CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering e250070925

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente ErmeloBij agendapunt: Vaststellen TAM-Omgevingsplan Buitenbrinkweg 4118.190 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

TAM-IMRO Omgevingsplan 22g Buitenbrinkweg 41, Ermelo Toelichting

Bestemmingsplan TAM-IMRO Omgevingsplan 22g Buitenbrinkweg 41, Ermelo Toelichting

Plan Identificatie Planstatus Afdeling

: NL.IMRO.0233.BP80712-0301 : Ontwerp : Ruimetlijke Ontwikkeling

Gemeente Ermelo

Toelichting - TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - Ontwerp

pagina 3 van 50

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

7 Inleiding

7

Aanleiding Ligging plangebied Vigerend omgevingsplan De bij het plan behorende stukken Leeswijzer

Hoofdstuk 2

7 7 8 9 9

Beschrijving van het plan

10

2.1 Geschiedenis van het gebied 2.2 Huidige situatie 2.3 Beoogde situatie 2.3.1 Toekomstige inrichting van het plangebied Hoofdstuk 3

Beleid

14

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale omgevingsvisie 3.1.2 Rijksinstructieregels 3.1.3 Conclusie 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Gelderland 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland 3.2.3 Conclusie 3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regioarrangement Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde 2023 3.3.2 Regionaal Programma Werklocaties EHPZ 3.3.3 Conclusie regionaal beleid 3.4 Waterschap 3.4.1 Blauwe Omgevingsvisie 2050 (Waterschap Vallei en Veluwe) 3.4.2 Conclusie waterschapsbeleid 3.5 Gemeentelijk beleid 3.5.1 Omgevingsvisie Ermelo 3.5.2 Ontwikkelperspectief Horst en Telgt 3.5.3 Landschapsontwikkelingsplan Ermelo - Putten 2011-2021 3.5.4 Groen- en natuurinclusief bouwen 3.5.5 Conclusie Hoofdstuk 4

10 10 12 12

14 14 14 15 15 15 16 18 18 18 20 20 21 21 21 21 21 23 24 24 25

Gevolgen fysieke leefomgeving

26

4.1 Milieuzonering 4.1.1 Algemeen 4.1.2 Beoordeling 4.1.3 Conclusie 4.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.2.1 Algemeen 4.2.2 Beoordeling 4.2.3 Conclusie 4.3 Geluid 4.3.1 Algemeen 4.3.2 Beoordeling 4.3.3 Conclusie 4.4 Bodem 4.4.1 Algemeen 4.4.2 Beoordeling 4.4.3 Conclusie 4.5 Luchtkwaliteit

26 26 26 28 28 28 28 29 29 29 30 30 30 30 30 31 31

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 4 van 50

4.5.1 Algemeen 4.5.2 Onderzoek 4.5.3 Conclusie 4.6 Geur 4.6.1 Algemeen 4.6.2 Onderzoek 4.6.3 Conclusie 4.7 Omgevingsveiligheid 4.7.1 Algemeen 4.7.2 Beoordeling 4.7.3 Conclusie 4.8 Water 4.8.1 Beleidskader 4.8.2 Weging van waterbelang 4.8.3 Beoordeling 4.8.4 Conclusie 4.9 Natuur 4.9.1 Algemeen 4.9.2 Beoordeling 4.9.3 Conclusie 4.10 Erfgoed 4.10.1 Algemeen 4.10.2 Beoordeling 4.10.3 Conclusie 4.11 Verkeer en parkeren 4.11.1 Algemeen 4.11.2 Beoordeling 4.11.3 Conclusie 4.12 Duurzaamheid 4.12.1 Algemeen 4.12.2 Beoordeling 4.12.3 Conclusie 4.13 Besluit milieueffectrapportage 4.13.1 Algemeen 4.13.2 Beoordeling 4.13.3 Conclusie 4.14 Gezondheid 4.14.1 Algemeen 4.14.2 Beoordeling 4.14.3 Conclusie Hoofdstuk 5

31 32 32 32 32 33 33 33 33 34 34 34 34 34 34 35 35 35 36 37 37 37 38 39 39 39 39 40 40 40 41 44 44 44 45 45 45 45 45 46

Juridische toelichting

47

5.1 Inleiding 5.2 Opzet van de regels 5.2.1 Inleidende bepalingen 5.2.2 Algemene gebiedsoverstijgende regels voor activiteiten (thema's) 5.2.3 Specifieke regels over activiteiten 5.2.4 Algemene regels en Overgangsregels Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

Economische uitvoerbaarheid Kostenverhaal Nadeelcompensatie

Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3

Financiële uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie Bestuurlijk vooroverleg Procedure

47 47 47 47 48 48 49 49 49 49 50 50 50 50

Bijlagen bij de toelichting

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 5 van 50

Bijlage 1

Inrichtingsplan

Bijlage 2

Nieuwe situatie incl. natuurinclusieve maatregelen

Bijlage 3

Akoestisch onderzoek industrielawaai

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 5

Verkennend en aanvullend bodemonderzoek

Bijlage 6

Nader bodemonderzoek

Bijlage 7

Evaluatierapport bodemsanering

Bijlage 8

Wateradvies

Bijlage 9

Quickscan flora en fauna

Bijlage 10

Stikstofdepositieonderzoek irt N2000

Bijlage 11

Mededeling mer-beoordelingsplicht

Bijlage 12

Participatieverslag

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 6 van 50

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 7 van 50

Toelichting

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding

Sight Landscaping is een hoveniersbedrijf gespecialiseerd in het verzorgen van groene buitenruimtes en daktuinen. Hun voormalige hoofdvestiging in Harderwijk was verouderd en niet langer passend bij de duurzame ambities van het bedrijf. Het bedrijf is daarom op zoek gegaan naar een nieuw onderkomen. Vanwege de binding en samenwerking met lokale bedrijven in gemeente Ermelo is Sight Landscaping opzoek gegaan naar een locatie in Ermelo. Het perceel aan de Buitenbrinkweg 41 is geschikt bevonden en is met die reden in 2023 aangekocht door Sight Landscaping. Binnen het omgevingsplan zijn de beoogde activiteiten echter niet toegestaan. Hiervoor is een wijziging van het omgevingsplan nodig, waarbij de functie 'agrarisch' wordt gewijzigd naar 'bedrijf'. Doordat de locatie in Harderwijk al verkocht was voordat er een omgevingsplan wijziging procedure kon worden doorlopen is er vanuit de gemeente Ermelo medewerking verleend op basis van een tijdelijke vergunning. Voorwaarde hierbij was dat er door initiatiefnemer binnen 2 jaar een wijziging van het omgevingsplan werd voorbereid. Inmiddels is dit gebeurd en is het omgevingsplan gereed om ter inzage gelegd te worden. Het voornemen past niet binnen de regels van het geldende omgevingsplan. Om dit planvoornemen juridisch-planologisch mogelijk te maken, dient het omgevingsplan gewijzigd te worden.

