CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie e250055127

Gemeenteraad 12 november 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken raad 12 november 202513.247 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Samen werken aan impact Uitvoerings- en handhavingsstrategie Omgevingsdienst Veluwe

datum Versie Status

15-09-25 1.06 concept

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

1 Voorwoord Samen voor een duurzame, gezonde, veilige en groene Veluwe Met trots presenteren wij u de nieuwe Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H-strategie) voor Omgevingsdienst Veluwe (ODVeluwe). Deze strategie vormt de basis voor de werkzaamheden in de komende jaren: het zorgvuldig uitvoeren van de VTHA-milieutaken en het leveren van een waardevolle bijdrage aan de ambities van alle opdrachtgevers. Het opstellen van deze strategie was een gezamenlijke reis. Vanuit het Opdrachtgeversoverleg (OGO) is 2024 op basis van de landelijke Handreiking Regionale Beleidscyclus gestart met dit proces. Een projectgroep bestaande uit een afvaardiging vanuit het OGO (Richard Buitenhuis van gemeente Apeldoorn en Willemien Rouffaer van gemeente Elburg) en medewerkers van ODVeluwe heeft dit interactieve proces gecoördineerd. Een belangrijk uitgangspunt was dat het een strategie moest zijn waarin alle gemeenten zich kunnen herkennen en de ambities van die gemeenten richtinggevend zijn voor de inzet van ODVeluwe: een strategie van gemeenten, provincie en omgevingsdienst! Samen met de gemeenten, de provincie en de ketenpartners zijn omgevingsanalyses gemaakt, ervaringen gedeeld en ambities aangescherpt. Het resultaat is een strategie die niet alleen richting geeft, maar ook voortkomt uit samenwerking en gedeeld eigenaarschap.

ODVeluwe is een jonge en energieke omgevingsdienst en sinds de fusie per 1 januari 2024 is er al veel bereikt. De komst van de Omgevingswet en de verplichting om een U&H-strategie op te stellen, hebben we aangegrepen als kans om een stevige basis te leggen. Deze strategie is daarmee niet alleen een eerste mijlpaal, maar vooral ook het startpunt voor de regionale beleidscyclus (Big 8) waarin we samen verder bouwen. In de volgende stap worden de doelstellingen vertaald naar concrete acties in het uitvoeringsprogramma. Daarbij werken we steeds meer outcomegericht: we willen kunnen laten zien hoe ons werk bijdraagt aan een veilige, gezonde, duurzame en groene leefomgeving. Samen zetten we koers naar een toekomst waarin veiligheid, gezondheid, groen en duurzaamheid hand in hand gaan. Dat doen we niet alleen, dat doen we samen! Deze U&H-strategie wordt aangeboden aan ons Dagelijks Bestuur en Algemeen Bestuur, met als doelstelling het laten vaststellen door alle colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek, Putten en Voorst en het college van gedeputeerde staten van de provincie Gelderland. Reinout van Drunen Voorzitter Opdrachtgeversoverleg Omgevingsdienst Veluwe

Menno van Dam Directeur Omgevingsdienst Veluwe

2

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

2 Samenvatting Samen werken aan impact De gemeenten en de provincie Gelderland die deelnemen in Omgevingsdienst Veluwe hebben de gezamenlijke ambitie uitgesproken om te werken aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Omgevingsdienst Veluwe vervult een belangrijke rol, als uitvoerder van wettelijke milieutaken en als adviseur bij opgaven op het snijvlak van milieu, gezondheid, natuur en economie. Met deze Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2026-2029 (U&H-strategie) leggen de gemeenten en de provincie vast hoe de omgevingsdienst de komende jaren wordt ingezet voor vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering (VTHA). De strategie vormt de basis voor het jaarlijkse uitvoeringsprogramma van Omgevingsdienst Veluwe. 1. Koers en uitgangspunten De strategie bouwt voort op de bestaande basis. Uit een recente visitatie blijkt dat de uitvoering op orde is. Tegelijkertijd zijn er nieuwe verwachtingen vanuit bestuur en samenleving. De U&Hstrategie anticipeert daarop door te kiezen voor een koers die enerzijds risicogericht is (daar inzetten waar de risico’s voor mens en milieu het grootst zijn) en anderzijds opgavegericht (een zichtbare bijdrage leveren aan lokale en regionale prioriteiten, zoals woningbouw en klimaatadaptatie). De uitvoering is gebaseerd op vier pijlers: 1.

Focus op risico’s en bestuurlijke opgaven: inzet wordt bepaald op basis van milieurisico’s en het effect op brede maatschappelijke doelen. 2. Transparante en consequente uitvoering: regels zijn duidelijk, handhaving is proportioneel en gelijke gevallen worden gelijk behandeld. 3. Samenwerking met gemeenten, provincie en ketenpartners: beleid en uitvoering worden afgestemd met gemeenten, provincie, GGD, veiligheidsregio, waterschap en andere partners. 4. Kwaliteit en robuustheid van de organisatie: voldoende kennis, capaciteit en borging van uitvoeringskwaliteit zijn harde randvoorwaarden. 2. Regionale prioriteiten: risico’s en opgaven De strategie benoemt vier inhoudelijke speerpunten voor de inzet van VTHA: 1. Omgevingsveiligheid: bedrijven met risicovolle activiteiten (zoals opslag van gevaarlijke stoffen, propaantanks, of gebruik van batterijen) worden intensief begeleid, getoetst en gecontroleerd. De omgevingsdienst adviseert bij ruimtelijke keuzes om veilige afstanden te waarborgen en nieuwe risico’s (zoals waterstof) te beheersen. 2. Gezonde leefomgeving: er wordt actief ingezet op het terugdringen van blootstelling aan luchtverontreiniging, geluid, geur en zeer zorgwekkende stoffen. De Omgevingsdienst signaleert en adresseert knelpunten in de leefomgeving die relevant zijn voor gezondheid en ondersteunt gemeenten in de beleidsuitvoering.

Voor de inhoudelijke advisering over gezondheidskundige aspecten wordt samengewerkt met de GGD, die hierin de deskundigheid 3.

4.

levert. Natuur en biodiversiteit: de instandhouding van Natura 2000-gebieden, biodiversiteit en andere waardevolle natuur vraagt om scherpe toetsing van plannen en toezicht op emissies (zoals stikstof) en ecologische waarden zoals beschermde soorten. De omgevingsdienst levert ecologische adviezen, houdt toezicht op herstelmaatregelen en werkt mee aan recreatiezonering en recreatiedrukbeheersing. Verduurzaming en klimaatadaptatie: Bij gebiedsontwikkeling wordt geadviseerd over klimaatbestendige inrichting (waterberging, hittestress). Daarnaast is het toezicht houden op energiebesparing, rapportageverplichtingen en afvalbeheer een groeiend onderdeel van de uitvoering.

3

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

Daarnaast levert de omgevingsdienst een directe bijdrage aan vijf brede maatschappelijke opgaven: 1. Woningbouw: de dienst toetst plannen op luchtkwaliteit, geluid, bodemkwaliteit en externe veiligheid. Dit ook in relatie tot de stikstofproblematiek. Bij complexe binnenstedelijke herontwikkeling speelt zij een adviserende en toetsende rol; 2. Transitie landbouw: Vergunningen worden zorgvuldig getoetst, toezicht is risicogericht. Gemeenten worden geadviseerd bij de planontwikkeling; 3. Recreatie en toerisme: bij uitbreiding van recreatievoorzieningen wordt advies gegeven over de balans tussen beleving en natuurbescherming. Handhaving is gericht op overlast en illegale activiteiten in kwetsbare gebieden; 4. Vitaal ondernemersklimaat: vergunningverlening is efficiënt en professioneel. De omgevingsdienst biedt ruimte aan bijvoorbeeld bedrijven die willen verduurzamen maar houdt ook strikt toezicht om een gelijk speelveld voor ondernemers te borgen; 5. Aanpak ondermijning: de omgevingsdienst werkt onder andere samen met de politie, het Openbaar Ministerie (OM) en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) bij het tegengaan van illegale afvalstromen, mestfraude of stropen. 3.

