Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost
Tekst van het document
In materiaal en kleur wordt onderscheid gemaakt in stal en schuren ten opzichte van de woonhuizen van de boerderijen. Het materiaal van de stal/schuur bestaat voornamelijk uit hout eventueel in combinatie met (ondergeschikt) baksteen. Het materiaal steunkleuren van de boerderij bestaat voornamelijk uit steunkleuren baksteen in (accenten zoals voordeuren, (accenten zoals voordeuren, steunkleuren combinatie met (ondergeschikt) hout. luiken, gevelvlakken, enz.) luiken, gevelvlakken, enz.) (accenten zoals voordeuren, Kleuren van het metselwerk gevelvlakken passen in de bandbreedte van luiken, gevelvlakken, enz.) bruinrood beige- lichtgeel/bruin-lichtrood. Kleuren van het hout gevelvlakken passen in de bandbreedte van beige- lichtgeel/grijs-licht bruin. Donkere kleuren van metselwerk en hout kunnen in de bandbreedte roodbruin, donkerbruin en antraciet eventueel als accent toegepast worden. basiskleuren - materiaal/kleur gevel basiskleuren Basis kleuren kozijnen en puien passen in de bandbreedte van beige tot licht- materiaal/kleur gevel basiskleuren grijs. P er akker wordt een aanvullende steunkleur gekozen. Deze steunkleur wordt als accent gebruikt in de gevel, deze kleur zorgt voor eenheid per akker. beigegrijs De steunkleuren zijn bruinrood, honing geel en flessengroen. Deinkleur van de gevel sluit aan op de kleur van het dak en de omgeving.
metselwerk levendige genuanceerde sorteringen
combi metselwerk/hout
3. boerderij
4. herenboerderij
combi metselwerk/hout | basis metselwerk
5. landelijke woning
combi metselwerk/hout | basis metselwerk
basis metselwerk
variatie in dakpan
Gebouwtypemateriaal gevel
06
honinggeel bruinrood
zwartblauw honinggeel
flessengroen zwartblauw
flessengroen
bruinrood Aanvullende steunkleurhoninggeel per akker
zwartblauw
flessengroen
groenbruin beigegrijs
groenbruin grijswit
zuiverwit grijswit
zuiverwit
beigegrijs
groenbruin
grijswit
zuiverwit
14
CONCEPT CONCEPT
Materiaal en kleur van de kozijnen en puien
metselwerk in levendige genuanceerde sorteringen
11 formele entree/plint
14
11
14
11
14
Kleuren metselwerk gevelvlakken
Landelijke woning met rijke detaillering, roedes en luiken
42 |
hout/kunststof (blokprofiel)
houtvervanger
hout/kunststof (blokprofiel)
houtvervanger
Materiaal en kleur van de gevelvlakken hout
Materiaal en kleur van de gevelvlakken hout
Landelijke woning met sobere detaillering
| 43
Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026
Criteria gevel- Gewoon Groen Biodiversiteit: bij de oostelijke kopgevels wordt een groene gevel of beplantingsstrook toegepast, zgn geveltuin van minimaal 50cm. Deze zone is aangeduid in het omgevingsplan waar geen gebouwen en bouwwerken zijn toegestaan. De groene zone bevordert de biodiversiteit door het gebruik van de juiste planten en het creëren van habitats voor lokale fauna. Biodiversiteit: nestmogelijkheden voor vogels en vleermuizen worden opgenomen in de gevel en zijn onderdeel van de architectuur. Klimaatadaptatie: een bijkomend architectuurthema is zonwering. Zonwering is integraal onderdeel van de architectuur. Toepassing van zonnewering past bij het agrarisch hoofdgebouwtype. Luiken en deuren bieden een goede uitdaging om een oud kenmerk van de boerderij en schuurtype op een eigentijdse manier toe te passen. Met horizontale en verticale luiken kan het glasoppervlak, de warmtelast en het uitzicht gereguleerd worden. Biobased houtbeleving: toepassing van echt hout heeft de voorkeur: kunststof is alleen toegestaan van hoge kwaliteit ‘op hout lijkend met nerf’. Eventueel toegepast kunststof is circulair. Houten gevels of houten gevelvullingen: transparant/semitransparant te behandelen met uitzonering van zwart gepotdekselde planken voor het schuurtype.
