CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering e250064072

Gemeenteraad 12 maart 2026, gemeente ErmeloBij agendapunt: Omgevingsplan Garderenseweg 6016.180 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Toetsing gebiedsbescherming Het plangebied grenst vrijwel aan Natura 2000-gebied Veluwe en wordt daarvan gescheiden door de Garderenseweg. De nieuwe woningen worden op een afstand van circa 30 meter of gebouwd. Diverse habitats en soorten van de Veluwe zijn beschermd, zoals enkele bos- en heidetypen. Specifieke bescherming is er onder meer voor het vliegend hert, de gevlekte witsnuitlibel en de kamsalamander. Relevante vogelsoorten zijn de wespendief, zwarte specht, boomleeuwerik, nachtzwaluw en de ijsvogel. Het vliegend hert is afhankelijk van oude eikenbossen en gevarieerde houtwallen en bosranden en is gevoelig voor oppervlakteverlies. De larven hebben dood en rottend hout nodig als voedsel, waar ze meerdere jaren in verblijven. In het plangebied is geen geschikt biotoop aanwezig. Wel in de omliggende gebieden. Nu er door het plan geen oppervlakteverlies aan leefgebied plaatsvindt, zijn er geen negatieve effecten te verwachten voor het vliegend hert. Ook voor soorten als wespendief, boomleeuwerik en zwarte specht geldt dat er geen oppervlakteverlies plaatsvindt of verstoring van broed- of voedselgebieden. Tussen het potentiële leefgebied en het plangebied ligt de relatief drukke Garderenseweg. Negatieve effecten zijn uit te sluiten. Gezien de aard en de afstand zijn directe effecten op beschermde habitats en soorten uit te sluiten.

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

26

De Veluwe heeft daarnaast voor stikstof gevoelige habitats. Uit stikstofonderzoek 5 blijkt dat er in de bouw- en de gebruiksfase sprake is van stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Na intern salderen door het stoppen met de veehouderij is er per saldo een forse structurele afname van de stikstofemissie en ook van de depositie. De aanleg- en gebruiksfase zijn ingevoerd in Aerius 2025 voor peiljaar 2026. De grootste afname op een hexagoon bedraagt 843 mol/ha/jaar en op 60.399 ha neemt de stikstofdepositie af met 0,01 mol/ha/jaar of meer. Na intern salderen met de gebruiksfase en de aanlegfase in één jaar en een afroomfactor van 85% is er een forse afname van de depositie. De grootste afname bedraagt dan 125 mol/ha/jaar. Na intern salderen is externe werking uit te sluiten. Hiervoor is sinds de uitspraak van de RvS uit december 2024 een natuurvergunning nodig. Provinciale Staten van Gelderland hebben een beperkingengebied voor stikstof ingesteld rond het natuurgebied Veluwe. Binnen zo'n beperkingengebied mogen geen nieuwe activiteiten worden gestart die stikstof veroorzaken en waarvoor een natuurvergunning nodig is. Het plangebied ligt buiten het stikstofbeperkingengebied dat de provincie eind april 2025 heeft ingesteld. Het plangebied ligt buiten het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Hiervoor geldt geen externe werking.

Het plangebied ligt wel in de Groene Ontwikkelingszone (GO) Houtdorperveld. Groene ontwikkelingszones zijn gebieden met andere functies dan natuur die ruimtelijk verweven zijn met de natuur van het Gelders Natuurnetwerk en daar functioneel mee samenhangen. Het beleid in de GO is gericht op versterking van die samenhang. De planontwikkeling heeft geen negatieve, maar alleen positieve effecten op de natuurwaarden van deze gebieden. Verder onderzoek of een ontheffing zijn niet nodig. Kernkwaliteiten zijn onder andere de heide, leefgebied das, Houtdorper- en Speuldervelden oud ontginningenlandschap. Met het beëindigen van de intensieve veehouderij is er een grote afname van de stikstofdepositie, wat voor de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van de GO een positief effect heeft. Vanuit de provincie is daarvoor een rekentool ontwikkeld. Er is hier geen verliesfactor, omdat er geen aantasting is van de kernkwaliteiten; er verdwijnt een intensieve veehouderij. Voor de woningen geldt een impactfactor. Deze is in de systematiek niet (deels) weg te strepen tegen het stoppen van de intensieve veehouderij. Aangezien het plangebied buiten het Natuurnetwerk of de groene ontwikkelingszone valt wordt het niet noodzakelijk geacht dat een verdere toetsing, in de vorm van ja, mits toets, aan de orde is.

De planontwikkeling heeft daarmee geen negatieve effecten op de natuurwaarden van deze gebieden. Verder onderzoek of een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit zijn niet nodig.

5

Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur, Memo stikstofdepositie sloop en nieuwbouw Garderenseweg 60 Speuld, 2024-061 Versie Okt.25-v2, Ermelo, 10 oktober 2025

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

27

Conclusie Uit het oogpunt van de gebiedsbescherming zijn er indien de natuurvergunning voor intern salderen van stikstof wordt verleend, geen belemmeringen voor de planontwikkeling. Gelet op de forse afname van de depositie kan deze natuurvergunning worden verleend. 4.6.3. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Toetsing soortenbescherming Op het perceel is gekeken naar beschermde soorten en verblijfplaatsen. Specifiek is gezocht naar (potentiële) verblijfplaatsen van vleermuizen, marters en eventuele jaarrond beschermde nesten van vogels. De stallen zijn ongeïsoleerd en hebben geen spouw. Omdat er kalkoenen worden gefokt is het bedrijf vatbaar voor infectieziekten van buiten af. Daarom zijn de stallen ontoegankelijk gemaakt voor vogels of andere dieren.

