Motivering e250064072
Tekst van het document
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld Motivering, regels en verbeelding
Oktober 2025
Kenmerk 0233-21-T01 Projectnummer 0233-21
Motivering
Inhoudsopgave 1.
Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Ligging plangebied 1.3. Toetsing aan omgevingsplan 1.4. Leeswijzer
1 1 2 2 3
2.
Planbeschrijving 2.1. Geschiedenis 2.2. Huidige situatie 2.3. Toekomstige situatie
4 4 5 6
3.
Beleidskader 3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 3.2.2. Omgevingsverordening Gelderland 3.3. Regionaal beleid 3.3.1. Woondeal regio Noord-Veluwe 3.4. Gemeentelijk beleid 3.4.1. Omgevingsvisie Ermelo 3.4.2. Structuurvisie functieverandering 2021 3.4.3. Woonvisie Ermelo 2030 3.4.4. Uitvoeringsprogramma 2021-2024 3.4.5. Groenvisie 3.4.6. Nota omgevingskwaliteit
9 9 9 10 10 10 12 14 14 15 15 16 17 17 18 19
4.
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1. Inleiding 4.2. m.e.r.-beoordeling 4.3. Ladder voor duurzame verstedelijking 4.4. Duurzaamheid & gezondheid 4.4.1. Duurzaamheid 4.4.2. Gezondheid 4.4.3. Conclusie 4.5. Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren 4.6. Flora & Fauna 4.6.1. Algemeen 4.6.2. Gebiedsbescherming 4.6.3. Soortenbescherming
21 21 21 21 22 22 23 23 23 24 24 25 27
4.6.4. Conclusie 4.7. Luchtkwaliteit 4.8. Geluid 4.9. Geur 29 4.10. Milieuzonering 4.11. Omgevingsveiligheid 4.12. Trilling 4.13. Welstand 4.14. Archeologie, cultuurhistorie en landschap 4.14.1. Algemeen 4.14.2. Archeologie 4.14.3. Cultuurhistorie 4.15. Bodem 4.16. Weging van het waterbelang
27 28 28
5.
Juridische toelichting 5.1. Inleiding 5.2. Opzet van de regels 5.3. Inleidende bepalingen 5.4. Algemene gebiedsoverstijgende regels voor activiteiten (thema's) 5.5. Activiteiten 5.6. Algemene regels 5.7. Overgangsregels
41 41 41 41 42 42 44 44
6.
Uitvoerbaarheid 6.1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1.1. Bestuurlijk vooroverleg 6.1.2. Participatie omgeving 6.2. Financiële haalbaarheid
45 45 45 45 45
30 33 35 36 36 36 36 37 37 39
1
1.
Inleiding
1.1.
Aanleiding Op het perceel Garderenseweg 60 is een veehouderijbedrijf aanwezig met een vergunning voor het houden van in totaal 24.000 kalkoenen, 100 schapen en 42 vleesstieren. De bedrijfseigenaar heeft zijn bedrijf voor de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties met piekbelasting (LBV+) aangemeld. In het kader van die subsidieregeling is het noodzakelijk om het bedrijfsmatig houden van dieren op die locatie te beëindigen en de dierenverblijven te slopen. Naast het ontvangen van subsidie voor deze beëindiging en sloop bestaat de mogelijkheid om door middel van een ruimtelijk traject in het kader van het functieveranderingsbeleid een andere gebruiksfunctie voor dit perceel in het omgevingsplan op te nemen. Daarna zal circa 5.037 m² aan agrarische bedrijfsopstallen worden gesloopt en in plaats daarvan 11 woningen gerealiseerd. De bestaande bedrijfswoning wordt een 'burger'woning. De schuur achter die woning wordt gehandhaafd ten behoeve van een agrarisch hulpbedrijf, dat gericht is op uitvoeren van loonwerkzaamheden op beperkte schaal. Daarnaast wordt deze schuur gebruikt voor het stallen van caravans. Afbeelding 1: Ligging plangebied.
Om de bouw van de woningen mogelijk te maken, de agrarische mogelijkheden tot het houden van vee weg te bestemmen en om de kaders voor het agrarische hulpbedrijf vast te leggen, is dit TAM-omgevingsplan vervaardigd. Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dat hiervan sprake is, wordt in deze motivering onderbouwd.
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
2
1.2.
Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de oostkant van het buurtschap Speuld aan de noordzijde van de Garderenseweg tegenover het Speulderveld.
1.3.
Toetsing aan omgevingsplan Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 vormen alle vigerende bestemmingsplannen van rechtswege het tijdelijk omgevingsplan. Voor het plangebied betreft het vigerende planologische regime het bestemmingsplan "Buitengebied agrarische enclave en Speuld" dat door de gemeenteraad van Ermelo op 28 mei 2015 is vastgesteld. In dit bestemmingsplan heeft het perceel de bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden". Woningbouw en ook agrarische hulpbedrijven, zoals loonbedrijven, zijn binnen deze bestemming niet toegestaan. Voor het gehele perceel gelden diverse functieaanduidingen 'specifieke vorm van waarde - natuurwaarden 3' (bescherming en instandhouding van de ter plaatse voorkomende eigen natuurwaarden: hydrologisch beïnvloedingsgebied), 'specifieke vorm van waarde - landschapswaarden 2' (openheid van het landschap), alsmede een gebiedsaanduiding 'overige zone - natuurrand'. De voor 'overige zone - natuurrand' aangewezen gronden zijn bestemd voor bescherming van natuurwaarden op aangrenzende gronden. Daarnaast geldt voor het plangebied ook de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied'. Deze gebiedsaanduiding heeft betrekking op uitbreidingsmogelijkheden van agrarische bedrijven. Afbeelding 2: Fragment vigerend bestemmingsplan.
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
3
De gronden hebben daarnaast de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie M" en zijn tevens bestemd voor de bescherming van de aan de grond eigen zijnde archeologische waarden. Bij bodemingrepen groter is dan 250 m², waarbij de grond dieper dan 0,3 m zal worden geroerd, is archeologisch onderzoek noodzakelijk. Daarnaast is op 8 juni 2017 het bestemmingsplan Parkeernormen door de gemeenteraad vastgesteld. Dit bestemmingsplan voorziet in de juridische borging van de gemeentelijke parkeernormen, zoals die zijn opgenomen in de Nota Parkeernormen (Mobycon, 28 september 2015).
1.4.
Leeswijzer Deze motivering bestaat uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een planbeschrijving gegeven en wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleid, waarna in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving en milieu. Hoofdstuk 5 bevat een toelichting op de juridische regeling. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid en is een samenvatting gegeven waaruit blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
4
2.
Planbeschrijving
2.1.
