CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Rapport cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2022

Gemeenteraad 7 juli 2022, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling Lijst ingekomen stukken 7 juli10.802 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

SDO Support biedt ondersteuning in het sociaal domein. Een van onze diensten is het uitvoeren van kwaliteitsonderzoeken voor de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Jeugdwet. De vraag naar onze kwaliteitsonderzoeken neemt toe en onze organisatie professionaliseert continu. Ter aanvulling van ons team zijn we op zoek naar een gedreven collega die verantwoordelijk is voor de

Cliëntervaringsonderzoek 2022 Jeugdwet | Gemeente Epe

-

Versie: Definitief Auteur: SDO Support Datum: 23-6-2022

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 3 1.1 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 3

2.

Werkwijze en verantwoording ........................................................................................................ 4 2.1 Onderzoeksdoel............................................................................................................................. 4 2.2 Uitvoering onderzoek .................................................................................................................... 4

3.

Resultaten en analyse ..................................................................................................................... 5 3.1 Toegang ......................................................................................................................................... 5 3.2 De ontvangen hulp en/of ondersteuning .................................................................................... 10 3.3 Kenmerken respondenten........................................................................................................... 15

4.

Vergelijkingen met voorgaande onderzoeken .............................................................................. 18 4.1 Respons ....................................................................................................................................... 18 4.2 Toegang ....................................................................................................................................... 18 4.2.1. Ondersteuning tijdens gesprek ........................................................................................... 18 4.2.2. Ervaringen............................................................................................................................ 19 4.3 De ontvangen hulp ...................................................................................................................... 20 4.3.1. Betekenis van de hulp ......................................................................................................... 21 4.4 Kenmerken .................................................................................................................................. 21

5. Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................................ 23 5.1 Toegang ....................................................................................................................................... 23 5.1.1 Ondersteuning ...................................................................................................................... 23 5.1.2 Ervaringen............................................................................................................................. 23 5.1.3 Passende ondersteuning ...................................................................................................... 23 5.1.4 Wachttijd .............................................................................................................................. 24 5.2 Ontvangen hulp en/of ondersteuning ......................................................................................... 24 5.2.1 Ervaringen............................................................................................................................. 24 Bijlage 1 - Vragenlijst jeugdige ..............................................................................................................

25 Bijlage 2 - Vragenlijst ouders ................................................................................................................. 29 Bijlage 3 – Vragenlijst voogd/verzorgers ............................................................................................... 33

2

1. Inleiding Sinds 2016 zijn gemeenten vanuit de Jeugdwet (artikel 2.10) en Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (artikel 2.5.1) verplicht om cliëntervaringsonderzoeken uit te voeren. In opdracht van de gemeente Epe heeft SDO Support in de maanden april en mei van 2022 een schriftelijk cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd onder alle jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) die in 2020 van zorg en/of ondersteuning gebruik maakten vanuit de Wmo en/of Jeugdwet. Deze rapportage gaat over de Jeugdwet.

1.1 Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft op welke wijze het onderzoek is uitgevoerd. Hoofdstuk 3 presenteert de resultaten en de analyse van de schriftelijke vragenlijst. De resultaten worden per onderdeel benoemd. In hoofdstuk 4 wordt het huidige onderzoek vergeleken met voorgaande onderzoeken. Tot slot zijn in hoofdstuk 5 conclusies getrokken en worden aanbevelingen gedaan. Houdt u bij het lezen van de rapportage rekening met het volgende: • • •

Antwoorden op open vragen worden in aantallen weergegeven. De antwoorden op gesloten vragen worden in percentages weergegeven. Door het tussentijds afronden van percentages, kan het voorkomen dat totaalscores niet op 100% uitkomen. In dit onderzoek wordt een respondent aangeduid als ‘jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s)’.

3

2. Werkwijze en verantwoording In dit hoofdstuk worden het doel, de uitvoering en de onderzoeksgroep van het onderzoek beschreven.

2.1 Onderzoeksdoel Het doel van het onderzoek is het in beeld brengen van: • •

de tevredenheid van de jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) die hulp ontvangen vanuit de Jeugdwet; de ervaring van jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) met de toegang tot de jeugdzorg.

