Voorontwerp e250050363
Tekst van het document
Voorontwerp Programma Energiesysteem 24 juni 2025
4.4
Inhoudsopgave 1
2
3
5
Inleiding ........................................................... 3
Tactische doelen en resultaten ........................... 17
1.1
Doel en reikwijdte ........................................................... 3
5.1
1.2
Aanleiding ...................................................................... 3
Tabel 5: netbewuste groei van alle sectoren ................................. 24
1.3
Verantwoordelijkheden.................................................... 4
5.2
Energieaanbod .............................................................. 24
1.4
Participatie ..................................................................... 4
5.3
Energie-infrastructuur & flexibiliteit ................................ 29
5.4
Rol van de provincie ....................................................... 35
Bestaande kaders .............................................. 5
6.
Energievraag ................................................................. 18
Monitoring ....................................................36
2.1
Nationale kaders ............................................................. 5
2.2
Provinciale kaders ........................................................... 5
6.1
Bereiken van strategische doelen .................................... 36
2.3
Beleidskader Energiesysteem: leidende principes ............... 6
6.2
Voortgang tactische doelen, resultaten en maatregelen .... 36
Het Gelders energiesysteem ................................9 3.1
Huidig energiesysteem .................................................... 9
3.2
Mogelijke toekomstbeelden energiesysteem 2050 ............ 10
3.3
Overeenkomsten en verschillen scenario’s ....................... 11
Daling van het energieverbruik ................................................. 11 Impact op het elektriciteitsnetwerk ............................................13
4
Zuinig omgaan met ruimte ............................................. 16
Strategische doelen.......................................... 15 4.1
Klimaatdoelen halen ...................................................... 15
4.2
Leveringszekerheid waarborgen ..................................... 15
4.3 Mogelijk maken van Gelderse woningbouwopgave en bedrijvigheid ........................................................................... 15
2
1
Inleiding
1.2
1.1
Doel en reikwijdte
Gelderland is volop in ontwikkeling: er worden veel woningen gebouwd, bedrijven breiden uit en verduurzamen, en overheden, bedrijven en inwoners werken hard aan de energietransitie. Daarmee verandert ook het energiesysteem. Door de verschuiving naar duurzame energiebronnen en de snelle elektrificatie in diverse sectoren stuiten we steeds meer op de grenzen van het huidige energiesysteem. De afgelopen jaren is netcongestie steeds prangender geworden en zorgt ervoor dat vertraging optreedt in de verduurzaming van de maatschappij, de economische groei en de realisatie van de woningbouwopgave. Deze ontwikkeling vraagt – naast uitbreiding van het bestaande energiesysteem – om een andere, nieuwe, meer decentrale benadering van het energiesysteem, waarbij op lager schaalniveau balans wordt gezocht tussen vraag en aanbod, en flexibiliteit in het systeem wordt toegevoegd.
In december 2024 hebben Provinciale Staten het Beleidskader Energiesysteem vastgesteld. Daarin zijn vier strategische doelen vastgelegd om de transitie naar een duurzaam energiesysteem te maken en daarbij ook de netcongestie aan te pakken. Het doel van dit Programma Energiesysteem is om de strategische doelen handen en voeten te geven. Het programma richt zich grofweg op de komende vijf jaar en vertaalt de strategische doelen in tactische doelen, resultaten en bijbehorende maatregelen. Het geeft aan waar de provincie in de komende vijf jaar op inzet. Deze inzet draagt bij aan het realiseren van de strategische doelen. Tot de reikwijdte van het programma behoort het gehele energiesysteem. Daarin beschouwen we het aanbod van en de vraag naar energie, plus de infrastructuur die ervoor nodig is om energie van productielocatie naar de vraaglocatie te transporteren. Tot slot beschouwen we ook flexibiliteit als onderdeel van het energiesysteem. Flexibiliteit betekent: het vermogen om de energievraag in de tijd af te stemmen op het aanbod. Dat kan onder andere door verschillende vormen van buffering/opslag, conversie en vraag- en aanbodsturing.
Aanleiding
De strategische doelen die Provinciale Staten (PS) hiervoor in het Beleidskader Energiesysteem hebben vastgelegd zijn:
Klimaatdoelen halen Het einddoel is dat de provincie Gelderland in 2050 klimaatneutraal is. Tussendoel is dat de uitstoot van CO2 in 2030 met 55% gereduceerd is ten opzicht van 1990. Eén van de manieren om hieraan bij te dragen is door elektrificatie, waarbij gebruik gemaakt wordt van duurzame energiebronnen. Dat zorgt echter voor extra druk op het elektriciteitsnet. De provincie wil zoveel mogelijk voorkomen dat het behalen van klimaatdoelen wordt belemmerd door netcongestie, en zet daarom in op andere verduurzamingsoplossingen dan alleen elektrificatie. Bijvoorbeeld op de ontwikkeling van warmtebronnen en -netten, en op het beschikbaar maken van waterstof in de provincie.
Het energiesysteem vormt geen doel op zich, maar is nodig zodat we in Gelderland comfortabel kunnen wonen, werken, recreëren en ons kunnen verplaatsen. Er bestaat een sterke samenhang tussen het energiesysteem en de woningbouw, mobiliteit, de industrie, de landbouw, en de beleidsontwikkeling op die terreinen. Daarom behoren deze sectoren ook tot de reikwijdte van het programma. De doelen, resultaten en maatregelen voor deze sectoren worden geformuleerd vanuit het toekomstig energiesysteem. Denk bijvoorbeeld aan energiebesparing in deze sectoren, of aan de verduurzaming ervan.
3
Mogelijk maken van de Gelderse woningbouwopgave en bedrijvigheid
1.3
Verantwoordelijkheden
Provinciale Staten zijn verantwoordelijk voor het vaststellen van de beleidskaders. In december 2024 hebben zij het Beleidskader Energiesysteem vastgesteld. Daarin zijn de strategische doelen voor het energiesysteem van de toekomst hebben opgenomen en de principes die richting geven aan de uitwerking daarvan.
In Gelderland moeten er tot en met 2030 circa 100.000 woningen worden gebouwd. In de periode daarna, tot 2050, zijn er nog eens 100.000 nodig en mogelijk meer. Daarnaast streeft de provincie ernaar om de benodigde hectares aan uitbreiding van bedrijventerreinen te realiseren. Netcongestie brengt de haalbaarheid van deze doelen in gevaar. De provincie wil voorkomen dat het behalen van deze doelen wordt belemmerd door netcongestie.
Voor de vaststelling van programma’s gelden de vastgestelde werkafspraken en rolverdeling tussen Provinciale en Gedeputeerde Staten (PS2024-589). Gedeputeerde Staten zijn verantwoordelijk voor de uitwerking van het beleidskader in het Programma Energiesysteem en hebben de bevoegdheid tot het vaststellen van het programma. Daarbij houden GS de richtlijnen uit het beleidskader in acht. Door middel van een consultatie betrekken zij PS, zodat het oordeel van PS over het programma meegewogen wordt bij de finale uitwerking ervan.
Leveringszekerheid van energie waarborgen Nederland heeft een hoge leveringszekerheid van energie. Dat wil zeggen dat afnemers erop kunnen vertrouwen dat zij energie krijgen wanneer zij die nodig hebben. Het komt zelden voor dat er een onderbreking optreedt in de levering van gas of elektriciteit. En als dat gebeurt is dat meestal van korte duur. Wij vinden het belangrijk dat iedereen ook in de toekomst op een hoge betrouwbaarheid kan rekenen. En we vinden het belangrijk dat iedereen toegang heeft tot energie. Het energiesysteem is immers faciliterend aan de maatschappelijke ontwikkelingen. Alleen met beschikbaarheid van energie kunnen wij werken, wonen, recreëren en ons verplaatsen.
