytrein tussen Roosendaal en Zwolle en stopt daarbij op station Breda. Daarnaast ligt op circa 400 meter het busstation van Etten‐Leur. Hier halteren meerdere buslijnen voor de richting Breda, Roosendaal, Oud Gastel en de woonwijk Schoenmakershoek. Verkeersintensiteiten omliggende wegen De gemeente Etten‐Leur heeft verkeerstellingen beschikbaar van de Anna van Berchemlaan uit 2016 en Oranjelaan uit 2022. De verkeersgegevens zijn doorgerekend naar 2032. Doorgerekend is met een algemeen kencijfer voor autonome verkeersgroei van 1% per jaar. Tabel 2.1 Verkeersgegevens omliggende wegen in mvt/etmaal op een werkdag Weg
Intensiteiten 2016
Intensiteiten 2022
Intensiteit 2032
Anna van Berchemlaan tussen Stationsstraat en Oude Bredaseweg (2016)
7.802 mvt/etmaal
8.282 mvt/etmaal
9.148 mvt/etmaal
1.207 mvt/etmaal
1.332 mvt/etmaal
Oranjelaan tussen Anna van Berchemlaan en Van den Elsenstraat (2022)
20/154
Planontwikkeling De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 95 woningen op het terrein aan de Anna van Berchemlaan 2 ‐ 4 in de schil van centrum van Etten‐Leur. Etten‐Leur kent een stedelijkheidsgraad van 'sterk stedelijk' (bron: CBS). Verkeersgeneratie Bij het bepalen van de verkeersgeneratie is gebruik gemaakt van CROW publicatie 381 en is het gemiddelde van de bandbreedte aangehouden. Huidige situatie In het plangebied was tot eind 2021 het cultuurcentrum de Nieuwe Nobelaer gevestigd. Hier waren o.a. een theater/schouwburg, bibliotheek, praktijkonderwijs (gerelateerd aan drama en theater), kantoor en een expositieruimte aanwezig. Dit genereerde verkeer. Voor een expositieruimte is geen kencijfer voor de verkeersgeneratie bekend. Omdat de ruimte deel uitmaakte van de bibliotheek, is aangesloten bij het kencijfer voor een bibliotheek. Praktijkonderwijs: In het gebouw kregen in totaal 900 leerlingen praktijkles / workshops. Dit gebeurde zowel overdag als in de avond. Dit was geen onderwijsinstelling waarbij het totaal aantal leerlingen dagelijks aanwezig was, maar verspreid over de week. Voor dit soort onderwijs is geen kencijfer bekend en daarom is aangehaakt bij het kencijfer ROC onderwijs omdat dit voornamelijk praktijkonderwijs was. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie van het praktijkonderwijs wordt uitgegaan van het minimum van de bandbreedte.
Tabel 2.2 Huidige situatie verkeersgeneratie mvt/etmaal Functie
Aantal
Kencijfer
Verkeersgeneratie weekdag mvt/etmaal
Verkeersgeneratie werkdag mvt/etmaal
Theater/schouwburg
1.850 m2 bvo
10,5 per 100 m2 bvo
194,3 mvt/etmaal
194,3 mvt/etmaal
Bibliotheek
1.200 m2 bvo
7,4 per 100 m2 88,8 mvt/etmaal bvo
88,8 mvt/etmaal
Expositieruimte
528 m2 bvo
7,4 per 100 m2 39,1 mvt/etmaal bvo
39,1 mvt/etmaal
Kantoor
534 m2 bvo
5,3 per 100 m2 28,3 mvt/etmaal bvo
37,6 mvt/etmaal
(praktijk) onderwijs
‐
‐
81,0 mvt/etmaal
113,4 mvt/etmaal
432 mvt/etmaal
474 mvt/etmaal
Tabel 2.2 toont op basis van CROW publicatie 381 de verkeersgeneratie van de huidige situatie. De verkeersgeneratie bedraagt circa 432 motorvoertuigen per etmaal op een gemiddelde weekdag. Vervolgens is dit getal omgerekend naar de gemiddelde werkdag. Voor de functies (behalve het kantoor) ligt het weekdagcijfer gelijk aan de werkdagcijfer. Voor werkfuncties geldt een omrekenfactor van 1,33 voor het omrekenen van de weekdagcijfer naar werkdagcijfer. De verkeersgeneratie op een gemiddelde werkdag bedraagt circa 474 motorvoertuigen per etmaal.