Voorliggende ruimtelijke motivering bevat de toelichting voor de benodigde wijziging van het omgevingsplan en vormt de onderbouwing hiervan. Gemotiveerd wordt dat met deze wijziging tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt gekomen.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt in het buitengebied, ten westen van de kern Ermelo aan de Buitenbrinkweg 41. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Ermelo, sectie I, nummers 5425, 7429 en 5424 en heeft een totale oppervlakte van circa 17.335 m². Afbeelding 1.1 geeft de ligging en begrenzing van het plangebied weer. Voor de exacte ligging wordt verwezen naar de verbeelding van dit TAM-IMRO Omgevingsplan.

Afbeelding 1.1: Ligging en begrenzing van het plangebied

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 8 van 50

1.3

Vigerend omgevingsplan

Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Door inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft iedere gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege, hetgeen een tijdelijk deel betreft. Het omgevingsplan van rechtswege bestaat uit: Bestemmingsplannen, beheersverordeningen, uitwerkingsplannen, wijzigingsplannen & exploitatieplannen; Lokale verordeningen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan (bijvoorbeeld: Erfgoed- en/of Archeologieverordening en Geurverordening); Bruidsschat. Het geldend planologisch regime is vastgelegd in het "Omgevingsplan gemeente Ermelo". Ter plaatse van het plangebied gelden in het omgevingsplan de volgende bestemmingsplannen, welke van rechtswege onderdeel uitmaken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan: ''Bestemmingsplan Buitengebied Midden-West'' ''Parkeernormen'' Hieronder worden bovenstaande bestemmingsplannen met betrekking tot het plangebied toegelicht, waarna wordt ingegaan op de strijdigheid van het planvoornemen ten opzichte van het planologisch regime. Buitengebied Midden West Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan "Buitengebied Midden-West”. In dit plan is het plangebied bestemd als ‘Agrarisch’ met de aanduiding 'intensieve veehouderij met bouwvlakvergroting'. In de navolgende afbeelding is een uitsnede van het bestemmingsplan ter plaatse van het onderhavige plan weergegeven.

Afbeelding 1.2: Uitsnede van het bestemmingsplan 'Buitengebied Midden West' Strijdigheid Het plangebied ligt in bestemmingsplan ‘Buitengebied Midden West’. Het perceel Buitenbrinkweg 41 heeft een agrarische bestemming met de aanduiding 'intensieve veehouderij met bouwvlakvergroting'. Het bestemmingsplan kent geen wijzigingsbevoegdheden of andere afwijkingsmogelijkheden om het starten van een groenvoorzieningsbedrijf op deze locatie toe te

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 9 van 50

staan. De realisatie van het 'hoveniersbedrijf, niet zijnde tuincentrum', als hoofdfunctie is dus niet toegestaan. Om het plan juridisch-planologisch te verankeren wordt het omgevingsplan herzien middels een TAM-IMRO omgevingsplan. Paraplubestemmingsplan Parkeernormen Ter plaatse van het plangebied geldt ook het paraplubestemmingsplan ‘Parkeernormen’. In dit bestemmingsplan is geregeld dat voldaan moet worden aan de geldende parkeernormen. De regeling van dit parapluplan wordt overgenomen in voorliggend plan.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het plan "TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo" bestaat uit de volgende stukken: toelichting; verbeelding, schaal 1:1.000 (tek. no. NL.IMRO.0233.BP80712-0301) regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het TAM-IMRO Omgevingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de functies van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze functies zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de omschrijving, motivering en verantwoording van het TAM-IMRO Omgevingsplan.

1.5

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de beschrijving van het plan, waarna het plan in hoofdstuk 3 wordt getoetst aan het relevante ruimtelijke beleid. Daarna, in hoofdstuk 4, wordt ingegaan op de relevante aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving en het milieu. Hoofdstuk 5 licht het juridisch kader van het TAM-IMRO Omgevingsplan toe, onder andere bestaande uit een toelichting op de regels. Tot slot komen in hoofdstuk 6 en 7 respectievelijk de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan bod.

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 10 van 50

Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan 2.1

Geschiedenis van het gebied

Onderstaand kaartbeeld uit 1900 toont dat het plangebied in deze periode in het buitengebied is gelegen vanwege de agrarische percelen en graslanden rondom het plangebied. De omgeving heeft een sterk agrarisch karakter. De wegenstructuur is in de periode tot 1990 grotendeels ongewijzigd gebleven. In de omgeving is sprake van een geleidelijke toename van bebouwing door de jaren heen, maar de omgeving heeft het sterke agrarische karakter behouden.

Afbeelding 2.1: Historische ontwikkeling omgeving

2.2

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Ermelo aan de westzijde van de kern Ermelo aan de Buitenbrinkweg 41. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een voormalige agrarisch bedrijfsperceel met aangrenzend grasland. Het plangebied wordt ontsloten door de Buitenbrinkweg in westelijke richting naar de A28 en in oostelijke richting naar de kern van Ermelo. De Buitenbrinkweg is de doorlopende weg van het buurtschap Horst. Aan de westelijke zijde van het plangebied loopt in zuidelijke richting de Slagsteeg. Het plangebied is gelegen in een landelijke omgeving gekenmerkt door graslanden en akkers. Het bedrijfsperceel bood plaats aan een agrarisch bedrijf in de vorm van een (intensieve) paardenhouderij.

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 11 van 50

Afbeelding 2.2: Luchtfoto en begrenzing plangebied Het bedrijfsperceel biedt in de tijdelijk vergunde situatie plaats aan in totaal drie gebouwen, waarvan: één bedrijfswoning in de vorm van een boerderij à 278 m²; twee agrarische opstallen. De grote schuur heeft een oppervlak van circa 1.270 m². Het pand aan de linkerzijde van de boerderij heeft een oppervlak van circa 186 m². Een deel van het terrein is reeds in gebruik ten behoeve van de bedrijfsvoering van groenvoorzieningsbedrijf Sight Landscaping. In onderstaande figuur zijn geparkeerde mobiele werktuigen en werkbusjes zichtbaar. Het overige deel van het perceel bestaat uit bouwrijpe grond en verhardingen. Het plangebied beschikt over twee op- en afritten. Beide zijn aan de noordkant van het plangebied gesitueerd en ontsluiten op de Buitenbrinkweg.

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 12 van 50

Afbeelding 2.3: Huidige situatie plangebied

2.3

Beoogde situatie

2.3.1

Toekomstige inrichting van het plangebied

Het plangebied wijzigt van hoofdfunctie van agrarisch naar bedrijf. De agrarische activiteiten zijn reeds beëindigd en er wordt nieuwe bebouwing gerealiseerd. Het totale bebouwde oppervlak verandert echter niet. Een deel van de agrarische opstallen is reeds gesloopt. De bestaande woning wordt uitgebreid zodat het geheel kan worden gebruikt als kantoor. De schuur met een oppervlak van 1.270 m² blijft behouden en wordt gebruikt voor onderhoud, opslag en kantine. Daarnaast wordt aan de zuidkant van het perceel een bijgebouw gerealiseerd met een oppervlak van 186 m². In de beoogde ontwikkeling blijft het bebouwde oppervlakte hetzelfde als in de huidige situatie. In het plangebied zijn in de nieuwe situatie twee inritten beoogd. De bestaande inrit die ontsluit op de Buitenbrinkweg schuift een aantal meter op naar het oosten. De noordwestelijke oprit maakt plaats voor een nieuw te realiseren inrit aan de westkant van het plangebied die ontsluit op de Slagsteeg. Parallel aan de westelijke inrit zijn aan weerszijden van de weg meerdere parkeervakken beoogd. Aan de oostkant is ruimte gereserveerd voor buitenopslag van materialen. Op het grasveld aan de oostkant is ruimte voor 60 schapen. De graslanden aan de noordwestkant en oostkant van het plangebied blijven behouden waarbij een belangrijk ontwerpuitgangspunt het behouden van de openheid is.

