Programmabegroting 2024 - 2027
Tekst van het document
-
543
502
-79
-75
-77
-133
Baten bestaand beleid
70.758
70.907
77.028
80.399
77.333
78.887
Baten nieuw beleid
-
-
-
-
-
-
70.758
70.907
77.028
80.399
77.333
78.887
70.215
70.405
77.107
80.474
77.410
79.020
Lasten totaal
Baten totaal Saldo
Specificatie nieuw beleid Geen nieuw beleid.
49
Overhead Omschrijving De overheadkosten zijn de kosten die verband houden met de sturing en ondersteuning van de primaire processen van de gemeente. We rekenen kosten zoveel mogelijk direct toe aan de betreffende taken/activiteiten. Alle bedrijfskosten die direct zijn toe te rekenen aan activiteiten, taken en producten uit de programma's 1 t/m 11 en de overige algemene dekkingsmiddelen zijn geen overheadkosten. Wat is de stand van zaken Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma. Indicator
2021
Overheadkosten Begroot
10,7% 12,7% 12,1% 13,5%
2022 2023 2024
De overheadkosten zoals begroot op taakveld 0.4 gedeeld door het totaal saldo van lasten (exclusief toevoegingen aan reserve). Overheadkosten Werkelijk *
12,9% 13,5%
De overheadkosten zoals verantwoord op taakveld 0.4 gedeeld door het totaal saldo van lasten (exclusief toevoegingen aan reserve).
Wat mag dat kosten Bedragen * € 1.000 Realisatie 2022
Begr 2023
Begr 2024
Begr 2025
Begr 2026
Begr 2027
Lasten bestaand beleid
12.390
14.238
14.237
13.625
13.264
13.200
Lasten nieuw beleid
-
-
897
600
600
600
12.390
14.238
15.134
14.225
13.864
13.800
Baten bestaand beleid
261
662
777
783
771
771
Baten nieuw beleid
-
-
25
-
-
-
261
662
802
783
771
771
-12.129
-13.576
-14.332
-13.442
-13.093
-13.029
Lasten totaal
Baten totaal Saldo
Specificatie nieuw beleid Bedragen * € 1.000 LASTEN
Begrotingsjaar 2024
2025
2026
2027
Budgetten: 1 Uitvoering informatiebeleid en verbeteren dienstverlening door inzet IT
25
25
25
25
2 Versterken beheer ICT
40
p.m.
p.m.
p.m.
3 Reiskostenvergoeding medewerkers
200
200
200
200
4 Streekarchief
70
138
138
138
5 Formatie project ondersteuning team Realisatie
25
25
25
25
6 Capaciteit Vastgoedbeheer
75
-
-
-
7 Vervanging (digitale) centrale gegevensmagazijn
250
-
-
-
8 Capaciteit toezicht en handhaving Wet kwaliteitsborging
90
90
90
90
9 Capaciteit landschapsadvisering
50
50
50
50
10 Uitbreiding E-dienstverlening
12
12
12
12
11 Structureel (her-)inrichten KCC-WMO
60
60
60
60
897
600
600
600
Totale financiële gevolgen voor de lasten
BATEN
Begrotingsjaar 2024
2025
2026
2027
25
-
-
-
25
-
-
-
Budgetten: 1 Rijksmiddelen vluchtelingen en statushouders Totale financiële gevolgen voor de baten
50
Paragrafen
51
1 | Lokale heffingen 1.1 Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid van de lokale heffingen. De raad bepaalt dit beleid tegelijk met het vaststellen van de begroting. Daar vindt de integrale afweging plaats. Beleidsmatige wijzigingen zijn in deze paragraaf toegelicht. Redactionele en technische wijzigingen van de belastingen staan in het raadsvoorstel met de belastingtarieven. 1.2
Beleidskaders
Het beleid over de lokale heffingen staat in: • landelijke wet- en regelgeving, zoals de Gemeentewet • deze paragraaf • belastingverordeningen • coalitieakkoord 2022-2026 • regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen
1.3
Stand van zaken, ontwikkelingen en beleidsaanpassingen
Algemeen tarievenbeleid Belastingen en heffingen houden we waardevast door de tarieven te verhogen met de prijsstijging (index: 7,5%). Heffingen waar een tegenprestatie van de gemeente tegenover staat zijn waar mogelijk 100% kostendekkend. Een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen staat in deel 3. Hieronder staan per belastingsoort de bijzonderheden en afwijkingen van het algemene tarievenbeleid. Tribuut voert de gemeentelijke belastingen en waardering van onroerende zaken uit voor de gemeente. Wet waardering onroerende zaken (WOZ) Eigenaren van onroerende zaken en gebruikers van niet-woningen ontvangen jaarlijks een beschikking met daarin de WOZ-waarde. Dat is de grondslag voor de onroerende-zaakbelasting en (in gemeente Epe) de forensenbelasting. Andere overheden gebruiken de WOZ-waarde voor belastingheffing en voor het woningwaarderingsstelsel. De Waarderingskamer houdt toezicht en geeft een algemeen oordeel over de uitvoering. Het oordeel is 'goed'. Dat komt overeen met de afgesproken ambitie. Tribuut is in 2023 overspoeld met bezwaren tegen de WOZ-waarde. Veel van die bezwaren zijn ingediend door gespecialiseerde bureaus. Die bureaus verdienen geld als de WOZ-waarde verlaagd wordt ("no cure no pay"). De wet bepaalt dat Tribuut dan een vergoeding moet betalen aan zulke bureaus. Die vergoedingen bedragen in totaal waarschijnlijk meer dan 1 miljoen euro.
De gemeenten betalen dat aan Tribuut en uiteindelijk betalen alle inwoners hieraan mee. Het is geld dat de gemeenten dan niet aan andere zaken kan uitgeven. Dit speelt in het hele land. De regering wil de regels aanpassen, om dit probleem aan te pakken. Of dat in 2024 zorgt voor minder bezwaren door bureaus is nog niet bekend. Onroerende-zaakbelastingen (OZB) Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen betalen deze belasting. Woongedeeltes binnen niet-woningen betalen geen OZB. Reinigingsheffingen Waar mensen leven en werken ontstaat afval. Daar wil je vanaf. De gemeente zorgt daarvoor en dat kost geld. Inwoners en bedrijven betalen daarvoor reinigingsheffingen. Hieronder staat welke kosten de gemeente maakt en welke inkomsten daar tegenover staan. Op straat ligt zwerfafval en soms storten mensen hun afval illegaal. De gemeente ruimt dat op. Ook die kosten tellen mee. Voor zwerfafval, papier en plastic ontvangt de gemeente geld. Dat staat onder 'baten taakvelden'. Voor de BTW over de inzameling van bedrijfsafval krijgen we geen geld uit het BTW compensatiefonds (BCF). Voor een deel van de ontvangen bijdragen geldt dat ook. Om alle lasten te dekken stijgen de tarieven met 1,9%.
