Rapport e250019806
Tekst van het document
Statuur BO RPW In het BO RPW hebben bestuurders een adviserende én controlerende rol bij ontwikkelingen op de RPW onderwerpen. We streven ernaar om een gezamenlijke koers te varen en deze zowel ambtelijk als bestuurlijk te omarmen. Het BO RPW heeft als doel een goede regionale
26
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
samenwerking en afstemming over het hoofdthema ruimte voor economie. Het BO RPW heeft daarentegen geen bevoegdheid tot besluitvorming over onderwerpen die de lokale gemeenteraad moeten passeren.
5.1.2 We ontwikkelen een Afwegingskader Regionale Meerwaarde We stellen gezamenlijk een Afweegkader Regionale Meerwaarde (hierna: ARM) op. Het bepalen van de inhoudelijke koers, de statuur en het opstellen van het ARM krijgt prioriteit op korte termijn, na vaststelling van dit RPW. Het ARM dient als fundament voor het verder uitwerken en concretiseren van diverse afspraken. Het ARM geeft in essentie antwoord op de vraag: wat voor type economische activiteiten zijn van sociale en economische meerwaarde en willen we als EHPZ-regio faciliteren. Hiermee krijgen we grip op de ruimtelijke opgave die hieruit volgt. Het opstellen van het ARM is niet enkel een regionale aangelegenheid. Daarom werken we samen met de provincies en waar nodig consulteren we de buurregio’s in dit proces. Bij het opstellen van het ARM leggen we de relatie met het sociale domein en economie op de volgende wijzen: • Sociaal: het afweegkader stuurt op een goede woon-werkbalans, op type banen dat aansluit bij het opleidingsprofiel van de bewoners en dan met name aansluit bij de bewoners die de regio aantrekt met de extra woningbouw. Verder worden criteria opgenomen over de huisvesting van arbeidsmigranten (als daar sprake van is) en waar wenselijk binding met de gemeenschap/regio.
• Economie: het afweegkader stuurt op vestiging van bedrijfsactiviteiten die bijdragen aan de belangrijkste economische ambities en opgaven. We lichten toe hoe we omgaan met het lokale bedrijfsleven en (grootschalige) ruimtevragers van buiten de regio. Daarnaast staan we stil bij (nieuwe) ruimtevragers die ontstaan door de circulaire transitie en hoe we hier mee omgaan. Denk aan recycling voor uiteenlopende producten, grondstoffen en materialen en retour- en servicelogistiek. Bij een nieuwe bedrijventerreinontwikkeling met kavels die groter zijn dan één hectare hanteren we altijd het Afweegkader Regionale Meerwaarde. Met dit afweegkader willen we bijdragen aan het realiseren van de opgave om de woon-werkbalans te waarborgen en aan een toekomstbestendige economie te werken. In het afweegkader hebben we daarnaast oog voor onderlinge verschillen. Een nieuw bedrijf moet zowel van regionale meerwaarde zijn als passen bij de lokale omstandigheden. Met dit afweegkader streven we naar passende ontwikkelingen op de beste plek in de EHPZ-regio. Dat doen we samen; we beconcurreren elkaar niet. 5.1.3 We zetten in op regiopromotie en binding van beroepsbevolking We zijn trots op het innovatief vernuft, het arbeidsethos en de mooie baankansen bij bedrijven in de EHPZ-regio. Het is belangrijk om deze kwaliteiten onder de aandacht te brengen bij het arbeidspotentieel in de regio.
Samen met de bedrijvenkringen zetten we de schouders onder het promoten van de carrièrekansen in de EHPZ-regio. Via de bedrijvenkringen zetten we het (lokale) mkb in de spotlights en tonen we onze economische kracht. Bij voorkeur zijn de bedrijvenkringen – na de opstartfase – in de lead voor verdere uitwerking en acties. Onze exacte werkwijze leggen we vast in het uitvoeringsprogramma. Bij uitvoering verkennen we in ieder geval de mogelijkheid om het bedrijfsleven, ondernemingsorganisaties, brancheorganisaties en het onderwijs te betrekken. 5.1.4 We borgen en concretiseren afspraken uit dit RPW op lokaal schaalniveau in beleid Elke EHPZ-gemeente ontwikkelt afzonderlijk het RPW op gemeenteniveau door. Dat kan aan de hand van diverse beleidsdocumenten, zoals een Lokaal Programma Werklocaties (hierna: LPW), beleidsnota, themabeleid of economische visie. Waarom? Dit RPW bestaat uit diverse kwantitatieve en kwalitatieve afspraken. We doen uitspraken over de werkwijze, onderzoeksbehoeften, minimale richtlijnen die we nastreven en nieuw te ontwikkelen ruimte. Deze afspraken zijn tot op zekere hoogte abstract. In de lokale uitwerking van het RPW werken de
27
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
EHPZ-gemeenten diverse afspraken concreet uit. Dit geeft elke regiogemeente de ruimte om maatwerk toe te passen en aan te sluiten op de lokale beleidscontext en situatie, door bijvoorbeeld meer te doen dan het RPW voorschrijft. Minder doen dan het RPW voorschrijft is niet mogelijk. Een regiogemeente onderbouwt haar keuzes in het lokaal beleid en bespreekt deze in het AO RPW. In de lokale uitwerking van het RPW komen in ieder geval de volgende kwantitatieve en kwalitatieve onderwerpen terug: • inzicht in kwantitatieve en kwalitatieve beter benutten kansen • nieuwe ruimte en het uitgifteprotocol • kwaliteit en duurzaamheid 5.1.5 We ontwikkelen een Regionale Circulaire Economie Strategie Door de transitie naar een circulaire economie verandert de ruimtelijke dynamiek op bedrijventerreinen. Bestaande bedrijfsactiviteiten blijven bestaan, veranderen of verdwijnen, en nieuwe bedrijfsactiviteiten komen op. In veel gevallen heeft dat effect op de kwantitatieve ruimtevraag van bedrijven en de kwalitatieve eisen die bedrijven aan hun omgeving stellen. De ruimtelijke impact is dan ook potentieel groot en daarmee ook de ruimtelijke beleidsopgave. Als EHPZ-regio willen we anticiperen op de nieuwe (ruimtelijke) dynamiek en doeltreffend kunnen handelen. We stellen als EHPZ-regio gezamenlijk een Regionale Circulaire Economie Strategie (hierna: RCES) op.
Hierin beschrijven we onze visie op het toekomstig verdienvermogen van de EHPZ-regio: hoe ziet de circulaire economie eruit, welke bedrijfsactiviteiten horen daarbij, waar specialiseren we ons in en welke rol pakken we? Aanvullend maken we kenbaar waar circulaire bedrijven zich kunnen vestigen en waar we groeiruimte bieden. De RCES stellen we gedurende de looptijd van dit RPW op.
5.2 Ruimte: bestaand en nieuw Wat spreken we af: 1 Elke gemeente inventariseert de 'Beter Benutten'-potentie op bestaande bedrijventerreinen en we delen relevante info (onderling). 2 We maken werk van optimaal ruimtegebruik bij herontwikkeling of volledig nieuwe ontwikkeling. 3 We beschermen ruimte voor economie. 4 We ontwikkelen nieuwe ruimte. 5 We beoordelen zeer zorgvuldig in welke uitzonderlijke gevallen we ruimte bieden aan XXL bedrijvigheid. 6 We stellen een uitgifteprotocol op en passen dit toe bij nieuwe bedrijventerreinen. 7 We stellen profielen op voor bedrijventerreinen. 8 We onderzoeken de mogelijkheid om een statiegeldregeling toe te passen bij een nieuwe ontwikkeling. 5.2.1 Elke gemeente inventariseert de 'Beter Benutten'-potentie op bestaande bedrijventerreinen en we delen relevante info (onderling) De regiogemeenten spreken af actief aan de slag te gaan met het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen. Elke gemeente start een onderzoek ofwel maakt kenbaar wat de beter benutten-potentie (vanuit economisch, ruimtelijk en duurzaamheidsperspectief, zie onderstaand kader) op bestaande bedrijventerreinen is en schat in op welke termijn intensivering (van delen van bedrijventerreinen) reëel is. Elke gemeente legt dit vast in lokaal beleid en communiceert hierover in het AO RPW.
Om speculatie op kansrijke plekken te voorkomen zijn we zeer zorgvuldig (en waar nodig terughoudend) in het publiceren van (onderzoeks)uitkomsten richting het bedrijfsleven en andere (markt)partijen.
