CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost

Raad besluit 11 mei 2026, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: . Vaststellen wijziging omgevingsplan Haansberg-Oost12.964 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Etten-Leur

Versie april 2026

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

Inhoud 1. Inleiding 1.1 Regie op kwaliteit 1.2 Aansluiting op ander beleid 1.3 Inspiratie 2. Stedenbouwkundig plan 2.1 Vier Thema’s van Haansberg 2.2 Gebiedseigenschappen 2.3 Principes Haansbergse agrarisch landschap 2.4 Verkaveling 3. Kwaliteitscriteria gebouw 3.1 Bouwvolumes 3.2 Dak 3.3 Gevel 4 Kwaliteitscriteria kavels 4.1 Verkavelingsvormen erven 4.2 Natuurlijke erfafscheidingen 4.3 Inrichting eigenterrein/erf 5 Kwaliteitscriteria openbare ruimte 5.1 Entree 5.2 Akkers 5.3 Watergangen

2|

4 5 6 6 8 9 12 14 16 18 20 29 39 48 49 53 56 58 59 62 66

|3

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

1. Inleiding

1.1 Regie op kwaliteit Voor u ligt het beeldkwaliteitsplan voor de woningbouwontwikkeling Haansberg-Oost in de gemeente Etten-Leur. Het beeldkwaliteitsplan richt zich op de verschijningsvorm, het beeld en de sfeer van gebouwen, kavels en de openbare ruimte in de nieuwe buurt. De insteek is om met heldere regels een buurt te verwezenlijken met een dorps-landelijk karakter en een natuurlijke en ruige openbare ruimte. Het beeldkwaliteitsplan is het toetsings- en inspiratiekader voor de uitwerking van de woningen, kavels en voor de inrichting van de openbare ruimte. Het Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost wordt als beleidsregel ruimtelijke kwaliteit vastgesteld en maakt daarmee onderdeel uit van de beleidsregels ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Etten-Leur. Op basis van dit kwaliteitskader weten initiatiefnemers op voorhand welke kwaliteitseisen aan woningbouw in Haansberg-Oost worden gesteld. Bouwplannen zullen worden getoetst aan dit kader. Dit kader geeft aan hoe de sfeer en kwaliteit, die met het stedenbouwkundig plan wordt beoogd, op een vanzelfsprekende manier kunnen worden door vertaald in de architectuur en de openbare ruimte. Dit plan is bedoeld ter inspiratie en toetsing voor iedereen die bij het verdere ontwerp- en ontwikkelingsproces betrokken is.

De kwaliteitscriteria zijn opgedeeld in drie heldere hoofdstukken voor de gebouwen (woningen), kavels (particuliere erven) en de openbare ruimte. De openbare ruimte wordt verder uitgewerkt in een inrichtingsplan openbare ruimte door de gemeente. Supervisor Voor de planontwikkeling is gekozen voor een opzet met flexibiliteit in het omgevingsplan en criteria over meer dan alleen gebouwen. Daarom wordt een supervisor aangesteld door de gemeente om de kwaliteit, diversiteit en samenhang van de beeldkwaliteit in Haansberg-Oost ook over langere termijn te waarborgen. Afwijkingen van de criteria zijn voorstelbaar met instemming van de supervisor.

Plangrens Haansberg-Oost

4|

|5

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

1.2 Aansluiting op ander beleid

1.3 Inspiratie

Naast het beeldkwaliteitsplan zijn er ook andere uitgangspunten en regels die van invloed zijn op de beeldkwaliteit waaraan (bouw)plannen worden getoetst. Daarbij is vooral de relatie met het Omgevingsplan voor de locatie en de relatie met de welstandsnota van belang:

Het beeldkwaliteitsplan voor Haansberg-Oost biedt harde criteria voor de vormgeving van gebouwen, kavels en de openbare ruimte. Deze criteria dienen als ontwerpleidraad én toetsingskader, zodat de ruimtelijke kwaliteit en samenhang binnen de buurt gewaarborgd blijven. Eventuele afwijkingen kunnen alleen plaatsvinden met instemming van de supervisor. Maar naast deze criteria zijn er ook richtlijnen opgesteld ter inspiratie die volop ruimte geven voor eigen invulling, creativiteit en duurzame keuzes.

Omgevingsplan Het omgevingsplan regelt de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Wat door het omgevingsplan wordt mogelijk gemaakt kan niet door het beeldkwaliteitsplan worden tegengehouden. Architectonische vormgeving valt buiten de reikwijdte van het omgevingsplan. Het beeldkwaliteitsplan vult de ruimte in die het omgevingsplan biedt ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit. Welstandsnota Voor wat betreft de beeldkwaliteit is dit beeldkwaliteitsplan het welstandskader (conform artikel 12a Woningwet). Voor zaken die niet omgevingsvergunningsplichtig (en daarmee dus ook niet welstandsplichtig zijn), fungeert dit plan als gemeentelijke beleidsregel en inspiratie aan initiatiefnemers. Het beeldkwaliteitsplan fungeert naast de welstandsnota van de gemeente Etten-Leur als afzonderlijke beleidsregel ruimtelijke kwaliteit. Omdat de bestaande welstandsnota met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is 'bevroren', kan deze nota niet worden aangevuld. Daar waar in dit beeldkwaliteitsplan richtlijnen zijn opgenomen prevaleren deze boven de richtlijnen in de vigerende welstandsnota; daar waar de richtlijnen in dit beeldkwaliteitsplan ontbreken, kan teruggevallen worden op de reguliere welstandsnota.

Om bewoners te inspireren en te ondersteunen bij de richtlijnen uit het beeldkwaliteitsplan, heeft de gemeente een speciale Inspiratiebrochure opgesteld. Deze brochure biedt niet alleen praktische informatie over wonen in Haansberg-Oost, maar nodigt ook uit om verder te denken: hoe kun je jouw woning, tuin of erf nét dat beetje extra geven? De inspiratiebrochure is geen bijlage van dit beeldkwaliteitsplan maar een separaat document wat bij de verkoop van de kavels wordt verstrekt. Voor de ontwikkelaars worden de richtlijnen verder uitgewerkt in een convenant per bouwteam tussen de betreffende ontwikkelaar en gemeente. Hiermee worden op verschillende onderwerpen een inspanningsverplichting afgesproken. In het beeldkwaliteitsplan staat duidelijk aangegeven als het gaat om een harde criteria of een richtlijn ter inspiratie.

De richtlijnen zijn bedoeld om te inspireren, uit te dagen en te verleiden: misschien kies je ervoor om nét iets meer te doen op het gebied van duurzaamheid, biodiversiteit of materiaalgebruik. Zo bouwen we samen aan een toekomstbestendige buurt waarin landschap, architectuur en leefkwaliteit hand in hand gaan.

Landelijk gebied Haansberg

6|

|7

Goorstraat Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

Buitengebied

Beekdal Laakse vaart

H

Stedelijk uitloop gebied

Ca 3m+ NAP

2. Stedenbouwkundig plan

Haansberg Oost H

H

Haansberg Noord Vogelbos

H

Legenda

Infra en objecten Maatschappelijke/ commerciële functie

Voetpad

Leidingstraat

Fietspad

Trace waterleiding

Woonstraat 30km/h

Randweg (indicatie)

Ov-punt

Gebiedsontsluitingsweg

Vogelbos

i Haansberg

Stedelijk uitloopgebied

H

Zoekgebied verdeelstation

De ambities uit het Masterplan Haansberg en de visie van het stedenbouwkundige concept voor Haansberg-Oost met de bouw van maximaal 150 woningen wordt door vertaald naar beeldkwaliteit en inrichting openbare ruimte. In het masterplan Haansberg staan 4 thema’s centraal. Nieuwe wonen en werken, Gewoon groen , Verplaatsen en verblijven en Samen leven Deze 4 thema's vormen vormen de basis voor de uitwerking van de deelplannen. In dit beeldkwaliteitsplan worden daarom de criteria en de richtlijnen van de verschillende onderdelen opgebouwd vanuit deze 4 thema’s, zodat elk onderdeel hieraan een bijdrage levert. De 4 thema’s fungeren hiermee als dragers voor een ruimtelijk interessante en gezonde gebiedsontwikkeling. De 4 thema's uit het Masterplan voor totaal Haansgerg worden op de volgende pagina's kort toegelicht. Wilt u meer informatie over het totale Masterplan Haansberg ga dan naar www.haansbergetten-leur.nl.

