CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie e250055127

Gemeenteraad 12 november 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken raad 12 november 202513.247 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.2. Het in 2050 CO2-neutraal zijn en het daartoe versnellen van de energietransitie en verduurzaming bij bedrijven

4.2.1. Actief benutten van milieuvergunningen en maatwerkbesluiten om energiebesparings- en verduurzamingsmaatregelen bij bedrijven te borgen; 4.2.2. Stimuleren van duurzame innovaties via vergunningverlening en advisering; 4.2.3. Toezichtprojecten gericht op energiebesparing en circulaire bedrijfsvoering; uitvoeren van energiecontroles en handhaving op naleving van de energiebesparingsplicht; 4.2.4. Toezicht op de rapportageverplichting in verband met werkgebonden personenmobiliteit.

4.3. Bijdragen aan een circulaire economie (landelijke doelstelling 100% circulair in 2050) en een reductie van afvalstromen

4.3.1. Stimuleren van circulaire bedrijfsvoering door toezicht op afvalbeheer, sluiten van kringlopen en advisering over circulaire principes in vergunningverlening; 4.3.2. In vergunningen ruimte bieden voor innovatieve oplossingen; 4.3.3. Adviseren gemeenten waar het gaat om het toepassen van secundaire grondstoffen bij (ver)bouw en renovatie; 4.3.4. Toezicht op het scheiden van bouwafval; 4.3.5. Het samen met de gemeenten en provincie regionaal voorsorteren op en implementeren van het Circulair Materialen Plan (CMP).

4.4. Ondersteunen van de uitvoering van het Klimaatakkoord en het Regionale programma energievoorziening.

4.4.1. Actieve deelname aan regionale overleggen; adviseren en bijdragen aan uitvoering van het programma, inclusief deelname aan duurzame energieprojecten en integratie van klimaat- en energiedoelen in omgevingsvisies.

6.5 Bijdragen aan de realisatie van de bredere opgaven De gemeenten in de regio staan voor samenhangende opgaven op het gebied van woningbouw, energietransitie, landbouw, natuur en leefomgeving. Deze opgaven overstijgen vaak gemeentegrenzen en vragen om een integrale benadering. Gemeenten werken hierbij samen in verschillende regionale en thematische verbanden, zoals de Regio Noord-Veluwe, de G40 (Apeldoorn), Stedendriehoek, Foodvalley en binnen de gebiedsgerichte stikstofaanpak van de provincie Gelderland. Ook programma’s zoals de Regio Deal Veluwe en de uitvoering van de Regionale Energie Strategie (RES) vragen om afstemming tussen beleidsvelden en bestuurslagen. De inzet van Omgevingsdienst Veluwe op omgevingskwaliteit – via vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering – draagt bij aan het realiseren van deze opgaven en sluit daarbij waar nodig aan bij de bredere samenwerking.

21

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

Woningbouw: Gezonde groei in een veilige leefomgeving De woningbouwopgave in gemeenten als Apeldoorn, Harderwijk en Putten, maar ook in de kleinere landelijke gemeenten is aanzienlijk. Projecten zoals bijvoorbeeld de woningbouwontwikkelingen in Apeldoorn-Zuid, Harderweide en Waterfront in Harderwijk en De Bosrande in Putten dragen bij aan het opvangen van de woningvraag én de verduurzamingsdoelstellingen en het natuurinclusief bouwen. Tegelijkertijd vereist bouwen in het algemeen in de nabijheid van wegen, spoorlijnen of bedrijven extra aandacht voor luchtkwaliteit, geluid en omgevingsveiligheid. En staat de realisatie van de woningbouw onder druk door de stikstofproblematiek. In de regio liggen verschillende woningbouwopgaven in gebieden met een industriële of bedrijfsmatige historie, zoals bij transformatielocaties in Apeldoorn (Spoor- en Kanaalzone), Harderwijk-Waterfront, Hattem (’t Veen) of Putten. Op dit soort locaties spelen vaak meerdere omgevingsaspecten tegelijk: bodemverontreiniging met ZZS zoals Pfas en lood, blootstelling aan geur, fijnstof en geluidsbelasting of risico’s door de nabijheid van de opslag of het gebruik van gevaarlijke stoffen (aandachtsgebieden). Een zorgvuldige afweging van deze cumulatieve milieubelasting is essentieel voor het realiseren van een gezonde en veilige woonomgeving.

Op dit punt is het daarom ook zeer belangrijk dat er in omgevingsplannen voldoende aandacht is voor milieurisico’s en dat er een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) plaatsvindt. Op veel locaties is woningbouw alleen mogelijk als stikstofeffecten zorgvuldig worden beoordeeld en beperkt, bijvoorbeeld via salderen of natuurcompensatie. Dit vraagt om nauwe samenwerking tussen de gemeenten, de provincie, de omgevingsdienst en de initiatiefnemers. Omgevingsdienst Veluwe draagt bij aan de omgevingskwaliteit van (her)ontwikkelingslocaties voor woningbouw door te toetsen op aspecten als luchtkwaliteit, geluidbelasting, bodemveiligheid en risicobronnen in de omgeving. Daarnaast adviseren we over klimaat-adaptieve en natuur-inclusieve inrichting. Bijvoorbeeld over de aanleg van groen om hittestress tegen te gaan, het integreren van verblijfsplaatsen voor beschermde soorten, soortenmanagementplannen en natuurvriendelijk isoleren. De omgevingsdienst controleert actief op het naleven van milieueisen, bijvoorbeeld rond fijnstofreductie en bodembescherming. Daarnaast adviseert de omgevingsdienst desgevraagd gemeenten over een natuur-inclusieve werkwijze voor het beleid en beheer van de buitenruimte. De omgevingsdienst heeft naast een adviserende rol ook een taak in het toezicht op daadwerkelijk realiseren van kwaliteitseisen.

