Rapport e250019806
Tekst van het document
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028 Nieuw afsprakenkader voor toekomstbestendige bedrijventerreinen 31 maart 2025
2
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Inhoudsopgave Samenvatting
3
1.
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Afbakening Integraal perspectief Leeswijzer
4 5 5 6
Wat is het RPW?
7
2.1 2.2 2.3
7 7 9
2.
3.
4.
5.
Regionaal afsprakenkader Provinciale kaders Positie Regionaal Programma Werklocaties onder de nieuwe Omgevingswet
Uitgangssituatie en kenmerken van de bedrijventerreinen
10
3.1 3.2
10 14
Uitgangssituatie Kenmerken van de bedrijventerreinen
Opgaven vanuit ruimtelijk-economisch perspectief
18
4.1 4.2 4.3
18 21 22
Ruimte voor ondernemerschap Sterke, bereikbare regionale economie Werken aan toekomstbestendigheid
Programmeringsafspraken
25
5.1 5.2 5.3
26 28 33
Regionale afstemming, samenwerking en meerwaarde Ruimte: bestaand en nieuw Kwaliteit en duurzaamheid
Bijlage 1 Overzicht programmeringsafspraken
35
Bijlage 2 Ruimtebehoefte
39
2.1 2.2 2.3
Vraag Aanbod Behoefte
39 42 44
Bijlage 3 Overzicht bedrijventerreinen
45
Bijlage 4 Verslagen marktpanel
47
4.1 4.2
Verslag marktpanel 15 april 2024 Verslag marktpanel 4 november 2024
47 48
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Samenvatting Het onderstaande figuur toont de hoofdthema’s en kernafspraken van dit RPW. Dit zijn de programmeringsafspraken voor de periode 2025 t/m 2028. Met dit RPW pakken we opgaven op om ruimte voor ondernemers te bieden, banen dichtbij huis te faciliteren, onze regionale economie te versterken en toekomstbestendig door te ontwikkelen en klimaatadaptieve bedrijventerreinen te realiseren. Om de opgaven op te pakken maken we afspraken over drie onderwerpen: • Regionale afstemming, samenwerking en meerwaarde; • Ruimte: bestaand en nieuw; • Kwaliteit en duurzaamheid. Hoofdstuk 5 en bijlage 1 bevatten een uitgebreide beschrijving van de afspraken.
Figuur 1: Samenvattend figuur en onderlinge samenhang
3
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
1. Inleiding 1.1 Aanleiding Eerste Regionaal Programma Werklocaties (RPW) voor de EHPZ-regio Voorliggend Regionaal Programma Werklocaties (RPW) is uniek om verschillende redenen. Allereerst is dit het eerste RPW voor de EHPZ-regio (Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde). Dat is een nieuw interprovinciaal samenwerkingsverband tussen drie Gelderse gemeenten en de Flevolandse gemeente Zeewolde. Ten tweede is dit RPW veel kwalitatiever van aard, dit was in het verleden anders. De voorloper, het RPW Noord-Veluwe uit 2019, was een statusrapport met veel aandacht voor de kwantitatieve aspecten in de regionale planning en programmering van bedrijventerreinen. Ten derde is dit RPW opgesteld in een interessant tijdsgewricht. De ruimtevraag van bedrijven is hoog. Samen met de transitieopgaven om te komen tot een duurzame economie staat ‘ruimte voor economie’ hoog op de ruimtelijke agenda. Borgen van voldoende en kwalitatief geschikte ruimte voor economie Het borgen, versterken en toekomstbestendig (door)ontwikkelen van voldoende en kwalitatieve ruimte voor bedrijvigheid vraagt om keuzes in het Regionaal Programma Werklocaties. Keuzes maken is hard nodig. De ruimtevraag naar bedrijventerreinen is fors; in het hoge groeiscenario bedraagt de uitbreidingsvraag zo’n 150 hectare in de EHPZ-regio. Tegelijkertijd is de verstedelijkingsopgave (woningbouw) groot.
De huidige ambitie van de regio is 10.000 woningen realiseren tot en met 2030 (conform Woondeal Noord-Veluwe & Woondeal ZUND, beide uit 2023). Daardoor neemt ook de behoefte toe aan strategische keuzes voor het ruimtelijkeconomisch beleid. Een evenwichtige woon-werkbalans en voldoende baankansen in de regio is wenselijk; dat maakt het borgen van voldoende kwalitatieve ruimte voor economie essentieel. Hierdoor staat de EHPZ-regio voor een complexe ruimtelijke puzzel. Een passende én evenwichtige ruimtelijke ordening (en optimale balans tussen wonen en werken) is cruciaal voor de sterke regionale economie van de toekomst; een regionale economie waarin bedrijven voldoende ruimte hebben om te ondernemen, groeien en innoveren. Vanuit economisch perspectief en de huidige transities (energietransitie, de circulaire transitie en digitalisering) is er behoefte aan veel ruimte. Zo benadrukt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) via hun studie Ruimte voor circulaire economie’ (2023) dat de circulaire economie meer ruimte vraagt, vooral op bedrijventerreinen. Die vraag wordt onder meer gestuwd door nieuwe circulaire activiteiten (in brede zin; dus niet alleen reparatie en recycling maar bijvoorbeeld ook opslag, logistiek, productie/verwerking), prefabfabrieken, andere nieuwe businessmodellen rondom reststromen en behoefte aan experimenteerruimte.
Een toenemende ruimtevraag is eveneens het gevolg van de energietransitie. Op bedrijventerreinen zal meer ruimte nodig zijn voor energie-infrastructuur, energieopwek, (batterij)opslag en ontstaan bedrijfsactiviteiten en businessmodellen gericht op hernieuwbare energie. Daarnaast vragen deze transities (circulair, energie en digitaal) om aanpassingen in de bedrijfsvoering en mobiliteit van bedrijven. Om de economie klaar te stomen voor de toekomst dient de EHPZ-regio deze transities op ruimtelijk vlak te faciliteren, passend bij de specifieke kenmerken van de regio. Dat is een forse uitdaging in de toch al complexe ‘ruimtelijke puzzel’. De opgave is niet enkel kwantitatief. Voor de concurrentiekracht van de regio is de kwaliteit en toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen van groot belang. Dit zijn immers dé plekken waar de economische en maatschappelijke transities vorm krijgen. Tegelijkertijd zijn het plekken waarbij de balans tussen mens, natuur en economie vaak (nog) niet goed is. Er is een wereld te winnen door samen met het bedrijfsleven te werken aan voldoende ruimte voor groen- en
4
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
waterstructuren, duurzaam en circulair materiaalgebruik, efficiënt ruimtegebruik, optimale (zelfvoorzienende) energie-infrastructuur en georganiseerde samenwerking.
1.2 Afbakening Dit RPW is opgesteld in opdracht van de EHPZ-regio (gemeenten Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde) voor periode 2025 tot en met 2028, maar we maken in relatie tot ruimtebehoefte een doorkijk tot en met 2040. De focus ligt op de formele bedrijventerreinen. Daarmee bedoelen we de formele bedrijventerreinen zoals in de IBIS-database1 opgenomen bedrijventerreinen. Andere werkgebieden, zoals kantoorlocaties, (vrijkomende) agrarische erven, centrumgebieden en informele werklocaties, vallen buiten de scope van dit RPW. We hebben wel oog voor de samenhang (trends en ontwikkelingen) tussen bedrijventerreinen en overige werkgebieden. Op deze manier borgen we de integraliteit omtrent ruimte voor economie. In het RPW willen we passende antwoorden geven op de hoge ruimtevraag van bedrijven (zowel door uitbreidingsvraag als vervangingsvraag), de veranderende economie en toenemende druk op de ruimte in de regio.
1.3 Integraal perspectief We maken kwantitatieve en kwalitatieve programmeringsafspraken voor bedrijventerreinen in de EHPZ-regio. Deze afspraken zijn niet enkel (ruimtelijk-)economisch van aard; in dit RPW staan we stil bij de rol van bedrijventerreinen vanuit een integraal perspectief. Dit vraagt om samenhang met andere onderwerpen waarbij opgaven op gebied van onder andere wonen, onderwijs, mobiliteit, duurzaamheid, natuur en recreatie meewegen in de keuzes. Veel onderwerpen en opgaven hebben invloed op elkaar. De integrale afweging met andere opgaven voeren we niet separaat op, omdat deze impliciet meegenomen worden bij elke afweging.