Uitvoering De wijze waarop de omgevingsdienst het VTH-instrumentarium inzet gebeurt als volgt: Preventie: door duidelijke regels, goede communicatie, voorlichting en participatie wil de dienst overtredingen voorkomen. Er wordt geïnvesteerd in vroegsignalering (bijvoorbeeld via schouwen of meldingen) en het versterken van het risicobewustzijn. Adviseren: gemeenten worden proactief ondersteund bij het opstellen van omgevingsvisies, plannen en gebiedsontwikkelingen. De inbreng is integraal, beleidsgevoelig en gericht op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Interne specialistische advisering vindt plaats bij complexe vergunningaanvragen en projecten. Reguleren: vergunningverlening gebeurt risicogericht en juridisch zorgvuldig. Vooroverleg wordt gestimuleerd. Bij bedrijven met hoge risico’s worden vergunningen strikter getoetst; bij lage risico’s is ruimte voor proportionaliteit. Maatwerk en innovatie worden waar mogelijk ondersteund. Toezicht houden: controles zijn gebaseerd op omgevings- en risicoanalyses. Deze worden verfijnd tot risicoprofielen op bedrijfsniveau. Toezicht wordt integraal uitgevoerd, soms thematisch of projectmatig. Aandacht is er voor outcome (effectiviteit), informatiegestuurd werken en samenwerking met partners.

Handhaven: optreden is in lijn met de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht Overtredingen (LHSO) en overtredingen worden beoordeeld op ernst, gedrag en herhaling. Afhankelijk daarvan wordt gewaarschuwd of bestuursrechtelijk/strafrechtelijk opgetreden. Transparantie en proportionaliteit staan voorop. Gedogen: Om te kunnen voldoen aan de handhavingsplicht wordt in principe niet gedoogd. Wel zijn er tijdelijke uitzonderingen op deze regel in een aantal bijzondere situaties mogelijk, mits deze voldoen aan een set specifieke voorwaarden. 4. Borging en doorontwikkeling De strategie wordt jaarlijks vertaald in een uitvoeringsprogramma met concrete doelen en indicatoren. De uitvoering wordt gemonitord, geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd. Zo ontstaat een lerende cyclus, met jaarlijks een ‘APK’ en elke vier jaar een inhoudelijke herijking van de strategie. Kwaliteit wordt geborgd via duidelijke werkprocessen, functiescheiding, deskundigheidsbevordering en een sluitende beleids- en uitvoeringscyclus.

4

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

De omgevingsdienst blijft zich ontwikkelen als een wendbare, deskundige en samenwerkingsgerichte organisatie die zichtbaar bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving in de regio Veluwe.

5

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

Inhoudsopgave 1 2 3

VOORWOORD .............................................................................................................2 SAMENVATTING ..........................................................................................................3 INLEIDING ...................................................................................................................7 3.1 ACHTERGROND .................................................................................................................. 7 3.2 DOEL, STATUS EN REIKWIJDTE VAN DE STRATEGIE ..................................................................... 7 3.3 INSTEEK VAN DE STRATEGIE .................................................................................................. 8 3.4 TOTSTANDKOMING ............................................................................................................. 8 3.5 LEESWIJZER ....................................................................................................................... 9 4 TERUGBLIK EN AANDACHTSPUNTEN VOOR DE TOEKOMST ......................................... 10 4.1 WAT GAAT GOED?............................................................................................................ 10 4.2 WAT KAN BETER? .............................................................................................................

10 5 BESTUURLIJKE UITGANGSPUNTEN ............................................................................. 11 5.1 AANSLUITEN BIJ DE OMGEVINGSWET: FOCUS OP MILIEURISICO’S EN BREDERE OPGAVEN............... 11 5.2 EEN TRANSPARANTE EN CONSEQUENTE UITVOERINGSSTRATEGIE .............................................. 12 5.3 EEN GOEDE VERBINDING MET DE GEMEENTEN, PROVINCIE EN KETENPARTNERS ........................... 12 5.4 HET BORGEN VAN DE KWALITEIT VAN DE UITVOERING EN DE HANDHAVING................................. 13 6 PRIORITEITEN ............................................................................................................ 14 6.1 SAMEN WERKEN AAN EEN VEILIGE LEEFOMGEVING ................................................................. 14 6.2 SAMEN WERKEN AAN EEN GEZONDE LEEFOMGEVING .............................................................. 16 6.3 SAMEN WERKEN AAN NATUURBEHOUD EN BIODIVERSITEIT OP DE VELUWE................................. 18 6.4 SAMEN WERKEN AAN VERDUURZAMING ............................................................................... 20 6.5 BIJDRAGEN AAN DE REALISATIE VAN DE BREDERE OPGAVEN ..................................................... 21 7 UITVOERING .............................................................................................................

24 7.1 PREVENTIE ...................................................................................................................... 24 7.2 ADVIES ........................................................................................................................... 24 7.3 REGULEREN ..................................................................................................................... 25 7.4 TOEZICHT HOUDEN ........................................................................................................... 26 7.5 HANDHAVEN ................................................................................................................... 28 7.6 GEDOGEN ....................................................................................................................... 29 8 ORGANISATIE EN UITVOERING .................................................................................. 30 8.1 ORGANISATIE .................................................................................................................. 30 8.2 BELEIDS- EN UITVOERINGSCYCLUS ....................................................................................... 31 9 BIJLAGEN ..................................................................................................................

32 BIJLAGE 1: BEGRIPPENLIJST .......................................................................................................... 33 BIJLAGE 2: AFKORTINGEN ............................................................................................................ 34

6

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

3 Inleiding 3.1 Achtergrond De twaalf gemeenten in de regio Veluwe willen een regio waarin wonen, werken en recreëren in evenwicht zijn en waarin mensen zich veilig en gezond voelen. Het behoud van die balans vraagt om een hoge kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Milieu, natuur, gezondheid, veiligheid, bodem en water zijn allemaal onderdelen van dat geheel. In de regio zijn er ca. 12.000 locaties met milieubelastende activiteiten (MBA’s), van de bakker op de hoek, opslag in propaantanks tot grote logistieke ondernemingen op bedrijventerreinen. Omgevingsdienst Veluwe verleent namens de gemeenten vergunningen aan deze bedrijven, houdt toezicht op de naleving van milieuvoorschriften en treedt waar nodig handhavend op1. Daarnaast is de dienst een vraagbaak en adviseur voor gemeenten: het geven van geluid- en luchtkwaliteitsadvies bij bouwplannen, adviseren over de inrichting van de buitenruimte en ondersteunen bij het opstellen van omgevingsvisies en -plannen. De rol van de omgevingsdienst verschuift daarbij steeds meer van een klassieke “uitvoerder” naar een brede partner die ook bijdraagt aan woningbouw, energietransitie, klimaatadaptatie en natuurbescherming. Daarom luidt de titel van deze strategie ‘Samen werken aan impact’: de basis is op orde, maar we willen de lat hoger leggen en inspelen op nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen.