Geschiedenis Speulde vormt al heel lang een agrarische enclave te midden van de omliggende bossen en heidevelden. Opvallend is dat in de afgelopen eeuw de begrenzing tussen bos en agrarische gronden nauwelijks is veranderd. Aan de inmiddels verharde Garderenseweg was het plangebied rond 1930 nog onderdeel van het Speulderveld. De heide is rond die tijd ontgonnen. Op de topografische kaart uit die tijd is aan de Garderensweg 60 nog geen bebouwing aanwezig. Afbeelding 3: Historische topografie.
In 1941 (bron: BAG-viewer) is op het perceel een boerderij gebouwd. De hoofdwoning is als zodanig herkenbaar, met een karakteristieke wolfskap en een rieten dakbedekking. De voorkant is georiënteerd op de Garderenseweg en de deeldeur bevindt zich aan de achterzijde van de voormalige boerderij. Rechts naast de woning staat een bijgebouw in eenzelfde stijl, maar in een kleiner volume en bedekt met dakpannen. In de jaren '50 stond er al een bijgebouw achter
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
5
de twee gebouwen. Een aanzet van de huidige agrarische bebouwing is voor het eerst te zien op de topografische kaart van omstreeks 1957. Die bebouwing is daarna gefaseerd uitgebreid in oostelijke richting. Dit was de enige uitbreidingsrichting, omdat aan de rechterkant een zandpad ligt. De stallen bevinden zich achter de voorgevel van de boerderij en een rechtlijnige structuur wat herkenbaar is voor het landschap. Langs de Garderenseweg en het zandpad zijn houtopstanden te vinden. Het erf kent de openheid van een (heide)ontginningslandschap.
2.2.
Huidige situatie Het plangebied ligt ten oosten van Speuld aan de noordzijde van de Garderenseweg. Speuld is een buurtschap aan de oostkant van de gemeente Ermelo. Het wordt omgeven door de landbouwgronden en de bos- en natuurgebieden. Speuld ligt in het deel van de gemeente waarbinnen zich diverse buurtschappen bevinden. Het plangebied ligt tegenover het Speulderveld. Een groot deel van het Houtdorper- en Speulderveld bestaat net als de Ermelosche heide uit droge struikheide. Alleen rond het voormalig waterwingebied van het Speulderveld is het veel natter (noordwestelijk deel). Afbeelding 4: Huidige situatie plangebied.
Het plangebied ligt op de grens van het kampenlandschap en de jonge heideontginning. De grens tussen deze beide landschapstypen wordt gevormd door een halfverhard pad tussen de Garderenseweg en het Lageveld. Het plangebied is onderdeel van het kampenlandschap en vormt een overgang van het bos- en heidelandschap naar de heideontginningen en het beekdallandschap van de Leuvenumse Beek. Het kampenlandschap wordt gekenmerkt door een grillige, onregelmatige verkaveling, een grote hoeveelheid, veel onderling verbonden, land-
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
6
schapselementen zoals houtwallen en -singels, bomenrijen en boscomplexen, bochtige wegen met laanbeplanting en door verspreid gelegen bebouwing met relatief veel erfbeplanting. De meeste bebouwing bevindt zich aan de Garderenseweg. De Garderensweg is de ontsluitingsweg van Speuld richting de provinciale weg N302. In de loop der jaren is de bebouwing langs de weg sterk verdicht tot een bijna aaneengesloten bebouwingslint. Daarbij is tevens de grote schaal van de agrarische bedrijfsgebouwen dominant aanwezig in het beeld aan de randen van de akkers. Veel schuren zijn in hout opgetrokken en bepalen het bebouwingsbeeld van Speuld. Aan de wegzijde bestaat de bebouwing op het perceel Garderenseweg 60 uit een rietgedekte boerderij met gelijkvormig vrijstaand bijgebouw dat met pannen is bedekt. Daarachter staat een grote schuur. Ten westen van de boerderij staan vier langwerpige stallen die aan de achterzijde onderling verbonden zijn met een oppervlakte van 5.037 m². In de stallen is ruimte voor 24.000 kalkoenen, 100 schapen en 42 vleesstieren. Naast de activiteiten in de stallen worden de gronden rondom het bedrijf duurzaam beheerd. Op dit moment wordt die grote schuur gebruikt voor opslag van bedrijfsmiddelen ten behoeve van het kalkoenenbedrijf, daarnaast voor de agrarische machines en hooi van de omliggende gronden, enkele hobbyschapen en een kleinschalige caravanstalling.
Het KPN-gebouw aan de Garderenseweg 58 aan de noordoostkant van de bestaande woning behoort niet tot het plangebied.
2.3.
Toekomstige situatie De eigenaar van het agrarisch bedrijf aan de Garderenseweg 60 heeft zijn bedrijf voor de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties met piekbelasting (LBV+) aangemeld. Deze regeling is ingesteld om de stikstofneerslag op kwetsbare natuur in Natura 2000-gebieden naar beneden brengen. In het kader van die subsidieregeling is het noodzakelijk om het bedrijfsmatig houden van dieren op die locatie te beëindigen en de dierenverblijven te slopen. Naast het ontvangen van subsidie voor deze beëindiging en sloop bestaat de mogelijkheid om door middel van een ruimtelijk traject een andere gebruiksfunctie voor dit perceel in het omgevingsplan op te nemen. De herontwikkeling van het perceel biedt kansen om de gebiedskarakteristiek te herstellen. In het kader van de planontwikkeling worden de stallen gesloopt. Om aan te sluiten op de maat en schaal van erven in Speuld wordt het perceel daarna opgedeeld in drie afzonderlijke erven, die nog wel één ensemble vormen. Een grotere clustering is buiten de lintbebouwing van Speuld niet wenselijk. Het eerste erf is het erf rondom de bestaande boerderij met daarnaast het bijgebouw. Deze beide gebouwen blijven staan. Dit erf wordt een bedrijfserf voor het faciliteren van het duurzaam beheer van de omliggende gronden. In verband daarmee wordt de grote schuur achter de
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
7
boerderij gehandhaafd, zodat deze als materieelberging voor het agrarisch hulpbedrijf kan worden gebruikt. Daarnaast zal deze gebruikt worden voor de opslag en verkoop van hooi aan agrarische bedrijven. De overige ruimte zal benut worden voor een kleinschalige caravanstalling. Afbeelding 5: Toekomstige situatie.
