Bestemmingsplan Cluster Horst Oost incl zienswijzennota e220017397
Tekst van het document
Gemeente Ermelo
Cluster Horst Oost - ontwerp
pagina 36 van 58
Onderzoek De gemeenten Elburg, Ermelo, Harderw ijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten hebben in de afgelopen jaren voor hun grondgebied archeologische verw achtingskaarten laten opstellen. Op basis hiervan zijn beleidskaarten opgesteld en zijn regels voor archeologie opgenomen in bestemmingsplannen. De gemeenten hebben hiermee hun verantw oordelijkheid genomen. Omdat gemeenten erg verschillend zijn in hun bodemkundige ligging is er ook grote diversiteit in de aanw ezige archeologische w aarden in de gemeenten. Dat is ook de reden dat er geen eenduidig pakket regels is gemaakt voor alle regiogemeenten. De regioarcheoloog geeft de gemeenten daarom adviezen op maat.
Figuur 4.2 Archeologische verwachtingskaart
Ten behoeve van het onderhavige plan is er gekeken naar de archeologische verw achtingsw aarde voor de gemeente Ermelo. Het oostelijke deel kent een lage archeologische verw achting, het w estelijke deel kent een hoge archeologische verw achting. Dit w il zeggen dat voor de gebieden met een hoge w aarde, archeologisch onderzoek verplicht is bij ruimtelijk ontw ikkeling met een verstoringsoppervlak groter dan 100 m2 en dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld. Voor de gebieden met een lage w aarde is onderzoek verplicht bij ruimtelijk ontw ikkeling met een verstoringsoppervlak groter dan 5000 m2 en dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld. Het onderhavige plan betreft een functieverandering w aarbij geen fysieke w ijzigingen plaats vinden. In de huidige staat is er veelal permanente bew oning van recreatiew oningen in het plangebied. Voorliggend plan voorziet enkel in een passend juridisch/planologisch kader. Omdat er geen verstoring plaats vindt w orden eventuele archeologische w aarden niet aangetast.
Conclusie Op basis van de archeologisch verw achtingskaart en het ontbreken van bodem verstorende w erkzaamheden w ordt geconcludeerd dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de uitvoering van dit plan. 4.4.2
Cult uurhist o rie
Algemeen In de visie erfgoed en ruimte 'Kiezen voor karakter' (juni 2011) zet het Rijk uiteen hoe cultureel erfgoed w ordt geborgd in de ruimtelijke ordening voor de periode 2011-2015. De moderne monumentenzorg is ontw ikkelings- en gebiedsgericht. Bovendien vindt het Kabinet samenw erking met publieke en private partijen van belang. In de visie w ordt het karakter van Nederland gevat in vier kenmerkende eigenschappen: w aterland, stedenland, kavelland en vrij land. De gebiedsgerichte omgang met erfgoed vergt dat deze karakteristieken w orden verbonden met opgaven uit andere sectoren en dat de economische,
Gemeente Ermelo
Cluster Horst Oost - ontwerp
pagina 37 van 58
sociaal-culturele en ecologische kracht van het erfgoed beter w ordt uitgebaat. Veranderingen in de monumentenzorg en de ruimtelijke ordening geven burgers en bedrijven meer ruimte en geven decentrale overheden meer vrijheden en verantw oordelijkheden. Iedere overheidslaag staat voor de taak zijn belangen zo veel mogelijk vooraf kenbaar te maken en w aar nodig met regels te borgen. Het rijk is daarnaast verantw oordelijk voor een goed functionerend stelsel. Provincies krijgen een centrale rol in de gebiedsgerichte belangenafw eging en gemeenten verbinden gevolgen aan een gebiedsgerichte analyse van erfgoedw aarden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Het Rijk heeft gekozen voor vijf prioriteiten van het gebiedsgerichte erfgoedbeleid in de komende jaren: 1. 2. 3. 4. 5.
w erelderfgoed: de samenhang borgen en de uitstraling vergroten; eigenheid en veiligheid: zee, kust en rivieren; herbestemming als (stedelijke) gebiedsopgave: met focus op groei en krimp; levend landschap: synergie tussen erfgoed, economie en ecologie; en w ederopbouw : het tonen van een tijdperk.
