Voorontwerp e250050363
Tekst van het document
-
&
-
-
Resultaat 3.4: Bestaande
-
Opstellen en uitvoeren Strategische Agenda Spoor
-
Verkennend onderzoek: ruimtelijke verkenning naar gevolgen toename inwoners voor energiesysteem
dieselspoorlijnen verduurzaamd
Resultaat 3.5: Inzicht in gevolgen
Kennis ontwikkelen en delen m.b.t. netbewuste nieuwbouw Stimuleren netbewuste nieuwbouw (met opdrachten / subsidies en of deelname) Normeren netbewuste nieuwbouw via Omgevingsverordening. Communicatiestrategie uitvoeren over noodzaak en wijze netbewuste nieuwbouw Koppeling maatregelen nieuwbouw aan bestaande bouw Sturen op netbewuste nieuwe werklocaties in RPW
als het aantal inwoners in Gelderland richting 2100 sterk toeneemt
Tabel 5: netbewuste groei van alle sectoren
5.2
Energieaanbod
Aan de aanbodkant van het energiesysteem beschouwen we duurzame elektriciteit, groene waterstof, groen gas en duurzame warmte. De vraag naar deze energiedragers neemt toe richting 2050, en de vraag is hoe we daarin gaan voorzien. De leidende principes geven daarbij richting aan de ontwikkeling van het toekomstige energiesysteem. Deze geven onder andere een groei van het decentrale systeem aan waarbij vraag en aanbod lokaal gecombineerd worden. Tegelijkertijd is het niet realistisch om aan te nemen dat aan de jaarlijkse vraag naar duurzame energie (145 Petajoule
24
Energieaanbod Tactisch doel 4: Vergroten (decentrale) duurzame elektriciteitsproductie
Tactisch doel 5: opschaling hernieuwbare warmteproductie en benutting restwarmte
Tactisch doel 6: beschikbaarheid groen gas
vergroten
Resultaat 4.1: 6,5 TWh duurzame opwek in Gelderland zo spoedig mogelijk na 2030 (RES bod)
Resultaat 5.1: Benutting toekomstbestendige restwarmte van industrie en glastuinbouw en van lokale restwarmte:
Resultaat 6.1: Uitwerken van de vraag naar groen gas (en bio-LNG)
Resultaat 4.2: Duidelijkheid in 2027 over hoeveelheid benodigde productie van duurzame elektriciteit in 2040 en in 2050 en duidelijkheid over de productiemix
Resultaat 5.2: Duurzame warmtebronnen ontwikkeld
Resultaat 6.2: Verhoogde benutting van potentie groen gasproductie in Gelderland
Tactisch doel 7: waterstofproductie faciliteren onder voorwaarden Resultaat 7.1: Inzicht en kennis over (kansen) decentrale waterstofoplossingen
Resultaat 4.3: Ruimtelijke procedure voor twee locaties voor SMR in 2027 gestart
TWh gerealiseerd en zit er nog 1,2 TWh in de pijplijn. Het is onwaarschijnlijk dat de resterende 3 TWh in 2030 gerealiseerd is. Onze inzet is erop gericht dat we dat doel zo spoedig mogelijk na 2030 hebben bereikt. Daarvoor zet de provincie zich in samen met de RES-partners.
Tabel 6: overzicht van tactische doelen en resultaten voor het aanbod van energie
Tactisch doel energieaanbod 4 : Vergroten (decentrale) duurzame elektriciteitsproductie
Gelderland zet ook in op de productie van kernenergie. Het doel is om in 2027 twee locaties in procedure te hebben voor zogenaamde Small Modulair Reactor (SMR). Dat zijn kleine modulaire moderne kerncentrales. Hiervoor zetten we twee maatregelen in. De eerste is de uitvoering van het Actieplan Kleine Modulaire Kernreactoren. Hierover hebben we Provinciale Staten in juli 2024 geïnformeerd (PS2024-658). Doel van dit plan is om twee locaties voor een SMR in beeld te hebben en in procedure te brengen, gebaseerd op relevante kennis, en inzicht in de economische voordelen. De productiecapaciteit van deze centrales is op dit moment
De elektriciteitsvraag stijgt in het max-alt scenario richting 2050 met 52 PJ. Die stijging kan nog groter worden wanneer de realisatie van warmtenetten en de toepassing van waterstof achterblijft bij de verwachtingen. In dat geval zal meer elektriciteit worden toegepast voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving en van de industrie. De stijging van 62 PJ komt ongeveer overeen met 14,5 TWh. Om dat te bereiken zet de provincie de huidige samenwerking met andere overheden voort met als doel het RES bod van elke regio te halen. Het totaal hiervan voor Gelderland is 6,5 TWh. Volgens de Monitor RES 2024 is daarvan 2,3
25
nog onbekend en moet blijken uit het actieplan. Dan wordt ook duidelijk of het om decentrale productie gaat, die voornamelijk ook decentraal gebruikt wordt, of om een vorm van centrale productie met aansluiting op het hoogspanningsnet. In dat geval kan de elektriciteit haar weg via het hoogspanningsnet naar andere delen van Gelderland of Nederland vinden of naar het buitenland.
