Bijlage 20 - Quickscan ecologie
Tekst van het document
Ecologische quickscan
Kerkenland te Vaassen
Het Laar 30d 6733BZ Wekerom 0318 655 626 ecologie@deslijpkruik.nl www.deslijpkruik.nl
Colofon Titel
Ecologische quickscan plangebied Kerkenland te Vaassen
Betreft
Verkennende natuurtoets i.h.k.v. woningbouw
Locatie
Diverse percelen tussen Pastoorsweg - Laan van Fasna - Heggerenk te Vaassen
Auteur(s)
J. Mossink BSc
Contactpersoon
J. Mossink (mossink@deslijpkruik.nl)
Datum
19-12-2024
Status
Versie 3
Aansprakelijkheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde natuurwet- en regelgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Garanties over aan-/afwezigheid van planten en dieren zijn niet te geven. Daarvoor is de aard en de opzet van een quickscan niet toereikend. Daarbij is het een eenmalige momentopname en houdt het geen rekening met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderingen in terreingebruik en –beheer. Ook dient er rekening te worden gehouden met veranderingen in wet- en regelgeving. De geldigheidsduur van de rapportage bedraagt voor de zwaarder beschermde soorten maximaal 3 jaar. De Slijpkruik Ecologie BV is niet aansprakelijk voor beslissingen die de opdrachtgever neemt naar aanleiding van het door De Slijpkruik Ecologie BV uitgevoerde onderzoek. Daarnaast is De Slijpkruik Ecologie BV niet aansprakelijk voor gevolgschade, of voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van uitgevoerde onderzoeken door De Slijpkruik Ecologie BV. © De Slijpkruik Ecologie B.V. (2024) Niets uit dit rapport mag openbaar worden gemaakt of gepubliceerd door middel van; druk, fotokopie of anderszins, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van De Slijpkruik Ecologie B.V. of de opdrachtgever.
Wijze van citeren: Mossink, J., 2024, Ecologische quickscan plangebied Kerkenland te Vaassen, De Slijpkruik Ecologie BV. Omslagfoto: Impressie van het plangebied. Bronvermelding; foto’s zijn door de auteur gemaakt tenzij anders aangegeven.
Inhoud 1
Inleiding 4
1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.3 Opzet onderzoek 1.4 Kwaliteitsborging 2
Soortenbescherming 8
2.1 Vaatplanten 2.2 Vogels 2.3 Vleermuizen 2.4 Overige zoogdieren 2.5 Amfibieën 2.6 Reptielen 2.7 Vissen 2.8 Overige soortgroepen 3
Rode Lijst & specifieke zorgplicht
18
3.1 Resultaten en effectbeoordeling 3.2 Specifieke zorgplicht 4
Gebiedsbescherming & houtopstanden
19
4.1 GNN en andere provinciaal beschermde natuurgebieden 4.2 Natura 2000 4.3 Houtopstanden 5
Conclusies en aanbevelingen
23
5.1 Overzicht van de bevindingen 5.2 Conclusies en aanbevelingen Bijlagen 28 Bijlage 1 Sfeerimpressie van het plangebied Bijlage 2 Samenvatting wettelijk kader
3
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt uitgewerkt wat de aanleiding en het doel van het uitgevoerde onderzoek is. Ook wordt een beschrijving gegeven van het plangebied en de beoogde ingreep. Daarnaast komt ook de methode van het onderzoek aan bod. 1.1 Aanleiding en doel In opdracht van de initiatiefnemer voerde adviesbureau De Slijpkruik Ecologie B.V. een ecologische quickscan uit op het plangebied Kerkenland tussen de Pastoorsweg, Laan van Fasna en Heggerenk in Vaassen. Het betreft een perceel met overwegend agrarische percelen en een verhard depot. Het voornemen bestaat om op deze locatie ongeveer 160 tot 170 woningen te ontwikkelen. Het plan bevindt zich nog in de initiatieffase, hetgeen betekent dat de plannen nog aan wijzigingen onderhevig kunnen zijn. In het kader van de ontwikkelingen is toetsing aan de Omgevingswet, onderdelen ‘soortenbescherming’ en ‘gebiedsbescherming’ noodzakelijk, omdat effecten op beschermde soorten en natuurgebieden niet op voorhand zijn uitgesloten. Voor het onderzoek voldoet in eerste instantie een ‘quickscan’: een kort onderzoek op basis van een beknopt bronnenonderzoek en een veldbezoek, waarbij een deskundige inschatting wordt gemaakt van de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Ook wordt het effect van de ingreep op nabijgelegen Natura 2000-gebieden of provinciaal beschermde natuurgebieden, zoals het Gelders Natuurnetwerk (GNN), beoordeeld.
De quickscan betreft een momentopname, er kan dus geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur. Denk hierbij bijvoorbeeld aan migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek. De quickscan kan leiden tot uitvoeriger onderzoek of een advies voor mitigerende/compenserende maatregelen. De geldigheidsduur van resultaten bedraagt voor zwaarder beschermde soorten maximaal drie jaar. 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.2.1 Beschrijving locatie Het plangebied ligt aan de noordoostrand van de bebouwde kom van Vaassen, gemeente Epe in de provincie Gelderland (zie afbeelding 1.1 t/m 1.4). Het bestaat uit agrarische percelen en in de zuidoosthoek een verhard depot voor infrawerken en parkeerterrein. Het depot, parkeerterrein, een perceeltje met kweekgoed, en graslandperceel in de noordoosthoek en twee groenstroken zijn eigendom van de gemeente Epe, de overige terreindelen zijn in bezit van een combinatie van projectontwikkelaars BEMOG en Explorius. Een tegen de Pastoorsweg gelegen agrarisch perceel is particulier eigendom en geen onderdeel van voorliggend onderzoek. Bebouwing ontbreekt binnen het plangebied. De afgelopen jaren waren enkele percelen in gebruik als maïsakker, maar momenteel zijn deze weer in gebruik als grasland. Dit geldt voor het merendeel van het terrein.
Aan de oostkant is een perceeltje in gebruik voor kweekgoed, dit is ten noorden van de inrit naar de parkeerplaats vanaf de Pastoorsweg. Ook in de noordwesthoek was een gedeelte in gebruik voor de kweek van kerstbomen, maar inmiddels niet meer. Ten westen van het plangebied ligt een fietspad op wat decennia geleden het traject van de spoorlijn tussen Apeldoorn en Zwolle was (ook wel ‘Baronnenlijn’ genoemd). Daarachter ligt de jaren’70 woonwijk Heggerenk. Aan de zuidkant zijn een brandweerkazerne en tennisvereniging gesitueerd met weer zuidelijk daarvan de rondweg Laan van Fasna die het dorp Vaassen verbindt met bedrijventerrein Eekterveld, de A50 en de dorpen ten noorden van Vaassen. Langs de Pastoorsweg is bebouwing aanwezig in de vorm van vrijstaande woningen, tweekappers en
4
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
Afbeelding 1.1: Kaart met ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van Vaassen en omgeving. Schaal: circa 1 op 24.000. Bron: PDOK BRT achtergrondkaart (app.pdok.nl/viewer).
Afbeelding 1.2: luchtfoto van het plangebied (rood kader). Bron: PDOK luchtfoto (app.pdok.nl/viewer). Bron luchtfoto: gemeente Epe.
5
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
Afbeelding 1.4: Situatieschets percelen behorend tot het plangebied. Het geel aangeduide particuliere perceel is geen onderdeel van voorliggende quickscan. Bron: BEMOG-Explorius en gemeente Epe.
een tijdelijke vestiging van een supermarkt. Verder bestaat het gebied tussen Pastoorsweg en Eekterveld vooral uit agrarische graslandpercelen, maïsakkers en enkele vrijstaande woningen met bijbehorende erven. 1.2.2 Beschrijving ingreep De beoogde ontwikkeling bestaat uit het realiseren van een woonwijk. Hiertoe dient het terrein eerst bouwrijp gemaakt te worden. Hiertoe vinden werkzaamheden op de agrarische percelen plaats, evenals op het verharde depot tussen tennisvereniging en Pastoorsweg. De insteek is dat de aanwezige bomen zoveel mogelijk behouden blijven en worden ingepast in het plan. In de woorden van de ontwikkelaar: het landschap is leidend. De langgerekte boomstrook door het terrein en de restanten van een voormalige spreng moeten een plek krijgen in het plan. Echter, gezien de vroege fase van de planvorming op het moment van uitvoering van de quickscan was nog niet bekend hoe het uiteindelijke plan er exact uit gaat zien.