21/154
Toekomstige situatie De ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 89 appartementen en 6 grondgebonden woningen. De verkeersgeneratie van de toekomstige woningbouw is ook berekend aan de hand van kengetallen uit CROW‐publicatie 381 voor gebied 'schil centrum' en het gemiddelde van de bandbreedte. In het definitieve woningbouwprogramma wordt uitgegaan van: 46 dure koopappartementen; 20 goedkope koopappartementen; 3 dure huurappartementen; 20 middeldure huurappartementen; 6 grondgebonden koopwoningen (tussen/hoek). Tabel 2.3
Verkeersgeneratie beoogde ontwikkeling in mvt/etmaal
Functie
Aantal
Kencijfer
Verkeersgeneratie weekdag mvt/etmaal
Verkeersgeneratie werkdag mvt/etmaal
Koop, appartement, duur
46
6,8 per woning
312,8 mvt/etmaal
347,2 mvt/etmaal
Koop, appartement, goedkoop
20
4,3 per woning
86,0 mvt/etmaal
95,5 mvt/etmaal
Huur, appartement, duur
3
5,1 per woning
15,3 mvt/etmaal
17,0 mvt/etmaal
Huur, appartement, middenduur
20
3,2 per woning
64,0 mvt/etmaal
71,0 mvt/etmaal
Koop, woning, tussen/hoek
6
6,8 per woning
40,8 mvt/etmaal
45,3 mvt/etmaal
519 mvt/etmaal
576 mvt/etmaal
95
De beoogde ontwikkeling heeft een verkeersgeneratie van 519 motorvoertuigen per etmaal gedurende de gemiddelde weekdag. Om van weekdag‐ naar werkdagintensiteit te gaan geeft het CROW een omrekenfactor van 1,11 voor woningen. Omdat de bestaande situatie al verkeer genereert kan deze verkeersgeneratie van de toekomstige verkeersgeneratie worden afgetrokken. De extra verkeersgeneratie van de ontwikkeling is op een gemiddelde werkdag (576‐474=) 102 motorvoertuigen per etmaal. Op een gemiddelde weekdag gaat het om (519‐432=) 87 motorvoertuigen per etmaal. Verkeerstoedeling Het plangebied wordt via 2 aansluitingen ontsloten, via de westzijde op de Anna van Berchemlaan en via de zuidzijde op de Oranjelaan. Voor de verdeling van het verkeer tussen de twee ontsluitingen, wordt uitgegaan van een evenredige verdeling. Dit betekent dat 50% van het verkeer via de westelijke aansluiting wordt ontsloten en 50% via de zuidelijke ontsluiting. De verkeerstoedeling van de zuidelijke in‐/uitrit is weergegeven in figuur 2.10 en de verkeerstoedeling van de westelijke in‐/uitrit is weergegeven in figuur 2.11.
22/154
Het verkeer vanuit de zuidelijke ontsluiting wikkelt op de Oranjelaan voor 40% af naar de Anna van Berchemlaan en voor 10% naar het Vincent van Goghplein. De 40% die wordt afgewikkeld op de Oranjelaan zal op de Anna van Berchemlaan voor 5% naar het noorden ontsluiten en 35% richting het zuiden.
Figuur 2.10 Verkeerstoedeling zuidelijke ontsluiting plangebied (Bron: Quadrant Architecten, bewerking Rho adviseurs) Het verkeer vanaf de westelijke in‐ en uitrit ontsluit direct op de Anna van Berchemlaan. Het verkeer wikkelt voor 15% af naar het noorden en voor de overige 35% af naar het zuiden.
Figuur 2.11 Verkeerstoedeling zuidelijke ontsluiting plangebied (Bron: Quadrant Architecten, bewerking Rho adviseurs)
23/154
Effecten verkeersafwikkeling Bij het beoordelen van de verkeersafwikkeling is het van belang te weten wat de verkeersgeneratie is in het maatgevende uur. Als vuistregel geldt dat deze gelijk is aan 10% van de etmaalwaarde op een gemiddelde werkdag. In dit geval gaat het in het drukste uur dan om (102 *10%=) 11 voertuigen. Deze geringe toename van verkeer kan zonder problemen worden afgewikkeld op de omliggende kruispunten en wegen. Effecten verkeersveiligheid In aansluiting op het omliggende gebied, zal ook binnen het plangebied een 30 km/uur regime gelden met bijbehorende inrichting. Daarnaast wordt er tussen het plangebied en het Hof van Ballaert een verbinding voor langzaam verkeer gerealiseerd. Voor de beoordeling van de verkeersveiligheid kan gesteld worden dat met de geringe toename van het verkeer na planontwikkeling (11 motorvoertuigen in het drukste uur) dit nauwelijks een merkbaar effect heeft op de verkeersveiligheid. De verkeersveiligheid wordt dan ook niet negatief beïnvloed als gevolg van de planontwikkeling. Parkeren Parkeerbehoefte De parkeerbehoefte is bepaald aan de hand van de door de gemeente Etten‐Leur gehanteerde parkeernormen. Tabel 2.4 geeft de normatieve parkeerbehoefte weer. Daarin is voor de woningen onderscheid gemaakt tussen bewoners en bezoekers. Tabel 2.4 Normatieve parkeerbehoefte beoogde ontwikkeling Functie
Aantal
Kencijfer
Aandeel bewoners
Kencijfer bezoekers
Parkeerbeho Parkeerbehoe Totale efte fte bezoekers Parkeerbeho bewoners efte
Koop, 46 appartement, duur
1,6 per woning
1,3
0,3
59,8
13,8
73,6
Koop, appartement, goedkoop
20
1,3 per woning
1,0
0,3
20
6
26
Huur, 3 appartement, duur
1,5 per woning
1,2
0,3
3,6
0,9
4,5
Huur, appartement, middenduur
20
1,3 per woning
1,0
0,3
20
6
26
Koop, woning, tussen/hoek
6
1,6 per woning
1,3
0,3
7,8
1,8
9,6
111,2
28,5
139,7
95
De totale normatieve parkeerbehoefte komt uit op afgerond 140 parkeerplaatsen.
