CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Boekinhoud De toekomst van de toekomst, 5G

Gemeenteraad 11 november 2021, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling Lijst ingekomen stukken52.180 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 6

Maar ik wil iedereen aanraden om ook eigen onderzoek te doen en je hierover te laten voorlichten. Over dit aspect van 5G dat echt aan alles raakt. Patrick, je kunt mensen misschien helpen om het waarom te begrijpen. De dingen in het grotere geheel te zien, zodat we in staat te zijn een nog groter aantal mensen te bereiken met deze informatie. Het gaat niet alleen over onze gezondheid. Er is diepe bezorgdheid omdat dit alles maar doorgaat, zonder enig veiligheidsonderzoek vooraf. Zie jij het ook zo? Patrick: Zeker, zeker. Josh: We hebben nog veel te bespreken. Dus ga alsjeblieft verder. Help ons om het allemaal wat in verband te zien. En dan, weet je, willen we uiteindelijk naar wat de beste stappen zijn die we kunnen zetten. Mensen gezien als vee Patrick: Ik wil het volgende nog toevoegen. Het soort denken dat bij die hele technocratische club heerst, gaat terug tot de jaren dertig. Je ziet het door de hele Verenigde Naties heen. Als wij het over middelen hebben, dan denken we aan hout, olie, landbouwprodukten, dingen die we uit de aarde halen, grondstoffen. En water zien we ook als een middel. Maar voor de technocratische geest horen jij en ik daar ook bij. Alle mensen liggen gewoon als middel op tafel, bij alle overige middelen. Dat moet allemaal samen bewerkt en beheerd worden, om zogezegd de planeet te redden. Ik zeg dat figuurlijk. Want het is iets wat zij zeggen.

Maar geloof me, ze redden de planeet niet. Mensen worden gereduceerd tot gewoon ook een middel op aarde, niet anders dan vee of schapen, of geiten of wat dan ook. Zelfs de bomen in het bos, en het land waarop bloemkool wordt geteeld bij de boerderij. Wij zijn enkel middelen om te beheren. In hun geest zijn wij niet beter dan een koe of een schaap. We zijn er dus gewoon om beheerd te worden. Amerikanen of anderen die bezorgd zijn over de gezondheidseffecten van 5G maken zich druk en gaan overal naartoe om te protesteren. Als ze een technocraat tegenover zich krijgen, denkt de technocraat: 'Waarom heb je het tegen mij? Waarom zou het mij iets kunnen schelen? Waar gehakt wordt vallen spaanders. Dus wat is het probleem? Je bent gewoon een middel, snap je dat niet? Gewoon een middel. Het gezondheidsprobleem? Wij geven niet om gezondheidsproblemen. Weet je, als je 50.000 stuks vee op een hoeveelheid land hebt, dan wil je natuurlijk niet de hele kudde kwijtraken. Dat zou dom zijn. 78

Maar vee in een veeteeltbedrijf gaat om allerlei redenen dood. Ze halen een tractor en werpen het in de laadbak en brengen het weg. Ze rijden ermee naar de worstmolen of zo, weet ik het.' Dat doet bij mij een andere slechte gedachte opkomen over een oude film, genaamd Soylent Green. Ik wou dat niet, hoor. Maar ja, als je de mensheid reduceert tot gewoon dieren. De mentaliteit die daaruit spreekt is gevaarlijk, anti-menselijk, naar mijn mening. Het is volstrekt anti-menselijk. Dus alle zorgen over gezondheid, als je technocraten aanspreekt, zijn voor dovemans oren. Ze zullen je niets te melden hebben, want ze kijken je aan en zeggen: 'Je bent echt gek, om ons hierover aan te spreken. Er is gewoon niets om je zorgen over te maken. Wie ben je feitelijk? Je bent gewoon een dier, net als alle andere dieren.' De Club van Rome Josh: Laten we het over dit soort anti-menselijke mentaliteit hebben. Misschien dat dit op microniveau het deel is waar we innerlijk mee worstelen. Het kan dissociatief denken, of het ego, of wat dan ook zijn, niet? Maar op macroniveau lijkt het... ja, of er iets, hoe of waar het ook vandaan komt... of er een soort collectieve onbewustheid en een doodswens is of zoiets, zogezegd. Een doodswens en die dan geprojecteerd op andere mensen, onder het mom van controle. Dit is wat ik – of een ander aspect hiervan – ook elders ben tegengekomen.

Misschien toen ik je werk over de Club van Rome las. Die creëerden met hun conclusies in principe de context voor deze strijd. Wat deed de Club van Rome, wat hebben ze gezegd en wat kunnen wij ermee? Patrick: Laat me allereerst zeggen dat de Club van Rome en de Trilaterale Commissie elkaar voor een behoorlijk deel overlappen. Dat vind je beschreven in ons boek Trilaterals Over Washington uit de jaren zeventig. Wat de Club van Rome deed, was een soort klimaatpaniek creëren: de hemel valt naar beneden! Ze stelden dat we een radicaal tekort aan middelen in de wereld hebben. En als we die middelen niet verstandiger verdelen, gaan we feitelijk allemaal dood. De mensheid komt knarsend tot stilstand. Nou, hun boek, hun werk, genaamd De grenzen aan de groei uit 1972, vond breed en alom verspreiding onder de wereldwijde elite in het bijzonder. Ik betwijfel of veel mensen tegenwoordig ooit van dat boek hebben gehoord. Maar het had een enorme impact bij de wereldwijde elite. Dus toen schreef de Club van Rome in essentie alles voor wat de Verenigde Naties vandaag de dag met het beheer van middelen doen. Een op alle middelen gebaseerd economisch systeem, beheer van alle middelen. Sutton en ik schreven dat feitelijk, ook al begrepen we technocratie aanvankelijk nog niet zoals ik het nu doe. We zeiden dat het doel van de mondiale elite was alle middelen direct in handen te krijgen.

Niet alleen het geld dat eruit voortkomt, dat wordt gegenereerd, maar echt direct de middelen in handen. Het klopt ook. In historische zin klopt het helemaal voor hen. Niet voor mij, wel voor hen. Want er komt een tijd dat geld geen nut meer heeft. Er komt een tijd dat geld per definitie waardeloos wordt, want ze bikken er elk jaar wat meer vanaf. Sedert 1913 heeft de dollar 99 procent van zijn waarde verloren. Er komt een tijd dat het 100 procent is en dat geld niets meer vertegenwoordigt. We zitten trouwens momenteel bijna op dat punt. Maar als geld waardeloos wordt – ik denk dat ze dat al in '73 zagen – wat doe je dan daarna nog? Wel, als je de middelen in beheer en bezit hebt, dan maakt het niet uit wat voor soort boekhouding je erop pleegt. Als jij de middelen hebt en alle anderen willen ze hebben, dan hoef je maar te wachten tot het zich vanzelf oplost. En dan heb jij alles weer in bezit, want je hebt de middelen op zak. Dit is de reden waarom de Verenigde Naties bezig zijn geweest met het opslokken van erfgoedgebied en dergelijke over de hele wereld. Dit is de reden waarom in ons land, vandaag de dag in Amerika, de overheid ik denk zo'n 36 tot 38 procent van het totaaloppervlak van onze natie bezit. Dat is eigendom 79

van de overheid. En mensen zeggen: 'Wat? Heeft onze overheid zoveel eigendom in bezit?' Ja zeker, dat is zo. 'Mag dat dan zomaar?' Wel, de grondwet zegt niet dat het mag, maar ze hebben het gewoon gedaan. Dat is dus land dat jij en ik niet kunnen gebruiken voor legitieme economische doeleinden. Ook de Verenigde Naties hebben dit overal ter wereld gedaan. De wereldwijde elite is dus nu in een positie om, zoals ik denk, op een dag het hele financiële systeem los te laten. Het zal geen belang meer hebben voor hen, omdat ze de middelen hebben om zichzelf opnieuw uit te vinden op welke manier ze zichzelf maar opnieuw willen uitvinden, als de dag daar is. Investeren in kansgebieden Josh: Je bent met je werk voor een deel in zogenoemde kansgebieden terechtgekomen. Wat zijn dat, kansgebieden? Patrick: Dat is iets nieuws. En ik ben geschokt. Mensen zeggen: 'Hoe kun jij nou geschokt zijn?' Maar ik ben geschokt door zaken die ik tegenkom en die ik nooit aan heb zien komen. Ik leg echt wel mijn oor te luisteren wat betreft een heleboel zaken, maar dit hele concept van kansgebieden heb ik pas onlangs ontdekt. Het vloeit voort uit een wet van het Congres uit december 2017, ondertekend door onze huidige President. Het werd de Wet belastingverlaging en banen genoemd. In die wet was een bepaling opgenomen voor het creëren van kansgebieden.

