Motivering e250071896
Tekst van het document
Ruimtelijke motivering TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Status: Ontwerp November 2025
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp
Ruimtelijke motivering TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a
Plannaam: Plantype: Status: Bij TAM:
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ruimtelijke motivering ten behoeve van een wijziging van het omgevingsplan Ontwerp NL.IMRO.0233.TAMStationsstraat4747a-0201
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding .............................................................................4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING .............................................................................................................. 4 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ......................................................................................... 4 HET OMGEVINGSPLAN ................................................................................................... 5 INSTRUCTIEREGELS BESLUIT KWALITEIT LEEFOMGEVING (BKL) .................................................... 6 LEESWIJZER .............................................................................................................. 6
Hoofdstuk 2 Huidige en gewenste situatie ..............................................8 2.1 2.2
HUIDIGE SITUATIE ....................................................................................................... 8 GEWENSTE SITUATIE .................................................................................................. 10
Hoofdstuk 3 Zorgvuldig ruimtegebruik, landschappelijke en stedenbouwkundige waarden ............................................................... 15 3.1 3.2 3.3
ALGEMEEN .............................................................................................................. 15 LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ....................................................................... 15 LANDSCHAPPELIJKE EN/OF STEDENBOUWKUNDIGE WAARDEN ..................................................... 16
Hoofdstuk 4 Beleidskaders ................................................................... 17 4.1 4.2 4.3
RIJKSBELEID ........................................................................................................... 17 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................. 18 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................ 20
Hoofdstuk 5 Omgevingsveiligheid......................................................... 24 Hoofdstuk 6 Beschermen van de waterbelangen .................................. 26 6.1 6.2 6.4
VIGEREND BELEID ..................................................................................................... 26 WATERTOETSPROCES EN WATERHUISHOUDING PLANGEBIED ...................................................... 27 CONCLUSIE ............................................................................................................. 27
Hoofdstuk 7 Bescherming gezondheid en het milieu............................. 28 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7
GELUID DOOR ACTIVITEITEN ......................................................................................... 28 BODEMKWALITEIT ..................................................................................................... 31 LUCHTKWALITEIT ...................................................................................................... 32 GEUR ................................................................................................................... 32 TRILLINGHINDER....................................................................................................... 33 GEZONDHEID .......................................................................................................... 33 DUURZAAMHEID EN KLIMAATADAPTATIE ............................................................................. 34
Hoofdstuk 8 Bescherming van de natuur .............................................. 36 8.1 8.2 8.3
GEBIEDSBESCHERMING ............................................................................................... 36 SOORTENBESCHERMING .............................................................................................. 37 CONCLUSIE ............................................................................................................. 39
Hoofdstuk 9 Archeologie en cultuurhistorie .......................................... 40 9.1 9.2 9.3 9.4
WETTELIJK KADER ..................................................................................................... 40 ARCHEOLOGIE.......................................................................................................... 40 CULTUURHISTORIE .................................................................................................... 40 CONCLUSIE ............................................................................................................. 41
Hoofdstuk 10 10.1 10.2 10.3
WETTELIJK KADER .................................................................................................. 42 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................ 42 CONCLUSIE .......................................................................................................... 43
Hoofdstuk 11 11.1
Infrastructuur en openbare ruimte .......................... 42
M.e.r.- Beoordeling................................................... 44
WETTELIJK KADER .................................................................................................. 44
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp 11.2 11.3
SITUATIE PLANGEBIED ............................................................................................. 44 CONCLUSIE .......................................................................................................... 44
Hoofdstuk 12 12.1 12.2
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................................................ 45 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .......................................................................... 45
Hoofdstuk 13 13.1 13.2 13.3
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid . 45
Juridische verantwoording ....................................... 47
INLEIDING ........................................................................................................... 47 OPZET VAN DE REGELS ............................................................................................. 47 VERANTWOORDING VAN DE REGELS .............................................................................. 48
Bijlagen bij de ruimtelijke motivering ................................................... 49 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7
WATERADVIES ................................................................................................ 49 BODEMONDERZOEK .......................................................................................... 50 STIKSTOFONDERZOEK ....................................................................................... 51 AKOESTISCH ONDERZOEK GELUID DOOR ACTIVITEITEN .................................................. 52 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ................................................................ 53 PARKEERBEREKENING ........................................................................................ 54 M.E.R.-BEOORDELING ....................................................................................... 55
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggende ruimtelijke motivering heeft betrekking op de herontwikkeling van de locatie Stationsstraat 45-47 en Garsteland 2-4 in Ermelo. Het voornemen betreft de uitbreiding van de Lidl supermarkt aan de Garsteland 4. Hiervoor wordt de bebouwing aan de Stationsstraat 47 gesloopt. Op deze plaats wordt op de begane grond de uitbreiding van de Lidl supermarkt gerealiseerd. Hier bovenop worden twee verdiepingen gerealiseerd met ruimte voor vijf appartementen. De uitbreiding van de Lidl is een essentiële investering om de vestiging toekomstbestendig te maken, te kunnen blijven voldoen aan de hedendaagse retailstandaarden en het winkelformule van Lidl. Opgemerkt wordt dat de uitbreiding van de Lidl supermarkt op basis van het omgevingsplan planologisch is toegestaan, de beoogde vijf appartementen niet. Verder was tot voorkort een COOP supermarkt aanwezig aan de Garsteland 2. Inmiddels is deze supermarkt gesloten en staat het gebouw leeg. Het voornemen is om hier ruimte te bieden aan centrumfuncties (niet zijnde supermarkt). Ook hiervoor is geen wijziging van het omgevingsplan benodigd. Wel is onderdeel hiervan om de voormalige kantine van de COOP supermarkt te transformeren naar een appartement. Hier is een wijziging van het omgevingsplan voor benodigd. Tot slot is het gewenst om de planologische mogelijkheden voor detailhandel op de voormalige COOP supermarkt te verwijderen.