Tactisch doel 4: vergroten decentrale duurzame elektriciteitsproductie Resultaat 4.1: 6,5 TWh duurzame opwek
Maatregelen komende 4-6 jaar:
in Gelderland zo spoedig mogelijk na 2030 (RES bod).
-
De tweede maatregel is de uitvoering van het pMIEK-onderzoeksproject over kernenergie in het Gelders energiesysteem. Het betreft een technische verdieping van kernenergie en de mogelijke rol ervan in het energiesysteem. Denk daarbij aan gebruik van vrijkomende warmte bij productie van kernenergie, of de (on)mogelijkheden voor flexibele inzet ten behoeve van balanshandhaving.
Resultaat 4.2: Duidelijkheid in 2027 over
-
invulling en hoeveelheid benodigde productie van duurzame elektriciteit in 2040 en in 2050 en duidelijkheid over de productiemix.
Resultaat 4.3: Ruimtelijke procedure voor
Voortzetten realisatie RES-opgave met andere overheden andere overheden Monitoring toepassing van beleidsregel lokaal eigendom Verkenning en periodieke bijstelling op basis van ontwikkelingen, in samenwerking met regio’s, bijvoorbeeld via het Regionale Programma Werklocaties
-
Uitvoeren Actieplan Kleine Modulaire Kernreactoren Uitvoeren pMIEK project: Technische verdieping rol kernenergie in Gelders energiesysteem Tabel 7: maatregelen en resultaten gericht op het vergroten van duurzame elektriciteitsproductie
Met de resultaten van de RES regio’s en de maatregelen op kernenergie willen we in 2027 inzicht hebben in de benodigde productie van duurzame elektriciteit in 2040 en in 2050, en duidelijkheid geven over de productiemix daarvan. Zoals eerder aangegeven is het de verwachting dat het gebruik van elektriciteit ten minste stijgt met 14,5 TWh. Realisatie van het huidig RES bod levert 6,5 TWh op. Dat houdt in dat er nog een gat is van 7 TWh. Zowel de provincie als de gemeenten en regio’s vinden het belangrijk om snel inzicht te krijgen op welke productiemix voor elektriciteit de provincie na 2030 gaat inzetten. Dat doen we samen met de regio’s. Daarbij gaan we ook in op de organisatiestructuur na 2030. De gesprekken daarover vinden nu plaats in het kader van de Interbestuurlijke Samenwerkingsafspraken Energiesysteem. De uitkomsten daarvan nemen we over.
twee locaties voor SMR in 2027 gestart.
Tactisch doel energieaanbod 5: opschaling warmteproductie en benutting restwarmte
hernieuwbare
De totale warmtevraag uit duurzame warmtebronnen is in het Max Alt scenario rond de 32 PJ. De provincie zet zich in om deze hoeveelheid warmte binnen de provincie te gebruiken. Deze warmte wordt nu geleverd door verbranding van (fossiel) aardgas. In 2050 wil de provincie deze warmte halen uit warmtebronnen en uit restwarmte. Die zijn in principe nu al beschikbaar. Denk aan restwarmte uit de industrie, warmte uit de aarde (geothermie) en warmte uit water (aquathermie). Momenteel worden deze bronnen nauwelijks gebruikt. Inzet van de provincie is om deze beschikbare warmtebronnen te benutten voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, glastuinbouw en de industrie.
Tabel 7 geeft een overzicht van resultaten en maatregelen gericht op het vergroten van duurzame elektriciteitsproductie.
26
Daarom zetten we in op het benutten van restwarmte. In de industrie komt bij productieprocessen warmte vrij. Deze warmte kan gebruikt worden in warmtesystemen om bedrijven, woningen en de glastuinbouw te voorzien van warmte. Hiervoor werkt de provincie onder andere samen met de bedrijven uit cluster 6 en de cluster 6 projectgroep.
Tactisch doel 5: opschaling hernieuwbare warmteproductie en benutting restwarmte Resultaat 5.1: Benutting Maatregelen komende 4-6 jaar: toekomstbestendige restwarmte van industrie en glastuinbouw en van lokale restwarmte
-
Aanpak cluster 6 Uitvoeren actieplan Kleine Modulaire Kernreactoren (leveren veel warmte)
Ook de productie van kernenergie levert veel ‘restwarmte’ die kan worden hergebruikt. De maatregelen op kernenergie zijn beschreven onder tactisch doel 4.
Resultaat 5.2: Duurzame warmtebronnen
-
Stimuleren geo- en aquathermie en bodemwarmte. Uitvoeren pMIEK onderzoeksproject naar realisatie warmtenetten en andere collectieve warmte oplossingen in Gelderland Uitvoeren Programma bodem (opslag warmte) Ondersteunen ontwikkeling regionale bronnenstrategie
ontwikkeld. -
Voor de opschaling van duurzame warmteproductie voeren we ten eerste het ontwikkelprogramma geothermie uit. Dat is gericht is op het verkennen en uitwisselen van kennis en ervaringen rondom geothermie. Het doel is om knelpunten en oplossingen te identificeren en de ontwikkeling van geothermie in Gelderland te bevorderen. Ten tweede werkt de provincie samen met Rijkswaterstaat, gemeenten en Liander aan de ontwikkeling van grootschalige warmtewinning uit water. Ten derde voeren we samen met de regio’s het pMIEK onderzoeksproject uit dat gericht is op collectieve warmteoplossingen. Onderdeel hiervan is een maatschappelijke kosten-baten analyse van ontsluiting van regionale en lokale warmtebronnen. Daarbij wordt ook bekeken of meerdere bronnen nodig zijn voor de leveringszekerheid en hoe de piekvraag naar warmte kan worden ingevuld. Deze informatie is essentieel voor gemeenten en de keuzes die zij moeten maken in de warmteprogramma’s. Tabel 8 geeft het overzicht van maatregelen en resultaten gericht op de opschaling van (rest)warmte.
