CConstaterende datErmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

02 VNOG Regionaal Beleidsplan 2025-2028 def v 05 nov 2024

Gemeenteraad 12 februari 2025, gemeente ErmeloBij agendapunt: Lijst ingekomen stukken raad 12 februari 202511.785 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1

REGIONAAL BELEIDSPLAN

2025-2028

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

2

INHOUDSOPGAVE Voorwoord 1. Waar staan we voor

3 4

3. Waar gaan we voor: beleidsdoelstellingen 2025-2028

12

3.1. Inleiding

12

3.2. Speerpunten

15

Speerpunt 1. Crisisbeheersing

15

6

Speerpunt 2. Grensoverstijgende samenwerking

17

7

Speerpunt 3. Informatievoorziening

19

2. Trends en ontwikkelingen

8

Speerpunt 4. Arbeidsmarkt

21

2.1. ‘VNOG in de wereld’

8

Speerpunt 5. Natuurbrandbeheersing (excelleren)

23

2.2. Risico’s en risicodiagram

10

Speerpunt 6. Risicobewustzijn en Veilig Gedrag (excelleren) 25

1.1. Missie, visie, kernwaarden

4

1.2. Regio in kenmerken en in beeld 1.3. Organogram

3.3. Ontwikkeling organisatie VNOG

26

A. Innoverend vermogen

26

B. Duurzaamheid

28

3.4. Uitvoering Speerpunten

29

Bijlagen: 1. Wettelijke bepalingen

31

2. Operationele prestaties crisisorganisatie

37

3. Overzichtstabel acties voor uitvoering speerpunten

39

4. Dekkings- en spreidingsplan

41

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

3

VOORWOORD Veiligheid is een randvoorwaarde voor een samenleving waarin mensen in vrijheid en vertrouwen vorm kunnen geven aan hun leven en aan hun relaties met elkaar. De mate waarin mensen veiligheid ervaren draagt zelfs bij aan het welzijn.

We houden elkaar scherp en zetten zo samen stappen voorwaarts. Als organisatie veerkrachtig en schokbestendig zijn is belangrijker dan ooit. Dat vraagt voortdurende ontwikkeling en innovatie binnen onze drie kerntaken: brandweerzorg, crisisbeheersing en informatievoorziening.

In Nederland zijn we goed voorbereid op rampen en incidenten, daarom komt de juiste hulp snel tot stand. Onze organisatie, Veiligheidsregio Noorden Oost-Gelderland (VNOG), is primair ingericht om juist dan hulp te bieden.

Maatschappelijke veerkracht Wie zich zorgen maakt over onverwachte gebeurtenissen kan zich in elk geval alvast voorbereiden. En wie risico’s wil beperken, vertellen wij hoe veilig te wonen, werken en recreëren. Dat doen we met voorlichtingscampagnes en het bieden van handelingsperspectief. Voorbereid zijn geeft een veilig gevoel voor onze inwoners en draagt voor ons bij aan een goede aanpak van een incident of crisis.

Met ons werk zijn we van wezenlijk belang voor ieder als individu en voor de hele samenleving. Met ons accurate en slagvaardige optreden tijdens branden, verkeersongevallen en andere (opgeschaalde) incidenten. Maar ook bij langdurige crises. Uit de manier van ons optreden blijkt de waarde van onze operationele organisatie. Ik verwacht zelfs dat we in de toekomst meer hulpvragen krijgen, misschien zelfs op een breder terrein dan we nu actief zijn.

Veranderende omgeving De wereld is op dit moment zeer onrustig, daar ervaren we in ons land ook gevolgen van. Daarnaast hebben we te maken met de energietransitie en de gevolgen van klimaatverandering. De dreigingen en risico’s veranderen, de samenleving verandert en daarom moeten we ook de manier waarop wij werken aanpassen. Het is voorstelbaar dat we de grenzen van de hulpverlening kunnen bereiken. Daarom moeten we werken aan de weerbaarheid van de samenleving. Afstemming is cruciaal. We intensiveren de samenwerking: internationaal, nationaal, regionaal en lokaal; met onze gemeenten, de GGD, onze buurveiligheidsregio’s in Oost-5, tot landelijke partners zoals het Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid (NIPV) en met de Duitse collega’s.

Ten slotte In dit Regionaal Beleidsplan 2025-2028 geven wij een beeld van waar we voor staan, welke trends en ontwikkelingen er spelen en waar we voor gaan met onze beleidsdoelstellingen voor deze beleidsperiode. Afgestemd met onze belangrijkste stakeholders: de gemeenteraden in Noord- en OostGelderland. In gezamenlijkheid zijn we verantwoordelijk voor veilig en gezond wonen, werken en recreëren in deze prachtige regio. Er kan altijd een beroep op ons gedaan worden. Wij staan dag en nacht klaar om hulp te bieden als het nodig is, wij kijken vooruit naar wat in de toekomst op ons afkomt aan risico’s en wij handelen daarnaar en we bieden handelingsperspectief. Met elkaar geven we deskundig, daadkrachtig en met passie uitvoering aan onze missie: Samen werken aan veiligheid. Hartelijke groet, Ton Heerts Voorzitter Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

1. WAAR STAAN WE VOOR 1.1. Missie, visie, kernwaarden Vragen van de samenleving De samenleving stelt primair twee vragen aan VNOG: • Help mij als ik in nood ben (bij brand, ongevallen, rampen, crises). • Vertel mij hoe veilig en gezond te wonen, werken en recreëren. Inwoners, bedrijven, instellingen en andere overheden stellen deze vragen aan ons. Wij beantwoorden deze vragen vanuit onze wettelijke taken en verantwoordelijkheden uit de Wet veiligheidsregio’s. Opgaven Met onze Opgaven beantwoorden wij de twee vragen van de samenleving: Opgave 0 Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises (maatschappelijke opdracht) Opgave 1 Zelfredzaam & risicobewust Opgave 2 Vakbekwaam & deskundig Opgave 3 Sterke informatiepositie Opgave 4 Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde, gezonde bedrijfsvoering) De Opgaven vormen de rode draad in alle beleidsdocumenten van VNOG, waaronder de opgavegerichte begroting.

4

Visie en Missie VNOG helpt mens en dier in nood en ondersteunt om gevaar te voorkomen. Alles wat we doen is erop gericht om de twee primaire vragen uit de samen­ leving te beantwoorden: ‘Help mij als ik in nood ben’ en ‘Vertel mij hoe veilig en gezond te wonen, werken en recreëren’. Samen werken wij aan veiligheid. Wij zijn de Brandweer: vanuit een fijn­ mazig netwerk van 56 brandweerposten, met bijna 1300 vrijwillige brandweermensen en 120 beroeps-brandweermensen helpen wij dag en nacht bij brand, ongevallen, rampen en crises. Wij zijn de GHOR: we coördineren de geneeskundige hulpverlening bij rampen en crises. Wij zijn Crisisbeheersing: samen met de operationele diensten, met crisispartners en met gemeenten (bevolkingszorg) zorgen wij ervoor dat we zijn voorbereid op crises en wanneer deze zich voordoen dat ze adequaat worden aangepakt. Wij zijn Risicobeheersing: wij helpen inwoners, bedrijven en gemeenten om hun zelfredzaamheid te vergroten en goede vergunningen te kunnen verlenen en stimuleren veilig gedrag. We verzamelen, monitoren, analyseren en duiden data. Met deze informatie beoordelen we risico’s en we gebruiken die informatie bij onze voorlichting, advisering en bij het bestrijden van branden, ongevallen, rampen en crises. Met bijna 300 medewerkers voeren wij alle ondersteunende werkzaam­heden voor onze taken uit.

Zo oefenen wij al ons personeel en ons netwerk, we leiden mensen op, we kopen en onderhouden al ons materieel en materiaal en we voeren alle achterliggende administratie uit. We werken veelvuldig met allerlei partners samen, zoals: met onze gemeen­ ten, GGD, zorgpartners, waterschappen, andere veiligheidsregio’s (zoals met de vier andere veiligheidsregio’s in het oosten van het land in de Oost-5 samen­werking), Defensie, landelijke partners (zoals het NIPV, het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid) en ook met onze Duitse buren. Met daadkracht, deskundigheid, en passie -onze kernwaarden- geven wij zo samen met partners uitvoering aan onze missie: “Samen werken aan veiligheid”. We staan altijd paraat.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

5

MISSIE Samen werken aan veiligheid VNOG LEVERT

OPGAVEN - VNOG

GHOR Brand

Crisis

Ik heb hulp nodig!

