CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen e240020999

Gemeenteraad 10 juli 2024, gemeente ErmeloBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan De Horsterhoeve9.984 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen De Horsterhoeve Gemeente Ermelo

INHOUDSOPGAVE

1

Inleiding

5

1.1 1.2

Inleiding Procedure voorliggend ontwerpbestemmingsplan

5 5

2

Samenvatting en beantwoording van de zienswijzen

7

2.1 2.2

Inleiding Binnengekomen zienswijzen

7 7

3

Wijzigingen aan het bestemmingsplan

26

1

Inleiding

1.1

Inleiding In dit document worden de binnengekomen zienswijzen en vooroverlegreacties op het ontwerpbestemmingsplan “De Horsterhoeve” (met identificatienummer NL.IMRO.0233.BP290450001) behandeld. Het bestemmingsplan heeft biedt een juridisch-planologisch kader voor de transformatie van het recreatiepark ‘De Horsterhoeve’ aan de Horster-Engweg 17 naar een woonwijk met circa 266 woningen. Er is sprake van een gedifferentieerd woningbouwprogramma, bedoeld voor uiteenlopende doelgroepen, waaronder (door)starters, gezinnen en senioren. Voor wat betreft de woningtypen gaat het om vrijstaande woningen, twee-onder-één-kap woningen, rijwoningen en gestapelde woningen. Het plangebied is gelegen aan de westkant van gemeente Ermelo, tegen de Rijksweg A28 aan. De noordkant van het plangebied grenst aan bestaande woningen. De oostzijde, zuidzijde en westzijde van het plangebied grenzen aan gronden die bestemd zijn als 'Natuur'. Tevens bevinden zich veel agrarische gronden ten zuiden van het plangebied. Tussen de Rijksweg A28 en het plangebied ligt de Spijkweg.

1.2

Procedure voorliggend ontwerpbestemmingsplan Ter inzage Na voorafgaande publicaties via officielebekendmakingen.nl en het gemeentelijke huis-aan-huis blad is in overeenstemming met artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening met ingang van 6 december 2023 tot en met 16 januari 2024 voor een periode van zes weken het ontwerpbestemmingsplan “De Horsterhoeve” voor eenieder ter inzage gelegd. Het ontwerpbestemmingsplan met de bijbehorende stukken kon tijdens de openingsuren in het gemeentehuis van de gemeente Ermelo worden ingezien. Ook was het ontwerpbestemmingsplan te raadplegen via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Zienswijzen Gedurende de hiervoor genoemde termijn kon eenieder zienswijzen naar voren brengen omtrent het ontwerpbestemmingsplan. Er zijn veertien partijen (onder partijen worden eveneens individuen verstaan) die gebruik hebben gemaakt van het recht om een zienswijze in te dienen. De ingediende zienswijzen zijn binnen de daarvoor gestelde termijn ontvangen en zijn hiermee ontvankelijk. In paragraaf 2.2 worden de binnengekomen zienswijzen genoemd, samengevat en vervolgens van een gemeentelijke reactie voorzien. Ten slotte wordt (waar van toepassing) de zienswijze afgesloten met een conclusie, hierin wordt aangegeven of de zienswijze al dan niet (gedeeltelijk) heeft geleid tot een aanpassing van het vast te stellen bestemmingsplan.

Opgemerkt wordt dat er voor de omwonenden van het plangebied alsook belangstellenden op donderdagavond 11 januari 2024 (gedurende de periode van het ter inzage liggen van het ontwerpbestemmingsplan) een inloopavond is georganiseerd, hieruit is aanvullende informatie opgehaald, zowel mondeling als schriftelijk via enkele ingediende anonieme formulieren. Met deze opgehaalde informatie is het vast te stellen bestemmingsplan verder aangescherpt. Het is vanwege

de aard en omvang van de gesprekken niet mogelijk om voorgenoemde input terug te voeren naar een individuele inbreng en op te nemen in voorliggende nota. Keten-/overlegpartners Gedurende de hiervoor genoemde termijn hebben de wettelijke keten-/overlegpartners eveneens de mogelijkheid gehad om op het ontwerpbestemmingsplan te reageren. Zij hebben van deze mogelijkheid middels het indienen van zienswijzen echter geen gebruik gemaakt. Wel hebben zij al eerder in de fase van het concept-bestemmingsplan de stukken beoordeeld, in het kader van vooroverleg. De reactie van de keten-/vooroverlegpartners zijn allemaal verwerkt, en op deze plaats wordt verwezen naar hoofdstuk 7 van de toelichting, waar al de partners zijn opgesomd en is weergegeven welke opmerkingen zijn gemaakt en wat vervolgens met deze opmerkingen is gedaan.

2

Samenvatting en beantwoording van de zienswijzen

2.1

Inleiding Door verschillende betrokkenen zijn zienswijzen ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan ingediend; hierna kortweg aangeduid als reclamant(en). Het college van burgemeester en wethouders heeft integraal kennis kunnen nemen van de ingediende zienswijzen. Indien onderdelen van een zienswijze niet expliciet worden benoemd, betekent dit niet dat deze niet bij de beoordeling zijn betrokken. De ingediende zienswijzen zijn in hun totaliteit beoordeeld en afgewogen. Ten behoeve van de leesbaarheid van deze notitie worden de zienswijzen apart behandeld, maar indien onderwerpen of bezwaren gelijkluidend of over dezelfde onderwerpen gaan, zal worden verwezen naar de reactie waar reeds op deze aspecten is ingegaan.

2.2

Binnengekomen zienswijzen

2.2.1

Zienswijze 1

Reclamant geeft aan dat deze in de krant heeft gelezen dat er als gevolg van de realisatie van het plan De Horsterhoeve een geluidsscherm van 4,5 meter hoog komt het tussen de Spijkweg en de A28. Verder vind reclamant het opmerkelijk hoe ver dit geluidsscherm doorgetrokken wordt aan beide zijden van de uitrit van het plangebied op de Spijkweg. Vooral het scherm aan de Harderwijkse zijde belemmert voor reclamant het vrije uitzicht richting de A28, maar ook in de richting van het Wolderwijd wordt op deze manier het zicht ontnomen vanuit de locatie van reclamant woont, te weten kasteel Groot Horloo. De vraag van reclamant is dan ook: waarom loopt dit geluidsscherm zover door, het is heel ver voorbij de nieuw te bouwen wijk. Het verzoek is om het scherm lager te maken, maar ook een heel stuk korter te maken aan de Harderwijkse zijde. Beantwoording: De zienswijze heeft betrekking op het voorgestelde geluidsscherm tussen de Spijkweg en de A28, als onderdeel van het plan voor De Horsterhoeve. Er zijn zorgen omtrent de hoogte en lengte van het voorgestelde geluidsscherm. Het antwoord is: een geluidsscherm is noodzakelijk om een goed woon‐/leefklimaat in het plangebied op basis van de geldende wet- en regelgeving te garanderen. De Wgh (Wet Geluidhinder) ziet toe op de voorkeurs- en grenswaarden. Het uiteindelijke doel is dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Indien dit niet zondermeer gehaald wordt, moet onderzocht worden (cf. het gemeentelijke geluidsbeleid) of er maatregelen kunnen worden getroffen dat alsnog in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden voorzien. In het plangebied is namelijk, zonder geluidsscherm, sprake van een te grote geluidsbelasting van de wegen Spijkweg en A28. De geluidsbelastingen afkomstig van deze wegen zijn hoger dan de hoogste toelaatbare geluidsbelastingen van 53 dB uit de Wgh. Hierdoor is het plan, zonder maatregelen te nemen, niet mogelijk. Het doel van de Wgh is immers om geluidhinder te voorkomen en te beperken. Een geluidbelasting onder of gelijk aan de voorkeursgrenswaarde garandeert namelijk een goed woon‐/leefklimaat in het plangebied op basis van de Wgh. De A28 en Spijkweg zorgen echter voor een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Daarom is door de opsteller van het bestemmingsplan een akoestisch

onderzoek uitgevoerd naar doeltreffende geluidsreducerende maatregelen, opgenomen in Bijlage 17 bij de toelichting van het bestemmingsplan. Bij het treffen van maatregelen geldt een voorkeursvolgorde: bron, overdracht en ontvanger. Voor wat betreft de bron aanpassingen is gebleken dat dit niet mogelijk is, het is niet mogelijk het wegdek van de genoemde wegen zodanig te vervangen of aan te passen dat de geluidsbelasting fors vermindert. Daarbij is het ook niet reëel om de toegestane snelheden op genoemde (rijks)wegen fors te verlagen, vanuit verkeersveiligheid. Wel zijn er overdrachtsmaatregelen mogelijk, in de vorm van een geluidsscherm. Zodoende is deze optie verder uitgewerkt. De initiatiefnemer is verder, als gevolg van de zienswijzen en als gevolg van het verder uitwerken van de plannen, voornemens om de toegestane nokhoogte van de diverse woningen in het plangebied te verlagen, zowel in het noorden van het plangebied als de appartementen in het zuiden. Dit zal worden verankerd en aangepast in de regels en de plankaart van het bestemmingsplan. De nieuwe woningen in het totale plangebied zijn bekeken, en worden na aanpassing van de hoogtes maximaal 5, 8, 9, 10, 11 en 12 meter hoog. Dit betekent in sommige gevallen een planologische vermindering van maar liefst 2 tot wel 5 meter bouwhoogte.