De veronderstelling is dat het om lage-inkomensgebieden binnen de staten gaat, en dat bepaalde belastingvoordelen zullen gelden wanneer je in die kansgebieden investeert. Het zijn geoormerkte gebieden die door de gouverneurs van elke staat mochten worden aangewezen. 'Nou, wil jij dan ook niet dat er in je staat kansgebieden zijn?' Ze zijn dus begonnen met het intekenen van kaarten, maakt niet uit hoe, voor elke staat. Een jaar later, december 2018, ondertekende de President een decreet dat een nationale administratieve raad in het leven riep, met ook wat kabinetsleden erin. Die gaat het initiatief voor kansgebieden in heel Amerika begeleiden. Dus het heeft ook zijn beslag binnen de overheid. Het is een enorm iets. Momenteel, Josh, zijn er 8700 kansgebieden in heel Amerika gecreëerd, en iedereen wil geld gaan investeren in deze gebieden. Nou, wat is daarmee aan de hand? Stel, je hebt enige have die een heel lage belastinggrondslag heeft; anders gezegd, je kocht het misschien voor een stuiver en nou is het 100 dollar waard. Als je die have verkoopt, zul je ellendige bedragen moeten betalen aan vermogenswinstbelasting. Grote beleggers haten dat, omdat het enkel hun vermogen opstuwt en ze er dan de hoogst mogelijke inkomstenbelasting over moeten betalen. Dus ze willen overal waar ze kunnen vermogenswinstbelasting vermijden.

Wel, die opzet met kansgebieden staat iemand toe om de bedoelde activa te verkopen, het geld te herinvesteren in de kansgebieden, en hun vermogenswinstbelasting voor minstens zes jaar voor zich uit te schuiven. Dat is echt kolossaal. Wat we tot nu toe in de praktijk hebben gezien, is dat de grootste kans ligt in het opzetten van publiekprivate partnerschappen, waarin mensen hun geld kunnen samenvoegen voor die kansgebieden. Ze kunnen het geld investeren in gemeenten ten behoeve van wat ze maar zouden willen: lantaarnpalen, camera's, straatsensors, maakt allemaal niet uit. Op die manier dus hun geld investeren en alle voordelen eruit trekken. En hun belastingen schuiven ze voor lange tijd naar voren. Episch datagraaien Patrick: Tot nu toe heb ik al heel vroeg een aantal kansgebieden gevonden waarvan ze zeiden: 'Dit is onze kans om daar slimme-stadtechnologie in te voeren' – een gebied met lage inkomens. Nou, een 80

gebied met lage inkomens heeft geen mogelijkheid om zoiets als dit echt te bestrijden, want ze hebben er een laag inkomen en beschikken over geen middelen. Ze hebben waarschijnlijk geen politieke infrastructuur en ook gewoon het geld niet. Misschien niet eens scholing. Dus, het is gemakkelijk om daar die maatregelen ingevoerd te krijgen. De grote vraag is hier: waar kwam die wetgeving van 2017 vandaan? Wie was er vóór? En waar ging het allemaal over? Wel, een organisatie genaamd Economische Innovatie Groep was een soort van primaire ngo achter die wetgeving. De oprichter en uitvoerend voorzitter is Sean Parker. Voor mensen die de naam Sean Parker niet kennen, lees ik een paar regels voor uit zijn biografie: 'Hij was op 19-jarige leeftijd medeoprichter van Napster, en op 21-jarige leeftijd van Plaxo. In 2004 werkte hij samen met Mark Zuckerberg en toen zetten ze het online sociale netwerk Facebook op.' Heb je wel eens van Facebook gehoord? 'Hij was tevens de eerste voorzitter van Facebook.' Die biografie gaat zo maar door. Je snapt het wel. Hier heb je iemand die Meneer Data zelf is, nietwaar? Hij stuwt dit project voort. Nou, ik kan je wel vertellen, dat gaat helemaal over data. Weet je nog wat ik zei: 'Volg de data, volg de macht'? Dit is datagraaien van epische proporties. We zullen wel zien hoe het uitpakt.

5G en transhumanisme Josh: Voor we het gaan hebben over wat we zelf kunnen doen, Patrick, wil ik nog het volgende bespreken. 5G verbonden met het internet-der-dingen, verbonden met AI, verbonden met transhumanisme. Hoe zie jij dat? Patrick: Nou, ik heb dit eigenlijk al vaker proberen aan te geven, transhumanisme zowel als technocratie... Josh: Wacht, laten we het eerst definiëren. Wat is transhumanisme? Patrick: Transhumanisme is het religieuze voorstel dat de mens aan de menselijke conditie kan ontsnappen door het gebruik van geavanceerde technologie. Dat wil in lekentaal zeggen: onsterfelijk kunnen worden. Ze willen ontsnappen aan de dood, daar komt het op neer. Deze filosofie en de vader van het transhumanisme, en ook de vader van de technocratie, dat betreft allemaal dezelfde persoon. Het is toevallig een en dezelfde persoon. Je kunt de boeken erop nakijken, als je het niet gelooft, doe maar. Zijn naam is Henri de Saint-Simon. Dat was een Franse filosoof die leefde rond 1800. Hij schreef uitgebreid over beide onderwerpen en wordt nu als de vader ervan beschouwd. Hij ontwikkelde het religieuze concept van sciëntisme. Wetenschap zou de oplossing zijn voor elk menselijk vraagstuk. Heb je een probleem? 'Wetenschappers komen met een oplossing, want die zijn beter dan alle anderen.

Ze zijn slimmer en ze kunnen de toekomst voorspellen.' We gaan niet verder op sciëntisme in, maar er is veel over sciëntisme geschreven. De schrijver C.S. Lewis heeft overigens enkele artikelen tegen het sciëntisme gepubliceerd; hij heeft het bestreden, ontmaskerd, zo je wilt. Transhumanisme is gebaseerd op het concept van sciëntisme: we kunnen de technologie gebruiken om aan de dood te ontsnappen. Want dat is het ultieme probleem. Josh: Versmelting van mens en machine. Patrick: Klopt. Ik beschrijf het zo: technocratie verhoudt zich tot de vorming van de maatschappij zoals transhumanisme tot de mensen die erin zullen wonen – als dat iets zegt. Een technocratische maatschappij zou idealiter bestaan uit transhumanen. De transhumane filosofie van heden gelooft dat ze met gebruik van deze geavanceerde technologie een mensheid 2.0 zal scheppen. Ze geloven met name door genetische modificatie de krachten van de evolutie letterlijk te kunnen kapen. Nu is evolutie 81

natuurlijk geen christelijk Bijbels concept. Diegenen echter met een allereerst evolutionaire denkwijze – die dus vinden dat alles toeval is: weet je, het gebeurde gewoon – die geloven dat ze door middel van de wetenschap het evolutieproces kunnen overnemen en de toekomstige evolutie zelf kunnen sturen. Dit is echt krankzinnig; ik zeg dat niet graag. Het is gewoon, wauw, die mensen sporen niet. Ze denken de mensheid 2.0 te zullen maken. Want de mensheid 2.0 zou het perfecte soort mensheid zijn om in een zuiver technocratische maatschappij te leven. Josh: Als je 'zij' zegt – zoals die elite – dan heb je het over de Trilaterale Commissie, de Club van Rome, de Bilderberg Group, niet? Patrick: Iedereen die deze filosofie aanhangt, zeker. Ik bedoel, er zijn miljarden mensen buiten deze elitegroepen die je maar aan hoeft te kijken om te zien dat ze zich met sciëntisme bezighouden. Je kunt ze technocraten noemen, je kunt ze transhumanen noemen. Ze hebben misschien geen enkel idee wat de wereldwijde elite doet. Maar de filosofie is doorgesijpeld, de religie ervan is in het denkproces van mensen doorgesijpeld, en het is een religie. Sciëntisme is een religie. Josh: Het is niet alleen maar materialisme.

