Bestemmingsplan e240018968
Tekst van het document
Gemeente Ermelo
Haspel 99 -129 - vastgesteld
pagina 71 van 2481
6.1.3
Ont werp
Het ontw erp van het bestemmingsplan Haspel 99 – 129 en de daarbij behorende stukken heeft met ingang van 14 december 2023 tot en met 24 januari 2024 ter inzage gelegen in het gemeentehuis. Gedurende deze periode heeft eenieder een ziensw ijze op het plan naar voren kunnen brengen. Er zijn tw ee ziensw ijzen ingediend. Tevens heeft er een hoorzitting plaatsgevonden op 27 februari 2024. De ziensw ijzen zijn samengevat en voorzien van een beoordeling in de 'Ziensw ijzennota bestemmingsplan Haspel 99-129'. Deze ziensw ijzennota is als bijlage 19 opgenomen in de toelichting van dit bestemmingsplan. Het verslag van de hoorzitting is als bijlage opgenomen in de 'Ziensw ijzennota bestemmingsplan Haspel 99-129'. De ziensw ijzen geven aanleiding om het bestemmingsplan gew ijzigd vast te stellen.
6.2
Economische uit voerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is het van belang te w eten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid w ordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). 6.2.1
Financiële uit vo erbaarheid
Dit plan heeft betrekking op een particulier initiatief w aarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. De kosten voor het realiseren van de ontw ikkeling w orden gedragen door de initiatiefnemers. Aangenomen w ordt dat deze over voldoende financiële middelen beschikken om de w oningen en de eindsituatie van het bedrijf te kunnen realiseren. De kosten met betrekking tot het begeleiden van de bestemmingsplanprocedure en daaraan verw ante kosten w orden verhaald via de leges van de gemeente. Het plan w ordt hiermee economisch uitvoerbaar geacht. 6.2.2
Gro ndexplo it at ie
Door middel van de grondexploitatieregeling beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten, bijvoorbeeld voor het bouw - en w oonrijp maken en kosten voor de ruimtelijke procedure. Indien er sprake is van bepaalde bouw plannen, dient de gemeente hiervoor in beginsel een exploitatieplan op te stellen. Van deze verplichting kan w orden afgezien als het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Dit kan door middel van een anterieure overeenkomst. Voor vaststelling van het planologisch besluit dient duidelijk te zijn op w elke w ijze de kosten zullen w orden verhaald. In dit geval is een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemers gesloten om het kostenverhaal te verzekeren. Hierin is onder andere het aspect planschade afgedekt.
Gemeente Ermelo
Haspel 99 -129 - vastgesteld
pagina 72 van 2481
Gemeente Ermelo
Haspel 99 -129 - vastgesteld
pagina 73 van 2481
Bijlagen bij de t oelicht ing
Gemeente Ermelo
Haspel 99 -129 - vastgesteld
pagina 74 van 2481
Bijlage 1
Gemeente Ermelo
Ont heffing Wnb
Haspel 99 -129 - vastgesteld
Besluit Verlenen ontheffing
Datum
19 december 2023 Zaaknummer
2022-010903 Onderwerp
Wet natuurbescherming soortbescherming
N.O.M. B.V. T.a.v. de heer H. Frens Laan 27 8071 JG NUNSPEET
Inlichtingen bij
Provincieloket 026 359 99 99 post@gelderland.nl Blad
1 van 17
Locatie
Gemeente
Haspel 123-129 te Ermelo
Ermelo
Activiteit
Herontwikkeling
Beste meneer Frens, Hierbij ontvangt u een definitief besluit over bovengenoemde aanvraag. Wij verlenen u deze ontheffing. De bijlagen zijn onderdeel van dit besluit Bijlage 1 bevat een toelichting op ons besluit. Ook zijn de voorschriften van deze ontheffing beschreven in bijlage 1. In bijlage 2 zijn kaarten van het projectgebied opgenomen en in bijlage 3 de mitigerende maatregelen. Neem alle bijlagen goed door. Definitief besluit Wij verlenen u deze ontheffing. U ontvangt nu het definitieve besluit. Wij publiceren dit besluit op www.overheid.nl. Diegenen die een zienswijze hebben ingediend en andere belanghebbenden kunnen in beroep gaan tegen het besluit.
Markt 11 | 6811 CG Arnhem Postbus 9090 | 6800 GX Arnhem 026 359 99 99 post@gelderland.nl www.gelderland.nl
BNG Bank Den Haag NL74BNGH0285010824 BIC-code BNG Bank: BNGHNL2G Btw-nummer: NL001825100.B03 KvK-nummer: 51468751
Datum
19 december 2023 Zaaknummer
2022-010903 Blad
2 van 17
Meer informatie Heeft u nog vragen? Kijk daarvoor op gelderland.nl. U kunt ook contact opnemen met het Provincieloket via telefoonnummer 026 359 99 99. Houdt u het zaaknummer van deze brief bij de hand. We kunnen u dan sneller helpen.
