CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt-lijst e250030777

Gemeenteraad 9 juli 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Wijziging integrale verordening Sociaal Domein15.586 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

voor zover de aanvraag betrekking heeft op de kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de melding heeft gemaakt en deze niet aangetoond heeft dat er sprake was van een acute noodsituatie waardoor het voor de belanghebbende dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen.

Was

Wordt

h. deze de Nederlandse taal spreekt en schrijft. 6. . Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.6 leden 2 en 5 Wmo 2015 verstrekt het college geen pgb: a. voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was; b. als het bieden van een keuze voor een pgb negatieve gevolgen zou hebben voor het voortbestaan van het systeem van de desbetreffende maatwerkvoorzieningen in natura; c. de belanghebbende geen vaste woon- of verblijfplaats heeft; d. de belanghebbende problematische schulden heeft, een schuldsaneringstraject doorloopt of onder de wet schuldsanering natuurlijke personen valt, tenzij de bewindvoerder het volledige beheer van het pgb op zich neemt. De kosten hiervan moet de belanghebbende betalen; e. de belanghebbende door verwijtbaar gedrag onder toezicht staat of een bewindvoerder heeft, tenzij de bewindvoerder het volledige beheer van het pgb op zich neemt. De kosten hiervan mogen niet uit het pgb worden vergoed; f. als de (beoogd) gemachtigde of beheerder van het pgb ook de uitvoerder van de ondersteuning is, of op een andere manier betrokken is bij de uitvoerende organisatie, bijvoorbeeld als directeur of bestuurder; g. er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, zoals bedoeld in artikel 2.3.3 Wmo 2015; h.

het pgb bestemd is voor besteding in het buitenland. 7.Het pgb mag in ieder geval niet worden besteed aan: a. tussenpersonen of belangenbehartigers voor hun pgb‐beheerstaken; b. administratie- bemiddelings- en coördinatiekosten; c. crisishulp/crisisopvang; d. een vrij besteedbaar bedrag /vrijwilligersvergoeding; e. voorzieningen waarvoor een collectieve voorziening aanwezig is; f. andere kosten dan het leveren van de ondersteuning. 8. Bij het betrekken van diensten van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, zijn de eisen inzake continuïteit niet van toepassing op dienstverleners vanuit het eigen netwerk.

c. als het bieden van een keuze voor een pgb negatieve gevolgen zou hebben voor het voortbestaan van het systeem van de desbetreffende maatwerkvoorzieningen in natura; d. de belanghebbende door verwijtbaar gedrag onder toezicht staat of een bewindvoerder heeft, tenzij de bewindvoerder het volledige beheer van het pgb op zich neemt. De kosten hiervan mogen niet uit het pgb worden vergoed; e. als de (beoogd) gemachtigde of beheerder van het pgb ook de uitvoerder van de ondersteuning is, of op een andere manier betrokken is bij de uitvoerende organisatie, bijvoorbeeld als directeur of bestuurder; f. er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, zoals bedoeld in artikel 2.3.3 Wmo 2015; g. het pgb bestemd is voor besteding in het buitenland. h. indien er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik. i. als er naar oordeel van het college twijfels zijn over de integriteit van de pgb-aanbieder j. indien er op welke manier dan ook druk is uitgeoefend om de dienstverlening, in welke vorm dan ook, van deze uitvoerende organisatie of persoon te betrekken. 7. Het pgb mag in ieder geval niet worden besteed aan: a. tussenpersonen of belangenbehartigers voor hun pgb‐beheerstaken; b. administratie- bemiddelings- en coördinatiekosten; c. crisishulp/crisisopvang; d. een vrij besteedbaar bedrag/vrijwilligersvergoeding; e.

voorzieningen waarvoor een collectieve voorziening aanwezig is; f. andere kosten dan het leveren van de ondersteuning. 8. Bij het betrekken van diensten van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, zijn de eisen inzake continuïteit niet van toepassing op dienstverleners vanuit het eigen netwerk. 9. Het pgb wordt uitbetaald op basis van declaratie van het aantal geleverde uren of dagdelen. Uitbetaling in de vorm van een maandloon is niet toegestaan. 10. Het college kan nadere (beleids)regels opstellen in het kader van pgb in het verlengde van het bepaalde in de wet en deze verordening .

