CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

1 Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b Toelichting

Gemeenteraad 8 november 2023, gemeente ErmeloBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Haspel 33 en 33b14.961 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

r gemeente

ermelo

Bestemmingsplan

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b Toelichting

ermelo

Bestemmingsplan Bestemmingsplan Haspel 33 En 33b Toelichting

Plan Identificatie Planstatus Afdeling

Gemeente Ermelo

: NL.IMRO.0233.BPhaspel33en33b-0401 : Vastgesteld : Ruimetlijke Ontwikkeling

Toelichting - Bestemmingsplan Haspel 33 En 33b - Vastgesteld

pagina 3 van 43

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

5 Inleiding

Aanleiding Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan Opzet bestemmingsplan Leeswijzer

Hoofdstuk 2

5 5 5 6 8 8

Het plan

9

2.1 Omgeving 2.2 Plangebied 2.2.1 Toekomstige situatie

9 9 9

Hoofdstuk 3

Beleidskaders

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale omgevingsvisie 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Gelderland 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Ermelo 3.3.2 Structuurvisie Ermelo 2025 3.3.3 Beleidsnotitie noodwoningen 2013 3.3.4 Woonbeleid gemeente Ermelo 3.3.5 Landschapsontwikkelplan Ermelo-Putten 201 1-2021 3.3.6 Beleid Groen- en Natuurinclusief bouwen Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1 Algemeen 4.2 Bodem 4.2.1 Algemeen 4.2.2 Onderzoek 4.2.3 Conclusie 4.3 Water 4.3.1 Algemeen 4.3.2 Onderzoek 4.3.3 Conclusie 4.4 Erfgoed 4.4.1 Archeologie 4.4.2 Cultuurhistorie 4.5 Flora en fauna 4.5.1 Algemeen 4.5.2 Onderzoek 4.5.3 Conclusie 4.6 Akoestiek 4.6.1 Algemeen 4.6.2 Onderzoek 4.6.3 Conclusie 4.7 Luchtkwaliteit 4.7.1 Algemeen 4.7.2 Onderzoek 4.7.3 Conclusie 4.8 Bedrijven en milieuzonering

Gemeente Ermelo

11 11 11 11 12 12 12 13 16 16 16 17 18 19 20 21 21 21 21 21 21 21 21 22 23 23 23 24 25 25 26 28 28 28 29 29 30 30 30 30 30

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 4 van 43

4.8.1 Onderzoek 4.8.2 Conclusie 4.9 Geur 4.9.1 Algemeen 4.9.2 Onderzoek 4.9.3 Conclusie 4.10 Externe veiligheid 4.10.1 Algemeen 4.10.2 Onderzoek 4.10.3 Conclusie 4.11 Verkeer en parkeren 4.11.1 Algemeen 4.11.2 Onderzoek 4.11.3 Conclusie 4.12 Kabels en leidingen 4.12.1 Algemeen 4.12.2 Onderzoek 4.12.3 Conclusie 4.13 MER-toets 4.13.1 Algemeen 4.13.2 Onderzoek 4.13.3 Conclusie Hoofdstuk 5

31 32 32 32 32 33 33 33 34 34 36 36 36 36 36 36 36 37 37 37 37 38

Juridische plantoelichting

39

5.1 Juridische aspecten 5.1.1 Inleidende regels 5.1.2 Bestemmingsregels 5.1.3 Algemene regels 5.1.4 Overgangs- en slotregels 5.2 Handhaving

39 39 39 40 40 40

Hoofdstuk 6 6.1 6.2

Uitvoerbaarheid

Financiele uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7

Procedure en overleg

7.1 Procedurestappen 7.1.1 Ontwerp 7.1.2 Vaststelling 7.1.3 Beroep 7.2 Vooroverleg 7.3 Omgevingsdialoog 7.4 Zienswijzen

Gemeente Ermelo

42 42 42 43 43 43 43 43 43 43 43

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 5 van 43

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Voorliggend plan heeft betrekking op de woningen Haspel 33 en 33 b te Ermelo. Beide woningen worden al jarenlang gebruikt voor woondoeleinden, hetgeen niet overeenkomt met de huidige recreatie bestemming. De bewoners (ook initiatiefnemers) zijn voornemens het bestemmingplan in overeenstemming te brengen met het feitelijke gebruik als wonen. Dit voornemen is besproken met de gemeente Ermelo. Dit heeft ertoe geleid dat het college van burgemeester en wethouders op 8 december 2020 de bereidheid heeft uitgesproken medewerking te verlenen om de woning Haspel 33 en (nood)woning Haspel 33 b te bestemming voor permanente bewoning. Om de gewenste ontwikkeling juridisch-planologisch te verankeren is het noodzakelijk een zelfstandige buitenplanse procedure te volgen. Ten behoeve van onderhavig plan is gekozen om een procedure te doorlopen in de vorm van een bestemmingsplan herziening. In de voorliggende toelichting wordt gemotiveerd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen ten noorden van de kern Ermelo. De woningen liggen in het cluster van recreatiewoningen dat gelegen is tussen de Haspel en de Strokelweg. Het plangebied is aangeduid in figuur 1.1. Binnen het plangebied liggen twee woningen, Haspel 33 en 33 b, met bijbehorende bijgebouwen. De beide woningen worden ontsloten via de Strokelweg en maken geen deel uit van het zuidelijk gelegen recreatiepark. De percelen binnen het plangebied zijn kadastraal bekend als gemeente Ermelo, sectie E, nummers 3382 en 3381 en hebben een totaal oppervlakte van ongeveer 1.760 m". Het plangebied wordt aan de noordzijde begrenst door de Strokelweg. De overige zijden grenzen aan de omliggende recreatieparken (zie figuur 1.1).

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 6 van 43

Figuur 1.1 Plangebied gelegen binnen de witte contour

1.3

Geldend bestemmingsplan

Het plangebied is gelegen binnen het geldende bestemmingsplan "Recreatieterreinen" van de gemeente Ermelo. Binnen dit bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemming "Recreatie-Verblijfsrecreatie-2". Binnen deze recreatieve bestemming geldt dat er binnen het bouwvlak, welke over het gehele recreatieterrein ligt, maximum 32 recreatiewoningen gebouwd mogen worden. Dit betekent een vrij hoge dichtheid, wat ook via een bouwaanduiding vastgelegd is. Binnen het bestemmingsplan is een een wijzigingsregels opgenomen (artikel 11), welke het mogelijk maakt de aanduiding "wonen" op te nemen. Daarbij gelden er nog twee dubbelbestemmingen. 1. 2.

