TAM e250032056
Tekst van het document
TAM-OMGEVINGSPLAN 22A, NIJKERKERWEG 65 GEMEENTE ERMELO
ORDITO.NL
TAM-OMGEVINGSPLAN 22A, NIJKERKERWEG 65 GEMEENTE ERMELO Planstatus
Ontwerp
Datum
15-04-2025
Auteur(s)
Ordito
Ordito b.v.
E
info@ordito.nl
Postbus 94
T
0161 801 022
5126 ZH
I
www.ordito.nl
Gilze
KVK
54811554
TOELICHTING
Hoofdstuk 1 Inleiding
2
1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving van de wijziging 1.3 Regeling in (tijdelijk) omgevingsplan 1.4 Leeswijzer
2 2 3 4
Hoofdstuk 2 Huidige situatie
5
Hoofdstuk 3 Beoogde ontwikkeling
6
Hoofdstuk 4 Beleid en regelgeving
8
4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Waterschap 4.4 Gemeentelijk beleid
8 10 12 13
Hoofdstuk 5 Fysieke leefomgeving
19
5.1 Landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden 5.2 Gevolgen van de fysieke leefomgeving
19 22
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
44
6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
44 44
Hoofdstuk 7 Juridische Toelichting
46
Bijlagen: Bijlage 1: Beplantingsplan Bijlage 2: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 3: Ecologisch onderzoek Bijlage 4: Stikstofdepositie onderzoek Bijlage 5: Verzoekformulier watertoets Bijlage 6: Participatieformulier
|2
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel De aanleiding voor het opstellen van een TAM-omgevingsplan is het voornemen om de functie te veranderen van ‘Agrarisch’ naar ‘Recreatie’ en ‘Bedrijf’ aan de Nijkerkerweg 65 te Ermelo. Aan de Nijkerkerweg 65 is de Aalbertshoeve gevestigd, een kalverhouderij en een kampeerboerderij. Het planvoornemen betreft in eerste instantie de beëindiging van de intensieve veehouderij (kalverhouderij) en de recreatieve tak (kampeerboerderij) voort te zetten. Initiatiefnemer wenst het feitelijk gebruik planologisch vast te leggen door middel van een recreatiebestemming. Verder wenst initiatiefnemer de agrarische veehouderij functie om te zetten naar een bedrijfsbestemming. Hiertoe worden de twee bestaande stallen voor kalveren gesloopt. In de plaats daarvoor wordt een nieuwe loods gebouwd ten behoeve van caravanstalling en verhuur aan derden met een kleine ondergeschikte kantoorfunctie ten behoeve van administratieve werkzaamheden. Om dit project mogelijk te maken wordt het omgevingsplan gewijzigd met een TAM-omgevingsplan.
1.2 Beschrijving van de wijziging Het plangebied is gelegen aan de Nijkerkerweg 65, in het buitengebied ten zuidwesten van de kern Ermelo, in de gelijknamige gemeente Ermelo. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Ermelo, sectie H, nummers 3126, 3166 en 4133 (gedeeltelijk) en heeft oppervlakte van circa 38.300 m². Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Nijkerkerweg met daarachter een agrarisch bedrijf. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door een manege, welke gescheiden is van het plangebied door een bomenlaan, agrarische gronden én woningen. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan een zonneweide. Aan de westzijde grenst het plangebied aan grasland.
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|3
Figuur 1 Ligging en omgeving plangebied (plangebied rood omlijnd)
1.3 Regeling in (tijdelijk) omgevingsplan Het plangebied maakt onderdeel uit van het tijdelijk Omgevingsplan van de gemeente Ermelo, in werking getreden op 1 januari 2024. Het tijdelijke Omgevingsplan bestaat uit de Bruidsschat, alle ruimtelijke gemeentelijke regels en bestemmingsplannen. Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Buitengebied Midden-West’, zoals vastgesteld door de gemeente Ermelo op 9 juli 2009. Daarnaast geldt het paraplubestemmingsplan ‘Parkeernormen’, vastgesteld op 8 juni 2017.
Figuur 2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (plangebied rood omlijnd)
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|4
Bestemmingsplan Buitengebied Midden-West Enkelbestemming Op basis van het bestemmingsplan heeft het plangebied de enkelbestemming ‘Agrarisch gebied’, met gedeeltelijk de aanduiding ‘bouwvlak’, de lettertekenaanduiding ‘intensieve veehouderij met bouwvlakvergroting’ en ‘kampeerboerderij’ en de maatvoeringsaanduiding ‘maximum aantal wooneenheden: 2’. De als zodanig op de plankaart aangegeven gronden zijn bestemd voor: • Uitoefening van het agrarisch bedrijf; • Extensieve dagrecreatie; • Verkeer; • Nutsvoorzieningen; • Voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; • En daarnaast voor een kampeerboerderij met dagrecreatieve voorzieningen, uitsluitend waar dat op de plankaart met de aanduiding ‘kampeerboerderij’ is aangegeven. Binnen elk bouwvlak is niet meer dan één agrarisch bedrijfscomplex toegestaan.
In het doel ‘uitoefening van het agrarisch bedrijf’ is buiten de op de plankaart als ‘landbouwontwikkelingsgebied’ aangegeven gronden intensieve veehouderij en intensieve veehouderij met bouwvlakvergroting uitsluitend begrepen waar dat op de plankaart als zodanig is aangeduid, met dien verstande dat de aanduidingen 'intensieve veehouderij' en 'intensieve veehouderij met bouwvlakvergroting' onverkort van toepassing zijn voor die agrarische bouwvlakken die slechts gedeeltelijk zijn aangegeven met 'landbouwontwikkelingsgebied'; Paraplubestemmingsplan ‘Parkeernormen’ Voor het gehele plangebied geldt het paraplubestemmingsplan ‘Parkeernormen’. Met dit paraplubestemmingsplan is het aspect parkeren en de parkeernormen in de (bestemmings)plannen binnen de gemeente Ermelo in één keer herzien. Hiermee is de huidige ‘Nota parkeernormen Ermelo’ en diens rechtsopvolger(s) in ruimtelijke plannen ingepast. Strijdigheid De gewenste bedrijfsfunctie en verblijfsrecreatieve functie is niet rechtstreeks mogelijk binnen het omgevingsplan van rechtswege (c.q. het bestemmingsplan ‘Buitengebied Midden-West’).
1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verantwoording van de activiteit die deze motivering mogelijk maakt. Hoofdstuk 2 en 3 vormt een beschrijving van de huidige situatie en nieuwe situatie. In hoofdstuk 4 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal-, en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt inzicht gegeven in diverse waarden en planologische aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoerbaarheid van de activiteit, zowel economisch als maatschappelijk. In het laatste hoofdstuk (juridische toelichting) is de juridische plantoelichting uiteengezet.
