Haalbaarheidsstudie e240041657
Tekst van het document
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0
HAALBAARHEIDSSTUDIE VERKABELING 150 kV-LIJNVERBINDING TUSSEN MAST 99 EN 104 TE ERMELO eventueel tot mast 105 002.729.20.S13.002 28 SEPTEMBER 2022 Versie 2.0
1
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0
Inhoud Wijzigingen
2
Inhoud
3
1
Algemeen
5
1.1
Van belang zijnde documenten
5
1.2
Doel en achtergrond
5
1.3
Toelichting werkwijze
6
2
Toelichting opbestaande situatie
7
2.1
Het knelpunt
7
2.2
Bestaande - en gewenste netsituatie
7
2.2.1
TenneT assets .................................................................................................................... 8
2.2.2
(Lokale) netontwikkelingen en/of achtergronden................................................................. 9
2.2.3
Bedrijfsvoering en VNB....................................................................................................... 9
2.2.4
Eigendom assets................................................................................................................. 9
2.2.5
Bijzonderheden.....................................................................................................................9
2.2.6
Type en omvang nieuwe assets.......................................................................................... 9
2.2.7
Kabelkeuze en belastbaarheid vande kabels.....................................................................13
2.2.8
Magneetvelden...................................................................................................................13
2.2.9
Aansluitingen op de hoogspanningslijn..............................................................................15
2.2.10 Standaarden TenneT..........................................................................................................17 2.2.11 Standaarden en richtlijnen derden.................................................................................... 17 2.3
Raakvlakken
17
2.3.1
Projecten TenneT...............................................................................................................18
2.3.2
Projecten en plannen derden.............................................................................................18
3
Zoekgebied
19
4
AlternatievenKabelverbinding
20
4.1
Leeswijzer
20
4.2
Uitgangspunten en beoordelingskader
20
4.2.1
Algemene uitgangspunten................................................................................................. 20
4.2.2
Feitelijke gegevens............................................................................................................ 21
4.2.3
Beoordelingskader............................................................................................................ 35
4.2.4
Niet beschouwde onderwerpen......................................................................................... 37
4.2.5
Score Beoordelingskader.................................................................................................. 38
4.3
Beschrijving alternatieven
39
3
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0 4.3.1
Kenmerken zoekgebied.................................................... ............................................... 39
4.3.2
Alternatieven..................................................................... ............................................... 40
4.4
Vergelijking alternatieven
54
4.5
Voorkeursoplossing
55
5
Risico's
57
6
Kosten
58
7
Vervolgstappen
59
8
Planning
59
9
Lijst met begrippen en afkortingen
61
10
Bijlagen
62
4
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0
1 Algemeen 1.1
Van belang zijnde documenten
In Tabel 1.1 is een overzicht opgenomen van alle voor deze haalbaarheidsstudie van belang zijnde documenten van TenneT en de gemeente Ermelo, die hebben geleid tot het opstellen van deze haalbaarheidsstudie. Ref
Document
[1]
Vraagspecificatie “Haalbaarheidsstudie het
verkabelen
van
150kV
voor
lijndelen
Kenmerk
Onderdeel
PU-AMT 21-234
Uitvraag
in
de gemeente Ermelo tussen de masten 99 tot en met 104 (optioneel tot en met 105)” [2]
Bomeninventarisatie Trefpunt en Tonselse Veld
[3]
Archeologische verwachting
[4]
Toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen
[5]
Verkabeling tracé hoogspanningskabels
RA1844 ERBE kb2 blad1
BN-ODNV2021AVIF-00238
Gemeentelijke eigendommen spoorzone,
[6]
Trefpunt, Trefpunt II, Eendenparkweg, Prins Hendriklaan [7]
Aanwezige data kabels en leiding in zoekgebied
[8]
Toelichting Riool Ermelo, riolering Ermelo Tonselse Veld en Ermelo Trefpunt, Transportriool Hoenderweg
Tabel 1.1 | Van belang zijnde documenten
1.2 Doel en achtergrond De gemeente Ermelo heeft TenneT TSO B.V. gevraagd een haalbaarheidsstudie uit te voeren naar de mogelijkheid voor het verkabelen van een deel van de 150 kV bovengrondse verbindingen in deze gemeente. Liander wordt in deze vertegenwoordigd door TenneT TSO B.V. De lijnverbinding en straks ook de kabelverbinding is eigendom van Liander. Aanleiding is de Electriciteitswet artkel 22a en bijbehorende AMvB, hierin is door de minister van Economische Zaken en Klimaat onder andere de volgende verbinding aangewezen als het mogelijk te verkabelen gedeelte. »
De bestaande 150kV bovengrondse verbinding Ede-Hasselaar-Harderwijk tussen de masten 99 tot en met 104. Een circa. 1,4 km lang dubbel circuit met een transportcapaciteit van 286 MVA/1100 A (winterwaarde) per circuit.
In onderstaande figuur zijn de te verkabelen delen van de bovengrondse verbinding paars gemarkeerd.
5
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0
Figuur 1.1 | Overzichtskaart te verkabelen 150 kV lijndelen tussen mast 99 en 104 in de Gemeente Ermelo
Het bepalen van een tracé voor een hoogspanningsverbinding is een complex proces. Dit proces start doorgaans met een haalbaarheidsstudie. Het onderhavige rapport betreft deze haalbaarheidsstudie, waarin een aantal mogelijke alternatieve tracés is beschouwd voor een 150 kV kabelverbinding tussen de masten 99 en 104 of 105 in Ermelo. De doortrekking van de verkabeling richting mast 105 is op verzoek van de gemeente Ermelo, vanwege het verzoek van de eigenaar van het recreatiepark waar mast 104 midden op het voorerf staat, ook beschouwd. De ontwikkeling van een aantal kansrijke oplossingen vindt plaats op basis van een integrale afweging van belemmeringen en kansen die zich in het gebied voordoen. Input voor deze belemmeringen en kansen zijn de karakteristieken en feitelijkheden van het gebied en de (beleids)eisen en wensen van TenneT en bevoegde gezagen. Doel is uiteindelijk om de nieuwe TenneT-asset, “de kabelcircuits”, planologisch te bestemmen en zakelijk recht te vestigen, opdat de ongestoorde ligging en de bereikbaarheid van de asset is gegarandeerd. Een haalbaarheidsstudie leidt tot één voorkeursoplossing voor het tracé van de kabelverbinding door het gebied tussen start- en eindpunt. Deze voorkeursoplossing wordt door TenneT, afhankelijk van het gevolgde proces al dan niet in samenspraak met derden, gekozen.
De nadere (detail)uitwerking vindt plaats in de vervolgfasen van een project waaronder de basisontwerpfase. In de fase van de haalbaarheidsstudie worden daarom in principe geen veldonderzoeken uitgevoerd, technische details uitgewerkt of gesprekken gevoerd met de omgeving. Dit zijn onderwerpen van de vervolgfase (basisontwerpfase en verder). Aanbevolen wordt vroegtijdig in overleg te gaan met de gemeente Ermelo, zodat meegenomen.
in
de
bestemmingsplanherziening
het tracé van
de
kabelverbinding
wordt
1.3 Toelichting werkwijze De mogelijke tracés van een 150 kV Kabelverbinding, tussen de masten 99 en 104 of 105 in Ermelo, vindt plaats op basis van een integrale afweging van belemmeringen en kansen die zich in het gebied voordoen. Input voor deze belemmeringen en kansen zijn de feitelijkheden (bijvoorbeeld de aanwezigheid van een snelweg of een rivier/kanaal), het beleid van TenneT alsook wetgeving en het beleid van de gemeente(n)IprovinciesIRijk etc.
6
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0
2 Toelichting op bestaande situatie 2.1
Het knelpunt
In deze haalbaarheidsstudie is een analyse uitgevoerd ten aanzien van een aantal mogelijke tracés voor twee circuits 150 kV kabelverbinding. De lijnverbinding door de bevolkingskern van Ermelo leidt tot visuele/landschappelijke impact, waarvan het gemeentebestuur heeft aangegeven te willen onderzoeken of deze lijnverbinding tussen de masten 99 en 104 of 105 ondergronds kan worden gebracht. Via welk tracé kunnen deze circuits het beste aangelegd worden, zodat Liander als toekomstig eigenaar en TenneT als beheerder van deze circuits, deze ondergrondse asset, veilig en bereikbaar kan onderhouden.
