Ontwerpbeleidsvisie e250034176
Tekst van het document
hier alleen over de overtocht naar de EHR 8. In de EHR 8 oefent Defensie reeds met bemande en onbemande vaartuigen.
Het voorzien in deze behoefte op deze locatie is gedeeltelijk onderdeel van het voorkeurspakket; aanpassing van de regelgeving maakt hier deel van uit. Uitbreiding van de EHR 8 en corridors maakt geen deel uit van het voorkeurspakket. De belangrijkste overweging hiervoor is geweest dat er voor deze behoefte geen extra impact op de omgeving is ten opzichte van de bestaande situatie. Voor het voorkeursalternatief is alleen een aanpassing van regelgeving nodig om met onbemande vaartuigen te mogen varen, hiervoor is geen corridor nodig. De aard van de oefeningen die in dit gebied en op de Noordzee plaatsvinden veranderen niet. Omdat de aard van de oefening niet wijzigt met een onbemand vaartuig, blijkt uit het onderzoek ook dat de effecten hiervan op huidige activiteiten en natuurwaarden in de Noordzee niet anders zijn dan de huidige vergunde situatie voor bemande vaartuigen. 7.3.9
Locatiespecifieke behoefte 9: leerfaciliteit alternatieve brandstoffen, Den Helder, gemeente Den Helder Defensie moet investeren in kennisopbouw over nieuwe brandstoffen voor de scheepvaart. Om deze kennis op te bouwen zijn aanvullende faciliteiten nodig om onderzoek uit te voeren naar nieuwe scheepsbrandstoffen zoals (bio)methanol. Op het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) in Den Helder bevinden zich de huidige faciliteiten en onderzoeksopstellingen waarmee onderzoeken worden uitgevoegd naar motoren op dieselolie. Deze moeten worden uitgebreid.
Het voorzien in deze behoefte op deze locatie is onderdeel van het voorkeurspakket. Uit het onderzoek blijkt dat de risicocontouren geen objecten van derden raken. 7.3.10
Locatiespecifieke behoefte 10: beperkingengebied rondom MVK de Kooy (specifiek de outer horizontal surface) Defensie heeft de behoefte om rondom maritiem vliegkamp De Kooy het beperkingengebied, de zogenaamde outer horizontal surface (OHS), juridisch vast te leggen. Dit houdt in dat binnen een straal van 5,1 km rondom deze vliegbasis in beginsel geen gebouwen of bouwwerken hoger dan 150 meter gerealiseerd mogen worden als dat ten koste gaat van de vliegveiligheid. Dit beleid is gebaseerd op de door VN-burgerluchtvaartorganisatie ICAO voorgeschreven.
Het voorzien in deze behoefte op deze locatie is onderdeel van het voorkeurspakket. De belangrijkste overweging bij deze keuze is geweest dat realisatie nodig is voor de vliegveiligheid. Ook leidt dit tot meer veiligheid op de grond door een kleinere kans
op ongelukken met vliegtuigen. De OHS heeft geen impact op plannen in de omgeving van De Kooy in relatie tot de Regionale Energie Strategie (RES). Er zijn nu ook geen plannen voor gebouwen hoger dan 150 meter. De invulling van de behoefte leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten. Voor eventuele toekomstige bouwontwikkelingen in dit gebied hoger dan 150 meter is eerst een positieve beoordeling nodig over de effecten op de vliegveiligheid.
Pagina 51 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 03-04-2025
7.3.11
Locatiespecifieke behoefte 11: Breezanddijk groei beproevingen IJsselmeer, Afsluitdijk, gemeente Súdwest Fryslân Door het vergroten van de munitievoorraden, de aankoop van nieuwe wapensystemen en de groei van de krijgsmacht is meer ruimte nodig voor beproevingen van wapens en munitie op het IJsselmeer (in de EHR 49). Het gaat hierbij ten eerste om een toename van het aantal vergunde schoten en schietdagen in de EHR 49, van zestig naar negentig schietdagen per jaar. Ten tweede gaat het om een verbreding van het huidige EHR 49 voor het beter kunnen testen van munitie met spreidingseffecten. Ten derde gaat het om het verlengen van de EHR 49 voor het beter kunnen testen van munitie met een langere dracht.
Het voorzien in deze behoefte is gedeeltelijk onderdeel van het voorkeurspakket. Verbreding van het oefengebied is onderdeel van het voorkeurspakket. Verlenging van het oefengebied is geen onderdeel van het voorkeurspakket. Voor de intensivering van het gebruik is aanvullend onderzoek nodig. De belangrijkste overweging bij de keuze om verlenging van de EHR 49 niet op te nemen in het voorkeursalternatief is geweest dat de effecten van munitie met een langere dracht op bewoond gebied in de omgeving van Medemblik op basis van de gestelde behoefte (PZH2000-munitie) te groot is. Defensie zal moeten bezien in hoeverre dit gedeelte van de behoefte op een andere wijze ingevuld kan worden. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in deze gebieden zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden:
• •
•
•
•
7.3.12
De intensivering en verbreding van EHR 49 ligt in Natura 2000 gebied. In het uitbreidingsgebied ligt een aardgasleiding. In hoeverre dit beperkingen oplevert voor specifieke munitieartikelen moet in de vervolgfase worden vastgesteld. Door de toename van het aantal schietdagen, van 60 naar 90 en door de verbreding wordt recreatie en pleziervaart in het gebied vaker beperkt. Om deze functies goed samen te laten gaan is aanvullende afstemming met de omgeving nodig, en een vroegtijdige aankondiging van dagen waarop geoefend wordt. Bij de intensivering en verbreding van EHR 49 moet voorkomen worden dat de waterkwaliteit significant verslechtert, conform de eisen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Voor wat betreft de intensivering is volledig invulling van de behoefte niet mogelijk, vanwege te hoge geluidsbelasting op de omgeving. Tussen het ontwerp en definitief NPRD vindt aanvullend onderzoek plaats om te bepalen welke mate van intensivering mogelijk is binnen een aanvaardbaar geluidsniveau en welke mitigerende maatregelen hier voor nodig zijn. Tussen ontwerp en definitieve vaststelling zal hier een separaat participatietraject voor worden georganiseerd.
Locatiespecifieke behoefte 12: uitbreiding kazerne Heerenveen, gemeente Heerenveen Defensie heeft behoefte aan meer opslag voor geneeskundige middelen. Het Militair Geneeskundig Logistiek Centrum (MGLC) is verantwoordelijk voor de ondersteuning van gereedstellingsactiviteiten van de operationele commando’s door het leveren van geneeskundige artikelen die nodig zijn voor opleidingen en trainen. Het gaat hierbij vooral om meer opslag van drukhouders, zuurstof.