-
Tabel 8: maatregelen en resultaten gericht op opschaling van (rest)warmte
Tactisch doel energieaanbod 6: Vergroten beschikbaarheid groen gas Groen gas wordt met name geproduceerd uit duurzame biomassa zoals mest, afval, rioolslib uit rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’s). Hieruit wordt biogas geproduceerd, dat kan worden opgewerkt naar groen gas, dat als vervanger kan dienen voor aardgas. In Gelderland wordt vooral gekeken naar mono-mestvergisting op boerderijen, voornamelijk binnen de veehouderij. Dankzij de vele veehouderijen in Gelderland heeft de provincie relatief veel potentie voor de productie van groen gas, ook als rekening wordt gehouden met de landelijk ingezette lijn van krimp van de veestapel. Groen gas wordt tegen 2050 voor een belangrijk deel gebruikt als grondstof voor de industrie, vanwege de behoefte aan groene
27
koolwaterstoffen (NPE). De bedoeling is dat tegen 2050 verreweg de meeste gasverbruikers zijn afgekoppeld van het gasnetwerk. De gasverbruikers die dan nog zijn aangesloten op het gasnet worden dan volledig gevoed met groen gas.
door uitvoering van het pMIEK project naar de rol van groen gas in Gelderland. Daarbij kijken we ook naar draagvlak voor de productie van groen gas en wat we daaraan kunnen doen. Tabel 9 geeft het overzicht van maatregelen en resultaten gericht op het vergroten van de beschikbaarheid van groen gas.
Groen gas heeft verschillende toepassingen. Bijvoorbeeld voor de industrie die voor hun processen afhankelijk zijn van hoge temperaturen, met name op die locaties waar geen waterstof beschikbaar is. Groen gas kan, op beperkte schaal, ook worden gebruikt voor de verwarming van historische stadskernen. Met name wanneer er veel monumentale panden aanwezig zijn die moeilijk te isoleren zijn, en het vanwege beperkte ruimte in de ondergrond niet mogelijk is om tot daar een warmtenet aan te leggen. De beschikbaarheid van groen gas is echter relatief beperkt, maximaal 18 PJ in een zeer optimistisch scenario, ten opzichte van de totale energievraag van rond de 140 PJ3. Maar om de potentie wel maximaal te kunnen benutten kan de provincie inzetten op het vergroten van de productie van groen gas uit Gelderse biomassa.
Tactisch doel 6: vergroten beschikbaarheid groen gas Resultaat 6.1: Uitwerken van de vraag
Maatregelen komende 4-6 jaar:
naar groen gas (en bio-LNG)
-
Uitvoeren pMIEK project: Rol groen gas in Gelderland
Resultaat 6.2: Verhoogde benutting
-
Uitvoeren pMIEK project: Rol groen gas in Gelderland Onderzoek inzicht in draagvlak voor en vervolgmaatregelen op basis van resultaten
potentie groen gasproductie in Gelderland -
Tabel 9: maatregelen en resultaten gericht op vergroten beschikbaarheid groen gas
Tactisch doel energieaanbod 6: waterstofproductie faciliteren onder voorwaarden
Daarvoor is eerst meer inzicht nodig in de rol van groen gas in Gelderland, zowel op gebied van de beschikbaarheid als over de verdeling ervan over de sectoren. Voor de beschikbaarheid willen we ons beperken tot biomassa die hier aanwezig is. Die beschikbaarheid hangt ook af van de verwaardingsketen van biomassa. Biomassa heeft ook andere toepassingen die mogelijk een hogere waarde opleveren dan de productie van groen gas. En opwerken van biogas naar groen gas geeft niet altijd voordelen. Inzicht in al deze aspecten is nodig. Dat inzicht verkrijgen we
De verwachting is dat waterstof op verschillende locaties in Nederland grootschalig wordt geproduceerd, of dat het wordt geïmporteerd. Het wordt vervolgens getransporteerd via Waterstofnetwerk Nederland. De vraag naar waterstof in Gelderland in 2050 is naar verwachting 6 – 10 PJ. De verwachting is dat lokale productie relatief beperkt zal blijven ten opzichte van import vanaf het Waterstofnetwerk. De provincie faciliteert
3
Bron: TNO-rapport biomassa gegevens voor ETM. ETM Library | TNO-rapport biomassa gegevens voor ETM - DRAFT
28
productie van waterstof ook binnen Gelderland. Daarbij moeten we rekening houden met de hoeveelheid elektriciteit die daarvoor nodig is en of dat past op het elektriciteitsnet. Daarom stellen we wel voorwaarden op om te bereiken dat productie van waterstof goed past binnen het energiesysteem en geen nadelige gevolgen veroorzaakt voor bijvoorbeeld netcongestie.