Ongeval

• Beperkt en bestrijdt incidenten en rampen (Opgave 0) • Is vakbekwaam en deskundig (Opgave 2) • Werkt vanuit een sterke informatiepositie (Opgave 3)

Ramp

VNOG heeft • Een compacte en slagvaardige brandweer, GHOR en multi­disciplinaire crisisorganisatie. • Passend materieel met bijbehorend goed opgeleide en getrainde medewerkers. • Duidelijke informatie, die VNOG verzamelt, duidt en verspreidt waardoor zorg en hulp verbeteren.

VNOG LEVERT

OPGAVEN - VNOG

Veilig wonen

Veilig werken

• Voorkomt risico’s (Opgave 0) • Stimuleert zelfredzaamheid en risicobewust­zijn (Opgave 1) • Is deskundig (Opgave 2) • Werkt vanuit een sterke informatiepositie (Opgave 3)

Leer mij gevaar te voorkomen.

Veilig recreëren

Voorlichting

Risico-analyse / -duiding

Risicogerichte advisering

Data- en informatiesystemen

VNOG • Informeert en stimuleert inwoners, bedrijven en organisaties. • Biedt handelingsperspectief (wat kan ik zelf doen). • Verzamelt, duidt en verspreidt informatie.

Slagkracht

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

6

1.2. Regio in kenmerken en in beeld

Wij houden rekening met maatschappelijke ontwikkelingen. Een van deze ontwikkelingen is een toenemende druk op de zorg door een vergrijzende bevolking en noodzakelijke veranderingen in het toekomstig zorglandschap door een toenemende disbalans tussen zorgvraag en zorgaanbod. De zorgsector is met onder andere het Integraal Zorgakkoord in beweging gezet. Er is sprake van een toename van het toerisme in natuurgebieden. Daarnaast wordt ons gebied geconfronteerd met de gevolgen van de klimaatverandering in de vorm van een grotere kans op overstromingen en natuurbranden. De kans op infectieziekten, die zich in potentie kunnen ontwikkelen tot een pandemie, heeft zich met de uitbraak van het corona­ virus in 2020 daadwerkelijk voorgedaan. Ook moedwillig handelen, wat zich kan uiten in terrorisme, digitale verstoringen en ondermijning, draagt bij aan het veranderende risicobeeld. Deze aspecten zijn van invloed op onze taakuitoefening en spelen een belangrijke rol bij het inrichten van de organisatie. Ons risicoprofiel is leidend voor al onze activiteiten.

Met een oppervlak van 3.000 km2 en een inwonertal van 842.000 is de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland een van de grotere veiligheidsregio’s in Nederland. Het gebied kenmerkt zich door veel natuur (waaronder bos en heide op de Veluwe en in de Achterhoek, maar ook water), agrarisch- en recreatief gebied. Onze regio wordt doorkruist door meerdere transportassen over weg (A1/A18/A28/A50), water (IJssel en randmeren) en spoor. Het gebied van onze veiligheidsregio kent veel (grote) evenementen en recreatieparken. In de zomer verblijven circa 0,9 miljoen recreanten op de Veluwe en circa 0,5 miljoen in de Achterhoek. We liggen aan de grens met Duitsland en kennen veel zorgorganisaties, ook in de natuur. De regio telt verschillende risicovolle milieulocaties, waaronder circa tien Seveso-inrichtingen. Dit zijn bedrijven waar grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen aanwezig zijn boven een bepaalde drempelwaarde en die vallen onder de werking van de Omgevingswet, waarin de Europese Seveso 3-richtlijn is uitgewerkt.

Hattem

22 gemeenten

Oldebroek Elburg

Harderwijk

Heerde

3.000 km2 oppervlakte

Nunspeet

842.000 inwoners

Epe Ermelo

0,9 miljoen recreanten

Putten Voorst Apeldoorn

25% bos en heide

Lochem

1 regionaal vliegveld

Zutphen Brummen

Berkelland

4 snelwegen

Bronckhorst

15 categorie C-evenementen Oost Gelre

Kenschets gebied VNOG

Winterswijk

Doetinchem Montferland

5 ziekenhuizen

Aalten Oude IJsselstreek

400 huisartsen

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

7

1.3. Organogram De ambtelijke organisatie van VNOG is belast met het uitvoeren van de taken en werkzaamheden die door de wet en het bestuur aan haar zijn opgedragen. Onze organisatie is opgebouwd vanuit de principes van een lijnorganisatie: taken zijn opgedeeld in logische, bij elkaar horende afdelingen waarbij elke medewerker in zijn of haar basiswerkzaamheden wordt aangestuurd door een leidinggevende. Uitzondering hierop is de algemeen directeur, die direct verantwoording aflegt aan het bestuur.

De leidinggevenden maken bij de uitoefening van hun taak gebruik van de bevoegdheden die zij daarvoor van het bestuur, rechtstreeks danwel via de algemeen directeur, ontvangen. De effectiviteit van de besluitvorming wordt versterkt vanuit het principe, dat de bevoegdheden zo decentraal als mogelijk en zo centraal als nodig in de organisatie worden belegd.

Algemeen directeur Regionaal commandant

Directeur Publieke Gezondheid Meldkamer MKON-MKBM

Staf

PIOFACH

Bedrijfsvoering

Brandweerzorg

Risico- en Crisisbeheersing

Beleid

Staf Brandweerzorg

Omgevingsveiligheid

Communicatie

District Veluwe

Brandveiligheid West

Vastgoed, Services en Projecten

District Midden

Brandveiligheid Oost

District Achterhoek Noord

Crisisbeheersing

HRM Informatie Middelen

District Achterhoek Zuid M&L West M&L Oost

GHOR

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

2. TRENDS EN ONTWIKKELINGEN 2.1. ‘VNOG in de wereld’ Ontwikkelingen a Het risicoprofiel verandert komende jaren door klimaatverandering, de energietransitie, demografie, sociale verhoudingen, data en technologieën en langdurige crises. Nieuwe risico’s en typen crises vragen om een andere inzet van VNOG als brandweer, GHOR en crisisorganisatie, samen met partners. In het regionaal risicoprofiel is dit beschouwd. b Er wordt steeds meer naar veiligheidsregio’s gekeken o.a. bij langduriger crises. De regio’s moeten zich hierop voorbereiden, met getrainde medewerkers, bredere functies en flexibele organisatievormen, sterke informatiepositie en goede informatieverbinding op (inter)regionaal en landelijk niveau1. c Landelijke en wereldwijde omstandigheden hebben invloed op de uit­voering van taken, zoals gestegen prijzen door schaarste (en daardoor meerkosten), het onderzoek naar de toekomst van de inrichting van het vrijwillige brandweerbestel en crisisbeheersing in de zorg die in beweging is. d Toenemende geopolitieke dreiging, en daarmee een toenemend risico op een grootschalige bovenregionale of internationale crisis, vragen om het versterken van een weerbare samenleving. VNOG werkt samen met de andere veiligheidsregio’s en het Rijk aan een nationaal programma. e Er is sprake van maatschappelijke ontwikkelingen die aandacht voor (brand)veiligheid zeer noodzakelijk maken.

In combinatie met een terugtredende overheid, aandacht voor prestatieverbetering van de overheid en behoefte aan nieuwe risicogerichte (advies)vaardigheden van de veiligheidsregio’s. 1 Het Rijk faciliteert sinds 2023 een versterking van de crisisbeheersing en informatiepositie door een stapsgewijze substantiële ophoging van de rijksbijdrage (BDuR) aan de veiligheids­ regio’s.