Transitie landbouw: Naar een duurzame en toekomstbestendige sector In de hele regio, van Putten tot Oldebroek en Hattem tot Brummen, bevinden zich veel agrarische bedrijven. Deze sector staat voor de uitdaging om stikstofemissies te reduceren, natuurinclusief te werken en in te spelen op veranderende marktvraag. De stikstofopgave dwingt tot herinrichting van het buitengebied waarbij agrarische bedrijvigheid, natuurontwikkeling en andere functies beter in balans worden gebracht. De landbouwtransitie krijgt vorm via onder meer de Gebiedsgerichte Aanpak Stikstof (extensivering, vervlechten natuur en landbouw) en verduurzaming. Omgevingsdienst Veluwe ondersteunt deze omschakeling door vergunningaanvragen zorgvuldig te toetsen op effecten voor milieu, natuur en gezondheid. Voor de gezondheidskundige beoordeling van een agrarische bedrijfsaanpassing wordt daarbij de expertise van de GGD ingeschakeld. Door toezicht wordt de werking van maatregelen zoals luchtwassers en de opslag van meststoffen gecontroleerd. Waar nodig treedt de omgevingsdienst handhavend op. Bij bedrijven die niet meer operationeel zijn worden, na het verstrijken van de wettelijke termijn, de vergunning ingetrokken. Voor het intrekken van de stikstofrechten zoekt de omgevingsdienst samenwerking met de provincie als bevoegd gezag.

Daarnaast adviseert de omgevingsdienst agrarische ondernemers over mogelijkheden om hun bedrijfsvoering duurzamer en natuur-inclusiever vorm te geven.

22

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

Ontwikkeling recreatie en toerisme: Versterken van balans tussen beleving en bescherming De Veluwe en de Randmeren zijn dé recreatieve hot-spot van Nederland, en gemeenten als Nunspeet, Harderwijk, Ermelo en Elburg trekken jaarlijks vele bezoekers. Initiatieven zoals nieuwe vakantieparken, uitbreiding van bestaande campings en de aanleg van extra recreatieve routes vergroten de toegankelijkheid en de economische betekenis van toerisme. Tegelijkertijd ontstaan er spanningen rondom natuurbehoud, afvalproblematiek en verkeersdruk. Omgevingsdienst Veluwe adviseert gemeenten over nieuwe recreatie-ontwikkelingen en is daarbij kritisch op de effecten op natuur, milieu en gezondheid. Bij het toezicht op recreatiezonering wordt gelet op het overtreden van toegankelijkheid, geluidshinder, afvalstromen en de bescherming van natuurwaarden. Waar nodig wordt handhavend opgetreden. Denk hierbij aan illegale recreatie, zoals crossen, in kwetsbare natuurgebieden als het Hulshorsterzand tussen Harderwijk en Nunspeet en de bossen rond Nunspeet en Ermelo. Daarnaast adviseert en toetst Omgevingsdienst Veluwe bij evenementen over een natuur-inclusieve werkwijze. Vitaal ondernemersklimaat: Duurzaam ondernemen stimuleren Bedrijven staan voor de uitdaging om te verduurzamen in het kader van de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie. Dat vraag om flinke investeringen.

Omgevingsdienst Veluwe ondersteunt een vitaal maar vooral ook duurzaam ondernemersklimaat door snelle en zorgvuldige vergunningverlening en actief toezicht op milieu- en energieregelgeving. Bedrijven worden begeleid bij het treffen van energiebesparende maatregelen en het veilig omgaan met gevaarlijke stoffen. Er is aandacht voor innovatieve ontwikkelingen, zoals opslag van waterstof of batterijtechnologie, zowel vanuit een oogpunt van verduurzaming als vanuit een oogpunt van veiligheid. In samenwerking met gemeenten adviseert de omgevingsdienst over de duurzame herstructurering en vergroening van bedrijventerreinen en helpen we ondernemers milieugevolgen te minimaliseren. Daarbij gaat het ook om de balans tussen economie, verduurzaming en voldoen aan de eisen wat betreft veiligheid, gezondheid en natuur. Naast het stimuleren van verduurzaming draagt de omgevingsdienst ook bij aan een gelijk speelveld voor ondernemers: door toezicht te houden en te handhaven daar waar bedrijven milieuregels overtreden. Aanpak milieucriminaliteit en ondermijning Milieucriminaliteit omvat illegale activiteiten die schadelijk zijn voor het milieu, zoals het illegaal dumpen van afval, het lozen van gevaarlijke stoffen, en het moedwillig overtreden van milieuwetten en -regels.