6
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
1.3 Opzet onderzoek De ecologische quickscan bestaat uit een beknopt literatuuronderzoek (verspreidingsatlassen, Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), websites et cetera), veldbezoek en rapportage met bevindingen en advies. Voor het bronnenonderzoek zijn de NDFF-waarnemingen van de afgelopen 5 jaar binnen een straal van ongeveer 2 kilometer van het plangebied opgevraagd. Waar nodig zijn andere bronnen, of oudere verspreidingsgegevens geraadpleegd. De uitvoerend ecoloog is bovendien woonachtig in de omgeving en heeft daardoor veel kennis van het plangebied en omgeving. De locatie is onder andere op 18 april 2024 bezocht door J. Mossink, ecoloog van adviesbureau De Slijpkruik Ecologie BV. Tijdens het veldbezoek is het onderzoeksgebied verkend op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde flora en fauna. Daarbij is in het bijzonder gelet op (mogelijke) jaarrond beschermde nestplaatsen van vogels, verblijfplaatsen van vleermuizen, sporen van zoogdieren en het daadwerkelijk voorkomen van beschermde soorten. Het locatiebezoek is onder bewolkte omstandigheden uitgevoerd bij een temperatuur van 12 0C. Op 20 mei is de locatie nogmaals bezocht om foto’s te maken en om er zeker van te zijn dat geen groeiplaatsen van Japanse duizendknoop zijn gemist tijdens het eerste veldbezoek.
1.4 Kwaliteitsborging Door de inzet van deskundigen op gebied van ecologie en landelijk geaccepteerde onderzoeksmethoden is de kwaliteit van het onderzoek zoveel mogelijk gewaarborgd. De Slijpkruik Ecologie B.V. is kandidaat van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en hanteert haar richtlijnen, soortinventarisatieprotocollen en/of richtlijnen uit kennisdocumenten van BIJ12. Op regelmatige basis vindt toetsing van de aanpak en uitwisseling van ervaringen plaats met gemeenten, provincies en collega-onderzoekers.
7
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
2
Soor tenbescher ming
De Omgevingswet maakt onderscheid tussen soortenbescherming, gebieds bescherming en beschermde houtopstanden. Bij het onderdeel ‘soortenbescherming’ wordt de aanwezigheid van beschermde soorten en de beoordeling van een mogelijk (in)direct effect door de voorgenomen activiteiten op deze soorten behandeld. Als er sprake is van een mogelijk negatief effect, dan zijn vervolgstappen zoals aanvullend onderzoek en mogelijk planaanpassing nodig. 2.1 Vaatplanten Vanuit de NDFF zijn geen waarnemingen van beschermde plantensoorten uit het plangebied of binnen een straal van 1 kilometer. Op grotere afstand zijn waarnemingen bekend van rood peperboompje, een dwergstruik van overwegend kalkrijke loofbossen waarvan de verspreiding voornamelijk beperkt is tot de Achterhoek en Zuid-Limburg (bron: Flora van Nederland). Van beschermde soorten zijn ook geen groeiplaatsen bekend op sportvelden. Beschermde planten vereisen doorgaans specifieke omstandigheden voor vestiging of handhaving, zoals kalkhoudende grond of drassige omstandigheden. Dergelijke bijzondere omstandigheden zijn niet aanwezig in het plangebied en bovendien wordt het terrein intensief beheerd waardoor de kans op aantreffen van bijzondere planten op voorhand verwaarloosbaar wordt geacht.
Bij het veldbezoek zijn op de sportvelden, tussen de halfverharding rond de bebouwing en in bermen uitsluitend algemene kruiden en grassen waargenomen. Op basis van het veldbezoek, gebiedskenmerken en typering van het perceel als hoofdzakelijk sportvelden en bebouwing is aanwezigheid van beschermde plantensoorten uit te sluiten. Effect: Aanwezigheid van beschermde planten is uitgesloten. Aandachtspunt is de aanwezigheid van de invasieve exoot Japanse duizendknoop in het zuidelijke deel van het plangebied. Deze soort staat op de Unielijst van invasieve exoten. Verspreiding dient voorkomen te worden. Het is belangrijk om zeer zorgvuldig te werken op de groeilocaties en binnen een ruime straal rondom de groeiplaatsen omdat zelfs kleine fragmenten van één tot enkele centimeters kunnen uitgroeien tot nieuwe planten. Stel een werkprotocol op met een beschrijving van de maatregelen om verspreiding te voorkomen.
Afbeelding. 2.1 en 2.2: Groeiplaatsen van de invasieve exoot Japanse duizendknoop, ten noorden van het voet-/fietspad tussen Jasmijnstraat en Pastoorsweg. Verspreiding van deze soort dient voorkomen te worden.
8
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
2.2 Vogels Vogels met jaarrond beschermde rust- en nestplaatsen categorie 1 t/m 4 Van een aantal vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd, dus ook buiten het broedseizoen. Het gaat bijvoorbeeld om soorten die niet zelf hun nest bouwen, maar voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van menselijke bebouwing. Daarnaast gaat het om soorten die jarenlang dezelfde locatie gebruiken of soorten waarvan het nest ook buiten de broedperiode in gebruik wordt genomen. Ook andere onderdelen van de leefomgeving die van belang zijn voor het functioneren van een jaarrond beschermde nestplaats zijn beschermd, zoals schuil- en slaapplekken van huismussen en jachtgebied van uilen en roofvogels. Deze soorten worden opgedeeld in categorieën waarbij de nestplaatsen (en bijbehorende functionele leefomgeving) van categorie 1 t/m 4-soorten onder alle omstandigheden beschermd zijn. Huismus en gierzwaluw Bebouwing ontbreekt in het plangebied. Nestplaatsen van gierzwaluw zijn daarom uitgesloten. Huismussen nestelen incidenteel in dichte groenstructuren bij gebrek van nestgelegenheid in bebouwing als wel aan alle andere eisen qua leefomgeving voldaan wordt. Tijdens het veldbezoek is echter vastgesteld dat huismussen met zekerheid niet in de groenstructuren nestelen. In de omgeving zijn voldoende potentiële nestplaatsen in de vorm van bebouwing met pannendaken aanwezig.
In de wijk Heggerenk ten westen en op de erven langs de Pastoorsweg broeden op meerdere plekken huismussen. In de randen van het plangebied wordt mogelijk af en toe gefoerageerd door huismussen. Van essentieel foerageergebied of andere beschermde gebiedsfuncties is geen sprake omdat alle benodigde leefgebiedonderdelen rondom de nestplaatsen in de woonwijk en op de erven van de woningen zelf aanwezig zijn en het plangebied vanwege het ontbreken van geschikte schuilgelegenheid slechts beperkt geschikt is als foerageergebied. Kerkuil en steenuil De kerkuil komt in het overgrote deel van het buitengebied rond Vaassen voor. Binnen het plangebied zelf ontbreken mogelijke nestplaatsen, en ook in de directe omgeving zijn geen broedlocaties bekend. Verspreid uit de omgeving zijn waarnemingen van kerkuilen bekend, bijvoorbeeld langs de Laan van Fasna en de Deventerstraat ten zuidoosten van het plangebied. Vanuit het plangebied zelf zijn geen waarnemingen bekend. Kerkuilen hebben een relatief groot territorium waardoor incidentele aanwezigheid in het plangebied niet is uitgesloten. Gezien de afstanden tot bekende nestplaatsen en de ruime beschikbaarheid van foerageergebied in de omgeving is echter redelijkerwijs uitgesloten dat het plangebied van wezenlijk belang is voor de kerkuil. Ook de steenuil komt in het buitengebied rond Vaassen op de meeste plekken voor.