24/154
Parkeersituatie De ontwikkelaar realiseert binnen het plangebied 52 parkeerplaatsen in de parkeergarage, 2 parkeerplaatsen op eigen terrein bij de grondgebonden (hoek)woningen en 12 parkeerplaatsen op maaiveldniveau in de 'elleboog' bij de appartementen op de hoek Oranjelaan‐Van den Elsenstraat. De gemeente realiseert de overige parkeerplaatsen in het openbaar gebied. Er worden binnen het totale plangebied 140 parkeerplaatsen gerealiseerd, waarmee wordt voldaan aan de parkeernormen. Conclusie Het plangebied is goed bereikbaar voor zowel gemotoriseerd verkeer, fietsverkeer en openbaar verkeer. In de parkeerbehoefte wordt voorzien binnen het plangebied. De verkeerstoename is gering en zal worden verdeeld over de ontsluitingswegen en zodoende niet tot knelpunten leiden in de verkeersafwikkeling. De aspecten verkeer en parkeren staan de ontwikkeling dan ook niet in de weg.
25/154
26/154
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Wet ruimtelijke ordening
Toetsingskader Een van de uitgangspunten van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is een centrale rol voor actuele bestemmingsplannen voor het hele grondgebied van een gemeente. In de Wro is de plicht voor de gemeente opgenomen om eens in de tien jaar de bestemmingsplannen vast te stellen. De rijksoverheid hecht grote waarde aan de digitalisering van bestemmingsplannen. Wijziging, uitwisseling, vergelijking, monitoring en toetsing van digitale bestemmingsplannen is technisch vele malen eenvoudiger dan van bestemmingsplannen in papieren vorm. Digitaal uitwisselbare bestemmingsplannen ondersteunen de doelstelling van de nieuwe Wro met betrekking tot de actualisering. Het wijzigen van gedigitaliseerde bestemmingsplannen is technisch gemakkelijk hetgeen de actualiteit van bestemmingsplannen bevordert. Toetsing Het bestemmingsplan Anna van Berchemlaan 2 ‐ 4 is opgesteld conform de Wro. Dit betekent dat de planverbeelding en de planregels zijn opgesteld volgens de Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. Daarnaast wordt er voldaan aan de verplichting om een digitaal gecodeerd plan aan te leveren conform het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening 2012 (IMRO 2012). Conclusie Het bestemmingsplan voldoet aan de vereisten van de Wro.
3.1.2 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast;
27/154
waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen, zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving.
Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit Ruimte voor overgang naar een circulaire economie Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden.
Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets‐ en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing en conclusie Het mogelijk maken van nieuwe woningen in het bestaand stedelijk gebied van Etten‐Leur sluit aan bij de doelen uit het rijksbeleid.
28/154
3.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
De NOVI bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden. 3.1.4
Besluit ruimtelijke ordening en de ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) is geregeld dat voor stedelijke ontwikkelingen een onderbouwing in het bestemmingsplan noodzakelijk is (artikel 3.1.6. van het Bro). De toelichting bij een bestemmingsplan dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Toetsing Uitgangspunt is het toevoegen van 95 woningen, waarbij 20 betaalbare koopwoningen worden gerealiseerd waarbij de zelfbewoningsplicht zal gelden. Ook worden 20 middeldure huurwoningen (klasse 1 Doelgroepenverordening) gerealiseerd. Daarnaast worden 6 grondgebonden koopwoningen, 3 dure huurappartementen in de vrije sector en 46 dure koopwoningen gerealiseerd. De doelgroepen voor de beoogde woningen variëren ook. De woningen zijn bedoeld voor een mix van starters (koop), senioren, gezinnen en alleenstaanden, waarbij tenminste 25% van de aangeboden woningen geschikt is voor jonge gezinnen en starters op de woningmarkt. Voor de doelgroep senioren geldt dat levensloopbestendige woningen worden gebouwd. De toevoeging van 95 woningen wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling die getoetst moet worden aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. Uit jurisprudentie blijkt dat de grens van een nieuwe stedelijke ontwikkeling ligt bij 12 woningen. Er is in voorliggend geval sprake van méér dan 12 woningen.
Daarnaast is er sprake van een functie die op dit moment niet toegestaan is op basis van het geldende bestemmingsplan. Het plangebied ligt binnen het 'bestaand stedelijk gebied' van Etten‐Leur. Daarom wordt hierna de behoefte beschreven. Relevante woonregio Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van wat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Voor wonen is dat de gemeente Etten‐Leur, binnen de regio West Brabant. De regio West‐Brabant is verder onderverdeeld in een drietal subregio's. De gemeente Etten‐Leur valt onder de subregio Breda e.o.. De kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan de beoogde ontwikkeling blijkt uit diverse bronnen die hierna worden behandeld.