Deze activiteiten kunnen ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid, de kwaliteit van de leefomgeving en de biodiversiteit. Denk aan bodemverontreiniging, het lozen of uitstoten van schadelijke stoffen, het op schadelijke wijze verwerken van afval (niet alleen in de regio maar ook buiten de landsgrenzen) verontreinigde grond of fraude met mestverwerking. Het bestrijden van milieucriminaliteit is essentieel om een schone, veilige en duurzame leefomgeving te waarborgen. Omgevingsdienst Veluwe draagt door samenwerking met gemeenten, politie, de ILT, het RIEC en het OM bij aan de aanpak van (milieu)criminaliteit. De omgevingsdienst doet dat door bij het toezicht ook prioriteit te leggen bij branches met een verhoogd risico op ondermijning, door bestuurlijk en strafrechtelijk op te treden, door signalen die mogelijk wijzen op ondermijning te delen (‘oor- en oogfunctie’)5 en door samen met de handhavingspartners en gemeenten integrale controles en projecten uit te voeren op bedrijfsterreinen en in het buitengebied. Bij het laatste zijn vanuit de omgevingsdienst de groene boa’s betrokken.

5

Dergelijke signalen worden elk kwartaal ook ingebracht tijdens het Strafrechtelijk overleg tussen de Gelderse- en Overijsselse Omgevingsdiensten, politie en OM.

23

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

7 Uitvoering De uitvoering gebeurt op basis van de volgende (wettelijke) taken en bevoegdheden: Preventie Adviseren Reguleren Toezichthouden Handhaven Gedogen Voor de uitvoering worden in het uitvoeringsprogramma KPI’s opgesteld om de realisatie van de uitvoeringsstrategie te kunnen monitoren en waar nodig bij te sturen. In de kern is de strategie die Omgevingsdienst Veluwe volgt bij de inzet van VTH als volgt:

7.1 Preventie Het streven is hoge spontane naleving van voorschriften en het zo min mogelijk corrigerend te hoeven optreden door de omgevingsdienst. Daarom wordt veel aandacht besteed aan preventie. Preventie gebeurt door: Voorlichting gericht op bekendheid met de regels (procedures, normen, consequenties van niet naleven), het vergroten van het risicobewustzijn (milieurisico’s, brandveiligheid, ondermijning) en gedragsbeïnvloeding; Het bevorderen van participatie, dat wil zeggen dat een initiatiefnemer ook de omgeving betrekt bij voorgenomen activiteiten; Het goed organiseren van de ‘oor en oog’ functie, ook van en voor de brandweer en gemeenten. Dat kan door breed te kijken of periodiek een ‘schouw’ te houden, bijvoorbeeld op bedrijfsterreinen; vroegsignalering is belangrijk om te voorkomen dat schade kan ontstaan of er handhavend moet worden opgetreden; Samenwerking zoeken, bijvoorbeeld op bedrijfsterreinen waar het gaat om de omgevingsveiligheid of de aanpak van ondermijning. Voorlichting gebeurt met algemene informatie via de website, folders of voorlichtingsavonden. Maar ook door open te staan voor vragen, het geven van voorlichting aan een initiatiefnemer of het benaderen van specifieke doelgroepen als milieu-adviesbureaus, brancheorganisaties of bedrijfsverenigingen.

In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt vastgelegd hoe in dat jaar concreet wordt ingezet op preventie en wat daarmee moet worden bereikt.

7.2 Advies De omgevingsdienst heeft een belangrijke interne en externe adviestaak. De interne adviestaak is gericht op advisering bij vergunningverlening en toezicht. Specifiek waar het gaat om specialistische kennis op het gebied van geluid, omgevingsveiligheid, ecologie, bodem, energie en duurzaamheid. De belangrijkste externe adviestaak is richting gemeenten. Dat wil zeggen bij: Het opstellen van omgevingsvisies en het actualiseren van omgevingsplannen (advisering waar het gaat om milieuwaarden); Planadvies bij concrete ruimtelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld waar het gaat om toetsing aan gezondheid, bodem, geluid, natuur en luchtkwaliteit; waar het gaat om gezondheid in de planvorming wordt ook de GGD betrokken; Beleids- en gebiedsontwikkeling, bijvoorbeeld waar het gaat om verduurzaming, klimaatadaptie of natuurinclusief bouwen.

24

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

De omgevingdienst is geen directe adviseur van bedrijven. Vooral om belangenverstrengeling te voorkomen. Dit neemt niet weg dat bij de vergunningverlening of het toezicht aan een bedrijf wel voorlichting wordt gegeven, suggesties worden gedaan of wordt doorverwezen. Bij de advisering door de omgevingsdienst zijn de volgende uitgangspunten leidend: Is afgestemd op de (bredere) beleidsopgaven van de gemeenten en provincie; Inbreng is tijdig en proactief in de plan- en beleidsprocessen van de gemeenten en provincie; Vanuit een dienstverlenende opstelling en in samenspel met de gemeenten en provincie; Onafhankelijk en deskundig; Adviezen zijn helder, uitvoerbaar en handhaafbaar; Integraal en laten de bredere samenhang zien; Gebaseerd op gevalideerde kennis en informatie en gemotiveerd.