In de te slopen stallen zijn met zekerheid geen beschermde soorten of verblijfplaatsen aanwezig. Ook rondom de stallen wordt het gebied schoon en kort gehouden. De woning, het bijgebouw en de loods/schuur blijven behouden. Bij het locatiebezoek zijn ook geen aanwijzingen gevonden voor jaarrond beschermde soorten, behoudens nesten van de huiszwaluw en de boerenzwaluw (onder nok woning). Nader onderzoek of het aanvragen van een omgevingsvergunning flora en fauna-activiteit voor sloop van de kalkoenstallen is niet nodig. Er geldt een vrijstelling voor de algemeen beschermde soorten (Omgevingsverordening Gelderland). 4.6.4. Conclusie De planontwikkeling heeft geen wezenlijke invloed op de gunstige instandhouding van beschermde soorten en/of gebieden. Het aspect flora en fauna levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling. Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Zorgplicht). Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige.

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

28

4.7.

Luchtkwaliteit Algemeen Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: ▪ er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; ▪ het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; ▪ het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 µg/m³. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Voor woningbouw ligt de 3%-grens op 1.500 woningen. Toetsing In het plangebied neemt het aantal woningen met 11 toe. Dit aantal ligt ver onder de 3%-grens van 1.500 woningen. Derhalve kan worden geconcludeerd dat de planontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Uit de atlas voor de leefomgeving (peiljaar 2022, bron: www.atlasleefomgeving.nl) blijkt dat de achtergrondconcentratie stikstofdioxide (10,8 microgram per m³) en fijn stof (16,6 microgram per m³) zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m³ bevinden. De concentratie zeer fijn stof (8,8 microgram per m³) bevindt zich beneden de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 20 microgram per m³. In het plangebied worden de grenswaarden derhalve niet overschreden. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.8.

Geluid Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Een gemeente legt in het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vast. In afdeling 3.5 van het Bkl zijn regels voor belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen, wegen en spoorwegen opgenomen. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen (voor functies zoals wonen, onderwijs of zorg) en locaties nabij een geluidsbron. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde (gpp) (lokale spoorwegen die zijn aangewezen bij omgevingsver-

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

29

ordening, rijkswegen, provinciale wegen, hoofdspoorwegen en industrieterreinen) en bronnen met een basisgeluidemissie (bge). Voor lokale wegen (een verharde gemeente- of waterschapsweg met een verkeersintensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal) en lokale spoorwegen (een spoorweg die niet is aangewezen bij omgevingsverordening). Voor andere gebouwen of locaties bepaalt de gemeente zelf de mate van bescherming tegen geluid. Binnen het geluidaandachtsgebied is akoestisch onderzoek nodig om een geluidgevoelig gebouw toe te laten. Afbeelding 8: Standaardwaarden en grenswaarden. Geluidbronsoorten Rijkswegen en provinciale wegen Gemeentewegen en waterschapswegen Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen Industrieterreinen

Standaardwaarde

Grenswaarde 50 Lden 53 Lden 55 Lden 50 Lden 40 Lnight

60 Lden 70 Lden 65 Lden 55 Lden 45 Lnight

Toetsing Er is een akoestisch onderzoek6 uitgevoerd. De woningen zijn geprojecteerd binnen het aandachtsgebied van de Garderenseweg. het Lageveld en de Flevoweg. De provinciale weg N302 ligt op circa 300 meter van het plangebied. De provincie heeft nog geen GPP vastgesteld. Daarom gelden nog de regels van de oude Wet geluidhinder. Het plangebied ligt buiten de 250 meter brede zone. Voor beoordeling van eventuele cumulatie is de N302 wel in het onderzoek meegenomen. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd op basis van verkeersgegevens de provincie Gelderland. Uit het onderzoek blijkt dat de waarde van het geluid op de gevels van de nieuwe woningen zowel vanwege de gemeentelijke wegen als van de provinciale weg aan de standaardwaarde van respectievelijk 53 en 50 dB Lden voldoet. Er zijn daarmee voor alle woningen geluidluwe gevels en een geluidluwe buitenruimte aanwezig. Het plan past binnen de randvoorwaarden van het gemeentelijke geluidbeleid. De benodigde karakteristieke geluidwering van de gevels moet voor een binnenniveau van 33 dB voldoen aan de minimale eis uit het Bbl van Ga;k= 20 dB, inclusief de ventilatie. Conclusie Het aspect verkeerslawaai vormt hiermee geen belemmering voor realisatie van de aanvraag.

4.9.

Geur Algemeen Er bestaan diverse sectoren waar geurhinder een rol kan spelen, zoals onder meer bij veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen, en (andere) milieubelastende activiteiten. Regels over geur zijn ver-

6

AWG Geluidadvies bv, Akoestisch onderzoek transformatie Garderenseweg 60 Speuld, 2024-061 Versie Aug.24-v2 Ermelo, 11 november 2024

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

30

deeld over verschillende Amvb's. Het verschilt per type activiteit waar er regels zijn opgenomen. Conform de Omgevingswet dienen de activiteiten allereerst te voldoen aan de regels die in het tijdelijk omgevingsplan staan. Indien er nog geen aanpassing heeft plaatsgevonden van het tijdelijk omgevingsplan en sprake is van een activiteit/inrichting die/dat voorheen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer viel, dan gelden de regels uit de Bruidsschat. De Bruidsschat (BS) bevat regels over: ▪ geur door het houden van landbouwhuisdieren en paarden en pony's voor het berijden in een dierenverblijf (par. 22.3.6.2 BS); ▪ geur door het houden van fokteven van nertsen (par. 22.3.6.3 BS); ▪ geur door andere agrarische activiteiten, zoals o.a. het opslaan van vaste mest, champost of dikke fractie en het composteren of opslaan van groenafval (par. 22.3.6.4 BS); ▪ geur door het exploiteren van zuiveringstechnische werken (par. 22.3.6.5 BS). Voor een aantal milieubelastende activiteiten geldt een vergunningplicht op basis van hoofdstuk 3 van het (Bal). In het Bkl staan algemene beoordelingsregels en specifieke beoordelingsregels voor geur. Toetsing In de omgeving van het plangebied is een nog aantal veehouderijen gevestigd. Daarom is onderzocht7 of het geuraspect past binnen een evenwichtige toedeling van functies voor wonen in het plangebied.