28
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Definitie beter benutten • Ruimtelijk: Het gaat hierbij om een intensievere benutting van bedrijventerreinen door de hoogte in te gaan, het bouwvlak maximaal te benutten of meervoudig ruimtegebruik (zoals parkeren op dak) toe te passen. • Economisch: juiste bedrijf op de juiste plek. Hierbij gaat het erom dat bedrijventerreinen gebruikt worden voor de functie waarvoor ze bedoeld zijn (en dit willen we borgen in de planregels). Dit betekent bijvoorbeeld dat ruimte voor hogere milieucategorie niet wordt ingenomen door andersoortige economische functies of lichte bedrijfsfuncties en dat er geen droge bedrijven gehuisvest zijn op watergebonden kavels. • Duurzaam: Op bedrijventerreinen liggen veel kansen dan wel mogelijkheden voor verduurzaming in brede zin. Om toekomstbestendig te zijn is op de terreinen veel meer ruimte nodig voor groen en water. Dit kan op gespannen voet staan met intensiever ruimtegebruik. Dit vraagt om slimme combinaties van intensivering en verduurzaming, zoals meer groen tegen hittestress, groene gevels, duurzame bedrijfspanden, duurzame bedrijfsvoering (beperken van energiegebruik, een circulair businessmodel) in combinatie met duurzame opwek van energie (bijv. zonne-energie op daken).
We analyseren alle bestaande bedrijventerreinen in de regio, zodat we een compleet beeld van de mogelijkheden voor verdichting hebben. Aanvullend brengen we in kaart in welke mate alternatieve locaties buiten de formele bedrijventerreinen beschikbaar zijn voor lichte bedrijfsfuncties. Andersom brengen we in kaart wat kwantitatief en kwalitatief goede plekken zijn voor zwaardere bedrijven met een hoge milieuzonering. Dit overzicht vormt het startpunt voor verdere prioritering en uitwerking van een actiegerichte aanpak. We streven ernaar om dit overzicht snel na vaststelling van dit RPW te ontwikkelen. Op basis van de uitkomsten van het bovenstaand onderzoek stelt elke gemeente een lijst op van locaties op bestaande bedrijventerreinen waar (een forse) verdichting te realiseren is en van groot strategisch belang zijn. Bijvoorbeeld door unieke locatiekwaliteiten. Aan de hand van dit overzicht formuleren we een beter benutten-doelstelling: hoeveel hectare ruimtevraag willen we op bestaande plekken laten landen? In het verlengde zetten we als EHPZ-gemeenten in op: • Het onderling delen van kennis en informatie. • Het in beeld brengen van (aanstaande) subsidies omtrent verdichten en dit delen met onze ondernemers(kringen).
• Als EHPZ-regio lobbyen we bij de provincies voor herstructureringsgelden of een actieve rol van een (her)ontwikkelingsmaatschappij – zoals Oost NL en de Ontwikkelings- en Herstructureringsmaatschappij Gelderland (OHG) – om het beter benutten van bedrijventerreinen op gang te helpen. Een Gelders voorbeeld is de Regeling SteenGoed. Relevante subsidies en programma’s brengen we onder de aandacht bij ondernemers. 5.2.2 We maken werk van optimaal ruimtegebruik bij herontwikkeling of volledig nieuwe ontwikkeling Een optimale benutting van uitgeefbare ruimte op nieuwe bedrijventerreinen (vanuit economisch, ruimtelijk en duurzaamheidsperspectief) is het uitgangspunt. Na vaststelling van dit RPW operationaliseren we dit uitgangspunt gezamenlijk. We werken aan een gezamenlijke norm, maar hebben oog voor lokale omstandigheden. We stellen in ieder geval bij een nieuwe ontwikkeling regels op die voorzien in minimale bebouwingspercentages en bouwhoogtes. In specifieke
29
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
gevallen willen we maatwerk en flexibiliteit bieden, bijvoorbeeld bij bedrijven waarbij extensieve benutting van de kavel noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering. Op nieuwe bedrijventerreinen sturen we actief op het juiste bedrijf op de juiste plek. Lichte functies (met een lage milieuzonering) zoals bijvoorbeeld kantoor-, retail- en/of sportfuncties die niet op bedrijventerreinen behoren worden in principe geweerd van nieuwe bedrijventerreinen. Deze functies kunnen potentieel wel landen op verdiepingen bovenop bedrijfsruimtes, zolang deze geen beperkingen opleggen aan de bedrijven die de milieuruimte op bedrijventerreinen wel nodig hebben voor hun bedrijfsvoering. Op bestaande bedrijventerreinen stellen we als individuele gemeente waar mogelijk, realistisch en haalbaar de planologische mogelijkheden op bestaande terreinen bij, zodat hier meer (passende) ruimtevraag is op te vangen. Dit gebeurt altijd met oog voor voldoende ruimte voor groen, blauw en ruimte voor verbetering van de klimaatadaptatie van het terrein. Water en bodem, de kwaliteiten en kenmerken van de ondergrond inclusief de ondergrondse infrastructuur (met name het riool) hanteren we bovengronds als vertrekpunt bij veranderingen. De exacte werkwijze en eventuele wijzigingen leggen we vast in lokaal beleid en delen we in het AO RPW.
5.2.3 We beschermen ruimte voor economie In het bijzonder willen we plekken met unieke locatiekwaliteiten zoals waterbereikbaarheid en forse hinderruimte (hierna: HMC) optimaal benutten en transformatie hiervan sluiten we uit (tenzij dit vanuit economische en/of sociaalmaatschappelijk oogpunt noodzakelijk is). Indien er wel sprake is van transformatie van een bedrijventerrein met een hoge milieucategorie (HMC 4.1 en hoger), dan geldt planologische compensatie. Op een vervangende locatie dient dan dezelfde ruimte beschikbaar te komen voor HMC-bedrijven. Zodat HMC-ruimte per saldo niet afneemt. Gemeenten zijn verplicht elke onttrekking van bedrijventerreinen door transformatie (bv. naar wonen) te compenseren. Compensatie vindt bij voorkeur plaats in de eigen gemeente. Als lokaal compenseren niet mogelijk is, dan vindt compensatie elders binnen de regio af. De nieuwe locaties beschouwen we als vervangingslocaties. Hierover vindt afstemming plaats in het AO RPW. Omdat we ruimtegebrek hebben op bedrijventerreinen, kiezen we er in principe voor om geen woonfuncties toe te staan op (nieuwe) bedrijventerreinen. In gemengde gebieden stimuleren we juist de menging van woon- en lichte werkfuncties. Op nieuwe bedrijventerreinen kiezen we in ieder geval voor bedrijven die behoefte hebben aan enige milieuhinder.
We willen op nieuwe locaties geen bedrijfsactiviteiten in een lage milieuhindercategorie (bijvoorbeeld 1 en 2). 5.2.4 We ontwikkelen nieuwe ruimte Nieuwe (her)ontwikkelingen zijn noodzakelijk, maar zijn niet van de ene op de andere dag gerealiseerd; het duurt al snel zo’n tien jaar voordat een nieuw bedrijventerrein van tekentafel tot uitgifte komt. Het tijdig starten met planvorming is essentieel. Daarom werken we in de looptijd van dit RPW aan de (verdere) planvorming voor uitbreiding. We gaan hierbij uit van het hoge scenario voor de ruimtevraag (circa 150 ha. uitbreidingsvraag netto tot en met 2040), maar zijn ook selectief. We willen groeiruimte bieden aan (startende) bedrijven van regionale meerwaarde, inspelen op transities én volop baankansen bieden voor onze inwoners om de woon-werkbalans op peil te houden. Elke gemeente maakt kenbaar in het kader van dit RPW in welke mate potentieel aanvullende ruimte beschikbaar is. Dat zetten we uit in de tijd. We gaan ervan uit dat in de aankomende jaren nieuwe ruimte gerealiseerd kan worden in Ermelo, Putten en Zeewolde. In Harderwijk is na de ontwikkeling van Lorentz III en bedrijventerrein Zandlaan geen ruimte voor uitbreiding voor handen. In beginsel streven we naar het lokaal faciliteren van de ruimtevraag.
Tegelijk werken we vanuit het principe dat we de meest kansrijke en markttechnisch geschikte locaties tot ontwikkeling willen brengen; het moet immers geen knelpunten opleveren.