Figuur 2: Samenhang bedrijventerreinen met andere onderwerpen
Bron: Stec Groep, 2024
1
Integraal Bedrijventerrein Informatie Systeem (IBIS)
5
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 zetten we de provinciale kaders uiteen en lichten de betekenis en kenmerken van dit RPW toe. In hoofdstuk 3 staan we stil bij de uitgangspositie van de bedrijventerrein in de EHPZ-regio. Hier gaan we dieper in op de ruimtelijke-economische structuur en brengen de kenmerken van de bedrijventerreinen in beeld via cijfermatige analyses. De opgaven die op de bedrijventerreinen afkomen staan centraal in hoofdstuk 4. Dit zijn opgaven die we in regioverband willen oppakken en waarover we afspraken maken. Tot slot presenteren we in hoofdstuk 5 de programmeringsafspraken voor de periode 2025 tot en met 2028. In de bijlage lichten we de ruimtebehoefte toe en delen we het verslag van twee marktpanels.
6
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
2. Wat is het RPW? In dit hoofdstuk beschrijven we de betekenis van dit RPW. We hebben aandacht voor de provinciale kaders vanuit de provincie Gelderland en Flevoland.
2.1 Regionaal afsprakenkader Het RPW vormt het regionaal afsprakenkader voor toekomstbestendige bedrijventerreinen in de EHPZ-regio. De provincie Gelderland vraagt de gemeentebesturen samen met de Gedeputeerde Staten een regionaal programma werklocaties (RPW) op te stellen. Een RPW wordt minimaal eenmaal in de vier jaar geactualiseerd. Eerder kan als gewijzigde omstandigheden daar aanleiding toe geven. In het kort staan we stil bij de verschillende rollen bij de totstandkoming en uitvoering van het RPW: • Provincies2: bieden het beleidskader en zijn partner bij het opstellen van het RPW. Aanvullend stelt de provincie Gelderland eisen aan het RPW. De provincies bewaken ook de balans tussen vraag en aanbod van werklocaties op provinciaal niveau. De Gedeputeerde Staten van Gelderland stelt het RPW vast. De Gedeputeerde Staten van Flevoland onderschrijft de inhoud van het RPW. • Regio: heeft de taak om een RPW op te stellen. Het doel van het RPW is om te zorgen voor een goed afgestemde en efficiënte (door)ontwikkeling van werklocaties. Naast regionale samenwerking moet het RPW bijdragen aan ruimtelijke planning, economische ontwikkeling en de verduurzaming van bedrijventerreinen. Ontwikkelingen op bedrijventerreinen met regionale betekenis zijn relevant en de regio zoekt daarbij aansluiting op de provinciale kaders (paragraaf 2.2).
De regio toetst initiatieven en ontwikkelingen aan de programmeringsafspraken. • Gemeenten: Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering en doorontwikkeling op gemeenteniveau, inclusief beleid en planvorming. De colleges van B&W stemmen in met het RPW. Het RPW kan daarnaast ter informatie, opiniërend of ter vaststelling worden doorgeleid naar de gemeenteraden. Dit is vormvrij. Het RPW staat niet op zichzelf. Het RPW is het regionale afsprakenkader voor toekomstbestendige bedrijventerreinen in de EHPZ-regio. Daarmee is het RPW een belangrijke regionale ruimtelijkeconomische bouwsteen voor de ruimtelijke puzzel in de regio. Het RPW is een middel om samen te werken aan sterke regionale economie. Doel van het RPW 2025 tot en met 2028 is het bevorderen van regionale samenwerking en afstemming over de (door)ontwikkeling van bedrijventerreinen.
2.2 Provinciale kaders Het RPW bouwt voort op overkoepelende (beleids)kaders die voor de komende jaren zijn vastgesteld door de provincies Gelderland en Flevoland. Leidend zijn: • Omgevingsverordening Gelderland, provincie Gelderland • Ruimte voor Economie (beleidskader en Gelders Programma Economie), provincie Gelderland • Economische Visie 2030, provincie Flevoland
2
In de EHPZ-regio gaat het om twee provincies: Gelderland en Flevoland.
7
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
• • •
Economisch Programma 2023-2028 (deel 2), provincie Flevoland RO Visie Werklocaties 2015 Provincie Flevoland Strategische Agenda Flevoland, provincie Flevoland
Hieronder zijn de belangrijkst elementen in relatie tot de inhoud in dit RPW uiteengezet.
Kaders provincie Gelderland De provincie Gelderland heeft als randvoorwaarde voor het RPW meegegeven dat de inhoud moet voldoen aan de Omgevingsverordening. Vigerend is de omgevingsverordening van 1 mei 2024. Zie paragraaf 5.7.2 werklocaties en artikel 5.68 (regionaal programma werklocaties). Het RPW moet worden vastgesteld door de gemeentebesturen en Gedeputeerde Staten (GS). Het bevat in ieder geval: 1 Een visie op a) gewenst economisch profiel van de regio, b) het juiste bedrijf op de juiste plek en c) toekomstbestendig maken van de bestaande voorraad en de ontwikkeling van nieuwe werklocaties. 2 Afspraken over a) het toekomstbestendig maken van de bestaande voorraad aan werklocaties, b) de gewenste toevoegingen aan de bestaande voorraad werklocaties, c) het in evenwicht houden van vraag naar en aanbod van werklocaties, d) de randvoorwaarden waaronder nieuwe initiatieven kunnen worden ontwikkeld, met in ieder geval de volgende uitgangspunten: 1. De ladder voor duurzame verstedelijking, bedoeld in paragraaf 5.1.5.4 van het Besluit kwaliteit leefomgeving 2. het juiste bedrijf op de juiste plek en 3. een, met name wat betreft duurzaamheid, toekomstbestendige inrichting van het terrein; e) de rolverdeling en procedure bij besluitvorming over nieuwe initiatieven en f) de monitoring. In het RPW moet aandacht zijn voor transformatie.
De provincie beoogt dat transformatie niet vrijblijvend kan plaatsvinden. Voldoende ruimte behouden voor economie is het uitgangspunt. Voor met name moeilijk te vervangen ruimte zoals watergebonden kavels of ruimte voor hogere milieucategorieën is een visie wenselijk. De missie van het economisch beleid van Gelderland is: een vitale en innovatieve economie als basis van onze brede welvaart nu en later. De provinciale rol concentreert zich op het behouden en verbeteren van de randvoorwaarden voor bedrijven, werklocaties, ondernemers, starters, werkenden en werkzoekenden in Gelderse economie. Dit is gefundeerd op drie vlakken: 1 Ruimte maken voor de economie van de toekomst 2 Investeren in een aantrekkelijk vestigingsklimaat 3 Investeren in vitaliteit en innovatiekracht Het Gelders Programma Economie richt zich op drie strategische langetermijndoelen: 1) de concurrentiepositie van de Gelderse ondernemers is verstevigd, 2) het fysieke vestigingsklimaat en werklocaties voor Gelderse bedrijven zijn versterkt (zowel kwalitatief als kwantitatief), 3) mens en bedrijf in Gelderland zijn klaar voor het werk van de toekomst.
Kaders provincie Flevoland In de Economische Visie 2030 staan de economische ambities en doelen van provincie Flevoland. Op basis van deze visie is het economisch programma 2023-2028 opgesteld. Onder het Economisch Programma 2023-2028 valt de programmalijn ruimtelijk-economische ontwikkeling.
8
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Recent is deze programmalijn vastgesteld (17 juli jl.). In het programma ruimtelijke-economische ontwikkeling zijn onder provinciale inzet de volgende ambities opgenomen: 1 Toekomstbestendig maken en houden van werklocaties 2 Zorgvuldig en beter benutten van werklocaties 3 Selectieve en gerichte ontwikkeling van nieuwe werklocaties Bij uitgifte van bedrijventerreinen wil de provincie meer focus op regionale meerwaarde. Denk aan een bijdrage aan 1) brede welvaart, 2) verduurzaming van de economie en/of 3) specialisaties in de deelregio. De provincie streeft naar een gelijk speelveld tussen gemeenten. Met behulp van regionale afspraken gaat de provincie samen met gemeenten de opgaven voor herstructurering en nieuwe werklocatieontwikkeling vastleggen. De provincie kondigt daarnaast aan dat zij een aanpassing en verbetering wil doorvoeren in het ruimtelijk-economisch beleid. Momenteel is de RO Visie Werklocaties 2015 het vigerend beleidsdocument, maar de marktomstandigheden zijn sterk veranderd. In RO Visie Werklocaties 2015 staat de Ladder voor duurzame verstedelijking centraal, zodat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van nieuwe stedelijke ontwikkelingen kan worden gekomen.