Met vriendelijke groet, namens Gedeputeerde Staten van Gelderland,
Martine Jongman Teammanager Vergunningverlening
Documentnummers inzage stukken: 03747520, 03748012, 03748015, 03843066, 03843067, 03891969, 03909641, 03916433, 03962099 Bijlagen • Bijlage 1 – Toelichting besluit • Bijlage 2 – Kaarten projectgebied • Bijlage 3 – Mitigerende maatregelen
Beroep Diegenen die een zienswijze hebben ingediend en andere belanghebbenden kunnen binnen zes weken na de dag waarop het besluit ter inzage is gelegd hiertegen een beroepschrift indienen bij de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem). Zij die partij zijn in de hoofdzaak kunnen bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland (Postbus 9030, 6800 EM Arnhem) een verzoek indienen om een voorlopige voorziening te treffen.
Datum
19 december 2023 Zaaknummer
2022-010903 Blad
3 van 17
Voor individuele burgers (niet voor advocaten en ook niet voor gemachtigden namens een bedrijf of een organisatie) bestaat de mogelijkheid digitaal beroep of een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen. Meer informatie kunt u vinden op www.rechtspraak.nl. Voor het behandelen van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt griffierecht geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling van het griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de rechtbank Gelderland via telefoonnummer (088) 361 2000 of op www.rechtspraak.nl.
Datum
19 december 2023 Zaaknummer
2022-010903 Blad
4 van 17
BIJLAGE 1 – TOELICHTING BESLUIT
Beslissing van GEDEPUTEERDE STATEN VAN GELDERLAND op het verzoek van N.O.M. B.V., Laan 27, 8071 JG Nunspeet, hierna te noemen de aanvrager, van 26 juni 2023, om een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming, hierna de Wnb. De opbouw van deze beslissing is als volgt: Allereerst worden de ingediende aanvraag en het procesverloop toegelicht; Daarna volgt het besluit met inbegrip van de voorschriften; Onder het kopje beoordeling wordt de onderbouwing van het besluit gegeven; De beslissing wordt afgesloten met een conclusie en overige verplichtingen. AANVRAAG EN PROCESVERLOOP Op 21 juli 2022 ontvingen wij een aanvraag van Gemeente Ermelo voor een ontheffing in het kader van hoofdstuk 3 van de Wnb op grond van artikel 3.5 lid 1, 2 en lid 4 voor het opzettelijk vangen, verstoren en het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen van de zandhagedis, artikel 3.10 lid 1a voor het opzettelijk doden of vangen van de hazelworm en artikel 3.10 lid 1b voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de das, hazelworm, zandhagedis, bunzing, hermelijn en wezel.
De ontheffing wordt aangevraagd op basis van het in de wet genoemde belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. De aanvraag maakt deel uit van deze ontheffing. Er is voor het aangevraagde project niet eerder een ontheffing verleend. Er wordt geen gebruik gemaakt van een gedragscode. Op 13 januari 2023 hebben wij van de Gemeente Ermelo aanvullende stukken ontvangen waarom wij bij brief van 23 december 2022 hebben verzocht. Dit betrof het soortgericht onderzoek en het projectplan, welke in de eerste instantie niet bij de aanvraag waren gevoegd. Op 18 april 2023 hebben wij van de Gemeente Ermelo aanvullende informatie ontvangen waarom wij bij brief van 22 maart 2023 hebben verzocht. Dit betrof aanvullende informatie met betrekking tot het planning van het project en de mitigatie voor reptielen en de das. Hierbij is eveneens aanvullend ontheffing aangevraagd van de verbodsbepalingen van artikel 3.10 lid 1a en 1b voor de levendbarende hagedis. Op 26 juni 2023 hebben wij van de Gemeente Ermelo een verzoek tot overdracht van de ontheffing ontvangen. Op het moment dat het bestemmingsplan is vastgesteld wordt de ontwikkeling namelijk door projectontwikkelaar N.O.M. B.V. voortgezet.
De gemeente heeft daarom verzocht dat de ontheffing op naam van de projectontwikkelaar wordt gesteld. Van N.O.M. B.V. hebben wij op 26 juni 2023 een schriftelijk akkoord gekregen voor deze overdracht. Deze aanvraag is nog niet getoetst aan het gebiedendeel zoals neergelegd in hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. Naar aanleiding van de uitspraak ‘Porthos’ van 2 november 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3159) mag de zogenoemde partiële bouwvrijstelling niet langer toegepast worden, waardoor effecten van stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase niet langer vergunningvrij zijn. Mogelijk zijn er door het project ook effecten (van stikstof) op een Natura
Datum
19 december 2023 Zaaknummer
2022-010903 Blad
5 van 17
2000-gebied en is hier ook een vergunning Wnb voor nodig. Indien dit het geval is, dient de aanvrager deze ook bij de provincie aan te vragen. Voor meer informatie over stikstof kunt u de website van BIJ12 (www.bij12.nl) het onderwerp “Stikstof en Natura 2000” raadplegen. Op deze aanvraag is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard.