H rg

Haansberg noord

nsb e

H

H

Haa

Tussenruimte woonvelden Ruimte voor groen

Groen bestaande waarden behouden en versterken waar nodig Parkzone gestapelde bouw

s tr aat

Informatiepunt

Wonen en ontwikkelen Woonvelden

2.1 Vier Thema’s van Haansberg

Hubs

Ba nk en

H

H

Stedelijk uitloop gebied

H Veldbloemenhof

H

Zoekgebied

Haansberg Haansberg Zuid Masterplankaart H

Maatschappelijke/ commerciële functie

n

an

8| H

H

H

nc

d or

aa ial

|9

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

Gewoon groen Masterplan Haansberg Groen/biodiversiteit: Haansberg wordt ontwikkeld als een groene, klimaatbestendige wijk met respect voor cultuurhistorische waarden. Bestaande groene structuren, zoals de bomenrijen langs de Hoevenseweg en Haansberg, blijven behouden en worden versterkt. Nieuwe groene verbindingen zorgen voor een samenhangende groenblauwe structuur die stad en buitengebied verbindt. De wijk biedt ruimte aan biodiversiteit door het creëren van gevarieerde leefomgevingen voor dieren, zoals bloemrijke graslanden en schuilplaatsen in bomen. Ook wordt gewerkt aan de ontwikkeling van specifieke diersoorten met bijbehorende landschapselementen. De woonbuurten krijgen een groene inrichting met veel variatie in beplanting. Verharding wordt tot een minimum beperkt en parkeren wordt op een groene en flexibele manier opgelost via centrale hubs en deelmobiliteit, waardoor het straatbeeld groen en autoluw blijft. klimaatadaptatie: Bodem en water zijn sturend en vormen de basis van de gebiedsontwikkeling. Door klimaatverandering is het vasthouden, infiltreren en vertraagd afvoeren van water essentieel. Regenwater wordt lokaal gebruikt, onder meer voor tuinirrigatie en toiletten. Retentievijvers worden gecombineerd met functies zoals natuur, spelen en recreatie.

Het waterbeheerplan richt zich op een robuust, duurzaam systeem dat voorbereid is op zowel droge als natte periodes. Circulariteit/biobased: Door het wereldwijde dreigend grondstoffentekort en geopolitieke ontwikkelingen moeten we nadenken over andere, lokale, hernieuwbare materialen. De stikstofcrisis vraagt om bouwvormen en bouwmaterialen die minder CO2 uitstoten. Om te voldoen aan klimaatneutraliteit in 2050 moeten anders gaan denken over onze woningbouw en gebiedsontwikkeling. Circulair en biobased bouwen vormen hierin een belangrijke schakel. Doel voor Haansberg is om fijne, gezonde en gebruiksvriendelijke woningen, gebouwen en openbare ruimte te ontwikkelen. Bouwen met natuurlijk materialen draagt hieraan bij. Het Nieuwe Normaal (HNN) is een raamwerk voor biobased en circulair

10 |

bouwen. We zetten in op die elementen van HNN waarvoor een prestatieniveau vastgesteld. De meet- of bepalingsmethode is duidelijk en breed geaccepteerd en er is voldoende praktijkdata beschikbaar om een prestatieniveau te onderbouwen. Energie: We zetten daarom in op de milieuprestatie van gebouwen, de materiaalgebonden CO2 uitstoot, de herkomst van materialen en op losmaakbaarheid van materialen. In het Masterplan Haansberg wordt voor het thema circulair en biobased bouwen en ontwikkelen uitgegaan van de standaard indicatoren uit Het Nieuwe Normaal. De ambitie om zoveel mogelijk zelfvoorzienend te zijn én netcongestie maken dat energie voor de ontwikkeling van Haansberg een belangrijk thema is. Daarbij streven we naar een zo laag mogelijk energieverbruik in woningen en een zo laag mogelijke netbelasting voor de wijk als geheel. Op woningniveau gaan we voor comfortabele woningen met een betrouwbaar en (voor de bewoner) eenvoudig te bedienen energiesysteem. Dat systeem is bovendien betaalbaar in aanschaf en bij bewoning. Een lage netbelasting willen we bereiken met (klein-) collectieve systemen voor verwarming en/of warm tapwater en met slimme aansturing van het elektriciteitsverbruik, in combinatie met slimme laadpleinen en eventueel (buurt- of blok-) batterijen.

Het stedelijk uitloopgebied kan deel uitmaken van het energiesysteem, mogelijk in combinatie met installaties van omliggende bedrijven. Verplaatsen en verblijven Masterplan Haansberg Voor Haansberg is gekozen voor het mobiliteitsprincipe STOMP, dat duurzame verplaatsingen stimuleert. Bewoners worden aangemoedigd om eerst te lopen of te fietsen, daarna gebruik te maken van het openbaar vervoer of gedeelde mobiliteitsdiensten, en pas als laatste de privéauto Zo ontstaat een gezonde, leefbare wijk met minder verkeersdruk en meer ruimte voor groen en ntmoeting. Stappen en Trappen (Lopen en Fietsen): Lopen en fietsen krijgen voorrang in Haansberg. De wijk krijgt veilige wandelroutes en comfortabele fietspaden, met voorzieningen op korte afstand. Dit bevordert gezondheid, ontmoeting en een rustige leefomgeving. Openbaar vervoer: Bushaltes liggen op loopafstand en bieden goede verbindingen met omliggende plaatsen. Het OV is een efficiënt alternatief voor de auto, vooral voor langere

afstanden en dagelijks woon-werkverkeer. Mobiliteitsdiensten: Deelmobiliteit maakt flexibel reizen mogelijk zonder eigen voertuig. Dit vermindert het aantal auto’s in de wijk en vergroot de leefruimte. Privéauto De privéauto blijft beschikbaar, maar krijgt een bescheiden rol. Parkeren gebeurt aan de randen van de wijk, zodat het hart van Haansberg vrij blijft voor groen, spelen en ontmoeten. Het nieuwe wonen en werken Masterplan Haansberg In Haansberg willen we dat iedereen prettig, veilig en gezond kan wonen en werken. We zorgen voor een gevarieerd woningaabond op goede locaties, dichtbij het centrum, het station en de werklocatie Vosdonk. We willen iets nieuws in Etten-Leur. We onderzoeken mogelijkheden voor bijzondere woonvormen, zoals woningen waar bewoners samen beslissen hoe ze willen wonen of combinaties van wonen en zorg. Zo wordt Haansberg een bijzondere en fijne plek om te wonen, midden in het groen en klaar voor de toekomst. Haansberg biedt ruimte aan verschillende soorten woongebieden. Deze gebieden verschillen in aantal en typen woningen, doelgroepen en prijsklassen. Ze sluiten allemaal aan bij het groene en duurzame karakter van Haansberg. Dit maakt het aantrekkelijk voor zowel huidige inwoners van Etten-Leur als mensen uit andere gemeenten. Naast wonen is er ook ruimte voor een nieuw type ondernemerschap.

Er komt ruimte voor initiatieven die passen bij de duurzame, circulaire en plantaardige ambities van de wijk. Denk aan ondernemers die aan huis werken, hun diensten in de wijk aanbieden of samenwerken met andere lokale partijen. Ondernemen in Haansberg draait niet alleen om winst, maar ook om leefbaarheid, gezondheid en verbondenheid.

Samen leven Masterplan Haansberg In Haansberg is de buitenruimte méér dan een decor—het is een podium voor ontmoeting, beweging en beleving. De inrichting van de wijk draagt actief bij aan een gezonde, prettige en inclusieve woon- en leefomgeving. Hier komen mensen samen, spelen kinderen veilig, en ontstaat ruimte voor cultuur, erfgoed en kunst. Alles is erop gericht om elkaar te ontmoeten en samen te leven. Ontmoeten: De openbare ruimte in Haansberg nodigt uit tot contact. Groene pleinen, buurtbankjes, gedeelde tuinen en wandelroutes zorgen ervoor dat buren elkaar tegenkomen en leren kennen. Ontmoeting wordt gestimuleerd door slimme inrichting: van centrale ontmoetingsplekken tot kleinschalige hofjes waar je vanzelf een praatje maakt. Toegankelijk: Haansberg is ontworpen met oog voor toegankelijkheid. De wijk is goed begaanbaar voor mensen met een beperking, ouderen en jonge gezinnen. Brede paden, drempelloze overgangen en duidelijke routes zorgen ervoor dat iedereen zich vrij kan bewegen. Inclusiviteit is hier geen bijzaak, maar een uitgangspunt. Veilig Spelen en Bewegen: Kinderen spelen veilig in overzichtelijke speelzones, omringd door groen en goed zichtbaar voor ouders. Fiets- en wandelpaden zijn gescheiden van autoverkeer, zodat bewegen veilig en aantrekkelijk is voor jong en oud.

