CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept programmabegroting 2026 2029 e250021378

Gemeenteraad 14 mei 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Programmabegroting 2026-2029 en Jaarstukken 2024 VNOG30.886 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Deze norm bepaalt dat tot maximaal 20% van het begrotingstotaal van het betreffende dienstjaar, aan leningen in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening. De vaste schulden die VNOG kent bestaat uit leningen ter financiering van de onroerende en roerende activa. Zij variëren in looptijd van 10 tot 15 jaar. VNOG heeft ter financiering van vervangingsinvesteringen voor materieel, materiaal en apparatuur extra leningen aangetrokken in 2024. Bij de bepaling van de looptijd van de nieuw af te sluiten leningen en hun vaste aflossings- en renteherzieningsmomenten, zal met de renterisiconorm rekening worden gehouden. Onderstaand is de informatie inzake het renterisico weergegeven zoals door de modelstaat B van de Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden wordt vereist. Uit deze staat blijkt dat VNOG ruim binnen de kaders van de renterisiconorm blijft. Jaar

2026

2027

2028

2029

Berekening norm Begrotingstotaal 1) Percentage

83.500.000 20%

89.000.000 20%

90.000.000 20%

90.000.000 20%

Renterisiconorm

16.700.000

17.800.000

18.000.000

18.000.000

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

166.667 500.000 300.000 600.000 400.000 400.000 600.000 800.000 600.000

166.667 0 300.000 600.000 400.000 400.000 600.000 800.000 600.000

166.667 0 0 600.000 400.000 400.000 600.000 800.000 600.000

166.667 0 0 0 0 0 600.000 800.000 600.000

800.000

800.000

800.000

1.333.333

1.333.333 866.667

6.450.000

6.866.667

1.333.333 866.667 200.000 6.766.667

1.333.333 866.667 200.000 5.366.667

Renteherzieningen Aflossingen: Lening BNG - 15 jaar - 40110312 Lening BNG - 10 jaar - 40110766 Lening BNG - 10 jaar - 40111179 Lening BNG - 10 jaar - 40111678 Lening BNG - 10 jaar - 40111883 Lening BNG - 10 jaar - 40112457 Lening BNG - 15 jaar - 40117375 Lening BNG - 15 jaar - 40117376 Lening NWB - 15 jaar - 40426 Lening NWB - 15 jaar - 40427 (v.a. 2/1/26) Aan te trekken in 2025 € 20 miljoen Aan te trekken in 2026 € 13 miljoen Aan te trekken in 2027 € 3 miljoen Renterisico

Ruimte onder rente risiconorm

10.250.000 10.933.333 11.233.333 12.633.333

Pagina 47 van 74

Renteberekening begroting Voor de kapitaalslasten hoeft in de begroting 2026 geen rekening meer worden gehouden met een specifieke rentetoerekening voor kazernes, zoals daarvan in voorgaande jaren wel sprake was i.v.m. met de daarvoor specifiek aangetrokken leningen. Voor alle investeringen wordt een (omslag)rentepercentage van 1,70% gehanteerd. Rentetoerekening begroting 2025 * € 1.000 De externe rentelasten over de korte en lange financiering

€

De externe rentebaten

€

1.361

Saldo rentelasten en rentebaten

€

1.361

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

€

1.361

Aan taakvelden toegerekende rente, gemm.1,7%

€

-1.361

Renteresultaat op het taakveld Treasury

€

0

De geprognotiseerde boekwaarde van de activa die integraal wordt gefinancierd over 2026 bedraagt circa € 80 mln. De aan de programma's toegerekende rente bedraagt 1,7% over genoemde boekwaarde en komt uit op circa € 1.360.000.

Pagina 48 van 74

5.5. Bedrijfsvoering Inleiding De paragraaf Bedrijfsvoering is een voorgeschreven onderdeel en is bedoeld om de bedrijfsvoering toe te lichten. In de VNOG-begroting is het separate programma ‘Bedrijfsvoering’ opgenomen, zie hoofdstuk 3. In hoofdstuk 3 staan de beleidsdoelen en (reguliere) activiteiten van de afdeling Bedrijfsvoering. In de paragraaf Bedrijfsvoering wordt ingegaan op diverse andere onderdelen van de bedrijfsvoering en ontwikkelingen hierop. Vastgoed en Facilitair Per 2023 voert VNOG bepaalde facilitaire taken in de kazernes uit, zoals vastgelegd in de ‘Regeling Demarcatie’ die is afgesloten tussen de colleges en het AB. De Regeling geeft aan welke partij (gemeente of VNOG) voor welke facilitaire c.q. huisvestingstaak in de kazernes verantwoordelijk is. De gemeente is (en blijft) de gebouweigenaar, terwijl VNOG de opstal gebruikt. De kosten voor VNOG worden via twee verschillende financiële werkwijzen met de gemeenten verrekend: een deel van de kosten (van specifiek gemarkeerde taken) wordt bij de 22 gemeenten gezamenlijk in rekening gebracht via het reguliere verdeelmodel. Het andere deel van de kosten (de facilitaire kosten) wordt vier jaar (2023 t/m 2026) per individuele gemeente afgerekend, waarbij de eindafrekening plaatsvindt op basis van de werkelijke kosten. Deze individuele verrekening heeft dan geen effect op de andere gemeenten.

De Regeling bevat naast de taakverdeling ook de afspraak dat de gemeenten de panden uiterlijk 1 januari 2025 op orde zouden brengen qua Arbo-vereisten en voorzieningen, waarbij wel rekening wordt gehouden met beschikbare faciliteiten in de buurt van de kazernes en eventuele al lopende/geplande nieuw- of verbouwtrajecten. Waar nodig vindt in 2026 met betreffende gemeenten nader overleg plaats rondom deze Arbo-vereisten/-voorzieningen, daar waar ze nog niet voor 1-1-2025 gerealiseerd waren, omdat er bijvoorbeeld verbouwingen aan zaten te komen. Conform de Regeling is er een periodiek overleg met de gebouwbeheerders om zaken af te stemmen. Dit overleg gaat ook in 2026 weer door. Te bespreken punten zijn onder andere de algehele stand van zaken, de samenwerking, lopende kwesties, komend onderhoud, nieuw- en verbouw en duurzaamheidsmogelijkheden. VNOG is steeds nauw betrokken bij deze onderwerpen die de gebouweigenaren (gemeenten) uitvoeren. Een overzicht van de voornaamste nieuw- en verbouwprojecten in 2026: Start/lopende nieuwbouwprojecten in 2026: Lopende verbouwprojecten die doorlopen in 2026 en/of in 2026 worden afgerond:

Lopende nieuwbouwprojecten die doorlopen in 2026 en/of in 2026 worden afgerond:

Nieuwbouw 1-post Apeldoorn Nieuwbouw Terwolde Nieuwbouw Oene Renovatie kazerne Nunspeet Verbouw Barchem Verbouw Gorssel Verbouw Laren Verbouw Lochem Nieuwbouw Voorst

Eén van de lopende nieuwbouwtrajecten is de nieuwe één-post in Apeldoorn. Deze nieuwe brandweerpost vervangt drie andere posten in het stedelijk gebied van Apeldoorn en hier wordt ook een kantoorfunctie van VNOG in ondergebracht, als waar mogelijk ook andere functionaliteiten op het gebied van veiligheid, zodat een breed veiligheidscentrum kan ontstaan. Dit is een Pagina 49 van 74

groot project dat qua voorbereidingen al enige jaren loopt. De oplevering van de nieuwbouw is voorzien in 2027. VNOG trekt samen op met de gemeente Apeldoorn, die bouwheer is. VNOG heeft in 2023/2024 in twee stappen de voormalige kantoorlocatie aan de Europaweg in Apeldoorn verlaten, omdat de eigenaar (politie) zelf de ruimtes nodig had. Begin 2025 was de kantoorlocatie Europaweg volledig verlaten. De teams/afdelingen zijn tijdelijk verspreid over bestaande andere kantoorlocaties van VNOG (door inschikken), medewerkers werken voor een deel vanuit huis en er wordt waar nodig gebruik gemaakt van externe locaties. Daarnaast zijn een paar teams en de crisisruimten van het multi-actiecentrum (het centrale knooppunt bij het bestrijden van een crisis) begin 2025 verhuisd naar een tijdelijk pand aan de Molenmakershoek 14 te Apeldoorn (in bezit van de gemeente Apeldoorn). Dit pand is gelegen náást de toekomstige nieuwe 1-post van Apeldoorn, dat de definitieve locatie zal worden. De crisisruimten moeten beschikken over eigen (beveiligde) dataverbindingen en noodstroom, die hier zijn gerealiseerd voor de tijdelijke locatie. Door te verhuizen naar een pand náást het toekomstige pand, kunnen deze verbindingen straks worden doorgetrokken naar het nieuwe pand. Zo is een optimale inzet van middelen bereikt.