Datum
19 december 2023 Zaaknummer
2022-010903 Blad
6 van 17
BESLUIT Gedeputeerde Staten van Gelderland HEBBEN BESLOTEN gelet op de artikelen 3.8 lid 1 en lid 5, 3.9 lid 1 en lid 2 en 3.10 lid 2 van de Wet natuurbescherming ONTHEFFING TE VERLENEN aan van N.O.M. B.V., Laan 27, 8071 JG Nunspeet; voor de soorten, verbodsbepalingen en wettelijke belangen zoals weergegeven in tabel 1 Tabel 1 Soorten, verboden en belangen Soort Verbod Zandhagedis Artikel 3.5 lid 1 Het opzettelijk doden of vangen (alleen (Lacerta agilis) vangen)
Das (Meles meles)
Artikel 3.5 lid 2
Het opzettelijk verstoren
Artikel 3.5 lid 4
Het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen
Artikel 3.6 lid 2
Het onder zich hebben of vervoeren
Artikel 3.34 lid 1 Artikel 3.10 lid 1b
Het uitzetten van dieren of eieren van dieren Het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen
Artikel 3.10 lid 1a
Het opzettelijk doden of vangen (alleen vangen)
Artikel 3.10 lid 1b
Het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen
Artikel 3.34 lid 1
Het uitzetten van dieren of eieren van dieren
Belang A
A
Wezel (Mustela nivalis) Bunzing (Mustela putorius) Hermelijn (Mustela erminea) Hazelworm (Anguis fragilis) Levendbarende hagedis (Zootoca vivipara)
A
Belang: A. Artikel 3.8 lid 5b onder 3 van de Wnb: in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten.
Datum
19 december 2023 Zaaknummer
2022-010903 Blad
7 van 17
en voor het gebruik van de middelen zoals weergegeven in tabel 2. Tabel 2 Middelen Soort Zandhagedis, hazelworm en levendbarende hagedis.
Verbod Vangen
Middel Schepnet, tapijttegels en emmers
Aan deze ontheffing zijn op grond van artikel 5.3 van de Wet natuurbescherming de volgende voorschriften verbonden: Algemene voorschriften 1.
De ontheffing geldt voor het plangebied zoals aangegeven in figuur 1 en 2 van bijlage 2.
2.
De werkzaamheden moeten uiterlijk 31 december 2028 uitgevoerd zijn.
3.
De ontheffing geldt uitsluitend voor de soorten, verboden en belangen zoals weergegeven in tabel 1 en voor het gebruik van de middelen zoals weergegeven in tabel 2.
4.
De ontheffinghouder dient direct contact op te nemen met de provincie Gelderland indien er verbodsbepalingen worden overtreden, waarvoor geen ontheffing is verleend. Dit kan het geval zijn als er negatieve effecten optreden op soorten waarvoor geen ontheffing is verleend of als er onverwachte negatieve effecten van de activiteiten optreden. Dit kan via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2022-010903.
5.
Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder blijft verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze ontheffing.
6.
De in voorschrift 5 genoemde (rechts)personen beschikken op de plaats waar de activiteiten van de ontheffing worden uitgevoerd over een (digitale) kopie van deze ontheffing, en tonen deze op verzoek aan de daartoe bevoegde toezichthouders en opsporingsambtenaren.
7.
De in voorschrift 5 genoemde (rechts)personen zijn op de hoogte van de inhoud en het doel van deze ontheffing en de daaraan verbonden voorschriften, zodanig dat zij daar ook invulling en uitvoering aan kunnen geven.
8.
Indien de ontheffinghouder de ontheffing in zijn geheel wil overdragen dan dient voor deze naamswijziging toestemming te worden gevraagd bij de provincie Gelderland, via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2022-010903.
9.
Minimaal twee weken voor aanvang van de werkzaamheden waardoor verbodsbepalingen worden overtreden moet melding worden gedaan van de datum van start van de werkzaamheden bij de provincie Gelderland, via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2022-010903.
Datum
19 december 2023 Zaaknummer
2022-010903 Blad
8 van 17
10. De voorgenomen werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige1 op het gebied van reptielen en zoogdieren. 11. Minimaal twee weken voor aanvang van de werkzaamheden waardoor verbodsbepalingen worden overtreden wordt door de ontheffinghouder een ondertekende opdrachtbevestiging van de ecologische begeleiding verstrekt aan de provincie Gelderland, via e-mailadres post@gelderland.nl, onder vermelding van het zaaknummer 2022-010903. In de opdrachtbevestiging dient een omschrijving van de ecologische begeleiding, de naam en het telefoonnummer van de ecologisch deskundige te worden vermeld. 12. Vanaf het moment dat verstorende werkzaamheden plaatsvinden is de ontheffinghouder ervoor verantwoordelijk dat de ecologisch deskundige tijdens de ecologische begeleiding alle bevindingen bijhoudt in een logboek. In het logboek wordt vermeld op welke data de deskundige aanwezig was, welke werkzaamheden zijn uitgevoerd en begeleid, en hoeveel exemplaren en verblijfplaatsen van welke beschermde soorten op welke locatie zijn waargenomen. Tevens dienen er duidelijke foto’s van de werkzaamheden en de geplaatste voorzieningen te worden opgenomen in het logboek. Het logboek moet altijd aanwezig zijn op de projectlocatie en dient door de ontheffinghouder op verzoek van een toezichthouder direct te worden overhandigd. 13.