Steenuilterritoria zijn beduidend kleiner dan die van kerkuil en concentreren zich in de regel binnen een straal van enkele honderden meters rond de nestplaats. De afgelopen 5 jaar is door de auteur van deze quickscan op vrijwillige basis onderzoek gedaan naar territoria van steenuil in de omgeving van het plangebied door in het broedseizoen het geluid van een roepende steenuil af te spelen. De uitvoering hiervan komt overeen met de onderzoekseisen zoals genoemd in het Kennisdocument Steenuil van BIJ12. Vanuit het plangebied en de naastgelegen erven zijn geen roepende steenuilen gehoord of gezien. Op een afstand van meer dan 500 meter in noordoostelijke en zuidoostelijke richting zijn wél territoria vastgesteld, maar gezien de afstand tot het plangebied is uitgesloten dat het plangebied essentieel foerageergebied voor steenuil is. De resultaten van het steenuilonderzoek worden in een afzonderlijke rapportage beschreven en ter beoordeling aan bevoegd gezag voorgelegd. Ooievaar Binnen het plangebied en in de directe omgeving staan geen nestpalen voor ooievaars en er zijn
9
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
geen bomen, masten of andere plekken met ooievaarsnesten. Aanwezigheid van ooievaarsnesten binnen invloedssfeer van het plangebied is daarom uitgesloten. Foeragerende ooievaars kunnen incidenteel worden aangetroffen in het plangebied maar van essentieel leefgebied is geen sprake aangezien er volop alternatieven in de omgeving beschikbaar zijn. Buizerd, havik, ransuil, roek, sperwer In en rond het plangebied zijn enkele bomenrijen en solitaire bomen aanwezig. Hierin zijn geen nesten aangetroffen die mogelijk van roofvogels of ransuil zijn. Buizerd en sperwer komen in de omgeving voor. Buizerds komen overal rond Vaassen voor en het plangebied zal onderdeel zijn van het leefgebied. Gezien de geschiktheid van grote delen van het buitengebied ten oosten van Vaassen en het ontbreken van een nest binnen of direct naast het plangebied is van essentieel leefgebied geen sprake. Sperwer komt met name in de naastgelegen woonwijk voor waar volop prooien aanwezig zijn in de vorm van huismussen en mezen. Omdat het plangebied overwegend uit open terrein bestaat is dit als jachtgebied hooguit aan de westrand langs het fietspad en ter hoogte van de noordelijke groenstrook geschikt. Van de ransuil ontbreken nesten of vaste roestplekken.
Dergelijke plekken zijn bijvoorbeeld wel in het kasteelpark van De Cannenburch aanwezig maar het is uitgesloten dat het plangebied een wezenlijke functie voor de ransuil heeft. Oehoe, slechtvalk, wespendief, zwarte wouw Aanwezigheid van deze soorten is uitgesloten. Van oehoe zijn geen broedgevallen rond Vaassen bekend en geschikt leefgebied ontbreekt. Hetzelfde geldt voor zwarte wouw. Wespendief komt vooral op de Veluwe voor maar geschikte nestbomen ontbreken in het plangebied. Bovendien is de wespendief vanwege de relatief verstoringsgevoelige ligging met rondom bebouwing niet te verwachten. De slechtvalk nestelt op hoge gebouwen, schoorstenen of masten die niet aanwezig zijn binnen het plangebied of in de directe omgeving. Effect broedvogels jaarrond beschermd nest categorie 1-4: De quickscan wijst uit dat potentiële jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied zijn uitgesloten. Binnen een straal van een kilometer rond het plangebied zijn waarnemingen van steenuil bekend. Aanvullend onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of het plangebied wezenlijk onderdeel is van een steenuilterritorium. Dit onderzoek is toevalligerwijs al uitgevoerd. Er is vastgesteld dat het plangebied geen onderdeel is van één of meerdere steenuilterritoria. De resultaten van het steenuilonderzoek worden in een afzonderlijke rapportage beschreven en bij de vergunningaanvraag ingediend.
Effecten op overige vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten uit categorie 1 t/m 4 zijn uitgesloten. Ten aanzien van deze soorten zijn geen vervolgacties nodig. Vogels categorie 5 (nestplaats en bijbehorende functionele leefomgeving jaarrond beschermd tenzij aantoonbaar voldoende alternatieven in omgeving) Broedvogels van categorie 5 zijn soorten waarvan de functionele leefomgeving jaarrond beschermd is, tenzij is aangetoond dat er voldoende alternatieve leefomgeving in de omgeving aanwezig is voor de betreffende soort(en) om zich te kunnen vestigen. Deze vogels komen weliswaar vaak terug naar de plaats waar zij het jaar ervoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar ze beschikken in principe over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen als er alternatieven beschikbaar zijn. Het plangebied en directe omgeving is in potentie geschikt voor boomklever, boomkruiper, ekster, gekraagde roodstaart, grauwe vliegenvanger, groene specht, grote bonte specht, koolmees, pimpelmees, spreeuw en zwarte kraai. Binnen het plangebied zijn geen bomen met holtes aangetroffen waardoor nesten van holenbroeders zoals spechten en spreeuwen binnen het plangebied zelf zijn uitgesloten. Niet alle bomen langs het fietspad ten westen van het plangebied zijn volledig geïnspecteerd waardoor broedgevallen aldaar niet zijn uitgesloten.
Voor de te verwachten soorten geldt dat het belang van het plangebied naar verwachting gering is en dat er
10
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
voldoende alternatieven in de omgeving beschikbaar zijn. Voor wat betreft het depot: in theorie kan een soort als zwarte roodstaart hier nestelen, echter is dit de afgelopen jaren dermate intensief gebruikt dat er tot op heden geen broedgevallen geweest zijn (eigen waarnemingen J. Mossink). Wanneer het gebruik minder intensief wordt zal de kans op vestiging toenemen en dient rekening te worden gehouden met deze soort. Effect: Voor categorie 5-soorten zijn de mogelijkheden binnen het plangebied beperkt en zijn voldoende alternatieven in de directe omgeving beschikbaar. Eventuele nesten zijn derhalve niet jaarrond beschermd. Voor de categorie 5-soorten geldt wel dat eventuele nesten beschermd zijn zolang deze in gebruik zijn. Hiervoor gelden dezelfde maatregelen als voor overige algemene broedvogels, zie de volgende paragraaf. In de periode september t/m februari is de kans op broedgevallen vrijwel nihil. Raadpleeg voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogeldeskundige om te bepalen of de werkzaamheden tot verstoring van broedgevallen kunnen leiden en pas zo nodig de uitvoeringsperiode of werkwijze aan. Overige broedvogels Van de overige broedvogels is het nest alleen beschermd wanneer dit in gebruik is. In het opgaand groen in en rondom het plangebied kunnen algemene broedvogels nestelen. Bijvoorbeeld in bomen, struiken en braamstruweel.
Als er braakliggende grond of kort gras aanwezig is kunnen hier grondbroeders zoals kievit en gele kwikstaart nestelen, hoewel dergelijke soorten in het broedseizoen van 2024 niet zijn waargenomen binnen het plangebied (eigen waarnemingen J. Mossink). Vogels uit deze categorie zijn relatief flexibel in het vinden van nestplaatsen en kunnen van jaar tot jaar op verschillende plekken nestelen. Aan- of afwezigheid tijdens het veldbezoek zegt niet zo veel over bijvoorbeeld aanwezigheid van nesten volgens broedseizoen. Effect: De werkzaamheden kunnen tijdens het broedseizoen leiden tot negatieve effecten op algemene broedvogels. Het broedseizoen is geen vastgestelde periode, uitsluitend van belang is aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. Indicatief wordt vaak de periode maart - augustus gehanteerd omdat in deze periode de kans op broedgevallen het grootst is. Voer mogelijk verstorende werkzaamheden daarom altijd uit buiten het broedseizoen, óf raadpleeg een broedvogeldeskundige om te bepalen of broedgevallen binnen invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn en stel de betreffende werkzaamheden in dat geval uit. De initiatiefnemer geeft aan dat in dit project een relatief flexibele planning gehanteerd kan worden waardoor dit een realistische optie is.