Deze tijdelijke situatie van verspreid werken is niet ideaal, maar voor een overzienbare periode acceptabel, in afwachting op de nieuwe één-post van Apeldoorn. Er is hierbij ook in 2026 net als in voorgaande jaren blijvende aandacht of de taakuitvoering door deze tijdelijke huisvesting geen problemen ondervindt, alsmede voor het sociale aspect, nu de medewerkers her en der verspreid werken. Waar nodig worden maatregelen genomen als er zich problemen voordoen. Duurzaamheid De wereld staat voor een grote uitdaging om de leefbaarheid op onze planeet te behouden. In december 2021 heeft het algemeen bestuur een duurzaamheidsvisie voor VNOG vastgesteld die in 2022 is uitgewerkt in een duurzaamheidstrategie. De ambitie van VNOG is om de landelijke eisen te volgen en daar waar zich kansen voordoen, nog een stap verder te zetten, mits de (financiële) mogelijkheden dat toestaan en VNOG haar wettelijke kerntaken kan blijven uitvoeren. De strategie en visie zijn uitgewerkt in een Klimaatplan. Gedurende die uitwerking is overigens ondertussen niet stil gezeten en zijn waar mogelijk alvast stappen gezet. In november 2024 heeft het AB het Klimaatplan behandeld. Vele beoogde acties in het Klimaatplan zijn al gedekt in de bestaande begroting. Maar niet voor alle acties waren middelen beschikbaar. Het AB heeft daarom een storting gedaan in de duurzaamheidsreserve.

Via de duurzaamheidsreserve kunnen deze aanvullende kosten in de opstartfase worden gedragen, zodat er tempo kan worden gemaakt. In het Klimaatplan staan de acties binnen de thema’s inkoop, vastgoed, facilitair, mobiliteit, gedrag en VNOG specifieke activiteiten. De uitdaging is het verminderen van de CO2-uitstoot. De belangrijkste thema’s waarop de meeste winst te behalen valt, zijn ‘vastgoed’ en ‘mobiliteit’. Een groot deel van de uitstoot komt van het vastgoed. Dit is in bezit van de gemeenten. Acties op dit gebied liggen daarom primair bij de gemeenten (die ook zelf een opgave hebben voor het verduurzamen van gemeentelijke vastgoed) en gaan altijd in nauwe afstemming met de gemeenten. De diverse nieuwbouw- en verbouwtrajecten komende jaren bieden daarbij een extra kans om stappen te zetten.

Pagina 50 van 74

Bij de reductie op het thema ‘mobiliteit’ gaat het o.a. om de elektrificatie van het wagenpark, met op dit moment focus op de dienstauto’s en -bussen (inclusief laadpalen op de locaties), omdat een betaalbaar en voor onze omstandigheden bruikbaar elektrisch alternatief voor de grotere brandweervoertuigen momenteel in de markt nog niet voorhanden is. Zoals in het Klimaatplan beschreven is er een organisatiebrede ambassadeursgroep ingesteld die assisteert bij de uitrol van het Klimaatplan. De volgende overzichtsplaat is door deze ambassadeursgroep opgesteld:

In 2026 zal VNOG de acties uit het Klimaatplan van de jaarschijf 2026 oppakken en eventuele resterende acties uit eerdere jaarschijven afronden. Een aantal belangrijke geplande acties voor 2026 zijn: het vergroenen van de terreinen, verdere verdiepingsslag op de energiemonitoring locaties VNOG, nog breder uitrollen van het gebruik van HVO-100 (bio-diesel) voor de voertuigen die (nog) niet geëlektrificeerd kunnen worden, op basis van data uit een fleet-managementsysteem (actuele vervoersbewegingen) optimaliseren inrichting en positionering van het wagenpark. In de reguliere P&C-documenten zal de voortgang van het Klimaatplan worden gerapporteerd. Elk jaar wordt er een nieuwe CO2 voetafdruk opgesteld en wordt er verantwoording aan het MT VNOG afgelegd over de genomen acties en de CO2 reducties. Vennootschapsbelasting Voor de aangifte vennootschapsbelasting wordt de benodigde informatie aangeleverd aan het accountantskantoor dat de jaarrekening voor VNOG controleert. Verwachting is dat de aangifte voor 2026 nihil is.

Pagina 51 van 74

Ramingsgrondslagen budget kapitaallasten Het budget voor kapitaallasten berust op de volgende ramingsgrondslagen: • Het MJIP (meerjarig investeringsprogramma) voor de aan te vragen vervangingsinvesteringen. • De staat van investeringen (investeringen die gereed zijn, waarop wordt afgeschreven). • De overlopende investeringen uit voorgaande dienstjaren. • De investeringen zijn onderscheiden naar vervanging en uitbreiding. • De verdeling van investeringen over de jaarschijven 2026 tot en met 2029 is bepalend voor het jaar waarvoor (in de begroting) de kredieten worden aangevraagd. Na het beschikbaar stellen van het krediet worden verplichtingen aangegaan (bijvoorbeeld door het starten van een aanbestedingsprocedure). • Er is gerekend met toevoegingen en onttrekkingen aan de egalisatiereserve conform het vastgestelde beleid. • De afschrijvingstermijnen zijn opnieuw vastgesteld per 1 januari 2019. Over materieel/materiaal investeringen wordt lineair afgeschreven conform het beleid. • Er wordt bij investeringen 1,7 % rente berekend over de boekwaarde aan het begin van het jaar plus de helft van de voorgenomen investeringen in het begrotingsjaar. • De voorgenomen investeringen zijn geraamd inclusief prijsindex en BTW. Er wordt geen generieke indexering toegepast. Wel wordt rekening gehouden met reëel verwachte (toekomstige) prijsontwikkelingen.

• De kapitaallasten tenslotte, zijn geraamd na verwerking van bovenstaande punten, uitgaande van 100% van zowel de bestaande boekwaarden als de voorgenomen investeringen. In de voorliggende meerjarenbegroting is het materieel spreidingsplan opgenomen voor wat betreft de huidige planning van de vervanging van de voertuigen. Na de aanbesteding van het in het kredietenoverzicht genoemde materiaal en materieel, kunnen de geraamde bedragen in het investeringsprogramma aan de uitkomsten van de aanbesteding worden aangepast. Navolgende tabel geeft de geraamde ontwikkeling van de kapitaallasten weer (bij de Kadernota 2027-2030 wordt de doorrekening (opnieuw) geactualiseerd): Programma

Risico- en crisisbeheersing Brandweerzorg GHOR

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2026

2027

2028

2029

2.000

2.000

0

0

8.733.000

10.586.000

10.279.000

10.109.000

16.000

49.000

48.000

58.000

1.280.000

1.494.000

1.549.000

1.790.000

10.031.000

12.131.000

11.876.000

11.957.000

Onttrekking

3.944.000

6.054.000

5.783.000

5.864.000

Rente en afschrijving exclusief MKON en kazerne

6.087.000

6.077.000

6.093.000

6.093.000

Bedrijfsvoering Mutaties egalisatiereserve afschrijvingen Toevoeging

MKON

32.000

35.000

54.000

53.000

Bijdrage 4 veiligheidsregio's

-23.900

-26.100

-40.300

-39.500

13.700

13.500

Bijdrage VNOG

8.100

8.900

Kazerne Vosselmanstraat

49.000

48.000

Bijdrage gemeente Apeldoorn

-49.000

-48.000

0

0

Kazerne Doetinchem

219.000

219.000

219.000

177.000

Bijdrage gemeente Doetinchem

-219.000

-219.000

-219.000

-177.000

0

0

0

0

Kazernes

Pagina 52 van 74

Ramingsgrondslag personeelskosten De ramingsgrondslag voor de personeelsbegroting is de formatie, waarbij wordt gerekend met de laatste bekende gegevens uit het arbeidsvoorwaardenakkoord veiligheidsregio’s, werkgeverslasten e.d. en de laatste trede van de functionele schaal (salarispeil 01-05-2024). Op het moment van opstellen van deze begroting wordt er onderhandeld over een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord per 1 augustus 2025. Innovatie Innovatie is een belangrijk onderwerp voor VNOG en op alle afdelingen vinden innovatieve ontwikkelingen plaats, zie hiervoor ook hoofdstuk 3 bij de respectievelijke programma’s. Nieuwe risico’s en de snel veranderende werkelijkheid stellen andere eisen aan VNOG en vragen om flexibiliteit, veerkracht, nieuwe (advies) vaardigheden en innovatieve oplossingen. Er valt hierbij te denken aan de klimaatverandering, energietransitie, digitale veiligheid, nieuwe vereisten uit de Omgevingswet. VNOG bereidt haar medewerkers hierop voor en investeert steeds in (nieuwe en bestaande) samenwerkingen, zoals met het landelijke NIPV, andere veiligheidsregio’s (zeker die in Oost-5), gemeenten, private partijen. Een paar innovaties op de Opgaven ter illustratie: −