Ook hiervoor dient het omgevingsplan te worden gewijzigd. In deze ruimtelijke motivering wordt in beginsel uitsluitend ingegaan op het planologisch mogelijk maken van de in totaal zes appartementen. Immers is de uitbreiding van de Lidl planologisch reeds toegestaan. Daarnaast is het verwijderen van de mogelijkheden voor detailhandel ter plaatse van de voormalige COOP supermarkt uitsluitend een planologische beperking welke per definitie niet zorgt voor een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Het voornemen is niet geheel in overeenstemming met het omgevingsplan. Om het voornemen planologisch mogelijk te maken is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Voorliggend TAM-omgevingsplan voorziet in het gewenste juridisch-planologische kader en toont aan dat het voornemen in overeenstemming is met ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de Stationsstraat 45-47 en Garsteland 2-4 in Ermelo. In de volgende afbeelding is de ligging van het plangebied weergegeven.
Afbeelding 1.1
Ligging plangebied (Bron: plattekaart.nl – bewerkt door BJZ.nu)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp
1.3
Het omgevingsplan
1.3.1
Geldend omgevingsplan
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het omgevingsplan van de gemeente Ermelo. Ter plaatse van het plangebied is sprake van het omgevingsplan van rechtswege zoals deze in werking is getreden op 17 mei 2024. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat uit een nieuw en een tijdelijk deel. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan wordt gevormd door de besluiten die zijn aangewezen in artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet, de kaarten en besluiten, bedoeld in artikel 3.5, lid 2 en 3 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet en de omgevingsplanregels van rechtswege, bedoeld in artikel 22.2, lid 1, Omgevingswet. Voor de duiding van het planologisch regime van het plangebied is met name het bestemmingsplan ‘Kom Ermelo’ van belang, dat onderdeel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied is hierin indicatief weergegeven met de rode contour.
Afbeelding 1.2
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Kom Ermelo’ (Bron: ruimtelijkeplannen.nl, BJZ.nu)
De gronden binnen het plangebied zijn voorzien van de functies ‘Gemengd’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Binnen de functie ‘Gemengd’ is een bouwvlak opgenomen. Binnen het bouwvlak is de functieaanduiding ‘detailhandel’ opgenomen. Dit houdt in voorliggend geval in dat ter plaatse detailhandel is toegestaan. Daarnaast is met maatvoeringsaanduidingen de maximum toegestane bouw- en goothoogte vastgelegd. Daarnaast is het gehele plangebied voorzien van de archeologische verwachtingswaarde ‘Waarde – Archeologie H’. 1.3.2
Opheffen strijdigheid
De maximum toegestane goothoogte voor het deel waar de uitbreiding van de Lidl is beoogd, alsook de daarbovenop te realiseren woningen (= 6 meter), is niet toereikend om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. Hierbij wordt benadrukt dat de beoogde uitbreiding van de Lidl op de begane
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp grond planologisch gezien in overeenstemming is met het omgevingsplan. Er zijn echter ter plaatse van het plangebied (nog) geen woningen toegestaan. Tot slot is het gewenst om ter plaatse van de voormalige COOP-supermarkt de aanduiding ‘detailhandel’ te verwijderen. De beoogde activiteiten passen daarmee niet geheel binnen de beoordelingsregels van het omgevingsplan. Om het voornemen te realiseren, is een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk. Voorliggende ruimtelijke motivering toont aan dat de beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Hierbij wordt benadrukt dat voorliggende motivering in hoofdzaak ingaat op de wens voor het toevoegen van in totaal 6 appartementen. Immers is de uitbreiding van de Lidl supermarkt reeds planologisch toegestaan. Ook de beperking/verkleining van de aanduiding ‘detailhandel’ ter plaatse van de voormalige COOP-supermarkt behoeft geen uitvoerige aandacht. De planologische ‘beperking’ heeft per definitie geen onevenredige gevolgen op de omgeving. Uitsluitend daar waar relevant wordt nader ingegaan op de uitbreiding van de Lidl en verkleining van de aanduiding ‘detailhandel’. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij het werken volgens de Omgevingswet.
Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) voor organisaties die bij de voorbereiding en inwerkingtreding van de wet nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van de tijdelijke alternatieve maatregelen is de TAM-IMRO ofwel het TAMomgevingsplan. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. Juridisch maakt het TAMomgevingsplan deel uit van het omgevingsplan van de gemeente. Technisch is het dat niet, waardoor aanvullende (voorrangs)regels noodzakelijk zijn. Hier wordt in hoofdstuk 14 nader op ingegaan.