Cultuurhistorische W aardenkaart Gelderland De provincie Gelderland heeft een cultuurhistorische w aardenkaart w aarin de belangrijke archeologische en cultuurhistorische objecten en structuren van de provincie zijn w eergegeven. De provincie beoogt hiermee de identiteit van de Gelderse regio's te behouden door cultuurhistorische elementen herkenbaar te maken en in stand te houden. Daarnaast zet ze in op een constante ontw ikkeling van de aanw ezige cultuurhistorische w aarden door uitvoering te geven aan programma's en projecten. Onderzoek Uit de verw achtingskaart erfgoed van Provincie Gelderland blijkt dat in het plangebied geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten aanw ezig zijn. In het plangebied vindt een herinrichting plaats met behoud van aanw ezige w aarden en karakteristieken van de omgeving. Voorliggend plan zorgt dan ook niet voor een aantasting van bestaande cultuurhistorische w aarden in het plangebied en omgeving. Conclusie Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische gew aardeerde aspecten of monumenten aanw ezig. De bebouw ing in het plangebied zijn niet aangew ezen als (rijks)monument en het betreffen geen (bijzondere) karakteristieke gebouw en. Daarnaast zijn ook in de (directe omgeving) geen cultuurhistorische w aarden aanw ezig. Als gevolg van het onderhavige plan gaan geen cultuurhistorische w aarden verloren en w orden ook niet aangetast.
Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige bestemmingsplan.
4.5
Flora en fauna
4.5.1
Algemeen
De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Deze w et vormt voor w at betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitw erking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Gelders Natuurnetw erk (GNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Gebiedsbescherming vanuit de Wet Nat uurbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden is onder de Wnb vrijw el hetzelfde gebleven. Wel zijn de Beschermde Natuurmonumenten komen te vervallen. Voor Natura 2000-gebieden geldt dat als naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerw ijs significante effecten optreden, deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld moeten w orden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig. Gebiedsbescherming vanuit Pro vinciaal beleid
Gemeente Ermelo
Cluster Horst Oost - ontwerp
pagina 38 van 58
Het provinciaal beleid is vastgelegd in het Gelders Natuurnetw erk (GNN) en de Groene Ontw ikkelingszone (GO) en is ruimtelijk vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland. Het GNN bestaat enerzijds uit alle gebieden met een natuurbestemming binnen de voormalige Ecologisch Hoofdstructuur (EHS) en anderzijds uit gebieden voor nieuw aan te leggen natuur. Daarnaast maken de reeds gerealiseerde delen van verbindingszones deel uit van het GNN. De gebieden uit de voormalige EHS met een andere bestemming dan natuur zijn ondergebracht in de Groene Ontw ikkelingszone (GO), w elke is gericht op het versterken van de ecologische samenhang door de aanleg van ecologische verbindingszones. De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt plaats middels de uitw erking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen. So o rt enbescherming vanuit de Wet Nat uurbescherming Soortenbescherming vanuit de Wet Natuurbescherming, heeft betrekking op alle in Nederland in het w ild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongew ervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten.
Bij ruimtelijke ontw ikkelingen moet onder de Wet Natuurbescherming vanaf 1 januari 2017 bij ruimtelijke ontw ikkelingen naast de zorgplicht ook rekening gehouden w orden met juridisch zw aarder beschermde soorten uit 'bijlage A en B' van de Wet Natuurbescherming, de door de betreffende provincie gekozen soorten uit het besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten, de soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 verdrag van Bonn, en met alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). 4.5.2
Onderzo ek
Ten behoeve van de herontw ikkeling van het recreatiecluster Horst is door Groenew old Adviesbureau voor Milieu & Natuur in oktober 2018 een natuurtoets uitgevoerd voor het gehele recreatiecluster. Daaruit is het onderstaande naar voren gekomen. Nat uurt o et s Verschillende soorten planten, dieren w orden beschermd in de Wet natuurbescherming. Op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn, zijn speciale beschermingsgebieden aangew ezen. Een ruimtelijke ontw ikkeling is alleen mogelijk als duidelijk is dat de nesten, holen of andere verblijfsplaatsen niet w orden vernield of beschadigd. Verstoring is in sommige gevallen w el toegestaan, mits er geen negatief effect is op populatieniveau. Beschermde planten mogen niet w orden verw ijderd van hun groeiplaats. Ook mogen door een ruimtelijke ontw ikkeling geen significante negatieve effecten plaatsvinden op beschermde gebieden. Beschermde soorten Vaste verblijfsplaatsen Er zijn geen beschermde soorten gevonden of te verw achten, behoudens enkele broedende vogels tijdens het broedseizoen. Specifiek is gezocht naar aanw ijzingen voor verblijfplaatsen van vleermuizen en roofvogels. De sperw er heeft al jaren een nest in het bosgebiedje ten oosten van de Kolbaanw eg (net buiten het plangebied) en gebruikt het plangebied en met name het bosperceel getuige de plukplaatsen als foerageergebied.