8

Het versterken van de democratische legitimatie voor het optreden van veiligheidsregio’s is belangrijk, zeker nu in algemene zin het vertrouwen van de burger in de overheid onder druk staat. Gemeenten en andere belanghebbenden vragen om goede informatie en verantwoording en willen betrokken worden. De verhouding tussen het Rijk en de veiligheidsregio’s wordt mede bij de komende update van de Wet veiligheidsregio’s (naar aanleiding van de wetsevaluatie) herijkt. g  Samenwerking is en blijft belangrijk: met de gemeenten en keten­ partners, GGD, bovenregionaal (Oost-5)2, nationaal (NIPV, Nederlands Instituut Publieke Veiligheid) en internationaal (Duitsland). Crises beperken zich immers niet tot bestuurlijke grenzen; langduriger crises al helemaal niet. h Technologische ontwikkelingen en technologische innovaties bieden kansen, zoals gebruik van business intelligence en AI. De afhankelijkheid van technologie is echter evenzeer een risico (storing of crimineel gebruik). De governance op I(C)T moet (bovenregionaal) versterkt worden, zeker als de veiligheidsregio’s op termijn tot de ‘vitale infra­ structuur’ gerekend gaan worden. i De arbeidsmarkt is krap, in het bijzonder voor professionals in de (informatie)technologie. Duurzame inzetbaarheid van medewerkers is en blijft een belangrijk thema.

Dus meer accent op maatwerk, persoonlijke ontwikkeling en nieuwe innovatieve vormen van opleiding en training. Voor de brandweer speelt het thema “Toekomstbestendige Brandweer”. Specifieke uitdagingen zijn het verloop onder vrijwillig personeel, het bekwaam houden van personeel en het borgen van kennis. j Veiligheidsregio’s ontwikkelen expertise op eigen (passende) thema’s (bijv. vanwege haar risicoprofiel) en delen hun opgedane kennis en ervaring landelijk. f

2 Oost-5 is de samenwerking tussen de vijf veiligheidsregio’s in Gelderland en Overijssel. O.a. hebben zij samen de verantwoordelijkheid voor een onderdeel van Meldkamer Oost-Nederland. Op vele terreinen wordt in Oost-5 samen-gewerkt.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

k I nnovatie in brede zin is een belangrijk thema. Overal in VNOG wordt geïnnoveerd zoals rondom scenariodenken, informatie, samenwerkingen (bijv. met startups), inzet van gedragswetenschap, nieuw materieel en inzettechnieken (bijv. drones). Deze lijn zetten we voort en versterken we. l  Duurzaamheid: we staan voor een grote opgave voor de leefbaarheid op onze planeet. VNOG volgt de landelijke eisen en zet, binnen (financiële) kaders, een stap verder. Denk aan een andere manier van (realistisch) oefenen voor de brandweer: minder gebruik van (vervuilende) materialen, waar mogelijk meer virtueel oefenen. m Wetgeving gaat veranderen / is recent veranderd: o.a. Wet veiligheids­ regio’s, Omgevingswet, Energiewet, Wijziging Wet publieke gezondheid, Nieuwe inrichting vrijwillig brandweerbestel, veranderende financiële wetgeving, Verzamelwet gegevensbescherming, etc.

9

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

10

2.2. Risico’s en risicodiagram

REGIONAAL RISICOPROFIEL 2025-2028

Het regionaal risicoprofiel en het regionaal beleidsplan zijn samenwerkende documenten. Het regionaal risicoprofiel geeft het risicobeeld van onze regio weer aan de hand van de vragen: 1. Wat kan ons overkomen? En 2. Hoe erg is dat?

Catastrofaal Ziektegolf - Pandemie

Het regionaal risicoprofiel omvat een overzicht van de aanwezige risicovolle situaties en de soorten incidenten die zich kunnen voordoen in de regio. Het gaat hierbij om risico’s op rampen, crisis of grote branden, waardoor maatschappelijk ontwrichtende effecten op vitale belangen optreden en een gecoördineerd optreden van de crisisorganisatie noodzakelijk is.

In de Rijksbrede Risicoanalyse zijn op landelijk niveau exceptionele risico’s in beeld gebracht. Dit zijn dreigingen die onze samenleving kunnen ontwrichten. Deze risico’s vergen een landelijke en/of bovenregionale voorbereiding, waarbij wij in afstemming met betrokken partijen onze rol pakken. Uiteraard bereiden de kolommen zich ook voor op dagelijkse incidenten die niet leiden tot ernstige ontwrichting op vitale belangen of een gecoördineerd optreden vereisen.

Dierziekten

Landurige hitte en droogte

Overstromingen

Impact

De herziening voor 2025-2028 heeft plaatsgevonden met vertegen­woor­ digers van hulpdiensten, gemeenten (bevolkingszorg) en crisispartners. Hierbij is gebruik gemaakt van landelijke handreikingen, landelijk geduide risico’s en de laatste inzichten zoals trends en ontwikkelingen. De opvallendste wijzigingen in het risicobeeld zijn gerelateerd aan de klimaatveranderingen en onrust in de samenleving. Ook is voor een aantal risico’s gebruik gemaakt van een moderner scenario zoals een energieneutrale woning met verminderd zelfredzamen en een cyberaanval op een gemeente.

Ziektegolf - Epidemie Zeer ernstig

Ernstig

Treinongeval met brandbare stoffen

Natuurbranden Paniek in menigten

Verstoring openbare orde Extreem weer

Cyberaanval bij gemeente

Verstoring elektriciteitsvoorziening Aanzienlijk

Verstoring drinkwatervoorziening

Brand in gebouw met kwetsbare Brand in doelgroepen dichte binnenstad

Brand in opslag met Li-ion accu's

Brand in energieneutrale woning

bedrijfsongeval met brandbare vloeistof Beperkt

Verstoring telecommunicatie en ICT

Zeer onwaarschijnlijk

Onwaarschijnlijk

Mogelijk

Waarschijnlijkheid

Waarschijnlijk

Zeer waarschijnlijk

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

Zorgrisicoprofiel VNOG In aanvulling op het regionaal risicoprofiel heeft onze GHOR een zorgrisicoprofiel VNOG opgesteld. Dit identificeert en beschrijft de meest aannemelijke risico’s voor de continuïteit van spoedeisende medische hulpverlening en publieke geneeskundige gezondheidszorg. De basis van het zorgrisicoprofiel wordt gevormd door de crisistypen uit het regionaal risicoprofiel. Die zijn geëvalueerd door zorgorganisaties binnen VNOG op basis van waarschijnlijkheid, impact op de zorgorganisatie en effect op de keten. Daarbij hebben we ook goed gekeken naar lokale en landelijke ontwikkelingen (zie ook paragraaf 2.1.). Met name de volgende crisistypen worden als een groot tot zeer groot risico voor zorgorganisaties aangemerkt: bedreiging volksgezondheid en ziektegolf, verstoringen ICT en telecommunicatie, uitval van energievoorziening, en klimatologische extremen zoals hitte en droogte.

11

Het zorgrisicoprofiel dient als eerste stap om de risico’s en knelpunten die de zorgcontinuïteit bedreigen te analyseren en te prioriteren. De geïdentificeerde risico’s worden vertaald naar concrete acties om de zorgcontinuïteit te waarborgen. Met het zorgrisicoprofiel gaan wij opgavengericht in op de risico’s ten aanzien van medische hulpverlening en zorgcontinuïteit verder uit te diepen. Het regionaal risicoprofiel en zorgrisicoprofiel zijn nauwkeurig op elkaar afgestemd. Ze sluiten op een cyclische wijze op elkaar aan. Het Zorgrisico­ profiel fungeert als een brug tussen het regionaal risicoprofiel en de geneeskundige keten, waarbij wij in samenwerking met zorginstellingen en -aanbieders de relevantie van de geneeskundige keten verhelderen richting onze veiligheidspartners en het algemeen bestuur.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

3. WAAR GAAN WE VOOR: BELEIDSDOELSTELLINGEN 2025-2028 3.1. Inleiding Onze reguliere taken binnen de vijf Opgaven beschrijven wij hier­ onder. Binnen deze Opgaven hebben we zes speerpunten benoemd met extra ambities. In paragraaf 3.2. zijn deze uitgewerkt. Bij twee speerpunten willen wij excelleren. Op die punten willen wij, vanuit een toonaangevende positie in Nederland, onze opgebouwde expertise uitbreiden en met partners delen. De acties die in de speerpunten worden genoemd zijn in bijlage 3 op hoofdlijnen nader beschreven. Waar nodig worden de acties verder geconcretiseerd en uitgewerkt, in afstemming met partners. Besluitvorming daarover volgt de komende jaren. Wij zetten onze middelen slim in en door samenwerking binnen en buiten de regio, Oost-5 én landelijk, maken we handig gebruik van ervaringen elders.