In het nieuwe beleid wil de provincie inzetten op: • bescherming van de bestaande voorraad; • koppeling bestaande bedrijventerreinen aan nieuwe bedrijventerreinen; • regionale programmeringsafspraken; • regionale meerwaarde; • versterking van interprovinciale en regionale samenwerking op het gebied van ruimtelijke economie.
2.3 Positie Regionaal Programma Werklocaties onder de nieuwe Omgevingswet Op 1 januari 2024 is de nieuwe Omgevingswet ingegaan. Het Regionaal Programma Werklocaties is een beleidsinstrument onder de Omgevingswet. Het helpt economische doelen, programmering en ambities omtrent verduurzaming en kwaliteit te realiseren binnen de kaders van de fysieke leefomgeving. Het programma is de brug tussen de brede ambities vanuit de verschillende omgevingsvisies en regionale uitgangspunten enerzijds, en gemeentelijk beleid en de juridische borging in het omgevingsplan anderzijds.
9
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
3. Uitgangssituatie en kenmerken van de bedrijventerreinen In dit hoofdstuk beschrijven we de uitgangssituatie van de regio en de kenmerken van de bedrijventerreinen. We staan stil bij de complementariteit tussen de gemeenten en gaan in op de belangrijkste overeenkomsten. We hebben aandacht voor de ruimtelijk-economische structuur, de arbeidsmarkt/beroepsbevolking, het Daily Urban System (DUS) en de economie op bedrijventerreinen.
3.1 Uitgangssituatie Ruimtelijk-economische structuur EHPZ-regio Hieronder gaan we beknopt in op de ruimtelijk-economische structuur van de EHPZ-regio. We gaan achtereenvolgens in op de aspecten: infrastructuur, onderwijs, natuur, bevolkingskernen en bedrijventerreinen.
Figuur 3: Kaartbeeld EHPZ-regio
Bron: IBIS Gelderland en Flevoland, bewerking Stec Groep, 2024
10
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Infrastructuur Bereikbaarheid is belangrijk voor het functioneren van de lokale economie in brede zin. Ermelo, Harderwijk en Putten zijn goed verbonden op de hoofdinfrastructuur met zowel het ov (treinstation) als de auto. Deze drie gemeenten zijn zowel per spoor als autosnelweg (A28) direct verbonden met Amersfoort/Utrecht en Zwolle. Gemeente Harderwijk heeft de ambitie om sneller en directer per openbaar vervoer bereikbaar te zijn (bron: Regioarrangement, 2023). Vanuit Zeewolde is de A28, A6 (richting Amsterdam) en eveneens de A27 per N-weg binnen circa tien à vijftien minuten te bereiken, maar een treinverbinding ontbreekt. Daardoor zijn de inwoners van Zeewolde wat betreft ov aangewezen op buslijnen. Die lijnen verbinden Zeewolde direct met onder meer Harderwijk, Almere en Nijkerk. Onderwijs De regio omarmt het MBO en het jong talent dat de arbeidsmarkt betreedt. De regio huisvest in Harderwijk een MBO-onderwijsinstelling. In de omliggende regio is verder in Nijkerk en Barneveld MBO-onderwijs aanwezig. Studenten met een HBO- of WO-opleidingsbehoefte studeren buiten de regio, bijvoorbeeld in nabijgelegen steden Almere, Amersfoort, Utrecht of Zwolle. Natuur Het aandeel natuur en groen/blauwe landschapskenmerken in de regio is groot. De regio kenmerkt zich als natuurrijke omgeving met het groen van de Veluwe en het blauw van de randmeren.
Alle gemeenten beschikken over Natura2000-gebied. In Harderwijk, Ermelo en Putten behoort een aanzienlijk deel van het grondgebied tot de Veluwe. Tegelijkertijd is het agrarisch buitengebied van Putten en Zeewolde omvangrijk. Bevolkingskernen De EHPZ-gemeenten kenmerken zich door aaneengesloten bevolkingskernen. Er is geen sprake van solitair gelegen (dorps)kernen. Wonen, werken en recreatie bevindt zich voor het overgrote deel in of grenst aan deze kernen. De bevolkingskernen worden omringd door natuur en landelijk gebied. In het buitengebied is ruimte voor solitair gelegen woningen en bedrijven. Door stedelijke ontwikkeling zijn enkele bedrijventerreinen, zoals Kerkdennen (Ermelo) en Ambachtstraat (Putten), door de jaren heen omringd door woningen. Andere bedrijventerreinen, zoals Schepenveld (Zeewolde), zijn ongeveer gelijktijdig met woningbouw ontwikkeld en bieden deels ruimte aan consumentaantrekkende functies (zoals o.a. bouwmarkten, autogarages en tuincentra). Grotere bedrijventerreinen voor zwaardere bedrijvigheid bevinden zich aan de randen van de bevolkingskernen. Bedrijventerreinen De bedrijventerreinen in de regio zijn veelal bereikbaar per N-weg, alsook via een lokale ontsluitingsweg.
De kleinschalige bedrijventerrein bevinden zich voornamelijk in het stedelijk weefsel, denk aan bedrijventerrein Hoge Eng (Putten), Kerkdennen (Ermelo), Gildenveld, Krachtenveld, Planetenveld en Schepenveld (Zeewolde) en De Sypel en Handelsweg (Harderwijk). De grotere bedrijventerreinen met een bredere regionale functie, zoals Veldzicht (Ermelo), Lorentz (Harderwijk) en Trekkersveld (Zeewolde), liggen aan de randen van of buiten de bevolkingscentra. Harderwijk heeft een binnenhaven (Lorentzhaven, bedrijventerrein Lorentz) en een barge terminal voor containervervoer (Container Terminal Harderwijk). Het bedrijventerrein is per binnenvaart (vaarklasse IV) te bereiken en kent watergebonden bedrijvigheid. Via het binnenvaartnetwerk zijn onder meer de IJsselmeerclusters, Port of Zwolle en Port of Amsterdam te bereiken.
11
12
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Arbeidsmarkt/beroepsbevolking In de EHPZ-regio zijn ongeveer 720 banen per 1.000 inwoners tussen de 15 en 74 jaar, net boven het Nederlands gemiddelde. De werkloosheid in de regio bedraagt slechts 2,9% en ligt onder het Nederlands gemiddelde. Veel arbeidspotentieel wordt benut. In het marktpanel werd benoemd dat de arbeidsmarkt krap is. Bedrijven hebben moeite om goed en gemotiveerd personeel te vinden om hun economische potentie te realiseren. De EHPZ-regio kenmerkt zich door een groot aanbod van arbeidsplaatsen waarbij een praktisch tot middelbaar opleidingsniveau wenselijk is, zeker op bedrijventerreinen. Dat past in de basis goed bij de opleidingsachtergrond van de beroepsbevolking. Veel inwoners uit de EHPZ-regio en daarbuiten met verscheidene opleidingsachtergronden vinden hun werk op deze plekken. De regio is sterk verweven en functioneert als een eigen Daily Urban System De EHPZ-regio functioneert op dit moment als een Daily Urban System (DUS)3, dat ook sterk verweven is met omliggende regio’s. In de EHPZ-regio pendelen inwoners dagelijks tussen de verschillende gemeenten en verhuizen bedrijven van de ene naar de andere plek in de regio. Er is onderlinge ‘uitwisseling’ van arbeid. De grootste pendelsinteractie in de EHPZ-regio vindt plaats tussen Ermelo en Harderwijk, en andersom. Vanuit deze gemeenten pendelen ruim 1.500 inwoners richting werk in de andere gemeente.
Tussen Putten en Zeewolde is de onderlinge interactie het minst. Zo’n honderd inwoners pendelen dagelijks voor werk tussen deze gemeenten. De EHPZ-regio is geen eiland. Het ligt centraal in een bredere regio (Amersfoort, Apeldoorn, Almere en Zwolle). Vanzelfsprekend pendelen inwoners van de EHPZ-regio naar plekken hierbuiten; vaak in de nabije omgeving van EHPZ. Van de totale beroepsbevolking in EHPZ werkt zo’n 25% buiten de regio. Vanuit Harderwijk is een duidelijke interactie zichtbaar tussen de Regio Zwolle, gemeente Amersfoort, Apeldoorn en Arnhem. De grootste uitgaande stromen vanuit Putten gaan richting gemeente Amersfoort, Nijkerk en Barneveld. Dit zijn voor een deel ook gemeenten waar inwoners van Ermelo werken. Verder zien we vanuit Ermelo een relatief grote uitgaande pendelstroom naar gemeente Apeldoorn. Inwoners van Zeewolde pendelen met name richting de gemeente Almere, Lelystad, Dronten, Amersfoort en Nijkerk. De uitgaande stromen vanuit Harderwijk gaan richting de gemeenten Utrecht, Amersfoort, Zwolle en Apeldoorn.