2.2
Bestaande - en gewenste netsituatie
In Figuur 2.2 is de bestaande situatie van de hoogspanningslijn ten noorden van de gemeente Ermelo op hoofdlijnen weergegeven, inclusief de optionele verkabelingstrajecten. De hoogspanningslijn ten noorden van Ermelo bevat twee circuits EDE-HSR-HD150 W en EDE-HSR-HD150 Z, welke dwars door de bebouwde kom van Ermelo loopt. De spoorlijn Amersfoort-Harderwijk kruist het door ministerie EZK vastgestelde verkabelingstraject te Ermelo, nabij de Kolbaanweg tussen mast 99 en 100 van de betreffende lijnverbinding. TenneT heeft in overleg met de gemeente Ermelo bepaald dat naast de verkabeling tot mast 104, tevens verkabelingen tot mast 105 onderzocht wordt.
Figuur 2.1 | Bestaande netsituatie: Onderzoeksgebied (blauwe vlak) mogelijke verkabelingen 150 kV-hoogspanningslijn ten noorden van Ermelo (EDE-HSR-HD150 (wit en zwart) 099 tot mast 104 (oranje); deel tussen mast 104 en 105 (paars)\
In Figuur 2.2 is de gewenste situatie nabij de hoogspanningslijn ten noorden van het dorp Ermelo in hoofdlijnen opgenomen. De in figuur 2.2 geschetste alternatieven, zijn voorafgaand aan deze haalbaarheidsstudie als potentieel haalbare alternatieven besproken door TenneT en de gemeente Ermelo en vormen het startmoment voor deze studie. Na realisatie van het voorkeursalternatief tussen het start- en gewenste eindpunt is het project afgerond. Er zijn binnen het zoekgebied uit Figuur 2.1 drie kansrijke tracéalternatieven (zie Figuur 2.1) bepaald, voor de verkabeling van het gehele door het
7
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0 ministerie van EZK aangewezen traject, die het mogelijk maken om de gewenste situatie te bereiken (tracés 1 en 2), waarbij tevens verkabeling tot mast 105 is bekeken. Verkabeling tot mast 105 is zeer ingrijpend, omdat mast 105 dan moet worden omgebouwd tot eindmast en opstijgpunt met tijdelijke voorzieningen (hulpmasten etc) en daarvoor is geen ruimte beschikbaar. Bij mast 104 is evenmin ruimte beschikbaar voor het creëren van een opstijgpunt. Een portaal tussen de masten 104 en 105 is daarom een praktische oplossing. Deze haalbaarheidsstudie gaat daarom uit van een opstijgpunt tussen mast 104 en 105 voor alle alternatieven. Deze oplossing wijkt echter af van wat eerder tussen TenneT en de gemeente Ermelo is afgesproken. Het meest noordelijke kabeltracé (rood variant 3) wordt in deze studie verder buiten beschouwing gelaten. Gezien de grote hoeveelheid obstakels in de vorm van ondergrondse infra en bedrijven met krappe ontsluitingsweg wordt dit tracé als niet kansrijk, onhaalbaar, bestempeld.
Figuur 2.2 | Gewenste netsituatie: Mogelijke verkabeling naar aanleiding van wensen gemeente Ermelo in overleg met TenneT 1 Groen: Vanaf EDE-HSR-HD150 099 tot aan mast 104 2 Geel: Vanaf EDE-HSR HD150 099 tot aan mast 104 3 Rood: Vanaf EDE-HSR HD150 099 tot aan mast 104
2.2.1
TenneT/Liander assets
De relevante Liander assets die onderdeel uitmaken van deze haalbaarheidsstudie om de gevraagde verkabeling tussen mast 99 en/of mast 104/105 te realiseren is opgenomen tabel 2.1. De beide kabelcircuits EDE-HD150 wit en EDE-HD150 zwart zijn verbonden met hoogspanningsstation Harderwijk (HD150) en hoogspanningsstation Ede (EDE150). Bij mast 44 is een tweetal circuits grondkabels aangesloten op hoogspanningsstation Harselaar. Asset
Spanningsniveau
Station
Lijn
Kabel
150 kV
X
nvt
nvt
150 kV
X
nvt
nvt
HD150
EDE150
8
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0 150 kV
X
nvt
nvt
150 kV
nvt
X
nvt
150 kV
nvt
X
nvt
Harselaar150
EDE-HD150 wit
EDE-HD150 zwart
Tabel 2.1 | Betrokken stations/verbindingen In de toekomst na realisatie van de verkabeling worden de grondkabels van de kabelverbindingen eveneens een Liander asset.
2.2.2
(Lokale) netontwikkelingen en/of achtergronden
N.v.t. (zie projecten TenneT)
2.2.3
Bedrijfsvoering en VNB
Aan weerszijden van de kabelcircuits dient een opstijgpunt gerealiseerd te worden om weer aan te sluiten op de lijnverbindingen. De mogelijkheden en voorzieningen zijn afhankelijk van de mast waar de overgang van bovengronds naar kabel plaatsvindt. In de haalbaarheidsstudie wordt alleen beoordeeld of de ombouw haalbaar is. Bij de detaillering van het ontwerp zullen alle VNB's en eventueel tijdelijke voorzieningen moeten worden bepaald. Bij het inbedrijf nemen van de kabelverbinding zal aan beide zijden tegelijkertijd de overname plaats moeten vinden. De tijdsduur van de benodigde VNB wordt bepaald door de zijde met de langste VNB.
2.2.4
Eigendom assets
De kabelcircuits bevinden zich in de lijnverbinding tussen Ede en Harderwijk en zijn na aanleg volledig eigendom van Liander. Na ingebruikname van de kabelcircuits worden de lijnen en masten tussen de opstijgpunten geamoveerd. Nadat alle geleiders zijn verwijderd kunnen de masten worden gedemonteerd en kan de fundatie worden verwijderd.
2.2.5
Bijzonderheden
In mast 101 in het park ten zuiden van de kalkoenweg zijn antennesites opgenomen. Het contract met de betreffende telecom provider dient tijdig te worden opgezegd voordat de bovengrondse lijn en de masten verwijderd kunnen worden. In overleg tussen de gemeente en Novec dienen er alternatieve locaties gevonden te worden om de dekking van het gebied te verzorgen. In uitzonderlijke gevallen, indien Liander, gemeente en telecom provider akkoord gaan zou een mast met antennes kunnen worden overgedragen aan de telecom provider. TenneT verwijdert de geleiders en de traversen.
2.2.6
Type en omvang nieuwe assets
Qua techniek dient er voor de hoogspanningskabels rekening gehouden te worden met de onderstaande aspecten. Aspect
Onderdeel haalbaarheidstudie?
Toelichting Het
Hoogspanningstations Nee
te
verkabelen
gedeelte
van
de
hoogspanningslijn sluit niet direct aan de hoogspanningsstations
Hoogspanningsliinen
Ja
Bij de overgang van hoogspanningslijn naar
9
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0 kabel wordt de positie en de mogelijkheden van de overgangsconstructies bezien. Hoogspanningskabels
Ja
Aanleg nieuw kabelcircuit tussen mast 99 en mast 104 (eventueel 105)
Tabel 2.2 | Overzicht grenzen techniek
In deze paragraaf worden de technische uitgangspunten op basis van de van toepassing zijnde Programma van Eisen uit de TenneT standaarden, ten aanzien van het tracé en de betreffende assets en de opstijgpunten, vermeld. In deze haalbaarheidsstudie wordt slechts een opsomming en kader aangegeven van het Projectspecifieke Programma van Eisen, hetgeen nader uitgewerkt zal worden in een eventueel vervolg (het Basisontwerp). De relevante technische uitgangspunten zijn: » Het hoogspanningskabeldeel moet voldoen aan de vigerende TenneT standaard Programma van Eisen. Voor dit werk in het bijzonder: i) ii)
PVE.06.000 Kabels; PVE 00.002 Planologische en tracerings-uitgangspunten en locatie-eisen;
iii) PVE 00.003 Publieke en Private rechten; iv) PVE 05.000 Lijnen; » »
De gewenste transportcapaciteit bedraagt 286 MVA, circa 1100 Ampère (continu); Aantal moffen (kabelverbindingen) in de circuits minimaal houden;
» »
De verbinding betreft twee circuits; EMC beïnvloeding naar omliggende infrastructuur minimaliseren;
»
Bij het bepalen van de belastbaarheid van de kabel rekening houden met de thermische weerstand van de grond (g-waarden van de grond).
