TAM-omgevingsplan e250061687
Tekst van het document
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan22c Nijkerkerweg 54-56 Ermelo - vastgesteld
pagina 26 van 255
Hoofdst uk 5 5.1
Juridische t oelicht ing
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het voorliggend TAM-omgevingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk w ordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel.
5.2
Opzet van de regels
Deze w ijziging van het omgevingsplan betreft een TAM-omgevingsplan. TAM-IMRO is bedoeld voor gemeenten die nog geen gebruik kunnen maken van het planvormingsdeel van het DSO. Bijvoorbeeld doordat de plansoftw are nog niet alle daarvoor benodigde functies biedt. Het kan ook zijn dat de gemeente te w einig tijd rest om het planproces goed te beproeven. Of dat er nog onvolkomenheden zijn in de landelijke voorziening. Met TAM-IMRO kunnen gemeenten toch hun omgevingsplan w ijzigen. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan w orden gebruikt onder de Omgevingsw et. Deze techniek betreft de bestaande uitw isselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. De TAM-IMRO betreft niet alleen het gebruik maken van de oude softw are maar het gaat ook om langduriger gebruik van de bestaande systemen en koppelingen. Het juridisch bindend gedeelte van het TAM-omgevingsplan bestaat uit regels en bijbehorende verbeelding w aarop de functies zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te w orden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vijf hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 5.
Inleidende bepalingen (begripsbepalingen en w ijze van meten); Algemene gebiedsoverstijgende regels voor activiteiten (thema’s); Activiteiten (voorheen: Bestemmingsregels); Algemene regels; Overgangsregels.
5.2.1
Inleidende bepalingen
De regels beginnen met een Pre-ambule. De gemeente heeft nu één omgevingsplan voor de hele gemeente. Om ervoor te zorgen dat de regels voor de ontw ikkeling aan de Nijkerkerw eg 54-56 op de juiste w ijze onderdeel uit gaan maken van het omgevingsplan van de gemeente is de pre-ambule opgenomen. De regels w orden opgenomen als hoofdstuk 22e van het omgevingsplan van de gemeente. Hoofdstuk 1 bevat de algemene bepalingen. Deze regels gelden voor de locatie w aarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in de bij het TAM-omgevingsplan behorende GML-bestand. De regels in dit hoofdstuk bevatten: Toepassingsbereik (artikel 1); Begripsbepaling (artikel 2); deze begrippen zijn een aanvulling of afw ijking op de begrippen zoals die al in het omgevingsplan inclusief bruidsschat zijn opgenomen; Meet- en rekenbepalingen (artikel 3). In artikel 1 is het toepassingsbereik opgenomen. In het toepassingsbereik is aangegeven w elke besluiten niet van toepassing zijn op dit deel van het omgevingsplan. Tevens is aangegeven op w elke locatie de regels van dit deel van het omgevingsplan w el van toepassing zijn. 5.2.2
Algemene gebiedso verst ijgende regels vo o r act ivit eit en (t hema's)
Hoofdstuk 2 bevat algemene gebiedsoverstijgende regels voor bepaalde thema’s. In dit plan zijn regels opgenomen voor activiteiten in archeologische w aardengebieden en regels over parkeren. Parkeren In de Algemene regels over parkeren is geregeld dat voldaan moet w orden aan de Nota Parkeernormen Ermelo. Het is mogelijk om met een omgevingsvergunning af te w ijken van deze normen, indien voldaan w ordt aan de in de regels opgenomen voorw aarden.
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan22c Nijkerkerweg 54-56 Ermelo - vastgesteld
pagina 27 van 255
5.2.3
Act ivit eit en
Hoofdstuk 3 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het besluitgebied voorkomende activiteiten en gebiedsaanw ijzingen. De regels zijn onderverdeeld in.: Toepassingsbereik: op w elke locatie de regels gelden; Oogmerk: w at w ordt er beoogd met de toegestane activiteiten; Gebruiksactiviteiten; Bouw activiteiten. Een TAM-omgevingsplan geeft aan w elke functies w aar zijn toegestaan en w elke bebouw ing mag w orden opgericht. Bij het opstellen van dit TAM-omgevingsplan zijn keuzes gemaakt over w elke activiteiten w aar w orden mogelijk gemaakt en is gekeken w elke bebouw ing stedenbouw kundig toegestaan kan w orden. In deze paragraaf w orden de gemaakte keuzes nader onderbouw d. Hierbij zullen functies in dezelfde volgorde als in de regels w orden behandeld. W onen - Nijkerkerweg 54-56 Ermelo Op voor ‘Wonen - Nijkerkerw eg 54-56 Ermelo’ aangew ezen gronden is het w onen in w oningen en, onder voorw aarden, aan huis gebonden beroepen toegestaan. Voor het bouw en van w oningen zijn w oningtypen aangegeven, te w eten tw ee-aaneen. De w oningen moeten binnen het bouw vlak gerealiseerd w orden. Bij dit w oningtype zijn goot- en bouw hoogten en inhoudsmaten opgenomen. Verder zijn er bouw regels opgenomen voor toegestane bijbehorende bouw w erken en bouw w erken geen gebouw en zijnde. Bij de gebruiksregels is ook een voorw aardelijke verplichting opgenomen.
Op basis hiervan mogen de w oningen alleen gebruikt w orden indien de landschappelijke inpassing is uitgevoerd binnen 1 jaar na gereedmelding van de bouw van de w oningen. Groen - Nijkerkerweg 54-56 Ermelo De doelen voor de met ‘Groen - Nijkerkerw eg 54-56 Ermelo’ aangew ezen gronden bestaan uit het bescherming en instandhouding van: a. openheid van het landschap; b. natuurw aarden; c. gezondheid. Op deze gronden mag niet gebouw d w orden. De aanduiding 'overige zone - spuitvrije zone' is opgenomen voor de bescherming van de gezondheid van personen op nabijgelegen verblijfslocaties. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - spuitvrije zone' is het gebruik van synthetisch-chemische gew asbeschermings- en bestrijdingsmiddelen voor de (laan)boom- en fruitteelt niet toegestaan. 5.2.4
Algemene regels
In hoofdstuk 4 zijn nog algemene verbodsbepalingen opgenomen. 5.2.5
Overgangsregels
Hoofdstuk 5 bevat overgangsrechtelijke bepalingen voor activiteiten. Deze algemene regels gelden voor het hele perceel Nijkerkerw eg 54-56. De bestaande bouw - en gebruiksactiviteiten mogen, indien legaal aanw ezig, w orden voortgezet zolang de nieuw e ontw ikkeling nog niet is gerealiseerd.
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan22c Nijkerkerweg 54-56 Ermelo - vastgesteld
pagina 28 van 255
Hoofdst uk 6 Inspraak en overleg 6.1
Vooroverleg
Het concept van deze w ijziging van het omgevingsplan zal toegezonden w orden aan de provincie Gelderland in het kader van kennisgeving en participatie volgens artikel 10.2 van het Omgevingsbesluit. Dit concept is niet toegezonden aan de Rijksoverheid, aangezien er geen nationale belangen in het geding zijn.
6.2
Vooront werp
De ontw ikkeling die dit plan mogelijk maakt, heeft een beperkte invloed op zijn omgeving. Andere, bebouw de percelen zijn op ruime afstand gelegen. Daarom heeft geen voorontw erp van dit plan voor inspraak ter inzage gelegen. De buurtbew oners zijn geïnformeerd over het initiatief. Het gaat om de bew oners van de Nijkerkerw eg 31, 33, 34, 35, 37, 44, 46, 62, 64, 64a, 66, en de Bulderw eg 20. Daaruit zijn geen bezw aren naar voren gekomen. De reacties zijn overw egend positief.
6.3
Ont werp
Het ontw erp van deze w ijziging van het omgevingsplan heeft van 6 augustus 2025 tot en met 19 september 2025 ter inzage gelegen. Toen zijn geen ziensw ijzen ingediend.
