CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 20 - Quickscan ecologie

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling wijziging omgevingsplan 003: Kerkenland10.959 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een andere optie is om op voorhand uit te gaan van aanwezigheid, een projectplan op te stellen en omgevingsvergunning aan te vragen. Geadviseerd wordt om dit vooraf met bevoegd gezag (provincie Gelderland) te overleggen. Overige grondgebonden zoogdieren • Aanwezigheid van andere (verblijfplaatsen van) beschermde grondgebonden zoogdieren is uitgesloten. Negatieve effecten op beschermde grondgebonden zoogdieren, anders dan kleine marterachtigen en steenmarter, door toedoen van de geplande werkzaamheden zijn daarmee uitgesloten. Wel kunnen enkele algemene kleine soorten voorkomen in het plangebied zoals egel, haas, veldmuis, huismuis en huisspitsmuis. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling en is geen nader onderzoek nodig. Wel is de specifieke zorgplicht van toepassing.

25

Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen

19 december 2024

Overige soortgroepen • Voor wat betreft overige soortgroepen (amfibieën, vissen, reptielen, ongewervelden en flora) heeft het plangebied geen functie voor beschermde soorten. Aanwezigheid van beschermde gebiedsfuncties in het plangebied van deze soortgroepen is uitgesloten. Houd wel rekening met de algemene en specifieke zorgplicht die geldt voor alle dieren, beschermd of niet. Dit geldt met name voor werkzaamheden aan en rond groenstructuren. Voer werkzaamheden op een rustig tempo en in één richting uit om eventueel aanwezige fauna tijd en ruimte te gunnen om een veilig heenkomen te zoeken. Natuurinclusief ontwerp • Geadviseerd wordt om te verkennen welke mogelijkheden er zijn om natuurinclusieve voorzieningen in het ontwerp op te nemen. Maatregelen ten gunste van de biodiversiteit gaan vaak hand in hand met een verbetering van de uitstraling, gebruiksplezier, en woongenot voor omwonenden. Bovendien zijn de meerkosten ten opzichte van het gehele project vaak verwaarloosbaar. Voorbeelden van maatregelen zijn vleermuiskasten of gierzwaluwkasten hoog in geschikte gevels. Ook het aanbieden van mogelijkheden voor huismussen wordt zinvol geacht omdat deze in de nabije omgeving voorkomen. Daarnaast is de afgelopen jaren duidelijk geworden dat ook voorheen algemene soorten zoals egels, bruine kikker, gewone pad en veel insecten landelijk sterk in aantal afnemen.

Het zoveel mogelijk behouden van bestaand groen en voldoende en op juiste wijze aanbrengen van nieuwe groenstructuren, wadi’s en andere elemenenten kan bijdragen aan een betere leefomgeving voor mens en dier. Er is tegenwoordig veel informatie beschikbaar wat betreft de mogelijkheden en de randvoorwaarden waaraan voorzieningen moeten doen. Ook De Slijpkruik informeert u graag over de mogelijkheden van het vergroten van de kansen voor zowel beschermde als algemenere soorten. Ten aanzien van zorgplicht en calamiteiten • Ten aanzien van álle flora en fauna (beschermd of niet beschermd) geldt de specifieke zorgplicht. Dit geldt met name voor algemene soorten zoogdieren en amfibieën, waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Deze provinciale vrijstelling houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna naar redelijkheid zoveel mogelijk voorkomen moeten worden en dat er ‘met zorg voor de natuur’ gewerkt dient te worden; • Werk zoveel mogelijk vanaf één kant om aanwezige dieren de kans te geven om zelfstandige in een veilige richting te vluchten. In dit geval betekent dat richting noorden of oosten aangezien de Pastoorsweg alleen voor bestemmingsverkeer is en richting noorden een fietspad met brede, groene bermen ligt. • Voer de werkzaamheden zoveel mogelijk bij daglicht uit.

• Verwijder struikgewas, hoog gras en andere dichte beschutte vegetatie buiten de voortplantingsperiode van zoogdieren en vogels en bij voorkeur ook buiten de overwinteringsperiode van egels. De periode september - oktober is hiertoe het meest geschikt. Raadpleeg buiten deze periode altijd een ecoloog om te bepalen of, en onder welke voorwaarden, de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. • Indien tijdens het broedseizoen werkzaamheden worden opgestart of werkzaamheden voor langere tijd (meer dan 1-2 weken) stilliggen: voorkom vestiging van oeverzwaluw in zandhopen of vogels die op braakliggende terreinen nestelen zoals scholekster en kievit, die beiden in de directe omgeving al voorkomen. • Als er tijdens de werkzaamheden toch beschermde soorten worden aangetroffen, dan dient