Tabel 1: Uitgaande en inkomende pendelstromen Gemeente
Uitgaand
Inkomend
Saldo
Ermelo
6.600
9.000
2.400
Harderwijk
13.900
13.800
-100
Putten
6.500
3.800
-2.700
Zeewolde
8.800
5.400
-3.400
Bron: CBS, 2022. Bewerking Stec Groep, 2024
3
Het gebied waarin mensen zich dagelijks verplaatsen. Het gaat daarbij vaak over woon-werkverkeer, maar ook verplaatsingen voor onderwijs, recreatie, sport, boodschappen, etc.
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Figuur 4: Pendelstromen EHPZ-regio
Bron: CBS, 2022, bewerking Stec Groep, 2024
13
14
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
3.2 Kenmerken van de bedrijventerreinen Minimaal één vijfde van werkgelegenheid bevindt zich op bedrijventerreinen Het economisch belang van bedrijventerreinen in de EHPZ-regio is groot. De regio telt momenteel dertig bedrijventerreinen. In totaal huisvesten deze bedrijventerreinen zo’n 1.865 bedrijven en circa 23.650 banen (zie tabel 2). Dit is ruim een derde van de totale werkgelegenheid in de regio (circa 35% van het totaal). In totaal huisvesten de bedrijventerreinen zo’n 13% van alle bedrijfsvestigingen. Daaruit is op te maken dat de arbeidsintensiteit (ofwel: het aantal werkzame personen per vestiging) relatief hoog is ter vergelijking met plekken buiten de bedrijventerreinen. Qua ruimtebeslag nemen de bedrijventerreinen zo’n 2% van het landoppervlak in de regio in. De bedrijventerreinen zijn daarmee van groot belang voor de economie in de regio. Naast deze directe banen zorgen de bedrijven ook voor spin-off en indirecte werkgelegenheid. Denk hierbij bijvoorbeeld aan dienstverlening zoals catering, schoonmaak, accountancy, onderhoud of beveiliging. Inclusief indirecte banen is de impact die (bedrijven op) de bedrijventerreinen in de regio hebben nog veel groter. Het aantal banen op bedrijventerreinen in de EHPZ-gemeenten verschilt onderling, zowel in absolute als relatieve zin.
De bedrijventerreinen in Harderwijk huisvesten in absolute termen de meeste banen in de EHPZ-regio. In Zeewolde is meer dan de helft van de gemeentelijke werkgelegenheid geconcentreerd op bedrijventerreinen.
Tabel 2: Ruimtelijk-economisch belang bedrijventerreinen EHPZ-regio Gemeente
Ermelo
Vestigingen
Banen
Oppervlakte
310
3.456
11% van totaal
23% van totaal
118 bruto hectare (102 netto hectare) 1% van totaal
Harderwijk
675
10.319
14% van totaal
38% van totaal
300 bruto hectare (240 netto hectare) 8% van totaal
Putten
200
2.387
7% van totaal
23% van totaal
78 bruto hectare (66 netto hectare) 1% van totaal
Zeewolde
675
7.484
21% van totaal
53% van totaal
397 bruto hectare (238 netto hectare) 2% van totaal
EHPZ
1.865
23.646
13% van totaal
35% van totaal
893 bruto hectare (646 netto hectare) 2% van totaal
Bron: IBIS (2023), LISA (2024) en PWE (2024). Bewerking Stec Groep (2024) * De absolute aantallen geven het aantal vestigingen, banen en het totale oppervlakte van de bedrijventerreinen weer. De relatieve waarde toont de verhouding tussen de hierboven genoemde absolute aantallen ten opzichte van het gemeentelijke totaal. ** In bijlage 2 staat een compleet bedrijventerreinenoverzicht per gemeente.
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Diversiteit aan sectoren: sterk fundament voor veerkrachtige economie Diverse industrieën, zoals de voedselmiddelen- en maakindustrie, zijn beeldbepalende sectoren (o.b.v. aantal banen) op bedrijventerreinen in de EHPZ-regio. Dit zijn industrieën die hier van oudsher passen en mede vanwege de ligging nabij agrarisch gebied door hebben kunnen groeien. Met name in gemeente Putten is relatief veel werkgelegenheid in de voedingsmiddelenindustrie. In gemeente Harderwijk zijn de maakindustrie en bouw dominant. Over het algemeen is de sectoropbouw per gemeente divers. Hierdoor is de regionale economie minder kwetsbaar bij economische tegenwind.
Gemeente
Sterke sectoren
Ermelo
Ermelo's identiteit is gediversifieerd met een sterke aanwezigheid van mkb, zorg en recreatie (niet op bedrijventerrein). Vooral de zakelijke dienstverlening bloeit. De aanwezigheid van diverse foodbedrijven benadrukt de veelzijdigheid. Dit is van oudsher organisch gegroeid, zonder gericht economisch beleid.
Harderwijk
De economie van Harderwijk is zeer divers, met onder meer focus op circulaire activiteiten (onder meer op bedrijventerreinen), recreatie en toerisme (voornamelijk buiten de bedrijventerreinen). Tegelijkertijd huisvest Harderwijk veel innovatieve (startende) bedrijven.
Putten
Putten heeft een economie met een aantal dominante activiteiten, dat zijn: agrarische diensten, bouw, techniek, food, transport en leisure. Het mkb is lokaal sterk verankerd. Ook zorg (niet op bedrijventerreinen) is sterk vertegenwoordigd.
Zeewolde
Zeewolde is recentelijk doorontwikkeld als logistieke hotspot. Naast logistiek bevinden aanverwante bedrijven, zoals de food- en maakindustrie, zich eveneens in Zeewolde. Datzelfde geldt voor het (lokaal) breed-mkb.
Figuur 5: Sectorverdeling banen per gemeente (op bedrijventerreinen)
Bron: IBIS (2023), LISA (2024) en PWE (2024). Bewerking Stec Groep (2024)
15
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Bedrijventerreinen huisvesten ‘stuwende’ bedrijvigheid De bedrijventerreinen in EHPZ huisvesten vooral ‘stuwende’ bedrijvigheid. Dit zijn de motoren van economische groei. Zij zijn in belangrijke mate verantwoordelijk voor de economische waardetoevoeging aan de regionale economie en dragen bij aan de innovatiekracht van de regio. Het is bedrijvigheid waarop de economische transities (energietransitie, de circulaire transitie en digitalisering) veel invloed hebben. Bedrijventerreinen onderscheiden zich daarmee ten opzichte van andere werkgebieden. Zo is de zorg- en horeca- en leisuresector sterk aanwezig buiten de bedrijventerreinen. Deze sectoren zijn tevens beeldbepalend voor de economie in EHPZ, maar dit zijn als het ware meer ‘volgende en ondersteunende’ activiteiten. De bijdrage van deze activiteiten aan de economische transities, concurrentiekracht en robuuste, toekomstbestendige economie is minder groot. Het lokaal mkb is dé banenmotor op bedrijventerreinen in de regio Het lokale midden- en kleinbedrijf is voor de EHPZ-regio een ontzettend belangrijke groep bedrijven. Deze doelgroep vormt de belangrijkste werkgever van de regio. Circa 64% van de werkgelegenheid bevindt zich bij middelgrote mkb-bedrijven (tien tot 250 werknemers) en nog zo’n 12% bij het klein mkb (microbedrijven van twee tot tien werknemers).
Het mkb vertegenwoordigt een grote maatschappelijke waarde in de regio. Door bijvoorbeeld sponsoring van evenementen, sportteams en culturele activiteiten. Het voorziet daarnaast in vrijwilligers, bijvoorbeeld voor de lokale brandweer. Bovendien herbergt dit mkb veel innovatief vernuft en het biedt mooie baan- en opleidingskansen voor (jonge) werkenden; daar staat het in de regio om bekend.