−

−

−

−

Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden: implementatie van nieuwe bepakking voor de brandweer met innovatieve blusmiddelen met een veiliger, groter en effectiever koelend vermogen, integratie van kunstmatige intelligentie en drones en data-analyse ter verbetering van brandbestrijding en reddingsoperaties, interregionale en nationale samenwerking op het thema natuurbrandbeheersing en -bestrijding om op een innovatieve wijze kennis en vaardigheden verder uit te bouwen en zaken samen op te pakken (kenniscentrum). Opgave 1. Zelfredzaam & risicobewust: op basis van analyse van risico- en doelgroepen en gedragswetenschap (kennis over gedrag(sverandering) innovatieve projecten / campagnes / gedragsinterventies uitvoeren, verstevigen netwerk rondom gedrag en veiligheid en kansen benutten om met meer partners samen te werken bij campagnes. Opgave 2. Vakbekwaam & deskundig: implementatie van het nieuwe multi oefenbeleidsplan waarin innovaties (zoals AI) zijn meegenomen, gebruik van bodycams bij de brandweer ter vergroting van het lerend vermogen, versterken (advies) vaardigheden van adviseurs gericht op het toepassen van de nieuwe risicogerichte advisering en op actuele nieuwe thema’s, monitoren bevolkingszorg met innovatieve tool, nieuwe samenwerkingsvormen met externe partijen op basis van de proef uit 2025. Opgave 3.

Sterke informatiepositie: betere voorbereiding van de brandweer op informatie gestuurd werken door samenwerking met partijen uit onderwijs en bedrijfsleven en overheid (project), gebruik innovatieve Business-Intelligence-tools gevuld met eigen gegevens / gegevens van netwerkpartners, die na verwerking zichtbaar worden gemaakt in dashboards voor leidinggevenden, doorontwikkeling VIK, project witte informatiebron Oost-5, waarmee permanente monitoring van het geneeskundig beeld en de actuele beschikbaarheid van acute zorg mogelijk wordt. Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers: versterken gebruik BItools voor monitoring bedrijfsvoering, uitvoeren nieuwe programma’s rondom vitaliteit, duurzame inzetbaarheid, etc. op basis van de strategische personeelsplanning en het arbeidsmarktbeleid.

Privacy en security In 2026 zal VNOG verdere stappen zetten in het verder verhogen van het volwassenheidsniveau voor zowel gegevensbescherming (Privacy) als informatieveiligheid (Security), in vervolg op het Pagina 53 van 74

Actieplan BIO AVG6. VNOG houdt hierbij rekening met en geeft uitwerking aan landelijke ontwikkelingen op deze twee terreinen. Het continu blijven investeren in Informatieveiligheid is van cruciaal belang voor de continuïteit en betrouwbaarheid van onze organisatie. In een tijdperk waarin cyberdreigingen steeds geavanceerder en frequenter worden, is het essentieel om proactieve maatregelen te blijven nemen om onze gegevens en systemen te beschermen. Door te investeren in geavanceerde beveiligingstechnologieën, het trainen van personeel in best practices en het implementeren van robuuste beveiligingsprotocollen, kunnen we de risico’s aanzienlijk verminderen. Bovendien draagt een sterke Informatieveiligheid bij aan de digitale weerbaarheid van de organisatie en het vertrouwen van onze burgers en ketenpartners. Voor het terrein Security is de komst van belang van nieuwe Europese regelgeving, die is bedoeld om de cyberbeveiliging en de weerbaarheid van essentiële diensten in EU-lidstaten te verbeteren, waaronder de NIS2-richtlijn (die zich richt op digitale (cyber) risico’s voor netwerk- en informatiesystemen) en de CER-richtlijn (die zich richt op de bescherming van organisaties tegen fysieke dreigingen, zoals de gevolgen van (terroristische) misdrijven, sabotage en natuurrampen). Voor de informatiebeveiliging wordt het steeds belangrijker om Security by Design toe te passen.

Dit betekent dat bij de ontwikkeling en onboarding van nieuwe systemen in een vroeg stadium met de security-eisen rekening wordt gehouden. Ook dient VNOG rekening te houden met de gevolgen van de verwachte landelijke vitaal-verklaring van de processen van de veiligheidsregio’s. De eisen die aan organisaties en daarmee ook aan veiligheidsregio’s worden gesteld als het gaat om privacy en security worden verder aangescherpt, mede in het licht van steeds toenemende cyberdreigingen. Voor het terrein van de gegevensbescherming wordt het steeds belangrijker om Privacy by Design toe te passen, vergelijkbaar met Security by Design voor informatiebeveiliging. Privacy by Design houdt in dat in een vroeg stadium, bij de ontwikkeling van producten en diensten, zowel technisch als organisatorisch, een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens wordt afgedwongen. Dit brengt risico’s vooraf in beeld waardoor achteraf geen reparatie hoeft plaats te vinden. De inzet van DPIA’s (Data Protection Impact Analyse) in samenhang met het beheer van het verwerkingsregister hoort daarbij.

6

BIO: Baseline Informatiebeveiliging Overheid. AVG: Algemene Verordening Gegevensbescherming

Pagina 54 van 74

5.6. Verbonden partijen Inleiding Een Verbonden Partij is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin VNOG een financieel èn een bestuurlijk belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als VNOG aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als VNOG vertegenwoordigd is in het bestuur van de rechtspersoon of zeggenschap daarin kan uitoefenen. Gelet op deze kwalificaties heeft VNOG geen verbonden partijen. VNOG heeft wel bestuurlijke òf financiële belangen bij de volgende partijen: de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV), de Stichting Risicobeheer en Waarborgfonds Veiligheidsregio’s, het Nederland Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), de Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO), het Veluws Bosbrandweer Comité (VBC) en de Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ). Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) De WVSV is een vereniging van de 25 veiligheidsregio’s. De voorzitters van de veiligheidsregio’s vormen de ledenvergadering. Het bestuur van de WVSV kent vijf zetels en bestaat uit bestuurders uit veiligheidsregio’s.

Het bestuur vormt tevens de onderhandelingsdelegatie, ondersteund door een vertegenwoordiging vanuit de Raad Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV), onder andere de directeur van VNOG. De WVSV wordt op het gebied van bedrijfsvoeringtaken ondersteund door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, NIPV. De WVSV is vanaf januari 2022 aan de slag om namens de besturen van de veiligheidsregio’s te onderhandelen met de werknemersorganisaties en afspraken te maken over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. De WVSV heeft hiermee het werk van de brandweerkamer van de VNG overgenomen. De WVSV is verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarden van ca. 28.000 medewerkers, waaronder beroeps en vrijwillig brandweerpersoneel. Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s De Stichting Risicobeheer is een gezamenlijk expertisebureau waarmee de veiligheidsregio’s collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. De Stichting Waarborgfonds is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s. De stichtingen zijn met name van belang voor het meedenken in de complexe zaken, het uniformeren van alle aanspraken binnen alle veiligheidsregio’s, begeleiden van aanbestedingen en het afdekken van risico’s welke we niet willen of kunnen verzekeren.

Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) Het NIPV is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Een ZBO is een bestuursorgaan van de centrale overheid dat bij de wet, krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur of krachtens de wet bij ministeriële regeling met openbaar gezag is bekleed, en dat niet hiërarchisch ondergeschikt is aan een minister. De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's vormen samen het algemeen bestuur van het NIPV. Het bestuur is verantwoordelijk voor alle taken en werkzaamheden die het NIPV uitvoert in het kader van de Wet veiligheidsregio’s. Het bestuur stelt jaarlijks de begroting met bijbehorend jaarplan, de jaarrekening en het jaarverslag vast en eens per vier jaar een meerjarenbeleidsplan. Hiermee bepaalt het bestuur de ambitie van het NIPV. Ook is het bestuur verantwoordelijk voor concrete zaken als het certificeren van aanbieders van brandweeropleidingen. In de kaderwet ZBO’s wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de begroting de Pagina 55 van 74

goedkeuring behoeft van de Minister. Eveneens wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de jaarrekening de goedkeuring van de Minister behoeft. Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet een ZBO daarvan onverwijld mededeling aan de Minister. Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO) De BOGO ontwikkelt en verzorgt brandweeropleidingen in opdracht van zes veiligheidsregio’s. Het algemeen bestuur bestaat uit drie burgemeesters en de zes regionaal commandanten/directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s. In principe is de stichting zelf aansprakelijk voor de schulden die worden gemaakt. De bijdrage aan de BOGO is direct gekoppeld aan het soort en aantal afgenomen opleidingen. Veluws Bosbrandweer Comité (VBC) De stichting het Veluws Brandweer Comité (VBC) is opgericht in 1951. Het VBC is een samenwerkingsverband van 20 gemeenten op de Veluwe met als doelstellingen: − Het voorkomen en beperken van bos- en natuurbranden op de Veluwe; − Het verrichten van alle verdere werkzaamheden die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.