1.4
Participatie
Het Programma Energie is opgesteld door de provincie in afstemming met de netbeheerders (TenneT, Liander en Gasunie), gemeenten, regio’s en belangenorganisaties voor verschillende sectoren. Hiervoor hebben we twee werksessies georganiseerd. De eerste werksessie was gericht op de toekomstscenario’s en had tot doel om de nationale scenario’s specifiek te maken voor Gelderland. Tijdens de tweede werksessie is het concept programma besproken: tactische doelen, resultaten en maatregelen. Deze werksessie had als doel om gezamenlijk met gemeenten en regio’s de doelen, resultaten en maatregelen aan te scherpen en aan te vullen. Daarnaast is besproken welke rol de provincie neemt en hoe deze zich verhoudt tot de rollen en verantwoordelijkheden van gemeenten. De opbrengst hiervan is beoordeeld en is betrokken in de uitwerking van het Programma Energiesysteem.
Zuinig omgaan met schaarse (fysieke) ruimte Uitbreiding van het energiesysteem legt beslag op fysieke ruimte. Deze is schaars en moet ook worden gebruikt voor de groei van werkgelegenheid, mobiliteit, woonfuncties en landbouw. Energiebesparing draagt bij aan de reductie van de ruimtevraag van het energiesysteem. Waar uitbreiding nodig is moet rekening worden gehouden met een goede en efficiënte ruimtelijke en landschappelijke inpassing.
4
In het vervolgtraject wordt het Programma Energiesysteem ter consultatie voorgelegd aan de colleges van B&W van gemeenten, regio’s, belangenorganisaties en netbeheerders. Hiermee worden zij in de gelegenheid gesteld om (schriftelijk) te reageren op het programma.
van de toekomst. Met dit plan kiest het kabinet onder andere voor maximale inzet op aanbod van energie, energiebesparing en voor slim inzetten van energie en infrastructuur vanuit systeemperspectief.
Voor dit programma wordt geen aparte PlanMER opgesteld omdat we in dit programma geen elementen opnemen die dat vereisen. In plaats daarvan wordt een aantal elementen meegenomen in de OmgevingsEffect Rapportage (OER) die wordt opgesteld voor de actualisatie van de Omgevingsvisie in 2026. De uitkomsten hiervan nemen we mee in een volgende actualisatie van het Programma Energiesysteem.
Deze wet voorziet in een aangepast ordeningskader voor zowel elektriciteit als gas, waarbinnen de energietransitie ondersteund en gestimuleerd wordt en een bijdrage wordt geleverd aan het doel van een schone en koolstofdioxide-arme energievoorziening, die ruimtelijk inpasbaar, veilig, betrouwbaar en betaalbaar is. Met deze wet worden de oorspronkelijke doelen van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet aangevuld met de duurzaamheidsdoelstellingen en de doelen van de energietransitie.
2
Energiewet
Bestaande kaders
Het Programma Energiesysteem en het bovenliggende beleidskader is onderdeel van een complex stelsel van afspraken, regelgeving en kaderstellende documenten op Europees, nationaal en provinciaal niveau. In dit hoofdstuk zijn de belangrijkste daarvan op hoofdlijnen beschreven.
2.1
Programma Energiehoofdstructuur Het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) laat zien welke nieuwe nationale energie-infrastructuur nodig is richting 2050 en waar deze geplaatst kunnen worden. Ook geeft het PEH nationale kaders om zorgvuldig om te gaan met de ruimte en met respect voor de natuur, cultureel erfgoed, en leefbaarheid. Daarmee draagt het PEH bij aan de missie van een klimaatneutraal energiesysteem in 2050.
Nationale kaders
Klimaatakkoord Nederland Dit is een overeenkomst uit 2019 tussen bedrijven en (overheids-) organisaties en heeft tot doel de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en zo de Nederlandse bijdrage aan wereldwijde klimaatverandering te beperken. Het belangrijkste doel is om de uitstoot van CO2 in 2030 met 55% te verminderen ten opzichte van 1990. Het akkoord bevat afspraken over elektriciteit, gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, en landbouw en landgebruik.
Wet Collectieve Warmte Deze wet heeft als doel de warmtetransitie in de bestaande gebouwde omgeving te bevorderen en tegelijkertijd publieke belangen zoals duurzaamheid, leveringszekerheid en betaalbaarheid te waarborgen.
2.2
Provinciale kaders
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Nationaal Plan Energiesysteem
De Omgevingsvisie beschrijft 7 ambities die samen de richting aangeven voor de lange termijn ontwikkeling van Gelderland. Eén van die ambities betreft de energietransitie: van fossiel naar duurzaam. In de
Dit plan is vastgesteld in december 2023 en bevat richtinggevende keuzes die leiden tot een duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar energiesysteem
5
omgevingsvisie zijn de doelstellingen opgenomen om in 2050 klimaatneutraal te zijn, met als tussendoel een reductie van 55% van de uitstoot van boeikasgassen ten opzichte van 1990. Dit doel is één van de doelen die in dit programma zijn uitgewerkt. Momenteel wordt de Omgevingsvisie geactualiseerd, waarbij de strategische doelen uit het Beleidskader en de tactische doelen uit het Programma worden meegenomen in de integrale afweging van de verschillende belangen en opgaven in Gelderland. Na actualisatie vormt de Omgevingsvisie het geldende beleidskader, waarmee het Beleidskader Energiesysteem komt te vervallen, en wordt dit programma mogelijk ook geactualiseerd.
Actieplan Netcongestie
Beleidskader Energiesysteem
De RES’en 1.0 zijn in samenwerking met de regio’s opgesteld. Het gaat om interbestuurlijke programma’s. Ze bevatten de doelstellingen per regio voor de realisatie van duurzame opwek. De gezamenlijke opgave voor Gelderland is om in 2030 jaarlijks 6,5 TWh elektriciteit duurzaam op te wekken. Deze doelstelling is door Provinciale Staten vastgelegd.
Het Actieplan Netcongestie is een aanpak van netbeheerders om een wachtrij voor huishoudens en MKB en stroomuitval te voorkomen. De provincie ondersteunt het actieplan en de daaruit voortvloeiende maatregelen zoals het spitsmijden bij laden van elektrische voertuigen. Daarnaast lopen er vanuit de provincie een aantal aanvullende acties, zoals bijvoorbeeld het opstarten van een Nationaal Expertisecentrum Netcongestie. Maatregelen uit het Actieplan Netcongestie zijn ook in dit programma opgenomen.
Regionale Energiestrategie (RES) opgave
In dit beleidskader heeft de provincie de lange termijn doelen vastgelegd specifiek voor de energietransitie in Gelderland. Dit kader geeft het uitgangspunt voor dit programma. De strategische doelen uit het beleidskader (zie ook hoofdstuk 1) zijn in dit programma uitgewerkt in tactische doelen, maatregelen en resultaten voor de komende 4 tot 6 jaar.
2.3
Gelders Programma Klimaat 2021-2030
Beleidskader Energiesysteem: leidende principes
Provinciale Staten hebben in het Beleidskader Energiesysteem een aantal leidende principes meegegeven voor de inrichting van het toekomstige energiesysteem van Gelderland. Deze principes zijn mede bepalend voor de tactische doelen en de maatregelen die de provincie in de komende jaren gaat inzetten. De principes zijn:
In dit programma zijn de maatregelen uitgewerkt die Gelderland inzet om klimaatneutraal te zijn in 2050. Daarin worden 5 domeinen behandeld: gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie en bedrijven, landbouw en landgebruik, en elektriciteit. Daarmee bestaat er een sterke samenhang tussen het Programma Klimaat en het Programma Energiesysteem.
1. Energie wordt mede sturend voor de inrichting van Gelderland 2. We besparen zo veel mogelijk energie. 3. We organiseren het Gelderse energiesysteem decentraal met aandacht voor de combinatie van lokale opwek, lokale opslag en lokaal gebruik. 4. We zetten in op een diverse energiemix. 5. We stimuleren betrokkenheid van Gelderlanders bij de energietransitie.
Beleidskader GEIS Dit beleidskader heeft de provincie in 2019 in samenwerking met de regio’s opgesteld. Het richt zich op de Gelderse energie-infrastructuur en geeft richting en afbakening aan de provinciale inzet op dit terrein.
6
Deze principes zijn opgesteld op basis van bestaande beleidsstukken (o.a. het Coalitieakkoord van de provincie Gelderland), aangevuld met inzichten uit het Burgerberaad Klimaat van de provincie Gelderland, en input van provincie, regio’s, gemeenten, netbeheerders en anderen tijdens werksessies.
wordt, evenals de impact van het energiesysteem op het ruimtebeslag in Gelderland.