Het logboek dient door de ontheffinghouder uiterlijk twee weken na afronding van de werkzaamheden aan de provincie Gelderland te worden verstrekt via post@gelderland.nl, onder vermelding van zaaknummer 2022-010903. Soortspecifieke voorschriften 14. Alle mitigerende maatregelen zoals genoemd in tabel 3 en die zijn opgenomen in bijlage 3 van deze ontheffing dienen te worden uitgevoerd. 15. De deskundige zoals genoemd in voorschrift 10 begeleidt in elk geval het: • Plaatsen van de reptielenschermen; • Ongeschikt maken van het plangebied voor reptielen en kleine marterachtigen; • Vangen en verplaatsen van reptielen. 16. Als in de broedperiode gewerkt wordt dienen aanwezige broedgevallen van algemene broedvogels buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden te blijven. Een deskundige op het gebied van vogels dient te bepalen of en welke werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. 17. De voorgeschreven voorzieningen zoals beschreven in tabel 3 moeten conform de richtlijnen uit de kennisdocumenten van BIJ12 geplaatst worden (hoogte, expositie, etc.). De ontheffinghouder ziet erop toe dat de voorzieningen duurzaam zijn en te allen tijde functioneel blijven.
1
De provincie Gelderland verstaat onder een deskundige een persoon die voor de situatie, habitats en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en ((soort)specifieke) ecologische kennis heeft. De ervaring en kennis dient te zijn opgedaan doordat de deskundige: op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en/of als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus. Met betrekking tot soorten of specifieke soorten kan als deskundige ook iemand worden aangemerkt die: op MBO-niveau een opleiding heeft afgerond met als zwaartepunt de Wet natuurbescherming, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten; en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied) en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of -bescherming.
Datum
19 december 2023 Zaaknummer
2022-010903 Blad
9 van 17
18. Voor het beheer van de natuurlijk ingerichte delen van het plangebied (stobbenwallen, heidevegetatie, te optimaliseren gebied en bos) wordt door een deskundige zoals genoemd in voorschrift 10 een beheerplan opgesteld dat erop is gericht om de functionaliteit van de natuur blijvend in stand te houden. Dit beheerplan dient ter goedkeuring aan de provincie Gelderland worden voorgelegd. Het beheerplan dient uiterlijk voor het gereedkomen van de eerste nieuwbouwwoning aan de provincie Gelderland te worden verstrekt via post@gelderland.nl, onder vermelding van zaaknummer 2022-010903. In het beheerplan dient in ieder geval te worden aangegeven op welke wijze de aan te brengen voorzieningen/natuurlijk in te richten delen beheerd worden. Hierbij wordt o.a. informatie gegeven over de periode en frequentie qua uitvoering en het toe te passen materieel. Das/kleine marterachtigen/reptielen 19. Voorafgaand aan de werkzaamheden worden te sparen delen van het plangebied door de ecologisch deskundige en de uitvoerder gemarkeerd met lint. Daarnaast worden rij- en transportroutes voorafgaand aan de werkzaamheden bepaald door de ecoloog. Gemarkeerde gebieden worden door de uitvoerder voorzien van bouwhekken en mogen tijdens de werkzaamheden niet worden betreden. Optie 1: start werkzaamheden winter/voorjaar 20.
De werkzaamheden starten in de periode van december tot half maart, buiten de actieve periode van reptielen en buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van kleine marterachtigen. De vegetatie binnen de bouwrijp te maken delen worden met handmateriaal kort gemaaid, waarbij de bodem zo min mogelijk wordt beroerd. Er wordt in één richting gemaaid, naar het omliggende bosgebied toe. Vegetatie wordt afgevoerd uit het werkterrein. Hierdoor ontstaat een kale bodem zonder dekking en wordt het werkterrein onaantrekkelijk voor reptielen en kleine marterachtigen om zich op te houden. 21. Bij aanvang van de actieve periode van reptielen (vanaf eind maart-begin april, ter beoordeling van de ecologisch deskundige) worden alle natuurlijke schuilmogelijkheden (o.a. platen, takkenhopen etc. verwijderd, vangemmers ingegraven en reptielenplaten uitgelegd. Op aanwijzing van de ecologisch toezichthouder wordt rondom de bouwrijp te maken delen een reptielenscherm geplaatst. Het raster bestaat uit glad, stevig plastic dat 10 centimeter is ingegraven en minimaal 40 centimeter boven de grond uitkomt en langs paaltjes wordt gespannen. Vervolgens start de periode van afvangen. Het bouwrijp maken kan worden gestart als er geen dieren meer worden gevangen. 22. Per tien meter raster wordt tegen de binnenzijde van het raster één emmer ingegraven.
Indien geen dagelijkse controle plaatsvindt (bij voorbeeld in geval van slecht weer) dan worden de emmers afgesloten met een deksel. Indien geopend worden emmers dagelijks gecontroleerd. Alle emmers worden voorzien van gaatjes in de bodem om regenwater af te voeren en een laagje strooisel om reptielen een tijdelijke schuilplek te bieden tot de volgende controle. 23. In het werkterrein worden alternatieve schuilplekken geplaatst in de vorm van tapijttegels of andere reptielenplaten. Per vijf meter raster wordt binnen het raster één tapijttegel geplaatst. In delen van het werkterrein dat op meer dan vijf meter van het raster ligt worden eveneens tapijttegels geplaatst zodat per 25 m² werkterrein tenminste één tapijttegel aanwezig is. Tijdens elke controle worden de tapijttegels geïnspecteerd op zich verschuilende reptielen, die vervolgens worden gevangen. 24. Aanvullend op het vangen met emmers en tapijttegels worden tijdens elke controle dieren handmatig of met een klein schepnet weggevangen.