52
bedragen x € 1.000 Kostendekkingsoverzicht reinigingsheffingen Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente Baten taakveld(en), excl. heffingen
- 4.146 261
Netto lasten taakveld(en)
- 3.855
Overhead incl. (omslag)rente
-122
BCF-BTW
-778
Totale lasten (A)
-4.785
Opbrengst heffingen
4.698
Kwijtschelding
-121
Overige inzamelvergoeding
96
Onttrekking reserve afval
113
Totale baten (B)
4.785
Kostendekkendheid (B:A)
100%
Rioolheffingen De gemeente heeft wettelijke taken voor het afvoeren van rioolwater, het voorkomen van wateroverlast en het op peil houden van het grondwater. In het gemeentelijk watertakenplan (GWP) staat hoe dit gebeurt. Daarin staat ook hoe inwoners en bedrijven daaraan meebetalen. Dat gebeurt via de rioolheffingen. Eigenaren betalen een vast bedrag. Voor gebruikers is er onderscheid gemaakt in verschillende categorieën. Echte grootverbruikers betalen verhoudingsgewijs meer rioolheffing en betalen zo deels de lasten voor de kleinverbruikers. Dat noemen we kruissubsidiëring. Die groep omvat 0,7% van gebruikers en levert 29% van de totale opbrengst. De tarieven stijgen met 1,9% meer dan de indexatie. Dat is afgesproken in het GWP. Voor nieuwe aansluitingen op het bestaande riool betalen gebruikers eenmalig rioolaanleggeld. Om alle lasten te kunnen dekken onttrekken we geld uit de reserve en uit de voorziening. bedragen x € 1.000 Kostendekkingsoverzicht rioolheffingen Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente Baten taakveld(en), excl. heffingen
-3.335 -
Netto lasten taakveld(en)
-3.335
Overhead incl. (omslag)rente
-114
BCF-BTW
-484
Totale lasten (A)
-3.933
Opbrengst heffingen
3.469
Kwijtschelding Onttrekking reserve riolering Onttrekking voorziening riolering
-24 3 486
Totale baten (B)
3.933
Kostendekkendheid (B:A)
100%
Forensenbelasting Mensen met een gemeubileerde woning die niet in de gemeente wonen betalen deze belasting. De WOZ-waarde is daarvoor de grondslag. Het tarief is een percentage van de waarde. Als de waarde stijgt, verlagen we het tarief. Zo zorgen we dat de totale opbrengst niet meer stijgt dan de index. Er is een minimumtarief en een maximumtarief. Het minimumtarief stijgt met de indexatie. Het maximumtarief blijft gelijk. Precariobelasting Bedrijven met bijvoorbeeld terrassen of winkeluitstallingen op gemeentegrond betalen deze belasting. Dat geldt ook voor marktkooplieden en mensen met een standplaats op gemeentegrond. De tarieven stijging met de index.
53
Toeristenbelasting Toerisme is belangrijk voor de gemeente Epe. Mensen die hier niet wonen, maar wel overnachten betalen deze belasting. Dat gaat via de campings, hotels, B&B's en andere aanbieders. Als je in een eigen kampeermiddel overnacht, hoef je minder toeristenbelasting te betalen dan als je overnacht in een hotel of in een huurtent bijvoorbeeld. Op het aantal overnachtingen heeft de gemeente geen invloed. Als die stijgt, stijgt ook de opbrengst. De gemeente heeft wel invloed op het tarief. De raad heeft de tarieven voor 2024 al vastgesteld: € 1,00 voor het lage tarief en € 1,40 voor het hoge tarief. Op die manier stijgt de opbrengst met ongeveer 7,5%. Voor vaste standplaatsen op een camping gelden vaste tarieven. Zo hoeven ondernemers van die gasten niet bij te houden wanneer ze er waren en wanneer niet. Het lage tarief blijft voorlopig € 1,00. We laten de opbrengst de komende jaren stijgen door alleen het hoge tarief te verhogen. Wanneer verhogen we het lage tarief weer? Als het hoge tarief € 1,50 is gaan we daarover opnieuw in gesprek met de ondernemers. Begraafrechten Nabestaanden willen hun overleden dierbaren op een waardige manier kunnen begraven. De begraafplaats moet er verzorgd uitzien. De gemeente zorgt voor begraafplaatsen en het onderhoud daarvan. Om de kosten daarvan te dekken is er deze heffing.
Nabestaanden betalen voor het begraven, voor het graf, het onderhoud enzovoort. Van tevoren betalen zij voor de hele periode waarvoor het graf blijft bestaan. Daarom is er is een egalisatievoorziening. Daaruit betalen we de onderhoudskosten die in het verleden zijn afgekocht. De gemeente moet nog onderzoeken hoe groot die voorziening moet zijn om ook in de toekomst alle kosten te kunnen blijven betalen. De tarieven stijgen met de index. De kosten van het maken van beleid zijn niet meegenomen. Bij de opbrengst uit heffingen gaat het om de afkoopsommen onderhoud en de overige eenmalige en jaarlijkse begraafrechten. Om de kosten volledig te dekken onttrekken we geld aan de voorziening. De lasten zijn inclusief BTW . bedragen x € 1.000 Kostendekkingsoverzicht begraafrechten Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente Baten taakveld(en), excl. heffingen
-860 -
Netto lasten taakveld(en)
-860
Overhead
-76
Storting voorziening begraven
-97
Totale lasten (A)
-1.033
Opbrengst heffingen
1.033
Onttrekking voorziening begraven
0
Totale baten (B)
1.033
Kostendekkendheid (B:A)
100%
Leges Vraag je een vergunning aan, wil je een paspoort of ga je trouwen? Dan betaal je daarvoor leges. Je betaalt voor de dienst die je van de gemeente vraagt. De meeste tarieven stijgen met de index. Soms gelden er wettelijk voorgeschreven (maximum) tarieven. We streven niet naar 100% kostendekking bij de leges. Op 1 januari 2024 treden de Omgevingswet (Ow) en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) in werking. Deze zijn van grote invloed op lasten en baten uit legesheffing. De structurele effecten van de Ow en de Wkb zijn verwerkt. Bij de leges voor bouwactiviteiten is het tarief afhankelijk van de bouwkosten. Het aantal verwachte grote bouwprojecten is groter dan gebruikelijk. Het maximumtarief gaat omlaag om te voorkomen dat de leges in totaal meer dan 100% kostendekkend zijn. Gemiddeld genomen betalen dure bouwwerken mee aan de kosten van de gemeente voor goedkope bouwwerken. Dat heet kruissubsidiëring. In dit overzicht staat hoe dat uitpakt.
54
Bouwkosten
% van totale lasten
% van totale opbrengst
< € 100.000
60%
14%
€ 100.000 - € 500.000
20%
27%
> € 500.000
20%
63%
Voordat iemand een officiële aanvraag omgevingsvergunning indient vindt meestal overleg plaats met de gemeente. Dat overleg is gratis. In de meeste gevallen leidt vooroverleg namelijk tot een (betere) aanvraag. De mensen die een aanvraag indienen betalen zo het vooroverleg. Voor duurzaam (ver)bouwen gelden lagere tarieven. De personeelslasten zijn op basis van een jaarlijkse uitvraag over de taakvelden verdeeld. Hoe weten we hoeveel geld er binnen komt? We kijken hoeveel aanvragen er in de afgelopen jaren voor kleinere bouwprojecten zijn geweest. De grote projecten (bouwkosten meer dan € 500.000) brengen we per project in beeld. We maken een inschatting van de bouwkosten. Het blijft natuurlijk onzeker of de aanvraag ook daadwerkelijk in 2024 binnenkomt. Hieronder staat de kostendekking per clustering van producten. Zo ontstaat ook een beeld van de kruissubsidiëring. bedragen x € 1.000 lasten taakvelden
overhead
BTW totale lasten
opbrengst kosten heffingen dekkendheid
Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Burgerlijke stand
-35
-21
-1
-58
29
50%
Reisdocumenten
-137
-115
-
-252
438
173%
Rijbewijzen
-137
-86
-
-222
164
74%
BRP-verstrekkingen
-44
-11
-5
-60
29
48%
Bijzondere wetten
0
0
-
-1
21
100%
-354
-233
-6
-593
680
115%
Kapvergunningen
-50
-29
-5
-84
29
35%
Bestemmingsplannen / omgevingsplannen
-11
-13
-
-24
23
98%
Wabovergunningen / omgevingsvergunningen
-601
-618
-15
-1.235
1.227
99%
-662
-660
-20
-1.343
1.280
95%
-19
-22
-
-41
17
43%
-1034
-915
-27
-1.976
1.976
100%
subtotaal H 1 Hoofdstuk 2 Fysieke leefomgeving
subtotaal H 2 Hoofdstuk 3 Europese Dienstenrichtlijn Europese Dienstenrichtlijn Totaal leges
N.B. Door afronding is de optelsom van de opbrengst niet gelijk aan het totaal van de legesinkomsten. De inkomsten leges die onder hoofdstuk 3 vallen zijn zo laag dat deze niet verder zijn uitgesplitst. Bedragen x € 1.000 Kostendekkingsoverzicht leges Lasten taakveld(en) incl. (omslag)rente Baten taakveld(en), excl. heffingen Netto lasten taakvelden Overhead BCF-BTW Totale lasten (A)
-1.034 -1.034 -915 -27 -1.976
Opbrengst heffingen (B)
1.976
Kostendekkendheid (B:A)
100%
55
1.4
Kostendekking
Naast de lasten die direct uit de taakvelden zijn af te leiden, rekenen we ook overheadkosten mee. Hoe we dat doen is vastgelegd in de Financiële verordening 2017 (actualisatie in 2023). Over de kosten van derden (dus niet het eigen personeel) rekenen we BTW. Investeringen moeten we afschrijven. Over het deel van de afschrijving dat gaat over de kosten van derden rekenen we dus ook BTW toe aan de heffing. 1.5
Kwijtschelding
Mensen met een inkomen op ongeveer bijstandsniveau en met bijna geen vermogen kunnen de gemeentelijke belasting eigenlijk niet betalen. Zij komen voor kwijtschelding in aanmerking. Dat geldt alleen voor de rioolheffing van gebruikers en voor het vastrecht afvalstoffenheffing. Voor het variabele tarief afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk tot maximaal € 74,76. De inkomsten die de gemeente daardoor misloopt worden betaald door de mensen die geen kwijtschelding krijgen. Gemeenten mogen beperkt eigen beleid voeren. De raad van Epe heeft een zo ruim mogelijk beleid vastgesteld. Als iemand vorig jaar kwijtschelding heeft ontvangen, kan meestal automatische kwijtschelding plaatsvinden. Mensen hoeven dan geen aanvraag in te dienen. 1.6
Woonlasten
We willen dat de woonlasten onder het landelijk gemiddelde blijven. Dit gaat om de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In de grafiek hieronder staat de verwachting voor een gemiddeld meerpersoonshuishouden. Als die verwachting klopt, blijft Epe dus onder het landelijk gemiddelde. De gegevens tot en met 2023 komen uit de COELO-atlas. Voor het bepalen van het gemiddelde verbruik bij diftar hanteert COELO andere uitgangspunten dan de gemeente. Voor de begrotingsjaren (2024-2027) is voor Epe uitgegaan van de eigen uitgangspunten. Dit zorgt voor een stijging ten opzichte van 2023. Die is namelijk gebaseerd is op de COELO-atlas. We verwachten dat landelijk de woonlasten met 5% stijgen. Dat is het gemiddelde van de afgelopen jaren. Voor Epe houden we rekening met de verwachte tariefswijzigingen en de verwachte toename van het aantal panden.