Pagina 52 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie| 03-04-2025
Het voorzien in deze behoefte op deze locatie is onderdeel van het voorkeurspakket. Een uitbreiding van de opslagmogelijkheden voor zuurstof leidt niet tot veiligheidsrisico’s die tot buiten het terrein reiken. Daarmee is er voldoende ruimte om binnen de huidige contour de aanvullende zuurstof opslag te realiseren en vervalt de uitbreidingsbehoefte. 7.3.13
Locatiespecifieke behoefte 13: vergroting van oefenterrein De Haar, gemeente Midden-Drenthe Defensie heeft behoefte aan een vergroting van het oefenterrein de Haar. De huidige omvang van oefenterreinen is te klein om met compagniesgrootte (100 tot 150 militairen) te kunnen trainen. De benodigde fysieke ruimte is gegroeid door het gebruik van nieuwe middelen en wijze van optreden. Om het oefenterrein hiervoor beter geschikt te maken is een vergroting noodzakelijk van minimaal 200 tot 400 ha.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. Het voorkeursalternatief beslaat een gebied van 292 ha in zuidelijke en westelijke richting. De belangrijkste overweging bij de keuze voor dit voorkeursalternatief is om het effect op het aantal woningen, bedrijven en sociale cohesie zoveel als mogelijk te minimaliseren. Aan de hand van dit uitgangspunt is het voorkeursalternatief teruggebracht naar 292 ha. Een neveneffect van de uitbreiding rondom het Witterveld is dat deze nieuwe oefengebieden kunnen functioneren als hydrologische buffer voor aanwezige natuur en kan met dit voorkeursalternatief een ecologische verbinding worden gecreëerd naar het Hijkerveld. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden:
•
•
7.3.14
Uitbreiding op het oefenterrein kan niet volledig zonder gevolgen voor de omgeving gerealiseerd worden. Het gaat hier om 261 ha agrarisch, 29 ha natuur, 2 ha overig en specifiek twee agrarische bedrijven die in het voorkeursalternatief zijn gevestigd die geamoveerd moeten worden. Uitbreiding van het oefenterrein leidt mogelijk tot hinder voor de omgeving. Mitigerende maatregelen zoals afscherming, concentratie van hindergevende activiteiten op het terrein en (gedeeltelijke) openstelling van het terrein zijn aandachtspunten voor verdere uitwerking.
Locatiespecifieke behoefte 14: Petten groei beproevingen Noordzee, gemeente Schagen Door het vergroten van de munitievoorraden, de aankoop van nieuwe wapensystemen en de groei van de krijgsmacht is meer ruimte nodig voor beproevingen van wapens en munitie op militair schietterrein Petten. De behoefte van Defensie is tweeledig. Ten eerste gaat het om een toename van het aantal vergunde schoten en schietdagen per jaar, van twintig naar vijfenveertig schietdagen. Ten tweede gaat het om een verlenging van de schietsector in de richting van de Noordzee.
Het voorzien in deze behoefte is gedeeltelijk onderdeel van het voorkeurspakket. Verlenging van de schietsector met variant B is onderdeel van het voorkeursalternatief. Voor intensivering van de toename van het aantal schoten en het aantal schietdagen is aanvullend onderzoek nodig.
Pagina 53 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 03-04-2025
De belangrijkste overweging voor deze keuze is geweest dat de uitbreiding met variant B in de minste impact heeft op de scheepvaart en andere economische waarden. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden:
•
•
7.3.15
De schietsector en daarmee de te verwachten verstoringseffecten van schietoefeningen overlapt deels met het Natura 2000-gebied Noordzeekustzone. Voor wat betreft de intensivering is volledig invulling van de behoefte niet mogelijk, vanwege te hoge geluidsbelasting op de omgeving. Tussen het ontwerp en definitief NPRD vindt aanvullend onderzoek plaats om te bepalen welke mate van intensivering mogelijk is binnen een aanvaardbaar geluidsniveau en welke mitigerende maatregelen hier voor nodig zijn. Tussen ontwerp en definitieve vaststelling zal hier een separaat participatietraject voor worden georganiseerd.
Locatiespecifieke behoefte 15: verplaatsen (in overleg met de regio) raccordement, t.b.v. voertuigen 43. Gemechaniseerde Brigade Zoekgebied ‘Groot Havelte’, gemeenten Westerveld/Steenwijkerland De behoefte van Defensie was een nieuwe locatie voor het huidige raccordement, als gevolg van woningbouwplannen in de regio. Hiervoor zijn alternatieven onderzocht die dichterbij de kazerne zouden liggen dan het huidige raccordement.
Het voorzien in deze behoefte is geen onderdeel van het voorkeurspakket. De betreffende woningbouwplannen worden niet doorgezet. Daarmee is de noodzaak om de huidige locatie te verplaatsen vervallen. Vanuit militair oogpunt is een eigen raccordement dichter bij de kazerne nog steeds wenselijk ten gunste van het verminderen van wegverplaatsingen. Dat belang weegt zonder aanvullende noodzaak echter niet op tegen de kosten die hiermee gemoeid zouden zijn en de gevolgen van deze verplaatsing voor de omgeving. 7.3.16
Locatiespecifieke behoefte 16: uitbreiding faciliteiten voor schieten (Koninklijke Marechaussee) Schiphol, gemeente Haarlemmermeer Defensie heeft behoefte aan een schietbaan voor gebruik van de Koninklijke Marechaussee (KMAR) in de omgeving van de randstad. Deze behoefte komt voort uit de taakstelling die de KMAR heeft op luchthavens in Nederland.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket, in combinatie met locatiespecifieke behoefte 20, op mobilisatiecomplex Maaldrift, gemeente Wassenaar. De belangrijkste overweging voor deze keuze is geweest dat deze behoefte in combinatie met de geplande opschaling van de KMAR in de Randstad gerealiseerd kan worden op één bestaand militair complex dat hiervoor geschikt kan worden gemaakt. Het gecombineerd ruimtegebruik heeft biedt een versterkende werking de geplande opschaling. De realisatie van deze behoefte leidt niet tot uitbreiding op Schiphol. 7.3.17
Locatiespecifieke behoefte 17: uitbreiding raccordement ‘t Harde, gemeente Elburg Defensie heeft de behoefte om meer materieel te vervoeren per spoor. Dit komt voort uit de toename van oefening en inzet van eenheden die per spoor verplaatsen en HNS. De huidige capaciteit aan opstelsporen en aansluiting op het spoor, zogenaamde raccordementen, is hiervoor niet toereikend. Pagina 54 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie| 03-04-2025
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. Het raccordement wordt op bestaand defensieterrein uitgebreid in noordoostelijke richting. De belangrijkste overweging voor deze keuze is geweest dat dit de enige realistische uitbreidingsrichting is om de behoefte te vervullen en op bestaand defensieterrein kan plaatsvinden. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden:
•
7.3.18
De realisatie van deze behoefte vraagt om ruimte in Natura 2000-gebied De Veluwe en leidt mogelijk tot verstoring van soorten.
Locatiespecifieke behoefte 18: uitbreiden Artillerie Schietkamp (ASK) (brede strook, Wezeperberg en Z-zijde), gemeente Elburg Defensie heeft behoefte aan een vergroting van het ASK. De behoefte is tweeledig. Ten eerste is de huidige omvang van oefenterreinen is te klein om dynamisch vanuit dekking naar de schietpunten te kunnen trainen, met gevechtsvoertuigen zoals de CV90 en de PZH2000. Hiervoor is extra fysieke ruimte nodig langs de zuidelijke en westelijke randen van het schietterrein. Ten tweede is fysieke uitbreiding nodig langs de zuidoostelijke rand van het schietterrein (de zogenaamde brede strook) voor externe veiligheid en voor het optreden van waarnemers naast het bestaande doelengebied. Het aanpassen van het ASK voor deze 2 behoeftes vraagt om een uitbreiding van 650-750 hectare.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. Het voorkeursalternatief is een uitbreiding van het ASK met 675 hectare in zuidwestelijke en zuidoostelijke richting. De belangrijkste overweging voor deze keuze is geweest dat in het voorkeursalternatief geen woningen geamoveerd hoeven te worden en er geen wegen permanent afgesloten hoeven te worden. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden:
•
•
•
•
De uitbreidingsgebieden aan de randen van het ASK liggen in Natura 2000gebied. De gebieden B en C zijn bedoeld voor het tactisch optrekken met gevechtsvoertuigen naar de schietpunten op het ASK. Hiervoor is aanvullend natuuronderzoek nodig om de inpasbaarheid van de voorgenomen activiteiten in relatie tot de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied te kunnen bepalen. De uitbreiding leidt daarnaast tot een significante bijdrage van stikstofdepositie aan Natura 2000-gebied De Veluwe. De mogelijke negatieve natuureffecten hiervan zijn een aandachtspunt. Uitbreiding van het ASK kan niet zonder gevolgen voor het omliggende natuurgebied gerealiseerd worden. Circa 675 ha natuurgrond zal hiervoor van functie veranderen naar een militaire bestemming. In de vervolgfase zal in overleg met de regio worden gekeken naar hoe deze gebieden (gedeeltelijk) openbaar toegankelijk kunnen blijven.