Tabel 3: Mkb belangrijke doelgroep op bedrijventerreinen *
Bron: IBIS (2023), LISA (2024) en PWE (2024). Bewerking Stec Groep (2024). *ZZP tot één werknemer, klein bedrijf twee tot en met negen werknemers. Mkb tien tot en met 249 werknemers, groot bedrijf >249 werknemers
16
17
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Veel innovatieve bedrijven in de regio Dat de bedrijventerreinen in de EHPZ-regio innovatieve bedrijven huisvesten blijkt ook uit data van Innovatiespotter4. In totaal zijn op bedrijventerrein zo’n 220 innovatieve bedrijven actief. Het merendeel van deze bedrijven (zestig) is innovatief op het thema Agrifood. Verder is bedrijvigheid in de EHPZ-regio actief op het innovatiethema Hightech (31), Bouw (30) en ICT (29). Dat de EHPZ-regio veel innovatieve bedrijven huisvest is niets nieuw onder de zon. Wél is het van waarde dat veel van deze bedrijven als ‘innovatief’ bestempeld zijn.
Tabel 4: Aandeel innovatieve bedrijven op bedrijventerreinen Gemeente
Aantal innovatieve bedrijven op bedrijventerrein
% van totaal aantal bedrijven op bedrijventerrein
Ermelo
38
12%
Harderwijk
76
11%
Putten
43
20%
Zeewolde
63
9%
EHPZ-regio
220
12%
Bron: Innovatiespotter, 2024. Bewerking Stec Groep, 2024
Figuur 6: Aantal innovatieve bedrijven in EHPZ-regio naar innovatie thema 70 60 50 40 30
60
20 31
30
29
10
20
19 10
9
7
5
Health
Chemie
Water
0 Agrifood Hightech
Bouw
ICT
Circulair Logistiek Energie
Bron: Innovatiespotter (2024). Bewerking Stec Groep (2024)
4
Innovatiespotter identificeert met behulp van artificial intelligence (AI) bedrijven op de bedrijventerreinen die actief zijn op het gebied van innovatie, technologie en duurzaamheid. Het resultaat is een longlist aan innovatieve bedrijven. Via AI wordt ‘ruis’ in dataverzameling zoveel als mogelijk beperkt, maar volledige uitsluiting ervan is in de praktijk vaak niet geheel mogelijk. Een verdere inhoudelijke verdieping is nodig om meer uitspraken te doen over het innovatieve bedrijvenlandschap in de EHPZ-regio.
18
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
4. Opgaven vanuit ruimtelijk-economisch perspectief In dit hoofdstuk beschrijven we de opgaven waar de EHPZ-regio voor staat in relatie tot het RPW vanuit ruimtelijk-economisch perspectief. Deze opgaven zijn: ruimte voor ondernemerschap, sterke en bereikbare regionale economie en toekomstbestendigheid.
4.1 Ruimte voor ondernemerschap Vraag naar bedrijventerreinen overstijgt hard planaanbod, wel zachte plannen in pijplijn
De ruimtevraag bestaat uit drie componenten: (1) uitbreidingsvraag, (2) vervangingsvraag en (3) additionele vraag. Via de vastgestelde (2023) Prognose werklocaties provincie Gelderland en het (eind)concept (december 2024) Behoefteraming bedrijventerreinen Flevoland bepalen we de uitbreidingsvraag in EHPZ. De vervangingsvraag delen regiogemeenten in kader van dit RPW. De additionele vraag duiden we enkel kwalitatief. Zie bijlage 1 voor volledige uiteenzetting van de ruimtebehoefte en toelichting op de methodiek. Forse uitbreidingsvraag in EHPZ-regio De ruimtevraag vanuit groeiende ondernemers is fors in de EHPZ-regio. Voor de periode tot en met 2040 verwachten we een netto uitbreidingsvraag van circa 89 tot 152 hectare. Dat is ruimte die nodig is voor de autonome dynamiek en groei van bedrijven op bedrijventerreinen in de regio. De vertaling van de provinciale prognoses naar het gemeentelijk schaalniveau geeft een indicatieve verdeling van de ruimtevraag in de EHPZ-regio. Het zwaartepunt van de uitbreidingsvraag is afkomstig van bedrijven gevestigd in de gemeenten Harderwijk en Zeewolde (zie tabel 5). Dat komt voornamelijk doordat de totale omvang in werkgelegenheid en vestigingen op bedrijventerreinen in beide gemeenten omvangrijker is dan in Ermelo en Putten.
Tabel 5: Indicatieve verdeling uitbreidingsvraag in netto hectare naar gemeente (Laag tot Hoog scenario) Gemeente Ermelo
2024 t/m 2030
2031 t/m 2040
2024 t/m 2040
6 tot 9
5 tot 11
11 tot 20
15 tot 24
14 tot 38
29 tot 62
4 tot 6
3 tot 9
7 tot 15
Zeewolde
16 tot 21
26 tot 34
42 tot 55
Regio EHPZ
41 tot 60
48 tot 92
89 tot 152
Harderwijk Putten
Bron: Behoefteraming werklocaties Gelderland (2023) en Behoefteraming werklocaties Flevoland (2024, concept). Bewerking Stec Groep (2024)
19
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Enkel in Ermelo en Putten is sprake van vervangingsvraag Door transformatie van bestaande bedrijventerreinen staat de ruimte voor economie onder druk. In de EHPZ staan drie binnenstedelijke bedrijventerreinen aan de vooravond van transformatie naar woningen, namelijk: bedrijventerrein Kerkdennen (gemeente Ermelo), Ambachtstraat en Sligro-/Emtéterrein (gemeente Putten). De vervangingsvraag die gaat ontstaan vanuit bedrijventerrein Ambachtstraat beoogt de gemeente Putten op te vangen op het nieuwe bedrijventerreinen Henslare. Het ligt sterk voor de hand dat de vervangingsvraag vanuit de Ambachtstraat in de periode t/m 2030 concreet merkbaar wordt vanwege de aanstaande uitgifte van bedrijventerrein Henslare. De gemeente Ermelo beoogt met de ontwikkeling van Ecopark A28 eveneens de vervangingsvraag op te vangen. In de EHPZ-regio verwachten we – op basis van huidig beschikbare plannen – een totale vervangingsvraag van circa 20 hectare in de periode 2024 tot en met 2040. De huidige vervangingsvraag weerspiegelt een momentopname van bestaande transformatieplannen. Deze kan in de toekomst verder toenemen, bijvoorbeeld door nieuwe dynamiek na de ontwikkeling van een bedrijventerrein.
Tabel 6: Vervangingsvraag in EHPZ in hectare Gemeente
Bedrijventerrein
Ermelo
Kerkdennen
Harderwijk
-
-
Putten
Ambachtstraat
3
Sligro-/Emtéterrein
7
-
-
Zeewolde Totaal
Vervangingsvraag in ha. 10
20
Bron: gemeenten Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde, 2024
Het huidige aanbod is niet toereikend Het huidige harde planaanbod (bestaande voorraad en uitgeefbare kavels) kan niet voorzien in de vraag. In de periode tot 2040 verwachten we een tekort aan ruimte voor bedrijven op bedrijventerreinen. In totaal is er nog zo’n 42 hectare hard planaanbod in de EHPZ-regio, maar dit aanbod is niet volledig direct uitgeefbaar of al in optie bij bedrijven (zie bijlage 1). Enkel in de gemeente Zeewolde is in Q1 van 2024 nog ongeveer 11 hectare aan harde plannen direct beschikbaar. Naast harde plannen bestaat de zachte planvoorraad in de EHPZ-regio uit circa 52,7 tot 122,7 hectare. De zachte plannen zijn (voor zo ver bekend): Trekkersveld IV (circa 35 ha), Ecopark A28 (circa 10 tot 80 ha) en Zandlaan (circa 7,7 ha). Dat roept de fundamentele vraag op: willen én kunnen we nieuwe ruimte voor economie ontwikkelen en onder welke voorwaarden? Ruimtebehoefte bedraagt circa 130 ha. in het hoge scenario in de EHPZ-regio tot 2040 De ruimtevraag (uitbreidingsvraag + vervangingsvraag) bedraagt circa 109 tot 172 hectare tot en met 2040. Tegenover deze vraag staat een hard planaanbod van 42 hectare (zie bijlage 1). Dat betekent dat, indien de regio de volledige uitbreidingsvraag wil faciliteren, er in het hoge scenario nog zo’n 130 hectare (ruimtevraag minus hard planaanbod) aan extra bedrijventerrein ontwikkeld moet worden.