Bij een deel van de woningen is vervolgens ook op de plankaart in het vast te stellen bestemmingsplan een specifieke aanduiding opgenomen. Deze aanduiding stelt dat op de bovenste bouwlaag een woonfunctie is uitgesloten. De bovenste bouwlaag is de schuine kap. In de kap is het dus niet mogelijk om een verblijfsruimte te realiseren. Voorgenoemde heeft echter forse invloed op het akoestische onderzoek. Het akoestische onderzoek is daarom opnieuw, indachtig bovenstaande aanpassingen, uitgevoerd en de uitkomsten hiervan zijn dat als gevolg van de verlaging van de toegestane nokhoogtes de lengte van het geluidsscherm met een hoogte van 4,5 meter fors verkort kan worden. Te weten van een lengte van 730 meter afstand naar een lengte van 520 meter, grofweg 100 meter korter aan beide zijden. Het voorgenomen geluidscherm wordt een geluidsabsorberend geluidscherm (bv. Kokowall of gelijkwaardig) en krijgt een lengte van 520 meter en hoogte van 4,5 meter. Dit zal binnen het plangebied dan zorgen voor een geluidsreductie afkomstig van de A28. Met deze verkorting wordt concreet aan de belangen van reclamant tegemoetgekomen.

Daarbij komt dit besluit tot aanpassing van het bestemmingsplan en het akoestische onderzoek voort uit het streven van de gemeente om zoveel als mogelijk is tegemoet te komen aan de zorgen van omwonenden, en het doel om het bestemmingsplan zo nauwkeurig en toegespitst mogelijk is te bestemmen (met minder marges). Wat betreft het genoemde verlies van het vrije uitzicht richting de A28 en het Wolderwijd vanuit de locatie van reclamant bij kasteel Groot Horloo, benadrukt de gemeente dat getracht wordt een balans te vinden tussen de belangen van verschillende belanghebbenden, inclusief omwonenden, en de noodzaak om geluidshinder in ‘De Horsterhoeve’ te verminderen/binnen de wettelijke kaders van de Wgh te brengen. Door het geluidsscherm tussen de A28 en de Spijkweg wordt bij de nieuwe woningen worden voldaan aan de hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 53 dB ten gevolge van de A28. Tegemoetkoming aan reclamant: Gezien de forse verkorting van het geluidsscherm komt de gemeente tegemoet aan de wens om het scherm te verkorten. Ook worden de bouwhoogtes in het bestemmingsplan aangepast (verlaagd). Het bestemmingsplan zal hierop worden aangepast.

2.2.2

Zienswijze 2

Reclamant vindt dat in/van/naar de nieuwe woonwijk Horsterhoeve veilig en prettig moet kunnen worden gefietst en gelopen; spelen op straat moet in de wijk gaan vóór autorijden en straatparkeren. Stappen en trappen moet daarbij meer gestimuleerd worden, hier zou idealiter in het plan meer aandacht voor moeten zijn. Reclamant is daarbij van mening dat voorliggend project kansen biedt voor verbetering van het fietsnetwerk binnen EHZ. Daarbij verzoekt zij de gemeente om het bestemmingsplan aan te passen omtrent zandpad “Drift”, alsmede omtrent de mogelijke fietstunnel. Graag ziet reclamant een toelichting dat dit fietspad op korte of lange termijn gerealiseerd wordt. Eveneens vraagt reclamant of de fietstunnel (wellicht mogelijk onder de Spijkweg ter hoogte van de rotonde bij Groot Horloo) wordt gebouwd in het kader van de Horsterhoeve en zo ja, wanneer? Kunnen hiervoor garanties worden opgenomen, vraagt reclamant. Aanvullend vraagt men ook aandacht voor bewegwijzering, deze zou nu nog ontbreken bij de fietstunnelroutes vanaf de Horsterweg en de HorsterZoomweg. Ook zou informatie over financiering van de fietsroutes in de omgeving van het plangebied ontbreken. Verder ingaand op dit onderwerp ‘fiets’ verzoekt reclamant de gemeente om op de bebouwingskaart en in de tekst aan te geven waar de verplichte niet-gemeenschappelijke bergingen gesitueerd worden.

Ook vraagt reclamant zich af hoe in het beeldkwaliteitsplan met de fietsenberging wordt omgegaan. Tenslotte vraagt reclamant om inspanningen om de frequentie van de buurtbus te verhogen en om ervoor te zorgen dat het aantal OV-fietsen in de nabijheid van het plangebied wordt vergroot, met mogelijk zelfs een rol weggelegd voor deelfietsen of deelbakfietsen. Beantwoording: De wijze van inrichting van het plangebied, en het mogelijk maken van voorzieningen, heeft te maken met de ligging van het plangebied in het semi-buitengebied. Aan de Horster-Engweg is wel een bushalte aanwezig in het kader van het OV. De suggesties voor het vergroten en verder aanleggen van het fietsnetwerk kan door de gemeente in een ander overleggremium worden aangekaart, de reclamant wordt dan ook bedankt voor de gedane suggesties. Voor de genoemde fietsroutes nabij het plangebied waar reclamant in de zienswijze op ingaat, is het van belang te benoemen dat hiervoor de gemeenten Harderwijk en Zeewolde als eerste aan zet zijn. Voor de genoemde relatie bestaan al meerdere routes zoals Horsterweg en Horsterzoomweg. De route via Groot Horloo is wat excentrisch gelegen ten opzichte van de zwaartepunten van woningontwikkelingen. Bovendien ligt deze laatste rotonde op het grondgebied van Harderwijk, en heeft de gemeente Ermelo hier geen zeggenschap over.

Hierover zal dus nader overleg moeten worden aangegaan, maar een veilige fietsoversteek bij de rotonde Groot Horloo zal wellicht eerder gerealiseerd kunnen worden. Wat betreft de aansluiting naar de Drift richting Buitenbrinkweg: deze suggestie wordt meegenomen en bezien zal worden hoe deze route zodanig opgewaardeerd kan worden dat deze gebruiksvriendelijk is en daarmee ook goed bruikbaar. Verder wordt benoemd dat voorliggend bestemmingsplan concreet het bouwplan voor de Horsterhoeve mogelijk maakt, de zorgen van reclamant zien op de afwikkelingen van de fietsbewegingen buiten het plangebied. Deze aspecten kunnen door de gemeente in een ander overleggremium worden aangekaart, de reclamant wordt dan ook bedankt voor de gedane suggesties. De suggesties van reclamant over bewegwijzering zullen worden opgepakt door de gemeente.

Wat betreft de vraag van reclamant waar de verplichte niet-gemeenschappelijke bergingen gesitueerd worden, dit wordt aangegeven in het beeldkwaliteitsplan, als onderdeel van de toelichting in bijlage. Op deze plek wordt dan ook daarnaar verwezen. Wat betreft de gewenste inspanningen omtrent de buurtbus of OV-deelfietsen, dit valt buiten de scope van de ontwikkelingen van dit bestemmingsplan en de schaal van de Horsterhoeve is te klein voor een OV-fietsdeelpunt.