Op het Leuvenumseveld 13 is een rundveehouderij gevestigd. De voorgrondbelasting deze veehouderij is berekend op 1,1 OUE/m³, op de grens van het voorgestelde bouwvlak. Dit ligt ruim binnen de norm van 14 OUE/m³. Er staan diverse andere woningen op kortere afstand van het bedrijf dan de woningen in het plangebied. Daarmee zijn de nieuwe woningen sowieso niet onevenredig belemmerend voor het bedrijf. De achtergrondbelasting is berekend op 3-4 OUE/m³ op de nieuwe woningen. Dat komt overeen met een hinderpercentage van 5-6%. Dit ligt ruim onder de 20%, wat als een goede geurkwaliteit is te zien. Het gaat hier niet om een woonwijk, maar om enkele woningen. Daarmee is het feitelijk aantal mensen met eventuele geurhinder zeer beperkt. Conclusie Het aspect geur levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.10. Milieuzonering In planologische procedures waarin de vestiging van woningen in de nabijheid van bedrijven (of andersom) mogelijk wordt gemaakt, moet rekening worden gehouden met ruimtelijk relevante milieuhygiënische aspecten van die bedrijven.

7

Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur, Onderzoek geur realisatie nieuwe woningen Garderenseweg 60 Ermelo, 2024-061 Mrt.25-v2, Ermelo, 17 maart 2025

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

31

Het begrip 'inrichting' uit de Wet milieubeheer bestaat onder de Omgevingswet niet meer; deze is vervangen door regels voor milieubelastende activiteiten. Een 'milieubelastende activiteit' is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Lozingsactiviteiten op oppervlaktewater of een zuiveringsinstallatie of wateronttrekking vallen niet onder de definitie van een 'milieubelastende activiteit'. Inhoudelijk zijn er weinig veranderingen, wel is de systematiek gewijzigd. De rijksregels voor milieubelastende activiteiten staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor activiteiten die niet in H3 van het Bal zijn aangewezen, kan een gemeente regels opnemen in het Omgevingsplan. De algemene zorgplicht (artikel 1.7) en het algemene verbod (artikel 1.7a) uit de Omgevingswet zijn altijd van toepassing. De gemeente Ermelo heeft in H22, afdeling 22.3 regels opgenomen met betrekking tot milieubelastende activiteiten in relatie tot geluid en geur. Om hinder tussen bedrijven en woningen te voorkomen, is ook onder de Omgevingswet een goede afstemming noodzakelijk. Milieuzonering zorgt ervoor dat bij de bouw van nieuwe woningen voldoende afstand in acht wordt genomen tot milieubelastende activiteiten (tussen bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen).

Zo worden hinder en gevaar voorkomen en kunnen bedrijven zich binnen aanvaardbare voorwaarden in een gebied vestigen en activiteiten (blijven) uitoefenen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft in de brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) een handreiking8 gedaan ten behoeve van de afstemming tussen ruimtelijke ordening en milieu op lokaal niveau. De publicatie heeft bedrijven ingedeeld in categorieën met bijbehorende richtafstanden tot gevoelige functies, zoals woningen. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de grond die is aangewezen voor de functie bedrijf en anderzijds de gevel van een woning. De richtafstanden hangen samen met de gebiedskenmerken. De VNG-publicatie hanteert twee omgevingstypen, namelijk: een rustige woonwijk/buitengebied en een gemengd gebied. In een rustige woonwijk of buitengebied wordt functiescheiding nagestreefd. Tussen milieuhinder gevoelige functies en bedrijven dient de minimaal aan te houden 'richtafstand' in acht te worden genomen. In geval van een gemengd gebied, waar sprake is van functiemenging, kan een verkleinde richtafstand worden gehanteerd. In tegenstelling tot rustige woongebieden worden in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieuhinder gevoelige functies acceptabel geacht. De richtafstand mag in deze gebieden met één afstands-

8

In oktober 2024 is de VNG-handreiking Activiteiten en milieuzonering gepubliceerd. Deze handreiking is in hoofdzaak is bedoeld voor de inrichting van het nieuwe omgevingsplan en niet om te onderzoeken of er bij milieugevoelige functies (zoals woningen) nabij milieubelastende functies een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gerealiseerd kunnen worden. De handreiking ziet vooral op het inrichten van een omgevingsplan met milieubelastende functies. Om aan te tonen dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij ruimtelijke ontwikkelingen, is de handreiking uit 2009 nog steeds bruikbaar.