Dit kan er dus gebeuren: de diepten van verdorvenheid waar het menselijk denken heen kan gaan, als dat ons wezen, de waarde, de vonk van goddelijkheid of de ziel in de ander niet meer ziet. Patrick: Wetenschap wordt een god, dat is waar het op neerkomt. Voor een sciëntist is wetenschap een god. Wetenschap kan geen kwaad doen. Wetenschap staat vast. Wetenschap is onbetwistbaar. Doe wat de wetenschap zegt. Ga niet lopen ontkennen of je wordt gestraft. Uiteindelijk is het tot en met een religieus voorstel. De wetenschap komt er te staan als een soort onverstoorbare god die antwoord kan geven op alles wat de mens wil weten. Alle waarheid wordt gevonden in de wetenschap. 'Luister maar naar de wetenschap. Luister niet naar God. Luister niet naar ethiek of moreel debat of wat dan ook. Luister maar naar de wetenschap.' Ga je ermee bemoeien Josh: Nou, je hebt ons wel wat gegeven om over na te denken, Patrick. Bedankt dat je je licht op al deze zaken hebt willen laten schijnen. En het waarom ervan hebt willen uitleggen, het grotere plaatje, hoe alles rond 5G met elkaar verband houdt. Ik waardeer het ten zeerste. Nu gaan we afronden.

Wat kun je ons nog vertellen over oplossingen? Waar kunnen mensen in jouw ogen het beste hun energie in steken, voor positieve resultaten in de toekomst? Patrick: Op dit punt is de enig mogelijke verdedigingslinie die we kunnen betrekken het lokale niveau: de gemeente en de regio. Ik zou mensen aanmoedigen om lokaal actief te worden. Leer de mensen in je gemeenteraad kennen. Stel jezelf kandidaat. Stel jezelf beschikbaar voor allerlei soorten functies in de hele gemeente en de omgeving. Ook provinciaal, maakt niet uit in wat voor soort bestuur je komt en wat voor plek je aan welke tafel inneemt. Iemand – overigens een liberaal – stelde het eens zo voor aan een vriend van mij: 'Als je niet aan de tafel zit, dan ben je de maaltijd.' Dat moet je dus niet meer doen. Meng je in lokale burgerlijke aangelegenheden en je kunt een groot verschil maken. Als voorbeeld, en juist daar: San Francisco. San Francisco, het bastion van vrijzinnigheid en progressiviteit in Amerika. Ik ben er geboren. Ik kan weten dat er geen enkele stad in Amerika is die progressiever en liberaler is dan San Francisco. Onlangs heeft de gemeenteraad daar technologie voor gezichtsherkenning uit de stad verbannen. Josh: Geweldig. Platforms voor lokale actie

82

Patrick: Vertel me niet dat gemeenten geen macht hebben, want dat hebben ze wel degelijk. Maar als burgers niet aan het gemeentebestuur, aan de ambtenaren en aan raadsleden vragen om namens hen een standpunt in te nemen over deze kwesties, dan zullen ze dat ook niet doen. Je moet actie ondernemen en je ermee bemoeien. Dat is trouwens een van de redenen waarom ik vorig jaar Citizens for Free Speech heb opgezet. En daaruit kwam dan weer LOCALACTIVIST.ORG voort. Dat is gewoon een sociaal netwerk-platform voor mensen die met lokale acties bezig zijn om dit soort dingen aan te pakken. Ik nodig iedereen van harte uit om zelf een kijkje te komen nemen als je wil: LOCALACTIVIST.ORG. En geloof me, als je binnenkomt en je bent niet oprecht, of je bent een trol, of je denkt iets te kunnen komen halen, dan gooien we je er sneller uit dan je zult beseffen. Het is een privé-netwerk voor mensen zoals wij, die werkelijk een bijdrage willen leveren en actie willen voeren om het land op lokaal niveau weer in orde te krijgen. Kijk zelf maar op CITIZENSFORFREESPEECH.ORG en LOCALACTIVIST.ORG. Josh: Patrick, heel erg bedankt. Ik raad ook hogere kaders absoluut aan om dat boek van je te lezen, Technocracy Rising. En ook het vorige boek, Trilaterals Over Washington. Je voegt hier zo'n wezenlijk, op onderzoek gebaseerde diepte toe – geen complotdenken of zoiets.

Je helpt om het echt te begrijpen, en daar gaat het om. Patrick: Mijn laatste boek ook trouwens, Technocracy: The Hard Road to World Order. Ik weet niet of je dat al gezien hebt. Josh: Nee, nog niet. Bedankt dat je het nog even meldt. Patrick: Natuurlijk. Dat gaat vooral ook over wat we hier hebben besproken: via actuele voorbeelden die initiatieven en zulke zaken laten zien. Hoe ze technocratie invoeren. Dus heel erg de moeite waard. Ik noem dat de lijnen naar elkaar doortrekken. Josh: Precies, ja. En voor iedereen geldt, ik zeg dat nu gewoon vanuit mijn hart, dat het belangrijk is om met de ambtenaren van je gemeente in gesprek te gaan en ze te informeren. En niet alleen de ambtenaren, maar ook de mensen in de wijk en nog andere mensen, zowel online als niet online. Ik zou iedereen op een of andere manier willen aanmoedigen om dit interview maar ook de andere interviews te delen met de mensen van de lokale overheid. Daarom organiseren we deze Top. Het is echt belangrijk dat we begrijpen dat het type onderzoek dat we hier doen, met Patrick en de anderen tijdens de Top, het denken en de zienswijze van mensen in machtsposities en op sleutelposten in het lokale bestuur kan veranderen. We hebben niet alles genoemd, maar weet dat het onze bedoeling is dit naar zo veel mogelijk mensen uit te dragen.

83

Is 5G nodig voor verbinding tussen alle apparaten? Met 5G zullen 1 miljoen apparaten per vierkante kilometer kunnen worden verbonden. Maar dat kan ook al bereikt worden met een combinatie van verschillende alternatieve technologieën voor IoT (Internet of Things, internet-der-dingen).

84

6. DUIDELIJK BEWIJS VAN KANKER: HET NTP-ONDERZOEK VAN 30 MILJOEN Dr. Ronald Melnick Dr. Ronald Melnick werkte als leidinggevend toxicoloog en onafhankelijk adviseur gedurende 28 jaar bij het National Toxicology Program van het National Institute of Environmental Health Sciences (NIEHS), dat onderdeel is van de National Institutes of Health (NIH). Hij leidde het ontwerp en de interpretatie van toxicologische en mechanistische studies over chemicaliën in het milieu en de werkomgeving. Hij was lid van talloze wetenschappelijke beoordelingscommissies en adviespanels, onder andere bij het Environmental Protection Agency (EPA), de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het International Agency for Research on Cancer (IARC). Het IARC classificeerde in 2011 radiofrequente straling als mogelijk kankerverwekkend. Dr. Melnick leidde het NTP-onderzoek naar straling van mobiele telefoons. Vóór het eind van het onderzoek ging hij met pensioen, maar hij nam nog wel deel aan de collegiale toetsing in 2018. Dr. Melnick werkte tevens een jaar bij het Office of Science and Technology Policy van het Witte Huis. Josh: Deelnemer aan de Top vandaag is Dr. Ronald Melnick. Ron, heel erg bedankt dat je bij ons bent. Dr. Melnick: Ik ben blij om erbij te zijn. Dank je. Josh: Mag ik je Ron of Ronald of Dr. Melnick noemen? Dr. Melnick: Mijn vrienden noemen me Ron. Josh: Oké. Dank je wel.

Je had de leiding over het onderzoek van het National Toxicology Program naar radiofrequente straling dat 30 miljoen dollar kostte en ongeveer twintig jaar geleden werd geïnitieerd. Je verhaal komt dus echt uit de eerste hand. We krijgen belangrijke informatie van iemand die daadwerkelijk het echte wetenschappelijke werk heeft gedaan. We horen zijn mening over het onderzoek, de uitkomsten, de veiligheidsnormen, en over 5G. Een belangrijk interview dus. Dr. Melnick: Ja, alleen graag een punt ter verduidelijking. Ik leidde het ontwerp. Ik ging met pensioen voordat de onderzoeken waren afgerond. Ik nam wel deel aan de collegiale toetsing van het onderzoek. Josh: Dat was in 2018. Dr. Melnick: In 2018, ja. Het National Toxicology Program Josh: Ron, je hebt een uitgebreide achtergrond en het is fijn om er met je over te kunnen praten. Ik wil graag diep op de dingen ingaan. Ik wil ze echt begrijpen en proberen een duidelijk beeld te krijgen van het NTP-onderzoek dat door de overheid werd gefinancierd. Hoe groot was het qua omvang en wat was jouw rol daarin? Dr. Melnick: Ik vraag me af of ik zelfs niet een stapje verder terug moet, voor mensen die misschien niet weten wat het National Toxicology Program is. Josh: Graag. Dr. Melnick: Het National Toxicology Program dateert van 1978.