Tegemoetkoming aan reclamant: Suggesties van reclamant worden waar mogelijk overgenomen in een ander overeggremium. Het beeldkwaliteitsplan gaat in het vast te stellen bestemmingsplan in op de positionering en verschijningsvorm van de fietsenbergingen. Het bestemmingsplan zal hier middels aanduidingen op de plankaart op ingaan en zal dus hierop worden aangepast. Wat betreft de aansluiting naar de Drift, deze suggestie zal worden meegenomen en bezien zal worden hoe deze route zodanig opgewaardeerd kan worden dat deze gebruiksvriendelijk is en daarmee ook goed bruikbaar.

2.2.3

Zienswijze 3,4 en 7 (inhoudelijk en tekstueel gelijkluidend)

Reclamanten (hierna: enkelvoudig, reclamant) snapt en begrijpt de plannen en juicht het realiseren van woningen toe, maar heeft moeite met de ontsluitingsweg van de Horsterhoeve met ruim 1600 verkeersbeweging per dag. Dit vindt vlak voor de recreatiewoning (dus geen permanente bewoning) van reclamant plaats, van en naar de nieuwe woonwijk toe. Daar komt bij dat de komende jaren ook al het bouwverkeer hier overheen moet, met volgens indiener alle overlast van dien. Reclamant wil dan ook voorstellen om gezamenlijk te kijken naar mogelijkheden om bovenstaande situatie op te lossen, zoals middels de aanplant van blijvend groen nabij het perceel van reclamant om zo het zicht op de ontsluitingsweg volledig weg te nemen. Alsmede het aanleggen van een groenblijvende geluidswand om zo geluidshinder van de ontsluitingsweg in te perken (voorbeeld van zo'n wand zoals tussen de Spijkweg en de A28). Beantwoording: Voorliggend plan voldoet aan de wensen van de gemeente op het gebied van omvang van de bebouwing als ook met betrekking tot het inrichten van het plangebied. Wat betreft de gevreesde overlast door reclamant snapt de gemeente deze zorgen. De gemeente en de ontwikkelaar willen zich daarom graag inspannen om deze weg te nemen en zullen de gedane voorstellen dan ook in de nadere planuitwerkingen verder uitzoeken en waar mogelijk meenemen.

Voorgesteld wordt dan ook ter plaatse van de gronden gelegen voor het perceel van reclamant (voorzien van een natuurbestemming doch buiten de planscope van dit bestemmingsplan) blijvend (nader te bepalen doch opgaand in de omgeving) groen aan te planten om zo te bewerkstelligen dat direct zicht op de ontsluitingsweg wordt weggenomen alsmede te zorgen voor buffering van andere mogelijke hinder. Wat betreft het bouwverkeer, het is inderdaad waar dat bouwverkeer gedurende de bouwfase enige verstoring kan veroorzaken in de nabijheid van de woonomgeving van reclamant. Initiatiefnemer zal te zijner tijd echter maatregelen treffen om de overlast tot een absoluut

minimum te beperken voor de bestaande omwonenden. Zo zal er voor worden gezorgd dat er passende maatregelen worden genomen om de hinder van bouwverkeer te verminderen. Dat betekent dat het bouwverkeer in basis, uitzonderingen daargelaten, alleen doordeweeks overdag langs rijdt (en dus niet in de weekenden en/of avonden). Verder wordt het aantal verkeersbewegingen / bouwverkeer zo veel mogelijk beperkt/efficiënt ingericht. De initiatiefnemer zal zijn best doen om transparant te communiceren over de planning en de voortgang van het bouwproject, zodat reclamant op de hoogte blijft van eventuele ontwikkelingen en maatregelen. Tegemoetkoming aan reclamant: Voorgesteld wordt om ter plaatse van de gronden gelegen voor het perceel van reclamant blijvend groen aan te planten om zo tegemoet te komen aan de belangen van reclamant. Dit groen zal een dermate grote dichtheid hebben dat het tevens ook geluidswerend werkt.

2.2.4

Zienswijze 5

Reclamant heeft de zienswijze opgebouwd in verschillende punten. Punt 1 is de diverse ontwikkelingen in Horst de laatste jaren. Het is volgens reclamant beter de woningbouw te concentreren in grootschalige woningbouwlocaties nabij de kern van het dorp Ermelo, de voorzieningen zijn dan dichterbij en er kan gebruik gemaakt worden van de al aanwezige infrastructuur, zeker voor het fietsverkeer. Wat nu gebeurt is dat er overal ‘woonwijkjes’ gaan ontstaan zonder dat daar een ruimtelijke visie achter aan ten grondslag ligt. Er is totaal geen samenhang in de ruimtelijke ontwikkeling van Horst, er ontstaat ruimtelijke wanorde. De verschillende ‘woonwijkjes’ hebben geen binding met elkaar en ook niet met het gebied Horst als geheel. Ook ontbreken voorzieningen als winkels en een basisschool. Ten tweede is reclamant (samengevat) van mening dat voor de verkeersstromen en de afwikkeling hiervan over de nabijgelegen wegen actie op moet worden ondernomen en eerst een gedegen verkeersstudie moet worden gedaan naar de verwachte effecten op de verkeersstromen nadat al de genoemde woningbouwplannen zijn gerealiseerd. Met name voor het fietsverkeer zal dit volgens indiener een hele opgave worden. Ten derde vraagt reclamant om de harde garantie van de gemeente dat er niet opnieuw plannen komen voor grootschalige woningbouw in Horst-Noord.

Ten vierde en ten laatste mag volgens indiener het bouwverkeer als gevolg van de realisatie van de Horsterhoeve onder geen beding gebruik gaan maken van de Horster-Engweg, Horster-Zoomweg of Horloseweg. Hiervoor dient een aansluiting te komen op de Spijkweg. Als het niet mogelijk is de voorgenomen rotonde op deze weg voorafgaande aan de start van de bouw aan te leggen, moet het mogelijk gemaakt worden vanaf de Spijkweg rechtsaf te slaan naar de plangebied. Het niet toestaan van het bouwverkeer op de wegen in Horst dient als voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Beantwoording: 1. De gemeente Ermelo vindt het juist zeer wenselijk om het voorgestelde bouwplan op deze locatie te realiseren, hier is sprake van inbreiding in plaats van uitbreiding. Het plan voldoet aan

het reeds genomen principebesluit tot transformatie van dit voormalige recreatiepark. Het past daarbij ook uitstekend binnen het gemeentelijke beleid voor dit soort recreatieparken. De gemeente is dan ook van mening dat voorliggende locatie geschikt is voor deze herontwikkeling en daarmee de realisatie van een kleinschalige woonwijk, zonder daarvoor al te forse ingrepen in het buitengebied te doen. Zeker nu binnen de scope van het huidige recreatiepark wordt gebleven. Er is dan ook geen sprake van “extra ruimtebeslag” qua kadastrale percelen bezien. Voor een uitgebreide versie van de beantwoording wordt dan ook verwezen naar de toetsing van het initiatief in het bestemmingsplan aan het gemeentelijke beleid. Tenslotte, in de zienswijze wordt ook ingegaan op het gebrek aan voorzieningen in deze buurt, met name qua scholen (die al vol zouden zitten). De gemeente kan op deze plek aangeven dat hier reeds intern in de voorfase van deze plannen naar gekeken is, en capaciteitscijfers voor de komende jaren zijn vergelijken. Dit maakt dat deze zorgen van reclamant op dit moment niet nodig zijn. 2. De verkeersafwikkeling van de woningen in het plangebied is voorafgaand aan deze planvorming reeds bekeken, daartoe is het plangebied ook opgedeeld in een tweetal gebieden.