56
2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing 2.1
Inleiding
Algemeen Risicobeheersing wordt in de gemeente Epe procesmatig uitgevoerd in een risicomanagement proces. Het risicomanagement proces is een systematisch en cyclisch proces om risico’s te identificeren, te analyseren en te beoordelen, op basis hiervan maatregelen te nemen (beheersing) en die te evalueren. Door de gekozen manier van beheersen van een bepaald risico kan er een restrisico voor de organisatie overblijven. Op het moment dat een risico werkelijkheid wordt is het uitgangspunt van de gemeente Epe dat er middelen beschikbaar zijn binnen de organisatie zodat de (financiële) gevolgen van het risico geen invloed hebben op de normale bedrijfsvoering. Ofwel restrisico’s dienen opgevangen te worden binnen de normale bedrijfsvoering en hebben daarop geen invloed. De relatie tussen de beschikbare middelen (ook wel weerstandscapaciteit genoemd) en de restrisico’s wordt het weerstandsvermogen genoemd. Nader uitgewerkt is het weerstandsvermogen de relatie tussen: 1. Weerstandscapaciteit: Dit zijn de middelen en mogelijkheden die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen. 2. Risico’s: Dit zijn de restrisico’s die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie van de gemeente. Schematisch ziet dat er als volgt uit:
2.2
Beleidskaders
In 2018 heeft de gemeenteraad van Epe de nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. In deze nota is het risicomanagementproces vastgelegd en de kaders aangegeven voor de uitvoering van het risicomanagement en voor het weerstandsvermogen. De volgende randvoorwaarden zijn vastgelegd: a. het risicomanagement wordt procesmatig en conform de standaarden in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen uitgevoerd. b. voor de risico’s waarbij het financiële effect op de bedrijfsvoering Groot tot Zeer groot is en de kans daarop ook Groot tot Zeer groot is, worden (in de regel) financiële maatregelen getroffen voor het restrisico in de vorm van een voorziening, bestemmingsreserves of (structurele) stelpost(en) in de begroting. c. de weerstandscapaciteit wordt gevormd uit het saldo van de algemene reserve, de begrotingsruimte of het rekeningresultaat en het bedrag voor onvoorzien. d. de ratio voor het weerstandsvermogen is minimaal voldoende (groter dan 1). e. de verhouding algemene reserve in relatie tot de benodigde weerstandscapaciteit is minimaal voldoende (groter dan 1).
57
2.3
Weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen. Onder deze middelen worden opgenomen de algemene reserve, de begrotingsruimte (of het rekeningresultaat) en het bedrag voor onvoorzien. De onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen een structureel of een incidenteel karakter hebben. Incidentele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit eenmalig beschikbare middelen, structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit structureel beschikbare middelen. In de onderstaande tabel wordt de weerstandscapaciteit aangegeven. Bedragen * € 1.000 Weerstandscapaciteit
2024
karakter
Algemene reserve
2.500
incidenteel
8
incidenteel
117
incidenteel
Begrotingsruimte 2023 Onvoorzien 2023 Totaal
2.625
De stand van de algemene reserve op 1 januari 2024 bedraagt € 3,2 miljoen. Dit is hoger dan het minimale bedrag van € 2,5 mln. In de huidige begroting is het overschot in de algemene reserve ingezet als dekking voor beleidsinitiatieven. Voor de weerstandscapaciteit is op 1 januari 2024 € 2,5 miljoen beschikbaar in de algemene reserve.
2.4
Risico’s
Een risico voor een organisatie is een onzekere gebeurtenis die, als die zou plaatsvinden, vertragend of belemmerend werkt om de doelstellingen te bereiken. De gevolgen van het zich werkelijk voordoen van deze gebeurtenissen vertalen zich vaak in financiële schade maar ook in niet-financiële schade. De inventarisatie van risico’s heeft als doel om de, op het moment van het opstellen van deze jaarrekening, bekende risico’s te benoemen en toe te lichten. Voor zover risico’s als concrete toekomstige financiële verplichtingen te kwantificeren zijn, zijn daarvoor (financiële) voorzieningen gevormd. Het kwantificeren van risico’s is lastig en in veel gevallen zullen de gemaakte keuzes arbitrair zijn. Bij de kwantificering van risico's wordt gebruik gemaakt van het onderscheid tussen het inherente risico en het restrisico. Het inherente risico is het risico zonder dat er rekening gehouden is met het effect van een beheersmaatregel die getroffen is om het risico in te perken. Door het nemen van beheersmaatregelen wordt de omvang van het risico minder. Het risico dat overblijft na het nemen van beheersmaatregelen wordt het restrisico genoemd. De grootste risico’s zijn in een risicokaart weergegeven waarbij het effect na maatregelen (het restrisico) van de gebeurtenis op de financiële positie van de gemeente, is afgezet tegen de kans dat de gebeurtenis zich voordoet.
Onder de tabel wordt een omschrijving van het risico gegeven en de risicokenmerken benoemd.
58
Risicokaart (op basis van restrisico's)
Toelichting risico’s Onderstaand wordt een korte toelichting gegeven op de in de risicokaart opgenomen risico's en enkele kenmerken daarvan benoemd. Sociaal Domein De middelen voor de uitvoering van de taken in het sociaal domein (WMO en Jeugd) verstrekt het Rijk via de algemene uitkeringen. De gemeente kan dat geld naar eigen inzicht besteden, verantwoording aan het Rijk is niet nodig. De gemeente loopt met de uitvoering van deze taken financiële risico’s. Dit wordt mede veroorzaakt door het 'open einde' karakter van deze taken. De kosten stijgen de afgelopen jaren, met name bij Jeugdzorg. Om de risico’s te beheersen is een monitoring systematiek opgezet waardoor tijdig signalen worden ontvangen zodat bijgestuurd kan worden zowel beleidsmatig als in de uitvoering en/of op het financiële vlak. Tegenvallers (incidenteel) kunnen worden opgevangen door de reserve risico’s sociaal domein. Omdat de begroting inmiddels redelijk goed kan worden opgebouwd vanuit de ervaringscijfers (reële raming), is de norm voor de hoogte van de reserve in de begroting 2021 bijgesteld naar 5% van de begrotingsomvang voor 3 jaar. Bij de begroting wordt rekening gehouden met indexering van de tarieven. Regionaal kopen we maatwerkvoorzieningen jeugd en WMO in. We hanteren een indexering voor een komend jaar op basis van CAO’s die bekend zijn per juni van het betreffende jaar.