De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door het organiseren en coördineren van een systeem van detectie (onder meer via vliegtuigen, drones en meetapparatuur) van bosen natuurbranden. De deelnemende gemeenten in het VBC behoren tot het werkgebied van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) en VNOG. De deelnemende gemeenten zijn: Apeldoorn, Arnhem, Barneveld, Brummen, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Voorst en Wageningen. Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ) De SAMIJ is een netwerk-samenwerking. Het doel van dit netwerk is het borgen van een adequaat functionerende incidentbestrijding in het IJsselmeergebied als samenhangend risicowatersysteem. In dit netwerk zijn veel partijen actief en betrokken. Partijen met allen een eigen rol en taak in de incidentbestrijding. Daarom zijn er samenwerkingsafspraken gemaakt tussen de veiligheidsregio’s en waterschappen rondom het IJsselmeergebied en Rijkswaterstaat, de KNRM, Reddingsbrigade Nederland, de Kustwacht en de Nationale Politie. Het IJsselmeergebied bestaat uit het IJsselmeer en het Markermeer, IJmeer, de Gouwzee en de Randmeren, inclusief het Zwartemeer.

De SAMIJ richt zich hierbij op de bovenregionale bestuurlijke- en operationele afstemming om een effectieve en efficiënte samenwerking te borgen voor incidentbestrijding in het IJsselmeergebied.

Pagina 56 van 74

5.7. Openbaarheidsparagraaf Inleiding De Wet open overheid (Woo) is op 1 mei 2022 in werking getreden en verplicht een bestuursorgaan tot actieve en passieve openbaarmaking van informatie. Op grond van artikel 3.5 (van de Woo) is een bestuursorgaan verplicht om jaarlijks in de begroting en de jaarrekening aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo. In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen een beschrijving gegeven van de activiteiten die worden uitgevoerd in 2026 op de thema’s actieve en passieve openbaarmaking en verbetering van de informatiehuishouding. Actieve openbaarmaking voor de verplichte categorieën documenten (artikel 3.3 Woo) Onder actieve openbaarmaking vallen de activiteiten om de wettelijk verplichte informatie actief openbaar te maken en daarnaast een inspanningsverplichting om andere informatie (buiten de 17 verplichte categorieën, waarvan er voor VNOG 12 van toepassing zijn) op eigen initiatief openbaar te maken. Momenteel worden vanuit de verplichte categorieën de volgende gegevens gepubliceerd conform de wettelijke eisen: 1. Algemeen verbindende voorschriften; 2. Overige besluiten van algemene strekking; 3. Organisatie en werkwijze; 4. Bereikbaarheidsgegevens. Daarnaast publiceert VNOG op de eigen website de vergaderstukken van het algemeen bestuur (incl. ingekomen stukken) en de besluitenlijsten van het dagelijks bestuur.

Volgens planning gaat in 2026 de plicht tot actieve openbaarmaking van de resterende categorie (beschikkingen) gelden, zodra die voor de 7 categorieën die voor 2025 waren voorzien, is gerealiseerd. De inspanningsverplichting tot openbaarmaking voor andere documenten dan verplicht Ten aanzien van de inspanningsverplichting om andere informatie actief openbaar te maken (art. 3.1 Woo) moet eerst helder worden welke ambitie VNOG daartoe heeft en zullen de landelijke ontwikkelingen rond de Woo-index gevolgd worden. Verplicht platform voor actieve openbaarmaking (artikel 3.3.b Woo) De openbaarmaking van de in de artikelen 3.3 en 3.3a genoemde documenten geschiedt elektronisch op een algemeen toegankelijke wijze via de Verwijsindex. Het is de bedoeling dat VNOG haar openbare informatie koppelt aan het platform, zodat iedere inwoner in de regio alle overheidsinformatie (van Nederland) via die plek kan vinden. Passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek; hoofdstuk 4 Woo) Passieve openbaarmaking is het openbaar maken van informatie n.a.v. een Woo-verzoek. Een dergelijk verzoek zal volgens de geldende regels uit de Woo worden afgehandeld. De informatiehuishouding (Hoofdstuk 6 Woo) Voor de verbetering van de informatiehuishouding worden de ontwikkelingen landelijk en binnen de VNG gevolgd. Het verbeteren van de informatiehuishouding heeft voortdurend onze aandacht.

VNOG geeft uitvoering aan de bepaling uit de (huidige) Archiefwet dat overheidsorganisaties documenten in goede, geordende en toegankelijke staat moeten brengen en bewaren, en zorg moeten dragen voor de vernietiging van de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden. Dit krijgt ondermeer verder vorm met het inrichten van een nieuw Document management Systeem (DMS). In het kader van de Woo ligt er nadruk op de digitale archiefbescheiden. Aanwijzing van een Woo-contactpersoon (artikel 4.7 Woo) De Woo schrijft voor dat ieder bestuursorgaan één of meer contactpersonen heeft om vragen van burgers te beantwoorden over de beschikbaarheid van publieke informatie. Per 1 mei 2022 is bij VNOG een Woo- contactpersoon aangewezen. Pagina 57 van 74

5.8. Versterking crisisbeheersing en informatievoorziening (inzet BDuR-ophoging) Inleiding In de periode 2023 t/m 2026 verhoogt het Rijk stapsgewijs structureel de bijdrage aan de veiligheidsregio’s. Dit betreft de BDuR (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding). De doelstellingen achter deze ophoging van de BDuR zijn: versterking van crisisbeheersing (inclusief inbouwen/vergroten flexibiliteit) en versterking informatievoorziening (inclusief informatie-uitwisseling/samenwerking). Het zwaartepunt van de aanpak van recente en toekomstige crises bevindt zich namelijk op het bovenregionale, landelijke en nationale niveau; daar dienen de veiligheidsregio’s, het Rijk en andere partners zich gezamenlijk beter op voor te bereiden. Het Rijk heeft expliciet aangegeven dat de extra BDuR-middelen voor crisisbeheersing en informatievoorziening moeten worden ingezet en niet voor iets anders. De verhoging komt in vier tranches. De tranches voor 2023, 2024 en 2025 zijn uitgekeerd. In juni van elk jaar geeft het Rijk steeds definitieve duidelijkheid voor de tranche van het komende volgende jaar. Dus pas in juni 2025 wordt zeker of de laatste tranche (2026) wordt uitgekeerd en de plannen voor 2026 doorgang kunnen vinden. Dat is een belangrijk voorbehoud. VNOG heeft in 2023 een meerjarig bestedingsplan opgesteld voor de totale (verwachte) BDuRophoging.

In maart 2023 is dit plan door het AB vastgesteld en VNOG voert dit uit. Nieuwe ontwikkeling: korting op BDuR Eind 2024 werd duidelijk dat in de Rijksbegroting 2026 een structurele korting op de totale BDuR aan alle veiligheidsregio’s is verwerkt van 10% (dus op ‘reguliere’ en ‘opgehoogde’ BDuR samen). Voor VNOG gaat het om een korting van € 1,1 mln. Het Veiligheidsberaad is landelijk in overleg met het Ministerie om te proberen deze korting af te wenden. De korting is onlogisch gelet op dat het Rijk in 2023 juist is gestart met een stapsgewijze structurele ophoging van de BDuR. Bovendien vinden landelijk ook verkenningen plaats naar een mogelijke rol/taak voor de veiligheidsregio’s in de weerbaarheidsversterkingsopgave van de samenleving. Een korting past daar niet bij. Hangende de onzekerheid en wachtend op de landelijke besluitvorming heeft het AB op 12 december 2024 besloten om de jaarschijven 2025 en 2026 van het ‘Bestedingsplan Ophoging BDuR’ nog niet in uitvoering te nemen en voorlopig te bevriezen, om zo (tijdelijke) dekking voor de korting beschikbaar te hebben. Het zou immers onverstandig zijn om ons te committeren aan extra structurele uitgaven nu er onzekerheid bestaat over de structurele omvang van de gehele BDuR.