26

Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen

19 december 2024

het werk tijdelijk te worden stilgelegd en contact te worden opgenomen met een deskundige (voor definitie ecoloog zie bijvoorbeeld website RVO) op het gebied van flora en fauna. Overleg met de deskundige en bevoegd gezag moet in dat geval duidelijk maken hoe met de ontstane situatie kan worden omgegaan. 5.2.2 Gebiedsbescherming • Het plangebied ligt buiten de begrenzing van NNN of andere provinciaal planologisch beschermde natuurgebieden. Er zijn geen vervolgacties nodig ten aanzien van planologisch beschermde natuurgebieden. • De ontwikkelingen voortvloeiend uit het voornemen leiden gezien de aard van het project en de afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebied niet tot effecten op doelstellingen of kernkwaliteiten van beschermde natuurgebieden, met mogelijke uitzondering van effecten door een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige relevante habitattypen in Natura 2000-gebieden. Voer een berekening uit met behulp van AERIUS-Calculator om te bepalen of er sprake is van vergunningplicht ten aanzien van het aspect stikstof. Een uitloper van het Natura 2000-gebied Veluwe ligt weliswaar op korte afstand (ruim 100 meter), maar in hoofdstuk 4.2 is onderbouwd waarom effecten op aangewezen doelsoorten in en rond deze beek niet aan de orde zijn. 5.2.3 Houtopstanden • Er worden geen houtopstanden gekapt die onder de Omgevingswet beschermd zijn.

Het gehele plangebied ligt binnen de begrenzing van de bebouwingscontour houtkap. Voor de kap van bomen is mogelijk wel een gemeentelijke kapvergunning nodig.

27

Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen

19 december 2024

Bijlage 1 Sfeerimpressie van het plangebied

Afbeelding 1: Terrein gezien vanaf de inrit Afbeelding 2: Het gemeentelijke gronddepot in de Pastoorsweg richting parkeerterrein naast de hoek Pastoorsweg - Laan van Fasna. Het terrein tennisvereniging. is enkele jaren geleden aangelegd en volledig verhard.

Afbeelding 3: Aanblik plangebied vanaf de Afbeelding 4: Het plangebied bestaat momenteel Pastoorsweg, gezien in westelijke richting. Links voornamelijk uit voedselrijk agrarisch grasland. het groepje bomen naast de kantine van de tennisvereniging.

Afbeelding 5: Recent ingezaaid grasland centraal in Afbeelding 6: Graslandperceel rond de woning in het plangebied. het noordoostelijk deel van het plangebied.

28

Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen

19 december 2024

Afbeelding 7: Struweel rond het groepje bomen Afbeelding 8: Bosstrook in het noordelijk deel van direct ten noorden van het kantinegebouw van de het plangebied. tennisvereniging.

Afbeelding 9: Noordwestelijk deel plangebied Afbeelding 10: Verwilderde groenstrook met naast het fietspad, waar tot vorig jaar kerstbomen braamstruweel centraal in het noordwestelijk deel gekweekt werden. van het plangebied.

Afbeelding 11: De groenstrook met struweel gezien Afbeelding 12: Haas in het grasland. centraal vanuit het plangebied. Op de achtergrond de bomen langs het fietspad.

29

Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen

19 december 2024

Bijlage 2 Samenvatting wettelijk kader Bij een ecologische quickscan wordt de ingreep door ons getoetst aan de huidige natuurwetgeving, de omgevingswet. In deze bijlage vindt u een korte samenvatting van deze wetgeving. 1. Omgevingswet in het kort De Omgevingswet (OW) is de huidige wetgeving in de Nederlandse wet die bescherming van natuurgebieden reguleert. De wet vervangt sinds 1 januari 2024 de Wet natuurbescherming, die in 2017 werd ingevoerd als samenvoeging van de daarvoor geldende natuurwetten: de Flora- en Faunawet voor dier- en plantensoorten, de Natuurbeschermingswet voor natuurgebieden en landschappen, en de Boswet voor bos- en houtopstanden. Deze wetten zijn destijds samengevoegd om de wetgeving omtrent natuurbescherming duidelijker en overzichtelijker te maken. De nieuwe Omgevingswet regelt zowel de bescherming van natuurgebieden als dat van individuele soorten en bijbehorende habitats. 2. Zorgplicht Als er sprake is van een flora en fauna activiteit geldt hiervoor de specifieke zorgplicht, zoals benoemd in het Bal artikel 11.27. Een flora- en fauna-activiteit is als volgt gedefinieerd in de Omgevingswet: ‘Activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren en planten’. In afdeling 1.3 van de OW wordt de algemene zorgplicht beschreven. In deze zorgplicht is bepaald dat iedereen zorg draagt voor natuurgebieden, planten, en dieren.