1.4
Instructieregels Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
Het omgevingsplan bevat op basis van artikel 4.2 van de Omgevingswet voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: • • • • • • • •
waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2); beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3); beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; het behouden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes; gebruik van bouwwerken, waaronder de aanwijzing van woningbouwcategorieën (paragraaf 5.1.7a); het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).
In de motivering moet worden ingegaan op de bovengenoemde onderwerpen, wanneer deze relevant zijn voor de betreffende ontwikkeling. Per onderwerp dient een toetsing plaats te vinden. In het vervolg van deze ruimtelijke motivering wordt op de betreffende aspecten ingegaan.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige en gewenste situatie beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op de landschappelijke en stedenbouwkundige waarden in en rondom het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het relevante beleid beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de omgevingsveiligheid, waarna in hoofdstuk 6 de bescherming van de waterbelangen wordt behandeld. Hoofdstuk 7 en 8 gaan respectievelijk in op de bescherming van BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp de gezondheid, het milieu en de natuur. Hoofdstuk 9 behandelt de archeologische en cultuurhistorische waarden. Hoofdstuk 10 gaat in op de inrichting van de infrastructuur en openbare ruimte. In hoofdstuk 11 komt de m.e.r.-beoordeling aan bod. Hoofdstuk 12 behandelt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het voornemen. Ten slotte bevat hoofdstuk 13 de juridische planverantwoording.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp
Hoofdstuk 2
2.1
Huidige en gewenste situatie
Huidige situatie
Het plangebied ligt tussen de Stationsstraat en de Garsteland in Ermelo. De Stationsstraat is een historische straat waar sprake is van een gemengd gebied bestaande uit woonfuncties, detailhandel, horeca en andere centrumfuncties. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrenst door de Stationsstraat. Aan de zuidzijde de Garsteland en een parkeerterrein. Ten oosten en westen wordt het plangebied begrenst door de daar gesitueerde gebouwen. Binnen het plangebied is sprake van een Lidl supermarkt (Garsteland 4) een voormalige juwelier (Stationsstraat 47) en een voormalige COOP supermarkt (Garsteland 2). Op de verdieping van de gebouwen zijn bovenwoningen aanwezig. Verder is op de verdieping van de voormalige COOP een kantine gesitueerd (indicatief weergegeven met de blauwe contour in afbeelding 2.1) Het plangebied is nagenoeg geheel bebouwd. De luchtfoto in afbeelding 2.1 geeft een beeld van de huidige situatie ter plaatse van het plangebied. In afbeelding 2.2 en 2.3 zijn straatbeelden van het plangebied opgenomen.
Afbeelding 2.1
Huidige situatie plangebied (Bron: PDOK, bewerkt BJZ.nu)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp
Afbeelding 2.2
Huidige situatie zijde Stationsstraat (Bron: Google streetview juni 2024)
Afbeelding 2.3
Huidige situatie zijde Garsteland (Bron: Google streetview juni 2024)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp
2.2
Gewenste situatie
2.2.1
Begane grond
Het voornemen heeft betrekking op de uitbreiding van de Lidl supermarkt aan de Garsteland 4. Hiervoor wordt de bebouwing aan de Stationsstraat 47 gesloopt. Op deze plaats wordt op de begane grond de uitbreiding van de Lidl supermarkt gerealiseerd. De uitbreiding van de Lidl is een essentiële investering om de vestiging toekomstbestendig te maken, te kunnen blijven voldoen aan de hedendaagse retailstandaarden en het winkelformule van Lidl. Verder was tot voorkort een COOP supermarkt aanwezig aan de Garsteland 2. Inmiddels is deze supermarkt gesloten en staat het gebouw leeg. Het voornemen is om hier ruimte te bieden aan centrumfuncties (niet zijnde supermarkt). In navolgende afbeeldingen is de huidige en toekomstige situatie van de begane grond weergegeven.
Afbeelding 2.4
Huidige situatie begane grond (Bron: FERM Architecten b.v.)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp
Afbeelding 2.5
Beoogde situatie begane grond (Bron: FERM Architecten b.v.)
Tussen de uitbreiding van de Lidl en de voormalige COOP supermarkt wordt een passage gerealiseerd. Hiermee wordt een verbinding gerealiseerd tussen de Stationsstraat en het Garsteland. De gemeenschappelijk ruimte aan de zijde van het Garsteland wordt deels verlegd en krijgt een upgrade. Deze gemeenteschappelijke ruimte biedt ruimte voor een fietsenstalling, stalling van containers en entree voor de bovenwoningen. Op de verdieping van deze gemeenschappelijke ruimte wordt bergingsruimte gerealiseerd voor de zes beoogde appartementen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp
Afbeelding 2.6
2.2.2
Beoogde situatie bergingen op de verdieping (Bron: FERM Architecten b.v.)
