CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapport-onderzoek-Toezicht-en-Handhaving-Epe-definitief

Gemeenteraad 23 maart 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Rapport Rekenkamercommissie onderzoek Toezicht en Handhaving18.031 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Wij constateren dat het handhavingsuitvoeringsprogramma grotendeels een herhaling is van de prioriteiten en uitgangspunten die zijn genoemd in het handhavingsbeleid. Het bevat verder geen

17

Bron: Eindrapport rekenkamercommissie Schagen, Onderzoek Toezicht en Handhaving, Partners+Pröpper, 15 oktober 2019

Pagina 24

verdiepend overzicht van uitvoeringsprestaties en ambtelijke inzet van toezicht en handhaving. Denk hierbij aan het aantal uitgevoerde controles en geconstateerde overtredingen per prioriteit en de inzet in manuren of fte’s die hiermee gemoeid is. Ook ontbreken doelen ten aanzien van deze indicatoren voor het komende jaar en worden organisatorische knelpunten of organisatorische risico’s niet genoemd. Uit het uitvoeringsprogramma valt dus niet op te maken hoe de beschikbare capaciteit wordt ingezet, waarop en/of er sprake is van voldoende kwaliteit en kwantiteit om de prioritaire doelen te realiseren. De eerder genoemde verbinding tussen beleid en uitvoering (zie paragraaf 1.1) is daarmee niet helder gemaakt. PROJECTPLANNEN Voor twee specifieke prioritaire onderwerpen rondom toezicht en handhaving worden projectplannen opgesteld voor de uitvoering. Dat is gedaan voor ‘Recreatiewoningen in het bos’ 18 en ‘Toezicht en Handhaving Vitale Vakantieparken’.19 De projectplannen geven wel specifiek inzicht in uitvoeringsdoelen en de activiteiten die moeten worden verricht om deze doelen te realiseren, alsmede de ambtelijke capaciteit en personele kosten die daarmee gemoeid zijn. In dat licht worden met deze twee projectplannen wel een verbinding tussen beleid en uitvoering gemaakt.

1.4

Samenwerkingspartners

De gemeente Epe werkt bij de uitvoering van toezicht- en handhavingstaken in het fysieke domein samen met partners. De onderstaande tabel presenteert de partners die worden genoemd in het handhavingsuitvoeringsprogramma.20 Daarnaast werkt de gemeente op specifieke onderwerpen samen met gemeenten in de regio en de provincie Gelderland. Een voorbeeld is de samenwerking rondom ‘Vitale vakantieparken’. De gemeente Epe is sinds 2014 aangesloten bij het Programma Vitale Vakantieparken. Dit is een samenwerking van tien Veluwse gemeenten en de provincie Gelderland. Het Programma Vitale Vakantieparken staat voor een integrale aanpak, met als doel het toerisme en de recreatie op de Veluwe te versterken. Dit sluit aan bij de ambitie van de gemeente Epe op het gebied van verblijfsrecreatie. De ontwikkelingen binnen dit programma zijn van invloed op de werkzaamheden vanuit het team Beheer-Handhaving en Nazorg. Er wordt daarom ook regionaal afgestemd. In 2021 heeft afstemming plaatsgevonden tussen de projectleider Toezicht en Handhaving Vitale Vakantieparken van de gemeente Epe en de coördinator van dit programma. Organisatie Politie basisteam VeluweNoord Omgevingsdienst Veluwe IJssel (OVIJ)

Veiligheidsregio Noord-Oost Gelderland (VNOG)

18 19 20

Uitvoering van toezicht- en handhavingstaken Algemeen toezicht en handhaving binnen de openbare ruimte en ondersteuning bij uitvoering van toezicht door de gemeente Epe. De OVIJ voert voor de gemeente Epe toezicht- en handhavingstaken uit op het terrein van milieu. Dit zijn de basistaken van de OVIJ. Hiertoe voert de OVIJ zijn eigen regionale probleem- en risicoanalyse uit en stelt een regionale VTH-strategie op voor een periode van vier jaar. Met de gemeenten, waaronder de gemeente Epe, wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma afgesproken. Advisering brandveiligheid en toezicht en handhaving. Hiertoe voert de VNOG een eigen probleem- en risicoanalyse uit en stelt

Bron: Projectplan Handhaving recreatiewoningen in het bos Bron: Projectplan Toezicht en Handhaving Vitale Vakantieparken Bron: Handhavingsuitvoeringsprogramma 2021, gemeente Epe

Pagina 25

Organisatie

Uitvoering van toezicht- en handhavingstaken een algemeen beleidsplan op. Daarbinnen worden uitvoeringsprogramma’s opgesteld, zoals voor brandveiligheid. De gemeente kan daarop aanvullingen indienen. Waterschap Vallei en Veluwe Toezicht en handhaving op waterbeheer. Het waterschap verleent vergunningen en houdt toezicht en handhaaft op basis van de Waterwet. Verleende vergunningen worden afgestemd met de gemeente en vice versa. Zo kan worden toegezien op samenloop met door de gemeente of het waterschap af te geven vergunningen. Provincie Gelderland Interbestuurlijk toezicht bij ruimtelijke ordening, bouwen, milieu, huisvesting, monumenten, constructieve veiligheid van bouwwerken en toezicht en handhaving Wet Natuurbescherming. Tabel Deel II 1.2 Samenwerkingspartners rondom toezicht en handhaving

Pagina 26

2

De uitvoering en werkwijze

In dit hoofdstuk staat blok B uit het evaluatiemodel centraal. Hieronder beantwoorden we direct de deelvragen die aansluiten op dat blok, aan de hand van kernbevindingen. Daarnaast passen we de in dit onderzoek gehanteerde normen toe en sluiten de kernbevindingen daarmee af. De onderliggende paragrafen van dit hoofdstuk bevatten een meer gedetailleerde onderbouwing van de kernbevindingen, waarbij bevindingen worden geïllustreerd met casussen. DEELVRAGEN 4 In hoeverre heeft de gemeente Epe prioriteiten gesteld in het handhavingsbeleid en bij de uitvoering daarvan? 5 Is de uitvoering voorbereid op de veranderingen in de wetgeving met betrekking tot de nieuwe Omgevingswet? 6 Hoe is de communicatie over toezicht- en handhaving met inwoners en bedrijven? > Is informatie over wet- en regelgeving in relatie tot de toezicht- en handhaving voor inwoners en bedrijven toegankelijk en begrijpelijk? > Is er naast een ‘formele’ houding van de gemeente ook sprake van een ‘informele’ insteek om het vertrouwen tussen de gemeente en inwoners en bedrijven te vergroten? TOEGEPASTE NORMEN

• • • •

Er zijn voldoende personele middelen: deze zijn in lijn met doelen en prioriteiten. Er is daar waar kan en nodig een integrale werkwijze. De kwaliteit van de middelen is op orde: informatiebeheer, adequate en volledige dossiervorming en kwaliteitsmanagement. Er is een heldere communicatie naar inwoners en bedrijven en informatie is toegankelijk beschikbaar gesteld.

Beantwoording van de deelvragen: de kernbevindingen 4 De gemeente heeft veertien prioriteiten gesteld op basis van een risicoanalyse, regionale afspraken en afspraken in het collegeakkoord (lokaal bestuurlijke prioriteiten). De prioriteiten zijn opgenomen in het handhavingsbeleid 2022-2025 en in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s. 5

Om de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen te implementeren, worden momenteel pilotprojecten gestimuleerd en volgen medewerkers trainingen.21 De gemeente heeft echter nog geen geschikte aanmeldingen ontvangen voor pilotprojecten. Verder heeft de gemeente de werkprocessen beschreven en verwerkt in het zaaksysteem. Medewerkers hebben een training gehad en worden op de hoogte gehouden van de implementatie. De uitgangspunten van het handhavingsbeleid rondom ‘Probleemoplossend handhaven’ en ‘Spontane naleving en preventief handelen’ sluiten goed aan op de geest van de nieuwe Omgevingswet. Rondom ‘Spontane naleving en preventief handelen’ zijn voorbeelden te vinden met betrekking tot het bestrijden van illegale permanente bewoning van vakantieparken. Hierbij is ingezet op contact- en relatieopbouw met beheerders en/of VvE’s. De beheerders en/of VvE’s hebben zelf ook instrumenten in handen om te handhaven. Daar waar dat niet het geval is