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|5
Hoofdstuk 2 Huidige situatie Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de kern Ermelo aan de Nijkerweg 65 in de gemeente Ermelo. Het plangebied ligt op circa 2,5 km ten zuidwesten van de kern Ermelo en is te bereiken via de Nijkerkerweg. Via de Nijkerkerweg, Waterweg en Hoornsdam wordt het plangebied ontsloten naar de A28. Via de Nijkerkerweg, Telgter-buurtweg en de Oude Telgterweg is vanuit het plangebied de kern Ermelo te bereiken. In de huidige situatie is binnen het plangebied een intensieve veehouderij (kalverhouderij) met twee bedrijfswoningen en een kampeerboerderij aanwezig. De twee bedrijfswoningen bevinden zich aan de noordzijde van het plangebied met een oppervlakte van respectievelijk 120 en 275 m² (nummers 1 en 3 in onderstaand figuur). De twee woningen bestaan uit twee bouwlagen met een kap en hebben een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 8 meter. Aan de westzijde van het plangebied, buiten het agrarische bouwvlak, bevindt zich een stal ten behoeve van de intensieve veehouderij (nummer 11 in onderstaand figuur). De stal heeft een oppervlakte van circa 1.066 m². Aan de oostzijde daarvan bevindt zich, binnen het agrarische bouwvlak, een tweede stal ten behoeve van de intensieve veehouderij. Deze stal heeft een oppervlakte van circa 2.000 m² (nummer 10 in onderstaand figuur).
De stallen hebben een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 10 meter. Daarnaast is er nog een viertal gebouwen ten behoeve van de kampeerboerderij aanwezig op het perceel met oppervlakten van respectievelijk 266 m², 1.080 m², 220 m² en 600 m² (nummers 2, 4, 8 en 9 in onderstaande figuur). De gebouwen met nummers 8 en 9 vallen gedeeltelijk buiten het agrarisch bouwvlak. Nummers 6 en 7 in onderstaande figuur betreffen een overkapt terras van circa 90 m² en een (permanente) tent van circa 131 m².
Figuur 3 Bestaande bebouwing
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|6
Hoofdstuk 3 Beoogde ontwikkeling Het planvoornemen betreft in eerste instantie de beëindiging van de intensieve veehouderij (kalverhouderij) en de recreatieve tak (kampeerboerderij) voort te zetten. Initiatiefnemer wenst het feitelijk gebruik planologisch vast te leggen door middel van een recreatiebestemming. Verder wenst initiatiefnemer de agrarische veehouderij functie om te zetten naar een bedrijfsbestemming. Hiertoe worden de twee bestaande stallen voor kalveren gesloopt. In de plaats daarvoor wordt een nieuwe loods gebouwd ten behoeve van de caravanstalling en verhuur aan derden met een kleine ondergeschikte kantoorfunctie ten behoeve van administratieve werkzaamheden. De nieuwe loods krijgt een oppervlakte van 2.000 m². 1000 m² zal ten behoeve van caravanstalling zijn en 1000 m2 ten behoeve van verhuur aan derden met een kleine ondergeschikte kantoorfunctie ten behoeve van administratieve werkzaamheden. De beoogde loods zal een agrarische uitstraling hebben en bestaan uit een groene damwand. In figuur 5 is de gewenste situatie weergeven. Om de nieuwe bedrijfshal te realiseren worden de twee bestaande stallen voor kalveren (3.055 m2) gesloopt.
Verblijfsrecreatieve bestemming Bedrijfsbestemming
Figuur 4 Nieuwe situatie
Door VanWestreenen B.V. is op 19 maart 2024 een beplantingsplan opgesteld voor de locatie Nijkerkerweg 65 te Ermelo. Het beplantingsplan omschrijft drie verschillende inrichtingen aan de westzijde van het plangebied. Onderdeel 1 betreft een bomenrij langs de erftoegangsweg bestaande uit drie bomen, waarvan een els en twee ruwe berken. Onderdeel 2 betreft een struweelhaag van 290 m² met een hoogte van 3 meter. De struweelhaag bestaat uit meidoorn, sleedoorn en hondsroos. Onderdeel 3 betreft een kruidenrijk grasland van 1.400 m² bestaande uit een gras-kruidenmengsel. Het beplantingsplan is in navolgende figuur afgebeeld.
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|7
Figuur 5 Beplantingsplan Nijkerkerweg 65
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|8
Hoofdstuk 4 Beleid en regelgeving 4.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt.
Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Toetsing Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding.
Besluit kwaliteit leefomgeving In hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan instructieregels voor een omgevingsplan. Het grootste deel heeft betrekking op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (afdeling 5.1 Bkl). Deze instructieregels zijn van toepassing op het stellen van regels in het omgevingsplan als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet. Aan deze regels mogen geen economische motieven ten grondslag liggen, die leiden tot strijd met de dienstenrichtlijn (artikel 5.1a Bkl). Het Bkl bevat instructieregels voor de volgende hoofdonderwerpen: • waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) • beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) • beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), • waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; • beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking;
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|9
• •
•
het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).
Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. In heel bijzonder gevallen kan het college van burgemeester en wethouders de Minister vragen om een ontheffing van bepaalde instructieregels te verlenen. Dit volgt uit afdeling 5.3 van het Bkl. Instructieregels van afdeling 5.1 Bkl gelden, zoals gezegd, alleen voor de omgevingsplanregels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het grootste deel van de Bkl-instructieregels is dus niet van toepassing op omgevingsplanregels met een ander oogmerk. Over de onderwerpen waarvoor het Bkl geen instructieregels heeft opgenomen is de gemeente vrij om regels te stellen, mits deze past binnen de andere kaders natuurlijk. Het Rijk hanteert verschillende typen instructieregels, die meer of minder afwegingsruimte bieden: 1. betrekken bij: de gemeente moet aandacht schenken aan feiten of verwachtingen over feiten, maar heeft daarbij veel keuzeruimte; 2. rekening houden met: deze formulering stuurt inhoudelijk de belangenafweging; als de gemeente daar goede redenen voor heeft, is afwijken gemotiveerd toegestaan; 3.
in acht nemen of een verglijkbare dwingende formulering: de gemeente moet zich bij de uitoefening van de bevoegdheid aan de achterliggende norm houden. Een belangrijke verbeterdoelstelling van de Omgevingswet is dat decentrale overheden meer bestuurlijke afwegingsruimte krijgen. Deze afwegingsruimte is in de instructieregels van het Bkl vormgegeven door voor een aantal thema’s (geluid, geur en trillingen) standaardwaarden en grenswaarden op te nemen. Overname van de standaardwaarde kan in beginsel zonder aanvullende motivering. Gebruikmaking van de ruimte tussen standaard- en grenswaarde vergt wel een aanvullende motivering. Samenvattend is de afwegings- of beslisruimte afhankelijk van: 1. het type instructieregel; 2. de aarde van de norm (open of gesloten); en 3. flexibiliteitsopties die binnen de instructieregels worden geboden. Toetsing In het plangebied zijn geen nationale belangen in het geding. Het Bkl heeft geen consequenties voor het planvoornemen.