Verdiepingen
Boven op de uitbreiding van de Lidl supermarkt worden twee verdiepingen gerealiseerd met ruimte voor vijf appartementen. Verder wordt de kantine van de voormalige COOP supermarkt getransformeerd naar een appartement. De appartementen zijn primair geschikt voor starters en kleine huishoudens. Hiermee wordt met name ingespeeld op de forse behoefte aan starterswoningen. Het beoogde gebouw aan de Stationsstraat bestaat in de toekomstige situatie uit maximaal drie bouwlagen. Hiermee wordt aangesloten op de bouwhoogte van de nabij gelegen gebouwen. In afbeelding 2.7 en 2.8 zijn gevelimpressies en 3D-impressies opgenomen. Dit laat zien dat het toekomstige gebouw zich naar aard en omvang goed voegt in het huidige straatbeeld.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp
Afbeelding 2.7
Gevelimpressies Stationsstraat 47 (Bron: FERM Architecten b.v.)
Afbeelding 2.8
3D-impressies beoogde situatie zijde Stationsstraat (Bron: FERM Architecten b.v.)
Aan de achterzijde van de beoogde appartementen aan de Stationsstraat wordt een (gemeenschappelijke) daktuin gerealiseerd. De appartementen op de 2e verdieping worden aan deze zijde voorzien van een galerij. Dit is weergegeven in afbeelding 2.8.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp
Afbeelding 2.9
3D-impressies beoogde situatie achterzijde appartementen (Bron: FERM Architecten b.v.)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp
Hoofdstuk 3
3.1
Zorgvuldig ruimtegebruik, landschappelijke en stedenbouwkundige waarden
Algemeen
In het vorige hoofdstuk is de gewenste ontwikkeling beschreven. Dit hoofdstuk zal ingaan op hoe het plan rekening houdt met de uitgangspunten van zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking, en de ter plaatse aanwezige landschappelijke en stedenbouwkundige waarden. De waardering van de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit is altijd gebiedsspecifiek. Deze kunnen worden benut binnen het ontwerp van een ruimtelijke ontwikkeling. De landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit maken integraal onderdeel uit van de taak van overheden om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor de landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit zijn in afdeling 5.1.5 instructieregels opgesteld voor het beschermen van deze kwaliteiten.
3.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.2.1
Algemeen
De Ladder is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of er binnen het stedelijk gebied kan worden ontwikkeld. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de Ladder is vereist. Bij de toetsing aan de ladder worden beide onderdelen van de Ladder meegenomen: • •
de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling; bij een ontwikkeling buiten stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen het bestaande stedelijk gebied in de behoefte te voorzien zijn verkend.
De Ladder wordt toegepast bij een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder, is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en een ‘stedelijke ontwikkeling’. •
•
bestaand stedelijk gebied betreft het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Een stedelijke ontwikkeling is de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is.
Artikel 5.129g Bkl legt geen grens vast wat voldoende substantieel is. In uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn wel lijnen uitgezet. De Afdeling geeft hierin geen harde ondergrenzen, maar stelt wel 'in beginsel' grenzen. Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.2.2
Toetsing van het voornemen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking
De voorgenomen ontwikkeling voorziet planologisch gezien in het toevoegen van zes woningen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Gelet op vorenstaande is er geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het voornemen voldoet daarmee aan de instructieregels uit artikel 5.129g van het Bkl.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp
3.3
Landschappelijke en/of stedenbouwkundige waarden
Het plangebied ligt op een binnenstedelijke locatie, daarom is geen sprake van landschappelijke waarden. Zoals in paragraaf 2.2 is aangegeven past de beoogde bebouwing goed in het straatbeeld aan de Stationsstraat.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp
Hoofdstuk 4
Beleidskaders
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen wordt ingezet op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van de mogelijkheden en behoeften van toekomstige generaties. 4.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid
In voorliggend geval betreft het een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er geen sprake is van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in de voorliggende ruimtelijke motivering opgenomen ontwikkeling. In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat. Hoofdstuk 3 is reeds ingegaan op de instructieregels zoals vervat in paragraaf 5.1.5, 5.1.7 en 5.1.8 van het Bkl.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Omgevingsvisie Gelderland
4.2.1.1 Algemeen In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. In de Omgevingsvisie worden twee provinciale hoofddoelen onderscheiden: •
een duurzame economische structuur;
•
het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de Gelderse leefomgeving.
Deze hoofddoelen zijn vertaald in provinciale ambities, waarbij per ambitie de aanpak op hoofdlijnen is beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: ‘de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel’. 4.2.1.2 Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers en duurzaam Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd investeren we in een vitaal platteland, juist als daar krimp
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Gelderland geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Gelderland gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. De ambities zijn als volgt geformuleerd: • • •
Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.
Om vorenstaande ambities te realiseren gaat de provincie in overleg met de Gelderse regio’s, om zodoende regionale afspraken te maken. 4.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland De regionale uitwerking van de provinciale ambities ten aanzien van het aspect wonen, zijn uitgewerkt in regionale woonvisies. In voorliggend geval is de ‘Regionale Woonagenda Achterhoek 2023 – 2030’ van toepassing. Zoals in paragraaf 4.3.3 wordt geconcludeerd, sluit het voornemen aan bij het regionale beleid. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland. 4.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
4.2.2.1 Algemeen Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema’s. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun omgevingsplan op deze regels afstemmen. 4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval betreft het voornemen een binnenstedelijke ontwikkeling waarbij woningen worden toegevoegd op de verdieping van een supermarkt. Hierdoor is met name artikel 5.64 (doorwerking regionale woonagenda) van toepassing. Daarnaast is vanwege de liggen in het intrekgebied artikel 4.35 van belang. Artikel 4.35 (verbod mijnbouwactiviteiten intrekgebieden) Het is verboden in een intrekgebied een mijnbouwwerk aan te leggen en te exploiteren, behalve voor het opsporen of winnen van aardwarmte. Artikel 5.64 (doorwerking regionale woonagenda) 1. Een omgevingsplan laat nieuwe woningen alleen toe als die ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. 2.