De meeste bomen in het gebied zijn ongeschikt als vaste verblijfplaats voor vleermuizen en eekhoorns. De grotere bomen (meest zomereik en beuk) zijn dat mogelijk w el. Op één plaats aan de Kaw oepersteeg is met zekerheid een kolonieboom gevonden (eik met klimop) en op een andere plaats langs de Kaw oepersteeg een mogelijke kolonieplaats ook in een boom. Als grotere bomen (eik, beuk, berk, grove den) w orden gekapt is vooraf nader onderzoek nodig naar holtes en mogelijk beschermde verblijfplaatsen. Foerageer- en vliegroute vleermuizen Het plangebied heeft een groene uitstraling, met diverse lijnelementen. Lijnelementen zijn w aardevol voor vleermuizen, vooral voor de gew one en ruige dw ergvleermuis. Gezien het aantal insecten dat voorkomt op en rond zomereiken en berken zijn dergelijke bomenrijen geschikt als foerageergebied en als vliegroute. Dat w as ook te zien aan bijvoorbeeld de Kaw oepersteeg (overgang bosakkerland), w aar foeragerende vleermuizen volop zijn w aargenomen. Advies is dan ook om overgangsgebieden en lijnelementen daar w aar mogelijk intact te laten. Er geldt een vrijstelling voor de algemeen beschermde soorten (Omgevingsverordening Gelderland). Overigens blijft de algemene zorgplicht altijd van kracht. Er vindt door realisatie van het
Gemeente Ermelo
Cluster Horst Oost - ontwerp
pagina 39 van 58
plan/uitvoering van de activiteiten dan geen overtreding plaats van de verbodsbepalingen van art. 3.5 en 3.10 Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Op basis van de ligging en aard van de ruimtelijke ingrepen is de conclusie dat deze ingreep geen negatieve invloed heeft op de specifieke natuurw aarden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is de Veluw e, om de effecten van stikstofdepositie te bepalen is een onderzoek uitgevoerd. Paragraaf 4.6 Stikstof gaat hier nader op in. Gelders natuurnetw erk / Groene Ontw ikkelzone Het plan ligt buiten de begrenzing van het GNN en de GO. Op basis van de ligging van het plangebied ten opzichte van de begrenzing van het GNN mag w orden aangenomen dat er geen effecten zijn te verw achten op de w ezenlijke w aarden en kenmerken van het GNN en de GO. Specifieke maatregelen of aanvullend onderzoek w orden niet nodig geacht. Voorbehoud en zorgplicht De voorliggende natuurtoets is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend terreinbezoek. Om de risico’s op verstoring van beschermde soorten (bijv. vogels) op het w erkterrein te minimaliseren, w ordt aanbevolen om voorafgaand aan de w erkzaamheden het terrein te controleren op de aanw ezigheid van beschermde soorten.
Algemene zorgplicht Voor alle beschermde soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt w el een zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent onder meer dat een initiatiefnemer zich tijdig op de hoogte stelt van de aanw ezige natuurw aarden, de kw etsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen van het plan. Bij de uitvoering moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk w orden voorkomen dan w el beperkt of ongedaan gemaakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het voorkómen van verontrusting of verstoring in de kw etsbare perioden zoals de broed-/voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kw etsbare perioden kan per soortgroep verschillen. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode w aarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in w interslaap zijn. Indien een plangebied in die periode bouw rijp w ordt gemaakt, geeft realisatie gedurende het w interseizoen en het daarop volgende voorjaar meestal geen problemen.
