02 VNOG Regionaal Beleidsplan 2025-2028 def v 05 nov 2024
Tekst van het document
32
GHOR • Een 24/7 parate crisisorganisatie met crisisfunctionarissen die zijn toegerust voor het werk. • Een mono- en multidisciplinaire betrouwbare partner in de ketensamenwerking zowel tijdens incidenten en crisis als in de voorbereiding daarop. • Een ter zake kundige vertegenwoordiging van de geneeskundige en publieke gezondheidsprocessen in de multidisciplinaire crisisorganisatie. • Een deskundig adviseur voor het openbaar bestuur in de regio bij vraagstukken op het snijvlak van zorg en veiligheid. Meldkamer Calamiteitencoördinator (24/7): • geeft leiding aan het gemeenschappelijke en multidisciplinaire meldkamerproces; • geeft sturing aan de informatievoorziening bij GRIP-situaties. Politie-eenheid Oost-Nederland VNOG en Politie-eenheid Oost-Nederland hebben afspraken gemaakt over operationele prestaties, die zijn opgenomen in bijlage 2. Er vindt voorts afstemming/samenwerking plaats bij het opstellen, actualiseren en uitvoeren van operationele plannen in het kader van de samenwerking op het gebied van crisisbeheersing.
Regionaal Beleidsplan 2025-2028
b Uitwerking van de landelijke doelstellingen Tot op heden heeft de minister van Justitie en Veiligheid geen landelijke doelstellingen geformuleerd. De landelijke agenda van het Veiligheidsberaad is wel zo op te vatten. c Informatieparagraaf We zorgen voor een goed georganiseerde en betrouwbare informatie voorziening zoals gesteld in hoofdstuk 3 van dit beleidsplan. Een verdere beschrijving van de informatievoorziening tussen diensten en organisaties maakt onderdeel uit van het regionaal crisisplan. d Oefenbeleidsplan Naast dit beleidsplan is een meerjarenbeleidsplan MOTO (multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen) opgesteld: het ‘Beleidsplan vakbekwaamheid multidisciplinaire teams 2024-2025’. e Beschrijving niet-wettelijke adviesfunctie (art 14, lid 2, onder e Wvr) Op basis van art 10 van de Wet Veiligheidsregio’s hebben de veiligheids regio’s de belangrijke rol van adviseur op het terrein van fysieke veiligheid gekregen. VNOG heeft op grond van de Wet veiligheidsregio’s de taak om het bevoegd gezag, bedrijven en inwoners te adviseren over o.a.: • h et voorkomen, beperken en bestrijden van brand(gevaar); • h et voorkomen en beperken van ongevallen bij brand; • r isico’s van branden, rampen en crisis. Enkele van de hieraan gekoppelde (advies)taken worden bepaald in de relevante wet- en regelgeving (wettelijke adviestaken).
Andere staan bepaald in het beleidsplan (niet-wettelijke adviestaken). In beide gevallen omarmen wij het landelijke model voor Risicogericht Werken van Brandweer Nederland.
33
Wettelijke adviestaken Sinds de inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) op 1 oktober 2010 zijn de veiligheidsregio’s zelfstandige bestuursorganen. De wetgever heeft deze bestuursorganen een aantal wettelijke taken toebedeeld voor het hierboven beschreven complexe werkveld. Het betreft de volgende wettelijke taken: • Aanwijzen van locaties waarop één of meer milieubelastende activiteiten zoals bedoeld in artikel 7.1 Bvr worden verricht om over een bedrijfsbrandweer te beschikken (bedrijfsbrandweeraanwijzing). • Houden van toezicht op de naleving van het gestelde in artikel 31 Wvr en het inzetten van handhavingsinstrumenten bij niet-naleving. • Houden van toezicht op de naleving van artikel 48 Wvr (verschaffen van informatie die nodig is voor een adequate voorbereiding op de rampenbestrijding en de crisisbeheersing) en inzetten van handhavingsinstrumenten bij niet-naleving. Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) • Het adviseren van het bevoegd gezag over aanvragen omgevings vergunning voor milieubelastende activiteiten zoals bedoeld in artikel 4.33 Omgevingsbesluit. • Houden van toezicht op Seveso-inrichtingen (op grond van afdeling 13.3 Omgevingsbesluit). • Houden van toezicht op de naleving van de artikelen die zijn opge nomen in 4.2 van het Bal die zich tot de veiligheidsregio’s richten.