De toenmalige secretaris van Gezondheid en Welzijn vond het beter om de verschillende instanties in HEW (dat tegenwoordig DHHS heet) samen te voegen tot één programma – in plaats van allemaal eigen toxiciteitsonderzoeken te doen. Dus het National Toxicology Program is eigenlijk een combinatie van meerdere instanties. Op dit moment omvat het de Food and Drug Administration (FDA), de Centers for Disease Control (CDC), en de National Institutes of Health, met als hoofdkantoor het NIEHS. Het kwam voort uit een onderzoeksprogramma over kanker dat werd uitgevoerd bij het National Cancer Institute, dat uiteindelijk naar het Research Triangle Park in North Carolina verhuisde. Daar heb ik ruim 28 jaar doorgebracht bij het National Toxicology Program van het NIEHS. 85

Josh: Oké, geweldig. Dank je. Dr. Melnick: Het National Toxicology Program accepteert nominaties voor onderzoeken uit meerdere bronnen – alle bronnen feitelijk. Die kunnen via instanties binnenkomen. De belangrijkste bron van nominaties is meestal het National Cancer Institute. Maar ze kunnen van de Occupational Safety and Health Administration komen, of van de EPA, misschien zelfs de FDA, maar ook van burgers of vakbonden of welke groep dan ook. De nominaties worden beoordeeld en uiteindelijk belanden de geselecteerde kandidaten in algemene zin binnen het National Toxicology Program. Straling van mobiele telefoons kwam vanuit de FDA bij het National Toxicology Program binnen. Josh: Die gaven de opdracht voor dit grote onderzoek? Dr. Melnick: Zij vroegen het. Josh: Oké. Opwarming van weefsel Dr. Melnick: Gevraagd werd om dierproeven uit te voeren teneinde te beoordelen of er een risico voor mensen bestaat door de straling van mobiele telefoons. De blootstellingsrichtlijnen die op dat moment bestonden, waren gebaseerd op thermisch letsel ofwel opwarming van weefsel bij kortdurende blootstelling. Ze vonden het belangrijk dat we probeerden te begrijpen of er al dan niet gezondheidseffecten op de lange termijn zijn van niet-thermische blootstellingen, indien je het opwarmingseffect zou willen reduceren. Zoals de meeste mensen weten, gaat het om straling van microgolven.

Als je wordt blootgesteld aan een hoog niveau, veroorzaakt dat opwarming. Daarom zet je je eten in de magnetron. Maar bij lagere niveaus kun je het opwarmingseffect minimaliseren. Dat is zoals de straling van mobiele telefoons is. Maar zijn er ook zonder de opwarming van weefsel mogelijk nog effecten op de gezondheid? Josh: Dus je kijkt naar mogelijke effecten die optreden op niveaus ver onder de drempel van wat noodzakelijk is om weefsel te verwarmen – waar dus de normen op zijn gebaseerd? Dr. Melnick: Ja. Josh: Oké. Dr. Melnick: Ik kan je wat meer vertellen over die norm als het je interesseert. Josh: Graag. De blootstellingsnormen Dr. Melnick: De norm is ontwikkeld als resultaat van blootstellingen. Die werden gedaan bij apen; ze werden blootgesteld aan dit type microgolfstraling. Er was een dosis – ik zal proberen het uit te leggen – en die was 4 watt per kilogram. Dat is eventjes een numerieke waarde om in het hoofd te houden; maar daarbij steeg dus de lichaamstemperatuur niet met één graad Celsius. Dat werd dan het richtpunt voor blootstellingen aan mobiele telefoons. Die waarde van 4 watt per kilo werd gedeeld door 50, als bepaling dat dit een veilige dosis zou zijn voor blootstelling van het hele lichaam bij mensen. En 4 gedeeld door 50 is 0,08 watt per kilo. Maar er is nog een andere norm bij betrokken, naast die voor blootstelling van het hele lichaam.

Het andere aspect is lokale blootstelling van weefsel. Voor een gram weefsel stelden ze de blootstellingswaarde op 1,6 watt per kilo. Deze waarden worden SAR genoemd: specifieke absorptieratio [of SAT: absorptietempo]. Als je dat in het menu van je mobiele telefoon opzoekt, moet je kijken onder Instellingen algemeen – Juridische informatie – Straling. Zo kom je erachter wat de toegestane blootstelling of emissie is van je mobiele telefoon – waar hij op getest is. De norm is dus 1,6 watt per kilo. 86

Deze cijfers zijn belangrijk, want ze liggen ten grondslag aan het ontwerp van het onderzoek. Josh: Waarom is het cijfer voor blootstelling van het hele lichaam een veel stringentere drempelwaarde, terwijl het andere cijfer voor blootstelling aan een specifiek punt veel hoger ligt? Dr. Melnick: Ik weet niet precies waarom. Het hele lichaam, zoals ik al zei – dat was gebaseerd op een temperatuurstijging, een stijging van de gehele lichaamstemperatuur. Je hebt bijvoorbeeld blootstelling als je langs een zendmast wandelt of er dichtbij bent; het hele lichaam wordt dan blootgesteld. Maar als het hele lichaam wordt blootgesteld, dan kan er best wat weefsels betreft een hoger niveau zijn, zolang het hele lichaam maar binnen de limiet blijft. Ik wil daar iets over uitleggen, namelijk het belang van het verschil tussen de waarden 1,6 en 0,08. De NTP-onderzoeken waren ingericht voor 1,6 watt per kilo. Dat heeft te maken met de plek van de antenne, want die zendt de straling van de mobiele telefoon uit. Stel, ik houd een mobiele telefoon tegen mijn hoofd. Het weefsel dat wordt verwarmd, is het weefsel dat zich vlak naast de antenne bevindt. Dus mijn zorg geldt die 1,6 watt per kilo voor dat weefsel.

Zou ik die waarde door mijn hele lichaamsgewicht delen, dus ook mijn enkels, mijn kuiten, de rest van mijn lichaam, dan zou dat de blootstelling van het lokale weefsel vrijwel doen wegvallen. Je hebt dus een lokale SAR van 1,6 watt per kilogram, en een SAR voor het hele lichaam van 0,08 watt. Bij het ontwerp van de NTP-studie ging het me vooral om die 1,6 watt per kilo, want dat is de toegestane blootstelling. Afstand is bepalend Josh: We zitten dus op 1,6 watt per kilo, dat is de SAR-norm, de specifieke absorptieratio. Dat is de toegestane drempel voor microgolfstraling van een mobiele telefoon voor het weefsel er vlak naast. En daarbij wordt alleen uitgegaan van opwarming. Oké, ga verder alsjeblieft. Dr. Melnick: De experimenten bij het NTP werden gedaan met dieren. Je kunt de SAR niet meten bij levende dieren of bij mensen. Er moet een model voor worden bedacht. De waarde die je in je mobiele telefoon kunt vinden, wordt verkregen door de antenne naast een simulatievloeistof te houden, een vloeistof met eigenschappen die te vergelijken zijn met weefsel. En dat geeft een model voor de analyse. Het komt neer op hoe dicht de antenne bij het weefsel is. Is de antenne verder weg, dan neemt de impact met een kwadraat van de afstand af. Dus verdubbel ik de afstand tussen de antenne en mijn hoofd, dan is de impact een kwart in plaats van de helft. Waarom dierproeven? Dr.