Daarnaast worden er heggen aangeplant en wordt er een bloemenweide gerealiseerd.

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 13 van 50

Afbeelding 2.4: Beoogde situatie

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 14 van 50

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.

In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Doorwerking plangebied In dit geval is er sprake van een lokale ontwikkeling waarmee geen Rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI. 3.1.2

Rijksinstructieregels

Wettelijk kader In hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels op rijksniveau opgenomen voor het omgevingsplan. Deze komen voort uit de beleidsdoelen van de Omgevingswet. Met de instructieregels geeft het rijk aan welke onderwerpen bij een wijziging van het omgevingsplan in ieder geval aan bod moeten komen. Er zijn drie typen instructieregels: 1. Regels die in acht moeten worden genomen; 2. Regels waar rekening mee moet worden gehouden; 3. Regels die moeten worden betrokken bij de wijziging. Hoofdstuk 5 van het Besluit activiteit leefomgeving (Bal) bevat onder meer regels ten aanzien van onderzoeksinspanningen die voor specifieke voorgenomen activiteiten verricht dienen te worden. Toetsing De relevante onderwerpen en bijbehorende onderzoeken die volgens de instructieregels aan bod moeten komen worden in Hoofdstuk 4 Gevolgen fysieke leefomgeving van voorliggende ruimtelijke motivering behandeld. Conclusie

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 15 van 50

Op basis van hetgeen opgenomen in Hoofdstuk 4 Gevolgen fysieke leefomgeving met betrekking tot bovenstaande wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de rijksinstructieregels. 3.1.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat voorliggend plan voldoet aan het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

De Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 ingestemd met de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland'. De kern van deze Omgevingsvisie is dat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland voorop staat. Om dit te behouden en te bereiken worden in de omgevingsvisie drie uitgangspunten centraal gesteld: een Duurzaam, Economisch krachtig en een Verbonden Gelderland. Duurzaam Gelderland beschikt over talrijke initiatieven en kansrijke aanknopingspunten op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit. Gelderland maakt ruimte voor forse schaalsprongen ten behoeve van een duurzame omgeving, samenleving en economie. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: Energietransitie: In 2050 is Gelderland energieneutraal. Dat bereiken we door grootschalig besparen, opwekken uit duurzame energiebronnen en innoveren. Als tussendoel realiseren we 49% CO2 reductie in 2030. Klimaatadaptatie: In 2050 is Gelderland ingericht op het veranderde klimaat. Circulaire economie: In 2050 is Gelderland een afvalloze provincie. Met als tussenstap 50% reductie van het gebruik van grondstoffen in 2030. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden. Biodiversiteit: Vanaf 2019 denkt en werkt Gelderland natuurinclusief. Biodiversiteit gaat verder dan de bekende natuurgebieden.

Ook daarbuiten, in woonwijken, op werklocaties en bij infrastructuur wordt van biodiversiteit een kernkwaliteit gemaakt. Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik Het accent van stedelijke ontwikkelingen verschuift van nieuwbouw naar het vitaliseren van bestaande gebieden en gebouwen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In elk bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen gemeenten volgens de rijksladder aan de hand van drie stappen die locatiekeuze te motiveren. Deze rijksladder is van provinciaal belang. Wonen en woonwensen veranderen door de tijd en met de leeftijd. Mensen worden ouder en wonen steeds langer alleen en zelfstandig. Dynamiek op de woningmarkt is groot, ook als gevolg van ontwikkelingen in de Randstad. Het grootste deel van woningen die Gelderland nodig heeft in 2050 staat er al.

Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Er zal een goede balans moeten bestaan tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De provincie Gelderland streeft naar een duurzaam woon- en leefklimaat te creëren dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Op deze manier versterkt de economisch kracht en kwaliteit van leven in Gelderland. De ambitie is dan ook om in elk woonmilieu en van elk woontype de woningcapaciteit te vergroten, passend bij de diversiteit aan woningvraag in de provincie Gelderland. Voor ieder een passende, duurzame woning. Hierbij zal de al bestaande bebouwde omgeving optimaal worden benut. Onderzoek Voorliggend plan betreft de sloop van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. Er is geen toename van de bebouwingsoppervlakte, de ontwikkeling is voorzien van een landschappelijke inpassing. Dit sluit aan op het provinciaal beleid ten aanzien van het creëren van duurzaam en gezond leef- en woonklimaat. Op de visiekaarten en kaarten van de verordening heeft het plangebied geen aanduidingen die belemmerend kunnen zijn voor de uitvoering van voorliggend plan. Dit plan is in lijn

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 16 van 50

met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

De provinciale omgevingsverordening vormt samen met de waterschapsverordening en het gemeentelijke omgevingsplan één van de zes kerninstrumenten binnen het stelsel van de Omgevingswet, namelijk de decentrale algemene regels. Hoewel de Omgevingswet tot het vaststellen van een omgevingsverordening verplicht, bevat die wet weinig tot geen regels over de inhoud van de omgevingsverordening. Zo kent de Omgevingswet bijvoorbeeld - anders dan voor het Rijk - voor de provincie geen verplichting tot het stellen van instructieregels. De verordening bevat regels over: de fysieke leefomgeving; activiteiten die onderdelen van de fysieke leefomgeving wijzigen; de uitoefening van taken of bevoegdheden door bestuursorganen om te voldoen aan doelstellingen voor de fysieke leefomgeving. Aanvullend wordt in de Omgevingswet incidenteel een concreet belang of specifieke taak genoemd, waarvoor in de omgevingsverordening (nadere) regels moeten worden gesteld. Ook in het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt slechts voor een enkel concreet belang of specifieke taak aangegeven, dat de omgevingsverordening daarvoor regels moet bevatten. Verder is in het Omgevingsbesluit alleen aangegeven dat de omgevingsverordening geen strafbepalingen en geen belastingen mag bevatten.

Het Besluit activiteiten leefomgeving kent veel afwijk- of maatwerkruimte, waaraan in de omgevingsverordening invulling kan worden gegeven. Tenslotte bevat het stelsel veel bevoegdheden (kan-bepalingen) en laat daarmee veel afwegingsruimte aan het provinciebestuur om zelf inhoud te geven aan de omgevingsverordening. Locatiespecifiek Op het plangebied gelden de volgende gebiedsaanwijzingen: 1. 'aandachtsgebied windturbines rondom de Veluwe' 2. 'Gelderse streek Randmeerkust' 3. 'glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied' 4. 'intrekgebied' 5. 'werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland' Toetsing De gebiedsaanduiding 'aandachtsgebied windturbines rondom de Veluwe' is niet van toepassing, aangezien in het voorliggende plan geen windturbines worden gerealiseerd. Voorliggend plan voldoet aan de kernkwaliteiten uit de gebiedsaanduiding 'Gelderse streek Randmeerkust'. Dit is te vinden is in Bijlage 1 Inrichtingsplan. De gebiedsaanduiding 'glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied' is niet van toepassing, aangezien in het voorliggende plan geen glastuinbouw wordt gerealiseerd. Voorliggend plan is niet van invloed op gebiedsaanduiding 'intrekgebied', aagezien het plan geen invloed heeft op het intrekgebied vanwege de aard en omvang van het plan.