• Inzetten van handhavingsinstrumenten bij niet naleving van de artikelen die zijn opgenomen in 4.2 van het Bal die zich tot de veiligheidsregio’s richten. • Adviseren over ontbrandingstoestemmingen op grond van het Vuurwerkbesluit
Regionaal Beleidsplan 2025-2028
Insteek VNOG bij haar advisering en randvoorwaarden daarvoor Bij de advisering focussen we ons op de risico’s die er toe doen, waar onder het vervoer en de opslag van gevaarlijke stoffen, brandveiligheid, omgevingsveiligheid en de relatie tussen risicobronnen en risicoontvangers. Deze risico’s staan onder meer benoemd en uitgewerkt ons Regionaal Risicoprofiel. Ook maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de energietransitie, klimaatverandering, verdichting en vergrijzing, die de bestaande risico’s beïnvloeden, wegen mee. Om uitvoering te geven aan de wettelijke en niet-wettelijke taken, voor die risico’s die ertoe doen, moet niet alleen geïnvesteerd worden in de samenwerking met gemeenten, maar ook met het netwerk rondom dat betreffende risico.
Met het oog op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet en de taken overeenkomstig de Wet veiligheidsregio’s is een aantal zaken randvoorwaardelijk: • Betrekt het bevoegd gezag het bestuur van de veiligheidsregio vroegtijdig bij het opstellen van het omgevingsplan, omgevingsvisie, eventuele omgevingsprogramma’s en daarvan afgeleide projectbesluiten; • Stelt het bevoegd gezag het bestuur van de veiligheidsregio vooraf gaand aan de vaststelling van het ontwerp-omgevingsplan en het definitieve omgevingsplan in de gelegenheid om advies uit te brengen; • Informeert het bevoegd gezag het bestuur van de veiligheidsregio bij wijzigingen in het omgevingsplan en stelt het hen in de gelegenheid advies uit te brengen; • Betrekt het bevoegd gezag het bestuur van de veiligheidsregio vroegtijdig (initiatieffase) bij een (binnen/buitenplanse) omgevings planactiviteit; • Adviseert de veiligheidsregio (schriftelijk) op bovenstaande zaken.
34
Niet-wettelijke taken Naast de hiervoor beschreven wettelijke adviestaak hebben we een nietwettelijke adviestaak, die we hieronder uitwerken. Onze adviesrol heeft een multidisciplinair karakter. Wij brengen adviezen uit over onderwerpen waarvan wij het wenselijk vinden dat deze aandacht krijgen van de gemeenten en waarbij een eenduidige en uniforme aanpak nodig is. De dienstverlening richting de gemeenten in dit kader heeft VNOG in 2024 uitgewerkt naar een helder en concreet ‘Risicogericht Dienstverleningsconcept’. Hierin wordt de mate van dienstverlening, daar waar mogelijk, gekoppeld aan de risicoklasse hoog/middel/laag.
Het gaat hierbij om: • participeren en adviseren bij de ontwikkeling van omgevingsvisies, omgevingsprogramma’s en omgevingsplannen van gemeenten; • participeren en adviseren over omgevingsveiligheid, ruimtelijke en industriële veiligheid, veilige fysieke leefomgeving, brand veiligheid, best-beschikbare technieken, bluswater- en bereikbaar heidsvraagstukken, natuurbrandbeheersing, zelfredzaamheid en zorgcontinuïteit bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen gemeenten; • participeren en adviseren over bouw, gebruik, evenementen en milieu; • risicogericht toezicht met verschillende uitvoeringsvormen bij bouw, gebruik, evenementen en milieu; • participeren en adviseren op (her)nieuw(d)e wet- en regelgeving en beleid hierover; • kennisdeling en communicatie over (rest)risico’s. De verbinding met andere schakels in de veiligheidsketen en het risicogericht en meer ‘Omgevingswetproof’ maken van de werkprocessen vergen ook in de komende beleidsperiode een inspanning van gemeenten en veiligheidsregio.