21 Bron: Interviews

Pagina 27

heeft handhaaft de gemeente. Een punt van aandacht die beheerders en VvE’s van vakantieparken meegeven, is om hen eerder vooraf te betrekken bij grootschalige controles en ook brandveiligheid, in verband met de droge bossen in de zomerperiode. Gesprekken met de gemeente hierover zijn al gevoerd en/of nog gaande. Ook geven beheerders aan meer op de hoogte te willen zijn van de stand van zaken van lopende handhavingszaken, zodat ook zij daar een goed beeld van hebben. Ook rondom ‘Probleemoplossend handhaven’ zijn er voorbeelden waarbij de gemeente dit uitgangspunt hanteert. Er liggen nog wel ontwikkelpunten die betrokkenen aan de gemeente willen meegeven, of die ons opvallen: > Oplossingen voor problemen komen regelmatig pas op het kleed vlak voor of tijdens een zitting in de bezwaarschriftencommissie, of op moment dat er vanuit een betrokkene juridisch tegenwicht wordt geboden. Dat is volgens de bezwaarschriftencommissie een gemiste kans. Door oplossingen in een zo vroeg mogelijk stadium te bieden, kunnen kosten en een langdurig proces worden vermeden; > De bezwaarschriftencommissie roept ook op tot volledige en samenhangende dossiervorming en registratie in het zaaksysteem.

Het komt nog teveel voor dat stukken missen en/of opvolgende ambtenaren niet geheel op de hoogte zijn van de context en alle ins en outs van een dossier; > Verslagen van inspecties rondom constructieve veiligheid en eventuele maatregelen blijven in het dossier van de uitvoerder. Volgens de uitvoerders archiveert de gemeente deze niet; > In het geval een aanvraag voor een bouw- of sloopvergunning bij de gemeente wordt ingediend, zou de gemeente een moment moeten nemen om integraal naar de situatie te kijken, zeker als het gaat om wat oudere objecten met grond waar een hele historie aan is voorafgegaan. Dan kan de gemeente in overleg met de indiener in een keer de gehele situatie bespreken en gezamenlijk tot oplossingen komen, in plaats van per opstal een aanvraag te beoordelen; > Voor een uitvoerder van woningbouw is het niet altijd duidelijk wie binnen de gemeente de contactpersoon is. Voor verschillende onderwerpen heeft de uitvoerder namelijk te maken met verschillende afdelingen; > Het meer transparant en begrijpelijk communiceren over eisen rondom brandveiligheid en maatwerk is nodig: wat is in een specifieke situatie wenselijk en wat is de minimale wettelijke eis? 6

De gemeente Epe wil inwoners en bedrijven aan de voorkant informeren, voordat eventuele problemen zich voordoen. De gemeente doet dit via publicaties op de gemeentelijke website, korte filmpjes op de website, of in lokale media zoals het gemeentekrantje. De informatie is gericht op specifieke thema’s die binnen de gemeente prioriteit hebben. De gemeente investeert ook in de relatie met de eigenaren en exploitanten van de vakantieparken en besturen van de VvE’s. Uitgaande van de besproken casussen zien we dat de gemeente een goede relatie heeft opgebouwd, waardoor draagvlak voor toezicht en handhaving ontstaat en inwoners en bedrijven al zelf maatregelen treffen om problemen te voorkomen, mits dat binnen hun invloedsfeer ligt.

Pagina 28

De normen Er zijn voldoende personele middelen: in lijn met de doelen en prioriteiten.

Er is daar waar kan en nodig een integrale werkwijze.

De kwaliteit van de middelen is op orde: informatiebeheer, adequate en volledige dossiervorming en kwaliteitsmanagement.

Heldere communicatie naar inwoners en bedrijven en toegankelijke informatie.

Tabel Deel II 2.1 De normen en de kernbevindingen

De kernbevindingen De gemeente heeft prioriteiten gesteld en richt zich daar ook op. Daarnaast zijn er goede voorbeelden rondom ‘Spontane naleving en preventief handelen’, waar beheerders van vakantieparken zelf instrumenten hanteren om te handhaven. Er is geen integrale werkwijze, want: • Een punt van aandacht die beheerders of VvE’s van vakantieparken meegeven is om bij controles ook brandveiligheid, in verband met de droge bossen in de zomerperiode, mee te nemen. • In het geval een aanvraag voor een bouw- of sloopvergunning bij de gemeente wordt ingediend zou de gemeente een moment moeten nemen om integraal naar de situatie te kijken, zeker als het gaat om wat oudere objecten met grond waar een hele historie aan is vooraf gegaan. De kwaliteit is nog niet voldoende: • De bezwaarschriftencommissie roept op tot volledige en samenhangende dossiervorming en registratie in het zaaksysteem. • Het komt nog teveel voor dat stukken missen en/of opvolgende ambtenaren niet geheel op de hoogte zijn van de context en alle in- en outs van een dossier. Er is sprake van heldere communicatie, want: • De gemeente doet dit via publicaties op de gemeentelijke website, korte filmpjes op de website of lokale media zoals het gemeentekrantje. De informatie is gericht op specifieke thema’s die binnen de gemeente prioriteit hebben.

• De gemeente investeert in de relatie met de eigenaren en exploitanten van de vakantieparken en besturen van VvE’s. Uitgaande van de besproken casussen zien we dat de gemeente een goede relatie heeft opgebouwd waardoor draagvlak voor toezicht en handhaving ontstaat en inwoners en bedrijven al zelf maatregelen treffen om problemen te voorkomen, mits dat binnen hun invloedsfeer ligt.

Pagina 29

2.1

Prioriteiten en de uitvoering

Zoals eerder beschreven in hoofdstuk 1, komen de prioriteiten voort uit de risicoanalyse van de gemeente Epe, regionale afspraken die het college maakt met de Veiligheidsregio (brandweerzorg en volksgezondheid) en met de Omgevingsdienst Veluwe IJssel (die ook regionale risicoanalyses maken) en afspraken die zijn gemaakt in het kader van het collegeprogramma. In de onderstaande tabel worden de prioriteiten van toezicht en handhaving gepresenteerd. Deze zijn ook opgenomen in de factsheet van Deel III van dit rapport. Gezien de scope van dit onderzoek geven we daarbij enkel de prioriteiten weer die gelden voor toezicht en handhaving ten aanzien van ruimtelijke ordening, bouwen, duurzaamheid, milieu en het gebruik van de openbare ruimte.

VTH-domein

Prioriteiten 2022-2025

Ruimtelijke 1 Brandveiligheid: met name voor de categorieën: woon-/zorgcomplex, ordening en bouwen woongebouwen ouderen, bedrijven, risicovolle milieulocaties, logies, horeca, winkels, zorg-, sport-, culturele, overheidsinstelling, school, peuterspeelzaal en kinderdagverblijf en evenementen. 2 Constructieve veiligheid: categorieën idem aan brandveiligheid. 3 Recreatieterreinen: > bouwen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van kleine bouwwerken; > overtreding van de gebruiksvoorschriften gebouwen recreatieterreinen en -gebieden, met name op het gebied van permanente bewoning en bedrijvigheid. Duurzaamheid

4 Woningen: niet voldoen aan voorwaarden van de omgevingsvergunning. 5 Woon- en zorgcomplexen: niet voldoen aan voorwaarden van de omgevingsvergunning.

Milieu (Omgevingsdienst)

6 Uit het collegeprogramma: versterken van toezicht en handhaving op het toepassen van duurzame energie en energiebesparing. 7 Zeer zorgwekkende stoffen en risicovolle milieulocaties. 8 Circulariteit. 9 Afvalverwerking LAP-3.