De beide andere erven krijgen een gezamenlijke inrit vanaf de Garderenseweg. Aan de wegzijde worden rondom een gezamenlijk erf 6 woningen rondom een hofje gebouwd. Op de achterzijde van het perceel komen nog 5 woningen rondom een hofje. Dit erf is qua richting georiënteerd op die onverharde weg. De bebouwing voegt zich zodoende in het verkavelingspatroon in het landschap. Het bouwplan bestaat uit 3 vrijstaande en 8 halfvrijstaande woningen. Er is een beeldkwaliteitplan vervaardigd, waarin is aangegeven dat voor de massaopbouw van de woningen is gekozen voor een eenvoudige hoofdvorm. In de referentiebeelden zijn zogenaamde schuurwoningen te zien. Dit zijn woningen met een eenvoudige hoofdmassa en een inpandig bijgebouw, die bestaan uit één bouwlaag met een zadeldak. De woningen die aan de wegzijde worden gebouwd krijgen een nokrichting haaks op de weg. Als er externe bijgebouwen worden gebouwd dienen ook die een eenvoudige hoofdvorm te krijgen. Het kleur- en materiaalgebruik is afgestemd op de (agrarisch, landelijke) omgeving. Er wordt een ingetogen kleurgebruik toegepast en er worden natuurlijke materialen gebruikt (steen en/of hout).
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
8
Er is een landschappelijk inpassingsplan1 vervaardigd. Om de kleinschaligheid te accentueren zullen stevige houtopstanden worden aangeplant, die passen bij het landschap. Op het voorerf worden solitaire bomen aangeplant die passen in het heidelandschap, zoals (inheemse) linde of eik. De erven worden landschappelijk ingepast met robuuste houtopstanden en solitaire bomen, waarbij de openheid richting het landschap in ere wordt hersteld. Voor de inpassing van het perceel worden gebiedseigen soorten gebruikt. De houtopstanden die de buitenranden van de erven vormen, worden ingeplant met meidoorn, hulst, veldesdoorn, wilde liguster en hondsroos. In die houtopstanden worden ook bomen aangeplant: ruwe berk, zomereik, en zomerlinde. Om de landelijk-agrarische sfeer intact te houden zijn (houten) schuttingen niet toegestaan. In plaats daarvan worden knip- en scheerhagen of andere groene afscheidingen toegepast. Verder worden de tuinen aan de wegzijde bij voorkeur groen ingericht. Het perceel is aan drie zijden begrensd door oppervlaktewater (sloten). Er wordt geen extra oppervlaktewater aangelegd. Voor de afwatering van hemelwater van het terrein en de woningen, dat gescheiden wordt ingezameld, zal zoveel als mogelijk gebruik worden gemaakt van infiltratie. Hiervoor worden wadi's aangebracht met een overloop naar de sloten rondom het plangebied.
Ten behoeve van de infiltratie worden grind als halfverharding aangebracht en wordt voor de parkeerplaatsen gebruik gemaakt van grasbetonklinkers. Nadelige gevolgen voor of door het oppervlaktewatersysteem in de omgeving zijn niet te verwachten.
1
N+L landschapsontwerpers, Landschappelijke inpassing Garderenseweg 60 – Speuld, Definitief, Mander, 22 mei 2024
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
9
3.
Beleidskader
3.1.
Rijksbeleid
3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven. Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden.
De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen.
Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
10
▪ combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; ▪ kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; ▪ afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Planspecifiek Van de 21 nationale belangen is het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften voor de onderhavige ontwikkeling het meest significant. Er worden 11 woningen toegevoegd. Dit past binnen het vijfde nationale belang uit de NOVI: Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. De opgave is aansluitend op de woonbehoefte (met name in en bij de stedelijke regio's) tussen 2020 en 2035 circa 1,1 miljoen woningen toe te voegen aan de woningvoorraad en een goede kwaliteit van de woningvoorraad in regio's met bevolkingsdaling te behouden.
Daarnaast is er een opgave om de gebouwde omgeving in 2050 CO2-arm, klimaatbestendig en natuurinclusief te maken. Doordat er gasloze woningen worden gebouwd waarbij in het planvoornemen diverse maatregelen worden genomen (zoals maatregelen op het hemelwater zo goed mogelijk in het plangebied op te vangen en te verwerken) wordt ook hieraan een bijdrage geleverd. De planontwikkeling is verder niet in strijd met de uitgangspunten van de NOVI. 3.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is bepaald dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is vereist. Op dit aspect wordt ingegaan in paragraaf 4.3.
3.2.
Provinciaal beleid
3.2.1. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld, die op 1 maart 2019 in werking is getreden. De Omgevingsvisie beschrijft het beleid, maar heeft geen rechtstreekse doorwerking in TAM-omgevingsplannen. In de Omgevingsverordening (zie hieronder) zijn regels, waarin de ambities en doelen van deze Omgevingsvisie die doorwerking hebben, geformuleerd. De provincie kiest er in de Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: ▪ een duurzame economische structuur; ▪ het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving.
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
11
Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. De provincie doet dit door bij de uitoefening van haar taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – geeft de provincie hier richting aan. En door vier 'spelregels' of 'Doe-principes' –doen, laten, zelf en samen – geeft de provincie hier werking aan. Tezamen vormen zij het kader waar binnen de provincie werkt en afwegingen maakt. Vanuit de invalshoeken Dynamisch, Divers en Mooi Gelderland zijn ambities opgenomen om de doelen in de praktijk waar te maken. De strategie van de provincie om deze doelen te bereiken wordt gevoed door het besef dat stad en land elkaar nodig hebben. De provincie gaat daarom voor: ▪ sterke steden, van belang voor toekomstige aantrekkingskracht, waar kennis zich samenbalt en waar veel jongeren naar toe trekken, waar ook nu al de meeste mensen wonen en werken; ▪ een vitaal platteland, waar mensen inspelen op grote veranderingen, waar inwoners zich actief inzetten voor hun gezamenlijke toekomst, een platteland met een eigen economische kracht en een grote natuurlijke en landschappelijke waarde, waar kwaliteit en vitaliteit samen op gaan.
Voor wonen en werken geldt een regionale aanpak die gericht is op een gezonde en veilige woonomgeving, waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en die goed bereikbaar is en goede voorzieningen heeft. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Goed wonen hoort daarbij. Woonwensen veranderen door de tijd en met de leeftijd. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. De dynamiek op de woningmarkt is groot, ook als gevolg van ontwikkelingen in de Randstad. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Voor nieuwe ontwikkelingen geldt dat pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, uitbreiding aan de randen van onze steden of dorpen acceptabel is. Daarbij staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. Daarbij wordt de ladder voor duurzame verstedelijking in acht genomen. Duurzaamheid is voor de provincie geen keuze. De manier van wonen, werken, verplaatsen, leven moet echt anders. Het roer moet om, om het gave Gelderland dat is opgebouwd ook vast te kunnen houden in de toekomst. Dit is een ambitieuze, maar onvermijdelijke opgave.