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan22c Nijkerkerweg 54-56 Ermelo - vastgesteld
pagina 29 van 255
Bijlagen bij mot ivering
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan22c Nijkerkerweg 54-56 Ermelo - vastgesteld
pagina 30 van 255
Bijlage 1
Gemeente Ermelo
St edenbouwkundige st udie en landschapsplan
TAM-omgevingsplan22c Nijkerkerweg 54-56 Ermelo - vastgesteld
STEDENBOUWKUNDIGE EN LANDSCHAPPELIJKE STUDIE VOOR FUNCTIEVERANDERING NAAR WONEN LANDSCHAPPELIJKE INPASSING / GROEN- EN NATUURINCLUSIEF BOUWEN AAN DE NIJKERKERWEG 54-56 IN DE GEMEENTE ERMELO
03 06 2024
De Regt Danz BNA
Kasteel 24, 3823 BM Amersfoort
T: 033-455 05 09
E: info@deregtdanz.nl
I: www.deregtdanz.nl
INHOUD
1. Uitgangspunten en Ligging van het erf
3
2. Reliëf
4
3. Geomorfologie en bodem
5
4. Historische ontwikkeling
6
5. Relevant gemeentelijk beleid
8
6. Nieuwe inrichting van het erf
10
Bestaande situatie van de omgeving
10
Bestaande landschappelijke structuren
11
Foto’s van het erf
12
Bestaande situatie van het erf
16
Sloop en intenties t.b.v. functieverandering
17
Aandachtspunten en Concept
18
Nieuwe inrichting
19
7. Groen- en natuurinclusief bouwen
21
2
1. UITGANGSPUNTEN EN LIGGING VAN HET ERF Het erf ligt aan de Nijkerkerweg 54-56 in het buitengebied van Ermelo en bestaat uit de percelen H 3431 en H 3432 met een oppervlakte van 10.292,92 m² (Bron DKK - Digitale Kadastrale Kaart) Uitgangspunten / intenties ▪ Sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing ▪ Opruimen van het verharde oppervlak ▪ Herinrichting van het erf met vervangende nieuwbouw (woonbestemming) ▪ Landschappelijke inpassing van het erf
H 3431
H 3432
Topografische kaart Willem van Aalst
3
6,30 m NAP
2. RELIËF
Het plangebied is gelegen tussen ca. 4,15 m en ca. 5,20 m boven NAP in de overgang tussen de lage gebieden langs de Randmeren en de hogere gronden van de Veluwerand.
5,30 m NAP
3,05 m NAP 4,90 m NAP
5,20 m NAP
4,50 m NAP 4,15 m NAP 6,38 m NAP
5,67 m NAP
4,12 m NAP
4,61 m NAP
5,03 m NAP 4,45 m NAP
4
3. GEOMORFOLOGIE EN BODEM
Het plangebied ligt op de dekzandvlakte tegen de rand van de hogere en drogere dekzandglooingen aan in het westelijk buitengebied van Ermelo.
Lager / natter gelegen Dekzandvlakte
Hoger / droger gelegen Dekzandglooiingen
Hoge bruine enkeerdgronden leemarm en zwak lemig fijn zand Beekeerdgronden leemarm en zwak lemig fijn zand
Bodemkaart (BRO) Wageningen Environmental Research
5
▪
4. HISTORISCHE ONTWIKKELING
▪
Halfopen onregelmatig kampenlandschap met diversiteit aan landschapselementen (houtwallen, erfbeplanting, hoogstamfruit, boomsingels,…). In de westelijke rand overgang naar de broekontginningen met lange smalle stroken (van boom- / houtsingels begeleid)
Circa 1850 - 1950 De overgang tussen kampenlandschap en broekontginning met voorheen omvangrijke bospercelen en boerenerven is in de loop der tijd veranderd (de bossen zijn verdwenen). Tot omstreeks 1910 waren nog enkele bospercelen en talrijke houtwallen en boomsingels op perceelsgrenzen aanwezig.
Overgang van laag naar hoog met enkele bospercelen en boerenerven
Het kampenlandschap met een onregelmatige blokverkaveling is duidelijk herkenbaar. De open akkerzone met aaneengeschakelde bouwlanden was (en is) een herkenbaar gebied. Het gebied is goed ontsloten door landwegen met onregelmatige tracés in het oosten en rechte wegen in het westen. Aan de westzijde liggen voornamelijk natte hooi- / graslanden op relatief smalle en oost-west gerichte percelen. De percelen zijn door sloten en boomsingels / bosstroken begeleid. Het erf van deze studie is een van de talrijke oude erven van de omgeving. Het perceel is in de hoek van de Nijkerkerweg gelegen en was bijna geheel van bos omzoomd. Aan de noordzijde bevond zich lange tijd een uitgebreide boomgaard.
Open akkerzone
Broekontginningen
OMSTREEKS 1910 ▪ ▪
Halfopen onregelmatig kampenlandschap met grote diversiteit aan landschapselementen (bospercelen, houtwallen, hoogstamfruit, singels,…). In de westelijke rand overgang naar de broekontginningen met lange smalle stroken (van dichte boomsingels begeleid) stroken en enkele boomsingels
▪ ▪
Open onregelmatig kampenlandschap met weinig landschapselementen (restanten houtwallen, erfbeplanting, enkele boomsingels) In de westelijke rand overgang naar de broekontginningen met lange open stroken en restanten boomsingels
Overgang van laag naar hoog
Overgang van laag naar hoog met bospercelen en boerenerven
Broekontginningen
Open akkerzone
Open akkerzone Broekontginningen
OMSTREEKS 1850
OMSTREEKS 1950
6
▪ ▪
Circa 1980 - 2020
▪
Open onregelmatig kampenlandschap met weinig landschapselementen (restanten houtwallen, erfbeplanting, enkele boomsingels) In de westelijke rand overgang naar de broekontginningen met lange open stroken en restanten boomsingels Aantal en schaal van de bebouwing toegenomen
Het landschap heeft in de loop der tijd een veel opener karakter gekregen. De akkerzone met aaneengeschakelde bouwlanden verschilt niet wezenlijk van het omringende landschap.
Overgang van laag naar hoog met restanten bospercelen en boerenerven
De overgangszone tussen kampenlandschap en broekontginning is in de huidige tijd moeilijk herkenbaar. Alleen de onregelmatige verkavelingsstructuren van het kampenlandschap gaan over naar rechte structuurlijnen. Het gebied is goed ontsloten door landwegen met onregelmatige tracés in het oosten en rechte wegen in het westen. Westelijk liggen de oost-west gerichte percelen / stroken. De percelen zijn door sloten begrensd en soms door boomsingels begeleid. Het erf van deze studie is nog steeds in de hoek van de Nijkerkerweg gelegen maar ligt heden vrij in het landschap. Een boomgaard is nu aan de zuidzijde van het erf aanwezig
Akkerzone met kwekerijen
Broekontginningen
OMSTREEKS 2000 ▪ ▪ ▪
Open onregelmatig kampenlandschap met weinig landschapselementen (restanten houtwallen, erfbeplanting, enkele boomsingels) In de westelijke rand overgang naar de broekontginningen met lange open stroken en restanten boomsingels Aantal erven en bebouwing toegenomen
▪ ▪ ▪
Open onregelmatig kampenlandschap met weinig landschapselementen (restanten houtwallen, erfbeplanting, enkele boomsingels) In de westelijke rand overgang naar de broekontginningen met lange open stroken en restanten boomsingels Aantal en schaal van de bebouwing nog eens toegenomen
Overgang van laag naar hoog
Overgang van laag naar hoog
Broekontginningen
Open akkerzone
Akkerzone met kwekerijen Broekontginningen
OMSTREEKS 1980
OMSTREEKS 2020
7
5. RELEVANT GEMEENTELIJK BELEID
Met de ruimtelijke visiedocumenten wil de gemeente Ermelo verschillende bestaande en toekomstige ruimtelijke initiatieven stroomlijnen en een ruimtelijk kader bieden voor een nadere uitwerkingen. Deze uitwerking richt zich op het in het buurtplan opgenomen “ afwegingsgebied voor nieuwe ontwikkelingen”. Het gebied buiten het “afwegingsgebied voor nieuwe ontwikkelingen” wordt in het buurtplan Horst en Telgt gezien als een waardevol “open buitengebied”. Het plangebied ligt in de zonering ‘Broekontginningenlandschap’ (Structuurvisie Functieverandering).