Verkeer

10 Verkeersgevaarlijke situaties. 11 Parkeren.

APV en bijzondere 12 Toezicht bos: loslopende honden, wandelen en rijden buiten de paden, wet- en regelgeving voeren van wilde zwijnen, betreden na zonsondergang en voor zonopkomst, dumpen van afvalstoffen en zwerfafval. 13 Houtopstanden kappen: zonder vergunning bij een woning, bedrijf en in natuur/bosgebieden. 14 Afval: op onjuiste wijze aanbieden. Tabel Deel II 2.2 Prioriteiten van toezicht en handhaving in de gemeente Epe

Pagina 30

2.2

De werkwijze

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen heeft impact op de werkwijze van Toezicht en Handhaving. De gemeente staat immers meer op afstand en dat vraagt om andere kwaliteiten van de gemeente. Om deze kwaliteiten te ontwikkelen worden momenteel pilotprojecten gestimuleerd en volgen medewerkers trainingen.22 De gemeente heeft nog geen geschikte aanmeldingen ontvangen voor pilotprojecten. De animo is vooralsnog niet heel groot. De bedrijven en opdrachtgevers moeten hiervoor de eerste aanzet doen. Dit wordt ook in regionaal verband en vanuit de brancheorganisatie gestimuleerd en besproken. De gemeente heeft de werkprocessen beschreven en verwerkt in het zaaksysteem. Medewerkers hebben een training gehad en worden in weekstarts op de hoogte gehouden van de implementatie. Hoewel het handhavingsbeleidsplan aangeeft dat door de nieuwe Omgevingswet minder vergunningverlening nodig zal zijn en meer algemene regels zullen worden voorgeschreven, geeft het team Toezicht en Handhaving aan dat deze nieuwe wet verder weinig effect zal hebben op de huidige taken en werkzaamheden van toezichthouders en handhavers.23 Wij merken daarbij op dat deze reactie vanuit het oogpunt van het huidige handhavingsbeleid begrijpelijk is.

De twee uitgangspunten ‘Spontane naleving en preventief handelen’ en ‘Probleemoplossend handhaven’ liggen immers in lijn met de nieuwe Omgevingswet en de ambtelijke organisatie werkt met deze uitgangspunten. Er zijn echter ook vraagtekens bij te plaatsen. Ten eerste het artikel op www.gemeente.nu, dat dieper ingaat op de betekenis van de nieuwe Omgevingswet voor de werkwijze van handhaving en toezicht. Wij hebben hiervan een korte samenvatting gemaakt in bijlage 1.24 Het artikel roept bij ons vraagtekens op of de nieuwe manier van denken over de nieuwe Omgevingswet wel volledig is doorgevoerd in de organisatie van de gemeente Epe. Dit voornamelijk ten aanzien van het uitgangspunt ‘Probleemoplossend handhaven’. Ten tweede onderstreept de jaarlijkse verslaggeving van de Commissie voor de Bezwaarschriften dit.25 Hieruit blijkt dat het bij de behandeling van een bezwaar, in een zitting met het college en de bezwaarmaker(s), nogal eens voorkomt dat pas op dat moment het goede gesprek tussen het college en de bezwaarmaker op gang komt. Dan blijken er ook oplossingen op tafel te komen. Ook constateert de Commissie voor de Bezwaarschriften dat er steeds vaker zittingen zijn waarbij op het laatste moment een of twee bezwaren van de agenda worden gehaald, omdat via informeel overleg alsnog tot een oplossing wordt gekomen.

Ook geeft de commissie aan dat bij een zitting een ambtelijk vertegenwoordiger van het college of de burgemeester (als bestuursorgaan) aanwezig is. De commissie constateert dan dat het nogal eens voorkomt dat hij/zij onvoldoende op de hoogte is van het voortraject, bijvoorbeeld omdat het dossier is overgenomen van een voorganger. Dit bemoeilijkt de mogelijkheid van hoor- en wederhoor en ons inziens ook de mogelijkheid om in een vroegtijdig stadium tot oplossingen te komen; daarvoor is immers goed inzicht in het volledige dossier nodig. De commissie beveelt dan ook aan om ook de voorganger deel te laten nemen aan de zitting, en alle formele én informele momenten gedurende het proces te registeren in het zaaksysteem van de gemeente en een volledig dossier aan te leggen. Het komt volgens de commissie namelijk nogal eens voor dat belangrijke stukken ontbreken, die cruciaal zijn geweest bij

22

Bron: Interviews Bron: Interviews 24 Bron: www.gemeente.nu/ruimte-milieu/omgevingswet/omgevingswet-vraagt-nieuwe-werkwijze-toezicht-en23

handhaving 25

Bron: jaarverslag van de Commissie voor de Bezwaarschriften, 21 februari 2022

Pagina 31

de totstandkoming van het betreffende besluit.26 Dit sluit aan op wat de gemeente voor ogen heeft met registratie van toezicht- en handhavingszaken in het zaaksysteem. Zoals eerder opgemerkt wil de gemeente toezicht- en handhavingszaken registreren, zodat de gemeente adequaat kan reageren op vragen over en verzoeken tot toezicht en handhaving en de afhandeling daarvan. Het zaaksysteem voorziet overigens ook in een stap waarin een mogelijk geschil kan worden opgelost door inzet van mediation. Volgens de commissie is bij deze stap vaak ‘geen’ ingevuld. De oorzaak hiervan is niet bekend bij de commissie. Wij merken op dat dit gelegen kan zijn in het onvoldoende registeren van een zaak in het zaaksysteem of het niet inzetten van het instrument mediation, terwijl mediation mogelijk wel een oplossing had kunnen bieden. In dat laatste geval is er ons inziens sprake van een gemiste kans, ook gezien de constatering van de commissie dat oplossingen op het laatste moment of tijdens een zitting tot stand komen. Aan de andere kant moeten partijen uit de samenleving wel open staan voor dit instrument. Dat is niet altijd het geval en dan kan het leiden tot slepende kwesties. Wij zien dit in het bijzonder op het moment dat een verzoek tot handhaving een tegenreactie oplevert, in de vorm van verzoeken tot handhaving tegen de verzoeker.

Beide partijen raken dan verstrikt in verzoeken en tegenverzoeken en geraken in een procedureel-juridisch proces, dat nog moeilijk is te doorbreken. Zie de casus in het onderstaande kader. Met betrekking tot ‘slepende kwesties’ of ‘hardnekkige casuïstiek’ ziet de commissie ook dat steevast een aantal inwoners regelmatig met bezwaren voorbij komen. De commissie adviseert de gemeente om die zaken nog eens goed door te lichten en te proberen om uit patstellingen te komen.27 Mediation valt of staat bij medewerking van betrokkenen Een voorbeeld van een verzoek tot handhaving van een bewoner tegen een van de buren voor overlast door een feest. Dat resulteerde vervolgens in een tegenreactie in de vorm van verzoeken tot handhaving tegen de eerste verzoeker. De tegenreactie richt zich op een geheel ander onderwerp dan overlast, namelijk op illegale bebouwing. Dit leidde vervolgens weer tot een tegenreactie van de eerste verzoeker et cetera. Gaandeweg ontstond een neerwaartse spiraal van verzoeken tot handhaving en klachten over en weer, waarbij de klachten zich steeds verder verbreedden op allerlei terreinen. Vanwege de handhavingsverzoeken ‘over en weer’ heeft de gemeente voorgesteld om een mediationtraject te starten tussen de betrokken partijen. Dit onder de voorwaarde dat alle partijen bereid zijn om alle lopende juridische procedures aan te houden.

Aan deze voorwaarde werd echter niet voldaan. Hierdoor werd de gemeente gedwongen om handhavend, in plaats van probleemoplossend, op te treden. Dit leidde vervolgens weer tot bezwaren tegen de besluiten van de gemeente waarmee de neerwaartse spiraal zich steeds verder verdiepte. LESSEN VOOR DE INZET VAN MEDIATION De les is dat de inzet van mediation alleen werkt als alle betrokken partijen willen meewerken. Medewerking kan worden gestimuleerd als voor de betrokken partijen duidelijk een ‘winst’ is te behalen. Als de relatie tussen betrokkenen echter dusdanig is verstoord, en een slepende kwestie is geworden, is het moeilijk voor betrokkenen nog ‘winst’ te zien. Het conflict beweegt zich dan in het private domein, waar de gemeente moeilijk of niet kan ingrijpen.

Hieronder gaan we verder door in hoe toezicht en handhaving in de praktijk wordt beleefd door inwoners en bedrijven. Dit doen we aan de hand van bestudeerde casussen. We sluiten iedere casus af met tips of lessen die betrokkenen graag willen meegeven aan de gemeente.