Datum
19 december 2023 Zaaknummer
2022-010903 Blad
10 van 17
25. Gevangen hazelwormen worden teruggeplaatst in bosranden/struweel/ruigte buiten het raster en gevangen hagedissen worden verplaatst naar nabijgelegen heideterreintjes in het aangrenzende bosgebied. 26. Het wegvangen van reptielen gaat door, totdat tijdens twee controleronden met geschikte weersomstandigheden geen reptielen meer worden gevangen. Optie 2: start werkzaamheden najaar/winter 27. De werkzaamheden starten in de eerste week van september, buiten de voortplantings- en overwinteringsperiode van reptielen en buiten de buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van kleine marterachtigen. De vegetatie binnen de bouwrijp te maken delen worden met handmateriaal kort gemaaid, waarbij in één richting wordt gewerkt (naar het omliggende bosgebied toe). Vrijkomende vegetatie wordt afgevoerd uit het werkterrein. Alle liggende objecten waaronder zich reptielen en kleine marterachtigen kunnen verschuilen worden verwijderd direct na het kort maaien. 28. Op aanwijzing van de ecologisch deskundige wordt vervolgens rondom de bouwrijp te maken delen een reptielenscherm geplaatst. Het raster bestaat uit glad, stevig plastic dat 10 centimeter is ingegraven en minimaal 40 centimeter boven de grond uitkomt en langs paaltjes wordt gespannen. 29.
Direct aansluitend start het wegvangen van reptielen (tot half september, ter beoordeling door de ecologisch deskundige) en gelden de voorwaarden genoemd bij 22 t/m 26.
Datum
19 december 2023 Zaaknummer
2022-010903 Blad
11 van 17
BEOORDELING VAN DE AANVRAAG Project De voorgenomen ontwikkeling in het plangebied betreft het realiseren van woningen en zorgverblijven. Hiervoor dient een bestemmingsplanwijziging plaats te vinden. Op het moment van schrijven moet dit bestemmingsplan nog worden vastgesteld. Het ontwerpbestemmingsplan heeft reeds ter inzage gelegen. Het plan behelst de sloop van schuren en loodsen, herinrichten van het gebied en het realiseren van de woningen en zorgverblijven. De in het plangebied aanwezige palleten houtfabriek blijft bestaan en wordt ingepast. Onderdeel van de ontwikkeling is dat boselementen aan de noordoostgrens en de noordwestgrens van het plangebied en de particuliere woningen langs de Haspel (inclusief omliggende tuinen) worden ingepast. De strook aan de noordwestgrens wordt daarbij verbreed. Aan de noordoostgrens van het plangebied wordt een gebied bestemd als natuur. Daarnaast worden enkele ecologische verbindingen gerealiseerd tussen het bos aan de overzijde van de Haspel (zuidwestzijde plangebied) naar de boselementen aan de noordoostzijde van het plangebied (en aangrenzende bossen van de Veluwe). De ecologische verbindingen moeten gaan bestaan uit bos. Bij uitvoering van het plan worden de (overblijfselen van) de loodsen gesloopt en verharding verwijderd. Tevens wordt aanwezige beplanting verwijderd en vinden grondwerkzaamheden plaats.
Bosstroken en opgaand struweel aan de noordwest- en noordoostzijde van het plangebied en rondom de te behouden woningen blijven gehandhaafd. Vervolgens vinden in het plangebied bouwactiviteiten plaats. Op dit moment is er nog geen concrete planning van het project voorhanden. In de planning wordt rekening gehouden met de kwetsbare periodes van de aangetroffen beschermde soorten. In het bij de aanvraag toegevoegde projectplan “Activiteitenplan herontwikkeling Haspelstrook Ermelo” (Ecogroen, 2022) zijn opgenomen: Het uitgevoerde ecologisch onderzoek en de resultaten; Een effectbeoordeling van het project; De te nemen mitigerende of compenserende maatregelen; Alternatievenafweging; Onderbouwing wettelijk belang; Beoordeling staat van instandhouding. In de aanvraag beschreven ecologische waarden en de effecten van het project op deze waarden Er is een Quickscan Flora & Fauna uitgevoerd in 2021. Hierbij is een bronnenonderzoek uitgevoerd, waarbij gegevens uit diverse bronnen zoals de NDFF en verspreidingsatlassen zijn geraadpleegd, en heeft op 21 oktober 2021 een locatiebezoek plaatsgevonden. Het doel van deze Quickscan was om een eerste indruk te verkrijgen van de locatie en het belang hiervan voor beschermde dier- en plantensoorten.