Voor houten deuren en kozijnen zijn dekkende kleuren toegestaan in afstemming met de houten gevels of houten gevelvullingen. Energie: installaties en toebehoren anders dan zonnepanelen zijn zoveel mogelijk gesitueerd buiten het zicht van de openbare ruimte en zijn indien zichtbaar vanaf de openbare ruimte landschappelijk of bouwkundig ingepast. Richtlijnen gevel- Gewoon Groen : Biodiversiteit: beplantingskeuze geveltuinen aansluiten op beplanting zoals is opgenomen in het inrichtingsplan voor de openbare ruimte. Biodiversiteit: richtlijnen voor habitat en soort kast is opgenomen in het inrichtingsplan voor de openbare ruimte en Inspiratiebrochure Klimaatadaptatie: geveltuinen aan oostgevel kunnen verrijkt worden met een waterbufferende element ten behoeve van waterberging op eigenterrein. Biobased: streven naar Het Nieuwe Normaal Biobased: lichte pigmentering, oliecoating, verduurzamingsbehandelingen. Biobased: Volledige houtbouw inclusief constructie, kap of volledig houten gevels zijn mogelijk.
44 |
Energie: inspiratie passief bouwen geïntegreerd in de architectuur van de gevel benutting van passieve zonnewarmte; de winterzon gemakkelijk binnen laten komen en de ongewenste zomerzon gemakkelijk worden buiten gehouden door bijvoorbeeld dakoverstekken en luiken. benutting van paspassieve zonnewartmte irt kleur en voorkomen van hitte. Lichte kleuren als basis, donkere kleuren als accent grote ramen aan de zuidkant en vaak kleinere ramen aan de noordzijde compact gebouwd om de hoeveelheid geveloppervlak zo beperkt mogelijk te houden. interne zonering. ruimten waar warmte gewenst is liggen aan de zuidkant. Dat zijn: woonkamers, kinderkamers en dergelijke dus aan de zuidkant. Ruimten die warmte produceren of geen warmte nodig hebben liggen aan de noordkant. Dat zijn: keukens, trappenhuizen, bergplaatsen, garages en dergelijke.
Luiken als architeconisch element en zonwerend, links schuur en rechts boerderij
Woning met biobased materialen
Houbeleving en lichte kleuren
| 45 Geveltuin met waterberging
Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026
Criteria gevel- Samen leven Stimuleren van ontmoeten: aan de langsgevel is de woning voorzien van een zgn. ‘Samenleven zone’. De ‘Samenleven zone’ ontstaat tussen de woning/kavel en de akker. De zone overbrugt de binnenruimte met de publieke buitenruimte en draagt bij aan de informele sfeer en ontmoeten. Binnen deze zone kunnen verschillende bouwkundige elementen worden toegepast. Zoals plastiek in de gevel waarbij geveldelen verdiept in het bouwvolume liggen of een bouwkundig element wordt toegevoegd. De architect ontwerpt deze zone mee met de woning, zie ook criteria Dakvorm Samenleven. Veilig spelen en bewegen: ‘Samenleven zone’ draagt bij aan veilig spelen en bewegen, zie ook ‘Samenleven zone’ hoofdstuk 4 Kavels. Cultuur, erfgoed, educatie /bewustwording en kunst: niet van toepassing.
Samen leven zone met dakoverstek en terras
Via samen leven zone maximaal contact met de openbare ruimte
46 |
Zitelement
| 47
Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026
4 Kwaliteitscriteria kavels
4.1 Verkavelingsvormen erven Criteria verkavelingsvorm- Nieuwe wonen en werken Architectuur en landschap is een integrale opgave waarbij het gebouw, het kavel als de openbare ruimte en het parkeren samen een sterk ensemble vormen, waardoor er een logische samenhang ontstaat tussen de bebouwing en het omliggende landschap. De kavels van één woonveld worden als 1 landschapselement erf beschouwd en zijn gelegen tussen de akkers. De erven (ontwikkelvelden) kunnen op verschillende manieren verkaveld worden. Er zijn drie verkavelingsvormen. De eerste gaat uit van één vrijstaande woning met eventueel een aparte (parkeer)schuur op één kavel. Hierbij is onderscheid tussen de erven gelegen aan de Haansberg en de erven achter de Haansberg, de Haansberg erven en het Achtererf. In alle andere gevallen zijn het geschakelde typologieën verdeeld in kavels op een Boerenerf gelegen aan een gezamenlijke akker. De vrijstaande typologie op de Haansberg erven en Achtererf bestaat uit vrijstaande woningen met een langsgevel aan de straat of met de kopgevel haaks op de straat. Het gebouw bestaat uit één of twee woningen onder 1 dak met parkeren op eigen erf. De geschakelde typologie staat op een “boerenerf’. Een gebouw met meerdere woningen onder één dak met bijbehorende collectieve parkeerhubs. Alle gebouwen maken deel uit van de ordening van de bebouwing op het erf.