3.2 Doel, status en reikwijdte van de strategie De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H-strategie) is het wettelijke kader waarmee gemeenten en provincie richting geven aan de inzet van de omgevingsdienst bij vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering. De strategie heeft vier functies: Koers bepalen: zij maakt duidelijk bij welke risico’s en opgaven de komende jaren de prioriteit liggen. Daarbij gaat het om thema’s als omgevingsveiligheid, gezondheid, natuur & biodiversiteit, verduurzaming en het bijdragen aan bredere opgaven zoals woningbouw, landbouwtransitie, recreatie en de aanpak van ondermijning. Vertaling van wetgeving: de strategie voldoet aan de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, waarin staat dat voor de milieutaken van de omgevingsdienst een uniforme strategie moet worden vastgesteld. Meerjarig kader: de U&H-strategie beslaat de periode 2026-2029. Elk jaar wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld waarin concrete doelen, maatregelen en indicatoren staan. De uitvoering wordt gemonitord en waar nodig bijgestuurd. De resultaten worden, samen met de deelnemers, geëvalueerd. Zo ontstaat een lerende cyclus, waarin we steeds kunnen zien of we op koers liggen bij het realiseren van de doelstellingen.

Formele verankering: de strategie is conform art.13.5 lid van het Omgevingsbesluit vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de omgevingsdienst, de colleges van burgemeester en wethouders en door Gedeputeerde Staten. Ze is ter informatie aangeboden aan gemeenteraden en Provinciale Staten. Dit onderstreept dat de strategie de collectieve afspraken van alle deelnemers verankert. De strategie heeft betrekking op alle milieutaken die de gemeenten bij de omgevingsdienst hebben ondergebracht – zowel de wettelijk verplichte basistaken als de vrijwillige plus-taken. Ze geldt voor vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering op grond van de Omgevingswet en aanverwante regelgeving. Taken die gemeenten zelf blijven uitvoeren en de wettelijke milieutaken van de provincie vallen buiten deze strategie.

1

De provincie heeft de wettelijke milieutaken ondergebracht bij de Omgevingsdienst Groene Metropool.

7

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

3.3 Insteek van de strategie Deze strategie is van de gemeenten en de provincie. Hun ambities en opgaven bepalen het kader; de omgevingsdienst is het uitvoerend en adviserend instrument. Dit sluit aan bij de gedachte van de Omgevingswet: één integrale benadering van de fysieke leefomgeving, waarbij niet alleen risico’s worden vermeden maar ook kansen worden benut. Risicogericht werken – daar waar de gevolgen voor mens en milieu het grootst zijn – wordt gecombineerd met een opgavegerichte benadering: bijdragen aan maatschappelijke doelen, zoals voldoende woningen, een vitale agrarische sector, duurzame energie, recreatie en toerisme, een aantrekkelijk vestigingsklimaat en de strijd tegen ondermijning. De omgevingsdienst gaat bij de inzet uit van: Heldere regels, voorlichting en participatie om overtredingen te voorkomen. Deskundig advies bij ruimtelijke plannen en initiatieven, zodat kwaliteit vooraf wordt geborgd. Juridisch zorgvuldige vergunningverlening met objectieve toetsing en maatwerk waar dat kan. Toezicht op basis van risico- en data-analyses, thematisch en projectmatig. Handhaving die proportioneel is en gericht op herstel en naleving. Er wordt niet gedoogd. Wel zijn er tijdelijke uitzonderingen op deze regel in een aantal bijzondere situaties mogelijk, mits deze voldoen aan een set specifieke voorwaarden.

De omgevingsdienst blijft daarbij een onafhankelijke uitvoerder, maar is tegelijkertijd een partner van de gemeenten en de provincie die meedenkt over integrale oplossingen. Dat gebeurt door kennis en expertise beschikbaar te stellen, knelpunten en kansen te signaleren en door te zorgen voor een transparante en consequente uitvoering.

3.4 Totstandkoming Deze strategie is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met alle betrokkenen. Vanuit het Opdrachtgeversoverleg (OGO), waarin de twaalf gemeenten en de provincie vertegenwoordigd zijn, is in 2024 de opdracht gegeven om de U&H-strategie te actualiseren. Dit onder regie van een werkgroep met vertegenwoordigers van de gemeenten Elburg en Apeldoorn en van de omgevingsdienst. Het proces bestond uit: 1. Uitvoeren omgevingsanalyses: aan de hand van twee individuele gespreksrondes per gemeente en met de provincie zijn de lokale en provinciale opgaven, milieurisico’s, knelpunten en ambities in kaart gebracht. Dit is de basis voor het opstellen van de gezamenlijke doelstellingen en ambities; 2. Uitwerken contouren: beleidsmedewerkers van gemeenten en vakspecialisten van de omgevingsdienst hebben gezamenlijk de regionale ambities en doelstellingen benoemd. Daarbij is gezocht naar de balans tussen regionale samenhang en lokale diversiteit. De ketenpartners is om inbreng gevraagd om daarmee de verbinding en gezamenlijke aanpak te versterken; 3. Uitwerken aanpak in de uitvoering: op basis van contouren is met de medewerkers van de omgevingsdienst bekeken wat dit betekent voor de uitvoering. Dat wil zeggen de inzet van preventie, advisering, vergunningverlening, toezicht en handhaving; 4.

Reflectie op het concept: de concept U&H-strategie is ambtelijk ter consultatie voorgelegd aan alle gemeenten, de provincie en de ketenpartners. Het laatste ook om de verbinding en de gezamenlijke aanpak te versterken; 5. Formele besluitvorming: het definitieve concept is voorgelegd aan het dagelijks bestuur en ter vaststelling aangeboden aan het algemeen bestuur, de colleges van B&W en het college van gedeputeerde staten. Jaarlijks wordt op basis van de strategie door Omgevingsdienst Veluwe een uitvoeringsprogramma en verslag over de voortgang opgesteld. Ook daarbij worden de gemeenten, provincie en ketenpartners nadrukkelijk betrokken. Zo blijft de U&H-strategie geen statisch document, maar een dynamisch instrument dat meebeweegt met nieuwe ontwikkelingen en ervaringen.

8

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

3.5 Leeswijzer De U&H-strategie is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 4 blikt kort terug op de afgelopen jaren van de omgevingsdienst en sluit af met de aandachtspunten daaruit, voor de komende jaren. Hoofdstuk 5 beschrijft de bestuurlijke kaders waarbinnen VTHA wordt ingezet. Hoofdstuk 6 benoemt de prioriteiten in de uitvoering. Dat wil zeggen de prioriteiten wat betreft de grootste risico’s en de bijdrage van VTHA aan de realisatie van regionale en lokale opgaven. De algemene uitvoeringsstrategie staat in hoofdstuk 7. Tenslotte beschrijft hoofdstuk 8 hoe de uitvoering is georganiseerd en de beleids- en uitvoeringscyclus is ingericht.

9

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

4 Terugblik en aandachtspunten voor de toekomst De recente fusie van Omgevingsdiensten Veluwe IJssel en Noord-Veluwe is goed verlopen. Er is hard gewerkt aan het bouwen van een nieuwe, stabiele organisatie. Hoewel het jaar 2024 in het teken stond van organisatieverandering, zijn de meeste VTHA-taken gewoon uitgevoerd. Ook hebben alle gemeenten hun basistaken, onder een uniform mandaat, bij de omgevingsdienst ondergebracht. Dit is een belangrijke mijlpaal. Eind 2024 is de visitatiecommissie van Omgevingsdienst NL bij de ODVeluwe langs geweest en deze commissie noemde het knap dat ondanks het fusieproces de uitvoering op peil is gebleven.