Conclusie De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de het Rijk.
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|10
4.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. De visie integreert een vijftal beleidsterreinen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Op 1 mei 2024 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan omgevingsplannen moeten voldoen. De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.
Deze ambities worden hieronder kort samengevat: • Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; • Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; • Een voortvarend en innovatief circulair beleid; • Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; • Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; • Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; • Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Naast deze zeven ambities blijft het beleid uit de Omgevingsvisie uit 2014 gelden. Het gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.
Omgevingsverordening Gelderland Per 1 januari 2024 is de (TAM-)Omgevingsverordening provincie Gelderland in werking. Naast één Omgevingsvisie moet de provincie ook één Omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. In de Omgevingsvisie staat beschreven wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (beleids)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren. Als er regels nodig zijn dan worden die opgenomen in de Omgevingsverordening. De omgevingsverordening bevat straks alle provinciale regels op het gebied van de fysieke NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|11
leefomgeving. Dat betekent dat er regels in komen die vrijwel alle beleidsvelden van de provincie raken. Behalve regels bevat de omgevingsverordening ook omgevingswaarden. Dat zijn normen die voor de kwaliteit van de fysieke omgeving gelden. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, programma’s en Omgevingsverordening horen bij elkaar. De verordening helpt bij het realiseren van de opgaven en doelen die in de visie en programma’s zijn opgenomen. Daarom stelt de provincie eerst de omgevingsvisie op. Daarna volgen een uitwerking van beleid en maatregelen in de programma’s en de Omgevingsverordening. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de definitieve Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Daarin zijn zowel aanpassingen vanwege de Omgevingswet meegenomen, als ook beleidswijzigingen gebaseerd op programma’s. De regels zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland. Het plangebied valt volgens de Omgevingsverordening onder de volgende gebieden: • Beschermen landschap Gelderse streken Randmeerkust – instructieregels omgevingsplan landschap; • Glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied – instructieregels omgevingsplan ruimtelijke inrichting, ontwikkeling van gebieden en regionale samenwerking; • Werkgebied van de faunabeheereenheid Gelderland – toedeling van beheer en onderhoud.
Onderstaand wordt ingegaan op de gebieden die van toepassing zijn op het planvoornemen. Beschermen landschap Gelderse streken Randmeerkust (art. 5.42) Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek Randmeerkust wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage ‘Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Randmeerkust’. Uitgangspunt is dat alle ruimtelijke ontwikkelingen bijdragen aan de versterking van de kernkwaliteiten van de Gelderse streken. Voor de Randmeerkust zijn 9 kernkwaliteiten met bijbehorende ontwikkeldoelen opgesteld. Kernkwaliteiten ‘Randmeerkust’ Kernkwaliteiten 1 Gradiënt van hoge gronden van het Veluwemassief naar de lagere gronden langs de Randmeren: een landschappelijke zonering met kwelzones en van zuid naar noord afstromende beken. Daarnaast is de kustlijn van de voormalige Zuiderzee een landschappelijke kernkwaliteit.
2
3
Kleinschalig half-open coulisselandschap langs de bosrand van de Veluwe met afwisseling van oude bouwlanden (open essen), houtwallen, buurtschappen, lanen, landgoederen, parkbossen en recreatievoorzieningen. Historische Zuiderzeestraatweg van Amersfoort naar Zwolle: een dorpenweg op de flank van de Veluwe, inclusief historische steden Harderwijk en Elburg.
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
Ontwikkeldoelen Ruimtelijke ontwikkelingen houden rekening met en dragen zo mogelijk bij aan de kernkwaliteiten van de Randmeerkust. Zoveel mogelijk de gradiënt respecteren, zichtbaar en beleefbaar maken. Ruimtelijke ontwikkeling houdt rekening met deze landschappelijke zonering. Afstromende beken zijn aanleiding voor verdere natuurontwikkeling en landschapsbouw. Kwelzones benutten voor vernatting, in combinatie met klimaatadaptatie. Behouden en versterken van het kleinschalig landschap door o.a. herstel, aanleg en beheer van groene landschapselementen en zorgvuldig openhouden van oude bouwlanden. De Zuiderzeestraatweg is en blijft een historische ontwikkelings-as, waarbij het van belang is te voorkomen dat dit een aaneengesloten stedelijk lint wordt in de gradiënt door het versterken van groene ruimten tussen
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|12
4
Tussen Elburg en Harderwijk grote openheid van veenlandschap met grasland. Gave ontwaterings-, ontsluitings- en verkavelings-patronen, inclusief contrast met kleinschaligheid van de hogere flanken.
5
Ten noorden van Oosterwolde en Oldebroek: zeer open polder- en veenlandschap met opvallende afwezigheid van bebouwing en opgaand groen. Karakteristiek ontwaterings- en verkavelings-patroon, voornamelijk grasland. Bij Oldebroek contrast met de bebouwingslinten op de veenontginningen. Polder Arkemheen: extreme openheid in zeekleigebied met zeer weinig bebouwing en opgaande elementen; deels grillige (oude kreken), deels regelmatige, verkaveling met herkenbare oude veenontginningsrichting en oude hoeven op terpen langs de rand, als ook blokverkaveling (met oude kreken), medenverkaveling en strokenverkaveling. Tevens stilte in een verder verstedelijkende omgeving. Microreliëf door aanwezigheid van dekzandruggen en (fragmenten van) strandwallen met onregelmatige en kleinschalige blokverkaveling, inclusief kunstmatig opgeworpen pollen of terpen in het noorden. Zichtlijnen op Veluwemassief en Randmeren, inclusief het nieuwe land van Flevoland. Ecologische waarden met name langs beken (o.a. Hierdense beek), langs de voormalige Zuiderzeekust en in weidevogelgebieden. Natura 2000 waarden in Arkemheen en Veluwe randmeren.