5.3
Infrastructuur is nodig om de energie van de aanbieder bij de juiste vrager te krijgen. Stations en verbindingen voor het transporteren van elektriciteit, gasleidingen voor het transport van waterstof en groen gas en warmteleidingen voor warmte. De bestaande energie-infrastructuur die gebruikt wordt voor transport van fossiele energie en brandstoffen is niet altijd geschikt voor het duurzame energiesysteem. Extra inzet op de uitbreiding van het elektriciteitsnet, aftakkingen van het Waterstofnetwerk Nederland en op de realisatie van lokale en regionale warmtenetten is dus nodig. Bovendien is flexibiliteit in het systeem nodig: bijvoorbeeld, buffering, vraag- en aanbodsturing en conversie. Hiervoor zijn tactische doelen opgesteld. Tabel 11 geeft daarvan een overzicht. Daarna wordt elk tactisch doel nader uitgewerkt.
De provincie doet onderzoek naar mogelijkheden voor lokale waterstofoplossingen. Deze oplossingen zijn nodig op locaties waar wel een waterstofvraag bestaat maar het Waterstofnetwerk (nog) niet loopt. Onderzoek doen we op provinciaal niveau en mogelijk samen met Overijssel en Duitse provincies. De subsidieaanvraag voor het Horizon project loopt inmiddels. Onder andere op basis van onderzoeksresultaten ontwikkelt de provincie voorwaarden waaronder lokale waterstofoplossingen kunnen worden gerealiseerd. Tabel 10 geeft het overzicht van maatregelen voor productie van waterstof. Tactisch doel 7: waterstofproductie faciliteren onder voorwaarden Resultaat 7.1: Inzicht en kennis over
Maatregelen komende 4-6 jaar:
(kansen) decentrale waterstofoplossingen
-
-
Resultaat 7.2: voorwaarden in beleid voor lokale waterstofproductie
-
Energie-infrastructuur & flexibiliteit
Subsidie aanvraag Horizon Europe samen met Overijssel en Duitse provincies, en uitvoeren onderzoek bij toekenning subsidie Onderzoek naar waterstofoplossingen Beleid opstellen voor faciliteren lokale waterstofoplossingen, inclusief een energietoets voor waterstofproductie
Tabel 10: maatregelen en resultaten gericht op vergroten waterstofproductie
29
Energie-infrastructuur en flexibiliteit Tactisch doel 8: sturen op uitbreiding van het hoogspanningsnet
Tactisch doel 9: toename flexibiliteitsvermogen in energiesysteem
Tactisch doel 10: Inzetten op realisatie warmtenetten en warmtekoudeopslag
Tactisch doel 11: Waterstof beschikbaar maken in kansrijke gebieden
Resultaat 8.1: In 2026 in de Omgevingsvisie energie-intensieve clusters vastleggen ten behoeve van uitbreiding hoogspanningsnet na 2033
Resultaat 9.1: Beleid voor grootschalige opslag in 2026
Resultaat 10.1: Ontwikkeling warmte en koude netten voor 80.000 woningen (of equivalenten), voor bedrijventerreinen en de glastuinbouw
Resultaat 11.1: Realisatie van één of meer aftakkingen van Waterstofnetwerk Nederland in 2032, met een regionaal distributienetwerk voor ArnhemNijmegen/ Brick Valley
Resultaat 8.2: Maatschappelijke prioritering uitbreiding infrastructuur
Resultaat 9.2: Meer decentrale flexibiliteit
Resultaat 10.2: Warmte- (en koude) opslag bij warmtenetten
Resultaat 11.2: Inzicht in kansen voor waterstofnetwerk NL in Rivierenland, GMR, Lochem/Berkelland, en Eerbeek/Steenderen:
Tabel 11: Overzicht tactische doelen en resultaten voor energie-infrastructuur en flexibiliteit
Omgevingsvisie. Dat zijn gebieden waar na 2033 de vraag naar energie grootschalig kan doorgroeien. Dat vraagt om een bredere afweging en hangt af van meerdere factoren: er moet ruimte beschikbaar zijn, en in de totale afweging moeten ook economie, werkgelegenheid, ruimtebeslag, natuur, etc. worden betrokken. In deze clusters krijgt de uitbreiding van het hoogspanningsnet prioriteit via het pMIEK en door de passende inzet van alle partijen die daarbij nodig zijn.
Tactisch doel infrastructuur en flexibiliteit 8: sturen op uitbreiding van het hoogspanningsnet Door de grote stijging van de elektriciteitsvraag moet het elektriciteitsnet stevig worden uitgebreid. Netbeheerders TenneT en Liander werken hieraan op basis van hun investeringsplannen 2024-2033. Voor de periode na 2033 blijft het nodig om het elektriciteitsnet verder uit te breiden. In Gelderland wordt de transportcapaciteit van het hoogspanningsnet tot 2033 uitgebreid met ongeveer 3,6 GW . Daarnaast wordt gewerkt aan de verzwaring van de midden- en laagspanningsnetten om te zorgen dat bestaande verduurzamings- en uitbreidingsplannen doorgang kunnen vinden.