Als een ontwikkeling niet past binnen de regionale woonagenda, kan een omgevingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda die ontwikkeling toch toelaten als: a. de gemeentebesturen in de regio in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze daarover naar voren te brengen; en b. Gedeputeerde Staten met deze ontwikkeling instemmen. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp 4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsverordening Gelderland’ Het voornemen gaat niet uit van het exploiteren of aanleggen van een mijnbouwwerk. Artikel 4.35 vormt hiermee geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Zoals opgenomen in de ‘Regionale woondeal Noord-Veluwe’ wenst de regio in totaal 12.700 extra woningen te realiseren tot en met 2030, waarvan 1.508 in de gemeente Ermelo. De realisatie van voorgenomen ontwikkeling levert hier een bescheiden bijdrage aan (6 woningen). Geconcludeerd wordt dat het voornemen voldoet aan artikel 5.64 van de Omgevingsverordening Gelderland. 4.2.3
Conclusie toetsing aan het provinciale beleid
Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Gelderland en is verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland.
4.3
Gemeentelijk beleid
Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van beleidsplannen op het gebied van wonen, gezondheid, veiligheid, goede omgevingskwaliteit en duurzaamheid als centrale thema’s gekoppeld aan maatschappelijke doelen uit artikel 1.3 van de Omgevingswet. In deze paragraaf wordt ingegaan op de omgevingsvisie en andere voor voorliggend initiatief relevante beleidsstukken. 4.3.1
Omgevingsvisie Ermelo
4.3.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie Ermelo is vastgesteld op 26 januari 2022 en biedt een brede toekomstvisie voor Ermelo. De omgevingsvisie bevat een nieuw ruimtelijk perspectief met een integrale ontwikkelingsvisie voor Ermelo. De omgevingsvisie gaat uit van gemeentelijk- en regionaal beleid zoals de Groenvisie, de Woonvisie en de Mobiliteitsvisie. Belangrijke meerwaarde van de omgevingsvisie is het in samenhang brengen van al het beleid rondom de leefomgeving en een concretisering daarvan voor de verschillende gebieden. In de omgevingsvisie komen de ambities op de volgende hoofdlijnen terug: • • • • • •
Leefbaar, zorgzaam en gezond; groen, natuurlijk en met kwaliteit; duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief; economisch vitaal; ontspannen, verblijven en recreëren; bereikbaar en toegankelijk.
4.3.1.2 Centrum Ermelo Het plangebied ligt op basis van de omgevingsvisie in het deelgebied ‘Dorp Ermelo’. Centrum Ermelo kent een wat grotere mate van stedelijkheid, wat meer economische stedelijkheid. Stedelijkheid betekent veel verschillende activiteiten en functies in een gebied. In het centrumgebied is ook een andere verhuisdynamiek in vergelijking met de andere buurten in de gemeente Ermelo. Het is een overgangsbuurt (buurten die een transitie doormaken). Voor Centrum Ermelo is de verwachting dat dit ook een overgangsbuurt blijft met dynamische verhuisbewegingen. Het centrum van Ermelo is met het kernwinkelgebied het belangrijkste deelgebied wat betreft voorzieningen voor de gehele gemeente. Het kernwinkelgebied bestaat uit lintbebouwing, maar de bebouwing is hier voornamelijk geschakeld. Het plangebied ligt op basis van het deelgebied ‘Dorp Ermelo’ is een gebied met het kenmerk ‘economisch vitaal’ de ambitie die voor dit gebied geldt is als volgt: Naar een sterk, gevarieerd en compact centrum. Concentratie van winkel-, recreatie-, ontmoetings- en sociaal-maatschappelijke functies op de buitenranden: rondom Raadhuisplein in De Enk aan de westzijde en rondom het Molenplein en 't Weidje aan de
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp oostzijde. Daarnaast een aantrekkelijk en gevarieerd verblijfsgebied, dat dient als verbrinding met enkele historische functies als 'stepping stones'. Aandacht voor vergroening, kunst, ontmoeting en toegankelijkheid voor langzaam verkeer.