Was

Wordt

Toelichting: Extra uitsluitsel criteria om de inwoner te beschermen tegen misstanden bij pgb. Ter preventie van onrechtmatigheden zijn vaste maandelijkse betalingen niet meer toegestaan. Criteria c en d zijn vervallen ivm categoriale uitsluitsel niet mag. Artikel 3.14 Hoogte van persoonsgebonden budget 3. Onverminderd hetgeen in de vorige leden is bepaald, wordt, voor zover de belanghebbende een persoonlijk budgetplan heeft ingediend, het tarief voor het pgb gebaseerd op het door de belanghebbende opgestelde persoonlijk budgetplan over hoe hij het pgb gaat besteden met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

Artikel 3.14 Hoogte van persoonsgebonden budget 3. Onverminderd hetgeen in de vorige leden is bepaald, wordt het tarief voor het pgb gebaseerd op de voor belanghebbende benodigde ondersteuning en bijpassende kwaliteit van de aanbieder. Dit wordt vastgelegd in het budgetplan.

Toelichting: Het tarief is afhankelijk van de benodigde ondersteuning en de kwaliteit van de aanbieder/ondersteuner. Artikel 3.15 Specifiek beschermd wonen en opvang

artikel laten vervallen

Toelichting: Dit is verwerkt in de tekst, apart artikel daardoor overbodig. (=“of de hiervoor in artikel 3.2 lid 3 bedoelde instantie”). Artikel 3.16 Maatwerkvoorziening 1. . Een belanghebbende is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel een pgb, zolang deze van de maatwerkvoorziening of pgb gebruikmaakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.

Artikel 3.16 Maatwerkvoorziening lid 1 vervangen in: 1. Een belanghebbende is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel een pgb, zolang deze van de maatwerkvoorziening of pgb gebruikmaakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. Het Centraal administratie kantoor (CAK) stelt de hoogte van de eigen bijdrage vast en int deze.

Toelichting: De wijze van vaststellen en innen eigen bijdrage toegevoegd. Artikel 3.16 Maatwerkvoorziening 5. De bijdrage in de kosten voor opvang wordt vastgesteld en geïnd door het Centraal administratiekantoor (CAK).

Artikel 3.16 Maatwerkvoorziening lid 5 laten vervallen

Toelichting: Het CAK int voor alle Wmo-voorzieningen de eigen bijdrage niet alleen voor opvang, verwerkt in lid 1 waardoor dit lid overbodig is. artikel 3.21 Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 2. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. 3. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1 Wmo 2015, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.

artikel 3.21 Meldingsregeling calamiteiten en geweld e.o. 1. Het college treft een regeling voor het melden van incidenten, misstanden, calamiteiten, geweld, misbruik alsmede (seksueel-) grensoverschrijdend gedrag bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar aan. 2. Aanbieders melden iedere incident, misstand, calamiteit, geweld, misbruik alsmede (seksueel-) grensoverschrijdend gedrag dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. 3. De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1 Wmo 2015, doet onderzoek naar de incidenten, misstanden, calamiteiten, geweld, misbruik alsmede (seksueel-) grensoverschrijdend gedrag en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.

Was 4. Het college kan bij nadere regels bepalen welke verdere eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening.

Wordt 4. Het college kan bij nadere regels bepalen welke verdere eisen gelden voor het melden van incidenten, misstanden, calamiteiten, geweld, misbruik alsmede (seksueel-) grensoverschrijdend gedrag bij de verstrekking van een voorziening.

Toelichting: verduidelijking over welke type meldingen er een meldingsplicht is bij de toezichthoudend ambtenaar. artikel 3.22 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015. 6. Als het recht op een in eigendom, of een in bruikleen of in pgb verstrekte voorziening is ingetrokken, kan de restant geldwaarde van deze voorziening worden teruggevorderd.

artikel 3.22 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015. lid 6 laten vervallen

Toelichting: De wetgever heeft de grond voor terugvordering vastgelegd in de wet. Dit artikel is in strijd met de wet vandaar laten vervallen. Artikel 3.24 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan.