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

32

stap worden verkleind (10 meter behorende bij milieucategorie 1 wordt 0 meter, 30 meter van milieucategorie 2 wordt 10 meter van milieucategorie 1, etc.). Het uitgangspunt van de VNG handreiking is dat de gemeente deze gemotiveerd toepast. Het is een hulpmiddel, maar het legt niet vast wat wel en wat niet is toegestaan. Een gemeente dient zelf zorgvuldig af te wegen, te bepalen en te motiveren welke functies en activiteiten zij in een bepaald gebied toelaatbaar acht en welke Staat van Bedrijfsactiviteiten zal worden toegepast, zodat maatwerk en flexibiliteit voor een plangebied ontstaat. Er wordt een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk/buitengebied' en 'gemengd gebied'. Afbeelding 9: Omgevingstype. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonRichtafstand tot omgevingstype gemengd wijk en rustig buitengebied gebied 10 meter 0 meter 30 meter 10 meter 50 meter 30 meter 100 meter 50 meter 200 meter 100 meter 300 meter 200 meter

Toetsing Het plangebied ligt niet binnen de richtafstanden van bedrijven en/of voorzieningen buiten de begrenzing van het plangebied. Op het perceel Garderenseweg 60 zal echter een agrarisch hulp- en nevenbedrijf worden voortgezet. Deze behoren tot SBI-code 0161 en milieucategorie 3.1. Op basis daarvan geldt een richtafstand van 50 meter. Een deel van de nieuw te realiseren woningen is binnen die richtafstand geprojecteerd. Geluidhinder is de bepalende milieufactor van dit type bedrijven. In het akoestisch onderzoek (AWG Geluidadvies bv, Akoestisch onderzoek transformatie Garderenseweg 60 Speuld, 2024-061 Versie Aug.24-v2 Ermelo, 11 november 2024) is, is de representatieve bedrijfssituatie van dit bedrijf bepaald. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau is LAr;LT= 39 dB(A) of lager en de maximale niveaus zijn LAmax=58 dB(A) of lager. Deze waarden passen binnen de richtwaarden voor een rustig buitengebied. Omdat de bestaande bedrijfswoning aan de Garderenseweg 60 wordt omgezet naar een 'burger'woning, wordt dit ten opzichte van het agrarisch hulp- en nevenbedrijf een woning van derden. Ook voor deze woning is daarom onderzocht 9 of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), dat op 1 januari 2024 in werking is getreden, biedt de mogelijkheid om - net als dat voor plattelandswoningen in het verleden al mogelijk was – voor

9

AWG Geluidadvies bv, Memo richtafstanden bedrijven en milieuzonering 'voormalige bedrijfswoning' Garderenseweg 60 Speuld, 2022024-061 Versie Jul.25-v2 Ermelo, 9 juli 2025

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

33

voormalige bedrijfswoningen afwijkende milieuregels te laten gelden in relatie tot reguliere woningen. Het bevoegd gezag kan in het omgevingsplan de waarden voor geluid, geur, trillingen en slagschaduw vanwege een activiteit niet laten gelden voor een woning met een voormalige functionele binding met die activiteit (artikel 5.62, 5.85, 5.89e en 5.96 van het Bkl). De gemeente geeft op basis van haar beleid voor voormalige bedrijfswoningen aan wat zij aanvaardbaar vindt voor geluid, geur, trillingen en slagschaduw. Als het nodig is voor een acceptabel woonklimaat, kan de gemeente regels stellen voor het bedrijf waartoe de bedrijfswoning behoorde. Volgens de VNG-brochure bedrijven en milieuzonering uit 2009 geldt voor de bedrijfsmatige activiteiten van het agrarisch hulp- en nevenbedrijf een richtafstand van 30 meter. In de VNGbrochure nieuwe stijl is dit vertaald naar een standaardwaarde van 50 dB(A) in gemengd gebied. Voor het langtijdgemiddelde is uitgegaan van de standaardwaarde + 5 dB, conform hetgeen gebruikelijk is bij woningen op bedrijventerreinen. In tabel 5.65.1 van het Bkl zijn de standaardwaarden voor toelaatbaar geluid op een gevoelig gebouw opgenomen. Bij aandrijfgeluid is er geen norm voor piekgeluid in de dagperiode en geldt een piekniveau van L Amax=70 dB(A) in avond en nacht. Het betreft in deze situatie aandrijfgeluid en portieren.

De gemeente Ermelo heeft echter nog geen eigen Omgevingsplan vastgesteld (alleen de 'bruidsschat'), waarmee formeel nog de oude grenswaarden van toepassing zijn. De voormalige bedrijfswoning ligt op een paar meter van de beoogde activiteiten. Voor de dagperiode zijn de optredende geluidniveaus op zich acceptabel. Als er in de avond bedrijfsmatige voertuigbewegingen zijn (zoals bij brengen en halen in en uit de stalling), dan is niet te voldoen aan de maximale waarden, zoals genoemd in het Bkl+5 dB. Mogelijke maatregelen liggen met name in de organisatorische sfeer, bijvoorbeeld door in de avond alleen te parkeren aan de oostzijde van het bijgebouw. Zodoende is te voldoen aan de standaardwaarde voor gemengd gebied + 5 dB en aan de maximale waarden zoals genoemd in het Bkl. Na het treffen van organisatorische maatregelen (parkeren in de avond ten oosten van het bijgebouw) is een karakteristieke geluidwering van GA;K=20 dB voldoende voor een goed binnenniveau in zowel dag- als avondperiode. Vanuit oogpunt van milieuzonering en vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het plan daarmee uitvoerbaar. Advies is de waarden van het geluid op de gevels wel vast te leggen in het omgevingsplan.

Conclusie Vanuit oogpunt van milieuzonering is het plan zowel uitvoerbaar voor de nieuw te realiseren woningen als voor de omzetting van de bestaande bedrijfswoning in een 'burger'woning.

