Motivering e250058766 (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
Toetsing Dit project voorziet in nieuwe woningen. Daarmee is alleen sprake
van
inwaartse zonering.
Ten noorden van de locatie op ongeveer 170 meter aan de Kawoepersteeg 22 is een recreatieterrein aanwezig. Daarvoor geldt geluidzone 2. Dat is vergelijkbaar met een richtafstand van 50 meter. Daar wordt dus aan voldaan. ,
Ten zuiden
van
de locatie
,
aan
,
de overkant
van
de weg
,
is nog
een
boomkwekerij aanwezig c. q. bedraagt meer dan 50
toegestaan. De afstand van dit perceel tot de nieuwe woonbestemming meter. Dat is buiten de spuitzone.
Overige milieubelastende functies zijn op grotere afstand gelegen en hebben een vergelijkbare of lagere milieuimpact. Conclusie Milieuzoneringen vormen geen belemmering voor dit project. In de nieuwe situatie zal sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 4. 1. 3
Geluid
Op basis van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn er drie geluidsbronnen waarmee bij de planologische medewerking aan nieuwe ontwikkelingen rekening gehouden dient te worden: wegverkeers- railverkeers- en industrielawaai. Er wordt onderscheid gemaakt tussen geluidbronnen met een basisgeluidemissie en geluidbronnen met een geluidproductieplafond als omgevingswaarde. De beoordeling van deze geluidbronnen bij gevoelige gebouwen ligt bij het bevoegd gezag. ,
Voor dit project is door adviesbureau AWG Geluidadvies een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 3 bij deze motivering. Hierna worden de uitkomsten kort besproken. De waarde
van
het geluid op de gevels van de nieuwe woningen voldoet
vanwege
de gemeentelijke
met Lden=46 dB of lager ruimschoots aan de standaardwaarde van Lden=53 dB. Wegverkeerslawaai staat de uitvoerbaarheid van dit project niet in de weg. wegen
Luchtkwaliteit 4. 1. 4 In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen voor luchtkwaliteit. In paragraaf 5. 1. 4. 1 Bkl zijn omgevingswaarden voor onder andere stikstofdioxide (NO)2 en fijnstof (PM) 10 opgenomen. Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde ; het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit ; het project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Omgevingswet hanteert bij de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit het begrip De
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan Looweg 2 - concept
pagina 39 van 249
'aandachtsgebieden'. Aandachtsgebieden luchtkwaliteit zijn locaties met hoge concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10) en zijn benoemd in artikel 5.51 lid 2 van het Bkl. In het werkgebied van de Omgevingsdienst Veluwe liggen geen aandachtsgebieden. Ook grenst de gemeente Ermelo niet aan een aandachtsgebied van een andere gemeente nóch doen zich specifiek benoemde situaties voor waardoor geen verder onderzoek/nadere beschouwing nodig is. Het aspect luchtkwaliteit vormt op zich geen belemmering voor het initiatief. ,
,
,
4. 1. 5 Externe veiligheid De instructieregels voor externe veiligheid zijn opgenomen in paragraaf 5. 1. 2 van het Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en de aandachtsgebieden. Het gaat om de volgende soorten activiteiten: activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg water en spoor) buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal Kwetsbare gebouwen en locaties ,
In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan 3 categorieën 'gebouwen en locaties' waarvoor de regels bescherming bieden: zeer kwetsbaar kwetsbaar en beperkt kwetsbaar. De gemeente moet regels opnemen in het omgevingsplan om deze gebouwen en locaties te beschermen vanwege externe veiligheidsrisico's. ,
Plaatsgebonden risico In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staan instructieregels over het plaatsgebonden risico voor het omgevingsplan. Gemeenten moeten in hun omgevingsplan een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico in acht nemen. Dit is een grenswaarde van 1 op de 1. 000. 000 per jaar. Dit geldt voor zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare gebouwen en locaties. De waarden voor het plaatsgebonden risico worden ruimtelijk vertaald in afstanden tot gebouwen en locaties. (Zeer) -6 kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties mogen niet binnen de PR-10-contour van een activiteit komen. In acht nemen van de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico betekent dat de gemeente alleen van de grenswaarde mag afwijken onder de voorwaarden die in het Bkl staan. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties moeten gemeenten rekening houden met een standaardwaarde voor het plaatsgebonden risico. De standaardwaarde is 1 op de 1. 000. 000 per jaar. Aandachtsgebieden Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico's is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico. Aandachtsgebieden zijn gebieden die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis zonder aanvullende maatregelen onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen.
Dat betekent dat zich binnen dat gebied bij een ongeval met gevaarlijke stoffen levensbedreigende gevaren voor personen in gebouwen kunnen voordoen. Ook al is de kans daarop klein. Het aandachtsgebied vormt een instrument om het gesprek over veiligheid en bescherming door het treffen van maatregelen te starten. Er is een onderscheid tussen drie soorten gevaren: warmtestraling (brand) overdruk (explosie) en concentratie giftige stoffen in de lucht (gifwolk). Daarmee zijn er ook drie typen aandachtsgebieden: brandaandachtsgebied explosieaandachtsgebied gifwolkaandachtsgebied De gemeente moet in het omgevingsplan binnen deze aandachtsgebieden rekening houden met het groepsrisico. Hierbij gaat het om de kans per jaar dat tien of meer personen overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een aandachtsgebied. Dit staat in het eerste lid van artikel 5. 15 van het Bkl. ,
,
,
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan Looweg 2 - concept
pagina 40 van 249
Uitsnede risicokaart Uit de risicokaart blijkt dat de locatie niet gelegen is binnen de invloedsfeer van risicovolle activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Wel ligt de locatie in het brandaandachtsgebied van de aardgasbuisleiding A-510. Daarom is door adviesbureau Antea een beschouwing gemaakt opgenomen als Bijlage 4. Voor een beschouwing van het groepsrisico wordt naar die bijlage ,
verwezen.
Externe veiligheidsrisico's staan de uitvoerbaarheid
van
onderhavig plan niet in de weg.
Milieueffectrapportage 4. 1. 6 Dit bestemmingsplan maakt geen activiteit mogelijk die is opgenomen in bijlage V bij het Omgevingsbesluit. De milieueffecten zijn onderzocht in deze paragraaf. Daaruit volgt geen aanleiding om tot een vormvrije m. e. r. -beoordeling over te gaan.
4. 2
Archeologie , cultuurhistorie en monumenten
De gemeente moet bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit staat in artikel 5. 130 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De gemeente kan in het belang van archeologische monumentenzorg regels stellen in het omgevingsplan over archeologisch onderzoek. Op basis van de gemeentelijke archeologische verwachtingskaart geldt voor de locatie deels een hoge verwachting. Hier is archeologische onderzoek nodig bij ingrepen groter dan 5. 000 m 2 en dieper dan 30 cm.
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan Looweg 2 - concept
pagina 41 van 249
Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Ermelo Met dit project wordt de ondergrens van 5. 000 m 2 niet overschreden. Archeologisch onderzoek is daarom niet nodig. Op de locatie zijn geen Rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten aanwezig. Ook ligt de locatie niet binnen een beschermd dorps- of stadsgezicht.