De gebouwen op het erf voldoen aan de criteria van de vijf verschillende agrarische hoofdgebouw-typen als bijgebouwen, zie Hoofdstuk 3 Criteria Gebouwen.
48 |
| 49
Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026
Boerenerf: op dit erf kunnen de vijf verschillende agrarische hoofdgebouwtypen voorkomen. Elk type komt minimaal 1x voor in het totale plan. Boerenerf: de bouwvolumes op één boerenerf onderscheiden zich van elkaar in goothoogte, nokhoogte, kapvorm, symmetrisch versus asymmetrisch en gevellijn. De variatie kan worden toegepast binnen hetzelfde bouwvolume of tussen de verschillende bouwvolumes op het erf. De architect ontwerpt het ensemble van het boerenerf en bepaald de mate van variatie. Drie van de vijf elementen worden minimaal toegepast. Boerenerf: op het erf staan de gebouwen met de nok in de langsrichting, alleen ter plaatste van een stedenbouwkundig accent is een gedraaide nokrichting mogelijk. Boerenerf: op het boerenerf geldt een eenduidige gevellijn die de orthogonale structuur van de straten en het onderliggend agrarisch landschap begeleidt en versterkt. De gevellijnen zijn aangegeven in het omgevingsplan en liggen op 1 meter vanaf de voorerfgrens. De woningen staan in de gevellijn of maximaal 1 meter naar achter om de gewenste variatie in rooilijnsprongen te kunnen realiseren. Per boerenerf komen tenmiste 2 sprongen voor van minimaal 0,5-1 meter. Achtererf: op dit erf kunnen de vijf verschillende agrarische hoofdgebouwtypen voorkomen. Achtererf: op dit erf staan de gebouwen met oriëntatie langsgevel evenwijdig aan straat of kopgevel haaks op de straat.
Langs en haaks wordt logisch op elkaar afgestemd. (uitwerking beeldkwaliteit in kavelpaspoorten). Achtererf: op het erf ligt een gevarieerde rooilijn van minimaal 3 meter uit de voorerfgrens. De gevellijnen zijn aangegeven in het omgevingsplan. Haansberg erven: op dit erf kunnen de 4 verschillende agrarische hoofdgebouw-typen voorkomen, de landelijke woning is niet toegestaan. Haansberg erven: de bouwvolumes, nokrichting en architectuur sluiten aan op het historisch lint de Haansberg met voldoende afstand en groen tussen de woningen. Haansberg erven: op het erf ligt een gevarieerde rooilijn van minimaal 5 meter uit de voorerfgrens. De gevellijnen zijn aangegeven in het omgevingsplan.
Haansberg erven
Achtererf
Boerenerf
Accent
Verkavelingsvorm
De bouwvolumes van de vijf verschillende agrarische hoofdgebouwtypen en bijgebouwen vormen een architectonisch ensemble. Naast verschil len is er eenheid gewenst. De eenheid kan bestaan uit de materiaalkeuze, detaillering, de structuur van de bebouwing etc. De gebouwen op het erf dragen daarnaast bij aan het versterken van een eigen karakter per akker. Voorbeeld van een verdeling van de vijf verschillende agrarische hoofdgebouw-typen over de erven
50 |
| 51
Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026
4.2 Natuurlijke erfafscheidingen
Erven achtergrond
Natuurlijke erfafscheidingen kunnen bereikt worden met een groene (beplanting) erfafscheiding. Dit zorgt niet alleen voor voldoende privacy, maar het kan de tuin ook omtoveren tot een mooie natuurlijke plek waar bijvoorbeeld vogels, egels en eekhoorns graag onderdeel van uit maken. Hiermee wordt er bijgedragen aan een natuurinclusieve buurt waar verschillende plant- en diersoorten zich thuis kunnen voelen. Hier zijn enkele slimme maatregelen die zo’n afscheiding niet alleen mooi maken, maar ook ecologisch waardevol. Voor meer inspiratie over het realiseren van natuurlijke erfafscheidingen zie Inspiratiebrochure.