We hebben geconstateerd dat CAO’s later bekend zijn dan 1 juni en dat de indexering een stuk hoger is dan waar wij rekening mee hebben gehouden (door de krapte op de personeelsmarkt waardoor duurdere externe krachten worden ingezet, hogere energielasten en de inflatie). Om kwaliteit van zorg te kunnen garanderen moeten gemeenten reële tarieven betalen. Dit kan betekenen dat tarieven gedurende het jaar bijgesteld worden. In 2023 is de Hervormingsagenda Jeugd vastgesteld. We krijgen middelen om beleid te ontwikkelen om zo de toenemende Jeugdzorg kosten te kunnen verminderen. Ook heeft het Rijk aangegeven een deel van de voorgenomen besparingen in de jeugdzorg voor haar rekening te nemen. Wij hebben hiervoor al een besparing van de kosten in de Begroting 2024 opgenomen. Het blijft de vraag in hoeverre deze besparing daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Grondexploitatie De gemeente Epe voert een facilitair grondbeleid. Daarbij is de gemeente bij ontwikkelingen eerder volgend dan initiërend. Hiermee worden de risico's voor de gemeente sterk beperkt. Voor een verdere uitwerking wordt verwezen naar Paragraaf 7 Grondbeleid. Uit deze paragraaf blijkt dat de risico’s binnen het grondbedrijf en regionale woningbouwprogrammering voldoende afgedekt worden met een bestemmingsreserve.
Verbonden partijen De gemeente heeft (zeer uiteenlopende) relaties en verbindingen met instellingen en vennootschappen. In paragraaf 6: Verbonden Partijen wordt uitgebreid ingegaan op relaties en verbindingen van de gemeente met deze verbonden partijen. Kenmerkend voor verbonden partijen is dat zij op afstand van het college en de gemeenteraad functioneren. Elk van de verbonden partijen hebben hun eigen risicoprofiel met een daarbij behorend pakket aan maatregelen om de bestuurlijke en financiële risico's te beheersen. Bij verbonden partijen wordt ernaar gestreefd dat de eigen vermogenspositie van de verbonden partij een solide omvang heeft zodat in eerste instantie financiële tegenvallers door de verbonden partij zelf opgevangen kunnen
Risico kenmerken Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: Geen Ontwikkeling risico: Toegenomen Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: Geen
Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: Geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: Geen Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Groot Restrisico: € 384.000 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: €77.000
59
Verbonden partijen
Risico kenmerken
worden. Het risico van de gemeente in vennootschappen bedraagt formeel niet meer dan de waarde van de aandelen die de gemeente bezit. In de praktijk zal het echter zo zijn dat in financieel slechte tijden (insolvabiliteit) de gemeente bestuurlijk zal worden aangesproken om bij te dragen in mogelijke oplossingen. Voor het afdekken van de risico’s in de privaat-publieke samenwerking zijn middelen opgenomen in de reserve bouwgrondexploitatie. Juridische risico's en aansprakelijkheid De gemeente loopt juridische risico’s, omdat veel primaire processen binnen de gemeente van juridische aard zijn en bij het onrechtmatig handelen van de gemeente kan een schadeclaim worden ingediend. Juridische procedures kunnen zowel bestuursrechtelijk als civielrechtelijk van aard zijn. 1. Bestuursrechtelijke risico’s worden -voor zover het om beschikkingen gaat- beperkt doordat in bezwarenprocedures een toetsing plaatsvindt door een onafhankelijke commissie. 2. Civielrechtelijke procedures betreffen zowel gevallen waarin de gemeente door derden in een juridische procedure wordt betrokken (dagvaarding, aansprakelijkheidstelling, derdenbeslag etc.) als gevallen waarbij de gemeente zelf tegenover derden een juridische procedure start (aansprakelijkheidstelling, dagvaarding etc.). Het financiële risico is vaak moeilijk van te voren in te schatten.
De kosten voor (verplichte) externe juridische bijstand, alsmede proceskosten, zijn de laatste jaren opgelopen, maar lijken zich te stabiliseren. Het claimen van proceskosten en het toewijzen daarvan door de rechter is standaard geworden. Tegen civielrechtelijke claims, voortvloeiend uit onrechtmatige daad en onrechtmatige besluiten (bijv. vernietigde besluiten) heeft de gemeente zich verzekerd. Voor juridische bijstand, veroordelingen in proceskosten/griffiekosten, eigen risico’s en eigen bijdragen heeft de gemeente regulier budgetten opgenomen. Naarmate de gemeente meer optreedt als regievoerder en opdrachtgever, wordt de kans dat in de uitvoering verschillen van inzicht optreden over gemaakte afspraken groter. Dit kan ook leiden tot procedures wanneer partijen er niet in slagen hun verschillen van inzicht in onderling overleg op te lossen. Borg en garantstellingen De gemeente heeft diverse waarborgen verstrekt voor geldleningen. Dit betekent dat de gemeente als achtervang borg staat op het moment dat de instantie of persoon waaraan de lening verstrekt is, niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. De grootste waarborgen die de gemeente heeft verstrekt zijn (1) Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor woningstichtingen en (2) Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW).
Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Groot Restrisico: € 450.000 Ontwikkeling risico: Afgenomen Risico sturing: Reduceren Risicokarakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 90.000
Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Zeer groot Restrisico: € 898.000 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 180.000
Het risico bij de WSW en de WEW is klein door de structuur. Voordat de waarborgfondsen een beroep doen op de achtervang wordt eerst het vermogen van het Waarborgfonds zelf aangesproken. Is het daarna noodzakelijk om de achtervang aan te spreken dan bestaat er een garantieverdeling van 50% Rijk / 50% gemeenten, in de vorm van een lening. Daarbij vervult het Rijk voor het WEW een volledige achtervang positie voor garantstellingen afgegeven vanaf 1 januari 2011. Door de totale omvang van de achtervang posities (bijna € 89,8 mln.) kunnen de financiële gevolgen voor de gemeente groot zijn. Het risico dat achtervang-gemeenten renteloze leningen aan WSW moeten verstrekken als de andere buffers onvoldoende zijn, is zeer klein - zelfs theoretisch. Dit concluderen wij op basis van risicomodellen en stresstesten vanuit het WSW. Algemene uitkering De herijking van de maatstaven van de algemene uitkering is nog niet definitief. De uitkomsten en effecten van een aantal nog uit te voeren aanvullende onderzoeken zijn nog niet bekend. In verband met deze onzekerheid is in de begroting een structurele stelpost opgenomen van € 100.000 om dit risico op te kunnen vangen. In de meicirculaire 2023 is aangegeven dat in de aanloop naar de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026 structureel meer geld beschikbaar komt in de algemene uitkering (zo’n € 1,5 mln.).
Medio 2023 zijn er echter signalen waardoor deze toevoeging onzekerder wordt. Vooralsnog is in begroting 20242027 wél met de verhoging gerekend. Gemeenten moeten daarnaast nog steeds rekening houden met het opnieuw toepassen van de opschalingskorting vanaf 2026. Dit heeft een negatief effect op het structurele financiële beeld. Verder is niet duidelijk in welke mate de extra middelen voor jeugdzorg (hervormingsagenda) structureel zullen zijn. De bedragen voor 2024 en 2025 zijn wel toegekend in de meicirculaire. De (aflopende reeks) bedragen na 2025 is ook in de begroting opgenomen, maar hiertegenover zullen in de komende jaren ook aanzienlijke besparingen op de kosten gerealiseerd moeten worden.