4. 3
Natuur
Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming opgegaan in de Omgevingswet. De Omgevingswet regelt het belang van natuur als onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wet waarborgt het welzijn van de mens verbetert de bescherming van natuurkwaliteiten en breidt deze zo nodig uit. ,
Voor dit project is door adviesbureau Groenewold een natuurtoets uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als Bijlage 5 bij deze toelichting. Hierna worden de uitkomsten kort besproken. Soortenbescherming Er is specifiek gezocht naar aanwijzingen voor verblijfplaatsen van marters vleermuizen en jaarrond beschermde nesten. Deze zijn binnen de locatie niet gevonden of te verwachten. Alleen aan de zuidzijde is een aantal steenuilkasten aanwezig waar in het verleden wel steenuilen hebben gebroed. De kasten en het grasperceel aan de zuidzijde blijft ongewijzigd. De plannen hebben geen negatieve effecten op eventueel in één van de kasten broedende steenuilen. Een nader onderzoek is niet nodig. ,
,
Gebiedsbescherming De locatie ligt op bijna 23km van de Veluwe. Directe effecten op beschermde soorten en habitats zijn uit te sluiten. Ook indirecte effecten zoals externe werking zijn gezien de afstand op voorhand uit te sluiten. Door het stoppen met de kalverhouderij zal in de gebruiksfase een forse daling van stikstofemissie bereikt worden. ,
Stikstofdepositie-onderzoek Voor dit project is door adviesbureau Teus' Advies een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. De berekeningen voor de aanlegfase en gebruiksfase zijn opgenomen als Bijlage 6. Uit de berekeningen voor zowel de aanleg- als gebruiksfase volgen geen toenames hoger dan 000 mol/ha/jaar. Gezien het resultaat van de met Aerius uitgevoerde berekeningen zijn geen negatieve effecten aan de orde door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het project is niet vergunningplichtig op grond van de Omgevingswet (Natura 2000-activiteit). ,
,
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan Looweg 2 - concept
pagina 42 van 249
4. 4
Verkeer en parkeren
De gemeente Ermelo heeft parkeerbeleid vastgesteld op 30 juni 2016 het Parkeerbeleidsplan Ermelo. Op basis daarvan is een Nota Parkeernormen opgesteld. In de Nota Parkeernormen Ermelo zijn de parkeernormen benoemd per functie. Dit project voorziet in een nieuwe woonfunctie. Gezien de ligging in het buitengebied zijn de aan de houden parkeernormen voor het buitengebied gevolgd. ,
De parkeernorm voor een twee-onder-een-kapwoning in het buitengebied is 22 parkeerplaatsen per woning. De norm voor een vrijstaande woning is 24 parkeerplaatsen. De totale parkeernorm komt daarmee neer op 16 parkeerplaatsen voor alle woningen. Op de nieuwe erven is voldoende ruimte om in deze parkeerbehoefte te voorzien. ,
,
Wat betreft de verkeersgeneratie voorziet dit project in de 5 nieuwe woningen. Op basis van CROW-publicatie 744 is een inschatting van de toename in de verkeersgeneratie gemaakt. Voor een twee-onder-een-kapwoning in het buitengebied is het maximale kengetal 82 verkeersbewegingen per etmaal. Voor een vrijstaande woning is dat 86 verkeersbewegingen per etmaal. Naar verwachting zal de verkeersgeneratie dus met 414 verkeersbewegingen per etmaal toenemen door de komst van de nieuwe woningen. Deze toename is gemakkelijk op te vangen binnen de bestaande capaciteit van de Looweg en aansluitende wegen. Onder de streep zal de toename lager zijn: de verkeersbewegingen die het agrarische bedrijf genereert verdwijnen. ,
,
,
,
4. 5
Waterparagraaf
Bij het vaststellen van omgevingsplannen moeten gemeenten rekening houden met waterbelangen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. De weging van het waterbelang geldt bij het vaststellen van het omgevingsplan. Dit volgt uit artikel 5. 37 van het Bkl. Daarnaast kan de weging van het waterbelang ook nodig zijn bij andere instrumenten. De gemeente moet de opvattingen van de waterbeheerder betrekken bij het omgevingsplan. Dit geldt in het algemeen voor alle waterbelangen. Voorbeelden zijn: watercompensatie in verband met toenemende verharding bebouwing niet wenselijk in verband met waterwinning Voor dit project is een digitale watertoets uitgevoerd. Het resultaat hiervan is opgenomen als Bijlage 7. Hieruit blijkt dat geen relevante waterschapsbelangen geraakt worden. Waterberging Met dit project neemt het totale verhardingsoppervlak op de locatie af. Compenserende maatregelen voor waterberging zijn daarom niet nodig. Desondanks wordt er een nieuwe waterberging gerealiseerd in de vorm van een greppel. Die voorziening krijgt een bergingscapaciteit van 146 m.3 Het hemelwater dat op de nieuwe gebouwen valt zal opgevangen en afgevoerd worden richting de omliggende gronden en de genoemde greppel waar het de bodem kan infiltreren. ,
Oppervlaktewater Op de locatie en in de omgeving is geen grondwateroverlast bekend. Direct naast de locatie ligt een watergang. Dit project wijzigt niets aan die watergang. Vuilwaterafvoer De vuilwaterafvoer van de nieuwe woning zal aangesloten worden rioleringssysteem. Negatieve effecten op de waterhuishouding zijn niet
4. 6
aan
op
het bestaande gemeentelijke
de orde.
Economische uitvoerbaarheid
Economische uitvoerbaarheid In deze motivering is onderbouwd dat deze wijziging van het omgevingsplan een evenwichtige toedeling van functies aan de locatie wordt bereikt en dat de toegekende functie binnen een redelijke termijn kunnen worden gerealiseerd. Zodoende kan aangenomen worden dat het project economisch uitvoerbaar is. Kostenverhaal
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan Looweg 2 - concept
pagina 43 van 249
Op grond van artikel 13. 11 Omgevingswet is de gemeente verplicht kosten te verhalen indien sprake is van een of meerdere aangewezen bouwactiviteiten uit artikel 8. 13 van het Omgevingsbesluit. Dit houdt in dat de gemeenteraad kostenverhaalsregels dient vast te stellen in het omgevingsplan tenzij middels onder andere een anterieure overeenkomst de kosten die het vanwege artikel 8. 15 Omgevingsbesluit maakt op andere wijze verzekerd zijn of vrijstelling wordt verleend voor de kosten in de gevallen genoemd in artikel 8. 14 Omgevingsbesluit. ,
,
,
Met de initiatiefnemer wordt een overeenkomst gesloten. Hierin is geregeld dat alle kosten die samenhangen met het deze wijziging voor rekening komen van initiatiefnemer. Deze wijziging van het omgevingsplan heeft voor de gemeente geen financiële gevolgen.
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan Looweg 2 - concept
pagina 44 van 249
Hoofdstuk 5
Juridische planopzet
5. 1
Wijziging omgevingsplan
5. 1. 1
Omgevingsplan
van
rechtswege
Op 1 januari 2024 is het omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit alle ruimtelijke plannen waaronder bestemmingsplannen en wijzigingsplannen en uit de Bruidsschat die de gemeente van het Rijk heeft ontvangen. In de Bruidsschat zitten onder andere regels voor milieubelastende activiteiten en bouwactiviteiten. Ook twee bodemkaarten en de hogere waarde besluiten maken deel uit van het omgevingsplan van rechtswege. Gemeenten krijgen tot 1 januari 2032 de tijd om het omgevingsplan van rechtswege en andere regels over de fysieke leefomgeving om te zetten naar een nieuw omgevingsplan. Op grond van artikel 2. 4 en 22. 6 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad het omgevingsplan van rechtswege (laten) wijzigen. ,
5. 1. 2
,
Toepassing TAM-IMRO
De Omgevingswet integreert wetgeving en regels voor ruimte wonen infrastructuur milieu natuur en water. Het DSO ondersteunt bij de uitvoering van de wet en bestaat uit lokale systemen van overheden en de landelijke voorziening (DSO-LV) zoals Regels op de kaart en het Omgevingsloket. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAMs) ontwikkeld voor organisaties die nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Een van deze TAMs is TAM-IMRO. Bij TAM-IMRO wordt het omgevingsplan gewijzigd via de - onder de Wet ruimtelijke ordening gebruikte - IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de voorziening ruimtelijkeplannen. nl. ,
,
,
,
,
Het gebruik van TAM-IMRO is toegestaan tot en met 31 december 2024. Als het ontwerp van een TAM-IMRO omgevingsplan uiterlijk 31 december 2024 ter inzage is gelegd mag het ook na 1 januari 2025 worden afgemaakt met TAM-IMRO. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Klimaat geeft aan dat TAM-IMRO plannen uiterlijk voor 1 januari 2032 moeten worden omgezet naar de nieuwe Standaard officiële publicaties (STOP) met de bijbehorende Toepassingsprofielen omgevingsdocumenten (TPOD). ,
Werkingsgebied 5. 1. 3 De regels in dit TAM-IMRO omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie Looweg 2 waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL. IMRO. 0233. TAMlooweg2-0301 zoals weergeven op https://www. ruimtelijkeplannen. nl. ,
Overzicht wijzigingen 5. 1. 4 Dit TAM-omgevingsplan wijzigt de volgende planregels Aan de verbeelding wordt ter plaatse wonen toegekend.