Decentralisering en flexibilisering van het energiesysteem Het huidige energiesysteem is voornamelijk centraal ingericht. Elektriciteit wordt geproduceerd in grote Nederlandse en buitenlandse centrales en wordt via het elektriciteitsnet getransporteerd naar plekken waar het wordt gebruikt. Ook de gasvoorziening is een centraal georganiseerd systeem. Het Gelders energiesysteem zal in de toekomst zowel centrale als decentrale kenmerken hebben. De decentralisatie heeft zich al ingezet, met name bij elektriciteit en in mindere mate bij de warmtevoorziening. Energie wordt daarbij ook decentraal opgewekt, door zon en wind, geothermie en andere duurzame bronnen. Door decentrale opwek slim te koppelen met decentraal gebruik kan het centrale energiesysteem ontlast worden en verkleinen we onze afhankelijkheid van grootschalige infrastructuur. Inzet op decentrale energiesystemen maakt het mogelijk om diverse lokaal beschikbare hernieuwbare energiebronnen te benutten.
Met deze principes sluiten PS nauw aan bij de richtinggevende keuzes die het Rijk in het NPE heeft vastgelegd voor de ontwikkeling van het toekomstig energiesysteem. Daarnaast ondersteunen de afspraken uit het Nationale Klimaat Akkoord de ontwikkeling van het energiesysteem, overeenkomstig deze richtinggevende keuzes. Op basis hiervan kunnen we het toekomstbeeld van het energiesysteem beschrijven aan de hand van de volgende kenmerken.
Energie wordt mede sturend voor de inrichting van Gelderland In Gelderland positioneren we energie als één van de sturende elementen voor de ruimtelijke ordening. Dit betekent dat energie, net als water en bodem, een belangrijke rol speelt in het maken van ruimtelijke keuzes en dat de ontwikkeling van het energiesysteem van de toekomst een plek krijgt in het omgevingsbeleid. Dit kan ertoe leiden dat ruimtelijke ontwikkelingen op een locatie niet mogelijk zijn of alleen onder voorwaarden. De beschikbaarheid van energie is immers niet altijd meer vanzelfsprekend, keuzes maken is noodzakelijk.
Elektriciteit wordt in de toekomst de dominante energiedrager. Het gebruik ervan zal in de komende jaren flink toenemen. Het opwekken van elektriciteit is in de toekomst voor het grootste deel weersafhankelijk. Om de energietransitie in goede banen te leiden, en de leveringszekerheid hoog te houden is flexibiliteit in het energiesysteem nodig. Grootschalige opslag van energie is onderdeel van het Gelders energiesysteem. Maar opslag neemt ook ruimte in. Daarom is flexibilisering van de vraagkant nodig. Zowel bij grote gebruikers zoals de industrie, als bij kleine gebruikers, zoals het MKB en particulieren. Aan de aanbodkant onderzoeken we in Gelderland de haalbaarheid van Small Modular Reactors.
Energiebesparing Energie die we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken, te betalen of te transporteren. Energiebesparing draagt daardoor direct bij aan de betaalbaarheid van het energiesysteem, vermindert de behoefte (en daarmee schaarste) aan duurzame energie in de transitie en beperkt de transportuitdagingen zoals netcongestie. Hierdoor zorgt energiebesparing ervoor dat de uitdaging van de energietransitie kleiner
7
Divers energieaanbod Verduurzaming van de vraagsectoren betekent dat fossiele energiedragers zoals aardgas en brandstoffen worden uitgefaseerd. Daarmee moet ongeveer 88% van het huidige energieverbruik worden vervangen door een andere drager. De provincie zet hierop stevig in en betrekt daarbij alle energiebronnen die in Gelderland beschikbaar zijn of komen. Dat betekent sturen op productie van duurzame elektriciteit, benutting van duurzame warmtebronnen en van restwarmte, productie van groen gas, en benutting van de waterstofpotentie.
Tabel 1: voorkeursinzet energiedragers in sectoren
Betrokkenheid van Gelderlanders bij de energietransitie
Elektriciteit, waterstof, warmte en groen gas hebben elk specifieke kwaliteiten en eigenschappen. Bovendien is de hoeveelheid duurzame energie en energie-infrastructuur de komende jaren schaars. Het is nodig om prioriteiten te stellen waar verschillende typen duurzame energiedragers ingezet worden. Vanuit het systeemperspectief geldt dat schaarse duurzame energie daar wordt ingezet waar er geen goede alternatieven zijn, en het maatschappelijk de meeste meerwaarde heeft. Daarom gaan we in Gelderland uit van een voorkeursinzet van verschillende energiedragers. Die voorkeursinzet staat in tabel 1. Dat betekent dat we voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving en de landbouw in eerste instantie kijken naar de mogelijkheden van collectieve warmtesystemen. Dat doen we ook voor de bedrijven en industrie die voor hun processen lage temperaturen nodig hebben. Voor industrie die hoge temperaturen nodig hebben kijken we in eerste instantie naar waterstof en voor de mobiliteit naar elektriciteit. Wanneer de eerste voorkeur niet beschikbaar is, dan komen andere energiedragers in aanmerking voor de verduurzaming.
Naast energiebedrijven, overheden en het bedrijfsleven is in het toekomstige energiesysteem ook een rol weggelegd voor inwoners. Steeds meer mensen dragen een steentje bij aan het besparen van energie door bijvoorbeeld het verduurzamen van hun woning of kopen van energiezuinigere apparaten. Ook aan de opwek van duurzame energie wordt flink bijgedragen door zonnepanelen op de daken van woningen. In 2023 had bijna 40% van alle huishoudens in Gelderland zonnepanelen geïnstalleerd. Het landelijk gemiddelde is bijna 35%, dus Gelderland ligt daar iets boven. Met het afschaffen van de salderingsregeling is het onzeker hoe zon op dak zich zal ontwikkelen. Daarnaast ontstaan er steeds meer coöperatieve projecten op het gebied van opwek en opslag van energie. Door het vergroten van het bewustzijn over de problematiek van het energiesysteem neemt het begrip en de bereidheid om zelf actie te ondernemen of te participeren toe. We stimuleren het betrekken van inwoners bij lokale initiatieven, zowel in het proces als op financieel vlak. We vinden het belangrijk dat inwoners zelf de invulling van financiële participatie mede kunnen vormgeven.
8
3
In de huidige situatie is de vraagpiek op het elektriciteitsnet rond de 2,2 GW.
Het Gelders energiesysteem
In dit hoofdstuk beschrijven we het huidige energiesysteem en mogelijke toekomstbeelden voor het Gelderse energiesysteem.
3.1
Huidig energiesysteem
Het huidige Gelderse energiesysteem is, net als in de rest van Nederland, vooral centraal ingericht. Veel van de energie die we gebruiken komt van fossiele brandstoffen die buiten Gelderland worden geproduceerd. Deze energie wordt getransporteerd via het nationale gasnetwerk of via hoogspanningslijnen naar de plekken waar het nodig is. De figuren 1 en 2 laten zien hoe het energieverbruik in Gelderland is opgebouwd en de verdeling daarvan over de sectoren. Energie wordt in Gelderland vooral gebruikt in de gebouwde omgeving en in de mobiliteit. De industrie heeft ten opzichte van het Nederlands gemiddelde een relatief lage energievraag in Gelderland, 20% tegenover 50% in heel Nederland. In de landbouw komt de grootste energievraag uit de glastuinbouw. In 2023 lag de energievraag in Gelderland rond de 165 PJ1. 88% van het Gelders energieverbruik bestond uit fossiele bronnen: aardgas, fossiele elektriciteit en fossiele brandstoffen. Richting 2050 zal dat aandeel vervangen moeten worden door duurzame energiebronnen. Rond de 20 PJ van de verbruikte energie wordt op dit moment hernieuwbaar opgewekt, deels binnen en deels buiten Gelderland. Het aandeel biobrandstoffen en collectieve warmte is nog laag in verhouding tot de andere energiedragers.