Sport- en beweegplekken zijn geïntegreerd in de wijk, zodat gezondheid en vitaliteit vanzelfsprekend worden. Ruimte voor Cultuur, Erfgoed en Kunst: Haansberg verbindt het heden met het verleden en de toekomst. Kunst in de openbare ruimte, educatieve routes en verwijzingen naar lokaal erfgoed geven de wijk karakter en betekenis. Culturele initiatieven en buurtprojecten zorgen voor levendigheid en betrokkenheid. Zo wordt samenleven ook samen beleven.

In Haansberg kunnen mensen flexibel werken: thuis, in de wijk of in gedeelde werkruimtes. Dat draagt bij aan een betere werk-privébalans en minder reisbewegingen. (Daarnaast komen er ontmoetingsplekken en voorzieningen voor zzp’ers en kleine ondernemers). De wijk krijgt hiermee een dynamisch werkklimaat

| 11

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

2.2 Gebiedseigenschappen In het stedenbouwkundig plan vormen gebiedseigenschappen de basis voor de nieuw te ontwikkelen omgevingskwaliteit en ruimtelijke structuur. Bodem en water zijn leidend in de landschappelijke en stedenbouwkundige vertaling naar een klimaatrobuust, gezond, veilig en biodivers woonmilieu met een gebiedseigen karakter. Met het woningbouwinitiatief wordt vanuit het bodem en watersysteem een robuust, veilig en gezond woonklimaat ontwikkeld en de gebiedseigen identiteit versterkt.

Vanaf de ijstijden kent West-Brabant een aantal verhogingen (donken geheten) met daartussen beekdalen. Deze zijn allemaal noord-zuid gericht. De weg Haansberg is een van de oudste wegen met al eeuwenlang veel bewoning. Deze weg sluit zuidelijk aan op de Markt en vervolgens op de Bisschopsmolenstraat: één donk. De Haansberg is vanouds landbouwgebied, met in het noorden natte weiden/ polder. Op de historische kaart van 19 15 is de orthogonale blokverkaveling met groene houtsingels goed te zien. Het deelgebied Haansberg-Oost ligt direct aangrenzend ten oosten van de weg Haansberg. Deze donk met erven ligt hoger, aan zuid-westzijde bevindt het maaiveld zich op ongeveer 5.60m +NAP en de overgebleven lagere akkers en weiden in het noord-oosten bevindt het maaiveld zich op ongeveer 3.20m +NAP. Het huidige oppervlakte watersysteem in het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit A- en B-watergangen. Het systeem is binnen het plangebied niet peilgestuurd. Het water wordt onder vrij verval afgevoerd richting het oosten. De bodem in het projectgebied bestaat grotendeels uit een hoge zwarte enkeerdgrond, dat bestaat uit leemarm en zwak lemig fijn zand. Aan de noord/oostzijde van het plangebied bestaat een klein deel uit een laarpodzolgrond, dat bestaat uit lemig fijn zand. In het profiel zijn onderliggende kleilagen vanaf circa 2,5 meter minus maaiveld (m-mv) aangetroffen.

Daarnaast zijn op enkele locaties ook veenlagen aangetroffen in de diepere ondergrond. Deze bodemopbouw heeft directe invloed op de doorlatendheid en daarmee op de infiltratiemogelijkheden binnen het gebied. In het plangebied komen geen grote beeldbepalende groenstructuren voor die van oorsprong bij dit landschap horen.

Bodemkaart

Waterkaart

Hoogtekaart

Topotijdreis 1915

De inventarisatie van deze gebiedseigenschappen heeft geleid tot de gebiedseigenschappen die voortkomen uit het agrarisch historisch veleden te vertalen naar hedendaags. Dit gebeurt door de gebiedseigenschappen van de vier landschapselementen, hogere erven op de donk, lagere akkers en weiden en de watergangen te versterken en te verrijken. In het volgende hoofdstuk worden de leidende principe van deze vier agrarische landschapselementen vertaald die de basis vormen voor de verdere uitwerking van de beeldkwaliteitscriteria.

12 |

| 13

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

2.3 Principes Haansbergse agrarisch landschap Het agrarisch landschap vormt het fundament van de ontwikkeling. De architectuur van de woningen en openbare ruimte staan ten dienste van het dit landschap en zullen dit in verschijningsvorm ondersteunen.

Kavels

Natuurlijke materialen en overgangen zorgen voor een zorgvuldige inpassing. De combinatie van natuurlijke materialen en kleuren in zowel de bebouwing als de terreininrichting versterken de samenhang tussen de woningen en het landschap. De kleuren, texturen en materialen refereren naar de leidende principes van het agrarisch landschap. Daarvoor is een set aan leidende principes per landschapselementen en de overgangen opgesteld. Leidende principes kavels:  De kavels zijn de particuliere percelen in het plan die bestaan uit de nieuwe kavels aan de weg Haansberg en de achtergelegen nieuwe woonvelden.  De kavels aan de weg Haansberg zijn onderdeel van het historisch lint en sluiten aan op deze sfeer.  De kavels gelegen achter de Haansberg zijn geïnspireerd op het karakter van een ‘boeren erf’.  Kavels dragen waar van toepassing bij aan ambities van de 4 thema’s uit het masterplan Haansberg: - Nieuwe wonen en werken; - Gewoon Groen: biodiversiteit, klimaatadaptief, energie, biobased/cilculair; - Verplaatsen en verblijven: stappen,trappen Mobiliteitdiensten en privé auto; -Samen leven: ontmoeten, toegankelijkheid, veilig spelen en bewegen, cultuur, educatie /bewustwording en kunst.  Op overgang van kavel naar akker erfgrenzen eenduidig vormgeven in aansluiting op de akker.

 Voorkomen van schuttingen en bouwkundige elementen zoals bergingen aan de akkers  Gevels die aan de akkers liggen maken deel uit van de leefomgeving voor dieren en planten.  Hergebruik van de humusrijke Enkeerdgronden op de kavels.  Streven naar passief bouwen (warmte, koeling, schaduw, luwte/wind).

14 |

Entree

Akkers

Watergangen

Leidende principes

Leidende principes entrees Via de entreegebieden aan de Haansberg kom je met de auto de buurt in. In het midden van het plangebied zijn de entreegebieden met de parkeerhubs gelegen, de collectieve parkeervoorziening voor de bewoners. Vanuit de parkeerhubs met directe en comfortabele voetpaden naar je woning. De entreegebieden zijn functionele gebieden voor de auto met eventuele aanvullende voorzieningen zoals een pakketservice, deelauto en afvalinzameling e.d. Aan de noord en zuidzijde kom je de buurt in maar is de auto te gast. De entrees dragen waar van toepassing bij aan ambities van de 4 thema’s uit het masterplan Haansberg: - Nieuwe wonen en werken; - Gewoon Groen: biodiversiteit, klimaatadaptief, energie, biobased/cilculair; - Verplaatsen en verblijven: stappen,trappen Mobiliteitdiensten en privé auto -Samen leven: ontmoeten, toegankelijkheid, veilig spelen en bewegen, cultuur, educatie /bewustwording en kunst. De entree wordt duidelijk vormgegeven en is onderscheidend ten opzichte van de gebieden waar de auto te gast is. Auto's zijn zoveel mogelijk uit het zicht van de openbare ruimte.

Leidende principes watergangen  De watergangen bestaan uit A- watergangen en B-watergangen en zijn deels van het waterschap.  Voor Haansberg-Oost is een robuust watersysteem ontworpen met een vertraagde afvoer naar de watergangen.  In het geval van een A-watergang dient er ook een obstakelvrije ruimte van 5m gehanteerd te worden voor onderhoud watergang.  Gronden langs de watergang zijn ruig en natuurlijk met ruimte voor ecologische waarden.  Vanwege matige tot slechte infiltratiecapaciteit van de bodem wordt geen structurele infiltratie meegenomen in het ontwerp; infiltratie wordt als extra voordeel gezien.  Het watersysteem wordt uitgewerkt middels een waterhuishoudkundig plan. De leidende principes zijn uitgewerkt in de verkaveling (zie paragraaf 2.4) en de beeldkwaliteitscriteria en richtlijnen. De ingetekende woningen en openbare ruimte zijn indicatief. Per woonveld wordt door een ontwikkelaar en architect een uitgewerkt bouwplan gemaakt dat past binnen de criteria van dit beeldkwaliteitsplan. De openbare ruimte wordt door de gemeente uitgewerkt in een Inrichtingsplan openbare ruimte.