Mocht de korting toch wèl doorgaan, dan kan dit gevolgen hebben voor de ambities van VNOG, omdat dan een brede discussie moet plaatsvinden over taken en speerpunten van VNOG versus beschikbare middelen, waaronder de gemeentelijke bijdrage aan VNOG. VNOG hoopt dat er snel meer duidelijkheid is en komt hier later op terug. Uitvoering Het eerder genoemde meerjarige ‘Bestedingsplan Ophoging BDuR’ is in 2023 in uitvoering genomen. De onderwerpen in het bestedingsplan zijn over meerdere jaren opvolgend ingepland, zodat er een geleidelijke, op elkaar afgestemde opbouw plaatsvindt.

Pagina 58 van 74

De acties in het kader van BDuR-ophoging worden in diverse afdelingen van VNOG uitgevoerd: in de afdeling RCB, in de afdeling GHOR en in de afdeling Bedrijfsvoering, alsmede wordt verbinding gelegd met de afdeling Brandweerzorg. Er is ingezet op synergie over afdelings- en teamgrenzen heen. Door de doelen, activiteiten en middelen in deze separate paragraaf van de begroting op te nemen, kan de voortgang worden gemonitord. Daartoe zijn ook evaluatiemomenten voorzien, onder andere gedurende de reguliere rapportagemomenten in de P&C-cyclus. Zo kunnen plannen waar nodig worden bijgesteld, mocht de actualiteit (bijvoorbeeld de langdurige crisis die zich dan voordoet) daarom vragen. De BDUR-ophoging versterkt de volgende Opgaven van VNOG: 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises 1. Zelfredzaam en risicobewust 2. Vakbekwaam en deskundig 3. Sterke informatiepositie Doelen van de BDuR-ophoging per Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises a. VNOG is beter in staat om zich voor te bereiden op toekomstige (langdurige) rampen en crises en om deze te managen als ze zich voordoen, doordat de betrokken teams op sterkte zijn gebracht. b. Inwoners, bedrijven, mede-overheden en partners krijgen een handelingsperspectief voor, tijdens en na (langdurige) rampen en crises. 1.

Zelfredzaam en risicobewust a. Vergroten van de zelfredzaamheid en het zelforganiserend vermogen van inwoners, bedrijven en instellingen met behulp van (innovatieve) risico- en crisiscommunicatie met als doel de weerbaarheid en veerkracht van de samenleving te verhogen. 2. Vakbekwaam en deskundig a. Vergroten van de kennis en vaardigheden van de betrokken medewerkers, door te investeren in capaciteiten, opleiden, trainen en oefenen. 3. Sterke informatiepositie a. Inrichten van een gegarandeerd Veiligheids Informatie Knooppunt (VIK) met 24/7 inzicht in een dynamisch risicobeeld dat de besluitvorming voor en tijdens crises ondersteunt en informatie uitwisselt met netwerkpartners (zowel bemensing VIK, als bemensing (technische) ondersteuning daarvan, als de onderliggende informatiesystemen). b. Bijdragen aan de landelijke gezamenlijke informatiepositie, waarvan de inrichting is neergelegd bij het NIPV (Nederlands Instituut Publieke Veiligheid) en het Rijk. c. Bijdragen aan de inrichting van 24/7 landelijke ondersteuning in coördinatie en informatiemanagement tussen veiligheidsregio’s, Rijk en crisispartners, waarvan de inrichting is belegd bij het landelijke Knooppunt Coördinatie Regio’s Rijk (KCR-2).

Activiteiten De besteding van de vierde (tevens laatste) tranche van de BDuR-ophoging in 2026 volgt uit het meerjarige bestedingsplan dat in 2023 is gestart; de besteding sluit aan op de trajecten die in de voorgaande jaren zijn ingezet. Zoals hiervoor aangegeven: of deze activiteiten in 2026 kunnen worden uitgevoerd, hangt ervan af of de tranche 2026 wel wordt toegekend (juni 2025 duidelijkheid) en of de BDuR-korting per 2026 wel of niet definitief doorgaat en wat er besloten zal worden over hoe hier dan mee om te gaan. Zoals het AB besloten heeft op 12 december 2024, zijn Pagina 59 van 74

de activiteiten 2025 en 2026 uit het BDuR bestedingsplan hangende deze onzekerheid vooralsnog bevroren. De gevolgen van deze (tijdelijke) bevriezing brengen we in beeld. Of de hierna beschreven acties in 2026 doorgang vinden, is op het moment van opstellen van deze begroting nog ongewis. 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises a. VNOG bereidt zich voor. b. VNOG biedt handelingsperspectief. RCB: − breidt ondersteuning van gemeentelijke Bevolkingszorgprocessen verder uit; − versterkt de Multi Operationele crisisorganisatie verder, in aansluiting op de stappen die in voorgaande jaren zijn gezet (o.a. doorontwikkeling scenariodenken en ontwikkeling kwaliteitszorgsysteem); − versterkt de planvorming door een netwerk op te bouwen en in stand te houden, waaronder meer aandacht voor afstemming met buurregio’s, landelijke afstemming maar ook grensoverschrijdend, bijv. in het kader van klimaatverandering, energietransitie en cyberveiligheid. 1. Zelfredzaam en risicobewust − RCB en Bedrijfsvoering verzorgen de (regie en verbinding van) risico- en crisiscommunicatie, in aansluiting op de stappen die in voorgaande jaren hiervoor zijn gezet. 2.

Vakbekwaam en deskundig RCB: − werkt samen met de GHOR, Brandweerzorg en met de gemeentelijke Bevolkingszorg om te komen tot synergie en verdere onderlinge versterking; − voorziet in een ketenoefening om de interactie tussen de teams te beoefenen; − voorziet in trainingsmogelijkheden voor de flexibele schil die bij langdurige crises zou kunnen worden ingezet; − stemt af met partners om te komen tot interregionale, landelijke en internationale oefeningen; − ontwikkelt de oefeningen door naar een innovatief opleidingsprogramma; − beheert, verrijkt en ontsluit een kennis- en oefenbank. 3. Sterke informatiepositie RCB en Bedrijfsvoering: − werken verder aan de inrichting van het informatieknooppunt (VIK), in aansluiting op de stappen die in voorgaande jaren hiervoor zijn gezet; − leveren een bijdrage aan het Informatiegestuurde Veiligheidsbeeld Oost-5, in aansluiting op KCR2; − voorzien in de technische ondersteuning van het VIK en de onderliggende systemen (o.a. datawarehouse), in aansluiting op de stappen die in 2023-2025 hiervoor zijn gezet; − treffen een doorontwikkeling op de digitwin op de multi thema’s (tool voor het informatieknooppunt VIK), in aansluiting op de stappen die in voorgaande jaren zijn gezet.

Pagina 60 van 74

Middelen 2026 uitgaven Programma bedrijfsvoering Loonkosten en bedrijfsvoeringskosten

625.500

C risiscommunicatie

30.000

Programma risico- en crisisbeheersing C risisorganisatie en vakbekwaamheid

115.700

Vicc/Risq

200.000

Loonkosten

1.030.000

Stelpost flexibel exploitatie budget

150.000

Programma GHOR Vakbekwaamheid

25.000

Loonkosten

56.000

totaal jaarschijven 2023 en 2024; 2025 en 2026 zijn bevroren

2.232.200

Pagina 61 van 74

Bijlage 1. Kerngegevens Aantal inwoners (per 1 januari 2024) Gemeente 1 Aalten 2 Apeldoorn 3 Berkelland 4 Bronckhorst 5 Brummen 6 Doetinchem 7 Elburg 8 Epe 9 Ermelo 10 Harderwijk 11 Hattem 12 Heerde 13 Lochem 14 Montferland 15 Nunspeet 16 Oldebroek 17 Oost Gelre 18 Oude IJsselstreek 19 Putten 20 Voorst 21 Winterswijk 22 Zutphen

Inwoners 27.308 168.211 43.933 36.119 21.286 59.623 23.906 33.168 27.856 49.387 12.624 19.226 34.289 36.873 29.072 24.281 29.969 39.402 24.978 25.377 29.231 48.752 844.871

Deze cijfers komen uit de definitieve CBS-gegevens van 1 januari 2024.