Uit Bijlage 9 Quickscan flora en fauna blijkt dat de gebiedsaanduiding 'werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland' geen belemmering is voor het plan. Solitaire bedrijvigheid Artikel 5.72 van de Omgevingsverordening heeft betrekking op solitaire bedrijvigheid. Omdat de onderhavige activiteit getoetst moet worden aan gronden waarop regels gelden conform de bestemming 'Bedrijf – Opslag' en 'Bedrijf', wordt aan het betreffende artikel getoetst. Artikel 5.72 (solitaire bedrijvigheid) Lid 1 Een omgevingsplan kan in het buitengebied een bedrijfsmatige activiteit toelaten, tenzij die activiteit naar huidige planologische inzichten thuishoort op een bedrijventerrein. Lid 2 In afwijking van het eerste lid kan een omgevingsplan een nieuwe bedrijfsmatige activiteit in het buitengebied toelaten als: 1. 2.

sprake is van functieverandering; of die ontwikkeling past binnen de in het regionaal programma werklocaties gemaakte afspraken

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 17 van 50

over solitaire bedrijvigheid. Lid 3 Een omgevingsplan kan in het buitengebied uitbreiding van solitaire bedrijvigheid die leidt tot bedrijfsbebouwing groter dan 1.000 vierkante meter en waarbij de uitbreiding zelf groter is dan 250 vierkante meter bedrijfsbebouwing toelaten als in de toelichting bij het omgevingsplan wordt; a.

gemotiveerd dat de uitbreiding past in regionale functieveranderingsafspraken of het regionaal programma werklocaties; b. aangetoond dat: 1. de uitbreiding qua aard en schaal past bij de omgeving; 2. verplaatsing naar een bedrijventerrein niet wenselijk is; en 3. de uitbreiding een maatbestemming krijgt. Toetsing van het initiatief aan Artikel 5.72 Lid 1 Het plangebied is gesitueerd in het buitengebied. Sight Landscaping is gespecialiseerd in het verzorgen van groene buitenruimtes voor overheden, bedrijven en instellingen, zorgcentra en bedrijven in horeca en recreatie, en het realiseren en onderhouden van daktuinen. Daarnaast is er een kleine agrarische activiteit aanwezig, door het houden van schapen. Door de banden met de agrarische omgeving behoort het bedrijf niet thuis op een bedrijventerrein. Lid 2 Er is sprake van “een nieuwe bedrijfsmatige activiteit”. Echter, is hier sprake van een gedeeltelijke functieverandering waardoor de activiteit toegelaten kan worden in het buitengebied. In het buitengebied heerst namelijk de ontsteningsgedachte. Ontwikkelingen zijn mogelijk met toepassing van het functieveranderingsbeleid. Een uitbreiding van het aantal m2 opstallen is daarom niet wenselijk. Dit is geborgd in de regels van dit TAM-IMRO omgevingsplan, zie artikel 7.3.2 en 7.4.2 onder d .

Lid 3 Er is geen sprake van een uitbreiding van de bedrijfsbebouwing, omdat het aantal vierkante meters in de toekomstige situatie niet meer mag bedragen dan in de huidige situatie, zie artikel 7.4.2 onder d. Artikel 5.72 vormt geen beletsel vormt voor onderhavige activiteit. Klimaatadaptatie In paragraaf 5.7.6 staan regels omtrent klimaatadaptatie beschreven. Deze paragraaf is opgenomen met het oog op het bevorderen van klimaatadaptatie bij nieuwe activiteiten of ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Artikel 5.85 (klimaatadaptatie) Lid 1 Voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. Lid 2 In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: waterveiligheid; wateroverlast; droogte; en hitte. Lid 3 De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Toetsing van het initiatief aan Artikel 5.85 Lid 1 Zie 4.12 Duurzaamheid. Lid 2 Zie 4.12.

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 18 van 50

Lid 3 Zie 4.12. werklocaties In paragraaf 5.7.2 staan regels omtrent werklocaties beschreven. Deze paragraaf is opgenomen met het oog op voldoende geschikte werklocaties passend bij de diversiteit van de vraag, zodat bedrijven een goede plek hebben om te ondernemen, nu en in de toekomst. Artikel 5.68 (regionaal programma werklocaties) Lid 1 Per regio stellen de gemeentebesturen samen met Gedeputeerde Staten een regionaal programma werklocaties op. Gedeputeerde Staten geven aan voor welke typen werklocaties het programma wordt opgesteld. Lid 2 Een regionaal programma werklocaties wordt eenmaal in de vier jaar geactualiseerd en wordt voorts tussentijds geactualiseerd zodra gewijzigde omstandigheden daar aanleiding toe geven. Toetsing van het initiatief aan Artikel 5.68 Het gebied valt onder het 'Regionaal Programma Werklocaties' van gemeente Ermelo, Hardewijk, Putten en Zeewolde. Het aspect wordt verder behandeld in paragraaf 3.3.2. 3.2.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat voorliggend plan voldoet aan het provinciaal beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regioarrangement Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde 2023

In het Regioarrangement Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde worden gezamenlijke afspraken gemaakt tussen de provincies, gemeenten en waterschappen over de aanpak van de gebiedsopgaven in samenhang voor de komende 20 tot 30 jaar (2050). Het college wil met dit voorstel de raad optimaal betrekken bij de besluitvorming rond dit regioarrangement en de agenderende opgaven voor de regio Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde (EHPZ). Daarbij zijn langjarige samenwerking en voldoende financiële middelen randvoorwaarden.

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 19 van 50

Figuur 4.1: Het landelijke gebied ten westen van Putten en Ermelo Het plangebied is gelegen in het door het Regioarrangement aangewezen Dynamisch Landschap. Een halfopen landschap, afwisselend en klein van schaal. Langs de A28 is het meer open en weids, automobilisten ervaren vanaf de Randstad bezien hier de ruimte die er nog is in regio EHPZ. Tegelijkertijd is het een gebied onder druk: de dorpen kunnen nauwelijks uitbreiden richting het oosten vanwege Natura 2000-gebieden, waardoor deze westelijke zone steeds belangrijker wordt voor toekomstige ontwikkelingen. Er is ruimte nodig voor wonen, werken en energieopwekking, maar ook voor natuur, landbouw en recreatie. De beken die van de Veluwe naar de Randmeren stromen spelen een sleutelrol in het vasthouden van water en het verbinden van natuurgebieden. De volgende koppelkansen zijn genoemd in het Regioarrangement: Er zijn naast bovengenoemde kansen in dit gebied meer kansen te definiëren en allereerst zal een gezamenlijke analyse van het gebied en haar stakeholders wat die koppelkansen zijn. Door de specifieke kwaliteiten van dit gebied in beeld te brengen. Leerpunten vanuit het reeds gestarte gebiedsproces GEUS betrekken op deze opgave. Harderwijk wil graag meekijken met deze opgave. Opgave afstemmen met aangrenzende gebieden (Randmeerkust, zuidelijk met andere landbouwgebieden).