Risico kenmerken Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: geen Ontwikkeling risico: Toegenomen Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: geen
60
Algemene uitkering
Risico kenmerken
Hiervoor is een (uitgaven verlagende) stelpost in de begroting opgenomen van structureel € 850.000 vanaf 2025. De mogelijkheden om deze besparingen te realiseren zijn afhankelijk van (wettelijke) maatregelen van het rijk, waarover nog geen duidelijkheid is. Voor de hiervoor genoemde risico's zijn (financiële) maatregelen getroffen die naar de huidige inzichten afdoende zijn. Een andere onzekere factor is de val van het kabinet. Hierdoor wordt onzeker in welke mate na de verkiezingen (november 2023) een nieuw kabinet het huidige beleid zal voortzetten. Uitkering inkomensvoorziening Vanuit de via het Rijk beschikbaar gestelde middelen voor de uitvoering van de Wet Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorzieningen aan Gemeente (BUIG) bekostigt de gemeente de inkomensvoorzieningen WWB, IOAZ, IOAW en een deel van de Bbz. In hoeverre de gemeente uitkomt met deze middelen is afhankelijk van o.a. de economische ontwikkelingen binnen de regio als de ontwikkelingen van de verdeelmaatstaven waarop het Rijk de beschikbare middelen verdeelt. Hier zitten de grootste onzekerheden. Vanaf halverwege 2022 zien we een lichte stijging van ons uitkeringsbestand. Deze stijging is voornamelijk het gevolg van een toename van het aantal statushouders in de gemeente Epe.
Risico kenmerken Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: geen Ontwikkeling risico: Toegenomen Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: geen
We zien dat de huidige mensen in de bijstand over het algemeen een langere afstand tot de arbeidsmarkt hebben. De krapte op de arbeidsmarkt heeft er namelijk voor gezorgd dat de uitkeringsgerechtigden met een kortere afstand tot de arbeidsmarkt al zijn uitgestroomd naar werk. Met de (risico)reserve BUIG worden financiële risico’s (van voornamelijk fluctuerende Rijksinkomsten) opgevangen. Onduidelijk is nog in hoeverre het BUIG budget anticipeert op deze eerder geschetste ontwikkeling. Daarom is het risico verhoogd van 5% naar 10% van de begrotingsomvang voor 3 jaar. Organisatie - Personeel De risico’s op dit gebied doen zich voor op meerdere vlakken. Een risico dat altijd aanwezig is, is het onverwacht wegvallen van personeel op kritische functies door langdurige ziekte, (gedwongen) vertrek van medewerkers en bovenformatief personeel. Het is niet vooraf te voorzien wanneer en in welke mate dit zich zal voordoen in het personeelsbestand van de gemeente. De financiële consequenties van dit risico kunnen groot zijn. Voor het opvangen van dit risico is een reserve aanwezig, waaruit de lasten gedekt kunnen worden. Jaarlijks worden in de begroting de uitgaven opgenomen en gedekt uit de reserve, op basis van op dat moment bekende informatie.
In de meerjarenbegroting is ingaande 2023 een structureel bedrag (toevoeging aan de reserve) opgenomen waarmee (een deel van) het risico kan worden opgevangen. Het risico kan niet worden opgeheven, want de uitgaven blijven afhankelijk van de mate waarin zich situaties van langdurige ziekte en (gedwongen) vertrek van medewerkers voordoen. De komende jaren zal moeten blijken in hoeverre het structurele bedrag bijstelling behoeft. Een andere ontwikkeling waarin risico’s aanwezig zijn, is de veranderende vraag vanuit de samenleving, die van invloed is op de uitvoering van het toenemend aantal taken van de gemeente en de daaraan gekoppelde dienstverlening aan de inwoners (zie de paragraaf Bedrijfsvoering). De gehele organisatie moet hierin meegaan. Dat gaat niet vanzelf. Daarom zijn in de begroting middelen opgenomen om hierop te kunnen inspelen en de medewerkers te kunnen faciliteren in deze ontwikkeling. Tenslotte is een aanzienlijk risico de huidige situatie op de (krappe) arbeidsmarkt. Het blijkt momenteel een grote uitdaging om medewerkers voor de organisatie te behouden en om goede nieuwe medewerkers te werven. In een groot aantal gevallen moet op dit moment een beroep worden gedaan op tijdelijke medewerkers door middel van inhuur bij externe bureaus. Dit maakt de organisatie kwetsbaar en brengt hoge kosten met zich mee.
We investeren in het binden en boeien van medewerkers (opleiding, talentontwikkeling, arbeidsvoorwaarden), waardoor Gemeente Epe als werkgever aantrekkelijker wordt. In deze begroting zijn hiervoor extra middelen opgenomen (reiskostenvergoeding). Meer hierover is opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering. Onderhoud Openbare Ruimte Het beheer van de Openbare Ruimte is in de gemeente sinds 2015 uitbesteed aan een aannemer op basis van een UAV-GC contract. Deze voert het onderhoud uit op basis van door de gemeente opgestelde specificaties. In de loop der tijd zien we dat de oorspronkelijke inzichten op het gebied van het beheer en onderhoud aan verandering onderhevig zijn. Naast de veranderde wensen van de inwoners ten aanzien van onderhoudsniveaus en veroudering
Risico kenmerken Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Midden Restrisico in 2023: € 182.000 Ontwikkeling risico: Toegenomen Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 109.000
Risicokenmerken Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Midden Restrisico: € 215.000 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel
61
Onderhoud Openbare Ruimte
Risicokenmerken
van het areaal (denk bijvoorbeeld aan het ouder worden van de bomen waardoor meer onderhoud nodig is) hebben we ook te maken met de gevolgen van de klimaatverandering. De verschillen tussen droge en natte periodes hebben tot gevolg dat we anders om moeten gaan met water en door meer te doen met biodiversiteit ontstaat er meer evenwicht in de natuur. Na de coronaperiode is er door wereldwijde prijsverhogingen op energie en grondstoffen en door de recente salarisverhogingen sprake van een hogere prijsindexatie dan in het contract is voorzien. Dit leidt tot het risico dat bij een nieuwe opdracht de kosten van dezelfde werkzaamheden structureel veel hoger komen te liggen. Al met al zien we dat ook bij een gelijkblijvend niveau van onderhoud van de openbare ruimte de kosten zullen gaan stijgen. In de komende jaren zal in de reguliere periodieke actualisatie van beheerplannen, financiële voorzieningen en reserves rekening gehouden moeten worden met deze ontwikkelingen.
Beslag op weerstandscapaciteit: € 129.000
Energietoeslag 2024
Risicokenmerken
Door de verslechterde economische ontwikkelingen en de mondiale stijging van energieprijzen heeft het kabinet afgelopen jaar voor sociale minima een compensatieregeling (energietoeslag) beschikbaar gesteld. Gemeenten doen de uitvoering daarvan. Het is onduidelijk of het Rijk middelen beschikbaar stelt voor de Energietoeslag 2024. Wanneer het Rijk middelen voor de Energietoeslag beschikbaar stelt zijn deze middelen niet toereikend om de hele doelgroep in de gemeente Epe te voorzien. In Epe houden we een minimabeleid aan tot 130% van het sociaalminimum (op basis van bijstand). Echter is de bijdrage van het rijk berekend op een groep tot 120% van het sociaalminimum. De uitbreiding van deze doelgroep kan zorgen voor een tekort van € 780.000 (op basis van 600 huishoudens).
2.5
Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer Groot Restrisico: € 650.000 Ontwikkeling risico: Nieuw Risico sturing: Geen, overheidsbeleid Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: € 260.000
Conclusie weerstandsvermogen
De gekwantificeerde risico’s afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit laat het volgende beeld zien: Weerstandsvermogen (bedragen * € 1.000)
2024
Weerstandscapaciteit
2.625
Rest risico's
845 Weerstandsvermogen
1.780
Gerekend in ratio’s wordt de weerstandscapaciteit 2024 als volgt weergegeven: 1. Algemene reserve in relatie tot de rest risico’s: 3,0 2. Weerstandscapaciteit in relatie tot rest risico’s: 3,1 De stand van de algemene reserve bedraagt € 2,5 miljoen. De ratio weerstandscapaciteit in relatie tot de rest risico’s (3,1) is uitstekend.