Voor wat betreft grondbroeders wordt geadviseerd om nesten te voorkomen voorafgaand aan start werkzaamheden en in geval de werkzaamheden voor langere tijd stil komen te liggen. 2.3 Vleermuizen Alle in Nederland voorkomende vleermuissoorten zijn strikt beschermd vanuit de Europese Habitatrichtlijn. Geschikte verblijfplaatsen zijn vaak beperkt beschikbaar. Door sloop, renovatie en bomenkap zijn de laatste decennia veel potentiële verblijfplaatsen verdwenen. Niet alleen verblijfplaatsen, maar ook lineair doorlopende landschapselementen waarlangs vleermuizen zich verplaatsen tussen slaapplek en foerageergebied (zogenaamde vliegroutes) en belangrijk foerageergebied zijn beschermd. Vanuit het literatuuronderzoek zijn uit de omgeving waarnemingen bekend van franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis. Op basis van verspreidingsgegevens en gebiedskenmerken kunnen ook baardvleermuis en kleine dwergvleermuis in de omgeving voorkomen. Verblijfplaatsen Een aantal in Nederland voorkomende vleermuissoorten wordt voornamelijk in gebouwen aangetroffen. Een voorwaarde is dat er geschikte, toegankelijke ruimtes voor vleermuizen aanwezig
11
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
zijn. Dat zijn vaak donkere, tochtvrije ruimte die toegankelijk zijn via een geschikte opening met vrije aanvliegroute. Omdat bebouwing ontbreekt zijn verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in het plangebied op voorhand uitgesloten. Ook in de directe nabijheid van het plangebied ontbreken mogelijkheden in gebouwen. De bomen binnen het plangebied zelf hebben geen holtes, scheuren of andere mogelijke verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen. De bomen in de bomenrij ten westen van het plangebied langs het fietspad zijn niet allemaal volledig geïnspecteerd op holtes waardoor aan- of afwezigheid van verblijfplaatsen niet met zekerheid kon worden vastgesteld. Effect verblijfplaatsen: Binnen het plangebied zijn geen potentiële vleermuisverblijfplaatsen aanwezig. Van diverse woningen aan weerszijden van het plangebied is aannemelijk dat deze geschikt zijn voor vleermuizen. Redelijkerwijs zullen deze niet verstoord worden door de werkzaamheden aangezien overlast voor omwonenden beperkt zal moeten worden en uitstraling van verlichting richting deze gebouwen normaal gesproken dus niet aan de orde is. Verblijfplaatsen in de bomenrij ten westen van het plangebied zijn niet uitgesloten. Negatieve effecten zijn niet aan de orde mits lichtverstoring voorkomen wordt.
Lichtverstoring dient toch al voorkomen te worden in verband met de functie als foerageergebied en vliegroute die deze bomenrij heeft, zie ook volgende paragraaf. Foerageergebied en vliegroutes De bomen in en rondom het plangebied worden mogelijk gebruikt als foerageergebied door vleermuizen. De agrarische percelen zijn door hun gebrek aan dekking minder interessant als foerageergebied. In de omgeving zijn verschillende alternatieve foerageermogelijkheden. Zo liggen het kasteelpark in westelijke richting en wateren en houtopstanden rond de katholieke kerk en enkele landhuizen in zuidelijke richting. De bomenrij langs het fietspad ten westen van het plangebied is onderdeel van een vliegroute van gewone dwergvleermuizen en laatvliegers. Binnen het plangebied zelf is geen vliegroute aanwezig. De groenstrook in het noordelijke deel sluit niet aan op andere mogelijke vliegroutes en ook andere lineaire landschapselemenenten die onderdeel kunnen zijn van een vliegroute ontbreken. Effect foerageergebied en vliegroutes: Het plangebied zelf wordt mogelijk gebruikt als foerageergebied door vleermuizen, maar het betreft met zekerheid geen essentieel foerageergebied gezien de alternatieven in de omgeving. De bomenrijen langs het fietspad aan de westkant worden vooral door gewone dwergvleermuizen relatief intensief gebruikt om te foerageren en hebben ook een functies als vliegroute.
De functionaliteit hiervan dient behouden te blijven. Het uitgangspunt van de quickscan is dat deze bomen behouden blijven. Lichtverstoring kan de functionaliteit aantasten en dient daarom voorkomen te worden. Voer werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uit of neem maatregelen om uitstraling van kunstlicht richting bomen te voorkomen. Beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter, gebruik afgeschermde armaturen, en zorg ervoor dat lampen niet op omliggende bomen gericht worden. Het gebruik van amberkleurige verlichting wordt sindskort afgeraden omdat het effect hiervan veel minder gunstig is dan eerder gedacht. Wanneer deze maatregelen in acht worden genomen is er geen aanvullend onderzoek nodig ten aanzien van deze gebiedsfuncties. 2.4 Overige zoogdieren Met ‘overige zoogdieren’ worden hier alle zoogdieren bedoeld met uitzondering van vleermuizen. Dit zijn knaagdieren, haasachtigen, insecteneters en marterachtigen. In de afgelopen 5 jaar zijn vanuit de NDFF waarnemingen bekend van de volgende beschermde zoogdieren: bever, boommarter, bunzing, damhert, das, edelhert, eekhoorn, otter, steenmarter, wezel en wolf. Daarnaast kunnen
12
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
Afbeelding. 2.3 en 2.4: Een groenstrook van enkele tientallen meters lang met struweel, takkenrillen en enkele boompjes waarin marterachtigen potentieel verblijfplaatsen kunnen hebben. Aangezien het een overzichtelijke strook betreft wordt de trefkans hoog en aanvullend onderzoek daarom zinvol geacht.
ook diverse algemene, vrijgestelde soorten zoals bosmuis, egel, haas en huisspitsmuis voorkomen. Bever en otter Gezien de afwezigheid van geschikte wateren binnen of in de omgeving van het plangebied kunnen bever en otter als afwezig worden beschouwd. Damhert, edelhert en wolf Het plangebied is aan alle kanten ingesloten door bebouwing en ligt op relatief grote afstand van de Veluwe die tot het leefgebied van damhert, edelhert en wolf behoort. Gezien de ligging van het plangebied en het ontbreken van een verbinding met bekende leefgebieden is aanwezigheid van damhert, edelhert en wolf uitgesloten. Das In het plangebied zelf en binnen een straal van 250 meter rond het plangebied zijn geen dassenburchten bekend. De dichtsbijzijnde bekende burchten bevinden zich ten noorden van de Emsterweg nabij de Ankerweg op ruim 500 meter afstand en in een singel in oostelijke richting eveneens op ruim 500 meter afstand. Vanuit het plangebied zijn geen waarnemingen van dassen bekend. Tijdens het veldbezoek werden nergens gebruikssporen zoals graafsporen, mestputjes, wissels of haren aan puntdraad aangetroffen. Het is daarom redelijkerwijs uitgesloten dat het plangebied wezenlijk onderdeel is van het leefgebied van de das. Eekhoorn In geen van de bomen binnen het plangebied zijn (bolvormige) nesten of geschikte holtes waargenomen.