7.3 Reguleren Aan milieubelastende activiteiten worden eisen gesteld. Via algemene regels of in de omgevingsvergunning. Omgevingsdienst Veluwe heeft de volgende taken als het gaat om regulering: Het verlenen, weigeren, wijzigen of (gedeeltelijk) intrekken van een vergunning; Het (ambtshalve) actualiseren van vergunningen; Het behandelen van meldingen en informatieplichten (b.v. met betrekking tot ZZS-emissies); Het verlenen van ontheffingen; Het besluiten over maatwerkvoorschriften en/of gelijkwaardigheid; Het toetsen van de m.e.r.-(beoordelings)plicht. Vergunningverlening levert een bijdrage aan het verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en het naleven van de regels die van toepassing zijn. Voor het bepalen van de acceptabele kwaliteit moeten de verschillende belangen tussen de voorgenomen activiteiten en de gevolgen voor de fysieke leefomgeving zorgvuldig zijn afgewogen. De belangrijkste toetsingskaders voor milieu zijn het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de provinciale omgevingsverordening Gelderland, de waterschapsverordening Vallei en Veluwe en de omgevingsplannen van de gemeenten. Vergunningen en besluiten over initiatieven moeten kwalitatief op orde zijn. Dat houdt enerzijds in dat ze voldoende ruimte bieden aan een te nemen initiatief en de omgevingskwaliteit borgen.

Anderzijds moet een vergunning de initiatiefnemer de handvatten bieden om de gestelde regels na te leven en moet de vergunning handhaafbaar zijn. Het beoordelen van en besluiten over een aanvraag voor een omgevingsvergunning, gebeurt: -

In overeenstemming met de (landelijke, provinciale en lokale) wet- en regelgeving; Risicogestuurd; In de geest van de Omgevingswet (“ja, mits” i.p.v. “nee, tenzij”); Vanuit een dienstverlenende opstelling: klantgericht en zakelijk; Integraal; Op transparante wijze en juridisch correct.

Voor de vergunning zelf geldt dat die: Uitgaat van het volgen van de best beschikbare technieken (BBT) en een algemene zorgplicht van de ondernemer; Is geschreven in duidelijke en begrijpelijke juridische correcte taal; Doelmatig en specifiek is (geen overbodige voorschriften); Handhaafbaar en uitvoerbaar is.

25

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

De omgevingsdienst biedt altijd de mogelijkheid aan tot vooroverleg; daarin wijst de omgevingsdienst ook op het belang van het betrekken van de omgeving met het oog op de participatieplicht die een initiatiefnemer heeft. Het vooroverleg is nuttig om te bepalen of de voorgenomen milieubelastende activiteit binnen de geldende regelgeving past en om voorlichting te geven inhoud en procedure rond de aanvraag. Het kan ook helpen om de communicatie te vergemakkelijken en om tijd en kosten te besparen bij de formele aanvraag. Het algemene uitgangspunt is dat de initiatiefnemer een eigen verantwoordelijkheid heeft in het aanleveren van een volledige en integrale (ontvankelijke) aanvraag. In het kader van de preventiestrategie zal de omgevingsdienst daarom zorgen dat regels voldoende duidelijk zijn. Financiële zekerheidstelling Als een bedrijf failliet gaat en er op het terrein bijvoorbeeld nog afvalstoffen aanwezig zijn met een negatieve restwaarde, is de kans groot dat de overheid opdraait voor de verwerkingskosten daarvan. Om die reden is met het in werking treden van de Omgevingswet het instrument Financiële zekerheidsstelling geïntroduceerd. Voor risicovolle bedrijven is zo’n zekerheidsstelling wettelijk verplicht. Bij afvalbedrijven geldt dat het bevoegd gezag zo’n verplichting kan opleggen.

Omgevingsdienst Veluwe zal in overleg met de gemeenten bepalen bij welke bedrijven zo’n zekerheid zal worden gevraagd.

Bij de beoordeling van vergunningaanvragen hanteert de omgevingsdienst een toetsprotocol. Daarbij wordt de diepgang van de toetsing bepaald door de potentiële milieurisico’s. Daarbij worden ook de locatie van de activiteit en eerder vertoond naleefgedrag meegenomen. Bij milieubelastende activiteiten met een laag risico vindt alleen toetsing van uitgangspunten van de aanvraag plaats. Bij activiteiten met een hoog risico wordt integraal getoetst. Bibob In voorkomende gevallen kan de omgevingsdienst een gemeente adviseren om een Bibob-toets uit te (laten) voeren. Dat wil zeggen vooral bij milieubelastende activiteiten die gevoelig zijn voor ondermijning (zoals afvalverwerking en grondverzet) en/of als er signalen zijn dat de vergunning mogelijk gebruikt wordt om criminele of illegale activiteiten mogelijk te maken. Harmonisatie van het Bibob-beleid van de gemeenten is hier een aandachtspunt.