Regionaal Beleidsplan 2025-2028
Resumerend is het noodzakelijk voor onze taakuitvoering dat wij in het proces van de beleidscyclus betrokken worden in de volgende zaken: Beleidscyclus
Betrokkenheid
Beleidsontwikkeling
De veiligheidsregio wil vroegtijdig betrokken worden bij het opstellen van omgevingsvisies en -programma’s. Hierin wil zij o.a. de volgende belangen inbrengen: • Veiligheid in de fysieke leefomgeving met aandacht voor risicobewustwording en zelfredzaamheid; • Veiligheid t.a.v. het produceren van, het werken met, het opslaan van en vervoeren van gevaarlijke stoffen; • Veilige ruimtelijke indeling van de fysieke leefomgeving; • Kernwaarden voor een veilige leefomgeving.
Beleidsdoorwerking
De veiligheidsregio wil de volgende thema’s borgen in het omgevingsplan van gemeenten: • Veiligheidsthema’s binnen het omgevingsplan, bijv. t.a.v. gevaarlijke stoffen en de indeling van de omgeving rondom bedrijven, transport en activiteiten waar met dergelijke stoffen wordt gewerkt (aandachtsgebieden); • Bluswater, bereikbaarheid en bestrijdbaarheid in geval van calamiteiten en andere relevante bepalingen uit de bruidsschat; • Natuurbrandrisico’s; • Veiligheid tegen water als ook veilig op en rond het water wonen, werken en recreëren; • Initiatieven rondom klimaatveiligheid en de veilige energietransitie.
Uitvoering
De veiligheidsregio wil graag in de initiatieffase (vooroverleg, omgevingstafel, etc.) van een ruimtelijke ontwikkeling en/of vergunningaanvraag betrokken zijn, om in een vroeg stadium input en advies te geven over brand- en omgevingsveiligheid en een veilige fysieke leefomgeving. De veiligheidsregio wil door vroegtijdige betrokkenheid bij omgevingsvergunningen adviseren over de volgende aspecten bij de risico’s die er toe doen: • Brandveiligheid; • Borging van fysieke veiligheid, ook wanneer er geen sprake is van het gebruik/transport/opslag/productie van gevaarlijke stoffen; • Bluswater, bereikbaarheid en bestrijdbaarheid in geval van calamiteiten. In het risicogericht dienstverleningsconcept wordt dit nader uitgewerkt. De veiligheidsregio wil het thema fysieke veiligheid borgen in de projectbesluiten binnen de regio. Het projectbesluit is bedoeld voor complexe publieke projecten in de fysieke leefomgeving van nationaal of provinciaal belang. De veiligheidsregio heeft geen directe invloed op de invulling en strekking van algemene rijksregels. Zij stelt wel alles in het werk om de algemene regels in acht te nemen bij het adviseren van het bevoegd gezag bij hoog-risico-objecten. Daarnaast zal de veiligheidsregio het bevoegd gezag van risicogericht advies voorzien m.b.t. het voldoen aan deze regels, of gelijkwaardige alternatieve oplossingen.
Terugkoppeling
De veiligheidsregio wil: •b etrokken worden bij de kwaliteitsborging bij gereed-gemelde bouwwerken met een middel of een hoog risico; •b etrokken worden bij de melding i.r.t. brandveilig gebruik bij een middel of een hoog risico; • t erugkoppeling krijgen over de afwegingen van de gemeenten om tot een verleende vergunning of plan te komen, zodat zij weet wat er met haar adviezen is gedaan en zij zich waar nodig operationeel kan voorbereiden.
35
Regionaal Beleidsplan 2025-2028
f Dekkings- en spreidingsplan brandweer De operationele prestaties van de brandweer bij incidentbestrijding zijn vastgelegd in het dekkings- en spreidingsplan. Dit plan maakt onderdeel uit van dit beleidsplan, zie bijlage 4. Het fundament voor de operationele prestaties van de brandweer is een fijnmazig netwerk van 56 brandweer posten. Met dit netwerk van brandweerposten wordt optimale slagkracht en uithoudingsvermogen georganiseerd.
36
Regionaal Beleidsplan 2025-2028
37
BIJLAGE 2 OPERATIONELE PRESTATIES CRISISORGANISATIE In de beleidsperiode van 2025-2028 wordt het uitgangspunt gehandhaafd dat binnen 80% van de gevallen de opkomsttijden worden behaald. De keuze voor dit percentage komt voort uit de uitgestrektheid van onze regio in relatie tot de bevolkingsdichtheid en kosteneffectiviteit. Het is niet te allen tijde haalbaar om binnen de gestelde tijd op de opkomstlocatie aanwezig te zijn. Daarnaast wordt voor bepaalde operationele rollen met een vrije instroom van functionarissen gewerkt, wat betekent dat een deel van de ondersteunende functionarissen niet in een piket is georganiseerd.