Aanwezigheid van eekhoornnesten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden is daarmee uitgesloten. Wel komen eekhoorns in de directe omgeving voor. Bijvoorbeeld de bomen langs het fietspad ten westen van het plangebied zijn onderdeel van het foerageergebied en toekomstige nesten zijn hier niet uitgesloten. Dit geldt ook voor de groenstrook in het noorden van het plangebied. Eekhoorns komen verspreid door de gehele Heggerenk voor en ook rond de Emsterweg in noordelijke richting en Laan van Fasna en Deventerstraat in zuidelijke richting worden ze regelmatig waargenomen. Het is daarom aannemelijk dat de bomen in het plangebied onderdeel zijn van de leefomgeving van eekhoorns. Effect: Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van eekhoorns zijn niet aan de orde wanneer de groenstructuren met eiken in het plangebied behouden blijven. Eekhoorns gedijen ook goed in
13
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
woonwijken zolang de groenstructuren op elkaar aansluiten zodat ze zich ertussen veilig kunnen verplaatsen. Het eventueel verwijderen van enkele bomen zal niet leiden tot wezenlijke aantasting van de functionele leefomgeving. Wanneer er toch bomenrijen of groenstroken doorkruist worden door infrastructuur dient een aanvullende beoordeling te worden uitgevoerd om te bepalen of mogelijk toch sprake is van overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van eekhoorns. Mogelijk is in dat geval aanvullend onderzoek en (in geval van overtreding verbodsbepalingen) een omgevingsvergunning nodig voor de eekhoorn. Boommarter, steenmarter en kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn) In de provincie Gelderland geldt voor de boommarter, steenmarter en kleine marterachtigen geen vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen en ontwikkelingen. In 2022, 2023 en 2024 zijn tijdens vleermuisonderzoeken in de Heggerenk regelmatig steenmarters waargenomen (bron: De Slijpkruik Ecologie). Verder zijn op een afstand van 1-3 kilometer van het plangebied enkele waarnemingen van bunzing en wezel bekend. Van hermelijn en boommarter ontbreken vanuit het plangebied waarnemingen en geschikt leefgebied. De slootkanten, braamstruwelen en de noordelijke groenstroken zijn geschikt als vaste rust- of verblijfplaats en leefgebied voor steenmarters en kleine marters.
Tijdens het veldbezoek werden geen marters of sporen zoals uitwerpselen aangetroffen maar omdat deze soorten in de omgeving voorkomen en geschikt leefgebied binnen het plangebied aanwezig is kan niet worden uitgesloten dat het plangebied onderdeel is van de functionele leefomgeving. Bunzing en wezel zijn niet in het plangebied zelf waargenomen en het plangebied sluit niet direct aan op andere mogelijke leefgebiedonderdelen. Omdat relatief kleine, overzichtelijke delen van het plangebied geschikt zijn wordt de trefkans bij aanvullend onderzoek hoog ingeschat. Daarom wordt aanvullend soortgericht onderzoek geadviseerd om aan-/afwezigheid van kleine marterachtigen te onderzoeken. Van steenmarter is aannemelijk dat het plangebied onderdeel is van het leefgebied. Of vaste rust-/voortplantingsplaatsen aanwezig zijn kan niet worden beoordeeld aan de hand van de quickscan. Het depot is de afgelopen jaren dermate intensief gebruikt en op zodanige wijze dat er niet langdurig mogelijkheden voor bijvoorbeeld steenmarter geweest zijn of ten tijde van de quickscan aanwezig waren. Indien dit in de toekomst wijzigt dient alsnog rekening te worden gehouden met (mogelijke) aanwezigheid van verblijfplaatsen van steenmarter op het depot. Effect: Negatieve effecten op steenmarter en kleine marterachtigen (bunzing en wezel) zijn niet uitgesloten.
De initiatiefnemer geeft aan dat een groot deel van de groenstructuren behouden blijft, maar met name de enkele meters brede strook dicht braamstruweel met takkenrillen centraal door het plangebied zal niet behouden blijven en is geschikt als leefgebied. Aanvullend onderzoek is nodig om vast te stellen of de ontwikkelingen leiden tot aantasting van vaste rust- of voortplantingsplaatsen van steenmarter of kleine marterachtigen, waarvoor een omgevingsvergunning flora- en faunaactiviteit nodig is. Het onderzoek naar steenmarter kan gecombineerd worden uitgevoerd met het onderzoek naar kleine marterachtigen en conform de richtlijnen van het Kennisdocument Kleine marterachtigen van BIJ12. Wanneer één of meer verblijfplaatsen worden aangetroffen is een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit van de provincie Gelderland nodig. Door werkzaamheden in deze groenstructuren kan de functionaliteit van verblijfplaatsen en leefgebied worden aangetast. Een andere optie is om op voorhand al uit te gaan van aanwezigheid en een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aan te vragen. Een onderdeel van een omgevingsvergunning is een activiteitenplan waarin mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven om negatieve effecten op aanwezige beschermde soorten zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Voor het depot geldt dat bij een minder intensief gebruik en het ontstaan van materiaalstapels en dergelijke met voldoende beschutting toekomstige vestiging niet is uitgesloten, maar in de situatie ten tijde van het veldbezoek konden verblijfplaatsen worden uitgesloten. Vrijgestelde soorten Naast de hierboven genoemde beschermde soorten zijn diverse algemene, vrijgestelde soorten
14
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
in de omgeving te verwachten. Daarbij gaat het om algemene kleine zoogdiersoorten zoals bosmuis, egel, haas en veldmuis. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel geldt voor deze en alle andere in het wild levende dieren de specifieke zorgplicht (Bal artikel 11.27, zie Bijlage 2). Tijdens het veldbezoek werden enkele hazen en veel sporen van hazen aangetroffen in het centrale deel van het plangebied. Effect: Aanvullend onderzoek ten aanzien van vrijgestelde soorten zoogdieren zijn niet aan de orde. Aangaande haas, egel en andere vrijstelde soorten zal zorgvuldig handelen met inachtneming van de zorgplicht voldoende zijn. Van belang is dat mogelijke voortplantings- en overwinteringslocaties van egel worden ontzien in de kwetsbare periodes. De periode september - oktober vóór het invallen van de eerste koudeperiode is hiervoor het meest geschikt. De kwetsbare voortplantingsperiode van haas valt deels samen met het broedseizoen, maar kan al in februari beginnen bij gunstige omstandigheden. Verstorende werkzaamheden dienen buiten de voortplantingsperiode te worden uitgevoerd waarbij eventueel aanwezige dieren de kans krijgen om te vluchten in een veilige richting, in dit geval de agrarische percelen ten oosten van de Pastoorsweg.
Op de website van BIJ12 is een overzicht te vinden van preventieve maatregelen tegen haasachtigen: https://www.bij12.nl/ onderwerp/faunaschade/schade-voorkomen/haasachtigen/. Hier zijn verschillende methodes te vinden waarop hazen geweerd kunnen worden. Let op: deze maatregelen moeten al (ruim) voor het voortplantingsseizoen ingezet worden. Als er eenmaal jongen zijn dient gewacht te worden tot het najaar. 2.5 Amfibieën Vanuit het literatuuronderzoek zijn geen waarnemingen van beschermde amfibieën binnen een straal van 2 kilometer rond het plangebied bekend. Op grotere afstand komen wel beschermde soorten voor, zoals de heikikker in natuurgebied Kortebroek aan de zuidkant van Vaassen. Ook zijn uit de periode 2014-2019 waarnemingen van poelkikkers bekend uit de voormalige viskweekvijvers ten zuiden van het Kievitsveld en enkele poelen in het agrarische buitengebied ten zuidoosten en noorden van Vaassen, op ruime afstand van het plangebied. Oppervlaktewater ontbreekt binnen het plangebied, met uitzondering van de aftakking van een beek langs het fiets-/voetpad tussen Jasmijnstraat en Pastoorsweg en enkele greppels rondom het plangebied. Deze watergangen staan een groot deel van het jaar droog en zijn grotendeels overwoekerd door grassen en ruigtekruiden. Voor beschermde amfibieën ontbreken geschikte omstandigheden en/of aansluiting op bestaande leefgebieden.