1
Figuur 1: toont de verdeling van de huidige energievraag in Gelderland over de sectoren
Bron klimaatmonitor: DASHBOARD - Energieverbruik - Gelderland
9
uitgewerkt: een scenario met meer elektriciteitsverbruik en een scenario met meer andere energiebronnen. Daarmee zijn de scenario’s: 1. Het koersvaste middenweg scenario voor Gelderland. Link: https://2025-01.energytransitionmodel.com/scenarios/827. 2. De ‘maximale elektrificatie’ variant: deze gaat uit van maximale elektrificatie van de gebouwde omgeving en de industrie. Dit geeft een hogere elektriciteitsvraag en grotere behoefte aan elektriciteitsinfrastructuur. Link: https://2025-01.energytransitionmodel.com/scenarios/830. 3. De ‘maximale alternatieven’ variant: deze gaat uit van maximale inzet op warmtenetten en een grotere rol voor waterstof en groen gas bij de verduurzaming van de industrie. Dit scenario geeft een lagere elektriciteitsvraag en een lagere behoefte aan elektriciteitsinfrastructuur. Link: https://2025-01.energytransitionmodel.com/scenarios/829. Figuur 2: toont de huidige verdeling van het energieverbruik in Gelderland per drager
3.2
Mogelijke toekomstbeelden energiesysteem 2050
De toekomst is onzeker: we weten op dit moment niet precies hoe het energiesysteem er in 2050 uit zal zien. Om toch mogelijke toekomstbeelden voor het energiesysteem in 2050 te kunnen schetsen hebben we scenario’s opgesteld. Deze zijn gebaseerd op de Integrale Infrastructuurverkenning 2030–2050 (II3050), en geven verschillende mogelijkheden voor een CO2-vrij energiesysteem in 2050. Uit de meest recente versie van deze scenario’s hebben we het Koersvaste Middenweg Scenario gebruikt en gespecificeerd voor Gelderland. Het Koersvaste Middenweg Scenario is het scenario waarop de netbeheerders in de toekomst hun netinvesteringen zullen gaan baseren. Naast dit Koersvaste Middenweg Scenario zijn specifiek voor Gelderland nog 2 scenario’s
Figuur 3: schematisch overzicht van de scenario's. Max alt heeft de laagste elektriciteitspiek, en max-e de hoogste.
10
De drie scenario’s zijn doorgerekend met het Energy Transition Model, een vrij toegankelijk model dat op basis van vooral openbare data verschillende scenario’s kan doorrekenen. De resultaten daarvan geven een goede inschatting van bandbreedtes in vraag naar elektriciteit, groen gas, waterstof en warmte.
3.3
Daling van het energieverbruik Ondanks dat het elektriciteitsverbruik sterk groeit, daalt in alle scenario’s het totale energieverbruik. Belangrijkste oorzaak daarvan is de uitfasering van fossiele brandstoffen zoals benzine, diesel en aardgas. Elektromotoren hebben een rendement van ongeveer 90% en zijn daarmee veel efficiënter dan verbrandingsmotoren (die een efficiëntie hebben van ongeveer 30%), omdat er nauwelijks warmte vrijkomt. In de gebouwde omgeving gebeurt ongeveer hetzelfde bij de overgang van aardgas naar elektriciteit: warmtepompen zijn efficiënter dan gasketels. Daarnaast dragen ook besparings- en isolatiemaatregelen bij aan de reductie van de totale vraag naar energie. Hierdoor daalt de totale energievraag, ondanks groei van bijvoorbeeld het aantal woningen en bedrijven.
Overeenkomsten en verschillen scenario’s
De scenario’s hebben onderling verschillen en overeenkomsten. De belangrijkste overeenkomsten tussen de scenario’s zijn: ➢ Sterke stijging elektriciteitsgebruik ➢ Daling van de totale energievraag ➢ Gebruik van warmte, groen gas en waterstof Dat deze uitkomsten in alle scenario’s terugkomen, geeft aan dat er een grote kans is dat ze ook werkelijkheid worden. Daarmee is het belangrijke input voor de resultaten en maatregelen in hoofdstuk 5.
Belangrijk hierbij is dat minder energieverbruik niet altijd automatisch beter is. Ook de benodigde infrastructuur en wijze van opwek is van belang. Gebruik van duurzame warmte in de gebouwde omgeving is energetisch minder efficiënt dan gebruik van elektriciteit, maar vraagt veel minder elektriciteitsopwek en elektriciteitsinfrastructuur dan bijvoorbeeld warmtepompen.
Sterke stijging elektriciteitsgebruik Elektriciteit is voor elke sector een belangrijke wijze van verduurzaming. Het personenvervoer wordt elektrisch, een deel van de gebouwde omgeving gaat elektrisch worden verwarmd en industrie en bedrijvigheid zal ook in ieder geval voor een deel elektriciteit gaan gebruiken voor bedrijfsprocessen. De elektriciteitsvraag stijgt van 42 PJ nu naar 94 – 120 PJ in 2050, Dit is grofweg een verdubbeling tot een verdriedubbeling van het huidige elektriciteitsverbruik. De RES-doelstelling voor 2030 telt op tot een opwek van 23,4 PJ, dit betekent dat er daarna nog 60,4 – 86,4 PJ aan duurzame aanvullende elektriciteit nodig is, opgewekt binnen of buiten Gelderland. Het is van belang dat de energiemix richting 2050 verder wordt geconcretiseerd zodat er duidelijkheid is voor inwoners en de benodigde opwek tijdig wordt gerealiseerd.
Gebruik van warmte, groen gas en waterstof In alle scenario’s zien we dat warmte, groen gas en waterstof worden gebruikt. De mate waarin verschilt. Warmte kan goed worden gebruikt voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, in de glastuinbouw en op bedrijventerreinen. Waterstof is vooral nuttig in de industrie voor hogetemperatuur proceswarmte en mogelijk ook voor lange afstanden in de logistieke sector. Groen gas is beperkt beschikbaar maar kan relatief makkelijk aardgas vervangen. In de toekomst kan dit gebruikt worden in de industrie op die locaties waar geen waterstof beschikbaar komt, of in de gebouwde omgeving voor bijvoorbeeld het verwarmen van historische
11
binnensteden waar geen warmte beschikbaar is en waar verwarmen via warmtepompen niet haalbaar is. Of als piekvoorziening voor het elektriciteitsnetwerk en/of warmtenetten.
Het verschil in elektriciteitsvraag tussen tussen ‘Max Alt’ en ‘Max E’ is 26 PJ. Inzet op warmtenetten en gebruik van waterstof verlaagt de elektriciteitsvraag dus significant.
Verschillen tussen de scenario’s Naast overeenkomsten zijn er ook verschillen tussen de scenario’s, waarvan de belangrijkste zijn: ➢ De energiemix: de verhouding tussen warmte, groen gas, waterstof en elektriciteit ➢ En hiermee samenhangend de benodigde opwek en infrastructuur. Deze verschillen omvatten ‘knoppen’ waar de provincie aan kan draaien: door beleidsmatige sturing kan de provincie (deels) richting geven aan de ontwikkeling van het energiesysteem. De provincie kan bijvoorbeeld sturen op de uiteindelijke energiemix binnen de provincie, en daarmee op de benodigde infrastructuur en productie van energie.
Verschillen in de energiemix
Figuur 4: overzicht van de energievraag per drager in de verschillende scenario's.
In de scenario’s verschilt de mate waarin binnen Gelderland warmte wordt gebruikt. In het maximale elektrificatie scenario wordt 7,8 PJ aan warmte gebruikt, in het Max Alt scenario wordt dat 32,48 PJ. Dat is tussen de 5% en 22% van het totale energieverbruik.
Impact op infrastructuur warmte, waterstof en groen gas Voor elk van deze energiedragers is infrastructuur nodig. Voor warmte in het Max Alt scenario betekent dat in veel van de steden en grotere kernen warmtenetten aangelegd moeten worden. In het Max Elektrificatie scenario is dit significant minder, maar dan is weer meer elektriciteitsinfrastructuur nodig. Voor groen gas kan de huidige infrastructuur gebruikt worden, maar voor waterstof zijn in het Max Alt scenario waarschijnlijk meer aftakkingen nodig van Waterstofnetwerk Nederland, en meer bijbehorende distributienetwerken.