De opgave voor het opnemen van bedrijvigheid in dit gebied koppelen met het op te stellen RPW EHPZ. Toets Voorliggend plan sluit aan bij het halfopen landschap, afwisselend en klein van schaal. Sight

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 20 van 50

Landscaping is gespecialiseerd in het verzorgen van groene buitenruimtes voor overheden, bedrijven en instellingen, zorgcentra en bedrijven in horeca en recreatie, en het realiseren en onderhouden van daktuinen. Daarnaast is er een kleine agrarische activiteit aanwezig, door het houden van schapen. Dit initiatief past goed binnen Dynamisch Landschap zoals is opgesteld in het Regioarrangement EHPZ. De koppelkans 'opnemen van bedrijvigheid' is relevant voor onderhavige activiteit. De koppeling met het RPW EHPZ is te vinden in paragraaf 3.3.2. 3.3.2

Regionaal Programma Werklocaties EHPZ

Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde hebben samen plannen gemaakt om bedrijven in de regio ook in de toekomst voldoende ruimte te bieden. Met het regionaal programma werklocaties (RWP) pakken de vier gemeenten de opgave op om ruimte voor ondernemers te bieden, banen dichtbij huis te faciliteren, de regionale economie te versterken en toekomstbestendig door te ontwikkelen en klimaatadaptieve bedrijventerreinen te realiseren. Om deze opgaven op te pakken zijn afspraken gemaakt over drie onderwerpen: Regionale afstemming, samenwerking en meerwaarde; Ruimte: bestaand en nieuw; Kwaliteit en duurzaamheid.

Figuur 4.2: Samenvattend figuur en onderlinge samenhang Toets Voorliggend plan draagt bij aan het onderwerp 'Regionale afstemming, samenwerking en meerwaarde' door het creëren van werkgelegenheid in de regio en binding van beroepsbevolking. Een groenvoorzieningsbedrijf biedt werkgelegenheid voor de beroepsbevolking. Voorliggend plan draagt tevens bij aan het onderwerp 'Ruimte: bestaand en nieuw' door optimaal gebruik te maken van de beschikbare ruimte van een herontwikkeling. Het voorliggend plan hoort niet thuis op een bedrijventerrein en wel in het agrarisch gebied zoals was geconcludeerd in paragraaf 3.2. Ten slotte draagt het voorliggende plan bij aan 'Kwaliteit en duurzaamheid' door de landschappelijke inpassing van het plan, zoals te zien in Bijlage 1 Inrichtingsplan. Onderhavig plan is niet strijdig met deze het RWP EHPZ. 3.3.3

Conclusie regionaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het regionale beleid geen belemmering vormt voor onderhavige activiteit.

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 21 van 50

3.4

Waterschap

3.4.1

Blauwe Omgevingsvisie 2050 (Waterschap Vallei en Veluwe)

De waterschapsverordening van Waterschap Vallei en Veluwe bevat regels over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor het watersysteem binnen het waterschapsgebied. De waterschapsverordening berust op artikel 2.5 van de Omgevingswet en vervangt de keur van Waterschap Vallei en Veluwe en de daarbij horende algemene regels. Bovendien bevat de verordening regels over lozingen, die voorheen op rijksniveau waren geregeld. Naar aanleiding van de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden, heeft het waterschap de regelgeving over de fysieke leefomgeving in een waterschapsverordening vastgelegd. Wat voorheen in de keur werd geregeld is nu opgenomen in de waterschapsverordening. De Omgevingswet maakt onderdeel uit van een complete stelselherziening van het omgevingsrecht. De invoering van de waterschapsverordening draagt bij aan de landelijke verbeterdoelen die zijn beoogd met de invoering van de Omgevingswet: een inzichtelijk omgevingsrecht, waarin de leefomgeving centraal staat, waarin ruimte is voor maatwerk en waarin besluitvorming over projecten sneller en beter verloopt.

In de toelichting op de Omgevingswet zijn deze doelen verder uitgewerkt en die luiden als volgt: Minder en daardoor overzichtelijkere regels Ingericht volgens het 'ja, mits'-principe Meer ruimte voor initiatieven Lokaal maatwerk Vertrouwen Onderzoek De regels in de waterschapsverordening zijn, met het oog op de maatschappelijke doelen van artikel 1.3 van de wet, gericht op: 1. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; 2. het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; 3. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; en 4. het beschermen en verbeteren van de doelmatige werking van een zuiveringtechnisch werk. Ter plaatse van de planlocatie gelden 73 'Activiteiten Beperkt Gebied'. Geen van deze bepalingen zijn relevant voor de beoogde activiteit, omdat er niets wordt gewijzigd in de waterhuishouding. Het aspect water wordt verder behandeld in paragraaf 4.8. 3.4.2

Conclusie waterschapsbeleid

Geconcludeerd wordt dat de waterschapsverordening geen belemmering vormt voor onderhavige activiteit.

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Omgevingsvisie Ermelo

De Omgevingsvisie Ermelo is vastgesteld op 26-01-2022 en biedt een brede toekomstvisie voor Ermelo. De omgevingsvisie bevat een nieuw ruimtelijk perspectief met een integrale ontwikkelingsvisie voor Ermelo. De omgevingsvisie gaat uit van gemeentelijk- en regionaal beleid zoals de Groenvisie, de Woonvisie en de Mobiliteitsvisie. Belangrijke meerwaarde van de omgevingsvisie is het in samenhang brengen van al het beleid rondom de leefomgeving en een concretisering daarvan voor de verschillende gebieden. In de omgevingsvisie komen de ambities op de volgende hoofdlijnen terug: Leefbaar, zorgzaam en gezond; groen, natuurlijk en met kwaliteit; duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief; economisch vitaal; ontspannen, verblijven en recreëren; bereikbaar en toegankelijk.

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 22 van 50

Afbeelding 3.1: Uitsnede kaart Buitengebied West Omgevingsvisie Het plangebied ligt in het deelgebied Buitengebied West. De omgeving van de Buitenbrinkweg is gericht op het behoud van het open landschap. Het belangrijkste is dat het groene karakter en de identiteit Ermelo behouden blijft en er wordt waarde gehecht aan klimaatadaptatie, biodiversiteit, schone lucht en een gezonde leefomgeving. Bovendien ligt het plangebied in het zoekgebied voor grootschalige energieopwekking. Doorwerking plangebied In het westelijke deel van de gemeente is de opgave geformuleerd om het groene en open karakter te behouden. De beoogde ontwikkelwensen vinden plaats op een bestaand erf. Er komt geen extra bebouwd oppervlak bij, waardoor het open karakter niet wordt geschaad. De groene elementen en kwaliteiten in het plangebied worden behouden en waar mogelijk versterkt, zoals te zien in Bijlage 1 Inrichtingsplan. Onderhavig plan is niet strijdig met deze ontwikkelingsperspectieven. 3.5.1.1 Structuurvisie functieverandering De structuurvisie functieverandering is opgesteld om stoppende agrariërs te helpen bij het vinden van een nieuwe functie van het perceel om daarmee te voorkomen dat de (voormalige) agrarische opstallen in verval raken en het landschap ontsieren.