ONTWIKKELPERSPECTIEF HORST EN TELGT
(03-03-2021)
Rho
OMGEVINGSVISIE GEMEENTE ERMELO - IDeekaart 3 Buitengebied west STRUCTUURVISIE Functieverandering
BRO
Omgevingsvisie Ermelo (vastgesteld 03-02-2022)
Herijking 2021
8
Vigerend Bestemmingsplan Nieuwe bestemming: Functieverandering naar wonen ▪ ▪ ▪
Het plangebied is in de huidige situatie bestemd als agrarisch bedrijf met intensieve veehouderij Het doel is het opheffen van de agrarische bestemming en de sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing De bestemmingswijziging gaat uit naar een woonbestemming met herinrichting van het erf met vervangende nieuwbouw (van woningen)
Plangebied met bouwvlak
Bestemmingsplan Nijkerkerweg 66 (onherroepelijk vastgesteld 16-01-2014)
Bestemmingsplan Buitengebied Midden-West | Uitsnede plankaart blad 4 | 14-08-2009
9
6. NIEUWE INRICHTING VAN HET ERF Bestaande situatie van de omgeving Het kampenlandschap met een onregelmatige blokverkaveling is cultuurhistorisch en ruimtelijk zeer waardevol, ook al zijn veel landschapselementen in de loop der tijden verdwenen. Hierdoor zijn de verschillen tussen de landschapstypen kampenlandschap (oostelijk) en broekontginning (westelijk) vervaagd. In de omgeving van het plangebied zijn enkele traditionele boerenerven met beeldbepalende boerderijen en gemeentelijke monumenten aanwezig.
02 11 2020
BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) | DKK (Digitale Kadastrale Kaart) | Luchtbeeld PDOK | Topografische kaart Willem van Aalst
10
Bestaande landschappelijke structuren
Kampenlandschap
Het kampenlandschap met een onregelmatige blokverkaveling is cultuurhistorisch en ruimtelijk zeer waardevol, ook al zijn veel landschapselementen in de loop der tijden verdwenen. Hierdoor zijn de verschillen tussen de landschapstypen kampenlandschap (oostelijk) en broekontginning (westelijk) vervaagd. In de omgeving van het plangebied zijn meerdere traditionele boerenerven met beeldbepalende boerderijen en gemeentelijke monumenten aanwezig.
Hogere ligging Droge rijke gronden Halfopen onregelmatig landschap met kampen Akkerzone met enken en enkcomplexen Onregelmatige houtwallen en bospercelen
Broekontginning Ligging in de overgang Halfopen strokenlandschap Grasland met rechte lange sloten Lage boomsingels, houtstroken en bospercelen
Groot Noord Brandsgoed
Voormalige bospercelen / houtwallen
Gemeentelijk monument
e rk Nijk
e rw e
g
Historische weg (Hanzeweg) Waardevol open gebied Waardevolle landschapsstructuren Waardevolle boomsingels / -rijen
Klein Noord Brandsgoed
Oude akker
Traditionele erven met beeldbepalende boerderijen (Oude) akkergebieden Verdwenen bospercelen / houtwallen (omstreeks 1900)
02 11 2020
BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) | DKK (Digitale Kadastrale Kaart) | Luchtbeeld PDOK | Topografische kaart Willem van Aalst
11
Foto’s van het erf
Boerderij - voorgevel en zijgevel zuid
Boerderij - voorgevel en aangebouwde schuur
Boerderij - achterzijde / aanbouw
Boerderij - voorgevel
12
Tuin met bomen aan de Nijkerkerweg (hoek)
Boerderij - achterzijde
Tuin met greppel en bomen aan de Nijkerkerweg (zuidzijde)
13
Noordrand van het erf met stal (zicht naar de Nijkerkerweg)
Stal met boerderij (achterkant)
Noordrand van het erf met stal (zicht naar het open landschap)
Stallen aan de achterzijde van het erf
14
Schuurtjes nabij de entree
Schuur nabij de entree
Schuurtjes en opstallingen
Schuurtje
15
Bestaande situatie van het erf Het erf is herkenbaar / zichtbaar in de bocht van de Nijkerkerweg gelegen. Er zijn geen grootschalige stallen aanwezig en de meeste agrarische bijgebouwen en opstallingen zijn bouwkundig in een slechte staat. Aan de zuidzijde van de boerderij zijn restanten van een boomgaard van oude fruitbomen aanwezig. De Nijkerkerweg wordt in de hoek / aan de rand van het erf door waardevolle bomen (voornamelijk eiken) begeleid. De bebouwing van het erf ligt (vooral aan de achterzijde) zonder beplanting in het open landschap.
Elzen langs de weg
er ld u B
we
g
Fruitbomen
Restant boomgaard
e rw e
g
tw a l nhou Eike
rk Nijke
Eiken langs de weg
0
5
10
15
20
25 m
BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) | DKK (Digitale Kadastrale Kaart) | Luchtbeeld PDOK | Topografische kaart Willem van Aalst
16
Sloop en intenties t.b.v. functieverandering Er worden in totaal 729,55 m² aan bebouwing gesloopt. Terugbouwmogelijkheden zijn als volgt: ▪ 500 m² sloop: ▪ 2o1 kap woningen ▪ Kleine vrijstaande woning ▪
800 m² sloop: ▪ Vrijstaande woning
▪
1000 m² sloop: ▪ 2 Kleine vrijstaande woning (wel sloopmeters bijkopen)
27,56 m²
252,47 m² 79,17 m² 69,24 m²
er ld u B
we
g
158,77 m² 142,34 m²
Totale sloop: 729,55 m²
rk Nijke
e rw e
g
Sloop bebouwing Te kappen / vervangen bomen
0
5
10
15
20
25 m
BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) | DKK (Digitale Kadastrale Kaart) | Luchtbeeld PDOK | Topografische kaart Willem van Aalst
17
Aandachtspunten en Concept ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Versterken kleinschaligheid en herkenbaarheid van het landschap door afwisseling van openheid en beslotenheid (meer opgaand groen landschapselementen) Aansluiting zoeken bij bestaande landschapselementen Betere landschappelijke inpassing van het erf waardoor meer verschillende zichtlijnen ontstaan Behoud van de bestaande boerderij en de waardevolle bomen Nieuwe bebouwing ondergeschikt aan de bestaande boerderij (beperkt programma) Gemeenschappelijke (verplaatste) ontsluiting vanuit de één erf gedachte
er ld u B
Waardevol open gebied
we
g
Waardevolle bestaande bebouwing Nieuwe bebouwing ‘Dichte’ landschappelijke inpassing Transparante landschappelijke inpassing Vergroenen erf / landschappelijke erfelementen Verplaatsing gezamenlijke ontsluiting Waterberging / nieuwe natuur
rk Nijke
e rw e
g
Bestaande en nieuwe zichten
0
5
10
15
20
25 m
BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) | DKK (Digitale Kadastrale Kaart) | Luchtbeeld PDOK | Topografische kaart Willem van Aalst
18
Nieuwe inrichting De bestaande boerderij wordt gerenoveerd / vervangen als 2o1-kap woningen (zoals in de bestaande situatie). Nieuwbouw wordt gerealiseerd als 2o1-kap woningen.