29/154
Kwantitatieve behoefte Bevolkings‐ en woningbehoefteprognose Noord‐Brabant (2020) Voor het woningbouwprogramma van de gemeente Etten‐Leur is de provinciale 'Bevolkings‐ en woningbehoefteprognose Noord‐Brabant (2020)' van de provincie Noord‐Brabant richtinggevend. Hierin wordt de kwantitatieve woningbehoefte geraamd op het toevoegen van 1.735 woningen in de periode tot en met 2030. De cijfers in figuur 3.1 zijn richtinggevend voor het maken van nieuwe regionale afspraken. Versnelling van de woningbouw en (vervolgens) vasthouden van het bouwtempo is een belangrijke doelstelling van de Brabantse Agenda Wonen.
Figuur 3.1 Indicatie toename woningvoorraad gemeente Etten‐Leur 2020‐2040, provincie Noord‐Brabant Regionale afspraken De gemeente Etten‐Leur heeft met de gemeenten van de sub regio Breda en de provincie Noord‐Brabant als uitwerking van het regionaal Perspectief wonen en woningbouw 2021 afspraken gemaakt over het aantal te bouwen woningen. Op grond van deze afspraken mogen in de periode 2020 ‐ 2030 binnen de gemeente Etten‐Leur ten minste 1.735 woningen netto worden toegevoegd aan de woningvoorraad (zie figuur 3.1). Het bestemmingsplan 'Anna van Berchemlaan 2 ‐ 4' voorziet in de bouw van 95 woningen. Dit aantal past in de plannen die voor Etten‐Leur ten grondslag liggen aan gemaakte regionale afspraken en het gemeentelijke woningbouwprogramma (versie april 2021). Kwalitatieve behoefte Woningmarktonderzoek Etten‐Leur 2019 De gemeente Etten‐Leur heeft in samenwerking met Alwel in 2019 een woningmarktonderzoek uitgevoerd. Hierin zijn uitsplitsingen opgenomen voor enkele specifieke doelgroepen die beleidsmatig in de aandacht staan.
30/154
Tabel 3.1 Actuele vraagaanbodverhoudingen en de toekomstige ontwikkeling van de behoefte per segment (Bron: RIGO) Woningtype
Behoefte RIGO
Aanbeveling RIGO
Doelgroep
Koop grondgebonden
Blijft de komende periode sterk toenemen. Betreft alle prijssegmenten.
Tot en met 2022 tot maximaal 400 woningen. Tot 2030 nog eens circa 500 woningen
Doorstroming huur‐ en gezinnen, (semi) starters, lage en hoge koopsector, bijdrage aan evenwichtige mix middeninkomens, huishoudens, hogere inkomens woningtypen, leeftijden.
Koop appartement
De behoefte neemt in Tot en met 2022 alle prijsklassen circa 100 woningen; verder toe. Betreft Tot 2030 nog eens voor het overgrote circa 200 woningen. deel appartementen met lift (toe‐ en doorgankelijk).
Sociale huur grondgebonden
Tot 2025 kan de behoefte licht toenemen. Daarna neemt de behoefte langzaam maar zeker af.
Geen nieuwe woningen meer toevoegen. Afbouwen aandeel door verkoop en/of omzetten naar middeldure huur
(Semi) starters en gezinnen, lage en hoge middeninkomens
Aantrekken van gezinnen bijdrage aan gezonde mix huishoudens ed.
Sociale huur appartement
De behoefte neemt de komende periode toe. Betreft voor het overgrote deel appartementen met lift (toe‐ en doorgankelijk).
Circa 100 woningen Ouderen en (Semi) tot 2022 toevoegen. starters, lage Daarna tot 2030 nog middeninkomens circa 300 woningen.
Passend huisvesten doelgroep, doorstroming ouderen met koopwoning
Vrije sector huur
Behoefte neemt geleidelijk toe.
Tot en met 2022 behoefte aan maximaal 85 woningen, overwegend appartementen; daarna tot 2030 behoefte aan circa 300 woningen Rol voor zowel corporatie als particuliere verhuurders.
Doorstroming uit sociale huur, omzetten van sociale huur naar vrije sectorhuur
31/154
Beleidsdoel
Ouderen, (semi) Doorstroming en start starters, lage en hoge middeninkomens, hogere inkomens
Ouderen, gezinnen, hoge middeninkomens, hogere inkomens
Raadsbrief woningbouwprogramma 2021 en volgende jaren De meest recente kaderstellende woningbehoefte blijkt uit de raadsbrief 'woningbouwprogramma 2021 en volgende jaren' die op 15 april 2021 is opgesteld (zie bijlage 1). Voorliggend plan voorziet met betaalbare koopwoningen en middeldure huurwoningen in de wensen van de gemeenteraad. Verder levert dit plan geschikte woningen voor ouderen op. Conclusie De beoogde ontwikkeling is aan te merken als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. De woningbouwplannen zijn afgestemd op de provinciale en regionale behoefte. Er is behoefte aan meer dan 1.700 woningen en er is in de periode tot 2025 programmatisch rekening gehouden met de bouw van woningen op deze locatie. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal en regionaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Noord‐Brabant In de Omgevingsvisie Noord‐Brabant (vastgesteld op 14 december 2018) is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord‐Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord‐Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord‐Brabant van 2050. Hieruit zijn vier hoofdopgaven te onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: Werken aan de Brabantse energietransitie; Werken aan een klimaatproof Brabant; Werken aan de slimme netwerkstad; Werken aan een concurrerende, duurzame economie. Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Toetsing In de stedelijke structuur streeft de provincie naar concentratie van verstedelijking, zorgvuldig ruimtegebruik, meer aandacht voor ruimtelijke kwaliteit, betere verknoping van stedelijke ontwikkelingen aan de infrastructuur, inspelen op demografische ontwikkelingen en versterking van economische clusters.