30
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
We hanteren een eenvoudige regionale systematiek waarbij we de status per nieuwe bedrijventerreinontwikkeling duiden met een stoplichtmodel. Hieronder is de programmering van nieuwe plannen opgenomen voor de komende jaren. Dit is een dynamisch overzicht, dat we halfjaarlijks bij het AO en BO RPW actualiseren. Op die manier hebben we een doorlopend overzicht van plannen die in de pijplijn zitten. Het overzicht bevat alle plannen die op ‘oranje’ en ‘groen’ staan. De kleurstatus heeft de volgende betekenis: • Groen: Het plan heeft kwantitatief en kwalitatief bestuurlijke instemming verkregen en voorziet naar verwachting in een aantoonbare behoefte. De locatie van het plan is bekend en stuit niet op bezwaren vanuit ruimtelijke ordening. Bij plannen die op ‘groen’ staan is het bestemmings/omgevingsplan voor deze ontwikkeling nog niet onherroepelijk. Op het moment dat het bestemmings-/omgevingsplan voor deze ontwikkeling onherroepelijk is, wordt een ‘groen’ plan overgeheveld naar de lijst van harde plannen. • Oranje: Het plan heeft (eventueel onder voorwaarden) bestuurlijke instemming verkregen, maar het plan is nog onvoldoende concreet en/of stuit op bezwaren vanuit ruimtelijke ordening en/of past nu niet binnen de ‘programmering’, en/of de behoefte is (nog) niet aangetoond. Het plan kan een groene status krijgen als van bovenstaande punten geen sprake meer is.
Tot die tijd wordt nog niet ingezet op ontwikkeling.
Tabel 7: Programmeringstabel EHPZ-regio – status groen Gemeente
Plan
Zeewolde
Trekkersveld IV
Omvang (netto ha.) 35
Termijn
Toelichting / voorwaarde
Vanaf Q3 2024 vaststelling omgevingsplan
Profiel: regulier, grootschalig (tot 5 ha.); Voorwaarde: vaststelling omgevingsplan
Tabel 8: Programmeringstabel EHPZ-regio – status oranje Gemeente
Plan
Ermelo
Ecopark A28
Omvang (netto ha.)
Termijn
Toelichting / voorwaarde
10 - 80
Onbekend
Profiel: nog te definiëren; Voorwaarde: haalbaarheidsen locatieonderzoek, ruimtelijke en financiële verkenning, vaststelling van het plangebied, vaststelling omgevingsplan.
Harderwijk
Zandlaan
7,7
Onbekend
Profiel: regulier
In de EHPZ-regio bespreken en monitoren we ontwikkelingen en uitbreidingen via het Ambtelijk Overleg, het Bestuurlijk Overleg en uiteindelijk aan de Bestuurlijk Integrerende Tafel (BIT). Hierbij blijft de autonomie van elke individuele gemeente gewaarborgd. Samen streven we naar een optimale ruimtelijke programmering. 5.2.5 We beoordelen zeer zorgvuldig in welke uitzonderlijke gevallen we ruimte bieden aan XXL bedrijvigheid De EHPZ-regio faciliteert in de basis geen (footloose) XXL bedrijvigheid. Hoewel Zeewolde eerder ruimte bood aan dergelijke bedrijven, zijn daar intussen de grenzen van groei bereikt. Ook elders
31
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
in de EHPZ-regio zijn de bedrijventerreinen en de infrastructuur niet bedacht op het huisvesten van grootschalige bedrijven. Bij hoge uitzondering staan we welwillend tegenover huisvesting van grootschalige bedrijvigheid, mits deze het lokale of regionale ecosysteem versterkt, aantoonbare regionale meerwaarde biedt of een lokale grondslag heeft, zoals een doorgroeiend bedrijf. Ons standpunt en werkwijze concretiseren we in het ARM. Voor (grootschalige) ruimtevragers die niet passen bij het aanbod van bedrijventerreinen binnen de EHPZ kijkt de regio naar buurregio’s. Op dit thema vindt regionale en (inter)provinciale afstemming plaats.
Definitie grootschalige ruimtevraag in EHPZ-regio In de EHPZ-regio wordt grootschalige ruimtevraag gedefinieerd als ruimtevraag van 4 hectare of meer.
5.2.6 We stellen een uitgifteprotocol op en passen dit toe bij nieuwe bedrijventerreinen Voor de uitgifte van een nieuw bedrijventerrein stelt de betreffende gemeente een duurzaam uitgifteprotocol op. Het afweegkader regionale meerwaarde is een onderdeel in het gronduitgifteprotocol. Concreet spreken we af om selectiecriteria te hanteren die ingaan op: • Strategisch economisch belang; • Ruimtegebruik; • Duurzaam en circulair bouwen; • Klimaatadaptatie en biodiversiteit. De selectiecriteria stelt de betreffende gemeente zelfstandig in lijn met dit RPW op. De gemeente maakt in het AO RPW kenbaar wat de selectiecriteria zijn en licht de operationalisatie hiervan toe. De selectiecriteria zijn criteria waarop een partij bij inschrijving punten kan scoren, waarmee deze partij meer kans maakt op toewijzing van de kavel. Wanneer meerdere partijen zich voor dezelfde kavel inschrijven, krijgt de partij met de meeste punten de eerste optie tot koop. Op die manier wijst de gemeente de kavels op een objectieve en transparante manier toe aan de partij met de beste propositie. 5.2.7 We stellen profielen op voor bestaande en nieuwe bedrijventerreinen We willen de kwaliteit en toekomstbestendigheid van bestaande bedrijventerreinen verbeteren.
Dat doen we door waar mogelijk en wenselijk een duidelijk profiel (bijvoorbeeld naar type werkmilieu, doelgroep, cluster, uitstraling, etc.) mee te geven aan bestaande bedrijventerreinen, dat goed past bij marktkansen, locatiekenmerken en de (on)mogelijkheden vanuit bijvoorbeeld netcapaciteit of milieuruimte. Zo landen bedrijven met een ruimtevraag op een beter passende locatie, dit levert op den duur ruimtewinst op. De profilering leggen we vast in gemeentelijk beleid. In dit lokale beleid wordt onder andere beschreven hoe er wordt omgegaan met zittende bedrijven op het terrein die niet direct aansluiten bij het profiel. Dit beleid stemmen we af in de regio. Het profiel bestaat in ieder geval uit een beschrijving van de ruimtelijke kenmerken, zoals: omvang, omgevingsregels (bouwhoogte, milieucategorie, etc.), ligging, (digitale) infrastructuur, type werkmilieu en uitstraling. Aanvullend omvat het profiel economische kenmerken, zoals: het aantal werkzame personen en bedrijfsvestigingen. Voor een nieuw bedrijventerrein stellen we al tijdens de planvormingsfase een profiel op. Voor een ontwikkeling groter dan drie hectare netto stemmen we het beoogde profiel regionaal af. Het ARM en het uitgifteprotocol bepalen in belangrijke mate het profiel. Dit profiel is leidend en dragen we uit richting de markt.
32
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
5.2.8 We onderzoeken de mogelijkheid om een statiegeldregeling toe te passen bij een nieuwe ontwikkeling Op onze bestaande terreinen zien we opgaven voor klimaatadaptatie en beter benutten. Het oppakken van deze opgaven vergt onder meer inzet van middelen. In dat kader gaan we onderzoeken of onze aanpak voor beter benutten en klimaat en duurzaamheid te koppelen is aan onze aanpak voor nieuwbouw via een statiegeldregeling. Via deze regeling draagt een marktpartij bij de koop van een bedrijfskavel op een nieuw bedrijventerrein een extra bedrag af bovenop de grondprijs. Dat bedrag is te storten in een fonds. Met gelden uit dit fonds is het (mee)financieren van herontwikkeling op andere (verouderde) bedrijventerreinen mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan het investeren in groen, duurzaamheid en intensief ruimtegebruik. We nemen pas een besluit over het toepassen van een statiegeldregeling en met name over hoe we omgaan met de opbrengsten en op welk schaalniveau (lokaal of regionaal) we opbrengsten verdelen, wanneer we een volledig overzicht van de mogelijkheden hebben.