Het grootste deel van de woningen sluit aan op de Spijkweg middels een rotonde, het andere deel sluit aan op de reeds bestaande Horster-Engweg. Het pad langs de erfpachtwoningen wordt opgewaardeerd en verbreed, hetgeen een verbetering is t.o.v. de bestaande situatie. Verder wordt op deze plek benoemd dat de aansluiting/kruising op de Horster-Engweg verbeterd wordt, waardoor de verkeersveiligheid toeneemt. Daarbij kan fietsverkeer zowel via de onverharde wegen zoals genoemd in de zienswijze van en naar het plangebied gaan, maar ook via de verharde wegen Looweg, Korpersteeg en Oude Nijkerkerweg. Genoemde zorgen omtrent de verkeersafwikkeling worden door de gemeente dan ook niet herkend. Verder zal in het plangebied ook geen sprake van sluipverkeer van elders mogelijk zijn, omdat dit middels feitelijke inrichting van het plangebied voorkomen wordt. 3. Dit genoemde punt valt buiten de planscope van dit bestemmingsplan, zodoende kan dan ook niet op deze gevraagde garantie worden ingegaan. Voorliggend bestemmingsplan gaat concreet op het bouwplan voor de Horsterhoeve in en maakt geen ontwikkelingen elders mogelijk. Op voorhand kan echter worden aangegeven dat er momenteel geen plannen van deze omvang bekend of in voorbereiding zijn. 4.

Wat betreft de afwikkeling van het bouwverkeer, op deze plek wordt door de initiatiefnemer/ontwikkelaar de toezegging gedaan dat al het bouwverkeer via de (nieuw aan te leggen rotonde op de) Spijkweg het plangebied betreedt, en dus niet via de Horster-Engweg. Dit betekent dat de rotonde aan de Spijkweg eerst gerealiseerd wordt, voordat aan de overige plannen wordt gestart. Ook zal er voor worden gezorgd dat er passende verkeerskundige maatregelen worden genomen om de hinder van bouwverkeer te verminderen voor omwonenden (in de korte of wijdere omgeving). Dit kan onder meer inhouden dat er specifieke routes en tijdschema's worden vastgesteld voor het bouwverkeer, waarbij rekening wordt gehouden met de verkeersstromen en de behoeften van de omwonenden. De initiatiefnemer zal zijn best doen om transparant te communiceren over de planning en de voortgang van het bouwproject, zodat eenieder, maar ook reclamant, op de hoogte blijft van eventuele ontwikkelingen en maatregelen.

2.2.5

Zienswijze 6

Reclamant tekent tegen diverse punten van het bestemmingsplan bezwaar aan, hierna puntsgewijs opgesomd.

a) Reclamant stelt dat het plan onvolledig ter visie is gelegd (de bijlagen ontbraken en konden reclamant op moment van bezoek aan de gemeente niet door de baliemedewerksters geleverd worden). De gemeente heeft de wettelijke plicht een volledig plan ter visie te leggen met daarbij alle bijlagen die behoren bij het plan. Dit zou niet zijn gebeurd. b) Het geluidsscherm wordt volgens reclamant doorgetrokken tot ver noordelijk van het bebouwingsgebied en komt voor een groot deel te liggen in het natuurpark grenzende aan kasteel Groot Horloo. De gevolgen hiervan zijn, dat veel bewoners met hun appartementen die naar de zijde van de A28 zijn gericht het water en de overkant van de snelweg niet meer kunnen zien. Hun vrije gezichtsveld over het water wordt hen volledig ontnomen. Dit betekent een verlies aan woongenot. Daarbij maakt reclamant bezwaar tegen deze verre doortrekking van het geluidsscherm omdat dit niet nodig is voor het complex Groot Horloo, daar het gebouw zelf als geluidswal fungeert en aan de zijde van de snelweg dove wanden aanwezig zijn bij alle appartementen en woningen. Reclamant verzoekt dan ook om het geluidsscherm in noordelijke richting in te korten of het geluidsscherm ter hoogte van de zuidelijke grens van het park behorende bij Groot Horloo, om te klappen in oostelijke richting evenwijdig aan (of tussen) de daar aanwezige groenstrook, bomenrij.

c) Reclamant stelt dat de tekst van het plan en enkele bijlagen, naast de aansluiting op de rotonde van de Spijkweg er nog een tweede ontsluitingsweg is geprojecteerd, die uitkomt op de Horster-Engweg. Reclamant stelt echter dat zijns inziens en volgens de in het plan geprojecteerde wegen, er een verbinding is met de weg die uitkomt op de Horster-Engweg. Dit betekent volgens hem dat de ontsluiting voor alle bewoners van de 266 woningen zowel via de rotonde aan de Spijkweg als via de Horster-Engweg het verlaten van het plangebied mogelijk is. Reclamant maakt daarom bezwaar tegen deze onduidelijkheid in het plan, wat volgens reclamant mede heeft te maken met de toekomstige aansluiting van de rotonde in de nabijheid van het Kasteel Groot Horloo die ontsluiting kan geven voor dit kastelencomplex met 103 woningen. Met het plan voor de ontsluiting van het plan Horsterhoeve naar de Horster-Engweg met de tweede ontsluitingsweg naar de Horster-Engweg blokkeert de gemeente volgens reclamant de mogelijkheden om ten behoeve van het Kasteel Groot Horloo in de naaste toekomst de Horster-Engweg als eenrichtingsverkeersweg in te richten. Men verzoek derhalve om alle 266 nieuw te bouwen woningen te laten ontsluiten via de rotonde aan de Spijkweg. d) Reclamant stelt dat gebruik is gemaakt in het plan van de volgens hem omstreden Aerius methode.

De uitgangspunten die in de berekeningen worden aangenomen zijn volgens reclamant dan ook te gunstig ingeschat, kort samengevat zou er een (te) korte bouwtermijn gehanteerd zijn, ten oprechte niet uitgegaan zijn van verwijdering opstallen en archeologische onderzoeken, etc. En dus hiermee op papier te gunstig berekend en ingeschat. Met aannames kan worden gemanipuleerd, waardoor zaken gunstiger worden voorgesteld dan in werkelijkheid het geval is. De berekeningsresultaten bevatten tot 70 en meer onzekerheden. Gelet op de alom genoemde "onbetrouwbare overheid" heeft reclamant bij deze voortoets het akelige gevoel dat gerekend is naar de meest gunstige situatie waardoor de gemeente niet uitgaat van externe saldering, maar van interne saldering. e) Daarbij heeft reclamant diverse vraagtekens bij het ecologische- en stikstofonderzoek en de gedane voortoets (in zowel de eerste zienswijze als in de aanvulling daarop). Het reeds verlenen van een natuurvergunning door de Provincie Gelderland (vóór de ter visie legging

van het ontwerpbestemmingsplan) is dan ook een voorbarige stap en een minachting in de richting van de burgers. Reclamant maakt dan ook bezwaar tegen de reeds verleende natuurvergunning door een hogere Overheid inzake de beschermde diersoorten. Reclamant geeft verder aan dat aangenomen mag worden dat diersoorten zich aanpassen aan hun omgeving, nu deze gaat veranderen, bv. door de bouw van Windturbines in de directe omgeving, dan verplaatsen zich de dieren naar andere gebieden in de directe omgeving, derhalve naar het Natura 2000 gebied Veluwe randmeren en de aangrenzende weide gronden met houtwallen elzen bosjes en extensief gebruikte graslanden. Reeds nu zie je volgens reclamant in het reeds bijna geheel leeg gekomen plangebied diverse diersoorten hun territorium innemen. Reclamant constateert daar vleermuizen, hazen, konijnen, roofvogels en zelfs de reeën. Zelfs de komst van de das en de wespendief rond de gronden van het plangebied zijn te verwachten, gelet op verdringingen elders in hun leefomgeving. f) Reclamant heeft vragen omtrent welk regime nu van toepassing is. Het plan is gereedgekomen in het jaar 2023 en daarna zowel in een periode van 2023 en 2024 ter visie gelegd. (6 december 2023 tot 17 januari 2024) De vraag wordt opgeroepen welke wettelijke regels van toepassing zijn.

Die van het oude regime van 2023 of die van de op 1 januari 2024 van kracht geworden Omgevingswet. Helaas bekruipt reclamant het gevoel dat dit voor de Gemeente gunstiger zou zijn ,om daarmee bepaalde wettelijke zaken en verplichtingen uit 2023 nu, na 1 januari 2024 niet meer te behoeven uit te voeren. g) Wat betreft archeologie stelt indiener dat de wijze van bestemmen in dit bestemmingsplan (middels dubbelbestemming) niet in overeenstemming zou zijn met wat de regioarcheoloog voorstelt en hoe het wettelijke regime de bescherming van archeologische waarden regelt. h) Tot slot verzoekt reclamant om inzicht in het feit of er al aansluiting op de waterleiding en elektra is geregeld voor de Horsterhoeve.