4.11. Omgevingsveiligheid Algemeen Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de omgevingsveiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5.1.2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van be-

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

34

lang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: ▪ activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. ▪ het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor). ▪ buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving. ▪ windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving. De paragrafen 5.1.2.2 tot en met 5.1.2.6 van het Bkl gaan over het toelaten van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Plaatsgebonden risico Grenswaarden en standaardwaarden voor het Plaatsgebonden Risico (PR) ten aanzien van (zeer) (beperkt) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties zijn opgenomen in artikel 5.6 tot en met artikel 5.11a van het Bkl. Grenswaarden voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties (artikel 5.7 lid 1 Bkl) worden in een Omgevingsplan in acht genomen.

Met standaardwaarden voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties wordt in een omgevingsplan rekening gehouden (artikel 5.11 Bkl). Voor het plaatsgebonden risico gelden, afhankelijk van de activiteit, vastgestelde afstanden of te berekenen afstanden (bijlage VII Bkl). Groepsrisico Bij groepsrisico is sprake van 'aandachtsgebieden'. Risicovolle activiteiten hebben van rechtswege aandachtsgebieden (artikel 5.12 Bkl). Het opnemen van aandachtsgebieden in een omgevingsplan is niet verplicht. Een aandachtsgebied geldt van rechtswege, en is een gebied rond activiteiten met gevaarlijke stoffen dat zichtbaar maakt waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Aandachtsgebieden zijn er voor brand, explosie en gifwolk. Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen, zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden rekenkundig te bepalen (bijlage VII Bkl). Aandachtsgebieden worden zichtbaar gemaakt in het Register externe veiligheidsrisico's (REV). Binnen een aandachtsgebied kan sprake zijn van een voorschriftengebied. Een gemeente kan in het Omgevingsplan afzien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied aanwijzen (artikel 5.14 Bkl).

Als het initiatief ligt in een voorschriftengebied, dan gelden voor nieuwbouw aanvullende bouweisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (artikel 4.90 tot en met 4.96 Bbl. Voor zeer kwetsbare gebouwen, zoals scholen, kinderdagopvang, en verzorgingstehuizen, geldt altijd een voorschriftengebied, en gelden dus aanvullende bouweisen bij nieuwbouw (artikel 5.14 Bkl). Los van een eventueel voorschriftengebied kan een gemeente aanvullende eisen stellen, bijvoorbeeld aan vlucht-

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

35

routes en de bereikbaarheid van het gebied door hulpdiensten. Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel. Toetsing Uit de risicokaart blijkt dat het plaatsgebonden risico van de relevante risicobronnen geen belemmering vormt voor het voorgenomen initiatief. De noordwesthoek van het kadastrale perceel maakt onderdeel uit van een explosie-aandachtsgebied. Hier vinden geen woningbouwontwikkelingen plaats. Het plangebied ligt voor het overige buiten dit aandachtsgebied. Afbeelding 10: Fragment risicokaart

Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.12. Trilling Algemeen Het onderdeel Trillingen is geregeld in paragraaf 22.3.5 van de Bruidsschat. Daarin worden regels gesteld aan trillingen in een frequentie van 1 tot 80 Hz door een activiteit in een trillinggevoelige ruimte van een trillinggevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Er gelden maximale waarden voor continue trillingen en voor herhaald voorkomende trillingen. De maximale waarden zijn opgenomen in de tabellen in artikel 22.88 en 5.87a van de Bruidsschat. Toetsing In de omgeving van het plangebied zijn er geen activiteiten die trillingshinder veroorzaken. Conclusie Het aspect trilling levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

36

4.13. Welstand Welstand gaat over hoe de uiterlijke kenmerken van een bouwwerk in de omgeving passen, denk aan vorm, kleur of gebruikte materialen. De redelijke eisen van welstand zijn uitgewerkt in de welstandsnota van de gemeente. In de bruidsschat zijn regels opgenomen met betrekking tot: ▪ repressief welstand (artikel 22.7), oftewel de excessenregeling, en ▪ beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning met betrekking tot een bouwactiviteit en het in stand houden en gebruiken van het te bouwen bouwwerk (artikel 22.29). Als een gemeente geen welstandsnota en ook een beleidsregels voor de beoordeling van het uiterlijk van bouwwerken heeft, dan gelden de regels in de bruidsschat niet. De bruidsschat geldt ook niet bij een bouwwerk of in een gebied dat de gemeente als welstandsvrij heeft aangewezen. Toetsing Op basis van de Nota Omgevingskwaliteit (zie paragraaf 3.4.6) geldt voor het plangebied in dit geval echter een streng regime, omdat het plangebied aan een bebouwingslint ligt. Voor bouwplannen van meer dan 4 woningen of als het bouwplan een omvang heeft dat groter is dan 500 m² is een beeldkwaliteitsplan vereist. Ten behoeve van de planontwikkeling is daarom een beeldkwaliteitsplan vervaardigd (zie voetnoot bij paragraaf 3.4.6). Conclusie De bouwplannen zullen te zijner tijd worden getoetst aan de dit beeldkwaliteitsplan.

4.14. Archeologie, cultuurhistorie en landschap 4.14.1. Algemeen In de Omgevingswet wordt onder cultuur erfgoed verstaan monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet. In artikel 5.130 Bkl zijn bepalingen opgenomen om in het omgevingsplan cultureel erfgoed te beschermen. Daarnaast staan in afdeling 8.8 van het Bkl regels voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. 4.14.2. Archeologie Het Verdrag van Malta regelt de omgang met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland ondertekende dit verdrag van de Raad voor Europa in 1992. Aanleiding voor dit verdrag was dat het Europese archeologische erfgoed in toenemende mate bedreigd werd. Niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening.