4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie Het voorgenomen initiatief sluit aan bij de ambities van de Omgevingsvisie Ermelo voor het deelgebied 'Dorp Ermelo'. De uitbreiding van de Lidl supermarkt en behoud van centrumfuncties in het voormalige COOP-gebouw draagt bij aan de ambitie voor een "sterk, gevarieerd en compact centrum" door het behoud en versterking van de winkel- en voorzieningenfunctie in het kernwinkelgebied. Het initiatief ondersteunt de concentratie van commerciële functies in het centrum, wat past bij het karakter van economische vitaliteit dat voor dit gebied is vastgesteld. De transformatie van leegstaande ruimte naar nieuwe centrumfuncties versterkt bovendien de gewenste variatie in het voorzieningenaanbod. Door het aanbieden van woningen geschikt voor starters en kleine huishoudens wordt ingespeeld op de lokale woningbehoefte, terwijl de maximale bouwhoogte van drie bouwlagen aansluit bij de bestaande bebouwingsstructuur. Het initiatief combineert op deze wijze de ambities 'economisch vitaal' en 'leefbaar, zorgzaam en gezond' door het creëren van een gemengde ontwikkeling die zowel de commerciële vitaliteit als de woonfunctie in het centrum versterkt. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling aansluit bij de 'Omgevingsvisie Ermelo'. 4.3.2
Woonvisie Ermelo 2030
4.3.2.1 Algemeen In de woonvisie Ermelo is het beleid uit de regionale woonvisie verder uitgewerkt voor de gemeente Ermelo. De gemeente Ermelo staat voor goed en groen wonen, in een bosrijk landschap waarbij werken en een breed palet aan voorzieningen en recreatiemogelijkheden binnen handbereik liggen. Dat is en blijft niet altijd vanzelf zo. Diverse maatschappelijke en economische ontwikkelingen zorgen ervoor dat de komende jaren stappen gezet moeten worden om de kwaliteiten van wonen in Ermelo te behouden. Dat wil de gemeente doen op een integrale, gedragen en flexibele manier. De woonvisie is daarbij de basis en luidt: "Exclusief wonen voor iedereen". Om dit te bewerkstelligen zet de gemeente in op drie strategische woonopgaven: a) Samen investeren in toekomstbestendig buurt(schapp)en; b) Woningbouwprogramma in balans; c) Passend en betaalbaar wonen voor iedereen. Nieuwbouw, herstructurering en transformatie zet de gemeente de komende jaren in voor alle doelgroepen. De gemeente heeft hierbij een programmering van nieuwbouwwoningen voor ogen waarin een goede balans is tussen de behoefte van de korte termijn en de lange termijn. Ook stimuleert de gemeente bij elke nieuwbouwaanvraag de inzet op groen- en natuurinclusief bouwen.
In Ermelo streeft de gemeente naar een woningvoorraad die zoveel mogelijk past bij de woonwensen, inkomens, levensfase en huishoudenssamenstelling van onze inwoners. Er is keuze voor iedereen, mede door een passend en betaalbaar woningaanbod. Hierbij zetten ze onder andere in op het vergroten van het aantal sociale huurwoningen. 4.3.2.2 Regionale woondeal Het doel is om in de regio Noord-Veluwe 12.700 woningen te bouwen tot en met 2030. Dat is afgesproken in de woondeal die in 2023 met de regiogemeenten is ondertekend. In de woondeal staat dat in Ermelo 1.508 woningen worden gebouwd in die periode. de komende twee jaar zal dit verder worden uitgewerkt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Ermelo Door zes nieuwe appartementen te realiseren die primair geschikt zijn voor starters en kleine huishoudens, wordt direct ingespeeld op de geconstateerde forse behoefte aan starterswoningen. Deze doelgroepgerichte woningontwikkeling draagt bij aan het gemeentelijke streven naar een woningvoorraad die past bij de woonwensen, inkomens en levensfase van inwoners, waarbij keuze voor iedereen wordt geboden. Het initiatief ondersteunt tevens de strategische woonopgave "Woningbouwprogramma in balans" door middel van transformatie en herstructurering van bestaande bebouwing. De sloop van het gebouw aan Stationsstraat 47 en de transformatie van de voormalige COOP-kantine naar een appartement illustreren een efficiënte herontwikkeling van de bestaande stedelijke ruimte. De realisatie van zes nieuwe wooneenheden levert bovendien een bescheiden maar concrete bijdrage aan de regionale woondeal-doelstelling van 1.508 woningen in Ermelo tot en met 2030. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de 'Woonvisie'. 4.3.3
Groen- en natuurinclusief bouwen
4.3.3.1 Algemeen Op 14 december 2017 is in uw raadsvergadering tijdens de behandeling van de Groenvisie 20172027 de volgende motie aangenomen: “Draagt het college van burgemeester en wethouders op: Na vaststelling van de Groenvisie in 2018, te komen met een uitvoeringsnota groen- en natuurinclusief bouwen. De strekking van de nota dient te zijn dat bij elke nieuwbouwaanvraag het thema groenen natuurinclusief bouwen aan de orde is en zo mogelijk ook uitvoering hiervan wordt verlangd.” Op 16 april 2019 is in de commissie Infrastructuur en Ruimte het voorstel met betrekking tot de uitvoeringsnota groen- en natuurinclusief bouwen behandeld. Wethouder Klappe heeft toen op verzoek van de commissieleden het voorstel teruggenomen en toegezegd: • •
het addendum van de commissie mee te nemen in het afwegingskader woningbouw; wel door te gaan met stimuleringsbeleid voor groen- en natuurinclusief bouwen.