Vanaf het moment dat de meldkamer tot grootschalige alarmering overgaat (het afkondigen van GRIP situatie), moeten de volgende functionarissen binnen de vastgestelde tijd starten met de uitvoering van hun werkzaam heden. Wij streven ernaar om binnen de gestelde normen fysiek op de locaties aanwezig te zijn, maar dit is niet in alle gevallen noodzakelijk omdat het starten van de werkzaamheden ook op afstand mogelijk is. Digitale technieken maken de afstemming op afstand immers mogelijk over de te nemen besluiten, informatie-uitwisseling en coördinatie van noodzakelijke activiteiten.
Team
Functionarissen
Norm (Bvr)
Streven VNOG
Locatie
Meldkamer Oost Nederland
• Calamiteitencoördinator (CaCo)
Binnen 2 min begint de meldkamer met de alarmering (art. 2.2.3 lid 1)
Start binnen 2 min. van de alarmering
MKON
CoPI
• Leider CoPi • Officier van Dienst Bevolkingszorg • Officier van Dienst Brandweer • Officier van Dienst Geneeskundig • Officier van Dienst Politie • Officier van Dienst Communicatie
Binnen 30 min. gestart met de uitvoering van taken Art. 2.3.2
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 30 minuten op de opkomstlocatie
Plaats incident
CoPI-ondersteuning
• Informatiemanager CoPI
Binnen 30 min gestart met de uitvoering van taken Art. 2.3.2
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 30 minuten op de opkomstlocatie
Plaats incident
CoPI-ondersteuning
• Plotter • Logger
Geen norm
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 45 minuten op de opkomstlocatie
Plaats incident
ROT
• Regionaal Operationeel Leider • Algemeen Commandant Bevolkingszorg • Algemeen Commandant Brandweer • Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg • Algemeen Commandant Politie
Binnen 45 min gestart met de uitvoering van taken. Art. 2.3.2 lid b
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 45 minuten op opkomstlocatie
VNOG Europaweg of digitaal
ROT
• Algemeen Commandant Crisiscommunicatie
Binnen 30 minuten gestart met de uitvoering van taken
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 30 min. op opkomstlocatie
VNOG Europaweg of digitaal
Regionaal Beleidsplan 2025-2028
38
Team
Functionarissen
Norm (Bvr)
Streven VNOG
Locatie
ROT
• Regionaal Militair Operationeel Adviseur
RMOA niet in Besluit (art. 2.1.4.) VR benoemd
Streeftijd max. 2 uur. Hiervoor is het convenant NOG – Defensie de basis
VNOG Europaweg of digitaal
ROT-ondersteuning sectie Informatiemanagement
• Informatiemanager ROT
Binnen 30 minuten gestart met de uitvoering van taken. Art. 2.3.2 lid b
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 30 min. op opkomstlocatie
VNOG Europaweg of digitaal
ROT sectie Informatie management
• Beleidsondersteuner ROT • Plotter
Binnen 40 min gestart met de uitvoering van taken. Art. 2.3.2 lid d
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 40 minuten op opkomstlocatie (voor beleids ondersteuner en plotter is dit een streeftijd)
VNOG Europaweg of digitaal
ROT – kolomsecties
• Sectie Bevolkingszorg • Sectie Geneeskundige Zorg • Sectie Brandweerzorg • Sectie Politiezorg • Sectie Crisiscommunicatie • Sectie Bevolkingszorg
Binnen 60 min gestart met de uitvoering van taken. Art. 2.3.2 lid e
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 60 minuten op de opkomstlocatie
VNOG Europaweg of digitaal
GBT
• Burgemeester (voorzitter) • Adviseur Bevolkingszorg (gemeentesecretaris) • Adviseur Crisisbeheersing (ambtenaar openbare orde en veiligheid) • Adviseur Brandweer • Adviseur Geneeskundige Zorg • Adviseur Politie • Communicatieadviseur GBT
Binnen 60 min. gestart met de uitvoering van taken vanaf het moment dat de burgemeester het beleidsteam bijeen heeft geroepen. Art. 2.3.2 g