Leidende principes akkers  De akker is het openbare landschap in het plan.  Akkers tussen de kavels verdiepen en vrijkomende grond gebruiken om kavels op te hogen.  Orthogonale structuur creëren waar water kan worden verzameld, vastgehouden, geïnfiltreerd en afgevoerd.  Kruidenrijk open gebied met beheerde ruimte voor spelen, wandelen en bewegen.  Bebouwing omringt met robuuste groenstructuur, versterkt orthogonale structuur. Akkers dragen waar van toepassing bij aan ambities van de 4 thema’s uit het masterplan Haansberg: - Nieuwe wonen en werken; - Gewoon Groen: biodiversiteit, klimaatadaptief, energie, biobased/cilculair; - Verplaatsen en verblijven: stappen,trappen Mobiliteitdiensten en privé auto -Samen leven: ontmoeten, toegankelijkheid, veilig spelen en bewegen, cultuur, educatie /bewustwording en kunst.  Klimaatrobuuste groenstructuren (koeling, schaduw, luwte/wind).

| 15

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

2.4 Verkaveling Groenstructuur/

Het stedenbouwkundig plan voor Haansberg-Oost voorziet in de ontwikkeling van maximaal 150 woningen. De buurt wordt vormgegeven met respect voor het landschap, waarbij elementen als akkers, watergangen, bomenrijen en zones voor waterberging een centrale rol spelen. Door slim te ontwerpen ontstaat een woonbuurt die rust, ruimte en verbondenheid uitstraalt, met volop aandacht voor duurzaamheid, inclusiviteit en leefkwaliteit. Bouwhoogte: De bebouwing in Haansberg-Oost kent een gevarieerde opzet met wisselende bouwhoogtes, passend bij het landelijke karakter van de buurt. Er wordt gewerkt met drie hoofdtypen: één laag met kap: tot 4,5 meter goothoogte met een nokhoogte tot 8,5 en 11 meter. Twee lagen met kap: tot 6 meter goothoogte met een nokhoogte tot 11 meter. Alle woningen krijgen een kap, wat zorgt voor een herkenbare, dorpse uitstraling en een harmonieuze inpassing in het landschap. Verkeer en Parkeren: Om de leefomgeving veilig en groen te houden, worden parkeerplaatsen geconcentreerd in centrale parkeerhubs aan de entree van de buurt. Hierdoor ontstaat rondom de woningen meer ruimte voor groen, spelen, bewegen en ontmoeten. De buurt krijgt een fijnmazig netwerk van wandel- en fietsroutes, die zorgen voor goede bereikbaarheid en stimuleren duurzame mobiliteit volgens het STOMP-principe.

watergangen

2 lagen kap goot 6m nok 11m

1 laag kap goot 4,5m nok 9/11 m

1 laag kap goot 4,5m nok 8,5 m

16 |

vrijstaand zelfbouw

Auto te gast

vrijstaand particulier

Parkeren eigen terein

tweekapper-geschakeld duur

Bouwhoogte

Losse Voetpaden geschakeld betaalbaar

Woningtypologieën: Haansberg-Oost biedt een divers aanbod aan woningtypen, waaronder vrijstaande woningen, twee-onder-een-kapwoningen, rijwoningen en levensloopbestendige woningen. Deze worden verspreid over verschillende financieringscategorieën, zodat de buurt toegankelijk is voor uiteenlopende doelgroepen. Van het totale woningaanbod is 20% bestemd voor sociale huur en minimaal 35% valt binnen het betaalbare segment. Hiermee wordt ingezet op een inclusieve woonomgeving. Groen en Water: De landschappelijke setting van Haansberg-Oost is een essentieel onderdeel van het plan. Groene akkers, watergangen, bomenrijen en zones voor waterberging zorgen voor een natuurlijke uitstraling en dragen bij aan klimaatadaptatie. Het groen wordt verweven met de woonstructuur, waardoor bewoners altijd dichtbij natuur wonen. Speelplekken, ontmoetingszones en wandelroutes worden geïntegreerd in het landschap, zodat buitenruimte actief en uitnodigend is.

Auto ontsluiting entree

Verkeer

geschakeld sociale huur

geschakeld middelduur huur Typologie

Aan de tekeningen op deze bladzijden kunnen geen rechten worden ontleend

Aan de tekeningen op deze bladzijden kunnen geen rechten worden ontleend. Uitwerking voor de openbare ruimte d.m.v inrichtingtingsplan en de woonvelden door de ontwikkelaar/zelfbouw

| 17

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

3. Kwaliteitscriteria gebouw

Het agrarisch landschap vormt het fundament van de ontwikkeling. De architectuur van de woningen en openbare ruimte staan ten dienste van het dit landschap en zullen dit in verschijningsvorm ondersteunen. De dorpse en landelijke architectuur van de gebouwen die in vorm, kleur en materialen aansluiten op de identiteit van het agrarisch landschap. Alle gebouwen dragen bij aan deze gebiedsidentiteit, in vorm en tint zijn er verschillen, maar gezamenlijk beleven we het als een homogeen ‘landschap’. De gebouwen zijn onderdeel van het landschapselement kavels, de particuliere percelen. De kwaliteitscriteria van de kavels is verder toegelicht in hoofdstuk 4 Kavels Om de ambities van de 4 thema's uit het masterplan Haansberg goed door te vertalen zijn de criteria en de richtlijnen van de verschillende onderdelen uitgewerkt aan de hand van onderstaande 4 thema’s. Wanneer voor een onderdeel bij de criteria en richtlijnen een ambitie niet van toepassing is, is deze weggelaten.

Nieuwe wonen en werken

Gewoon Groen

Verplaatsen en verblijven

Samen leven

Inspiratie Etten-leurse boerderijen

18 |

| 19

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

CONCEPT - dak tbv bkp Esther

3.1 Bouwvolumes

1. Stal

Voor de woning is er onderscheid in vijf agrarische hoofdgebouw-typen: 1) stal, 2) schuur, 3) boerderij, 4) herenboerderij en 5) landelijke woning. In onderstaand schema is verbeeld hoe de agrarische gebouwen op een boerenerf is geëvolueerd van wonen en werken in één ruimte in de stal tot aan de landelijke woning waar de woning volledig gescheiden van het werk is. Door met deze 5 gebouw-typen te werken ontstaat een gevarieerd beeld aan de akkers. De verschillen tussen de typen is in naastgelegen schema op hoofdlijnen verbeeld, waarbij detaillering van de woning steeds rijker wordt richting het type (heren)boerderij en landelijke woning. Dit schema is verder vertaald naar criteria per type voor hoofdgebouw, bijgebouw, dak en gevel in de volgende paragrafen van dit hoofdstuk. Alle vijf de agrarische gebouwtypen kunnen zowel voor projectmatige bouw met geschakelde typen als individuele zelfbouw worden toegepast. De toepassing van deze gebouw-typen op de kavels is nader toegelicht in Hoofdstuk 4 CONCEPT - hoofdvormen bij paragraaf 4.1 verkavelingsvormen.

dakramen (in ritme)

2. Schuur

3. Boerderij

4. Herenboerderij

dakkapel

doorgestoken gevel

schilddak & goot

wolfseind

schoorsteen/goot

wolfseind & goot

5. Landelijke woning

schuurdeur

+

'schuurdeur'

1. stal Wonen en werken in één ruimte

2. schuur

3. boerderij

4. herenboerderij

5. landelijke woning

Wonen, werken en opslag deels gescheiden in een ruimte

Wonen met aangebouwde stal

Wonen en stal/schuur van elkaar gescheiden

Woning volledig gescheiden van werk

schoorsteen

schoorsteen

dakramen (in ritme)

Inspiratie vanuit 5 agrarische gebouw-type (Bron: Cier Architecten)

04

14

dakkapel

sober

rijker

rijk of sober

Schema op hoofdlijnen van de 5 agrarische gebouw-type (Bron: Cier Architecten)

20 |

| 21

CONCEPT - hoofdvormen

CONCEPT - hoofdvormen

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

+

Criteria Hoofdgebouw - stal en schuur Nieuwe wonen en werken  De hoofdvolumes van de stal en schuur zijn langgerekte orthogonale bouwvolumes met een kap met de nok in de langsrichting.  Het hoofdvolume van de stal en de schuur bestaat uit één laag met kap.  Maximale nokhoogte voor de stal is 8,5 meter.  Maximale nokhoogte voor de schuur is 11 meter.  De bebouwing van de stal en de schuur is lager aangekapt dan bij het type (heren)boerderij. Voor de stal geldt voor de goothoogte maximaal 3 meter en voor de schuur maximaal 4,5 meter boven maaiveld.  Optrekken van goothoogte is plaatselijk mogelijk bij het schuurtype als zogenaamde "schuurdeuren'.  De afstand van de gootlijn tot het maaiveld is altijd kleiner dan het aanzicht van het dakvlak.  Zie voor exacte maatvoering de verbeelding van het Omgevingsplan Haansberg-Oost.