Hierbij is het van belang rekening te houden met de kwalitatieve kenmerken van de ruimtevraag. Het is de verwachting dat de additionele vraag de vraagkant verder zal vergroten. Vanuit sec economisch perspectief staan de seinen voor een nieuwe ontwikkeling op groen; de ruimtebehoefte is fors, de leegstand is zeer laag (circa 1,6% op peildatum H1 2024) en de transitie naar een nieuwe economie vraagt om meer ruimte en een toekomstbestendige inrichting van de ruimte. Bovendien verwachten we een stijging van het aantal inwoners in de EHPZ-regio in de komende jaren als gevolg van grootschalige woningbouwprojecten en daardoor een toename
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
van het arbeidspotentieel (beroepsbevolking). Voor een goede woon-werkbalans dient de werkgelegenheid (evenredig) mee te groeien. Dat is niet alleen goed voor baankansen in de regio, maar voorkomt daarnaast een (sterke) toename van uitgaande pendelstromen (woonwerkverkeer), verkeerscongestie en verloren reistijd. Maar eenvoudig is het niet, want er zijn knellende factoren zoals beschikbare (fysieke) ruimte, beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet (netcongestie), stikstof- en andere milieuproblematiek, congestie op het verkeersnetwerk en maatschappelijk draagvlak. Ondernemerschap de ruimte bieden is een regionale opgave In welke mate de ruimtevraag is te faciliteren hangt sterk af van (gemeentelijke) beleidsambities, de ruimtedruk op bedrijventerreinen en ruimtelijke (on)mogelijkheden. Zo loopt de gemeente Harderwijk tegen haar fysieke grenzen aan. Uitbreiding van bedrijventerreinen is binnen de gemeentegrenzen vrijwel onmogelijk vanwege de beperkte uitbreidingsmogelijkheden en de ruimtevraag van andere opgaven, zoals woningbouw. Als de EHPZ-regio ruimte wil bieden aan een sterke regionale economie, dan moet elders in de regio ruimte zijn om de ruimtevraag van bedrijven gevestigd in Harderwijk te faciliteren. Dit is dan bij uitstek een regionale opgave.
Dat geldt in het vervolg eveneens voor het prioriteren, profileren en faseren van ontwikkellocaties; dat vraagt om (beleids)keuzes en afstemming in de regio. Door samen te werken kunnen doelgroepen op de bedrijventerreinenmarkt gefaciliteerd worden en werkt de regio aan een optimale woon-werkbalans, goede arbeidsmarkt, ruimte voor transities (energietransitie, de circulaire transitie en digitalisering) en groene en klimaatadaptieve ruimten. In essentie is het van belang dat de regionale economie op de beste (en goed bereikbare) plekken in EHPZ kan (door)groeien. Daar plukt de hele regio de vruchten van. Als basis dient de EHPZ-regio in dit RPW uitspraken te doen over de omvang van de ruimtevraag (ofwel: laag of hoog scenario) die de regio beoogt te faciliteren. Ter illustratie, Stec Groep adviseerde (2023) de provincie Gelderland dat het hoge scenario van de ruimtevraag het meest realistische scenario is. Ruimtedruk en transformatie vraagt om optimaal ruimtegebruik en schuifruimte De druk op de ruimte is fors. Er komt een groot aantal woningen bij, door economische groei stijgt de ruimtevraag vanuit bedrijven en om meer groene energie op te wekken en op te slaan is in de regio ruimte nodig voor windmolens, zonnepanelen, energie-infrastructuur en grootschalige batterijen. Daarnaast is blijvend ruimte nodig voor natuur, recreatie en landbouw.
Bovendien willen overheden water en bodem sturend als leidraad hanteren en dient de regio bij een ruimtelijke ontwikkeling rekening te houden met de stikstofdepositie. De verschillende opgaven en richtlijnen maken de ruimtelijke puzzel complex, zeker ten aanzien van uitbreiding. Beter benutten bestaande bedrijventerreinen nieuwe (beleids)koers Door ruimtedruk en transformatie staat (groei)ruimte voor economie onder druk. Het Rijk zet in het Programma Ruimte voor Economie en in (het voorontwerp van) de Nota Ruimte dan ook steeds meer in op het beter benutten en beschermen van bestaande (milieu)ruimte. Ook in de beleidskaders van de provincies Gelderland en Flevoland wordt ingezet op het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen. Op veel plekken zijn bedrijventerreinen namelijk vanuit ruimtelijk en economisch perspectief momenteel onvolledig benut. Bedrijven zitten niet altijd op de juiste plek en omgevingsregels (omtrent bouwhoogte, te bebouwen oppervlak en milieuruimte) worden onvoldoende benut of juist overschreden.
Onvoldoende grip op ruimtewinst; breng kansen in beeld Voor doeltreffend beleid is inzicht noodzaak. Het in beeld brengen van kansen voor beter benutten op de bedrijventerreinen in de EHPZ-regio is waardevol. Dit biedt niet alleen inzicht in
20
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
kwantitatieve data (hoeveel vierkante meter is beter te benutten), maar geeft ook meer zicht op de positionering van gebieden ten opzichte van elkaar (waar is de opgave het meest urgent). Onder meer op bedrijventerrein Keizerswoert (gem. Putten) is een inventarisatie uitgevoerd in opdracht van de provincie Gelderland naar de intensiveringspotentie. Momenteel (december 2024) vindt een vergelijkbaar onderzoek plaats op bedrijventerrein Lorentz I (gem. Harderwijk).
Schuifruimte randvoorwaardelijk Schuifruimte is randvoorwaardelijk om het beter benutten op gang te krijgen. De uitgangssituatie in de EHPZ-regio is positief omdat de regio beschikt over zachte plannen. Dit potentiële aanbod kan naast autonome groeiruimte belangrijk zijn als schuifruimte, waardoor naast transformatie op bestaande plekken ook herontwikkeling en intensivering op bestaande bedrijventerreinen kan plaatsvinden. Voor een doeltreffende aanpak is het zaak dat de EHPZ-regio op korte termijn kansrijke plekken voor (her)ontwikkeling en intensivering opspoort en serieus werk maakt van de beter benutten-opgave. Ook vanuit duurzaamheidsperspectief is dit een toekomstbestendigere koers, waarbij optimaal gebruik van ruimte centraal staat.
4.2 Sterke, bereikbare regionale economie Economie van de toekomst Uitbreiding van bedrijventerreinen is niet eindeloos mogelijk. Grenzen op het vlak van ecologie, stikstof, energie, water en simpelweg ruimte zijn bereikt of komen nabij. Dat dwingt de EHPZregio om na te denken over welke bedrijven (ofwel: ruimtevraag) de regio wel en niet wil/kan faciliteren en onder welke voorwaarden. Dat vraagt om visie op het toekomstig verdienvermogen van de regio: hoe ziet de regionale economie van de toekomst eruit, waar kunnen gebieden in de regio elkaar op versterken, welke bedrijfsactiviteiten horen daarbij, waar specialiseert de regio zich in en hoe gaat de regio daarvoor de randvoorwaarden scheppen? Het gaat in essentie om het uitdragen van de kracht van de EHPZ-regio en sturen op ontwikkelingen die de (regionale) economie versterken, of in andere woorden: van regionale meerwaarde zijn. Baankansen in EHPZ: onbekend maakt onbemind? De EHPZ-regio kent een dagelijks stroom woon-werkverkeer naar steden buiten de regio. Daarbij heerst het sentiment dat het voor veel inwoners onbekend is dat de EHPZ-regio en haar bedrijven veel te bieden hebben voor de eigen inwoners (beroepsbevolking uit de regio). In de regio zijn veel innovatieve koplopers gevestigd. Er liggen mooie carrièrekansen binnen fietsafstand, ook voor theoretisch opgeleiden.
Voor deze waardevolle, innovatieve bedrijven is het een uitdaging om arbeidspotentieel te behouden en te werven. Voor de arbeidsmarkt geldt: onbekend maakt onbemind. De bedrijven en de EHPZ-regio kunnen zichzelf beter profileren. Dit vraagt om afstemming en samenwerking tussen de bedrijvenkringen en de gemeenten. Verzadiging A28, pendelbewegingen beperken Rijkswaterstaat heeft in 2021 de Integrale Mobiliteitsanalyse uitgevoerd. In deze analyse is op basis van de capaciteit van het hoofdwegennet, op dat moment geplande investeringen vanuit de MIRT-agenda’s (Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport) en verwachte economische ontwikkeling op basis van WLO-scenario’s in beeld gebracht welke mobiliteitsopgaven worden verwacht voor het hoofdwegennet. Voor de A28 ligt het gevaar van verzadiging op de loer. Als de economie en het aantal banen in de EHPZ-regio niet meegroeit met de beroepsbevolking, dan volgt naar verwachting een verdere toename in het aantal pendelbewegingen naar buiten de regio. Daarmee groeit de druk op het hoofdwegennet alsmaar verder. Voldoende ruimte voor economie in de EHPZ-regio kan pendel beperken.