2.2 Uitvoering onderzoek Vanuit de gemeente is een aankondigingsbrief van het cliëntervaringsonderzoek gestuurd naar jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) waarin staat dat het CEO wordt uitgevoerd door SDO Support. Vervolgens heeft SDO Support in totaal 721 brieven verstuurd naar de jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) die in 2021 hulp hebben ontvangen vanuit de Jeugdwet. De daarvoor gebruikte vragenlijst is opgesteld in samenwerking met de gemeente Epe. Bij deze brief hebben de jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) een QR-code ontvangen om de vragenlijst online in te vullen. Bij jeugdigen jonger dan 12 jaar is de vragenlijst verzonden naar ouder(s)/verzorger(s). Bij jeugdigen van 12 jaar en ouder zijn de vragenlijsten verzonden naar de jeugdige zelf. Bij jeugdigen die gezag elders hebben, is de instelling/voogd aangeschreven. De vragenlijst die naar de jeugdige zelf is verstuurd, kon zowel door de jeugdige als door de ouder(s)/verzorger(s) worden ingevuld. Om de respons te verhogen zijn herinneringsbrieven verstuurd. Dit heeft geleid tot de volgende cijfers: • •

In totaal zijn 54 volledig ingevulde vragenlijsten ontvangen. De respons komt daarmee op 8%. Er zijn 20 vragenlijsten ingevuld door de jeugdige zelf, 30 vragenlijsten door ouder(s)/verzorger(s), al dan niet in samenspraak met de jeugdige en 4 vragenlijsten door de voogd.

Het kan voorkomen dat niet alle vragen ingevuld zijn door een jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s). Wanneer een antwoord bij een bepaalde vraag ontbreekt, is hier in het databestand ‘onbekend’ ingevoerd, indien de verdere vragenlijst wel is ingevuld. Op deze manier is de rest van de vragenlijst wel bruikbaar en wordt de mening van de jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) alleen bij de desbetreffende vraag buiten beschouwing gelaten. Daarnaast kunnen jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s), die aan de enquête hebben meegedaan, op bepaalde vragen meerdere antwoorden hebben ingevuld. Dit heeft tot gevolg dat sommige vragen meer antwoorden hebben dan het aantal jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) dat aan de enquête heeft meegedaan. Bij dit onderzoek is de privacy van de jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) die deelnemen aan het onderzoek gewaarborgd. Dit is gerealiseerd door alleen naar de leeftijdscategorie van de jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) te vragen en geen andere persoonsgegevens te gebruiken. Hierdoor zijn, behalve leeftijd, binnen dit onderzoek geen persoonlijke gegevens geregistreerd.

4

3. Resultaten en analyse Dit hoofdstuk geeft de resultaten van het onderzoek weer. De resultaten zijn ingedeeld in drie blokken: toegang, ontvangen hulp en algemene vragen. De onderzoeksresultaten van de jeugdigen en de ouder(s) en/of verzorger(s) zijn gezamenlijk weergegeven.

3.1 Toegang Aan de jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) is gevraagd wie voor hen heeft geregeld dat zij hulp ontvangen, ook wel de toegang tot de Jeugdwet genoemd. Er zijn drie verschillende verwijzers mogelijk: • de gemeentelijke toegang (CJG); • de huisarts/medische specialist; • de rechter/gecertificeerde instelling (hierbij is sprake van jeugdbescherming of jeugdreclassering). Medewerkers van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) werken zowel vanuit hun eigen locatie als outreachend vanuit bijvoorbeeld de verschillende scholen in Epe. Onder het CJG vallen: 1) de jeugdgezondheidszorg 0-4 jaar van Vérian (consultatiebureau: jeugdarts en jeugdverpleegkundige); 2) de jeugdgezondheidszorg 4-19 jaar van de GGD (jeugd-/schoolarts, jeugdverpleegkundige) 3) het Opvoed- en Adviesbureau; 4) het schoolmaatschappelijk werk (Vérian); 5) de jeugdzorgwerkers; 6) de jongerenwerkers van Koppel-Swoe; 7) het CJG4Kracht team.