Lage erfafscheiding
Hoge erfafscheiding
integratie met parkeren
Geveltuin
Natuurlijke erfafscheding
52 |
Criteria erfafscheidingen- Nieuwe wonen en werken Aansluitend bij de dorpse en agrarische uitstraling die de buurt moet krijgen wordt op de plekken die grenzen aan de openbare ruimte natuurlijke erfafscheidingen en/of geveltuinen gerealiseerd. Er worden lage erfafscheidingen toegepast grenzend aan de ‘hoge akker’, maximaal 1 meter hoog. En hoge erfafscheidingen tussen de kavels in en aan de ‘lage akker’ zijn maximaal 2 meter hoog. Variatie in type erfafscheidingen geïnspireerd op agrarisch landschap en boerenerven, zoals boerenhagen, schapenhek, takkenril, e.d. Eenduidigheid per boerenerf en onderscheid tussen de boerenerven zelf om identiteit van het akker te vergroten. Geveltuin: bergingen/bijgebouwen grenzend aan de openbare ruimte staan niet direct op de zijerfgrens, de natuurlijke erfafscheiding staat op de erfgrens waardoor de gevels van de (bij)gebouwen niet volledig zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte en de erfafscheidingen een continu beeld vormt. In het omgevingsplan is dit aangegeven met een zijgevellijn. Geveltuin: bij de oostelijke kopgevels van de woningen die direct aan de openbare ruimte grenzen wordt een groene gevel of beplantingsstrook toegepast, zgn geveltuin van minimaal 50cm. In het omgevingsplan is dit aangegeven met een zijgevellijn, zie ook criteria en richtlijnen gevel Gewoon groen.
Voor de overgang bij zijtuinen op hoekpercelen van de lage naar de hoge erfafscheiding geldt in principe dat de lage erfafscheiding gelijk loopt met de voorgevellijn.
| 53
Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026
Criteria erfafscheidingen - Gewoon Groen Biodiversiteit: natuurlijke erfafscheidingen dragen bij aan het vergroten van de biodiversiteit. Hierbij wordt rekening gehouden met de juiste type beplanting, gevarieerde beplanting, doorlatendheid voor fauna, nestmogelijkheden en ecologisch beheer. Type beplanting voor erfafscheidingen is opgenomen in het beplantingsplan van het inrichtingsplan openbare ruimte met een goede aanvulling op de biodiversiteit en passende overgang van openbaar (akker) naar privé kavel (erf) Biodiversiteit: de zone geveltuin grenst aan de 'lage akker' waar met beplanting aangesloten wordt op het extensieve kararkter van dit gebied. Klimaatadaptatie: - natuurlijke erfafscheidingen dragen bij aan het bevorderen van klimaatadaptatie. Hierbij wordt rekening gehouden met beplanting die water opneemt en vasthoudt inclusief droogbestendige soorten. De erfafscheidingen zorgen voor schaduw en verkoeling en dempt harde wind en voorkomt uitdroging. Biobased: natuurlijke erfafscheidingen zijn biobased.
Criteria erfafscheidingen - Verplaatsen en verblijven Stappen en trappen: erfafscheidingen mogen niet het zicht op verkeer wegnemen waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving. Prive-auto: het parkeren op het erf is landschappelijk ingepast en zoveel mogelijk uit het zicht van de openbare ruimte. De erfafscheiding kan hieraan bijdragen.
Hoge erfafscheiding met liguster, zomerbeeldt
Auto uit het zicht van de openbare ruimte achter de gevellijn in combinatie met haag
Criteria erfafscheidingen- Samenleven Stimuleren van ontmoeten: de erfafscheiding is ontworpen in samenhang met de ‘Samenleven zone’. De erfafscheidingen zijn laag en worden alleen aan de straatzijde voorzien, waardoor in de ‘samenleven zone’ ontmoeten wordt gestimuleerd en bewoners hun eigen inrichting hieraan kunnen geven. Toegankelijkheid: de erfafscheidingen belemmeren niet de toegang tot de woning. Veilig spelen en bewegen: ‘Samenleven zone’ draagt bij aan veilig spelen en bewegen, zie ook Samenleven zone’ hoofdstuk 4 Kavels. Cultuur, erfgoed, educatie /bewustwording en kunst: natuurlijke erfafscheidingen vergroot de bewustwording over duurzaamheid en klimaat te vergroten.