ij omenr Open b
Dicht bosperceel
Berekening
Moestuin
Sloop:
729,55 m²
Terugbouw:
45 %
→
2o1 kap-woningen Bijgebouwen
Boomgaard hoogstamfruit 0,45 x 729,55 → 2 x 94 m² → 2 x 70 m²
→ 328,30 m²
er ld u B
→ 188 m² → 140 m² → 328 m²
Waterberging / nieuwe natuur
Driehoeksbosje rk Nijke
rz Doo e rw e
we
g
Versterken boomgaard (notenbomen / eiken)
nrij ome b n e tte
g
0
5
10
15
20
25 m
BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) | DKK (Digitale Kadastrale Kaart) | Luchtbeeld PDOK | Topografische kaart Willem van Aalst
19
rij ( Bomen
eik erken, elzen, b
Besloten inheems bosje
en)
Nieuwe 2o1-kap woningen Moestuin Hoogstamfruit
Groep bomen
Kruiden- en bloemrijk grasland
Bestaande 2o1-kap woningen Notenbomen of eiken
Wilg
Poel voor natuurontwikkeling en waterberging Eik
Besloten bosje
Nijk
rw e e rk e
ngs en la
e de w
g
Eikenhoutwal
0 1
g
20
3
5
10
15 m
7. GROEN- EN NATUURINCLUSIEF BOUWEN - PUNTENTABEL Puntentabel:
26 punten nodig
Maatregelen / Locatie
Punten
40 m
Stap 1: Omvang project → 10.262,92 m²
Insectenhotels (1 stk)
1
Nestkast voor vlinders (1 stk)
1
Nestplaats voor vogels (3 stk)
3
Verblijfplaats vleermuizen (4 stk)
4
Waterschaal voor vogels
1
Zeer grootschalig project Inheemse bomen (19 stk)
Stap 2: Aantal te behalen punten: 26 punten
(19/3)
6
Inheemse haag (> 10 m lang)
1
Boomgaard met > 10 fruitbomen
2
Bloemrijk grasland (> 1000 m²)
3
Inheems bosje (> 300 m²)
3
Natuurlijke poel Ø > 20 meter
3
Algemene maatregelen zonder specifieke locatie Het hele jaar is er voedsel voor vogels in tuin/erf beschikbaar
1
Inrichting tuin/erf afgestemd op kleine zoogdieren (o.a. egel)
1
Regenwater van de gebouwen en verharde oppervlaktes heeft een tweede gebruik
1
Bio-afbreekbaar afval van de huishoudens en de tuin wordt op het terrein gecomposteerd
1
TOTAAL 23 m
32
(Eventuele uitwisseling mogelijk - 6 punten)
Nijk
rw e e rk e
0 1
g
21
3
5
10
15 m
Soortenlijst bomen
Landschapselementen / boomsoorten rij ( Bomen
eik erken, elzen, b
Haagbeukenbos
en)
Moestuin
Betula pendula
Ruwe berk
(3 stk)
Alnus glutinosa
Zwarte els
(4 stk)
Juglans regia
Gewone walnoot
(1 stk)
Quercus robur
Zomereik
(8 stk)
Salix alba
Gewone wilg
(1 stk)
Salix caprea
Boswilg
(1 stk)
Tilia cordata
Winterlinde
(1 stk)
Hoogstamfruit
Kruiden- en bloemrijk grasland
Poel voor natuurontwikkeling en waterberging Broekbos
Eik
Nijk
rw e e rk e
ngs en la
e de w
g
0 1
g
22
3
5
10
15 m
Uitleg groen- en natuurinclusief bouwen
Algemeen Bij uitvoering van de werkzaamheden moet altijd invulling gegeven worden aan de ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming). Er moeten passende maatregelen genomen worden om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Tijdens het broedseizoen worden geen aanleg- of onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd (15 maart tot 15 juli). De natuurinclusieve maatregelen worden in de anterieure overeenkomst en in regels van het omgevingsplan vastgelegd als voorwaardelijke verplichting. De meest belangrijke onderdelen / punten hebben betrekking tot de landschappelijke inpassing (solitaire bomen, boomsingels, bosje, bloem- en kruidenrijk grasland / randen, boomgaard en hagen).
Faunaverblijven Insectenhotel
De verschillende nestkasten, -verblijven voor insecten, bijen, vlinders en vogels (mussenflat)worden geplaatst op hiervoor geschikte locaties op het erf of in de omgeving. Zo wordt een nestkast voor vogels en een waterschaal voor vogels in de nieuw aan te leggen boomgaard met hoogstamfruit geplaatst. De verblijfplaats voor vleermuizen (aan het bijgebouw) wordt uitgevoerd in drie geschakelde / gekoppelde spouwmuurkasten aan de rand van het erf zodat de vleermuizen in het open landschap kunnen foerageren. Nestkasten voor mussen en / of zwaluwen
Nestkast voor vlinders
Bloemrijk grasland en de kruidenrijke randen Waarde voor natuur en landschap: Bloemrijk grasland is door het hele jaar een schuil- en foerageerplek voor de vleermuizen, zwaluwen, kleine zoogdieren, bijen, vlinders en andere insecten. Een gebied met bloemrijk grasland heeft verschillende kleuren, geuren, beweegt met de wind en biedt een aantrekkelijk landschapsbeeld. Aanleg is niet van toepassing. Het gaat om bestaand grasland zonder inzaaien. De soortensamenstelling van soorten is grondgebonden en afhankelijk van het maaibeheer, bezonning en neerslag. Verschraling vindt plaats door het (maai)beheer. Aanleg Er wordt uitgegaan van verschraling door maaibeheer. Inzaaien is niet nodig.
Nestkast / verblijfplaats voor vleermuizen
Beheer Twee keer per jaar maaien (eind juli en september) Maaigoed altijd afvoeren Niet bemesten met (drijf)mest Bij beheerwerkzaamheden moet rekening gehouden worden met het broedseizoen (tussen 15 maart en 15 juli geen werkzaamheden uitvoeren)
Nestkasten voor mussen
23
Nestkasten voor zwaluwen
Nieuwe solitaire bomen / boomgroepen Soorten ▪ Betula pendula ▪ Alnus glutinosa ▪ Juglans regia ▪ Quercus robur ▪ Salix alba ▪ Salix caprea ▪ Tilia cordata
12 stk
Ruwe berk Zwarte els Gewone walnoot Zomereik Gewone wilg Boswilg Winterlinde
Plantmateriaal ▪ ▪ ▪ ▪
Maat 10-12 cm NAK (B) gekeurd Minimaal 2 x verplant Draadkluit
Boomgaard met hoogstamfruit
11 + 2 stk
Soorten ▪ Zoete kers ▪ Zure kers ▪ Appel ▪ Peer ▪ Pruim Plantmateriaal ▪ ▪ ▪
Minimale hoogte 80/100 cm Leeftijd 1+2 (3-jarig, na eerste verplant) Wortelgoed
Boomgaard
24
Bosaanleg (inheemse bosjes)
5m
5m
Aanleg en onderhoud ▪ Plantafstanden zijn onregelmatig voor een natuurlijke uitstraling ▪ Plantafstand bomen circa 5 m ▪ Plantafstand struiken (ondergroei en mantelvegetatie) circa 2 m ▪ Grondbewerking van de aanliggende gronden wordt zodanig uitgevoerd dat schade aan het element wordt voorkomen ▪ Bescherming van de jonge individuele bomen met manchetten of gazen kokers tegen konijnen ▪ Bestrijding van ongewenste houtsoorten (b.v. Amerikaanse vogelkers of Amerikaanse eik) in de periode tussen medio juli en begin maart (buiten het broedseizoen van vogels)
2m
Landschappelijke waarde ▪ Bossen zijn gebieden van rust en bieden nest-, schuil- en voedselgelegenheid voor vele dieren zoals vogels, zoogdieren en insecten ▪ Bossen hebben een kernzone, een mantel met struiken en een zoom met kruidenlaag ▪ Oude bomen bieden broedgelegenheid aan spechten en andere holenbroeders (vleermuizen overwinteren en brengen jongen voort in boomholten) ▪ Omgevallen dode bomen raken begroeid met mossen en paddestoelen en vormen een leefgebied voor veel soorten insecten ▪ Bossen zijn waardevolle structuurelementen in het landschap: ▪ Het noordelijke bosperceel betreft een Haagbeukenbos ▪ Het zuidelijke driehoeksbosje betreft een Elzeneikenbosje
Soorten Elzeneikenbosje
Soorten Haagbeukenbos
Quercus robur
Zomereik
Quercus robur
Zomereik
Betula pendula
Ruwe berk
Sorbus aucuparia
Lijsterbes
Betula pubescens Zachte berk
Fagus sylvatica
Gewone beuk
Sorbus aucuparia Lijsterbes
Prunus avium
Zoete kers
Alnus glutinosa
Zwarte els
Tilia cordata
Winterlinde
Prunus padus
Vogelkers
Carpinus betulus
Haagbeuk
Rhamnus frangula Sporkehout
Prunus padus
Vogelkers
Salix aurita
Geoorde wilg
Corylus avellana
Hazelnoot
Salix caprea
Boswilg
Crataegus monogyna Eenstijlige meidoorn
Viburnum opulus
Gelderse roos
Viburnum opulus
Gelderse roos
Salix cinerea
Grauwe wilg
Crataegus laevigata
Tweestijlige meidoorn
Euonymus europaeus Kardinaalsmuts Plantschema bos
Plantmateriaal Bosplantsoen
Rosa canina
Hondsroos
Prunus spinosa
Sleedoorn
Cornus sanguinea
Rode kornoelje
Poel Doelstellingen ▪ Aanleg natte natuur voor meer biodiversiteit en soortenrijke watervegetatie ▪ Voortplantingsplek voor dieren, voornamelijk amfibieën, vissen, libellen en andere insecten ▪ Voedsel-, drink- en badplek voor vogels en zoogdieren, zoals vleermuizen ▪ Waterberging Aanleg en onderhoud ▪ Op de laagste plek van het plangebied en relatief zonnig geëxposeerd ▪ Voedselarm water voorkomt algengroei en zorgt voor meer soorten planten en dieren ▪ Poel moet voldoende diep zijn: ▪ 1,5 - 2,5 m diep ▪ Minimaal 50 cm water tijdens droge perioden ▪ Vooral het noordelijke oever moet flauw oplopen met een helling van 1 op 5 ▪ Onderhoud / maaien van de oevers in de maanden oktober en november (hierbij een gedeelte van de oeverbeplanting laten staan als overwinterlocatie voor insecten) ▪ Eens in de vier jaar dichtgeslibde delen uitbaggeren ▪ Omgeving van de poel niet bemesten en geen bestrijdingsmiddelen gebruiken
Aanlegschema poel
25
pagina 56 van 255
Bijlage 2