26

Bron: jaarverslag van de Commissie voor de Bezwaarschriften, 21 februari 2022

27 Bron: Interviews

Pagina 32

2.2.1 Casus Sprengenweg TYPE CASUS: PROBLEEMOPLOSSEND HANDHAVEN Een perceel met diverse opstallen (gebouwen en bijgebouwen) werd aangekocht in 2017. De eigenaar wilde verschillende aanpassingen doen: verwijderen van bijgebouwen, opknappen van een stenen schuur, dempen van een vijver en verbouwen van een terrasoverkapping door deze bij de woonruimte te betrekken. Bij aanvraag van een vergunning werd bij een controle door de gemeente geconstateerd dat een aantal bestaande bouwwerken op het perceel ‘illegaal’ zijn op grond van de agrarische bestemming. Dat was voor de eigenaar ook een verrassing, want bij de koop heeft hij daar geen informatie over verkregen. Dat betekende onder andere dat de stenen schuur verwijderd moest worden. De gemeente besloot om ter plekke het een en ander in te komen meten, om de eigenaar meer duidelijkheid te bieden wat de mogelijkheden en beperkingen waren op het perceel. De eigenaar geeft aan dat het daarna lange tijd stil bleef vanuit de gemeente. De eigenaar nam meerdere malen contact op en na enige tijd ontving de eigenaar een reactie van de gemeente met excuses voor de vertraging. Weer na enige tijd ontving de eigenaar een brief met een kennisgeving tot handhaving vanwege overtreding van het bestemmingsplan. Deze brief werd kort daarop gevolgd door een vooraankondiging met last onder dwangsom.

Hiermee werden de bewoners onder andere verzocht om de bijgebouwen op grond met een agrarische bestemming te verwijderen, de stenen schuur te verkleinen en de terrasoverkapping aan te passen.

De eigenaar vroeg de gemeente om gezamenlijk tot een oplossing te komen rondom de sloopverplichting en het verkleinen van de stenen schuur; dat laatste leverde voor hem problemen op. De reactie van de gemeente was voor de eigenaar teleurstellend. De gemeente gaf aan dat de eigenaar bij de aankoop van het perceel zelf onderzoek had moeten doen naar de bestemming en verplichtingen die rusten op het perceel en de gebouwen. De koper heeft dus een onderzoeksplicht. De eigenaar nam vervolgens een jurist in handen, in de hoop dat dit zou helpen om in gezamenlijk overleg tot oplossingen te komen. Er werd door de eigenaar tevens aangegeven dat er meetfouten waren gemaakt. Dat laatste bleek het geval, want de stenen schuur bleek na een nieuwe meting door de gemeente veel kleiner dan de eerdere meting liet zien. De schuur mocht dus blijven staan. Het proces om gezamenlijk tot oplossingen te komen kwam pas op gang na juridisch tegenwicht van de eigenaar. De gemeente had in een eerder stadium met de eigenaar in overleg kunnen treden om de gehele situatie te bekijken. Dat is volgens de eigenaar een gemiste kans.

LESSEN DIE WORDEN MEEGEGEVEN AAN DE GEMEENTE In het geval een aanvraag voor een bouw- of sloopvergunning bij de gemeente wordt ingediend, zou de gemeente een moment moeten nemen om integraal naar de situatie te kijken, zeker als het gaat om wat oudere objecten met grond waar een hele historie aan is vooraf gegaan. Dan kan de gemeente in overleg met de indiener in een keer de gehele situatie bespreken en gezamenlijk tot oplossingen komen, in plaats van per opstal een aanvraag te beoordelen.

Pagina 33

2.2.2 Casus Vakantiepark Remboe Village TYPE CASUS: SPONTANE NALEVING EN PREVENTIEF HANDELEN Goede voorbeelden van spontane naleving en preventief handelen zien we bij de het prioritaire onderwerp ‘permanente bewoning in vakantieparken’. Het park Remboe Village is jaren geleden overgenomen door Europarcs en bestaat uit kavels waarop huisjes, chalets en caravans staan. Er zijn kavels en huisjes in privé-eigendom die door de eigenaren worden gebruikt, maar er zijn er ook die in eigendom zijn van Europarcs en worden verhuurd. Lange tijd geleden waren er problemen. Er was toen sprake van verpaupering van het park, mede door permanente illegale bewoning. De problemen zijn nu nagenoeg opgelost. Toch is het moeilijk om illegale bewoning volledig uit te bannen, omdat op een park altijd sprake van een nieuwe instroom van eigenaren. Het vraagt dus permanent om aandacht. De beheerder werkt hiertoe samen met handhavers van de gemeente en draagt ook zelf binnen het park uit dat permanente bewoning niet is toegestaan. De beheerder borgt dit als volgt: > Het verbod op permanente bewoning is opgenomen in het parkreglement; > Het is een standaard onderwerp in het welkomgesprek voor nieuwe mensen; > In het geval van huur door Europarcs is dit opgenomen in de huurovereenkomst. Daarnaast zijn de huurovereenkomsten maximaal voor een jaar.

De huurovereenkomst is een belangrijk instrument, want dat is de juridische grondslag om te handhaven. In het geval eigenaren hun caravan verkopen dan is het parkreglement en het welkomgesprek voor de nieuwe eigenaar het belangrijkste. Tijdens het welkomgesprek krijgt de parkbeheerder een gevoel bij wat voor mensen het park instromen. De inzet van handhavers is vooral belangrijk als het gaat om individuele eigenaren. De beheerder van het park heeft dan geen juridische mogelijkheden om permanente bewoning aan te pakken. Bij overtredingen informeert de beheerder de handhavers, die een eerste gesprek aangaan met de overtreder. De beheerder geeft aan dat de handhavers eerst proberen om met de mensen tot een oplossing te komen. Als dat geen oplossing biedt dan volgen bestuurlijke stappen van de gemeente. De beheerder geeft aan dat de werkwijze van de handhavers zeer discreet is. Als er klachten zijn komen zijn die van de overtreders zelf, die als vanzelfsprekend geen onafhankelijke partij zijn. LESSEN DIE WORDEN MEEGEGEVEN AAN DE GEMEENTE Begin 2019 waren er grote handhavingsacties op meerdere parken tegelijkertijd. Het doel was om mensen in beeld te krijgen die illegaal op de parken woonden. De actie van de gemeente begon in de nachtelijke uren. De beheerder was teleurgesteld dat hij niet tevoren op de hoogte was gebracht van deze actie.

Daar is ook een gesprek met de gemeente over geweest. De gemeente heeft toen aangegeven het voortaan anders aan te pakken. De beheerder beveelt de gemeente dan ook aan om een keer per jaar met parkbeheerders een gesprek te voeren over de stand van zaken in het park. Parkbeheerders krijgen namelijk geen standaard terugkoppeling over lopende zaken.

2.2.3 Casus Park ’t Hertenkamp TYPE CASUS: SPONTANE NALEVING EN PREVENTIEF HANDELEN EN RISICOGERICHT TOEZICHT ’t Hertenkamp was van oorsprong een vakantiepark in eigendom van een beheerder. Nu is het park verdeeld in verschillende percelen in eigendom van verschillende particulieren. De eigenaren hebben zich verenigd in een vereniging, vergelijkbaar met een VvE. De vereniging heeft statuten en een huishoudelijk reglement. De vereniging zelf heeft nauwelijks formele bevoegdheden of instrumenten om preventief te handelen tegen ongewenste situaties. Dit vanwege het feit dat de percelen in particulier eigendom zijn. In de statuten is dan ook niets opgenomen over permanente bewoning. Wel heeft de vereniging invloed op gedeelde faciliteiten en ruimte in het park. Zo is in overleg de kantine gesloten en is het terrein waar caravans staan opgeruimd.

Pagina 34

Er is contact met handhavers van de gemeente, via de vereniging maar ook via betrokken individuele inwoners die een signalerende rol hebben. Dat contact is goed en er wordt aangegeven dat handhavers correct, discreet en respectvol handelen. Daar waar nodig is handhavend opgetreden, waarmee de situatie in het park is verbeterd. Daarnaast heeft het bestuur van de vereniging ook oog voor de brandveiligheid, vanwege het kurkdroge bos in de zomerperiode. Hierover zijn gesprekken geweest tussen de vereniging en de gemeente. Het bestuur zou graag zien dat er een brandput wordt gerealiseerd. Dan is er voldoende bluswater wanneer er onverhoopt een brand uitbreekt. LESSEN DIE WORDEN MEEGEGEVEN AAN DE GEMEENTE • Bossen worden steeds droger, heb aandacht voor het toenemende risico van brand voor parken die liggen in of grenzen aan het bos. • Wanneer huisjes en percelen in eigendom zijn van particuliere eigenaren, heeft de vereniging van eigenaren geen preventieve instrumenten om permanente bewoning tegen te gaan of handhavend op te treden. Goed contact tussen de vereniging en/of enkele zeer betrokken inwoners is dan belangrijk.