In de structuurvisie functieverandering is een regeling opgenomen met daarin het minimum te slopen oppervlak en de te realiseren mogelijkheden daar tegenover.

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 23 van 50

Doorwerking plangebied Het plan voldoet niet geheel aan de structuurvisie functieverandering. Daarom is in overleg met de gemeente het volgende tot stand gekomen. Een deel van de agrarische opstallen is reeds gesloopt. De bestaande woning wordt herbouwd en uitgebreid zodat het geheel kan worden gebruikt als kantoor. De schuur met een oppervlak van 1.270 m² blijft behouden en wordt gebruikt voor onderhoud, opslag en kantine. Daarnaast wordt aan de zuidkant van het perceel een bijgebouw gerealiseerd. In de beoogde ontwikkeling blijft het bebouwde oppervlakte hetzelfde als in de huidige situatie. Om tegemoet te komen aan de gedachte van de structuurvisie functieverandering is een aantal voorwaarden nodig. Deze voorwaarden zijn tevens vastgelegd in het principebesluit: Sight Landscaping mag in de toekomst niet uitbreiden ten behoeve van de bedrijfsvoering (perceeloppervlakte m2); de bestaande opstallen (grootte m2) mogen niet worden uitgebreid; het bedrijfsperceel dient landschappelijk te worden ingepast; het bedrijfsperceel dient te worden ontsloten via de Slagsteeg. Het groenvoorzieningsbedrijf mag in de toekomst niet uitbreiden ten behoeve van de bedrijfsvoering (perceeloppervlakte m²). Een groter oppervlakte aan bedrijfsperceel is niet wenselijk. Er is volgens de structuurvisie maximaal 2500 m² aan bedrijfsperceel mogelijk.

De bestaande opstallen (grootte m²) mag niet worden uitgebreid; In het buitengebied heerst de ontsteningsgedachte. Ontwikkelingen zijn mogelijk met toepassing van het functieveranderingsbeleid. Een uitbreiding van het aantal m² opstallen is daarom niet wenselijk. Ook dient het bedrijfsperceel landschappelijk te worden ingepast. Er komt een ander type bedrijvigheid, dit vraagt om meer landschappelijke inpassing. Een omzoming van het bedrijfsperceel, met name aan de zuidzijde is hierom noodzakelijk. Ook is een voorwaarde dat het bedrijfsperceel wordt ontsloten via de Slagsteeg. Deze beleidsregels geven weer hoe de gemeente in voorkomende gevallen handelt, maar zijn niet bindend. Conclusie Hoewel het plan niet geheel voldoet een de structuurvisie functieverandering is de ontwikkeling toch mogelijk door de afspraken en voorwaarden die zijn gemaakt met de gemeente Ermelo. 3.5.2

Ontwikkelperspectief

Horst en Telgt

In 2016 is het buurtplan Horst en Telgt opgesteld, het ontwikkelperspectief Horst en Telgt biedt een verdiepingsslag daarvan. Het ontwikkelperspectief heeft als belangrijkste uitgangspunt het behouden en/of versterken van landschappelijke kwaliteit. Hierbij ligt de focus van het document op lokale kleinschalige projecten.

Figuur 3.2 Visiekaart Ontwikkelperspectief Doorwerking plangebied Hierboven in figuur 3.4 is het plangebied met blauwe omlijning weergegeven, daarop is te zien dat het plangebied geheel binnen het agrarische lint valt. Omdat de bestaande situatie binnen het

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 24 van 50

agrarisch lint valt, moeten nieuwe ontwikkelingen aansluiten bij de gebiedsregels, zoals gesteld in het ontwikkelperspectief. De gebiedsregels voor het agrarische lint hebben voornamelijk betrekking op bouwregels ten behoeve van nieuwbouw en het behouden en versterken van landschappelijke beleving. De nieuw te bouwen gebouwen voldoen qua positionering aan de gestelde eisen. Door de bestaande open ruimtes open te houden wordt een open groene structuur behouden. Met de voorgenomen wijziging vindt er geen afbreuk plaats van de landschappelijke kwaliteit van het lint en de groene uitstraling van het gebied. Er vindt juist een kwaliteitsverbetering plaats, doordat de tweede inrit en de paardenbak vervallen en daar een groene invulling voor in de plaats komt. De landschappelijke kwaliteit wordt tevens behouden door de bestaande schuur in zijn huidige omvang te laten staan en geen buitenopslag mogelijk te maken. 3.5.3

Landschapsontwikkelingsplan

Ermelo - Putten 2011-2021

Het buitengebied van Ermelo en Putten heeft bijzondere landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten die onder druk staan door de dynamiek in het buitengebied. De dynamiek biedt tevens kansen voor behoud van landschappelijke kwaliteiten en landschapsontwikkeling. Met het landschapsontwikkelingsplan wordt tot een uitvoeringsgericht plan gekomen voor behoud en verbetering van de kwaliteit van het landschap. Afbeelding 3.3 geeft het Kwaliteitsbeeld van het Landschapsontwikkelingsplan weer.

Afbeelding 3.3: Kwaliteitsbeeld Landschapsontwikkelingsplan Doorwerking plangebied Zoals op het kwaliteitsbeeld is te zien, ligt het plangebied in het Kampenlandschap met de kwaliteiten ‘waardevolle ruimtelijke eenheid’. Het Kampenlandschap kenmerkt zich door een kleinschalig cultuurlandschap met oude akkerlanden met een kleinschalige verkaveling. Het betreft een open/half open landschap. Voorliggend plan betreft een bestaand agrarisch bedrijfsperceel met agrarische opstallen. De agrarische activiteiten worden beëindigd. De bestaande woning wordt herbouwd en uitgebreid zodat het geheel kan worden gebruikt als kantoor. Op het grasveld aan de oostkant zal ruimte zijn voor 60 schapen. De graslanden aan de noordwestkant en oostkant van het plangebied blijven behouden waarbij een belangrijk ontwerpuitgangspunt het behouden van de openheid is. Daarnaast worden er heggen aangeplant en wordt er een bloemenweide gerealiseerd. Voorliggend plan zoals te zien in Bijlage 1 Inrichtingsplan past binnen het landschapsontwikkelingsplan Ermelo - Putten 2011-2021. 3.5.4

Groen- en natuurinclusief bouwen

Het groen in, op en aan gebouwen is van groot belang voor de leefbaarheid en voor het ecologisch functioneren van Ermelo. Daarnaast gaat het om een veel bredere opgave om meer groen in de woonomgeving toe te passen. Het behoud en ontwikkelen van groen is van groot belang voor bescherming en ontwikkeling van soorten en voor de biodiversiteit in Ermelo, voor een prettige leefomgeving, voor mogelijkheden voor natuurbeleving, voor welzijn en gezondheid en voor klimaatverbetering. Het begrip “groen- en natuurinclusief bouwen” wordt dus breed uitgelegd. Bij projecten, waarbij de gemeente initiatiefnemer en/of ontwikkelaar is (bijv. bij tenderen), en bij wijzigingen van het omgevingsplan wordt een verplicht puntensysteem gehanteerd. Naast woningbouwprojecten geldt dit puntensysteem ook voor andere projecten bijv. aanleg