Artikel 3.24 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en pgb’s 1. Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb’s met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. 2. Het college is gerechtigd tot het uitvoeren van controles, waaronder materiële controle, kwaliteits- en fraudeonderzoek. Controle en onderzoek omvat ook de juiste digitale verwerking en beveiliging van cliëntgegevens, het waarborgen van privacy, de naleving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). a. Aanbieders, ook PGB aanbieders, zijn verplicht om kosteloos hun medewerking te verlenen aan deze onderzoeken. b. Rapporten van bevindingen van de Wmo-toezichthouder worden niet alleen openbaar gemaakt aan belanghebbenden, maar in beginsel ook actief openbaar gemaakt, zodat derden daarvan kennis kunnen nemen. 3. Fraude of vermoedens worden afgehandeld volgens het wettelijk kader (informatie knooppunt zorgfraude) 4. Het college kan nadere regels ter uitwerking van deze verordening opstellen met betrekking tot de wijze waarop deze onderzoeken vorm worden gegeven en hoe het proces van openbaarmaking rapporten bij toezichtsonderzoek er uitziet.

Toelichting: nieuw aanvulling met toezicht in het kader van zorgfraude. Dit op basis van nieuwe wetgeving (uitbreiding artikel 6.1.1 van de Wmo in het kader van zorgfraude), waarbij onder andere is besloten dat alle gemeenten vanaf 1 januari 2025 verplicht moeten zijn aangesloten bij het Informatie knooppunt zorgfraude (IKZ). Tevens wordt in dit artikel geregeld dat toezichtrapporten openbaar gemaakt kunnen worden. Toezichtsrapporten kunnen nu alleen middels een WOO verzoek worden opgevraagd door belanghebbende, terwijl inzicht in kwaliteitsonderzoeken belanghebbende kan ondersteunen in de keuze van een zorgaanbieder. Artikel 3.25 Terugbetaling woningaanpassing bij verkoop

Laten vervallen, nieuwe invulling van artikel 3.25 zie hieronder

Was

Wordt

Toelichting: In dit artikel is een anti-speculatiebeding opgenomen, uit recente jurisprudentie blijkt dat dit in strijd is met de wettelijke bepalingen, het artikel zal dan ook worden geschrapt. Artikel 3.25 Terugbetaling woningaanpassing bij verkoop

artikel 3.25 toezichthouder (artikel 3.25 vervangen in): 1. Het college wijst toezichthoudende ambtenaren aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wmo 2015. 2. De aangewezen toezichthouder is belast met: a. de bevoegdheid om inlichtingen te vorderen; b. de bevoegdheid om de (cliënten)administratie te vorderen bij de zorgverlener; c. de bevoegdheid om de administratie te vorderen van de belanghebbende of de pgb- beheerder; d. vorderen van identificatie; e. inzage van documenten en toegang tot gegevens; f. het betreden van plaatsen (met uitzondering van woningen); g. controleren of de zorgverlener de verplichtingen uit de toekenningsbeschikking of de raamovereenkomst of uitvoeringsovereenkomst met het college naleeft; h. ondersteuning inhoudelijk controleren van de overeenkomsten die de belanghebbende of de Pgb-beheerder heeft gesloten; voldoen deze aan bij de aanvraag geleverde gegevens en informatie; i. controleren of de voorziening veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt uitgevoerd. 3. Een ieder is verplicht om mee te werken aan het onderzoek van de toezichthouder.

Hoofdstuk 4 Jeugdwet Artikel 4.1 begripsbepaling a. algemene voorziening: jeugdhulpvoorziening op grond van de Jeugdwet die rechtstreeks toegankelijk is zonder voorafgaand diepgaand onderzoek naar de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige of zijn ouders;

Vervangen in: a. algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten gericht op jeugdhulp waar jeugdigen en zijn ouders gebruik van kunnen maken zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers.

Toelichting: aanpassing van de definitie om aan te passen bij de wijzigingen in artikel 4.6 onderzoek Artikel 4.1 begripsbepaling b. andere voorziening: voorziening op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen, niet vallend onder de Jeugdwet;

Vervangen in: b. andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen;

Toelichting: aanpassing van de definitie om aan te passen bij de wijzigingen in artikel 4.6 onderzoek

Was

Wordt

Artikel 4.1 begripsbepaling e. gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders;

Laten vervallen.

Toelichting: De term gebruikelijke hulp komt niet voor in de jeugdwet maar wordt wel gebruikt in verschillende beleidsregels. Dat is voor deze term voldoende. Artikel 4.3 Beschikbare algemene voorzieningen

Toevoegen: 1.​ Het college kan nadere regels vaststellen over welke algemene voorzieningen op basis van het eerste lid beschikbaar zijn.