7.4 Toezicht houden Toezicht is belangrijk om zicht te houden op de naleving van wet- en regelgeving en om waar nodig (handhavend) op te treden. Het draagt bij aan het kunnen beoordelen van de effectiviteit van de uitvoering, kan de basis zijn voor een heroverweging van prioriteiten en geeft bij beleidsontwikkeling zicht op ontwikkelingen op bijvoorbeeld bedrijfsterreinen of in het buitengebied. Toezicht heeft daarnaast een belangrijke oor- en oogfunctie voor partners als politie (ondermijning), NVWA (dierenwelzijn), NLA of ILT (afvalstoffen) en voor gemeenten (bouw, RO of natuur). Goed naleefgedrag wordt beloond door betrouwbare bedrijven minder intensief te controleren en meer vertrouwen te geven, zodat zij zich kunnen blijven richten op verantwoord en duurzaam ondernemen. De uitvoering van het toezicht vindt op verschillende momenten en manieren plaats: Volgend op de verleende vergunning of ingediende melding; Programmatisch; Thematisch of projectmatig; Ad hoc controles naar aanleiding van meldingen, klachten, handhavingsverzoeken; Als vervolg op een eerdere controle of handhavingsbesluit; In de vorm van ketentoezicht; Als surveillance (vrije-veld toezicht); Toezicht met gebruik van nieuwe technieken zoals (drones) en kunstmatige intelligentie; Administratief.

26

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma staat hoe het toezicht concreet wordt ingevuld. Controles kunnen integraal zijn of gericht op één of meerdere aspecten. Uitgangspunt van preventieve controles is dat deze integraal zijn. Bij de grote bedrijven kan het zijn dat een integrale controle over meerdere controlemomenten worden uitgesmeerd. Aspectcontroles kunnen bijvoorbeeld aan de orde zijn bij hercontroles of thematische controles. Daarnaast kunnen controles op locatie worden uitgevoerd, op afstand/administratief of door middel van ketentoezicht. Bijvoorbeeld ook waar gebruik gemaakt kan worden van meetgegevens. De dienst zal ook bekijken waar innovatie in het toezicht mogelijk is en loont, bijvoorbeeld door de inzet van AI of drones. De uitgangspunten bij het toezicht zijn samengevat als volgt: Inzetten op preventie: het geven van voorlichting, vroegtijdige signalering en het zichtbaar zijn bij het uitvoeren van toezicht; Risicogestuurd: de hoogste prioriteit qua controlefrequenties en diepgang van de controles ligt bij activiteiten met een hoog milieurisico. Daarbij worden factoren als eerder naleefgedrag, ligging, klachten, laatste controlebezoek meegewogen; Informatiegestuurd: analyse van toezichtresultaten gekoppeld aan overige bronnen worden gebruikt om beter zicht te krijgen op risico’s en trends (outcomegericht).

Dat inzicht draagt bij aan een verdere verfijning van een risicogestuurde aanpak; Uniform en transparant: controles worden uitgevoerd aan de hand van vaste protocollen en kwaliteitseisen en gelijke vallen worden ook gelijk behandeld; Samenhangend en samenwerkend: het toezicht gebeurt in samenhang met de andere taken van de omgevingsdienst en in samenwerking met de ketenpartners, gemeenten en provincie. Daarnaast is een belangrijk uitgangspunt dat de verantwoordelijkheid voor de naleving in eerste instantie bij de ondernemer ligt. Die zal dan ook altijd worden aangesproken op het naleefgedrag en het nakomen van de zorgplicht. Controles worden in principe altijd aangekondigd. Dit in verband met het aanwezig zijn van de juiste personen (leiding, milieucoördinator etc.) en documenten. Het aankondigen heeft ook een zekere preventieve werking omdat het bedrijven prikkelt zaken voor het controlebezoek op orde te hebben. Sommige controles zijn altijd onaangekondigd. Bijvoorbeeld hercontroles in het kader van een handhavingstraject of controles die betrekking hebben op een vermoeden van criminele handelingen6 (lozingen etc.). De prioriteiten in het toezicht (hoe vaak en hoe diepgaand controleren?) worden bepaald op basis van een omgevings- en risicoanalyse. Die gaat uit van potentiële milieurisico’s, naleefgedrag, ligging, klachten, laatste controle etc..

Deze wordt de komende jaren doorontwikkeld en verfijnd zodat uiteindelijk op locatieniveau een risicoprofiel kan worden opgesteld. De prioriteiten worden jaarlijks in het uitvoeringsprogramma gespecificeerd of bijgesteld. Bijvoorbeeld op basis van nieuwe inzichten, ontwikkelingen (beleid, wetgeving, samenleving) of ervaringen uit het toezicht in het jaar ervoor. Bij een controle wordt getoetst aan: 1. Algemene wettelijke kaders; 2. Vergunningen en maatwerkvoorschriften; 3. Algemene zorgplicht; 4. Specifieke milieuthema’s (afhankelijk van het type bedrijf of activiteit); 5. Administratieve verplichtingen; 6. Naleefgedrag en historie;

6

In zo’n geval zal een controle in de regel samen met de politie en OOV worden uitgevoerd.

27

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

Bij een overtreding weegt de toezichthouder de ernst van de overtreding én de reden van de overtreding af. Niet of onvoldoende naleven kan een bewuste keuze zijn van degene die wordt gecontroleerd, maar kan ook een gevolg zijn van het onvoldoende kennen van de regels. Het uitvoeren van een controle is een gelegenheid om waar nodig aanvullende voorlichting te geven. Waar mogelijk wordt erop aangestuurd dat de overtreding vrijwillig ongedaan gemaakt wordt.