De maatregelen tijdens de reconstructie moeten haalbaar zijn (Denk hierbij aan bv. wegafzettingen, omleidingen, noodvoorzieningen of tijdelijke constructies). 2.2.6.1
Kabelligging
De kabels worden bij voorkeur gelegd in open ontgraving of indien dit niet mogelijk is met een horizontaal gestuurde boring, HDD (Horizontal Direct Drilling). In beide gevallen heeft TenneT voorwaarden voor de kabelligging (zie de genoemde PvE’s) en vestigt TenneT, en in dit geval ook Liander, altijd een zakelijk recht overeenkomst op het tracé en wordt een belemmerende strook middels een dubbelbestemming vastgelegd in het bestemmingsplan. Open ontgraving. Per circuit worden de kabels gebundeld en in driehoek gelegd. In onderstaand figuur wordt dit zichtbaar gemaakt.
10
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0
Op 30 cm boven de kunststofkabels worden kunststof beschermplaten aangelegd, met twee stuks glasvezel-beschermbuizen net onder de zijkant voor de interne communicatie TenneT.
In eerste instantie wordt gestreefd naar een vrije aanlegbreedte van 2x 25 m. Indien dit niet haalbaar is kan de kabelconfiguratie specifieke aanlegstrook worden aangehouden. Ook in deze situatie is de aanlegbreedte nog te verkleinen, bijvoorbeeld door zandopslag op een andere locatie of door het toepassen van sleufbekisting. Conform AM-Req-4229 wordt de zakelijk recht strook minimaal 3 m plus 2 m plus 3 m, plus 2x 1m per kabelcircuit is 10 m breed. In de BO-fase wordt de definitieve breedte van deze strook vastgelegd.
11
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0 Horizontaal gestuurde boring. Bij een gestuurde boring worden de kabels in mantelbuizen getrokken waarbij de mantelbuizen met een boring diep onder de grond worden aangebracht. Een diepte tussen 10 en 30 meter is zonder meer haalbaar tenzij in de ondergrond een ondoordringbare laag aanwezig is zoals bijvoorbeeld een grindlaag. De voorkeur voor kabelligging is een zandlaag met een goede warmteafdracht (lage thermische weerstand van de grond, de g-waarde). De uiteinden van de HDD-boringen komen weer boven op de standaard diepteligging van de kabels van m.v. - 1,2 m. Voor de mantelbuizen wordt HDPE toegepast type HDPE SDR 11, 0 200 mm of mantelbuizen met een doorsnede van 250 mm. Per circuit worden vier mantelbuizen toegepast, drie voor de kabels en één buis voor telecommunicatie doeleinden en eventueel een aardkabel. De mantelbuizen worden gevuld met schoon water, zodat deze beter in de mantelbuizen kunnen worden getrokken en de kabels een betere warmteoverdracht richting de bodem hebben. Bij een horizontaal gestuurde boring (HDD = Horizontal Directional Drilling) moet er voldoende ruimte zijn voor een werkterrein voor het opstellen van de boormachine en andere machines.
Bij het uittrede punt is een werkterrein nodig voor het samenstellen van de mantelbuizen en het uitleggen van de mantelbuizen die in het boorgat worden getrokken. De mantelbuizen moeten in de volledige lengte van de boring gereed liggen zodat deze in één slag in de gemaakte boring kunnen worden ingetrokken. Dit vergt een langgerekt werkterrein voor de uitleg van de mantelbuizen. Voor het gebied boven de HDD boring is geen werkterrein nodig voor de aanleg. Met een dergelijke boring kunnen (spoor)wegen en watergangen worden gekruist zonder consequenties voor deze bestaande infrastructuur.
Belemmerende strook 17 m (afgerond) Magneetveldzone 0,4 pT zone O m
Kábel S7/1S0 kV
9 TeIecommentelbuis groen
EYAKrvlwd
* Mântelbuis rood tbv temperatuurmetîng
^
®
^
Aerdkebel
beschermplaat
(afhankelijk van systeemontwerp)
ď'
’X
Va/
„
,
HOPEmantelbuís 02CK)of 2SOSDR11
Figuur 2.5 | Kabelligging bij horizontale boringen, de diepte is locatieafhankelijk.
De onderlinge afstand tussen de boorgaten van beide circuits is vijf meter en de boringen worden bij voorkeur naast elkaar gelegd. De eis voor de breedte van de zakelijk recht strook bij gestuurde boringen met 2 circuits is derhalve 17 m breedte (5 m uit boring, 1,0 m boring, 5 m tussen de boringen, 1,0 m boring en 5 m uit de boring) (zie AM-Req-4229).
12
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0
2.2.7 Kabelkeuze en belastbaarheid van de kabels Voor belastbaarheidsberekeningen van de kabels is de aardingsmethodiek van belang. De kabelverbinding is lang genoeg om crossbonding toe te kunnen passen om de kabelmantelstromen te minimaliseren. De thermische weerstand van de grond wordt uitgedrukt in K.m/W, de zogenaamde g-waarde. Omdat er nog geen metingen zijn verricht gaan we uit van de conservatieve waarden van 0,8 en 1,0 K.m/W. Met betrekking tot de ligging van de kabels is het uitgangspunt dat de kabels in driehoek worden gelegd. Omdat open ontgraving niet overal mogelijk is wordt een gedeelte van het tracé aangelegd in een horizontaal gestuurde boring. In het basisontwerp wordt de detaillering uitgevoerd met betrekking tot kabel type en kabelligging volgens de TenneT-richtlijnen. In onderstaande tabellen staan de resultaten van enkele belastbaarheidsberekeningen van kabels in driehoekligging en in HDD’s op 10 meter diepte, twee circuits met 5 meter tussenruimte en mantelbuizen gevuld met water. De vereiste belastbaarheid van de kabels is 286 MVA, dit komt neer op circa 1100 A. De genoemde belastbaarheid is een benadering. G-waarde
0,8 K.m/W
1.0 K.m/W
1200 mm2
1081
986
1600 mm2
1254
1143
2000 mm2
1405
1278
Kabel XLPE Al (doorsnede geleider)
Tabel 2.3 | Kabels in driehoek. Continu belastbaarheid in A.
G-waarde
0,8 K.m/W
1.0 K.m/W
1600 mm2
1051
958
2000 mm2
1175
1070
2500 mm2
1350
1226
Kabel XLPE Al (doorsnede geleider)
Tabel 2.4 | Kabels in HDD 10 m diep. Continu belastbaarheid in A.
Met bovenstaande uitgangspunten kan op basis van deze verkennende berekeningen worden verwacht dat een kabel met een aluminium geleider met doorsnede van 2500 mm2 zal voldoen aan de vereiste transportcapaciteit van 1100 A. Dit is afhankelijk van het resultaat van de grondonderzoeken waarbij misschien 2000 mm2 ook mogelijk is. In het basisontwerp wordt aan de hand van de grondonderzoeken een detaillering uitgevoerd met betrekking tot kabel type en kabelligging. G-waarde onderzoek is geen onderdeel van deze haalbaarheidsstudie.
2.2.8 Magneetvelden Bij de tracering van nieuwe verbindingen wordt gebruik gemaakt van het stappenplan uit de AM-req4226, zodat voorkomen wordt dat er gevoelige objecten binnen de magneetveldcontour komen te vallen uit het voorzorgsbeleid. Het voorzorgsbeleid ten aanzien van magneetvelden is alleen van
13
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0 toepassing op bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Andere elektrische infrastructuur of voorzieningen zoals ondergrondse hoogspanningsverbindingen, hoogspanningsstations, transformatorhuisjes, spoorlijnen, tramwegen en dergelijke vallen niet onder het voorzorgsbeleid. Op verzoek van het bevoegd gezag maakt TenneT deze inzichtelijk. In deze paragraaf is bepaald hoe breed de zogenaamde 0,4-microteslacontour is (in analogie met bovengrondse verbindingen), conform de Randstadnotitie ("Afspraken over de rekenmethodiek voor "magneetveldcontour" bij ondergrondse kabels en hoogspanningsstations behorende tot de Randstad 380 kV verbinding" d.d. 3 november 2011). Buiten deze zone zullen de magneetvelden lager zijn dan de genoemde waarde. Bij de aanleg van kabels in de open ontgraving is de magneetveldcontour 10 meter t.o.v. de hartlijn van het tracé. Het betreft daarmee een strook van 2x 10 m = 20 meter. (Ter indicatie: de magneetveldzone van de bestaande hoogspanningslijn tussen Ede en Harderwijk is 2x 60 meter.) Bij kabels in horizontaal gestuurde boring liggen de kabels zo diep dat op 1 meter boven maaiveld het magneetveld ruim onder de waarde van 0,4 pT valt. Bij een HDD-boring is er derhalve geen magneetveldcontour van 0,4 pT.