Toelichting: Door het toenemende aantal uitspraken in de jeugdwet zijn er regelmatig kleine wijzigingen en aanscherpingen die gedaan moeten worden in de uitvoering, dit kun je allemaal in je verordening regelen maar dat hoeft niet. Er bestaat de wens om de nadere regels hiervoor te gebruiken zodat er eenvoudiger en sneller geanticipeerd kan worden op deze wijzigingen. artikel 4.4 Beschikbare maatwerkvoorzieningen De volgende niet-limitatief opgesomde maatwerkvoorzieningen zijn in de vorm van een naturavoorziening beschikbaar:

Nummeren van deze regel 1.​ De volgende niet-limitatief opgesomde maatwerkvoorzieningen zijn in de vorm van een naturavoorziening beschikbaar:

Toelichting: Nummering toevoegen om opsomming te kunnen maken. artikel 4.4 Beschikbare maatwerkvoorzieningen

Toevoegen : 2.​ Het college kan nadere regels vaststellen over welke maatwerkvoorzieningen op basis van het eerste lid beschikbaar zijn.

Toelichting: Door het toenemende aantal uitspraken in de jeugdwet zijn er regelmatig kleine wijzigingen en aanscherpingen die gedaan moeten worden in de uitvoering, dit kun je allemaal in je verordening regelen maar dat hoeft niet. Er bestaat de wens om de nadere regels hiervoor te gebruiken zodat er eenvoudiger en sneller geanticipeerd kan worden op deze wijzigingen. Artikel 4.6 Onderzoek 1. Het college onderzoekt, mede op basis van een gesprek met de jeugdige of zijn ouders, zo spoedig mogelijk de hulpvraag, hierbij wordt rekening gehouden met: a. de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige of zijn ouders en het probleem of de hulpvraag; b. het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; c. de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening;

Vervangen in: 1. Het college maakt voor het uitvoeren van het onderzoek gebruik van het beoordelingskader van de Centrale raad van Beroep, hierbij worden de volgende stappen gevolgd a. Stel de hulpvraag van de jeugdige en/of de ouders vast b. Onderzoek of deze gemeente verantwoordelijk is (woonplaatsbeginsel, artikel 1.1 Jeugdwet) c. Onderzoek of de Jeugdwet van toepassing is d.. Breng in kaart wat de beperkingen/problematiek is van de jeugdige en/of ouders. Is er sprake van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen? En als daar sprake van is, maak concreet om welke problemen en/of stoornissen het gaat. e. Bepaal vervolgens welke hulp nodig is in vorm, duur en frequentie, gelet op de problematiek. De hulp moet de jeugdige in staat stellen om:

Was

Wordt

d. de mogelijkheden om de hulpvraag te beantwoorden door het inzetten van een algemene voorziening; e. de mogelijkheden om een maatwerkvoorziening te verstrekken; f. de mogelijkheden om de hulpvraag te beantwoorden met gebruikelijke hulp. g. de wijze waarop een mogelijk toe te kennen maatwerkvoorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; h. de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders. i. de hulp welke hulp geboden kan worden vanuit ouders en/of het sociale netwerk.

- gezond en veilig op te groeien - te groeien naar zelfstandigheid - voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren rekening houdend met de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en/of zijn ouders en het probleem of de hulpvraag f. Onderzoek eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht). g. Onderzoek of er aanspraak bestaat op een voorliggende voorziening (artikel 1.2 lid 1 Jeugdwet) h. Onderzoek of er aanspraak bestaat op een algemene voorziening i. onderzoek de wijze waarop een mogelijk toe te kennen maatwerkvoorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen; j. Informeer de aanvrager over de mogelijkheid van het aanvragen van een persoonsgebonden budget (hierna: pgb) k. Indien aangevraagd: beoordeel of aan voorwaarden pgb voldaan wordt (artikel 8.1.1 lid 2 Jeugdwet.