Hetzelfde geldt voor waterstof. In het Max Elektrificatie scenario wordt 6,2 PJ aan waterstof gebruikt. In het Max Alt scenario 10,1. Dat is ongeveer tussen de 4 en 7 % van het totale energieverbruik. Aan groen gas wordt in het Max Elektrificatie scenario 8,5 PJ gebruik. In het Max Alt scenario gaat het om 12,4 PJ. Dat is tussen de 5% en 8% van het totale energieverbruik.
12
•
Impact op het elektriciteitsnetwerk De scenario’s verschillen ook qua impact op het elektriciteitsnetwerk. Netbeheerder Liander heeft een inschatting gemaakt van deze impact op basis van de resultaten van de scenarioberekeningen.2
Het verschil tussen ‘Max Alt’ en ‘Max-E’ scenario is ongeveer 5 stations 150kV. Dat komt overeen met een ruimtebeslag tussen 7 en 19 hectare.
Dit betekent dat in elk scenario flink geïnvesteerd moet worden in de elektriciteitsinfrastructuur, maar dat het inzetten op warmte, groen gas en waterstof de noodzakelijke uitbreidingen van het netwerk beperkt.
Figuur 5 laat de impact zien van ontwikkelingen in de verschillende scenario’s op het elektriciteitsnet. De vergelijking is hierin gemaakt met de totale capaciteit voor afname van het net in Gelderland in 2019. De belangrijkste conclusies hieruit zijn: 1. In alle scenario’s is een sterke stijging te zien van de behoefte aan elektriciteitsinfrastructuur. De piek stijgt van 2,2 GW naar minimaal rond de 4,8 GW. De reden daarvoor is dat in alle scenario’s het elektriciteitsverbruik flink stijgt. 2. Het verschil tussen ‘Max Alt’ en ‘Max E’ scenario is bijna 800 MW. Tevens liggen de hoogste pieken van de vraag en het aanbod veel hoger dan nu, waardoor de behoefte aan elektriciteits-infrastructuur ook toeneemt. Liander heeft voor haar elektriciteitsinfrastructuur bekeken wat deze stijging betekent voor de aantallen onderstations en het ruimtebeslag. Hier zijn dus nog niet de mogelijke extra stations van TenneT in meegenomen. •
Ten opzichte van 2019 zijn in Gelderland in het Koersvaste Midden scenario ongeveer 19 nieuwe stations nodig. De ruimte die hiervoor nodig is ligt tussen de 29 en 76 hectare.
Figuur 5: toont de gevraagde afnamecapaciteit op het elektriciteitsnet per scenario
2 Dit betreft een grove inschatting en geen gedetailleerde netberekeningen. Deze resultaten
berekeningen maakt Liander elke twee jaar, waarvan de resultaten worden opgenomen in het Investeringsplan.
vormen daarom ook geen basis voor netinvesteringen die Liander moet doen. Die
13
Impact kernenergie
Impact flexibiliteit
Een analyse is gedaan op de mogelijke impact van kernenergie op het energiesysteem in Gelderland. Er is berekend hoeveel elektriciteit en warmte kernenergie kan leveren, en welke meerwaarde dit kan hebben voor het Gelderse energiesysteem. In de analyse zijn we uitgegaan van een vermogen van grofweg 2x de kerncentrale in Borsele, namelijk 1 GW. Dit levert 23,5 PJ aan elektriciteit. Dit is ongeveer 22,5 % van de totale Gelderse elektriciteitsvraag in het Koersvaste Midden scenario.
Ook is geanalyseerd wat de impact kan zijn van flexibiliteit. Denk aan opslag van elektriciteit, warmte en het slim gebruiken van bijvoorbeeld laadinfrastructuur. Of op de juiste momenten elektriciteit gebruiken.. In deze analyse is gerekend met 1,5 GW aan grootschalige batterijopslag, wordt rond de 14% van het vermogen gebruikt voor bi-directioneel laden in auto’s, en hebben 20% van de huishoudens een batterij. Hiernaast wordt ook warmte en waterstof opgeslagen. Als we stevig inzetten op deze vormen van flexibiliteit, en opslag voor piekreductie wordt ingezet, dan kan dat leiden tot een daling van de vraagpiek met 13%. Bij nog meer inzet op flexibiliteit, bijvoorbeeld door minder elektriciteit te gebruiken in de pieken vanuit huishoudens, kan de vraagpiek verder dalen. De daling van 13% is ongeveer gelijk aan het verschil tussen het Max elektrificatie scenario en het Max Alt scenario. Dit betekent dat er minder extra stations en minder kabels nodig zijn wanneer flink wordt ingezet op flexibiliteit binnen het energiesysteem.
Figuur 6: mogelijk mix voor aanbod van elektriciteit met kernenergie. Dit gaat uit van 90% van alle daken potentiële daken volgelegd met zonnepanelen, 4300 hectare zon op land / water, 2 kerncentrales zoals Borsele, 360 windturbines van 5 MW en import
Een belangrijk aandachtspunt voor kernenergie is dat kerncentrales ook veel warmte produceren. Voor een goede businesscase is het belangrijk dat ook deze warmte wordt gebruikt en ook dat de centrale constant draait.
14
4
Strategische doelen
Het door PS vastgestelde Beleidskader Energiesysteem beschrijft vier strategische doelen voor het toekomstige energiesysteem. Deze strategische doelen vormen de onderlegger voor de tactische doelen en maatregelen die in hoofdstuk 5 worden toegelicht.
4.1
Klimaatdoelen halen
In het huidige energiesysteem in Gelderland is 88% van de gebruikte energie fossiel. Hiermee stoten we 10,2 Mton CO2 uit. We werken toe naar een verdere reductie van 2,8 Mton in 2030 en een volledige reductie in 2050. Hiervoor is het nodig dat we fossielvrije energie gebruiken. Alle scenario’s gaan dan ook uit van een CO2-vrij energiesysteem in 2050.
4.2
Leveringszekerheid waarborgen
Momenteel is de leveringszekerheid hoog in Nederland, onder andere doordat er voldoende infrastructuur is, en we veel regelbaar vermogen hebben. Energie kan worden geproduceerd wanneer er vraag is. Op de lange termijn is deze leveringszekerheid minder vanzelfsprekend door de toename van niet regelbare (weersafhankelijke) energiebronnen en de afname van regelbaar vermogen. De inzet van dit programma is om de leveringszekerheid te blijven waarborgen.
Figuur 7: de energiemix uit het max alt scenario.
Daarnaast is het creëren van flexibiliteit in het energiesysteem essentieel, zo kan in ieder geval 13% (en waarschijnlijk nog meer) van de elektriciteitspiek worden vermeden door meer flexibiliteit te creëren. Flexibiliteit kan onder andere worden bereikt door grootschalige energieopslag, slimme vraagrespons, betere systeemintegratie en decentralisatie.
Hiervoor is het nodig dat het aanbod van duurzame energie wordt verhoogd en vooral ook verbreed. Dat betekent dat we inzetten op een mix van duurzame energiedragers, zoals elektriciteit, waterstof en warmte, zoals in het Max Alt scenario. Zie figuur 7 als voorbeeld van een energiemix. Hiermee zijn we minder afhankelijk van elektriciteitsinfrastructuur en van weersafhankelijke bronnen zoals wind en zon.
4.3
Mogelijk maken van Gelderse woningbouwopgave en bedrijvigheid
In Gelderland is sprake van ernstige netcongestie. Sinds november 2022 kunnen grootverbruikers geen nieuwe of grotere aansluiting op het elektriciteitsnet krijgen. Ook woningbouw vertraagt, omdat nieuwe wijken en appartementen stroomafhankelijke voorzieningen nodig hebben. Netbeheerders werken aan uitbreiding van het net, maar
15
structurele verbetering wordt pas vanaf 2033, en als het tegenzit 2035, verwacht. Tot die tijd beperkt netcongestie de verduurzaming en uitbreiding van industrie, mobiliteit, woningbouw en bedrijventerreinen. Het is onzeker of het probleem in 2033 volledig is opgelost: ook daarna is voldoende netcapaciteit mogelijk niet altijd vanzelfsprekend. Gelderland staat voor de opgave om 100.000 woningen te realiseren in 2030 en nog eens 100.000 richting 2050, en heeft ambities voor uitbreiding van bedrijventerreinen. De provincie zet daarom via dit programma in op netuitbreiding, warmtenetten, netneutrale oplossingen in de gebouwde omgeving en collectieve oplossingen voor efficiënter gebruik van het elektriciteitsnet op bedrijventerreinen.