Voor alle TenneT assets geldt de wettelijk eis dat de magneetvelden op publiek toegankelijk gebied nergens boven 100 pT mogen uitstijgen. Bij de opstijgpunten, daar waar de kabels uit de grond komen en naar de eindmast of portaal gaan, is rond de geleiders overschrijding van deze 100 pT, mogelijk. Doordat de opstijgpunten worden voorzien van een hekwerk, is de zone waarin de 100pT-contour wordt overschreden niet publiekelijk toegankelijk. Voor opstijgpunten geldt conform AM-req-4236 dat er gestreefd wordt naar een afstand van 40 meter tussen het hekwerk van het opstijgpunt en gevoelige objecten, zodat deze gevoelige objecten buiten de 0,4 microtesla zone blijven. 2.2.8.1
Toekomstverwachting magneetvelden
De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft op 1 oktober 2019 het advies ‘Voorzorgbeleid Hoogspanning en Gezondheid’ aan de Tweede Kamer gestuurd. Hij deed dat mede namens de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (lenW), de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) en de minister voor Medische Zorg en Sport (VWS). Het advies is op verzoek van de minister opgesteld door de heer Co Verdaas, ondersteund door een begeleidingscommissie. De heer Verdaas trekt de conclusie dat voorzorgbeleid niet noodzakelijk maar wel nuttig is, vooral om maatschappelijke onrust en disproportionele maatregelen te voorkomen. Hij adviseert om geen onderscheid meer te maken tussen nieuwe en bestaande situaties, tussen hoogspanningslijnen en andere bronnen van magneetvelden en om de advieswaarde van 0,4 microtesla (jaargemiddeld) te schrappen. Het schrappen van die advieswaarde moet bijdragen aan een bredere afweging per situatie. Hij adviseert ook om voor een nieuw voorzorgbeleid samen met betrokken stakeholders een lijst met maatregelen op te stellen. Deze maatregelen dienen ‘redelijk’ en ‘proportioneel’ te zijn uit oogpunt van onder meer gezondheidsrisico’s en kosten, waarbij de blootstelling zo laag als redelijkerwijs haalbaar is (ook wel ‘ALARA’ genoemd: As Low As Reasonably Achievable).
De minister geeft in de kabinetsreactie aan dat met dit advies gekozen wordt voor verantwoorde omgang met de mogelijke gezondheidsrisico’s van magneetvelden. Totdat het aangekondigde nieuwe beleid is vastgesteld, is het huidige voorzorgsbeleid geldend (dat dus alleen betrekking heeft op bovengrondse hoogspanningslijnen).
14
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0
2.2.9 Aansluitingen op de hoogspanningslijn Mast 99 is een zogenaamde hoekmast. Hoekmasten in een hoogspanningslijn zijn constructief zwaarder uitgevoerd dan steunmasten en kunnen mogelijk worden verstevigd zodat ze de functie van een eindmast krijgen. Dat is voor de overgang van hoogspanningslijn naar kabel bij mast 99 een logische oplossing. In onderstaande figuur staat een afbeelding van een dergelijke constructie. Omdat Liander de constructies van een opstijgpunt afschermt met een hekwerk worden de gronden ook aangekocht. In het geval bij mast 99 betreft dit het noordelijk deel van het perceel waarop de mast staat.
Figuur 2.6 | Voorbeeld van een eindmast met kabelovergang (opstijgpunt voor kabel)
Indien met de perceeleigenaar geen overeenstemming kan worden bereikt is er een mogelijkheid om een nieuwe eindmast te bouwen aan de westzijde van de Kolbaanweg. Ook daarvoor geldt dat een gedeelte van het perceel door Liander zal worden aangekocht. Dit heeft een aantal ingrijpende consequenties: omdat mast 98 ook een hoekmast is en de situatie daar wijzigt (de hoek wordt groter), zal deze mast moeten voldoen aan de vigerende constructienormen. Omdat deze in de loop van de tijd strenger zijn geworden zal een mastversteviging voor de hand liggen. Omdat de positie van de lijn wijzigt zullen er nieuwe dubbelbestemmingen en ZRO’s moeten worden gevestigd. Deze nieuwe dubbelbestemming zorgt tevens dat een nieuwe woonbestemming “Julianalaan 84” een hoogspanningslijn boven het huis krijgen, wat ontoelaatbaar is. Daarmee is deze optie niet haalbaar.
15
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0
Figuur 2.7 | Afbeelding van een alternatieve positie van een eindmast met opstijgpunten.
Vanuit kostenperspectief en planologie is het ombouwen van de bestaande mast 99 tot eindmast te prefereren. Echter dit opstijgpunt komt wel binnen een afstand van 40 m van Julianalaan 80 te staan (de tuin), waarmee deze optie niet voldoet aan het TenneT-beleid. De footprint van een opstijgpunt middels een eindmast met grondankers bedraagt ca 625 m2 binnen de hekwerken. Beide alternatieven voldoen derhalve niet aan het TenneT-beleid. Daarnaast is gekeken naar een opstijgpunt tussen mast 98 en 99 en een opstijgpunt bij mast 98, beiden zijn niet inpasbaar vanwege de onderliggende wegen respectievelijk de beperkte ruimte ter plaatse van mast 98. Voor het creëren van een opstijgpunt aan de westzijde zal derhalve afgeweken moeten worden van TenneT beleid en daar is dan expliciete goedkeuring voor nodig. Eventueel bezwaar van de grondeigenaar heeft derhalve veel draagvlak en kan gegrond worden verklaard, wat groot risico is voor de haalbaarheid van de verkabeling. Aan de oostzijde eindigt het kabeltracé bij mast 104 of 105. Beide masten zijn steunmasten en daarom constructief niet eenvoudig te verstevigen tot eindmast. In de praktijk betekent dit dat de mast vervangen dient te worden en dat is zeer ingrijpend. Om daarvoor genoeg bouwruimte te maken moeten de hoogspanningslijnen in tijdelijke masten worden gehangen.
Bij mast 104 is hiervoor geen ruimte, bij mast 105 is dit mogelijk indien een gedeelte van het bos wordt gekapt en de ruimte voor een opstijgpunt op het voorerf van het recreatiepark wordt veel groter met een imposanter bouwwerk. Daarnaast is het ombouwen of volledig vervangen van een steunmast tot een eindmast vele maken kostbaarder dan een portaal. Een praktische oplossing is daarom het plaatsen van een portaal tussen beide masten. Het portaal kan de krachten vanuit de lijn opvangen en is tevens de overgang naar de kabels. Er is hiervoor voldoende ruimte in het open gedeelte van het bos. Wel maakt dit onderdeel uit van een NATURA2000 gebied, wat een belemmering kan vormen voor de bouw van het opstijgpunt. Een voorbeeld van een portaal is in onderstaande afbeelding weergegeven. Daar komt dan nog een hekwerk omheen. De footprint van dat hekwerk bedraagt ca 440 m2, ca 11 m bij 40 m.
16
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0
Figuur 2.8 | Afbeelding van een portaal met kabelopstijgpunten. (rechts bovenaanzicht met hekwerk ca 11 m bij 40 m)
2.2.9.1 Overig Het kabeltracé kruist een spoorlijn van ProRail. In dat geval is er altijd een spoorwegwetvergunning noodzakelijk en dient tenminste voldaan te worden aan de RLN00398 en aan de RLN00427-2 (voormalige witte boekje) van ProRail. De EM-beïnvloeding met het spoor dient vastgesteld te worden. Omdat de kruising plaats vindt in een boring diep onder het spoor zal dit naar verwachting geen technische belemmering opleveren. In de volgende fase dient dit te worden onderzocht.