Pagina 55 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 03-04-2025
7.3.19
Locatiespecifieke behoefte 19: artillerie Schietkamp (ASK) uitbreiden met (voertuiggebonden) 120 mm mortierschieten, gemeente Elburg Defensie heeft behoefte aan een verruiming van de oefenmogelijkheden op het ASK. De behoefte is om met 120mm mortieren te kunnen schieten vanaf gevechtsvoertuigen (zoals de CV90). Dit is nu alleen vanaf het maaiveld vergund.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. Het voorzien in deze behoefte heeft geen significante veranderende effecten op de leefomgeving. 7.3.20
Locatiespecifieke behoefte 20: geplande opschaling Koninklijke Marechaussee Randstad Den Haag, Maaldrift uitbreiden, gemeente Wassenaar De Koninklijke Marechaussee is de laatste jaren sterk gegroeid, ook in de Haagse regio. Defensie heeft behoefte aan een Integrale Beroepsvaardigheden Training (IBT)-centrum en een campus voor Bewaken en Beveiligen. Aangezien beide behoeftes, Campus B&B en een IBT-centrum grote overeenkomsten hebben qua benodigde infrastructuur, is het de behoefte om deze te combineren tot één complex op Maaldrift en zo te komen tot een efficiënt opleiding- en trainingscentrum.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. De belangrijkste overweging voor deze keuze is geweest dat het mogelijk is om de bestaande defensielocatie Maaldrift te ontwikkelen tot een efficiënt opleiding- en trainingscentrum. Daarnaast kan de ontwikkeling op deze locatie goed worden gecombineerd met locatiespecifieke behoefte 16; uitbreiding faciliteiten voor schieten. Het gaat hierbij om een binnenschietbaan zodat de geluidseffecten op de omgeving worden geminimaliseerd. Het is mogelijk om de behoefte op het bestaande terrein te ontwikkelen en in te passen. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden:
•
•
7.3.21
De benodigde ontwikkelruimte is groter dan de beschikbare ruimte in de bestaande vergunde situatie. Het uitgangspunt voor de realisatie is dat deze plaats moet vinden binnen de bestaande begrenzing van het terrein waarbij in overleg met de gemeente zal worden gezocht naar mogelijkheden voor aanpassing van de bebouwingshoogte en het bebouwingspercentage, zodat dit passend is bij de omgeving. Hierdoor is er geen extra fysieke ruimte nodig buiten de huidige terreingrenzen. De ontsluiting van het complex en de aansluiting op de bestaande lokale en provinciale wegstructuren vragen aandacht, waarbij er kansen liggen om de aanpak van andere verkeerskundige opgaven in het gebied daarin mee te nemen.
Locatiespecifieke behoefte 21: uitbreiding raccordement Vlasakkers, gemeente Amersfoort Defensie heeft de behoefte om meer materieel te vervoeren per spoor. Dit komt voort uit de toename van oefening en inzet van eenheden die per spoor verplaatsen en HNS. De huidige capaciteit aan opstelplaatsten en aansluiting op het spoor, zogenaamde raccordementen, is hiervoor niet toereikend. Het terrein heeft een klein verhard deel, wat zeer weinig mogelijkheden biedt op voertuigen/containers op te stellen. Daarnaast is er op deze locatie momenteel geen mogelijkheid voor het beladen van containers. De behoefte van Defensie bestaat uit de aanleg van een punt voor containeroverslag en aanpalende voorzieningen.
Pagina 56 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie| 03-04-2025
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. Het raccordement wordt uitgebreid aan de zuidwestzijde van het bestaande terrein. De belangrijkste overweging voor deze keuze is dat de uitbreiding op bestaand defensieterrein kan worden gerealiseerd en dat er vanuit milieuperspectief geen significante negatieve effecten zijn. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden:
• •
7.3.22
De uitbreiding op deze locatie ligt binnen het NNN. Ruimtebeslag binnen deze zone moet gecompenseerd worden. Realisatie heeft impact op de lokale en regionale mobiliteit en de capaciteit van de bestaande ontsluiting.
Locatiespecifieke behoefte 22: huisvestingen incl. faciliteiten Militaire Politie Koninklijke Marechaussee, gemeente Apeldoorn De behoefte van Defensie is een (nieuwe) locatie voor de huisvesting van het Militaire Politie Eskadron van de KMAR. Het betreft werklocaties, voertuigen en legering. De eenheid is inmiddels opgericht, maar moet nog worden gehuisvest.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. Het voorkeursalternatief is de voormalige politieacademie in gemeente Apeldoorn. De belangrijkste overweging voor deze keuze is geweest dat het terrein reeds een bestemming heeft die past bij de behoefte van Defensie. De locatie is door de regio aangedragen als locatiealternatief. Verder biedt de nabije ligging van de Willem III Kazerne significante synergievoordelen voor de samenwerking, bedrijfsvoering en de benodigde kazernefaciliteiten. Vanuit planMER zijn er beperkte aandachtspunten op het terrein waar rekening mee moet worden gehouden tijdens de realisatie, met name de aanwezige natuur en culturele- en erfgoedwaarden op het huidige terrein. 7.3.23
Locatiespecifieke behoefte 23: uitbreiden live firing mogelijkheden voor helikopters op Infanterie Schietkamp (ISK) ten behoeve van niveau 3 en 4-oefeningen Koninklijke Landmacht, gemeente Ede De behoefte van Defensie is om met grond- en luchteenheden gezamenlijk schietoefeningen uit te kunnen voeren op het ISK. Het ISK is een vlieggebied waar je mag vliegen en schieten met geladen boordwapens. Momenteel is deze activiteit ook vergund op het ISK, maar de helikopters hebben in het vergunde luchtruim te weinig manoeuvreerruimte om te kunnen oefenen.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. De belangrijkste overweging bij deze keuze is geweest dat de activiteiten op het ISK slechts beperkt worden uitgebreid met 33 vlieguren per jaar, evenredig verdeeld over dag- en avondvluchten. Vanuit de helikopter zal alleen wordt geschoten op de banen H & I. Het daarvoor benodigde circuit ligt aan de oostzijde van de Harskamp, binnen de begrenzing van de EHR 9. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden:
•
Het benodigde vliegcircuit ligt binnen de EHR 9, maar de geluidseffecten liggen mogelijk daarbuiten. Deze geluidseffecten worden voor de omgeving Pagina 57 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 03-04-2025
Hoenderloo en de omliggende natuur tussen ontwerp en definitief NPRD verder onderzocht. Tussen ontwerp en definitieve vaststelling zal hier een separaat participatietraject voor worden georganiseerd. 7.3.24
Locatiespecifieke behoefte 24: uitbreiding milieu en geluidsruimte door intensivering van Infanterie Schietkamp (ISK) en groei krijgsmacht, gemeente Ede De behoefte van Defensie is om het ISK meer te kunnen gebruiken als gevolg van de groei van Defensie en de invoering van nieuwe wapensystemen. Dit leidt tot een toename in gebruik van het ISK van 30% (de behoefte is om te groeien van 12,7 naar 16,5 miljoen schoten).