5. 2
van
van
het omgevingsplan:
het werkingsgebied nieuwe bouwvlakken
en
de functie
Artikelsgewijze toelichting functies
Artikel 3 Agrarisch Met artikel 3 is de functie Agrarisch toegekend aan het werkingsgebied. Hiermee wordt voorzien in gronden naast de woonbestemming. Er is geen bouwvlak aangegeven waarmee hier ook geen gebouwen toegestaan zijn. Artikel 4 Wonen Met artikel 4 is de functie Wonen toegekend aan het werkingsgebied. Hiermee wordt voorzien in de bestaande en nieuwe woningen op het perceel. De inhoud van een vrijstaande woning mag niet meer bedragen dan 750 m.3 Voor een twee-onder-één-kapwoning bedraagt de maximale inhoud 550 m 3 per woning. Voor een woning geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 8 meter. Voor de bijbehorende bouwwerken geldt een maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 en 5 meter. De gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij een twee-onder-een-kapwoning mag niet meer bedragen dan 75 m.2 Voor een vrijstaande woning is dat 150 m.2 ,
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan Looweg 2 - concept
pagina 45 van 249
Hoofdstuk 6 6. 1
Inspraak en overleg
Vooroverleg
Het concept van deze wijziging van het omgevingsplan is toegezonden worden aan de provincie Gelderland en het waterschap Vallei en Veluwe in het kader van kennisgeving en participatie volgens artikel 10. 2 van het Omgevingsbesluit. Dit concept is niet toegezonden aan de Rijksoverheid aangezien er geen nationale belangen in het geding zijn. ,
6. 2
Voorontwerp
De ontwikkeling die dit project mogelijk maakt heeft een beperkte invloed op zijn omgeving. Andere bebouwde percelen zijn op ruime afstand gelegen. Daarom heeft geen voorontwerp van deze wijziging van het omgevingsplan voor inspraak ter inzage gelegen. De buurtbewoners zijn geïnformeerd over het initiatief. Het gaat om de bewoners van de. ,
,
..
6. 3
Ontwerp
Het ontwerp van deze wijziging van het omgevingsplan heeft gelegen. Toen zijn P. M. zienswijzen ingediend.
Gemeente Ermelo
van
P. M. tot en met P. M. ter inzage
TAM-omgevingsplan Looweg 2 - concept
pagina 46 van 249
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan Looweg 2 - concept
pagina 47 van 249
Bijlagen bij motivering
Gemeente Ermelo
TAM-omgevingsplan Looweg 2 - concept
pagina 48 van 249
Bijlage 1
Gemeente Ermelo
Landschappelijk inpassingsplan
TAM-omgevingsplan Looweg 2 - concept
LANDSCHAPPELIJKE •
Looweg
2
-
Ermelo
INPASSING • Tubbergen 17 april 2025 - Definitief ,
LANDSCHAPPELIJKE Datum:
3 juni 2024 Tubbergen
Gewijzigd:
17 april 2025 Tubbergen
Status:
Definitief
Opgesteld:
N+L Landschapsontwerpers i. s. m. Veluwse Architecten
,
,
nl-landschap. nl info @nl-landschap.nl Auteur: Getekend: Gecontroleerd:
Ing. DA Ing. DA Ing. NH
Inhoudsopgave:
1. Aanleiding 2. Huidige situatie 3. Landschapsanalyse 4. Nieuwe situatie 5. Groen en natuur-
inclusief bouwen
2
03 04 06 08 10
INPASSING
1. Aanleiding 1. 1 Korte historie planlocatie Aan de Looweg 2 te Ermelo
bevindt zich een agrarisch bedrijf dat zich focust op het houden van kalveren. Op het erf is de woonboerderij ‘De Kawoep’ te vinden. Volgens historische kaarten is op deze locatie al vanaf 1850 bebouwing aanwezig. Achter en naast de boerderij is agrarische bebouwing te vinden. Het bedrijf is gelegen in landschappelijk een afwisselend gebied. Het ligt aan de noordwestelijke flank van de Veluwe waar de zandgronden van de stuwwal overgaan in de kleigronden van de voormalige Zuiderzeekust. Het omliggende landschap is in de loop der jaren veranderd van een bosrijke omgeving naar een open landschap met nog enkele houtwallen en houtopstanden.
landschap en het vigerende beleid. Dat resulteert in een beschrijving van de nieuwe situatie die aan het gesteld beleid voldoet.
,
1. 2 Wens initiatiefnemer Op dit moment is op de planlocatie sprake van een kalverhouderij.
De initiatiefnemer is voornemens om de agrarische werkzaamheden te staken en de schuren die gebruikt worden ten behoeve van de kalverhouderij te slopen. De initiatiefnemer wenst mee te doen aan functieverandering. Dit betekent dat op het erf vijf extra wooneenheden kunnen worden gerealiseerd. Het zal gaan om wooneenheden die passen bij de huidige vraag dat wil zeggen: een vrijstaande woning maar ook geschakelde woningen die toegankelijk zijn voor bijvoorbeeld starters of senioren. De huidige woningen blijven behouden. ,
,
1. 3 Landschappelijke inpassing De gemeente Ermelo stelt een
landschappelijke inpassing als belangrijke voorwaarde voor de ontwikkeling. In deze onderbouwing wordt daarom de landschappelijke inpassing uiteengezet. Er wordt een beschrijving van het plangebied gegeven het omliggende ,
3
2. Huidige situatie 2. 1 Ligging planlocatie
De planlocatie is gelegen ten noordwesten van Ermelo in de gemeente Ermelo. Op de historische kaarten is vanaf minimaal 1850 bebouwing op de locatie zichtbaar. In deze jaren was het erf voornamelijk omzoomd door bospercelen. Vanaf +/- 1920 is het bosareaal in oppervlak afgenomen en omgevormd naar weilanden met enkel nog (laan)structuren langs wegen en met houtwallen die dienen als perceelscheiding. Deze structuur is in de huidige opzet terug te zien. ,
2. 2 Huidige erfindeling
De locatie van de huidige woonboerderij is al bewoond vanaf minimaal 1850. Het erf kent een duidelijke hiërarchie. Het hoofdgebouw betreft de voormalige boerderij en is als zodanig goed herkenbaar met een karakteristieke wolfskap met pannen. De voorkant is georiënteerd op de Korpersteeg en de niendeur bevindt zich aan de achterzijde van de voormalige boerderij. Rechts naast de woning bevindt zich een aangebouwd bijgebouw in eenzelfde stijl maar in een kleiner volume. Vanaf minimaal 1890 stond er al een bijgebouw op locatie van de woning (B op tekening) deze woning staat direct achter de niendeur. In de loop van de jaren hebben verschillende uitbreidingen van het erf plaatsgevonden waarbij de stallen aan de achter- en rechterzijde van de woning zijn gerealiseerd. Een deel van de stallen steken vóór de voorgevel van de boerderij. Dat was niet gebruikelijk maar mogelijk was het gebrek aan ruimte de oorzaak daarvan. Aan de voorzijde van
Plangebied , ten noordwesten van Ermelo. (Bron: geo. overijssel. nl)
,
,
,
,
,
Planlocatie. (Bron: geo. overijssel. nl)
4
de boerderij bevindt zich een oude fruitgaard met bomen van groot formaat. Op het erf bevinden zich grote walnotenbomen en het erf kenmerkt zichzelf door de openheid naar het achtergelegen agrarisch bouwland. 2. 3 Nieuwe elementen
Het woonhuis en de naastgelegen woning blijven behouden evenals het aangebouwde deel van de boerderij. De rest van het erf zal ontwikkelt worden met nieuwe woningen in totaal 5 wooneenheden. Het gaat om één vrijstaande woning en twee 2^1 kapwoningen. De woningen hebben waar mogelijk inpandige bijgebouwen. De nieuwe erfopzet houdt rekening met de bestaande structuur van het omliggende landschap. In dit geval heeft en houdt het erf een orthogonale opzet waarbij de gebouwen met de nokrichting haaks op de Korpersteeg of Looweg zijn gesitueerd. In de nieuwe situatie is het oorspronkelijke erfensemble het uitgangspunt. De nieuwe bebouwing wordt achter de voorgevel van de hoofdboerderij gesitueerd. Daarmee wordt de hiërarchie op het erf teruggebracht. Het geheel wordt landschappelijk ingepast met hagen en het behoud van de al aanwezige houtopstanden. De openheid richting achtergelegen landschap blijft hiermee behouden. ,
,
Locatie plangebied: 1890 , 1930 en 1965 (Bron: topotijdreis. nl)
5
3. Landschapsanalyse Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden de wind en het water. Onder koude omstandigheden in de laatste ijstijd heeft de wind ervoor gezorgd dat geërodeerd zand op de hogere delen in het landschap werd afgezet zoals op de stuwwallen en tegen de flanken van de stuwwallen. Het plangebied is op de westelijke flank van de stuwwal van de Veluwemassief gelegen. De omgeving betreft het overgangsgebied tussen de zandgronden van de Veluwe en het zeekleigebied van de Zuiderzee. Het projectgebied valt in de overgang van het kampenlandschap naar het heideontginningslandschap dit zorgt in dit gebied voor een afwisselend natuurlijk landschap. ,
,
,
Cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. Het landschap werd functioneel ingericht waarbij men nooit heeft nagedacht over de schoonheid ervan. Nu waarderen wij juist de ingrepen van destijds. De eerste nederzettingen in Nederland werden gesticht op de rand van de hogere stuwwallen en dekzandruggen op de overgang zoals het plangebied naar de lagere gronden. De akkers op de hogere gronden waren vooral geschikt voor graansoorten. Ze werden intensief gebruikt en bemest met heideplaggen vermengd met dierlijke mest uit het voormalige potstal systeem. De heideplaggen kwamen ,
,
6
van de
grootschalige open heidecomplexen. Een gedeelte van die heidevelden zijn ontgonnen na betere kennis over bemesting en afwatering. De heidegebieden waren functioneel verbonden met de hogere gronden: het kampenlandschap. In de overgangsgebieden lagen de kleine erfensembles langs de weg en kennen de wegen een organische structuur die de aanwezige landschapsvormen volgen. Beplanting vinden we op de planlocatie terug in de vorm van (laan) structuren langs wegen en houtopstanden tussen agrarische percelen. Richting het noorden zijn de bospercelen nog te herkennen evenals de beplanting langs de wegen. Richting het zuiden is het landschap in de loop der jaren opener geworden en hebben de boscomplexen ruimte gemaakt voor agrarische percelen. In het kampenlandschap liggen erven vaak op een verstrooide manier in het landschap. Het hoofdgebouw vaak de oorspronkelijke (woon)boerderij is bijna altijd loodrecht op - en met de voorzijde richting - de weg georiënteerd. ,
,
De bijgebouwen zijn waar mogelijk achter de woning gesitueerd. De nieuwe ontwikkeling op de planlocatie is een kans om het karakter van het gebied te herstellen. Door alle bebouwing achter de voorgevel van de hoofdwoning te situeren wordt de hiërarchie op het erf weer duidelijk.