Vaak is het voldoende om rekening te houden met de broedtijd (15 maart-15 juli-huismus tot 15 augustus). Als bekend is dat w erkzaamheden moeten w orden uitgevoerd binnen de kw etsbare perioden van de soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid w orden, of kunnen bomen buiten het broedseizoen w orden gekapt, zodat er geen vogels gaan broeden. Hierbij geldt overigens w el de algemene zorgplicht. Beschermde soorten Indien tijdens de uitvoering van de w erkzaamheden beschermde soorten w orden w aargenomen dienen maatregelen te w orden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld w egvangen en verplaatsen).
Gro en- en nat uur inclusief bo uwen In 2019 is de uitvoeringsnota groen- en natuurinclusief bouw en ingevoerd, met als strekking dat bij alle aanvragen het thema groen- en natuurinclusief bouw en aan de orde is. Voor alle projecten in de gemeente geldt dat er w ordt beoordeeld of er voldoende natuurinclusief gebouw d w ordt. Om dit te beoordeling is er een schema opgesteld, w aarbij de natuurinclusieve maatregelen w orden gekoppeld aan een aantal punten. Het minimaal aantal punten dat gehaald dien te w orden in een project is afhankelijk van het oppervlak van het project. Alle parken hebben voldoende punten gescoord. In Bijlage 2 Inrichtingsmaatregelen, behorend bij de regels van dit bestemmingsplan, zijn voor alle parken en w oningen in dit bestemmingsplan de maatregelen w eergegeven. Gesteld kan w orden dat alle parken en w oningen voldoen aan het minimale aantal punten. Het plan is daarmee in lijn met de
Gemeente Ermelo
Cluster Horst Oost - ontwerp
pagina 40 van 58
gemeentelijke uitvoeringsnota. 4.5.3
Co nclusie
Aan de hand van de natuurtoets valt te concluderen dat het onderhavige plan geen negatieve effecten heeft op de in de omgeving aanw ezige flora en fauna. Daarnaast w orden er zelfs nog stappen genomen ten behoeve van groen- en natuurinclusief bouw en.
4.6
St ikst of
4.6.1
Algemeen
Gezien de huidige stikstofproblematiek is het noodzakelijk voorafgaand aan de te volgen procedures de gevolgen voor de stikstofdepositie in beeld te brengen. Middels een stikstofdepositie onderzoek is de exacte depositie van het project op de omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Naast voorliggend plan w orden in het kader van het programma Vitale vakantieparken nog meer vakantieparken getransformeerd in het recreatiecluster Horst. Daarom heeft de gemeente Ermelo een stikstofdepositieonderzoek laten uitvoeren voor het gehele cluster, w aarvan voorliggend plan onderdeel uitmaakt. Het onderzoek is opgenomen in Bijlage 2 Stikstofdepositie onderzoek. Bij een depositiew aarde kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename van de stikstofdepositie en w orden negatieve effecten uitgesloten. 4.6.2
Onderzo ek
10 van de 14 parken die onderdeel uit maken van het recreatiecluster Horst w orden herbestemd tot 'w onen', hierbij gaat het om 290 recreatie eenheden en 13 bedrijfsw oningen. Bij de herbestemming zal geen sprake zijn van een realisatiefase aangezien er geen activiteiten ten behoeve van bouw w erkzaamheden plaats vinden. Door verkleuring van de w ooneenheden van 'recreatie' naar 'w onen' vindt er w el een theoretische / juridische verandering plaats in de verkeersgeneratie. Omdat voor de berekening van de huidige situatie uitgegaan moet w orden van de legale, vergunde situatie voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan. In de huidige situatie zijn de w oningen w elisw aar grotendeels in gebruik voor permanente bew oning, de permanente bew oning is nog niet overal als zodanig bestemd. In onderstaande figuur is te zien dat in de omgeving van het plangebied tw ee Natura 2000-gebieden liggen, de Veluw e en de Veluw erandmeren.