Erfafscheiidng met laag schapenhek
54 |
Hoge erfafscheiding beukenhaag, winterbeeld
Takkenril, lage erfafscheiding om ontmoeten te stimuleren
55 |
| 55
Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026
Klimaatadaptatie: om water zo lang mogelijk op het erf vast te houden wordt verharding op eigen terrein bij voorkeur terughoudend toegepast en gecombineerd in een opengewerkt bestratingsverband en of grastegels aangelegd. Klimaatadaptatie: toepassen van koele en lichte kleuren om hitte-effect te minimaliseren. Klimaatadaptatie: aan de kopse kanten (oost en west kant) van de boerenerven kunnen in de zgn. ‘geveltuin zone’ collectieve waterinfiltrerende maatregelen toegepast worden om water langer vast te houden en vertraagd richting de wadi’s af te voeren. Biobased: pas circulaire en of biobased materialen toe in de tuin. Energie: installaties en toebehoren anders dan zonnepanelen zijn zoveel mogelijk gesitueerd buiten het zicht van de openbare ruimte en zijn indien zichtbaar vanaf de openbare ruimte bouwkundig en/of landschappelijk ingepast.
4.3 Inrichting eigenterrein/erf Naast de openbare ruimte en de erfafscheidingen wordt er ook zoveel mogelijk aan de tuinen een natuurlijk karakter gegeven. Een natuurlijk tuinontwerp maakt van je tuin een plek waar mensen, dieren en planten in harmonie samen kunnen leven. Met een natuurvriendelijke tuin help je de natuur een handje en kun je zelf genieten van een heerlijke tuin met veel belevingswaarde. Daarnaast draagt een natuurlijke tuin bij aan de klimaatbestendigheid en is ook onderhoudsvriendelijk. Het inrichtingsplan voor de openbare ruimte is in overleg met een ecoloog opgesteld. Advies uit dit inrichtingsplan is vertaald naar inspiratie over materiaalgebruik, klimaat en de beplantingskeuze voor tuinen. De uitgebreide informatie hierover is opgenomen in de Inspiratiebrochure.
Richtlijnen Inrichting eigenterrein/erf Nieuwe wonen en werken De bestrating op eigen terrein sluit in maatvoering en grondtoon aan op het karakter van de bestrating in het openbaar gebied.
Richtlijnen Inrichting eigenterrein/erf - Verplaatsen en verblijven Stappen en trappen: goede stallingsvoorzieningen: Zorg voor hoogwaardige en goed bereikbare fietsparkeergelegenheid op het erf die uitnodigt tot gebruik. Met voldoende ruimte voor fietsen, bakfietsen, elektrische bolderkarren e.d. Prive-auto: het parkeren op het erf is landschappelijk ingepast en zoveel mogelijk uit het zicht van de openbare ruimte en gesitueerd achter de gevellijn.
Natuurlijke tuin, zie voor meer inspiratie Inspiratiebrochure
Richtlijnen eigenterrein/erf Gewoon Groen Biodiversiteit: tuinbeplanting bij voorkeur met verwantschap met de vegetatie van de omgeving in aansluiting op het inrichtingsplan openbare ruimte passend bij de locatie specifieke natuurdoeltype van het agrarisch landschap met de erven, akkers en watergangen. Klimaatadaptatie: op eigen terrein wordt conform de criteria in het Gemeentelijk Hemelwaterverordening de vereiste hoeveelheid mm waterberging geïnfiltreerd. Het regenwater van de daken en kavels wat niet infiltreert dient afgekoppeld te worden naar het openbaar gebied. Elementen om water af te koppelen zijn onderdeel van de architectuur en eenduidig per erf vormgegeven.