Gemeente Ermelo
Verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in bodemonderzoek
TAM-omgevingsplan22c Nijkerkerweg 54-56 Ermelo - vastgesteld
VERKENNEND BODEM- EN VERKENNEND EN NADER ASBEST IN GRONDONDERZOEK Nijkerkerweg 54 & 56 Ermelo
kenmerk PJ Milieu BV: 24045501A
VERKENNEND BODEM- EN VERKENNEND EN NADER ASBEST IN GRONDONDERZOEK Nijkerkerweg 54 & 56 Ermelo
kenmerk PJ Milieu BV: 24045501A
opdrachtgever:
Schreuder Adviseurs te Putten
datum rapport:
9 september 2024
kenmerk:
24045501A
status:
Definitief
uitgevoerd door:
PJ Milieu BV
projectleider en rapporteur:
Henk Mark MSc | mark@pjmilieu.nl
autorisatie:
ir. Henk-Jan van Dasselaar
PJ Milieu BV | Nijverheidsstraat 21 | 3861 RJ Nijkerk | 033-2458511 | info@pjmilieu.nl | www.pjmilieu.nl
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING ........................................................................................................... 5
2
VOORONDERZOEK ................................................................................................ 6 2.1 Werkwijze .................................................................................................... 6 2.2 Resultaten vooronderzoek .............................................................................. 6 2.2.1 Onderzoekslocatie ................................................................................... 6 2.2.2 Omgeving............................................................................................... 7 2.3 Hypothese en onderzoeksopzet ....................................................................... 8
3
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ........................................................................ 10 3.1 Uitvoering veldonderzoek .............................................................................. 10 3.2 Resultaten veldonderzoek .............................................................................. 10 3.3 Laboratoriumonderzoek ................................................................................. 11 3.4 Analyseresultaten ......................................................................................... 12 3.5 Deelconclusie verkennend bodemonderzoek .................................................... 14
4
VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK DRUPLIJNEN ..................................... 15 4.1 Uitvoering veldonderzoek .............................................................................. 15 4.2 Resultaten veldonderzoek .............................................................................. 15 4.3 Laboratoriumonderzoek ................................................................................. 15 4.4 Analyseresultaten ......................................................................................... 16 4.5 Interpretatie en deelconclusie verkennend asbest in grondonderzoek druplijnen ... 17
5
VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK ERF .................................................. 18 5.1 Hypothese en onderzoeksopzet ...................................................................... 18 5.2 Uitvoering veldonderzoek .............................................................................. 18 5.3 Resultaten veldonderzoek .............................................................................. 19 5.4 Laboratoriumonderzoek ................................................................................. 19 5.5 Analyseresultaten ......................................................................................... 19 5.6 Deelconclusie verkennend asbest in grondonderzoek erf .................................... 20
6
NADER ASBEST IN GRONDONDERZOEK .................................................................. 21 6.1 Hypothese en onderzoeksopzet ...................................................................... 21 6.2 Uitvoering veldonderzoek .............................................................................. 21 6.3 Resultaten veldonderzoek .............................................................................. 21 6.4 Laboratoriumonderzoek ................................................................................. 22 6.5 Analyseresultaten ......................................................................................... 22 6.6 Interpretatie en deelconclusie nader asbest in grondonderzoek .......................... 23
7
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................ 24 7.1 Resultaten ................................................................................................... 24 7.2 Conclusies ................................................................................................... 25 7.3 Aanbevelingen ............................................................................................. 25
BIJLAGEN 1|
Foto’s
2|
Boorprofielen met legenda en verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk
3|
Analysecertificaten
4|
Toetsing analyseresultaten
5|
Achtergrondinformatie
6|
Tekening
1
INLEIDING
In opdracht van Schreuder Adviseurs te Putten is door PJ Milieu BV in augustus 2024 een verkennend bodem- en verkennend en nader asbest in grondonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich ter plaatse van de Nijkerkerweg 54 & 56 te Ermelo. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan. Doelstelling Het algemene doel van het onderzoek is het vaststellen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit. De doelstelling per deelonderzoek is in de volgende hoofdstukken weergegeven. Indeling rapport In de rapportage worden de resultaten van de deelonderzoeken in achtereenvolgende separate hoofdstukken uitgewerkt. Het rapport sluit af met een samenvatting met conclusies en aanbevelingen. Verantwoording Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen1. Desondanks dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef, waarbij een relatief gering aantal boringen, gaten, sleuven en analyses uitgevoerd wordt. Het kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is, die bij dit onderzoek niet aangetroffen is. Het onderzoek is, voor zover van toepassing, onder certificaat (KWALIBO) uitgevoerd, maar een bodemonderzoek is geen partijkeuring.
Door derden kan, ongeacht de resultaten van dit bodemonderzoek, een keuring van een af te voeren partij (grond of verhardingsmaterialen) verlangd worden. Tenslotte wordt opgemerkt dat PJ Milieu BV geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de onderzochte locatie.
1
De gebruikte normen en richtlijnen zijn in de navolgende hoofdstukken weergegeven
24045501A | Nijkerkerweg 54 & 56 Ermelo
5
2
VOORONDERZOEK
Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 57252, aanleiding A3. 2.1
Werkwijze
Het vooronderzoek heeft betrekking op de onderzoekslocatie en de omgeving. De volgende bronnen zijn geraadpleegd: ▪ het Kadaster; ▪ de opdrachtgever; ▪ de omgevingsdienst Veluwe en het streekarchief Noordwest-Veluwe; ▪ het Bodemloket en Topotijdreis.nl; ▪ de Grondwaterkaart van Nederland, de Bodemkaart van Nederland en/of het DINOloket. Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek zijn de onderzoekslocatie en de omgeving geïnspecteerd. Foto’s van de locatie zijn opgenomen in bijlage 1. 2.2
Resultaten vooronderzoek
2.2.1
Onderzoekslocatie
Topografische en algemene gegevens Enkele (topografische) gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergeven in tabel 1. Tabel 1
Topografische en algemene gegevens locatie
Algemeen Adres onderzoekslocatie
Nijkerkerweg 54 & 56 Ermelo
Gemeente
Ermelo
Kadastrale aanduiding
Gemeente Ermelo, sectie H, perceel 3431 en 3432
Artikel 55
Ten aanzien van deze percelen zijn geen aantekeningen in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen. Dit houdt in dat bij het Kadaster geen bodeminformatie geregistreerd is
Oppervlakte onderzoekslocatie
Circa 2.940 m2
Huidig gebruik De locatie heeft een agrarische functie, namelijk een (voormalige) boerderij met erf. De locatie is grotendeels onverhard, afgezien van kleine delen klinkers, grind en beton. Tijdens de visuele inspectie van de locatie zijn aan drie schuren druplijnen (asbestdaken zonder dakgoot en onderliggende verharding) waargenomen. Invasieve exoten, of aanwijzingen voor aanwezigheid ervan, zijn niet aangetroffen 4. In bijlage 6 is een situatietekening opgenomen.