62
2.6 Kengetallen De gemeente is op basis van de regelgeving (BBV) verplicht een vijftal kengetallen in de begroting op te nemen. Deze geven een inzicht in de financiële positie van de gemeente. In de onderstaande tabel worden deze kengetallen weergegeven. Kengetal
Verslag 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
1a. Netto schuldquote
-12,9%
-10,8%
3,0%
8,4%
16,7%
17,0%
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-19,2%
-16,4%
-3,0%
2,6%
10,8%
11,1%
2. Solvabiliteitsratio
76%
81%
69%
66%
60%
60%
3. Grondexploitatie
-0,7%
-0,2%
-0,7%
-0,6%
-0,7%
-0,6%
4. Structurele exploitatieruimte
7,5%
1,3%
1,2%
4,3%
1,2%
1,1%
5. Belastingcapaciteit
83%
98%
104%
106%
108%
110%
2.6.1 Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij de door de gemeente verstrekte leningen onzekerheid kan bestaan over of ze allemaal worden terugbetaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Duiding Al een aantal jaren zijn de financiële bezittingen van de gemeente hoger dan de totale schulden. Met ingang van deze begroting en in het meerjarig beeld zet zich dat niet door en komen de financiële bezittingen van de gemeente met ingang van 2025 lager uit dan de schulden. Dat wordt met name veroorzaakt doordat de vast schulden (langlopende leningen) die in de jaarrekening 2022 nog nul waren, oplopen van 3,5 mln. in 2023 tot 16 mln. in 2027 als gevolg van het investeringsvolume in de komende jaren. In hoeverre de gemeente werkelijk langlopende leningen moet aantrekken is afhankelijk van de liquiditeitspositie in de komende jaren en de ruimte die er dan is om kortlopende schulden aan te trekken in plaats van langlopende. 2.6.2 Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen.
Onder de ratio wordt verstaan het eigen vermogen (algemene en bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat) als percentage van het balanstotaal. Duiding Het solvabiliteitspercentage van de gemeente lag de afgelopen jaren rond gemiddeld 75% (jaarrekening 2022: 76%). In de komende jaren zien we op basis van de meerjarenbegroting dat de solvabiliteit daalt en in het meerjarenperspectief op 60% uitkomt. De oorzaak hiervan is de stijging van het vreemd vermogen (aantrekken van langlopende leningen, zie ook 2.6.1.) waardoor het balanstotaal van de gemeente toeneemt (de eigen vermogenspositie blijft in de komende jaren stabiel). 2.6.3 Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. De boekwaarde van de gronden is van belang omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de risico’s in de grondexploitatie heeft de gemeente op haar balans een risicoreserve gevormd. De accountant beoordeelt ieder jaar in de controle de waardering van de gronden op de balans en de hoogte van de gevormde reserve. 2.6.4 Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.
63
Duiding De structurele lasten (exclusief de structurele onttrekkingen aan reserves) zijn over de planperiode 2024-2027 hoger dan de structurele baten. Als de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves betrokken worden bij de bepaling van de structurele exploitatieruimte dan is het beeld dat de meerjarenbegroting en elk planjaar structureel sluitend is wat inhoudt dat het saldo van de structurele baten inclusief structurele onttrekkingen aan reserves groter is dan het saldo van structurele lasten inclusief de structurele toevoegingen aan reserves. 2.6.5 Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Duiding Dit kengetal laat zien dat de woonlasten in de gemeente stijgen. Deze kengetallen wijken af van de presentatie van de woonlasten (grafiek) in de paragraaf lokale heffingen. Daar blijven de woonlasten in Epe onder het landelijk gemiddelde, omdat daar uitgegaan wordt van een verwachte stijging van de landelijke woonlasten. Hier wordt, op basis van de regelgeving voor alle jaren, een vergelijking gemaakt met het landelijk gemiddelde van 2022.
64
3 | Onderhoud kapitaalgoederen 3.1
Inleiding
In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt het beleidskader over het onderhoud van kapitaalgoederen weergegeven. De belangrijkste criteria in het beleidskader zijn “schoon, heel en veilig”, waarbij het gekozen uitgangspunt de gewenste kwaliteit in verhouding tot de beschikbare middelen is. De kwaliteit en het onderhoud van de kapitaalgoederen is bepalend voor het voorzieningenniveau en de daarmee samenhangende jaarlijkse lasten. Omdat met het onderhoud van de kapitaalgoederen een aanzienlijk deel van de begroting is gemoeid, is een goed overzicht van belang voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft, net als de andere paragrafen, een dwarsdoorsnede van de begroting omdat de kosten van het onderhoud van de kapitaalgoederen over verschillende programma’s is verspreid. 3.2
Beleidskaders
Het beleid voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is vastgelegd in de onderstaande beleidsplannen: • Wegenbeleidsplan • Gemeentelijk Watertaken Plan (GWP 2021-2025) • Groenstructuurplan / Bomenbeleidsplan • Beleidsplan openbare verlichting • Beleidsplan civiele kunstwerken • Beleidsplan gemeentelijke begraafplaatsen • Beheervisie begraafplaatsen (2018-01733) 3.3
Stand van zaken
Hieronder wordt – per gemeentelijk kapitaalgoed – aangegeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitvoering van het beleid, welke relevante ontwikkelingen er spelen, of er noodzaak is voor bijstelling van het beleid, de financiële consequenties van het beleid en de vertaling ervan in de begroting. Financiële vertaling van het onderhoud in de begroting (bedragen in € 1.000): Jaar vaststelling raad
Looptijd t/m
Achterstand onderhoud
Kosten 2022
Begroting 2023
Wegen
2014
2018
Nee
1.790
2.130
Riool / Watertaken
2021
2025
Nee
787
848
987 structureel budget
Civiele kunstwerken
2023
2027
Nee
21
17
34 storting voorziening
Bomen en groen
2010
-
Nee
Openbare verlichting
2018
2026
Nee
Beleids-en beheerplan
Gebouwen
-
-
Nee
Structureel Wijze m.i.v. 2024 2.309
structureel budget met egalisatiereserve
12
18
18 structureel budget
1.120
1.084
1.297 structureel budget
-
-
- storting voorziening
73
61
66 structureel budget
368
349
444 storting voorziening
226
276
281 structureel budget
De kosten 2022 betreffen de werkelijk gemaakte kosten in dat jaar. De financiële vertaling in de begroting vindt plaats door het instellen van een onderhoudsvoorziening waarin jaarlijks een gelijkblijvend bedrag wordt gestort of door een structureel budget waaruit de onderhoudskosten worden betaald eventueel aangevuld met een egalisatiereserve waarmee de lasten gelijkelijk over de jaren verspreid worden. Onder gebouwen zijn het gemeentehuis, de brandweerkazernes, wijkgebouwen, bibliotheken, dienstgebouwen, de Ossenstal, gymlokalen, streekarchief, kinderopvang opgenomen. Voor al deze gebouwen zijn er actuele meerjarenonderhoudsplannen.
65
De geraamde financiële middelen in de begroting ten behoeve van het onderhoud aan de kapitaalgoederen zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. Hierbij dient echter een voorbehoud te worden gemaakt dat dit afhankelijk is van de toekomstige inflatie en prijsindexatie. 3.3.1 Wegen In gemeente Epe ligt ongeveer 890 kilometer in lengte aan wegen. In oppervlakte is dat ca 300 ha. Bijna de helft van deze oppervlakte bestaat uit asfalt, 30% uit elementen en 20% is onverhard of bestaat uit beton. Jaarlijks wordt het weg areaal geïnspecteerd. Naar aanleiding van de inspectieresultaten wordt een onderhoudsprogramma opgesteld voor het jaar volgend op het jaar waarin de inspectieplaats had. In de begroting zijn structureel extra middelen opgenomen om de kwaliteit van de wegen in het buitengebied op langere termijn naar een hoger niveau te tillen. Ten behoeve van het groot onderhoud van wegen beschikt de gemeente over een structureel budget. Daarnaast is er een egalisatiereserve onderhoud wegen die de fluctuerende uitgaven voor het onderhoud over de jaren heen egaliseert door middel van een storting in of onttrekking aan deze egalisatiereserve. Het budget en de egalisatiereserve onderhoud wegen is zodanig dat het kwaliteitsniveau Laag voor de wegen in de gemeente kan worden gehandhaafd, conform het wegenbeleidsplan. 3.3.2 Riolering Het rioolnetwerk in de gemeente is ca.