Herbestemmen en herstructureren wordt gezien als het nieuwe bouwen: als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings‐ en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied. Hier liggen namelijk de kansen om de forse woningbouwopgave van circa 120.000 woningen in de komende tien jaar te realiseren. De beoogde ontwikkeling voorziet in de herstructurering van gronden ten behoeve van woningbouw op een binnenstedelijke locatie. Daarmee wordt ingespeeld op het streven naar concentratie van verstedelijking en zorgvuldig ruimtegebruik. De provincie vindt het belangrijk dat er in Noord‐Brabant verschil blijft tussen de steden en de kernen in het landelijk gebied. De provincie wil dat er verschillende kwaliteiten worden ontwikkeld voor wonen en werken rond de steden en in het landelijk gebied.
32/154
Middels onderhavige ontwikkeling wordt een nieuw woongebied ontwikkeld met diverse woningtypologieën. Een dergelijk gebied bezit kwaliteiten die voornamelijk te vinden zijn in het stedelijk gebied. Etten‐Leur kan worden aangemerkt als stad waarbij het als buurgemeente van Breda een rol vervult als gebied waar bovenlokale verstedelijkingsbehoefte wordt opgevangen. Gelet daarop is het logisch dat Etten‐Leur uitbreidt in de kwantitatieve woonvoorraad. Dit draagt bij aan het onderscheid tussen steden en kernen in het landelijk gebied. Conclusie De beoogde ontwikkeling is passend binnen de provinciale omgevingsvisie. 3.2.2
Interim omgevingsverordening Noord‐Brabant
Toetsingskader Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. Vanwege de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening Noord‐Brabant is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening Noord‐Brabant is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de Omgevingsvisie Noord‐Brabant. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In hoofdstuk 3 van de omgevingsverordening zijn zogenaamde instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen.
Toetsing Figuur 3.2 geeft het thema van de planlocatie weer volgens de Interim omgevingsverordening Noord‐Brabant. De planlocatie heeft het thema stedelijk concentratiegebied binnen het hoofdthema verstedelijking. Binnen deze gebieden kan worden voorzien in de ruimte voor wonen, werken en andere voorzieningen om zo de verstedelijking zo veel mogelijk te bundelen, met als hoofdregel dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling plaats moet vinden binnen het bestaande stedelijke gebied. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling kan enkel buiten het bestaande stedelijk gebied plaatsvinden in de daarvoor aangeduide gebieden in de verordening als er geen mogelijkheden zijn in het bestaand stedelijk gebied. Binnen het stedelijk gebied liggen verschillende mogelijkheden voor inbreiding, herstructurering en intensief, meervoudig ruimtegebruik.
33/154
Figuur 3.2 Uitsnede themakaart stedelijke ontwikkeling uit Interim omgevingsverordening (Bron: Provincie Noord‐Brabant) Conclusie De gewenste ontwikkeling is passend binnen de Interim omgevingsverordening Noord‐Brabant. 3.2.3
Omgevingsverordening Noord‐Brabant
De Provinciale Staten hebben op 11 maart 2022 de Omgevingsverordening Noord‐Brabant vastgesteld. De Omgevingsverordening treedt naar verwachting op 1 juli 2023, gelijktijdig met de Omgevingswet, in werking. De aanpassingen die zijn doorgevoerd in de Omgevingsverordening ten opzichte van de Interim Omgevingsverordening zijn niet van invloed op voorliggend planvoornemen. 3.2.4
Regionale afspraken
De gemeente Etten‐Leur heeft met de gemeenten van de sub regio Breda en de provincie Noord‐Brabant als uitwerking van het regionaal Perspectief wonen en woningbouw 2021, afspraken gemaakt over het aantal te bouwen woningen. Op grond van deze afspraken mogen in de periode 2020 ‐ 2030 binnen de gemeente Etten‐Leur tenminste 1.735 woningen netto worden toegevoegd aan de woningvoorraad. Conclusie De gewenste ontwikkeling is passend binnen de regionale afspraken. Zie voor een uitgebreide toelichting paragraaf 3.1.