Pagina 62 van 74

Bijlage 2. Gemeentelijke bijdragen 2026 en prognose 2027-2029 Het totaalbedrag aan gemeentelijke bijdrage voor 2026 is gebaseerd op de jaarschijf 2026 uit de voorgaande programmabegroting (2025) met daarbij opgeteld het effect van de Kadernota 2026. Voor de verdeling van deze gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt het verdeelmodel gebruikt. Dit verdeelmodel is vastgelegd in de GR VNOG. Als verdeelsleutel geldt de procentuele verdeling tussen de gemeenten die gebaseerd is op de verhouding per gemeente van het in de algemene uitkering van het gemeentefonds opgenomen bedrag voor het cluster openbare orde en veiligheid/subcluster crisisbeheersing en brandweer. Het verdeelmodel is ingegaan per 2017 en wordt éénmaal per vier jaar herijkt. In 2024 heeft dan ook een herijking plaatsgevonden die is ingegaan vanaf 2025. De percentages van het verdeelmodel in navolgende tabel gelden dus tot en met 2028. In 2028 vindt weer een herijking plaats, zodat per 2029 het bijgestelde verdeelmodel van kracht kan worden. In het meerjarenoverzicht is geen rekening gehouden met de effecten van de nog komende jaarlijkse Kadernota’s (dat kan ook niet, want ze zijn nog niet verschenen). Dus onder andere de gebruikelijke nog komende jaarlijkse loon- en prijsindexen (die in de Kadernota’s staan) zijn niet verwerkt in het meerjarenoverzicht.

Ook niet verwerkt in het meerjarenoverzicht is het toevoegen van de facilitaire kosten (demarcatie bijlage 3) vanaf 2027 aan het verdeelmodel in plaats van het afzonderlijk per gemeente te verrekenen, zoals nu nog gebeurt. Het meerjarenoverzicht toont niet de ontwikkeling van programma 8 (zie bijlage 3); programma 8 komt nog separaat per betreffende gemeente erbij. Gemeente

%

Kadernota 2026

Voorgestelde bijdrage 2026

Prognose bijdrage 2027

Prognose bijdrage 2028

Prognose bijdrage 2029

Aalten

3,15%

61.872

1.829.900

1.924.501

1.972.411

1.972.411

Apeldoorn

20,91%

410.424

12.138.561

12.766.092

13.083.904

13.083.904

Berkelland

5,13%

100.578

2.974.646

3.128.427

3.206.309

3.206.309

Bronckhorst

4,46%

87.585

2.590.396

2.724.312

2.792.134

2.792.134

Brummen

2,49%

48.891

1.445.991

1.520.745

1.558.604

1.558.604

Doetinchem

6,89%

135.224

3.999.345

4.206.100

4.310.811

4.310.811

Elburg

2,68%

52.585

1.555.225

1.635.626

1.676.345

1.676.345

Epe

3,97%

78.003

2.306.997

2.426.263

2.486.665

2.486.665

Ermelo

3,35%

65.696

1.943.015

2.043.463

2.094.335

2.094.335

Harderwijk

5,73%

112.420

3.324.890

3.496.778

3.583.830

3.583.830

Hattem

1,38%

27.127

802.285

843.761

864.767

864.767

Heerde

2,07%

40.598

1.200.702

1.262.775

1.294.211

1.294.211

Lochem

4,51%

88.561

2.619.236

2.754.644

2.823.221

2.823.221

Montferland

4,33%

85.059

2.515.679

2.645.733

2.711.598

2.711.598

Nunspeet

3,26%

63.891

1.889.631

1.987.320

2.036.794

2.036.794

Oldebroek

2,65%

52.051

1.539.434

1.619.019

1.659.324

1.659.324

Oost Gelre

3,47%

68.118

2.014.634

2.118.785

2.171.533

2.171.533

Oude IJsselstreek

4,28%

84.082

2.486.785

2.615.345

2.680.454

2.680.454

Putten

2,89%

56.712

1.677.304

1.764.016

1.807.931

1.807.931

Voorst

2,82%

55.343

1.636.805

1.721.423

1.764.278

1.764.278

Winterswijk

3,41%

66.909

1.978.888

2.081.191

2.133.003

2.133.003

Zutphen

6,15%

120.690

3.569.469

3.754.001

3.847.457

3.847.457

100%

1.962.420

58.039.820

61.040.320

62.559.920

62.559.920

Pagina 63 van 74

Bijlage 3. Overzicht programma 8 Het programma 8 ‘Kazernes en overgangsrecht (individuele gemeenten)’ wordt één op één met alleen de betrokken gemeenten verrekend. De volgende onderwerpen worden individueel verrekend: − Het onderdeel ‘facilitaire kosten’ van de demarcatie kazernes (zie toelichting in paragraaf 5.5.) conform de Regeling demarcatie. − De kosten die voortvloeien uit de aanvullende overeenkomst in het verlengde van de Regeling Demarcatie die met gemeente Apeldoorn is afgesloten omtrent het beheer van de kazernes van Apeldoorn. − De afwikkeling met de gemeente Apeldoorn van de financiële gevolgen van het FLO overgangsrecht. − De kazerne die (nog) in tijdelijk eigendom van VNOG is (Doetinchem). Op termijn wordt deze kazerne weer terug aan de gemeente Doetinchem overgedragen. Verschillen tussen de in rekening gebrachte voorschotten en de uiteindelijke kosten blijken bij de jaarrekening en worden dan met de desbetreffende gemeente verrekend.

Gemeente

Facilitaire kosten Demarcatie

Overgangsrecht FLO

Facilitaire kosten Aanvullend

Totaal

Aalten

33.000

33.000

Apeldoorn

372.000

Berkelland

56.000

56.000

Bronckhorst

58.000

58.000

1.027.000

86.500

1.485.500

Brummen

25.000

Doetinchem

183.000

Elburg

41.000

41.000

Epe

49.000

49.000

Ermelo

20.000

20.000

Harderwijk

125.000

125.000

Hattem

14.000

14.000

Heerde

27.000

27.000

Lochem

65.000

65.000

Montferland

30.000

30.000

Nunspeet

34.000

34.000

Oldebroek

33.000

33.000

Oost Gelre

71.000

71.000

Oude IJsselstreek

47.000

47.000

Putten

19.000

19.000

Voorst

33.000

33.000

Winterswijk

21.000

21.000

Zutphen

125.000

125.000

1.481.000

25.000 482.000

1.027.000

Pagina 64 van 74

568.500

665.000

3.076.500

Bijlage 4. Overzicht reserves en voorzieningen Overzicht reserves en voorzieningen

Voorlopige stand + of -/- 2025 jaarrekening 2024

Voorlopig rekeningresultaat 2024

1.792.945

-1.792.945

Geraamde stand begroting 2026 (1-1)

+ of -/- 2026

Geraamde stand begroting 2027 (1-1)

+ of -/- 2027

Geraamde stand begroting 2028 (1-1)

+ of -/- 2028

Geraamde stand begroting 2029 (1-1)

+ of -/- 2029

Geraamde stand begroting 2030 (1-1)

0

Bestemmingsreserves Algemene Reserve Jeugdbrandweer Oost-Gelre Tijdelijke reserve Egalisatiereserve afschrijvingen* Bestemmingsreserve Frictiekosten LMO

1.135.114 5.436

1.135.114

1.135.114

1.135.114

1.135.114

5.436

5.436

5.436

5.436

464.000

-464.000

0

11.086.709

-476.270

10.610.439 460.000

500.000

-40.000

Reserve incidentele veranderkosten

97.929

-97.929

0

Reserve bijkomende kosten materieelspreidingsplan

134.386

-30.000

104.386

Egalisatiereserve ‘inzetten (uitruk)’

400.000

Reserve duurzaamheidsmaatregelen

-3.944.000

6.666.439

-3.054.000

460.000 -30.000

400.000

74.386

-30.000

400.000

3.612.439

-1.283.000

2.329.439

1.135.114 5.436 -1.364.000

965.439

460.000

460.000

44.386

44.386

44.386

400.000

400.000

400.000

460.000

0

465.000

465.000

-35.000

430.000

360.000

360.000

Bestemmingsreserve SOS-toegang en hogedrukleiding

213.841

-28.000

185.841

-38.000

147.841

147.841

147.841

147.841

Bestem.res gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheer

240.155

240.155

240.155

240.155

240.155

Egalisatiereserve MKON

381.035

Bedrijfsvoeringreserve **

4.440.119

Noodfonds crisisbeheersing

1.825.041

1.825.041

1.825.041

totaal bestemmingsreserves Totaal reserves

20.923.767 22.716.712

19.360.118 19.360.118

381.035 -892.450

3.547.669

-35.000

381.035 21.600

395.000

-35.000

381.035

240.155

381.035

381.035

3.883.369

3.883.369

1.825.041

1.825.041

1.825.041

15.334.717 15.334.717

12.564.817 12.564.817

11.211.817 11.211.817

9.847.817 9.847.817

378.523

378.523

378.523

378.523

77.323

77.323

77.323

3.569.269

349.100

3.918.369

-35.000

Voorzieningen voor risico's en verplichtingen Voorziening spaarverlof

378.523

Voorziening verlofsparen MKON

77.323

Voorziening Regeling Vervroegde Uittreding

85.719

-75.000

10.719

-10.719

0

Voorziening binenschilderwerk kazernes

238.511

150.000

388.511

150.000

538.511

150.000

688.511

150.000

838.511

150.000

988.511

totaal voorzieningen voor risico's en verplichtingen

780.076

75.000

875.405 1.730.481

75.000

950.405 1.944.762

75.000

1.025.405 2.169.762

75.000

1.100.405 2.394.762

75.000

1.175.405 2.619.762

Voorzieningen door derden beklemde middelen Voorziening onderhoud groot kazerne Doetinchem Totaal voorzieningen