56 |
Open verharding
Water wat zichtbaar via een goot op het erf naar de straat loopt
Richtlijnen Inrichting eigenterrein/erf - Samenleven Stimuleren van ontmoeten: op het erf gelegen aan de ‘hoge akker’ ligt een ‘samenleven zone ‘ van minimaal 1,5 meter. In deze zone kunnen bewoners zelf met elkaar inrichten als verlengstuk van de woning naar het groen in de openbare ruimte. Toegankelijkheid: tuin is toegankelijk. Veilig spelen en bewegen: vanuit de ‘samenleven zone ‘ is er goed zicht op de openbare akkers met speelvoorzieningen. Cultuur, erfgoed, educatie /bewustwording en kunst: de tuin kan een bijdrage hieraan leveren.
| 57
Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026
5 Kwaliteitscriteria openbare ruimte
De drager van de buurt is de robuuste water- en groenstructuur bestaande uit de entrees, akkers en watergangen met ieder hun eigen kenmerken in aansluiting op de omgeving. De openbare ruimte is uitgewerkt in het Inrichtingsplan Openbare Ruimte voor Haansberg-Oost. Zowel vanuit de woningen als voor de passant door de buurt is water en groen telkens te beleven. Doel is dus om dit maximaal te benutten als kwaliteit voor mens en milieu. In onderstaande paragrafen wordt de sfeer van elk deelgebied verder uitgewerkt en toegelicht. Deze criteria vormen de belangrijke uitgangspunten voor de uitwerking van het ontwerp.
5.1 Entree Via de entreegebieden aan de Haansberg kom je met de auto de buurt in, waar je vervolgens je auto parkeert en middels korte en comfortabele voetpaden naar je woning gaat. Criteria Inrichting eigenterrein/erf- Nieuwe wonen en werken De entreegebieden zijn functionele gebieden voor de auto met eventuele aanvullende voorzieningen zoals een pakketservice, deelauto en afvalinzameling e.d. De entree wordt duidelijk vormgegeven als woonerf met een rijbaan in twee richtingen. De inrichting van de entreegebieden is net en repre sentatief en sluit aan op het functioneel gebruik van de auto maar is onderscheidend ten opzichte van de gebieden waar de auto te gast is. Parkeren in het zicht vanuit de weg Haansberg is altijd ruimtelijk ingepast en vormt een onderdeel van de agrarische gebouwen aan het lint. De koppen van de parkeerhubs worden gemarkeerd als entree van de hubs.
58 |
| 59
Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026
Entree
Lageakker
Hoge akker
Criteria Entree - Gewoon Groen Biodiversiteit: parkeerplaatsen in open lucht worden landschappelijk ingepast en dragen bij aan het vergroten van de biodiversiteit met hagen en bomen. Klimaatadaptatie: parkeerplaatsen in open lucht worden uitgevoerd in open verharding. lichte kleuren om hitte-effect te minimaliseren. Klimaatadaptatie: parkeerhubs kunnen deels overdekt worden om hitte te voorkomen. Deze bouwkundige elementen zijn passend binnen de criteria van agrarische gebouwen. Biobased: streven naar het nieuwe normaal (HNN) voor verhardingsmaterialen en inrichtingselementen. Biobased: in de entreegebieden komt voor afvalscheiding een mini milieu straat voor heel de buurt. De mini-milieustraat is landschappelijk ingepast en niet direct zichtbaar vanaf de weg Haansberg. Energie: de trafo’s in het entreegebied worden zoveel mogelijk uit het zicht van de akkers gesitueerd en landschappelijk ingepast. Energie: de parkeerplaatsen in de entreegebieden zijn voorzien van laadpalen. Laadpalen zijn kwalitaief ingepast.
Structuur
Watergang
Openbare ruimte
Parkeerhubs landschappelijk ingepast met hagen en bomen of bouwkundig element
60 |
Ruimte in parkeerhubs voor eventueel elektrische fietsen
Criteria Entree - Samenleven Stimuleren van ontmoeten: naast voorzieningen voor de auto entree aanvullen met voorzieningen zoals een pakketservice, deelauto, deelfiets en afvalinzameling e.d. Zo ingericht om ontmoeting te stimuleren. Toegankelijkheid: in entreegebieden (toekomstige) ruimte reserveren voor gehandicapten parkeerplaatsen en laad en losplaatsen voor zorgaanbieders. Bij gehandicapten parkeerplaatsen geen open verharding toepassen en afstand tot de woningen en andere voorzieningen beperk houden. Veilig spelen en bewegen: entreegebieden zodanig inrichten dat het niet een onbedoelde speelvoorziening wordt. Cultuur, erfgoed, educatie /bewustwording en kunst: aanvullende voorzieningen zijn onderscheidend vormgegeven om bewustwording en juiste gedrag te sturen.