6
7
8 9
de dorpen. Het monumentaal karakter van Harderwijk en Elburg bewaren, herstellen en beleefbaar maken. Zoveel mogelijk de karakteristieke verkaveling respecteren. Behoud van de open weidsheid door terughoudendheid te betrachten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Blijvend benutten voor grondgebonden en duurzame veehouderij en mogelijk klimaatadaptatie. Zoveel mogelijk de karakteristieke verkaveling respecteren. Behoud van de open weidsheid door terughoudendheid te betrachten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Blijvend benutten voor grondgebonden en duurzame veehouderij. Mogelijk combineren met klimaatadaptatie. Behouden en beschermen van de extreme openheid, rust, donkerte en de bijzondere verkaveling door zorgvuldig om te gaan met uitbreiding van erven en door verdere bebouwing niet na te streven. Blijvend benutten voor grondgebonden en duurzame veehouderij, mogelijk in combinatie met agrarisch natuurbeheer en reservaatsbeheer en klimaatadaptatie. Zoveel mogelijk het microreliëf respecteren.
Geen storende elementen plaatsen die waardevolle zichtlijnen negatief beïnvloeden. Intensief inzetten op het verder aanleggen van ecologische verbindingszones en behoud en ontwikkeling van weidevogelgebieden. Beschermen Natura 2000 waarden. Waar mogelijk combineren met klimaatadaptie en recreatieve toegankelijkheid.
Het beplantingsplan houdt rekening met het bestaande halfopen coulisselandschap in de omgeving van het plangebied. Waardevolle zichtlijnen worden in de toekomstige situatie niet negatief beïnvloed. Overige gebieden De overige gebieden waar het plangebied onder valt, zijn niet direct van toepassing op het plangebied en/of voornemen.
Conclusie De activiteit past binnen de doelstellingen en het beleid van de provincie Gelderland.
4.3 Waterschap Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 Het BOP is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe en is in november 2021 vastgesteld. Het waterschap werkt aan een waardevolle en duurzame leefomgeving. In het BOP worden doelen gesteld voor de periode 2022-2027. •
Waterveiligheid (Op orde houden, gevolgenbeperking en op orde brengen)
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|13
• • • •
Watersysteem (Robuust watersysteem, goede overheid, verbonden water, natuurlijk water en voldoende zoetwater); Wonen en zuiveren (Waterinclusief, watertoekomst en water zuiveren); Veranderopgave; circulaire economie (duurzame samenwerking, hergebruik zuiveringsslib, slim verminderen en gebruik van biomassa én schoner effluent); Veranderopgave: Energietransitie (Energie besparen, verminderen en compenseren van uitstoot broeikasgassen, energie duurzaam inkopen, biogas en energie duurzaam opwekken).
Nadere toetsing aan de waterbelangen vindt plaats in paragraaf 5.2.
4.4 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Ermelo De Omgevingsvisie Ermelo is vastgesteld op 26-01-2022 en biedt een brede toekomstvisie voor Ermelo. De omgevingsvisie bevat een nieuw ruimtelijk perspectief met een integrale ontwikkelingsvisie voor Ermelo. De omgevingsvisie gaat uit van gemeentelijk- en regionaal beleid zoals de Groenvisie, de Woonvisie en de Mobiliteitsvisie. Belangrijke meerwaarde van de omgevingsvisie is het in samenhang brengen van al het beleid rondom de leefomgeving en een concretisering daarvan voor de verschillende gebieden. In de omgevingsvisie komen de ambities op de volgende hoofdlijnen terug: • Leefbaar, zorgzaam en gezond; • groen, natuurlijk en met kwaliteit; • duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief; • economisch vitaal; • ontspannen, verblijven en recreëren; • bereikbaar en toegankelijk. Per ambitie zijn kernpunten opgesteld. Voor onderhavig planvoornemen zijn de volgende kernpunten uit de ambities van belang: Voldoende ruimte voor bestaande en nieuwe bedrijven (economisch vitaal) Om de economische ambities te bereiken is het van belang dat er voldoende ruimte is voor nieuwe bedrijven en bedrijven die uit willen breiden. Zowel bij bestaande bedrijven als nieuwe bedrijven zijn duurzaamheidsambities van groot belang. Het planvoornemen betreft de beëindiging van een kalverhouderij aan de Nijkerkerweg 65 in Ermelo.
De oude stallen van de kalverhouderij worden gesloopt, waarna een nieuwe duurzamere loods wordt teruggebouwd voor het stallen van caravans met een kleine ondergeschikte kantoorfunctie ten behoeve van administratieve werkzaamheden. Daarnaast wordt de feitelijke situatie van de kampeerboerderij in het TAM-omgevingsplan vastgelegd. Recreatie en toerisme dragen bij aan welvaart en welzijn (ontspannen, verblijven en recreëren) De gemeente Ermelo streeft naar een kwalitatieve ontwikkeling van recreatie in een aantrekkelijke en gastvrije gemeente. Recreatie en toerisme moet bijdragen aan het welzijn (voorzieningen, infrastructuur) en de welvaart (werkgelegenheid en economische spin-off) van de samenleving. De activiteiten rondom toerisme en recreatie zijn gericht op drie pijlers: • In stand houden en versterken van natuur, landschap en erfgoed op de Veluwe: recreatie en toerisme moeten in balans zijn met deze kwaliteiten. Het doel is dat bezoekers en NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|14
•
•
bewoners kunnen blijven genieten van de belevingswaarde van het gebied zonder dat de kwaliteit achteruitgaan. Per initiatief wordt getoetst of dit een toegevoegde waarde is voor de omgeving. Om het erfgoed in stand te houden en beter onder de aandacht te brengen, werken we aan een betere presentatie en (digitale) toegankelijkheid van de verhalen die het erfgoed vertellen. Streven naar excellente gastvrijheid en een gezonde vrijetijdseconomie: Excellente gastvrijheid betekent dat de verwachtingen van de gast minimaal moeten worden vervuld, maar bij voorkeur overtroffen. Versterken van de betrokkenheid van bewoners vanuit de verschillende belangen die ze hebben: als actieve ambassadeurs, natuurbewuste recreanten en betrokken werknemers.
Het behouden van de kampeerboerderij aan de Nijkerkerweg 65 draagt bij aan de kwalitatieve ontwikkeling van de gemeente Ermelo als aantrekkelijke en gastvrije gemeente. Door het plangebied landschappelijk zorgvuldig in te passen wordt rekening gehouden met het in stand houden en versterken van de natuur en het landschap. Instandhouding van de landschappelijke waarden van buitengebieden en werken aan een sterk en divers landschap (groen, natuurlijk en met kwaliteit) Het landschap van de gemeente Ermelo is divers. Die diversiteit wordt waar mogelijk versterkt en uitgedragen. Een belangrijk voorbeeld daarvan is de fraaie ligging tussen bos en water. De verbinding tussen het water en het bos wordt versterkt, zowel visueel, gevoelsmatig en via uitnodigende routes. Zo kunnen bewoners en bezoekers de diversiteit beter beleven. De kern Ermelo vormt met haar horeca en winkels een aangename tussenstop op de route. Om het landschap te behouden en te verbeteren is in het verleden samen met Putten een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld.