4.4
meervoudig ruimtegebruik mogelijk is bij de inpassing van het energiesysteem. Bovendien zorgt een slimme energiemix – met warmte, waterstof en groen gas – voor minder fysieke impact op de ruimte dan wanneer we uitsluitend inzetten op elektriciteit. Hiervoor is minder opwek van elektriciteit nodig en minder bovengrondse infrastructuur. Door keuzes beter op elkaar af te stemmen en duurzame bronnen strategisch in te passen, creëren we een energiesysteem dat zowel functioneel als ruimtelijk toekomstbestendig is. In de huidige situatie ontwikkelt het energiesysteem organisch mee met de maatschappelijke ontwikkelingen.
Zuinig omgaan met ruimte
Het elektriciteits- en gasnet was voldoende robuust om toename in de vraag op te vangen en vervolgens weer uit te breiden. Het tempo van de ontwikkelingen was laag. Het energiesysteem kon dat tempo volgen. Door ontwikkelingen in de woningbouw en elektrificatie is het idee dat het energiesysteem zich volledig aanpast aan ruimtelijke ontwikkelingen niet langer houdbaar. Daarvoor gaan de maatschappelijke ontwikkelingen te snel, zijn niet genoeg middelen beschikbaar, en is fysieke ruimte schaars. Netcongestie is hier een merkbaar voorbeeld van. In de gewenste situatie moet daarom in eerste instantie gekeken worden naar energiebesparing. Ook wordt energie mede-sturend voor de inrichting van Gelderland. Energievragers komen waar energie beschikbaar is. Verder wordt gezocht worden naar efficiënter gebruik van het energienetwerk, dubbel ruimtegebruik en verminderen van behoefte aan transport van energie (vraag en aanbod bij elkaar brengen). Daar waar dat echt niet mogelijk is, zal bekeken moeten worden of aanleg van nieuwe netwerken of uitbreiding van bestaande netwerken noodzakelijk is. Daarbij wordt rekening gehouden met een goede en efficiënte ruimtelijke en landschappelijke inpassing. Daarbij moet steeds bekeken worden of
16
5
Tactische doelen en resultaten
In dit hoofdstuk geven we een overzicht van de tactische doelen en de resultaten. We hebben 11 tactische doelen geformuleerd die we presenteren aan de hand van 3 onderwerpen waarop separate tactische doelstellingen zijn geformuleerd. Dat zijn de vraag naar energie, het aanbod van energie en infrastructuur & flexibiliteit. Elk van de 11 tactische doelen draagt in meer of mindere mate bij aan het behalen van de vier strategische doelen. Illustratie 1 geeft het inzicht aan welke strategische doelen de tactische doelen het meeste bijdragen.
Illustratie 1: belangrijkste relaties tussen strategische en tactische doelen
17
5.1
Energievraag
De vraagkant van het energiesysteem omvat de sectoren gebouwde omgeving, bedrijven & industrie, mobiliteit en landbouw. De vraag naar duurzame energie uit de sectoren gaat stijgen richting 2050. De elektriciteitsvraag neemt naar verwachting toe met 52 - 78 PJ , de vraag naar waterstof met 6 – 10 PJ, de vraag naar duurzame warmte met 8 - 32 PJ en de vraag naar groen gas met 8,5 - 13 PJ. Maatregelen binnen deze sectoren maken het mogelijk om de strategische doelen te behalen. Dit zit ten eerste in de besparing van energie. Wat we niet gebruiken hoeft ook niet te worden geproduceerd en getransporteerd, en draagt daardoor bij aan de betaalbaarheid van het energiesysteem en de ruimtelijke inpasbaarheid. Ten tweede is slimme verduurzaming van de vraagkant van belang. Daarmee wordt bedoeld dat het niet alleen belangrijk is om het energiegebruik van de sectoren te verduurzamen, maar ook te kijken naar welke energiedrager het best geschikt is voor die verduurzaming. Of door de vraag naar energie te flexibiliseren en beter aan te laten sluiten op het aanbod. Ten derde is netbewuste groei van de sectoren van belang. Uitbreiding van de woningvoorraad en economische groei leidt ertoe dat de vraag naar energie, en met name elektriciteit stijgt. Voor een efficiënt energiesysteem is bijvoorbeeld uitbreiding op de juiste plekken van belang.
Zo wordt voorkomen dat bijvoorbeeld nieuwe bedrijven zich vestigen waar geen ruimte meer is op het net, terwijl er elders nog wel ruimte is. Dit leidt tot extra investeringen in het elektriciteitsnet, suboptimaal gebruik daarvan en dus tot hogere kosten en een groter ruimtebeslag. Door de vraagontwikkeling ruimtelijk te sturen kunnen netbeheerders en provincie gezamenlijke suboptimaal gebruik van infrastructuur voorkomen. Tabel 2 geeft een overzicht van tactische doelen en resultaten waar Gelderland de komende 4-6 jaar aan gaat werken met betrekking tot de vraag naar energie. Daarna gaan we dieper in op de uitwerking van elk tactisch doel.
18
Energievraag Tactisch doel 1: Energiebesparing
Tactisch doel 2: Slimme verduurzaming
Tactisch doel 3: Netbewuste groei
Resultaat 1.1: Isolatie van woningen en utiliteitsgebouwen in de gebouwde omgeving
Resultaat 2.1: collectieve warmte- en koudeoplossingen in de gebouwde omgeving
Resultaat 3.1: Vestigingsbeleid voor nieuwe grote energieverbruikers en energie-intensieve clusters
Resultaat 1.2: Besparing energieverbruik door bedrijven en industrie en glastuinbouw
Resultaat 2.2: Centrale laadlocaties voor vrachtvervoer en divers aanbod voor vrachtvervoer en scheepvaart
Resultaat 3.2: Invoering Energietoets
Resultaat 2.3: Netbewust laden als standaard en netneutraal laden als doelstelling in laadconsessies
Resultaat 3.3: Richtlijnen/ regels voor netbewuste nieuwbouw woningbouw & bedrijventerreinen
Resultaat 2.4: Slimme lokale uitwisseling industrie en bedrijventerreinen
Resultaat 3.4: Bestaande dieselspoorlijnen verduurzaamd
Resultaat 2.5: Inzicht in de gevolgen (bedreigingen en kansen) als bedrijven /sectoren met een grote netcapaciteit verdwijnen
Resultaat 3.5: Inzicht in gevolgen als aantal inwoners in Gelderland richting 2100 sterk zou toenemen
Resultaat 2.6: Slimme lokale uitwisseling energie in de landbouw Tabel 2: overzicht van tactische doelen en resultaten voor de vraag naar energie
In de gebouwde omgeving wordt energiebesparing met name behaald door middel van isolatie van gebouwen. Door goed te isoleren wordt het ook mogelijk om meer lage-temperatuur warmtebronnen te gebruiken. Daarnaast wordt elektrisch verwarmen beter haalbaar naarmate gebouwen beter geïsoleerd zijn. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van energiebesparende maatregelen ligt met name bij gemeenten. De rol van de provincie is met name faciliterend en stimulerend van aard, bijvoorbeeld met ondersteuning aan de gemeentelijke energieloketten. Daarnaast werkt de provincie samen met het Gelders Energie Akkoord en hebben we een stimulerende rol om besparing in de gebouwde omgeving te realiseren.
Tactisch doel energievraag 1: afname energieverbruik in alle sectoren door middel van besparing Energiebesparing is een relatief doel. In hoofdstuk 3 is beschreven dat de totale vraag naar energie ten opzichte van nu zal afnemen, maar dat de vraag naar alle duurzame energiedragers zal toenemen door de vervanging van fossiele energie. Bij dit doel gaat het om de inzet op zuinig gebruik van energie. In het Gelders Energie Akkoord is afgesproken om een besparing te realiseren van 1,5% per jaar.