2 3
4
NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2023 De (verplicht) te onderzoeken aspecten worden in de NEN 5725 afhankelijk gesteld van de aanleiding van het onderzoek. Aanleiding A is als volgt geformuleerd: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek Voorbeelden van invasieve exoten zijn de Japanse Duizendknoop en de Reuzenberenklauw. Aan de bevindingen kunnen geen rechten worden ontleend. De inspectie is beperkt en niet genormeerd
24045501A | Nijkerkerweg 54 & 56 Ermelo
6
Historisch gebruik De locatie heeft van oorsprong, sinds 1925, een agrarische functie, boerderij met erf. In het verleden was een bovengrondse dieseltank aanwezig bij de oostelijke schuur. Buiten de onderzoekslocatie aan de westzijde van de woning is een huisbrandolietank ingetekend (op vergunningstekeningen). Volgens de eigenaar is deze echter nooit aanwezig geweest. Bodeminformatie Van de locatie is geen bodeminformatie (bijvoorbeeld een voorgaand bodemonderzoek of een bodemsanering) bekend. Toekomstig gebruik Men is voornemens ter plaatse van de onderzoekslocatie nieuwbouw van woongebouwen te realiseren. Er is daarmee sprake van het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie. Asbest Om vast te stellen of de bodem van de locatie op voorhand verdacht is op aanwezigheid van asbest, zijn de volgende acties uitgevoerd: ▪ globale inspectie van de locatie (maaiveld en gebouwen); ▪ bestuderen luchtfoto's; ▪ verzamelen informatie over ophogingen, dempingen en/of stort afval of puin. Op basis van bovenstaande wordt de locatie als verdacht ten aanzien van asbest beschouwd door de aanwezigheid van druplijnen. 2.2.2
Omgeving
Definiëring omgeving De omgeving wordt gedefinieerd als de onderzoekslocatie en de directe omgeving tot een afstand van maximaal 25 meter. Gebruik De onderzoekslocatie is gelegen in het buitengebied van de gemeente. Het gebied wordt in hoofdzaak benut voor agrarische doeleinden. Voor zover bekend blijft dit gebruik ongewijzigd. Bodembedreigende activiteiten Van de directe omgeving zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten. Voorbeelden zijn (ondergrondse) brandstoftanks, een olie-benzine-afscheider of calamiteiten. Expliciete bronnen van PFAS (inclusief GenX) zijn niet bekend. Bodeminformatie Van de omgeving is geen bodeminformatie (bijvoorbeeld een voorgaand bodemonderzoek of een bodemsanering) bekend. Bodemopbouw en geohydrologie De locatie is opgenomen in rapport GWK 38 en gelegen op kaartblad 26 oost. Regionaal bestaat de bodem tot 10 meter min maaiveld (m-mv) uit zand, meest matig fijn. De regionale grondwaterstroming is noordwestelijk gericht. De locatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied.
24045501A | Nijkerkerweg 54 & 56 Ermelo
7
Achtergrondgehalten De omgevingsdienst Veluwe beschikt over een (regionale) bodemkwaliteitskaart. De verwachte kwaliteit voor de boven- en ondergrond is landbouw/natuur. De uitkomsten van het onderzoek kunnen met de in deze kaart genoemde achtergrondgehalten worden vergeleken. Over het algemeen vindt dit echter alleen plaats als in de grondmonsters matig of sterk verhoogde gehalten zijn aangetoond. 2.3
Hypothese en onderzoeksopzet
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek wordt het volgende geconcludeerd: 1. de bovengrondse dieseltank welke op de locatie aanwezig was, is een bodembedreigende activiteit. De hypothese voor deze deellocatie luidt 'verdachte locatie'. De te verwachten stof betreft minerale olie. De meeste verdachte laag betreft het niveau rond grondwaterniveau; 2. de druplijnen zijn potentieel bodembelastend. De hypothese voor deze deellocatie luidt 'verdachte locatie'. De te verwachte stof betreft asbest. De meeste verdachte laag betreft de toplaag (10 tot 30 cm); 3. op het overig terrein, zijn geen expliciet potentieel bodembedreigende activiteiten bekend. De hypothese voor deze deellocatie luidt ‘onverdachte locatie’. In onderstaande tabel zijn de te onderscheiden deellocaties beschreven. Tabel 2
Te onderscheiden deellocaties
DL
Omschrijving
V/O
Verwachte stoffen
Oppervlakte (m2)
A
Overig terrein
O
-
2.940
B
Dieseltank
V
Minerale olie
5
C
Druplijnen
V
Asbest
15, 19, 12 en 22
DL V/O
= =
deellocatie verdachte of onverdachte locatie ten aanzien van bodemverontreiniging
Het verkennend bodemonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 57405 en NEN 57076. Het algemene doel van verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de actuele milieuhygiënische kwaliteit. Volgens de NEN 5740 en NEN 5707 zijn de doelstellingen: ▪ het aantonen dat de grond en het grondwater relatief onbelast zijn (deellocatie A); ▪ het vaststellen of de aanwezigheid van één of meer ondergrondse opslagtanks heeft geleid tot een belasting van de bodem en wat de kwaliteit van de bodem is in relatie tot deze (verwachte) belasting (deellocatie B); ▪ met een relatief geringe onderzoeksinspanning nagaan of de verdenking van verontreiniging van de vaste bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak doen over het asbestgehalte in de bodem (deellocatie C). In de onderstaande tabellen zijn de gehanteerde onderzoeksstrategieën (NEN 5740 en NEN 5707) en de daarop gebaseerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden per deellocatie schematisch weergegeven.
5 6
NEN 5740, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, oktober 2023 NEN 5707+C2, Bodem. Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, Delft 2017
24045501A | Nijkerkerweg 54 & 56 Ermelo
8
Tabel 3
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek
A – Overig terrein Onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
én boring tot
én boring met
0,5 m
grondwater
peilbuis
Bovengrond
Grond Ondergrond
9
3
0*
2
1
Standaardpakket
Standaardpakket bodem
bodem7
Grondwater
0
* het grondwateronderzoek wordt uitgevoerd in combinatie met deellocatie B uitgevoerd
Tabel 4
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek
B - Ondergrondse diesel- en huisbrandolietank Verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Boring tot
én boring tot
én boring met
Grond
Grondwater
0,5 m
0,5 m onderzijde tank
peilbuis
Bovengrond
Ondergrond
0
2
1
0
1
1 Standaardpakket grondwater8
Minerale olie
Tabel 5
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek
C - Druplijnen Verdachte locatie met plaatselijke bodembelasting met duidelijke verontreinigingskern (AIG Kern) Veldonderzoek Aantal gaten
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Gaten tot de onverdachte ondergrond
Grond (verdachte laag)
8 (2 per druplijn)
4* (1 per druplijn) Asbest in grond en SEM
*
=
7
Droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), minerale olie (GC), PAK (10), PCB (7) en het lutum- en organische stofgehalte Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), aromaten (BTEXN), styreen, VOCL (11), vinylchloride, 1,1 dichlooretheen, chloorpropanen (3), bromoform en minerale olie (GC)
8
uitgaande van 1 verdachte laag van maximaal 50 cm en afhankelijk van hetgeen wordt aangetroffen
24045501A | Nijkerkerweg 54 & 56 Ermelo
9
3
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
In dit hoofdstuk is het uitgevoerde onderzoek omschreven volgens de opzet en de doelstelling in de vorige paragraaf. 3.1
Uitvoering veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd door PJ Milieu BV conform de Beoordelingsrichtlijn voor de SIKB-procescertificaten voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 20009) en de protocollen 200110 en 200211 (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk). Op 15 augustus 2024 is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 2.3. De verrichte boringen en de geplaatste peilbuis zijn gecodeerd vanaf nr. 1 voor de tank en vanaf nr. 101 voor het overig terrein. Aanvullend zijn twee proefboringen (nrs. 1001 en 1002) verricht om de verspreiding van bodemvreemde materialen vast te stellen. Het grondwater is bemonsterd op 22 augustus 2024. Gelijktijdig zijn de stand, de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (ec) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De situering van de boorpunten is aangegeven op de tekening (bijlage 6). Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 5. 3.2
Resultaten veldonderzoek
Bodemopbouw In bijlage 2 is van elke boring een boorprofiel opgenomen. De globale bodemopbouw van de locatie is in tabel 6 omschreven. Tabel 6
Globale bodemopbouw onderzoekslocatie
Traject (m-mv)
Lithologische beschrijving
0,0 - 0,6 / 1,0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus
0,6 / 1,0 – 2,7
Zand, matig fijn tot matig grof, zwak siltig
m-mv
=
meter minus maaiveld
Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem Bij de uitvoering van het veldwerk zijn bodemvreemde materialen aangetroffen. Olieindicaties of asbestverdachte materialen zijn niet waargenomen. Voor een overzicht van de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar tabel 7.