5.3 Kwaliteit en duurzaamheid Wat spreken we af: 1 We voeren klimaatstresstesten uit en prioriteren knellende locaties. 2 We stimuleren parkmanagement op bestaande terreinen en verplichten dit op nieuwe bedrijventerreinen. 3 We managen netcapaciteit en stimuleren de ontwikkeling van Smart Energy Hubs. 4 We verplichten het benutten van dakoppervlakken bij nieuwbouw. 5 We hanteren op nieuwe bedrijventerreinen een bruto-nettopercentage tot 70%. 6 We sturen aan op goede landschappelijke inpassing bij nieuwe bedrijventerreinen en herontwikkeling. 5.3.1 We voeren klimaatstresstesten uit en prioriteren knellende locaties Elke gemeente brengt op bestaande bedrijventerreinen de risicogebieden in beeld waarbij wateroverlast en hitte reële knelpunten zijn. Dit resulteert in een overzicht van noodzakelijke maatregelen, waarna de gemeente doelgericht aan de slag kan. We zijn voornemens om op alle bestaande bedrijventerreinen, of in ieder geval de terreinen met de grootste knelpunten, een aanpak op te stellen. Als onderdeel van de aanpak wordt een coherente groen- en blauwstructuur ontworpen met aandacht voor beweging, schaduw, verkoeling en leefbaarheid. We kijken onder meer naar de bestaande groen- en waterstructuur, het beter benutten van de bestaande groenstroken, de mogelijkheden tot het vervangen van verharding door halfverharding en het vergroenen van erfafscheidingen.
Regiogemeenten stellen een dergelijke aanpak individueel op, maar delen onderling kennis en goede voorbeelden in het AO RPW of via informeel overleg. 5.3.2 We stimuleren parkmanagement op bestaande terreinen en verplichten dit op nieuwe bedrijventerreinen Op alle bestaande, niet-georganiseerde bedrijventerreinen zetten de regiogemeenten zich actief in om parkmanagement te realiseren. Afhankelijk van de lokale situatie kan dit zowel op het niveau van een individueel bedrijventerrein zijn als een collectief van meerdere (kleinschaligere) bedrijventerreinen. Gezien het belang van parkmanagement op bestaande, niet-georganiseerde bedrijventerreinen, zetten regiogemeenten zich in financieel bij te dragen aan de kosten van parkmanagement in de opstartfase (de eerste twee jaar). Op nieuwe bedrijventerreinen stellen we een organisatievorm verplicht vanaf de koop.
33
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
5.3.3 We managen netcapaciteit en stimuleren de ontwikkeling van Smart Energy Hubs We verwachten dat het stroomtekort in ieder geval tot en met 2030 een actueel probleem blijft. Daarom zet de EHPZ-regio samen met de provincies bij de netbeheerders in op het zo snel mogelijk uitbreiden van de netcapaciteit, stimuleert en faciliteert ondernemersinitiatieven voor netcongestiemaatregelen (delen, opwek, opslag) en biedt ondersteuning bij het opzetten van innovatieve oplossingen, zoals Smart Energy Hubs. Daarvoor wordt per project gekeken naar een passende bijdrage van de gemeente in kennis, netwerk, capaciteit of financiën. 5.3.4 We verplichten het benutten van dakoppervlakken bij nieuwbouw Op nieuwe bedrijventerreinen stellen we het benutten van het dakoppervlak voor een andere functie verplicht en stimuleren we ondernemers actief om de gevels van panden te benutten. De ondernemer is vrij te bepalen of het dak benut wordt voor zonnepanelen, voor vergroening (bijvoorbeeld met sedum), voor Energie Management Systemen, voor parkeren op het dak, voor recreatieve doeleinden of voor een combinatie van deze functies. 5.3.5 We hanteren op nieuwe bedrijventerreinen een bruto-nettopercentage tot 70% We hanteren op nieuwe bedrijventerrein een bruto/netto verhouding tot 70%. Dit betekent dat maximaal 70% wordt uitgegeven.
Zo bieden we meer ruimte voor groen en blauwstructuren in de openbare ruimte. Op deze manier behouden voor de lange termijn ‘ademruimte’ op bedrijventerreinen. Om dit goed vorm te geven ontwerpen we een coherente groen- en blauwstructuur, passend bij de locatiekenmerken en -kwaliteiten. We zijn ons ervan bewust dat dit resulteert in een lager netto te ontwikkelen aantal hectaren per bruto oppervlakte dan we gewend zijn. Dit compenseren we echter door stevig in te zetten op optimale benutting van de netto ruimte, zie afspraken 5.2.2 en 5.3.4. Op deze manier werken we aan hoogwaardige bedrijventerreinen. Bij het opstellen van de grondexploitatie houden we rekening met de nieuwe bruto/netto verhouding; dit kan resulteren in een hogere grondprijs dan voorheen. 5.3.6 We sturen aan op goede landschappelijke inpassing bij nieuwe bedrijventerreinen en herontwikkeling Voor nieuwe bedrijventerreinen stellen we hogere eisen aan landschappelijke inpassing. Dit borgen we door af te spreken dat bij een bedrijventerreinontwikkeling van meer dan één hectare netto de gemeente een plan voor de landschappelijke inpassing opstelt en hier de andere regiogemeenten over informeert.
Gemeenten borgen dit in beeldkwaliteitsplannen Landschappelijke inpassing is weliswaar maatwerk per locatie, maar de gemeenten stellen gedurende de looptijd van dit RPW een set van minimale eisen op aan de landschappelijke inpassing van nieuwe bedrijventerreinen. De regio spreekt af deze minimumeisen gezamenlijk te formuleren om een gelijk speelveld te realiseren. Ook op bestaande bedrijventerreinen stellen we bij herontwikkeling hogere eisen aan landschappelijke inpassing indien sprake is van verruiming van huidige planologische kaders (bouwhoogte, bebouwingsintensiteit, bouwvlak en bouwvolume). Op bestaande terreinen gaan in de toekomst mogelijk hogere gebouwen verschijnen als gevolg van de opgave bestaande bedrijventerreinen beter te benutten.
34
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Bijlage 1 Overzicht programmeringsafspraken Met dit RPW maken we als de EHPZ-regio voor het eerst in dit verband kwantitatieve en kwalitatieve afspraken over werklocaties. In hoofdstuk 5 staan de kernafspraken waar we ons in dit RPW aan committeren. In de overzichten hieronder zijn de kernafspraken in meer detail uitgewerkt. Dit doet ons beseffen dat de opgaven groot zijn en dat we wellicht niet op alle thema’s direct (ofwel: in de periode t/m 2028) resultaat kunnen boeken; we zijn immers pas net van start. Daarom monitoren we de gang van zaken gedurende de looptijd van dit RPW en herzien we (tijdens of in een volgende periode) deze afspraken als de toekomstige omstandigheden dat vereisen.
Tabel 9: Programmeringsafspraken: Regionale afstemming, samenwerking en meerwaarde #
Toelichting
1
Vanuit de EHPZ-regio wordt een ambtelijk en bestuurlijk trekker aangewezen.
2
We werken met een ambtelijke werkgroep die periodiek (iedere zes weken) bij elkaar komt (AO RPW). Deze werkgroep bestaat uit (minimaal) één vertegenwoordiger van elke gemeente.
3
De provincies Gelderland en Flevoland zijn agendalid van het AO RPW.
4
Naast het AO RPW vindt een bestuurlijk overleg (BO RPW) plaats. In de eerste fase nemen we een besluit over de frequentie van het BO RPW, maar we gaan in ieder geval uit van minimaal twee keer per jaar.
5
We streven naar een structureel overleg met het (georganiseerd) bedrijfsleven uit de regio.
6
Initiatieven die vragen om regionale bestuurlijke instemming worden voorbereid door de ambtelijke werkgroep en komen vervolgens op de bestuurlijke tafel.
7
Iedere gemeente is zelf verantwoordelijk voor het tijdig aanleveren van informatie aan de desbetreffende provincie.
8
We dragen als vertegenwoordigers van de regiogemeenten de verantwoordelijkheid voor het tijdig afstemmen en/of informeren van onze collega’s over keuzes in het RPW die mogelijk impact hebben op andere beleidsdomeinen.
9
We stellen een afweegkader regionale meerwaarde op. Het ARM geeft in essentie antwoord op de vraag: wat voor type economische activiteiten zijn van sociale- en economische meerwaarde en willen we als EHPZ-regio faciliteren. Bij een nieuwe bedrijventerreinontwikkeling met kavels die groter zijn dan één hectare
10 hanteren we altijd het afweegkader regionale meerwaarde.
We zetten in op regiopromotie en binding van beroepsbevolking. Samen met de
11 bedrijvenkringen zetten we de schouders onder het promoten van de carrièrekansen in de
35
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
EHPZ-regio. Bij voorkeur zijn de bedrijvenkringen – na de opstartfase – in de lead voor verdere uitwerking en acties. We borgen en concretiseren afspraken uit dit RPW op lokaal schaalniveau in beleid. Dit
12 biedt ruimte voor maatwerk. Minder doen dan het RPW voorschrijft is niet mogelijk. 13 We ontwikkelen een Regionale Circulaire Economie Strategie (RCES). Tabel 10: Programmeringsafspraken: Bestaande en nieuwe ruimte #
Toelichting Elke gemeente onderzoekt en maakt kenbaar in welke mate potentieel aanvullende ruimte
14 beschikbaar is voor bedrijventerreinen.