800.405 1.580.481

378.523 77.323

77.323

Uit dit overzicht blijkt dat de totale omvang van de reserves in de komende jaren zal dalen van ca. 21 miljoen naar ca. 10 miljoen euro. 1. Algemene Reserve − Doel: het afdekken van risico’s. De Algemene Reserve vormt het weerstandsvermogen. − Hoogte: de Algemene Reserve is een onderdeel van de weerstandscapaciteit, samen met de Bedrijfsvoeringsreserve en de Post Onvoorzien. Voor de benodigde weerstandscapaciteit geldt een weerstandsratio van 1 – 1,4. − Duur: geen einddatum − Mutaties: AB besluit bij jaarrekening over de resultaatbestemming, of anderszins door AB besluiten. Een mutatie in de Algemene Reserve dient conform de gemeenschappelijke regeling VNOG ter zienswijze aan de raden te worden voorgelegd. 2. Reserve Jeugdbrandweer Oost Gelre − Doel: jeugdgroep Oost-Gelre van de Jeugdbrandweer VNOG. − Hoogte: € 5.436 (storting uit liquidatie voormalige Stichting Jeugdbrandweer Oost Gelre). − Duur: geen einddatum − Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 3. Tijdelijke reserve − Doel overheveling budgetten naar het volgende dienstjaar door middel van een AB-besluit 4. Egalisatiereserve afschrijvingen (kapitaallasten) − Doel: egaliseren van de realisatie versus de begrote kapitaallasten, storten en onttrekken van boekwinsten resp. –verliezen a.g.v. afstoten van materieel7 (= bestaand beleid).

Het renteresultaat verloopt niet via de egalisatiereserve kapitaallasten. − Hoogte: € 500.000 minimum, geen maximum. − Duur: geen einddatum. 7

verkoopsom -/- afwaardering + uitkering polis

Pagina 65 van 74

−

Mutaties: AB besluit bij begroting, begrotingswijziging of in de jaarrekening als onderdeel van de resultaatsbepaling.

5. Bestemmingsreserve frictiekosten Landelijke meldkamer (LMO) − Doel: dekking frictiekosten vorming Landelijke meldkamer (AB 27-6-2019). − Hoogte: € 500.000 (uitkering Rijk). Elke veiligheidsregio heeft dit bedrag ontvangen. − Duur: 2020-2026. − Mutaties: via AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. − Inzet en eventuele beëindiging van de frictiemiddelen gaat in overleg/afstemming met de andere vier veiligheidsregio’s waarmee VNOG samen de verantwoordelijkheid draagt voor de Meldkamer OostNederland – Meldkamer Brandweer/Multi (MKON-MKBM). 6. Tijdelijke reserve incidentele veranderkosten (organisatieontwikkeling) − Doel: ter dekking van programma “De Expeditie” (organisatieontwikkeling VNOG), zie Toekomstvisie (AB 15-1-2020). − Hoogte: € 500.000 (AB 12-12-2019) + € 540.000 (AB 25-6-2020) = € 1.040.000. − Duur: tot eind 2025; dit betreft een verlenging voor de duur van 1 jaar. − Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 8. Tijdelijke reserve flankerende kosten dekkings- en spreidingsplan − Doel: ter dekking van ‘flankerende kosten dekkings- en spreidingsplan’ (AB 25-6-2020). − Hoogte: € 360.000. − Duur: tot eind 2027. − Mutaties: AB besluit, geen stortingen meer; onttrekking via jaarrekening al naar gelang de voortgang. 9.

Egalisatiereserve inzetten (uitruk) − Doel: egaliseren van kosten van de uitruk (jaren met weinig en met veel (grote) incidenten worden verevend), bestendig begrotingsbeeld, rustig verloop gemeentelijke bijdrage (AB 25-6-2020). − Hoogte: max. € 400.000. − Duur: geen einddatum. − Mutaties: AB besluit bij de jaarrekening, verschil begroting en realisatie van het budget uitruk binnen het vrijwilligersbudget, als onderdeel van de resultaatsbepaling. 10. Reserve duurzaamheid − Doel: in te zetten voor duurzaamheidsmaatregelen − Hoogte: max. € 600.000, AB-besluit 7 november 2024 − Duur: t/m eind 2030 − Mutaties: AB besluit 11. RCB SOS-toegang/hogedruk blusleiding − Doel: dekking van de eenmalige opstartkosten voor SOS-toegang en eenmalige aanpassingen panden met hogedruk blusleiding − Hoogte: € 235.000, vanuit de post Onvoorzien incidenteel hierin gestort, AB-besluit 14 december 2023 − Duur: looptijd van 5 jaar, t/m eind 2027 − Mutaties: AB-besluit 12. Bijdrage VNOG gebiedsgerichte aanpak Natuurbrandrisico − Doel: dekking van de projectkosten spoor 1 van de interregionale gebiedsgerichte aanpak natuurbrandrisico, waaronder inhuur en vervanging van personele capaciteit en hierbinnen € 50.000 te reserveren voor incidentele projectkosten waaronder ICT

Pagina 66 van 74

− − −

Hoogte: De maximale hoogte is € 780.000, vanuit de post prijscompensatie is incidenteel € 416.000 gestort, AB-besluit 14 december 2023 Duur: t/m eind 2026 Mutaties: AB besluit

13. Egalisatiereserve Meldkamer Oost-Nederland (MKON) – Meldkamer Brandweer / Multidisciplinaire samenwerking − Doel: met het afsluiten van het convenant tussen de vijf veiligheidsregio’s in Gelderland en Overijssel over de nieuwe Meldkamer Oost-Nederland (onderdeel: Meldkamer Brandweer/Multi, MKON-MKBM) is besloten tot het instellen van een egalisatiereserve voor de gedeelde kosten. In het convenant is daarover het volgende opgenomen: “Het resultaat zoals verantwoord in het programma MKONMKBM in de jaarrekening van VNOG wordt automatisch toegevoegd of onttrokken aan de bestemde reserve MKON-MKBM.” Dit convenant is door alle vijf betrokken algemeen besturen in 2023 bekrachtigd. Deze egalisatiereserve wordt gevormd uit de middelen die door de vijf veiligheidsregio’s worden ingezet ter dekking van de kosten van de MKON-MKBM. − Hoogte: (nog) niet bepaald. Op termijn kan de werking van de reserve door de vijf veiligheidsregio’s worden geëvalueerd en kan er mogelijk een plafond worden afgesproken. Het meerdere dat uitstijgt boven het plafond kan vervolgens terugvloeien naar de vijf regio’s conform de financiële verdeelsleutel − Duur: geen einddatum − Mutaties: het resultaat zoals verantwoord in het programma MKON-MKBM in de jaarrekening van VNOG wordt automatisch toegevoegd of onttrokken 14.

Bedrijfsvoeringsreserve − Doel: algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) en knelpunten of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. Is onderdeel van de weerstandscapaciteit. − Hoogte: De minimale hoogte is 2%, de maximale hoogte is 5% van het begrotingstotaal 8 . − Duur: geen einddatum − Mutaties: AB besluit bij jaarrekening over de resultaatbestemming, of anderszins door AB besluiten

Ter overbrugging zijn de tijdelijk bespaarde (huur)lasten (v.a. eind 2023) toegevoegd aan deze reserve, de hierop betrekking hebbende kosten voor (tijdelijke) huisvesting zullen de komende jaren (weer) uit deze reserve vloeien. Dit onderdeel verloopt budgettair neutraal en moet niet worden meegerekend bij de bepaling van de maximale hoogte van de bedrijfsvoeringsreserve.