"Waarde - Archeologie". Welke is opgenomen ter bescherming van de archeologische waarden. "Leiding - Hoogspanningsverbinding", welke voorkomt dat er hoge bouwwerken worden gebouwd in het invloedsgebied van de naastgelegen hoogspanningsleiding.

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 7 van 43

Enkelbestemnìing REffEatiE - Verblijfîrecreatie 2.

Dubbel bestemming Leiding - Hoogspannìngsverbinding

Dubbelbestemnning

I Waarde - Archeologie

Bouwvlak Bouwaanduiding j specifieke bouwaanduiding - boge dichtheid

Maatvoering 1 maïdinrijnn aantal recreatiewoningen: Î2

Figuur 1.2 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Recreatieterreinen (bron www.ruimtelijkeplannen.nl).

Strijdigheid De huidige situatie is niet meer gewenst bij de initiatiefnemer. De gewenste situatie is niet mogelijk te maken binnen het huidige bestemmingsplan. Dit worden strijdigheden genoemd. Dit wordt opgelost middels een herziening van het bestemmingsplan.

Haspel 3 3 De Haspel 33 is in 1988 afgesplitst van het perceel 33 a en heeft nooit onderdeel uitgemaakt van het recreatiebedrijf. De Haspel 33 is altijd in gebruik geweest als burgerwoning. Bij het ter inzage leggen van het bestemmingsplan 'Recreatieterreinen' was de woning ook in gebruik als een burgerwoning. Op het perceel 33 a is na 1988 een recreatiepark gerealiseerd. De woning op het perceel Haspel 33 heeft hier geen enkele relatie mee en is niet noodzakelijk voor de exploitatie van het recreatiepark op het perceel Haspel 33 a. Hiermee wordt voldaan aan de wijzigingsregels zoals gesteld in artikel 11.1 van het bestemmingsplan "Recreatieterreinen". Middels de wijzingsbevoegdheid ontstaat de mogelijkheid om een woonfunctie toe te kennen, middels een aanduiding "wonen". Echter, omdat de Haspel 33 nooit onderdeel heeft uitgemaakt van het recreatiebedrijf, is het daarmee formeel geen bedrijfswoning. Daarom is naar vergelijkbare gevallen in de omgeving van het plangebied gekeken. Deze zijn gevonden langs de Haspel, waarbij er een ander planologisch regime is toegepast met de bestemmingen "Wonen" en "Tuin".

Haspel 33 b Het verblijf Haspel 33 b werd ten tijde van het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan Tonselseveld 1987 (zijnde 18 oktober 1989) reeds bewoond. Nadien is de woning onafgebroken bewoond geweest. Daarmee valt het gebruik als hoofdverblijf onder het gebruiksovergangsrecht van bestemmingsplan Tonselseveld 1987. Dit betekent het strijdige gebruik van het recreatieverblijf voor bewoning onder het plan Tonselseveld 1987 gelegaliseerd is en derhalve ook na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Recreatieterreinen mag worden voortgezet.

Om bovenstaande strijdigheden op te lossen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk, voorliggend plan voorziet hierin. Voor de uitvoering van het plan zijn geen fysieke ingrepen benodigd. »

»

De Haspel 33 krijgt een woonbestemming met bouwvlak, de voorzijde wordt bestemd als tuin. Hiermee wordt aangesloten op het bestemmingsplan "Tonselse Veld 2014" met vergelijkbare situaties langs de Haspel. İDe Haspel 33 b kr^gt een woonbestemming met de aanduiding 'specifieke vorm van wonen~-

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 8 van 43

kleine woning'. Dit heeft tot gevolg dat de woning permanent bewoond mag worden. |

1.4

Opzet bestemmingsplan

Het bestemmingsplan Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b bestaat uit de volgende stukken: » * »

Toelichting; Verbeelding, plannummer NL.IMRO.0233.BPhaspel33en33b-; Regels.

De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding is de bestemming van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemming zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij uitleg van verbeelding en planregels.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. De opbouw van de hoofdstukken is zodanig dat er sprake is van een logische volgorde in vraagstelling (wat, waarom, waar, hoe, etc.). Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied en de plan beschrijving. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het relevante beleid op Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Daarbij wordt bekeken of de voorgestane ontwikkeling in lijn is met dit beleid. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. Vanuit de verschillende van invloed zijnde milieu- en omgevingsaspecten zoals geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, ecologie en water wordt in dit hoofdstuk beschreven dat de ontwikkeling die voorliggend bestemmingplan mogelijk maakt, uitgevoerd kan worden. In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet toegelicht. Hier wordt beschreven en verantwoord hoe hetgeen in voorliggend plan is beschreven juridisch wordt geregeld. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 7 beschrijft het proces om te komen tot een herziening van het bestemmingsplan.

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 9 van 43

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1

Omgeving

Het plangebied ligt in de gemeente Ermelo en behoort tot het buurtschap Tonsel. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door hoofdzakelijk vakantie woningen welke zijn gelegen in het Strokelbos. Buiten de vakantieparken is de omgeving dan ook erg bosrijk. Ten noorden van het plangebied ligt sportpark de Strokel. Langs de randen van de recreatieterreinen liggen enkele burgerwoningen.

2.2

Plangebied

Het gebied waarin het plangebied valt wordt de 'Haspelstrook' genoemd en heeft verschillende gebruiksfuncties. Ter plekke van het plangebied is slechts één functie aanwezig en dat is een woonfunctie. De woningen liggen in het cluster van recreatiewoningen dat gelegen is tussen de Haspel en Strokelweg. Het plangebied is aangeduid in figuur 2.1. Binnen het plangebied liggen twee woningen, Haspel 33 en 33 b, met bijbehorende gebouwen. De beide woningen worden ontsloten via de Strokelweg en maken geen deel uit van het zuidelijk gelegen recreatiepark.