21
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
Verwevenheid vergt naar toekomst toe goede fysieke verbindingen Nu al zien we veel onderlinge interactie door woon-werkverkeer en is het is bekend dat dagelijks honderden scholieren van Zeewolde naar Harderwijk en Ermelo gaan en weer terug. Het ligt sterk voor de hand dat de intensiteit van deze bewegingen richting de toekomst verder toeneemt. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de groei van het aantal huishoudens en de beroepsbevolking (door de woningbouwopgave), en de daarmee samenhangende economische groei. Een toenemende interactie geeft meer druk op de bestaande infrastructuur. Een soepele doorstroming en korte(re) verbindingen zijn wenselijk voor een goed functionerend Daily Urban System in de EHPZ-regio. Dat is van meerwaarde op de (subjectieve) bereikbaarheid van banen, winkels en onderwijslocaties in de EHPZ-regio en verkleint barrières zoals het Nuldernauw. Een goede bereikbaarheid heeft een positief effect op de aantrekkingskracht van de regio. Daardoor kunnen bedrijven bijvoorbeeld putten uit een grotere pool van potentiële werknemers en omgekeerd geldt dit ook voor werkzoekenden. Het vernieuwen en/of uitbreiden van infrastructurele verbindingen in de EHPZ-regio, zoals het aanleggen van een fietsbrug over het Nuldernauw in combinatie met een ov-brug (die niet toegankelijk is voor regulier verkeer), is belangrijk voor een sterke regionale economie.
4.3 Werken aan toekomstbestendigheid Bedrijventerreinen kennen grote kwalitatieve uitdagingen in toekomstbestendigheid. Denk bijvoorbeeld aan knelpunten in de capaciteit op het elektriciteitsnet, de noodzaak om het energieverbruik te beperken en het opwekken en uitwisselen van hernieuwbare energie, maar ook versteende omgevingen waardoor problemen bestaan met hittestress en wateropvang, een geringe biodiversiteit en een onaantrekkelijke werkomgeving in het algemeen. Dat zijn stuk voor stuk uitdagingen die een aanpak vergen op zowel bestaande als nieuwe bedrijventerreinen. Netcongestie: van knelpunt, naar oplossing Netcongestie zorgt er sinds 2022 voor dat grootgebruikers geen nieuwe of zwaardere aansluiting krijgen. Voor ondernemers kan dit een rem zetten op uitbreidingsambities en verhuisplannen. Ditzelfde geldt voor de ontwikkeling of uitbreiding van een nieuw bedrijventerrein. Dit is vanwege netcongestie een grote uitdaging. In toenemende mate wordt de beschikbaarheid van elektriciteit sturend in de ruimtelijke ordening van bedrijventerreinen. Op korte termijn kan ontwikkeling enkel plaatsvinden als aansluiting op bijvoorbeeld zonne- of windparken mogelijk is, of door te sturen op zelfvoorzienende bedrijvigheid. Op de lange termijn is het de verwachting dat er voldoende ruimte op het elektriciteitsnet is door uitbreiding van het net.
Eveneens remt netcongestie verduurzamingsplannen van ondernemers, en dat terwijl steeds meer ondernemers willen (en moeten) overstappen naar zero-emissie-voertuigen en zelf energie willen opwekken (vaak meer dan daadwerkelijk nodig). Het verhelpen van netcongestie of het omzeilen hiervan is niet eenvoudig, maar wel mogelijk. Voor de lange termijn is het verzwaren van het net de urgente opgave. Op korte termijn is het ontwikkelen van energiehubs kansrijk. Dit laatste zijn lokale initiatieven tussen meerdere partijen op het gebied van energie. Deze partijen stemmen energieopwekking, -opslag, -conversie en -verbruik op elkaar af. In de praktijk zijn dergelijke initiatieven al zichtbaar in de EHPZ-regio (zie onderstaande kaders voor meer toelichting).
Werken aan Smart Energy Hubs in de EHPZ-regio Voor bedrijven is een goede energie-infrastructuur een belangrijke vestigingsvoorwaarde, maar op steeds meer plekken is dit vanwege netcapaciteitsproblemen geen vanzelfsprekendheid meer. Dit maakt dat het bedrijfsleven andere manieren zoekt om (gezamenlijk) over voldoende stroom te beschikken. In de praktijk zien we dat het bedrijfsleven met relevante ervaring innoveert en de
22
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
schouders onder de aanleg van Smart Energy Hubs zet. Dergelijke hubs maken optimaal gebruik van lokale duurzame energie en zorgen voor slimme regie over de opwek, de opslag en het verbruik. Via een lokaal netwerk vindt uitwisseling (opwek en gebruik) plaats, waardoor het hoofdnet wordt omzeild. In de EHPZ-regio zien we diverse initiatieven terug: De gemeente Ermelo heeft een intentieovereenkomst getekend met Bedrijvenkring Ermelo, energiecoöperatie Veluwe-Energie en ontwikkelaar Prowind voor de ontwikkeling van een Smart Energy Hub naast de A28. De gemeente Ermelo heeft de ambitie om naast de A28 een nieuw bedrijventerrein te ontwikkelingen. De Smart Energy Hub kan bestaan uit een zelfvoorzienende infrastructuur voor energie, waaronder een windpark (‘Windpark Horst en Telgt’), zonnepanelen, een batterij en een waterstofelektrolyser. Er is vanuit het initiatief van het windpark al een contract met de netbeheerder voor de aansluiting op het elektriciteitsnet en er wordt een elektriciteitskabel aangelegd tussen windpark Horst en Telgt en onderstation Harderwijk. Dankzij een stroomcontract tussen het windpark, het bedrijventerrein Veldzicht en het toekomstige bedrijvenpark naast de A28 wordt het mogelijk om de lokaal opgewekte stroom tegen aantrekkelijke tarieven en voorwaarden te leveren.
Vanwege de overbelasting van het huidige elektriciteitsnetwerk, dat volgens de planning pas na 2029 kan worden verlicht, is deze lokale energieoplossing cruciaal. Op 2 juli 2024 stelden de Provinciale Staten (PS) van Gelderland het inpassingsplan gewijzigd vast voor vijf windmolens. De PS acht een opstelling van vijf windmolen ruimtelijk en maatschappelijk aanvaardbaar. • Pilot op bedrijventerrein Horsterparc-Trekkersveld: Bedrijventerrein Horsterparc-Trekkersveld is door de Energyboard van Flevoland geselecteerd voor deelname aan de pilot 'Smart Energyhubs, waarin bedrijven samenwerken om hun energieverbruik efficiënter te maken. Deze samenwerking omvat het afstemmen van energieverbruik, het opwekken van duurzame energie en het delen en opslaan van energie. In de pilot werken ondernemers, netbeheerders en de gemeente samen om een flexibel en efficiënt energiesysteem te ontwikkelen, met als doel om overbelasting van het elektriciteitsnet in de regio te verminderen. • Smart Energy Hub Harderwijk: Op bedrijventerrein Lorentz III bundelen bedrijven, de Bedrijvenkring Harderwijk (BKH), de gemeente Harderwijk, de Provincie Gelderland en netbeheerder Liander de krachten om een smart energy hub te realiseren. Het bedrijventerrein Lorentz III maakt deel uit van het Living Lab Smart Energy Hubs Oost Nederland.
Op Lorentz III ervaart het bedrijfsleven gevolgen van netcongestie; uitbreiding of nieuw bouwen kan niet. De smart energy hub moet bedrijven helpen om duurzame energie lokaal op te wekken, op te slaan en te verbruiken. Het elektriciteitsnet wordt daarmee omzeild.