12

Reguliere taken op de Opgaven Wij voeren de volgende reguliere taken uit op onze Opgaven: Opgave 0 Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en (langdurige) crises Onze afdeling Brandweerzorg staat altijd paraat om incidenten af te handelen. We hebben een compacte en slagvaardige brandweer in een fijnmazig netwerk, met vakbekwame medewerkers, passend en betrouwbaar materieel en goede logistiek. Onze afdeling Risico- & Crisisbeheersing voorziet bij incidenten, rampen en crises in de crisisorganisatie die flexibel, slagvaardig en resultaatgericht optreedt. De gestegen rijksbijdrage vanaf 2023 geeft een impuls ten behoeve van de kwaliteit en flexibiliteit van crisisbeheersing en informatievoorziening. Onze GHOR is een netwerk­ organisatie en coördineert de geneeskundige zorg bij incidenten, rampen en crises. De GHOR draagt bij aan de voorbereiding van de geneeskundige hulpverleningsorganisatie. Dit vereist veel afstemming met ketenpartners uit de zorgsector, met de gemeenten en andere diensten, onder regie van het openbaar bestuur. Opgave 1 Zelfredzaam & risicobewust Onze afdelingen Risico- & Crisisbeheersing en de GHOR zijn primair met deze opgave bezig. VNOG stimuleert inwoners, instellingen en bedrijven tot zelf- en samenredzaamheid en het nemen van eigen verantwoordelijkheid bij incidenten, rampen en crisis en het voorkomen daarvan.

VNOG informeert inwoners en bezoekers over risico’s en biedt handelingsperspectieven (als incidenten zich voordoen, maar ook om risico’s te voorkomen). In onze advisering richten wij ons op de grootste risico’s in onze regio, met als basis het regionaal risicoprofiel. Dit risicogerichte werken, werkt door in al onze processen, waaronder de advisering aan gemeenten, bedrijven/instellingen en ketenpartners. In bijlage 1, over onze wettelijkeen niet-wettelijke adviesrol, lichten wij dit toe. Op basis van een gedegen informatiepositie en analyse bepalen wij waar deze risico’s zich bevinden en op welke wijze invloed uitgeoefend kan worden op de mate van veiligheid.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

Opgave 2 Vakbekwaam & deskundig Alle afdelingen van VNOG zijn bij deze opgave betrokken. Met de inspanningen voor vakbekwaamheid borgen wij de kwaliteit van onze mensen binnen brandweer, crisisbeheersing en GHOR. Tal van ontwikkelingen vragen extra aandacht voor de vakbekwaamheid van de brandweer (zoals klimaatverandering). De impuls uit de rijksbijdrage versterkt de vakbekwaamheid van de crisisorganisatie.

13

Opgave 3 Sterke informatiepositie Alle afdelingen van VNOG zijn bij deze opgave betrokken. We werken vanuit een sterke informatiepositie. Door het verzamelen, monitoren, analyseren, duiden en verspreiden van duidelijke informatie worden veiligheid en ons optreden verbeterd, zowel in de koude als in de warme fase (link met Opgave 0). Inwoners weten waar relevante informatie te vinden en wat zij zelf kunnen doen (link met Opgave 1). Ook de interne informatievoorziening is van belang, inclusief informatie, verantwoording en communicatie naar onze partners. De extra rijksbijdrage betekent een impuls op deze opgave. Opgave 4 Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde) Deze Opgave is een randvoorwaarde die voor alle afdelingen geldt. De afdeling Bedrijfsvoering ondersteunt hierin met diverse diensten, zoals financiën, communicatie, inkoop, HRM en informatie.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

“

CRISISBEHEERSING

“We moeten ons voorbereiden op steeds complexer wordende crises, dat vraagt flexibiliteit en veerkracht van onze mensen. Zowel binnen VNOG als de mensen die zich vanuit gemeenten bezighouden met crisisbeheersing.” Gerben Karssenberg, coördinerend gemeentesecretaris

14

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

3.2. Speerpunten Speerpunt 1. Crisisbeheersing Wat willen we bereiken Wij streven naar een kwalitatief hoogwaardige crisisorganisatie die voorbereid is op de toekomst. Het prepareren en faciliteren hiervan vindt plaats onder regie van de teams crisisbeheersing en GHOR. Bij flitsincidenten en rampen treedt de crisisorganisatie slagvaardig op. Daarnaast versterken wij onze crisisorganisatie om adequaat in te kunnen spelen op de ontwikkeling naar nieuwe typen crises die complex en langdurig van aard zijn en die zich steeds vaker tegelijkertijd voordoen (stapeling van crises). Wij willen zo georganiseerd zijn dat wij flexibel in kunnen spelen op ieder type incident, ramp of crisis. Daarbij wordt gewerkt vanuit een stevige 24/7 informatiepositie t.a.v. risico’s, rampen en (dreigende) crises, die de crisisbesluitvorming ondersteunt. Het team crisisbeheersing is in staat om de landelijke uitdagingen op te pakken en speelt een actieve rol in de samenwerking in Oost-5. Wat gaan we doen om daar te komen • Versterken preparatie crisisbeheersing Inspanningen van publieke en private crisispartners op het gebied van risico-inventarisatie, analyse en planvorming worden geharmoniseerd. Daarbij ligt de focus op de crisistypen uit ons regionaal risicoprofiel en de daarin gesignaleerde trends en ontwikkelingen zoals de klimaat­ verandering en de energietransitie.

15

• Verhogen vakbekwaamheid crisisfunctionarissen Flexibiliteit en improvisatievermogen zijn competenties die nodig zijn om in te kunnen spelen op de nieuwe risico’s. Functionarissen zijn zelf verantwoordelijk voor het op pijl houden van de eigen vakbekwaamheid. De veiligheidsregio faciliteert en ondersteunt o.a. door het aanbieden van digitale leeromgevingen en specifieke trainingen zoals scenario denken. Belangrijk focuspunt is het trainen van de deelnemers van crisisteams in multidisciplinaire samenwerking onder (tijds)druk. Crisisbeheersing registreert de vakbekwaamheid in een managementsysteem. • Samenwerken in het netwerk Netwerkmanagement wordt als belangrijke pijler van de professie van risico- en crisisbeheersing verder vormgegeven, waarbij duidelijk wordt voor welke zaken de regio als netwerkplatform kan fungeren. We leveren een bijdrage aan landelijk crisis- en informatiemanagement en versterken de samenwerking met Duitsland op het gebied van crisisbeheersing. • Organiseren slagkracht bij langdurige crises Het team crisisbeheersing levert een deskundige en solide basis voor langdurige crises. De robuustheid wordt georganiseerd door een nog op te richten flexibele schil. Deze flexibele schil bestaat in eerste instantie uit collega-VNOG’ers.

Daarnaast wordt naar gelang de crisis-specifieke expertise ingehuurd en is een noodfonds crisisbeheersing om waar nodig uit te kunnen putten. • Versterken processen Bevolkingszorg en Crisiscommunicatie De behoefte aan doorontwikkeling en professionalisering van Bevolkings­ zorg en Crisiscommunicatie wordt wettelijk gedefinieerd. Landelijk is een uniform kwaliteitsniveau Bevolkingszorg ingevoerd. De gemeenten binnen VNOG kijken hierbij nadrukkelijk naar ons om hier regie op te voeren. • Samen optrekken Ook voor de GHOR betekent de toenemende complexiteit van crises een uitdaging. We trekken dan ook daar waar mogelijk organisatiebreed gezamenlijk op om processen eenduidig in te richten. De kennis en ervaring die bij VNOG aanwezig is, wordt ingezet om ook de nafase te onder­steunen.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

16

“

GRENSOVERSTIJGENDE SAMENWERKING “De Nederlands-Duitse samenwerking op het gebied van crisisbeheersing is structureel en gebaseerd op vertrouwen. De komende jaren zullen wij de systemen slim aan elkaar koppelen.“ Dr. Elisabeth Schwenzow, Lid van het bestuur van het Kreis Borken

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

Speerpunt 2. Grensoverstijgende samenwerking Wat willen we bereiken Grensoverstijgende samenwerking is voor ons altijd al van belang geweest, omdat incidenten en crises natuurlijk niet ophouden bij de grens en VNOG een groot grensgebied met Duitsland heeft. Al jaren bestaat er een intensieve samenwerking. Deze samenwerking geven wij een verdere impuls. In de afgelopen jaren is namelijk het belang van een goede samenwerking, coördinatie, afstemming en kennis van elkaars structuren, werkwijzen en cultuur nog meer op de voorgrond komen te staan. Niet in de laatste plaats doordat de langdurige en verstrekkende gevolgen van bijvoorbeeld de coronacrisis en alle daaruit voortvloeiende onverwachte effecten en problemen ons hebben geleerd dat grensoverstijgende samenwerking niet vanzelf gaat of een vanzelfsprekendheid is. Daarnaast is de interregionale samenwerking in Oost-5 verband een belangrijk thema binnen VNOG. Ook op de schaal van Oost-5 werken we al jaren intensief samen; dit breiden we verder uit en intensiveren we. Wat gaan we doen om daar te komen • Werkwijzen, plannen, convenanten VNOG heeft een groot grensgebied met Duitsland en de gevolgen van een opgeschaalde situatie maakt het nodig dat we elkaar goed kennen, elkaars structuren begrijpen en operationele uitvoering goed met elkaar afstemmen.