Belangrijke uitgangspunten zijn nog altijd actueel, zoals: • het behoud van de open agrarische enclaves en andere karakteristieke open gebieden en de onverharde wegen; • het behouden en versterken van de landschapstypen op basis van hun karakteristieke elementen en het aanbrengen streekeigen (erf)beplantingen; Het planvoornemen wordt voorzien van een landschappelijk inpassingsplan, waarmee rekening wordt gehouden met de relevante uitgangspunten uit het Landschapsontwikkelingsplan van de gemeente Ermelo en Putten. Het landschappelijk inpassingsplan is verder uitgewerkt in hoofdstuk 3.
Structuurvisie functieveranderingsgebied De structuurvisie functieverandering is opgesteld om stoppende agrariërs te helpen bij het vinden van een nieuwe functie van het perceel om daarmee te voorkomen dat de (voormalig) agrarische opstallen in verval raken en het landschap ontsieren. Ontstening is één van de instrumenten om de ruimtelijke kwaliteit te versterken. Vanuit de wens tot ontstening mag er minder teruggebouwd worden dan er gesloopt wordt. Ook is het belangrijk om nieuwe bebouwing op een zorgvuldige manier in te passen in het landschap. De gemeente hanteert het volgende terugbouwpercentage: Functieverandering naar werken en andere vormen dan wonen wil de gemeente stimuleren om de dynamiek van het buitengebied te blijven behouden. Voor functieverandering naar werken geldt een terugbouwpercentage van max. 75%. Toetsing Een deel van het planvoornemen betreft de beëindiging van de kalverhouderij en de sloop van de bijbehorende stallen (3.055 m²). Daarvoor in de plaats wordt een loods van 2.000 m² teruggebouwd NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|15
ten behoeve van caravanstalling en een kleine kantoorfunctie. Hiermee blijft de herontwikkeling onder het terugbouwpercentage van 75% en sluit daarmee aan op de structuurvisie functieveranderingsgebied.
Groen- en natuurinclusief bouwen – puntensysteem De gemeenteraad heeft beleid met betrekking tot groen- en natuurinclusief bouwen met behulp van een puntensysteem vastgesteld. In ruimtelijke plannen dient te worden aangegeven hoe aan het puntensysteem wordt voldaan. Er moet worden aangegeven welke concrete maatregelen met betrekking tot groen en natuurinclusief bouwen worden uitgevoerd. Maatregelen dienen tevens aan te sluiten op ecologisch advies. Afhankelijk van de omvang van een bouwproject wordt een verplicht aantal punten voorgeschreven. De eerste stap is het bepalen van de omvang van het project. Hoe groter de omvang, hoe meer maatregelen worden gevraagd. De projecten worden als volgt ingedeeld: a. Kleinschalige projecten oppervlakte kleiner dan 500 m²; b. Middelgrote projecten oppervlakte tussen 500 m² en 2.000 m²; c. Grootschalige projecten oppervlakte tussen 2.000 m² en 10.000 m²; d. Zeer grootschalige projecten oppervlakte groter dan 10.000 m². Onderhavig plan betreft een bouwproject van 2000 m2 en is daarmee geclassificeerd als ‘middelgroot project’. Vervolgens geldt dat: a. Kleinschalige projecten oppervlakte kleiner dan 500 m2, 5 punten zijn benodigd. b. Middelgrote projecten oppervlakte tussen de 500 m2 en 2.000 m2, 11 punten zijn benodigd. c. Grootschalige projecten oppervlakte tussen 2.000 m2 en 10.000 m2, 16 punten zijn benodigd. d.
Zeer grootschalige projecten oppervlakte groter dan 10.000 m2, 26 punten zijn benodigd. Kortom dient er uitvoering te worden gegeven aan de hieronder gegeven maatregelen met een totaliteit van 11 punten. De toe te passen maatregelen zijn dikgedrukt weergegeven. Maatregelen inclusief punten 1 Geveltuin 1 Groen dak met sedum 2 Groen dak met sedum, grassen en kruiden 3 Groen dak met sedum, grassen, kruiden en dwergheesters 3 Groen dak met sedum, grassen, kruiden, dwergheesters, struiken en bomen 3 Bruindak met zand en steen als nestplaats voor o.a. scholeksters en plevieren 2 Bekleding van gevels en losse muren met inheemse planten 1 Insectenstenen of insectenhotels 1 Nestkast voor vlinders 1 Nestplaats voor vogels (o.a. zwaluw, mus, enz.) 1 Het hele jaar is er voedsel voor vogels in tuin/erf beschikbaar 1 Verblijfplaats voor vleermuizen 1 Met de verlichting is nadrukkelijk rekening gehouden met vleermuizen 1 Inrichting tuin/erf afgestemd op kleine zoogdieren (o.a. egel) 1 Drie inheemse bomen 1 Vijf inheemse struiken NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|16
1 De vegetatie op het terrein heeft in elk seizoen inheemse bloeiende planten 1 Inheemse haag > 10 meter 1 Takkenril langer dan 5 meter en breder dan 1 meter 2 Boomgaard met > 10 fruitbomen 1 Bloemrijk grasland en/of kruidenrijke randen kleiner dan 100 m2 2 Bloemrijk grasland en/of kruidenrijke randen groter dan 100 m2 en kleiner dan 1000 m2 3 Bloemrijk grasland en/of kruidenrijke randen groter dan 1000 m2 1 Zoomvegetatie langs perceelrand(en) 1 Houtsingel en/of -wal met inheemse struiken en bomen korter dan 50 meter breder dan 3 meter 2 Houtsingel en/of -wal met inheemse struiken en bomen langer dan 50 meter breder dan 3 meter 1 Inheems bosje > 50m2 en kleiner dan 100 m2 2 Inheems bosje > 100 m2 kleiner dan 300 m2 3 Inheems bosje > 300 m2 2 Creëren overhoekje met graansoorten > 100 m2 2 Mantel- en zoomvegetatie toegepast in de overgang naar bosranden > 100 m2 1 Het maaibeleid houdt nadrukkelijk rekening met natuurwaarden.