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

37

De uitgangspunten van het Verdrag van Malta zijn binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Artikel 5.130, lid 3 Bkl bepaalt dat in het omgevingsplan regels kunnen worden gesteld over de uitvoering van onderzoek bij activiteiten die een te verwachten archeologisch monument kunnen verstoren. Voor projecten kleiner dan 100 m² mag geen archeologisch onderzoek gevraagd worden, tenzij in het omgevingsplan anders is bepaald. Toetsing Uit het vigerende bestemmingsplan (zie paragraaf 1.3) blijkt dat archeologisch onderzoek nodig is indien bodemingrepen plaatsvinden die respectievelijk groter zijn dan 250 m² en dieper dan 30 centimeter. Uit advies van de regio-archeoloog van 8 februari 2024 blijkt dat geen archeologisch onderzoek uitgevoerd hoeft te worden. Uit archeologisch onderzoek dat eerder op aangrenzende percelen is uitgevoerd, blijkt dat er een dunne bouwvoor aanwezig is die direct op de natuurlijke ondergrond (zand) ligt. De aanwezigheid van stallen is niet positief voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Daarom is de kans op het aantreffen van waarden te gering om onderzoek te verlangen.

Indien tijdens de werkzaamheden resten worden aangetroffen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze resten van cultuurhistorische waarde zijn, geldt een wettelijke meldingsplicht conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet. Conclusie Het aspect archeologie levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling. Het is niet noodzakelijk om aan de gronden een functie voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden toe te kennen in het TAM-omgevingsplan. 4.14.3. Cultuurhistorie In het plangebied zijn geen Rijks- of gemeentelijke monumenten aanwezig. Conclusie Het aspect cultuurhistorie levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.15. Bodem Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn in paragraaf 5.1.4.5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) voor het aspect bodem instructieregels in het opgenomen. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. Het wettelijke instrumentarium voor bodem berust op drie pijlers: ▪ het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie);

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

38

▪ het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging over de kwaliteit van de leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies); ▪ het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer historische verontreinigingen). De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens. De toelaatbare kwaliteit van de bodem is een voorwaarde voor bouwen op verontreinigde bodem en is geen omgevingswaarde. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Toetsing ▪ Bodemonderzoek Om de milieukundige bodemgesteldheid te bepalen is een verkennend bodemonderzoek10 uitgevoerd. Op basis van het vooronderzoek is voor het plangebied de onderzoekshypothese 'onverdachte locatie' en voor de locatie van de voormalige bovengrondse dieselolietank de hypothese 'verdachte locatie' gebruikt voor het verkennend bodemonderzoek. Beide hypotheses zijn op grond van de analyseresultaten van de grondmonsters verworpen. Voor het plangebied kan de onderzoekshypothese 'onverdacht' op grond van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters heel strikt genomen niet worden gehandhaafd. Formeel gesproken is de kwalificatie verdacht van toepassing.

De aangetroffen benzeenconcentratie in het grondwater is echter van lichte aard en geeft geen aanleiding tot aanvullend onderzoek. De aangetroffen concentratie is gelijk aan de streefwaarde. In het boven- en ondergrondmengmonsters zijn geen overschrijding van de interventiewaarde aangetroffen. De onderzoekshypothese 'verdachte locatie' voor de locatie van de voormalige bovengrondse dieselolietank kan op grond van de analyseresultaten van het grondmonster niet worden gehandhaafd. In het bovengrondmengmonster is geen overschrijding van de interventiewaarde aangetroffen door de verdachte parameters. Op basis van de analyseresultaten van de bovengrond ter plaatse van de brandstoftank zijn er geen aanwijzingen voor een sterke bodemverontreiniging veroorzaakt door de voormalige brandstoftank. Ook bij de uitvoering van het veldwerk is geen olie-water reactie vastgesteld. ▪ Asbest in bodemonderzoek De onderzoekshypothese 'verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting' is op basis van de analyseresultaten en het berekende gewogen gehalten asbest bevestigd. Bij de analyse van de grondmonsters van de zes onderzochte druppellijnen is bij vijf asbest aangetroffen. Bij de onderzochte druppellijnen wordt de maximale toegestane waarde van 100 mg/kg ds wordt

10

Grondvitaal B..V., Verkennend bodemonderzoek en asbest in bodemonderzoek Garderenseweg 60 3852 NK Ermelo, 2431065 Versie: 01 Revisiestatus: Definitief, Putten, 8 oktober 2024

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

39

niet overschreden. Bij de analyse zijn in de grondmonsters van drie druppellijnen asbestverdachte vezels aangetroffen in de fractie <0.5 mm. Door middel van een SEM-analyse is de asbestconcentratie van de fijne fractie <0,5 mm bepaald. De aangetroffen concentratie in alle drie de grondmonster overschrijdt de risiconorm van 10 mg/kg ds niet. In twee druppellijnen is ter plaatse van de inspectiegaten een gewogen asbestconcentratie van respectievelijk 59,1 en 52,5 mg/kg ds vastgesteld. Formeel dient bij overschrijding van de halve maximale toelaatbare concentratie van 100 mg/kg ds. aanvullend of nader onderzoek uitgevoerd te worden. De aangetroffen concentratie asbest wordt zeer waarschijnlijk veroorzaakt door de erosie van de asbesthoudende dakplaten. Omdat de oorzaak van de asbestverontreiniging bekend is en, daarmee de omvang van de verontreiniging, wordt aanvullend of naderonderzoek niet noodzakelijk geacht. Conclusie De milieukundige bodemgesteldheid is geschikt voor het beoogde gebruik.