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. De belangrijkste overweging bij deze keuze is de uniciteit van het schietterrein en de benodigde groei van defensieactiviteiten. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden:
•
7.3.25
Op basis van het verrichte onderzoek voor deze behoefte is geconstateerd dat er nog significante geluidseffecten kunnen optreden bij het vullen van de volledige behoefte. Er zijn echter meerdere mitigerende maatregelen mogelijk, die nog verder onderzocht moeten worden. Dit onderzoek vindt plaats tussen vaststelling van ontwerp- en definitief NPRD. Tussen ontwerp en definitieve vaststelling zal hier een separaat participatietraject voor worden georganiseerd.
Locatiespecifieke behoefte 25: uitbreiding van terrein t.b.v. voldoen aan NAVOnormering depot Markelo en het truck loading station Markelo Defensie Pijpleiding Organisatie, gemeente Hof van Twente De behoefte van Defensie is om te voldoen aan de gestelde NAVO-normering voor brandstofdepots. Hiervoor is het nodig om de afstanden tussen de hekwerken en de brandstofdepots te vergroten. Uit voortschrijdend inzicht is gebleken dat het hier alleen gaat om NAVO-normering voor alleen het depot, niet voor het truck loading station.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. Het voorkeursalternatief is om het bestaande depot uit te breiden naar de noordzijde en daar 1 of meerdere opslagtanks naartoe te verplaatsten. De belangrijkste afweging bij deze keuze is enerzijds het voldoen aan de gestelde NAVO-normering en anderzijds de veroorzaakte effecten op de leefomgeving te minimaliseren. Om invulling te geven aan NAVO-regelgeving moeten aanvullende gronden worden aangekocht en infrastructurele aanpassingen worden doorgevoerd (verplaatsen hekwerken en aanpassing van gebouwen/depots). Hiermee kan worden voorkomen dat woningen moeten worden geamoveerd. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden:
•
Uitbreiding op het depot kan naar verwachting niet zonder gevolgen voor landbouwgebied gerealiseerd worden. Circa 3 ha agrarische grond zal hiervoor van functie veranderen naar een militaire bestemming.
Pagina 58 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie| 03-04-2025
7.3.26
Locatiespecifieke behoefte 26: uitbreiding van terrein t.b.v. voldoen aan NAVOnormering depot Klaphek Defensie Pijpleiding Organisatie, gemeente Lopik De behoefte van Defensie is om te voldoen aan de gestelde NAVO-normering voor brandstofdepots. Hiervoor is het nodig om de afstanden tussen de hekwerken en de brandstofdepots te vergroten.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. Het voorkeursalternatief is om het bestaande depot uit te breiden naar de noordwestzijde en daar 1 of meerdere gebouwen of opslagtanks naartoe te verplaatsten. De belangrijkste afweging bij deze keuze is enerzijds het voldoen aan de gestelde NAVO-normering en anderzijds de veroorzaakte effecten op de leefomgeving te minimaliseren. Om invulling te geven aan NAVO-regelgeving moeten infrastructurele aanpassingen worden doorgevoerd (verplaatsten hekwerken en aanpassing van gebouwen/depots). De benodigde grond voor uitbreiding is reeds in het bezit van Defensie. Vanuit milieuperspectief leidt deze behoefte verder niet tot aanzienlijk negatieve milieueffecten. Hiermee kan worden voorkomen dat woningen moeten worden geamoveerd of doorgaande wegen moeten worden afgesloten. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden:
•
7.3.27
Uitbreiding op het depot kan niet zonder gevolgen voor het omliggende landbouwgebied gerealiseerd worden. Circa 4 ha agrarische grond en 1 ha overig zal hiervoor van functie veranderen naar een militaire bestemming.
Locatiespecifieke behoefte 27: extra milieuruimte voor helikopteractiviteiten op MLT Deelen gemeente Arnhem Defensie heeft behoefte aan extra milieuruimte op MLT Deelen voor grond- en luchtgebonden activiteiten. Deze ruimte is nodig als gevolg van de onderliggende behoefte van Defensie om meer helikoptervluchten op MLT Deelen uit te kunnen voeren voor het versterken van de gereedstelling en inzet. Het betreft een toename tot maximaal 14200 helikoptervliegbewegingen binnen de vergunde geluidscontour.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. De belangrijkste overweging bij deze keuze is geweest dat MLT Deelen de mogelijkheid geeft om gezamenlijk met grondtroepen op locatie te trainen. Door helikopterbewegingen te verplaatsten van Gilze Rijen naar Deelen zijn er minder ferry-vluchten benodigd wat ten goede komt van de gereedstelling van de diverse eenheden. Ook kan MLT Deelen hierdoor beter als springplank worden gebruikt voor de noordelijke laagvliegoefengebieden wat leidt tot een betere spreiding van helikoptergeluid en meer operationele afwisseling. Daarnaast ontlast het in enige mate de omgeving van vliegbasis Gilze-Rijen. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden:
•
• •
Door het verplaatsen van helikopterbewegingen wordt meer geluid op MLT Deelen geproduceerd dan in de huidige situatie. De huidige geluidszone biedt hiervoor voldoende ruimte. Er kan wel sprake zijn van (beperkte) toename van geluidshinder voor omwonenden en recreatie. Verstoring voor diersoorten die op de Veluwe leven kan aan de orde zijn. De verplaatsing leidt daarnaast tot een significante bijdrage van stikstofdepositie aan Natura 2000-gebied De Veluwe. De mogelijke negatieve natuureffecten hiervan zijn een aandachtspunt. Pagina 59 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 03-04-2025
7.3.28
Locatiespecifieke behoefte 28: beperkingengebied rondom MLT Deelen (specifiek de outer horizontal surface) Defensie heeft de behoefte om rondom MLT Deelen het beperkingengebied, de zogenaamde outer horizontal surface (OHS), juridisch vast te leggen. Dit houdt in dat binnen een straal van 15 km rondom deze vliegbasis in beginsel geen gebouwen of bouwwerken hoger dan 150 meter gerealiseerd mogen worden als dat ten koste gaat van de vliegveiligheid. Dit beleid is gebaseerd op de door VNburgerluchtvaartorganisatie ICAO voorgeschreven beperkingengebieden.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. De belangrijkste overweging bij deze keuze is geweest dat realisatie nodig is voor de vliegveiligheid. Ook leidt dit tot meer veiligheid op de grond door een kleinere kans op ongelukken met vliegtuigen. De impact van een OHS op andere ruimtegebruikers en -vragers in de regio is gering. Met name omdat deze grotendeels op de Veluwe ligt, waar geen plannen voor hoogbouw zijn, ook niet in verband met de Regionale Energie Strategie (RES). De invulling van de behoefte leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten. Voor eventuele toekomstige bouwontwikkelingen in dit gebied hoger dan 150 meter is eerst een positieve beoordeling nodig over de effecten op de vliegveiligheid. 7.3.29
Locatiespecifieke behoefte 29: uitbreiding van terrein t.b.v. voldoen aan NAVOnormering depot Poortugaal Defensie Pijpleiding Organisatie, gemeente Albrandswaard De behoefte van Defensie is om te voldoen aan de gestelde NAVO-normering voor brandstofdepots. Hiervoor is het nodig om de afstanden tussen de hekwerken en de brandstofdepots te vergroten.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. Het voorkeursalternatief is om het bestaande depot uit te breiden naar de noord- en oostzijde en daar 1 of meerdere gebouwen of opslagtanks naartoe te verplaatsten. De belangrijkste afweging bij deze keuze is enerzijds het voldoen aan de gestelde NAVO-normering en anderzijds de veroorzaakte effecten op de leefomgeving te minimaliseren. Om invulling te geven aan NAVO-regelgeving moeten aanvullende gronden worden aangekocht en infrastructurele aanpassingen worden doorgevoerd (verplaatsen hekwerken en aanpassing van gebouwen/depots). Hiermee kan worden voorkomen dat sportvelden moeten worden geamoveerd, of doorgaande wegen moeten worden afgesloten. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden:
•
7.3.30
Uitbreiding op het depot kan niet zonder gevolgen voor het omliggende landbouwgebied gerealiseerd worden. 7 ha agrarische grond en 2 ha overig zal hiervoor van functie veranderen naar een militaire bestemming.