1 Natuurlijke poel doorsnede kleiner dan 20 meter 3 Natuurlijke poel doorsnede groter dan 20 meter 1 Tuinvijver 1 Waterschaal voor vogels 2 Natuurvriendelijke oever > 10 m 1 Ecologische wadi 1 Regenwater van de gebouwen en verharde oppervlaktes heeft een tweede gebruik 1 Alle oppervlakten op het terrein zijn water doorlaatbaar 1 Grijswater wordt verwerkt op het terrein en hergebruikt 1 Bio-afbreekbaar afval van de huishoudens en de tuin wordt op het terrein gecomposteerd. 1 Gerecycleerde materialen worden op het terrein gebruikt. 2 Natuurspeelplaats (voor vlinders, bijen, vogels en planten) > 100 m2 3 Al het bestaande groen in het plangebied blijft behouden Toelichting De dikgedrukte maatregelen opgeteld komen precies op 11 punten. Ten eerste wenst cliënt een insectenhotel te plaatsen. In de inrichtingstekening is aangegeven waar cliënt deze wenst te plaatsen. Dit geldt hetzelfde voor de nestplaats/kast voor vogels. Concreet zal dit een kast voor een steenuil worden. Onderdeel van de landschappelijke inpassing is het planten van veel nieuwe bomen (meer dan 3). Dit betreffen elzen en ruwe berken. Ook zal cliënt de zoomvegetatie langs de perceelrand doortrekken naar achteren (richting de zonnepalen). Dit betreft tevens een houtsingel met inheemse struiken en bomen en is korter dan 50 meter en breder dan 3 meter (zie landschappelijke inrichting nr. 2).
Ook zal cliënt een ecologische poel aanleggen binnen onderhavig projectgebied. Om de wadi zal een natuurvriendelijke oever worden aangelegd. Concreet komt dit neer op gevarieerde (water)plantengroei. De wadi/vijver heeft een omtrek van groter dan 10 meter. Tot slot blijft álle bestaande beplanting en groen behouden op het perceel. In totaal voorzien de gezamenlijke maatregelen in 11 punten.
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|17
Programma Duurzaamheid Ermelo In het vastgestelde Programma Duurzaamheid zijn de volgende ambities verwoord: Ermelo energieneutraal in 2030 en klimaatneutraal in 2035. In het programma Duurzaamheid presenteert Ermelo zich als een op duurzaamheid gerichte gemeente. Op grond van het Bouwbesluit worden vanaf 2019 strikte eisen gesteld aan de EPC waarden, dit is sinds 2021 overgegaan op BENG (BijnaEnergie Neutraal Gebouwd). Om duurzaamheid een nog prominentere plek te geven kunnen investeringen in duurzaamheidsmaatregelen, die verder gaan dan het bouwbesluit, bijvoorbeeld in energie neutrale en klimaat neutrale woningen, worden ingezet als vereveningsbijdrage. Ook wil de gemeente duurzaamheid nadrukkelijker agenderen door meer planologische ruimte te bieden aan initiatieven die substantieel bijdragen aan duurzaamheid. Gezien de toekomst van de energie infrastructuur dient geanticipeerd te worden op gasloze nieuwe woningbouw. Toetsing De duurzaamheidsmaatregelen voor onderhavige locatie wordt vooral toegespitst met betrekking tot energiebesparing. Twee concrete maatregelen welke dan ook worden getroffen zijn:: • •
LED-verlichting in plaats van traditionele gloeilampen. LED-verlichting verbruikt aanzienlijk minder energie en hebben een veel langere levensduur dan traditionele gloeilampen; Zonnepanelen om zo eigen duurzame energie op te wekken.
Visie klimaatadaptatie De visie Klimaatadaptatie is op 12 november 2020 vastgesteld. De ambitie is 'Een klimaatbestendige leefomgeving waarbij we ons voorbereiden op de verandering van het klimaat op de korte (2020) en op de lange termijn (2050). Voor de 3 klimaatadaptatie thema's (wateroverlast, hittestress en droogte) zijn doelstellingen en inspanningen geformuleerd voor de periode 2020-2025. Wateroverlast Doelstelling: Wateroverlast zoveel mogelijk voorkomen waarbij we ons voorbereiden op extreme neerslag Inspanningen: - stimuleren van particuliere initiatieven en derden - oplossen van grote knelpunten in de openbare ruimte Hittestress Doelstelling: Het dorp en haar inwoners voorbereiden op en minder kwetsbaar maken voor hittestress Inspanningen: - bewustwording vergroten rondom de gevolgen van hittestress en de wijze waarop inwoners zich hiertegen kunnen beschermen - groenstructuren in de openbare ruimte versterken en bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op hittebestendig bouwen/inrichten - benadrukken van het belang van bomen en waar mogelijk extra bomen bijplaatsen
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|18
Droogte Doelstelling: De gevaren van droogte beperken door in te spelen op het vasthouden van regenwater, het verbeteren van de grondwaterstand(en) en door zorgvuldig om te gaan met watergebruik. Inspanningen: - bewustwording vergroten rondom het verminderen van het watergebruik in warme periodes - inzetten op een verbreding in variatie in het bomen-bossen bestand Toetsing In de toekomstige situatie wordt door het toevoegen van een ecologische wadi bijgedragen aan het verminderen van wateroverlast. Daarnaast stimuleert deze ecologische wadi ook de groei van (water)planten. Om droogte tegen te gaan wordt door de gemeente ingezet op een verbreding in variatie van het bomen en bossenbestand. In de toekomstige situatie worden nieuwe bomen (elzen en ruwe berken) en een houtsingel met inheemse struiken en bomen aangeplant.
Conclusie De activiteit past binnen de doelstelling en het beleid van de gemeente.
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|19
Hoofdstuk 5 Fysieke leefomgeving In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. De resultaten en conclusies van eventuele onderzoek zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.
5.1 Landschappelijke, stedenbouwkundige en cultuurhistorische waarden In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met binnen of buiten de locatie van de activiteit aanwezig cultureel erfgoed en werelderfgoed. Daarnaast wordt besproken op welke wijze het project landschappelijk of stedenbouwkundig wordt ingepast. Gezien de aspecten landschap, stedenbouw en cultureel erfgoed vaak met elkaar verwezen zijn, kunnen deze het beste gezamenlijk besproken worden. Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren.