Op basis van de resultaten van de Quickscan is in 2022 nader onderzoek verricht naar de das, zandhagedis, levendbarende hagedis, hazelworm en teunisbloempijlstaart. Het onderzoek naar de das en reptielen is gedaan aan de hand van de onderzoeksrichtlijnen uit de Kennisdocumenten van BIJ12 en de onderzoeksprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus. Voor de teunisbloempijlstaart is geen onderzoeksprotocol beschikbaar. Voor het onderzoek naar deze soort is op 5 momenten in de periode juni-september 2022 gezocht naar rupsen die op de waardplanten (teunisbloemen) aanwezig kunnen zijn. Er is geen gericht onderzoek naar kleine marterachtigen uitgevoerd. Tijdens de Quickscan is een biotoopbeoordeling uitgevoerd, waarbij geschikte leefgebieden in kaart zijn gebracht.
Datum
19 december 2023 Zaaknummer
2022-010903 Blad
12 van 17
Tabel 2 geeft een overzicht van de resultaten van het uitgevoerde ecologisch onderzoek en de te verwachten effecten van het project. Tabel 2 Resultaten ecologisch onderzoek en effectbeoordeling
Aangetroffen soorten Das Hazelworm
Levendbarende hagedis Zandhagedis Kleine marterachtigen
Aantal aangetroffen verblijfplaatsen 6 vluchtpijpen, een wissel en foerageergebied Leefgebied met rust- en potentiële voortplantingsplaatsen
Aantal verblijfplaatsen waar negatieve effecten verwacht worden 4 vluchtpijpen en marginaal foerageerbied Circa 1 hectare suboptimaal leefgebied met rust- en potentiële voortplantingsplaatsen
Leefgebied met rustplaatsen
Circa 0,4 hectare suboptimaal leefgebied met rustplaatsen
Leefgebied met rust- en potentiële voortplantingsplaatsen
Circa 1 hectare suboptimaal leefgebied met rust- en potentiële voortplantingsplaatsen
Mitigerende maatregelen Tabel 3 geeft een overzicht van de te realiseren alternatieve voorzieningen voor de das, hazelworm, levendbarende hagedis, zandhagedis en kleine marterachtigen. In bijlage 3 van deze ontheffing zijn de locaties van de voorzieningen opgenomen. Tabel 3 Overzicht van de te realiseren alternatieve voorzieningen Soorten waarop Tijdelijke mitigatie Permanente mitigatie negatief effect wordt verwacht Hazelworm Zandhagedis Levendbarende hagedis
Niet van toepassing. Er zijn voldoende tijdelijke uitwijkmogelijk beschikbaar voor de reptielen, zowel in de te handhaven bosstroken en struwelen binnen het plangebied als (in de heideterreintjes) in het omliggende bosgebied. De alternatieve leefgebieden in de omgeving zijn zonder barrières als drukke wegen bereikbaar.
Aan de noordoostzijde van plangebied wordt een natuurterrein met bosstroken en ruigte gerealiseerd. Op zandige locaties binnen het natuurterrein die nu niet geschikt zijn als leefgebied van reptielen (o.a. kort gemaaide delen of delen waar na het verwijderen van de loodsen open zandgrond aan de oppervlakte komt) wordt heidemaaisel/ plagsel aangebracht (totaal circa 0,3 hectare). Er worden stobbenwallen en takkenrillen aangebracht langs de noordoostrand van het plangebied en als verbinding tussen de het bosgebied aan de noordoost- en zuidwestzijde van het plangebied (totale lengte circa 530 meter lengte) om leefgebied voor reptielen en marterachtigen te creëren. Er worden stobbenwallen en takkenrillen aangebracht binnen het natuurterrein en in
Datum
19 december 2023 Zaaknummer
2022-010903 Blad
13 van 17
Das
Niet van toepassing. Gedurende de werkzaamheden in het plangebied blijven twee van de aanwezige vluchtpijpen gehandhaafd. Ook de dassenwissel (van noord naar zuid) blijft gehandhaafd. De werkzaamheden vinden uitsluitend overdag plaats, om eventuele verstoring van de das te voorkomen. Daarnaast zijn ook ruim voldoende mogelijkheden om via de oost- en westzijde van het plangebied alternatieve looproutes te gebruiken.
de te handhaven bosstrook van de Haspel naar de noordoostrand van het plangebied (met een totale lengte van circa 530 meter). Aan de noordoostzijde van plangebied wordt een natuurterrein met bosstroken en ruigte gerealiseerd. Hierbinnen worden twee vluchtpijpen van de das gehandhaafd. Het terrein wordt met een minimaal 80 centimeter hoog hekwerk afgescheiden van het woongebied. Hierbij wordt tussen de onderkant van het hekwerk en het maaiveld een ruimte van tenminste 20 centimeter vrijgehouden, zodat passage van dassen (en kleine marterachtigen) mogelijk blijft. Van de Haspel naar de noordoostrand van het plangebied wordt een minimaal vijf meter brede bosstrook gespaard die door de dassen gebruikt kan worden om door het plangebied te trekken. Hekwerken rondom het plangebied die aansluiten op openbaar terrein worden passeerbaar gemaakt voor dassen (en kleine marterachtigen) door in nieuwe hekwerken aan de onderzijde 20 centimeter ruimte vrij te laten of op aanwijzing van de ecologisch deskundige doorgangen te maken in bestaande hekwerken.