Elke gemeente stelt een lijst op van locaties op bestaande bedrijventerreinen waar (een
15 forse) verdichting te realiseren is en die van groot strategisch belang zijn. We wisselen kennis, informatie en succesvoorbeelden hieromtrent onderling in het AO én
16 met de bedrijvenkringen uit.
Als EHPZ-regio lobbyen we bij de provincie voor herstructureringsgelden of een actieve
17 rol van een (her)ontwikkelingsmaatschappij. 18
Onder ‘beter benutten’ van bedrijventerreinen verstaan we drie dimensies: Ruimtelijk, Economisch en Duurzaam.
19
We maken werk van optimaal ruimtegebruik bij herontwikkeling of volledig nieuwe ontwikkeling. Na vaststelling van dit RPW operationaliseren we dit uitgangspunt gezamenlijk. We stellen in ieder geval bij een nieuwe ontwikkeling regels op die voorzien in minimale
20 bebouwingspercentages en bouwhoogtes.
21
Op nieuwe bedrijventerreinen sturen we actief op het juiste bedrijf op de juiste plek. Lichte functies (met een lage milieuzonering) die niet op bedrijventerreinen behoren te zitten worden in principe geweerd van nieuwe bedrijventerreinen.
22
Op bestaande bedrijventerreinen stellen we als individuele gemeente waar mogelijk, realistisch en haalbaar de planologische mogelijkheden op bestaande terreinen bij. Dit gebeurt altijd met oog voor voldoende ruimte voor groen, blauw en ruimte voor verbetering van de klimaatadaptatie van het terrein.
23
Plekken met unieke locatiekwaliteiten zoals waterbereikbaarheid en forse hinderruimte (HMC) willen we optimaal benutten en transformatie hiervan sluiten we uit (tenzij dit vanuit economische en/of sociaalmaatschappelijk oogpunt noodzaak is).
24
Indien er wel sprake is van transformatie van een HMC-bedrijventerrein, dan geldt planologische compensatie met eenzelfde omvang als de transformatielocatie. Hierdoor neemt de HMC-ruimte per saldo niet af.
25
Gemeenten zijn verplicht elke onttrekking van bedrijventerreinen door transformatie (bv. naar wonen) te compenseren in de eigen gemeente of binnen de regio. Hierover vindt afstemming plaats in het AO RPW.
26 We kiezen er in principe voor om geen woonfuncties toe te staan op bedrijventerreinen. In de looptijd van dit RPW werken we aan de (verdere) planvorming voor uitbreiding van
27 onze bedrijventerreinenportefeuille.
36
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
28
Elke gemeente maakt kenbaar in het kader van dit RPW in welke mate potentieel aanvullende ruimte beschikbaar is. Dat zetten we uit in de tijd.
29
In beginsel faciliteren we de ruimtevraag lokaal. Tegelijk werken vanuit het principe dat we de meest kansrijke en markttechnisch geschikte locaties tot ontwikkeling willen brengen; we willen knelpunten voorkomen.
30
We bespreken en monitoren ontwikkelingen en uitbreidingen via het Ambtelijk Overleg, het Bestuurlijk Overleg en uiteindelijk aan de Bestuurlijk Integrerende Tafel (BIT). Wel behoudt elke individuele gemeente haar autonomie.
31
We hanteren een eenvoudige regionale systematiek waarbij we de status per nieuwe bedrijventerreinontwikkeling duiden met een stoplichtmodel.
32
We beoordelen zeer zorgvuldig in welke uitzonderlijke gevallen we ruimte bieden aan XXL bedrijvigheid. Bij hoge uitzondering staan we welwillend tegenover huisvesting van grootschalige bedrijvigheid, mits deze het lokale of regionale ecosysteem versterkt, aantoonbare regionale meerwaarde biedt of een lokale grondslag heeft, zoals een doorgroeiend bedrijf.
33 Het standpunt en werkwijze omtrent XXL concretiseren we in het ARM. 34 We hebben (inter)provinciaal en bovenregionaal overleg op het thema XXL.
35
We stellen een uitgifteprotocol op en passen dit toe bij nieuwe bedrijventerreinen. Het uitgifteprotocol omvat in ieder geval selectiecriteria die ingaan op: strategisch economisch belang, ruimtegebruik, duurzaam en circulair bouwen en klimaatadaptatie en biodiversiteit.
36
De selectiecriteria stelt de betreffende gemeente zelfstandig in lijn met dit RPW op. De gemeente maakt in het AO RPW kenbaar wat de selectiecriteria zijn en licht de operationalisatie hiervan toe.
37 We stellen profielen op voor bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. 38
We onderzoeken de mogelijkheid om een statiegeldregeling toe te passen bij een nieuwe ontwikkeling
Tabel 11: Programmeringsafspraken: Kwaliteit en duurzaamheid #
Toelichting Elke gemeente brengt op bestaande bedrijventerreinen de risicogebieden in beeld waarbij
39 wateroverlast en hitte reële knelpunten zijn.
40
We zijn voornemens om op alle bestaande bedrijventerreinen, of in ieder geval de terreinen met de grootste knelpunten, een aanpak op te stellen. Dat doet iedere gemeente individueel, maar deelt dit wel in het AO RPW. We stimuleren parkmanagement op bestaande terreinen en verplichten dit op nieuwe
41 bedrijventerreinen
We zetten de schouders onder uitbreiding van de netcapaciteit, stimuleren en faciliteren
42 ondernemersinitiatieven voor netcongestiemaatregelen of Smart Energy Hubs. 43 We verplichten het benutten van dakoppervlakken bij nieuwbouw. 44
We hanteren op nieuwe bedrijventerreinen een bruto-nettopercentage tot 70% (max. 70% wordt netto uitgegeven).
37
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
45 Voor nieuwe bedrijventerreinen stellen we hogere eisen aan landschappelijke inpassing.
46
Ook op bestaande bedrijventerreinen stellen we bij herontwikkeling hogere eisen aan landschappelijke inpassing, indien sprake is van verruiming van huidige planologische kaders.
38
39
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Bijlage 2 Ruimtebehoefte Ruimtebehoefte bedrijventerreinen We geven inzicht in de ruimtebehoefte naar bedrijventerreinen. We doen dit op basis van de bedrijventerreinenprognose van provincie Gelderland (2023, vastgesteld) en Flevoland (2024, concept). Deze prognoses vertalen we naar het niveau van de EHPZ-regio. We kijken hierbij naar de kwantitatieve en kwalitatieve ruimtevraag en het aanbod. We confronteren de ruimtevraag met aanbod om de ruimtebehoefte naar bedrijventerreinen in de EHPZ-regio in beeld te brengen.
Figuur 8: Ruimtebehoefte is vraag minus aanbod
Bron: Stec Groep, 2024
2.1 Vraag Uitbreidingsvraag: circa 89 tot en met 152 hectare tot en met 2040 De uitbreidingsvraag ramen we in twee perioden: voor de komende zeven jaar (2024 tot en met 2030) en voor de periode daarna van 2031 tot en met 2040. De uitbreidingsvraag in de periode 2024 tot en met 2030 is circa 41 tot 60 hectare bedrijventerrein (zie tabel 3). Dit betekent een jaarlijkse vraag van circa 6 tot 9 hectare. In de periode 2031 tot en met 2040 verwachten we een uitbreidingsvraag van 47 tot 92 hectare in de EHPZ-regio. Dit betekent een jaarlijkse vraag van circa 5 tot 9 hectare. In de EHPZ-regio is sprake van een aanzienlijke ruimtevraag naar nieuw bedrijventerrein. Voor de periode tot en met 2040 verwachten we een netto uitbreidingsvraag van circa 89 tot 152 hectare. Deze ruimte is nodig voor de autonome dynamiek/groei van bedrijven op bedrijventerreinen in de regio.
Tabel 12: Uitbreidingsvraag EHPZ-regio in netto hectare Tijdsperiode ▼ Scenario ►
Laag
Hoog
2024 tot en met 2030
41
60
2031 tot en met 2040
48
92
2024 tot en met 2040
89
152
Bron: Behoefteraming werklocaties Gelderland (2023) en Behoefteraming werklocaties Flevoland (2024, concept). Bewerking Stec Groep (2024) De raming van de uitbreidingsvraag (met uitsplitsing per werkmilieu) is beleidsarm. Deze raming is nadrukkelijk geen planningsopgave, maar toont enkel de verwachte autonome groei.