Gemeente Ermelo
Cluster Horst Oost - ontwerp
pagina 41 van 58
Figuur 4.3: Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000 Uit de rekenresultaten van Aerius-calculator is gebleken dat als gevolg van onderhavig project gedurende de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities op de omliggende Natura 2000-gebieden hoger dan 0,00 mol/ha/j. Echter blijkt uit de rekenresultaten dat gedurende de realisatiefase er sprake is van een stikstofdepositie van 0,02 mol/ha/j. In voorliggend bestemmingsplan w orden slecht enkele w oningen herbouw d. Met de overschrijding blijft de stikstofdepositie binnen de redeneerlijn van de rijksoverheid. Daarom vormt het aspect stikstof in relatie tot Natura 2000 geen belemmering voor de realisatie en de vergunningverlening van de 'omgevingsvergunning, activiteit bouw en'. 4.6.3
Co nclusie
Het aspect stikstof in relatie tot Natura 2000 vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontw ikkeling.
4.7
Akoest iek
4.7.1
Algemeen
Dit project is onderdeel van de transformatie van recreatie- naar w oonbestemmingen in het recreatiecluster Horst. Deze transformatie betekent dat er geluidgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt w orden. In het kader van de Wet Geluidhinder (Wgh) dient te w orden onderzocht of de bestemmingen voldoen aan de grensw aarden voor geluid, als gevolg van w egen. Iedere w eg heeft een w ettelijke zone. Indien een nieuw te realiseren geluidgevoelige bestemming binnen de zone van deze w eg ligt, dient op basis van akoestisch onderzoek aangetoond te w orden w at de geluidbelasting op deze bestemmingen is. Het recreatiecluster Horst, w elke als buitenstedelijk te omschrijven valt, w ordt omsloten door een aantal w egen. Deze w egen zijn:
Gemeente Ermelo
Cluster Horst Oost - ontwerp
pagina 42 van 58
Horsterw eg (50 km/h) Zeew eg (60 km/h) Oude Nijkerkerw eg (50 km/h) Rodeschuurderw egje (60 km/h) Slagsteeg (60 km/h) Korpersteeg (60 km/h) Loow eg (60 km/h) Kaw oepersteeg (60 km/h) Alle w egen hebben een maximumsnelheid van 50 of 60 km/h. De zonebreedte bedraagt 250 meter. Voorgenomen transformatie ligt binnen de zone van een of meerdere van bovengenoemde w egen. Dit betekent dat akoestisch onderzoek noodzakelijk is. Het plangebied ligt buiten de zone van spoorlijn Zw olle-Utrecht en rijksw eg A28. Deze w orden derhalve niet beoordeeld. 4.7.2
Onderzo ek
Ten behoeve van de herontw ikkeling van het recreatiecluster Horst is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Het akoestische onderzoek is uitgevoerd door de Omgevingsdienst Noord-Veluw e (Akoestisch onderzoek Recreatiecluster Horst te Ermelo, Z-20-208658, d.d. oktober 2020). Dit akoestisch onderzoek berekent de te verw achten geluidbelasting op de te transformeren w oningen. Dit onderzoek is beschikbaar gesteld ten behoeve van de transformaties van recreatiecluster Horst. Op basis van dit onderzoek zijn geluidkaarten gemaakt. Op basis van de locatie van de transformatie in dit bestemmingsplan is bepaald of er voldaan w ordt aan de voorkeursgrensw aarde. De Wet geluidhinder beschouw t een geluidbelasting van 48 dB (voor w egverkeerslaw aai) als milieuhygiënisch aanvaardbaar. Dit is de ten hoogste toelaatbare w aarde. Indien uit de berekeningen uit het akoestisch rapport blijkt dat er sprake is van een overschrijding van de voorkeursgrensw aarde, is het college bevoegd een hogere w aarde vast te stellen. Voor het plangebied zijn de volgende grensw aarden van kracht: Tabel Voorkeursgrensw aarde en maximale hogere w aarde conform art. 82 en 83 Wgh. De genoemde w aarden zijn w eergeven als Lden. Bron
Situatie
Wegverkeerslaw aai
Nieuw e w oning, buitenstedelijk
Voorkeurs-grensw aard Maximale hogere e w aarde 48 dB
53 dB
Ermelo heeft geluidbeleid opgesteld voor het verlenen van hogere grensw aarden. Op basis van dit geluidbeleid w ordt bepaald of een ontw ikkeling w enselijk is. Bij nieuw bouw projecten w ordt er bijvoorbeeld gesteld dat voor maximaal 10 procent van de w oningen een hogere grensw aarde mag w orden vastgesteld. Indien de voorkeursgrensw aarde overschreden w ordt, moet op basis van het gemeentelijke beleid ook getoetst w orden op milieukw aliteit en w ordt aanvullend naar bouw kundige eisen gekeken.