Beantwoording: a. Het is het uitgangspunt volgens de jurisprudentie dat het gehele bestemmingsplan fysiek beschikbaar aanwezig moet zijn of onder begeleiding van een ambtelijk medewerker digitaal raadpleegbaar moet zijn. Gedurende het bezoek van reclamant was er onverhoopt geen volledig analoog exemplaar van het bestemmingsplan aanwezig en was een kundige ambtelijk medewerker niet beschikbaar om de stukken te tonen op een computer. Dit zou inderdaad als een gebrek kunnen worden aangemerkt, echter is conform artikel 6:22 Awb dit mogelijke gebrek hersteld, door een analoog exemplaar aan reclamant beschikbaar te stellen alsmede reclamant een persoonlijke verlenging van de zienswijzetermijn te geven, zodat voldoende tijd is gegeven de stukken te beoordelen en een zienswijze in te dienen. Hiermee is een remedie geschapen voor het ontstane gebrek. Nadere behandeling van dit bezwaar is dan ook niet noodzakelijk omdat het tijdig door de gemeente is hersteld. Dit wordt ook bevestigd door het feit dat reclamant van deze verlengingsmogelijkheid gebruik heeft gemaakt en een inhoudelijke toevoeging op de eerder ingediende zienswijze binnen deze verlenging heeft ingediend. Dat laat daarmee zien dat reclamant gebruik heeft gemaakt van de termijn en voldoende tijd had om de aanvullende stukken adequaat door te nemen en daarop een aanvulling qua zienswijze te doen. b.

Op deze plek wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1. Er wordt tegemoet gekomen aan de belangen van reclamant door het geluidsscherm korter te maken. Benoemd

wordt echter nog dat het geluidsscherm specifiek bedoeld is voor de woningen in het plangebied voor de Horsterhoeve en niet voor de woningen in het complex van reclamant. c. Het is onjuist dat reclamant stelt dat alle woningen in Horsterhoeve via de nieuwe wegen (langs de Meent) richting de Horster-Engweg kunnen ontsluiten. Dit is niet het geval. Voorstel is daarom dat dit duidelijker op tekening / tekst in het vastgestelde bestemmingsplan wordt aangegeven, hiermee wordt dan tegemoet gekomen aan de indiener van deze zienswijze (er wordt dan ook verduidelijkt dat er paaltjes komen bij het weggetje langs de Meent, zo wordt gegarandeerd dat het enkel een calamiteitenroute betreft). Daarbij wordt op deze plek hiermee duidelijk aangegeven dat enkel de bestaande erfpachtwoningen en nieuwe woningen (37 stuks) op de Horster-Engweg ontsloten worden/blijven. Verder is het goed te vermelden dat de huidige situatie (aansluiting Horster-Engweg op zijtak camping) qua verkeersveiligheid fors verbeterd wordt als gevolg van deze plannen. Dit vanwege de meer haakse aansluiting. Ook blijkt uit het verkeersonderzoek dat het aantal verkeersbewegingen op de Horster-Engweg flink zal dalen (met name in de zomerperiode).

Tenslotte kan in dit plangebied geen rekening worden gehouden met het al niet realiseren van een nieuwe aansluiting op de noordelijke rotonde (Groene Zoomweg) of het maken van eenrichtingsverkeer op de genoemde weg in de zienswijze, aangezien deze buiten de planscope van dit bestemmingsplan is gelegen. d. Het gebruik van AERIUS is de wettelijk voorgeschreven methode voor het bepalen van de stikstofdepositie. Ten tijde van het opstellen van het stikstofdepositie-onderzoek was dat voorgeschreven in artikel 2.1 van de Regeling natuurbescherming. Inzake het gevoel van reclamant dat gerekend is met de meest gunstige situatie, dat is niet zo: bij (wijziging van) bestemmingsplannen wordt het planeffect bepaald ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie bij plannen is de feitelijke bestaande planologisch legale situatie ten tijde van vaststelling van het plan. Wanneer bijvoorbeeld het verdwijnen van agrarische gronden in het plangebied het rechtstreekse, onlosmakelijke gevolg is van de realisatie van een bedrijventerrein, dan mag hier in de berekeningen rekening worden gehouden (interne saldering). Inzake de twijfels omtrent de gehanteerde uitgangspunten en bouwperiodes, de AERIUS calculator berekent de stikstofdepositie per jaar, waarbij het jaar met de hoogste emissies als maatgevend wordt beschouwd.

Het maakt daarbij dan niet uit of een project 2 of 4 jaar in zijn totaliteit duurt, alleen de hoeveelheid geïmiteerde stikstof in 1 jaar is daarbij van belang. Desondanks dient het stikstofrapport tekstueel ook op basis van reële uitgangspunten uitgevoerd te zijn. Op basis hiervan heeft reclamant een punt en is de aanlegfase op 3 jaar gezet in het stikstofonderzoek. Ook noemt reclamant in de zienswijze nog uitstoot van Co2 wat betreft het sleuvenonderzoek dat in het plangebied is en wordt uitgevoerd, hij ziet dit niet terug in het stikstofonderzoek. Hiervoor geldt dat de emissies en depositie van CO2 niet worden beoordeeld in het kader van de Wet natuurbescherming, deze zijn daarom niet relevant voor een stikstofdepositie-onderzoek in dit kader. Wat betreft het punt van reclamant dat de werkzaamheden voor het verwijderen van kabels, leidingen en rioleringen op het 11 ha grote voormalige campingterrein niet zijn meegenomen in de berekeningen, hierop heeft reclamant een punt en dit zal worden aangepast in een aangepaste stikstofberekening. De onderbouwing van de benodigde inzet van mobiele werktuigen tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden is inderdaad onvoldoende beschreven en onderbouwd in het stikstofdepositie-onderzoek. Het stikstofdepositie-onderzoek wordt op dat onderwerp aangepast. Wat betreft de invloed van de A28 en de windmolens op het

stikstofrapport, de stikstofdepositie van reeds bestaande activiteiten is opgenomen als achtergronddepositie in de AERIUS Calculator. De uitstoot van verkeer op de A28 is op deze wijze al meegenomen in de stikstofdepositieberekening. Cumulatie van plannen (in geval van de windmolens) is alleen noodzakelijk wanneer er tussen de plannen een onlosmakelijk verband bestaat, bijvoorbeeld wanneer de plannen niet onafhankelijk van elkaar kunnen worden verwezenlijkt. Dat is ten aanzien van het windmolenpark niet het geval. Tot slot zouden volgens reclamant meerdere rapporten (bijlagen) elkaar tegen spreken en met name verschillende opvattingen hebben over de effecten op de natuur. De gemeente herkent deze tegenstrijdigheden niet, een project met een stikstofdepositiebijdrage op Natura 2000gebieden van meer dan 0,00 mol/ha/jaar op een of meerdere voor stikstofdepositie gevoelige hexagonen1 in een (naderend) overbelaste situatie2 heeft in potentie een significant effect. Uit de AERIUS berekeningen volgt dat er netto geen toename is van de stikstofdepositie op (naderend) overbelaste stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden. In de AERIUS-berekening voor de gebruiksfase wordt wel een toename van de depositie berekend op het Natura 2000 gebied Veluwerandmeren.

Het gebied Veluwerandmeren is echter niet stikstofgevoelig en een toename van de stikstofdepositie op de Veluwerandmeren vormt derhalve geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. e. In het plangebied is een flora & fauna quickscan (bijlage 7 bij de toelichting) door een ecologisch deskundige uitgevoerd, om te onderzoeken of er beschermde dieren en/of planten aanwezig zijn op de locatie waar de werkzaamheden of activiteiten beoogd zijn. Na dit onderzoek is een nader onderzoek uitgevoerd (bijlage 8 bij de toelichting), op basis waarvan een activiteitenplan is geschreven (bijlage 9). Op basis van voorgenoemde documenten is toen een ontheffing aangevraagd bij de provincie, voor een ontheffing in het kader van hoofdstuk 3 van de Wnb voor de huismus en steenuil, de gewone dwergvleermuis en de steenmarter. De ontheffing is daarbij expliciet aangevraagd op basis van de in de wet genoemde belangen van de volksgezondheid of de openbare veiligheid, van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten en van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde.