Toelichting: Op 1 mei 2017 heeft de Centrale raad van Beroep een beoordelingskader gegeven voor jeugdhulponderzoek. In uitspraken van de centrale raad van beroep na 1 mei 2017 wordt standaard naar dit kader gekeken en verwezen en is duidelijk geworden dat een beoordeling zonder alle stappen uit dit kader niet geaccepteerd wordt door de rechtbank. Artikel 4.6 Onderzoek 2. Het college dient na onderzoek vast te stellen of er sprake is van opgroei- en/of opvoedingsproblemen en welke problemen en/of stoornissen dit zijn. 3. Het college dient na vaststelling van eventuele opgroei- en/of opvoedingsproblemen te bepalen welke hulp naar aard en omvang noodzakelijk is voor de jeugdige of het gezin.

Laten vervallen

Toelichting: Deze onderdelen laten vervallen, dit wordt beschreven onder onderdeel 1. Artikel 4.6 Onderzoek

Toevoegen: 4. Het college legt, samen met de jeugdige en/of de ouders, de zaken genoemd in lid 1 tot en met 3 in een ondersteuningsplan vast.

Toelichting: Dit onderdeel toegevoegd om te voldoen aan de eisen die de centrale raad van beroep aan het onderzoek stelt. Artikel 4.6 Onderzoek 6. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de inhoud van en de wijze waarop het onderzoek wordt uitgevoerd.

Laten vervallen

Was

Wordt

Toelichting: Door het beschrijven van de stappen van onderzoek die de centrale raad van beroep adviseert is het opstellen van nadere regels niet nodig en kan dit onderdeel komen te vervallen. Artikel 4.6 Onderzoek

Toevoegen: 5. Medewerkingsplicht a. De jeugdige en zijn ouder(s) is (zijn) verplicht om, binnen de eigen mogelijkheden, mee te werken aan onderzoek gericht op besluitvorming over en de doelmatige inzet van jeugdhulp. b. Als de jeugdige of zijn ouder(s) naar het oordeel van het college niet of onvoldoende meewerkt (meewerken), kan de omvang van de benodigde jeugdhulp niet worden vastgesteld of is de jeugdhulp niet effectief en kan door het college worden besloten geen individuele voorziening te verstrekken, een lagere omvang vast te stellen of een eerder toegekende individuele voorziening in te trekken.]

Toelichting: Op basis van ervaringen bij bezwaar en beroep en op basis van de modelverordening van de VNG (december 2024) is dit artikel toegevoegd. Artikel 4.6 Onderzoek

Toevoegen: 6. Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen als hij dit van belang acht voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening.

Toelichting: Op basis van ervaringen in complexe problematiek en op basis van de modelverordening is dit onderdeel toegevoegd. artikel 4.7 Toegang en besluit 1. Het college neemt het besluit als bedoeld in het eerste lid op grond van de aanvraag als bedoeld in artikel 4.5 en het onderzoek als bedoeld in artikel 4.6

Vervangen in: 1. Het college neemt het besluit als bedoeld in het eerste lid op grond van de aanvraag als bedoeld in artikel 4.5 en het onderzoek als bedoeld in artikel 4.6 en legt dit vast in een beschikking.

Toelichting: het opstellen van een beschikking is een wettelijke verplichting, maar stond in deze zin niet benoemd. Voor de volledigheid aanvullen. artikel 4.7 Toegang en besluit

Toevoegen: 5. De jeugdige of zijn ouders moeten zich binnen 3 maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder, dan wel het pgb binnen 3 maanden beginnen te besteden aan het resultaat waarvoor het is verstrekt.

Toelichting: Onderdeel toegevoegd naar aanleiding van behoefte van uitvoering en administratie. artikel 4.8 Inhoud beschikking 2. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in natura vermeldt de beschikking in ieder geval:

Toevoegen: f. de termijn van 3 maanden waarbinnen de jeugdige of zijn ouder zich moet melden bij een jeugdhulpaanbieder dan wel het pgb moet beginnen te besteden als bedoeld in artikel 4.7 lid 5;

Toelichting: De termijn genoemd in onderdeel 5 van Artikel 4.7 Toegang en besluit moet ook gedeeld worden in de beschikking.

Was

Wordt

artikel 4.8 Inhoud beschikking 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb vermeldt de beschikking in ieder geval:

Vervangen in: 3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb vermeldt de beschikking in ieder geval, naast de in de lid 2 genoemde zaken.