Figuur 2.1 Plangebied gelegen binnen de witte contour.

2.2.1

Toekomstige

situatie

De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in fysieke ingrepen, het gaat enkel om een passend planologisch kader. |Dit heeft tot gevolg dat de woningen Haspel 33 en Haspel 33 b een woonbestemming krijgen. Ter plaatse van de Haspel 33 wordt een bouwvlak toegevoegd, ter plaatse van de Haspel 33 b wordt een bouwvlak met specifieke aanduiding voor 'kleine woning toegevoegd.

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 10 van 43

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 11 van 43

Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: » * * »

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren. In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: *

»

»

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie In dit geval is er sprake van een lokale ontwikkeling waarmee geen Rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere pkb's met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. In de SVIR is vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet door de Rijksoverheid. Het gaat onder meer om de volgende nationale belangen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nederlands Natuurnetwerk, Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, Primaire waterkeringen buiten het kustfundament en ĮJsselmeergebied. In het SVIR wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 12 van 43

te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling.

Doorwerking plangebied Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk waarmee bovengenoemde nationale belangen gemoeid zijn die juridisch zijn verankerd in het Barro. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is het bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling borgen van een zorgvuldige ruimtelijke afweging en een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Op 1 juli 2017 is een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking doorgevoerd (artikel 3.1.6 lid 2 - 4 Bro). De ladder uit drie treden, dat is nu niet meer het geval. Wel moet de behoefte van de ontwikkeling nog worden beschreven indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Als de ontwikkeling is voorzien buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet ook gemotiveerd worden waarom de ontwikkeling niet binnen het bestaand gebied kan worden gerealiseerd.

Doorwerking plangebied Bij het voorgenomen plan is geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in het Bro. Een nadere toets van de ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet nodig.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

Het provinciale beleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De visie is vastgesteld door Provinciale Staten op 19 december 2018. Het treedt in werking op 1 maart 2019. In de omgevingsvisie wordt beschreven we wat de provincie wil en moet veranderen en ontwikkelen om het Gelderland van nu door te kunnen geven aan de volgende generaties. De provincie zet daarom een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Met ‘Gezond en veilig’ wordt een gezonde leefomgeving met schone en frisse lucht, een schoon milieu, voldoende schoon en veilig (drink)water en de bescherming van flora en fauna bedoeld. Daarnaast wordt ermee bedoeld dat de provincie is voorbereid op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. ‘Schoon en welvarend’ betekent dat de provincie een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat kent, dat goed bereikbaar is en een goed functionerende arbeidsmarkt heeft met daarbij behorende goede kennis- en onderwijs instellingen. Het betekent ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen en het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Aan deze ambitie worden met behulp van de volgende zeven onderwerpen nader richting gegeven: * * » * * » *

Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer. Circulaire economie; sluiten van kringlopen. Biodiversiteit: werken met de natuur. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden. Economisch vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio. Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 13 van 43

Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik Het accent van stedelijke ontwikkelingen verschuift van nieuwbouw naar het vitaliseren van bestaande gebieden en gebouwen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In elk plan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen gemeenten volgens de rijksladder aan de hand van drie stappen die locatiekeuze te motiveren. Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening.

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Het voorliggende plan biedt een passend juridisch kader voor de bestaande woningen waardoor de gebruiksfunctie planologisch wijzigt van recreatie naar wonen.ļ De wijziging gaat niet gepaard met de realisatie van nieuwe gebouwen. Voorliggend plan past daarmee binnen de kaders van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.

3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen hiervan of gebiedsgerichte thema's. De onderwerpen die in de verordening aan de orde komen en waarvoor regels opgenomen zijn, zijn: wonen, bedrijvigheid, glastuinbouw, veehouderij, grond- en drinkwater, natuur en landschap, energie, gebruik gesloten stortplaatsen, grondwaterbescherming met het oog op de waterwinning, bodem, geluidhinder, vaarwegen, regionaal waterplan, handelingen in watersystemen, wegen, vervoer gevaarlijke stoffen en luchtvaart. Hierna wordt dieper ingegaan op de thema's uit de verordening die van toepassing is op het plangebied.

Wonen In de verordening is bepaald dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. In de verordening is ook opgenomen dat er geen bestemmingsplannen mogen worden opgesteld waarin is opgenomen dat recreatiewoningen permanent bewoond mogen worden. Deze moeten van een reguliere woonbestemming worden voorzien.

Ammoniakbuffergebied Het ammoniakbuffergebied is een zone van 250 meter rondom zeer gevoelige natuur in het Gelders natuurnetwerk waar de emissie van ammoniak niet mag toenemen bij uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderij.

Gelders Natuurnetwerk (GNN)ZGroene Ontwikkelzone (GO) Het GNN is een een samenhangend netwerk van binnen de provincie Gelderland bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang dat strekt tot de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten. De GO is een gebied met een andere bestemming dan natuur dat ruimtelijk is vervlochten met het Gelders natuurnetwerk. In onderstaande figuur is het plangebied (rode cirkel) ten opzichte van het GO en GNN weergegeven.

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 14 van 43

Figuur 3.1 Uitsnede kaart Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelzone.

Nationaal landschap buiten de GO en GNN Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten. Het plangebied behoort tot het Nationaal landschap de Veluwe.

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 15 van 43

B Nationaal landschap maar buiten het Gelders natuumetwerk en de Groene ontviń kkelin gszone I

I waardevQl apen gebied

Figuur 3.2 Uitsnede kaart Nationaal landschap

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Wonen Het voorliggende bestemmingsplan biedt een passend juridisch kader voor de bestaande woningen Haspel 33 en 33 b waardoor de gebruiksfunctie planologisch wijzigt van recreatie naar wonen. Hetgeen overeenkomstig is met het feitelijke gebruik. Hiermee is de ontwikkeling in lijn met de regels van de provinciale verordening. Met de herbestemming van recreatie naar wonen wordt voldaan aan de gestelde provinciale eisen op het gebied van wonen.