Melnick: Het NTP doet dus onderzoek op dieren. En waarom doen we onderzoek op dieren in plaats van op mensen? Nou, allereerst... Josh: Ethiek. Dr. Melnick: Dat is een van de redenen. Een andere reden is dat veel ziekteprocessen bij dieren op dezelfde manier plaatsvinden als bij mensen. Elke voor de mens kankerverwekkende stof die we kennen, is ook kankerverwekkend gebleken in dierproeven die op de juiste wijze zijn uitgevoerd. Een andere reden is de kwestie van verstoringen als je onderzoek bij mensen doet. Ze worden blootgesteld aan één invloed, maar er zijn ook andere invloeden in de omgeving die zich voordoen. En lag het nu aan de specifieke invloed waarop je je richtte, of was het een gevolg van andere storende factoren? Met dieren echter kunnen we zeer zorgvuldig een onderzoek ontwerpen om de blootstelling bij die dieren echt op de juiste manier te meten. Als er ten slotte een verwacht effect is, dan kunnen de regulerende instanties de gegevens gebruiken 87

om blootstellingen te verminderen teneinde de risico’s te beperken. Kankers kunnen een lange reactietijd hebben. Het kan dertig jaar duren voordat we echt weten of iets veilig is of niet. Dit in tegenstelling tot dierproeven, waarbij het in veel minder jaren te doen valt. Josh: Het was dus een onderzoek van twintig jaar. En het gebeurde met de straling van 2G en 3G, toch? Kun je dat bevestigen? Dr. Melnick: Het onderzoek duurde ongeveer twintig jaar. Maar het betrof eigenlijk het onderzoek naar chronische blootstelling van dieren. Het was een onderzoek in fasen. De dieren in het kankeronderzoek werden in feite ruim twee jaar blootgesteld. Josh: Dus twee jaar lang data verzamelen, klopt dat? Dr. Melnick: Twee jaar lang blootstelling. Ik kan de verschillende stappen in het proces een beetje doornemen. Josh: Een kort overzicht, ja. Dat zou nuttig zijn. Het risico vaststellen Dr. Melnick: De feitelijke blootstelling betreffende kanker besloeg dus twee jaar. Ik was de projectleider van het ontwerp van het experiment. Want hoe doe je dat, dierproeven met de straling van mobiele telefoons? Je ziet natuurlijk wel eens een tekenfilm met mobiele telefoons en dieren. Maar in de werkelijkheid moesten we een manier vinden waarop we dieren aan de straling konden blootstellen zonder hun normale leven te verstoren. Er waren wel een paar onderzoeken gedaan naar dit type straling.

Indertijd vonden we ze niet voldoen om te begrijpen of er wel of niet een effect is. Toen het onderzoek werd uitgevoerd – en dit is belangrijk – werd ervan uitgegaan dat het enige effect van dit type straling opwarming is. Want het is nietioniserende straling, dat wil zeggen: het verbreekt geen chemische verbindingen. Dus die hypothese wilden we beproeven: is er een effect dat niet met opwarming te maken heeft? En als er zo'n effect is, kunnen we dan genoeg informatie verzamelen voor wat we een dosisresponsanalyse noemen? Kunnen we de risico's min of meer kwantificeren; want dierproeven kun je wat dit betreft als relatief ongevoelig beschouwen. We werken meestal met 50 exemplaren. Maar bij dit onderzoek hadden we 90 dieren per groep. In een dergelijk onderzoek bereik je pas statistische significantie als je een toename van minstens 5 procent ziet ten opzichte van het controleniveau. Nu zou 5 procent in een menselijke populatie epidemisch zijn. Dierproeven worden dus meestal gedaan met veel hogere niveaus van blootstelling dan wat mensen ondervinden. Door middel van een dosis-responsanalyse proberen we in te schatten wat het risico is bij lagere niveaus. Het is dus duidelijk dat een risico van 10 procent onaanvaardbaar is.

Maar wat is wel aanvaardbaar? Is één op de 1000 een risico? We denken dat 250 tot 300 miljoen mensen in de VS een mobiele telefoon hebben, dus één op de 1000 is een hoop mensen. Hoe zit het met één op de 100.000? Of één op de miljoen? Dat zijn moeilijke vragen als het gaat om wat het aanvaardbare risico is. Het is iets dat het Hooggerechtshof in de jaren '80 heeft behandeld. Wat is een aanvaardbaar risico? Wil je hun conclusie horen? Josh: Zeker. Wat zeiden ze? Dr. Melnick: Ze gokten het een beetje. Als het risico minder was dan één op de miljard, dan was het niet-significant. Was het groter dan één op de 1000, dan was het uiterst significant. Dus ze lieten een groot gat tussen één op de 1000 en één op de miljard. Het EPA nam één op de miljoen aan. De OSHA, de Occupational Safety and Health Administration, nam één op de 1000 – wat nogal verschilt. We willen in elk geval weten wat het risico is. Want als je het risico begrijpt, kun je proberen het te verkleinen door het apparaat aan te passen of andere voorzorgsmaatregelen te nemen. 88

Galmkamer met schoepen Josh: Voor we ingaan op de bevindingen, wil ik toch graag nog dit even bevestigd hebben: het ging om 2G- en 3G-technologie, klopt dat? En waren het muizen of ratten; of welke dieren werden er gebruikt? Dr. Melnick: We gebruiken muizen en ratten. De belangrijkste effecten werden gezien bij ratten. Josh: Oké. Dr. Melnick: In principe betreft het 2G. Veel van 3G is nog steeds zoals bij 2G, het is alleen sneller. Dus dit allemaal wat betreft het opzetten van het onderzoek, en daarom nam het veel tijd in beslag. Ik nam contact op met ingenieurs en natuurkundigen van het National Institute of Standards and Technology, want een andere groep daar had ons geholpen met straling van elektriciteit, de zeerlaagfrequente straling. Ik sprak daar iemand, hij heette Perry Wilson, en we hadden het over het concept van galmkamers. We gingen de haalbaarheid na van proeven doen in een zogeheten anechoïsche galmkamer. Dat is een ruimte die lijkt op een grote magnetron. In die ruimte heb je een antenne en die zendt de straling uit. Verder heb je nog schoepen of reflectoren die de straling alle richtingen op kaatsen. Zo heb je binnen korte tijd een homogene omgeving met deze radiofrequente straling. We wilden bekijken of we onze dierproeven in zo'n galmkamer konden doen.

Dus moesten we aantonen dat je een homogene omgeving kon maken, zodat dieren die zich in het ene deel van de kamer bevinden, hetzelfde stralingsniveau krijgen als dieren in een ander deel. Het heeft wel even geduurd om dat te ontwikkelen. We hebben contact gezocht met een groep in Zürich, Zwitserland. En we hielden ons bezig met het modelleren van de aard van de absorptiedosis bij dieren en hun specifieke weefsels bij blootstelling in een galmkamer. Dus zij ontwikkelden het bepaalde model voor het kwantificeren bij de frequenties die we gebruikten, op het niveau van de te absorberen doses. We gebruikten twee frequenties: 900 megahertz en 1800 megahertz. Want dat zijn de centrale frequenties die voor mobiele telefooncommunicatie gebruikt worden. Josh: Geldt dat voor 2G, respectievelijk 3G? Dr. Melnick: Ja. Ik geloof dat die nog altijd gebruikt worden. Ja, 3G en... ik weet het niet zeker. Maar ik denk ook 4G. 5G dat wordt heel anders. 5G heeft een veel hogere frequentie. Bewegingsruimte en water Josh: Laten we kijken naar de bevindingen. Wat heb je ontdekt? Dr. Melnick: Ik was nog niet klaar... Josh: Oké, ik ben een beetje ongeduldig. Maar ik zal het loslaten. Want je legt hier wel een erg belangrijke basis, alvorens we op de bevindingen ingaan. Ga alsjeblieft verder. Dr. Melnick: Dat probeer ik te doen... Dus even terug, we wilden naar andere effecten behalve opwarming kijken.

Dus we deden wat we een thermische proefstudie noemden, waarin we dieren aan verschillende stralingssterkten blootstelden. We lieten temperatuurmetingen doen; want we wilden de lichaamstemperatuur met niet meer dan één graad Celsius laten stijgen. Omdat dat de basis is voor de richtlijnen voor mobiele telefoons. Er waren vier ratten waarbij we in plaats van 4 watt per kilogram tot 6 watt per kilogram konden gaan. Dat werd uiteindelijk de hoogste blootstelling die we bij onze ratten gebruikten. Zoals ik al eerder zei, ga je meestal veel hoger zitten bij een toxiciteitsonderzoek. Je doet dan een kwantitatieve risicoanalyse en extrapoleert vervolgens naar lagere waarden. Maar we konden niet hoger gaan dan 6, omdat je bij 6 het opwarmingseffect zou krijgen. 89

Het eerste wat we nu moesten doen, was het hoogste niveau vaststellen. We gebruikten de gangbare modulatie. Je hebt GSM, het Global System for Mobile Communication, dat algemeen in gebruik is in Europa. Ik geloof ook bij twee netwerken in de VS. Ik dacht AT&T; ik weet niet zeker of het ook bij TMobile is. De andere is CDMA, Code Division Multiple Access. Dat zijn modulaties waarmee je veel personen toegang geeft tot het netwerk. Dus we hebben zowel GSM als CDMA in onze onderzoeken opgenomen. Om een onderzoek meer gewicht te geven, vergroten we het aantal dieren. Een normaal NTPonderzoek heeft 50 dieren per groep. Toen we naar het chronische gedeelte overgingen, verhoogden we dat naar 90, met als hoogste blootstelling nu dus 6 watt per kilogram. We gebruikten ook 3 watt per kilogram, en 1,5 watt per kilogram. Dus in wezen de dosis halveren, zodat als er een effect was, het mogelijk zou zijn om een dosis-responsanalyse uit te voeren voor een kwantitatieve risicoanalyse. Om een hogere gevoeligheid te krijgen bij de ratten namen we ratten vanaf de zwangerschap tot de bevalling en dan verder nog twee jaar. Een typisch NTP-onderzoek duurt twee jaar: vanaf ongeveer zes weken oud. Maar laat me eerst nog iets uitleggen over de galmkamer, ik denk dat dit ook belangrijk is. In een galmkamer lopen de dieren vrij in hun kooi rond.