Duurzaamheid is minder zeggen en meer doen! De provincie zet zich daarbij in voor vitale steden en dorpen en voor een duurzame verstedelijking, gericht op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met aandacht voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen. De kwalitatieve regionale opgave voor wonen is van provinciaal belang. Het beleid voorziet in provinciale kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen en voor
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
12
zorgvuldige locatie-afwegingen op regionaal niveau, waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt ingezet. De provincie verstaat onder functieverandering: het hergebruik van vrijkomende (agrarische) bebouwing in het buitengebied waarbij al dan niet vervangende nieuwbouw plaatsvindt, ruimtelijke kwaliteitswinst ontstaat door sloop van gebouwen, landschappelijke inpassing en eventueel aanvullende investeringen in ruimtelijke kwaliteit, de vervangende nieuwbouw in verhouding staat tot het te slopen oppervlak, de nieuwe functies qua aard en schaal passend zijn in het buitengebied. Bij functieverandering naar wonen of werken moet de vraag gesteld worden of de nieuwe situatie qua aard en schaal passend is. Dat wil zeggen dat de nieuwe situatie zich geruisloos in het karakter van het betreffende buitengebied laat passen. Als de nieuwe situatie qua omvang (aantallen woningen of oppervlaktes) of qua effecten (milieuhinder, verkeersantrekkende werking e.d.) dusdanig is dat de aard van het betreffende buitengebied qua karakter verandert, is er sprake van een grootschalige ontwikkeling. In die gevallen is een afweging op grond van de Gelderse Ladder voor duurzaam ruimtegebruik aan de orde. De provincie verwacht van gemeenten dat zij bij grotere initiatieven voor functieverandering nagaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling die afgewogen moet worden.
Steeds grotere agrarische bedrijven zullen hun functie verliezen waardoor functieverandering effect kan gaan hebben op de vitaliteit van de bestaande kernen. Voorkomen moet worden dat er zoveel woningen en bedrijven via functieverandering worden gerealiseerd dat dit op gespannen voet komt te staan met de vitaliteit van de kernen en bedrijventerreinen. Specifiek voor functieverandering naar werken geldt dat hergebruik van vrijkomende gebouwen het uitgangspunt moet zijn. De planontwikkeling resulteert in een aanzienlijke kwaliteitsverbetering. De herontwikkeling van Garderenseweg 60 betreft een functieverandering die leidt tot ontstening van het buitengebied. De planontwikkeling wordt vrijwel volledig gerealiseerd binnen het bestaande agrarische bouwblok. Door de zorgvuldige landschappelijke inpassing, is sprake van een vergroening en wordt het perceel zorgvuldig ingekaderd in de bestaande omgeving. Hierdoor vindt een kwaliteitsverbetering plaats die voldoet aan de omgevingsvisie. 3.2.2. Omgevingsverordening Gelderland In de Omgevingsverordening Gelderland, die op 1 mei 2024 in werking is getreden is in artikel 5.64 bepaald dat een omgevingsplan nieuwe woningen alleen toelaat als die ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. In de regionale Woondeal staan afspraken tot en met 2030 over het thema wonen tussen gemeenten, provincie en het Rijk.
In de regio Noord-Veluwe gaat het daarbij om de realisatie van 12.728 woningen in de periode tot en met 2030 en voor de gemeente Ermelo om 1.508 woningen. De bouw van elf woningen aan de Garderenseweg past binnen dit programma.
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
13
In de omgevingsverordening zijn twee natuurcategorieën vastgelegd: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Gelderse Groene Ontwikkelingszone (GO). Het onderhavige plangebied maakt geen onderdeel uit van het GNN maar ligt wel in de GO. In artikel 5.19 van de omgevingsverordening is bepaald dat een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen is toegelaten als uit onderzoek blijkt dat de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt en de samenhang niet verloren gaat. Binnen de Veluwe behoort het plangebied tot het deelgebied Houtdorperveld. De volgende ontwikkelingsdoelen zijn voor het natuur en landschap van de GO voor het deelgebied Houtdorperveld opgenomen: ▪ ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking N302; ▪ ontwikkeling kleinschalige ontginningen met singels en ruigteranden; ▪ ontwikkeling cultuurhistorische patronen en beheersvormen. Geen van deze doelen heeft specifiek betrekking op het onderhavige plangebied.
Op grond van artikel 5.20 zijn nieuwe activiteiten of ontwikkelingen alleen toegestaan als uit onderzoek blijkt dat de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt en de samenhang niet verloren gaat. Afbeelding 6: Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen Veluwe. 9
Kernkwaliteiten Op het massief komt weinig maar wel specifieke bebouwing voor: o.a. instellingsterreinen, kazernes, vakantieparken, landgoederen. Zes steden liggen met hun 'rug’ op de stuwwallen: Arnhem, Wageningen, Ede, Harderwijk, Hattem en Apeldoorn. Geldt ook voor de talrijke grotere en kleinere dorpen langs de Veluwe.
Ontwikkeldoelen Grote terughoudendheid betrachten bij verdere ontwikkeling van gebouwen en bebouwde terreinen, zowel bij uitbreiding, nieuwvestiging en functieverandering. Zorgvuldig inpassen is noodzakelijk, rekening houdend met natuurwaarden. Bosrijke stads- en dorpsrandzones vragen om zorgvuldige afstemming van soms conflicterende ruimteclaims.
Gevolgen voor de planontwikkeling Er is een beeldkwaliteitsplan is gemaakt, waarin maatregelen zijn opgenomen ten behoeve van de landschappelijke inpassing. Daarbij is tevens rekening gehouden met de natuurwaarden. Door de landschappelijke inpassing en de afname van het bebouwingsareaal zal het plangebied zich beter in het landschap voegen, dan de huidige bebouwing.
De woningen zullen worden in het bestaande agrarisch bouwblok worden gebouwd waar nu de grote stallen staan. Na de bouw van de woningen zullen de onbebouwde delen van dat bouwblok opnieuw worden ingericht met gebiedseigen beplanting, zodat het groen per saldo en naar rato van de ingreep wordt versterkt en de samenhang niet verloren gaat. In verband daarmee is overeenkomstig artikel 5.23 een versterkingsplan (landschappelijk inrichtingsplan) vervaardigd. De uitvoering van het versterkingsplan wordt als voorwaarde aan de omgevingsvergunning gekoppeld, zodat de uitvoering hiervan is geborgd (artikel 5.25). Als dat versterkingsplan wordt uitgevoerd, zullen de kernkwaliteiten van de GO niet worden aangetast als gevolg van de planontwikkeling. De Rijksoverheid heeft in 2004 de Veluwe aangewezen als Nationaal Landschap. Nationale Landschappen zijn gebieden met specifieke kenmerken zoals flora en fauna, beekdalen, terpen,
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
14
landbouw en waterbeheersing. In diverse regelingen is vastgelegd dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in deze gebieden alleen mogelijk zijn als deze kernkwaliteiten van het landschap behouden blijven of doorontwikkeld worden. De provincies zijn verantwoordelijk voor het aanhouden van grenzen en de kernkwaliteiten. Artikel 5.44 van de Omgevingsverordening is gericht op het beschermen van het landschap. Het plangebied behoort tot het deelgebied Veluwe. Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Veluwe wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. Die kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen staan in een bijlage bij de verordening en hebben een meer algemene strekking dan de functieverandering van een voormalige agrarisch bouwblok. Met name de kernkwaliteit dat er op de Veluwe relatief weinig (specifieke) bebouwing voorkomt heeft enige relevantie voor de herontwikkeling van het plangebied, omdat volgens het bijbehorende ontwikkeldoel terughoudendheid betracht dient te worden bij verdere ontwikkeling van gebouwen en bebouwde terreinen, waarbij ook functieverandering wordt genoemd. Een omgevingsplan laat op grond van artikel 5.64 van de Omgevingsverordening alleen nieuwe woningen toe als die ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda.