Result at en
Gemeente Ermelo
Cluster Horst Oost - ontwerp
pagina 43 van 58
Figuur 4.4: Geluidscontouren plangebied
Op basis van het akoestisch onderzoek blijkt dat er voor het merendeel van de w oningen geen sprake is van een overschrijding van de hoogst toelaatbare w aarde. De voorgenomen transformatie bevindt zich in de groene zone van het akoestische onderzoek. Een aantal w oningen aan de oostzijde liggen binnen de licht oranje zone, w aardoor een akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te w orden. Medio 2021 is door K-Plus een akoestisch uitgevoerd, dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 3 Akoestisch onderzoek w egverkeer behorend bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Bij dit onderzoek is gebruik gemaakt van een akoestisch onderzoek dat de omgevingsdienst Noord-Veluw e in oktober 2020 heeft uitgevoerd voor het hele gebied. In het voorliggende onderzoek zijn alleen de w oningen meegenomen die in de oranje zone zijn gelegen, zie figuur 4.4. Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrensw aarde van 48 dB nergens w ordt overschreden. In het kader van de Wet geluidhinder w orden ten aanzien van w egverkeerslaw aai geen restricties opgelegd. De gecumuleerde gevelbelasting (kolom totaal w vl) bedraagt maximaal 53 dB. Wordt rekening gehouden met de aftrek van artikel 110g van de Wgh, dan voldoet de gecumuleerde gevelbelasting ook aan de voorkeursgrensw aarde van 48 dB, er is sprake van een goed w oon- en leefklimaat.
Gemeente Ermelo
Cluster Horst Oost - ontwerp
pagina 44 van 58
4.7.3
Co nclusie
Op basis van de resultaten van het akoestisch onderzoek is w egverkeerslaw aai geen belemmering voor deze ontw ikkelingen vanw ege geluid en is er sprake van goede ruimtelijke ordening.
4.8
Lucht kwalit eit
4.8.1
Algemeen
In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Met betrekking tot luchtkw aliteit moet rekening w orden gehouden met de luchtkw aliteitseisen in hoofdstuk 5 van de Wet Milieubeheer, en de bijbehorende bijlagen. Luchtkw aliteitseisen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontw ikkeling als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grensw aarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkw aliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (<3% van de jaargemiddelde grensw aarde); een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in w erking treedt nadat de EU derogatie heeft verleend. 4.8.2
Onderzo ek
Ten behoeve van de herontw ikkeling van het recreatiecluster Horst is door de Omgevingsdienst Noord-Veluw e onderzoek uitgevoerd met betrekking tot luchtkw aliteit, daaruit is het volgende gekomen. Conform voorschrift 3B.2 van bijlage 3b van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkw aliteitseisen)' draagt een bouw plan niet in betekenende mate bij aan de luchtkw aliteit w anneer het plan niet voorziet in de bouw van meer dan 1.500 w oningen. Met voorgenomen ontw ikkeling w ordt hier niet in voorzien. De conclusie is dan ook dat de ontw ikkeling in het plangebied, niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkw aliteit. Daarnaast moet w orden beschouw d w at de blootstelling op locatie is. Op de kaart van de NSL-monitoring is gecontroleerd of voldaan w ordt aan de grensw aarden en adviesw aarden van de WHO voor NO2, PM 2,5 en PM 10. De NO2-concentratie ligt op alle toetspunten langs het plangebied onder de 35 µg/m³. Voor PM 2,5 en PM 10 liggen deze w aarden op respectievelijk <20 µg/m³ en <35 µg/m³. De toetspunten liggen langs de Horsterw eg en Oude Nijkerkerw eg zijn hieronder op de afbeelding w eergegeven.