Ammoniakbuffergebied Het plangebied is gelegen in de zone van 250 meter rondom zeer gevoelige natuur in het Gelders natuurnetwerk. Het voorliggende plan biedt een passend juridisch kader voor de bestaande woningen Haspel 33 en 33 b waardoor de gebruiksfunctie planologisch wijzigt van recreatie naar wonen. Het plan voorziet niet in de uitbreiding van een niet-grondgebonden veehouderij en heeft daarmee geen toename van ammoniak emissie tot gevolg.

Gelders Natuurnetwerk (GNN)ZGroene Ontwikkelzone (GO) Het plan ligt buiten de begrenzing van het GNN en de GO. Op basis van de ligging van het plangebied ten opzichte van de begrenzing van het GNN mag worden aangenomen dat er geen effecten zijn te verwachten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het GNN en de GO.

Nationaal landschap buiten de GO en GNN Het plangebied behoort tot het Nationaal Landschap de Veluwe. Het voorliggende plan biedt een

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 16 van 43

passend juridisch kader voor de bestaande woningen Haspel 33 en 33 b waardoor de| gebruiksfunctie planologisch wijzigt van naar wonen. |Het plan doet daarmee geen afbreuk aan de kwaliteiten van het Nationaal landschap de Veluwe.

Op basis van de hiervoor genoemde motivering wordt gesteld dat de ontwikkeling in lijn is met de regels van de provinciale verordening.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Ermelo

Er komen veel opgaven op Ermelo af en de gemeente wil zich hierop zo goed mogelijk voorbereiden. Daarom heeft de gemeente een nieuwe omgevingsvisie opgesteld. Deze visie vormt de basis voor toekomstige ontwikkelingen en geeft op hoofdlijn de gewenste ontwikkelrichting aan. De ambities worden vertaald naar concrete uitvoeringsagenda's. De visie is onderverdeeld in 6 thema's; 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Leefbaar, zorgzaam en gezond wonen; Groen, natuurlijk en met kwaliteit; Duurzaam, energieneutraal en klimaatadaptief; Economisch vitaal; Ontspannen, verblijven en recreëren; Bereikbaar en toegankelijk.

Voorliggend bestemmingsplan sluit hoofdzakelijk aan bij het thema "Leefbaar, zorgzaam en gezond wonen". Het is goed wonen in Ermelo en er wordt relatief weinig verhuist. De gemeente zet daarbij in op het aantrekkelijk houden van de woonmilieu's en draagt zorg voor de juiste woningen op de juiste plek.

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Voorliggend plan voorziet in een passend juridisch kader dat de bestemming en het gebruik als wonen in overeenstemming brengt. Daarmee blijven de bestaande bewoners op dezelfde locatie wonen en wordt geen extra beslag gelegd op de woningvoorraad in Ermelo. Het plan doet geen afbreuk aan de omgevingsvisie van Ermelo.

3.3.2

Structuurvisie Ermelo 2025

De 'Structuurvisie gemeente Ermelo 2025' is vastgesteld op 1 maart 2012. De structuurvisie bevat een nieuw ruimtelijk perspectief met een integrale ontwikkelingsvisie voor Ermelo. Het toekomstperspectief is in de structuurvisie uitgewerkt naar de verschillende speerpunten zoals omgeving, zorg en recreatie en toerisme. Het plangebied ligt in het Tonselse Veld. Ermelo zet in op: » * » »

Handhaving van het bestaande open karakter van het gebied; Vernieuwingen op basis van rood-voor-rood en landschappelijke versterkingen; Versterking recreatie langs de randen; Rekening houden met EHS en externe werking op Natura 2000 gebied Veluwe.

De huidige ruimtelijke kwaliteit van het gebied laat nog veel te wensen over en diverse gebouwen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor ze oorspronkelijk waren gebouwd, of zijn aan het gebruik onttrokken. Figuur 3.3 geeft een uitsnede weer van de visiekaart:

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 17 van 43

Figuur 3.3 Ligging plangebied (rode cirkel) in visiekaart 'Structuurvisie Ermelo 2025

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Voorliggend plan voorziet in een passend juridisch kader dat de bestemming en het gebruik als wonen in overeenstemming brengt. Gesteld kan worden dat voorliggend plan past binnen de Structuurvisie Ermelo 2025.

3.3.3

Beleidsnotitie

noodwoningen 2013

Na de oorlog, in de tijd van de wederopbouw en de grote woningnood die toen heerste, zijn onder andere schuren, recreatiewoningen en bakhuisjes omgebouwd tot én in gebruik genomen als (nood)woningen. Ook in de jaren daarna zijn verschillende van dergelijke opstallen omgebouwd én in gebruik genomen als (nood)woning. In de zeventiger jaren zijn al deze (nood)woningen geregistreerd en vastgelegd in een zogenaamd noodwoningen register. In de jaren tachtig is dit register nog een keer geactualiseerd. Toentertijd zijn er ongeveer 120 (nood)woningen geregistreerd. Behalve de geregistreerde (nood)woningen, zijn er in de afgelopen tientallen jaren ook andere opstallen in gebruik genomen als woning. Als voorbeeld kunt u hierbij denken aan schuren, bakhuisjes en recreatiewoningen, al dan niet gelegen op een recreatieterreincomplex. Nadat is gebleken dat een noodwoning positief bestemd kan worden komt de vraag naar voren op welke wijze de noodwoning bij een herziening of wijziging van het bestemmingsplan bestemd zal worden. Het legaliseren van noodwoningen in het bestemmingsplan is op verschillende manieren mogelijk. De wijze waarvoor gekozen wordt is sterk afhankelijk van de planologische aanvaardbaarheid van de betreffende noodwoning.

Bij een herziening of wijziging van het bestemmingsplan zal per noodwoning een afweging moeten worden gemaakt welke bestemming de betreffende noodwoning meekrijgt. Er is onder andere een mogelijkheid voor het opnemen van de "Aanduiding specifieke vorm van recreatie - permanente bewoning toegestaan".

Aanduiding specifieke vorm van recreatie - permanente bewoning toegestaan Op de recreatieterreinen zijn ook een groot aantal objecten met overgangsrecht voor bewoning aanwezig die niet eerder als noodwoning zijn geïnventariseerd. Op 29 maart 2012 heeft de gemeenteraad besloten deze woningen met overgangsrecht voor permanente bewoning op recreatieterreinen toch te legaliseren. De legalisatie wordt planologisch vastgelegd middels de "Aanduiding specifieke vorm van recreatie - permanente bewoning toegestaan".