8

Pagina 67 van 74

Bijlage 5. Overzicht taakvelden en beleidsindicatoren Taakvelden uitgaven

inkomsten

Begroting 2026

Begroting 2026

Taakveld

Omschrijving taakveld

0.1

Bestuur

0.4

Overhead

15.569.957

289.000

0.5

Treasury

1.361.000

1.361.000

0.8

Overige baten en lasten

1.984.898

0.10

Mutaties reserves

1.1

Crisisbeheersing en brandweer

TOTAAL

0

431.600

4.457.000

63.188.965

76.429.420

82.536.420

82.536.420

Voor dit overzicht zijn nog niet de nieuwe definities van het taakveld overhead gebruikt.

Beleidsindicatoren In de voorschriften van het BBV is een basisset van 39 beleidsindicatoren opgenomen. De beleidsindicatoren zijn niet genormeerd door het rijk. De volgende indicatoren moet VNOG opnemen: Indicator

begroting 2025

begroting 2026

Formatie: aantal FTE per 1.000 inwoners

0,45

0,46

Bezetting: aantal FTE per 1.000 inwoners

0,37

0,44

€ 18,49

€ 18,09

Apparaatskosten: kosten per inwoner Externe inhuur: kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen

0,53%

0,61%

Overhead: % van totale lasten

18,86%

18,51%

bezetting 31-12-2024

Ook hier zal het percentage overhead wijzigen door de verdeling van salarissen tussen overhead en crisisbeheersing en brandweer.

Pagina 68 van 74

Bijlage 6. Geprognotiseerde meerjarenbalans In het BBV is opgenomen dat voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar een geprognosticeerde begin- en eindbalans moet worden opgenomen in de begroting (artikel 22 en 23 – BBV):

Begrotingsjaar T

2026

bedrag x 1000 Activa (im) Materiële vaste activa Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen Financiële vaste activa: Leningen Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar Totaal Vaste Activa

T-2 31-12-2024 40.801

T-1 31-12-2025 83.506

T 31-12-2026 97.406

T+1 31-12-2027 91.847

T+2 31-12-2028 85.133

T+3 31-12-2029 75.777

40.801

83.506

97.406

91.847

85.133

75.777

Uitzettingen <1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal Vlottende Activa

8.174 851 3.392 12.417

1.221 851 3.392 5.464

2.059 851 3.392 6.302

1.207 851 3.392 5.450

26 851 3.392 4.269

2.877 851 3.392 7.120

Totaal Activa

53.218

88.970

103.708

97.297

89.402

82.897

31-12-2024 22.717 1.580 19.125 43.422

31-12-2025 21.160 1.730 56.284 79.174

31-12-2026 17.135 1944 74.833 93.912

31-12-2027 14.365 2.170 70.966 87.501

31-12-2028 13.011 2395 64.200 79.606

31-12-2029 11.648 2620 58.833 73.101

4.876 4.920 9.796

4.876 4.920 9.796

4.876 4.920 9.796

4.876 4.920 9.796

4.876 4.920 9.796

4.876 4.920 9.796

53.218

88.970

103.708

97.297

89.402

82.897

Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schuld Totaal Vaste Passiva Vlottende schuld Overlopende passiva Totaal Vlottende Passiva Totaal Passiva

Pagina 69 van 74

Bijlage 7. Kredieten 2026-2029 bedrag in € Soort activa

Materieel

Inventaris

PBM Comm.

Paraat

Kredietomschrijving Voertuigen, aanhangers en boten

Piket

Voertuigen AC/OIV/AGS/FBO/TBO/(H)OvD/CvD

Dienst

Voertuigen en aanhangers (aggregaten)

Overig

Logistieke hulpmiddelen (Red)gereedschappen, apparatuur, armaturen e.d.

(H)OvD, CvD, AGS, FBO, TBO

Inventaris AGS, apparatuur PPMO

Personeel

Pakken, laarzen, helmen

WO

PBM W atervoeren-de armaturen

Gis.comp. Infrastruc./ Server/ Netwerk

GHOR appl.syst.

Huisvesting Facilitair

1.248.000

33.000

1.248.000 1.281.000

16.500

16500 346.000

43.000

Duikuitrusting en -apparatuur

19.000

63.000

61.000

Verbindingsapparatuur, schermen e.d.

277.000

27.000

627.000

27.000

958.000

39.000

185.000

70.000

36.000

330.000

25.000

315.000

Ademlucht(apparatuur), was-/droogapparatuur Slangen(apparatuur)

43.000

130.000

143.000

340.000

350.000 80.000

Apparatuur

18.000

ICT: infrastructuur, applicatiesoftware e.d.

263.000

GHOR voertuigen (Citty Giss)

805.000

166.800

350.000 70.000

85.000

1.040.000

973.000

479.000

1.715.000

18.000

43.000

Telefonie (w.o.MON) ICT Smartphones GBM GHOR C2000

1.276.000 170.000

130.000

Werkstat. (w.o.MON) Gebruikersmiddelen ICT

Comm. / ICT

totaal 23.343.000

0 0

Auto/ techniek/ metaal Compressoren, hefbrug, diagnose apparatuur

Werkplaats

1.254.000

1.078.000

Apparatuur

PPMO baan

C2000

22.000

jaar 2029

0

Tankautospuit HV WVD/Vakbekw.heid

jaar 2026 jaar 2027 jaar 2028 21.210.800 2.132.200

30.000

43.000

116.000

115.000

120.000

145.500

547.300

Verbindings(apparatuur)

50.000

Bouw/renovatie

Aanpassing gebouwen, zeecontainers

176.000

73.000

89.000

46.000

384.000

Install./Invent.

Toegangsbeheer, inbraakbev.,laadpalen

361.000

447.000

171.000

213.000

1.192.000

Krediet jaarlijkse vervanging

91.000

136.000

59.000

68.000

354.000

Jaarlijkse vervanging en overig meubileir

569.000

261.000

87.000

185.000

1.102.000

25.866.600

5.001.700

3.654.000

1.627.500

36.149.800

Audio.V.M. Meubilair/app.

Totaal kredietaanvraag

Pagina 70 van 74

50.000

Bijlage 8. Overzicht gekwantificeerde en niet-gekwantificeerde risico’s Gekwantificeerde risico's Nr.

Risico's en oorzaken Beheersmaatregelen Kans in % 1 Geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, na Na de afstemming die heeft plaatsgevonden tussen de gemeenten en 50% de invoering van de nieuwe Omgevingswet. VNOG t.a.v. de uit te voeren dienstverlening, is het de bedoeling om eind Te grote diversiteit in uitvoering/invulling door gemeenten t.o.v. het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod 2024 een nieuw dienstverleningsconcept vast te stellen. Hiermee ontstaat van de VNOG. evenwicht tussen vraag en aanbod. De ervaringen hiermee zullen verder duidelijk (moeten) worden in 2025. Voor zolang wordt nog (beperkt) rekening gehouden met mogelijke inhuur van extra personeel om (tijdelijk) synchroom oude - (preventist) en nieuwe taken uit te voeren.

bedrag 200.000

Effect in euro's toelichting berekening Inhuur 2 fte (à € 100.000) voor uitvoering synchroon van taken oud en nieuw bij invoering per 1-1-2024 van de Omgevingswet, voor 1 jaar.

Weerstands100.000

2 (On)voldoende bezetting /inzet vrijwilligers op alle kazernes Door vergrijzing is uitstroom van vrijwilligers te verwachten. Daarnaast is er meer verloop onder brandweervrijwilligers en zijn zij dus minder lang aan een brandweerkorps verbonden (dit is een maatschappelijke trend bij vrijwilligers in het algemeen). Ook is er sprake van schaarste bij het vinden van nieuwe vrijwilligers door (algehele) krapte op de arbeidsmarkt, met als gevolg alternatieve keuze mogelijkheden en - druk voor de mensen. 3 Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding, geeft risico op fouten, uitval en sancties (Arbeidstijden). Bij een aantal kazernes (w.o. bij kazernering) is sprake van onvoldoende personele repressieve capaciteit (m.n.vrijwilligers).

Naast organiseren en participeren in activiteiten en acties die de binding van vrijwilligers bevorderen, is het opstellen en uitvoeren van strategische personeelsplanning (leeftijdsopbouw, gespreks-cyclus, opleidingsplan), per district en per post, van belang. Ook moeten er meer inspanningen worden gedaan c.q. kosten worden gemaakt om nieuwe mensen te werven. Naast sturing op voldoende inzet repressieve capaciteit (vrijwilligers); uit/doorvoeren nieuwe dagdienstregeling (beroeps)medewerkers. Ontwikkeling risico houdt verband met uitwerking bouwsteen Verplichtend Karakter (vrijwilligers).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15465319/1