Locatiespecifieke behoefte 30: uitbreiding milieuruimte t.b.v. activiteiten vliegbasis Volkel, gemeente Maashorst Defensie heeft behoefte aan meer grondgebonden milieuruimte voor het kunnen uitoefenen van nieuwe oefenactiviteiten, naast de huidige oefenactiviteiten. Momenteel is er geen ruimte in de vergunning voor buitenlands bezoek en internationale oefeningen zoals Frisian Flag en Ramstein Flag. Om deze toename in gebruik te kunnen vergunnen is meer milieuruimte nodig. Pagina 60 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie| 03-04-2025
Het voorzien in deze behoefte op deze locatie is geen onderdeel van het voorkeurspakket. Vergroting van de geluidscontour op Vliegbasis Volkel is geen onderdeel van het voorkeursalternatief voor de toename van jachtvliegtuigcapaciteit. 7.3.31
Locatiespecifieke behoefte 31: beperkingengebied rondom vliegbasis Volkel (specifiek de outer horizontal surface) Defensie heeft de behoefte om rondom vliegbasis Volkel het beperkingengebied, de zogenaamde outer horizontal surface (OHS), juridisch vast te leggen. Dit houdt in dat binnen een straal van 15 km rondom deze vliegbasis in beginsel geen gebouwen of bouwwerken hoger dan 150 meter gerealiseerd mogen worden als dat ten koste gaat van de vliegveiligheid. Dit beleid is gebaseerd op de door VNburgerluchtvaartorganisatie ICAO voorgeschreven beperkingengebieden.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. De belangrijkste overweging bij deze keuze is geweest dat het nodig is voor de vliegveiligheid. De invulling van de behoefte leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden:
•
Het vastleggen van deze OHS kan niet volledig zonder impact op de omgeving, vooral op de ambities en doelstellingen van de Regionale Energie Strategie (RES). In de RES Noordoost Brabant zijn zoekgebieden voor windenergie opgenomen die overlappen met de OHS van Vliegbasis Volkel.
Voor eventuele toekomstige bouwontwikkelingen in dit gebied hoger dan 150 meter is eerst een positieve beoordeling nodig over de effecten op de vliegveiligheid. Deze beoordeling moet aangeven wat wel en niet mogelijk is, intentie daarbij is dat er rekening wordt gehouden met bestaande plannen voor RES. 7.3.32
Locatiespecifieke behoefte 32: schietbaan t.b.v. Koninklijke Militaire School Luchtmacht (KMSL) Vliegbasis Woensdrecht, gemeente Woensdrecht De Koninklijke Militaire School Luchtmacht (KSML) op Vliegbasis Woensdrecht heeft behoefte aan schietfaciliteiten. De KMSL is het opleidingsinstituut van de Luchtmacht. Door de groei van de krijgsmacht groeit ook de opleidingsbehoefte. De vliegbasis Woensdrecht beschikt op dit moment niet over eigen schietfaciliteiten en is afhankelijk van lokale schietverenigingen en andere krijgsmachtonderdelen. Geografisch zijn hiervoor weinig geschikte en beschikbare alternatieven in de nabijheid. Lange reistijden gaat ten koste van opleidingstijd. Een oplossing op de vliegbasis is noodzakelijk.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. De belangrijkste afweging bij deze keuze is dat de realisatie van de schietbaan een van de randvoorwaarden is om voldoende luchtmachtpersoneel te trainen en opgeleid te houden. Realisatie op vliegbasis Woensdrecht voorkomt onnodige verre vervoersbewegingen naar andere schietbanen in Nederland. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden:
•
Inpassing vergt aandacht voor emissies op natuurwaarden in het aangrenzende Natura 2000-gebied.
Pagina 61 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 03-04-2025
7.3.33
Locatiespecifieke behoefte 33: Uitbreiding milieuruimte t.b.v. activiteiten Vliegbasis Woensdrecht, gemeente Woensdrecht Defensie heeft de behoefte om meerdere infraprojecten en bijbehorende activiteiten te realiseren op Vliegbasis Woensdrecht. Het gaat hierbij om uitbreiden van zowel activiteiten als infrastructuur. Hierbij moet worden gedacht aan de groei van motorenonderhoud, oefen- en trainingsfaciliteiten voor brandweer en activiteiten van medegebruikers zoals Fokker. Daarnaast is er behoefte aan het uitbreiding van proefdraaien met F135 motoren om invulling te kunnen blijven geven aan internationale afspraken omtrent onderhoud van de F-35.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. De belangrijkste afwegingen voor deze keuze zijn dat deze grondgebonden milieuruimte nodig is voor de taakstelling van deze vliegbasis, en dat de effecten op de omgeving geminimaliseerd worden. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden:
• •
•
7.3.34
Inpassing vergt aandacht voor stikstofdepositie in het aangrenzende Natura 2000-gebied. Voor wat betreft de uitbreiding van milieuruimte is aanvullend onderzoek nodig om effecten op de omgeving in kaart te brengen en eventueel benodigde mitigerende maatregelen vast te kunnen stellen. Dat onderzoek wordt uitgevoerd tussen dit ontwerp en het definitieve programma. Voor wat betreft de uitbreiding van milieuruimte is aanvullend onderzoek nodig om de geluidseffecten op de omgeving nader in kaart te brengen en eventueel benodigde mitigerende maatregelen vast te kunnen stellen. Dat onderzoek wordt uitgevoerd tussen dit ontwerp en het definitieve programma. Tussen ontwerp en definitieve vaststelling zal hier een separaat participatietraject voor worden georganiseerd.
Locatiespecifieke behoefte 34: beperkingengebied rondom vliegbasis Woensdrecht (specifiek de outer horizontal surface) Defensie heeft de behoefte om rondom vliegbasis Woensdrecht het beperkingengebied, de zogenaamde outer horizontal surface (OHS), juridisch vast te leggen. Dit houdt in dat binnen een straal van 15 km rondom deze vliegbasis in beginsel geen gebouwen of bouwwerken hoger dan 150 meter gerealiseerd mogen worden als dat ten koste gaat van de vliegveiligheid. Dit beleid is gebaseerd op de door VN-burgerluchtvaartorganisatie ICAO voorgeschreven beperkingengebieden.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. De belangrijkste overweging bij deze keuze is dat het nodig is voor vliegveiligheid. De invulling van de behoefte leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden:
•
Het vastleggen van deze OHS kan niet volledig zonder impact op de omgeving, vooral op de ambities en doelstellingen van de Regionale Energie Strategie (RES). In de RES West-Brabant zijn zoekgebieden voor windenergie opgenomen die overlappen met de OHS van vliegbasis Woensdrecht.