Daarvoor zijn al veel zaken ingericht maar nog onvoldoende in werkwijzen en plannen vastgelegd. Dat gaan we regelen en maakt onderdeel uit van de samenwerking binnen o.a. ERMWIC 3 en het convenant met Kreis Borken en Veiligheidsregio Twente.

17

• Bestuurlijk overleg Bestuurders weten elkaar te vinden, maar nog te weinig in gezamenlijkheid met alle betrokkenen binnen het veiligheidsdomein. Dat zou een veel structureler en regulier karakter moeten krijgen met een vaste agenda. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor betrokken (crisis)functionarissen. • Informatie uitwisselen en gezamenlijk optrekken Het uitwisselen van informatie, scenariodenken, snelheid van opschaling, maar ook afstemming van expertise, voertuigen, inzetten kan nog ver­ beteren. Het nadenken over toekomstscenario’s zou in gezamenlijkheid moeten plaatsvinden. • Bovenregionale samenwerking en met kolommen en partners Naast ons buurland hebben we natuurlijk ook onze veiligheidsregio-buren en de andere hulpdiensten (politie, ambulance) en partners (bijv. GGD, ministeries). Ook op dit terrein willen we de samenwerking (bijv. op Oost-5 niveau en met Flevoland) nog verder versterken. We willen op uitvoerend niveau, maar ook bestuurlijk niveau, steeds verdere samenwerking zoeken. Nieuwe ontwikkelingen en innovaties willen we eigenlijk alleen nog maar in gezamenlijkheid doen en we willen kennis en kunde nog meer uitwisselen. Een mooi voorbeeld hiervan is de natuurbrandbeheersing (zie speerpunt 5) waarbij we samenwerken met de andere Gelderse veiligheidsregio’s (VRGZ en VGGM) en de provincie.

3 ERMWIC staat voor ‘Euregionale Rijn-Maas-Waal Incidentbestrijding en Crisisbeheersing’. Het is een samenwerking tussen aan de Nederlandse kant Veiligheidsregio Limburg-Noord (leadpartner), Veiligheidsregio Gelderland-Zuid, Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland en aan Duitse kant de Bezirksregierung Düsseldorf, Kreis Viersen en Kreis Kleve. Het project is gestart in 2023 en gaat zich met name richten op het versterken van de internationale samenwerking op het gebied van brandbestrijding, hulpverlening, ambulancehulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing in het stroomgebied Rijn-Maas-Waal. De Europese subsidieregeling INTERREG VI ondersteunt ERMWIC financieel samen met de co-financierders provincie Limburg, provincie Gelderland en de deelstaat Nordrhein-Westfalen gedurende de looptijd van vier jaar.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

18

“

INFORMATIEVOORZIENING “Vanuit de visie ‘Oost-NL in verbinding’ spelen we als politie samen met onze partners in op de veranderende behoeften van de samenleving. We zien daarbij dat de digitale component binnen alle veiligheidsthema’s een steeds belangrijkere positie heeft. Het spreekt voor zich dat wij als één overheid relevante informatie met elkaar delen. “ Saman Hassan, sectorhoofd politie district Noord- en Oost-Gelderland

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

Speerpunt 3. Informatievoorziening Wat willen we bereiken We brengen op een (cyber)veilige manier informatie bij elkaar, duiden deze en stellen die beschikbaar aan medewerkers, partners en de omgeving, in de juiste vorm, op het juiste moment. VNOG trekt daarbij op met strategische partners in de regio, interregionaal, nationaal en internationaal. Wat gaan we doen om daar te komen • Steeds het schaalniveau afwegen VNOG besluit steeds bewust welke informatievoorziening zelf wordt ontwikkeld (eigen expertise, vooroplopen en/of snelle slagen willen gaan maken), welke beter in gezamenlijkheid met partners kan of dat we het uitbesteden. Robuuste samenwerking met de partners in Oost-5 ligt vaak voor de hand, omdat er ook een gezamenlijke meldkamer is met Oost-5. In sommige gevallen moet er landelijk worden opgetrokken onder regie van het Rijk. • Informatie gestuurd werken We werken informatie gestuurd. De afdelingen hebben hun eerste analyses en dashboards gerealiseerd en in gebruik genomen. Dit wordt de komende jaren verder uitgebouwd. Hierbij wordt het principe gehanteerd dat er gebruik gemaakt wordt van centrale, goed beheerde data voor­ zieningen, gecombineerd met externe bronnen. De komende jaren ligt de focus op een beter beheer en ontsluiting van deze voorzieningen, zowel intern als richting ketenpartners.

19

• Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) VNOG versterkt het VIK voor informatiesturing bij onszelf en onze crisis­ partners. Er is een continu en actueel risicobeeld beschikbaar, dat geduid wordt ten behoeve van (bestuurlijke) besluitvorming en operationeel handelen. Ons regionale VIK hangt samen met de ontwikkeling van Informatiegestuurde Veiligheid Oost-5 ten behoeve van de landelijke voorziening KCR2. • Data bij inzetten gebruiken De Brandweer, GHOR en Crisisbeheersing maken steeds meer gebruik van real-time data bij inzetten (bijv. sensoren, drones, info uit publiek). Een virtuele assistent komt beschikbaar om informatie over de omgeving bij een crisis snel te ontsluiten, inclusief lessen uit het verleden bij een vergelijkbare crisis in Nederland, om in de warme fase te kunnen toepassen. Daarnaast zijn er ook partners die waardevolle informatie voor een inzet kunnen hebben (bijvoorbeeld de Politie, gemeenten of de omgevingsdiensten), die om redenen niet altijd met ons gedeeld kan worden. • Internationale informatie-uitwisseling VNOG heeft de opschaling/informatie-uitwisseling met het buitenland (Duitsland) verder ingericht. In Duitsland is de meldkamer kleinschaliger georganiseerd dan in Nederland. Dit vraagt om flexibiliteit in onze eigen meldkamer, werkprocessen en inrichting.

• Cyberweerbaarheid/informatieveiligheid VNOG participeert in landelijk programma Informatieveiligheid, waaronder de inrichting van een sectorale SOC/CERT (beveiligingssystemen/-teams). • Vaardigheden medewerkers De medewerkers hebben dusdanige informatievaardigheden opgebouwd dat zij flexibel mee kunnen komen met de nieuwe technologieën. Men weet van wetgeving (privacy) en beveiliging. Er worden bewuste, ethische afwegingen gemaakt bij introductie van nieuwe technologieën.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

20

“

ARBEIDSMARKT “VNOG heeft ons niet alleen een goede start na onze studies geboden, maar is ook een veelzijdige omgeving waar we volop ruimte hebben gekregen om onszelf te ontwikkelen en nieuwe dingen te ontdekken.” Leonie Segers en Janine Brand Managementsecretaris en procesregisseur multidisciplinaire processen

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

Speerpunt 4. Arbeidsmarkt Wat willen we bereiken VNOG is dé werkgever voor mensen die willen werken met maatschappe­ lijke impact op het gebied van veiligheid. Ons werk is interessant en doet ertoe, de collega’s zijn deskundig, betrokken en bevlogen, de werksfeer is prettig en veilig. We stimuleren dat medewerkers hun talenten kunnen ontwikkelen en blijvend kunnen werken aan hun vakkennis en vaar­dig­ heden. De cultuur is eerlijk, kritisch en open naar elkaar, op alle niveaus. Het personeelsbestand is een weerspiegeling van de samen­leving. Wat gaan we doen om daar te komen • Strategische personeelsplanning We voorzien een grotere uitstroom van het kantoorpersoneel door pensioneringen vanaf het laatste jaar van dit beleidsplan. Daar gaan we nu actie op ondernemen. VNOG heeft de komende uitstroom aan kennis, vaardigheden, beschikbare en benodigde (toekomstige) competenties scherp. Functies worden flexibeler. Daarbij hebben we ons vrijwilligersbestand ook in beeld. Door interessante content en via voorlichting/demonstraties proberen we niet alleen de actief zoekenden te enthousiasmeren om bij ons te komen. Voor de brandweer kennen we de gewenste en daadwerkelijke poststerkte, de leeftijdsopbouw en zijn we voorbereid op de (komende) uitstroom. Op basis daarvan gaan we werven. We zien de tendens dat vrijwilligers korter blijven, terwijl de opleiding lang duurt.