Hiervoor voeren we het pMIEK onderzoeksproject uit naar regio’s waar energie-intensieve clusters kunnen ontstaan. De clusters leggen we vast in de Omgevingsvisie die medio 2026 wordt geactualiseerd. Voor de periode tot 2033 en ook daarna stelt de provincie in samenwerking met de regio’s en de netbeheerders elke twee jaar een pMIEK op. Daarin leggen we vast welke energie-infrastructurele projecten vanuit maatschappelijk oogpunt met prioriteit moeten worden opgepakt. Vervolgens is het de bedoeling om de realisatie daarvan te versnellen door de projecten op risico’s te monitoren en risico’s te adresseren en problemen op te lossen. Verder bekijkt de provincie waar het toegevoegde
Voor efficiënte uitbreiding van het hoogspanningsnet is het belangrijk dat de vraag zich ontwikkelt in regio’s waar ruimte is op het net. Dat voorkomst onnodige investeringen en onnodig beslag op de fysieke ruimte. TenneT kan hier door de aansluitplicht niet op sturen. De provincie wel. Dat doen we door energie-intensieve clusters aan te wijzen in de
30
waarde heeft het bevoegd gezag over te nemen voor infrastructuurprojecten of hulp te bieden aan gemeenten wanneer het bevoegd gezag daar ligt. Dat kan bijvoorbeeld zijn wanneer het zoekgebied van een hoogspanningsstation zich uitspreid over meerdere gemeenten. Tabel 12 geeft het overzicht van de maatregelen en resultaten ten behoeve van de uitbreiding van het elektriciteitsnet.
Tactisch doel 8: sturen op uitbreiding van het hoogspanningsnet Resultaat 8.1: In de Omgevingsvisie
Maatregelen voor de komende 4-6 jaar
worden in 2026 de energie-intensieve clusters vastgelegd, ten behoeve van geconcentreerde uitbreiding van het hoogspanningsnet.
-
Resultaat
-
8.2 : Maatschappelijke prioritering uitbreiding infrastructuur
-
Uitvoeren pMIEK-project: Energie intensieve clusters en decentrale oplossingen Actualisatie Omgevingsvisie
Monitoring van lopende uitbreidingsprojecten pMIEK uitvoeren en actualiseren nMIEK aanvraag FGU netuitbreidingen Oplossen knelpunten in Energy Board Bevoegd gezag HS-station Doetinchem overnemen. - Afwegingskader opstellen voor wanneer provincie rol bevoegd gezag opneemt. Tabel 12: maatregelen en resultaten gericht op uitbreiden hoogspanningsnet
Tactisch doel infrastructuur en flexibiliteit flexibiliteitsvermogen in het energiesysteem
9:
voor opslag in de buurten. Het opstellen van dat beleid vraagt om onderzoek en verkenning. Daarvoor voeren we het pMIEK onderzoeksproject uit naar de rol van opslag in het Gelders energiesysteem, verkennen we de mogelijkheden van ondergrondse opslag van hoge temperatuur warmte. Een eerste stap daarin is om een onderzoek uit te laten voeren naar gebieden in Gelderland waar de bodem geschikt is voor opslag van hoge temperatuur warmte. En voeren we het Programma Bodem uit dat zich richt op de opslag van lage temperatuurwarmte in de bodem.
toename
De elektriciteitsproductie wordt in toenemende mate weersafhankelijk, waardoor de fluctuaties van het aanbod groter worden. In het huidig energiesysteem zit een groot aandeel stuurbaar vermogen. Het aanbod kan de vraag naar elektriciteit volgen. In een duurzaam energiesysteem verandert dat waardoor de vraag steeds beter het aanbod zal moeten volgen. Dat zal niet altijd lukken. Daarom is het ook nodig om flexibiliteitsvermogen in het systeem op te nemen. Bijvoorbeeld door opslag van energie, of door conversie.
Daarnaast zetten we in op het stimuleren van decentrale flexibiliteit. Om ervoor te zorgen dat er voldoende flexibiliteit beschikbaar is op de juiste momenten zijn flexibele energiebronnen, flexibele vragers en opslag/buffering- en conversiesystemen noodzakelijk. Dit geldt zowel
De provincie faciliteert die ontwikkeling door (ruimtelijk) beleid te ontwikkelen voor grootschalige opslag. Daarbij kijken we naar opslag van elektriciteit en warmte. Met name grootschalig, maar ook met aandacht
31
-
voor flexibiliteit op korte termijn (om fluctuaties over bijvoorbeeld de dag heen op te hangen), als op lange termijn (in de winter is een piekvraag, terwijl in de zomer juist veel elektriciteit wordt opgewekt).
-
Daar zetten we verschillende maatregelen voor in, die zich richten op de bouw van netbewuste woonwijken en op energie uitwisseling door bedrijven in energyhubs. Decentrale flexibiliteit is belangrijk omdat hierdoor het elektriciteitsnet efficiënter wordt benut. Dat zorgt voor afvlakking van de pieken en komt uiteindelijk ten goede aan de betaalbaarheid van het systeem en het beslag op de fysieke ruimte.