Laag van cultuurlandschap. (Bron: Gelderland. maps. arcgis. com).
Hoogtekaart , met de stuwwal aan de oostzijde. (Bron: ahnviewer).
7
4. Nieuwe situatie 4. 1 Samenvatting huidige situatie
Het erf bestaat uit een woonboerderij met een aantal bijgebouwen. De bijgebouwen die zich aan de achter- en rechterzijde van de boerderij bevinden worden gebruikt ten behoeve van de kalverhouderij. Deze schuren zullen gesloopt worden en het erf zal opnieuw worden ingericht en landschappelijk ingepast waarbij woningen en bijgebouwen worden toegevoegd. Het erf ligt aan de flank van een stuwwal in het overgangsgebied tussen de Veluwe en het Zuiderzee gebied. De omgeving staat bekend om haar open karakter en hier en daar wordt dit onderbroken door houtopstanden of zelfs bospercelen. Het erf ligt op de overgang tussen het kampenlandschap en het heideontginningslandschap. Dit is een half open landschap met organische structuren.
wolfskappen. Het hoofdgebouw (de boerderij) ligt daarbij altijd voorop met de schuren ernaast of erachter. In de bestaande situatie is de boerderij met de voorzijde richting de Korpersteeg gelegen maar ligt de oriëntatie op de Looweg. De schuren aan de oostzijde liggen parallel aan de boerderij de schuren erachter liggen er haaks op. Daardoor omarmen de schuren min of meer het erf. In de nieuwe situatie staan daarom opnieuw een aantal gebouwen parallel (D/E) en een aantal gebouwen (B/C) haaks op de voormalige boerderij. Met name aan de oostzijde wordt daarmee voorkomen dat er een te breed front ontstaat. De gebouwen liggen enigszins uit elkaar zodat er een centraal gedeelte ontstaat. Er is geen patroon te herkennen waardoor er geen afgemeten structuur op het erf ontstaat. Oftewel: de gebouwen vormen samen een ensemble in een min of meer toevallige opstelling. ,
,
4. 2 Nieuwe situatie
De bestaande woning en aangebouwd bijgebouw zullen behouden blijven samen met de woning aan de achterzijde (A en B op tekening). In de nieuwe situatie zijn de rest van de huidige stallen van de woning gesloopt (F). Op de locatie van de gesloopte stallen zullen nieuwe woningen met bijgebouwen worden gerealiseerd. Het gaat om één vrijstaande woning (D op tekening) en twee 2^1 kapwoningen (C en E) met bijbehorende bijgebouwen (L). In de nieuwe situatie zal waar mogelijk aansluiting worden gezocht met het omliggende landschap. Karakteristiek voor het plangebied zijn de verspreid liggende erven met voormalige boerderijen of nieuwe woonboerderijen met ,
,
,
8
Het erf ligt op de overgang tussen het kampen- en heideontginningslandschap. Het kampenlandschap kenmerkt zich wat meer door een verstrooide opzet de heideontginning is juist gestructureerd. De erfopzet heeft iets weg van beide en is daarmee passend in het overgangsgebied. De bestaande houtopstanden hebben een landschappelijke waarde langs het erf en blijven behouden (S op tekening). De openheid richting het noordoosten blijft deels gehandhaafd. Eventuele scheidingen tussen woningen zullen met een inheemse haag worden gerealiseerd (T). De ontsluiting vindt plaats via het bestaande erf. ,
A: B: C: D: E: F: G: H: I: J: K: L: M: N: O:
P: Q: R: S: T: U:
Bestaande woning. Bestaande schuurwoning met nieuw te bouwen geïntegreerd bijgebouw. Nieuw te bouwen 2-onder-een-kap-woning. Nieuw te bouwen vrijstaande woning. Nieuw te bouwen 2-onder-een-kap-woning met inpandig bijgebouw. Te slopen opstallen (rode stippellijn). Erfverharding met parkeerplaatsen waar mogelijk gesitueerd met grasbetonklinkers. Nieuw te planten bomen. Aanplanten in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters) en elk voorzien van twee boompalen. Totaal 6 stuks met de soort: Fladderiep (H¹) , linde (H²) en beuk (H³). Bouwblok. Te vellen oude berken , deze zijn te compenseren met 3 zomereiken , Aan te planten in de maat 12-14 (stamomtrek in centimeters) en elk voorzien van twee boompalen bij aanplant. Bestaande fruitgaard aanvullen met fruitbomen , aanplanten in de maat 10-12 (stamomtrek in centimeters) met oud-Hollandse rassen. Totaal 2 stuks en elk voorzien van twee boompalen bij aanplant. Bijgebouwen. Tuin / Gazon. Agrarisch bouwland. Nieuw aan te planten struweel. Aanplanten in de maat 80-100(hoogte in centimeters) met de soort: hulst , taxus , hazelaar , meidoorn , krent , vuilboom en Gelderse roos. Plantafstand 15, x 15, meter , 80 stuks op een oppervlakte van 182 vierkante meter. Aanplanten in gelijke verhouding nieuw aan te leggen greppel die zal dienen als retentiewadi voor de ontwikkeling Nieuw aan te planten struweel.
Aanplanten in de maat 80-100 (hoogte in centimeters) met de soort: hazelaar , meidoorn , sleedoorn , liguster en Gelderse roos. Plantafstand 15, x 15, meter , 135 stuks op een oppervlakte van 300 vierkante meter. Aanplanten in gelijke verhouding. Open vensters vanuit woningen naar achtergelegen landschap. Bestaande houtopstanden. Nieuw te planten beukenhaag. Aanplanten in de maat 80-100 (hoogte in centimeters) in enkele rij. 5 stuks per m1 , totaal: 185 stuks op een lengte van 37 meter. Onbebouwde zones (grijze stippellijn).
Fragment uit 1920 (bron: topotijdreis. nl) Nieuwe situatie , niet op schaal. (Bron: N+L landschapsontwerpers). Project: Rood voor Rood Adres: Looweg 2/2a Locatie: Ermelo
Getekend: Gecontroleerd: Datum:
DA NH 02-04-2025
Status: Formaat:
DO A3
Noord: ^ Schaal: 1:1000
9
5. Groen-
en
natuurinclusief bouwen
Na vaststelling van de Groenvisie 2017-2027 dient een uitvoeringsnota groen- en natuurinclusief bouwen op te worden gesteld. De strekking van de nota dient te zijn dat bij elke nieuwbouwaanvraag het thema groen- en natuurinclusief bouwen aan de orde is en zo mogelijk ook uitvoering hiervan wordt verlangd. Op 16 april 2019 is in de commissie Infrastructuur en Ruimte het voorstel met betrekking tot de uitvoeringsnota groen- en natuurinclusief bouwen behandeld. De Wethouder heeft toen op verzoek van de commissieleden het voorstel teruggenomen en toegezegd: ,
het addendum van de commissie mee te nemen in het afwegingskader woningbouw ; • wel door te gaan met stimuleringsbeleid voor groen- en natuurinclusief bouwen.