Voor eventuele toekomstige bouwontwikkelingen in dit gebied hoger dan 150 meter is eerst een positieve beoordeling nodig over de effecten op de vliegveiligheid. Deze
Pagina 62 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie| 03-04-2025
beoordeling moet aangeven wat wel en niet mogelijk is, intentie daarbij is dat er rekening wordt gehouden met bestaande plannen voor RES. 7.3.35
Locatiespecifieke behoefte 35: uitbreiding milieuruimte t.b.v. activiteiten vliegbasis Gilze-Rijen, gemeente Gilze en Rijen Defensie heeft behoefte aan meer grondgebonden geluid op Vliegbasis Gilze-Rijen. Dit is nodig voor het proefdraaien met helikopters en het gebruik van grondvoertuigen en gronduitrusting.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. De belangrijkste afwegingen voor deze keuze zijn dat deze grondgebonden milieuruimte nodig is voor de huidige vliegactiviteiten op deze vliegbasis, en dat de effecten op de omgeving geminimaliseerd worden. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden:
•
7.3.36
Voor wat betreft de uitbreiding van milieuruimte is aanvullend onderzoek nodig om de geluidseffecten op de omgeving nader in kaart te brengen en eventueel benodigde mitigerende maatregelen vast te kunnen stellen. Dat onderzoek wordt uitgevoerd tussen dit ontwerp en het definitieve programma. Tussen ontwerp en definitieve vaststelling zal hier een separaat participatietraject voor worden georganiseerd.
Locatiespecifieke behoefte 36: beperkingengebied rondom vliegbasis Gilze-Rijen (specifiek de outer horizontal surface) en corridors Defensie heeft de behoefte om rondom vliegbasis Gilze-Rijen het beperkingengebied, de zogenaamde outer horizontal surface (OHS), juridisch vast te leggen. Dit houdt in dat binnen een straal van 15 km rondom deze vliegbasis in beginsel geen gebouwen of bouwwerken hoger dan 150 meter gerealiseerd mogen worden als dat ten koste gaat van de vliegveiligheid. Dit beleid is gebaseerd op de door VN-burgerluchtvaartorganisatie ICAO voorgeschreven beperkingengebieden.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. De belangrijkste afweging bij deze keuze is dat het nodig is voor de vliegveiligheid. De invulling van de behoefte leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in deze gebieden zal met het volgende aandachtspunt rekening moeten worden gehouden:
•
Het vastleggen van deze OHS kan niet volledig zonder impact op de omgeving, vooral op de ambities en doelstellingen van de Regionale Energie Strategie (RES). In de RES Hart van Brabant zijn zoekgebieden voor windenergie opgenomen die overlappen met de OHS van Vliegbasis GilzeRijen.
Voor eventuele toekomstige bouwontwikkelingen in dit gebied hoger dan 150 meter is eerst een positieve beoordeling nodig over de effecten op de vliegveiligheid. Deze beoordeling moet aangeven wat wel en niet mogelijk is, intentie daarbij is dat er rekening wordt gehouden met bestaande plannen voor RES.
Pagina 63 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 03-04-2025
7.3.37
Locatiespecifieke behoefte 37: fysieke en geluidsruimte op oefenterrein (OT) Oirschotse Heide: fysiek uitbreiden (200ha) ook v.w.b. geluidsruimte, gemeente Oirschot Defensie heeft behoefte aan een vergroting van het oefenterrein Oirschotse heide. De huidige omvang van oefenterreinen is te klein om met compagniesgrootte (100 tot 150 militairen) te kunnen trainen. De benodigde fysieke ruimte is gegroeid door het gebruik van nieuwe middelen en wijze van optreden. Om het oefenterrein hiervoor beter geschikt te maken is een vergroting noodzakelijk van minimaal 200 hectare.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. Het voorkeursalternatief beslaat een gebied van 235 ha in noordelijke, westelijke en zuidelijke richting. De belangrijkste afweging bij deze keuze is het besparen van woningen en het zoveel als mogelijk minimaliseren van de effecten op de leefomgeving. Defensie heeft hiervoor meerdere zoekgebieden rondom OT Oirschotse Heide onderzocht. Voor de uitbreiding is voornamelijk gekeken naar gebruik van bestaande bospercelen, natuur en optimalisatie binnen de eerder vastgestelde zoekgebieden. Door de optimalisatie blijven de meest kwetsbare gebieden zoveel mogelijk buiten de voorkeursvariant. Met dit voorkeursalternatief wordt een bestaand rijksmonument ontzien en is zoveel als mogelijk rekening gehouden met bestaande woongebieden. Een groot deel van de uitbreiding zal gecombineerd worden met bestaand natuurgebied (NNN), dit gaat goed samen met militair gebruik. Daarnaast sluiten de uitbreidingsgebieden vanuit militair oogpunt goed aan op het bestaande oefenterrein. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in deze gebieden zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden:
•
•
•
7.3.38
Uitbreiding van het oefenterrein kan niet volledig zonder gevolgen voor Natuurnetwerk Nederland en landbouwgebied gerealiseerd worden. 127 ha agrarische grond, 107 ha natuur en 1 ha overig zullen van functie veranderen naar een militaire bestemming. Recreatie. Met de uitbreiding van de Oirschotse heide is het van belang om aandacht te hebben voor het recreatief gebruik en de ontsluiting van de bestaande routestructuren. Hinder voor omgeving. Uitbreiding van het oefenterrein heeft mogelijk nadelige effecten op de leefomgeving. Mitigerende maatregelen zoals afscherming en concentratie van hindergevende activiteiten op het terrein zijn aandachtspunten voor verdere uitwerking.
Locatiespecifieke behoefte 38: uitbreiden milieuruimte t.b.v. activiteiten op RVSkazerne Oirschot, gemeente Oirschot Het versterken en doorgroeien van de landmacht leidt tot een toename van kazerneactiviteiten op RVS-kazerne Oirschot. De voorziene groei vraagt om uitbreiding van de milieuruimte voor activiteiten.
Het voorzien in deze behoefte op deze locatie is onderdeel van het voorkeurspakket. De belangrijkste overweging bij deze keuze is dat de voorgenomen activiteit op de RVS-kazerne slechts beperkte milieueffecten heeft.
Pagina 64 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie| 03-04-2025
7.3.39
Locatiespecifieke behoefte 39: uitbreiding raccordement Acht t.b.v. voertuigen 13. Lichte Brigade, gemeente Eindhoven Defensie heeft de behoefte om meer materieel te vervoeren per spoor. Dit komt voort uit de toename van oefening en inzet van eenheden die per spoor verplaatsen en HNS. De huidige capaciteit aan opstelplaatsten en aansluiting op het spoor, zogenaamde raccordementen, is hiervoor niet toereikend.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. Het raccordement wordt uitgebreid in zuidelijke richting (zoekgebied C). De omvang van het terrein biedt voldoende ruimte om materieel tijdelijk te plaatsen. De locatie is gunstig vanuit militair perspectief omdat deze direct naast het raccordement ligt. Op locatie C kan deze behoefte zonder aanzienlijke milieueffecten ingevuld worden. Circa 1 ha industrie/bedrijventerrein zal hiervoor van functie veranderen naar een militaire bestemming. 7.3.40
Locatiespecifieke behoefte 40: IBT-centrum regio Eindhoven voor Koninklijke Marechaussee en de Defensie Bewakings- en Beveiligingsorganisatie (DBBO) op bestaand defensieterrein, gemeente Eindhoven Defensie heeft behoefte aan een Integraal Beroepsvaardigheid Training (IBT) centrum in de regio Eindhoven. Dit is noodzakelijk om het (gewapend) personeel van de Koninklijke Marechaussee en de DBBO gecertificeerd te houden voor inzet. Deze faciliteiten worden gezocht in de regio Eindhoven op bestaand Defensieterrein.