9 10 11
Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen en nemen van grondmonsters Het nemen van grondwatermonsters
24045501A | Nijkerkerweg 54 & 56 Ermelo
10
Tabel 7
Zintuiglijk waarnemingen
Boring
Traject (m-mv)
Zintuiglijke waarnemingen
1
0,4 – 1,0
sporen baksteen
2
0,0 – 1,0
sporen baksteen
3
0,0 – 1,1
sporen baksteen
104
0,0 – 0,5
sporen baksteen
109
0,0 – 0,5
Sporen baksteen en glas
110
0,0 – 0,5
Sporen baksteen
112
0,0 – 0,3
Matig betonhoudend
0,5 – 0,7
Volledig beton
0,0 – 0,05
Volledig grind
0,05 – 0,4
Matig grind- en dakpanhoudend, zwak baksteenhoudend
0,0 – 0,15
Zwak grind- en baksteenhoudend
1001 1002
De zintuiglijke waarnemingen in de boringen 1, 2, 3, 104 en 110 beschrijven een eenduidig te herkennen materiaal (baksteen). Er zijn geen aanwijzingen voor vermenging met bouwen/of sloopafval. Derhalve wordt niet verwacht dat de bodem ter plaatse van deze boringen asbest bevat. De boringen 109, 112, 1001 en 1002 zijn als asbestverdacht geïnterpreteerd, omdat vermenging met bouw- en sloopafval niet uit te sluiten is. Het uitgevoerd asbest in grondonderzoek is weergegeven in hoofdstuk 5. Grondwaterstand, zuurgraad, geleidingsvermogen en troebelheid In tabel 8 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het grondwater schematisch weergegeven. Tabel 8
Veldmetingen grondwater
Peilbuis
Datum monstername
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad (-)
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
22-08-2024
1,0
6,3
1.010
16,7
1
De in tabel 8 genoemde waarden aan zuurgraad en geleidbaarheid kunnen als normaal worden beschouwd. De troebelheid is hoger dan 10 NTU. Ondanks goed voorpompen en een laag afpompdebiet is geen helder watermonster verkregen. Dit kan van invloed zijn op het analyseresultaat (van met name organische parameters). Zintuiglijke waarnemingen grondwater In tabel 9 zijn de waarnemingen bij de watermonstername schematisch weergegeven. Tabel 9
Waarnemingen grondwater
Peilbuis
Zintuiglijke waarnemingen
Goed-/slechtlopend
Belucht
Geen
Goedlopend
Niet belucht
1
3.3
Laboratoriumonderzoek
De monsters zijn aangeboden aan het RvA-geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico Milieu B.V. te Barneveld.
24045501A | Nijkerkerweg 54 & 56 Ermelo
11
De resultaten van het veldonderzoek geven aanleiding aanvullende analyses uit te voeren boven hetgeen voorgeschreven is in de gehanteerde strategie (zie paragraaf 2.3 en paragraaf 3.2). Vanwege de vastgestelde sterk wisselende bodemvreemde materialen is van de bovengrond een extra mengmonster geanalyseerd. In tabel 10 zijn de voor analyses geselecteerde monsters en de stoffen waarop de monsters zijn onderzocht, schematisch weergegeven. Tabel 10
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Monstercode
Boringen
Traject (m-mv)*
Geanalyseerde parameters
MM-101
104, 109 en 110
0,0 - 0,5
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-102
101 t/m 103, 105 0,0 - 0,6 t/m 108 en 111
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
112-1
112
0,0 - 0,3
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
112-3
112
0,7 - 0,9
Standaardpakket bodem, lutum en organische stof
MM-1
1 en 3
1,0 - 1,5
Minerale olie, lutum en organische stof
1
1,7 - 2,7
Standaardpakket grondwater
Grond
Grondwater 1-1-1 MM *
3.4
= =
mengmonster het betreft de minimale en maximale monsternamediepte. Op het analysecertificaat is het monsternametraject per boring weergegeven
Analyseresultaten
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa. Toetsing is gebaseerd op het Besluit12 en de Regeling13 bodemkwaliteit, Besluit activiteiten leefomgeving 14 en Besluit kwaliteit leefomgeving 15. De grond wordt getoetst aan de waarden Landbouw/Natuur en interventiewaarden. Ook wordt indicatief getoetst voor de toepassingsmogelijkheden 16. De indicatieve toetsing geeft een indicatie van toepassingsmogelijkheden bij afvoer. De toetsing doet geen uitspraak over de (gezondheids)risico’s bij het gebruik van de grond. Het grondwater wordt getoetst aan de streef- en interventiewaarden. De toetsingen zijn opgenomen in bijlage 4. Informatie over het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5.
12 13
14 15 16
Besluit van 22 november 2007 Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, van 18 november 2022, nr. IENW/BSK2022/203483, houdende vaststelling van de Regeling bodemkwaliteit 2022 Besluit van 1 januari 2024 Besluit van 1 januari 2024 Mogelijke klassen zijn: ‘Landbouw/Natuur’, ‘Klasse Wonen’, ‘Klasse Industrie’, ‘Matig verontreinigd’ en ‘Sterk verontreinigd’
24045501A | Nijkerkerweg 54 & 56 Ermelo
12
In onderstaande tabellen is het resultaat van de toetsing 17 opgenomen voor respectievelijk de grond en het grondwater. Tabel 11
Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing
Monstercode (traject m-mv)
Boringen
Grondsoort*
Bijzonderheden** Resultaat toetsing***
Klasse indeling****
MM-101 (0,0 0,5)
104, 109 en 110
Grond
Baksteen
Licht: PAK (1,6)
Landbouw / Natuur
MM-102 (0,0 0,6)
101 t/m 103, 105 t/m 108 en 111
Grond
-
Licht: PAK (3,5)
Klasse Wonen
112-1 (0,0 - 0,3)
112
Zand
Beton
-
Landbouw / Natuur
112-3 (0,7 - 0,9)
112
Zand
Baksteen en grind
-
Landbouw / Natuur
MM-1 (1,0 - 1,5)
1 en 3
Zand
-
-
&
Bovengrond
Ondergrond
MM *
** *** ****
&
= = = = = = =
Tabel 12
mengmonster indeling in hoofdnamen: zand, grond (humeus zand), klei, leem of veen voor de mate en voor meer details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 2 mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in mg/kg d.s. betreft indicatieve toetsing aan Besluit en Regeling bodemkwaliteit met het oog op afvoer geen zintuiglijke waarnemingen of geen verhoogde gehalten boven de waarde Landbouw/Natuur onvoldoende parameters geanalyseerd voor een beoordeling
Monsteromschrijving grondwater en resultaat toetsing
Monstercode (traject m-mv)
Peilbuis
Resultaat toetsing*
1-1-1 (1,7 - 2,7)
1
Licht: barium (160)
*
=
mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in µg/l
Zoals eerder aangegeven duidt de troebelheid van het grondwater op een onvoldoende helder watermonster. Dit heeft de resultaten van het bodemonderzoek echter niet negatief beïnvloed. In het grondwater zijn namelijk geen matig of sterk verhoogde gehalten aangetoond.
17
•
•
• •
niet verhoogd: het gehalte overschrijdt de waarde landbouw/natuur of streefwaarde niet; er is in principe sprake van een ‘schoon’ monster (NB: ook de als licht verhoogd gerapporteerde ‘parameters * factor 0,7’ kunnen als ‘niet verhoogd’ worden beschouwd, indien alle individuele parameters de detectiegrens AS3000 niet overschrijden) licht verhoogd: het gehalte overschrijdt de waarde landbouw/natuur of streefwaarde, maar de tussenwaarde (het gemiddelde van de waarde landbouw/natuur of streef- en interventiewaarde) wordt niet overschreden. De verontreiniging is naar verwachting dermate gering dat veelal geen nadere actie (onderzoek of sanering) noodzakelijk is matig verhoogd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde. Nader onderzoek kan worden aanbevolen om te bepalen of er inderdaad sprake is van relevante bodemverontreiniging sterk verhoogd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde. Nader onderzoek naar de aard, mate, omvang en oorzaken van de verontreiniging is in de meeste gevallen noodzakelijk
24045501A | Nijkerkerweg 54 & 56 Ermelo
13
3.5
Deelconclusie verkennend bodemonderzoek
Ter plaatse van deellocatie dieseltank is geen van de onderzochte parameters aangetoond in een gehalte boven de waarde landbouw/natuur of streefwaarde. De locatie is onbelast. Ter plaatse van deellocatie overig terrein zijn enkele parameters licht verhoogd aangetoond. De locatie is relatief onbelast. Wel is bijmenging met bouw- en sloopafval waargenomen. Een asbest in grond onderzoek is uitgevoerd, zie hoofdstuk 5.