Het puntensysteem Bij projecten waarbij de gemeente initiatiefnemer en/of ontwikkelaar is (bijv. bij tenderen) en bij wijzigingen van bestemmingsplannen wordt een verplicht puntensysteem gehanteerd. Naast woningbouwprojecten geldt dit puntensysteem ook voor andere projecten bijv. aanleg infrastructuur en bouw van andere gebouwen dan woningbouw. De essentie van het puntensysteem is dat de initiatiefnemer maatregelen neemt waarbij elke maatregel 1 2 of 3 punten waard is. Afhankelijk van de omvang van het bouwproject wordt een verplicht aantal punten voorgeschreven. ,
,
,
•
Doelstellingen groen- en natuurinclusief bouwen Het groen in op en aan gebouwen is van groot belang voor de leefbaarheid en voor het ecologisch functioneren van Ermelo. Daarnaast gaat het om een veel bredere opgave om meer groen in de woonomgeving toe te passen. Het behoud en ontwikkelen van groen is van groot belang voor bescherming en ontwikkeling van soorten en voor de biodiversiteit in Ermelo voor een prettige leefomgeving voor mogelijkheden voor natuurbeleving voor welzijn en gezondheid en voor klimaatverbetering. Het begrip “groen- en natuurinclusief bouwen” wordt dus breed uitgelegd. ,
,
,
10
De keuze uit de onderstaande lijst van maatregelen dient gebaseerd te zijn op ecologische advies zodat de maatregelen op een zo optimale wijze bijdragen aan de doelstellingen van groen- en natuurinclusief bouwen. Overigens is dit niet (geheel) nieuw. Immers bij (bouw) projecten wordt nu al natuuronderzoek gedaan waar ook vaak advies over maatregelen met betrekking tot groen- en natuurinclusief bouwen wordt gegeven maar deze zijn dan niet verplicht. Nu worden de maatregelen wel verplicht. Gekozen is voor praktische en compacte lijst van maatregelen met verwijzingen naar voorbeelden. ,
,
5. 1 Stappenplan
De ontwikkeling wordt ingeschaald onder “C”. Het betreft een middelgroot project met een oppervlakte tussen de 2. 000 m2 en
Stap 1 – bepalen omvang project
10. 000 m2.
De eerste stap is het bepalen van de omvang van het project. Hoe groter de omvang hoe meer maatregelen worden gevraagd. De projecten worden als volgt ingedeeld:
5. 2 Maatregelen inclusief punten
A. Kleinschalige projecten oppervlakte kleiner dan 500 m2. B. Middelgrote projecten oppervlakte tussen de 500 m2 en 2. 000
1 Geveltuin 1 Groen dak met sedum 2 Groen dak met sedum grassen en kruiden 3 Groen dak met sedum grassen kruiden en dwergheesters 3 Groen dak met sedum grassen kruiden dwergheesters struiken
,
m2
Onderdeel gevel/daken
,
C. Grootschalige projecten oppervlakte tussen 2. 000 m2 en
,
10. 000 m2.
,
,
D. Zeer grootschalige projecten oppervlakte groter dan 10. 000 m2.
en
,
,
,
bomen
3 Bruindak met zand en steen als nestplaats voor o. a. scholeksters en
Stap 2 – het verplichte aantal te behalen punten:
plevieren 2 Bekleding van gevels en losse muren met inheemse planten
A. Kleinschalige projecten oppervlakte kleiner dan 500 m2 5 punten. B. Middelgrote projecten oppervlakte tussen de 500 m2 en 2. 000 ,
m2
,
11 punten.
C. Grootschalige projecten oppervlakte tussen 2. 000 m2 en
In het plan zijn er geen aspecten opgenomen op het gebied van gevelmuur- of dakbekleding. Er zijn derhalve geen punten toegekend op dit onderdeel.
,
10. 000 m2 , 16 punten.
D. Zeer grootschalige projecten oppervlakte groter dan 10. 000 m2
,
26 punten.
11
Onderdeel fauna 1 Insectenstenen of insectenhotels 1 Nestkast voor vlinders 3 x 1 Nestplaats voor vogels (o. a. zwaluw , mus , enz. ) 1 Het hele jaar is er voedsel voor vogels in tuin/erf beschikbaar 2 x 1 Verblijfplaats voor vleermuizen 1 Met de verlichting is nadrukkelijk rekening gehouden met
vleermuizen 1 Inrichting tuin/erf afgestemd op kleine zoogdieren (o. a. egel)
In het plan zijn diverse aspecten opgenomen op het gebied van fauna. Het gaat om insectenhotels nestplaatsen voor vogels en er is rekening gehouden met plaatsen voor vleermuizen. In totaliteit is er sprake van 6 punten.
1 Bloemrijk grasland en/of kruidenrijke randen kleiner dan 100 m2 2 Bloemrijk grasland en/of kruidenrijke randen groter dan 100 m2 en kleiner dan 1000 m2 3 Bloemrijk grasland en/of kruidenrijke randen groter dan 1000 m2 1 Zoomvegetatie langs perceelrand(en) 1 Houtsingel en/of -wal met inheemse struiken en bomen korter dan 50 meter breder dan 3 meter 2 Houtsingel en/of -wal met inheemse struiken en bomen langer dan 50 meter breder dan 3 meter 2 x 1 Inheems bosje > 50m2 en kleiner dan 100 m2 2 x 2 Inheems bosje > 100 m2 kleiner dan 300 m2 3 Inheems bosje > 300 m2
,
In het plan zijn aspecten opgenomen op het gebied van flora. Het betreft de aanplant van (minimaal) 3 inheemse bomen. Er worden meerdere iepen linden beuken aangeplant. Totaal: 9 stuks. De inheemse bosjes aan de kant van het agrarisch bouwland bestrijken in zijn totaliteit een oppervlakte van +/- 400 m2. Totaal kunnen met de voorgenomen maatregelen 11 punten worden toegekend. ,
Onderdeel flora 3 x 1 Drie inheemse bomen 1 Vijf inheemse struiken 1 De vegetatie op het terrein heeft in elk seizoen inheemse bloeiende
,
Onderdeel ecologie
planten 2 x 1 Inheemse haag > 10 meter 1 Takkenril langer dan 5 meter en breder dan 1 meter 2 Boomgaard met > 10 fruitbomen
12
2 Creëren overhoekje met graansoorten > 100 m2 2 Mantel- en zoomvegetatie toegepast in de overgang naar bosranden > 100 m2
1 Het maaibeleid houdt nadrukkelijk rekening met natuurwaarden. 1 Natuurlijke poel doorsnede kleiner dan 20 meter 3 Natuurlijke poel doorsnede groter dan 20 meter 1 Tuinvijver 1 Waterschaal voor vogels 2 Natuurvriendelijke oever > 10 m 1 Ecologische wadi
terrein gecomposteerd. 1 Gerecycleerde materialen worden op het terrein gebruikt. 2 Natuurspeelplaats (voor vlinders bijen vogels en planten) > 100 m2 3 Al het bestaande groen in het plangebied blijft behouden
In het plan is een waterberging verwerkt. De waterberging zal plaatsvinden in een greppel. Echter is deze maatregel niet geschikt om punten te verkrijgen op het onderdeel ecologie.
Zijn andere maatregelen toegestaan? Ja andere maatregelen zijn toegestaan. De andere maatregelen dienen gebaseerd te zijn op ecologisch advies zodat de maatregelen op een zo optimale wijze bijdragen aan de doelstellingen van groenen natuurinclusief bouwen. Op deze wijze kan maatwerk worden geleverd en is de lijst geen limitatieve lijst met maatregelen. Mocht dit zich voordoen dan zal de vakspecialist van de gemeente de maatregelen beoordelen en de punten bepalen.
Onderdeel regenwater 1 Regenwater van de gebouwen en verharde oppervlaktes heeft een
tweede gebruik 1 Alle oppervlakten op het terrein zijn water doorlaatbaar 1 Grijswater wordt verwerkt op het terrein en hergebruikt In het plan zijn er geen aspecten opgenomen op het gebied van regenwater. Er zijn derhalve geen punten toegekend op dit onderdeel. Onderdeel overig
,
,
In het plan zijn aspecten opgenomen op het gebied van overig. Er worden op het onderdeel overig geen punten toegekend.
,
5. 3 Verplicht aantal punten Alle punten dienen bij elkaar op te worden geteld en er dient te worden gezorgd dat het verplichte aantal punten is behaald. (Meer punten mag natuurlijk ook). De aan de punten verbonden maatregelen dienen onlosmakelijk deel uit te maken van het project. Zij worden vastgelegd in de (anterieure) overeenkomst met de initiatiefnemer en in een
voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. 1 Bio-afbreekbaar afval van de huishoudens en de tuin wordt op het
13
Ook bij projecten waarbij de gemeente initiatiefnemer en/of ontwikkelaar is (bijv. bij tenderen) dient aan het verplichte aantal punten te worden voldaan. Tevens dient dan de aan de punten verbonden maatregelen onlosmakelijk deel uit te maken van het project. Alleen aanvragen van projecten die het verplicht aantal punten hebben behaald worden meegenomen in de prioriteringsronde van het afwegingskader woningbouw. ,
Met voorgenoemde behaald: Fauna - Flora -
Dakoppervlak: 1190 vierkante meter.