Het voorzien in deze behoefte op mobilisatiecomplex Veldhoven is onderdeel van het voorkeurspakket. De belangrijkste overwegingen bij deze keuze zijn ten eerste de centrale ligging van dit complex in de regio. Dit is belangrijk voor de Marechaussee. Daarnaast kan een bestaand mobilisatiecomplex worden benut. Dit complex krijgt hiermee een andere functie. De realisatie van deze behoefte op deze locatie heeft beperkte milieueffecten. 7.3.41
Locatiespecifieke behoefte 41: verandering inrichting vliegbasis Eindhoven verplaatsen hot cargo platform Defensie heeft de behoefte om het zogenaamde hot cargo platform en bijbehorende infrastructuur op Vliegbasis Eindhoven te verplaatsten van de oost- naar de westzijde. Daarmee verplaatsen ook de veiligheidscirkels (explosieaandachtsgebieden). De verplaatsing is nodig omdat de inrichting van de vliegbasis Eindhoven wordt aangepast, onder andere in relatie tot de benodigde baanrenovatie en de benodigde infrastructuur voor de vervanging van de tactische luchttransportcapaciteit.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. Uit de drie te onderzoeken locatiealternatieven op Vliegbasis Eindhoven is echter nog geen voorkeursalternatief vastgesteld. Hiervoor is verdiepend onderzoek nodig op het gebied van externe veiligheid, zowel op als buiten de vliegbasis. Dit verdiepend onderzoek wordt uitgevoerd tussen ontwerpen definitieve besluitvorming. De belangrijkste afweging voor deze keuze is dat verdiepend onderzoek nodig is voor zorgvuldige besluitvorming over het voorkeursalternatief. Zodra er een voorkeursalternatief is vastgesteld zal hier een separaat participatietraject voor worden georganiseerd.
Pagina 65 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 03-04-2025
7.3.42
Locatiespecifieke behoefte 42: beperkingengebied rondom vliegbasis Eindhoven (specifiek de outer horizontal surface) Defensie heeft de behoefte om rondom vliegbasis Eindhoven het beperkingengebied, de zogenaamde outer horizontal surface (OHS), juridisch vast te leggen. Dit houdt in dat binnen een straal van 15 km rondom deze vliegbasis in beginsel geen gebouwen of bouwwerken hoger dan 150 meter gerealiseerd mogen worden als dat ten koste gaat van de vliegveiligheid. Dit beleid is gebaseerd op de door VNburgerluchtvaartorganisatie ICAO voorgeschreven beperkingengebieden.
Het voorzien in deze behoefte op deze locatie is onderdeel van het voorkeurspakket. De belangrijkste afweging bij deze keuze is dat het nodig is voor de vliegveiligheid. De invulling van de behoefte leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in dit gebied zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden:
•
•
Het vastleggen van deze OHS heeft mogelijk impact op de omgeving, zoals de ambities en doelstellingen van de Regionale Energie Strategie (RES). In de RES Metropoolregio Eindhoven zijn zoekgebieden voor windenergie opgenomen die overlappen met de OHS van Vliegbasis Eindhoven. Daarnaast is de verstedelijkingsopgave van Eindhoven met mogelijke woningbouw op grotere hoogte dan 150 meter een aandachtspunt.
Voor eventuele toekomstige bouwontwikkelingen in dit gebied hoger dan 150 meter is eerst een positieve beoordeling nodig over de effecten op de vliegveiligheid. Deze beoordeling moet aangeven wat wel en niet mogelijk is, de intentie is dat daarbij rekening wordt gehouden met bestaande plannen. 7.3.43
Locatiespecifieke behoefte 43: ingebruikname kazerne Budel en uitbreiden Weerterheide gemeente Cranendonck/Weert Defensie heeft de behoefte om in grotere mate gebruik te kunnen maken van de Weerterheide. De behoefte is tweeledig. Ten eerste is het de behoefte om de Nassau-Dietz kazerne opnieuw in gebruik te nemen ter ondersteuning van oefenactiviteiten op de Weerterheide. Het gebruik van het oefenterrein vraagt om de beschikbaarheid van ondersteunende faciliteiten op kazerne. Ten tweede heeft Defensie behoefte aan een vergroting van het oefenterrein Weerterheide. De huidige omvang van oefenterreinen is te klein om met compagniesgrootte (100 tot 150 militairen) te kunnen trainen. De benodigde fysieke ruimte is gegroeid door het gebruik van nieuwe middelen en wijze van optreden. Om het oefenterrein hiervoor beter geschikt te maken is een vergroting noodzakelijk van minimaal 300 - 700 ha.
Het voorzien in deze behoefte is onderdeel van het voorkeurspakket. Het voorkeursalternatief voor de kazernefaciliteiten is de heringebruikname van de Nassau-Dietz kazerne. Het voorkeursalternatief voor de uitbreiding van oefenterrein Weerterheide beslaat een gebied van 322 ha in westelijke, oostelijke en zuidelijke richting (locatie B, C, en D). De belangrijkste overweging bij de keuze voor de heringebruikname van de NassauDietz kazerne is dat dit relatief snel kan worden gerealiseerd zonder verdringing van bestaande defensieactiviteiten. Gelet op de verdere voorziene groei en versterking van de krijgsmacht, is Defensie daarbij voornemens de Nassau-Dietz kazerne in de periode 2028-2033 weer volledig in gebruik te nemen. Dit beantwoord ook de wens vanuit de regio om een duidelijke keuze te maken tussen of een opvanglocatie of een defensielocatie, en niet beide. Daarnaast ziet de regio heringebruikname van de
Pagina 66 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie| 03-04-2025
kazerne als een positieve ontwikkeling, zowel bestuurlijk als maatschappelijk. Van oudsher zijn Defensie en de regio al met elkaar verbonden. De belangrijkste overweging bij de keuze voor uitbreiding van de Weerterheide is om het effect op het aantal woningen, bedrijven en sociale cohesie zoveel als mogelijk te minimaliseren. Aan de hand van dit uitgangspunt is het voorkeursalternatief teruggebracht naar 322 ha. Een neveneffect van de uitbreiding rondom de Weerterheide is dat de uitbreidinggebieden kunnen dienen als versterking van de randen van het aanwezige Natura 2000-gebied. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in deze gebieden zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden:
•
•
•
•
7.3.44
Voor wat betreft de heringebruikname van de kazerne is er op dit moment tot medio 2028 een gebruikersovereenkomst met het COA om de NassauDietz kazerne gedeeltelijk te gebruiken als opvanglocatie. Het aandachtspunt bij volledige heringebruikname van de kazerne door Defensie is dat op termijn een nieuwe locatie voor de COA gevonden moet worden. Uitbreiding van het oefenterrein kan niet volledig zonder gevolgen voor woningen/bedrijven en landbouwgebied gerealiseerd worden. Eén woning en één bedrijfswoning zal moeten worden geamoveerd. De impact van het amoveren van een woning op bewoners en betrokkenen is zeer groot. In de realisatiefase van deze behoefte zal een proces worden ingericht dat aan deze impact zo goed mogelijk recht doet. 135 ha agrarische grond, 171 ha natuur en 16 ha recreatie en overige grond zal hiervoor van functie veranderen naar een militaire bestemming. Uitbreiding van het oefenterrein heeft mogelijk nadelige geluidseffecten op de leefomgeving. Mitigerende maatregelen zoals afscherming en concentratie van hindergevende activiteiten op het terrein zijn aandachtspunten voor verdere uitwerking. In zoekgebied D is een bepaalde mate van bodemverontreiniging aanwezig. Hiermee is specifiek rekening gehouden bij de keuze voor het voorkeursalternatief. In de vervolgfase zal onderzocht worden welke beperkingen hieruit nog voort kunnen komen voor het oefengebruik.