4.1 Wat gaat goed? De belangrijkste positieve ontwikkelingen in 2024 en 2025 zijn: Vertrouwen en samenwerking: er is een groeiend vertrouwen tussen bestuur, directie, medewerkers én gemeenten. De onderlinge relaties zijn versterkt, er is sprake van een open en constructieve cultuur en de inzet van medewerkers wordt breed gewaardeerd. Deskundigheid in uitvoering: medewerkers laten inhoudelijke deskundigheid zien, zowel op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies. De casussen die zijn ingebracht tijdens de visitatie tonen een hoge mate van vakbekwaamheid. Effectieve samenwerking met ketenpartners: met partijen als het waterschap, ILT, politie, veiligheidsregio en de GGD is op uitvoerend niveau een goed werkende samenwerking tot stand gebracht. Dit draagt bij aan de effectiviteit van de uitvoering. Ontwikkeling interne organisatie: er is veel geïnvesteerd in de basis van de organisatie: in jong talent, in het harmoniseren van werkprocessen, in interne overlegstructuren en in de inrichting van accountmanagement. Focus op actuele thema’s: er is geïnvesteerd in specialismen zoals ecologie en duurzaamheid. Omgevingsdienst Veluwe levert daarmee een bijdrage aan actuele maatschappelijke opgaven.

4.2 Wat kan beter? Visitatie en terugblik laten zien dat er ook nog de nodige verbeterpunten zijn. De belangrijkste zijn: Eén regionale risicoanalyse maken: een gezamenlijke, actuele analyse voor de hele regio ontbreekt. Daardoor is het moeilijk om goed risico gestuurd te werken. Ook is de datakwaliteit nog onvoldoende. Hier ligt een duidelijke verbeteropgave. Meer sturen op effecten: tot nu toe is vooral gerapporteerd over wat er is gedaan (output). Maar er is behoefte aan inzicht in de effecten van de inzet op de leefomgeving (outcome). Bijvoorbeeld via thema’s aan de hand van kwalitatieve en kwantitatieve gegevens. Dit helpt bij sturing en het samenspel met de gemeenten en de provincie. Cultuur en samenwerking: de fusie bracht verschillende werkwijzen en culturen samen. Hoewel er al veel verbeterd is kan de samenwerking tussen afdelingen en coördinatoren beter; Samenwerken met de ketenpartners: de samenwerking met ketenpartners is op uitvoerend niveau goed. Maar op strategisch niveau is er behoefte aan meer afstemming, regie en gezamenlijke doelen en bestuurlijke afspraken. Adviesrol en vernieuwing: Omgevingsdienst Veluwe geeft steeds vaker advies bij complexe projecten. Dat is goed, maar de rol als strategisch adviseur kan nog sterker. Daarvoor zijn innovatieve werkwijzen nodig, zoals het werken met praktijkvoorbeelden en duidelijke analyses.

Ook is voldoende budget voor vernieuwing nodig. Deskundigheid en personeel: het aantrekken en behouden van deskundige medewerkers is een uitdaging. Er wordt geïnvesteerd in jonge medewerkers, scholing en opleiding. In 2024 en 2025 is veel bereikt. De basis is gelegd, de uitvoering loopt, en het vertrouwen groeit. De volgende stap is het versterken van de organisatie en een nog betere aansluiting bij de regionale opgaven. De lessen uit het afgelopen jaar zijn een belangrijk fundament voor de nieuwe strategie.

10

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

5 Bestuurlijke uitgangspunten De juridische basis voor de uitvoering van het wettelijke deel van de VTHA-taken door de omgevingsdienst bestaat uit landelijke en lokale wet- en regelgeving. De belangrijkste zijn: Omgevingswet en Omgevingsbesluit; Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl); Besluit activiteiten leefomgeving (Bal); Gemeentelijke omgevingsplannen; Omgevingsverordening Gelderland; Waterschapsverordening Vallei en Veluwe. De inzet van VTH en advies in de komende planperiode gebeurt vanuit vier uitgangspunten: 1) het aansluiten op de Omgevingswet met een focus op milieurisico’s en bredere opgaven, 2) een transparante en consequente uitvoeringsstrategie, 3) een goede verbinding met de gemeenten, provincie en ketenpartners en 4) het borgen van de kwaliteit van de uitvoering en de handhaving.

5.1 Aansluiten bij de Omgevingswet: focus op milieurisico’s en bredere opgaven Bij de uitvoering werkt de omgevingsdienst enerzijds risicogestuurd. De prioriteit in de uitvoering ligt daar waar de omgevingsrisico’s en eventuele bestuurlijke en financiële risico’s het grootst zijn. Financiële risico’s kunnen er bijvoorbeeld voor de gemeenten of de provincie zijn als een bedrijf failliet gaat en er afval op het terrein achterblijft met een negatieve restwaarde. De risico’s zijn bepaald aan de hand van een risicoanalyse op basis van het principe ‘effect x kans’: wat is het mogelijke effect van het niet naleven van regels en wat is de kans dat die inderdaad niet nageleefd worden?2 Milieubelastende activiteiten (MBA’s) worden in de uitvoering geprioriteerd aan de hand van vier strategische hoofdthema’s: Omgevingsveiligheid Gezondheid en leefbaarheid Natuur en biodiversiteit Klimaat en duurzaamheid3 De prioritering bepaalt hoe uitvoerig de omgevingsdienst vergunningaanvragen toetst, hoe frequent en intensief MBA’s worden gecontroleerd en hoe de omgevingsdienst optreedt als voorschriften niet worden nageleefd. Deze thema’s hebben nadrukkelijk ook een plek binnen de bredere opgaven van de gemeenten en de provincie. Zoals onder andere vastgelegd in de omgevingsvisies en daarvan afgeleide omgevingsplannen en eventuele omgevingsprogramma’s.

Dat betekent anderzijds dat de inzet van de omgevingsdienst naast risicogestuurd ook opgavegestuurd is: de bijdrage van VTH- en advies aan de realisatie van die bredere regionale en lokale opgaven. De voor de inzet van de omgevingsdienst meest relevante bredere opgaven zijn: de woningbouwopgave; transitie van het buitengebied; de ontwikkeling van recreatie en toerisme; een vitaal ondernemersklimaat; de aanpak van ondermijning.

De methodiek die daarvoor is gebruikt wordt de komende jaren verfijnd. Het moet uiteindelijk mogelijk worden om op het niveau van bedrijven en activiteiten een risicoscore toe te kennen. Dat maakt maatwerking in de prioriteitstelling mogelijk waarmee de effectiviteit en efficiëntie van de risicobeheersing wordt vergroot. 3 Inclusief energietransitie. 2

11

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

De prioriteiten bij de inzet van de omgevingsdienst zijn regionaal. Dat wil zeggen dat ze voor (vrijwel) alle gemeenten en de provincie relevant zijn. Bij de uitvoering is er echter ook aandacht voor lokale ‘hot-spots’: vanuit regionaal perspectief mogelijk niet de hoogste prioriteit maar lokaal juist wel. Dat kan zowel gaan om een complex knelpunt (bijvoorbeeld een overlast gevend bedrijf) maar ook om een specifieke ontwikkelopgave waar milieu één van de aandachtspunten is. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma worden daarbij meer operationele prioriteiten gesteld: wat moet in dat jaar worden bereikt? In hoofdstuk 6 zijn de risicogestuurde prioriteiten en de bijdrage van VTHA aan de realisatie van de bredere opgaven nader uitgewerkt.

5.2 Een transparante en consequente uitvoeringsstrategie Bij de inzet van VTHA zijn zes principes leidend: 1. De dienstverlening is van hoge kwaliteit. De grondhouding is vanuit oplossingen werken: in lijn met de Omgevingswet is ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’ leidend. Procedures worden binnen de wettelijke termijnen afgerond en voor inwoners en ondernemers is er een eenduidig aanspreekpunt. 2. De uitvoering is in overeenstemming met de wettelijke eisen. 3. De omgevingsdienst beoordeelt en behandelt gelijke gevallen op gelijke wijze. Dat gebeurt op basis van professionele en actieve houding. Basisuitgangspunt is vertrouwen maar ook eigen verantwoordelijkheid van ondernemers en hen daarop aanspreken. 4. De omgevingsdienst biedt aan ondernemers binnen de bestaande kaders ruimte om innovatieve initiatieven mogelijk te maken. 5. De naleving van landelijke en lokale wet- en regelgeving staat daarbij niet ter discussie. Waar regels worden overtreden volgt de omgevingsdienst de Landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). 6. De omgevingsdienst zet waar mogelijk in op preventie, dat wil zeggen het voorkomen van overtredingen en voorkomen dat handhavend optreden nodig is. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat ondernemers op de hoogte zijn van de regels en dat de regels en vergunningvoorschriften duidelijk, doelgericht en proportioneel zijn.