Kleine marterachtigen
Niet van toepassing. Voor de kleine marterachtigen geldt dat veel verschillende verblijfplaatsen in een territorium gebruikt worden. Er blijven voldoende alternatieve verblijfplaatsen beschikbaar om tijdelijk naar uit te wijken, zowel binnen de te handhaven bosstroken in het plangebied als in elementen buiten het plangebied (o.a. erven en bosjes).
Verlichting bij wegen, woningen of tuinen wordt zo gericht dat de bosstroken en het natuurterrein niet wordt verlicht. Aan de noordoostzijde van plangebied wordt een natuurterrein met bosstroken en ruigte gerealiseerd. Het terrein wordt met een minimaal 80 centimeter hoog hekwerk afgescheiden van het woongebied. Hierbij wordt tussen de onderkant van het hekwerk en het maaiveld een ruimte van tenminste 20 centimeter vrijgehouden, zodat passage van kleine marterachtigen (en dassen) mogelijk blijft. Er worden stobbenwallen en takkenrillen aangebracht binnen het natuurterrein en in de te handhaven bosstrook van de Haspel naar de noordoostrand van het plangebied (met een totale lengte van circa 530 meter).
Datum
19 december 2023 Zaaknummer
2022-010903 Blad
14 van 17
Beoordelingskader Tabel 4 geeft een overzicht weer van de relevante aspecten waarop getoetst is in het kader van de Wnb. Tabel 4 Beoordeling van het toetsingskader
Toetsingskader Er is voldoende onderzoek uitgevoerd naar alle mogelijk voorkomende soortgroepen en alleen op de aangevraagde soorten treedt een effect op door het project. Het onderzoek naar de aangevraagde soorten is door deskundigen uitgevoerd en door ons als voldoende beoordeeld. De negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden worden met de voorgeschreven maatregelen voldoende gemitigeerd en gecompenseerd. De alternatieve locaties, werkwijze, inrichting en planning zijn voldoende afgewogen en er is geen bevredigend alternatief. Het wettelijk belang waarvoor is aangevraagd zoals aangegeven in tabel 1 is van toepassing en voldoende onderbouwd. De lokale staat van instandhouding van de aangevraagde soorten blijft gewaarborgd door het nemen van de voorgeschreven maatregelen.
Beoordeling Ja Ja Ja Ja Ja Ja
Op basis van het voorgaande hebben wij bepaald voor welke (aangevraagde) soorten welke verbodsbepalingen worden overtreden en welke middelen hiervoor kunnen worden ingezet. Deze zijn weergegeven in tabel 1 en 2. Voor deze soorten, verboden en middelen wordt de ontheffing verleend. Dit wijkt af van de aangevraagde soorten en verboden. Er is tevens ontheffing benodigd van artikel 3.6 lid 2 van de Wnb voor het onder zich hebben en vervoeren van zandhagedissen en artikel 3.34 lid 1 van de Wnb voor het uitzetten van zandhagedissen, hazelwormen en levendbarende hagedissen buiten het plangebied. Conclusie Gelet op het voorgaande kan de gevraagde ontheffing worden verleend. OVERIGE VERPLICHTINGEN Wij wijzen u erop dat u zelf verantwoordelijk bent voor het verkrijgen van eventueel benodigde ontheffingen, vergunningen of toestemmingen op grond van andere wet- en regelgeving.
Datum
19 december 2023 Zaaknummer
2022-010903 Blad
15 van 17
BIJLAGE 2 – KAARTEN PROJECTGEBIED
Figuur 1. Topografische ligging projectgebied.
Datum
19 december 2023 Zaaknummer
2022-010903 Blad
16 van 17
Figuur 2. Luchtfoto projectgebied.
Datum
19 december 2023 Zaaknummer
2022-010903 Blad
17 van 17
BIJLAGE 3 – MITIGERENDE MAATREGELEN
Figuur 1. Mitigerende maatregelen.
pagina 92 van 2481
Bijlage 2
Gemeente Ermelo
Ruimt elijk raamwerk
Haspel 99 -129 - vastgesteld
RUIMTELIJK RAAMWERK HASPELSTROOK 9 november 2023
DATUM: 9 november 2023 PROJECT: Ruimtelijk Raamwerk Haspelstrook OPDRACHTGEVER: Gemeente Ermelo PROJECTNUMMER: 20211323 REFERTE: Susanne Veltmaat, Peter Steehouder, Faya Jansen CONTACT T: 0570-745609, 010-2018663 E: susanne.veltmaat@rho.nl, peter.steehouder@rho.nl W: rho.nl
RHO ADVISEURS - Rotterdam Weena 505 (Delftse Poort) verdieping 36 3013 AL Rotterdam info@rho.nl 010 2018555
INHOUDSOPGAVE 1
2
3
INLEIDING
5
Aanleiding Context
5 5
ANALYSE EN INVENTARISATIE
6
Impressie omgeving Historische analyse Analyse bebouwingsstructuur Ontsluitingsstructuur Langzaamverkeersroutes Geomorfologie Bodemkaart Hoogtekaart Gelders Natuurnetwerk Beheertypen Beleidskaders Ruimtelijke uitgangspunten
6 8 10 11 12 13 14 15 16 18 19 23
RUIMTELIJKE RAAMWERK
24
Een sfeervol boslandschap Ruimtelijk raamwerk kaart Ontwerpprincipes Referenties Gesloten bossfeer Referenties Open bossfeer
24 25 26 29 30
3 | 30
Harderwijk A28
A28
Haspel
N302
Planlocatie N303 1005 - 1927
Leuvenumse Bos 1927 - 1950 1950 - 1964 1964 - 1970 1970 - 1975 1975 - 1983 1983 - 1993
Ermelo
1993 - 2002 2002 - 2011 2011 - 2021
Ermelosche Heide
Afbeelding 1: Context plangebied.