Dat is belangrijk, want bij eerdere onderzoeken zaten de dieren gedurende de blootstelling opgesloten in buizen. Bij eerdere proefnemingen hadden de dieren ook geen toegang tot water; daarom waren de blootstellingsperioden beperkt tot twee uur per dag. We wilden de blootstellingsduur vergroten, want we konden de blootstellingsdosis niet verhogen. We bedachten een manier waarop de dieren tijdens de blootstelling aan water konden komen. Je kunt er niet zomaar een fles in zetten, want die fles water zou energie opnemen en warmer worden. Je kunt de fles niet afschermen en gewoon met een flinke slang werken. Dat water zou ook opwarmen en je zou strooieffecten kunnen hebben tussen de dieren als ze aan het drinken zijn. Dus we hadden een automatisch watersysteem in het ontwerp met een klepje, zodat de dieren konden drinken zonder dat hun kop aan de straling was blootgesteld. Schwannomen en gliomen Dr. Melnick: Het onderzoek werd gedurende twee jaar na oplevering van het ontwerp gehouden. Er waren meerdere effecten bij de ratten. Enkele van de waargenomen effecten waren toenames van schwannomen in het hart. Schwanncellen zijn de cellen die de myelineschede om de zenuw vormen. Dat was één soort van tumoreffecten bij de mannetjes. De andere soort was een glioom. Dat is een hersentumor die ook werd waargenomen bij de blootgestelde dieren en niet bij de controledieren.

We hadden dus vier groepen. We hadden een controlegroep, precies dezelfde kamer, met schoepen. Er was zelfs ook een antenne; maar die kreeg geen stroom. De andere groepen werden, onder exact dezelfde omstandigheden, blootgesteld aan verschillende stralingsniveaus; we handhaafden gedurende het onderzoek 1,5 watt, 3 watt, of 6 watt per kilogram voor de dieren. Naarmate ze groter werden kon de intensiteit van blootstelling toenemen, maar de daadwerkelijke dosis SAR bleef constant. Josh: Dus jullie vonden schwannomen in het hart. Is dat een kwaadaardige tumor? Dr. Melnick: Ja. Josh: En dan gliomen in de hersenen, klopt dat? Dr. Melnick: Dat is juist. Daarbij komt, als je naar die effecten kijkt voor het nemen van een besluit, hoe sterk is dan het bewijs? Het zijn zeldzame tumoren, die je bij de controlegroepen niet vaak ziet, en dat geeft dit tegen de rest van de achtergrond meer prioriteit. Je ziet dus een klein aantal toenames, maar omdat het om een zeldzame tumor gaat die je in zo’n programma nauwelijks tegenkomt, heeft het 90

meer relevantie. Josh: En zijn schwannomen en/of gliomen zeldzaam? Dr. Melnick: Ja, die zijn ongebruikelijk. Geen risicoanalyse Josh: Je zei dat het Hooggerechtshof tussen de één op de 1000 en één op de miljard aangaf, ergens in dat grijze gebied, maar de OSHA neemt één op de 1000. En het EPA één op de miljoen. Wat zijn de getallen ten aanzien van de NTP-studie? Hoeveel toename van die twee kankertumoren was er? Dr. Melnick: Je kunt die vraag alleen beantwoorden als iemand een risicoanalyse met de gegevens doet. En dat is niet gebeurd. De bedoeling van dit onderzoek – genomineerd dus door de FDA – was dat er een kwantitatieve risicoanalyse kon worden gedaan. En als die kon worden gedaan, dan zou de informatie aan de FCC worden verstrekt, die de richtlijnen vaststelt. De bedoeling zou zijn richtlijnen te ontwikkelen die de gezondheid beschermen, in plaats van richtlijnen op grond van de aanname dat je absorptie en geen opwarmingseffect hebt. Maar die kwantitatieve risicoanalyse is dus niet gedaan. Josh: Met andere woorden, de FDA vroeg om het onderzoek uit te voeren en dat werd ook gedaan. Er waren significante bevindingen, die toename van kanker aantoonden – die kankerachtige tumoren. Wat gebeurde er toen? Lieten ze het gewoon liggen – of wat is de uitwerking van deze bevindingen geweest? Ben je tevreden met het effect dat ze hebben gehad? Dr.

Melnick: Nou, ik ben niet tevreden. Dat is zeker. Want de FDA zei dat we deze informatie niet op mensen kunnen toepassen. Josh: Waarom? Dr. Melnick: Ze gaven geen reden. Ze verklaarden het gewoon. De directeur van de afdeling Radiologische draadloze apparatuur stelde dat gewoon zo: dit is niet van toepassing op mensen. Maar dat slaat eenvoudig nergens op, want de FDA nomineerde het, met de bedoeling dat we een kwantitatieve... een risicoanalyse voor mensen zouden doen. Dus de FDA onttrekt zich in wezen aan haar verantwoordelijkheid en heeft de intentie van haar eigen nominatie niet waargemaakt. Adviezen voor gebruikers Josh: Je schreef een artikel waarin je zei: 'De FDA stelt dat ''bestaande blootstellingsrichtlijnen zijn gebaseerd op bescherming tegen acuut letsel door thermische effecten van blootstelling aan radiofrequente straling, maar ze bieden mogelijk geen bescherming tegen niet-thermische effecten van langdurige blootstelling''. Maar door dit nieuwe standpunt in te nemen, en de NTP-uitkomsten te negeren, onttrekt de FDA zich duidelijk aan haar verantwoordelijkheid wat betreft de beoordeling van de impact van radiofrequente straling op de menselijke gezondheid.' We zouden nu verschillende kanten op kunnen.

Maar alleen al de betekenis van het besef dat er ongeveer 30 miljoen dollar is geïnvesteerd: om te kijken of mobiele telefoons op of onder het toegestane niveau kanker bij ratten veroorzaken! En het antwoord is dat er een significante toename was van schwannomen in het hart en gliomen in de hersenen. En daar lieten ze het toen bij. Ik zou de volgende vraag willen stellen. Het is speculeren, maar we weten wat de vakgroep Ethiek van Harvard over de FCC heeft geschreven: namelijk dat die door de industrie wordt beheerst. Maar in de andere interviews tijdens deze Top hebben we ook over de FDA van alles gehoord. Wat is er feitelijk aan de hand, en wat voor betekenis heeft dit, Ron? Het onderzoek werd uitgevoerd, er werd kanker aangetoond, en toen lieten ze het voor wat het was. In wat voor plaatje past dit? Dr. Melnick: Ik kan je niet vertellen waarom ze het zo hebben besloten. Het enige dat ik kan zeggen, is dat ze op dit punt, voor zover ik weet, besloten er niets mee te doen. De informatie was feitelijk al 91

beschikbaar gekomen in 2016, toen de NTP enkele gedeeltelijke bevindingen publiceerde vanwege de mogelijke impact van deze bevindingen op de algehele bevolking. De tumoren in het hart en de tumoren in de hersenen – dat was in 2016 al bekend. Het kan zijn dat ze niet willen dat mensen denken dat hun mobiele telefoon een risico van kanker met zich meebrengt. Misschien hebben ze andere redenen. Ik kan niet zeggen of de industrie al dan niet invloed heeft, maar het is zeker een mogelijkheid. Maar vanuit het oogpunt van de volksgezondheid lijkt het me dat je de risico’s wilt begrijpen, en kwantificeren, en er iets aan wilt doen. Voorzorgsmaatregelen aanbevelen, in ieder geval voor mensen. Op veel sites zie je tegenwoordig: Als u zich zorgen maakt, kunt u dit en dat en zus en zo doen. Een gewone burger die gebruik maakt van een mobiele telefoon, denkt misschien: 'Als de FDA zich geen zorgen maakt, en als de FCC zich geen zorgen maakt, waarom zou ik me dan zorgen maken?' Volgens mij hadden ze op zijn minst moeten zeggen: 'Dit en dat is wat je zou moeten doen, gezien de uitkomsten die we te zien krijgen bij de bepaling van de risico’s.' Dat zou ook een beetje meer druk op de industrie zetten, om de hoeveelheid straling die door de telefoons wordt afgegeven te reduceren. De industrie heeft inmiddels wel enige verbetering doorgevoerd op hun mobiele telefoons, tot nu toe.