Aanwezigheid van beschermde, niet-vrijgestelde amfibieën is daarom uitgesloten. Wel komen algemene, vrijgestelde amfibieën in het plangebied of directe omgeving voor. Bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander komen met zekerheid in het plangebied zelf en directe omgeving voor. De sloten zijn geschikt als voortplantingswater wanneer ze in de voortplantingsperiode voldoende water bevatten. De slootkanten en ruiger begroeide terreindelen zijn geschikt als landbiotoop. De meerkikker komt voor zover bekend niet op deze locatie voor. Het depot is met het huidige gebruik slechts zeer beperkt geschikt voor amfibieën vanwege het intensieve gebruik van nagenoeg het gehele terrein, waardoor langdurig geschikte schuilplekken ontbreken. Effect: Negatieve effecten op beschermde, niet-vrijgestelde amfibieën zijn uitgesloten. De werkzaamheden kunnen tot negatieve effecten op algemene, vrijgestelde amfibieën zoals bruine kikker en gewone pad leiden. Voor deze soorten geldt de zorgplicht. Bij werkzaamheden in of rond groenstructuren dient men rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van algemene amfibieën. Werk in één richting en op een rustig tempo, zodat eventueel aanwezige fauna tijd en ruimte heeft om een veilig heenkomen te zoeken.
15
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
2.6 Reptielen Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit agrarische percelen en verharding. Er zijn geen waarnemingen van reptielen uit het plangebied bekend. Het dichtsbijzijnde bekende leefgebied van reptielen is het Cannenburgherbos, waar de ringslang voorkomt. De woonwijk Heggerenk ten westen van het plangebied vormt een barrière voor de ringslang. Er zijn geen waarnemingen ten oosten van de woonwijk bekend en het plangebied is ongeschikt als leefgebied. Aanwezigheid van ringslang is daarom uitgesloten. Voor de overige reptielensoorten die in de omgeving van Vaassen voorkomen (o.a. hazelworm, levendbarende hagedis, gladde slang en zandhagedis) bevinden leefgebieden zich op nog grotere afstand en geldt nog sterker dat het plangebied onbereikbaar en bovendien ongeschikt is. Negatieve effecten op reptielen zijn niet aan de orde. Effect: Aanwezigheid van reptielen binnen het plangebied is uitgesloten. Effecten op reptielen zijn niet aan de orde. Er zijn geen vervolgacties nodig ten aanzien van reptielen. 2.7 Vissen In de omgeving komen de beschermde beekprik en beekforel voor. De beekforel komt hier niet van nature voor, het betreft ontsnapte exemplaren van een forellenkwekerij. De beekprik komt wel van nature rond Vaassen voor en de geschikte beken die vanaf de Veluwe richting Grift stromen zijn van groot belang voor de soort.
De watergang langs het pad tussen Jasmijnstraat en Pastoorsweg is een aftakking van een beek waarin de beekprik voorkomt, maar omdat deze aftakkingen een groot deel van het jaar droog staat en eindigt in een nauwelijks stromende sloot is deze ongeschikt als leefgebied. Daarmee is uitgesloten dat de beekprik binnen het plangebied en binnen invloedssfeer hiervan voorkomt. Ook voor andere beschermde vissen geldt dat hun aanwezigheid kan worden uitgesloten. Effecten op beschermde vissen zijn niet aan de orde. Effect: Effecten op al dan niet beschermde vissen zijn niet aan de orde. Er zijn geen vervolgacties nodig ten aanzien van vissen. 2.8 Overige soortgroepen Binnen de data van NDFF zijn waarnemingen van de volgende beschermde ongewervelden bekend: de dagvlindersoorten grote vos, grote weerschijnvlinder en sleedoornpage, de nachtvlindersoort teunisbloempijlstaart en de keversoort vliegend hert. Grote vos, grote weerschijnvlinder en sleedoornpage Voor foerageer- of overwinteringsmogelijkheden van grote vos, respectievelijk bloedende bomen en holle bomen, geldt dat in de omgeving ruim voldoende alternatieven beschikbaar zijn waardoor van aantasting van essentiële onderdelen van functioneel leefgebied op voorhand geen sprake is.
Grote vos is een vlindersoort die een zwervend bestaan leidt en kan daardoor op ruime afstand van voortplantings- of overwinteringsplaatsen worden aangetroffen. Omdat het slechts 2 individuele waarnemingen in de NDFF betreft binnen een straal van ca. 2 kilometer van het plangebied zijn dit zeer waarschijnlijk waarnemingen van zwervende individuen. In de groenstrook langs het fietspad staan enkele kersen die als waardplant kunnen dienen. Deze bomen blijven behouden. De grote weerschijnvlinder leeft vooral in vochtige loofbossen. Waardplanten zijn wilgensoorten, met name boswilg en grauwe wilg. Geschikt leefgebied ontbreekt binnen het plangebied. Grote weerschijnvlinder kan daarom als afwezig worden beschouwd. Sleedoornpage plant zich, zoals de naam al aangeeft, vooral voort in sleedoornstruwelen. Maar ook andere prunussoorten worden wel gebruikt. Binnen het plangebied is geen sleedoornstruweel aanwezig. Het is daarom uitgesloten dat het plangebied een functie heeft voor de sleedoornpage.
16
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
Teunisbloempijlstaart De waardplanten van de teunisbloempijlstaart zijn harig wilgenroosje, basterdwederik, teunisbloemsoorten en grote kattenstaart. Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit agrarisch grasland en, in de zuidoosthoek, verharding. De waardplanten van teunisbloempijlstaart werden niet in het plangebied zelf aangetroffen tijdens het veldbezoek. Ten westen van het plangebied, in de bermen langs het fietspad, groeit de basterdwederik. Dit is buiten de begrenzing van het plangebied. Gezien de timing van het veldbezoek is mogelijk geen volledig beeld gekregen van de aanwezigheid van waardplanten. Het plangebied is echter nauwelijks geschikt voor de betreffende plantensoorten. Gezien het ontbreken van noemenswaardige groeiplaatsen van waardplanten binnen het plangebied is aanwezigheid van teunisbloempijlstaart redelijkerwijs uitgesloten. Vliegend hert Vliegend hert is een keversoort die in de bossen ten westen van Vaassen één van haar belangrijkste kerngebieden in Nederland heeft. Het is een soort van oude eikenbossen waarvan de larven in oude eikenstobben van dood hout leven. Met enige regelmaat worden voornamelijk mannetjes aangetroffen in de bebouwde kom van Vaassen. Dit betreft verdwaalde exemplaren die op zoek naar een vrouwtje in de verkeerde richting zijn gevlogen.
Het is uitgesloten dat het plangebied een functie heeft voor vliegend hert aangezien geschikte voedselbronnen voor larven ontbreken en de afstand tot geschikt leefgebied in de Veluwerand te groot is. Effect: Aanwezigheid van beschermde ongewervelden is uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikt habitat en het ontbreken van waarnemingen van dergelijke soorten uit de omgeving van het plangebied.
17
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
3
Rode Lijst en Specifieke zorgplicht
In dit hoofdstuk worden de bevindingen beschreven met betrekking tot soorten van de Rode Lijst die binnen het plangebied zijn aangetroffen of waarvan aanwezigheid te verwachten is, bijvoorbeeld wanneer waarnemingen uit de omgeving bekend zijn en geschikt habitat aanwezig is. In dit hoofdstuk worden enkel de soorten beschreven die op de Rode Lijst als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld en waarvoor het plangebied een wezenlijke functie heeft. Voor soorten van de Rode Lijst waarvoor een wezenlijk negatief effect te verwachten is door toedoen van de geplande werkzaamheden, wordt beschreven op welke manier aan de specifieke zorgplicht kan worden voldaan door aanpassing van de werkwijze, het implementeren van maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of door het bieden van compenserende voorzieningen. Omdat op moment van schrijven nog niet bekend is hoe met deze zorgplicht om te gaan (bijvoorbeeld gewenste onderzoeksintensiteit) wordt normaal gesproken een globale onderzoeksinspanning gevraagd.