Preventie moet ook worden bereikt door in het toezicht meer zichtbaar te zijn. De uitvoeringsstrategie is nader uitgewerkt in hoofdstuk 7 van deze strategie.

5.3 Een goede verbinding met de gemeenten, provincie en ketenpartners Het primaire doel van de inzet van VTHA is het behoud en waar nodig verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Dat betekent enerzijds dat de omgevingsdienst voldoende zichtbaar maakt wat de inzet feitelijk oplevert (outcomegericht). Denk hier aan bijvoorbeeld omgevingsveiligheid, leefbaarheid, biodiversiteit of duurzaamheid. En wat de bijdrage is aan de realisatie van de bredere opgaven. Het betekent ook dat de inzet van de omgevingsdienst voldoende moet aansluiten bij die lokale en regionale opgaven. Dat vraagt om een goede verbinding en samenspel met beleidsmedewerkers en projectleiders die (lokaal) verantwoordelijk zijn voor die opgaven. Bijvoorbeeld door het vroegtijdig betrekken van de omgevingsdienst bij nieuwe plannen en projecten. De relatie tussen de omgevingsdienst en gemeenten is niet alleen die van opdrachtgever en opdrachtnemer maar ook die van partner. Een effectieve uitvoering van de VTHA-milieutaken vraagt ook om nauwe samenwerking met de ketenpartners. De politie, het OM, de ILT, de veiligheidsregio, het waterschap, de GGD, Rijkswaterstaat, de Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA) en de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA).

12

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

De veiligheidsregio, waterschap en GGD vervullen elk een essentiële rol bij het signaleren, aanpakken en voorkomen van risico’s in de fysieke leefomgeving. Door informatie - over bijvoorbeeld hotspots met gezondheidsrisico’s - te delen, gezamenlijke prioriteiten te stellen en acties op elkaar af te stemmen, wordt de effectiviteit van het optreden versterkt. Deze samenwerking is onmisbaar bij complexe opgaven zoals fysieke veiligheid, milieucriminaliteit, asbestverwijdering en het voorkomen van de verspreiding van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in de lucht, het water en de bodem.

5.4 Het borgen van de kwaliteit van de uitvoering en de handhaving In lijn met de aanbevelingen uit het rapport van Van Aartsen zet de omgevingsdienst in op een effectieve en slagvaardige organisatie en uitvoering. Daarbij staan de borging van voldoende onafhankelijkheid en deskundigheid van de omgevingsdiensten én een duidelijke, effectieve verdeling van rollen, taken en bevoegdheden centraal, conform het landelijke IBP VTH. De organisatie en uitvoering van de VTH-taken moeten ook voldoen aan wettelijk vastgelegde kwaliteitscriteria. Dat gaat om de beheersing van de uitvoering (beleids- en uitvoeringscyclus), de ‘robuustheid’ van de organisatie en het hebben van voldoende capaciteit, deskundigheid en de juiste competenties en het borgen van de financiële middelen in de begroting. De basis voor de uitvoering door de omgevingsdienst is een omgevings- en risicoanalyse en het op basis daarvan vastleggen van prioriteiten en doelstellingen. De omgevingsdienst stelt prioriteiten aan de hand van een risicoanalyse op basis van het eventuele effect van een incident en de kans dat zo’n incident zich voordoet. Het naleefgedrag van bedrijven wordt hierbij ook meegenomen. De inzet is om deze risicoanalyse de komende jaren dusdanig te verfijnen dat er voor elk individueel bedrijf een risicoprofiel kan worden opgesteld.

Dat wil zeggen van een algemene branche- en themagerichte bepaling van prioriteiten naar een risico-analyse op bedrijfsniveau. Die doelstellingen zullen niet in één keer gehaald kunnen worden. In een jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma worden meer concrete doelstellingen vastgelegd: wat moet er in dat jaar gerealiseerd worden? De uitvoering wordt gemonitord en waar nodig bijgestuurd. Over de resultaten en evaluatie van de uitvoering wordt gerapporteerd aan het algemeen bestuur. De uitkomsten daarvan kunnen leiden tot de bijstelling van prioriteiten en aanpak, maar kunnen ook voor beleid nieuwe inzichten bieden in ontwikkelingen, vraagstukken en opgaven in de regio. Dat betekent dat vanuit de uitvoering er ook een meer beleidsmatige terugkoppeling zal plaatsvinden. Zo zal de strategie jaarlijks , een ‘APK-keuring’ krijgen vanuit monitoring en evaluatie. Om de vier jaar wordt langs de meetlat van de actuele lokale (milieu)ambities een actualisatie uitgevoerd. Insteek daarbij is niet periodiek een volledig nieuw document, maar op basis van de jaarlijkse ‘APK’ en de vierjaarlijkse actualisatie te komen tot een continu dynamisch, actuele U&H-strategie. De strategie wordt in hoofdstuk 8 uitgewerkt, waarin wordt beschreven hoe de omgevingsdienst de kwaliteit van de uitvoering ook de komende jaren wil borgen en waar nodig verbeteren.

13

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

6 Prioriteiten De U&H-strategie legt vast waar de komende jaren de regionale prioriteiten en ambities met betrekking tot de omgevingskwaliteit liggen. En wat de rol en bijdrage van Omgevingsdienst Veluwe is bij de realisatie daarvan. Gezien de maatschappelijke opgaven waarvoor de regio staat, zijn een gerichte, risicogestuurde en opgavegerichte inzet van VTH en advisering essentieel om de omgevingskwaliteit duurzaam te borgen. Dit hoofdstuk biedt het kader voor de komende planperiode. De prioriteiten en doelstellingen worden jaarlijks geconcretiseerd in het uitvoeringsprogramma (‘wat in dat jaar bereiken?’) en vertaald naar Kritische prestatie-indicatoren (KPI’s). Deze worden gemonitord en zijn ook een belangrijke basis voor de evaluatie en waar nodig bijsturing van de uitvoering en prioriteiten.

6.1 Samen werken aan een veilige leefomgeving In Nederland is de ruimte schaars. Mensen willen gezond en veilig leven, en het bedrijfsleven wil ruimte voor economische groei behouden. Deze blijvende zoektocht naar een optimaal gebruik van de beperkte ruimte is het onderwerp van omgevingsveiligheid. Omgevingsveiligheid gaat over het borgen van een veilige leefomgeving door risico's te voorkomen, te beperken en te beheersen. Deze risico's kunnen bij incidenten zeer nadelige gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Het gaat onder andere om risico's verbonden aan de productie, opslag en transport van gevaarlijke stoffen, en activiteiten waarbij bij incidenten giftige stoffen vrij kunnen komen of er schade voor de omgeving kan ontstaan door brand of explosies. Hoewel het Veluwegebied vooral bekend is om zijn natuur en recreatie, zijn er ook diverse risicovolle activiteiten en infrastructuren. Dit kan gaan om grotere risicovolle bedrijven 4 op bedrijfsterreinen (zoals in Apeldoorn, Harderwijk, Putten, Voorst, Brummen en Epe) uit de branche van chemie, papierverwerking of voedingsmiddelenindustrie. Maar ook om kleine bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen zoals garagebedrijven, drukkerijen, bakkerijen, zwembaden en soms zelfs detailhandel.