Zoals ik al zei, de straling komt van de plek waar de antenne zit. Die locatie heeft grote invloed op de dosis die het weefsel daar krijgt. De antenne is nu verplaatst van vlak naast je oor naar het spreekgedeelte. Dus wat lager; dat geeft wat meer afstand. Maar het hangt af van hoe mensen hun mobiele telefoons gebruiken. Wat mij betreft: geef in elke geval bepaalde aanbevelingen, gewoon verstandige adviezen. Mensen sms'en meer, en dat is goed, want dan hou je je telefoon niet naast je hoofd. Maar weten mensen het als het signaal zwak is? Je kunt dat op je telefoon zien, het aantal streepjes. Als het signaal zwak is, moet de telefoon harder werken om de communicatie goed te houden. Hij zendt dan meer straling uit dan bij een sterker signaal. Josh: In sommige gevallen is het duizenden keren meer. Ik heb het daadwerkelijk getest met mijn Cornet elektrosmogmeter. Het is echt schokkend hoeveel de straling van je telefoon omhoog gaat als je maar één of twee streepjes hebt. Dr. Melnick: Precies, maar de meeste mensen weten dat niet. De FDA zou moeten bevorderen dat dit soort informatie er is, in plaats van enkel te zeggen: we negeren het gewoon. Acceptatie en aansprakelijkheid Josh: Op welke andere manier zouden de FDA en de FCC moeten reageren op de NTP-uitkomsten? Hoe moeten ze die toepassen? Dr. Melnick: Ze zouden een kwantitatieve risicoanalyse moeten doen.

We zouden moeten kunnen nagaan wat de blootstellingsniveaus zijn. Het zou om een blootstelling en blootstellingsduur kunnen gaan die te associëren zijn met een kankerrisico van bijvoorbeeld één op 100.000. Neem dat als risico: dat mensen weten dat het risico, zeg maar, één op de 1000 is voor één uur per dag bellen, een jaar lang. Ik verzin deze cijfers maar even. Dat je weet dat het risico één op de 1000 is als je jouw mobiele telefoon één uur per dag naast je hoofd houdt. Dan zouden mensen kunnen zeggen: 'Nou, dat is geen risico dat ik wil accepteren.' En daar zouden ze dan naar handelen. Er is nog een aspect, voor kinderen, waar ik me ook zorgen over maak. De straling dringt in de hersenen van een kind dieper door. Hersenen zijn gevoeliger voor factoren die het weefsel beschadigen in het geval van het zich nog ontwikkelende brein. Er worden veel soorten speelgoed voor kinderen gemaakt die een punt van zorg zijn. Want kinderen zien geen verschil tussen een echte telefoon en een apparaat dat erop lijkt. Dat zou aan banden gelegd moeten worden. Als je het risico niet kent... Het is moeilijk te weten hoe mensen reageren. Als ze het risico begrijpen en de FDA zou aanbevelingen doen... Bijvoorbeeld, we werken aan het reduceren van het emissieniveau. 92

Maar geef dan in de tussentijd wel die adviezen. Weet je, als je in een lift staat, en je hebt nog maar één streepje, dan is dat misschien geen goed moment om te bellen. Je stoort ook nog eens de andere mensen die met jou in die besloten ruimte zijn. Josh: Ja, hier geldt een soort van aansprakelijkheid – kan dat niet? Ik bedoel, het is misschien niet jouw expertise, jouw terrein van expertise. Maar wat – als je nadenkt over de redenen die de industrie en de overheid hebben – als ze dan zouden zeggen: Zit je in een lift, of heb je maar één streepje, hou dan de telefoon niet naast je hoofd. Dat zou dan werken. Maar misschien willen ze zoals zij het bekijken geen paniek veroorzaken. Want echt, ze maken zich zorgen over hun aansprakelijkheid zodra dit een bepaalde drempel zou bereiken. Waarom anders verzekeren Lloyds of London en overige grote verzekeringsmaatschappijen geen draadloze produkten van bedrijven? Dr. Melnick: Daar had ik niet aan gedacht. Maar het is wel logisch. Aanname tegenover effecten Josh: Wat kwam je verder nog tegen? Dr. Melnick: Laat me dit noemen: naast de tumoren waren er nog een paar andere effecten. Er was ook een aandoening genaamd cardiomyopathie, hartspierziekte. Dat is een aandoening van de spierweefsels van het hart, die een heel duidelijke dosis-respons te zien gaf. En er was DNA-schade in de hersenen van ratten.

Er is een aantal mechanistische onderzoeken gedaan sedert de evaluatie van het IARC in 2011. Die zouden aanwijzingen kunnen bevatten over waarom er waarneembare DNA-schade in de hersenen optreedt. Bovendien, zoals ik al zei, werden de ratten blootgesteld tijdens de dracht, dus in de baarmoeder, en de jongen hadden verminderd lichaamsgewicht. Er lijken zich dus ook andere effecten voor te doen. En feitelijk, als je dit soort effecten ziet, weten we nu dat die eerste aanname – die het onderzoek moest aanvechten – onjuist is. De aanname dat het enige effect opwarming van het weefsel kan zijn is onjuist, want we hebben geprobeerd het effect van temperatuur tot het uiterste te beheersen. Nu, met meerdere van deze effecten, kunnen we niet langer op aannames vertrouwen, als je het hebt over draadloze apparaten. Josh: En in de vroege jaren ‘70 inventariseerde Dr. Zory Glaser voor het Amerikaanse marineonderzoek 2300 rapporten, met vijf pagina's lang allemaal effecten van microgolfstraling met verschillende intensiteit. Dat moet ook vermeld worden. Ik noemde dat in mijn documentaire Take Back Your Power. Nu is mijn vraag: jij hebt dus naar verschillende effecten gekeken en je hebt verschillende effecten gezien bij dit NTP-onderzoek.

Hoe zit het met alle andere mogelijke effecten waar niet naar is gekeken? Je kunt ervan uitgaan dat dit soort blootstelling aan microgolfstraling het leven treft – de biologie op meerdere terreinen treft. Ik wil het daarbij over jouw rol hebben, want je hebt behoorlijk veel werk gedaan voor het IARC-panel van de WHO. Dr. Melnick: Dat klopt. Josh: Ik wil je ook vragen: welk effect had het NTP-onderzoek op het IARC? En zou je in het kort de werkzaamheden die je hebt verricht voor het IARC kunnen samenvatten? Het Interphone-onderzoek Dr. Melnick: Het IARC-panel kwam in 2011 samen. Er waren toen NTP-gegevens beschikbaar. Het IARC-panel kwam op dat moment, zoals je waarschijnlijk weet, tot de vaststelling dat radiofrequente 93

straling mogelijk kankerverwekkend was voor mensen. Het IARC heeft een bepaald type van proces dat de meeste mensen waarschijnlijk niet begrijpen, ze hebben er geen idee van. Men nodigt mensen van over de hele wereld uit om naar Lyon te komen, Frankrijk, om een zogeheten monografie voor te bereiden. Dat is feitelijk een boek. Voor de radiofrequente straling van mobiele telefoons, evenals bij chemicaliën, verdeelt men de deelnemers in vier groepen. De ene groep kijkt naar de blootstellingen en emissies. De tweede kijkt naar de kankeronderzoeken bij dieren. De derde naar de beschikbare studies aangaande mensen of de epidemiologie. En de vierde groep kijkt naar de mechanistische informatie die op dat moment beschikbaar is. Het IARC had een zogezegd multinationale evaluatie van gsm-straling gesponsord, onder de naam Interphone. Die had grote invloed op de discussies tijdens de IARC-bijeenkomst. Daarnaast was een aantal onderzoeken gedaan door de Zweedse wetenschapper Lennart Hardell. Hij had ook gerapporteerd over talloze onderzoeken waarin een verhoogd risico op hersenkanker was gevonden; het ging om tumoren, gliomen. Ze vonden ook schwannomen van de zenuwschede bij het oor; wat een overeenstemming laat zien tussen het NTP-onderzoek en de onderzoeken bij mensen. Destijds werden onderzoeken bij dieren als beperkt beschouwd.