7.5 Handhaven Waar het laatste niet geval is volgt Omgevingsdienst Veluwe volgt na een overtreding de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Het uitgangspunt is dat de overtreding ongedaan wordt gemaakt en eventuele schade aan de fysieke leefomgeving wordt hersteld. De omgevingsdienst heeft daarbij verschillende juridische instrumenten tot zijn beschikking. Bestuursrechtelijk zijn dat een last onder dwangsom (LOD), een last onder bestuursdwang (LOB), het opleggen van een bestuurlijke boete, sluiting, het tijdelijk stilleggen, het schorsen of intrekken van vergunningen of het uitoefenen van verscherpt toezicht. Bij een dreigende overtreding of een dreigende illegale situatie kan de omgevingsdienst, in bepaalde situaties waarin de overtreding zeer waarschijnlijk gaat plaatsvinden, een preventieve last onder dwangsom of bestuursdwang opleggen. Strafrechtelijk kunnen de boa’s van de omgevingsdienst een Proces-Verbaal (PV) opmaken of een Bestuurlijke strafbeschikking milieu (BSBm) opleggen. De interventiematrix uit het LHSO geeft daarbij (samengevat) de volgende richtlijn bij de inzet van deze instrumenten.

Aanzienlijk of

Mogelijke gevolgen

onomkeerbaar

Relevant

Beperkt

Strafrechtelijk: BSBm,

Strafrechtelijk: Nader

PV, nader strafrechtelijk

strafrechtelijk onderzoek

onderzoek (politie/OM)

(politie/OM)

Strafrechtelijk: BSBm,

Strafrechtelijk: BSBm,

PV,

PV,

Bestuurlijk:

Bestuurlijk:

Bestuurlijk: schorsen,

bestuurlijke boete,

bestuurlijke boete,

intrekken, sluiten,

LOB/LOD, verscherpt

LOB/LOD, verscherpt

bestuurlijke boete,

toezicht

toezicht

LOB/LOD

Strafrechtelijk: BSBm,

Strafrechtelijk: BSBm,

PV,

PV,

Bestuurlijk:

Bestuurlijk:

Bestuurlijk:

bestuurlijke boete,

Bestuurlijke boete,

Bestuurlijke boete,

bestuurlijk gesprek

LOB/LOD, verscherpt

LOB/LOD, verscherpt

waarschuwing

toezicht

toezicht

Strafrechtelijk: BSBm,

Strafrechtelijk: BSBm,

Strafrechtelijk: BSBm,

PV

PV

PV

Bestuurlijk:

Bestuurlijk: LOB/LOD,

Bestuurlijk: LOB/LOD,

Waarschuwen

verscherpt toezicht

verscherpt toezicht

Bestuurlijk: Aanspreken, informeren

schorsen, intrekken, sluiten, LOB/LOD

Strafrechtelijk: BSBm,

Strafrechtelijk: PV,

PV, nader strafrechtelijk

nader strafrechtelijk

onderzoek

onderzoek

Strafrechtelijk: BSBm, PV Vrijwel nihil

Bestuurlijk: sluiting,

Bestuurlijk: bestuurlijke boete, intrekken, LOB/LOD

Strafrechtelijk: PV

Bestuurlijk:

Bestuurlijk:

Bestuurlijk:

Bestuurlijk:

Aanspreken,

Aanspreken,

Waarschuwen,

Waarschuwen,

informeren

informeren

bestuurlijke boete

bestuurlijke boete

Goedwillend

Onverschillig

Calculerend

Notoir overtreder/ crimineel

Gedrag overtreder

28

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

Het handhavend optreden conform de LHSO bestaat uit een aantal stappen. 1.

Het kwalificeren van een overtredingssituatie: de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving én de typering van de overtreder (van ‘goedwillend’ tot ‘crimineel’), op basis van het gedrag van de overtreder en het effect van de overtreding. Daarbij worden ook eventuele verzwarende aspecten meegewogen zoals de onomkeerbaarheid van de situatie, herhaalde overtredingen (recidive), financieel gewin door de overtreder, of andere strafbare feiten. De interventiematrix uit de LHSO is hierin leidend;

2.

Het bepalen van de interventie: van ‘aanspreken’ of informeren tot inzet van bestuursrechtelijke of strafrechtelijke maatregelen. Hierbij geldt het uitgangspunt van subsidiariteit en proportionaliteit: de lichtste maatregel die effectief is, wordt ingezet. Daarbij wordt ook steeds beoordeeld of sprake is van bijzondere omstandigheden die eventueel maatwerk rechtvaardigen, mits dit voldoende gemotiveerd is;

3.

Het bepalen of afstemming nodig is: het met het oog op een gecoördineerde aanpak waar nodig afstemmen van de interventie met andere handhavingspartners en instanties, zoals politie, OM, ILT, waterschap, NLA, NVWA of gemeenten en provincie;

4.

Optreden en vastleggen: het vastleggen van de doorlopen stappen en besluiten. Dat wil zeggen van waarschuwingsbrief tot (het voornemen tot) het opleggen van de sanctie opleggen sanctie). Dit inclusief de motivering van de keuzes en maatregelen, conform het uitgangspunt van transparantie en rechtsgelijkheid.