Deze aangevraagde ontheffing is door de provincie verleend, zie bijlage 10 bij de toelichting. Gevraagd wordt door reclamant waarom de provincie deze ontheffing reeds heeft verleend en waarom de provincie hiervoor aan zet is als hogere overheid. Wat betreft de inhoudelijke redenen voor het verlenen van deze ontheffing, wordt verwezen naar de overwegingen van de provincie zoals overzichtelijk opgenomen in bijlage 10 van de toelichting. Wat betreft de vraag van reclamant waarom deze hogere overheid deze ontheffing kan/moet verlenen, hier is van belang te benoemen dat op 1 januari 2017 de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Besluit en de Regeling natuurbescherming in werking zijn getreden, als vervanger van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en de daarop gebaseerde uitvoeringsregelgeving. Het nieuwe wettelijke stelsel geeft vorm en inhoud aan de decentralisatieafspraken van het Rijk met de provincies in het Bestuursakkoord natuur en het Natuurpact. Dat wil zeggen: de uitvoering van de Wnb ligt bij de provincies; de provincies bepalen

binnen de provinciegrenzen wat op natuurgebied wel en niet mag en zijn over het algemeen verantwoordelijk voor de informatievoorziening, voor vrijstellingen, ontheffingen en vergunningen en voor toezicht en handhaving. f. Inzake de vraag welk planologisch regime van toepassing is (2023 of 2024), hierin heeft de gemeente geen keuze inzake wat gunstiger zou zijn of niet. Immers is het moment van starten van de bestemmingsplanprocedure leidend, dat is in dit geval vóór de Omgevingswet geweest. Daarom mag het bestemmingsplan dan ook onder de Wro worden vervolgd. Dit heet het overgangsrecht, onder het overgangsrecht kunnen bestaande procedures worden afgemaakt op basis van het recht dat op moment van starten geldt, en de standaarden en systemen die op moment van starten gelden. Dit betekent juridisch dat de gemeente Ermelo het overgangsrecht inzet om deze lopende procedure af te maken op basis van het oude recht. g. Conform de archeologische wet- en regelgeving is in het bestemmingsplan in de regels en op de plankaart een dubbelbestemming opgenomen voor archeologie, te weten de dubbelbestemming ‘Waarde -Archeologie L’. Hierbij is dus sprake nog van een besluitmoment middels het omgevingsvergunningsstelsel, zodoende is de genoemde werkwijze in de zienswijze niet ‘omgekeerd’ maar juist correct en toegestaan.

Deze werkwijze heeft eveneens instemming van de regioarcheoloog gekregen, de gemeente herkent zich dan ook niet in deze zienswijze van reclamant. Tenslotte, gedurende de ontwerpfase van het bestemmingsplan is een proefsleuvenonderzoek ook reeds uitgevoerd, welke als bijlage van het vastgestelde BP wordt toegevoegd. Dit laat zien dat er geen belemmeringen optreden als gevolg van deze planvormingen. h. Tijdens de ontwikkeling van het nieuwbouwplan is meermaals overlegd gevoerd met alle nutspartijen, zoals Liander, KPN en Vitens. De nutspartijen zijn bekend en akkoord met het nieuw aan te leggen nutstracé in het plangebied en zullen na de zomer de verdere voorbereidingen voor de aanleg hiervan treffen. De nieuwe woningen worden zodoende ‘gewoon’ aangesloten op elektra en water. Er zijn vanuit de nutspartijen geen signalen bij de gemeente binnengekomen dat de nieuwe wijk gevolgen heeft voor de omgeving (qua capaciteit van het stroomnet).

Tegemoetkoming aan reclamant: Het bestemmingsplan is aangescherpt door aan te geven dat slechts een beperkt deel (37 woningen) van de nieuwe wijk op de Horster-Engweg ontsloten worden, en dat er geen 2e ontsluitingsroute is voor de rest van de wijk (enkel calamiteiten). De stikstofberekening wordt eveneens tekstueel en rekenkundig aangepast in aansluiting op de aangestipte punten van reclamant. Tenslotte wordt ook de lengte van het geluidsscherm aangepast om zo tegemoet te komen aan de belangen van reclamant.

2.2.6

Zienswijze 8

Reclamant constateert dat de geplande geluidsvoorziening tussen de Spijkweg en de A28 rijkt tot halverwege het park gebied Groot Horloo. Als gevolg hiervan is er volgens reclamant voor bezoekers en bewoners van het kasteel een stevige en visuele beperking door deze voorziening. Daarbij zal de geluidswal aan de noordzijde een extra geluidseffect sorteren voor bezoekers en bewoners omdat de overgang van een voertuig van achter de wand ‘zal verschijnen’ en een ‘woem!’ geluid zal geven. Ten tweede stelt reclamant dat een deel van het verkeer naar de Horster-Engweg zal worden geleid en het nog steeds mogelijk is voor allen, niet de Spijkweg te kiezen maar de wijk te verlaten via de uitrit naar de Horster-Engweg. Ook zou het planvoornemen vanuit verkeerskundig oogpunt onvoldoende zijn onderzocht en tot verkeersonveilige situaties op de omliggende wegen leiden. Tenslotte vraagt reclamant zich af waarom het bestemmingsplan en de ontwikkelingen een eigen beeldkwaliteitsplan hebben gekregen en waarom het beeldkwaliteitsplan de Horstenbrinken niet van toepassing is verklaard. Beantwoording: a. Wat betreft het punt van reclamant over het geluidsscherm wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1, daar deze zienswijze ook gelijkluidend over dit onderdeel gaat.

Vooropgesteld wordt dat het geluidsscherm echter wordt verkort, hiermee wordt tegemoet gekomen aan de belangen van reclamant. Terloops noemt reclamant nog de mogelijke gevolgen van het realiseren van een geluidsscherm en het ontstaan van een woem-geluid bij Groot Horloo. Voor wat betreft het ‘woem!’ geluid geldt dat dit zou kunnen ontstaan bij bijvoorbeeld een enkele trein of auto die achter een scherm vandaan komt en verdwijnt. Dit genereert een korte piek van geluid (wellicht wordt gedoeld op het Stentor-artikel ‘Bert moest 5000 euro meebetalen aan geluidsscherm, maar er ontbreekt stukje: ‘Overlast is erger dan ooit’’ https://www.destentor.nl/harderwijk/bert-moest-5000-euro-meebetalen-aan-geluidsschermmaar-er-ontbreekt-stukje-overlast-is-erger-dan-ooit~aab93a380/?auth_rd=1). De snelweg is doorgaans een constante bron die geluid genereert, waarmee het spontaan ontstaan van geluidpieken en waarmee het geen spontaan ontstaan van geluiddrukgolven geeft en mogelijke schrikreacties (zoals in het artikel). Het ingekorte scherm zorgt er (nog meer) voor dat een groot deel van de snelweg zicht- en hoorbaar blijft. Het effect is doorgerekend in memo ‘Toename van de geluidsbelastingen door realisatie van geluidsscherm’, zoals opgesteld door Buro Ontwerp & Omgeving, d.d. 03 april 2024.