2.2.4 Casus Wildforstlaan 2 TYPE CASUS: RISICOGERICHT TOEZICHT Het betreft de bouw van een woongebouw en bevindt zich in de eerste fase van ruwbouw. In deze fase gaat het voornamelijk om risicogericht toezicht op de constructieve delen. Toezicht op de constructieve delen vindt plaats via inspectie van de bewapening. Dit doet de gemeente op uitnodiging van de uitvoerder. De uitvoerder geeft een signaal aan de gemeente als de bewapening gereed is voor keuring.

De uitvoerder geeft aan dat de inspectie soepel verloopt. De toezichthouder inspecteert en de uitvoerder (bouwbedrijf) maakt een verslag. Dat verslag bevat op- en aanmerkingen uit de inspectie, waarna de uitvoerder eventuele onvolkomenheden moet oplossen. Het verslag wordt verder niet verstrekt aan de toezichthouder; het wordt opgeslagen in het bouwdossier/-systeem van het bouwbedrijf. Desgewenst kan de toezichthouder het verslag opvragen. De uitvoerder krijgt verder geen terugkoppeling van de toezichthouder over de inspectie. Tijdens de bouw worden door de toezichthouder verder geen tussentijdse spontane bezoeken gebracht aan de bouwplaats of inspecties uitgevoerd. In de voorfase van de bouw stuurt de uitvoerder de tekeningen naar de gemeente. De gemeente is dus vooraf op de hoogte van alle constructieve aspecten. In de afbouwfase komt toezicht door de brandweer op brandveiligheidsaspecten in beeld. Ook dat vindt plaats op uitnodiging van de uitvoerder. Hierover wordt gerapporteerd door een gecertificeerd en gespecialiseerd bedrijf. Zowel rondom het toezicht op de constructieve delen bij als de brandveiligheid geeft de uitvoerder aan dat de toezichthouder een probleemoplossende houding heeft. Bij eventuele knelpunten is er eerst overleg over hoe deze opgelost kunnen worden.

Dat gaat in alle gevallen ook goed en de uitvoerder heeft tot op heden dan ook geen ervaring met handhaving. LESSEN DIE WORDEN MEEGEGEVEN AAN DE GEMEENTE De uitvoerder heeft nog wel een tip voor de gemeente. Het is voor de uitvoerder niet altijd duidelijk wie binnen de gemeente de contactpersonen zijn voor verschillende onderwerpen. Voor verschillende onderwerpen heeft de uitvoerder namelijk te maken met verschillende afdelingen. Zo

Pagina 35

heeft de uitvoerder te maken met de afdeling toezicht en handhaving, maar ook met de afdelingen Groen en Openbaar beheer, voor bijvoorbeeld het beschermen van bomen tijdens de bouw.

2.2.5 Casus Pand De Eper Veste TYPE CASUS: PROBLEEMOPLOSSEND HANDHAVEN EN RISICOGERICHT TOEZICHT Het pand De Eper Veste is een hoogbouw appartementencomplex en gebouwd in 1969. Naar aanleiding van een inspectie werd geconstateerd dat dit gebouw niet meer voldeed aan de huidige eisen van brandveiligheid. Er moest een plan worden gemaakt om de brandveiligheid op orde te krijgen. In overleg tussen de VvE, de brandweer en de gemeente is gekeken naar de maatregelen en investeringen zijn. Dat bleek ingrijpend en vroeg om een aanzienlijke investering van € 700.000,-, voor bijvoorbeeld het aanbrengen van brandcompartimentering waarbij elk appartement als een afzonderlijk brandcompartiment wordt gerealiseerd. Samen met de brandweer is gezocht naar de best passende technische oplossingen binnen een voor de VvE haalbare investering. De maatregelen zijn door een architect verder uitgewerkt. De uitvoering is gefaseerd in drie stappen: 1) het plaatsen van brandmelders, 2) het realiseren van brandcompartimentering en 3) een onderzoek naar brandoverslag.

In eerste instantie is het advies van de brandweer als uitgangspunt genomen, dat advies bleek echter boven de vereiste wettelijke norm te liggen. Het advies was om de scheiding tussen de appartementen als afzonderlijke brandcompartiment uit te voeren, met een weerstand tegen branddoorslag en -overslag van ten minste 60 minuten. Deze eis wordt bij nieuwbouw gehanteerd, maar voor een bestaande pand uit 1969 volstaat een scheiding met een weerstand tegen brand van ten minste 20 minuten. In het plan is uiteindelijk gekozen voor een weerstand van minimaal 30 minuten, eenvoudigweg omdat de huidige materialen daar minimaal aan voldoen. De VvE vindt het begrijpelijk dat het advies van de brandweer is gericht om de risico’s zoveel als mogelijk te beperken, maar geeft aan dat het niet altijd helder is of dat advies is gebaseerd op een wettelijke minimale norm. Daar moesten bestuursleden van de VvE dan ook zelf onderzoek naar doen. Gemeente en brandweer hebben het bestuur van de VvE geadviseerd over de te nemen maatregelen. Zij hebben de VvE ook tijd gegeven om de nodige maatregelen in een plan uit te werken en dit voor akkoord aan de leden van VvE voor te leggen. De brandweer was aanwezig bij de ledenvergadering om de noodzaak van de uit te voeren maatregelen nader toe te lichten. Aanvankelijk stonden de leden van de VvE kritisch tegenover het plan, mede omdat de kosten hoog waren.

Door een brand in één van de appartementen vorig jaar zagen de leden wel in dat er iets moest gebeuren. De communicatie over de brandveiligheid verliep hoofdzakelijk met de brandweer. De gemeente is daarbij geïnformeerd en volgde in alle gevallen het advies van de brandweer op. De brandweer en de gemeente hebben meegedacht om te komen tot een alternatieve technische oplossing bij de realisatie van de brandcompartimenten. Zo is het afdichten van de ventilatiekanalen een voorwaarde. Dat was echter niet mogelijk door de oude en afwijkende maatvoering van de kanalen en de aanwezige asbesthoudende materialen. Hier is samen met de gemeente en brandweer een oplossing voor gevonden. LESSEN DIE WORDEN MEEGEGEVEN AAN DE GEMEENTE Samenvattend heeft de VvE het contact met de brandweer en de gemeente als zeer positief ervaren. Er is goed meegedacht en de gemeente en brandweer hebben ook regelmatig een bezoek gebracht tijdens de bouwactiviteiten. Hierdoor werd ook tussentijds gemonitord hoe de uitvoering van de maatregelen verliepen en konden eventuele knelpunten worden opgelost. Wel is een aanbeveling van de VvE aan de brandweer om het verschil tussen wensen en wettelijke eisen transparanter naar voren te brengen.

Pagina 36

2.3

Communicatie met inwoners en bedrijven

Het is van belang dat de inwoners en bedrijven bekend zijn met de geldende regels, zich er ook aan kunnen en willen houden en zich bewust zijn van de consequenties als dat niet gebeurt. De gemeente zet bij spontane naleving en preventief handelen daarom in op het informeren van inwoners en bedrijven: wat er speelt, waarom toezicht wordt gehouden en waarmee zij rekening moeten houden. Daar waar zich problemen voordoen informeert de gemeente intensiever en vaker. De gemeente Epe wil dus inwoners en bedrijven aan de voorkant informeren, voordat eventuele problemen zich voordoen. De gemeente doet dit via publicaties op de gemeentelijke website, met korte filmpjes op de website of in lokale media zoals het gemeentekrantje. De informatie is veelal gericht op een specifiek thema dat binnen de gemeente prioriteit heeft, zoals bijvoorbeeld het thema ‘permanente bewoning op vakantieparken’. Op de gemeentelijke website is een filmpje te zien waarom toezicht wordt gehouden op vakantieparken.28

Ook investeert de gemeente in de relatie met de eigenaren en exploitanten van de vakantieparken en besturen van VvE’s. Uitgaande van de vorige besproken casussen zien we dat de gemeente een goede relatie heeft opgebouwd waardoor het draagvlak voor toezicht en handhaving op permanente bewoning ontstaat. Hierdoor nemen eigenaren of exploitanten al zelf maatregelen om problemen te voorkomen, mits dat binnen hun invloedsfeer ligt. Samen met VvE’s wordt meegedacht over oplossingen voor problemen die ontstaan in oudere gebouwen door voortschrijdende wet- en regelgeving. Wel geven betrokkenen van de casussen nog tips mee, die we in de voorgaande paragraaf hebben gepresenteerd.