1. stal Wonen en werken in één ruimte

+

2. schuur

3. boerderij

4. herenboerderij

5. landelijke woning

Wonen, werken en opslag deels gescheiden in een ruimte

Wonen met aangebouwde stal

Wonen en stal/schuur van elkaar gescheiden

Woning volledig gescheiden van werk

Gebouwtype stal en schuur (Bron: Cier Architecten)

04

Eigentijdse interpretatie van een schuur-type

Schuur in Etten-leur inspiratie voor schuur-type

22 |

Eigentijdse interpretatie van een schuur-type

14

Criteria Hoofdgebouw - boerderij Nieuwe wonen en werken Het hoofdvolume van de boerderij bestaat uit het woonhuis met de schuur geïntegreerd in één volume. De hoofdvolumes van de boerderij zijn langgerekte orthogonale bouwvolumes met een kap met de nok in de langsrichting. Het hoofdvolume van de boerderij bestaat uit één laag met kap.  Maximale nokhoogte voor de boerderij is 11 meter. De nokhoogte van woonhuis en schuur is op elkaar afgestemd maar mag onderling verspringen. Het woonhuis is hoger aangekapt dan de schuur met een goothoogte op maximaal 4,5 meter boven maaiveld.  Optrekken van goothoogte is plaatselijk mogelijk bij de schuur als zogenaamde "schuurdeuren".  De afstand van de gootlijn tot het maaiveld is altijd kleiner dan het aanzicht van het dakvlak. De schuur van de boerderij is langer in gevellengte dan het woonhuis. Met de gevellijn van de boerderij kan tussen het woonhuis en boerderij worden gevarieerd. Het woonhuis staat in dezelfde rooilijn als de schuur of naar voren of naar achteren. Zie ook criteria over gevelljnen bij H 4 Kavels.  Zie voor exacte maatvoering op de verbeelding het Omgevingsplan Haansberg-Oost.

Langgevel boerderij in Etten-leur inspiratie voor boerderij-type

1. stal Wonen en werken in één ruimte

2. schuur

3. boerderij

4. herenboerderij

5. landelijke woning

Wonen, werken en opslag deels gescheiden in een ruimte

Wonen met aangebouwde stal

Wonen en stal/schuur van elkaar gescheiden

Woning volledig gescheiden van werk

Gebouwtype boerderij (Bron: Cier Architecten)

04

14

Eigentijdse interpretatie van rijwoning als boerderij-type

Eigentijdse interpretatie van een boerderij vrijstaande woning

| 23

CONCEPT - hoofdvormen

CONCEPT - hoofdvormen

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

+

Criteria Hoofdgebouw - herenboerderij Nieuwe wonen en werken  Het hoofdvolume van de herenboerderij bestaat uit het woonhuis met de schuur als losse volumes of geïntegreerd in één volume.  Bij een herenboerderij staat het woonhuis, haaks op de lange as van de schuur en heeft een orthogonale bouwvolume.  Het hoofdvolume van de schuur zijn langgerekte orthogonale bouwvolumes met een kap met de nok in de langsrichting.  Het hoofdvolume van het woonhuis heeft een statige en imposante uitstraling. Het hoofdvolume van het woonhuis bestaat uit twee lagen met kap met een maximale goothoogte van 6 meter en een nokhoogte van 11 meter. De schuur is lager aangekapt dan het woonhuis met een goothoogte op maximaal 4,5 meter boven maaiveld met een nokhoogte van 11 meter.   Optrekken van goothoogte is plaatselijk mogelijk bij de schuur als zogenaamde "schuurdeuren'. De nokhoogte van woonhuis en schuur is op elkaar afgestemd maar mag onderling verspringen.  Bij de schuur is de afstand van de gootlijn tot het maaiveld altijd kleiner dan het aanzicht van het dakvlak.  De schuur van de herenboerderij is langer in gevellengte dan het woonhuis.  Zie voor exacte maatvoering op de verbeelding het Omgevingsplan Haansberg-Oost.

inspiratie voor herenboerderij-type met dwarshuis

24 |

1. stal Wonen en werken in één ruimte

+

2. schuur

3. boerderij

4. herenboerderij

5. landelijke woning

Wonen, werken en opslag deels gescheiden in een ruimte

Wonen met aangebouwde stal

Wonen en stal/schuur van elkaar gescheiden

Woning volledig gescheiden van werk

Gebouwtype herenboerderij (Bron: Cier Architecten)

04

14

Criteria Hoofdgebouw - landelijke woning Nieuwe wonen en werken  Het hoofdvolume van de landelijke woning bestaat uit maximaal één woning of twee woningen geïntegreerd in één volume.  De hoofdvolumes van de landelijke woning zijn orthogonale bouwvolumes met een kap met de nok in de langsrichting. Het hoofdvolume van de landelijke woning bestaat uit één laag met kap.  Maximale nokhoogte voor de landelijke woning is 11 meter.  De bebouwing is aangekapt op maximaal 4,5 meter boven maaiveld.   Optrekken van goothoogte is plaatselijk mogelijk als accenten in de voorgevel. Zorg voor variatie in bouwmassa’s binnen een samenhangend geheel.  Zie voor exacte maatvoering op de verbeelding het Omgevingsplan Haansberg Oost.

1. stal Wonen en werken in één ruimte

2. schuur

3. boerderij

4. herenboerderij

5. landelijke woning

Wonen, werken en opslag deels gescheiden in een ruimte

Wonen met aangebouwde stal

Wonen en stal/schuur van elkaar gescheiden

Woning volledig gescheiden van werk

Gebouwtype landelijke woning (Bron: Cier Architecten)

04

14

Richtlijnen Hoofdgebouw - Nieuwe wonen en werken  Kleinschalige vormen van werken aan huis, passend binnen het woonmilieu  Plattegrond van de woning biedt (flexibele ruimte) voor thuiswerken Eigentijdse interpretatie van woonhuis herenboerderij

Eigentijdse interpretatie van een 2 onder 1 kap als landelijke woning

Statige boerderij met rijke detaillering in Etten-leur voor inspiratie voor herenboerderij

Landelijke woning in Etten-leur inspiratie

Eigentijdse interpretatie van vrijstaande landelijke woning

| 25

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

Criteria Bijgebouwen - Nieuwe wonen en werken  Bijgebouwen (bijkeukens, bergingen, garages, schuurtjes, tuinkasten) in het zicht van de openbare ruimte zijn als onderdeel van het bouwplan mee ontworpen en passend bij het agrarische hoofdgebouw-type.  Aangebouwde bijgebouwen worden geïntegreerd in het hoofdvolume en de kap. Het maken van een holle knik in het dakvlak is toegestaan.  Losse bijgebouwen zijn voorzien van een kap. Platte daken zijn alleen toegestaan mits voldaan wordt aan de criteria van Gewoongroen.  Bijgebouwen worden bij voorkeur zo veel mogelijk gecombineerd met andere bijgebouwen.  Carports zijn ook passend bij de architectuur van de woning.

Kas - inspiratie voor bijgebouwen

Criteria Bijgebouwen - Verplaatsen en verblijven  Stappen/trappen: bijgebouwen mogen niet het zicht op verkeer wegnemen waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.  Privé-auto: collectieve parkeerhubs in de openbare ruimte zie H 5 Openbare ruimte 5.1 entreegebieden. Privé-auto: kavels met parkeren op eigen terrein minimaal aantal opstelplaatsen conform de regels van het omgevingsplan.  Privé-auto: parkeren van auto’s op het eigen terrein is zoveel mogelijk uit het zicht van de openbare ruimte.  Privé-auto: gebouwde parkeervoorziening op eigen terrein wordt (deels) ondergebracht in een losstaand bijgebouw (zgn. parkeerschuur) of doorlopende kap van het hoofdgebouw. Uitzondering hierop is het type landelijke woning. Privé-auto: voor de parkeerstraat geldt een uniforme representatieve inpassing van opstelplaatsen op het eigen terrein over de gehele erfafscheiding.

Goede stallingsvoorzieningen voor electrische (bak)fietsen

Ricchtlijnen Bijgebouwen - Verplaatsen en verblijven  Stappen/trappen: goede stallingsvoorzieningen: Zorg voor hoogwaardige en goed bereikbare fietsparkeergelegenheid op het erf die uitnodigt tot gebruik. Met voldoende ruimte voor fietsen, bakfietsen, elektrische bolderkarren e.d.  Privé-auto: parkeren van auto’s op het eigen terrein achter de gevellijn. Uniforme overkapping/pergola met geïntegreerde berging

Kapschuur - inspiratie voor bergingen op kavels

Historische bakhuis in Etten-leur - inspiratie voor bijgebouwen

26 |

Aanbouwen geintegreerd in hoofdvolume

Parkeren onder doorlopende kap van het hoofdgebouw.