Hieruit blijkt op de woningen Groot Horloo maar een minimale afname van het geluidniveau zullen krijgen. (afname van 0,1 dB op de 2 noordelijke gebouwen; totaal varieert de afname tussen de 0,1 en 0,8 dB). Direct naast Groot Horloo en naar het Noorden zal de snelweg zicht- en hoorbaar blijven. De woningen blijven dus aangestraald en geluid ontvangen van de snelweg. Zeker aan de noordkant die de reclamant aanhaalt. Een eventueel woem!-effect is hiermee niet waarschijnlijk. Zodoende kan dan ook worden gesteld dat reclamant als gevolg van het realiseren van het geluidsscherm niet in zijn belangen onevenredig wordt geraakt. b. Wat betreft de afwikkeling van het verkeer wordt verwezen naar de beantwoording van de zienswijze 5 en 6.

c. Wat betreft het beeldkwaliteitsplan wat genoemd wordt, deze is voor het gehele landelijke gebied daar opgesteld. In dit geval wordt een geheel nieuw plan beoogd, het is dan ook wenselijk hiervoor eigen beeldkwaliteitseisen op te stellen, waaraan de nieuwe bebouwing moet voldoen. Het reeds genoemde beeldkwaliteitsplan biedt daartoe onvoldoende concrete ruimte. Daarom is een nieuw Beeldkwaliteitsplan opgesteld, opgenomen in bijlage 1 bij de toelichting, deze doet echter geen afbreuk aan het Beeldkwaliteitsplan zoals genoemd door indiener, dit is specifiek door de gemeente getoetst. Tegemoetkoming aan reclamant: De lengte van het geluidsscherm wordt aangepast om zo tegemoet te komen aan de belangen van reclamant. Ook aan de andere aangestipte punten van reclamant wordt tegemoetkomen, weliswaar wordt voor een inhoudelijke weergave verwezen naar de beantwoording onder andere zienswijzen, maar ondermeer de aansluiting op de Horster-Engweg wordt fors verbeterd qua verkeersveiligheid.

2.2.7

Zienswijze 9

Reclamant heeft (beknopt samengevat) de volgende planologische bezwaren tegen het bouwplan. Ten eerste de bouwhoogtes van de woningen die nabij de Horster-Engweg worden geprojecteerd. Daarnaast heeft reclamant bezwaren tegen de bouwhoogte van het geluidsscherm, 4.5 meter is volgens reclamant veel te hoog en liever heeft reclamant de bestaande geluidsoverlast. Tenslotte is reclamant van mening dat de bestaande verkeersstructuren de extra verkeersstromen niet adequaat kunnen afwikkelen. Beantwoording: Wat betreft het punt van reclamant over de bouwhoogtes: de initiatiefnemer is, als gevolg van de zienswijzen en als gevolg van het verder uitwerken van de plannen, voornemens om de toegestane nokhoogte van de diverse woningen in het plangebied te verlagen, zowel in het noorden van het plangebied (als ook de appartementen in het zuiden, in het kader van deze zienswijze echter niet relevant). Dit zal worden verankerd en aangepast in de regels en de plankaart van het bestemmingsplan. De nieuwe woningen in het plangebied welke het meest nabij reclamant zijn gelegen, worden dus maximaal 9 meter hoog. Bij een deel van de woningen is vervolgens ook op de plankaart in het vast te stellen bestemmingsplan een specifieke aanduiding opgenomen. Deze aanduiding stelt dat op de bovenste bouwlaag een woonfunctie is uitgesloten. De bovenste bouwlaag is de schuine kap.

In de kap is het dus niet mogelijk om een verblijfsruimte te realiseren. Voorgenoemde heeft echter forse invloed op het akoestische onderzoek. Het akoestische onderzoek is daarom opnieuw, indachtig bovenstaande aanpassingen, uitgevoerd en de uitkomsten hiervan zijn dat als gevolg van de verlaging van de toegestane nokhoogtes de lengte van het geluidsscherm met een hoogte van 4,5 meter fors verkort kan worden. Te weten van een lengte van 730 meter afstand naar een lengte van 520 meter, grofweg 100 meter verkort aan beide zijden. Dit geluidsscherm, een kokowall (geluidsabsorberend geluidsscherm) met een lengte van 520 meter en hoogte van 4,5 meter, zal binnen het plangebied dan zorgen voor een geluidsreductie afkomstig van de A28. Het geluidsonderzoek gaat eveneens

in op nut en noodzaak van het geluidsscherm alsmede de benodigde hoogte, voor beantwoording van deze vraag van reclamant wordt dan ook naar dit geluidsonderzoek (bijlage 17 bij de toelichting) verwezen. Voor het overige wordt in het kader van de zienswijze van reclamant verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1, daar deze zienswijze ook gelijkluidend over dit onderdeel gaat. Wat betreft de zorgen van reclamant omtrent de verkeersstromen en de verkeersafwikkelingen, hiervoor wordt verwezen naar de beantwoordingen van de zienswijze 5 en 6, daar deze zienswijzen ook gelijkluidend over dit onderdeel gaan.

Tegemoetkoming aan reclamant: De bouwhoogtes in het plangebied worden aangepast in aansluiting op de aangestipte punten van reclamant, daarbij wordt ook de lengte van het geluidsscherm aangepast om zo tegemoet te komen aan de belangen van reclamant.

2.2.8

Zienswijze 10

Reclamant geeft aan dat deze zich zorgen maakt omtrent de verkeersafwikkeling van het plan, en dan specifiek over hinder door langzaam verkeer over de Ribbenboschweg. Reclamant doet dan ook een dringende oproep om de verkeersveiligheid op de Ribbenboschweg te waarborgen, de huidige verkeersborden op de Ribbenboschweg en Horloseweg, die aangeven dat daar voetgangersgebied begint, zijn volgens indiener echt onvoldoende. Reclamant doet enkele suggesties om deze veiligheid te bewerkstelligen, door bijvoorbeeld bij deze verkeersborden uitneembare beugels te plaatsen. Door deze uitneembaar te maken, kunnen machines voor bijv. onderhoud aan de groenvoorzieningen, het voetpad wel bereiken, wanneer dat nodig is, maar overig langzaam verkeer niet.

Beantwoording: De verkeersafwikkeling is voorafgaand aan deze planvorming reeds bekeken, daartoe is het plangebied ook opgedeeld in een tweetal gebieden, zoals ook benoemd in de beantwoording van zienswijze 5 en 6 (hier wordt dan ook naar verwezen in het kader van beantwoording van deze zienswijze). Het grootste deel van de woningen sluit aan op de Spijkweg middels een rotonde, het andere deel sluit aan op de reeds bestaande Horster-Engweg. Het pad langs de erfpachtwoningen wordt opgewaardeerd en verbreed, hetgeen een verbetering is t.o.v. de bestaande situatie. Verder wordt op deze plek benoemd dat de aansluiting/kruising op de Horster-Engweg verbetert wordt, waardoor de verkeersveiligheid toeneemt. Daarbij kan fietsverkeer zowel via de onverharde wegen zoals genoemd in de zienswijze van en naar het plangebied gaan, maar ook via de verharde wegen Looweg, Korpersteeg en Oude Nijkerkerweg. De genoemde weg Ribbenboschweg valt echter buiten de planscope van dit bestemmingsplan, zodoende kunnen de genoemde voorstellen/suggesties ook niet in dit bestemmingsplan worden geregeld. De gedane suggesties van reclamant zijn echter zeer waardevol en als gemeente zijn we altijd op zoek naar manieren om de veiligheid van fietsers te verbeteren en het fietsverkeer te

bevorderen. De gemeente vindt de voorstellen dan ook zeer waardevol en zal bekijken hoe deze in de toekomst kunnen worden geïmplementeerd en aangelegd.

Tegemoetkoming aan reclamant: De suggesties van reclamant om de verkeersveiligheid op de Ribbenboschweg te waarborgen worden door de gemeente meegenomen, om zo tegemoet te komen aan de belangen van reclamant én de weggebruikers.

2.2.9

Zienswijze 11

Reclamant geeft aan in beginsel niet tegen het plan te zijn, maar dat deze enkel een zienswijze indient om diens belangen te beschermen. Reclamant doet dat middels een opsomming van een aantal punten. -

-

Als eerste wil reclamant graag dat het onverharde pad tussen het plangebied en het Ruitersportcentrum mee wordt genomen in het plan. Op deze manier kan worden verzekerd dat er sprake is van een volwaarde ontsluiting. Thans is deze ontsluiting aangesloten op een slecht onderhouden zandpad dat leidt naar de inrit van het Ruitersportcentrum Ermelo. De weg loopt daarna onverhard door naar de Buitenbrinkweg. Dit is geen geschikte weg voor een ontsluiting waarover motorvoertuigen, fietser en wandelaars tegelijk moeten passeren. Het onverharde pad is namelijk zeer smal en daarnaast zijn er diepe kuilen gelegen op het gehele onverharde pad. Fietsers en wandelaars zullen deze ontwijken en wanneer er tegelijkertijd een gemotoriseerd voertuig passeert, kan dit voor ongelukken zorgen. Reclamant geeft aan dat het aspect ‘geur’ tekstueel verwarrend is, en verzoekt daar om verduidelijking. Ook verzoekt reclamant om een aanpassing van een afbeelding, waarop een opgenomen weergave van de onderlinge afstand niet zou kloppen met de daadwerkelijke afstand.