In de Woondeal Noord-Veluwe (2023) staat dat provincie en regio inzetten op de realisatie van ruim 12.500 woningen verspreid over de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten (zie verder paragraaf 3.3.1). Conclusie De diverse relevante artikelen uit de Omgevingsverordening Gelderland verzetten zich niet tegen de bouw van 11 woningen aan de Garderenseweg.
3.3.
Regionaal beleid
3.3.1. Woondeal regio Noord-Veluwe Algemeen De Noord-Veluwse gemeenten en woningcorporaties hebben op woensdag 8 maart 2023 in Zutphen de regionale woondeal Noord-Veluwe getekend. Hiermee spreken zij af het woningtekort gezamenlijk aan te pakken. De woondeal beschrijft hoeveel woningen er in de regio gebouwd worden tot en met 2030, waar dit gaat gebeuren en wat het aandeel betaalbare woningen zal zijn. De regio Noord-Veluwe zet in op de bouw van ruim 12.500 woningen verspreid over de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten. De Noord-Veluwe is de enige regio in de provincie Gelderland waarbij ook de woningcorporaties de woondeal mee ondertekenen. De gemeenten op de Noord-Veluwe hebben 15 bouwlocaties aangewezen als zogenaamde sleutelprojecten. Met in totaal zo'n 8.000 woningen dragen deze projecten significant bij aan de regionale ambitie van ruim 12.500 woningen. In totaal moeten er in de gemeente Ermelo volgens de Woondeal 1.508 woningen worden gerealiseerd. De 11 woningen die aan de Garderenseweg worden gerealiseerd, dragen bij aan deze opgave. Conclusie
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
15
De voorgenomen ontwikkeling past binnen de kaders van de Woondeal regio Noord-Veluwe
3.4.
Gemeentelijk beleid
3.4.1. Omgevingsvisie Ermelo Op 26 januari 2022 heeft de gemeente Ermelo de Omgevingsvisie Ermelo vastgesteld. De visie geeft de ontwikkelingsrichting op hoofdlijnen van Ermelo weer. In de omgevingsvisie is beschreven wat op hoofdlijnen de ontwikkelingsmogelijkheden zijn in de gebieden en rondom thema's. De thema's zijn gebiedsgericht vertaald in zeven deelgebieden. De thema's van de toekomstige ontwikkelingsrichting van Ermelo zijn: ▪ leefbaar, zorgzaam en gezond wonen; ▪ groen, natuurlijk en met kwaliteit; ▪ duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief; ▪ economisch vitaal; ▪ ontspannen, verblijven en recreëren; ▪ bereikbaar en toegankelijk. Speuld en omgeving liggen in het deelgebied Buitengebied oost. Voor ieder deelgebied is een Kenschets en een IDeekaart gemaakt. De kenschets typeert het gebied en haar ontstaansgeschiedenis. De IDeekaarten benoemen de hoofdlijnen en aandachtspunten voor de gebieden. In het Buitengebied oost wonen circa 800 inwoners, waarvan de helft in de kern Speuld. Bewoners in dit gebied kennen een lange woningverblijftijd. Hierdoor heeft het gebied een sterke sociale cohesie en hoge leefbaarheid.
De grootste opgaven voor dit deelgebied zijn: ▪ het op een goede manier begeleiden van de diverse typen initiatieven, zodat de buurtschappen vitaal en leefbaar blijven, maar ook gewerkt wordt aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en het behoud van het kleinschalige; ▪ het koesteren van de vele waarden op het gebied van natuur en cultuurhistorie en het op een goede wijze samen laten gaan met het functioneren van diverse toeristische, economische en maatschappelijke activiteiten in het gebied met een grote verkeersaantrekkende werking. Consequenties plangebied De planontwikkeling ligt aan de rand van Speuld. Voor de planontwikkeling zijn met name de thema's 'Leefbaar, zorgzaam en gezond wonen' 'groen, natuurlijk en met kwaliteit' en 'duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief' van belang. Door de planontwikkeling wordt een grootschalig agrarisch bedrijf met aanzienlijke milieu-effecten vervangen door woningen. De woningen zijn gericht op mensen die graag in een landelijke omgeving willen wonen waarbij voorzieningen op een redelijke afstand zijn gesitueerd. Door de agrarische bedrijfsbeëindiging, de ligging in het buitengebied, de toekomstige vergroende inrichting van het plangebied, wordt bijgedragen aan de klimaatadaptatie, een schone lucht en een beweeg- en speelvriendelijke omgeving.
Dit levert niet alleen een positieve bijdrage op aan de gezondheid van de toekomstige bewoners, maar ook aan die van omwonenden en van recreanten die in de omgeving verblijven. Tot slot zullen alle woningen duurzaam worden uitgevoerd volgens de laatst geldende
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
16
eisen. De toekomstige bebouwing is kleinschaliger dan de bestaande bebouwing en voegt zich meer binnen de schaal en maat van de omgeving. Hierdoor neemt de ruimtelijke kwaliteit per saldo toe. De planontwikkeling past zodoende binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. 3.4.2. Structuurvisie functieverandering 2021 De Structuurvisie functieverandering is op 22 december 2021 door de gemeenteraad van Ermelo vastgesteld. Deze structuurvisie beoogt stoppende agrariërs te helpen bij het vinden van een nieuwe functie van het perceel om daarmee te voorkomen dat de (voormalig) agrarische opstallen in verval raken en het landschap ontsieren. Wonen is één van de nieuwe functies die kunnen worden toegestaan na de sloop van voormalig agrarische opstallen. In de structuurvisie functieverandering is een regeling opgenomen met daarin het minimum te slopen oppervlak en de te realiseren mogelijkheden daar tegenover. Bij een sloopopgave groter dan 1.500 m² is er maatwerk mogelijk. In dit geval wordt er 5.037 m² aan voormalige agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt en kan er derhalve maatwerk worden toegepast. Het plangebied heeft daarnaast de aanduiding 'clustering langs linten bij kernen & buurtschappen'. Clusteren is realiseren van een grotere ontwikkeling door het combineren van sloopmeters van meerdere adressen op één locatie. Afbeelding 7: Sloopmeters.