4 | 30
1 INLEIDING AANLEIDING Gemeente Ermelo heeft een initiatief ontvangen voor de herontwikkeling van bedrijfskavels aan de Haspel. Initiatiefnemer is voornemens c.a. 24 kavels uit te geven voor woningen, met mogelijkheden voor mantelzorg. Daarnaast wenst de initiatiefnemer ook 6 appartementen en 10 zorgappartementen te realiseren. De ontwikkeling vindt plaats in het buitengebied van Ermelo, op de overgang van bos naar dorp. Met behulp van een ruimtelijk raamwerk moet inzichtelijk worden op welke manier de ontwikkeling kan aansluiten op de lokale landschappelijke en stedenbouwkundige structuren. Het doel is dat de ontwikkeling bijdraagt aan een passende overgang van stedelijk naar natuur.
CONTEXT Het plangebied ligt aan de Haspel, een smalle bosroute die een verbinding vormt met de N303 en N302. Hier vindt je boslandschap, met daarin recreatieterreinen, bedrijven en losse woningen. Zuidelijk ligt er natuur- en recreatiegebied dat veel gebruikt wordt door omwonenden. Doorgaande recreatieve routes verbinden verschillende delen van het landschap.
5 | 30
2 ANALYSE EN INVENTARISATIE IMPRESSIE OMGEVING Intieme bosroute De Haspel is een smalle bosroute met wisselende kwaliteiten. De route wordt gekenmerkt door een smalle rijbaan met aan weerszijden fraaie groenstroken. De dichte bebossing van bomen en bosplantsoen staat dicht tegen de weg en staat weinig lichtinval toe. Dit zorgt voor een sfeervol en natuurlijk beeld. Een dichte natuurlijke zuidrand Aan de zuidkant van de Haspel zet deze dichte bosrand zich voort. De dichte begroeiing wordt af en toe doorbroken door kleinschalige recreatieve routes zoals zandpaden en geasfalteerde wandel- en fietspaden. Het vormt een fraai en natuurlijk decor voor de Haspel. Onsamenhangende noordrand De noordrand van de Haspel heeft een meer onnatuurlijke en onsamenhangende uitstraling, met name wanneer je verder de Haspel oprijdt. De doorgaande bomenstructuur maakt hier plaats voor vrijstaande woningen, recreatieterreinen en bedrijventerreinen. De natuurlijke bosranden zijn hier ingeruild voor lage bermen, hekwerken en geparkeerde auto's. Afbeelding 2: Beelden van de Haspel, ter hoogte van het plangebied
6 | 30
Haspel
B
C
D
E
A Recreatieparken
B
C
D E
Palletfabriek
F 1005 - 1927
Planlocatie
1927 - 1950
G
F
1950 - 1964
G
1964 - 1970 1970 - 1975 1975 - 1983
Ermelo
H
1983 - 1993 1993 - 2002 2002 - 2011
I
2011 - 2021
H
I
Afbeelding 3: Context met beelden uit de omgeving.
7 | 30
HISTORISCHE ANALYSE Het gebied ligt aan de de stuwwalglooiingen van de Veluwe, hier ontstonden door de geschiedenis heen steeds meer heidevelden. Stukken bos werden gekapt voor landbouw. Het landschap werd doorsneden door kenmerkende zandpaden waarover met paardenkarren goederen vervoerd werden. Enkele van deze routes zijn nog goed zichtbaar en leiden terug naar de ontstaansplek van Ermelo.
l
pe
as
H Ric
htin
gh
isto
risc
hc ent r
lo
um
Erme
Erm
elo
trum
h cen
c istoris
ting h
Rich
In 1843 werden de woeste heidegronden en zandverstuivingen door de gemeente Ermelo aangekocht en werd ontginning van de grond bevorderd. De eerste aanplant dateert uit 1500, om het stuifzand vast te leggen. Vooral in de jaren 1930 tot 1940 is hier veel aangeplant. De aanplant ontwikkelden zich langs herkenbare structuren zoals de Haspel en de N303. Vanaf de jaren ’90 zijn in grote mate bungalowparken, campings en bedrijventerreinen aangelegd binnen deze bosstructuren.
Afbeelding 4: Belangrijke cultuurhistorische structuren, kaartbeeld uit 1920. De zandwegen temidden van het veranderende landschap zijn goed zichtbaar. 8 | 30