Beantwoording: 1. De verkeersafwikkeling is voorafgaand aan deze planvorming reeds bekeken, daartoe is het plangebied ook opgedeeld in een tweetal gebieden. Daarbij kan fietsverkeer zowel via de onverharde wegen zoals genoemd in de zienswijze van en naar het plangebied gaan, maar ook via de verharde wegen Looweg, Korpersteeg en Oude Nijkerkerweg. Inzake de gewenste verharding en verbreding van de genoemde weg/zandpad, de suggesties van reclamant om de verkeersveiligheid op deze weg te waarborgen worden door de gemeente meegenomen, onderzocht wordt hoe de weg/zandpad op korte termijn te verbeteren, om zo tegemoet te komen aan de belangen van reclamant én de weggebruikers. 2. De genoemde punten die reclamant aandraagt, zijn door de opsteller van het bestemmingsplan verwerkt en tekstueel aangepast en verduidelijkt in de toelichting (paragraaf 4.10 van de toelichting). Hiermee wordt tegemoet gekomen aan reclamant aangezien dit een kennelijke verschrijving betreft, en geen inhoudelijke gevolgen voor de uitkomsten van het geuronderzoek en of de planvorming dan wel de belangen van reclamant heeft. Tegemoetkoming aan reclamant:

De suggesties van reclamant om de verkeersveiligheid op het genoemde zandpad te waarborgen alsmede de tekstuele gevraagde aanpassingen in paragraaf 4.10 worden door de gemeente meegenomen, om zo tegemoet te komen aan de belangen van reclamant.

2.2.10

Zienswijze 12

Door reclamant is een zienswijze ingediend, deze is later echter weer (voorwaardelijk) ingetrokken. Naar aanleiding van gevoerd overleg tussen reclamant, de initiatiefnemer en de gemeente is besloten tot een aanpassing aan het plan. Dit houdt een aanpassing van de plangrens in, ten behoeve van de bouw van een woning in het noordwesten van het plangebied. Er worden echter geen extra woningen toegevoegd aan het plan. In de hoofdstuk 7 van de toelichting op het bestemmingsplan wordt hier nader op ingegaan.

2.2.11

Zienswijze 13 en 14 (gelijkluidend)

Reclamant geeft aan een direct omwonende van het plangebied te zijn, en doet daarom een zienswijze ter bescherming van diens belangen. Reclamant doet dat middels een opsomming van een aantal punten. a) Als eerste geeft reclamant aan dat deze van mening is dat de wijze van bestemmen van de bestaande recreatiewoningen, die gehandhaafd worden, anders is dan in het voorgaande traject is aangegeven door de gemeente. Eerder werd gezegd dat deze uitsluitend werden omgezet naar permanente bewoning, nu blijkt dat de bouwregels ook zijn gewijzigd. Deze veranderende bouwregels zouden reclamant in diens vrijheid en privacy mogelijk belemmeren. Men vraagt daarom om de huidige hoogte van 4,5 m wederom te verankeren in het bestemmingsplan. b) Voor wat betreft de woningen in het noordelijke deel van het plangebied, is reclamant va mening dat een maximale bouwhoogte van 11 m te fors is en dit niet zou passen in de omgeving. Men verzoekt daarom om terug te gaan naar het vertrekpunt, te weten 2 bouwlagen en een zolder. En daarmee een maximale bouwhoogte van 9 m. c) Als derde verzoekt reclamant om een groenstrook in de vorm van halfhoge bomen langs de Horster-Engweg, om zo de privacy enigsinds te waarborgen. d) Ten vierde verzoekt reclamant om de maximale bouwhoogte van de zuidelijke woningen in het plangebied te verlagen van 15 m naar maximaal 11 m.

e) Ten vijfde verzoekt men om de ontsluiting van de woningen op de Horster-Engweg op een andere plek te situeren vanuit verkeersveiligheid, of totaal te schrappen en alle woningen op de Spijkweg te laten ontsluiten. f) Reclamant geeft vervolgens aan dat het goed is dat er een geluidsscherm gerealiseerd wordt, maar vind deze aan de korte kant en is bang voor negatieve effecten door weerkaatsing van het geluid via kasteel Groot Horloo. Ook lijkt volgens reclamant deze alleen bedoeld te zijn voor de nieuwe bebouwing en niet voor de bestaande bebouwing in de omgeving van het plangebied. Reclamant zou daarom graag willen dat de geluidswal verder doorgetrokken zien tot aan de rotonde waar de Spijkweg overgaat in de Groene Zoomweg.

g) Verder ziet reclamant, gedurende de gebruiksfase van het plan, graag een lijnplicht voor honden en huisdieren, om zo overlast en extra belasting van het leefgebied van andere diersoorten te voorkomen. h) Reclamant vraagt zich af of de Horsterhoeve wel mogelijk is, gezien de lopende onderzoeken rondom ‘laag frequent geluid’ van windmolens inzake Windpark Horst en Telgt. i) Tenslotte vraagt reclamant of de Horsterhoeve niet juist ook de mogelijkheid moet bieden aan voorzieningen, zoals scholen of detailhandel.

Beantwoording: a en b. De initiatiefnemer is, als gevolg van de zienswijzen en als gevolg van het verder uitwerken van de plannen, voornemens om de toegestane nokhoogte van de diverse woningen in het plangebied te verlagen, zowel in het noorden van het plangebied als de appartementen in het zuiden. Dit betekent concreet dat de voorgestelde suggesties van reclamant worden overgenomen en de voorgestelde maatvoeringen worden aangepast in het bestemmingsplan. De erfpachtwoningen blijven qua bouwhoogte daarmee gelijk als de huidige fysieke situatie ter plekke, wel wordt als gevolg van deze verlaging van de bouwhoogte/nokhoogte ter tegemoetkoming een groter grondoppervlak toegestaan. Bij een deel van de woningen is vervolgens ook op de plankaart in het vast te stellen bestemmingsplan een specifieke aanduiding opgenomen. Deze aanduiding stelt dat op de bovenste bouwlaag een woonfunctie is uitgesloten. De bovenste bouwlaag is de schuine kap. In de kap is het dus niet mogelijk om een verblijfsruimte te realiseren. Voorgenoemde heeft echter forse invloed op het akoestische onderzoek. c en e. De verkeersafwikkeling van deze woningen sluit aan op de reeds bestaande HorsterEngweg, welke ter hoogte van het plangebied fors opgewaardeerd en verbreed zal worden. Daarbij wordt eveneens een groenstrook met passende groene aanplant aangelegd.

De genoemde zorgen van reclamant zijn in het planvoornemen dus reeds verwerkt en de groene aanplant zal dan ook worden aangeplant (passende beplanting maar geen hoge bomen, het moet recht doen aan de situatie ter plaatse). d. Bij de zuidelijke woningen heeft reclamant geen belang, omdat deze te ver van de woning gelegen zijn om hier hinder van te ondervinden. Daarnaast zijn dit slechts enkele aangeduide hoogteaccenten. Desondanks zijn, gedurende de uitwerkingsfase van de plannen en de overige aanpassingen aan het bestemmingsplan als gevolg van de zienswijzen, alsnog wel verlaagd. Kortom, in feite zijn er geen aanpassingen noodzakelijk maar er wordt alsnog tegemoet gekomen aan deze reclamant. f. Op deze plek wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 1, 6 en 7 daar deze eveneens over dit aspect gelijkluidend zijn. Wel wordt nog opgemerkt dat voor deze omliggende bestaande woning als gevolg van deze zienswijze de geluidsbelastingen nog beknopt zijn onderzocht in de huidige situatie en in de toekomstige situatie (woningen in het plangebied en het geluidsscherm tussen de A28 en Spijkweg, doorgerekend in memo ‘Toename van de geluidsbelastingen door realisatie van geluidsscherm’, zoals opgesteld door Buro Ontwerp & Omgeving, d.d. 03 april 2024).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14203841/1