19
Bedrijven ondervinden hinder van netcongestie, maar kunnen tegelijkertijd wel bijdragen aan de oplossing. Daarom ondersteunt de provincie ook initiatieven die innovatie stimuleren, zoals Connectr en het Nationaal Expertisecentrum Netcongestie. Daarnaast ondersteunt de provincie ook de regionale energie expertise centra als het gaat om besparing bij bedrijventerreinen, industrie en glastuinbouw. In die centra is kennis gebundeld en kunnen bedrijven terecht voor informatie over de verplichtingen en de mogelijkheden waarop besparingen gerealiseerd kunnen worden. Ook zet de provincie in op de versterking van toezicht en handhaving door de milieudienst. Dat draagt bij aan de opvolging van besparingsverplichtingen op basis van regelgeving.
Resultaat
1.2: Besparing energieverbruik door bedrijven en industrie en glastuinbouw
-
-
Ondersteuning verduurzaming utiliteitsbouw
-
Inzet Regionaal Energie Expertise Centra Versterken en kennis vergroten over energiezaken bij Vergunningen, Toezicht en Handhaving Omgevingsdienst Sturen op netbewuste nieuwe werklocaties in RPW
Tactisch doel energievraag 2: Slimme verduurzaming van alle sectoren De hoeveelheid duurzame energie is schaars en de opschaling ervan kent onzekerheden. Daarbij komt dat de bestaande infrastructuur voor elektriciteit en warmte stevig uitgebreid moet worden. Mensen en materialen zijn beperkt beschikbaar waardoor de maakbaarheid ervan grenzen kent. Dat betekent dat we ‘slim’ om moeten gaan met de beschikbare duurzame energie: welke drager kan het beste worden ingezet voor de verduurzaming van de verschillende sectoren.
Maatregelen voor komende 4-6 jaar: - Ondersteunen professioneel energieloket in -
-
Tabel 3: Energiebesparing in alle sectoren
Tactisch doel 1: 1,5% afname energieverbruik per jaar in alle sectoren door middel van besparing woningen en verduurzaming van 40% van maatschappelijk vastgoed en 30% van utiliteitsbouw tot 2030.
Samenwerken met GEA rondom wijkaanpak en community of practice
-
In de tabel 3 hebben we de resultaten en de maatregelen opgenomen behorend bij ‘energiebesparing’.
Resultaat 1.1: Isolatie van 500.000
-
alle (51) Gelderse gemeenten. Ondersteunen inzet fixers en energiecoaches voor kwetsbare groepen, gekoppeld aan de lokale energieloketten. Regeling Toekomstbestendig Wonen: met de Gelderse gemeenten leningen verstrekken aan Gelderse huiseigenaren om hun woning te verduurzamen. Uitvoeren ontzorgingsprogramma verduurzaming maatschappelijk vastgoed Met Fonds Maatschappelijk Vastgoed leningen beschikbaar stellen om maatregelen ter verduurzaming maatschappelijk vastgoed uit te voeren.
Gebouwde omgeving Vanuit het energiesysteem gedacht ligt de voorkeur voor de gebouwde omgeving – waar mogelijk – bij collectieve warmtesystemen met duurzame warmtebronnen en restwarmte uit de industrie. De provincie zet hier op stevig in om te bereiken dat het gebruik van collectieve warmte stijgt van 9 PJ in de huidige situatie naar 32 PJ in 2050, volgens het Max Alt scenario. Die inzet is stimulerend en ondersteunend aan gemeenten, aangezien gemeenten verantwoordelijk zijn voor de warmteprogramma’s. We doen dat bijvoorbeeld door inzet van het Expertteam Warmte. Gemeenten kunnen hier gebruik van maken, onder andere voor hulp bij
20
het opstellen van businesscases voor warmte- en koude-oplossingen. Daarnaast voeren we een pMIEK-project uit naar collectieve warmteoplossingen. Dat is een maatschappelijke kostenbatenanalyse van de ontsluiting van regionale en lokale warmtebronnen. De ontwikkeling van warmtetransportleidingen en bovengemeentelijke warmtebuffers wordt in het onderzoek afgezet tegen de verzwaring van het elektriciteitsnet. Dit onderzoek is essentieel voor de keuzes die gemeenten hierover moeten maken in de warmteprogramma's.
Daarnaast is er ook asfaltproductie, voedingsindustrie, chemie, maakindustrie en afvalverwerking. Voor de verduurzaming van de industrie komen verschillende bronnen in aanmerking. Voor de lage temperatuurvraag zijn warmtenetten en elektrificatie goede en efficiënte manieren, terwijl hoge temperatuurvragen juist beter met duurzame gassen zoals waterstof of groen gas kunnen worden ingevuld. De hoge temperatuur is met name belangrijk voor de keramische industrie in de Groene Metropool Regio en in Rivierenland. De provincie zet in op het beschikbaar maken van waterstof. Voor de maatregelen verwijzen we naar tactische doelen 7 en 11.
Mobiliteit Voor de verduurzaming van de mobiliteit is elektrificatie de eerste en meest voor de hand liggende optie. Die ontwikkeling is de afgelopen jaren al ingezet en zal zich waarschijnlijk doorzetten richting 2050. De verwachting is dat internationaal transport naast elektrificatie wellicht ook deels overstapt op waterstof en/of bio-LNG of synthetische brandstoffen. Hetzelfde geldt voor de scheepvaart. De provincie stimuleert deze ontwikkelingen door te zorgen voor bijvoorbeeld laadinfrastructuur. Om onnodige druk op het elektriciteitsnet te voorkomen als gevolg hiervan is het ook van belang om deze slim te positioneren ten opzichte van de elektriciteitsinfrastructuur en/of lokale opwek.
Waar waterstof niet beschikbaar komt voor de industrie is men, naast een beperkte hoeveelheid groen gas, voor de verduurzaming in belangrijke mate aangewezen op elektrificatie. Dat leidt tot extra druk op het elektriciteitsnetwerk, en mogelijk tot een langere duur van netcongestie. Om die druk te beperken heeft de provincie een breed scala aan stimuleringsmaatregelen voor het ontwikkelen van slimme uitwisseling tussen bedrijven en energyhubs. Zowel op bedrijventerreinen als regionale hubs, waarbij uitwisseling van energie tussen de decentrale industrie en de omgeving verkend wordt.
Om onnodige druk op het elektriciteitsnet verder te voorkomen zet de provincie in op ‘netbewust laden’. Dat doen we door netbewust laden op te nemen in de laadconcessie voor personenvervoer, en door afspraken met Liander te maken over het sturen op laadsnelheden. Netbewust laden betekent ook dat batterijsystemen die ingezet worden voor laden van logistiek netneutraal worden ingezet.
Landbouw
Industrie en bedrijventerreinen
Binnen de landbouw heeft de glastuinbouw de grootste impact op het energiesysteem, door de hoge energiebehoefte voor verwarming en verlichting. We zetten in op collectieve warmtesystemen voor de glastuinbouw waar mogelijk, en anders op elektrificatie. Gebruik van groen gas is ook mogelijk wanneer deze beschikbaar is.
De industrie in Gelderland omvat een breed scala aan bedrijven, waaronder een groot aandeel keramische industrie en papierindustrie.
In de tabel 4 hebben we de resultaten en de maatregelen opgenomen behorend bij ‘slimme verduurzaming van alle sectoren’.