We zetten ons landelijk in om de opleiding compacter te krijgen, met mogelijkheden voor differentiatie in opleidingsduur en taken. • Werken bij VNOG: secundaire voorwaarden Potentiële nieuwe medewerkers kijken niet (alleen) naar beloning, maar ook en vooral naar secundaire voorwaarden. Medewerkers bij VNOG kunnen zelf keuzes maken, bijv. via het IKB (Individueel Keuze Budget), voor scholing, ontwikkeling en eventueel gericht op doorstroming.

21

• Diversiteit We streven naar meer diversiteit. We gaan langs bij scholen om studenten te informeren over de inhoud van ons werk. In onze publicaties weerspiegelen we dat we werkgever voor iedereen (willen) zijn. We maken gebruik van de ervaringen van bijv. de politie op dit punt. • Verbinding met de naaste partners en onderwijsinstellingen We zoeken de verbinding met onze directe partners: gemeenten, GGD en collega veiligheidsregio’s (alliantie). We kijken of we hun traineeprogramma’s ook kunnen invoeren of hierop kunnen meeliften. Waar mogelijk delen we zeldzame/specialistische functies samen, om de kwetsbaarheid te verkleinen. We onderzoeken of bepaalde generieke taken wellicht gezamenlijk kunnen worden ingericht. Verder kijken we naar mogelijkheden om geregeld functionarissen uit te wisselen met onze partners, voor meer onderling inzicht en begrip. We zoeken ook naar meer bestuurlijke samenwerking. Er zijn regelmatig stagiairs actief en de link met de opleidingsinstellingen is intensief. Stagiairs en ervaren collega’s willen van elkaar leren. • Duurzame inzetbaarheid/vitaliteit, leiderschapsontwikkeling en veilige werkomgeving Vanwege duurzame inzetbaarheid heeft de leidinggevende aandacht voor de medewerker: thuissituatie, loopbaanfase, levensfase en werk en daar spreken zij regelmatig over.

Voor de leidinggevenden is er doorlopend aandacht voor hun leiderschapscompetenties en ontwikkeling daarvan. Dat begint bij aanstelling met een assessment, waarvan de rapportage gedurende de loopbaan wordt ingezet voor verdere ontwikkeling. VNOG staat voor een fysiek, mentaal en sociaal veilige werkomgeving. Dat vinden we belangrijk, stimuleren we en dat dragen we uit. Voor nieuwe medewerkers is het fijn om te kunnen kiezen voor een werkgever die daar doorlopend oog voor heeft.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

22

“

NATUURBRANDBEHEERSING “We moeten nu de versnelling inzetten om onbeheersbare natuurbranden te voor­ komen, gelukkig wordt de samenwerking met onze belangrijkste partners zoals provincie, ministeries, gemeenten en grondeigenaren voor preventieve acties steeds beter.” Klaas Noorland, regisseur Natuurbrand

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

Speerpunt 5. Natuurbranden beheersen en bestrijden (excelleren) Wat willen we bereiken Natuurbrandbeheersing is een actueel, urgent en prominent onderwerp en wordt dat steeds meer, ook gelet op de klimaatverandering. We willen samen met partners werken aan het voorkomen, beperken en bestrijden van (onbeheersbare) natuurbranden. Naast de veiligheid voor mensen is aandacht voor bescherming van natuurwaarden en continuïteit in vitale infrastructuur van noodzakelijk belang om maatschappelijke ontwrichting en grote economische schade te voorkomen. Dit is een thema dat binnen de verantwoordelijkheid van vele partijen valt (lokaal, regionaal, provinciaal en nationaal, publiek en privaat) en alleen samen kunnen we het oppakken. VNOG staat middenin het netwerk en spreekt anderen aan op hun verantwoordelijkheid. VNOG investeert in samenwerkingen en wil leren van anderen en zich blijven ontwikkelen. We hebben op dit moment een specialisme als het gaat om de natuurbrandbestrijding en -beheersing. Dat is ook nodig, gelet op de Veluwe (grootste aaneen­ gesloten natuurgebied van Nederland) die zich grotendeels in VNOG bevindt en de vele kleinere natuurgebieden in de Achterhoek. Om die reden is dit onderwerp voor ons belangrijk en zijn we het aan onze stand verplicht om op natuurbrandbeheersing onze verantwoordelijkheid te nemen (te excelleren).

Wij willen kennis en expertise delen en gezamenlijk met partners optrekken4.

4 Begin 2024 is een twee jaar durende versnelling voor de gebiedsgerichte aanpak natuurbrandbeheersing voor risicovolle objecten en locaties gestart. Dit is een samenwerking van de veiligheidsregio’s Gelderland-Zuid, Gelderland-Midden en VNOG, de provincie en de gemeenten. Dit speerpunt gaat onder andere hierop verder.

23

Wat gaan we doen om daar te komen • Voorbereid zijn op natuurbranden Provincie, gemeenten, veiligheidsregio’s, inwoners, recreanten en gebruikers van natuurgebieden zijn voorbereid op (onbeheersbare) natuurbranden en de impact ervan. Daartoe versterken we het bestuurlijk inzicht en handelingsperspectief voor integrale natuurbrandbeheersing en verhogen we de bewustwording bij gebruikersgroepen (natuur, infra, recreatie, zorg, wonen en werken) op het gebied van gewenste handeling en gedrag in en nabij natuur. • Een gecoördineerde, afgestemde en structurele aanpak van natuurbrandrisico’s Met deze aanpak worden samen met partners de natuurbrandrisico’s in de regio acceptabel gehouden en (onbeheersbare) natuurbranden zo veel mogelijk beperkt. We zorgen, samen met partners, voor monitoring van de realisatie van maatregelen vanuit de gebiedsgerichte aanpak. En we bereiden een effectieve beheersing van natuurbranden voor, door optimalisatie van bereikbaarheid, berijdbaarheid en bestrijdbaarheid. • Natuurbranden effectief bestrijden En als er dan toch een natuurbrand ontstaat, dan hebben we goed materieel en materiaal, goed gepositioneerd op strategische posities (optimalisatie slagkracht door efficiënt gebruik).

We hebben de informatie­ positie verbeterd door toepassing van innovatieve technieken op het gebied van detectie en technieken voor snelle en slimme beeldvorming wat bijdraagt aan adequate alarmering en bestrijding (zie ook speerpunt 3) en hebben onze mensen goed opgeleid en geoefend (optimalisatie vakbekwaamheid). De crisisbeheersingsorganisatie van alle kolommen is geoptimaliseerd. • VNOG wordt gezien als autoriteit We willen meewerken en inhoudelijk bijdragen aan het oprichten van een landelijk kennis- en expertisecentrum, van waaruit de samenwerkende partners de opgedane kennis en ervaringen beschikbaar kunnen stellen aan het hele land.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

24

“

RISICOBEWUSTZIJN EN VEILIG GEDRAG “Gedragspsychologie is een opkomend specialisme, dat zich snel ontwikkelt. Ik ontwikkel dit graag mee met mijn collega’s uit het land. Het blijft intrigerend hoe gedrag werkt en hoe je veilig gedrag kan stimuleren.“ Leonie Webbink, procesregisseur gedrag en veilige leefomgeving