aantallen/m² Agrarisch hulpbedrijf Vrijstaande woning (inpandig bijgebouw) Halfvrijstaande woning (woning circa 80 m², bijgebouw circa 45 m²) Totale sloopopgave
Sloopopgave
Terugbouw
842 m² 3
1.120m² 2.300 m²
842 m² 2.250 m³
8
2.260 m²
1.017 m² (45%)
5.879 m²
De grote schuur achter de woning heeft een oppervlak van 842 m². De functie van deze schuur wijzigt naar agrarisch hulpbedrijf. Daarnaast zal deze gebruikt worden voor de opslag en verkoop van hooi aan agrarische bedrijven. De overige ruimte zal benut worden voor een kleinschalige caravanstalling. Voor functieverandering geldt een terugbouwpercentage van 75%. Duidelijkheidshalve dient vermeld te worden dat voor de sloopopgave de meters van de schuur achter de woning worden meegerekend, ook al wordt deze gehandhaafd. Voor het handhaven van de schuur achter de woning zijn 1120 sloopmeters nodig. Hiervan komen er 842 van de schuur zelf en 278 worden gehaald uit de sloopmeters van de overige bedrijfsopstallen. Er worden 11 woningen gebouwd. 3 vrijstaande woningen en 8 halfvrijstaande/ twee-onder-eenkapwoningen. Voor de 3 vrijstaande woningen is een sloopopgave van 2.300m² benodigd
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
17
(1.500 m² voor woning 1 en 2 en 800 m² voor woning 3). De resterende 2.260 m² worden gebruikt voor de halfvrijstaande woningen. Hiervoor geldt een terugbouwpercentage van 45%. Derhalve mogen de 8 halfvrijstaande woningen een maximum oppervlak van 1.017 m² hebben. 3.4.3. Woonvisie Ermelo 2030 De Woonvisie Ermelo 2030 is op 9 december 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze woonvisie beschrijft de doelen die de gemeente Ermelo wil behalen op het gebied van wonen met een doorkijk naar 2030-2040. Ook wordt er gekeken naar de doelen die op korte termijn te behalen zijn (3-5 jaar). De gemeente Ermelo staat voor goed en groen wonen, in een bosrijk landschap waarbij werken en een breed palet aan voorzieningen en recreatiemogelijkheden binnen handbereik liggen. Dat is en blijft niet altijd vanzelf zo. Diverse maatschappelijke en economische ontwikkelingen zorgen ervoor dat de komende jaren stappen gezet moeten worden om de kwaliteiten van wonen in Ermelo te behouden. Dat wil de gemeente doen op een integrale, gedragen en flexibele manier. De woonvisie is daarbij de basis en luidt: 'Exclusief wonen voor iedereen'. Om dit te bewerkstelligen zet de gemeente in op drie strategische woonopgaven: ▪ samen investeren in toekomstbestendig buurt(schapp)en; ▪ woningbouwprogramma in balans; ▪ passend en betaalbaar wonen voor iedereen.
De plancapaciteit aan harde plannen in Ermelo is momenteel groot, maar aangezien onderhavig plan een functieverandering in het buitengebied betreft, is de sociale paragraaf uit het woonbeleid niet van toepassing. Het plan voldoet aan het functieveranderingsbeleid. 3.4.4. Uitvoeringsprogramma 2021-2024 In de Woonvisie 2030 (zie paragraaf 3.4.3) zijn de strategische woonopgaven beschreven. Een goede samenwerking tussen woningcorporaties, bewoners, maatschappelijke organisaties en marktpartijen is cruciaal voor het behalen van de ambities uit de woonvisie. In het uitvoeringsprogramma wordt beschreven hoe de woonvisie de komende jaren tot uitvoer komt. De gemeente Ermelo ziet zichzelf als aanjager die de woningmarkt een impuls moet geven door het bouwen van woningen te stimuleren. Dit wordt gedaan met actief grondbeleid, maar ook door initiatiefnemers te stimuleren. De gemeente beschrijft in haar programma dat het woningbouwprogramma in balans moet zijn. Dit betekent dat de gemeente ontwikkelaars en planeigenaren wil stimuleren om het woningbouwprogramma aan te laten sluiten bij de behoefte. Om te zorgen dat prioritaire woningbouwplannen vlot gerealiseerd worden spreekt de gemeente met initiatiefnemers af dat de woningbouw binnen 3 jaar afgerond dient te zijn.
Prioritaire woningbouwplannen zijn plannen die binnen het Afwegingskader woningbouwplannen de hoogste score hebben gekregen en dus het meest voldoen aan het gemeentelijk woonbeleid.
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
18
De woningbouw aan de Garderenseweg 60 in het kader van het functieveranderingsbeleid is geen prioritair woningbouwplan. De woningen zijn niet opgenomen in het woningbouwprogramma. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 11 woningen en heeft daarmee een beperkte invloed op de harde plancapaciteit. Dit TAM-omgevingsplan doet geen afbreuk aan het uitvoeringsprogramma 2021-2024. 3.4.5. Groenvisie De Groenvisie is op 14 december 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. In deze groenvisie zijn voor een periode van 10 jaar vele facetten benoemd van al het groen dat Ermelo binnen haar gemeentegrens heeft. De ambities laten zien welke kansen er zijn om de waarde van het veelzijdige groen te behouden of te versterken. Het bijbehorende beleid geeft concreet aan hoe dit bij aanleg en beheer van stedelijk groen, landschap, natuur of bos wordt waargemaakt. Ook is aangegeven op welke wijze de genoemde maatregelen worden opgepakt. De onderwerpen in de groenvisie beslaan al het groen in de hele gemeente en zijn onderling afgestemd (integraal). De groenvisie anticipeert daarmee op de komst van omgevingsplannen en werkwijze van de Omgevingswet. Na de vaststelling van de groenvisie is de uitvoeringsnota groen- en natuurinclusief bouwen opgesteld (16 november 2018). Het groen in, op en aan gebouwen is van groot belang voor de leefbaarheid en voor het ecologisch functioneren van Ermelo.
Daarnaast gaat het om een veel bredere opgave om meer groen in de woonomgeving toe te passen. Het behoud en ontwikkelen van groen is van groot belang voor bescherming en ontwikkeling van soorten en voor de biodiversiteit in Ermelo, voor een prettige leefomgeving, voor mogelijkheden voor natuurbeleving, voor welzijn en gezondheid en voor klimaatverbetering. Het begrip 'groen- en natuurinclusief bouwen' wordt dus breed uitgelegd. Bij projecten, waarbij de gemeente initiatiefnemer en/of ontwikkelaar is (bijvoorbeeld bij tenderen), en bij wijzigingen van bestemmingsplannen 2 c.a. wordt een verplicht puntensysteem gehanteerd. Naast woningbouwprojecten geldt dit puntensysteem ook voor andere projecten zoals aanleg infrastructuur en bouw van andere gebouwen dan woningbouw. De essentie van het puntensysteem is dat de initiatiefnemer maatregelen neemt waarbij elke maatregel 1, 2 of 3 punten waard is. Afhankelijk van de omvang van het bouwproject wordt een verplicht aantal punten voorgeschreven. De keuze uit de lijst van maatregelen dient gebaseerd te zijn op ecologische advies zodat de maatregelen op een zo optimale wijze bijdragen aan de doelstellingen van groen- en natuurinclusief bouwen. Overigens is dit niet (geheel) nieuw.