Bij het opleggen van een sanctie volgt de omgevingsdienst de Leidraad handhavingsacties en begunstigingstermijnen (zoals gepubliceerd op www.iplo.nl) voor het bepalen van de hoogte van dwangsommen en begunstigingstermijnen. De omgevingsdienst stelt prioriteiten in de handhaving. In lijn met de toetsingskaders voor de vergunningverlening en het toezicht heeft handhaving van ernstige risico’s of (onherstelbare) schade hoge prioriteit. Een lage prioriteit wordt gegeven aan administratieve overtredingen en overtredingen met zeer klein risico of zeer beperkte schade. Verzwarende omstandigheden kunnen wel zijn het hebben begaan van overtredingen in het verleden, en klachten en/of handhavingsverzoeken. Als een overheid(sdienst) in overtreding is wordt dezelfde lijn gevolgd als hiervoor beschreven.

7.6 Gedogen Om te kunnen voldoen aan de handhavingsplicht wordt in principe niet gedoogd. Wel zijn er tijdelijke uitzonderingen op deze regel in een aantal bijzondere situaties mogelijk, mits deze voldoen aan een set specifieke voorwaarden.

29

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

8 Organisatie en uitvoering Het is belangrijk de kwaliteit van de organisatie en uitvoering van de VTH-taken en de advisering is geborgd. In dit hoofdstuk staat samengevat hoe de organisatie en kwaliteitsborging eruitzien.

8.1 Organisatie Omgevingsdienst Veluwe heeft ca. 150 medewerkers in dienst en is als volgt georganiseerd.

Kwaliteitsborging De organisatie is erop ingericht dat een goede uitvoering is geborgd. De belangrijkste daarin zijn: Een gesloten beleids- en uitvoeringscyclus (met ook een terugkoppeling naar en met de gemeenten, provincie en ketenpartners); Voldoende structurele personele en financiële middelen voor het uitvoeringsprogramma; De aanwezigheid van de vereiste deskundigheid conform de kwaliteitscriteria 3.0 en het op peil houden van expertise door training en opleiding; Een duidelijke functiescheiding tussen advies, vergunningverlening en toezicht en handhaving, roulatie van toezichthouders en toepassing van het vier-ogen-principe; Een beschrijving van de werkprocessen, procedures en informatievoorziening en een uitvoering conform deze beschrijving; Interne en externe kwaliteitscontroles. Financiële middelen De financiële middelen voor de uitvoering zijn geborgd in de meerjarenbegroting. Voor de periode 2026-2029 is de begroting als volgt. Deze begroting wordt jaarlijks opgesteld en aangepast. 2026

2027

2028

2029

Personele lasten primair proces

€ 12.035.900

€ 12.517.400

€ 13.018.100

€ 13.538.900

Materiële lasten primair proces

€ 850.300

€ 868.800

€ 887.900

€ 907.400

Materiële lasten specifieke deelnemer

€ 112.900

€ 117.400

€ 122.100

€ 127.000

Samenwerking omgevingsdiensten

€ 175.300

€ 182.300

€ 189.600

€ 197.100

Personele lasten overhead

€ 2.219.000

€ 2.082.500

€ 2.165.800

€ 2.252.500

Materiële lasten overhead

€ 1.943.200

€ 2.003.700

€ 2.069.500

€ 2.137.500

Overige lasten

€ 227.300

€ 233.700

€ 242.500

€ 251.700

€ 17.563.900

€ 18.005.800

€ 18.695.500

€ 19.412.100

Totaal

30

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

In de begroting is conform de financiële robuustheidscriteria 3% van de loonsom opgenomen voor vorming en opleiding. De dienst voldoet ook aan de robuustheidseis dat de begroting van een omgevingsdienst voor de uitvoering van de VTH-milieu minimaal € 15 mln bedraagt. In de gemeenschappelijke regeling is afgesproken dat de deelnemers er te allen tijde zorg voor dragen dat Omgevingsdienst Veluwe over voldoende middelen beschikt om aan de financiële verplichtingen te kunnen voldoen.

8.2 Beleids- en uitvoeringscyclus De uitvoering wordt geborgd via de VTHA-beleidscyclus. De voorliggende U&H-strategie is daarbij het kader voor de periode 2026-2029. De prioriteiten en doelstellingen worden jaarlijks vertaald in een uitvoeringsprogramma met een meerjaren-doorkijk en met nadere concretisering van de doelstellingen voor dat jaar: wat moet in dat jaar worden bereikt of gerealiseerd? Daarbij wordt ook steeds gekeken of risico’s veranderd zijn of dat er voor de inzet van VTH belangrijke ontwikkelingen zijn. De prioriteiten in de uitvoering worden daarbij afgestemd op de beschikbare en benodigde capaciteit en deskundigheid. Monitoring, evaluatie en bijsturing De uitvoering wordt gemonitord. Op basis daarvan wordt de uitvoering geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd. De inzet is om naast de uitvoering ook de realisatie van de (jaarlijkse) doelstellingen te monitoren. Voor de ambities uit U&H-strategie en de concrete doelstellingen in het uitvoeringsprogramma worden indicatoren ontwikkeld en waar nodig periodiek geactualiseerd. Het jaarverslag gaat daarbij nadrukkelijk in op wat is bereikt met de uitvoering en in hoeverre de doelstellingen en ambities uit de strategie worden gerealiseerd. Daarnaast wordt jaarlijks samen met de gemeenten en de provincie de realisatie van de strategische doelstellingen geëvalueerd.