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 18 van 43

Het verblijf Haspel 33 b werd ten tijde van het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan Tonselseveld 1987 (zijnde 18 oktober 1989) reeds bewoond. Nadien is de woning onafgebroken bewoond geweest. Daarmee valt het gebruik als hoofdverblijf onder het gebruiksovergangsrecht van bestemmingsplan Tonselseveld 1987. Dit betekent dat het strijdige gebruik van het recreatieverblijf voor bewoning onder het plan Tonselseveld 1987 gelegaliseerd is en derhalve ook na de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Recreatieterreinen mag worden voortgezet. Het permanent bewonen een recreatiewoning is strijdig met artikel 2.4 van de Omgevingsverordening Gelderland. Het toepassen van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie permanente bewoning toegestaan' zou de permanente bewoning van een noodwoning/recreatiewoning toestaan. Om strijdigheid met de Omgevingsverordening te voorkomen is er derhalve voor gekozen de woning te herbestemmen naar wonen met een aanduiding voor kleine woning. Hiermee wordt permanente reguliere bewoning toegestaan, maar zijn de bouwmogelijkheden beperkter dan van een reguliere woning. Er wordt derhalve gemotiveerd afgeweken van de beleidsnotitie noodwoningen 2013.

3.3.4

Woonbeleid gemeente Ermelo

3.3.4.1 Woonvisie Ermelo 2030 In de woonvisie Ermelo is het beleid uit de regionale woonvisie verder uitgewerkt voor de gemeente Ermelo. De gemeente Ermelo staat voor goed en groen wonen, in een bosrijk landschap waarbij werken en een breed palet aan voorzieningen en recreatiemogelijkheden binnen handbereik liggen. Dat is en blijft niet altijd vanzelf zo. Diverse maatschappelijke en economische ontwikkelingen zorgen ervoor dat de komende jaren stappen gezet moeten worden om de kwaliteiten van wonen in Ermelo te behouden. Dat wil de gemeente doen op een integrale, gedragen en flexibele manier. De woonvisie is daarbij de basis en luidt: "Exclusief wonen voor iedereen". Om dit te bewerkstelligen zet de gemeente in op drie strategische woonopgaven: a. b. c.

Samen investeren in toekomstbestendig buurt(schapp)en; Woningbouwprogramma in balans; Passend en betaalbaar wonen voor iedereen.

De plancapaciteit aan harde plannen in Ermelo is momenteel groot. Er wordt ingezet op het faciliteren van kleinschalige wooninitiatieven die aansluiten op de lokale behoefte en die bijdragen aan de leefbaarheid en het ‘groene’ karakter van de leefomgeving. Daarom is de gemeente in gesprek gegaan met ontwikkelaars en planeigenaren om de volgende type projecten versneld tot uitvoering te laten komen. Huurwoningen De gemeente zet de komende jaren (periode 2020- 2030) in op het extra toevoegen van woningen in het goedkope segment voor zowel koop als huur. Per nieuwbouwproject betekent dit dat tenminste 30% van de woningen bestaat uit sociale huur (nettoprijs tot ê 737,14 prijspeil 2020). Gezinswoningen Uit de woningmarktanalyse blijkt dat er tot 2030, maar ook in de jaren daarna (in mindere mate), vooral behoefte is aan eengezinswoningen, koop en huur. Daarom zet de gemeente in op het extra toevoegen van eengezinswoningen. Daarnaast is er ook een type projecten waarmee de gemeente terughoudend omgaat. Dure grondgebonden woningen De gemeente is de komende jaren terughoudend met het op grote schaal toevoegen van dure grondgebonden woningen (vanaf ê 350.000). Daarvan hebben we immers al veel binnen de gemeentegrenzen.

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Voorliggend plan voorziet enkel in een juridisch-planologische wijziging, daardoor draagt het plan niet bij aan het woningbouwprogramma. De woningen komen niet beschikbaar omdat ze al

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 19 van 43

bewoond worden. 3.3.4.2 Verordening sociale woningbouw Ermelo 2019 Om meer te kunnen sturen op de woningbouwplannen heeft de gemeente Ermelo in oktober 2017 een verordening sociale woningbouw vastgesteld. Daarin is de definitie, doelgroep en instandhoudingstermijn voor een sociale huurwoning benoemd. Sinds het vaststellen van de verordening ligt er een wettelijk basis om in nieuwe bestemmingsplannen en exploitatie plannen de omvang van dit segment te bepalen. In maart 2019 is deze verordening aangepast om ook regels te kunnen stellen voor de bouw van sociale koopwoningen en middenhuur woningen. Aan de verordening sociale woningbouw is bovendien een vereveningsfonds gekoppeld. De beleidsnotitie bevat de kaders waaraan plannen voor de nieuwbouw van woningen moeten voldoen. Ook worden in deze beleidsnotitie de uitgangspunten en werkwijze voor het vereveningsfonds sociale woningbouw nader beschreven. In deze beleidsnotitie wordt vastgelegd dat de percentages te realiseren sociale huur, sociale koop en geliberaliseerde woningen voor middenhuur (zie onderstaande tabel) niet alleen op totaalniveau gelden maar ook voor alle afzonderlijk te ontwikkelen plannen in Ermelo. Categorie Sociale huur

Omschrijving Netto huurpriis totŕ 720,42 per maand'

Percentage 30K

Sociale koop Celiberallseerde woning voor midddenhuur

V.o.n. prijs tott 2ūū.0ūū^ Netto huurprijs tussen ŕ 720,42- é 950,00' per maand

Z0% 1 OK

Overige woningen

Overige huur- of koopprijzen

40%

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Voorliggend plan voorziet in een passend juridisch kader dat de bestemming en het gebruik als wonen in overeenstemming brengt. Er is geen sprake van nieuwbouw dus is de verordening sociale woningbouw niet van toepassing.