Wettelijk kader Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. Omgevingskwaliteit duidt daarbij op het belang van aspecten als cultureel erfgoed, architectonische kwaliteit van bouwwerken, stedenbouwkundige kwaliteit en kwaliteit van natuur en landschap. Het gaat daarbij zowel om de menselijke beleving van de fysieke leefomgeving als om de intrinsieke waarden die de maatschappij toekent aan de identiteit van gebied en aan dier- en plantensoorten. Landschappelijke of stedenbouwkundige waarden zijn een element van omgevingskwaliteit en het beschermen van die waarden is in artikel 2.1, derde lid, van de Omgevingswet wet opgenomen als één van de oogmerken die van belang kan zijn bij de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van de wet. Landschappelijke en stedenbouwkundige waarden Het planvoornemen betreft het beëindigen van de kalverhouderij aan de Nijkerkerweg 65 te Ermelo. Hiertoe worden twee bestaande stallen gesloopt. In de plaats daarvoor wordt een nieuwe loods gebouwd ten behoeve van caravanstalling en verhuur aan derden met een kleine ondergeschikte kantoorfunctie ten behoeve van administratie werkzaamheden. De recreatieve tak binnen het plangebied wordt voortgezet.
Ten behoeve van deze ontwikkeling is een landschappelijk
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|20
inpassingsplan opgesteld. Deze is nader uiteengezet in hoofdstuk 3 en als bijlage bij deze motivering opgenomen. Beeldkwaliteit/ architectuur/ welstand Wettelijk kader Vitaal, groen en zorgzaam zijn de kernwaarden waar het in Ermelo om draait en waar het gemeentebestuur alle aandacht aan besteedt. Deze kernwaarden immers maken dat de inwoners het prettig vinden om in de gemeente te wonen. Bij het vormgeven aan het nieuwe welstandsbeleid in Ermelo zijn deze kernwaarden dan ook bepalend geweest. De nota Omgevingskwaliteit (voorheen welstandsnota) is er om de schoonheid, de aantrekkelijkheid en de ruimtelijke kwaliteiten van bouwwerken in de gemeente Ermelo te behouden en te versterken. Het uiterlijk van individuele gebouwen, de kwaliteit van het totaalbeeld van de gebouwen en de erfinrichting zijn belangrijk voor de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. De zorg voor en het bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit is één van de taken van de gemeentelijke overheid. De welstandstoets is een instrument voor de sturing op deze kwaliteiten. Onderzoek Het plangebied valt volgens de nota Omgevingskwaliteit onder het deelgebied ‘Buitengebied en buurtschappen Ermelo’. In het buitengebied geldt overwegend een soepel regime. Een bouwinitiatief zal dan ook meestal afgehandeld kunnen worden door de kleine commissie Omgevingskwaliteit.
Er zijn echter enkele uitzonderingen van toepassing, waarbij altijd een beoordeling door de Commissie Omgevingskwaliteit gevraagd wordt. Dit is altijd het geval wanneer het gaat om: • Alle vormen van een functieverandering. • Een monumentaal of karakteristiek pand. • Bouwinitiatieven in buurtschappen. • Bouwinitiatieven aan (historische) bebouwingslinten. • Bouwinitiatieven binnen beschermde stads- en dorpsgezichten. • Bouwinitiatieven op instellingsterreinen. Het planvoornemen valt onder functieverandering in het buitengebied, waardoor er een beoordeling door de Commissie Omgevingskwaliteit nodig zal zijn. De volgende criteria zijn hierbij van toepassing: Plaatsing • Bij nieuwbouw op het erf is de omgeving bepalend. Door middel van een erfinrichtingsplan wordt aangetoond dat er sprake is van een goede plaatsing in het landschap. • In het geval van lintbebouwing wordt de bestaande openheid tussen de bebouwing gehandhaafd. • Op (agrarische) erven is er sprake van een clustering van de bebouwing (erf ensemble). • Nieuwe agrarische bedrijfsgebouwen moeten achter de bedrijfswoning gesitueerd worden. Maatvoering • De maatvoering is afgestemd op de omgeving en wordt verantwoord in een erf inrichtingsplan. • Aan-, uit- en bijgebouwen blijven ondergeschikt aan de hoofdmassa van het hoofdgebouw. Vormgeving • De hoofdvorm van het gebouw is eenvoudig (niet geschakeld).
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|21
• • • • • • • • •
De bebouwing heeft een kap en (overwegend) een lage goothoogte. De kap heeft een helling van tussen de 30 tot 60 graden. De bebouwing is symmetrisch. Relatief kleine raampartijen (geen beeldbepalende glasvlakken). Bij renovatie van boerderijen is de originele vormgeving het uitgangspunt. Aan- en uitbouwen houden de hoofdvorm in tact. Bijgebouwen zijn in hoofdvorm en kap afgestemd op het hoofdgebouw. Aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw en worden bij voorkeur aan de achterzijde geplaatst. Toevoegingen per woning worden overeenkomstig de stijl van het betreffende gebouw vormgegeven en zijn ondergeschikt aan de hoofdstructuur en gevelritmiek.
Materiaalgebruik • Het materiaalgebruik is afgestemd op de omgeving. Dit wordt nader omschreven in een erfinrichtingsplan. • Er worden natuurlijke materialen gebruikt (steen en/of hout). Kleurgebruik • Het kleurgebruik is afgestemd op de omgeving. Dit wordt nader omschreven in een erfinrichtingsplan. • Er wordt een ingetogen kleurgebruik toegepast. Voor het planvoornemen is een erfinrichtingsplan opgesteld. Deze is nader uiteengezet in hoofdstuk 3. Het volledige erfinrichtingsplan is als bijlage bij deze motivering opgenomen. De toets welstand zal bij de omgevingsvergunningaanvraag bouwen plaatsvinden. Cultuurhistorie Wettelijk kader Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten.
Onderzoek In de provincie Gelderland dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, omgevingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart. Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangegeven. In of nabij het plangebied zijn geen rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of karakteristieke panden aanwezig.
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|22
Archeologie Wettelijk kader Voor archeologie geldt artikel 2.28 van de omgevingswet. Dit artikel bepaalt dat het Rijk instructieregels zal stellen over omgevingsplannen en projectbesluiten met het oog op het behoud van cultureel erfgoed, met inbegrip van bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. De nationale wetgeving is afkomstig uit Europees beleid (Verdrag van Valletta). De gemeenten zijn belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. In artikel 5.130 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving staat aangegeven dat gemeente bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening moeten houden met het belang van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Voor de gemeente Ermelo geldt de Erfgoedverordening 2018. In de gemeentelijke erfgoedverordening is de aanwijzing en instandhouding van gemeentelijke monumenten en archeologische terreinen geregeld. In deze verordening is geregeld dat het verboden is om gemeentelijke monumenten te beschadigen of te vernielen. Tevens is geregeld dat het verboden is om de bodem in gebieden met een archeologische verwachtingswaarde te verstoren. Hierin is onderscheid gemaakt voor gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde en gebieden met een lage archeologische verwachtingswaarde.