Dit wordt ook meegenomen in het jaarverslag en is de basis voor een eventuele bijstelling van prioriteiten of inzet én voor de terugkoppeling naar het lokale beleid. Voor de uitvoeringsstrategie en operationele doelen in het uitvoeringsprogramma worden KPI’s opgesteld om te kunnen sturen op prestaties. Bestuurlijke terugkoppeling De monitoring vindt niet alleen plaats op bedrijfsvoering (inzet, kwaliteit diensten en uitvoering) maar ook op de resultaten, mede in het licht van de doelstellingen (outcome gericht). Hierover wordt jaarlijks (jaarverslag) en tussentijds, inclusief bijzonderheden, gerapporteerd aan het algemeen bestuur, de colleges en gemeenteraden/Provinciale Staten. Het jaarverslag en het uitvoeringsprogramma sluiten qua opzet aan bij de U&H-strategie.

31

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

9 BIJLAGEN

32

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

Bijlage 1: begrippenlijst Begrip Basistaken

Omschrijving Wettelijk verplichte milieutaken die gemeenten en provincies hebben ondergebracht bij de omgevingsdiensten, zoals vastgelegd in het Omgevingsbesluit.

Bibob-toets

Onderzoek op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om te beoordelen of een vergunning of beschikking kan worden misbruikt voor criminele activiteiten.

ETFAL

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties; kernbegrip uit de Omgevingswet voor het zorgvuldig afwegen van belangen bij ruimtelijke toedeling van functies.

Financiële zekerheidsstelling

Wettelijk instrument waarmee het bevoegd gezag kan verplichten dat een afvalbedrijf financiële middelen reserveert voor het opruimen van milieuschade bij faillissement of beëindiging van activiteiten.

Gedogen

Het in uitzonderlijke gevallen tijdelijk toestaan van een overtreding, onder strikte voorwaarden en met uitzicht op legalisatie, conform het landelijk gedoogbeleid.

Ketenpartners

Organisaties waarmee de omgevingsdienst samenwerkt in de uitvoering van VTHA-taken, zoals politie, OM, ILT, waterschap, veiligheidsregio en GGD.

Kritische prestatie-indicatoren (KPI’s)

Meetbare prestatie-eenheden die worden gebruikt om de voortgang van de uitvoering te volgen en te evalueren.

Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)

Landelijk vastgesteld kader dat handhavingsinstanties helpt bij het uniform en proportioneel optreden bij overtredingen van het omgevingsrecht.

Milieubelastende activiteit (MBA)

Activiteit die nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu en waarvoor regels gelden op grond van de Omgevingswet en het Bal.

Natura 2000-gebied

Gebied dat deel uitmaakt van een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden, gericht op het behoud van specifieke habitattypen en soorten.

Omgevingsveiligheid

Het geheel van maatregelen, voorschriften en activiteiten gericht op het voorkomen en beperken van risico’s voor mens en milieu door gevaarlijke stoffen, installaties en activiteiten.

Opgavegericht werken

Benadering waarbij de inzet van VTHA wordt afgestemd op bredere maatschappelijke en bestuurlijke opgaven, zoals woningbouw, energietransitie of natuurherstel.

Outcomegericht werken

Sturen en evalueren op de feitelijke effecten en resultaten van beleid en uitvoering voor de leefomgeving, in plaats van alleen op de uitgevoerde activiteiten (output).

Plustaken

Vrijwillig door gemeenten of provincies aan de omgevingsdiensten overgedragen milieutaken die aanvullend zijn op de basistaken.

Risicogericht werken

Werkwijze waarbij de inzet van capaciteit en middelen wordt bepaald op basis van een analyse van milieurisico’s, kans op overtreding en mogelijke gevolgen voor mens en milieu.

Zeer zorgwekkende stoffen (ZZS)

Stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu vanwege eigenschappen zoals kankerverwekkendheid, mutageniteit of persistentie, en waarvoor minimalisatie- en informatieverplichtingen gelden.

33

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

Bijlage 2: afkortingen Afkorting

Betekenis

AB

Algemeen Bestuur

B&W

College van Burgemeester en Wethouders

Bal

Besluit activiteiten leefomgeving

Bbl

Besluit bouwwerken leefomgeving

BGE

Basisgeluidemissie

Bkl

Besluit kwaliteit leefomgeving

CMP

Circulair Materialen Plan

DPRA

Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie

GGD

Gemeentelijke Gezondheidsdienst

GS

College van Gedeputeerde Staten

ILT

Inspectie Leefomgeving en Transport

KPI

Kritische prestatie-indicator

KRW

Kaderrichtlijn Water

LHSO

Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht

LOD

Last onder dwangsom

LOB

Last onder bestuursdwang

MBA

Milieubelastende activiteit

m.e.r.

Milieueffectrapportage

NLA

Nederlandse Arbeidsinspectie

NVWA

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit

OD

Omgevingsdienst

OGO

Opdrachtgeversoverleg

OM

Openbaar Ministerie

Pfas

Poly- en perfluoralkylstoffen

RES

Regionale Energie Strategie

RIEC

Regionaal Informatie- en Expertisecentrum

VTH

Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving

VTHA

Vergunningverlening, Toezicht, Handhaving en Advisering

ZZS

Zeer zorgwekkende stoffen

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16074470/1