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 60 minuten op opkomstlocatie
Gemeentehuis getroffen gemeente
GBT-ondersteuning
• Informatiemanager GBT • Verslaglegger GBT
Geen norm
Team Bevolkingszorg
Gemeentehuis getroffen gemeente
Binnen 90 min. gestart met de uitvoering van werkzaamheden Art. 2.3.2 f
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 90 min. op opkomstlocatie
Gemeentehuis getroffen gemeente
RBT
• Burgemeesters van de betrokken gemeenten • Hoofd Officier van Justitie (HOvJ) • Voorzitter(s) betrokken waterschap(pen) • Betrokken Rijksheren • Strategisch adviseurs hulpdiensten (Brandweer, GHOR, • Politie, Bevolkingszorg) • Communicatieadviseur RBT • Regionaal Operationeel Leider • Externe deskundigen/ adviseurs
Geen norm
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 90 minuten op opkomstlocatie
VNOG Europaweg of digitaal, of een alternatieve locatie in overleg met de voorzitter RBT en burgemeester getroffen gemeente
RBT – ondersteuning
Informatiemanager RBT Verslaglegger RBT
Geen norm
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 90 minuten op de opkomstlocatie
VNOG Europaweg of digitaal, of een alternatieve locatie in overleg met de voorzitter RBT en burgemeester getroffen gemeente
Regionaal Beleidsplan 2025-2028
39
BIJLAGE 3 OVERZICHTSTABEL ACTIES VOOR UITVOERING SPEERPUNTEN Actie
Inhoud
Start
Afronding
Actie
01
Inhoud
Start
Afronding
Speerpunt 3. Informatievoorziening
Speerpunt 1. Crisisbeheersing Informatiegestuurd veiligheidsbeeld Oost-5: samenwerking met Oost-5 ingericht. Automatisch gevuld veiligheidsbeeld, 24/7 bezet en beschikbaar.
2026
2026
02
Preparatie: nieuw en volwaardig modern crisiscentrum in nieuw te openen 1-post.
2027
2027
03
MOTO: het nieuwe oefenbeleidsplan is geïmplementeerd waarin innovaties (zoals A.I.) zijn vormgegeven.
2026
2026
04
Respons: Crisisplan 2028-2032 aangepast op basis van nieuwe Wvr inclusief de flexibilisering van de bestaande crisisstructuur.
2027
2027
05
Herstel en nafase: standaardmethode voor de nafase ontwikkeld met en voor gemeenten.
2025
2025
06
Evalueren en leren: lerend vermogen van de operationele (crisis) organisatie is uitgewerkt (als onderdeel van kwaliteitszorg).
2025
2025
15
Dynamisch alarmeren bij Brandweerzorg.
2024
2025
16
Strategische visie op de complete informatievoorziening.
2025
2025
17
Landelijke SOC/CERT.
2026
2026
18
Verbindingen conform NOOVA.
2027
2029
19
Onderzoek alarmeren via de smartphone, niet meer pagers.
2027
2028
Uitvoeren van de in 2024 vastgestelde strategisch personeelsplanning.
2025
2028 e.v.
Speerpunt 4. Arbeidsmarkt 20 21
Verder inrichten secundaire arbeidsvoorwaarden.
2025
2027
22
Stimuleren diversiteit: leren van organisaties die hier al verder mee zijn en best practises uittesten, langsgaan bij scholen, landelijke aanpak stimuleren.
2025
2028
23
Verbinding met directe partners (gemeenten, GGD, veiligheidsregio’s): HRM-alliantievorming, specialistische functies delen, onderzoek generieke taken gezamenlijk organiseren, onderlinge uitwisseling personeel (stages).
2025
2028
24
Verbinding met onderwijsinstellingen versterken.
2025
2027
25
Blijvende en doorlopende aandacht voor duurzame inzetbaarheid/vitaliteit, leiderschapsontwikkeling en een veilige werkomgeving: uitvoeren programma’s hiervoor.
2025
2025 e.v.
Speerpunt 2. Grensoverstijgende samenwerking 07
Twee Bestuurdersbijeenkomsten NL/D (daarna structureel ieder jaar weer).
2025
2025 e.v.
08
Afgestemde convenanten.
2025
2025
09
Namen- en functieoverzicht gereed NL/D.
2025
2025
10
Gezamenlijke scenario-ontwikkeling (internationaal en Oost-5).
2026
2026
Speerpunt 5. Natuurbrandbeheersing (excelleren)
11
Informatie team (internationaal en Oost-5 en met kolommen).