40
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Indicatieve verdeling uitbreidingsvraag naar gemeente De uitbreidingsvraag in EHPZ bedraagt tot en met 2024 zo’n 89 tot 152 hectare netto bedrijventerrein. Dit is de autonome vraag die als het ware op de EHPZ-regio afkomt. Vanuit dit regionale perspectief is de uitbreidingsvraag te vertalen naar gemeentelijk schaalniveau. Dat geeft indicatief inzicht in de autonome uitbreidingsvraag per EHPZ-gemeente. De uitbreidingsvraag is op basis van een indicatieve verdeling verdeeld over de vier regiogemeenten. Deze verdeling is gebaseerd op basis van de economische structuur (aandeel van banen in groei- en krimpsectoren in de gemeente in vergelijking met de rest van de regio) van de gemeenten.
Tabel 13: Indicatieve verdeling uitbreidingsvraag in netto hectare naar gemeente (Laag tot Hoog) Gemeente Ermelo
2024 t/m 2030
2031 t/m 2040
2024 t/m 2040
6 tot 9
5 tot 11
11 tot 20
15 tot 24
14 tot 38
29 tot 62
4 tot 6
3 tot 9
7 tot 15
Zeewolde
16 tot 21
26 tot 34
42 tot 55
Regio EHPZ
41 tot 60
48 tot 92
89 tot 152
Harderwijk Putten
Bron: Behoefteraming werklocaties Gelderland (2023) en Behoefteraming werklocaties Flevoland (2024, concept). Bewerking Stec Groep (2024)
Verdieping vraag naar type werkmilieus We vertalen de prognose naar vier typen werkmilieus. In de EHPZ-regio verwachten we dat meer dan de helft van de uitbreidingsvraag voorkeur heeft voor een regulier werkmilieu. Dit zijn de lokale en regionale maak- en mkb-bedrijven, voornamelijk in milieucategorie 3 en 4, met behoefte aan een kavelomvang tot circa 1 hectare en incidenteel tot enkele hectares. Dit type bedrijvigheid heeft doorgaans een sterke verbondenheid aan eigen kern en gemeente en vestigt zich dan ook het liefst nabij de huidige locatie. Ongeveer 10% van de uitbreidingsvraag heeft behoefte aan een gemengd/interactiemilieu. Circa 15 tot 20% van de ruimtevraag gaat naar verwachting uit naar grootschalige HMC-locaties en circa 15 tot 20% van de vraag doet zich voor in het XXL-logistieke milieu. Deze doorvertaling naar werkmilieus is niet per definitie een ruimtelijke opgave voor de EHPZ-regio. Integendeel, de EHPZ-regio kan sturen op gewenste ontwikkelingen passend bij haar economische ambities en deze faciliteren. Zo gaat de EHPZ-regio – conform dit RPW – in ieder geval zeer zorgvuldig om met de XXL-ruimtevraag. De EHPZ-regio beoordeelt wanneer zij dit wel of niet faciliteert.
Tabel 14: Uitbreidingsvraag naar type werkmilieu in netto hectare per scenario Werkmilieu Gemengd/interactie
2024 tot en met 2030 (laag/hoog)
2031 tot en met 2040 (laag/hoog)
2024 tot en met 2040 (laag/hoog)
3 tot 5
4 tot 10
7 tot 15
Regulier
24 tot 33
27 tot 50
51 tot 83
XXL-logistiek
8 tot 12
8 tot 15
16 tot 27
Grootschalig HMC
6 tot 10
9 tot 17
15 tot 27
Bron: Behoefteraming werklocaties Gelderland (2023) en Behoefteraming werklocaties Flevoland (2024, concept). Bewerking Stec Groep (2024)
41
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Circa 20 hectare vervangingsvraag in de EHPZ-regio tot en met 2040 In de EHPZ-regio is in ieder geval in Ermelo en Putten transformatie van een bedrijventerrein aan de orde. In de gemeente Ermelo is bedrijventerrein Kerkdennen (circa 10 ha. vervangingsvraag6) op het oog als mogelijke transformatielocatie naar de functie wonen. In de gemeente Putten wordt bedrijventerrein Ambachtstraat (circa 3 ha. vervangingsvraag, onderdeel van bestemmingsplan Henslare) en Sligro-/Emtéterrein (circa 7 ha. vervangingsvraag) getransformeerd. De vervangingsvraag die gaat ontstaan vanuit bedrijventerrein Ambachtstraat beoogt de gemeente Putten op te vangen op het nieuwe bedrijventerreinen Henslare. Gemeente Zeewolde en Harderwijk hebben (vooralsnog) geen concrete transformatieplannen. In de EHPZregio verwachten we – op basis van huidig beschikbare plannen – een totale vervangingsvraag van circa 13 hectare in de periode 2024 tot en met 2040.
Tabel 15: Vervangingsvraag in EHPZ in hectare Gemeente
Bedrijventerrein
Ermelo
Kerkdennen
Harderwijk
-
-
Putten
Ambachtstraat
3
Sligro-/Emtéterrein
7
-
-
Zeewolde Totaal
Vervangingsvraag in ha. 10
20
Bron: gemeenten Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde, 2024
Additionele ruimtevraag Er kan nog additionele ruimtevraag optreden. Dit is ruimtevraag die niet eenvoudig of lastig te voorspellen is. Denk aan grote, nieuwe (economische) ontwikkelingen, maar bijvoorbeeld ook een ruimteclaim vanuit energie-infrastructuur die zich focust op een bedrijventerrein: • Nieuwe bedrijfsactiviteiten: beleidsmatige keuzes en/of ontwikkelingen kunnen ertoe leiden dat er nieuwe activiteiten een plek zoeken op bedrijventerreinen, die voorheen geen ruimtevraag uitoefenden. In dit verband denken we bijvoorbeeld aan ruimtevraag vanuit circulaire activiteiten door een sterkere profilering (o.b.v. de RCES). Verder kan additionele ruimtevraag ontstaan als overloop vanuit omliggende regio’s (voor zover dergelijke bovenregionale locatiedynamiek vanuit grootschalige ruimtevragers nog niet in de historische cijfers/verplaatsingen waarneembaar is). Ter illustratie: de regio Kop van de Veluwe (hierna: KvdV) stelt in het RPW dat zij geen ruimte kunnen bieden aan grootschalige bedrijven. Als gevolg daarvan ontstaat mogelijk een waterbedeffect naar omliggende regio’s, waaronder in de EHPZ-regio. • Energie-infrastructuur: het ligt sterk voor de hand dat de ruimtevraag naar bedrijventerreinen toeneemt vanwege de extra benodigde ruimte voor energie-infrastructuur. Nu al zien we in Ermelo plannen voor een Smart Energy Hub naast de A28.
Het lokaal benutten van deze stroom – bijvoorbeeld op het beoogde bedrijventerrein Ecopark A28 – kan een extra ruimtevraag met zich mee brengen. In het algemeen verwachten we dat kleinschalige batterijopslag en realisatie van laadinfrastructuur in ieder geval druk uitoefent op de ruimtevraag. De exacte impact is vooralsnog onbekend. Een continue monitoring is noodzaak om hier meer grip op te krijgen.
6
Dit is vraag die ontstaat doordat een terrein zijn bedrijfsbestemming verliest door transformatie naar een andere functie. Bijvoorbeeld door uitplaatsing van bedrijven naar een ander terrein, waarbij het originele terrein een andere functie krijgt (bijvoorbeeld wonen).
42
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
2.2 Aanbod Verdieping hard planaanbod in de regio In totaal is er nog zo’n 42 hectare hard planaanbod in de EHPZ-regio. Dit aanbod splitsen we uit naar direct uitgeefbaar, niet direct uitgeefbaar en in optie. Binnen de regio is er nog nauwelijks aanbod van bedrijventerreinen direct uitgeefbaar. Enkel in Zeewolde is in het eerste kwartaal van 2024 nog zo’n 11 hectare aan harde plannen direct beschikbaar. Elders in de regio bevindt zich zo’n 26 hectare niet direct uitgeefbaar aanbod. Dit zijn plannen die al wel zijn vastgelegd in onherroepelijke bestemmingsplannen. Aanvullend is zo’n 5 hectare in optie.