Toelichting: Voor een natura beschikking staat in lid 2 een opsomming van zaken die in de beschikking genoemd moeten worden, voor de PGB beschikking gelden deze zaken ook, maar die werden niet benoemd in de opsomming van zaken die in een PGB beschikking vermeld moeten worden. artikel 4.8 Inhoud beschikking 3. e. de termijn waarna de beschikking wordt ingetrokken, zoals vermeld onder artikel 4.14 lid 4;

Laten vervallen

Toelichting: Dit onderdeel klopt niet, artikel 4,14 lid 4 is bedoeld om te beschrijven dat een voorziening herzien, ingetrokken of beëindigd kan worden. Dit is echter niet standaard, waardoor niet in iedere PGB beschikking een termijn kan worden opgenomen. Dit onderdeel derhalve laten vervallen. artikel 4.8 Inhoud beschikking h. welke rechtsmiddelen tegen de beschikking kunnen worden aangewend.

Laten vervallen

Toelichting: De beschikking bevat standaard een bezwaar en beroepsclausule volgens de kaders van de jeugdwet en algemene wet bestuursrecht. Derhalve is dit onderdeel overbodig en kan het komen te vervallen. artikel 4.8 Inhoud beschikking 4. Bij het besluit wordt aan de belanghebbende informatie verstrekt over de rechten en de plichten van de jeugdige en zijn ouders op grond van de Jeugdwet, de verordening en de nadere regels.

Toevoegen: a. Het college kan periodiek onderzoeken of er aanleiding is een besluit te heroverwegen en stelt hierover nadere regels.

Toelichting: Op verzoek van de uitvoering dit onderdeel opnemen. Door het toevoegen van dit onderdeel bestaat er een mogelijkheid eerder af te schalen of bijvoorbeeld bij stapeling van indicaties tussentijds te heronderzoeken of de ingezette ondersteuning nog steeds passend is. paragraaf 4.5 Beoordeling artikel 4.9 Criteria maatwerkvoorzieningen

Toevoegen: Artikel 4.9 Eigen kracht 1.​ Jeugdigen of ouders komen pas in aanmerking voor een individuele voorziening als zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht). Hieronder wordt in ieder geval verstaan: -​ gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders

Was

Wordt -​

bovengebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de bovengebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan -​ de ondersteuning vanuit het sociale netwerk -​ het aanspreken van een reeds afgesloten aanvullende zorgverzekering 2.​ Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige jeugdigen te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Bij uitval van 1 van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont. 3.​ Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp beoordeelt het college of de benodigde hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft.

Het college houdt hierbij rekening met de volgende factoren: a.​ de leeftijd van de jeugdige b.​ de mate van zorg bij activiteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/stimulans die een jeugdige van die leeftijd nodig heeft c.​ de aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige d.​ de mate van planbaarheid van de hulp e.​ de behoeften en mogelijkheden van de jeugdige 4. Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt het college geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. 5. Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Het college beoordeelt dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat weergegeven. Het college maakt hierbij onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties:​ - Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige.

Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar.​ - Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar.​ Het college verwacht van ouders dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, tenzij dit gelet op de aard van de hulp niet kan worden verwacht of de ouders door (dreigende)

Was

Wordt overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. 6. Bij de beoordeling in langdurige situaties houdt het college rekening met de volgende factoren: a. de aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige b. de mate van planbaarheid van de hulp c. het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders d. de manier van omgaan van ouders met de problemen van de jeugdige e. vaardigheden van de ouders om zelf hulp te bieden (bijvoorbeeld een verpleegachtergrond) f. of er sprake is van problematiek bij de ouders, zoals relationele problemen of schulden g. welke verplichtingen de ouders hebben, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen h. het belang van ouders om een inkomen uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen i. de woonsituatie j. de samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden (bijvoorbeeld of er sprake is van een wettelijke stiefouder of niet) k. is er een sociaal netwerk en zo ja, wat zijn de mogelijkheden en de bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen l. overige individuele omstandigheden die door jeugdige en ouders worden ingebracht 7.

Als bovengenoemde factoren niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders wordt van hen verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp verlenen. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp. 8. Bij (dreigende) overbelasting geldt nog het volgende: -​ Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige. -​ Als de overbelasting ziet op spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de zorg van de jeugdige om, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen. -​ Bij een aanvraag voor een individuele voorziening tot jeugdhulp bekijkt het college wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen. -​ Als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de ouder verwacht. -​ Het verlenen van hulp aan je kind gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten. -​ Een (bij hoge uitzondering toegekend) pgb voor het verlenen van hulp aan een jeugdige door een ouder wordt beëindigd als er sprake is van (dreigende) overbelasting.