Bijvoorbeeld door opslag van reinigingsmiddelen, of om de vele propaantanks in het buitengebied (met mogelijk risico van natuurbranden), defensieterreinen of het vervoer van gevaarlijke stoffen in en door de regio via (spoorweg), water of buisleidingen. Zaken waarmee in de ruimtelijke ontwikkelingen rekening moet worden gehouden. De klimaatverandering vergroot bestaande omgevingsveiligheidsrisico’s, bijvoorbeeld door een hogere kans op overstromingen en natuurbranden. Dit kan leiden tot uitval van vitale infrastructuur tijdens hitte of storm. Daarnaast ontstaan nieuwe risico’s, zoals bij de opslag en toepassing van duurzame energiedragers als waterstof en batterijen, die vragen om aangepaste veiligheidsmaatregelen en ruimtelijke keuzes De omgevingsdienst draagt, samen met de veiligheidsregio, bij aan het minimaliseren van de kans op incidenten en het beperken van de gevolgen van eventuele calamiteiten. Dit gebeurt niet alleen bij de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving, maar ook door advisering van gemeenten. Bijvoorbeeld bij de aandacht voor omgevingsveiligheid in de omgevingsplannen (aandachtsgebieden), bij de transformatie van bedrijfsterreinen of de energietransitie.

4

Vijf inrichtringen in de regio (in Apeldoorn, Voorst en Putten) behoren tot de hoogste risicocategorie, de zogenaamde ‘Seveso-inrichtingen’. Hiervoor is de provincie bevoegd gezag. De uitvoering van de VTH-taken bij deze inrichtingen is belegd bij Omgevingsdienst Groene Metropool. De uitvoering gebeurt samen met onder andere de veiligheidsregio, de arbeidsinspectie en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

14

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

Gezamenlijke ambities en de bijdrage van Omgevingsdienst Veluwe Gemeenten in de regio en de provincie streven naar een veilige en gezonde leefomgeving waarin nieuwe ontwikkelingen verantwoord worden ingepast. Omgevingsdienst Veluwe ondersteunt deze ambitie door vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering gericht in te zetten op het beperken van risico’s voor mens en milieu. Via risicogerichte inzet draagt de omgevingsdienst bij aan de omgevingsveiligheid, het voorkomen van nieuwe risico’s en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Gemeentelijke en provinciale ambities

Bijdrage Omgevingsdienst Veluwe 1.1.1.

Samen met de veiligheidsregio gemeenten adviseren over een veilige ruimtelijke inrichting in omgevingsplannen; het zo borgen dat er veilige afstanden zijn tussen risicobronnen (aandachtsgebieden) en (zeer) kwetsbare functies zoals woningen, scholen en zorginstellingen én tussen risicobronnen onderling. Waar dat niet kan, wordt bekeken met welke maatregelen toch voldoende veiligheid kan worden geborgd.

1.2.1.

Gemeenten bij de ruimtelijke afweging over de vestiging van een nieuw bedrijf en de beoordeling van de aanvraag van bouwactiviteiten door bedrijven adviseren over een veilige inrichting en risicobeperking; Alle vergunningaanvragen waar omgevingsveiligheid een rol speelt integraal toetsen aan actuele wet- en regelgeving; Het jaarlijks controleren en waar nodig handhaven van bedrijven met de meest risicovolle activiteiten, vooral waar het gaat om de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen; Adviseren van gemeenten bij geconstateerd strijdig gebruik met risico’s voor de omgevingsveiligheid; Het versterken van de samenwerking met veiligheidsregio en de lokale crisisbeheersingsorganisaties.

1.1. Het borgen van de omgevingsveiligheid bij de ruimtelijke ontwikkeling

1.2.2.

1.2. Het borgen van de omgevingsveiligheid op het niveau van individuele bedrijven en milieubelastende activiteiten.

1.2.3.

1.2.4.

1.2.5.

1.3.1.

1.3.2. 1.3. Het voorkomen van het ontstaan van nieuwe risico’s door de energietransitie (bijvoorbeeld opslag en transport, batterijen) en de transitie naar een circulaire economie (bijvoorbeeld ZZS in secundaire bouwstoffen).

1.3.3.

1.3.4.

Adviseren over potentiële omgevingsrisico’s ten gevolge van de transitie naar een circulaire economie en de energietransitie; In samenwerking met gemeenten en veiligheidsregio uitwerken van scenario’s voor de beheersing van nieuwe risico’s zoals opslag van waterstof of batterijenergieopslagsystemen, kennisdelen en adviseren over veilige toepassing; Het zorgen voor actuele vergunningen, het houden van toezicht en het handhaven van de voorschriften waar het gaat om ZZSemissies; Gemeenten adviseren waar het gaat om een milieu-hygiënische toepassing van secundaire bouwstoffen.

15

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

6.2 Samen werken aan een gezonde leefomgeving Een gezonde leefomgeving is een omgeving die als prettig wordt ervaren, waar gezonde keuzes gemakkelijk en logisch zijn en waar negatieve invloed op gezondheid zo klein mogelijk is. Dit kan een natuurlijke omgeving zijn met groen en water, die helpt om hitte en wateroverlast tegen te gaan en bijdraagt aan klimaatbestendigheid. Een gezonde leefomgeving is essentieel voor het welzijn van inwoners en de aantrekkelijkheid van de regio. Die kan onder druk staan door allerlei oorzaken. Denk aan verminderde luchtkwaliteit, geluidhinder, geurbelasting, bodemkwaliteit en hittestress. Ook stikstofemissies dragen indirect bij aan gezondheidsrisico’s, onder meer via omzetting in fijnstof (secundair aerosol) of door effecten op de stedelijke groenstructuur. Deels gaat het in de regio om bestaande lokale knelpunten (‘hotspots’) die om een oplossing vragen. En deels om nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw of nieuwe bedrijfsterreinen, die om zorgvuldige afweging van ambities en gezondheidsrisico’s vragen. Bij het werken aan een gezonde leefomgeving staat de regio de komende jaren voor een aantal uitdagingen: Het verbeteren van de luchtkwaliteit. De Europese raad nam op 14 oktober 2024 een nieuwe richtlijn voor luchtkwaliteit aan. Vanaf 2030 gaan er strengere eisen gelden voor bijvoorbeeld fijnstof en stikstofdioxide.

De luchtkwaliteit kan nu al onder druk staan door verkeer en industriële emissies maar ook door het stoken van hout in kachels. Daarbij is er maatschappelijk ook een toenemende aandacht en zorg over de uitstoot van zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) in de lucht, het water en in de bodem. Gemeente Brummen, Putten en Harderwijk hebben het Schone Lucht Akkoord ondertekend; Geluidsoverlast speelt bij veel gemeenten in de regio. Door bedrijfsactiviteiten, transportbedrijven, horeca (binnensteden), verkeer, spoorwegen en defensie (Oldebroek, Elburg, Epe en Heerde); Geurhinder in onder andere Putten, Elburg, Harderwijk, Brummen en Apeldoorn. Veroorzaakt door bijvoorbeeld voedselverwerking, afvalverwerking, agrarische bedrijven of papierfabrieken; Asbestverwijdering. Vooral in de oudere wijken en voormalige bedrijfslocaties wordt nog regelmatig asbest aangetroffen bij sloopactiviteiten; Indirecte lozingen van bedrijfsafvalwater zijn een significante bron van waterverontreiniging: dat levert risico’s op voor de kwaliteit van het drinkwater, de gezondheid en ecosystemen. De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die streeft naar een goede waterkwaliteit van zowel oppervlaktewater als grondwater.