4.3.3.2 Doelstellingen groen- en natuurinclusief bouwen Het groen in, op en aan gebouwen is van groot belang voor de leefbaarheid en voor het ecologisch functioneren van Ermelo. Daarnaast gaat het om een veel bredere opgave om meer groen in de woonomgeving toe te passen. Het behoud en ontwikkelen van groen is van groot belang voor bescherming en ontwikkeling van soorten en voor de biodiversiteit in Ermelo, voor een prettige leefomgeving, voor mogelijkheden voor natuurbeleving, voor welzijn en gezondheid en voor klimaatverbetering. Het begrip “groen- en natuurinclusief bouwen” wordt dus breed uitgelegd. 4.3.3.3 Het puntensysteem Bij projecten, waarbij de gemeente initiatiefnemer en/of ontwikkelaar is (bijv. bij tenderen), en bij wijzigingen van bestemmingsplannen wordt een verplicht puntensysteem gehanteerd. Naast woningbouwprojecten geldt dit puntensysteem ook voor andere projecten bijv. aanleg infrastructuur en bouw van andere gebouwen dan woningbouw. De essentie van het puntensysteem is dat de initiatiefnemer maatregelen neemt waarbij elke maatregel 1, 2 of 3 punten waard is. Afhankelijk van de omvang van het bouwproject wordt een verplicht aantal punten voorgeschreven. De keuze van maatregelen dient gebaseerd te zijn op ecologische advies zodat de maatregelen op een zo optimale wijze bijdragen aan de doelstellingen van groen- en natuurinclusief bouwen.
Overigens is dit niet (geheel) nieuw. Immers bij (bouw)projecten wordt nu al natuuronderzoek gedaan waar ook vaak advies over maatregelen met betrekking tot groen- en natuurinclusief bouwen wordt gegeven, maar deze zijn dan niet verplicht. Nu worden de maatregelen wel verplicht. Gekozen is voor een praktische en compacte lijst van maatregelen met verwijzingen naar voorbeelden. De eerste stap is het bepalen van de omvang van het project. Hoe groter de omvang, hoe meer maatregelen worden gevraagd. De projecten worden als volgt ingedeeld: BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp a) b) c) d)
Kleinschalige projecten oppervlakte kleiner dan 500 m² - [5 punten]; Middelgrote projecten oppervlakte tussen 500 m² en 2.000 m² - [11 punten]; Grootschalige projecten oppervlakte tussen 2.000 m² en 10.000 m² - [16 punten]; Zeer grootschalige projecten oppervlakte groter dan 10.000 m² - [26 punten].
4.3.3.4 Toetsing van het initiatief aan het beleid ‘Groen- en natuurinclusief bouwen’ Onderhavig plan betreft een project tussen 500 m2 en 2.000 m2 en is daarmee geclassificeerd als ‘middelgroot project’. Hiervoor is het in beginsel verplicht om ten minste 11 punten te behalen. In overleggen tussen initiatiefnemer en de gemeente is gebleken dat voor de voorliggende locatie maatwerk moet worden verricht, omdat het voldoen aan het puntensysteem van de gemeente op het plangebied niet haalbaar is. Wel is het voornemen dat er vergroend kan worden binnen het plan, zoals inheemse beplanting op het platte op de eerste verdieping, aangevuld met mos/sedum. Hiermee is het plan in lijn met de strekkingsrichting van het beleid ‘Groen- en natuurinclusief bouwen’ 4.3.4
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Het initiatief is in overeenstemming met de uitgangspunten uit het relevante gemeentelijk beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp
Hoofdstuk 5 5.1
Omgevingsveiligheid
Wettelijk kader
Op basis van paragraaf 5.1.2 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het waarborgen van de veiligheid. In dit hoofdstuk komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit de veiligheid gewaarborgd wordt. Gedoeld wordt op het waarborgen van de veiligheid ter voorkoming van branden, rampen of crises. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: • • • •
Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving; Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor); Buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving; Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.
Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • • • •
Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl); Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl).
Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. Voor het project moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Een gemeente kan binnen een aandachtsgebied voorschriftengebieden aanwijzen. Ze is verplicht een besluit te nemen over het wel of niet aanwijzen van voorschriftengebieden binnen een aandachtsgebied. Locaties binnen aandachtsgebieden waar zeer kwetsbare gebouwen zijn toegelaten moeten altijd als voorschriftengebied worden aangewezen. Een voorschriftengebied kan een deel van of het gehele aandachtsgebied zijn. In dit deel van het aandachtsgebied gelden dan aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. 5.2
Gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid gemeenten in de regio Veluwe-Noord
De beleidsvisie biedt de gemeenten de mogelijkheid om op gestructureerde wijze keuzes te maken over externe veiligheid en met name in de samenhang tussen ruimtelijke ordening en externe veiligheid. Daarnaast biedt de beleidsvisie ook een platform voor een samenwerking tussen de afdelingen van de gemeenten en bijvoorbeeld de hulpdiensten. Een belangrijk nevendoel van de beleidsvisie is om de beschikbare gemeentelijke middelen efficiënt in te zetten. Vanuit de externe veiligheidswetgeving gelden verplichtingen waarvan de invulling een inspanning vraagt van het gemeentelijk apparaat. En waar deze inspanning nabij risicobronnen tot duidelijke veiligheidswinst kan leiden, neemt deze 'winst' op grotere afstand van de bron zeer nadrukkelijk af. De systematiek in deze beleidsvisie externe veiligheid voorziet in het concentreren van de aandacht op gebieden waar deze 'winst' is te realiseren en in het volstaan met algemene beleidsregels voor gebieden op grotere afstand. Geld en kennis worden daarmee ingezet op plaatsen waar deze nodig zijn. Veel externe veiligheidsbeleid is vastgelegd in landelijke wet- en regelgeving, maar gemeenten zijn grotendeels verantwoordelijk voor de invulling en uitvoering daarvan. Gemeenten dienen een antwoord te hebben op nieuwe technische en juridische inzichten, alsook ontwikkeling van nieuwe risicobronnen.