28 Bron: https://www.epe.nl/ondernemen/recreeren-en-wonen_42845/

Pagina 37

3

Evaluatie, verantwoording en rol van de raad

In dit hoofdstuk staat blok C uit het evaluatiemodel centraal. Hieronder beantwoorden we direct de deelvragen die aansluiten op dat blok, aan de hand van kernbevindingen. Daarnaast passen we de in dit onderzoek gehanteerde normen toe en sluiten de kernbevindingen daarmee af. De onderliggende paragrafen van dit hoofdstuk bevatten een meer gedetailleerde onderbouwing van de kernbevindingen. ONDERZOEKSVRAGEN 7 In hoeverre worden de beleids- en uitvoeringsdoelen voor toezicht en handhaving al dan niet behaald? 8 Hoe worden de resultaten van het toezicht- en handhavingsbeleid bijgehouden en hoe worden beleid en uitvoering geëvalueerd? > Is er zicht op de resultaten van het toezicht- en handhavingsbeleid? > In hoeverre en op welke wijze wordt op basis van zicht op resultaten gestuurd op een doeltreffende handhaving? 9 Op welke wijze heeft de raad in de periode 2017-2020 invulling gegeven aan zijn kaderstellende en controlerende rol met betrekking tot het toezicht- en handhavingsbeleid? > Op welke wijze wordt de gemeenteraad door het college geïnformeerd over toezicht en handhaving? > Op welke wijze heeft het college en de raad hierop geacteerd? TOEGEPASTE NORMEN

• • • •

Er is zicht op inzet, planning en te realiseren uitvoeringsprestaties. De raad heeft zicht op de uitvoeringsprestaties en maatschappelijke effecten van het beleid op het terrein van toezicht en handhaving. Het beleid wordt regelmatig geëvalueerd. De raad wordt door het college in stelling gebracht om prioriteiten te stellen.

Beantwoording van de deelvragen: de kernbevindingen 7/8 De rapportages geven met een beperkt aantal prioriteiten zicht op het aantal gerealiseerde controles en geconstateerde overtredingen. Het gaat dan om de prioriteiten op het terrein van ruimtelijke ordening, bouwen en deels milieu. Hieruit valt op te maken dat de streefwaarden ten aanzien van het aantal geconstateerde overtredingen niet worden gerealiseerd. De rapportages geven verder geen zicht op de inzet van ambtelijke capaciteit, gerelateerd aan controles en prioriteiten. Rapportages geven geen verklaringen voor toe- of afname van het aantal overtredingen. Uit gesprekken en de bestudering van de casussen blijken wel goede resultaten te worden gehaald met de beleidsuitgangspunten ‘spontane naleving en preventief handelen’ en ‘probleemoplossend handhaven’. Bijvoorbeeld rondom het thema ‘permanente bewoning vakantieparken’. De gemeente kan dat echter niet hard maken met cijfers. Het team Toezicht en Handhaving registreert namelijk enkel casussen waar problemen zijn opgetreden, en niet die gevallen waarbij het goed gaat.29 Kwantitatief zicht op een verband tussen de inspanningen van de gemeente en beheerders, en de effecten daarvan, ontbreekt.

29 Bron: Interviews

Pagina 38

9

Het college stuurt het handhavingsbeleid ter kennisgeving aan de raad en verzorgt een informatieve sessie. De raad kan daarbij vragen stellen. Raadsvragen gaan hoofzakelijk over hardnekkige casuïstiek, prioriteiten die daardoor zijn blijven liggen en de invloed van de media op toezicht en handhaving van de gemeente. De raad ontvangt geen tussentijdse rapportages over de voortgang van het uitvoeringsplan voor toezicht en handhaving en heeft geen zicht in de mate waarin de beleidsdoelen worden gerealiseerd. De raad heeft hierdoor vooral aandacht voor specifieke casussen die zich voordoen, en die de aandacht trekken in de media en de lokale samenleving. Tegelijkertijd kan de raad met betrekking tot deze zaken moeilijk zijn controlerende rol invullen. Dit vanwege legitieme redenen, zoals bescherming van privacy door de gemeente en journalistieke bronbescherming door lokale media.

De normen Er is zicht op inzet, planning en te realiseren uitvoeringsprestaties.

De raad heeft zicht op de uitvoeringsprestaties en maatschappelijke effecten van het beleid op het terrein van toezicht en handhaving.

Het beleid wordt regelmatig geëvalueerd.

De raad wordt door het college in stelling gebracht om prioriteiten te stellen. Tabel Deel II 3.1 De normen en de kernbevindingen

De kernbevindingen Rapportages geven met betrekking tot een beperkt aantal prioriteiten zicht op het aantal gerealiseerde controles en geconstateerde overtredingen. De rapportages geven verder geen zicht op de inzet van ambtelijke capaciteit gerelateerd aan controles en prioriteiten. De raad ontvangt geen tussentijds rapportages over de voortgang van het uitvoeringsplan voor toezicht en handhaving en heeft geen zicht in de mate waarin de beleidsdoelen worden gerealiseerd. Voor de ontwikkeling van het handhavingsbeleid wordt het voorgaande beleid geëvalueerd, zie voorgaande hoofdstuk. De raad wordt niet gevraagd om prioritaire onderwerpen aan te reiken.

Pagina 39

3.1 De resultaten van toezicht en handhaving Eén keer per jaar wordt naar het college gerapporteerd over de realisatie en resultaten van het handhavingsuitvoeringsprogramma. De rapportage is vooral ‘verhalend’ van aard, want het team Toezicht en Handhaving geeft aan dat het lastig is om concrete cijfers aan te leveren. In gesprekken in het kader van dit onderzoek wordt aangegeven dat het nog niet mogelijk is om resultaten van toezicht en handhaving concreet te verbinden met de vaste reguliere activiteiten van toezicht. Ook het zaaksysteem van de gemeente biedt nog onvoldoende mogelijkheden om te monitoren. Het team Toezicht en Handhaving werkt momenteel wel met een nieuw registratiesysteem en kijkt daarbij welke beleidsindicatoren meegenomen kunnen worden. Daarbij wordt aangegeven dat beleidsindicatoren een deel zijn van het verhaal: “toezicht en handhaving is in de praktijk weerbarstiger dan beleidsindicatoren laten zien”.30 De programmabegroting bevat een apart programma ‘Toezicht en Handhaving’. Daarin zijn voor een aantal prioriteiten meerjarige uitvoeringsprestaties en -resultaten opgenomen, alsmede streefwaarden (zie de onderstaande tabel). Het gaat dan met name over de prioriteiten rondom ruimtelijke ordening en bouwen en deels op onderdelen van milieu (zie voor de prioriteiten voorgaande tabel Deel II 2.1).

Prioriteiten rondom duurzaamheid, onderdelen van milieu, verkeer en de APV ontbreken. Onderwerp 2017 2018 2019 2020 Streefwaarde 2022 Controles Bouw en 550 425 442 288 425 woningtoezicht preventief Bouw en 120 120 102 53 125 woningtoezicht repressief Milieu 234 219 292 192 272 Permanente 1.288 3.000 1.051 123 2.500 bewoning Overtredingen, absoluut en als percentage van het aantal controles Bouw en 265 60% 105 36% < 125 30% woningtoezicht preventief Bouw en 230 225% 68 128% < 88 70% woningtoezicht repressief Milieu 81 42% < 16 6% Permanente 293 28% 13 11% < 125 5% bewoning Tabel Deel II 3.2 gerapporteerde controles en overtredingen en streefwaarden in de programmabegroting 2022-2025 Een toelichting op uitvoeringsprestaties en -resultaten ontbreekt in de programmabegroting. De programmabegroting geeft geen verklaringen voor toe- of afname van controles en overtredingen. Daarvoor moet een apart document ‘Uitkomsten kerngegevens en indicatoren bij de strategische doelen’ worden geraadpleegd. Daarin wordt bijvoorbeeld aangegeven dat in 2020 aanzienlijk

30

Bron: Interviews

Pagina 40

minder controles zijn uitgevoerd vanwege de coronapandemie. Er worden verder geen verklaringen gegeven waarom streefwaarden ten aanzien van geconstateerde overtredingen niet worden gerealiseerd. Het is uit de rapportages bijvoorbeeld niet op te maken of de beleidsuitgangspunten zoals ‘spontane naleving en preventief handelen’ en ‘probleemoplossend handhaven’ doeltreffend werken. Met betrekking tot ‘spontane naleving en preventief handelen’ ziet de gemeente wel goede resultaten, bijvoorbeeld rondom het thema ‘permanente bewoning vakantieparken’. De gemeente kan dat echter niet hard maken met cijfers. Het team Toezicht en Handhaving registreert namelijk enkel casussen waar problemen zijn opgetreden, en niet die gevallen waarbij het goed gaat.31 Voor dat laatste is het ook moeilijk aan te tonen of er een causaal verband is tussen de informatie die de gemeente verstrekt en de opvolging daarvan door inwoners en bedrijven. Rapportages geven verder geen zicht op de inzet van ambtelijke capaciteit per prioriteit. Wij constateerden dat eerder rondom het handhavingsuitvoeringsprogramma. Dat bevat verder geen verdiepend overzicht van de beoogde uitvoeringsprestaties en -inzet van Toezicht en Handhaving. Denk aan het aantal controles per prioriteit en de inzet in manuren of fte’s die hiermee gemoeid is.