34/154
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 StructuurvisiePlus 2020, Etten‐Leur in Bloei Toetsingskader Op 23 mei 2005 heeft de gemeenteraad de StructuurvisiePlus vastgesteld. In de visie was voor woningbouw bepaald dat een deel binnenstedelijk moest worden gerealiseerd, door het benutten van binnenstedelijke bouwlocaties. Een meerlaags grondgebruik moest voor zover stedenbouwkundig verantwoord worden bevorderd. Toetsing en conclusie Het plangebied is een binnenstedelijke bouwlocatie en er wordt voorzien in meerlaags grondgebruik. De beoogde ontwikkeling past dan ook binnen de StructuurvisiePlus. Op 11 juli 2022 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Etten‐Leur doet het gewoon! vastgesteld onder gelijktijdige intrekking van de StructuurvisiePlus. 3.3.2 Omgevingsvisie Etten‐Leur doet het gewoon! De gemeente Etten‐Leur heeft een Omgevingsvisie voor het grondgebied opgesteld. Daarmee legt de gemeenteraad zijn lange termijnambities en ‐doelstellingen voor de fysieke leefomgeving vast. De gemeenteraad heeft op 11 juli 2022 de Omgevingsvisie Etten‐Leur doet het gewoon! vastgesteld. In de Omgevingsvisie zijn vijf ambities geformuleerd. Deze ambities worden gebruikt als rode draad voor het bepalen van de koers van het beleid. Het gaat om de volgende ambities.
Iedereen kan meedoen; Behoud en versterking (basis)kwaliteit leefomgeving; Zorg voor leefbaarheid en gezondheid; Bevorderen van een goede (ook digitale) bereikbaarheid; Duurzame economische ontwikkeling met haalbare en betaalbare doelen en oog voor innovatie.
Buiten deze vijf ambities zijn er gebiedsvisies geformuleerd voor verschillende gebieden binnen de gemeente. De situering van het plangebied binnen bestaand stedelijk gebied binnen een woonwijk grenzend aan de rand van het centrum geeft aanleiding voor het toedelen van het gebied 'woongebieden'. Voor het gebied 'woongebieden' zijn acht speerpunten geformuleerd. Deze worden ieder kort toegelicht.
Beschermen en behouden groen stedelijk karakter; Behoud, versterken en verduurzamen van de bestaande woningvoorraad; Verbreden woningaanbod in bestaande wijken; Wijk‐ en buurtwinkelcentra zijn plek voor ontmoeting; Onderwijs, spel, sport, en andere maatschappelijke voorzieningen; Zorgvriendelijke wijken; Gezonde wijken met een goede omgevingskwaliteit; Uitbreiding van en ruimte voor nieuwe woongebieden.
35/154
Toetsing De beoogde planontwikkeling behelst de toevoeging van 95 woningen in een inbreidingslocatie binnen bestaand stedelijk gebied. De woningen zijn bedoeld voor een mix van starters, senioren, gezinnen en alleenstaanden waardoor er een divers aanbod is. De beoogde woningen worden gerealiseerd conform de nieuwste duurzaamheidstandaarden te vinden in de BENG normen en worden zonder gasaansluiting gebouwd (zie ook paragraaf 4.9). Uitgangspunt voor de herinrichting van het plangebied is een kwalitatief goed plan met een balans tussen verstening (bebouwing en verharding) en groen. Binnen het plangebied wordt voldaan aan de parkeernormen. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie Etten‐Leur doet het gewoon! 3.3.3 Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middeldure huur gemeente Etten‐Leur, inclusief eerste wijziging Toetsingskader Onderdeel van de nieuwbouw voor de komende jaren is een programma sociale huur, middeldure huur en sociale koop. Het programma wordt via bestemmingsplannen en exploitatieplannen of anterieure overeenkomsten vastgelegd. Op 12 november 2018 heeft de gemeenteraad de Verordening doelgroepen sociale woningbouw en middeldure huur gemeente Etten‐Leur vastgesteld. Via de doelgroepenverordening is het mogelijk om in bestemmingsplannen voorwaarden rondom de realisatie van sociale woningbouw en middeldure huur te kunnen vastleggen.
Zo is in artikel 4 van de verordening vastgelegd hoe de huurprijsgrenzen moeten worden bepaald en bevat artikel 5 instandhoudingstermijnen voor sociale huurwoningen, middeldure huurwoningen en sociale koopwoningen. Als onderdeel van (de toelichting op) de doelgroepenverordening is een beleidsnotitie toegevoegd. In deze notitie staan diverse relevante feiten, cijfers en beleidsmatige conclusies en aanbevelingen. Op 11 juli 2022 heeft de gemeenteraad de eerste wijziging van de doelgroepenverordening vastgesteld. Daarbij is de wettelijke grens voor goedkope koopwoningen verhoogd van maximaal € 200.000,‐ naar € 270.000,‐. Dit houdt in dat koopwoningen tot maximaal € 270.000,‐ worden aangemerkt als sociale koopwoning. Toetsing Voor deze ontwikkeling is bepaald dat er minimaal 20 middeldure huurwoningen (klasse 1 Doelgroepenverordening) en minimaal 20 betaalbare woningen van € 220.000,‐ tot € 270.000,‐ worden gerealiseerd. De instandhoudingstermijn voor middeldure huurwoningen is op basis van de verordening vastgesteld op 20 jaar na de eerste ingebruikname. Voor sociale koopwoningen geldt een instandhoudingstermijn van 10 jaar na de eerste ingebruikname. De aantallen en type woningen (middeldure huur en sociale koop) alsmede de daarvoor geldende instandhoudingstermijnen zijn geborgd in de regels van dit bestemmingsplan.
Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de doelgroepenverordening.
36/154
3.3.4
Beleidsnotitie 'Huisvesting mantelzorg gemeente Etten‐Leur'
Toetsingskader Op 14 juli 2009 heeft de gemeenteraad de beleidsnotitie 'Huisvesting mantelzorg gemeente Etten‐Leur' vastgesteld. Deze notitie bevat regels voor de huisvesting voor mantelzorg bij woningen. Naast huisvesting in permanente aan‐, uit‐ of bijgebouwen biedt de notitie ook de mogelijkheid tot het plaatsen van een tijdelijke woonunit. Aan deze afwijking hangt de voorwaarde dat indien de mantelzorg ten einde is een en ander weer terug gebracht moet worden conform het bestemmingsplan. Op 1 november 2014 trad het nieuwe Besluit omgevingsrecht (Bor) in werking. Ofschoon de regeling met betrekking tot mantelzorg in het Bor qua strekking ruimer is, blijft de beleidsnotitie aanvullend van toepassing. Toetsing De regeling zoals opgenomen in de beleidsnotitie is verwerkt in de regels van dit bestemmingsplan. Conclusie De regels opgenomen in de beleidsnotitie gelden voor de nieuwe grondgebonden woningen. 3.3.5
Beleidsregel aan huis gebonden beroepen en bedrijven
Toetsingskader Bestemmingsplannen kennen al een (ruime) regeling voor aan‐huis‐gebonden beroepen en bedrijven. Uit de praktijk blijkt dat er soms onduidelijkheid bestaat over welke beroepen of bedrijven nu rechtstreeks toegestaan zijn. Om discussies te voorkomen, hebben burgemeester en wethouders op 16 maart 2010 de beleidsregel 'aan‐huis‐gebonden beroepen en bedrijven' vastgesteld. Deze beleidsregel is op 22 maart 2010 in werking getreden. Toetsing Deze beleidsregel is in bijlage 2 bij de toelichting opgenomen en de regeling is verwerkt in de regels van dit bestemmingsplan. Conclusie De regels opgenomen in de beleidsregels gelden voor de nieuwe woningen. 3.3.6
Milieuvisie 2010‐2020
Toetsingskader De Milieuvisie is op 13 juli 2010 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze visie formuleert onder meer een aantal ambities, doelstellingen en uitgangspunten met betrekking tot milieu en duurzame ontwikkeling. Eén daarvan is de integratie van milieubeleid met ruimtelijk beleid. Het is voor iedere ruimtelijke ontwikkeling dus van belang rekening te houden met bodem, water, flora en fauna, milieuzonering, geluidshinder, luchtkwaliteit, externe veiligheid en duurzaamheid. Toetsing De beoogde ontwikkeling wordt aan al deze milieuaspecten getoetst in hoofdstuk 4 van dit bestemmingsplan. Conclusie Op basis van de conclusies uit hoofdstuk 4 past de beoogde ontwikkeling binnen de Milieuvisie 2010‐2020.
37/154
3.3.7
Beleidsvisie externe veiligheid
Toetsingskader Op 15 december 2008 heeft de gemeenteraad de beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Deze visie bevat voor verschillende gebiedstypen de ambities en keuzes met betrekking tot het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij de opstelling van bestemmingsplannen wordt rekening gehouden met deze ambities en uitgangspunten. Toetsing Het plangebied valt binnen het stedelijk gebied zoals weergeven in figuur 3.3. Uitgangspunt binnen dit gebiedstype is dat bij een ontwikkeling geen overschrijding van de grenswaarde van het plaatsgebonden risico mag plaatsvinden. Een overschrijding van de richtwaarde is binnen het stedelijk gebied niet acceptabel. Een toename van het groepsrisico is bij een ontwikkeling in beginsel acceptabel mits er een verantwoording van het groepsrisico plaatsvindt. De vestiging van een nieuwe Bevi‐inrichting is niet toegestaan in een stedelijk gebied evenals het toestaan van nieuwe kwetsbare objecten voor niet‐zelfredzame personen. Het aspect externe veiligheid is nader verantwoord in paragraaf 4.8.
Figuur 3.3 Uitsnede gebiedsindelingen Beleidsvisie externe veiligheid (Bron: DHV) Conclusie Op basis van de conclusies uit hoofdstuk 4 past de beoogde ontwikkeling binnen de Beleidsvisie externe veiligheid.
38/154
3.3.8
Verbreed Gemeentelijk rioleringsplan 2019‐2023
Toetsingskader Op 4 februari 2019 heeft de gemeenteraad het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2019‐2023 vastgesteld. In dit nieuwe plan zijn het rioolbeleid en de maatregelen voor de komende planperiode vastgelegd en is tevens de financiële dekking geregeld voor nog te verrichten investeringen. Met dit rioleringsplan voldoet de gemeente aan haar wettelijke verplichting en geeft de gemeente invulling aan haar zorgplichten voor inzameling en transport van stedelijk afvalwater, inzameling en verwerking van hemelwater en de zorgplicht voor grondwater. De gemeente heeft in de afgelopen jaren flink geïnvesteerd in het rioolstelsel en dit is grotendeels technisch op orde. De komende jaren zal weer een deel van de riolering worden vervangen. Er wordt op een aantal locaties hemelwater afgekoppeld van het vuilwater en er vindt renovatie plaats van gemalen. Tot slot is er een beperkt budget gereserveerd voor klimaatadaptatie. Toetsing In paragraaf 4.3 wordt nader ingegaan op de waterhuishoudkundige aspecten van de beoogde ontwikkeling. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de uitgangspunten zoals opgenomen in het gemeentelijk rioleringsplan. 3.3.9 Groenbeleidsnota Toetsingskader Op 3 december 2013 heeft de gemeenteraad de Groenbeleidsnota 2013‐2018 vastgesteld.