Een andere zorgverlener moet het verlenen van hulp overnemen om de overbelasting te stoppen. 9. Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De

Was

Wordt ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de eigen kracht. Het college verstrekt hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp. 10. Als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt van ouders verwacht dat zij deze aanspreken. Het college verstrekt dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed.

Toelichting: In meerdere uitspraken van de rechtbank komt naar voren dat in de verordening moet worden opgenomen wanneerr bij eigen kracht/ gebruikelijke hulp geen jeugdhulpvoorziening wordt verstrekt. De tekst hiervoor is gebaseerd op de nieuwe modelverordening van de VNG (december 2024). artikel 4.10 Criteria maatwerkvoorzieningen 1.​ Jeugdigen of ouders kunnen slechts in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening voor zover: a. zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, waaronder in ieder wordt verstaan gebruikelijke hulp en hulp van andere personen uit het sociale netwerk;

Veranderen in 1. a. zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, zoals bedoeld in artikel 4.9 (eigen kracht).

Toelichting: Deze zin aanpassen en verwijzen naar het toegevoegde artikel over eigen kracht. artikel 4.10 Criteria maatwerkvoorzieningen

Toevoegen: 2. Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken: a. als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en; b. voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. 3. De voorziening als bedoeld in lid 2 kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 1 maand vóór de aanvraag. 4. Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het tweede en derde lid.

Toelichting: Dit onderdeel is overgenomen uit de nieuwe modelverordening van de VNG (december 2024) en is overgenomen vanwege de behoefte om meer in control te komen. De indicaties met terugwerkende kracht zouden hiermee deels voorkomen kunnen worden. De toegang hoeft met deze onderdelen de ingangsdatum niet meer dan 1 maand in het verleden toe te kennen en de reeds gemaakte kosten langer dan 1 maand voor aanvraag kunnen worden afwijzen. 4.11 voorwaarden PGB

Vervangen in:

Was

Wordt

2. 2. De jeugdige of ouders kunnen alleen voor een pgb in aanmerking komen, indien zij een volledig ingevuld persoonlijk budgetplan heeft overgelegd.

2. De jeugdige of ouders kunnen alleen voor een pgb in aanmerking komen, indien er een volledig ingevuld budgetplan is overgelegd en voldaan wordt aan alle voorwaarden:

Toelichting: tekstuele wijziging, de voorwaarden stonden reeds in de verordening, maar waren hier niet benoemd. 4.11 voorwaarden PGB 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 8.1.1 leden 2 en 4 Jeugdwet verstrekt het college geen pgb, voorzover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte jeugdhulp noodzakelijk was.

Laten vervallen

Toelichting: Door het toevoegen van de onderdelen 2 en 3 onder artikel 4.10 is dit onderdeel overbodig geworden. 4.11 voorwaarden PGB

Toevoegen 4. Het uitgangspunt is dat met een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb geen hulp kan worden ingekocht bij de ouder(s). Immers, als de ouder(s) in staat zijn de benodigde ondersteuning te bieden, dan hoeft er geen jeugdhulpvoorziening te worden toegekend. Een pgb is tenslotte niet bedoeld om verlies van inkomen op te vangen of inkomen aan te vullen.

Toelichting: In samenhang met het toegevoegde artikel eigen kracht, een onderdeel specifiek over PGB toevoegen. Tekst op basis van de nieuwe modelverordening VNG (december 2024) artikel 4.13 Onderscheid formele en informele jeugdhulp 1. Van formele jeugdhulp is sprake als de jeugdhulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed- of aanverwanten in de eerste of tweede graad

vervangen in: 1. Van formele jeugdhulp is sprake als de jeugdhulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociale netwerk van de budgethouder:

Toelichting: Aanpassing tekst om aan te sluiten bij toegevoegde artikel 4.9 eigen kracht. artikel 4.13 Onderscheid formele en informele jeugdhulp 2. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp, ongeacht het al dan niet tevens hebben van de hoedanigheid van verlener van professionele jeugdhulp.

Vervangen in: 2. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een persoon uit het sociale netwerk van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp, ongeacht het al dan niet tevens hebben van de hoedanigheid van verlener van professionele jeugdhulp.