Parkeren op eigen erf in een parkeerschuur

| 27

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

Criteria Bijgebouwen - Gewoon Groen Biodiversiteit: een schuine kap kan alleen door een plat dak worden vervangen wanneer het bijgebouw bijdraagt aan het versterken van de biodiversiteit met een groen dak, groene gevels en mogelijkheden voor nestkasten. Het inrichtingsplan openbare ruimte geeft richtlijnen voor de juiste toepassingen op het gebied flora en fauna. Klimaatadaptatie: voorzieningen voor fietsers en auto’s zijn ingericht met mogelijkheden voor schaduw. Klimaatadaptatie: een schuine kap kan alleen door een plat dak worden vervangen wanneer het bijgebouw bijdraagt aan opvang van hemelwater.

CONCEPT - dak tbv bkp Esther 3.2 Dak

dakramen (in ritme)

Richtlijnen Bijgebouwen - Gewoon Groen Biobased: streven naar het Nieuwe Normaal (HNN). Energie: voorzieningen voor fietsers en auto’s zijn gecombineerd met zonnepanelen en mogelijkheid voor laden.

dakkapel

doorgestoken gevel

schilddak & goot

wolfseind

schoorsteen/goot

wolfseind & goot

'schuurdeur'

dakramen (in ritme)

Gebouwtype stal en schuur - dak (Bron: Cier Architecten)

schoorsteen

Criteria dakvorm - stal en schuur Nieuwe wonen en werken Bij stal en schuurtype zijn de volgende dakvormen mogelijk; zadeldaken, asymmetrische zadeldaken, of wolfseind. Met de grootte van het dakvlak van het wolfseind kan worden gevarieerd. Het is niet mogelijk om delen van het dakvlak vertischuurdeur caal uit te voeren. De kap is eenvoudig en wordt uitgevoerd als een overstekende kap. Het staltype heeft een flauwere kap dan het schuurtype. De dakhelling is opgenomen in het omgevingsplan. De goot, de ophanging en afvoer van hemelwater wordt gezien als een belangrijk architectuurdetail. Goten worden ondergeschikt vormgegeven. Daken worden uitgevoerd zonder boeiboorden. Gootlijn; omdat de gootlijnen laag liggen kan de gootlijn plaatselijk onderbroken worden of iets naar achter, niet in het vlak van de gevel liggen. Ontwerp van de gootlijn is onderdeel van de architectuur en heeft een logische agrarische relatie, zoals ter plaatse van een schuurdeur. schoorsteen Bij het staltype komen geen dakkapellen voor. Dakkapellen zijn toegestaan bij het schuuur-type maar zijn ondergeschikt aan het dakvlak en onderdeel van de architectuur. Dakkapellen zijn slepend vanuit het dak met een flauwe helling of met kleine dakhuizen met een platte dak afwerking. De dakramen dienen bescheiden van omvang te zijn. Een logisch patroon van ruiten en rechthoeken ontstaat.

dakkapel

Aanbouwen geintegreerd in hoofdvolume

28 |

Onderbroken gootlijn

Rechthoekig patroon van dakramen

| 29

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

Criteria dakvorm - boerderij Nieuwe wonen en werken Bij de boerderijtype zijn de volgende dakvormen mogelijk; zadeldaken, asymmetrische daken en wolfseind. Het is niet mogelijk om delen van het dakvlak verti caal uit te voeren. Dekap is eenvoudig en wordt uitgevoerd als een overstekende kap bij de schuur en een niet-overstekende kap bij het woonhuis. Bij het woonhuis kan gevarieerd worden met doorgetrokken topgevels waarbij het dakvlak tegen de topgevel aanloopt of over het metselwerk heen gaat met een kantpan. De topgevels worden eventueel afgedekt met muurplaten en kunnen worden voorzien van opgemetselde schoorstenen en subtiele ‘ezelsoren’. Bij het boerderijtype kan gekozen worden tussen één gradenhellingshoek voor totale bouwmassa of onderscheid tussen schuur en woonhuis. De dakhelling van de boerderij is minimaal 45 graden. Verspringing noklijn mogelijk.  De goot, de ophanging en afvoer van hemelwater wordt gezien als een belangrijk architectuurdetail met onderscheid in schuur en woonhuis. Goten bij de schuur worden ondergeschikt vormgegeven. Bij het woonhuis wordt de goot rijker uitgevoerd met een subtiele daklijst. Gootlijn schuur: zie criteria schuurtype. Gootlijn woonhuis: de gootlijn wordt plaatselijk niet onderbroken. Dakkapellen zijn slepend vanuit het dak met een flauwe helling of met kleine dakhuizen met of zonder een platte dak afwerking.

Woonhuis met daklijst en dakkapel

30 |

CONCEPT CONCEPT- -dak dak tbv tbv bkp bkp Esther Esther CONCEPT - dak tbv bkp Esther

Schuur van boerderij

dakramen dakramen (in ritme) (in ritme)

CONCEPT - dak CONCEPT tbv bkp Esther - dak tbv bkp Esther

Woonhuis van boerderij

dakkapel dakkapel dakramen (in ritme)

doorgestoken doorgestoken gevel dakkapel gevel

schilddak schilddak & goot & goot doorgestoken gevel

schilddak & goot schuurdeur schuurdeur

wolfseind wolfseind

schoorsteen/goot schoorsteen/goot wolfseind

schoorsteen/goot wolfseind wolfseind & & goot

wolfseind & goot

schoorsteen schoorsteen

schoorsteen schoorsteen schoorsteen

'schuurdeur' 'schuurdeur'

dakramen dakramen (in ritme) (in ritme)

'schuurdeur'

(in ritme) Gebouwtypedakramen boerderij - dak (Bron: Cier Architecten)

dakkapel dakkapel

Subtiele zinkengoot of geen goot bij een schuur

Criteria dakvorm - herenboerderij Nieuwe wonen en werken  Bij de herenboerderijtype zijn de volgende dakvormen mogelijk; woonhuis een schilddak of zadeldak met wolfseind en bij de schuur zadeldaken symmedakramen (in ritme) schuurdeur trisch of asymmetrische. Het is niet mogelijk om delen van het dakvlak verti caal uit te voeren. Dekap is eenvoudig en wordt uitgevoerd als een overstekende kap bij de schuur en of een niet-overstekende kap bij het woonhuis. Bij het woonhuis met wolfseind kan gevarieerd worden waarbij het dakvlak over het metselwerk heen gaat met een kantpan. Het woonhuis wordt verrijkt met een opgemetselde schoorsteen. Het woonhuis en schuur zijn in gradenhellingshoek onderscheidend. De dakhelling van de herenboerderij is minimaal 45 graden. schoorsteen  De goot, de ophanging en afvoer van hemelwater wordt gezien als een belangrijk architectuurdetail met onderscheid in schuur en woonhuis. Goten bij de schuur worden ondergeschikt vormgegeven. Bij het woonhuis wordt de goot rijker uitgevoerd met een daklijst die het statige karakter benadrukt. Gootlijn schuur: zie criteria schuurtype. Gootlijn woonhuis; de gootlijn kan plaatselijk onderbroken worden. Ontwerp van de gootlijn is onderdeel van de architectuur en benadrukt het statig karakter.

Schuur van herenboerderij

Woonhuis van herenboerderij

dakkapel dakramen (in ritme)

dakkapel gevel doorgestoken

schilddak & goot doorgestoken gevel

schilddak &schuurdeur goot

wolfseind

schoorsteen/goot wolfseind

schoorsteen/goot wolfseind & goot

wolfseind & goot

schoorsteen

schoorsteen schoorsteen

'schuurdeur'

'schuurdeur'

dakramen (in ritme)

dakramen (in ritme)

schoor

Gebouwtype herenboerderij - dak (Bron: Cier Architecten) dakkapel

dakkapel

Woonhuis met schilddak en rijke detallering

schuur

dakkap

schildkap met gemetselde schoorstenen en boeiboord

| 31

CONCEPT - materiaal 'schuurdeur'

schoorsteen

schoorsteen

CONCEPT - dak tbv bkp Esther

Criteria dakvorm - landelijke woning Nieuwe wonen en werken dakramen (in ritme)  Bij de landelijke woning zijn de volgende dakvormen mogelijk; zadeldaken symmetrisch of asymmetrische. om delen van het dakvlak dakkapel Het is niet mogelijk schilddak & goot dakramen (in ritme) doorgestoken gevel verticaal uit te voeren. Dekap is eenvoudig en kan als overstekende kap of een niet-overstekende kap worden uitgevoerd. Bij de landelijke woning kan gevarieerd worden met doorgetrokken topgevels waarbij het dakvlak tegen de topgevel aanloopt of over het metselwerk heen schoorsteen/goot wolfseind & goot gaat met een kantpan. De topgevels worden eventueel afgedekt met wolfseind muurplaten en kunnen worden voorzien van ‘ezelsoren’. De landelijke woning kan verrijkt worden met opgemetselde schoorstenen. De dakhelling van de landelijke woning ligt tussen de 35 en 60 graden.  De goot, de ophanging en afvoer van hemelwater wordt gezien als een beschoorsteen 'schuurdeur' Goten worden ondergeschikt vormgegeven. langrijk architectuurdetail. De gootlijn kan plaatselijk onderbroken worden. Ontwerp van de gootlijn is onderdeel van de architectuur en benadrukt het landelijk karakter. Dakkapellen zijn toegestaan maar zijn ondergeschikt aan het dakvlak en onderdeel van de architectuur.