De Groenbeleidsnota heeft als doelstellingen het beschermen en versterken van het openbaar groen in bestaand stedelijk gebied evenals het versterken van de samenhang van het groen met oog voor landschappelijke, ecologische, stedenbouwkundige en cultuurhistorische patronen. De nota dient als integraal beleidskader voor de stedelijke groenstructuur van de gemeente Etten‐Leur, inclusief de randen tussen stedelijk gebied en buitengebied. De nota is in samenhang met andere beleidsterreinen een van de toetsingskaders voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het groene karakter van Etten‐Leur wordt behouden door de verankering van verschillende thema’s samen met de ondergrens van de openbare groennorm van 80 m² per woning. Toetsing Zoals reeds in paragraaf 2.2 aangegeven, blijft de huidige groenstructuur langs de Anna van Berchemlaan en de Oranjelaan behouden. Doel is de bestaande bomen daarbij te behouden. Uitgangspunt voor de herinrichting van het plangebied is een kwalitatief goed plan met een balans tussen verstening (bebouwing en verharding) en groen. Er wordt niet gewerkt met een vooraf vastgestelde groennorm per woning. In de uitwerking is verbinding tussen de Anna van Berchemlaan en het nabij gelegen Oderkerkpark wenselijk. Conclusie Er wordt niet gewerkt met een vooraf vastgestelde groennorm per woning.
Het plangebied zal na de herontwikkeling veel meer groen bevatten dan in de oude situatie met het cultuurcentrum met bijbehorende verharding (parkeerplaatsen). Zie hiervoor ook paragraaf 4.3. 3.3.10 Beschermde bomenlijst 2014 Toetsingskader Op de beschermde bomenlijst staan beschermde houtopstanden, laanstructuren en losse bomen.
39/154
Toetsing Langs de Anna van Berchemlaan en de Oranjelaan zijn bomen aanwezig die op de beschermde bomenlijst staan aangegeven (figuur 3.4). Uitgangspunt is dat deze bomen behouden blijven bij de herontwikkeling van het plangebied, tenzij blijkt dat de kwaliteit en/of toekomstwaarde van de bomen slecht is.
Figuur 3.4 Uitsnede kaart behorend bij beschermde bomenlijst 2014 (Bron: gemeente Etten‐Leur)
40/154
De bomen die met een oranje kleur zijn aangestipt in figuur 3.5 zijn gekapt. Dit zijn geen bomen die op de beschermde bomenlijst staan aangegeven. De overige bomen die in figuur 3.5 zijn aangegeven behoren wel tot de beschermde bomenlijst. Van deze bomen wordt één boom gekapt (rode stip). Hiervoor is een omgevingsvergunning benodigd.
Figuur 3.5 Uitsnede kaart aanwezige bomen in het plangebied Conclusie De bomen langs de Anna van Berchemlaan en Oranjelaan die op de beschermde bomenlijst staan blijven op één na behouden. Voor deze beschermde boom geldt een herplantplicht.
41/154
3.3.11 Welstandsnota Toetsingskader Op 24 mei 2010 heeft de gemeenteraad de Welstandsnota 2010 vastgesteld. Eén van de doelen van de welstandsnota is het leveren van een bijdrage aan het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteiten van een omgeving. Deze kwaliteiten worden met name bepaald door de stedenbouwkundige opzet, de inrichting van het openbaar gebied en de architectonische vormgeving van de gebouwen en bouwwerken. De stedenbouwkundige opzet, waaronder de verkaveling en de toegestane bouwmassa’s worden begrepen, wordt vastgelegd in een bestemmingsplan. Bij de inrichting en materiaalkeuze van het openbaar gebied wordt rekening gehouden met de omgeving zodat er een harmonisch geheel ontstaat. Het architectonisch kwaliteitsniveau van de bebouwing, zowel op zichzelf als in relatie tot de omgeving, wordt geregeld in een welstandsnota. Toetsing en conclusie Voor dit plan worden afzonderlijke welstandscriteria vastgesteld. Bij de verdere planuitwerking wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de aangepaste criteria van de welstandsnota. 3.3.12 Erfgoedverordening Etten‐Leur 2018 Toetsingskader In de 'Erfgoedverordening Etten‐Leur 2018' (vastgesteld op 19 februari 2018) is onder andere vastgelegd op grond van en op welke wijze een gemeentelijk monument aangewezen kan worden en hoe de instandhoudingsplicht en bescherming geborgd is.