Tabel 16: Hard planaanbod in de regio in netto hectare (peilmoment Q1 2024)
Gemeente
Bedrijventerrein
Ermelo
Veldzicht-Noord fase IV Werklandschap Veldzicht
Harderwijk
Bedrijvenpark Tonsel
Werkmilieu (schatting)
Totaal
Direct uitgeefbaar
Niet direct uitgeefbaar
Regulier
0,0
0,0
1,4
1,4
Regulier
0,0
3,6
0,0
3,6
0,0
0,8
0,3
2,1
0,0
0,2
0,2
0,4
0,0
0,5
2,4
2,9
0,0
0,0
0,0
0,4
0,0
12
1
13
0,0
0
0,0
0
In optie
Regulier
De Sypel (Werkgebied Sypel)
Regulier
Lorentz Haven
Regulier (specifiek watersportgebonden)
Lorentz I Lorentz III
Omvang
Regulier/H MC
Werklandschap Groene Zoom
Putten
Henslare*
Regulier
0,0
3,0
0,0
3,0
Zeewolde
Gildenveld II
Regulier
0,3
0,0
0,0
0,3
Horsterparc
Regulier
8,8
0,0
0,0
8,8
Trekkersveld III
Regulier
2,1
0,0
0,0
2,1
Vestingveld
Regulier
0,0
5,5
0,0
5,5
11,2
25,6
5,3
42,1
Totaal EHPZ-regio
Bron: IBIS Gelderland (2024), input gemeenten EHPZ (2024), bewerking Stec Groep (2024) * Het aanbod op bedrijventerrein Henslare (gemeente Putten) dient als opvanglocatie voor de transformatievraag (3 ha.) vanuit de Ambachtstraat.
43
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Situatie in Putten uniek Gemeente Putten heeft al sinds 2001 geen substantieel stuk grond uit kunnen geven, terwijl er vanaf dat moment wel concrete ruimtevraag is vastgesteld in de provinciale prognose(s); zeker in de afgelopen recente jaren. Het nieuwe bedrijventerrein Henslare moest dit gat tussen vraag en aanbod vullen. Dit blijkt ook uit het Regionaal Programma Werklocaties 2019. In dat RPW staat vermeld dat de behoefte aan Henslare is onderbouwd (juli 2019), maar het is de verwachting dat de aanleg van Henslare pas eind 2026 start. Dat maakt de situatie in Putten uniek in de EHPZregio; er is al jarenlang vraag vanuit de economie, maar geen aanbod. Om bovenstaande reden tellen we de omvang van Henslare (7 ha.) niet volledig mee als aanbod voor deze periode. Alleen het deel dat bestemd is voor de opvang voor de vervangingsvraag (3 ha.) vanuit de Ambachtstraat wordt meegerekend als aanbod. Deze vraag is al eerder voorzien en daarom opgenomen in het bestemmingsplan voor Henslare. In de aankomende periode gaat deze vervangingsvraag zich hoogstwaarschijnlijk manifesteren vanwege de aanstaande uitgifte van bedrijventerrein Henslare.
Zachte plannen Naast harde plannen onderscheiden we ook zachte plannen. Dit zijn plannen waarvan het plan nog niet onherroepelijk is opgenomen in het Omgevingsplan, maar in ideefase, (voor)ontwerp status of alleen is vastgesteld door de gemeenteraad (zonder onherroepelijke status). In totaal heeft de EHPZ-regio zo’n 52,7 tot 122,7 hectare netto aan zachte planvoorraad (Trekkersveld IV ca. 35 ha., Ecopark A28 ca. 10 tot 80 ha. en Zandlaan ca. 7,7 ha.).
Tabel 17: Zachte plannen Gemeente Ermelo
Bedrijventerrein Ecopark A28
10 - 80
Zandlaan
7,7
-
-
Trekkersveld IV
35
Harderwijk Putten Zeewolde
Beoogde omvang in ha.
EHPZ
52,7 - 122,7
Bron: gemeenten Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde, 2024
Leegstand op bedrijventerreinen Het aanbod in de bestaande voorraad is zeer beperkt. De totale leegstand bedraagt slechts circa 1,6% in de EHPZ-regio en ligt daarmee ver onder een gezond frictieniveau (5%). Er wordt nauwelijks tot geen courant bedrijfsvastgoed aangeboden. De bedrijventerreinenmarkt zit op slot, doordat bedrijven maar zeer beperkt de mogelijkheid hebben om lokaal door te groeien of te starten.
44
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Tabel 18: Leegstand op bedrijventerreinen Gemeente
m2
%
Ermelo
1.513
0,4%
Harderwijk
21.610
2,1%
Putten
1.948
0,9%
Zeewolde
13.478
1,5%
EHPZ
38.549
1,6%
Bron: Stec Groep (2024) o.b.v. Funda in Business. Peildatum H1 2024
2.3 Behoefte Confrontatie Op basis van de analyse van de ruimtevraag en de kenmerken van het (harde) aanbod in de EHPZ-regio concluderen we dat er een behoefte is aan bedrijventerreinen. Tegenover de uitbreidingsvraag van 152 hectare in het hoge scenario tot en met 2040 staat een hard planaanbod van 42 hectare. Dat betekent dat, indien de regio de volledige uitbreidingsvraag wil faciliteren, er nog 110 hectare aan extra bedrijventerrein ontwikkeld moet worden. Hierbij is het van belang rekening te houden met de kwalitatieve kenmerken van de ruimtevraag. Vervangingsvraag en additionele vraag zullen de vraagkant verder vergroten. De in 2024 (peildatum) voorziene vervangingsvraag bedraagt circa 20 hectare.
Figuur 9: Vraag-aanbod in EHPZ in netto hectare 200 180 20
160 140 120 100
20
92
80 60
46
40
20
41
5 26 11
60
0 Ruimtevraag scenario Laag
Ruimtevraag scenario Hoog
Hard planaanbod
Uitbreidingsvraag t/m 2030
Uitbreidingsvraag t/m 2040
Vervangingsvraag
Direct uitgeefbaar
Niet direct uitgeefbaar
In optie
Bron: Behoefteraming werklocaties Gelderland (2023) en Behoefteraming werklocaties Flevoland (2024, concept). Bewerking Stec Groep (2024)
Conclusie ten aanzien van ontwikkeling van zachte plannen De omvang van het zachte plan Ecopark A28 (10 tot 80 ha.) bepaalt in welke mate de huidige zachte plannen (voor zo ver bekend) kwantitatief kunnen voorzien in de resterende (netto) uitbreidingsvraag in de EHPZ-regio. Bij een ontwikkeling van circa 10 hectare resteert een forse uitbreidingsvraag. Als de ontwikkeling circa 80 hectare omvat, dan voorzien de zachte plannen voor een groot deel in de resterende (netto) uitbreidingsvraag.
45
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Bijlage 3 Overzicht bedrijventerreinen Tabel 19: Overzicht bedrijventerreinen in EHPZ-regio per gemeente Gemeente
Bedrijventerrein
Ermelo
Harderwijk
Putten
Bruto omvang in ha.
Netto omvang in ha.
Kerkdennen
9,9
8,9
De Driehoek (woonwerk-landschap)
25,6
18,2
Veldzicht I
31,3
28,5
Veldzicht Noord
13,1
11,4
Veldzicht IV
3,9
3,6
Tonselse Veld
20,9
20,9
Ten Hove
4,5
4,5
Bedrijvenpark Tonsel
13,9
10,4
Bedrijventerrein Zandlaan
15,1
15,1
De Sypel (Werkgebied Sypel)
10,2
8,5
De Sypel (Wittenhagen Noordwest)
2,3
2,3
Handelsweg (Stadsdennen)
1,7
1,6
Lorentz Haven
20,7
16,6
Lorentz I
100,4
84,1
Lorentz II
51,6
43,6
Lorentz III
67,9
45,2
Overveld (Walstein)
3,0
2,6
Weiburg
9,8
8,7
Werklandschap Groene Zoom
2,8
2,8
Keizerswoert
20,1
17,3
Keizerswoert Noord
5,7
5,7
Henslare
9,8
7
Hoge Eng west (fase 2)
5,6
4,4
Hoge Eng Oost (fase 1)
5,9
4,7
46
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Zeewolde
Ambachtstraat
6,3
6,1
Sligro/Emteterrein
8,6
7
Trekkersveld I en II
160,1
92,2
Trekkersveld III
67,1
51,9
Trekkersveld IV
36,8
30,0
Horsterparc
49,8
28,8
Gildenveld
12,4
7,2
Schepenveld
18,6
11,1
Planetenveld
8,2
4,4
Krachtenveld
7,7
2,5
Vestingveld
10,2
7,3
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Bijlage 4 Verslagen marktpanel Tijdens het opstellen van dit RPW hebben we twee keer een beroep gedaan op het marktpanel. In de eerste plaats lag de focus op het ophalen van relevante thema’s, inzichten, knelpunten en kansen. Daarbij is onder meer aandacht besteed aan hoe het marktpanel aankijkt tegen de regionale economie in de EHPZ-regio, welke type werklocaties nodig zijn, wat zij missen en welke eisen aan bestaande en nieuwe locaties moeten worden gesteld. Dit marktpanel vond plaats in de fase waarin ‘verkennen’ centraal stond. Het tweede marktpanel is benut om conceptafspraken te toetsen en/of aan te scherpen. De input vanuit de twee marktpanels is zorgvuldig gewogen en tot op zekere hoogte opgenomen in dit RPW.