3.3.5

Landschapsontwikkelplan

Ermelo-Putten

2011-2021

Het 'Landschapontwikkelingsplan Ermelo-Putten 201 1-2021' is vastgesteld op 9 juni 2011. De gemeenten Putten en Ermelo liggen op de flank van de Veluwe en kennen een bijzondere structuur vanaf de oude Zuiderzee naar de zandgronden van de Veluwe. De twee gemeenten samen hebben een plan gemaakt hun buitengebieden verder te ontwikkelen, ter versterking van dat gebied. Ook in de toekomst dient een mooi buitengebied ruimte te bieden aan de dynamiek van de hedendaagse maatschappij, zonder afbreuk te doen aan het waardevolle vanuit het verleden. Vanuit deze visie is het plan ontworpen.

Landschapsvisie op hoofdlijnen Ten hoogte van het Tonselse veld richt de visie zich op het volgende: *

* »

»

Voor het open gebied, de voormalige eendenfokkerijen is de visie boskamers te realiseren. Boskamers zijn van elkaar gescheiden door nieuwe dan wel versterkte houtwallen en singels. Waar de ruimte het toelaat wordt bos aangeplant. De nieuwe bosstroken en houtwallen zijn aanleiding voor wandelroutes. Beide zones worden recreatief dooraderd en met elkaar en met het omliggende bosgebied verbonden. Voortzetten laanbeplanting langs de Eendenparkweg en Haspel, zodat een eenduidig beeld van beide structuurdragers ontstaat en de recreatiebedrijven en andere ondernemingen op een 'natuurlijke' wijze worden ingepast. Herprofilering van de Eendenparkweg en Haspel zodat beide recreatief aantrekkelijker en veiliger worden.

Op figuur 3.4 wordt het plangebied in een uitsnede van de landschapsvisie weergegeven.

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 2 0 van 43

Figuur 3.4 ligging plangebied in uitsnede van de landschapsvisie (bron: LOP, gemeente Ermelo)

Doorwerking plangebied Voorliggend plan voorziet niet in fysieke ingrepen het betreft enkel een passend juridisch kader. Aan de doelen uit de 'Landschapontwikkelingsplan Ermelo-Putten 201 1-2021' wordt dan ook geen afbreuk gedaan. Gesteld kan worden dat voorliggend plan past binnen het 'Landschapontwikkelingsplan Ermelo-Putten 201 1-2021'.

3.3.6

Beleid Groen- en Natuurinclusief bouwen

In 2019 is de uitvoeringsnota groen- en natuurinclusief bouwen ingevoerd, met als strekking dat bij alle nieuwbouw aanvragen het thema groen- en natuurinclusief bouwen aan de orde is. Voor alle nieuwbouwprojecten geldt dat er een aantal punten aan compenserende maatregelen gerealiseerd moeten worden.

Doorwerking plangebied Voorliggend plan voorziet niet in fysieke ingrepen, het betreft enkel een passend juridisch kader. Omdat er geen fysieke ingrepen plaatsvinden zijn de thema's groen- en natuurinclusief bouwen niet van toepassing op het plan. Daarnaast vormt de ontwikkeling geen belemmering voor het beleid.

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 21 van 43

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1

Algemeen

Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de in dit kader van belang zijnde milieu- en omgevingsaspecten.

4.2

Bodem

4.2.1

Algemeen

Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico's voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Bovendien dient een bodemonderzoek uitgevoerd te worden indien gebouwen worden gerealiseerd voor menselijk verblijf.

4.2.2

Onderzoek

Het plangebied is momenteel in gebruik als verblijfplaats voor mensen en dat gebruik wijzigt na de herbestemming niet. Daarom wordt geconcludeerd dat een nader historisch bodem onderzoek niet noodzakelijk is.

4.2.3

Conclusie

Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden belemmering vormt voor de realisatie van het onderhavige plan.

4.3

Water

4.3.1

Algemeen

dat

het aspect

bodem

geen

Europees- en rijksbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlakte waterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Op Rijksniveau is het Nationaal Waterplan het voornaamste beleidsplan. In december 2009 is dit plan vastgesteld. Het Nationaal Waterplan is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998 en vervangt alle voorgaande nota's waterhuishouding. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Ook worden de maatregelen genoemd die hiervoor worden genomen. Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie.

Waterplan Provincie Gelderland In het Provinciaal Waterplan 2010-201 5 staan de doelen voor het waterbeheer, de maatregelen die daarvoor nodig zijn en wie ze gaat uitvoeren. Voor oppervlaktewaterkwaliteit, hoogwaterbescherming, regionale wateroverlast, watertekort en waterbodems gelden provincie brede doelen. Voor een aantal functies, zoals landbouw, natte natuur, waterbergingsgebieden en grondwaterbeschermingsgebieden, zijn specifieke doelen geformuleerd. Vanwege de Europese Kaderrichtlijn Water is voor bepaalde oppervlaktewateren vastgelegd of het een kunstmatig of sterk veranderd oppervlaktewater is. Ook zijn voor die oppervlaktewateren ecologische doelen geformuleerd. Voor verbetering van de grondwaterkwaliteit zijn maatregelen opgenomen.

Waterschap Vallei en Veluwe Waterbeheerprogramma Waterschap Vallei en Veluwe

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 2 2 van 43

In het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 heeft het Waterschap Vallei en Veluwe tactische doelen geformuleerd. Per jaarplan wordt concreet invulling gegeven aan de daadwerkelijke realisatie van deze doelen. Keur Waterschap Vallei en Veluwe Op 1 januari 2014 is de nieuwe Keur met de Algemene regels en Beleidsregels van het Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt deze regels vast ter behartiging van de waterschapstaak en het bereiken van de doelstelling zoals genoemd in artikel 2.1 van de Waterwet. Alle handelingen in of nabij een waterstaatswerk worden hieraan getoetst.