-
Tabel 13: maatregelen en resultaten gericht op toename flexibiliteit
Tactisch doel infrastructuur en flexibiliteit 10: inzetten op realisatie warmtenetten en warmtekoudeopslag:
Tabel 13 geeft het overzicht van maatregelen en resultaten om de flexibiliteit in het systeem te vergroten.
Opstellen beleid voor (grootschalige) batterijopslag inclusief opnemen Energietoets in beleid. Dit is incl. regels in de omgevingsverordening en ruimtelijke perspectief en strategie (incl. landschap, natuur) op/voor systeembatterijen, flexibiliteitsvoorzieningen, regelbare centrales. Aandacht voor mogelijke batterijladder. Verkenning grootschalige ondergrondse opslag hoge temperatuur warmte Uitvoeren Programma Bodem: opslag van warmte (en koude) in de bodem Uitvoeren pMIEK project: Rol van energieopslag in het Gelderse energiesysteem
De provincie zet in op collectieve warmte-oplossingen voor de gebouwde omgeving, glastuinbouw en bedrijventerreinen. Dat draagt bij aan de leveringszekerheid en het zorgt voor minder druk op de fysieke ruimte. Door in te zetten op collectieve warmtesystemen voor de gebouwde omgeving en de lage temperaturen in de industrie is minder opwek van elektriciteit en elektriciteitsinfrastructuur nodig. Naast het ontsluiten van warmtebronnen (zie paragraaf 5.2 Energieaanbod) zijn hiervoor warmtenetten nodig om de warmte te transporteren. Op locaties met een hoge warmtevraagdichtheid en beschikbare bronnen, hebben collectieve warmte-oplossingen in principe de voorkeur boven andere verduurzamingsroutes zoals elektrificatie. Ook stijgt de vraag naar koude in de toekomst door klimaatverandering. Collectieve warmtesystemen kunnen ook koude leveren. Waar mogelijk wordt ingezet op systemen die ook koude leveren.
Informeren over netcongestie (maatregelen en mogelijkheden voor en achter de meter) via regionale energie expertise centra Subsidieregeling toekomstbestendige bedrijventerreinen
Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de warmtetransitie en stellen daarvoor een warmteprogramma op. De provincie stimuleert dit, door kennis te ontwikkelen en uit te wisselen en door bovenlokale oplossingen aan te jagen. Dat doen we onder andere via het GWIB, dat gemeenten
Tactisch doel 9: Toename flexibiliteitsvermogen in het energiesysteem Resultaat 9.1: Beleid voor
Maatregelen komende 4-6 jaar:
grootschalige opslag in 2026
-
-
Resultaat 9.2: Meer
-
decentrale flexibiliteit -
Verkenning mogelijkheden financiering decentrale flexibiliteit (bijv energiehubs) Opzetten Uitvoeringsagenda Smart Energy Hubs Opschaling programma smart energy hubs (Oost NL, Gelderland en Overijssel) naar 40 Multi Commodity Hubs in 2030 Ondersteunen Actieplan Netcongestie Inrichting Nationaal Expertisecentrum Netcongestie
32
helpt bij het oprichten van een warmtebedrijf voor realisatie van collectieve warmteoplossingen. Daarbij wordt niet alleen het warmtenet betrokken, ook de levering van warmte. Om hier een verdere impuls aan te geven bouwen we het GWIB verder uit.
-
Daarnaast voeren we het pMIEK onderzoeksproject uit dat zich richt op de realisatie van collectieve warmteoplossingen in Gelderland. Dat onderzoek betreft een maatschappelijke kostenbatenanalyse van de ontsluiting van regionale en lokale warmtebronnen. De ontwikkeling van warmtetransportleidingen en bovengemeentelijke warmtebuffers wordt afgezet tegen de verzwaring van het elektriciteitsnet. Dit onderzoek is essentieel voor de keuzes die gemeenten moeten maken vóór eind 2026 in het kader van hun warmteprogramma.
-
Resultaat 10.2: Warmte- (en koude)
-
Warmte is niet altijd beschikbaar wanneer er vraag is. Zo is in de winter de vraag veel hoger dan in de zomer, en is er mogelijk minder beschikbaar. Daarom onderzoeken we ook de mogelijkheden van opslag van warmte en koude.