Criteria Entree - Verplaatsen en verblijven Stappen en trappen: het entreegebied heeft overzichtelijke paden die voetgangers en fietsers logisch en comfortabel leiden. Stappen en trappen: afhankelijk van de behoefte biedt het entreegebied tevens ruimte voor hoogwaardige en goed bereikbare fietsparkeergelegenheid die uitnodigt tot gebruik. Met voldoende ruimte voor fietsen, bakfietsen, elektrische bolderkarren e.d. Mobiliteitsdiensten: de entreegebieden hebben tevens ruimte voor (toekomstige) deelauto’s en plekken voor laden en lossen van boodschappen/pakketten. Prive-auto: auto’s van bewoners van een boerenerf worden geparkeerd in de collectieve parkeerhub. Prive-auto: Indien bouwkundige elementen zoals pergola's of parkeerschuren worden toegepast zijn deze passend binnen de criteria van agrarische gebouwen en markeren de koppen van de parkeerhubs. Prive-auto: parkeervakindeling i.v.m. efficiënt parkeren. Markeringen zijn op een kwalitatieve manier ingepast. Centraal gelegen in de entree een afval milieustraat
| 61
Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026
5.2 Akkers
Tussen de erven liggen de akkers. De inrichting van het groen is biodivers en ruig met voldoende ruimte voor water en stimuleert ontmoeten, spelen en bewegen. Criteria Akkers- Nieuwe wonen en werken De inrichting van de akkers is geïnspireerd op de kenmerken en structuren van een agrarisch landschap. De akkers bestaan uit de hoge en de lage akkers met ieder een eigen sfeer. De hoge akkers zijn gelegen tussen de erven, de lage akker is gelegen aan de oostkant langs de A-watergang. De hoge akkers worden gebruikt voor spelen, verblijven en ontmoeten en hebben een natuurlijke en speelse inrichting. De lage akker langs de A-watergang ontstaat meer ruimte voor natuur met ruigtes, takkenrillen en bijvoorbeeld paal en draad. Zo min mogelijk verlichting. Verlichtingsarmaturen vallen visueel niet op en vallen weg in het landschap.
Takkenrill draagt bij aan meer biodiversiteit
Criteria Akkers - Gewoon Groen Biodiversiteit: de inrichting draagt bij aan het vergroten van de landschappelijk en ecologische waarden met verschillende beplanting en inrichtingselementen zoals takkenril, bijenhotel, poel e.d. Biodiversiteit: akkers kunnen een bomenlaan krijgen en/of een boom die tot monumentale exemplaren kunnen uitgroeien. De beplanting ondersteund en begeleid de rechte lijnen op de akkers. Biodiversiteit: de juiste oriëntatie en kleur van verlichting om lichtvervuiling en ecologische schade te voorkomen Klimaatadaptatie: de hoge akkers zijn voorzien van waterberging passend in de sfeer van het agrarisch landschap. De inrichting wordt gecombineerd met open verharding. Klimaatadaptatie: verharding en inrichtingselementen hebben lichte kleuren om hitte-effect te minimaliseren Biobased: streven naar het nieuwe normaal (HNN). Voor de speeltoestellen worden natuurlijke materialen gebruikt. Energie: toepassen van slimme verlichting om energieverbruik te beperken.
Bomenlaan/houtsingel begeleiden de rechte lijnen op de akkers
Openbare ruimte is geinspireerd op de kenmerken van het agrarisch landschap- ruig
62 |
Openbare ruimte is geinspireerd op de kenmerken van het agrarisch landschap - fruitbomen
Ruimte voor waterberging
Ruigte langs de A-watergang en een poel op de akkers wordt leefgebied steenuil versterkt.
| 63
Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026
Criteria Akkers - Verplaatsen en verblijven Stappen en trappen: voorrang voor langzaam verkeer: Ontwerp toegangen en routes met ruime, overzichtelijke paden die voetgangers en fietsers logisch en comfortabel leiden. Stappen en trappen: daar waar de auto te gast is krijgt de rijbaan een visueel andere inrichting. De overgang van entreegebied naar autoluwe akker wordt duidelijk visueel vormgegeven. Stappen en trappen: plaats parkeerplekken op afstand en gebruik visuele barrières zodat de auto minder dominant zichtbaar is vanuit de akkers. Mobiliteitsdiensten: bij voorkeur geconcentreerd in de entreegebieden. Indien voorzien op de akker landschappelijk ingepast passend in de agrarische sfeer. Prive-auto: parkeerplaatsen op de akkers zijn landschappelijk of bouwkundig ingepast passend in de agrarische sfeer. Prive-auto: parkeren is alleen toegestaan in de daarvoor bestemde parkeergelegenheden. Parkeren op de rijloper is niet toegestaan.