4.16. Weging van het waterbelang Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op grond van artikel 5.37 Bkl rekening te worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken. Dit betekent dat een zogenaamde 'weging van het waterbelang' (voorheen: watertoets) dient plaats te vinden. Toetsing Het plangebied ligt in het beheergebied van het Waterschap Vallei en Veluwe. Ten behoeve van de planontwikkeling is op 21 januari 2025 de digitale watertoets11 uitgevoerd. Hieruit blijkt het plangebied aan de westzijde een watergang met een natuurfunctie raakt. Op grond daarvan is overleg met het waterschap noodzakelijk. Voor het overige zijn er vanuit het Waterschap geen belemmeringen zijn voor de planontwikkeling. Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat zo veel mogelijk hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet of niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) worden voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap.

11

buRO – bureau voor ruimtelijke ordening, Digitale watertoets Garderenseweg 60 Speuld, Amersfoort, 16 augustus 2024

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

40

Afbeelding 11: Ligging watergang met natuurfunctie.

Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. De gemeente hanteert voor nieuwbouw een ontwateringsnorm van 90 cm (gemeten tussen de GHG en de onderkant van de vloer). Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Het waterschap vraagt de initiatiefnemer de beslisboom voor het afkoppelen van verhard oppervlak van het waterschap toe te passen. Conclusie Buiten het plangebied ligt aan de westzijde een watergang met natuurwaarde. Hieraan zullen hier geen ingrepen plaatsvinden.

Het aspect weging van het waterbelang levert daarom en ook voor het overige geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

41

5.

Juridische toelichting

5.1.

Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het voorliggend TAM-omgevingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel.

5.2.

Opzet van de regels Deze wijziging van het omgevingsplan betreft een TAM-omgevingsplan. TAM-IMRO is bedoeld voor gemeenten die nog geen gebruik kunnen maken van het planvormingsdeel van het DSO. Bijvoorbeeld doordat de plansoftware nog niet alle daarvoor benodigde functies biedt. Het kan ook zijn dat de gemeente te weinig tijd rest om het planproces goed te beproeven. Of dat er nog onvolkomenheden zijn in de landelijke voorziening. Met TAM-IMRO kunnen gemeenten toch hun omgevingsplan wijzigen. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. De TAM-IMRO betreft niet alleen het gebruik maken van de oude software maar het gaat ook om langduriger gebruik van de bestaande systemen en koppelingen. Het juridisch bindend gedeelte van het TAM-omgevingsplan bestaat uit regels en bijbehorende verbeelding waarop de functies zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vijf hoofdstukken: 1. Inleidende bepalingen (begripsbepalingen en wijze van meten); 2. Algemene gebiedsoverstijgende regels voor activiteiten (thema’s); 3.

Activiteiten (voorheen: Bestemmingsregels); 4. Algemene regels; 5. Overgangsregels.

5.3.

Inleidende bepalingen De regels beginnen met een Pre-ambule. De gemeente heeft nu één omgevingsplan voor de hele gemeente. Om ervoor te zorgen dat de regels voor de ontwikkeling aan het Garderenseweg 60 op de juiste wijze onderdeel uit gaan maken van het omgevingsplan van de gemeente is de pre-ambule opgenomen. De regels worden opgenomen als hoofdstuk 22k van het omgevingsplan van de gemeente.

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

42

Hoofdstuk 1 bevat de algemene bepalingen. Deze regels gelden voor de locatie waarvan de geometrisch bepaalde planobjecten zijn vervat in de bij het TAM-omgevingsplan behorende GML bestand. De regels in dit hoofdstuk bevatten: ▪ toepassingsbereik (artikel 1); ▪ begripsbepaling (artikel 2); deze begrippen zijn een aanvulling of afwijking op de begrippen zoals die al in het omgevingsplan inclusief bruidsschat zijn opgenomen; ▪ meet- en rekenbepalingen (artikel 3). In artikel 1 is het toepassingsbereik opgenomen. In het toepassingsbereik is aangegeven welke besluiten niet van toepassing zijn op dit deel van het omgevingsplan. Tevens is aangegeven op welke locatie de regels van dit deel van het omgevingsplan wel van toepassing zijn.

5.4.

Algemene gebiedsoverstijgende regels voor activiteiten (thema's) Hoofdstuk 2 bevat algemene gebiedsoverstijgende regels voor bepaalde thema’s. In dit plan zijn regels opgenomen over parkeren en over de voorwaardelijke verplichting. Archeologie De regels zijn onderverdeeld in: ▪ toepassingsbereik: voor welke activiteiten gelden de regels; ▪ aanwijzing: voor welke locatie gelden de regels; ▪ doelstelling: wat wordt er beoogd; ▪ bouwactiviteiten in gebieden met archeologische waarde; ▪ uitvoeren van werken en werkzaamheden in gebieden met archeologische waarde. Er is een vergunningplicht opgenomen voor bouwwerkzaamheden of andere werkzaamheden in de bodem indien deze dieper gaan dan 0,3 meter en over een groter oppervlak dan 100 m². Er wordt alleen een vergunning verleend indien archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast. Parkeren In de Algemene regels over parkeren is geregeld dat voldaan moet worden aan de Nota Parkeernormen Ermelo. Het is mogelijk om met een omgevingsvergunning af te wijken van deze normen, indien voldaan wordt aan de in de regels opgenomen voorwaarden. Voorwaardelijke verplichting Er is voor het gehele werkingsgebied een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Op basis hiervan mogen de gronden alleen gebruikt worden indien binnen één jaar na het vaststellen van het wijzigingsbesluit de landschappelijke inpassing is uitgevoerd.