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 25 van 50

infrastructuur en bouw van andere gebouwen dan woningbouw. De essentie van het puntensysteem is dat de initiatiefnemer maatregelen neemt waarbij elke maatregel 1, 2 of 3 punten waard is. Afhankelijk van de omvang van het bouwproject wordt een verplicht aantal punten voorgschreven. De keuze uit de onderstaande lijst van maatregelen dient gebaseerd te zijn op ecologische advies zodat de maatregelen op een zo optimale wijze bijdragen aan de doelstellingen van groen- en natuurinclusief bouwen. Doorwerking plangebied De gemeente Ermelo hanteert bij wijzigingen van het omgevingsplan een verplicht puntensysteem. Naast woningbouwprojecten geldt dit puntensysteem ook voor andere projecten bijvoorbeeld aanleg infrastructuur en bouw van andere gebouwen dan woningbouw. Afhankelijk van de omvang van het bouwproject wordt een verplicht aantal punten voorgeschreven. Zeer grootschalige projecten oppervlakte groter dan 10.000 m2 moeten 26 punten halen. De maatregelen zijn mede bepaald op basis van het ecologisch onderzoek van Bijlage 9 Quickscan flora en fauna. De volgende maatregelen worden getroffen om te voldoen aan het punten systeem: 15x (24x), 1 Inheemse haag > 10 meter 1x, 1 Ecologische wadi 5x, 1 Drie inheemse bomen 3x, 1 Waterschaal voor vogels 2x, 1 Nestplaats voor vogels (o.a.

zwaluw, mus, enz.) Voorliggend plan betreft een plan waarbij de beoogde ontwikkeling moet voldoen aan het systeem. Het inrichtingsplan moet voldoen aan het minimum aantal punten en welke maatregelen genomen worden.

3.5.5

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat voorliggend plan voldoet aan het gemeentelijk beleid.

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 26 van 50

Hoofdstuk 4 Gevolgen fysieke leefomgeving In dit hoofdstuk wordt gemotiveerd op welke manier bij de voorgenomen activiteiten rekening is gehouden met diverse aspecten uit de fysieke leefomgeving, dit om te komen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Voor een aantal aspecten zijn onderzoeken uitgevoerd. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in dit hoofdstuk. De bijbehorende rapportages zijn als bijlage aan deze ruimtelijke motivering toegevoegd.

4.1

Milieuzonering

4.1.1

Algemeen

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) gaf al in 2017 aan dat de uitgave 'Bedrijven en milieuzonering 2009' (ook bekend als het 'paarse boekje' en in de jaren voor 2009 het 'groene boekje') niet meer geschikt was voor toepassing onder de Omgevingswet. De Omgevingswet bevat immers meer mogelijkheden om een lokale afweging op maat te maken, per locatie en per activiteit. Daarbij wordt getoetst aan milieuwaarden in het omgevingsplan. Hiervoor publiceerde de VNG in 2019 een regel-systematiek onder de naam 'Milieuzonering nieuwe stijl', voor toepassing onder de Crisis- en herstelwet. Deze nieuwe systematiek omvat geen koppeling meer van activiteiten aan milieucategorieën per SBI-code en de daarbij behorende richtafstanden. De regels voor milieuzonering onder de Omgevingswet zijn veranderd, er is geen sprake van een beleidsneutrale overgang. Het beleid ten aanzien van 'geur' en 'geluid' is onder het regime van de Omgevingswet opgenomen in paragraaf 4.3 en paragraaf 4.6 Besluit kwaliteit leefomgeving. Op grond van de 'staalkaart' kan er aan individuele bedrijven een milieucontour worden toegekend in het omgevingsplan en wordt er alsdan niet meer gewerkt met vaste richtafstanden. In de huidige transitiefase is dit nog niet uitwerkt in het omgevingsplan van de gemeente.

De VNG heeft voor milieuzonering onder het regime van de Omgevingswet een brochure opgesteld, te weten het servicedocument 'Activiteiten en milieuzonering Omgevingswet', welke bruikbaar is in de vertaling van het voorheen geldende bestemmingsplanregime. Daarbij hoort tevens een tabel met een nieuwe indeling van afstanden, deze is onderstaand opgenomen als . Tabel 4.1: Richtafstanden milieuzonering Afstand in meters

Geur

Geluid

10

FM

FM

30

1

1

50

2

2

100

3

3

200

3

4

300

IT

IT

De letters 'FM' staan voor functiemenging. De letters 'IT' staan voor industrieterrein. Uit de tabel volgt dat niet simpelweg gesteld kan worden dat de huidige milieucategorieën cijfermatig hetzelfde blijven als de toekomstige afstandscategorieën. Ook onder het Omgevingswet-regime kunnen afstanden naar beneden worden bijgesteld, mits onderzoek is gedaan naar de aspecten geur en geluid. 4.1.2

Beoordeling

Type gebied: gemengd gebied ‘Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.’ Kijkend naar deze definitie omschrijving uit de VNG-brochure kan de omgeving van de Buitenbrinkweg 41 getypeerd worden als een 'gemengd gebied'. Langs de Buitenbrinkweg, nabij het deelgebied, bevinden zich relatief veel verschillende functies naast elkaar. Nabij het plangebied zijn woningen, bedrijven en een vakantiepark gesitueerd. De omgeving wordt derhalve beschouwd als 'gemengd gebied'. Milieubelastende activiteit of milieuhindergevoelige functie

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 27 van 50

Een kantoor behorend bij een hoveniersbedrijf betreft geen milieuhindergevoelige functie en kan in beginsel wel worden beschouwd als een milieubelastende activiteit. Derhalve kent onderhavig plan geen interne werking met betrekking tot milieuzonering. Wel te worden gekeken of omliggende functies last ondervinden van het bedrijf. Tot slot is de intensieve veehouderij definitief beëindigd. Met het onderhavige plan wordt derhalve een forse milieubelastende activiteit opgeheven. Om te kunnen beoordelen of bij in de omgeving van het bedrijf sprake is van een 'goed woon- en leefklimaat' en of omliggende milieubelastende functies in de bedrijfsvoering worden belemmerd zijn hieronder in tabel 4.2 de gegevens behorende bij het hoveniersbedrijf weergegeven. Op basis van deze tabel kan geconcludeerd worden of de voorgenomen ontwikkeling belemmeringen oplevert voor de omgeving. Tabel 4.2: richtafstanden activiteiten in de omgeving Adres

Omschrijving cf. systematiek VNG-richtlijn

Richtafstan d, 1 stap verkleind (m)

Werk. afstand (m)

Milieu bepalend aspect

Buitenbrinkweg 41

Plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m²

30

22

Geluid

In de bovenstaande tabel zijn de in de omgeving gelegen bedrijven opgenomen met de bijbehorende richtafstand conform de VNG-publicatie, omgerekend met de transponeertabel, en de feitelijke afstand tussen de dichtstbijzijnde woning en het onderhavige plan. De afstand van bestemmingsvlak tot bestemmingsvlak tot de dichtstbijzijnde woningen aan de Buitenbrinkweg 36 en 38 is 22 meter. De richtafstand wordt derhalve overschreden. Uit het akoestisch onderzoek industrielawaai blijkt dat de overschrijding van de richtafstand acceptabel is. Hierin is het afwijkingskader toegepast dat in de handreiking bedrijven en milieuzonering is opgenomen voor het aspect geluid. Met dit afwijkingskader kan aangetoond worden dat er ook bij een overschrijding van de richtafstand er sprake is van een passende situatie. Ten aanzien van het aspect geluid is in juni 2023 door Bureau Tideman een akoestisch onderzoek inzake industrielawaai als gevolg van de toekomstige activiteiten uitgevoerd. Hieronder volgt de conclusie, de gehele rapportage is als Bijlage 3 opgenomen. Er wordt inzicht gegeven in de optredende geluidbelasting vanuit de inrichting zoals deze wordt verwacht nadat het terrein is ingericht zoals gewenst.