2.2.10 Standaarden TenneT De volgende TenneT standaarden zijn van toepassing en relevant voor deze haalbaarheidsstudie: Document type
Vakgebied
Naam
Versie
Publicatiedatum
PVE
00 - Algemeen
PVE.00.002 Planologische tracerings- en locatie eisen
3.1
16-09-21
PVE
00 - Algemeen
PVE.00.003 Publieke en Private rechten
3.0
25-01-19
PVE
06 - Kabels
PVE.06.000 Kabels
2.3
Jan 2021
PVE
05 - Lijnen
PVE 05.000 Lijnen
3.2
30-08-2019
Versie
Publicatiedatum
001
31-3-2021
001
01-11-2013
Tabel 2.5 | Van toepassing zijnde TenneT standaarden
2.2.11 Standaarden en richtlijnen derden De volgende standaarden en richtlijnen van derden zijn van toepassing: Document type
Stakeholder
Richtlijn
Naam RLN00427-2 Spoorkruisingen derden (sleufloze
ProRail (Voorschrift)
technieken) RLN00398 Beleid elektromagnetische beïnvloeding van
Richtlijn ProRail
hoogspanningsverbindingen op de
(Voorschrift) hoofdspoorweginfrastructuur Tabel 2.6 | Van toepassing zijnde standaarden en richtlijnen derden.
2.3
Raakvlakken
In de onderstaande paragrafen is van zowel TenneT als derden een overzicht opgenomen van de overige projecten die uitgevoerd worden en of plannen I ontwikkelingen die te verwachten zijn in het
17
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0 gebied dat onderdeel is van de haalbaarheidsstudie. Deze projecten zijn mogelijk van invloed op de kansrijke oplossingen die onderdeel zijn van deze haalbaarheidsstudie.
2.3.1
Projecten TenneT
Voor zover bekend zijn er geen eigen projecten van TenneT in de omgeving momenteel.
2.3.2 Projecten en plannen derden In het noordelijke deel van het zoekgebied is het bedrijventerrein Veldzicht gelegen. Hier geldt dat de beschikbare terreinen in gebruik zijn genomen. Met name In het zuidelijke- en oostelijke deel van het zoekgebied is sprake van woningbouwprojecten. Deze woningbouwprojecten leiden soms ook tot herinrichting van de openbare ruimte (wegen e.d.). In bijlage B2.3.1 zijn de projecten weergegeven met de beoogde alternatieven voor de kabeltracés. Project
Impact op
Consequenties
haalbaarheidsstudie Herinrichting Prins Hendriklaan
Bij
(2022).
wijzigingen plaats van de openbare ruimte. De
Realisatie
drempel-
plateaus.
Nee
de
herinrichting
vinden
oppervlakkig
diepte van de grondroerende werkzaamheden is beperkt waardoor er geen raakvlak is met HDDboringen noch voor open ontgraving.
Het
Trefpunt:
Hendriklaan
hoek
en
Prins
Bij de aanleg van het kabeltracé wordt het
Maximalaan,
bouw woningen in 2022I2023.
gebied waar woningen worden gerealiseerd Nee
gemeden. Er is geen raakvlak met de HDDboringen noch met de gedeelten open ontgraving.
Veldzicht Noord bedrijventerrein,
Bij dit project is de diepte van de grondroerende
langs het spoor wil de gemeente
werkzaamheden beperkt. Er is geen interactie
een
watergang
Daarnaast
realiseren.
wordt
een
Nee
waterberging uitgediept.
met de geplande HDD-boringen die nodig zijn om de spoorlijn en de parallel liggende watergang te kruisen, noch met open ontgravingen.
Ontwikkeling De Boskamer na
Afstand tot opstijgpunt van wonen met tuin dient
asbestsanering.
tenminste 40 m te zijn. Dit betreft het gebied ten Onbekend
westen van de Kolbaanweg en noorden van de julianalaan.
Nieuwbouwplannen
Tonselse
Veld (4 woningen)
Voor realisatie dient eveneens ontsluiting Ja
gerealiseerd te worden voor de woningen richting Eendenparkweg. Er is geen direct raakvlak met de beoogde woonpercelen.
Nieuwbouwplannen
langs
de
Langs de Eendenparkweg zijn momenteel
Eendenparkweg
agrarische percelen gelegen waar de doorsteek voor het kabeltracé gemaakt kan worden naar Ja
mast 105. Er zijn plannen om hier vrijstaande woningen te realiseren. Dit vormt een belemmering voor de realisatie van het kabeltracé.
Tabel 2.7 | Projecten van derden in de omgeving
18
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0
3 Zoekgebied Het zoekgebied voor deze haalbaarheidsstudie is weergegeven in figuur 3.1. Het zoekgebied is op voordracht van de auteur van de haalbaarheidsstudie goedgekeurd door TenneT en de gemeente Ermelo. Waarbij het de bedoeling is om via de kortst mogelijke route een verkabeling te realiseren tussen mast 99 en mast 104 of 105, die haalbaar en realiseerbaar is.
Figuur 3.1 | Zoekgebied verkabeling tussen mast 99 en mast 104 of mast 105
Conform AM-Req-4226 is in eerste aanleg gezocht naar een vrije aanlegstrook voor de kabelverbindingen van 2x 25 m = 50 m breedte. Tevens is voor de verkabeling van 2 circuits, welke in driehoekconfiguratie worden aangelegd beoordeeld of er een 2x 20 m brede vrije aanlegstrook aanwezig is langs de tracé. Op 18 oktober 2021 heeft er een veldinspectie plaatsgevonden, waarbij het traject van de alternatieven eenduidiger is vastgelegd teneinde de haalbaarheid te beoordelen. De uiteindelijk te beoordelen te verkabelen trajecten zijn opgenomen in figuur 2.2. Uit de veldinspectie kwam naar voren dat vanwege de fysieke obstakels en eigendomssituaties het meest noordelijke kabeltracé als onhaalbaar is beoordeeld en derhalve verder niet is beschouwd. De tracéalternatieven zijn toegelicht in paragraaf 4.3.2.
19
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0
4
Alternatieven Kabelverbinding
4.1
Leeswijzer
In dit hoofdstuk is gemotiveerd beschreven hoe - en aan de hand van welke uitgangspunten - de kansrijke tracés voor de gevraagde kabelverbinding in deze haalbaarheidsstudie zijn bepaald. Dat leidt ertoe dat gekomen wordt tot een voorkeursalternatief. Dit voorkeursalternatief wordt ook (gemotiveerd) beschreven in dit hoofdstuk. De uitwerking van het meest kansrijke alternatief - zijnde het voorkeursalternatief - wordt opgenomen in de volgende fase van het project: de basisontwerpfase.
4.2
Uitgangspunten en beoordelingskader
4.2.1 Algemene uitgangspunten Ten behoeve van deze studie zijn onderstaande algemene uitgangspunten gebruikt: Vanuit de in paragraaf 1.1 (van belang zijnde documenten) benoemde documenten zijn de volgende topeisen relevant voor de alternatieven tracés: Tabel 4.1 | Topeisen kabelverbinding Eisnr.
H2.4-1
Bron
Object
Eis
projecteis
kabels
Beheer- en onderhoud aspecten Alle nieuw en eventueel her te gebruiken assets zijn tijdens hun totale "levenscyclus" op een veilige, doelmatige en onderhoudsvriendelijke wijze volgens de vigerende Technische Onderhoud Richtlijnen van TenneT TSO B.V. te onderhouden en te inspecteren.
projecteis
kabels
H2.4-2
De transportcapaciteit van de kabelverbinding dient 1100 A te bedragen.
H2.4-3
Het Werk dient veilig te worden uitgevoerd en dient te resulteren in een veilig te bedrijven en veilig te onderhouden installatie.
H2.4-4
Het Werk dient te worden gerealiseerd conform de verleende vergunningen en planologische randvoorwaarden.
H2.4-5
Het Werk dient te voldoen aan de TenneT standaarden.