In zijn totaliteit dient men 1409 m3 te bergen. Dit is berekend zonder afvloeiingscoëfficiënt. De bergingen zijn geschikt om 148 m3 te bergen. Dit voldoet aan de gestelde eisen. ,
Onderstaand de tabel t. b. v. de waterbergingsberekening.
worden op de volgende onderdelen punten
6 punten 11 punten
Totaal is er sprake van 17 punten waarmee voldaan wordt aan de vereiste van minimaal 16 punten. 5. 4 Waterberging
Voor het plan is een waterbergingsberekening opgesteld. Het uitgangspunt vanuit de gemeente is een piekbui van 60 mm/m2. Het totale verharde oppervlakte en het dakoppervlak van de nieuwe situatie is uitgerekend en gebruikt als uitgangspunt. De totale oppervlakten bedragen: - Verharding: 1159 vierkante meter ; 14
-
hŝƚŐĂŶŐƐƉƵŶƚĞŶ͗ sĞƌŚĂƌĚŽƉƉĞƌǀůĂŬďĞƐƚƌĂƚŝŶŐ ĂŬŽƉƉĞƌǀůĂŬ
ϭϭϱϵ ϭϭϵϬ
ŵϮ ŵϮ
ĞƌŐŝŶŐƐĞŝƐ
ϲϬ
ŵŵͬŵϮǀĞƌŚĂƌĚŽƉƉĞƌǀůĂŬ
dŽƚĂůĞďĞƌŐŝŶŐ ĞƌŐŝŶŐďĞƐƚƌĂƚŝŶŐ ĞƌŐŝŶŐĚĂŬŽƉƉĞƌǀůĂŬ
ϭϰϬ͕ϵ ϲϵ͕ϱ ϳϭ͕ϰ
ŵϯ ŵϯ ŵϯ
ƵŝĚĞůŝũŬŐĞůĞŐĞŶĚĞĞů ŝĞƉƚĞ DŝĚĚĞŶŽƉƉĞƌǀůĂŬ ZĂŶĚŽƉƉĞƌǀůĂŬ
ŽƉƉĞƌǀůĂŬƚĞ Ϭ͕ϳϱ Ϭ͕ϯϳϱ
dŽƚĂůĞďĞƌŐŝŶŐ
Bergingsberekening (bron: N+L Landschapsontwerpers).
ďĞƌŐŝŶŐ ϭϬϭ ϳϱ͕ϳϱŵϯ ϭϴϵϳϬ͕ϴϳϱŵϯ ϭϰϲ͕ϲϯŵϯ
A:
Het plaatsen van een insectenhotel.
B:
Het plaatsen van 3 nestkasten.
C:
Twee verblijfplaatsen voor vleermuizen.
D:
Negen nieuw te planten inheemse bomen.
E:
Inheemse haagelementen van 10 meter of langer.
F:
Inheems bosje kleiner dan 100 m2. Bosje voorzien van meerdere inheemse struiken.
G:
Inheems bosje groter dan 100 m2. Bosje voorzien van meedere inheemse struiken.
H:
Waterinfiltratie in de vorm van een greppel.
* Waterbergings berekening t. b. v. (H).
hŝƚŐĂŶŐƐƉƵŶƚĞŶ͗
sĞƌŚĂƌĚŽƉƉĞƌǀůĂŬďĞƐƚƌĂƚŝŶŐ ĂŬŽƉƉĞƌǀůĂŬ
ϭϭϱϵ ϭϭϵϬ
ŵϮ ŵϮ
ĞƌŐŝŶŐƐĞŝƐ
ϲϬ
ŵŵͬŵϮǀĞƌŚĂƌĚŽƉƉĞƌǀůĂŬ
dŽƚĂůĞďĞƌŐŝŶŐ ĞƌŐŝŶŐďĞƐƚƌĂƚŝŶŐ ĞƌŐŝŶŐĚĂŬŽƉƉĞƌǀůĂŬ
ϭϰϬ͕ϵ ϲϵ͕ϱ ϳϭ͕ϰ
ŵϯ ŵϯ ŵϯ
ƵŝĚĞůŝũŬŐĞůĞŐĞŶĚĞĞů ŝĞƉƚĞ
DŝĚĚĞŶŽƉƉĞƌǀůĂŬ ZĂŶĚŽƉƉĞƌǀůĂŬ
Ϭ͕ϳϱ Ϭ͕ϯϳϱ
ŽƉƉĞƌǀůĂŬƚĞ
dŽƚĂůĞďĞƌŐŝŶŐ
ďĞƌŐŝŶŐ
ϭϬϭ ϳϱ͕ϳϱŵϯ ϭϴϵϳϬ͕ϴϳϱŵϯ ϭϰϲ͕ϲϯŵϯ
Waterbergings berekening (N+L)
Nieuwe situatie natuurinclusief bouwen , niet op schaal. (Bron: N+L landschapsontwerpers).
15 Project: Rood voor rood Adres: Looweg 2/2a Plaats: Ermelo
Getekend: Gecontroleerd: Datum:
DA NH 17-04-2025
Status: Formaat:
DO A3
Noord: ^ Schaal: 1:1500
l a
16
n
d
s
c
h
a
p
s
o
n
t w
e
r p
e
r s
Oldenzaalseweg 38 • 7651 KC Tubbergen • info @nl-landschap.nl • www. nl-landschap. nl
pagina 65 van 249
Bijlage 2
Gemeente Ermelo
Verkennend bodemonderzoek
TAM-omgevingsplan Looweg 2 - concept
GRONDVITAAL BODEMONDERZOEK
Verkennend bodemonderzoek asbest in bodemonderzoek
en
Locatie
Adres: Postcode,
Looweg Plaats
2
3853 JV Ermelo
Opdrachtgever Naam:
Adres: Postcode, plaats:
Contactpersoon: Telefoonnummer:
Uitvoering
en
Veluwse Architecten Stationsstraat 36a 3851 NJ Ermelo dhr. (geanonimiseerd) 0341 (geanonimiseerd)
Projectgegevens Projectnummer:
rapportage
Naam:
Adres: Postcode, plaats: Telefoonnummer: Fax:
Grondvitaal BV Voorthuizerstraat 256 3881 SN Putten
E-mailadres:
0341 491323 0341 491806 info@grondvitaal.nl
Contactpersoon:
dhr
Versie: Revisiestatus:
2532007 01 Definitief
Rapportagedatum:
11
maart 2025
Autorisatiedatum:
11
maart 2025
Uitvoering conform:
NEN
(geanonimiseerd)
NEN
Analyses Naam:
Postcode, plaats:
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld
Telefoonnummer:
0342 426300
E-mailadres:
info-env@eurofins.nl
Naam:
Postcode, plaats:
ACMAA ‘t Haarboer 6 7561 BL Deurningen
Telefoonnummer:
074-2455040
E-mailadres:
laboratorium@acmaa.nl
Adres:
Adres:
tk,
5
,
it: SWag,
hehe
oe Sg
5740 5707
BV
/ ASBESTINVENTARISATIE
INHOUDSOPGAVE 1
SAMENVATTING
2 2. 1 2. 2 2. 3 2. 4 2. 5
VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSHYPOTHESE Doel van het onderzoek Historisch onderzoek en visuele waarneming Onderzoekshypothese Uitvoering van het onderzoek Geohydrologie
3 3. 1 3. 2 3. 3 3. 4 3. 5
UITVOERING VERKENNEND BODEMONDERZOEK Veldwerk Resultaten veldwerk Laboratoriumonderzoek Interpretatie van het laboratoriumonderzoek Overzicht analyseresultaten
4 5. 1 5. 2 5. 3 5. 4 5. 5
ONDERZOEK ASBEST IN BODEMONDERZOEK Veldwerk Resultaten bodeminspectie Laboratoriumonderzoek Interpretatie van het laboratoriumonderzoek Overzicht analyseresultaten
5 5. 1 5. 2 5. 3 5. 4
SAMENVATTING CONCLUSIE en AANBEVELING Samenvatting verkennend bodemonderzoek Samenvatting asbest in bodemonderzoek Conclusie Aanbeveling ,
BIJLAGEN 1.
Overzicht boorpunten en inspectiegaten Kadastrale situatie
2. 3.
Boorprofielen Analyseresultaten
4.