Zowel het gemiddeld geluidniveau als gevolg voor indirecte hinder als het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau voldoet aan de richtwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde genoemd in de VNG-Publicatie voor een goed woon- en leefklimaat in het buitengebied. Alleen bij aankomst of vertrek van een vrachtwagen in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) wordt de richtwaarde met 4 dB overschreden tot een waarde van 64 dB(A). Voor gemengd gebied is een waarde van 65 dB(A) acceptabel. In deze situatie kan deze stap worden gemotiveerd vanwege de ligging langs de doorgaande weg waarbij de vertrekkende vrachtwagens zich niet onderscheiden van overig verkeer. Om echter de cumulatie van geluidbelasting in de avond- en nachtperiode te beperken en de leefkwaliteit in de directe omgeving van de Slagsteeg te waarborgen, is in de planregels een aanvullende maatregel opgenomen. Deze maatregel houdt in dat de in- en uitrit aan de Slagsteeg uitsluitend gebruikt mag worden tussen 07:00 en 19:00 uur. Buiten deze tijden dient al het gemotoriseerde verkeer gebruik te maken van de in- en uitrit aan de Buitenbrinkweg, die beter aansluit op de bestaande verkeersstructuur en minder gevoelig is voor geluidhinder. Deze maatregel draagt bij aan het beperken van piekgeluiden in de avondperiode en sluit aan bij de aanbevelingen uit het akoestisch onderzoek.

De regeling is juridisch geborgd in artikel 6.3.3 van de planregels. Het aspect indirecte hinder voldoet aan de richtwaarden die hiervoor zijn gesteld in de VNG-publicatie.

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 28 van 50

4.1.3

Conclusie

Door het uitvoeren van dit akoestisch onderzoek is voldoende beargumenteerd dat, ondanks de overschrijding van de richtafstand, er toch sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat bij omliggende woningen.

4.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.2.1

Algemeen

De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van leegstand. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.129g Bkl) is bepaald dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling de toepassing van de ladder is vereist. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik en de totstandkoming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Indien de ontwikkeling ‘buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied’ mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bkl opgenomen.

Een stedelijke ontwikkeling wordt gedefinieerd als ‘de ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandel-voorziening of een andere stedelijke voorziening en die voldoende substantieel is.’ Of een ontwikkeling of uitbreiding voldoende substantieel is volgt uit jurisprudentie. Daaruit blijkt onder meer dat een woningbouwontwikkeling die voorziet in de realisatie van meer dan 11 woningen binnen de bebouwde kom moet worden aangemerkt als woningbouwlocatie. Ook een kantoor, detailhandelsvoorziening of bedrijf met een oppervlakte van meer dan 500 m2 brutovloeroppervlak kan worden beschouwd als een stedelijke ontwikkeling 4.2.2

Beoordeling

Uit vaste jurisprudentie blijkt dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij sloop en nieuwbouw waarbij tevens een verandering van de functie plaatsvindt. In voorliggend plan is daar sprake van waardoor de ladder onderbouwd moet worden. De behoefte blijkt uit de noodzaak van het bedrijf, dat nu in het buitengebied van de gemeente Harderwijk is gevestigd, moet verhuizen omdat er woningbouw wordt gerealiseerd op die locatie. De huidige locatie van het groenvoorzieningsbedrijf is daarnaast te groot voor de huidige bedrijfsvoering. De wens is daardoor ontstaan om het bedrijfsoppervlak te laten inkrimpen en over een kleiner machinepark te beschikken. Daarnaast bestaat de wens van het groenvoorzieningsbedrijf om te verduurzamen. Het huidige kantoorpand is verouderd en niet toereikend. Aan de Buitenbrinkweg worden wel kansen gezien om te verduurzamen. De actuele regionale behoefte blijkt ook uit dat het groenvoorzieningsbedrijf de wens heeft uitgesproken zich in Ermelo te willen vestigen gezien de binding die het heeft met een aantal bedrijven in Ermelo waarmee ze al geruime tijd samenwerken. Voorliggend plan kan daarnaast niet worden gerealiseerd in reeds bestaand stedelijk gebied vanwege de omvang van het bedrijf.

Omdat het bedrijf voorziet in een kantoor, opslagplaatsen voor materiaal en materieel ten behoeve van het groenvoorzieningsbedrijf, alsook een wasstraat om het materieel schoon te spoelen, kan redelijkerwijs worden aangenomen dat er in bestaand stedelijk gebied niet kan worden voorzien in een dergelijke kavelgrootte en bouwopties. Het vestigen van een groenvoorzieningsbedrijf passender en wenselijker in het buitengebied vanwege de bedrijfsvoering. Het aankomend en wegrijdend verkeer veroorzaakt op deze plek wordt namelijk geen congestie, waar dit in bestaand stedelijk gebied eerder zou voorkomen. Door het groenvoorzieningsbedrijf op deze locatie te vestigen, kan de bedrijfsvoering beter uitgedragen worden dan wanneer het gevestigd zou zijn in bestaand stedelijk gebied of op een industrieterrein. Door de landschappelijke inpassing en de aanwezigheid van het groen wordt de bedrijfsvoering geëtaleerd.

Gemeente Ermelo

TAM-IMRO Omgevingsplan Buitenbrinkweg 41, Ermelo - ontwerp

pagina 29 van 50

4.2.3

Conclusie

Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het planvoornemen in overeenstemming is met de uitgangspunten van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

4.3

Geluid

4.3.1

Algemeen

Wettelijk kader Op grond van de Omgevingswet is het noodzakelijk om bij een ruimtelijke procedure te onderzoeken welke geluidbelasting een plan ondervindt door activiteiten in de omgeving. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. Allereerst moet worden vastgesteld of een plan in een aandachtsgebied is gelegen. Indien dit het geval is, dan gelden er standaardwaarden waar het geluid op geluidgevoelige objecten niet boven uit mag komen. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met de instructieregels in paragraaf 5.1.4.2 Bkl waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Per geluidbronsoort moet de geluidbelasting worden bepaald en worden getoetst aan onderstaande standaardwaarden en grenswaarden uit het Bkl (art. 3.34):

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16644586/1