H2.4-6
TenneT Standaarden (AMN documenten) Project is uitgevoerd conform vastgestelde TenneT Standaarden (ook wel ‘AMN documenten' genoemd) PVE.06.000
kabels
PVE.06.000
kabels
PVE.06.000
kabels
H2.4-7
H2.4-8
H2.4-10
Referentie
Am-Req 1165
telecom municatie
Telecombuizen Per verbinding worden twee telecombuizen HDPE 40 mm mee gelegd
PVE 05.000
Lijnen
Kabeleindsluitingen voor 110 kV en 150 kV mogen in de mast geïntegreerd worden
AM-Req-1106
PVE 04.000
Bouw
Een opstijgpunt moet worden voorzien van een hekwerk met mechanisch bediende toegangspoort en noodpoort volgens SPE.04.002
AM-Req-0742
H2.4-11
H5.17
H4.7.4
Het uitgangspunt is om kabels in driehoek te installeren. De afstand tussen de circuits betreft 2 m of 5 m bij aanleg in HDD-boring. Uitgangspunten boringen (HDD) -Boorconfiguratie: per circuit 4 gebundelde mantelbuizen -Afstand tussen de buitenzijde van twee boringen: minimaal 5m (dagmaat; buitenkant boorgat) HDPE glasvezelbuis t.b.v. temperatuurmonitoring volgens PVE en sPVE
Toelichting I informatie
20
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0 De eigenschappen en gehanteerde uitgangspunten van de kabelverbinding zijn beschreven in paragraaf 2.2.7. De lengte van de kabelverbinding is daarin ook een beoordelingscriterium, hoe korter hoe kosten effectiever veelal.
4.2.2
Feitelijke gegevens
Ten behoeve van deze studie zijn onderstaande feitelijke gegevens gebruikt en benut: De bestaande hoogspanningslijn Ede - Harderwijk bevindt zich ten noorden van de kern van Ermelo. De hoogspanningsmasten 99 t/m 104 bevinden zich in een gebied waar een bedrijventerrein is gevestigd en waar in het recente verleden woonwijken zijn aangelegd in de bosrijke omgeving. De situatie is weergegeven in figuur 4.1 en vormt de basis voor het te realiseren kabeltracé.
Figuur 4.1 | Hoogspanningslijn tussen mast 99 en 104 ten noorden van Ermelo
4.2.2.1 Bestemmingplan Het zoekgebied voor de gevraagde 150 kV kabelverbinding bevindt zich van west naar oost binnen de grenzen van de bestemmingsplannen: » »
De Driehoek 1978, bestemmingsplan, vastgesteld d.d. 21 juni 1978; De Driehoek 2016, bestemmingsplan, vastgesteld d.d. 8 maart 2018;
» »
Veldwijk, bestemmingsplan, vastgesteld d.d. 6 juni 2013; Kom Ermelo, bestemmingsplan, vastgesteld d.d. 23 januari 2013;
» »
Bedrijventerrein Veldzicht 2012, bestemmingsplan, vastgesteld d.d. 4 juli 2013; Het Trefpunt, bestemmingsplan, vastgesteld d.d. 3 juli 2008;
» »
Tonselse Veld 2014, bestemmingsplan, vastgesteld d.d. 5 april 2017; Tonselse Veld, herstelplan 2017, bestemmingsplan, vastgesteld d.d. 16 januari 2019;
»
Recreatieterreinen, bestemmingsplan, vastgesteld d.d. 4 juli 2013.
De huidige bestemmingen, ter plaatse van de beoogde kabelcircuits, in het zoekgebied betreffen: - Agrarisch; -
Groen;
21
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0 -
Verkeer; Bedrijventerrein;
-
Bedrijf; Wonen en Tuin;
-
Sport - Manege; Bos.
Daarnaast is er een aantal dubbelbestemmingen vastgelegd, voor leidingstroken, Hoogspanning, gas en archeologie. De enkel en dubbelbestemming van het zoekgebied zijn opgenomen in respectievelijk bijlage B4.2.1 en B4.2.2a t/m c. 4.2.2.2 Archeologie en Cultuurhistorie Archeologie De gemeente Ermelo beschikt over een Archeologische waarden- en verwachtingskaart voor haar grondgebied. De kaarten zijn opgenomen in het volgende document: » Archeologische monumentenzorg in de gemeente Ermelo, RAAP-rapport 1844, d.d. februari 2009. De kaarten behorende bij bovengenoemde rapportage is een aantal keren herzien waarvan de laatste keer in 2012. Dit heeft geresulteerd in de Archeologische Beleidskaart Ermelo 2012. Daarnaast is er een archeologische aanduiding opgenomen in het bestemmingsplan (dubbelbestemming, bijlage B4.2.2c). Voor de beoordeling of archeologische onderzoek noodzakelijk is, is het bestemmingsplan leidend en is in de richtlijnen van het bestemmingsplan opgenomen waaraan en wanneer archeologisch onderzoek nodig is. In de bijlage B4.2.3 (Archeologische Beleidskaart Ermelo 2012) zijn de kaartlagen weergegeven met de beoogde alternatieven voor de kabeltracés. In paragraaf 4.3.2 is per alternatief weergegeven of de beoogde grondroerende activiteiten voor dat betreffende alternatief leidt tot archeologische onderzoeksverplichtingen.
Cultuurhistorie De gemeente Ermelo heeft beleid ontwikkeld voor het behoud van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. De gemeente beschikt over een ‘Gemeentelijk erfgoedregister’. Deze is ontsloten via de website: https://geo.ermelo.nl/geoinformatie/erm_108_Erfgoed.html. In het erfgoedregister zijn zowel gemeentelijke- als rijksmonumenten opgenomen. De cultuurhistorisch waarden zijn eveneens opgenomen in het bestemmingsplan. In de bijlage B4.2.4 zijn de cultuurhistorische locaties weergegeven op kaart in relatie tot het kabeltracé.
4.2.2.3 Water Het zoekgebied ligt binnen de beheersgrenzen van waterschap Vallei en Veluwe. Uit de legger (november 2021) is het volgende af te leiden: -
Het zoekgebied is een zogenaamd ‘inzijgingsgebied’; dat wil zeggen dat er sprake is van infiltratie van oppervlaktewater;
22
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0 Het aantal watergangen wat in onderhoud en beheer is van het waterschap is binnen het zoekgebied zeer beperkt. Het gaat hierbij slechts om enkele C-wateren parallel aan de Harderwijkerweg (N303); Naast het ontbreken van A- en B-wateren in het zoekgebied zijn er ook geen kunstwerken m.b.t. water gelegen in het zoekgebied; Er zijn geen primaire-, regionale- of overige waterkeringen gelegen ter plaatse van het zoekgebied.
Figuur 4.2 | legger met A-wateren (bron: Waterschap Vallei en Veluwe, november 2021)
In het zoekgebied bevindt zich geen grondwaterbeschermings- en/of waterwingebied, noch een boringsvrije zone (bijlage B4.2.11). Bij de keuze van het tracé van een kabelverbinding hoeft daarmee derhalve geen rekening gehouden te worden. Het grondwater in het zoekgebied varieert tussen 2 en 3 m-mv en stroomt regionaal in noordwestelijke richting. De huidige watergangen en waterstaatkundige kunstwerken vanuit de legger van waterschap Vallei en Veluwe zijn opgenomen in bijlage B4.2.12 en B4.2.13. 4.2.2.4
Bodem
Bodemkwaliteit Met betrekking tot bodemkwaliteit zijn de volgende bronnen geraadpleegd: » https://www.gelderland.nl/Kaartenencijfers/Bodemverontreinigingen.html; »
www.railmaps.nl: database met o.a. bodeminformatie ProRail (Nazca).
Voor detailinformatie zijn de bodeminformatiesystemen van de provincie Gelderland en ProRail geraadpleegd. Deze bodeminformatiesystemen bevatten de volgende bodemgegevens: » »
Bodemlocaties; Bodemonderzoeken;
»
Verontreinigingscontouren grond, grondwater en waterbodem;
23
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0 Saneringscontouren grond, grondwater en waterbodem; Zorgmaatregelen (na sanering). Uit de geraadpleegde bronnen komt een aantal bodemlocaties naar voren waar sprake is van bodemverontreiniging. Deze staan weergegeven in bijlage B4.2.7 en B4.2.8. Per alternatief is in de volgende hoofdstukken opgenomen of het alternatief raakvlakken heeft met deze locaties. In bijlage B4.2.5, B4.2.6, B4.2.7, B4.2.8 en B4.2.9 zijn de bodemlocaties (ernstige verontreinigingen, verdachte locaties en overig) weergegeven op kaart in relatie tot het kabeltracé. Er worden verschillende bodemlocaties doorkruist. PFAS Door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (lenW) is op 8 juli 2019 het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” opgesteld en ingediend bij de Tweede Kamer. Het handelingskader is per 8 juli 2019 verplicht gesteld en bevat een onderzoeksplicht voor PFAS voor toe te passen grond en baggerspecie alsmede afvoer van grond naar een verwerker (acceptatievoorwaarden). Op 29 november 2019, 2 juli 2020 en op 13 december 2021 heeft nog een aanpassing van de normen uit het Tijdelijk handelingskader plaatsgevonden.