24045501A | Nijkerkerweg 54 & 56 Ermelo
14
4 VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK DRUPLIJNEN In dit hoofdstuk is het uitgevoerde onderzoek omschreven volgens de opzet en de doelstelling in paragraaf 2.3. 4.1
Uitvoering veldonderzoek
Het veldonderzoek is op 15 augustus 2024 uitgevoerd door minimaal 1 gecertificeerd persoon van PJ Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en het protocol 201818. Er zijn 8 gaten (afmetingen op profielen) handmatig gegraven. De situering van de gaten (nrs. 201, 202, 301, 302, 401, 402, 501 en 502) is aangegeven op de tekening in bijlage 6. Ten behoeve van het asbest in grondonderzoek zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: ▪ het uitvoeren van een maaiveldinspectie; ▪ het uitgegraven materiaal is, ter monstervoorbehandeling, visueel geïnspecteerd; ▪ aangetroffen asbestverdachte materialen zijn per gat verzameld als zijnde asbestverzamelmonster; ▪ van het ontgraven materiaal zijn na voorbehandeling 4 mengmonsters (<20 mm) samengesteld; ▪ van de ongeroerde ondergrond zijn geen monsters samengesteld; ▪ de zintuiglijke waarnemingen zijn vastgelegd. 4.2
Resultaten veldonderzoek
Maaiveldinspectie Tijdens de maaiveldinspectie is er sprake van lichte (<10 mm per uur) neerslag (regen). De locatie is begroeid met ruig gras (>25%). Hierdoor was de maaiveldinspectiecoëfficiënt lager dan 50% en niet uitvoerbaar conform de NEN 5707. Tijdens de maaiveldinspectie is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem De zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven op de (boor)profielen in bijlage 2 en zijn vergelijkbaar met het overig terrein. In gat 402 is asbestverdacht materiaal (>20 mm) waargenomen. 4.3
Laboratoriumonderzoek
De monsters zijn conform de NEN 5898 onderzocht op het gehalte asbest bij het RvAgeaccrediteerde laboratorium Eurofins Acmaa Testing B.V. te Deurningen. De resultaten van het veldonderzoek geven geen aanleiding meerdere (meng)monsters te onderzoeken dan conform de gehanteerde strategie (zie paragraaf 2.3). Wel is het analyseren van het materiaalverzamelmonster noodzakelijk. In tabel 13 zijn de monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters schematisch weergegeven.
18
Locatie-inspectie en monstername van asbest in bodem
24045501A | Nijkerkerweg 54 & 56 Ermelo
15
Tabel 13
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Monstercode
Gaten
Traject (m-mv)
Geanalyseerde parameters
MM-201
201 en 202
0,0 – 0,1
Asbest in grond en SEM
MM-301
301 en 302
0,0 – 0,1
Asbest in grond en SEM
MM-401
401 en 402
0,0 – 0,1
Asbest in grond en SEM
MM-501
501 en 502
0,0 – 0,1
Asbest in grond en SEM
VM-402
402
0,0 – 0,1
Materiaalverzamelmonster
MM VM
4.4
= =
mengmonster verzamelmonster
Analyseresultaten
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. In onderstaande tabel zijn de gehalten in de (meng)monsters weergegeven. Tabel 14
Gehalten in de fijne fractie
Monstercode
Gaten
Traject
Gehalte 0,5 – 20 mm
Waarvan niet hechtgebonden
Gehalte < 0,5 mm
MM-201
201 en 202
0,0 – 0,1
1,2
1,2
-
MM-301
301 en 302
0,0 – 0,1
-
-
-
MM-401
401 en 402
0,0 – 0,1
2.500
2.500
8,1
MM-501
501 en 502
0,0 – 0,1
620
620
6,9
-
= niet aantoonbaar
Het materiaal uit gat 402 is aantoonbaar asbesthoudend (10-15% chrysotiel). In bijlage 4 is de berekening (conform NEN 5707) van het gehalte asbest in gat 402 opgenomen. In tabel 15 zijn de resultaten beknopt weergegeven. Tabel 15 Gat
Berekende asbestgehalten
Traject
Grove fractie (>20 mm)
402
0,0 – 0,1
>G
= =
1
Asbestsoort
Percentage
Gecorrigeerd Totaal gehalte gehalte fijne fractie1 asbest (<20 mm)
Chrysotiel
10 – 15
2.478
2.500
Oordeel
>G
betreft het gehalte in fijne fractie gecorrigeerd voor het percentage materiaal grover dan 20 mm hoger dan grenswaarde nader asbest in grondonderzoek (50 mg/kg d.s.)
De grenswaarde voor onaanvaardbare risico’s buiten (10 mg/kg d.s. in de fractie < 0,5 mm) wordt in geen van de monsters overschreden. Het monstergewicht van de uitgevoerde asbestanalyse in de grondmonster MM-301 en MM501 voldoet (net) niet aan de eis van het minimaal aan te leveren monstergewicht van 10 kg ds. Toch worden de analyseresultaten als voldoende representatief en betrouwbaar (valide) beschouwd. De monstername is namelijk volgens de richtlijn uitgevoerd, maar het drooggewicht is lager dan verwacht.
24045501A | Nijkerkerweg 54 & 56 Ermelo
16
4.5 Interpretatie druplijnen
en
deelconclusie
verkennend
asbest
in
grondonderzoek
Omdat in gat 402 asbestverdacht materiaal is aangetroffen is niet uit te sluiten dat hier asbest in de bodem is gekomen op een andere manier dan de druplijn. Dit gat dient te worden getoetst aan de grenswaarde nader onderzoek. Deze waarde wordt overschreden. Wel is duidelijk door het gehalte in de fijne fractie dat de interventiewaarde altijd wordt overschreden. Het nader asbest in grondonderzoek wordt beschreven in hoofdstuk 6. Voor de overige druplijnen geldt dat, gezien de asbest enkel in de fijne fractie wordt aangetoond, rechtstreeks aan de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.) kan worden getoetst. In de druplijnen van de twee oostelijke schuren (gaten 201, 202, 301 en 302) wordt de interventiewaarde niet overschreden. In de druplijn van de westelijke schuur (gaten 501 en 502) wordt de interventiewaarde overschreden. De verontreiniging (in de gaten 501 en 502) kan ontstaan zijn na 1993. Daarmee is er sprake van een nieuwe verontreiniging. Omdat het in bezit hebben van een asbestdak niet als handeling kan worden gezien (correspondentie Bodem+) is er geen sprake van zorgplicht. Op basis van ervaringen bij saneringen wordt als traject voor de verontreiniging 0,0 tot 0,3 meter minus maaiveld aangehouden. De omvang van de verontreiniging bedraagt hiermee circa 7 m³. Actuele risico’s zijn niet aanwezig.
24045501A | Nijkerkerweg 54 & 56 Ermelo
17
5
VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK ERF
5.1
Hypothese en onderzoeksopzet
Op basis van het aantreffen van heterogene bodemvreemde materialen tijdens het verkennend bodemonderzoek is besloten tot het uitvoeren van een verkennend asbest in grondonderzoek. Het verkennend asbest in grondonderzoek wordt uitgevoerd conform de NEN 570719. Uitsluitend het verdachte deel (zie groene lijn op tekening) zal worden onderzocht en heeft een oppervlakte van circa 300 m2. De doelstelling van het verkennend onderzoek asbest is om, met een relatief geringe onderzoeksinspanning, na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest van het terrein terecht is. In de onderstaande tabel zijn de gehanteerde onderzoeksstrategie en het daarop gebaseerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden schematisch weergegeven. Tabel 16