Noot: tijdens beide marktpanels waren ondernemerskringen, parkmanagers, (lokale) bedrijven en ambtelijk trekkers van dit RPW aanwezig. In totaal bestond het marktpanel uit zo’n vijftien tot twintig personen. De samenstelling van beide marktpanels verschilde en de vertegenwoordiging van deelnemers was niet gelijk verdeeld over de EHPZ gemeenten. Hierdoor was de discussie in het tweede marktpanel geen vervolg op het eerste. Daarnaast is het goed te onderkennen dat het marktpanel geen mandaat had, maar enkel input leverde voor advies en/of overweging.
4.1 Verslag marktpanel 15 april 2024 Samenvattend beeld: • In 2040 floreert EHPZ economisch op aan breed scala aan sectoren passend bij de huidige economische structuur. Dat wil zeggen, in EHPZ zijn logistiek, hoogwaardige maakindustrie, zakelijke dienstverleners, foodindustrie en circulaire activiteiten beeldbepalend. Daarbij is oog voor (on)mogelijkheden omtrent milieuzonering; niet alles kan overal. We moeten onder meer rekening houden met de nabijheid van woningen en natuur. • Het in stand houden van de woon-werkbalans vraagt om meer ruimte voor economie. Dat is te realiseren door zowel uit- als inbreiding van bedrijventerrein. Het accent legt het marktpanel op de ‘schuifpuzzel’. Schuifruimte is randvoorwaardelijk om te kunnen intensiveren. Aanvullend geeft het marktpanel aan dat investeringen en strategieën omtrent woningbouw samen moeten gaan met werklocatiebeleid. • Het marktpanel onderschrijft het belang van optimaal ruimtegebruik op bestaande (en nieuwe) bedrijventerreinen. Bij de ontwikkeling van een bestaand bedrijventerrein moet verdichting / het intensiever benutten van de kavel het uitgangspunt zijn. Het merendeel is ook van mening dat de ruimte op bedrijventerreinen beschikbaar moet blijven voor bedrijven die daar voor vestiging van afhankelijk zijn. • Het omgevingsplan moet passen bij de ambities voor intensief ruimtegebruik.
Dat vraagt her en der om een herziening, en het oprekken van bebouwingsmogelijkheden. Tegelijkertijd roept het marktpanel op voor functiestapeling (denk aan parkeren, werken, groen en energieopwekking), alternatieven bieden voor de auto (bv. de fiets of ov) en krachten te bundelen (organisatiegraad verhogen/inzetten). • Het lokaal faciliteren van een lokale ruimtevraag is geen harde must, aldus het marktpanel. Plekken elders in de regio, maar wel op fietsafstand, kunnen een goed alternatief zijn voor bedrijven. Het marktpanel is daarnaast van mening dat de EHPZ-regio niet alle vraag (waaronder grootschalig) moet faciliteren. Simpelweg omdat de ruimte hiervoor ontbreekt en kwaliteit boven kwantiteit gaat.
47
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
• •
Wel vindt het marktpanel dat de (ruimte)behoefte vanuit de circulaire economie voorrang moet krijgen ten opzichte van lineaire activiteiten. De EHPZ-regio mag wat betreft het marktpanel kritisch zijn op nieuwvestigers. Het sturen op regionale meerwaarde vindt het marktpanel belangrijk. Onder regionale meerwaarde verstaat het marktpanel onder meer: werknemers komen uit EHPZ-regio, toeleveranciers komen uit EHPZ-regio, afnemers komen uit EHPZ-regio, het bedrijf is maatschappelijk betrokken en maakt deel uit van de lokale samenleving, het bedrijf past in regionale ketens (complementair) en sluit aan bij de beroepsbevolking in de EHPZ-regio.
4.2 Verslag marktpanel 4 november 2024 Samenvattend beeld: • Het marktpanel vraagt aandacht voor het profiel van de regio; wat is kenmerkend voor de regio? Momenteel is geen eenduidig profiel van de EHPZ-regio te schetsen - er springt niets uit. In dat kader licht het RPW de afspraak toe dat de verdere doorontwikkeling en profilering van de regio aandacht vereist. In de basis kiest de regio voor ‘eenheid in verscheidenheid’, waarin we als gemeenten complementair zijn aan elkaar en samen werken aan een sterke en concurrerende regionale economie. • De ruimtevraag in de EHPZ-regio is fors. Het marktpanel herkent en onderstreept dit beeld. Andersom is het aanbod van ruimte op bedrijventerreinen in de regio schaars. Dat de EHPZregio zorgvuldig en selectief wil omgaan met de ruimte en uitgifte kan op steun van het marktpanel rekenen. Datzelfde geldt voor het sturen op regionale waarde. Dit wordt gezien als alles wat bijdraagt aan verbetering van de woon-werkbalans en aan de vermindering van pendelbewegingen. Wel legt het marktpanel de nadruk op het lokale bedrijfsleven. Sturen op regionale meerwaarde en selectiviteit moet niet tot verdringing van het lokale bedrijfsleven leiden. De lokale ondernemer eerst is de boodschap die het marktpanel meegeeft.
• Het marktpanel vraagt aandacht voor bedrijven met een hoog terreinquotiënt, en voor bedrijven van een mix van functies op mbo- en hbo-niveau. De niveauontwikkeling naar hbo is belangrijk. Voldoende aandacht daarvoor kan bijdragen aan het behoud van onze regionale beroepsbevolking en preventie van de leegloop van de regio. • Het RPW zegt glashelder: ‘bedrijventerreinen zijn bestemd voor de bedrijven die vanwege omvang en hinder niet elders zijn te huisvesten’. Dat sluit bepaalde functies die elders in het stedelijk netwerk passen op bedrijventerreinen uit. Het marktpanel kiest in lijn met het RPW voor de afwijzing van woonfuncties op bedrijventerreinen. Wel heeft het marktpanel de voorkeur om kantoorfuncties (separaat of in verzamelgebouwen) toe te staan, al dan niet in zones op het bedrijventerrein. • Het marktpanel heeft voorkeur voor lokale uitbreiding van bedrijventerreinen, vanwege de plaatsgebondenheid van het bedrijfsleven. Bij regionalisering en verplaatsingen op regionale schaal verwacht men personeel kwijt te raken. Deze lokale blik op ontwikkeling is niet in lijn met het concept RPW. De werkwijze in het RPW gaat uit van het principe dat de regio de meest kansrijke en markttechnisch geschikte locaties tot ontwikkeling wil brengen. • Bij ‘beter benutten’ wordt een duidelijk voorbehoud gemaakt.
Herhaald wordt dat het afhankelijk is van hoe er met ‘schuifpuzzels’ wordt gewerkt en of dat resultaat oplevert. Het is daarnaast afhankelijk van private inzet en bereidheid. Beter benutten vormt een mooi doel en prioriteit, maar het marktpanel twijfelt of de daadwerkelijke realisatie veel ruimtewinst oplevert. • Het marktpanel deelt de noodzaak om parkmanagement op nieuwe bedrijventerreinen te verplichten. • Het marktpanel staat kritischer tegenover een bruto-nettoverhouding van 60%. Dat is ambitieus. In de openbare ruimte geeft dat vele kansen, maar het effect op grondprijzen en de economische benutting van ruimte moet niet onderschat worden.
48
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Colofon Datum: 31 maart 2025 Projectnummer: 23.442 Opdrachtgever: EHPZ-regio Opdrachtnemer: Stec Groep Adviseurs: Jorik van der Wiel & Wim Eringfeld Stec Groep Onderzoek en advies over wonen, werken en leefomgeving Postbus 217, 6800 AE Arnhem Willemsplein 5, 6811 KA Arnhem 026 - 751 41 00 info@stec.nl www.stec.nl
49