3.1 Resultaten en effectbeoordeling Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit voedselrijke agrarische percelen, verharding en enkele groenstroken met plantensoorten van voedselrijke omstandigheden. Bijzondere abiotische omstandigheden zoals kwelzones, voedselarme oppervlaktewateren, oude bossen en schrale vegetaties ontbreken. Tijdens de veldbezoeken zijn geen Rode Lijstsoorten waargenomen, met uitzondering van de haas die als ‘gevoelig’ op de Rode Lijst staat. Ook kunnen laatvliegers (Rode Lijst: ‘kwestbaar’) in en rond het plangebied foerageren. Haas en laatvlieger worden al in hoofdstuk 2 benoemd. Voor haas is voldoende alternatief leefgebied in de omgeving beschikbaar, terwijl voor de laatvlieger (en andere vleermuizen) maatregelen getroffen dienen te worden om lichtverstoring te voorkomen terwijl de belangrijkste groenstructuren in stand blijven. Het is redelijkerwijs uitgesloten dat het plangebied een wezenlijk onderdeel is van de functionele leefomgeving van beschermde Rode Lijstsoorten anders dan de in hoofdstuk 2 beschreven soorten. 3.2 Maatregelen specifieke zorgplicht (artikel 11.27 Bal) De voorgenomen ontwikkelingen hebben naar verwachting geen betrekking op leefgebied van Rode Lijstsoorten die niet op andere wijze beschermd zijn vanuit de Omgevingswet.
Er wordt daarom geen wezenlijk negatief effect verwacht op de meeste soorten van de Rode Lijst die in de omgeving voorkomen en die als ten minste ‘kwetsbaar’ zijn beoordeeld. Voor een aantal vanuit de Omgevingswet beschermde soorten vogels, vleermuizen en overige zoogdieren zijn mogelijk wel maatregelen nodig om aan de specifieke zorgplicht te voldoen. Dit wordt beschreven in hoofdstuk 2 en samengevat in hoofdstuk 5 van voorliggend onderzoek.
18
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
4
Gebiedsbescher ming en bescher md e houtopstanden
Bij het onderdeel ‘gebiedsbescherming’ wordt de aanwezigheid van b eschermde natuurgebieden en een verkennende beoordeling van een mogelijk effect door de voorgenomen activiteiten op deze gebieden behandeld. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en provinciaal beschermde gebieden waaronder het Natuurnetwerk Nederland en weidevogelgebieden. Als er sprake is van een mogelijk negatief effect, dan zijn vervolgstappen zoals aanvullend onderzoek en mogelijk planaanpassing nodig. 4.1 Gelders Natuurnetwerk (GNN), Groene Ontwikkelingszone (GO) en andere provinciaal beschermde natuurgebieden Het plangebied ligt aan de rand van de bebouwde kom van Vaassen, buiten de begrenzing van het NNN, en andere provinciaal beschermde natuurgebieden, zoals aangewezen weidevogelgebieden (afbeelding 4.1). De afstand tot het dichtstbijzijnde natuurgebied is ca. 100 meter, waar een beek ligt die tot het GNN behoort. Toetsing aan externe werking is niet aan de orde in de provincie Gelderland. Er zijn derhalve geen vervolgacties nodig ten aanzien van provinciaal beschermde natuurgebieden. Bovendien zijn externe effecten op kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen van GNN en GO in dit geval niet te verwachten gezien de aard van de ontwikkelingen in relatie tot de ligging ten opzichte van onderdelen van GNN en GO.
Afbeelding 4.1: Globale ligging van het plangebied (rode omlijnd) ten opzichte van provinciaal beschermde natuurgebieden. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van GNN (donkergroen), GO (lichtgroen) en andere provinciaal beschermde natuurgebieden. Het plangebied ligt buiten de begrenzing van dergelijke gebieden. Bron ondergrond: Provincie Gelderland.
19
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
4.2 Natura 2000-gebieden De kortste afstand tot Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ bedraagt iets meer dan 100 meter (afbeelding 4.2). De afstand tot de dichtsbijzijnde stikstofgevoelige relevante habitattypen is circa 2,4 kilometer. Andere Natura 2000-gebieden liggen op meer dan 5 kilometer afstand van het plangebied. Het plangebied heeft geen landschappelijke binding met Natura 2000-gebied. Het gedeelte Natura 2000-gebied op korte afstand (< 1 kilometer) van het plangebied betreft een beek die een uitloper van het Natura 2000-gebied vormt en uitmondt in de Grift. Tot ongeveer 500 meter in zuidoostelijke richting is deze beekloop nog onderdeel van Natura 2000. De beek stroomt vanuit het westen eerst langs het kasteelpark van de Cannenburch door de woonwijk Heggerenk, en stroomt vervolgens onder de Laan van Fasna door langs de noordkant van woonwijk Oosterhof naar de agrarische percelen tussen Deventerstraat en Bottertweg. Ondanks de relatief geringe afstand tot dit onderdeel van het Natura 2000-gebied zijn effecten (behalve stikstof ) redelijkerwijs uitgesloten. Er is geen sprake van oppervlakteverlies, versnippering of mechanische effecten aangezien het plangebied buiten de begrenzing ligt. De aanleg van de woonwijk zal niet leiden tot verontreiniging.
Van verdroging is geen sprake aangezien de watergangen rond het plangebied niet aantakken op de Natura 2000-beek en bovendien geen verdroging te verwachten is door de ontwikkelingen. Verstoring door licht, geluid, trillingen en optische verstoring kunnen in bepaalde gevallen leiden tot externe negatieve effecten op aangewezen Natura 2000-doelsoorten en/of -habitattypen. Echter, in dit geval is de beek voornamelijk aangewezen vanwege de beekprik en kan verder hooguit de ijsvogel foeragerend verwacht worden. Tussen het plangebied en de beek ligt de Laan van Fasna, een belangrijke en daardoor drukke ontsluitingsweg tussen Vaassen en de A50. Ook liggen o.a. een brandweerkazerne en tennisvereniging tussen plangebied en beek en stroomt de beek door en langs woonwijken. Het is uitgesloten dat de ontwikkelingen leiden tot effecten op instandhoudingsdoelstellingen van beekprik en ijsvogel. Voor de andere soorten en de habitattypen
2,4 km
7,9 km
Afbeelding 4.2: Afstand van het plangebied (rode cirkel) tot het kerngebied van Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ (links) en Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ (rechts). Let op: een uitloper van de Veluwe ligt op veel kortere afstand van het plangebied, zie afbeelding 4.3. Andere Natura 2000-gebieden liggen op beduidend grotere afstand. Bron: Natura2000.nl.
20
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
120 m
Afbeelding 4.3: Afstand van het plangebied (rode omlijnd) tot de uitloper van Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ (groen). Bron: AERIUS Calculator.
geldt dat deze op veel grotere afstand (> 1 kilometer) voorkomen en dat externe effecten met uitzondering van stikstof op voorhand zijn uitgesloten. Gezien de voorgenomen activiteiten, toekomstige inrichting en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied zijn directe negatieve effecten (geluid, licht, trillingen etc.) door de gewenste ontwikkelingen en het toekomstige gebruik van het plangebied op aangewezen habitattypen en soorten van nabijgelegen Natura 2000-gebieden uitgesloten, met mogelijke uitzondering van effecten door stikstof. Voer daarom een berekening uit in AERIUS-Calculator om te bepalen of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en daarmee mogelijke vergunningplicht ten aanzien van het aspect stikstof. De stikstofberekening is geen onderdeel van voorliggende rapportage.
21
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
4.3 Beschermde houtopstanden Omgevingswet Het plangebied ligt binnen de bebouwingscontour houtkap, daarom is op voorhand geen sprake van beschermde houtopstanden zoals beschreven in afdeling 11.3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Er zijn geen vervolgacties nodig ten aanzien van beschermde houtopstanden. Wanneer bomen gekapt worden is mogelijk wel een gemeentelijke kapvergunning nodig.
Afbeelding 4.4: Globale ligging van het plangebied (rood kader) ten opzichte van de bebouwingscontour houtkap (blauw). Het gehele plangebied ligt binnen deze begrenzing. Er is derhalve geen sprake van provinciaal beschermde houtopstanden. Bron ondergrond: provincie Gelderland.