Artikel 1.7(a) van de OW luidt als volgt: Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving, is verplicht: • alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen, • voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, • als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd. Het is verboden een activiteit te verrichten of na te laten als door het verrichten of nalaten daarvan aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving ontstaan of dreigen te ontstaan. 3. Soortenbescherming De soortenbescherming bestaat uit drie beschermingsregimes met ieder hun eigen beschermde soortenlijsten en verbodsbepalingen: • • •

De Vogelrichtlijnsoorten (VR) De Habitatrichtlijnsoorten (HR) Overige soorten (genoemd in bijlage IX behorend bij artikel 11.54 van het besluit activiteiten leefomgeving)

Per beschermingsregime is vastgesteld aan welke voorwaarden voldaan moet worden om een omgevingsvergunning of vrijstelling verleend te krijgen door het bevoegd gezag (de provincie). Een tabel met een samenvatting van de geldende verbodsbepalingen is op de volgende pagina opgenomen (tabel 1.1). De beschermde soorten uit de Vogelrichtlijn (VR) en Habitatrichtlijn (HR) zijn vastgesteld door de EU. Voor de soorten uit de derde categorie geldt dat provincies de vrijheid hebben om voor bepaalde soorten uit de laatste categorie vrijstelling te verlenen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting en bestendig beheer en onderhoud. Gedetailleerde informatie over het onderdeel soortenbescherming, inclusief lijsten van beschermde soorten, is onder meer te vinden op de website van de Rijksoverheid.

30

Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen

19 december 2024

Tabel 1.1: Samenvatting verbodsbepalingen soortenbescherming Omgevingswet, beschreven in het besluit activiteiten leefomgeving (BAL) Paragraaf Artikel Lid Verbodsbepaling § 11.2.2.: Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning soorten Vogelrichtlijn

§ 11.2.3.: Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning soorten Habitatrichtlijn

§ 11.2.4.: Flora- en fauna-activiteiten: omgevingsvergunning andere soorten

11.37

11.46

11.54

1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor:

1a

Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn;

1b

Het opzettelijk vernielen van of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels;

1c

Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of

1d

Het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a.

3

Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort.

1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten geldt voor:

1a

Het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn;

1b

Het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a;

1c

Het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a;

1d

Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en

1e

Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied

1

Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden:

1a

Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A;

1b

Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en

1c

Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen, of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B.

Het wegnemen van nesten is toegestaan MITS het buiten het broedseizoen en niet behorend tot een soort met een jaarrond beschermd nest.

31

Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen

19 december 2024

4. Gebiedsbescherming De Omgevingswet regelt de bescherming van de door de EU aangewezen beschermde gebieden genaamd Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebieden zijn opgedeeld in Vogelrichtlijn-gebieden en Habitatrichtlijn-gebieden. Alle activiteiten die een mogelijk negatief effect kunnen hebben op Natura 2000-gebieden zijn verboden, mits een vergunning is uitgegeven na het uitvoeren van een Habitattoets. Uit deze Habitattoets moet zijn gebleken dat door de geplande activiteiten geen natuurlijke kenmerken van het gebied worden aangetast. Daarnaast moet hieruit zijn gebleken dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en geen verstoring van soorten optreedt. Een vergunning wordt afgegeven door de betreffende provincie. Bovendien verordent de wet de provincies om natuur aan te wijzen met bijzondere natuurlijke of landschappelijke waarde onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen ecologische hoofdstructuur). De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen.

In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het ‘nee, tenzij’-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële) waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. 5. Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringsfunctie en hadden onder de Wet natuurbescherming geen juridische status. Onder de huidige wetgeving (Omgevingswet) betekent plaatsing op de lijst niet automatisch dat de soort beschermd is; Daarvoor is opname van de soort onder de Omgevingswet nodig. De Omgevingswet voorziet echter wel in enige mate in bescherming voor soorten van de Rode Lijst, door de specifieke zorgplicht. De omgevingswet vereist van provincies dat zij de nodige maatregelen nemen voor het behoud en herstel van soorten van de Rode Lijst. Eventuele negatieve effecten op Rode Lijst soorten door toedoen van ruimtelijke ingrepen of ontwikkelingen dienen door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt en/of gecompenseerd te worden.

32

Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen

19 december 2024

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17067441/1