Bij het invullen en uitvoeren van externe veiligheidsbeleid zijn drie thema's te onderscheiden:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp 1. inzicht verkrijgen in de externe veiligheidssituatie; 2. keuzes maken; 3. samenwerken. 5.2
Situatie in en bij het plangebied
Aan de hand van de kaart ‘Externe Veiligheid’ van de Atlas van de Leefomgeving is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de signaleringskaart staan meerdere soorten risico’s, zoals ongevallen met brandbare explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In afbeelding 5.1 is een uitsnede weergegeven. Het plangebied is de rode contour indicatief aangeduid.
Afbeelding 5.1
Plangebied op de externe veiligheidskaart (bron: Atlasleefomgeving.nl)
Het plangebied ligt niet in het aandachtsgebied of risicocontour van een risicobron. Tevens voorziet het voornemen niet in de realisatie van een risicobron. 5.3
Conclusie
Het plangebied bevindt zich buiten aandachtsgebieden voor omgevingsveiligheid. Met de voorgenomen activiteiten wordt de omgevingsveiligheid in voldoende mate gewaarborgd.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp
Hoofdstuk 6
Beschermen van de waterbelangen
Op basis van paragraaf 5.1.3 van het Bkl houdt het bevoegd gezag bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties rekening met het beschermen van de waterbelangen. In dit hoofdstuk wordt daarom ingegaan op het effect van de ontwikkeling op de waterhuishouding.
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2
Rijksbeleid
Het Nationaal Water Programma 2022–2027 (vastgesteld op 18 maart 2022) geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. We werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Er liggen grote opgaven voor het waterdomein: • • •
Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering; We moeten blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte; Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht.
Daarnaast zijn allerlei functies afhankelijk van water, zoals de scheepvaart, de landbouw en de natuur. Op de Noordzee moeten vele functies, waaronder de opgaven voor windenergie, natuurontwikkeling, duurzame visserij, scheepvaart en zandwinning, in balans met elkaar een plek krijgen. Om aan te geven om te gaan met de uitdagingen van ons water, ontwikkelde de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma 2022-2027. 6.1.3
Provinciaal beleid
In de Omgevingsvisie Gelderland wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlaktewater en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4
Waterschap Vallei en Veluwe
Op 22 november 2021 is het nieuwe waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe, het Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 (BOP) officieel vastgesteld door het algemeen bestuur. De Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) koerst naar een duurzame en water inclusieve leefomgeving. De BOVI2050 beschrijft waar het Waterschap Vallei en Veluwe in 2050 wil staan en geeft kleur aan deze doelstelling. Het BOP is de gebiedsgerichte en tactische uitwerking van de beleidsvisie. Hierin zijn de eigen doelen verbonden aan de maatschappelijke opgaven zoals de klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, hervorming landbouw, natuur- en stikstofopgave en de verstedelijking.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
TAM-omgevingsplan 22p Stationsstraat 47/47a Ontwerp Het BOP bevat vier gebiedsprogramma’s. Het plangebied is gelegen in de gebiedsopgave 'Noord Veluwe'. Gebiedsopgave Noord Veluwe De Noord-Veluwe en de randmeerkust ontwikkelen zich momenteel in een goede balans tussen stedelijke ontwikkeling, landbouw, natuur en recreatie. De balans behouden tussen de natuur en de groeiende waterrecreatie op de randmeren, de energie- en landbouwtransitie zijn opgaven in de randmeerkustzone.
6.2
Watertoetsproces en waterhuishouding plangebied
6.2.1
Watertoets
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de ontwikkeling rekening wordt gehouden met het aspect water. Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. In het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) wordt gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets. Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Waterhuishoudkundige aspecten
Het waterschap Vallei en Veluwe is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van ‘het wateradvies’ (https://hetwateradvies.nl/). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde ‘korte procedure’ van toepassing is. Hiermee is bepaald dat het plan geen invloed heeft op de waterhuishouding en/of de afvalwaterketen. Verder overleg met het waterschap is niet nodig. Het Waterschap Vallei en Veluwe geeft een positief wateradvies. Het resultaat van ‘het wateradvies’ is opgenomen in bijlage 1. Hierna wordt ingegaan op de relevante wateraspecten. • • •
6.4
Hemelwater: het regenwater wordt opgevangen en zoveel mogelijk vastgehouden in het plangebied (bijv. op het groene dak en de daktuin). Afvalwater: de nieuwe woningen worden op het bestaande gemeentelijke riool aangesloten. Waterkwaliteit: Er worden tijdens de bouw- en gebruiksfase geen materialen gebruikt die de waterkwaliteit verminderen. Het gebruik van uitlogende materialen wordt vermeden.