21
Resultaat 2.4: slimme lokale
Tactisch doel 2: slimme verduurzaming van alle sectoren Resultaat
2.1: collectieve warmte- en koudeoplossingen in de gebouwde omgeving
Maatregelen voor komende 4-6 jaar: -
-
-
Resultaat
2.2: Centrale laadlocaties voor vrachtvervoer langs rijkswegen en regionale wegen en aanbod verschillende energiedragers (op Clean Energy Hubs) voor vrachtvervoer en eventueel scheepvaart
uitwisseling industrie bedrijventerreinen
-
-
-
Resultaat 2.3 Netbewust laden
-
als standaard en netneutraal laden als doelstelling in laadconsessies
-
Ondersteunen Gelderse Gemeenten met Gelders Expertteam Warmte Stimuleren warmteoplossing kleine kernen met kennis uit onderzoeksopdrachten en bestaande casussen. Uitvoeren pMIEK project: Onderzoek realisatie warmtenetten en andere collectieve warmteoplossingen in Gelderland Organiseren kennisbijeenkomsten om kennisopbouw voorloperwijken te faciliteren
-
-
Opstelling perspectief op slimme regionale uitwisseling (cluster 6 bedrijven icm gebouwde omgeving) Opdrachtgever MKB tafel en industrietafel Gelders Energie Akkoord Ondersteuning en subsidies voor bedrijven mbt verplicht congestiemanagement Eerste hulp bij netcongestie: doorontwikkellen Handreiking voor MKB Uitvoeren Programma Werklocaties
-
Verkennend onderzoek lange termijn impact
-
Stimuleren van energyhubs, vraagsturing, lokale opwek biogas / groen gas, en overige flexibiliteitsoplossingen om netimpact te verkleinen bij verduurzaming landbouw
en -
Resultaat 2.5: Inzicht in de mogelijke gevolgen (kansen en bedreigingen) als bedrijven/sectoren met een grote netcapaciteit verdwijnen
Aanwijzen lokale en regionale laadpunten in afstemming met landelijke projecten Verzorgingsplaats van de Toekomst en Stopcontact op Land Subsidies en advisering voor laadinfrastructuur voor de bouwsector/Zero Emissie Bouw, Schoon en Emissieloos bouwen Regels en prioriteiten opstellen voor verdichten van het laadnetwerk conform AFIR regelgeving Uitvoeren project NAL-regio Oost
Resultaat 2.6: Slimme lokale uitwisseling energie in landbouw
Tabel 4: slimme verduurzaming van alle sectoren
Tactisch doel energievraag 3: netbewuste groei van alle sectoren Gelderland heeft de opgave om tot 2050 200.000 woningen of meer te realiseren. Wanneer al deze woningen elektrisch worden verwarmd, kan dat leiden tot een stijging van de elektriciteitsvraag van 9 PJ. Dat staat gelijk aan 2,5 TWh. Daar zijn ongeveer 160 windturbines met een vermogen van 5 MW voor nodig, of een kerncentrale van ongeveer 320 MW. Ter vergelijking: het vermogen van de kerncentrale in Borssele is 485 MW. Tevens is voor de economische groei de uitbreiding en van bedrijventerreinen van belang. Al deze ontwikkelingen vragen energie, en met name elektriciteit. Hierdoor wordt de druk op het elektriciteitsnet hoger, met het risico dat netcongestie ook ruim na 2033 nog aanwezig is.
Netbewust laden en andere innovaties opnemen in de provinciale laadconcessie personenvervoer Project netbewust laden personenvervoer: sturen op spitsmijden Adviesteam voor elektrificatie logistiek. Relatie smart energy hubs en netcapaciteit.
22
Netbewuste groei van bedrijven en industrie vertaalt zich onder andere in concentratie van vestigingslocaties samen met geconcentreerde uitbreiding van de energie-infrastructuur. Om dat te bereiken willen we in de Actualisatie van de Omgevingsvisie energie intensieve clusters aanwijzen waar groei van energiegebruik gefaciliteerd wordt door prioritaire realisatie van uitbreiding van energie-infrastructuur. We willen daarmee voorkomen dat deze investeringen ongepland verspreid over heel Gelderland moeten plaatsvinden. Door uitvoering van het desbetreffende pMIEK-project onderzoeken we welke gebieden in Gelderland geschikt zijn voor het clusteren van extra vraag of aanbod. Door extra uitbreidingen van hoogspanningsnet na 2033 (dus bovenop bekende plannen) af te stemmen met deze clusters, zorgen we er samen met TenneT en Liander voor dat die uitbreidingen sneller tot stand komen en minder ruimte vragen dan zonder de focus op energieclusters.
Bedrijven met een negatieve netimpact kunnen zich vestigen in de energieclusters. Deze bedrijven kunnen zich ook buiten de clusters vestigen, maar alleen als zij zelf in hun energiebehoefte voorzien. Om deze maatregelen vast te leggen actualiseren we de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Daarmee scheppen we het instrumentarium dat nodig is om de vraag naar en aanbod van elektriciteit ruimtelijk te sturen en suboptimaal gebruik van infrastructuur te voorkomen. Netbewuste groei van de gebouwde omgeving vertaalt zicht met name in netbewuste of netneutrale nieuwbouw van woningen en kantoren. We stimuleren dat door kennis te delen en subsidies te verlenen, en we normeren dat door normen hiervoor op te nemen in de Omgevingsverordening. Hiermee willen we bereiken dat alle nieuwbouwwoningen zo snel mogelijk netbewust worden opgeleverd. Tevens zorgen we ervoor dat alle kennis hierover die voor nieuwbouw wordt ontwikkeld, ook wordt gekoppeld aan bestaande bouw.
Tegelijkertijd willen we voorkomen dat groei daarbuiten leidt tot nieuwe beperkingen in de toegang tot energie. De provincie wil tegengaan dat congestie op het elektriciteitsnet onnodig verder toeneemt door vestiging van nieuwe energie-intensieve bedrijven buiten de energieclusters. Om dit te bereiken stelt de provincie richtlijnen op voor netbewuste bedrijventerreinen, en onderzoekt de provincie in een pMIEK project op wat voor manier vestigingsbeleid voor nieuwe grote afnemers van energie kan worden gemaakt. Onderdeel hiervan is een energietoets. Voordat vergunningen worden verleend of bestemmingsplannen worden gemaakt voor nieuwe grote energieverbruikers of -opwekkers vindt er een toetsing plaats om de impact op het elektriciteitsnetwerk te beoordelen. De netbeheerder adviseert hierbij aan het bevoegd gezag. De toetsing gaat niet alleen in op de vraag of er voldoende ruimte is op in het netwerk voor dit initiatief, maar ook over hoeveel ruimte op het er ná het initiatief nog over is, en of dit initiatief mogelijk ten koste gaat van andere ontwikkelingen die ook zijn voorzien in het desbetreffende gebied.
In de tabel 5 hebben we de resultaten en de maatregelen opgenomen behorend bij ‘netbewuste groei van alle sectoren’. Tactisch doel 3: Netbewuste groei van alle sectoren Resultaat 3.1: Vestigingsbeleid
Maatregelen voor komende 4-6 jaar:
voor nieuwe grote energieverbruikers, en aangewezen energie-intensieve clusters
-
-
-
Resultaat 3.2: Energietoets voor grote gebruikers en producenten van elektriciteit ingevoerd
23
-
Uitvoeren pMIEK-project: Energie intensieve clusters en decentrale oplossingen Vestigingsbeleid opstellen voor grote energieverbruikers, o.a. gericht op beperken netimpact, en vestiging in energie- intensieve clusters Actualisatie Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Invoeren energietoets voor grote afnemers van elektriciteit: o.a. bedrijven, snellaadstations mobiliteit,
in het KM scenario) volledig kan worden voldaan door productie ervan in Gelderland (rond de 80 Petajoule in het KM scenario). Gelderland zal dus ook in de toekomst afhankelijk blijven van energie die buiten Gelderland wordt geproduceerd. Om die afhankelijkheid te beperken, en daarmee ook de druk op het hoogspanningsnet, zet Gelderland in op het verhogen van het aanbod van duurzame energie binnen de provincie. Daarin wordt nadrukkelijk kernenergie, gebruik van warmtebronnen en zon op dak meegenomen. Andere bronnen worden op voorhand niet uitgesloten. Tabel 6 geeft het overzicht van tactische doelen en resultaten die gericht zijn op het verhogen van het aanbod van duurzame energie. Daarna worden de verschillende tactische doelen nader uitgewerkt.
elektriciteitsproductie en nieuwe locaties glastuinbouw
Resultaat 3.3: Richtlijnen / regels
-
voor netbewuste nieuwbouw bedrijventerreinen in 2027.