Grond is verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als het gaat om bovengrond of als grond geroerd is, zoals bijvoorbeeld bij een ophooglaag. PFAS is de verzamelnaam voor perfluorverbindingen en worden al decennia gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals blusschuim, verf, pannen, kleding (ook gore-tex schoenen en handschoenen) en cosmetica. Door het wijdverbreide gebruik van PFAS wordt het in Nederland inmiddels niet alleen bij puntbronnen, maar diffuus verspreid in het milieu aangetroffen als gevolg van atmosferische depositie. Onder verharding wordt PFAS vaak in lagere concentraties gemeten. PFAS is persistent en nauwelijks biologisch afbreekbaar in het milieu en heeft een mobiel karakter in de bodem. De onderzoekslocatie is gelegen in de gemeente Ermelo die de toezichttaken op het gebied van bodem heeft ondergebracht bij de Omgevingsdienst Noord-Veluwe. De regio Noord-Veluwe sluit aan bij het geactualiseerde landelijke normenkader en hiermee dus ook de verkondigde verhoogde PFASnormen voor de functieklassen ‘landbouw/natuur’. Bodemgesteldheid Voor het vaststellen van de ondiepe bodemopbouw is de Bodemkaart van Nederland (schaal 1:50.000) geraadpleegd. In de bijlage B4.2.10 is deze weergegeven.
Uit de kaart blijkt dat het projectgebied gelegen is in gebied aangegeven als bebouwd gebied (grijs). In deze gebieden is door menselijk handelen de ondiepe bodemopbouw mogelijk veranderd in de loop der tijd (ophooglagen e.d.). Uit de kaart blijkt verder dat in de directe omgeving de volgende bodemtypen worden aangetroffen: Veldpodzolgronden, Gooreerdgronden en Duinvaaggronden. Bij deze bodemtypen gaat het om de grondsoort: leemarm en zwak lemig fijn zand. Voor de diepere ondergrond, relevant voor de HDD-boringen is in de onderstaande tabel 2.4 de regionale geohydrologische bodemopbouw schematisch weergegeven. Diepte (t.o.v.
Geohydrologische
NAP)
eenheid
Formatie
Grondsoort
24
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0 +8 - 0
Watervoerend pakket
Boxtel
0 - 80
Watervoerend pakket
Gestuwde
Zand, zeer fijn tot matig grof en leem, zwak tot Zand-, klei- enIof grindlagen.
afzettingen, complexe eenheid 80 - 105
Watervoerend pakket
Drente
Zand, matig grof tot uiterst grof en klei en leem, sterk zandig tot uiterst siltig
105 - 240
Scheidende laagl
Peize , Waalre
Watervoerend pakket
Zand, matig grof tot uiterst grof, zwak tot matig grindig en Klei, sterk zandig tot zwak siltig en Zand, uiterst fijn tot uiterst grof
240 - 300
Watervoerend pakket
Maassluis
300 - 400
Watervoerend pakket
Oosterhout
> 400
Slecht doorlatend pakket
Breda
Zand, uiterst fijn tot matig grof en ingeschakelde klei, veelal siltig of zandig Klei en zandige klei met schelpen en Zand, zeer fijn tot zeer grof Zand, zeer fijn tot matig fijn en Klei, sterk zandig tot matig siltig
Tabel 4.2 | Regionale geohydrologische opbouw
Bovengenoemde geohydrologisch opbouw is vigerend voor het gehele zoekgebied van de beschouwde 2 alternatieven en is middels een dwarsprofiel met diepte-aanduidingen weergegeven in onderstaande figuur 4.3.
Figuur 4.3 | Regionale Bodemgesteldheid en opbouw (ondergrondmodel REGISII, DINOLOKET)
Gezien deze geologische bodemgesteldheid, waarbij de bovenste honderd meter van het bodemprofiel uit zandige bodemlagen bestaat, wordt voorgesteld om de HDD-boringen op een diepte tussen de 10 m en 20 m minus maaiveld. Deze laag , die voornamelijk uit zandlagen bestaat, heeft vermoedelijk een gunstige warmteafdracht voor de kabels (g-waarde), maar bevat soms kleilensen die vermeden zouden moeten worden. In een vervolgfase is grond mechanisch en geothermisch onderzoek noodzakelijk, om de meest gunstige diepteligging te bepalen.
25
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0 4.2.2.5 Ontplofbare Oorlogsresten Ontplofbare oorlogsresten (OO) werden voorheen aangeduid als niet-gesprongen conventionele explosieven (NGCE, NGE of CE). Met betrekking tot het projectgebied in de gemeente Ermelo is beperkt informatie beschikbaar. Ter plaatse van de spoorlijn is historisch vooronderzoek naar ontplofbare oorlogsresten uitgevoerd [bron 1]. Daarnaast is er nog een vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten [bron 2] beschikbaar van een locatie op enige afstand. Het gaat om onderstaande documenten: » Vooronderzoek Spoorlijn Putten-Harderwijk ROZ-139, opgesteld door AVG BV met kenmerk »
1662189-VO-01, d.d. 19 april 2017; Vooronderzoek conventionele explosieven Sportpark Calluna, opgesteld door Bombsaway BV met kenmerk 18P061, d.d. 7 januari 2019.
Uit de beschikbare gegevens blijkt dat de meeste oorlogshandelingen plaats hadden op en nabij de spoorwegen. De vooronderzoeken naar niet-gesprongen explosieven voldoet aan de WSCS-OCE (norm explosievenonderzoek). In bijlage B4.2.18 en B4.2.19 is het projectgebied geprojecteerd op de beschikbare gegevens ontplofbare oorlogsresten OO. 4.2.2.6
Natuur en Ecologie
Het aanleggen van hoogspanningskabels zal plaatsvinden middels open ontgraving of gestuurde boring. Daarnaast wordt er bij de werkzaamheden gebruik gemaakt van werkterreinen. Bij deze werkzaamheden is het vanuit natuurwetgeving van belang om na te gaan of de werkzaamheden effect hebben op beschermde gebieden, beschermde soorten flora en fauna en beschermde houtopstanden. Om inzicht te krijgen in de effecten op beschermde natuurwaarden is het volgende wettelijk kader gehanteerd: »
Wet natuurbescherming, onderdeel beschermde soorten, beschermde gebieden van het Natura 2000-netwerk en beschermde houtopstanden;
»
Provinciaal beleid, beschermde natuurgebieden die vallen onder de Gelderse Omgevingsverordening.
De Wet natuurbescherming gaat over beschermde gebieden (hoofdstuk 2; Natura 2000), beschermde soorten (hoofdstuk 3) en beschermde houtopstanden (hoofdstuk 4). Naast de Natura 2000-gebieden, welke zijn beschermd door de Wet natuurbescherming, moet rekening worden gehouden met provinciaal beschermde gebieden. Beschermde natuurgebieden zijn in de provincie Gelderland aangewezen en beschermd in de Gelderse Omgevingsverordening. Hierin wordt het Gelders Natuurnetwerk (GNN) beschreven. De bescherming van het GNN is opgenomen in Afdeling 2.6 (Artikel 2.6.1) van de Omgevingsverordening. Wat betreft het bevoegd gezag voor de Wet natuurbescherming zijn veelal de provincies aangewezen. In sommige gevallen is het rijk (ministerie van LNV) echter het bevoegde gezag, bijvoorbeeld met betrekking tot hoogspanningsverbindingen met een spanning van tenminste 220 kV (Besluit natuurbescherming artikel 1.3). Omdat de haalbaarheidsstudie bekabeling betreft met een lagere spanning (150 kV), is voor voorliggende ontwikkeling de provincie Gelderland bevoegd gezag.