2026
2026
26
Versterking van het toezicht door bestuurders op integrale natuurbrandbeheersing.
2025
2028
12
Grote oefening NL/D (t/m GRIP 4).
2027
2027
27
2025
2026
13
Conferentie veiligheid grensstreek VNOG.
2027
2027
14
Realisatie internationale post Dinxperlo-Süderwick (Dinxperwick).
2020
2028
Verhoging van de bewustwording bij gebruikersgroepen (natuur, infra, recreatie, zorg, wonen en werken) op het gebied van gewenste handeling en gedrag in en nabij natuur.
28
Monitoring van de realisatie van maatregelen vanuit de gebiedsgerichte aanpak, samen met partners.
2026
2026
Regionaal Beleidsplan 2025-2028
40
Actie
Inhoud
Start
Afronding
29
Advisering op een effectieve beheersing van natuurbranden, door optimalisatie van bereikbaarheid, berijdbaarheid en bestrijdbaarheid.
2025
2028
30
Verbetering informatiepositie door toepassing van innovatieve technieken op het gebied van detectie, alarmering en beeldvorming.
2026
2026
31
a. Het uitwerken van een vakbekwaamheidsplan voor de implementatie van de nieuwe blusvoertuigen. b. Het uitwerken van een vakbekwaamheidsplan voor het onderhouden van de vakbekwaamheid na implementatie.
2025
2026
2027
2027
32
Meewerken aan het oprichten van een landelijk kennis- en expertisecentrum, van waaruit de samenwerkende partners de opgedane kennis en ervaringen beschikbaar kunnen stellen aan het hele land.
2025
2026
Actie
Speerpunt 6. Risicobewustzijn en veilig gedrag (excelleren) Effectievere gedragsinterventies: Voor risico’s met een gedragscomponent zijn verdiepende gedragsinzichten opgehaald op thema’s uit het regionaal risicoprofiel. Voor geselecteerde risico’s uit het regionaal risicoprofiel is waar mogelijk een campagne met passende communicatietoolkit ontwikkeld.
2027
2028
34
Doelgroepbenadering: VNOG is beter in staat om doelgroepen gericht, snel en effectief te bereiken met behulp van onze informatiepositie en data.
2026
2026
35
Regionaal expertisecentrum gedrag en veilige leefomgeving: VNOG werkt actief samen met partners en campagnes worden gezamenlijk opgezet en uitgerold.
2025
2028
36
Regionaal expertisecentrum gedrag en veilige leefomgeving: VNOG heeft kennis over gedrag(sverandering) in relatie tot (nieuwe) veiligheidsrisico’s verder doorontwikkeld.
2026
2026
37
Regionaal expertisecentrum gedrag en veilige leefomgeving: Het gedragsinstrument wordt in pilotvorm ingezet in twee VNOG-gemeenten voor gemeentelijke veiligheidsthema’s en vervolgens breed in de regio ingezet waarbij gemeenten VNOG kunnen consulteren bij het ontwikkelen van campagnes in het veiligheidsdomein.
2025
2025
38
Delen van best-practices met andere regio’s en partners: Het gedragsinstrument, expertise en effectieve interventies worden gedeeld met andere regio’s en eventuele partners.
2025
2028
Start
Afronding
2024
eind 2028 e.v.
Duurzaamheid 39
33
Inhoud Het Klimaatplan 2024-2030 uitvoeren. Overig Resterende punten uit Toekomstvisie 2020-2026
40
Operationele organisatie: slagkracht geneeskundige crisisorganisatie met burgers als hulpverleners in georganiseerd verband.
2021
2026
41
Ontwikkeling centrale brandweerpost Apeldoorn / Veiligheidscentrum en kantoorlocatie VNOG.
2021
2027
42
De Logistieke Eenheden worden, waar operationeel verantwoord, vereenvoudigd en waar mogelijk wordt overgegaan van twee naar één team.
2021
2027
Regionaal Beleidsplan 2025-2028
41
GHOR
HATTEM OLDEBROEK HEERDE ELBURG EPE HARDERWIJK NUNSPEET ERMELO PUTTEN APELDOORN VOORST LOCHEM ZUTPHEN BRUMMEN BRONCKHORST BERKELLAND OOST GELRE WINTERSWIJK DOETINCHEM AALTEN MONTFERLAND OUDE IJSSELSTREEK