Er waren geen overeenkomstige onderzoeken met conventionele modellen. Er was een aantal zogeheten promotie-aanzetten van studies of co-carcinogene onderzoeken die een positief effect lieten zien; maar het was erg beperkt. IARC maakt gebruik van bepaalde termen. Beperkt betekent dat de gegevens betreffende dieren niet overtuigend waren. Mogelijk kankerverwekkend Dr. Melnick: De gegevens betreffende mensen werden eveneens als beperkt beschouwd. De reden daarvoor is dat er verschillende soorten onderzoeken bij mensen zijn uitgevoerd. Een daarvan is een zogeheten casus-controle-onderzoek. Dat is een onderzoek waarin je bijvoorbeeld mensen hebt die een bepaalde tumor hebben, of zijn overleden aan een tumor: een bepaald type kanker hebben. Je kijkt naar die populatie; die kan bijvoorbeeld van een ziekenhuis komen. Dan vergelijk je de kenmerken van die populatie met een zelfde populatie die dat type kanker niet heeft. Dus geslacht, leeftijd, wellicht andere factoren, alles verder hetzelfde. Het Interphone-onderzoek en de onderzoeken van Hardell waren casus-controle-onderzoeken. Het probleem dat tijdens de bijeenkomst naar voren kwam, was dat een casus-controle-onderzoek een vertekening kan bevatten. Want je ondervraagt mensen ofwel hun nakomelingen achteraf over het telefoongebruik van de persoon met kanker.

Ze ontwierpen de vragenlijst zodanig dat die zich niet uitsluitend op die ene kwestie leek te richten. Maar er kan een vertekening in zitten als iemand zegt: 'O, maar zeker, hij gebruikte zijn mobiele telefoon aan deze kant van het hoofd en dat is ook waar de tumor ontstond.' Je hebt dan dus die mogelijkheid van vertekening. Het andere type onderzoek betreft de zogeheten cohortonderzoeken. Daarbij bekijk je een grote populatie en probeer je binnen die populatie te zien of de tumorverhouding hoger ligt bij mensen die vaker mobiele telefoons gebruiken, vergeleken met een populatie waarin geen of veel minder gebruik van mobiele telefoons is. Dit type onderzoeken gaf negatief resultaat; maar ze hadden grote problemen aangaande de classificatie van de blootstelling. Nemen ze bijvoorbeeld een grote populatie, weet je, duizenden en duizenden mensen, dan bekijken ze soms de belgegevens. Maar die geven mogelijk niet het gebruik weer van daadwerkelijk degene die het telefoonabonnement heeft. Dus de cohortonderzoeken waren negatief. De casus-controleonderzoeken, van Interphone, waren positief bij het hoogste blootstellingsniveau, evenals de onderzoeken van Hardell. 94

Het IARC-panel kwam toen tot de conclusie dat de gegevens ten aanzien van mensen beperkt waren. Beperkt betekent niet dat er geen effecten waren. Het betekent dat er een oorzakelijke interpretatie was die geloofwaardig was; maar je kon toevallige vertekening of verwarring niet in redelijke mate uitsluiten, en daarom hielden ze het op beperkt. Dus als je zowel wat mensen als dieren betreft beperkt resultaat hebt, dan kwalificeert het IARC dat als 'mogelijk kankerverwekkend' voor de mens. Beperkt wat betreft mensen maar voldoende wat betreft dieren zou tot 'waarschijnlijk kankerverwekkend' voor de mens hebben geleid. De Wereldgezondheidsorganisatie Josh: Er is een beweging onder wetenschappers, of in de wereld van de wetenschap, om radiofrequente straling te herclassificeren als 2A: 'waarschijnlijk kankerverwekkend', of groep 1: 'erkend kankerverwekkend'. Dr. Melnick: Hardell en ook anderen hebben meer onderzoeken gedaan. In Frankrijk heb je nog een onderzoek met positieve uitkomsten wat betreft gliomen. Er loopt een nominatieproces bij het IARC voor onderzoeken die aangemeld zijn en in de nabije toekomst geëvalueerd worden. Ze hanteren tussenpozen van vijf jaar. Voor zover ik weet, is radiofrequente straling besproken en staat het op de lijst voor herevaluatie.

Ik denk niet dat het eerlijk is om te zeggen dat de maatschappelijke druk om het als zus of zo te kwalificeren ermee te maken heeft. Want het is een evaluatieproces. In 2011 ging het om ongeveer 25 mensen. Oordeel heeft een grote rol bij dit alles. Weet je, ik heb mijn eigen overtuiging ten aanzien van wat passend zou zijn; maar anderen denken er mogelijk anders over. Het gaat om een wetenschappelijk debat tussen de experts tijdens de bijeenkomst, die vervolgens met een conclusie komen. Josh: Ik wil iets nog meer uitdiepen voor we bij het eind van het gesprek komen. Je zei dat de FDA zich aan haar verantwoordelijkheid onttrekt door de gegevens van dit NTP-onderzoek van 30 miljoen dollar niet te erkennen en ernaar te handelen. Onttrekt de Wereldgezondheidsorganisatie zich hier ook niet aan haar verantwoordelijkheid? Dr. Melnick: Ik denk dat ze in een proces zitten. Het duurt even om alle gegevens bijeen te brengen voor een panel. Voor zover ik weet, zit het in het schema. Ik weet niet of het ook op het rooster staat, maar het zit in de plannen voor de komende vijf jaar om radiofrequente straling te herevalueren. Aanname tegenover bewijs Josh: Schakelen we door naar 5G. Want intussen, zoals we weten, zet de industrie de implementatie daarvan in de Verenigde Staten en de rest van de wereld door.

Dat gebeurt zonder enig onderzoek te hebben gedaan dat de veiligheid ervan aantoont, en zonder zelfs ook maar van plan te zijn onderzoek te doen. Ik heb heel sterk het gevoel dat het komt doordat ze weten wat ze zullen aantreffen als ze echt gaan kijken; als ze daadwerkelijk onderzoek zouden doen. Maak jij je veel zorgen over wat er gebeurt, en zo ja, waarom? Dr. Melnick: Nou, ik kan wel een aantal redenen geven. Een daarvan is, zoals je net zei, het terugvallen op aannames zonder gegevens. De aanname is: 'Oké, dit is veilig.' Maar we hadden van de radiofrequente straling van mobiele telefoons moeten leren dat aannames niet noodzakelijk echt in het belang van de volksgezondheid zijn. Dus ik zeg dat er een bewijs van veiligheid moet zijn in plaats van enkel een verklaring van veiligheid. Het is zelfs zo: kort geleden was er een hoorzitting in de Senaat over 5G en Senator Blumenthal bracht deze vraag naar voren. Hij wilde zekerheid krijgen over de veiligheid en kreeg te horen: 'Wel, er is geen consistent bewijs van schade.' Ja, want er zijn geen onderzoeken. En als je geen onderzoeken hebt, kun 95

je natuurlijk geen bewijs van schade aantonen. Maar je kunt de aanname dat het veilig is niet hard maken. Dat is voor mij dus een probleem. De andere kwestie zijn de antennes. Door de wijze waarop 5G werkt, komt de uitstraling niet erg ver. Die gaat ook niet door gebouwen heen. Daarom komen de antennes in wijken heel dicht op elkaar te staan. Ik hoor dat ze misschien zo'n 200 tot 300 meter uit elkaar komen te staan: op lantaarnpalen, iets boven straatniveau, gewoon met mensen die in de buurt lopen. Als je dus in de stad langs een lantaarnpaal loopt, dan ben je in de buurt van een antenne, die een type straling uitzendt waarover we wat effecten betreft weinig weten. Nu dringt 5G niet in dezelfde mate als radiofrequente straling in het lichaam door. Goed, daar hadden ze het over, oké. Het wordt dus grotendeels in de huid geabsorbeerd. Maar ben je buiten... weet je nog dat ik het over verstoringen had? Als je buiten in de omgeving bent, dan ben je blootgesteld aan meer dan alleen 5G-straling. Op een zonnige dag sta je bloot aan UV-straling. Als UV-straling van invloed is op het ontstaan van melanomen, wat gebeurt er dan als je 5G-straling en UV-straling samen hebt? We kunnen zeggen: òf we gaan ervan uit dat er geen effect is, òf we gaan de hypothese testen en aantonen dat er geen effect is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10735244/1