22
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
5
Conclusies en aanbevelingen
Vanuit de resultaten van de onderdelen ‘soortenbescherming’, ‘gebiedsbescherming’ en ‘houtopstanden’ worden conclusies getrokken. Aan de hand van deze conclusies worden aanbevelingen gedaan. Dit kan wijziging van de plannen en/of nader(e) onderzoek(en) inhouden. 5.1 Overzicht van de bevindingen Soortbescherming
Aanwezig
Effect
Overtreding OW
Nader onderzoek
Vervolgacties
Flora - beschermde soorten
Nee
Geen
Nee
Nee
Geen
Broedvogels - jaarrond beschermde nesten categorie 1-4
Mogelijk
Nee*
*Nee, onderzoek reeds uitgevoerd
*Ja, steenuil. Reeds uitgevoerd.
*Vervolgonderzoek naar steenuil. Inmiddels al uitgevoerd, geen overtreding verbodsbepalingen dus geen omgevingsvergunning nodig ten aanzien steenuil. Resultaten beschreven in afzonderlijke rapportage.
Broedvogels - categorie 5
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Nee, want voldoende alternatieven in omgeving
Geen werkzaamheden binnen invloedssfeer bezette nesten uitvoeren. Bij start in de periode 1 maart - 15 augustus afstemming met broedvogeldeskundige om te bepalen of werkzaamheden kunnen plaatsvinden.
Vogels - overige broedvogels
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Nee
Geen werkzaamheden binnen invloedssfeer bezette nesten uitvoeren. Bij start in de periode 1 maart - 15 augustus afstemming met broedvogeldeskundige om te bepalen of werkzaamheden kunnen plaatsvinden.
Vleermuizen - verblijfplaatsen
Nee
Geen
Geen
Nee
Geen
Vleermuizen -essentieel foerageergebied
Mogelijk: Groenstrook ten W plangebied
Geen, mits **
Nee, mits **
Nee, mits **
* = Voorkom lichtverstoring door uitstraling van kunstlicht richting bomen langs fietspad ten westen plangebied te voorkomen.
Vleermuizen - vliegroutes
Mogelijk: Groenstroken ten N en O plangebied
Geen, mits ***
Nee, mits ***
Nee, mits ***
*** = Voorkom lichtverstoring door uitstraling van kunstlicht richting bomen ten westen plangebied te voorkomen.
Overige zoogdieren - beschermd
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Ja
Vervolgonderzoek naar verblijfplaatsen van steenmarter en kleine marterachtigen. Indien aanwezig moet een omgevingsvergunning ‘flora- en faunaactiviteit’ worden aangevraagd.
Overige zoogdieren - vrijgesteld
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Nee
Specifieke zorgplicht
Amfibieën - vrijgestelde soorten
Mogelijk
Mogelijk
Mogelijk
Nee
Specifieke zorgplicht
Overige beschermde soorten
Nee
Nee
Nee
Nee
Specifieke zorgplicht
Gebiedsbescherming
Aanwezig
Effect
Vergunning nodig
Nader onderzoek
Vervolgacties
Natuurnetwerk Nederland en overige provinciaal beschermde natuurgebieden
Nee
Nee
Nee
Nee
Geen
Natura 2000 m.u.v. stikstof
Nee
Nee
Nee
Nee
Geen
Natura 2000 - stikstof
n.v.t.
Mogelijk
Mogelijk
Ja
Voer een stikstofberekening uit in AERIUS-calculator om te bepalen of er sprake is van een vergunningplicht ten aanzien van stikstof.
Houtopstanden
Aanwezig
Effect
Vergunning nodig
Meldings-
Vergunning nodig?
Beschermde houtopstand OW
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
23
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
plicht
19 december 2024
= Vliegroute en foerageergebied vleermuizen = Potentieel leefgebied marters =
Groeiplaats Japanse duizendknoop
Afbeelding 5.1: Globale indicatie locaties van (mogelijke) beschermde gebiedsfuncties en aangetroffen groeilocaties Japanse duizendknoop. Bron ondergrond: PDOK luchtfoto.
5.2
Conclusies en aanbevelingen
5.2.1 Soortenbescherming Vogels Vogels met jaarrond beschermde nesten categorie 1-4 • De ontwikkelingen leiden niet tot overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten categorie 1 t/m 4. Voor steenuil is aanvullend onderzoek uitgevoerd en vastgesteld dat het plangebied geen essentieel foerageergebied of andere belangrijke functie betreft. De resultaten van dat onderzoek worden in een (nog op te stellen) afzonderlijke rapportage beschreven. Vogelsoorten categorie 5 en overige broedvogels • Voor alle inheemse vogelsoorten geldt dat het nest beschermd is vanaf balts en nestbouw, in de periode dat de vogel broedt en het nest nodig heeft om jongen groot te brengen én de periode van verzorging van vliegvlugge jongen. Werkzaamheden mogen niet leiden tot negatieve effecten op het functioneren van deze nestplaatsen. Houdt hier rekening mee, bij voorkeur door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Het verwijderen van opgaand groen dient hoe dan ook buiten het broedseizoen plaats te vinden
24
Ecologische quickscan Kerkenland te Vaassen
19 december 2024
omdat vrijwel zeker broedgevallen aanwezig zullen zijn. Voor de meeste soorten is het broedseizoen de periode half maart - half augustus, maar eerdere of latere broedgevallen van met name duiven zijn niet op voorhand uitgesloten. Is dit niet mogelijk, schakel dan een broedvogeldeskundige in. De deskundige bepaalt onder welke voorwaarden de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. Stem dit in een zo vroeg mogelijk stadium af vanwege de potentieel grote gevolgen voor de planning. Vleermuizen • Effecten op vleermuisverblijfplaatsen zijn uitgesloten zolang uitstraling van verlichting richting geschikte gebouwen naast het plangebied en de bomenrij langs het fietspad voorkomen wordt. • Negatieve effecten op foerageergebied of vliegroutes zijn niet aan de orde, met mogelijke uitzondering van lichtverstoring van de vliegroute langs het fietspad en (niet-essentieel) foerageergebied. Voorkom uitstraling van verlichting richting de bomenrij langs het spoor en lichtverstoring van foerageergebied door spaarzaam om te gaan met (bouw-)verlichting nabij opgaand groen. Voer werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uit of neem maatregelen om uitstraling van kunstlicht richting bomen te voorkomen. Beperk de verlichtingshoogte tot maximaal 3 meter, gebruik afgeschermde armaturen, amberkleurige ‘batlampen’ en zorg ervoor dat lampen niet op omliggende bomen gericht worden.
Wanneer deze maatregelen in acht worden genomen is er geen aanvullend onderzoek nodig ten aanzien van deze gebiedsfuncties. Overige zoogdieren • De groenstroken binnen het plangebied zijn mogelijk onderdeel van de functionele leefomgeving van steenmarter, bunzing en wezel. Het betreft een Steenmarter en kleine marterachtigen • Door aanwezigheid van beschadigingen/gaten aan de onderzijde van de gevelbekleding van het zuidelijke gebouw kan de ruimte onder het gebouw bereikt worden. Deze ruimte is mogelijk geschikt voor steenmarters als vaste rust- of voortplantingsplaats. Om vast te stellen of het plangebied daadwerkelijk een functie heeft voor steenmarter is soortgericht vervolgonderzoek noodzakelijk. Het onderzoek naar zowel steenmarter als bunzing en wezel moet worden uitgevoerd conform de richtlijnen van het Kennisdocument Kleine marterachtigen van BIJ12. Indien verblijfplaatsen worden aangetroffen in de te verwijderen groenstructuren is sprake van overtreding van de Omgevingswet en moet een omgevingsvergunning ‘floraen fauna-activiteit’ worden aangevraagd bij de provincie Gelderland. Een onderdeel van een omgevingsvergunning is een activiteitenplan waarin mitigerende en compenserende maatregelen worden beschreven om negatieve effecten op beschermde soorten zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.