Watertoets Belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de water kwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

4.3.2

Onderzoek

Het waterschap Vallei en Veluwe is op 3 november 2021 geïnformeerd over voorliggend plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. Daaruit is naar voren gekomen dat het plan, vanuit de waterhuishouding bezien, voor het waterschap niet van belang is. De motivatie daarvoor is dat plannen zonder (nieuwe) ontwikkelingsmogelijkheden, zoals functiewijzigingen en actualisaties, nauwelijks tot geen effect hebben op de waterhuishouding. Dit betekent dat geen essentieel waterbelangen wordt geraakt en het waterschap op basis daarvan een positief wateradvies geeft. Wel wordt een standaard water paragraaf opgenomen in dit bestemmingsplan. De digitale watertoets is opgenomen als Bijlage 1 Watertoets Haspel 33 en 33b in onderstaande figuur is het onderzoeksgebied weergegeven.

z

z

Z

Figuur 4.1 Onderzoeksgebied watertoets

Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 2 3 van 43

oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Het plangebied heeft een totaal oppervlak van circa 1.760 m^. Er wordt geen nieuwe bebouwing of verharding toegevoegd ten opzichte van de bestaande situatie. In de huidige situatie wordt het hemelwater in het plangebied opgevangen en infiltreert het binnen het plangebied.

Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (hierna GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken 7 draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Er vinden geen bouwwerkzaamheden plaats.

Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen 7 randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. Er vinden geen bouwwerkzaamheden plaats.

4.3.3

Conclusie

Gezien het plan van beperkt belang is voor het waterschap en geen verandering van de waterhuishoudkundige situatie tot gevolg heeft kan geconcludeerd worden dat het aspect water geen belemmering vormt voor het onderhavige plan.

4.4

Erfgoed

4.4.1

Archeologie

Algemeen In de Wet op de archeologische monumentenzorg (2007) zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta (1992) binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen, waarbij in beginsel geldt: "de veroorzaker betaalt". Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van het bodemarchief "in situ" (ter plekke), omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Het is verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor overweging van archeologie vriendelijke alternatieven. Sinds 1 juli 2016 bundelt de Erfgoedwet bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Zolang de Omgevingswet nog niet in werking is getreden, vallen de artikelen waarin de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zijn vastgelegd, nog in de overgangsregeling van de Erfgoedwet.

Onderzoek De gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten hebben in de afgelopen jaren voor hun grondgebied archeologische verwachtingskaarten laten opstellen. Op basis hiervan zijn beleidskaarten opgesteld en zijn regels voor archeologie opgenomen in bestemmingsplannen. De gemeenten hebben hiermee hun verantwoordelijkheid genomen. Omdat gemeenten erg

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 24 van 43

verschillend zijn in hun bodemkundige ligging is er ook grote diversiteit in de aanwezige archeologische waarden in de gemeenten. Dat is ook de reden dat er geen eenduidig pakket regels is gemaakt voor alle regiogemeenten. De regioarcheoloog geeft de gemeenten daarom adviezen op maat.

Figuur 4.2 Archeologische verwachtingskaart, plangebied binnen rode cirkel. Ten behoeve van het onderhavige plan is er gekeken naar de archeologische verwachtingswaarde voor de gemeente Ermelo. Het plangebied kent een hoge archeologische verwachting. Dit wil zeggen dat voor de gebieden met een hoge waarde, archeologisch onderzoek verplicht is bij ruimtelijk ontwikkeling met een verstoringsoppervlak groter dan 100 m2 en dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld. Het onderhavige plan betreft een functieverandering waarbij geen fysieke wijzigingen plaatsvinden. Voorliggend plan voorziet enkel in een passend juridisch/planologisch kader. Omdat er geen verstoring plaats vindt worden eventuele archeologische waarden niet aangetast.

Conclusie Op basis van de archeologisch verwachtingskaart en het ontbreken van bodem verstorende werkzaamheden wordt geconcludeerd dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de uitvoering van dit plan.

4.4.2

Cultuurhistorie

Algemeen In de visie erfgoed en ruimte 'Kiezen voor karakter' (juni 2011) zet het Rijk uiteen hoe cultureel erfgoed wordt geborgd in de ruimtelijke ordening voor de periode 201 1-201 5. De moderne monumentenzorg is ontwikkelings- en gebiedsgericht. Bovendien vindt het Kabinet samenwerking met publieke en private partijen van belang. In de visie wordt het karakter van Nederland gevat in vier kenmerkende eigenschappen: waterland, stedenland, kavelland en vrij land. De gebiedsgerichte omgang met erfgoed vergt dat deze karakteristieken worden verbonden met opgaven uit andere sectoren en dat de economische, sociaal-culturele en ecologische kracht van het erfgoed beter wordt uitgebaat. Veranderingen in de monumentenzorg en de ruimtelijke ordening geven burgers en bedrijven meer ruimte en geven decentrale overheden meer vrijheden en verantwoordelijkheden. Iedere overheidslaag staat voor de taak zijn belangen zo veel mogelijk vooraf kenbaar te maken en waar nodig met regels te borgen. Het rijk is daarnaast verantwoordelijk voor een goed functionerend stelsel. Provincies krijgen een centrale rol in de gebiedsgerichte belangenafweging en gemeenten verbinden gevolgen aan een gebiedsgerichte analyse van erfgoedwaarden bij het opstellen van ruimtelijke plannen.

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 2 5 van 43

Het Rijk heeft gekozen voor vijf prioriteiten van het gebiedsgerichte erfgoedbeleid in de komende jaren: 1. 2. 3. 4. 5.

werelderfgoed: de samenhang borgen en de uitstraling vergroten; eigenheid en veiligheid: zee, kust en rivieren; herbestemming als (stedelijke) gebiedsopgave: met focus op groei en krimp; levend landschap: synergie tussen erfgoed, economie en ecologie; en wederopbouw: het tonen van een tijdperk.

Cultuurhistorische Waardenkaart Gelderland De provincie Gelderland heeft een cultuurhistorische waardenkaart waarin de belangrijke archeologische en cultuurhistorische objecten en structuren van de provincie zijn weergegeven. De provincie beoogt hiermee de identiteit van de Gelderse regio's te behouden door cultuurhistorische elementen herkenbaar te maken en in stand te houden. Daarnaast zet ze in op een constante ontwikkeling van de aanwezige cultuurhistorische waarden door uitvoering te geven aan programma's en projecten. Onderzoek Uit de verwachtingskaart erfgoed van Provincie Gelderland blijkt dat in het plangebied geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten aanwezig zijn. In het plangebied vindt een herinrichting plaats met behoud van aanwezige waarden en karakteristieken van de omgeving. Voorliggend plan zorgt dan ook niet voor een aantasting van bestaande cultuurhistorische waarden in het plangebied en omgeving. Conclusie Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische gewaardeerde aspecten of monumenten aanwezig. De bebouwing in het plangebied is niet aangewezen als (rijks)monument en het betreffen geen (bijzondere) karakteristieke gebouwen. Daarnaast zijn ook in de (directe omgeving) geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Als gevolg van het onderhavige plan gaan geen cultuurhistorische waarden verloren en worden ook niet aangetast.

Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige bestemmingsplan.

4.5

Flora en fauna

4.5.1

Algemeen

De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft gebiedsbescherming en soortenbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Gelders Natuurnetwerk (GNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

Gebiedsbescherming vanuit de Wet Natuurbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden is onder de Wnb vrijwel hetzelfde gebleven. Wel zijn de Beschermde Natuurmonumenten komen te vervallen. Voor Natura 2000-gebieden geldt dat als naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld moeten worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningplichtig.

Gebiedsbescherming vanuit Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is vastgelegd in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) en is ruimtelijk vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland. Het GNN bestaat enerzijds uit alle gebieden met een natuurbestemming binnen de voormalige Ecologisch Hoofdstructuur (EHS) en anderzijds uit gebieden voor nieuw aan te leggen natuur. Daarnaast maken de reeds gerealiseerde delen van verbindingszones deel uit van het GNN. De gebieden uit de voormalige EHS met een andere bestemming dan natuur zijn ondergebracht in de Groene Ontwikkelingszone (GO), welke is gericht op het versterken van de ecologische samenhang door de aanleg van ecologische verbindingszones. De feitelijke beleidsmatige gebiedsbescherming vindt

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 2 6 van 43

plaats middels de uitwerking van het provinciaal beleid in de gemeentelijke bestemmingsplannen.

Soortenbescherming

vanuit de Wet Natuurbescherming

Soortenbescherming vanuit de Wet Natuurbescherming, heeft betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet onder de Wet Natuurbescherming vanaf 1 januari 2017 bij ruimtelijke ontwikkelingen naast de zorgplicht ook rekening gehouden worden met juridisch zwaarder beschermde soorten uit 'bijlage A en B' van de Wet Natuurbescherming, de door de betreffende provincie gekozen soorten uit het besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten, de soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 verdrag van Bonn, en met alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn).

4.5.2

Onderzoek

Soortbescherming Voorliggend bestemmingsplan betreft enkel een bestemmingswijziging van bestaande bebouwing, waarmee geen fysieke ingrepen gemoeid zijn. De ontwikkeling tast daarmee dan ook geen beschermde soorten aan. De regels van de algemene zorgplicht zijn wel van toepassing. Algemene zorgplicht Voor alle beschermde soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt wel een zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent onder meer dat een initiatiefnemer zich tijdig op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen van het plan. Bij de uitvoering moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het voorkómen van verontrusting of verstoring in de kwetsbare perioden zoals de broed-7voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare periode kan per soortgroep verschillen.

Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een plangebied in die periode bouwrijp wordt gemaakt, geeft realisatie gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar meestal geen problemen. Vaak is het voldoende om rekening te houden met de broedtijd (15 maart-15 juli, huismus tot 15 augustus). Als bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, of kunnen bomen buiten het broedseizoen worden gekapt, zodat er geen vogels gaan broeden. Hierbij geldt overigens wel de algemene zorgplicht. Beschermde soorten Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).

Gebiedsbescherming Het plangebied ligt nabij Natura 2000-gebied de Veluwe. Nieuwe ontwikkelingen mogen geen negatieve invloed hebben op deze gebieden. In voorliggend geval voorziet het bestemmingsplan niet in het toevoegen van gebruik-bouwmogelijkheden. Het feitelijke gebruik blijft daarmee hetzelfde en de stikstofdepositie neemt dan ook niet toe. Op basis van de ligging en aard van de ruimtelijke ingrepen is de conclusie dat deze ingreep geen negatieve invloed heeft op de specifieke natuurwaarden van het nabij gelegen Natura 2000-gebied.

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 2 7 van 43

Figuur 4.3 Uitsnede kaart Natura 2000 gebieden.

Gelders Natuurnetwerk (GNN)7Groene Ontwikkelzone (GO) Het plan ligt buiten de begrenzing van het GNN en de GO. Op basis van de ligging van het plangebied ten opzichte van de begrenzing van het GNN mag worden aangenomen dat er geen effecten zijn te verwachten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het GNN en de GO. Specifieke maatregelen of aanvullend onderzoek worden niet nodig geacht.

Gemeente Ermelo

Bestemmingsplan Haspel 33 en 33b - vastgesteld

pagina 2 8 van 43

Figuur 4.4 Uitsnede kaart Gelders Natuurnetwerk en Groene ontwikkelzone.

4.5.3

Conclusie

Aan de hand van de voorgaande toelichting valt te concluderen dat het onderhavige plan geen negatieve effecten heeft op de in de omgeving aanwezige flora en fauna.

4.6

Akoestiek

4.6.1

Algemeen

In het kader van de Wet Geluidhinder (Wgh) dient te worden onderzocht of de bestemmingen voldoen aan de grenswaarden voor geluid, als gevolg van wegen. Voorliggend plan voorziet het planologisch toevoegen van twee woningen. Daarmee worden er planologisch twee geluidsgevoelige functies toegevoegd. Iedere weg heeft een wettelijke zone. Indien een nieuw te realiseren geluidgevoelige bestemming binnen de zone van deze weg ligt, dient op basis van akoestisch onderzoek aangetoond te worden wat de geluidbelasting op deze bestemmingen is. Het plangebied, welke als buitenstedelijk te omschrijven valt, wordt omsloten door een aantal wegen. Deze wegen zijn: * » *

Haspel (60 km/h) Ganzenveld (60 km/h) Strokelweg (60 km/h)

In de omgeving van het plangebied liggen geen industrieterreinen of spoorlijnen die mogelijk voor geluidsoverlast zorgen. Daarom beperkt dit onderzoek zich tot de geluidhinder voor wegverkeer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13136678/1