Locatiespecifieke behoefte 44: oefenterrein met graafmogelijkheden Defensie heeft behoefte aan meer mogelijkheden om te kunnen graven op bestaande oefenterreinen. Door vele beperkingen is graven op oefenterreinen nagenoeg niet meer mogelijk. Door de groei van de krijgsmacht en de verslechterende veiligheidssituatie is het echter noodzakelijk om dit vaker te beoefenen en trainen. Momenteel is enkel het graven van schuttersputten beperkt mogelijk. Het uitbreiden van vergunningen om ook loopgraven of verdedigingswerken voor terreinbescherming te mogen graven is randvoorwaardelijk voor de operationele gereedstelling van de grondeenheden.
Het voorzien in deze behoefte op 12 locaties is onderdeel van het voorkeurspakket. Het gaat hierbij om de volgende twaalf locaties:
• • • • •
Havelte-West Arnhemse Heide De Haar Ermelosche Heide Rucphense Heide
Pagina 67 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 03-04-2025
• • • • • • •
OT Wezeperberg Stroese Zand Leusderheide Vlasakkers Vrachelse Heide OT Langenboom OT Weerterheide
De belangrijkste overweging bij de keuze voor het voorkeursalternatief is het beschermen van natuur, bodem, archeologische en geomorfologische waarden. Op meerdere locaties zijn graafactiviteiten toegestaan. Bij de verdere ontwikkeling en inpassing van de behoefte in de gebieden waar dit nog niet verenigbaar is, zal met de volgende aandachtspunten rekening moeten worden gehouden: • •
7.4
Vanwege de ligging van meerdere gebieden nabij Natura 2000-gebied zijn effecten op natuur niet uit te sluiten. In de meeste van de aangewezen gebieden is bodemarcheologie een aandachtspunt, en zal verder moeten worden onderzocht of verstoring van de grond mogelijk is.
Spreiding van ruimtebeslag Bij de afweging van de voorkeursalternatieven per behoefte is ook gekeken naar de spreiding van deze locaties over Nederland. In de volgende figuur is de spreiding van het totaal aantal behoeften per provincie te zien. Hieruit blijkt een redelijk evenwichtige spreiding maar is het wel zo dat de meeste behoeftes in NoordBrabant en Gelderland gesitueerd worden. Belangrijk om hierbij op te merken dat dit niets zegt over ruimtebeslag of eventuele omvang van hinder. Die is namelijk sterk afhankelijk van specifieke behoeftes.
Pagina 68 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie| 03-04-2025
Zo kent bijvoorbeeld voor de provincie Flevoland een beperkt aantal behoeftes maar het betreft wel behoeftes met een relatief groot ruimtebeslag (de nieuwe kazerne voor ondersteunende eenheden en stationering van jachtvliegtuigen op Lelystad Airport). In Zeeland is alleen een laagvlieggebied voor helikopters geprojecteerd. Deze omvat echter wel een groot deel van de provincie. In het planMER is geconstateerd dat sprake is van een evenwichtige spreiding over het land, ook rekening houdend met de grootte van de provincies. Naast spreiding is hierbij ook gekeken naar de mate van (cumulatieve) hinder die bij de diverse behoeften optreedt, ook in combinatie met reeds bestaande militaire complexen. De planMER uitkomsten leiden er niet toe dat voorkeurslocaties vanuit die optiek heroverwogen moeten worden. Een aantal behoeftes van het NPRD liggen in het Waddengebied en tegelijk natuuren cultuurlandschap gebied te beschermen is in 2020 de Agenda voor het Waddengebied 2050 (Agenda 2050) in het leven geroepen. Het Rijk en de regiopartners hebben met deze agenda een gezamenlijke koers voor het Waddengebied geformuleerd. Het uitgangspunt in de Agenda 2050 is om defensieactiviteiten te verduurzamen en de impact van de activiteiten van Defensie op de natuur in het Waddengebied te beperken. Voor het NPRD blijft de Agenda 2050 het vertrekpunt.
Tegelijkertijd kan niet worden gegarandeerd dat de afspraken over de defensieactiviteiten haalbaar zijn, aangezien gewerkt wordt aan een tijdige gereedstelling. Wanneer daadwerkelijk in de praktijk van de Waddenagenda moet worden afgeweken zal in goed overleg met andere partijen in de Waddengovernance integraal gestuurd worden op natuurcompensatie in het Waddengebied. De volgende pagina bevat de cumulatiekaart met het ruimtebeslag van de bovenregionale en locatiespecifieke behoeftes.
Pagina 69 van 78
Ontwerp Nationaal Programma Ruimte voor Defensie | 03-04-2025
8
Realisatiestrategie
Defensie presenteert in dit programma de voorgenomen uitbreiding van het ruimtebeslag dat Defensie in Nederland legt. De behoeftes die in dit programma zijn uitgewerkt en die onderdeel zijn van het voorkeurspakket, zullen vervolgens ten uitvoer moeten worden gebracht. Dit deel van het programma kijkt vooruit naar de realisatie van deze behoeftes in de leefomgeving. Belangrijk is dat alle behoeftes in het voorkeurspakket binnen afzienbare tijd gerealiseerd worden, omdat ze onderdeel zijn van hoofdtaak 1. Per behoefte is daarom geïnventariseerd wat er nodig is voor een succesvolle uitvoering, en is een tijdlijn bepaald, gebaseerd op mogelijkheden financieel en in capaciteit. Bij de uitvoering wordt dus een hoog tempo gevraagd, en dit doet een beroep op de uitvoerende organisatie vanuit Defensie. Tegelijkertijd is belangrijk om oog te houden voor andere nationale en regionale opgaven (woningbouw, voedselvoorziening, energietransitie, etc.), de ruimtelijke kwaliteit en voor impact op de omgeving. Een goede samenwerking met de samenleving is voor Defensie van groot belang. Dit hoofdstuk vormt de doorkijk naar het uitvoeringsproces dat zal plaatsvinden na vaststelling van het NPRD, en de werkwijze die Defensie daarbij bij voorkeur zal hanteren. 8.1
Uitvoering op hoog tempo Vanwege de huidige dreiging voor de nationale veiligheid, is het van belang dat de uitvoering van het NPRD zo spoedig mogelijk start en gerealiseerd wordt. Een spoedige uitvoering van dit programma is wezenlijk voor de paraatheid van Defensie, en het waarborgen van hoofdtaak 1. Om een zo hoog mogelijk tempo in de uitvoering te kunnen bereiken zal Defensie in het uitvoeringsprocessen zoveel mogelijk volgens een aantal lijnen werken.
8.1.1
Planologisch proces op het passende schaalniveau Voor meerdere behoeftes in het voorkeurspakket van dit programma zal een planologische procedure onderdeel uitmaken van het uitvoeringstraject, waarbij de ruimtebehoeftes waar nodig worden ingepast in (gemeentelijke) omgevingsplannen. Het Rijk kan hiervoor een planologische procedure doorlopen waarbij een gemeente of provincie bevoegd gezag is, maar kan ook zelf het bevoegd gezag zijn voor de planologische procedure, door bijvoorbeeld een Projectbesluit te nemen. Defensie hanteert bij de uitvoering van dit programma de volgende lijn. Bij de behoeftes waar voldoende tijd is voor het realisatieproces kan voor planologische inpassing het bevoegd gezag bij regionale overheden liggen. Waar nodig zal Defensie echter overwegen om de planologische procedure op het nationale niveau te voeren, om regie te houden op het realisatieproces, of de provincie verzoeken bevoegd gezag te zijn. Het kan hierbij gaan om behoeftes waarbij realisatie op heel korte termijn al voorzien is, om de bovenregionale behoeftes, en om de behoeftes met een groot fysiek ruimtebeslag (oefenterreinen en uitbreidingen met een grote veiligheidscontour). Ook als wordt gekozen voor een nationale procedure hecht Defensie aan een goede interactie met de regio, zodat ruimte blijft voor het meekoppelen van regionale ruimtevragen.