Indirecte lozingen, zoals afvalwater van bedrijven dat via het riool op het oppervlaktewater terechtkomt, spelen een belangrijke rol in het behalen van de KRW-doelen; Bodemverontreiniging op voormalige bedrijfslocaties; Toename van hittestress in stedelijke gebieden, maar ook in de bebouwde omgeving van kleinere gemeenten; Het voorkomen van een achteruitgang van de biodiversiteit. Klimaatverandering versterkt deze risico’s, bijvoorbeeld een verslechtering van de luchtkwaliteit tijdens droge en warme perioden of risico’s van vervuiling als hoogwater bedrijven of opslagen bereikt. Gezamenlijke ambities en de bijdrage van Omgevingsdienst Veluwe Gemeenten in de regio en de provincie streven naar een veilige en gezonde leefomgeving waarin nieuwe ontwikkelingen verantwoord worden ingepast. Omgevingsdienst Veluwe ondersteunt deze ambitie door vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering gericht in te zetten op het beperken van risico’s voor mens en milieu. Via risicogerichte inzet draagt de omgevingsdienst bij aan de omgevingsveiligheid, het voorkomen van nieuwe risico’s en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit.

16

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Gemeentelijke en provinciale ambities

Omgevingsdienst Veluwe

Bijdrage Omgevingsdienst Veluwe

2.1. Gezondheid en leefomgevingskwaliteit structureel meenemen in het omgevingsplan, de ruimtelijke ontwikkeling, beleid en inrichting van de openbare ruimte

2.1.2. Het samen met de GGD de gemeenten integraal adviseren over een gezondheidbevorderende inrichting van de leefomgeving (positieve gezondheid); 2.1.2. Toetsen van woningbouw- en bedrijfsterreinprojecten aan relevante risico’s wat betreft luchtkwaliteit, geluid, geur en emissies van ZZS (bodem, water, lucht, afval); 1.2.3. Signaleren van mogelijke gezondheidsrisico's en zo nodig de inhoudelijke expertise van de GGD betrekken bij onderzoek en duiding; 1.2.4. Gezamenlijke (beleids)kaders ontwikkelen voor het maken van afwegingen, zoals het monitoren van de Basisgeluidemissie (BGE). Ook met inbreng van de GGD.

2.2. Voldoende inzicht hebben van de druk op de gezondheid in de leefomgeving.

2.2.1. Structureel borgen van de kennisdeling tussen GGD, omgevingsdienst en gemeenten; 2.2.2. Het structureel verbeteren van de informatiepositie door gebruik bestaande informatie (RIVM, GGD), het inventariseren en op kaart zetten van risicobronnen en het verkennen van de mogelijkheden tot het uitvoeren van milieumetingen (bijvoorbeeld waar het gaat om hittestress of luchtkwaliteit);

2.3. Bedrijven voldoen minimaal aan de gezondheidseisen die in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het omgevingsplan van een gemeente zijn gesteld. Meer specifiek waar het gaat om geur, geluid, luchtkwaliteit, (de emissie van) zeer zorgwekkende stoffen, bodem en water.

2.3.1. Bij bedrijven met milieubelastende activiteiten die een verhoogd risico met zich meebrengen voor de gezondheid en de leefbaarheid worden vergunningaanvragen uitvoerig getoetst, gecontroleerd en waar nodig gehandhaafd. De prioriteit ligt bij de chemie en metaalbedrijven, intensieve veehouderijen, voedingsmiddelenindustrie, logistiek en distributie, afvalverwerking en automotive; 2.3.2. Het toezien op de informatie en reductieverplichting van bedrijven waar het gaat om de emissies van ZZS; 2.3.3. Investeren in kennis over indirecte lozingen en het waar nodig actualiseren van vergunningen, het opleggen van maatwerkvoorschriften en het intensiveren van het toezicht daarop.

2.4. De ‘hotspots’ met structurele gezondheidsrisico’s en/of waar de leefbaarheid onder druk staat worden aangepakt.

2.4.1. Samen met de gemeenten een integrale (projectmatige) aanpak opzetten waarbij de omgevingsdienst vooral een bijdrage levert door toezicht en handhaving op MBA’s die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid en leefbaarheid; 2.4.2. Stimuleren van het verwijderen van asbest i.v.m. calamiteiten.

17

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

6.3 Samen werken aan natuurbehoud en biodiversiteit op de Veluwe De Veluwe is een van de grootste en meest waardevolle aaneengesloten natuurgebieden van Noordwest-Europa. Binnen de regio liggen diverse gebieden die vallen onder Natura 2000-gebied de Veluwe. Daaronder de noordwestelijke Veluwe (rond Ermelo, Heerde, Harderwijk en Nunspeet), de Veluweflank bij Putten, natte natuur zoals het Wisselse Veen bij Epe en het Hulshorsterzand tussen Harderwijk en Nunspeet. Deze gebieden herbergen een rijkdom aan diersoorten, zoals edelherten, dassen, zandhagedissen, wolven en talloze bijzondere vogelsoorten (zoals de ijsvogel en de wespendief). De Veluwe combineert hoge ecologische waarden met functies voor recreatie, landbouw en wonen, waardoor het gebied ook economisch en maatschappelijk van groot belang is. Daarnaast ligt een aantal gemeenten op de overgangszone tussen de Veluwe en IJssel. Dit gebied ligt op de overgang van de droge zandgronden op de oostelijke flank van de Veluwe naar het vochtige rivierkleigebied van het IJsseldal. Deze overgangszone wordt o.a. gekenmerkt door natuurgebieden zoals de Empese en Tondese heide, landgoederen(zone) en uiterwaarden met specifieke natuurwaarde. Deze gebieden vallen deels onder Natura 2000. De natuur op de Veluwe en de overgangszone naar de IJssel staat door verschillende factoren onder druk.

Veel van de kwetsbare natuurtypen op de Veluwe en in de overgangszone maken deel uit van het Europees beschermde Natura 2000-netwerk, en vereisen instandhouding en herstel. Stikstofdepositie, onder meer afkomstig van agrarische activiteiten, industrie en verkeer, bedreigt deze habitats, waaronder de heidevelden bij Ermelo, Putten en Nunspeet, en beperkt de ontwikkelruimte voor andere functies in de regio. Verdroging vormt een risico voor gebieden met natte natuur, zoals het Wisselse Veen bij Epe en de bossen van Leuvenum bij Harderwijk. Grondwateronttrekking door industrie en klimaatverandering zijn oorzaken van verdroging. Klimaatverandering kan ook gevolgen hebben voor de biodiversiteit in het gebied. Ook de toenemende druk door defensieactiviteiten raakt deze beschermde gebieden. De instandhouding van natte natuur en veenrestanten – veelal Natura 2000-habitats – is sterk afhankelijk van voldoende en schoon grond- en oppervlaktewater. Verdroging en vermesting vormen daarmee directe risico’s voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen onder Natura 2000 én voor de bredere ecologische doelen van de Kaderrichtlijn Water. Versnippering van natuur door infrastructuur, zoals de A28 en spoorlijnen, beperkt de uitwisseling tussen leefgebieden, wat nadelig is voor soorten als het edelhert en de das.

Recreatiedruk, vooral in populaire delen van het Natura 2000-gebied, zoals het Hulshorsterzand en de bossen rond Apeldoorn en Epe, kan leiden tot verstoring van rustgebieden voor kwetsbare fauna. Maar ook evenementen in of nabij natuurgebieden kunnen tot verstoring leiden. Bijvoorbeeld in het broedseizoen. Een aantal belangrijke uitdagingen in het natuurbehoud op de Veluwe zijn de komende jaren: Herstel en behoud van natuurkwaliteit, binnen Natura 2000-gebieden Veluwe en Veluwerandmeren maar ook daarbuiten; Vermindering van stikstofbelasting, in aansluiting op gebiedsgerichte stikstofaanpak die onder meer in samenwerking met de provincie Gelderland worden ontwikkeld; Versterking van ecologische verbindingen, zoals via bestaande faunapassages bij Nunspeet en Harderwijk; Beheersing van recreatiedruk, onder andere via zonering en voorlichting in samenwerking met terreineigenaren en recreatieondernemers; Voorkomen en beheersen van natuurbranden, samen met de veiligheidsregio en terreinbeheerders.