Immers bij (bouw)projecten wordt nu al natuuronderzoek gedaan waar ook vaak advies over maatregelen met betrekking tot groen- en natuurinclusief bouwen wordt gegeven, maar deze zijn dan niet verplicht. Nu worden de maat-
2
Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook bij TAM-omgevingsplannen en BOPA-procedures.
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
19
regelen wel verplicht. Gekozen is voor praktische en compacte lijst van maatregelen met verwijzingen naar voorbeelden. De herontwikkeling van Garderenseweg 60 is voor wat betreft natuurinclusief bouwen een zeer grootschalig project met een oppervlakte groter dan 10.000 m². Hiervoor zijn minimaal 26 punten benodigd. In het landschappelijk inpassingsplan is onderbouwd hoe deze punten worden gerealiseerd. Conclusie De planontwikkeling voldoet aan de groenvisie. 3.4.6. Nota omgevingskwaliteit In artikel 4.19 van de Omgevingswet is aangegeven dat 'als in het omgevingsplan regels worden opgenomen over het uiterlijk van bouwwerken en de toepassing daarvan uitleg behoeft, (…) de gemeenteraad beleidsregels vast[stelt] voor de beoordeling of een bouwwerk aan die regels voldoet. Deze beleidsregels zijn zo veel mogelijk toegesneden op de te onderscheiden bouwwerken.' Via dit artikel is vastgelegd dat het welstandstoezicht onder de Omgevingswet loopt via het omgevingsplan. In artikel 4.114 van de Invoeringswet Omgevingswet is overgangsrecht opgenomen waarin een welstandsnota na inwerkingtreding van de Omgevingswet gelijkgesteld wordt aan een beleidsregel als bedoeld in artikel 4.19 Omgevingswet. De gemeente Ermelo heeft de Nota omgevingskwaliteit op 19 november 2015 vastgesteld. Het plangebied maakt in die nota onderdeel uit van het deelgebied Buitengebied en buurtschappen Ermelo.
In het buitengebied geldt overwegend een soepel regime. Een bouwinitiatief zal dan ook meestal afgehandeld kunnen worden door de kleine commissie Omgevingskwaliteit. Er zijn echter enkele uitzonderingen van toepassing, waarbij altijd een beoordeling door de Commissie Omgevingskwaliteit gevraagd wordt. Dit is altijd het geval wanneer het gaat om: ▪ alle vormen van een functieverandering; ▪ een monumentaal of karakteristiek pand; ▪ bouwinitiatieven in buurtschappen; ▪ bouwinitiatieven aan (historische) bebouwingslinten; ▪ bouwinitiatieven binnen beschermde stads- en dorpsgezichten; ▪ bouwinitiatieven op instellingsterreinen. Omdat het plangebied aan een bebouwingslint ligt, geldt in dit geval echter een streng regime. Voor bouwplannen van meer dan 4 woningen of als het bouwplan een omvang heeft dat groter is dan 500 m² is een beeldkwaliteitsplan vereist.
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
20
De initiatiefnemer heeft in een rapportage3 referentiebeelden voor de beeldkwaliteit opgenomen. Deze zullen worden voorgelegd aan de Commissie Omgevingskwaliteit en worden gebruikt voor de vervaardiging van het beeldkwaliteitsplan. Conclusie Het bouwplan zal te zijner tijd worden getoetst aan dit beeldkwaliteitsplan.
3
Veluwse Architecten, Functieverandering Garderenseweg 60 te Ermelo, Projectnummer 2201 Concept, Ermelo, 12 november 2024
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
21
4.
Aspecten fysieke leefomgeving en milieu
4.1.
Inleiding In het kader van de totstandkoming van dit TAM-omgevingsplan is onderzoek uitgevoerd naar verschillende milieu- en omgevingsaspecten om de uitvoerbaarheid van de planontwikkeling aan te tonen en dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk gemaakt te worden of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de directe omgeving en de beoogde ontwikkeling zelf. In dit hoofdstuk wordt voor de beoogde ontwikkeling nader ingegaan op de verschillende aspecten; indien noodzakelijk is aanvullend onderzoek uitgevoerd. De betreffende rapportages maken als bijlage deel uit van deze motivering.
4.2.
m.e.r.-beoordeling Algemeen De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de Strategische milieubeoordeling-richtlijn. Onder een plan of programma wordt in ieder geval verstaan: een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Er hoeft niet (meer) getoetst worden aan de limitatieve lijst van m.e.r.-plichtige plannen en programma's uit de Bijlage bij het Besluit MER. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid (meer) gemaakt tussen een formele en vormvrije m.e.r.-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één m.e.r.-beoordelingsprocedure. Toetsing Negen van de elf woningen worden gebouwd ter plaatse van de bestaande veestallen en de omliggende verharding. Ook de gronden van de overige twee woningen liggen binnen het agrarisch bouwvlak. Gelet op het beperkte ruimtebeslag wordt de planontwikkeling in dit geval niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject. Daarbij is op grond van jurisprudentie (ABRvS 201901439/1/R1) van belang dat sprake is van bestaand bebouwd gebied en dat het ruimtebeslag van de uitbreiding van de voorziene bebouwing relatief beperkt is.
Wellicht ten overvloede kan worden opgemerkt dat uit de samenvatting van de onderzoeken in dit hoofdstuk, volgt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten. Conclusie Het aspect m.e.r.-beoordeling levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.3.
Ladder voor duurzame verstedelijking Algemeen Om de ruimte zorgvuldig te benutten en overprogrammering te voorkomen is de "Ladder voor duurzame verstedelijking" geïntroduceerd. De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
22
artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de behoefte aan die ontwikkeling (trede 1) worden aangetoond. Indien die stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien (trede 2). Het begrip stedelijke ontwikkeling wordt daarbij als volgt gedefinieerd: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". Toetsing Het aantal woningen neemt met 11 toe ten opzichte van het aantal dat in het vigerende bestemmingsplan is toegestaan. Omdat de woningen buiten de bebouwde kom worden gebouwd, is sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder voor duurzame verstedelijking. In paragraaf 3.3.1 is aangetoond dat de woningen een deel van de (regionale) woningbehoefte vervullen. Daarmee is aan trede 1 voldaan. Omdat gebruik gemaakt wordt van de functieveranderingsregeling op een agrarisch bouwperceel is het niet mogelijk om de te bouwen woningen binnen het bestaand stedelijk gebied te realiseren. De planontwikkeling past zodoende ook binnen trede 2.