Tactisch doel 11: Waterstof beschikbaar maken in kansrijke gebieden Waterstof kan een belangrijke rol spelen in het ontwikkelen van een flexibel en robuust energiesysteem, onder andere door waterstofproductie met overtollige elektriciteit, als opslagmedium, en als brandstof voor piekelektriciteitscentrales. Het is ook een belangrijk onderdeel in het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE). Nederland heeft dan ook de ambitie om in de komende jaren de waterstofmarkt sterk op te schalen (Bron 4), waar o.a. via het Nationaal Waterstof Programma hard aan wordt gewerkt. Zo wordt het Nationaal Waterstofnetwerk gerealiseerd, waarvan 2 tracés door Gelderland lopen. Dit biedt kansen voor onze provincie. De verwachting is dat het waterstofgebruik in Gelderland zal stijgen van 0 PJ nu tot 6 – 10 PJ in 2050. Waterstof is voorlopig nog schaars, waardoor de verwachting is dat tot 2030 waterstof beperkt zal worden ingezet. Ook vindt het er nog veel verlies plaats (orde
Tactisch doel 10: Inzetten op realisatie warmtenetten en warmtekoudeopslag: Maatregelen komende 4-6 jaar:
en koude netten voor 80.000 woningen (of equivalenten), voor bedrijventerreinen en de glastuinbouw:
-
-
Programma Bodem: opslag van warmte (en koude) in de bodem Verduidelijking geldende regels ten aanzien van Warmte Koude Opslag Uitvoeren pMIEK project: Rol van energieopslag in het Gelderse energiesysteem
Tabel 14: maatregelen en resultaten gericht op uitbreiden warmtenetten
Tabel 14 geeft het overzicht van maatregelen en resultaten gericht op de realisatie van warmtenetten en opslag.
Resultaat 10.1: Ontwikkeling warmte
-
opslag bij warmtenetten:
collectieve warmteoplossingen in Gelderland Organiseren kennisbijeenkomsten om kennisopbouw Uitvoeren Aanpak warmteoplossingen kleine kernen Lobby bij Rijk voortbestaan financiële ondersteuning
Uitbouwen en versterken GWIB Ondersteunen Gelderse Gemeenten met Gelders Expertteam Warmte Stimuleren warmteoplossing kleine kernen met kennis uit onderzoeksopdrachten en bestaande casussen. Uitvoeren pMIEK project: Onderzoek realisatie warmtenetten en andere
33
grootte 30%) bij de productie van waterstof met elektriciteit, en ook bij de productie van elektriciteit met behulp van waterstof. De Rijksoverheid en industrie richten zich daarom op het vergroten van de productiecapaciteit en infrastructuur voor waterstof. Conform landelijk beleid wordt waterstof in ieder geval tot 2030-2035 prioritair ingezet in de industrie en de zware mobiliteit. Vanaf 2030 wordt Waterstofnetwerk Nederland opgeleverd, en de verwachting is dat in de jaren daarna waterstof in steeds significantere hoeveelheden beschikbaar komt. De mogelijkheden voor inzet in andere sectoren dan de industrie en de zware mobiliteit (o.a. gebouwde omgeving en landbouw) hangen sterk af van de beschikbare volumes en de prijsontwikkeling van waterstof. Waterstof zal naar verwachting voor de gebouwde omgeving ook na 2030 in ieder geval een veel beperktere rol spelen dan alternatieven als elektrificatie, warmte en groen gas (Bron: Nationaal Waterstof Programma).
Naast Brick Valley hebben ook andere bedrijven zich gemeld voor een mogelijke aftakking op het Waterstofnetwerk Nederland. Deze initiatieven zijn echter doorgaans minder concreet. De daadwerkelijke keuze is afhankelijk van onder andere de business case voor de benutting van waterstof in deze bedrijven. Een relatief grote potentiële waterstofvraag is afkomstig van de keramische industrie in Rivierenland. Ook in de noordelijke Achterhoek zijn meerdere bedrijven aanwezig waarvoor waterstof mogelijk (op termijn) een verduurzamingsoptie biedt. En ook in het oosten van de Stedendriehoek zijn enkele bedrijven met interesse in waterstof, die op relatief korte afstand van het waterstofnetwerk liggen. (Bron: pCES). Deze gebieden in beeld als mogelijke locaties voor toekomstige aftakkingen van het landelijke waterstofnetwerk. Ook andere gebieden in Gelderland kunnen zich hiervoor lenen, mits er voldoende concrete vraag aanwezig is.
In Gelderland is Brick Valley en omgeving de locatie waar de meest concrete initiatieven zijn voor een aftakking van Waterstofnetwerk Nederland. In dit gebied zijn meerdere industrieën gevestigd met een relatief grote vraag naar hoge temperatuur warmte, die zich relatief dicht bij het waterstofnetwerk bevinden. Brick Valley is een samenwerkingsverband van zes steenfabrieken die zijn gevestigd rondom het Gelders Eiland. Ook in het bredere gebied Arnhem-Nijmegen zijn diverse bedrijven aanwezig die hebben aangegeven interesse te hebben in de afname van waterstof. HyNetwork Services (HNS), onderdeel van Gasunie, is verantwoordelijk voor de locaties en prioritering van de aftakkingen op Waterstofnetwerk Nederland. Vanuit Gelderland zetten we in op een lobby richting het Rijk voor het realiseren van een aftakking op Waterstofnetwerk Nederland nabij Brick Valley, waarbij de locatie zo gepositioneerd is dat andere bedrijven hier ook op kunnen aan takken middels een mogelijk regionaal waterstofnetwerk.