Dakkapellen zijn slepend vanuit het dak met een flauwe helling of met kleine dakhuizen met of zonder een platte dak afwerdakramen (in ritme) king. De dakramen dienen bescheiden van omvang te zijn. Een logisch patroon van ruiten en rechthoeken ontstaat.

schuurdeur

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

dakkapel

schoorsteen

Gebouwtype landelijke woning - dak (Bron: Cier Architecten)

1. stal

Criteria dak - kleur en materiaal Nieuwe wonen en werken De materialen en kleuren van de daken zijn geïnspireerd op de boerderijen en schuren in Etten-Leur. Materialisatie en kleur van de daken past bij de stijl van de 5 agrarische hoofdgebouwtypen. Daken zijn in basis uitgerust met dakpannen of leien. Biobased wordt gestimuleerd, zie criteria biobased. De basis kleur is ingetogen, gemêleerde, grijs antraciet of donkerbruin. De kleur roodbruin is toegestaan maar is ondergeschikt en wordt alleen gebruikt voor subtiele variatie op een boerenerf of als stedenbouwkundig accent. Dakpannen zijn mat uitgevoerd, hoogglans is niet toegestaan. Het dak sluit aan op de kleur van de gevels en de omgeving. Binnen de 5 agrarische hoofdgebouwtypen wordt variatie in dakpannen toegepast. Met een rustige structuur van lijnen bij de stal en schuur tot drukkere patronen als een raster bij de boerderij en landelijke woning, zie schema gebouwtype materiaal.

combi metselwerk/hout

2. schuur

combi metselwerk/hout

3. boerderij

combi metselwerk/hout | basis metselwerk

4. herenboerderij

5. landelijke woning

combi metselwerk/hout | basis metselwerk

basis metselwerk

variatie in dakpan

Gebouwtype materiaal

06

14

CONCEPT - materiaal/kleur dak gegolfd (lijnen)

vlak (egaal)

combi vlak/golf (raster)

Vlakke dakpannen antraciet

dakkapel

donker

bruin/rood

Landelijke woning met verhoogde gootlijn

Gegolfde dakpannen rood-bruin

Materiaal en kleur van het dak met dakpannen 10

32 |

14

| 33

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

Criteria dakvorm - Gewoon Groen Biodiversiteit: wanneer schuine groene daken worden toegepast moeten deze visueel aansluiten bij de omliggende bebouwing en het landschap. Het groene dak wordt opgesloten in het dakvlak. Zie voor inspiratie over groene daken de Inspiratiebrochure. Biodiversiteit: een schuine kap kan alleen door een plat dak worden vervangen wanneer het dak bijdraagt aan het versterken van de biodiversiteit met een groen dak en mogelijkheden voor nestkasten en waterberging. Het inrichtingsplan openbare ruimte geeft richtlijnen voor de juiste toepassingen op het gebied flora en fauna. Biodiversiteit: nestmogelijkheden in het dak is onderdeel van de architectuur Energie: zonnepanelen en installaties zoals warmtepompen zijn onderdeel van de architectuur. Energie: de toepassing van zonnepanelen/installaties dient de uitstraling van de woning ten goede te komen door deze te integreren in het ontwerp, zodanig dat de panelen geen afbreuk doen aan het aanzicht van de woning. Richtlijnen dak - Gewoon Groen Klimaatadaptatie: groene daken kunnen ook bijdragen aan een effectief waterbeheer door regenwater op te vangen en te vertragen (Richtlijnen voor water op eigen gebouw of kavel is opgenomen in de gemeentelijke Hemelwaterverordening). Klimaatadaptatie: er zijn verschillende mogelijkheden om hemelwater op te vangen en af te voeren.

De goten zijn passend bij de architectuurstijl. Tot de mogelijkheden behoren: gootloze daken met een infiltrerende grindstrook langs de gevel, verholen goten, aangehangen goten voorzien van ontworpen beugels. Biobased: streven naar Het Nieuwe Normaal HNN). De materialen moeten duurzaam zijn en een lange levensduur hebben en circulaire. Biobased: toepassen van natuurlijke materialen, riet, hout, groen. Energie: voorkeur verzonken zonnepanellen in het dakvlak verzonken. Energie: groene daken moeten bijdragen aan de energie-efficiëntie van gebouwen door isolatie en het verminderen van de hitte-eilandeffecten Energie: passief bouwen en toepassen van nieuwe technologische ontwikkelingen op het gebied van energie worden gestimuleerd.

Biobased: toepassen van hout in het dakvlak

Biobased: toepassen van riet in het dakvlak

Zonnepanelen verzonken in het dak

34 |

Biobased: groene daken

| 35

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

Installaties en toebehoren anders dan zonnepanelen zijn zoveel mogelijk gesitueerd buiten het zicht van de openbare ruimte en zijn indien zichtbaar vanaf de openbare ruimte bouwkundig ingepast. Bij de toepassing van zonnepanelen (PV-panelen) dient rekening gehouden te worden met de bomenontwikkeling door de panelen strategisch te plaatsen ten opzichte van de zon én bomen. Bij de plaatsing van zonnepanelen dient hier rekening mee gehouden te worden.

Installaties bouwkundig ingepast

Criteria dakvorm Samen leven Stimuleren van ontmoeten: dakoverstekken die ontstaan door het plaatselijk terugleggen van de gevel binnen het hoofdvolume of doortrekken van het dakvlak. De overbouwde buitenruimten die zo ontstaan overbruggen de binnenruimte met de publieke buitenruimte en dragen bij aan de informele sfeer en ontmoeten, zie ook ‘Samenleven zone’ hoofdstuk 4 Veilig spelen en bewegen: de overbouwde buitenruimte vergroot de sociale controle op de aangrenzende akkers

Buitenruimte onder dakoverstekken stimuleert ontmoeten

Water van het dak hergebruiken in de tuin door een regenton

Buitenruimte onder dakoverstekken stimuleert ontmoeten

Water van het dak zichtbaar door ketting in plaats van regenpijp

Richtlijnen dakvorm Samen leven Toegankelijkheid: groene daken ook toegankelijk voor woningen in het segment sociaal en middelduur Cultuur, erfgoed, educatie /bewustwording en kunst: water zichtbaar infiltreren, opvangen en afvoeren. Zichtbaarheid vergroot de bewustwording over duurzaamheid en klimaat. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld toepassen van regenton, ketting ipv regenpijp, via goten oppervlakkig afvoeren.

Instalaties bouwkundig ingepast als een schoorsteen

36 |

| 37

CONCEPT - gevels tbv bkp Esther

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

doorgestoken gevel

CONCEPT - gevels tbv bkp Esther

doorgestoken gevel

3.3 Gevel Kavels

Samenleven zone

Historische boerderij Etten-Leur met lichte baksteen

Geveltuin

Gevels

Criteria gevel- stal en schuur Nieuwe wonen en werken Meerdere wooneenheden in 1 bouwvolume komt in de architectuur niet nadrukkelijk tot uitdrukking. Het wordt als geheel vormgegeven. De compositie en de grootte van de gevelopeningen is een belangrijk architectuurthema. Sobere detaillering van de gevels en gevelopeningen. Bij de stal en schuur worden geen plinten in de gevel toegepast. Indien een plint functioneel noodzakelijk is kan hiervan worden afgeweken mits ondergeschikt vormgegeven. De schuren kunnen plaatselijk verhoogde gootlijnen hebben met hoge gevelopeningen, geïnspireerd op zogenaamde schuurdeuren. Er is altijd een relatie tussen de verhoogde goot en de gevelopening. De kopgevel is ingetogen vormgegeven en heeft geen entree. De entree van de woningen is gelegen aan de akker en heeft een sobere detaillering en valt niet op in de gevel, met uitzondering van de zogenaamde schuurdeuren.