Circulaire economie staat in EHPZ in kinderschoenen, Harderwijk voortvarend van start In 2050 moet de volledige economie in Nederland circulair zijn en in 2030 moet het gebruik van niet-herbruikbare mineralen, metalen en fossiele grondstoffen al zijn gehalveerd. We moeten zuiniger en slimmer omgaan met de schaarse grondstoffen en producten die we hebben. Bedrijventerreinen hebben een hele belangrijke rol in de transitie van een lineaire naar een circulaire economie. Er moeten bijvoorbeeld producten uit elkaar gehaald worden, opgeslagen worden en vervoerd worden. Dit vraagt om (milieu)ruimte (HMC) en een goede bereikbaarheid. Ook de bedrijven op de bedrijventerreinen in EHPZ moeten meegaan in deze transitie. Zij zijn aan zet om te transformeren en/of nieuwe circulaire activiteiten op te pakken. Tegelijkertijd neemt het belang van circulair bouwen en materiaalgebruik toe, door aanscherping van wet- en regelgeving5 en vanuit nieuwe (circulaire) bedrijfsactiviteiten en businessmodellen. De EHPZ-gemeenten hebben een belangrijke rol in het faciliteren van de juiste randvoorwaarden, waaronder ruimte voor circulaire activiteiten en het sturen op circulaire (her)ontwikkeling. Enkel
5
Het is de verwachting dat ook bij bedrijfspanden de MilieuPrestatieGebouwen (MPG) in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) wordt opgenomen.
23
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
de gemeente Harderwijk heeft tot dusver beleidsmatige aandacht voor circulaire werklocaties. De gemeenten Ermelo, Putten en Zeewolde en de EHPZ-regio als geheel hebben dit tot dusver niet. Klimaatadaptieve bedrijventerreinen Steeds vaker krijgen we te maken met extremen in weersomstandigheden. De kans op hittegolven met hogere maxima die langer duren neemt toe en zware regenbuien en langdurige droogte komen vaker voor. Dat heeft invloed op onze leef- en werkomgeving. Met name sterk versteende bedrijventerrein zijn kwetsbaar. Door verstening is de kans op hittestress groter, is opvang van water lastig, is de biodiversiteit gering en is de werkomgeving in het algemeen onaantrekkelijk. Voor een toekomstbestendig en aantrekkelijk bedrijventerrein zijn investeringen nodig in de openbare ruimte, de private ruimte en het private vastgoed. Denk bijvoorbeeld aan het ‘vergroenen’ en ‘verblauwen’ van bedrijventerreinen. Niet alleen dragen bedrijventerreinen daarmee bij aan de bredere maatschappelijke opgaven van de regio, maar ook heeft het een positieve impact op de ruimtelijke kwaliteit, biodiversiteit, werknemersgezondheid, het aantrekken van talent, concurrentiekracht, vastgoedwaarden en financierbaarheid van ondernemingen.
24
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
5. Programmeringsafspraken We staan voor de opgave om ruimte voor ondernemers te bieden, banen dichtbij huis te faciliteren, onze regionale economie te versterken, toekomstbestendig door te ontwikkelen en klimaatadaptieve bedrijventerreinen te realiseren. In dit hoofdstuk staan de regionale programmeringsafspraken voor de periode 2025 tot en met 2028 centraal. Met deze afspraken willen we de opgaven uit het voorgaande hoofdstuk aanpakken. Het is goed te erkennen dat dit het eerste RPW van de EHPZ-regio is. Het aanpakken van de opgaven en het boeken van resultaten is een proces dat tijd en toewijding vereist, en niet van het ene op het andere moment is te realiseren; niet alles kan in de periode tot en met 2028. In dit RPW leggen we het fundament voor samenwerking en zetten we de koers uit. Gaandeweg ontdekken we wat te realiseren is en wat de effecten zijn van maatregelen die we de komende jaren nemen. In het hierop volgende RPW (na 2028) toetsen we wat behaald is en zetten we nieuwe acties uit. Om de opgaven op te pakken maken we afspraken over drie onderwerpen: • Regionale afstemming, samenwerking en meerwaarde • Ruimte: bestaand en nieuw • Kwaliteit en duurzaamheid
Het hoofddoel van programmeringsafspraken is het hebben en kunnen bieden van kwantitatief voldoende en kwalitatief de beste en meest toekomstbestendige bedrijventerreinen voor onze economie. De onderstaande figuur toont de programmeringsafspraken en onderlinge samenhang. We beschouwen een goede samenwerkingsstructuur (horizontale balk) als randvoorwaarde om uitvoering te geven aan de opgaven ruimte en kwaliteit en duurzaamheid (verticale pijlers). Dit zijn de hoofdthema’s. Onder deze hoofdthema’s noemen we concrete afspraken waar we mee aan de slag gaan in de periode 2025 tot en met 2028. In de volgende paragrafen van dit hoofdstuk wordt elke afspraak nader toegelicht.
Figuur 7: Programmeringsafspraken 2025 tot en met 2028 EHPZ-regio
25
Regionaal Programma Werklocaties EHPZ-regio 2025 t/m 2028
5.1 Regionale afstemming, samenwerking en meerwaarde Wat spreken we af: 1 We zetten een periodieke ambtelijke en bestuurlijke overlegstructuur op, met oog voor regio en stakeholders. 2 We ontwikkelen een Afwegingskader Regionale Meerwaarde (ARM). 3 We zetten in op regiopromotie en binding van beroepsbevolking. 4 We borgen en concretiseren afspraken uit dit RPW op lokaal schaalniveau in beleid. 5 We ontwikkelen een Regionale Circulaire Economie Strategie (RCES). 5.1.1 We zetten een periodieke ambtelijke en bestuurlijke overlegstructuur op, met oog voor regio en stakeholders De EHPZ-regio onderschrijft het belang van regionaal samenwerken. We zijn als EHPZ namelijk één regio, die bestaat uit een verscheidenheid aan ruimtelijke en economische kwaliteiten, kenmerken en bedrijvigheid (zie hoofdstuk 3). We concurreren niet met elkaar, maar versterken elkaar. We trekken als gemeenten via de programmeringsafspraken gezamenlijk op omtrent het faciliteren van bedrijven en de randvoorwaarden die we daarbij hanteren, alsook de kwaliteit die we op de bedrijventerreinen nastreven. De EHPZ werkt bij uitvoering van dit RPW opgavegericht vanuit een integraal perspectief. We hechten daarbij veel waarde aan periodieke ambtelijke en bestuurlijke afstemming.
Bij uitvoering van dit RPW hebben we ambtelijke en bestuurlijke aandacht voor de impact van keuzes en ambities op andere beleidsdomeinen (wonen, mobiliteit, duurzaamheid, onderwijs, arbeidsmarkt, natuur, recreatie). We zetten een werkbare overlegstructuur op. Over het proces, de frequentie van overleggen en de inhoud spreken we het volgende af: 1 Vanuit de EHPZ-regio wordt een ambtelijke en bestuurlijke trekker aangewezen. 2 We werken met een ambtelijke werkgroep. Deze werkgroep bestaat uit (minimaal) één vertegenwoordiger van elke gemeente. Periodiek organiseren we een ambtelijk overleg (AO RPW). In beginsel gaan we eens in de zes weken formeel met elkaar in overleg. Tussentijds weten we elkaar ook (informeel) te vinden en kunnen desgewenst een extra AO RPW inplannen. De provincies Gelderland en Flevoland zijn agendalid van het AO RPW. In de basis neemt de ambtelijke werkgroep deel aan het AO RPW. Als de situatie erom vraagt, dan kunnen ook andere ambtelijke disciplines aanhaken bij het AO RPW. We wegen voorafgaand aan het AO RPW af welke ambtelijke disciplines nodig zijn om het juiste gesprek te voeren. 3 Naast het AO RPW vindt een bestuurlijk overleg (BO RPW) plaats. In de eerste fase nemen we een besluit over de frequentie van het BO RPW, maar we gaan in ieder geval uit van minimaal twee keer per jaar. Een extra (incidenteel) overleg kan plaatsvinden naargelang behoefte.
De ambtelijke trekker sluit aan bij het BO RPW. De Gedeputeerden van Gelderland en Flevoland kunnen op verzoek van de regio aansluiten bij het bestuurlijk overleg. 4 We gaan minimaal één keer per jaar in gesprek met de bedrijvenkringen in de regio. In ieder geval de werkgroep van het AO RPW sluit aan bij dit overleg. 5 Concrete initiatieven die vragen om regionale bestuurlijke instemming worden voorbereid in het ambtelijk overleg (AO RPW) en komen vervolgens op de bestuurlijke tafel (BO RPW) terug. Regio-overstijgende ontwikkelingen stemmen we af met buurregio’s. Te denken valt in ieder geval aan de regio’s Kop van de Veluwe, Almere-Lelystad, Regio Stedendriehoek, Regio Foodvalley en Regio Amersfoort.