Ook ontbreken doelen ten aanzien van deze indicatoren voor het komende jaar en worden organisatorische knelpunten of organisatorische risico’s niet genoemd. Uit het uitvoeringsprogramma valt dus niet op te maken hoe en waarop de schaarse capaciteit wordt ingezet, en/of er sprake is van voldoende kwaliteit en kwantiteit om de prioritaire doelen te realiseren. De eerder genoemde verbinding tussen beleid en uitvoering (zie paragraaf 1.1) is daarmee niet helder gemaakt. Voor twee specifieke prioritaire onderwerpen rondom toezicht en handhaving worden projectplannen opgesteld voor de uitvoering. Dat is gedaan voor: > Recreatiewoningen in het bos;32 > Toezicht en Handhaving Vitale Vakantieparken.33 De projectplannen geven wel specifiek inzicht in uitvoeringsdoelen en de activiteiten die worden verricht om deze doelen te realiseren, alsmede de ambtelijke capaciteit en personele kosten die daarmee gemoeid zijn. Wij hebben verder geen specifieke rapportages aangetroffen die aangeven in hoeverre de gestelde uitvoeringsdoelen zijn gerealiseerd, wat de daadwerkelijk inzet van ambtelijke capaciteit is en wat de kosten hiervan zijn.

3.2

De rol van de raad

Het toezicht- en handhavingsbeleid wordt door het college ter kennisgeving aan de raad gestuurd. Toezicht en handhaving is daarmee voornamelijk een uitvoeringskwestie, waarbij het college prioriteiten stelt. De raad wordt niet betrokken in de ontwikkeling van beleidskaders, want: > De prioriteiten volgen uit risicoanalyses, regionale afspraken en het collegeprogramma; > De handhavingsstrategie volgt uit de landelijke handhavingsstrategie; > Belangrijke uitgangspunten rondom de aanpak en werkwijzen volgen uit evaluatie van het voorgaande beleid door het college, en uit nieuwe wetgeving zoals de nieuwe Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Voordat het huidige handhavingsbeleid naar de raad werd gestuurd heeft het college wel in een informatieve bijeenkomst een toelichting gegeven aan de raad met een presentatie. De raad kon

31 32 33

Bron: Interviews Bron: Projectplan Handhaving recreatiewoningen in het bos Bron: Projectplan Toezicht en Handhaving Vitale Vakantieparken

Pagina 41

hierop artikel 34 vragen stellen en fracties hebben dit ook gedaan.34 De vragen gingen hoofzakelijk over hardnekkige casuïstiek, prioriteiten die daardoor zijn blijven liggen en de invloed van de media op toezicht en handhaving van de gemeente. Het laatste is ook aan de orde bij tussentijdse vragen die door fracties worden gesteld naar aanleiding van kritische artikelen over toezicht en handhaving in de lokale media (De Stentor).35 Het gaat dan met name om de vraag in hoeverre toezichthouders zich correct gedragen jegens inwoners; De Stentor spreekt zich daar in artikelen kritisch over uit. Het college geeft in haar beantwoording aan niet verdiepend in te kunnen gaan op hardnekkige casuïstiek, vanwege redenen van bescherming van privacy. Wel geeft het college de hoofdlijnen rondom welke onderwerpen het betreft: ruimtelijke kwesties, verbouwingen, milieu, gedrag van bewoners van recreatiewoningen richting toezichthouders en een gecompliceerde burenruzie. Met betrekking tot vragen van fracties over kritische artikelen in media, geeft het college aan De Stentor te hebben gevraagd bronmateriaal (beeld- en/of geluid) ter beschikking te stellen. De Stentor geeft vervolgens aan dat verzoek niet te kunnen honoreren vanwege journalistieke bronbescherming.

Tijdens gesprekken in het kader van dit onderzoek blijkt ook dat een beheerder van een vakantiepark De Stentor heeft aangeboden om een gesprek aan te gaan, in het kader van hoor- en wederhoor. De Stentor heeft hier volgens de beheerder niet aan willen meewerken. De raad ontvangt verder tussentijds geen rapportages over de voortgang van het uitvoeringsplan voor toezicht en handhaving en heeft geen zicht in de mate waarin de beleidsdoelen worden gerealiseerd. In een gesprek met een afvaardiging van de raad wordt aangegeven dat hierdoor de raad vooral aandacht heeft voor specifieke casussen die zich voordoen en die de aandacht trekken in de media en de lokale samenleving. Tegelijkertijd kan de raad met betrekking tot deze zaken moeilijk zijn controlerende rol invullen. Dit vanwege legitieme redenen zoals bescherming van privacy door de gemeente en journalistieke bronbescherming door lokale media.

34

Bron: Beantwoording schriftelijke raadsvragen, 21 december 2021

35

Bron: Beantwoording raadsvragen, 22 april 2021

Pagina 42

4

Bestuurlijke reactie op het eindrapport

Pagina 43

Pagina 44

5

Nawoord van de Rekenkamercommissie

Wij bedanken het college voor de bestuurlijke reactie en hebben met belangstelling hiervan kennisgenomen. Wij zijn verheugd te lezen dat het college zich herkent in het rapport van de rekenkamercommissie, blij is met de gegeven handvatten en onze aanbevelingen overneemt. Het college ziet het rapport als een goed fundament voor de verdere ontwikkeling en verbetering. In een steeds veranderende context wil het college grip houden op beleid, uitvoering, capaciteit en prioritering. Zoals wij in ons rapport aangeven, is het ook van belang om een uitvoeringsprogramma en -rapportage op te stellen waarin een heldere verbinding wordt gemaakt tussen de doelen per prioriteit die volgen uit het handhavingsbeleid, én de activiteiten van toezicht en handhaving. Daarnaast is het raadzaam om halfjaarlijks te rapporteren aan de gemeenteraad in hoeverre het uitvoeringsprogramma is gerealiseerd. Wij hebben er alle vertrouwen in dat de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie eventueel in samenspraak met andere stakeholders het beleid verder efficiënt en effectief zal vormgeven en uitvoeren.

Pagina 45

3 Factsheet

Pagina 46

Pagina 47

Bijlagen

Pagina 48

Bijlage 1 De Omgevingswet vraagt een nieuwe werkwijze voor toezicht en handhaving De tekst hieronder is een samenvatting van een artikel op www.gemeente.nu, 18 april 2022 PARADIGMAWISSELING De Omgevingswet gaat uit van het zoeken naar balans tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Vertrouwen in initiatiefnemers, en handelen vanuit de ‘ja, mits’-gedachte. Dat vraagt een nieuwe ‘mindset’ in het werk. Het betekent niet dat elke overtreding met gejuich moet worden gedoogd, maar het vraagt bijvoorbeeld wel dat medewerkers nadenken over de redenen van niet naleven, goed de (landelijke) handhavingsstrategie toepassen en meer vanuit prioriteiten controleren. ZORGPLICHT EN MILIEUBEGINSELEN De Omgevingswet heeft veel wetsartikelen, die eerder volledig waren uitgeschreven, omgezet in een zogeheten zorgplichtbepaling. Zorgplicht strekt verder dan enkel het kunnen uitleggen waarom wel of niet aan de regels is voldaan. De Omgevingsvisie dient daarbij rekening te houden met de milieubeginselen. Onder de milieubeginselen vallen: voorzorg, preventief handelen, bronbestrijding en de vervuiler betaalt. Zeker de laatste twee beginselen kunnen helpend zijn in de motivatie van handhavingsbeschikkingen. INPUT IN DE BELEIDSCYCLUS Los van elkaar zijn regels vaak prima uitlegbaar, maar de combinatie kan problemen geven.