470 kilometer lang. Daarvan is 240 kilometer drukriolering en 230 kilometer vrijverval riolering. Het drukrioolstelsel is voorzien van 1.023 mini gemalen en 21 riool gemalen. Alle gemalen worden jaarlijks preventief onderhouden. In het Gemeentelijk Watertaken Plan (GWP 2021t/m2025) zijn de benodigde maatregelen voor het verbeteren en in standhouden van de riolering genoemd. Tevens is er extra aandacht voor wateroverlastlocaties. De verwachte uitgaven voor onderhoud en vervanging van de riolering zijn in het GWP opgenomen en vertaald in de begroting. De meeste urgente locatie gebaseerd op gebruik, leeftijd en materiaalsoort zijn als eerste geïnspecteerd. Hiermee werden risico’s verder ingeperkt. Jaarlijks wordt een deel van het areaal geïnspecteerd met gedetailleerde camera-inspecties. Op dit moment is de kwalitatieve toestand van nagenoeg alle riolen in beeld. 3.3.3 Civiele kunstwerken De gemeente Epe heeft in totaal 68 bruggen en 2 fietstunnels in eigendom. De kosten voor de vervanging van bruggen worden betaald uit een daartoe ingestelde reserve. Voor het opvangen van kosten voor het onderhoud van de bruggen is een onderhoudsvoorziening ingesteld. De hoogte van deze voorziening is in lijn met het beleidsplan civiele kunstwerken. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden.
Voor de periode 2018 t/m 2022 is een beleidsplan civiele kunstwerken vastgesteld. 3.3.4 Bomen en groen Het Bomenbeleidsplan en het Groenstructuurplan geven de toekomstvisie weer van de gemeente Epe op groen in de openbare ruimte van de bebouwde kommen van Epe, Vaassen, Emst en Oene. In de kernen en het buitengebied (exclusief het bosgebied) staan ruim 32.500 onderhoudsplichtige bomen op gemeentelijke gronden. Om de boomveiligheid te waarborgen worden de bomen regelmatig gecontroleerd. De frequentie is op basis van kwaliteit en gebruiksdruk geprioriteerd. Het onderhoud van de openbare ruimte - waaronder bomen en gazons (ongeveer 50 ha), zandwegen en begraafplaatsen - is vastgelegd in kwaliteitsniveaus gebaseerd op het CROW. De beeldkwaliteit wordt geborgd door maandelijks een schouw uit te voeren. Voor de centra en wijken van Epe en Vaassen vindt het onderhoud op tenminste het niveau ‘basis’ plaats. Daarnaast wordt extra aandacht geschonken aan de bestrijding van boomziekten zoals de kastanjeziekte, letterzetter, iepziekte en essentaksterfte en de bestrijding van invasieve exoten zoals de Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw e.d. De gemeente Epe heeft op 9 december 2021 de omgevingsvisie ‘’Natuurlijk goed leven’’ vastgesteld. De uitwerking van de omgevingsvisie vindt plaats in de vorm van gebiedsvisies.
Vanaf september 2023 zal gestart met de ontwikkeling van deze gebiedsvisies. In de gebiedsvisies maken we een integrale uitwerking van de verschillende ruimtelijke opgaven. Onze waardevolle leefomgeving staat
66
daarbij centraal. Het groenstructuurplan en het bomenbeleid zullen na deze gebiedsvisies worden geactualiseerd. Het onderhoud van de openbare ruimte is uitbesteed aan een aannemer en vastgelegd in een overeenkomst met een looptijd tot 2025. Daarin is vastgelegd dat de openbare ruimte op basisniveau onderhouden wordt. Gemeente Epe heeft hierin de rol van opdrachtgever en toezichthouder op de geleverde kwaliteit in de openbare ruimte. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. 3.3.5 Openbare verlichting Het beleids- en beheerplan openbare verlichting 2017-2026 heeft als belangrijkste doel van het leggen van een bestuurlijke beheersmatige en financiële basis voor de zorg voor de openbare verlichting in de planperiode met een doorkijk naar de daaropvolgende jaren. In 2016 is via “Epe spreekt” een onderzoek gedaan hoe de burgers van de gemeente Epe de openbare verlichting ervaren. Op basis van deze resultaten is een nieuw beleidsplan voor de periode 2017-2026 opgesteld. Er zijn 6.531 masten, 6.616 armaturen en 6.616 lampen in beheer. Hiervan zijn 6.174 masten, 6.259 armaturen en 6.259 lampen in beheer bij de gemeente als eigenaar. In de gemeente staan 8 provinciale masten, 343 Triada masten en 6 masten zijn van Dorpsbelang Oene. Het doel is om de komende jaren geheel de gemeente Epe uit te rusten met LED verlichting.
Voor het onderhoud is er een voorziening waarin jaarlijks een bedrag wordt gestort. 3.3.6 Gebouwen Er zijn 47 gebouwen en woningen in beheer en onderhoud bij gemeente Epe, waarvan 6 gymlokalen. Voor alle gebouwen en woningen is een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) vastgesteld. Het MJOP is gericht op het in stand houden van de bestaande gebouwen. Per jaar wordt 50% van de MJOP's van de gebouwen geactualiseerd, zodat een cyclus van 2 jaar ontstaat. Een actuele MJOP levert een begroting voor de onderhoudsvoorziening en levert tevens de gegevens voor een jaarplanning voor de uitvoering. Het onderhoudsniveau wordt bepaald op basis diverse uitgangspunten, zoals toekomst, bouwjaar, huidige status e.d. Op basis van de MJOP's zijn voorzieningen gevormd, waaruit het groot onderhoud wordt bekostigd voor het gemeentehuis, de binnen-en buitenzijde van de gymzalen, de brandweerkazernes, kinderopvang St. Crusiusweg, de wijkgebouwen, de bibliotheken, de Ossenstal, gemeentewerf Kweekweg, de Milieustraat Vaassen, gebouwen begraafplaatsen en het Streekarchief. Het dagelijks onderhoud wordt bekostigd uit structurele budgetten die in de begroting zijn opgenomen. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. 3.3.7 Begraafplaatsen Voor de gemeentelijke begraafplaatsen is het beleidsplan begraafplaatsen vastgesteld.
Voor de uitvoering van het beheer en onderhoud van de gemeentelijke begraafplaatsen is een Beheervisie begraafplaatsen vastgesteld. De Beheervisie omschrijft de verschillende sferen en karakteristieken per begraafplaats en bepaalt hoe deze kunnen worden behouden en waar nodig versterkt kunnen worden. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om de benodigde werkzaamheden die in de Beheervisie staan omschreven te kunnen uitvoeren.
67
4 | Financiering 4.1
Inleiding
In de gemeente Epe gaat veel geld om. Daar zijn risico's aan verbonden. Het is belangrijk dat goed te besturen en te beheersen. In deze paragraaf laten we zien hoe we dat doen: ons beleid op het vlak van financiering/treasury en de daarmee samenhangende risico's.