Conclusie De planontwikkeling voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
4.4.
Duurzaamheid & gezondheid
4.4.1. Duurzaamheid De eisen met betrekking tot de milieuprestatie en energiezuinigheid van gebouwen zijn opgenomen in artikel 4.148-4.160 (Duurzaamheid) van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hierin is onder meer aangegeven dat een bouwwerk bijna energie neutraal (BENG) dient te zijn. In BENG wordt de energieprestatie van een gebouw uitgedrukt met drie indicatoren: ▪ BENG 1 Energiebehoefte: de hoeveelheid energie die een gebouw nodig heeft voor verwarming en koeling uitgedrukt in kWh per m² gebruiksoppervlakte per jaar. Deze indicator gaat over het beperken van de energievraag van het gebouw zelf. Aandachtspunten: stedenbouwkundig ontwerp, oriëntatie, compact ontwerp, schilisolatie, luchtdichtheid, zomernachtventilatie, ventilatiesysteem en zonwering. ▪ BENG 2 Primair energiegebruik: de hoeveelheid fossiele brandstof in kWh per m² gebruiksoppervlakte per jaar die nodig is voor verwarming, koeling, warm water en installaties. Let op: voor netstroom wordt het rendement van elektriciteitsproductie verrekend. Aandachtspunten: efficiënte installaties, warmteafgifte op lage temperatuur, warmwater met korte leidingen en warmteterugwinning en toepassing van hernieuwbare energie (ook BENG 3).
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
23
▪ BENG 3 Aandeel hernieuwbare energie: het percentage (in procenten) hernieuwbare energie van het totale energiegebruik. Aandachtspunten: toepassing van PV, zonneboiler, bodemenergie, omgevingswarmte, biomassa en externe warmtelevering (mits hernieuwbaar). Toetsing duurzaamheid De woningen worden gasloos en voorzien van zonnepanelen. Waar mogelijk zal bij de materialisering van de woningen en van de verharding van de inritten gebruik wordt gemaakt van hergebruikte en/of herbruikbare materialen. 4.4.2. Gezondheid Ook de bevordering van gezondheid is een afwegingscriterium bij ruimtelijke ontwikkelingen. In dit hoofdstuk komt een aantal (milieu)aspecten, zoals geluidsoverlast, bodemverontreiniging, externe veiligheid, enzovoort, aan de orde waarbij de gezondheid van de toekomstige bewoners een rol speelt. Uit de uitgevoerde onderzoeken zijn geen belemmeringen naar voren gekomen ten aanzien van gezondheid. Daarnaast kan bij grotere planontwikkelingen ook gezondheidsbevordering gestimuleerd worden. Zo heeft de fysieke leefomgeving positieve gezondheidseffecten als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten. Toetsing Uit de uitgevoerde onderzoeken zijn geen belemmeringen naar voren gekomen ten aanzien van gezondheid. 4.4.3.
Conclusie Het aspect duurzaamheid en gezondheid levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.5.
Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met verkeersgeneratie en -afwikkeling en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Toetsing De woningen worden vanaf de Garderenseweg ontsloten. Ermelo heeft de stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk'. Uit paragraaf 6.3.3.2 van de ASVV2021 blijkt dat vrijstaande en twee-onderéén-kapwoningen in het buitengebied respectievelijk 7,8 tot 8,6 autobewegingen en 7,4 tot 8,2 autobewegingen per woning per etmaal genereren. Wanneer uitgegaan wordt van de worst case situatie betekent dit voor de 11 woningen 91,4 (=3*8,6+8*8,2) autobewegingen per etmaal. Bij een spitsuurintensiteit van 10% betekent dat 9 auto's. op het drukste uur van de dag, of te wel minder dan één auto per 6 minuten. Het Garderenseweg en het omliggende wegennetwerk kunnen deze marginale toename zonder meer verwerken. Overigens zijn hierop de verkeers-
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
24
bewegingen van het bestaande agrarische bedrijf nog niet in mindering gebracht, waardoor het de toename van het aantal verkeersbewegingen lager zal zijn dan hierboven is berekend. Voor agrarische bedrijven zijn geen echter kengetallen beschikbaar. Omdat het verkeer van en naar agrarische bedrijven wordt gekenmerkt door grote voertuigen en/of langzaam rijdende voertuigen, zal daarom ook het aandeel zware langzame voertuigen afnemen. Omdat de activiteiten van het bestaande agrarisch hulpbedrijf niet worden gewijzigd, zal ook de verkeersgeneratie van dit bedrijf niet veranderen. De parkeernorm van de gemeente Ermelo is vastgelegd in de Nota Parkeernormen Ermelo. Voor vrijstaande en twee-onder-één-kapwoningen in het buitengebied geldt een parkeernorm van respectievelijk 2,4 en 2,2 parkeerplaatsen per woning. In totaal zijn voor de nieuwe derhalve 25 (=3*2,4,+8*2,2) parkeerplaatsen noodzakelijk. De parkeerplaatsen worden op eigen erf of centraal op de hofjes aangelegd. In totaal worden er 27 parkeerplaatsen gerealiseerd. Daarmee wordt voldaan aan de parkeernorm. Conclusie Het aspect verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.6.
Flora & Fauna
4.6.1. Algemeen De natuur in Nederland wordt beschermd vanuit twee invalshoeken: bescherming van gebieden en bescherming van soorten. Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming (Wnb) opgegaan in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn(92/43/EEG). Het normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het Natuurbeschermingsrecht is ongewijzigd ten opzichte van de Wnb. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. In verband met de planontwikkeling is daarom voor Quickscan4 uitgevoerd.
4
Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur, Quickscan soorten sloop en nieuwbouw Garderenseweg 60 Speuld, 2024-061 Versie Nov.24-v3, Ermelo, 11 november 2024
Motivering Gemeente Ermelo – TAM-Omgevingsplan Garderenseweg 60 Speuld
25
4.6.2. Gebiedsbescherming Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en wordt in Nederland beschermd door middel van de Omgevingswet. Deze wet biedt een beschermingskader voor de aangewezen beschermde gebieden. Deze gebieden worden beschermd om de gunstige staat van instandhouding van vogelsoorten, habitattypen en andere planten- en diersoorten te behouden en waar nodig te herstellen. Naast de wettelijke bescherming van de Natura 2000-gebieden heeft Nederland de bescherming van andere gebieden planologisch vastgelegd. Onder de planologische bescherming vallen onder andere weidevogelgebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De bescherming van het NNN vindt plaats door toetsing van de TAM-omgevingsplannen en omgevingsvergunningen aan het NNN-beleid. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuur(gebieden). Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. De bescherming van het NNN bestaat hieruit (artikel 7.8, lid 2, Bkl): dat geen activiteiten worden mogelijk gemaakt die leiden tot een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een vermindering van de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte of samenhang van het NNN.