De Omgevingswet vraagt daarom een integraal beleid met voldoende decentrale afwegingsruimte. Juridisch krijgt dit vorm in het Omgevingsplan. Voor de VTH-medewerker is het dus belangrijk zicht te hebben op het Omgevingsplan. Het Omgevingsplan levert de VTH-medewerker actief input in de gehele beleidscyclus. Blijven zij van zaak naar zaak lopen of denken zij mee over het nut en de noodzaak, en over andere oplossingen? VERGUNNINGVRIJ IS NIET REGELVRIJ Het aantal vergunningplichtige activiteiten zal afnemen. Zonder vergunning vooraf, vindt de belangenafweging rondom activiteiten al plaats op het moment dat de algemene regels gesteld worden in het Omgevingsplan. Dit betekent dat meer overlastsituaties dan voorheen niet opgelost kunnen worden door te verwijzen naar ‘de vergunning’. Vergunningvrij betekent niet regelvrij. Onder de Omgevingswet moeten initiatiefnemers veelal vier weken voor de start van een vergunningvrije activiteit een melding indienen. Is de melding niet of niet volledig gedaan, dan kan er direct handhavend worden opgetreden. Bij informatieplichten gaat het om een iets lichtere vorm. Dit is een administratieve verplichting; de activiteit mag wel al uitgevoerd worden. NIEUWE HANDHAVINGSINSTRUMENTEN De last onder bestuursdwang en last onder dwangsom zijn nu al bekend.

Door de Omgevingswet komen er meer opties om vanuit het bestuursrecht ook de bestuurlijke boete in te zetten. Dit op het gebied van het gebruik of de staat van open terrein, het gebruik of de staat van erven, het gebruik van een gebouw, bij het tegengaan van hinder en bij de rijksregels op het gebied van bouw, sloop en in stand houden van een bouwwerk. Ook kunnen veel regels uit lokale verordeningen worden omgezet in het Omgevingsplan, bijvoorbeeld een deel van de afvalstoffenverordening. Alle regels die opgenomen zijn in het Omgevingsplan zijn via de Wet op de economische delicten strafbaar gesteld. Ook de strafrechtelijke handhaving biedt dus meer instrumenten.

Pagina 49

Bijlage 2 Respondenten- en Bronnenlijst Respondenten Dhr.mevr, Naam Voorletter(s) Afvaardiging college Dhr. J. Aalbers Ambtelijke organisatie Dhr. R. Doorakkers Dhr. R. Mensink Mw. C.van Olst Dhr. P. Pasveer Mw. M. Popescu Dhr. B. Straatman Dhr. A. Winkelman Afvaardiging gemeenteraad Dhr. W. van den Berg Mw. M. Zweekhorst Mw. E. de Vries Extern betrokkenen Geanonimiseerd

Functie

Organisatie

Portefeuillehouder Toezicht en Handhaving

Gemeente Epe

Onafhankelijk lid Onafhankelijk lid Secretaris Juridisch adviseur, team Beheer, Handhaving en Nazorg Teamleider VHT Handhaver/juridisch adviseur Beleidsadviseur Toezicht en Handhaving

Bezwaarschriftencommissie Bezwaarschriftencommissie Bezwaarschriftencommissie Gemeente Epe Gemeente Epe Gemeente Epe Gemeente Epe

Fractielid ChristenUnie Fractielid Nieuwe Lijn Fractielid VVD

Gemeente Epe Gemeente Epe Gemeente Epe

Beheerder Beheerder(s) Bestuurslid Inwoner gemeente Epe Uitvoerder

Remboe Village Park ’t Hertenkamp, Emst VvE De Eper Veste Casus Sprengenweg Bouwbedrijf

Bestudeerde schriftelijke stukken Jaar Maand Titelbeschrijving Bestuursstukken 2018 5 Gemeente Epe, Coalitieakkoord,2018-2022, ‘Sociaal, duurzaam en verbindend!’, mei 2018. Inclusief: – Infographic Coalitieakkoord 2018-2022, datum onbekend 2018 9 Gemeente Epe, Collegeprogramma 2018-2022, ‘Sociaal, duurzaam en verbindend!’, 25 september 2018. Inclusief: – Infographic Collegeprogramma 2018-2022, datum onbekend 2019 6 Gemeente Epe, Uitkomsten kerngegevens en indicatoren bij de strategische doelen 2019, 5 juni 2019 2021 6 Gemeente Epe, beslisnota voor de raad, Jaarstukken 2020, zaaknummer 309561, datum onbekend 2021 6 Gemeente Epe, Jaarstukken 2020, datum onbekend, publicatie op gemeentelijke website op 25 juni 2021 2021 6 Gemeente Epe, Uitkomsten kerngegevens en indicatoren bij de strategische doelen 2020, zaaknummer 309561, 4 juni 2021 2021 8 Gemeente Epe, raadsbesluit, Vaststelling jaarstukken 2020, inclusief de rapportage ‘Uitkomsten kerngegevens en indicatoren bij de strategische doelen, niet ondertekende versie, zaaknummer 309561, volgens raadsvoorstel 8 juni 2021 2021 10 Gemeente Epe, Programmabegroting 2022-2025, 5 oktober 2021 Handhavingsbeleid 2009 2 Gemeente Epe, Beleidsregel bedrijfsmatige exploitatie recreatieverblijven (recreatiewoningen/stacaravans > 55 m²) gemeente Epe, datum inwerkingtreding 17 februari 2009 2011 8 Gemeente Epe, Beleidsregel intrekking

omgevingsvergunning, datum inwerkingtreding 10 augustus 2011 2016 10 Gemeente Epe, Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Epe, registratienummer 2016-14863, geldend vanaf 4 oktober 2016

Pagina 50 Jaar 2014

Maand 11

Titelbeschrijving Gemeente Epe, Beleidsregels inzake toepassing ontheffingsbevoegdheid ex artikel 4 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht: planologische kruimelregeling gemeente Epe, datum inwerkingtreding 19 november 2014 2016 12 Gemeente Epe, Handhavingsbeleid 2017-2020, datum onbekend 2016 12 Gemeente Epe, informatienota raad, Kennisnemen van het Handhavingsbeleid 2017-2020, registratienummer 2016-025094, 5 december 2016 2016 12 Gemeente Epe, beslisnota voor het college, Vaststelling Handhavingsbeleid 2017-2020 en informeren van de raad, registratienummer 2016-25093, 5 december 2016 2016 12 Gemeente Epe, collegevoorstel en -besluit, Vaststelling Handhavingsbeleid 2017-2020, registratienummer 2016-25095, 12 december 2016 2018 4 Gemeente Epe, Beleidsregel dwangsomhoogte bouw-, milieu- en kapactiviteiten, publicatie in gemeenteblad nummer 83964, 20 april 2018 2020 12 Gemeente Epe, collegevoorstel en -besluit, Verlenging handhavingsbeleid 2017-2020 en informeren van de raad, zaaknummer 21681, 15 december 2020.

Inclusief: – Beslisnota voor het college, Verlenging handhavingsbeleid 2017-2020 en informeren van de raad, zaaknummer 21681, datum onbekend 2021 6 Gemeente Epe, raadsbesluit, Vaststellen Jaarstukken 2020, zaaknummer 309561, 8 juni 2021 Gemeente Epe, Handhavingsbeleid Epe, Beleidskaders 2022-2025, versie 002, 7 december 20212 2021 12 Gemeente Epe, informatienota raad, Handhavingsbeleidskader 2022-2025, zaaknummer 361946, 14 december 2021 2022 1 Gemeente Epe, collegevoorstel en-besluit, Handhavingsbeleidskader 2022-2025 en informeren van de raad, zaaknummer 361946, 11 januari 2022. Inclusief: – Beslisnota voor het college, Handhavingsbeleidskader 2022-2025 en informeren van de raad, zaaknummer 361946, datum onbekend Handhavingsuitvoeringsprogramma’s 2018 1 Gemeente Epe, Handhavingsuitvoeringsprogramma 2018, 22 januari 2018 2020 2 Gemeente Epe, Handhavingsuitvoeringsprogramma 2020, 4 februari 2020.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12447960/1