5.5.

Activiteiten Hoofdstuk 3 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het besluitgebied voorkomende activiteiten en gebiedsaanwijzingen. De regels zijn onderverdeeld in: ▪ toepassingsbereik: op welke locatie de regels gelden;

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

43

▪ oogmerk: wat wordt er beoogd met de toegestane activiteiten; ▪ gebruiksactiviteiten; ▪ bouwactiviteiten. Een TAM-omgevingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit TAM-omgevingsplan zijn keuzes gemaakt over welke activiteiten waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen functies in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. Hulpbedrijf - Garderenseweg 60 Ermelo Op voor "Hulpbedrijf – Garderenseweg 60 Ermelo" aangewezen gronden is een agrarisch hulpbedrijf, de opslag van materialen en de opslag van en verkoop van hooi toegestaan. Ook zijn agrarische grondgebonden activiteiten toegestaan met uitzondering van het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor en het telen van gewassen. Verder zijn bij het hulpbedrijf, als ondergeschikte en ondersteunende activiteit een caravanstalling in het bedrijfsgebouw toegestaan. Voor het bouwen van een gebouw zijn maximale goot, - en bouwhoogten opgenomen. Het bedrijfsgebouw mag alleen binnen het bouwvlak worden opgericht en de oppervlakte bedraagt maximaal 750 m².

Wonen - Garderenseweg 60 Ermelo Op voor "Wonen - Garderenseweg 60 Ermelo" aangewezen gronden is het wonen in woningen en, onder voorwaarden, aan huis gebonden beroepen toegestaan. Voor het bouwen van woningen zijn woningtypen aangegeven, te weten vrijstaande woningen en twee-aaneen. De woningen moeten binnen het bouwvlak gerealiseerd worden. Per woningtype zijn goot- en bouwhoogten en inhoudsmaten opgenomen. Verder zijn er bouwregels opgenomen voor toegestane bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Voor de vrijstaande woning (voormalige bedrijfswoning) die het dichtstbij is gelegen ten opzichte van het hulpbedrijf, is vastgelegd dat de geluidwaarde op de gevel van die woning maximaal 55 dB(A) bedraagt tussen 19:00 - 23:00 uur. Groen - Garderenseweg 60 Ermelo De doelen voor de met "Groen – Garderenseweg 60 Ermelo” aangewezen gronden bestaan uit het bescherming en instandhouding van: a. openheid van het landschap; b. oud verkavelingspatroon; c. natuurwaarden. Op deze gronden mag niet gebouwd worden.

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

44

Verkeer - Garderenseweg 60 Ermelo De doelen voor de met "Verkeer – Garderenseweg 60 Ermelo" aangewezen gronden zijn gesteld voor de inrichting van het terrein voor onder meer paden, pleinen en nutsvoorzieningen. Er zijn bouwregels opgenomen voor gebouwen en bouwwerken.

5.6.

Algemene regels In hoofdstuk 4 zijn nog algemene verbodsbepalingen opgenomen.

5.7.

Overgangsregels Hoofdstuk 5 bevat overgangsrechtelijke bepalingen voor activiteiten. Deze algemene regels gelden voor het hele werkingsgebied. De bestaande bouw- en gebruiksactiviteiten mogen, indien legaal aanwezig, worden voortgezet zolang de nieuwe ontwikkeling nog niet is gerealiseerd.

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

45

6.

Uitvoerbaarheid

6.1.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1.1. Bestuurlijk vooroverleg P.M. 6.1.2. Participatie omgeving De initiatiefnemer heeft alle bewoners (buren) die grenzen aan dit perceel persoonlijk uitleg en een toelichting gegeven. Hiervoor is een informatieavond gehouden waar een vertegenwoordiging van zes adressen aanwezig was. De reacties en het participatieverslag zijn als bijlage bij deze aanvraag toegevoegd. Tijdens de informatieavond hebben twee buren zich kritisch geuit op het plan. Hieronder zijn de vragen/argumenten kort samengevat. Beiden hebben verzocht om de weilanden tussen het plangebied en hun perceel onbebouwd te laten en ook niet als tuingrond te gebruiken. Beiden willen ook een mogelijkheid tot recht van eerste koop op het aan hun perceel aangrenzende weiland. Verder is gevraagd om de privacy te waarborgen door het zicht op de tuinen van de bestaande woningen te beperken. Ten slotte is gevraagd of het mogelijk is om een paaltje te plaatsen in de onverharde weg aan de noordzijde. Naar aanleiding van de input tijdens de informatieavond had de initiatiefnemer een voorstel gedaan om het plan op diverse punten te wijzigen. Deze gewijzigde versie is echter niet door de landschapsarchitect van de gemeente goedgekeurd. Hierdoor is het plan wederom aangepast. Met de aandachtspunten vanuit inspraak is op andere manieren omgegaan (groene buffers) en de ontsluiting naar zandweg is vervallen.

In het kader van de tervisielegging van het ontwerp van het TAM-Omgevingsplan zal deze versie weer aan omwonenden worden voorgelegd.

6.2.

Financiële haalbaarheid Het plan wordt op eigen grond door en voor rekening en risico ontwikkeld door de initiatiefnemer. Deze initiatiefnemer is ook de eigenaar van de gronden. De financiering van alle kosten die samenhangen met de ontwikkeling van de bebouwing komt voor rekening van de initiatiefnemer. Er zijn derhalve geen kosten voor de gemeente aan het bouwplan verbonden. Dit is tussen de gemeente en initiatiefnemer met een nadeelcompensatieovereenkomst/anterieure overeenkomst vastgelegd.

Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16644553/1