Onderzoek Op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Hierbij is bij ruimtelijke ontwikkeling met een verstoringsoppervlak groter dan 250 m² en die dieper gaan dan 30 centimeter beneden maaiveld archeologisch onderzoek noodzakelijk. Met het planvoornemen wordt 3.055 m² aan bestaande stallen gesloopt en een nieuwe loods van 2.000 m² gerealiseerd. Daarbij wordt het planvoornemen landschappelijk ingepast. Omdat de nieuwe loods op de plek van de bestaande stallen wordt gerealiseerd zijn de gronden mogelijk al verstoord en is archeologisch onderzoek volgens de gemeente niet noodzakelijk.
Conclusie Vanuit het aspect cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
5.2 Gevolgen van de fysieke leefomgeving In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect gezondheid. Het gaat om: • het beschermen van gezondheid (is er sprake van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid?) • het bevorderen van de gezondheid, zoals bevorderen sport en ontspanning (positieve gezondheid). Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, trillingen, luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten worden in de
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|23
hiernavolgende paragrafen gemotiveerd, echter ligt het voor de hand om ter introductie kort te schetsen op welke wijze het gezondheidsaspect bij de motivering van de besluitvorming is meegenomen. Beschermen van de gezondheid Wettelijk kader Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezonde fysieke leefomgeving. In artikel 2.1 lid 4 van de wet is bepaald dat het bevoegd gezag bij de evenwichtige toedeling van functies (in het omgevingsplan) in ieder geval rekening houdt met het belang van het beschermen van de gezondheid. Voorzorg kan daarbij een rol spelen. Naast de gezondheidsbescherming kan het bevoegd gezag het belang van gezondheidsbevordering meewegen. Zo heeft de fysieke leefomgeving positieve gezondheidseffecten als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten. De GGD kan hierbij adviseren. Het Rijk stelt ondergrenzen voor de bescherming van de gezondheid. Bijvoorbeeld via instructieregels of omgevingswaarden voor geluid, luchtkwaliteit, geur en waterkwaliteit. In het omgevingsplan werken deze randvoorwaarden door. Onderzoek Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet.
De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Het gezondheidsaspect heeft een centrale rol binnen de Omgevingswet. In hoofdstuk 5 worden verschillende aspecten onderzocht waarmee een veilige en gezonde fysieke leefomgeving gewaarborgd wordt. Conclusie Vanuit het aspect gezondheid is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. Bodem Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid.
Wettelijk kader De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door: • Het beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigingen en aantastingen; • Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • Het duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen. Artikel 5.89i Bkl bepaalt dat waarden voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem voor het bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie, opgenomen worden in het
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|24
definitieve omgevingsplan. Deze waarden kunnen per gebied of per gebruiksfunctie verschillen. Bij een overschrijding van een vastgestelde waarde (zie art. 5.89i Bkl) is het bouwen van een bodemgevoelig gebouw alleen toegelaten als de in het omgevingsplan voorgeschreven sanerende of andere beschermende maatregelen worden getroffen (art. 5.89K Bkl, art. IIIa onder 2 AbO). Daarnaast zijn er specifieke regels over bodem opgenomen in het Aanvullingsbesluit Bodem (AbO) en de activiteiten zijn opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): • Regels over nazorg van de bodem na saneren op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving, het omgevingsplan, een omgevingsvergunning of een maatwerksvoorschrift (artikel IIIa, paragraaf 2.3.6a.2); • Regels over graven in de bodem (paragraaf 3.2.21 en 3.2.22Bal); • Regels over activiteiten op een locatie met historische bodemverontreiniging zonder onaanvaardbaar risico (paragraaf 2.3.6a.4) • Maatwerkregels over het saneren van de bodem in het zinkassengebied, (paragraaf 2.3.6a.5). Onderzoek Bij nieuwe ontwikkelingen is het noodzakelijk aan te tonen dat de bodem waarop de ontwikkeling plaatsvindt niet verontreinigd is en geschikt is voor de nieuwe functie. Aangezien het planvoornemen het realiseren van een niet gevoelige functie betreft wordt een verkennend bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht.
Voor de recreatiebestemming geldt dat precies dit gedeelte al bestemd is als 'kampeerboerderij' (was ook al in het voorgaande oude bestemmingsplan). Oftewel, planologisch is dit ooit al als zodanig bestemd. Het is dan ook géén nieuwe gevoelige bestemming. De bodemkwaliteit hoeft dan ook niet nogmaals onderzocht te worden. Conclusie Vanuit het aspect bodemkwaliteit is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. Dienstenrichtlijn Wettelijk kader Er mogen geen economische motieven zijn voor regels voor diensten in een omgevingsplan. Dit volgt uit de Dienstenrichtlijn. Voor het uitvoeren van de Dienstenrichtlijn staat in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) een instructieregel (artikel 5.1a). Het begrip "dienst" moet breed worden geïnterpreteerd. Ook detailhandel is een dienst. Onderzoek Het planvoornemen betreft het beëindigen van de kalverhouderij (intensieve veehouderij) aan de Nijkerkerweg 65 te Ermelo. Hiertoe worden twee bestaande stallen gesloopt. In de plaats daarvoor wordt een nieuwe loods gebouwd ten behoeve van caravanstalling en verhuur aan derden met een kleine ondergeschikte kantoorfunctie ten behoeve van administratie werkzaamheden. De recreatieve tak binnen het plangebied wordt voortgezet. Het aspect dienstrichtlijnen heeft geen gevolgen voor het planvoornemen.
Conclusie Vanuit het aspect dienstrichtlijnen is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.
NL.IMRO.0233.TAMnijkerkerwg65-0301
TAM-omgevingsplan 22a, Nijkerkerweg 65
|25
Geluid In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect geluid. Het betreft geluid door activiteiten (wegen, spoorwegen en industrieterreinen e.d.) en specifieke activiteiten (windturbines e.d.) Wettelijk kader Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. In de Bruidsschat (BS) is het onderdeel 'geluid' geregeld in paragraaf 22.3.4. Daarin staan regels over geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. In de Bruidsschat zijn waarden bepaald. Daarbij is onderscheid gemaakt in geluid door de volgende activiteiten: • Activiteiten anders dan door windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.2 BS); • Geluid door windturbines en windparken (par. 22.3.4.3 BS); • Geluid door civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen (par. 22.3.4.4 BS). De instructieregels uit afdeling 3.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn van toepassing op de beheersing van geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.18 lid 1 Bkl).