5

Via een andere route, namelijk

11%

Via de (gezins-)voogd of kinderrechter

4%

School in samenwerking met de schoolarts, jeugdverpleegkundige of schoolmaatschappelijk werker (CJG)

19%

Medewerkers toegangsteam jeugdhulp (CJG)

6%

De orthopedagoog (CJG)

7%

De jeugdgezondheidszorg; het consultatiebureau, schoolarts of jeugdverpleegkundige (CJG)

11%

De huisarts

31%

De (gezins-)voogd of kinderrechter

11% 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

Grafiek 1: Wie heeft geregeld dat je hulp hebt gekregen? (n=54)

De meeste jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat de hulp geregeld is via het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) (43%). De antwoorden voor het CJG zijn onderverdeeld in 4 categorieën, waarvan het vaakst genoemd is dat de hulp verkregen is via de school in samenwerking met schoolarts, jeugdverpleegkundige of schoolmaatschappelijk werker (19%). Daarnaast geeft 31% aan dat de hulp via de huisarts is geregeld. 11% van de jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) benoemt dat het antwoord er niet bij staat. Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s)s kunnen op deze vraag meerdere antwoorden hebben gegeven. Aan de 11% van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) die aangeeft dat het antwoord er niet bij staat, is gevraagd via welke contactpersoon of instantie de hulp dan geregeld is. In tabel 1 zijn de antwoorden op deze open vraag te zien (n=6). Contactpersoon Via begeleiding broer ADHD-coach Zelf contact opgenomen Jeugdcoach Kennissen Bureau Jeugdzorg heeft (jaren geleden) alles geregeld

Aantal 1 1 1 1 1 1

Tabel 1: Overige antwoorden op de vraag “Wie heeft geregeld dat je hulp hebt gekregen?” (n=6)

Vervolgens is gevraagd of jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) ter ondersteuning iemand hebben meegenomen naar het gesprek waarin de hulpvraag is besproken. In grafiek 2 zijn de antwoorden op deze vraag weergegeven (n=54).

6

35%

Nee, ik wist niet dat dit kon/mocht

13%

Nee, ik had hier geen behoefte aan

52%

Ja, mijn zorgverlener

4%

Ja, iemand van MEE of een andere onafhankelijke cliëntondersteuner (professional die je helpt de weg te vinden naar juiste zorg en ondersteuning)

2%

Ja, iemand uit mijn directe omgeving zoals ouders, familie, vriend etc.

30% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

Grafiek 2: Heb je ter ondersteuning iemand meegenomen naar het gesprek waarin de hulpvraag werd besproken? (n=54)

In grafiek 2 is te zien dat ongeveer een derde van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) iemand ter ondersteuning heeft meegenomen naar het gesprek waarin de hulpvraag werd besproken. 30% van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) heeft iemand uit de directe omgeving meegenomen en 6% iemand anders. Daarnaast benoemt 13% niet te weten dat er iemand mee mocht naar het gesprek. De meerderheid (52%) geeft aan geen behoefte te hebben gehad om iemand mee te nemen naar het gesprek. 18% van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat meenemen van iemand, ter ondersteuning van het gesprek, invloed heeft gehad op het gesprek. Onduidelijk is of dit een positieve of negatieve invloed heeft gehad.

7

Er zijn een aantal stellingen aan de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s)s voorgelegd, met de antwoordopties helemaal mee eens, mee eens, niet mee eens, helemaal niet mee eens of geen mening/ niet van toepassing. De stellingen zijn als volgt: Toen ik hulp zocht (voor mijn kind): • • • • • • • • •

wist ik waar ik terecht kon; werd ik snel geholpen; werd ik goed geholpen bij de vragen en problemen; kreeg ik voldoende informatie over de hulp; werden de beslissingen over de hulp samen met mij genomen; wisten de medewerkers genoeg om mij te kunnen helpen; werd ik serieus genomen; werd ik met respect behandeld; kon ik de hulp krijgen die ik nodig had.

In onderstaande grafiek zijn de antwoorden per stelling weergegeven (n=51).

Wist ik waar ik terecht kon

11%

44%

17%

Werd ik snel geholpen

17%

Werd ik goed geholpen bij vragen en problemen

13%

59%

Kreeg ik voldoende informatie over de hulp

11%

65%

57%

Wisten de medewerkers genoeg om mij te kunnen helpen

17%

63%

Werden de beslissingen over de hulp samen met mij genomen

17%

61%

Werd ik serieus genomen Werd ik met respect behandeld Kon ik de hulp krijgen die ik nodig had Helemaal mee eens

Mee eens

Niet mee eens

28%

22% Helemaal niet mee eens

13%

11% 4% 11% 2% 7% 19% 2% 9% 13% 2% 9% 9% 2% 9% 11% 2% 4% 7% 4% 2%

59%

33%

15%

61%

63%

9% 6% Geen mening of n.v.t.