Gemeente Ermelo
Cluster Horst Oost - ontwerp
pagina 45 van 58
Figuur 4.5 Toetspunten luchtkwaliteit van de NSL-monitoringstool (https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) 4.8.3
Co nclusie
Voorgenomen ontw ikkeling draagt niet bij aan de (verslechtering) van de luchtkw aliteit. Daarnaast voldoet de blootstelling op locatie aan de geldende grensw aarden. Derhalve kan w orden geconcludeerd dat luchtkw aliteit geen belemmering vormt voor voorgenomen ontw ikkeling. Er is sprake van goede ruimtelijke ordening.
4.9
Geur
4.9.1
Algemeen
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader s als volgt: voor diercategorieën w aarvan de geuremissie per dier is vastgesteld in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) geldt een maximale geurbelasting op een geurgevoelig object; voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand voor veehouderijen ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij w ordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiew et) en niet-concentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouw de kom en buiten de bebouw de kom. De w et beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object (zoals een w oning) in vier situaties, deze zijn w eergegeven in de volgende tabel.
binnen bebouw de kom
buiten bebouw de kom
concentratiegebieden
3,0 (in ou/m3)
14,0 (in ou/m3
niet concentratiegebieden
2,0 (in ou/m3)
8,0 (in ou/m3)
Geurnormen W et geurhinder en veehouderij Voor veehouderijen met diercategorieën w aarvoor geen emissiefactor is vastgesteld geldt op grond van artikel 4 van de w et een minimumafstand ten opzichte van een geurgevoelig object. Binnen de bebouw de kom is deze minimumafstand 100 meter en daarbuiten 50 meter. Voor geurgevoelige
Gemeente Ermelo
Cluster Horst Oost - ontwerp
pagina 46 van 58
objecten die onderdeel uitmaken van een andere veehouderij geurbelastingen, maar gelden ook deze minimumafstanden.
gelden niet
de
maximale
Verder moet op grond van artikel 5 van de Wgv een minimale afstand tussen de gevel van een geurgevoelig object en de gevel van het dierenverblijf w orden aangehouden. Deze afstand bedraagt ten minste 50 m voor objecten binnen de bebouw de kom en ten minste 25 m voor objecten buiten de bebouw de kom. 4.9.2
Onderzo ek
Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit recreatiew oningen, dit zijn geurgevoelige objecten in de zin van de Wgv. De nieuw e w oningen betreffen eveneens geurgevoelige objecten in de zin van de Wgv. Derhalve kan geconcludeerd w orden dat er geen sprake is van een toename van geurhinder ten opzichte van de huidige situatie. Tussen het plangebied en de in de omgeving aanw ezige bedrijven liggen meerdere w oningen, deze w oningen belemmeren de groeimogelijkheden van de bedrijven al. De functie w ijziging binnen het plangebied heeft hier geen gevolgen op. De Omgevingsdienst Noord-Veluw e heeft ten behoeve van de herontw ikkeling van het recreatiecluster Horst de omliggende agrarische bedrijven in beeld gebracht. In onderstaand figuur 4.6 zijn de doorberekende contouren van omliggende bedrijven te zien. Daaruit is op te maken dat onderhavige plangebied niet beïnvloed w ordt door omliggende bedrijven.
Figuur 4.6 Geur contouren agrarische bedrijven 4.9.3
Co nclusie
Uit bovenstaande kan geconcludeerd w orden dat het aspect geur geen belemmering vormt voor het onderhavige plan.
4.10
Bedrijven en milieuzonering
Milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) in de directe omgeving van zogenoemde milieuhinder gevoelige bestemmingen (zoals w onen) kunnen hinder vanw ege geur, stof, geluid, gevaar en dergelijke veroorzaken. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, zoals dat uitgangspunt is van de Wro, dient te w orden aangetoond dat ter plaatse van milieuhinder gevoelige bestemmingen sprake is van een 'goed w oon- en leefklimaat'.
Gemeente Ermelo
Cluster Horst Oost - ontwerp