Toelichting: Aanpassing tekst om aan te sluiten bij toegevoegde artikel 4.9 eigen kracht.

Was

Wordt

Artikel 4.14 de hoogte van het PGB 1. De hoogte van het pgb voor formele hulp bedraagt 75% van het tarief voor gecontracteerde jeugdhulp in natura, mits dit toereikend is.

Vervangen in: 1. De hoogte van het pgb voor formele hulp bedraagt 75% van het tarief voor gecontracteerde jeugdhulp in natura, mits dit toereikend is. Het pgb is niet hoger dan het maximum van de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening in natura.

Toelichting: aanscherping van de maximale hoogte van een PGB om te voorkomen dat bij PGB een aanbieder een hogere vergoeding krijgt dan een gecontracteerde aanbieder. paragraaf 4.7 Herziening, intrekking, terugvordering en controle

Vervangen in: paragraaf 4.7 Herziening, intrekking, terugvordering en bestrijding misbruik

Toelichting: tekstuele aanpassing om aan te sluiten bij de bewoordingen die WMO ook gebruikt en beter recht te doen aan de bedoeling. paragraaf 4.7 Herziening, intrekking, terugvordering en bestrijding misbruik

Toevoegen: Artikel 4.15 Inlichtingen Het college informeert jeugdigen en ouders in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een jeugdhulpvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.

Toelichting: toevoeging om beter om te kunnen gaan met mogelijk misbruik en het onderzoeken daarvan. paragraaf 4.7 Herziening, intrekking, terugvordering en bestrijding misbruik

Toevoegen: artikel 4.18 Toezichthouder 1. Het college wijst toezichthoudende ambtenaren aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Jeugdwet en de Regeling Jeugdwet. 2. De aangewezen toezichthouder beschikt over de bevoegdheden, zoals beschreven in hoofdstuk 5 van de Awb, zoals: a. de bevoegdheid om inlichtingen te vorderen; b. de bevoegdheid om de (cliënten)administratie te vorderen bij de zorgaanbieder, leverancier of zorgverlener; c. de bevoegdheid om de administratie te vorderen van de belanghebbende of de pgb- beheerder; d. vorderen van identificatie; e. inzage van documenten en toegang tot gegevens; f. het betreden van plaatsen (met uitzondering van woningen); g. controleren of de zorgverlener de verplichtingen uit de toekenningsbeschikking of de raamovereenkomst of uitvoeringsovereenkomst met het college naleeft;

Was

Wordt h. ondersteuning inhoudelijk controleren van de overeenkomsten die de belanghebbende of de Pgb-beheerder heeft gesloten; voldoen deze aan bij de aanvraag geleverde gegevens en informatie; i. controleren of de voorziening kwalitatief verantwoord, rechtmatig, veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt uitgevoerd. 3. Een ieder is verplicht om mee te werken aan het onderzoek van de toezichthouder.

Toelichting: De rol van de toezichthouder stond niet goed beschreven, om deze meer mogelijkheden te geven is het belangrijk dit goed op te nemen in de verordening. Deze tekst is zoveel mogelijk gelijk gehouden met de tekst van de WMO toezichthouder. paragraaf 4.11 Slotbepalingen artikel 4.27 Evaluatie Het door het college gevoerde beleid wordt eens per twee jaar geëvalueerd. artikel 4.28 Toezichthouder Het college kan een toezichthouder aanwijzen die namens het college toezicht houdt op de kwaliteit en rechtmatigheid van de jeugdhulp.

Laten vervallen

Toelichting: Door de toevoeging van het artikel over de toezichthouder is deze rol nu beter geborgd en kan deze paragraaf met artikelen komen te vervallen. Hoofdstuk 5 Slotbepalingen artikel 5.1 Hardheids- en restclausule

Toevoegen: 3. Het college kan nadere regels stellen over de uitvoering van deze verordening.

Toelichting: Door het toenemende aantal uitspraken in de jeugdwet zijn er regelmatig kleine wijzigingen en aanscherpingen die gedaan moeten worden in de uitvoering, dit kun je allemaal in je verordening regelen maar dat hoeft niet. Er bestaat de wens om de nadere regels hiervoor te gebruiken zodat er eenvoudiger en sneller geanticipeerd kan worden op deze wijzigingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15613708/1