Akker met waterberging en spelen
Vlonder als recreatieve wandelroutes door get gebied
Ruimte voor buurtactiviteiten zoals een buurttafel
Woonerf met rijbaan en karrespoor waar auto te gast is
64 |
Rijbaan met duidelijk onderscheid voor de auto en voet en fietsers
Criteria Akkers - Samenleven Stimuleren van ontmoeten: gebruik groen, zitplekken en schaduwrijke zones om verblijfskwaliteit te stimuleren, wat voetgangers en fietsers uitnodigt tot gebruik. Stimuleren van ontmoeten: inpassen van een collectieve tuin in de akkers. Bewoners kunnen dan zelf bepalen wat ze met dit stukje grond gaan doen. Dit versterkt de sociale cohesie van de bewoners. Toegankelijkheid: de openbare ruimte wordt visueel en functioneel toegankelijk gemaakt voor mensen met een visuele beperking door middel van gidslijnen. Gidslijnen zijn natuurlijke of kunstmatige elementen in de openbare ruimte die mensen helpen zich te oriënteren en veilig te verplaatsen. Toegankelijkheid: in het plan moet ruimte zijn voor eventueel (toekomstige) toegewezen gehandicapte parkeerplaatsen. Toegankelijkheid: speel- en beweegvoorzieningen voor iedereen toegankelijk ook voor bewoners met een beperking. Veilig spelen en bewegen: ruimte voor avontuurlijke speelplaatsen in een groene setting. Hier kunnen kinderen op een actieve manier samen de natuur ontdekken en samen spelen in combinatie met aanleidingen voor bewegen en ontmoeten voor senioren. Spelen is voorzien voor alle leeftijdsgroepen. De hoge akkers zijn veilige speelplaatsen met een directe relatie met de ‘samenleven zone’. De openbare stoep voor de woningen is tevens onderdeel van spelen en bewegen.
De speelaanleidingen passen binnen de sfeer van de inrichting van de openbare ruimte. Veilig spelen en bewegen: speel- en ontmoetingsakkers zijn veilig afgeschermd van autoverkeer en water en veilig en goed te bereiken vanuit de woningen. Cultuur, erfgoed, educatie /bewustwording en kunst: spelen wordt gecombineerd met educatie /bewustwording over planten, dieren, water, klimaat e.d. Daarnaast hebben de akkers een verschillende inrichting waardoor deze herkenbaar is voor bewoners en bezoekers Cultuur, erfgoed, educatie /bewustwording en kunst: spelen, bewegen en kunst wordt samen met de toekomstige bewoners verder uitgewerkt, meedenken/ontwerpen vergroot de betrokkenheid. De uitwerkingen passen binnen de ambities van Haansberg.
Spelen, groen en water wordt gecombineerd met educatiet
| 65
Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026
5.3 Watergangen Voor Haansberg-Oost is een watersysteem ontworpen gericht op vasthouden, (deels) infiltreren en vertraagd afvoeren richting de A-watergangen. De openbare ruimte speelt hierbij een belangrijke rol maar ook de particuliere kavels. Het watersysteem wordt uitgewerkt middels een inrichtingsplan voor de openbare ruimte en een waterhuishoudkundig plan. Criteria Door sommige akkers stromen A- of B- watergangen. Deze watergangen worden begeleid door laanbomen. In het geval van een A-watergang dient er ook een obstakelvrije ruimte van 5m gehanteerd te worden De oevers zijn ruig en natuurlijk met ruimte voor ecologische waarden. Hemelwater wordt bovengronds verwerkt en gaat vertraagd naar de watergangen. Water wordt opgevangen in zichtbare bergingsvoorzieningen in het openbaar gebied, ontworpen voor buien van minimaal 70 mm/m². Elke berging krijgt een noodoverstort die pas werkt bij volledige vulling en vertraagd afvoert naar nabijgelegen bergingen of oppervlaktewater, om wateroverlast te voorkomen bij extreme neerslag Vanwege matige tot slechte infiltratiecapaciteit van de bodem wordt geen structurele infiltratie meegenomen in het ontwerp; infiltratie wordt als extra voordeel gezien.
66 |
|6
Kijk op haansbergetten-leur.nl voor meer informatie