Streef- en interventiewaarden standaardbodem
2 1 SAMENVATTING Soort onderzoek Aanleiding Doel
Verkennend bodemonderzoek en asbest in bodemonderzoek aanvraag omgevingsvergunning Vaststellen of sprake is van verontreiniging in de grond / grondwater NEN 5740 ONV (onverdacht) en NEN 5740 VEP (verdachte kern) NEN 5707+C2:2017 § 6. 4. 4 (verdachte toplaag plaatselijke bodembelasting duidelijke kern)
Opzet
,
Locatie Kadastraal bekend
Oppervlakte Terreininrichting Terreingebruik Terreingebruik omgeving Kaartcoördinaten Hypothese NEN 5740 Hypothese NEN 5707
Looweg 2 3853 JV Ermelo Gemeente
Ermelo G 3750 / 3806 / 3807 / 3808 / 3809 m!
Sectie Nummer 6. 850 gedeeltelijk verhard Wonen / agrarisch Wonen X = 169322 A. Gehele onderzoeksgebied B. Brandstoftank C. Druppellijnen
VERKENNEND BODEMONDERZOEK Aantal boringen / peilbuizen 05 m-mv ,
Y =
10 m-mv
479542 Onverdacht Verdacht Verdacht
20 m-mv
,
,
25 m-mv
peilbuis
,
A. Gehele onderzoeksgebied
13
-
2
-
1
B. Brandstoftank
-
2
-
-
1
Bodemopbouw Grondwaterstand Zintuiglijke waarnemingen Resultaten grond
Donkerbruin tot lichtgrijs matig fijn zand 114 m-mv (gemiddeld)
A. Gehele onderzoeksgebied
mm1-bg mm1-bg
Voldoet aan interventie waarde Voldoet aan interventie waarde
mm1-bg mm1-bg
Voldoet aan interventie waarde Voldoet aan interventie waarde
,
-
Toetsing
mm-B
B. Brandstoftank
,
Resultaten grondwater
Voldoet aan interventie waarde > interventiewaarde
> streefwaarde
A. Gehele onderzoeksgebied
01-1-1
B. Brandstoftank
B01-1-1 A. Gehele onderzoeksgebied Hypotese bevestigd. B. Brandstoftank Hypothese verworpen. In de grondmengmonsters en het grondwatermonster zijn geen overschrijdingen van respectievelijk de interventiewaarde en de streefwaarde aangetroffen. Er zijn o. i. op basis van het verkennende bodemonderzoek geen belemmeringen voor de gewenste activiteiten.
Conclusies verkennend bodemonderzoek
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2532007 : 01 : definitief
-
Rapportagedatum : 11 maart 2025 Autorisatiedatum : 11 maart 2025
-
3
ASBEST IN BODEMONDERZOEK Visuele inspectie Grondonderzoek
Per druppellijn is het maaiveld geïnspecteerd in stroken haaks op elkaar Per druppellijn 23 of 4 inspectiegaten van 03 bij 03 m en 01 m diep. Het aantal inspectiegaten is afhankelijk van de lengte van de druppellijn.
Resultaten visuele inspectie
Maaiveld Bovengrond
,
,
ABM1 (gat G01 - G2) ABM2 (gat G03 – G5) ABM3 (gat G06 – G9) ABM4 (gat G10 – G12) ABM5 (gat G13 – G14) Conclusies asbest in bodemonderzoek
Asbesthoudend Asbest fijne materiaal (grove fractie fractie)
Losse vezels < 05 mm (SEM)
nee
-
-
ja nee ja nee ja nee ja nee ja Hypothese bevestigd. nee
,
Er zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen Er zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen
Resultaten asbestanalyses
Maaiveld
,
,
n. v. t. n. v. t. n. v. t. n. v. t.
ja
Totaal gewogen Risiconorm asbestgehalte vezels (SEM) in (grove fijne mg/kg ds. fractie en SEM) in mg/kg ds. geen asbest aangetroffen n. v. t. < 50 t. n. v. < 50 n. v. t. < 50 n. v. t. < 50 > 10 < 100 ,
Er zijn in eerste instantie geen onaanvaardbare gehalten asbest in de bodem aangetroffen. Echter bij het mengmonster ABM5 waren bij de analyse asbest verdachte vezels aangetroffen. Naar aanleiding hiervan is door middel van SEM analyse de asbestconcentratie in de fractie < 05 mm bepaald. Het gewogen gehalte hiervan bedraagt 26 mg/kg ds. Dit overschrijd de risiconorm van 10 mg/kg ds. Door het overschrijden van de risiconorm dient de druppellijn ter plaatse van inspectiegaten G13 en G14 te worden gesaneerd. ,
De asbestverontreiniging in de druppellijn heeft op basis van het stappenschema uit de circulaire bodemsanering de status onaanvaardbaar risico (buiten). De sanering dient spoedig uitgevoerd te worden. Dit houdt in dat de aanvang van de sanering moet plaatsvinden 4 jaar na beschikking. Voorafgaand aan de sanering dient conform het BAL (Besluit Activiteiten Leefomgeving) binnen de omgevingswet minimaal 4 weken van tevoren een melding te worden gedaan bij het bevoegd gezag. De sanering dient te worden begeleid door een BRL SIKB 6000 gecertificeerd bedrijf. De ontgraving en uitvoering van de sanering dient plaats te vinden door een BRL SIKB 7000 gecertificeerd bedrijf. Sloopwerkzaamheden mogen voorafgaand aan de sanering worden uitgevoerd echter mag er niet in de grond gegraven worden voordat de verontreiniging is gesaneerd. De bovenbouw mag en kan al verwijderd worden echter de fundering aan de zijde van de druplijn dient ongeroerd te blijven zolang er nog niet is gesaneerd en de locatie nog niet is vrijgegeven na de sanering. ,
,
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2532007 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 11 maart 2025 Autorisatiedatum : 11 maart 2025
4 2
VOORONDERZOEK EN ONDERZOEKSHYPOTHESE
2. 1
Doel van het onderzoek
Het doel van het verkennend bodem- en asbest in bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem met betrekking tot de eventuele aanwezigheid van bodemverontreiniging in de grond en het freatisch grondwater.
2. 2
Historisch onderzoek en visuele waarneming
Het historisch vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725. Tijdens het vooronderzoek zijn de hierna te noemen bronnen geraadpleegd waaruit de volgende voor het onderzoek van belang zijnde gegevens bekend zijn geworden:
Overzicht voorinformatie Bron
Informatie
Opdrachtgever / contactpersoon
Op de onderzoekslocatie bevinden zich een woning een zorgwoning en diverse schuren. Het voornemen is de agrarische bebouwing te slopen. Er zullen 5 nieuwe woningen worden teruggebouwd. Het te onderzoeken terreingedeelte bestaat gedeeltelijk uit met bestrating verhard terrein. Voor het overige deel is het terrein onverhard (tuin gras). De aanleiding tot het onderzoek is een aanvraag omgevingsvergunning. Het uitgevoerde onderzoek strekt zich uit over een oppervlak van ± 6850 m! (zoals op bijlage 1 aangegeven). Er hebben voor zover bekend op de onderzoekslocatie geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsgevonden waardoor een bodemverontreiniging is ontstaan. BODEMINFORMATIE In ons bodeminformatiesysteem is geen informatie opgenomen over de aangegeven locatie. Ook over direct aangrenzende percelen is geen informatie opgenomen. Ook over de percelen binnen 25 meter van de locatie is geen informatie ,
,
Omgevingsdienst Veluwe
opgenomen.
BODEMBEDREIGENDE ACTIVITEITEN / BEDRIJVIGHEID In het historisch bodembestand (HBB) zijn locaties opgenomen waar in het verleden vergunningplichtige en mogelijk bodemverontreiniging veroorzakende activiteiten hebben plaatsgevonden. In het Historisch Bodem Bestand genoemd.
van de gemeente
wordt de locatie niet
In het Historisch Bodem Bestand van de gemeente zijn de volgende activiteiten vermeld op de locatie: - dieseltank (bovengronds) vanaf 2000 ,
ONDERGRONDSE TANKS Voor zover bij ons bekend zijn op de locatie geen ondergrondse tanks aanwezig of aanwezig geweest. MILIEUDOSSIER/VERGUNNINGEN In het milieuvergunningenarchief zijn geen gegevens bekend locatie en de aangrenzende percelen.
van deze
NOTA BODEMBEHEER EN BODEMKWALITEITSKAARTEN Volgens de bodemfunctieklassenkaart ligt de onderzoekslocatie in een zone met de klasse overig. Voor de ontgravings- en toepassingskaart is dit landbouw en natuur.