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

Speerpunt 6. Risicobewustzijn en Veilig Gedrag (excelleren) Wat willen we bereiken Met behulp van innovatieve risico- en crisiscommunicatie en gedrags­ interventies hebben we invloed op de manier waarop mensen zich gedragen en hoe mensen zichzelf en (samen) kunnen redden. De afge­ lopen jaren zijn goede resultaten behaald met doelgroep- en risico­ gerichte gedragsinterventies (met name voor brand). We zijn trots op het werk dat wij hiervoor verzetten en de resultaten die wij behalen. VNOG is momenteel koploper in het land binnen dit aandachtsveld. Dit betekent dat wij steeds betere gedragsinterventies ontwikkelen die gestoeld zijn op gedragswetenschappelijke methodes, toonaangevend zijn/blijven en een deskundige gedragsadviseur zijn voor regionale en gemeentelijke gedragsvraagstukken. VNOG wil deze koppositie behouden door haar expertise bij te houden en verder uit te bouwen, nu ook meer naar multidisciplinaire risico’s. Zeker omdat wij toewerken naar een veerkrachtige en weerbare samenleving. VNOG wil haar kennis en expertise delen en hierin excelleren. Wat gaan we doen om daar te komen • Effectieve gedragsinterventies inzetten door verdieping van het huidige werk op basis van het regionaal risicoprofiel. Op basis van meer en verdiepende data kunnen gerichtere campagnes en activiteiten worden ontwikkeld, wat het effect op gedrag vergroot.

Ook geeft data meer inzicht in multi-veiligheidsthema’s. Wij verzamelen data uit het (regionaal) gedragsonderzoek waar verdiepende analyses op worden uitgevoerd en ontsluiten data ook uit andere bronnen. Er vindt daarbij ook effectmeting plaats: VNOG kan (beter) aantonen wat het effect is van genomen acties en interventies.

25

• Doelgroepbenadering inzetten en daarbij gezamenlijk optrekken met partners VNOG brengt voor een effectieve gedragsinterventie de doelgroepen in beeld. Doelgroepen die extra risico lopen, zoals minder zelfredzamen, zijn hier een voorbeeld van. Ook kunnen professionals /strategische partners een doelgroep zijn; zij kunnen optreden als beïnvloeder van de doelgroep. VNOG brengt de strategische (samenwerkings)partners in beeld, hun behoeften en wat zij samen met VNOG in het kader van risicobewustzijn en gedragsverandering willen en kunnen betekenen. Daar waar mogelijk wordt aangesloten bij landelijke (overheids)programma’s en initiatieven, zoals Denk vooruit. Daarnaast wordt er gekeken of er bij activiteiten een koppeling kan komen met activiteiten die gemeenten en GGD organiseren. De burgemeester wordt (meer) in positie gebracht om de gedragscampagnes een lokaal karakter te geven. Zo werken we samen aan veiligheid. • VNOG positioneert zich als expertisecentrum gedrag en veilige leefomgeving in de regio. VNOG werkt als platform voor multidisciplinaire campagnes. Vanuit het platform met veiligheidspartners wordt actief samengewerkt op risico-­ thema’s vanuit een gezamenlijke boodschap. VNOG biedt haar des­ kundig­­heid en advies op dit aandachtsveld actief aan bij gemeenten en veiligheidspartners voor gedragsvraagstukken op het gebied van veiligheid.

VNOG denkt dan mee in de interventieontwikkeling waarbij het ont­ wikkelde gedragsinstrument de tool is. • Delen van VNOG Gedragsinstrument en best practices met andere veiligheidsregio’s en partners. VNOG staat binnen dit aandachtsveld voorop in Nederland. Zo heeft ze een gedragsinstrument ontwikkeld die andere regio’s en regionale partners kan helpen om tot onderbouwde gedragsinterventies te komen. Dit instrument wordt landelijk opgeschaald en gedeeld met andere regio’s. Het doel is dat de ontwikkeling die VNOG heeft doorgemaakt een landelijke spin-off krijgt en VNOG leert van ervaringen in andere regio’s.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

3.3. Ontwikkeling organisatie VNOG A. Innoverend vermogen Wat willen we bereiken In een snel veranderende wereld is innovatie onontbeerlijk om bij te blijven bij de ontwikkelingen in de maatschappij. Wij stellen ons voldoende flexibel op om in te spelen op maatschappelijke ont­ wikkelingen. Daarmee stimuleren wij, waar mogelijk, innovatie en omarmen wij kansen. De organisatie is ingericht en toegerust op het faciliteren van onderzoek en ontwikkeling, en samenwerken met partijen die innovatie kunnen (helpen) stimuleren. Daarbij moet er ruimte zijn om nieuwe dingen te proberen, voor de werkvloer om mee te denken over nieuwe ontwikkelingen en om mee te liften op goede ideeën van anderen. De cruciale ontwikkelingen en thema’s hebben wij omschreven in hoofd­ stuk 2. Deze veranderingen vinden overal om ons heen plaats en leiden tot nieuwe risico’s en kansen. Wij kijken naar wat nodig is om in de snel (digitaal) transformerende wereld onze taken op een goede manier te kunnen blijven uitvoeren en onze meerwaarde mogelijk te vergroten.

26

Wat gaan we doen om daar te komen • Samenwerking met start-ups VNOG verbindt maatschappelijke vraagstukken aan startende bedrijven in de regio om met elkaar tot innovatieve oplossingen te komen. Zo participeren wij in de mede voor VNOG geïnitieerde StartUp Residence Achterhoek. Hierin wordt laagdrempelig samengewerkt met startende ondernemers, dus kennis van buiten naar binnen gehaald. Specifieke kennis die voor een bepaald probleem nodig is, maar VNOG zelf niet in huis heeft. • Informatiegestuurd werken VNOG bevindt zich in de positie om risico’s te identificeren, analyseren en in perspectief te plaatsen, zodat op basis hiervan onderbouwde afwegingen worden gemaakt. Openbare data is steeds beter beschikbaar en te combineren met onze eigen data. Met behulp van applicaties zoals PowerBI en de digital twin (R!SQ) ontwikkelen wij risicoanalyses. De mogelijkheden van machine learning en artificiële intelligentie (AI) nemen in rap tempo toe. VNOG volgt deze ontwikkelingen en duidt de toepasbaarheid in het werk, op een ethisch verantwoorde manier. VNOG werkt in Oost-5 verband samen en deelt gericht informatie daar waar nodig voor de gezamenlijke (operationele) informatiepositie. Zo leren wij van elkaar en versterken wij elkaar.

Het streven is de komende jaren het VIK door te ontwikkelen naar een informatiegestuurd interregionaal veiligheidsbeeld, dat zich automatisch vult, op de schaal van Oost-5. Zie verder ook speerpunt 3.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

• Uitdragen en ontwikkelen van onze risicogerichte dienstverlening naar gemeenten en partners. De adviseurs van VNOG staan gemeente en initiatiefnemers als deskundige bij in het omgaan met risico’s (waaronder nieuwe risico’s vanuit de klimaatadaptatie en energietransitie). Onze rol is onafhankelijk en zonder daarbij onderdeel te willen zijn/worden van een besluitvormingsproces van andere actoren. Deze risicoadviseur-rol is dan ook onlosmakelijk verbonden aan de benaderingsmethode voor risicogerichtheid. VNOG bekijkt brand- en omgevingsveiligheid vanuit een integraal perspectief en zet de doelen van de veiligheidsregio hierbij centraal. Door onze capaciteit evenwichtig in te zetten op de verschillende sporen van invloed wordt een optimaal niveau van veiligheid gerealiseerd. Dit betekent dat wij vooral adviseren op situaties met een middelmatig tot hoog risico, zowel objecten en gebieden als evenementen. Bij laag risico situaties volstaat een zelfstandige be-oordeling door de gemeente. Ons risicogerichte advies wordt door de verantwoordelijke beslissers meegewogen om tot een besluit te komen. Het wettelijk kader is daarbij altijd de ondergrens. De Omgevingswet biedt een kans om meer naar de voorkant van het beleids- en besluitvormings-proces te bewegen.

Wij leveren een bijdrage bij de start van het samenspel tussen initiatiefnemers, belanghebbenden en bevoegd gezag met als doel een veiligere fysieke leefomgeving. Het ontwikkelen van het risicogericht gedachtegoed krijgt de komende jaren de aandacht om aan te blijven sluiten bij de ontwikkelingen.