sch

schoorsteen/goot

Ingetogen kopgevel

Ingetogen kopgevel

aa

doorgestoken gevel

schu

schoorsteen/goot 'schuurdeur'

Sobere detaillering gevel

'schuurdeur'

'luiken'

schoorsteen/goot 'luiken' formele entree/plint

'schuurdeur'

formele entree/plint 'luiken'

aan schoorsteen

sc

schoorsteen

aanb sch

'luiken'

'lu

schoorsteen 'luiken' formele entree/plint

'luik scho

formele entree/plint 'luiken'

'luike

Sobere detaillering gevel

Gebouwtype stal en schuur - gevel (Bron: Cier Architecten) formele entree/plint

formele entree/plint

Historische boerderij Etten-Leur ingetogen kopgevel zonder entree en eigentijdse vertaling

Schuur eenduidige vormgeving en sobere detaillering

38 |

sc

Entrees subtiel vormgegeven (Bron: Cier Architecten)

| 39

CONCEPT - gevels tbv bkp Esther

doorgestoken gevel

doorgestoken gevel

Criteria gevel - boerderij Nieuwe wonen en werken Meerdere wooneenheden in 1 bouwvolume komt in de architectuur niet nadrukkelijk tot uitdrukking. Het wordt als geheel vormgegeven. De compositie en de grootte van de gevelopeningen is een belangrijk architectuurthema. Bij gevelopeningen wordt onderscheid gemaakt in het woonhuis en de schuur. Grotere openingen in het woonhuis en kleinere openingen bij de schuur. De schuren kunnen plaatselijk verhoogde gootlijnen hebben met hoge gevelopeningen, geinspireerd op zogenaamde schuurdeuren. Er is altijd een relatie tussen de verhoogde goot en de gevelopening. Onderscheid in detaillering van de gevel tussen het woonhuis en de schuur. Het woonhuis is rijker gedetailleerd. Dit komt tot uiting in bijvoorbeeld luiken, subtiele roeden in ramen of rustige rollagen of strekken bij ramen Bij het woonhuis worden horizontale elementen toegepast zoals een plint in de gevel. De entree van de woningen is gelegen aan de 'hoge' akker. Het woonhuis heeft bij meerdere entrees één formeel vorngegeven entree. De kopgevel is ingetogen vormgegeven en heeft alleen een entree bij het woonhuis als hier stedenbouwkundig aanleiding voor is. In het metselwerk kan gespeeld worden met terugliggend metselwerk alsof een raam is dichtgemetseld. Bij de kopgevel wordt de gevel verrijkt met opgemetselde schoorsteen.

CONCEPTSchuur - gevels tbv bkp Esther van boerderij

Woonhuis van boerderij

schoorsteen/goot

schuurdeur

aanbouw

'luiken' Gevelopeningen en luiken

schoorsteen

schoorsteen/goot 'schuurdeur'

schoorsteen

'luiken'

schoorsteen/goot 'luiken' formele entree/plint

schoorsteen

'luiken'

'luiken'

schoorsteen

aanbouw schoorsteen

'luiken'

'luiken'

formele entree/plint

'schuurdeur'

formele entree/plint 'luiken'

schoorsteen 'luiken' formele entree/plint

'luiken' schoorsteen

Sobere detaillering gevel

Gebouwtype boerderij - gevel (Bron: Cier Architecten) formele entree/plint

schoorsteen

aanbouw

formele entree/plint

'schuurdeur'

schuurdeur

formele entree/plint 'luiken'

'luiken'

Criteria gevel - herenboerderij Nieuwe wonen en werken Meerdere wooneenheden in 1 bouwvolume komt in de architectuur niet nadrukkelijk tot uitdrukking. Het wordt als geheel vormgegeven. De compositie en de grootte van de gevelopeningen is een belangrijk architectuurthema. Bij gevelopeningen wordt onderscheid gemaakt in het woonhuis en de schuur. Grotere openingen in het woonhuis en kleinere openingen bij de schuur. De schuren kunnen plaatselijk verhoogde gootlijnen hebben met hoge gevelopeningen, geinspireerd op zogenaamde schuurdeuren. Er is altijd een relatie tussen de verhoogde goot en de gevelopening. Onderscheid in detaillering van de gevel tussen het woonhuis en de schuur. Het woonhuis van de herenboerderij is rijker gedetailleerd dan het woonhuis van de boerderij. Dit komt tot uiting in bijvoorbeeld luiken, roeden in ramen of rollagen, strekken en bogen bij ramen. Bij het woonhuis worden horizontale elementen toegepast zoals een plint in de gevel en extra rollagen in de gevel bijvoorbeeld ter versterking van de daklijst. De herenboerderij heeft een alzijdige vormgeving. De entree van het woonhuis kan zowel aan de 'hoge' of 'lage' akker liggen. Het woonhuis heeft bij meerdere entrees één formeel vorngegeven entree. De gevel wordt verrijkt met opgemetselde schoorsteen als onderdeel van de gevel.

CONCEPTSchuur - gevels tbv bkp Esther van boerderij schoorsteen/goot

Raam met rollaag

Raam met strek en luiken

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026 schuurdeur

Woonhuis van boerderij

aanbouw

doorgestoken gevel

schuurdeur

schoorsteen/goot

'schuurdeur' Ingetogen kopgevel

'luiken'

doorgestoken gevel

aanbouw

schoorsteen

schoorsteen schuurdeur

schoorsteen/goot 'schuurdeur'

formele entree/plint

'schuurdeur'

aanbouw schoorsteen

'luiken'

schoorsteen/goot 'luiken'

'luiken' Gevelopeningen en luiken

schoorsteen

'luiken'

schoorsteen

aanbouw schoorsteen

'luiken'

'luiken'

formele entree/plint

formele entree/plint

'schuurdeur'

formele entree/plint 'luiken'

schoorsteen 'luiken' formele entree/plint

'luiken' schoorsteen

Sobere detaillering gevel

Gebouwtype herenboerderij - gevel (Bron: Cier Architecten) formele entree/plint

formele entree/plint

Suggestie dichtgemetseld raam

schuurdeur

doorgestoken gevel

aanbouw

schoorsteen/goot

'schuurdeur' doorgestoken gevel

doorgestoken gevel

schuurdeur

doorgestoken gevel

Ingetogen kopgevel

CONCEPT - gevels tbv bkp Esther

schuurdeur

formele entree/plint 'luiken'

'luiken'

formele entree/plint

Schoorsteen Gevel met daklijst

Plint en rijke detaillering raam, deur en gevel

Rijke detaillering raam en gevel

Formele entree eigentijdse vertaling

| 41

doorgestoken gevel

Beeldkwaliteitsplan Haansberg-Oost 2026

schuurdeur

Criteria gevel - landelijke woning en werken - Nieuwe gevelswonen tbv bkp Esther  Twee wooneenheden in 1 bouwvolume komt in de schoorsteen/goot architectuur niet nadrukkelijk tot uitdrukking. Het wordt als geheel vormgegeven. De compositie en de grootte van de gevelopeningen is een belangrijk architectuurthema. Hierbij wordt aangesloten bij het landelijk karakter. doorgestoken gevel schoorsteen Dewoningen kunnen plaatselijk verhoogde gootlij'schuurdeur' 'luiken' nen hebben met hoge gevelopeningen. Er is altijd een relatie tussen de verhoogde goot en de gevelopening. Bij de landelijke woning kan gekozen worden voor een sobere of rijke detailschoorsteen/goot formele entree/plint 'luiken'de lering. Voor de sobere detaillering wordt verwezen naar de criteria van schuur en voor de rijke detaillering naar de criteria van de (heren)boerderij. De entree van de woningen is gelegen aan de 'hoge' akker. Deze kan zowel in de voorgevel of zijgevel gesitueerd worden.  De kopgevel is ingetogen vormgegeven. formele entree/plint

1. stal

CONCEPT

'schuurdeur'

'luiken'

formele entree/plint

schoorsteen

'luiken'

aanbouw

combi metselwerk/hout

schuurdeur schoorsteen

Gevelopeningen en luiken 'luiken' aanbouw

Gebouwtype landelijke woning- gevel (Bron: Cier Architecten)

schoorsteen

'luiken'

2. schuur

Criteria gevel - kleur en materiaal Nieuwe wonen en werken De materialen en kleuren van de gevels zijn geïnspireerd op de boerderijen en schuren in Etten-Leur. CONCEPT - materiaal/kleur kozijnen - materiaal/kleur kozijnen Materialisatie en kleur van de gevels past CONCEPT bij de stijl van de 5 agrarische hoofdgebouwtypen. CONCEPT - materiaal/kleur kozijnen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=a29998be-6907-430d-b5b8-206fc74ef18c