26
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0 Beschermde gebieden: In Bijlage B4.2.14 zijn de beschermde gebieden in de omgeving van de tracévarianten weergeven. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe. N2000-gebied Veluwe ligt m.b.t. tot tracévariant 1 gedeeltelijk direct naast het tracé (geen overlap tussen tracé en Natura 2000-gebied). Tracévariant 2 is ook gedeeltelijk naast het N2000-gebied gelegen, maar lijkt ook een heel klein stukje overlap te hebben met het Natura 2000-gebied Veluwe. Op een afstand van ongeveer 3 kilometer bevindt zich verder het Natura 2000-gebied Veluwerandmeren. De dichtstbijzijnde gebieden die horen bij het Gelders Natuurnetwerk (GNN) overlappen met één van de tracévarianten, namelijk met tracévariant 2. Voor tracévariant 1 geldt wel dat ter hoogte van het Natura 2000-gebied het tracé ook direct langs GNN gelegen is. Het opstijgpunt tussen mast 104 en 105 ligt deels in Natura2000, langs de rand en geldt voor zowel variant 1 als 2. Indien de verkabeling doorgetrokken wordt tot mast 105 gaat dat gehele traject door Natura2000 gebied, tussen opstijgpunt portaal en mast 105. De sloopwerkzaamheden van de bovengrondse lijnverbinding zijn vanwege externe werking op het naastgelegen Natura2000 gebied, eveneens relevant.
Natura 2000-gebieden De gestuurde boring, het tijdelijk gebruik van werkterreinen en de aanleg in open ontgraving leiden voor tracévariant 1 niet tot ruimtebeslag op Natura 2000-gebieden (hierbij wordt er vanuit gegaan dat werkterreinen buiten het Natura 2000-gebied geplaatst worden). Voor tracévariant 2 geldt dat deze over een lengte van ongeveer 10 meter binnen het Natura 2000-gebied Veluwe loopt (tijdelijk ruimtebeslag). Gezien de aard van de werkzaamheden en de korte afstand tot het Natura 2000gebied Veluwe, kunnen indirecte effecten als gevolg van verstoring door geluid, licht en trillingen plaatsvinden bij beide tracévarianten. Voor de Veluwerandmeren, dat op een afstand van ongeveer 3 kilometer van de tracévarianten ligt, geldt dat directe en indirecte effecten worden uitgesloten. Gezien de aard van de werkzaamheden kan uitstoot van stikstof plaatsvinden. Hierdoor kan er mogelijk sprake zijn van stikstofdepositie op gevoelig natuurgebied. Het Natura 2000-gebied Veluwe kent verschillende stikstofgevoelige habitattypen. Dit zijn onder andere stuifzanden met struikhei (H2310) en zandverstuivingen (H2330). Per 1 juli 2021 is echter artikel 1 van de Wet tot wijziging van de Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering) en artikel 1 van het bijbehorende Besluit (AmvB) in werking getreden.
Hiermee is er een partiële vrijstelling gekomen voor de vergunningsplicht als het gaat om stikstofdepositie. Partieel omdat de vrijstelling enkel geldt voor tijdelijke deposities in de realisatiefase van werken. Voor dergelijke activiteiten hoeft dan ook geen AERIUS berekening naar stikstofdepositie uitgevoerd te worden. Voorbeelden van werkzaamheden die onder de partiele vrijstelling vallen zijn bouw en sloop van woningen, utiliteitsgebouwen, bruggen en viaducten, en bouw- en aanlegactiviteiten voor duurzame energieopwekking, grond-, weg- en waterbouw, waaronder straten, pleinen, wegen, het verplaatsen van grond in het kader van bouwrijp maken van een terrein, spoorwegen, waterstaatswerken, waterwegen, waterkeringen, energie-infrastructuur, telecommunicatie-infrastructuur, drinkwaterinfrastructuur zoals waterleidingen, pompstations en winputten, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen. Voorliggend project valt onder dergelijke werkzaamheden en is daarmee vrijgesteld van de vergunningsplicht voor het realiseren van het project. Om mogelijke juridische risico’s geheel uit te sluiten kan worden besloten om een dergelijke berekening wel uit te voeren zodat duidelijk wordt of er al dan niet sprake is van toename van depositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden.
27
Haalbaarheidsstudie 150 kV verkabeling mast 99-104 I 105 te Ermelo, projectnummer <002.729.20.S13.002> 28 september 2022, versie 2.0 Gelders Natuurnetwerk (GNN) De gestuurde boring, het tijdelijk gebruik van werkterreinen en de aanleg in open ontgraving leiden voor tracévariant 1 niet tot ruimtebeslag op gebieden van het GNN (hierbij wordt er vanuit gegaan dat werkterreinen buiten het GNN geplaatst worden). Voor tracévariant 2 geldt dat er op twee locaties raakvlak is met het GNN. Het betreft zowel een gedeelte gestuurde boring (waar ruimte nodig is voor het werkterrein waarvandaan de gestuurde boring plaatsvindt) als een gedeelte open ontgraving. Directe negatieve effecten op beschermde natuurgebieden als gevolg van ruimtebeslag kunnen enkel voor tracévariant 1 worden uitgesloten. Omdat de provincie Gelderland met betrekking tot het GNN geen externe werking toepast hoeven werkzaamheden buiten het GNN niet getoetst te worden aan dat kader. Voor tracévariant 2 is dit gezien het (tijdelijk) ruimtebeslag niet het geval. Indirecte effecten op gebieden die behoren tot het GNN worden niet verwacht, maar zijn gezien de korte afstand tot het GNN, en op een aantal locaties (tijdelijke) ruimtebeslag, niet uit te sluiten. Nadere toetsing in het kader van de nee-tenzij procedure voor NNN (GNN)-gebieden is daarom nodig bij Tracévariant 2.
Beschermde soorten: Beschermde soorten flora en fauna, zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming, zijn geïnventariseerd aan de hand van bestaande verspreidingsgegevens. Als bron zijn hiervoor de verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) gebruikt. Met betrekking tot de verspreidingsgegevens zijn waarnemingen van de afgelopen 5 jaar gebruikt binnen een straal van circa 1 kilometer rond de twee tracés. Bij de selectie van gegevens voor vogels is specifiek geselecteerd op vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. Voor algemene broedvogels en vogels met een categorie 5 jaarrond beschermd nest geldt de algemene verbodsbepaling dat broedende vogels niet mogen worden verstoord of dat in gebruik zijnde nesten niet mogen worden vernietigd. Tevens geldt voor de categorie 5 vogels dat deze nesten alleen bij zwaarwegende ecologische redenen jaarrond beschermd zijn. Deze vogels zijn voldoende flexibel om in een redelijk gelijkblijvende omgeving een nieuw nest te maken/vinden. De categorie 5 vogels zijn bij de veldopname beoordeeld en indien relevant, net als categorie 1-4 vogels, wel expliciet opgenomen in voorliggend onderzoek. Voor algemene broedvogels zal voor alle tracévarianten voorafgaand een locatiebezoek plaats dienen te vinden om de risico’s nader te bepalen.
De gegevens van beschermde soorten worden voor het hele gebied beschreven waarbij wel wordt aangegeven bij welke tracévarianten de beschermde soorten voor kunnen komen. Vervolgens wordt op basis van het voorkomen van beschermde soorten en gebieden samengevat welke tracévariant het meest gunstig is betreffende ecologie. In Bijlage B4.2.15a en B4.2.15b zijn de locaties van waarnemingen van beschermde soorten nabij de tracévarianten weergegeven. De NDFF is de meest complete databank met verspreidingsgegevens van (beschermde) flora en fauna. Er kan echter niet van worden uitgegaan dat als er geen waarnemingen in de NDFF staan, er ook geen beschermde soorten aanwezig zijn. Het is namelijk goed mogelijk dat het betreffende gebied niet is onderzocht op alle mogelijke soortgroepen. Om uitspraak te kunnen doen over het wel/niet aanwezig zijn van beschermde soorten is altijd een veldbezoek noodzakelijk. Onderstaande beschrijving van de verschillende tracévarianten is uitsluitend gebaseerd op gegevens uit de bureaustudie. Voor het voorkeursalternatief geldt dat er uiteindelijk nog een veldbeoordeling moet plaatsvinden om te bepalen of er sprake is van aanwezigheid van beschermde soorten.