27

• Basisprincipes brandweerzorg i.r.t. nieuw materieel De incidenten waar brandweer VNOG mee te maken krijgt veranderen. Dit hangt vooral samen met klimaatverandering en de daarmee samen­ hangende energietransitie. Daarnaast staat VNOG in verbinding met de brandweer in Nederland en Europa, waar op basis van geleerde lessen en onderzoek de basisprincipes brandbestrijding zijn doorontwikkeld. Deze basisprincipes hebben zich vertaald in de opbouw en inrichting van de nieuwe blusvoertuigen die in de komende periode worden uitgeleverd op de posten in VNOG. Voor onze brandweermedewerkers betekent dit dat ze vakbekwaam moeten worden en blijven op de nieuwe voertuigen en de bepakkingsonderdelen. • Innovaties n.a.v. de energietransitie De energietransitie brengt nieuwe risico’s met zich mee. Decentraal op een andere wijze van energie opwekken (zonnepanelen, windmolens) en werken met andere energiedragers (waterstof, grote batterijen) betekent een ander type incidenten. VNOG werkt nauw samen op Oost-5 niveau en op de schaal van Brandweer Nederland om de noodzakelijke kennis voor risicobeheersing en incidentbestrijding te ontwikkelen. Deze kennis wordt vertaald in de inrichting van de nog aan te besteden schuimblusvoertuigen, die daarmee een specifieke extra taak kunnen krijgen.

• Natuurbrandbestrijding en technologie Er wordt fors ingezet op het voorkomen van grootschalige natuurbranden (zie ook speerpunt 5), maar ontwikkeling op het gebied van bestrijding blijft ook noodzakelijk. VNOG verkent daarom de mogelijkheid om met autonoom vliegende drones te gaan werken voor vroegtijdige ontdekking op momenten van verhoogd natuurbrandrisico. Dit kan op termijn eventueel de luchtverkenning die al jaren plaatsvindt vervangen. Daarnaast is de dekking van C2000 en 4G/5G op de Veluwe niet altijd gegarandeerd, wat de communicatie tussen brandweereenheden onderling en met de meldkamer bemoeilijkt. In samenwerking met externe partners onderzoekt VNOG mogelijkheden om communicatiesystemen -al of niet ad hoc- in natuurgebieden op te zetten.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

B. Duurzaamheid Wat willen we bereiken We spannen ons in voor de toekomst van onze planeet. Dit doen we niet alleen omdat het moet, maar omdat wij ons realiseren dat de klimaat­ verandering ook een directe impact heeft op de veiligheid in onze regio. Ons streven is: • in 2025: 38,5% emissieloos personenvervoer en bestelbussen en 20%-30% CO2-reductie. • en in 2030: 50% circulaire inkoop t.o.v. 2022, 40% eigen opwek op de kazernes, 50% reductie op afval, 30% van de dienstreizen CO2-neutraal uitvoeren, 55% CO2-reductie op woon-werkverkeer, gedrag/kennis versterken zodat onze medewerkers meer duurzaam gedrag vertonen.

28

Wat gaan we doen om daar te komen We voeren maatregelen uit om ons streven te halen: • Verduurzamen transportmiddelen en verminderen vervoersbewegingen, ook woon-werkverkeer; • Minder inkopen en als we inkopen zo duurzaam en circulair mogelijk; • Afvalstromen beperken en waar mogelijk als grondstof hergebruiken; • Grondstoffen circulair / bio-based inkopen; • Duurzaam gedrag bevorderen; • Verduurzamen van gebouwen (in nauw overleg met de gemeenten als gebouweigenaren); • Energieverbruik reduceren, 1,5% per jaar t.o.v. 2020. De maatregelen zijn intern in VNOG en met onze gemeenten besproken om te komen tot acties per jaar; de bijbehorende impact is in beeld gebracht in het klimaatplan VNOG. Dit is separaat ter besluitvorming aangeboden aan het AB.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

3.4. Uitvoering speerpunten Voor de uitvoering van onze speerpunten hebben we op hoofdlijnen een aantal concrete acties geformuleerd. Deze acties voeren we gefaseerd de komende jaren uit. De acties staan in één overzichtstabel, zie bijlage 3. In deze tabel staan ook de acties uit de Toekomstvisie 2020-2026 die nog niet waren afgerond. Op die manier is een totaaloverzicht beschikbaar. We rapporteren ieder half jaar op de stand van de acties uit de overzichtstabel in de reguliere P&C-documenten (in de Halfjaarrapportage en in de jaarrekening). Op die manier kunnen we de voortgang van het beleidsplan volgen en focus houden op de grotere doelstellingen, naast de uitvoering van onze reguliere taken en de dagelijkse werkzaamheden.

29

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

BIJLAGEN

30

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

BIJLAGE 1 WETTELIJKE BEPALINGEN Wet veiligheidsregio’s, artikel 14 Het beleidsplan omvat in ieder geval: a een beschrijving van de beoogde operationele prestaties van de diensten en organisaties van de veiligheidsregio, en van de politie, alsmede van de gemeenten in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; b een uitwerking, met inachtneming van de omstandigheden in de betrokken veiligheidsregio, van door onze Minister vastgestelde landelijke doelstellingen als bedoeld in artikel 37; c een informatieparagraaf waarin een beschrijving wordt gegeven van de informatievoorziening binnen en tussen de onder a bedoelde diensten en organisaties; d een oefenbeleidsplan; e een beschrijving van de niet-wettelijke adviesfunctie, bedoeld in artikel 10, onder b; waaronder de adviesfunctie met betrekking tot omgevingsplannen, en van de wijze waarop de gemeenten het bestuur van de veiligheidsregio in de gelegenheid stellen zijn adviesfunctie uit te oefenen met betrekking tot omgevingsplannen; f de voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de aanwezigheid van brandweerposten in de gemeenten alsmede de overige voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om daaraan te voldoen.

31

a Beschrijving van de beoogde operationele prestaties Onze beoogde operationele prestaties vloeien grotendeels voort uit het Besluit veiligheidsregio’s. Het regionaal crisisplan (RCP) beschrijft de inrichting van de regionale multidisciplinaire crisisorganisatie. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de organisatie in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing zijn daarin vastgelegd. Het RCP wordt samen met het beleidsplan door het algemeen bestuur van VNOG vastgesteld. Crisisorganisatie In bijlage 2 staan de operationele prestaties van de crisisorganisatie. We kunnen minimaal twee GRIP-1 incidenten tegelijkertijd aan of één incident vanaf GRIP-2. Brandweer Incidentbestrijding De operationele prestaties brandweer zijn vastgelegd in het dekkings- en spreidingsplan (zie onder f hierna en bijlage 4). Brandweer Risicobeheersing Basistakenpakket: kwalitatieve, onafhankelijke en bruikbare adviezen en diensten met betrekking tot: • ruimtelijke ordening en infrastructuur • industriële veiligheid en milieu • Seveso en bedrijfsbrandweer • bouwen en brandveilig gebruik • risicogerichte objectbezoeken • evenementen • risicobewustwording & maatschappelijke beïnvloeding Zie verder ook beschrijving van wettelijke en niet-wettelijke taken hierna.

Regionaal Beleidsplan 2025-2028

Bevolkingszorg Bevolkingszorg wordt georganiseerd vanuit de lokale gemeentelijke crisisorganisatie en VNOG, in onderlinge samenwerking en afstemming. Per proces kiezen we de best passende vorm, dit is vastgelegd in de Notitie en het Invoeringsplan Expertteams Bevolkingszorg 1e Fase. De piketten van de expertteams worden door de gemeenten gezamenlijk gevuld door medewerkers uit de gemeenten, indien nodig uit de veiligheidsregio of vanuit externe partners. Door de expertteams Bevolkingszorg is een 24/7 crisisorganisatie geborgd. Bevolkingszorg zorgt minimaal voor uitvoering van haar wettelijke taken: • het verzorgen van de crisiscommunicatie; • het voorzien in opvang en verzorging van de bevolking; • het verzorgen van nazorg voor de bevolking; • het registreren van de slachtoffers; • het registreren van schadegevallen; • h et adviseren van het regionaal operationeel team. Waar nodig en mogelijk worden andere reguliere taken van de gemeente opgepakt indien de aanpak van een incident hierom vraagt. Bevolkingszorg kan tegelijkertijd minimaal twee GRIP 1-incidenten aan of één incident vanaf GRIP 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14963933/1