18

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

Via actieve deelname aan programma’s als de Regio Deal Veluwe (gericht op natuurbehoud en herstel, recreatiezonering en verduurzaming) draagt de omgevingsdienst samen met de partners bij aan het realiseren van deze opgaven. Gezamenlijke ambities en de bijdrage van Omgevingsdienst Veluwe Gemeenten en provincie werken samen met landschapsbeheerders, natuurorganisaties (zoals natuurmonumenten en Staatsbosbeheer), de veiligheidsregio en het waterschap Vallei en Veluwe actief aan het beschermen en versterken van de natuur en de biodiversiteit. Omgevingsdienst Veluwe kan deze ambitie vooral ondersteunen vanuit haar adviestaak, door de rol die de groene boa’s hebben en deels door de inzet van VTH waar deze natuurbelangen raakt. Gemeentelijke en provinciale ambities

Bijdrage Omgevingsdienst Veluwe

3.1. Behouden en versterken van natuurwaarden en biodiversiteit

3.1.1. Het adviseren bij en beoordelen van ruimtelijke plannen (omgevingsvisies, omgevingsplan, herinrichtingsplan) op effecten voor beschermde soorten en natuurwaarden; 3.1.2. Het inbrengen van ecologische kennis bij gebiedsprocessen en bij de afweging tussen natuur, recreatie en andere functies; vooral bij gemeenten die deze kennis zelf niet hebben; 3.1.3. Het adviseren over natuur-inclusieve ontwikkeling binnen gemeentelijke plannen en projecten (woningbouw, bedrijfsterreinen, recreatieve voorzieningen) 3.1.4. Bijdragen aan herstelmaatregelen in Natura 2000-gebieden (vergunningverlening, toezicht, ecologische kennis inbrengen, etc.); 3.1.5. Toezicht op de uitvoering van herstelmaatregelen in natte natuurgebieden zoals het Wisselse Veen en Leuvenumse Bossen; 3.1.6. Voorlichting en advies aan gemeenten over bijvoorbeeld het mogelijk verblijven van vleermuizen in spouwmuren bij het verstrekken van subsidies voor muurisolatie; 3.1.7 Toezicht op soortenbescherming bij sloop/asbest sanering.

3.2. Beperken van de stikstofbelasting in kwetsbare natuurgebieden

3.2.1. Uitvoeren van toezicht en projecten gericht op stikstofreductie bij agrarische en recreatieve activiteiten. Bijvoorbeeld met de NVWA en het waterschap in het kader Gebiedsgericht Handhaven waar het gaat om mest.

3.3. Zorgdragen voor een goede waterkwaliteit in het gebied, ook met het oog op de biodiversiteit.

3.3.1. Het in kaart brengen van indirecte lozingen en het houden van toezicht daarop.

3.4. Het beheersen van de recreatiedruk en het beschermen van rustgebieden

3.4.1. Advies uitbrengen over recreatieve voorzieningen en activiteiten (evenementen) nabij kwetsbare natuur; 3.4.2. Toezicht (surveillance) en handhaving door de Groene boa’s.

3.5. Voorbereid zijn op de effecten van klimaatverandering op natuur (overstroming en droogte)

3.5.1. Inbrengen van klimaat-robuuste maatregelen in vergunningverlening en advisering (in afstemming met het waterschap); 3.5.2. Adviseren over herstelmaatregelen gericht op vergroting van veerkracht van natuurgebieden.

19

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Omgevingsdienst Veluwe

6.4 Samen werken aan verduurzaming De Veluwe en de IJsselvallei zijn niet alleen een waardevol natuurgebied, maar ook een regio waar klimaatverandering steeds nadrukkelijker invloed heeft op de leefomgeving. In de regio zijn de gevolgen van klimaatverandering al merkbaar: langere perioden van droogte, intensievere buien met wateroverlast, hittegolven en toenemende druk op de beschikbaarheid van water en energie. Nederland stelde het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie vast. Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) heeft als doel om wateroverlast, droogte, hittestress en de gevolgen van overstromingen te beperken. Het uiteindelijke doel is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig, CO2 neutraal en water-robuust is ingericht. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk werken samen aan dit programma. Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie werkt vanuit zeven ambities, en doet dat in een cyclisch proces. Daarnaast blijft er maatschappelijke urgentie om de transitie naar een duurzame samenleving te versnellen. Energiebesparing, verduurzaming van mobiliteit en landbouw, circulaire economie en klimaatadaptatie zijn thema’s die in de regio steeds belangrijker worden. Bij circulaire economie is de ambitie van het kabinet om het gebruik van primaire abiotische grondstoffen in 2030 te halveren.

Belangrijk is het Circulair Materiaalplan (CMP) dat eind 2025 in werking moet treden. Dit is een uniform (wettelijk) kader voor de transitie naar een circulaire economie. Dit geldt zowel voor bedrijven als voor overheden. De gemeenten en de provincie zetten in op verduurzaming. Dit omvat het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, het bevorderen van hernieuwbare energiebronnen en grondstoffen, het verbeteren van energie-efficiëntie, en het stimuleren van een circulaire economie. Daarbij is klimaatadaptatie een belangrijk aandachtspunt. Dat wil zeggen het nemen van maatregelen om de regio weerbaarder te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering, zoals extreme weersomstandigheden. Langere perioden van droogte, meer piekbuien en druk op de drinkwatervoorziening vragen om een klimaatbestendige omgang met water. Waterberging, infiltratie en zuinig watergebruik zijn cruciale opgaven bij gebiedsontwikkeling en verduurzaming van stedelijk en landelijk gebied. De energietransitie brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee: het inpassen van zonnevelden en windenergie moet zorgvuldig gebeuren om natuur, landschap en leefomgeving niet onnodig te belasten. Daarnaast zijn er problemen met de netcapaciteit en met netcongestie.

Tegelijkertijd vraagt de circulaire economie om het beperken van afval en het sluiten van grondstoffenkringen, een opgave waarin ook het bedrijfsleven in de regio een belangrijke rol speelt. Gezamenlijke ambities en de bijdrage van Omgevingsdienst Veluwe Met zijn inzet ondersteunt Omgevingsdienst Veluwe de overgang naar een duurzame, klimaatbestendige regio en de transitie naar een circulaire economie. Onder andere door energietoezicht bij bedrijven, afvalstromen te toetsen aan het CMP en ruimte te bieden aan innovatieve oplossingen. En door gemeenten bijvoorbeeld te adviseren bij de planontwikkeling, het opzetten van warmtenetten, het omgaan met hittestress en circulair bouwen.

20

15-9-2025

Uitvoerings- en Handhavingsstrategie

Gemeentelijke en provinciale ambities

Omgevingsdienst Veluwe

Bijdrage Omgevingsdienst Veluwe

4.1. Een duurzame en klimaat-adaptieve gebiedsontwikkeling

4.1.1. Adviseren over integrale duurzame gebiedsontwikkeling bij ruimtelijke plannen, bijvoorbeeld over CO2-vrije wijken, klimaatadaptatie, circulaire economie en duurzame mobiliteit; 4.1.2. Adviseren over klimaatadaptatiemaatregelen zoals vergroening, waterberging en hittebestendigheid binnen projecten, omgevingsplannen en specifieke programma’s gericht op waterbeheer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16074470/1