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2532007 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 11 maart 2025 Autorisatiedatum : 11 maart 2025
5 ASBEST Er is van deze locatie geen informatie beschikbaar over project sanering asbestwegen (SANAS). In de BAG-Viewer van het Kadaster is het bouwjaar van de aanwezige bebouwing te vinden. In panden die gebouwd zijn voor 1993 kan asbesthoudend materiaal aanwezig zijn (geweest) met de eventuele kans op asbest dat in de bodem is geraakt. Volgens BAG-Viewer is het bouwjaar van de meeste panden van voor 1993. Eén uitbreiding van een schuur dateert uit 1993 verder is een schuurtje gebouwd in 2013. ,
,
Volgens de Asbestdakenkaart Gelderland zijn op de locatie gebouwen aanwezig met asbestverdachte dakbedekking. Agrarische locaties zijn altijd verdacht op de aanwezigheid van asbest: o. a. asbestdaken asbesthoudende materialen in en op de gebouwen en asbesthoudende puinverharding in erven paden en wegen. ,
,
Bouwarchief gemeente Ermelo Bodemloket provincie Gelderland
Luchtfoto’s (www. topotijdreis. nl) Topografische kaarten (www. topotijdreis. nl)
Dempingen / ophogingen puinverhardingen asbest
,
,
Visuele inspectie en waarneming door veldwerker
ARCHEOLOGISCH BELEID EN ONDERZOEK De locatie is gelegen in een zone met een lage verwachting. Gezien het bouwjaar van de panden is het bouwarchief niet aanvullend geraadpleegd. Het merendeel van de bebouwing is op grond van de dakbedekking asbestverdacht. Looweg 2 Verontreinigende activiteiten: Dieseltank (bovengrond) 2000 liter Oude Nijkerkerweg 31 Historische Bodembestand: Pluimveehouderij In 2006 is oostelijk van de locatie een kwekerij te zien. De daken van de gebouwen zijn voorzien van asbestverdachte dakbedekking. Uit topografische kaarten blijkt dat in 1875 al bebouwing aanwezig was op het perceel. Daarvoor was het terrein bos en agrarisch gebied. Rond 1915 is een pad te zien dat in oostelijke richting liep. Vanaf 1955 is dit niet meer als zodanig aanwezig. Het pad is de huidige oprit. In de loop der jaren is de bebouwing verder uitgebreid. Rond 2003 is het noordelijk en westelijk gelegen terrein in gebruik geweest als kwekerij. Voor zover bekend is het te onderzoeken terrein niet opgehoogd. Tevens zijn geen aanwijzingen voor puinverhardingslagen of asbesthoudende materialen op of in de bodem bekend geworden. Uit de visuele inspectie van de onderzoekslocatie voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk zijn geen aanvullende aanwijzingen voor bodembelastende activiteiten of bodemvreemde materialen bekend geworden. ,
,
Samenvatting relevante gegevens Door de opdrachtgever/contactpersoon is geen informatie verstrekt waaruit blijkt dat de bodem op enigerlei wijze is verontreinigd. Er zijn geen bodemonderzoeken bekend geworden. Op de locatie is een bovengrondse dieselolietank (2. 000 liter) bekend. Volgens de bodemkwaliteitskaart valt de locatie in een zone met klasse landbouw/natuur. Er is geen informatie over asbestverdachte materialen of puinverhardingen op of in de bodem bekend geworden. De bebouwing is voorzien van asbestverdachte dakbedekking. Uit topografische kaarten en luchtfoto’s blijkt dat noordelijk en oostelijk van de locatie vanaf 2003 een kwekerij aanwezig was. Dit is buiten het onderzoeksgebied. Tijdens de terreininspectie zijn geen gegevens bekend geworden waaruit een bodembelasting op de onderzoekslocatie is af te leiden. De asbesthoudende daken zijn niet / deels voorzien van dakgoten.
Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2532007 : 01 : definitief
Rapportagedatum : 11 maart 2025 Autorisatiedatum : 11 maart 2025
6 2. 3
Onderzoekshypothese
Op grond van het uitgevoerde vooronderzoek is het onderzoek te verdelen in drie deellocaties: A. Gehele onderzoeksgebied Onverdachte locatie B. Brandstoftank C. Druppellijnen
verdachte locatie verdachte locatie
Motivering Uit de tijdens het vooronderzoek verkregen informatie blijkt dat op de locatie een bovengrondse dieselolietank (2. 000 liter) aanwezig is of is geweest. Aangezien onder de asbestverdachte daken (deels) geen erfverharding aanwezig is is een onderzoek op asbest in de bodem van de druplijn noodzakelijk. ,
2. 4
Uitvoering van het onderzoek
Uitvoering van het onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig NEN 5740 ONV-NL (onverdachte niet lijnvormige locatie) en NEN 5740 VEP (verdachte kern) en aanverwante normen en richtlijnen m. b. t. het nemen van de monsters en de behandeling daarvan. Dit is omschreven in hoofdstuk 3. Met betrekking tot de asbestverdachtheid van de bodem is het onderzoek uitgevoerd overeenkomstig NEN 5707+C2:2017 § 6. 4. 4 (verdachte toplaag , plaatselijke bodembelasting , duidelijke kern) Dit is omschreven onder hoofdstuk 4. ‘Toetsingen zijn vooralsnog uitgevoerd volgens tijdelijke kaders omgevingswet in afwachting van formele vaststelling door Rijkswaterstaat , hieraan kunnen geen rechten worden ontleend’. De hierbij van toepassing zijnde onderzoeksstrategie kan van voldoende omvang geacht worden om te kunnen beoordelen of op de betreffende locatie redelijkerwijs gesproken inderdaad geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of in het freatisch grondwater. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder het BRL SIKB 2000 gecertificeerd kwaliteitssysteem van Grondvitaal BV (KIWA certificaatnummer K96888) en onderliggende protocollen 2001 2002 en 2018. ,
,
Partijdigheid
Grondvitaal BV heeft op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en/of de onderzoekslocatie waarop het onderzoek betrekking heeft zoals bedoeld in de BRL SIKB 2000. In het kwaliteitssysteem van Grondvitaal BV is vastgelegd dat op beïnvloeding van medewerkers door derden niet wordt ,
ingegaan. Pogingen tot beïnvloeding van het onderzoek en/of onderzoeksresultaten worden vastgelegd. Een wijziging op verzoek van de opdrachtgever in de onderzoeksstrategie wordt altijd vooraf besproken. Grondvitaal BV garandeert de uitvoering van een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek.
2. 5
Geohydrologie
DINO-loket Maaiveldhoogte Diepte freatisch grondwater Stijghoogte volgens isohypsenpatroon Grondwaterstromingsrichting Deklaag aanwezig? Dikte watervoerend pakket Geologie Zout of brak grondwater Ligging t. o. v. grondwaterbeschermingsgebied Projectnummer Versie Revisiestatus
: 2532007 : 01 : definitief
77 m +NAP 114 m. –mv. (gemiddeld) 65 m +NAP ,
,
,
Westelijk Nee 9 m Formatie van Boxtel (matig fijn zand) Nee Ligging niet binnen (of op korte afstand van) Rapportagedatum : 11 maart 2025 Autorisatiedatum : 11 maart 2025
GRONDVITAAL BODEMONDERZOEK
3
UITVOERING
3.1
Veldwerk
Het veldwerk 2025
is
VERKENNEND
uitgevoerd
Verdeeld
door
BODEMONDERZOEK
milieukundig
medewerker
de onderzoekslocatie zijn in totaal
over
BV
/ ASBESTINVENTARISATIE
ing. (geanonimiseerd) op 11 en 18 februari uitgevoerd (zie bijlage 1 voor
19 handboringen
boorpuntenoverzicht). Uitgevoerde boringen
| Boringen
Boringen tot 0,5 m -mv.
tot
mv.
A. Gehele
1,0 m-
Boringen Boringen | tot 2,0 m— | tot 2,5 m
mv.
Aantal analyses
Boringen met
—mv.
peilbuis
mengmonster bovengrond
Aantal analyses
Aantal
mengmonster ondergrond
analyses grondwater
onderzoeksgebied
13
2*
-
-
1
2
2
1
1
-
1
1
B. Brandstoftank 2
-
-
-
*) Opmerking uitgevoerde boringen: Bij het samenstellen
van
de
grond mengmonsters
is
geconstateerd
dat
onbedoeld een diepe boring ( tot 2,0 m-mv.) is uitgevoerd als een ondiepe boring (0,5 m-mv. Door het ontbreken van enkele ondergrond monsters is ter compensatie besloten het ondergrondmengmonster van deellocatie B te analyseren op het standaard analysepakket in plaats van alleen de verdachte parameters.
Voor samenstelling
van
de mengmonsters zie onder 3.3 laboratoriumonderzoek.
Peilfilters algemeen Het peilfilter is omstort met filterzand en daarna ruim afgepompt. De bemonstering van het grondwater heeft een week na het plaatsen van het peilfilter plaatsgevonden. Alvorens het grondwater te bemonsteren is de grondwaterstand gemeten en is het peilfilter opnieuw ruim afgepompt. Hierbij zijn de zuurgraad, elektrische geleidbaarheid en troebelheid gemeten. In het veld