4.2 Beleidskaders Het beleid staat in het treasurystatuut. De raad heeft dit beleid in 2014 vastgesteld.
4.3
Relevante ontwikkelingen / risico’s
In de wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) zijn twee instrumenten opgenomen om de financieringsrisico's (renterisico's) te beperken: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De provincie toetst of de gemeente aan deze normen voldoet. In bijlage 7 zijn de verplichte overzichten met de berekening van de kasgeldlimiet en van de renterisiconorm (en renterisico's op vaste schuld) opgenomen. 4.3.1 Kasgeldlimiet Grote veranderingen in rentes willen we vermijden. Leningen die we snel moeten terugbetalen heten ook wel 'kort geld'. Als daarvan de rente stijgt, betekent dat we al snel meer aan rente moeten betalen. De wet FIDO stelt daarom een grens: de kasgeldlimiet. Meer dan dat bedrag mogen we niet financieren met kort geld. Deze limiet is vastgesteld op 8,5% van alle lasten die in de begroting staan (het begrotingstotaal). Voor Epe bedraagt de kasgeldlimiet voor 2024 € 9,5 miljoen (zie bijlage 7). De gemeente Epe heeft op dit moment geen schulden met een looptijd korter dan een jaar (kort geld). 4.3.2 Renterisiconorm De rente van een langlopende lening staat voor een bepaalde tijd vast. Als die periode afloopt, kan het zijn dat de rente hoger is. Dan moeten we voor dezelfde lening meer betalen. Als op hetzelfde moment veel lange leningen tegelijk aflopen, dan moeten we ineens veel meer gaan betalen. Daarom staat in de wet FIDO de renterisiconorm.
Die bepaalt hoeveel van de langlopende schulden in één jaar mogen aflopen. Maximaal 20% van het begrotingstotaal mogen we opnieuw financieren of daarvan mag de rente worden gewijzigd. Voor Epe is de norm ruim € 22 miljoen (zie bijlage 7). De gemeente Epe heeft op dit moment geen langlopende leningen.
4.4
Financiering
4.4.1 Financieringspositie De financieringspositie geeft de financieringsbehoefte van de gemeente aan. Als we meer geld uitgeven dan er binnen komt, dan moeten we geld lenen. Dat heet het financieringstekort. Per 1 januari 2024 hebben we een financieringsoverschot van € 1,3 miljoen. Maar in de komende jaren staan er grote investeringen gepland, met name in scholen en maatschappelijke accommodaties. Dit zal leiden tot een financieringstekort. Met onderstaand overzicht willen wij (een globaal berekend) inzicht geven in de financieringsbehoefte van de gemeente in de komende jaren. Deze berekening is wel een momentopname. De feitelijke omvang van het financieringssaldo is bijvoorbeeld afhankelijk van het daadwerkelijk verloop van de geplande investeringen en de liquiditeit gedurende het jaar. Financieringspositie
2023
2024
2025
2026
2027
Boekwaarde activa (a)
75.092
79.213
86.807
94.648
92.520
Vermogen (b)
76.360
75.210
76.975
76.376
75.713
Financieringssaldo (a-b)
- 1.268
4.003
9.832
18.272
16.807
68
Als we moeten lenen, zullen we dat doen het met de meest gunstige optie. Dit kan zijn met kort geld of met een lening met een lange looptijd. Dit is onder meer afhankelijk van het actuele rentepercentage en de benodigde duur van de financieringsbehoefte. Voor kort geld gelden andere rentepercentages dan voor leningen met een lange looptijd. Afgelopen jaren was de rente bij kort geld voordeliger dan bij leningen met een lange looptijd. Uit de raming van De Nederlandsche Bank in juni 2023 blijkt dat verwacht wordt dat in 2024 de korte rente hoger zal zijn dan de lange rente. In onze begroting gebruiken wij de rente uit de raming van De Nederlandsche Bank. Wij verhogen die met een marge. Als de rente dan toch nog stijgt, lopen we niet meteen risico. Voor begroting 20242027 is een lagere marge toegepast dan in voorgaande jaren. Deze lagere marge lijkt voldoende te zijn. Voor het mogelijke risico bij rentestijging verwijzen wij naar paragraaf 2 Weerstandvermogen en Risicobeheersing. Hieronder staat het overzicht met de rentes die we gebruiken in de begroting. Rente
2024
2025
2026
2027
Rente kort
3,5 %
3,5 %
3,5 %
3,5 %
Rente lang
3,0%
3,0 %
3,0 %
3,0 %
4.4.2 Leningenportefeuille Epe heeft op dit moment geen langlopende leningen. De provincie Gelderland houdt toezicht op de financiën van gemeenten. Op hun website publiceren zij veel gegevens over de Gelderse gemeenten, waaronder hoeveel schuld elke gemeente heeft. Epe scoort goed in vergelijking met andere Gelderse gemeenten. De laatste jaren staat Epe altijd hoog in de lijst van Gelderse gemeenten met de minste schulden per inwoner. In de laatste versie (2021) staat Epe zelfs op de derde plek. De komende jaren gaan we fors investeren. Het gaat met name om scholen en maatschappelijke accommodaties. Het gaat om vele miljoenen. Om dat te betalen, zullen we de komende jaren waarschijnlijk weer langlopende leningen moeten afsluiten. 4.4.3 Uitzettingen De gemeente mag niet teveel geld op de bankrekening hebben staan. Als het bedrag boven een bepaalde drempel uitkomt, zijn we verplicht de overtollige middelen aan te houden bij het Ministerie van Financiën (in de schatkist van het Rijk). Hierover ontvangen wij rente. Om het dagelijkse kasbeheer doelmatig uit te kunnen voeren is een drempelbedrag bepaald wat buiten de schatkist mag worden aangehouden. Volgens de rekenregels mag gemeente Epe een positief rekening-courantsaldo bij de banken aanhouden van € 2,2 miljoen (gebaseerd op begroting 2024). Daarnaast heeft de gemeente aandelen van o.a. BNG en Vitens.
4.4.4 Renteschema Conform het advies van de Commissie BBV wordt een renteschema opgenomen in de begroting en de jaarrekening. Het renteschema van de begroting geeft inzicht in de verwachte rentelasten en rentebaten van de gemeente en het verwachte renteresultaat en de wijze van rentetoerekening aan investeringen, grondexploitaties en projecten. In bijlage 7 is de berekening van het renteschema opgenomen.
69
5 | Bedrijfsvoering 5.1
Inleiding
De paragraaf bedrijfsvoering heeft tot doel inzicht te geven in de beleidsvoornemens op het gebied van de bedrijfsvoering en de ontwikkeling van de organisatie. Een goede bedrijfsvoering is een randvoorwaarde voor een succesvolle uitvoering van de primaire processen en ontwikkelingen zoals gebiedsgericht werken en de omgevingswet. Onder bedrijfsvoering wordt verstaan: personeel en organisatie, informatievoorziening en automatisering, financiën, huisvesting (incl. facilitaire zaken), interne communicatie en juridische zaken (PIOFHA-JC). 5.2
Beleidskaders
Het beleidskader voor de inrichting van de organisatie en de bedrijfsvoering is door het college vastgesteld in de volgende documenten: • Organisatiebesluit • Mandaatregister • Financiële verordening 2017 De kaders en de ambitie voor de ontwikkeling van de organisatie zijn vastgelegd in de visiedocumenten: • Epe regisserende gemeente • Toekomstvisie Epe 2030 • Dienstverleningsvisie
5.3
Beleidsvoornemens
Net als veel andere gemeenten staat Epe voor een grote opgave: de samenleving verandert snel en er wordt van overheidsorganisaties een andere rolinvulling gevraagd. Waar we voorheen vaak de bepaler waren, hebben we steeds vaker de rol van medespeler. Dat vraagt nogal wat. Van de raad, het college en het ambtelijk apparaat. Voor iedereen heeft dit gevolgen. Ook in Epe heeft deze ontwikkeling geleid tot een politieke ambitie om de organisatie en werkwijze hierop in te richten. ‘We streven naar een ondernemende, op netwerken en samenwerking gerichte organisatie, die als vanzelfsprekend in verbinding staat met ‘buiten’. De kernwaarden onderscheidend, duurzaam, verbindend en verrassend staan hierin voorop. Om invulling te geven aan de visie op de organisatie wordt ingezet op de volgende onderdelen. 5.3.1 Organisatie Het verbeteren van de dienstverlening voor onze inwoners en ondernemers is een van onze kerntaken. De samenleving ontwikkelt verder en we zien dat de vraag vanuit de samenleving op verschillende manieren is geïntensiveerd ten opzichte van een aantal jaren geleden. Landelijke ontwikkelingen Landelijk zijn er diverse ontwikkelingen die leiden tot een groter takenpakket van de gemeente. Dit betreft nagenoeg alle domeinen waar de gemeente actief is.