Tactisch doel 11: Waterstof beschikbaar maken in kansrijke gebieden Resultaat 11.1: Realisatie van één of
Maatregelen komende 4-6 jaar:
meer aftakkingen van Waterstofnetwerk Nederland in 2032, met een regionaal distributienetwerk voor ArnhemNijmegen/ Brick Valley
-
Resultaat 11.2: Inzicht in kansen voor
-
waterstofnetwerk NL in Rivierenland, GMR, Lochem/Berkelland, en Eerbeek/Steenderen: Realisatie van 1 Tstuk in de backbone-leiding, als voorbereiding op een aftakking
-
Lobby bij MinKGG en Hynetwork, Services, ook via IPO Uitvoeren pMIEK project: Aftakking waterstofbackbone Brick Valley
Uitvoeren pMIEK project: Mogelijke extra aftakkingen waterstofbackbone Gelderland
Tabel 15: maatregelen en resultaten gericht op beschikbaar maken waterstof
34
5.4
➢ Vergunningen verlenen en toezicht houden, in samenwerking met omgevingsdiensten, om te zorgen voor veilige en verantwoorde uitvoering van energieprojecten. ➢ Belangen behartigen in Den Haag, Brussel en in landelijke samenwerkingsverbanden, om Gelderse en regionale behoeften onder de aandacht te brengen. ➢ Onderzoek en monitoring inzetten om onderbouwde beleidskeuzes te maken en knelpunten vroegtijdig te signaleren. ➢ Communiceren en informeren richting inwoners, bedrijven en gemeenten, zodat zij goed voorbereid zijn op veranderingen zoals netcongestie of nieuwe wetgeving.
Rol van de provincie
De 11 tactische doelen vormen een enorme opgave voor de komende jaren. Maar de provincie staat er niet alléén voor en beschikt niet over alle knoppen. Zo gaan overheden over het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. De provincie stuurt daar niet alleen op maar doet dat samen met het Rijk en gemeenten. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de warmtetransitie en niet de provincie. Netbeheerders zijn verantwoordelijk voor de goede werking van het energienet en regelen het daadwerkelijke transport van elektriciteit en gas. Het Rijk, IPO en de netbeheerders hebben Gedeputeerde Staten (GS) van Gelderland gevraagd om regie te voeren op de planning van energieinfrastructuur door de netbeheerders Liander en TenneT.
Door deze rollen te combineren, vormt de provincie een cruciale schakel tussen landelijke doelen en lokale uitvoering. Zo draagt zij bij aan een energiesysteem dat duurzaam, betrouwbaar en toegankelijk is voor iedereen.
Waar de provincie geen directe verantwoordelijkheid draagt wil de provincie vooral sturen door te verbinden, te faciliteren en richting te geven. Met een breed instrumentarium kan zij voorwaarden scheppen, projecten versnellen, kennis ontwikkelen en delen, en samenwerking organiseren. Zo kan de provincie: ➢ Faciliteren door partijen bij elkaar te brengen, kennisdeling te stimuleren en processen op gang te helpen. ➢ Subsidies verstrekken en financiële ondersteuning bieden aan innovatieve of opschaalbare energie-initiatieven. ➢ Beleid en kaders opstellen, bijvoorbeeld via programma’s, visies of gebiedsgerichte aanpakken die richting geven aan keuzes in de regio. ➢ Invloed uitoefenen op de ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld via de Omgevingsverordening of het afstemmen van energieinfrastructuur op andere ruimtelijke functies.
35
hand hiervan kunnen indicatoren worden toegevoegd , zodat monitoring en evaluatie mogelijk worden gemaakt. GS zullen de voortgang van deze tactische doelen, maatregelen en de resultaten periodiek monitoren. Als er aanleiding toe is kunnen GS bijsturen door bijvoorbeeld het programma (deels) te herijken.
6. Monitoring 6.1
Bereiken van strategische doelen
Gedeputeerde Staten geven met het Programma Energiesysteem aan hoe zij de komende 4 tot 6 jaar werken aan het bereiken van de strategische doelen die Provinciale Staten hebben gesteld voor de energietransitie. Vervolgens is het van belang om Provinciale Staten over de voortgang van dit programma te informeren zodat zij hun controlerende taken kunnen uitvoeren, en eventueel doelen kunnen bijstellen. Daarom monitort Gedeputeerde Staten de voortgang. GS rapporteren periodiek aan Provinciale Staten over de voortgang. Dit gebeurt via de Planning & Control-cyclus, met name in de begroting en de jaarstukken. De beleidsmonitor laat de voortgang zien op de strategischedoelen uit de geldende Omgevingsvisie. In de toekomst wordt deze als bijlage via de bestuurmonitor gedeeld. De Omgevingsvisie wordt geactualiseerd. De strategische en tactische doelen uit dit document worden daarin meegenomen.
6.2
Voortgang van maatregelen
tactische doelen, resultaten en
Naast de strategische doelen monitoren we ook de voortgang van de tactische doelen, resultaten en maatregelen. Het programma bestaat uit een grote hoeveelheid van verschillende soorten maatregelen. Zo zijn er onderzoeksprojecten, uitvoeringsprogramma’s, plannen van aanpak, stimuleringsmaatregelen, subsidieverlening en -aanvragen en uitvoeren van concrete acties. In de uitvoeringsagenda die nog volgt, zal meer worden beschreven over de daadwerkelijke uitvoering van de maatregelen. Zo wordt er een tijdsplanning toegevoegd en worden verantwoordelijkheden en benodigde investeringen beschreven. Aan de
36
Bijlage: analysekaart energievraag sectoren en energie-infrastructuur
37
38