Grafiek 3: Antwoordpercentages op stellingen over het proces tot toegang van de hulp (n=54)

In grafiek 3 is te zien dat de meeste jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) het helemaal eens of eens zijn met de voorgelegde stellingen. Het meest eens zijn de jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) met de stelling ‘Werd ik met respect behandeld’. De jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) zijn het meest oneens over de stelling “Ik wist waar ik terecht kon (32% (helemaal) niet mee eens). Daaropvolgend is gevraagd hoe lang jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) hebben gewacht tot de hulp is ingezet, na het bepalen welke hulp het beste past. Hier waren de volgende antwoorden mogelijk: korter dan 2 weken, 2 tot 4 weken, 4 tot 8 weken, 8 tot 12 weken, langer dan twaalf weken of weet ik niet. In grafiek 4 zijn de antwoorden weergegeven (n=54).

8

korter dan 2 weken

20%

2 tot 4 weken

9%

4 tot 8 weken

28%

8 tot 12 weken

9%

langer dan 12 weken

17%

weet ik niet

17% 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

Grafiek 4: Hoe lang heb je moeten wachten tot de hulp werd ingezet? (n=54)

In grafiek 4 is te zien dat een groot deel van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) niet weet hoelang er is gewacht op hulp (17%). 9% van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) heeft 2 tot 4 weken gewacht tot de hulp is gestart en 28% heeft 4 tot 8 weken gewacht tot de hulp is gestart. 20% van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat de hulp binnen 2 weken is gestart en 17% geven aan langer dan 12 weken te hebben gewacht.

9

3.2 De ontvangen hulp en/of ondersteuning Aan jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) is gevraagd aan te geven bij welke zorgaanbieders zij hulp vanuit de Jeugdwet ontvangen en hoeveel hulpverleners daarbij betrokken zijn. Bij deze vraag kunnen jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) maximaal drie zorgaanbieders aangeven. In onderstaande grafiek is te zien hoe vaak de zorgaanbieders genoemd zijn door de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s). 9 jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) hebben 3 zorgaanbieders genoemd, 14 jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) hebben 2 zorgaanbieders genoemd en 27 jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) hebben 1 zorgaanbieder genoemd. Centraal Nederland Verian True Colors Ppp Leger des Heils Huisarts GGNet Entrea lindenhout Bureau jeugdzorg Autismehuis ‘s Heerenloo Buitenplaats de Poel Karakter Pactum Cognito Intraverte CJG

2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 3 4 4 4 5 5 0

1

2

3

4

5

6

Grafiek 5: Zorgaanbieders waarvan jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s)s hulp ontvangen (n=50)

Er zijn 55 aanbieders genoemd door jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s), waarvan Centrum Jeugd en Gezin en Intraverte het meest voorkomt (beiden vijf keer). Daarnaast geven zowel bij Pactum als bij Cognito vier jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) aan zorg en/of ondersteuning te ontvangen. Karakter wordt vier keer genoemd en Buitenplaats de Poel drie keer. Antwoorden die één keer zijn genoemd zijn niet opgenomen in bovenstaande grafiek. Dit zijn de volgende antwoorden: Accare, Cases 2 Care, De Kameel (Zwolle), De Krulekoare (Hoogeveen), Diëtist, Eleos, Gelre, Ijsselgroep, Ijsselveluwe, JBG, Jeugd ggz, Jeugdzorg Epe, Kind fysio Els Derksen Apeldoorn, Lichthuis, M Kruithof, Maasland, Matrix coach, Mentaal beter Heerde, Nidos, Niloka (Zwolle), Passerel, Pedagogenpraktijk Apeldoorn, PGVZ, Praktijk Sterk (Apeldoorn), Praktijk voor pedagogische en psychologische hulpverleners, Praktijkondersteuner, Pro Juventus Wezep, Psycholoog, Psytrans, Riwis, Schoolmaatschappelijk werk, Stichting Marant, Timon, Veilig Thuis en William Schrikker jeugdhulp.

10

Er zijn een aantal stellingen voorgelegd aan de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) over hun ervaring met de hulpverlener. De antwoordopties zijn helemaal mee eens, mee eens, niet mee eens, helemaal niet mee eens of geen mening/niet van toepassing.

Mijn hulpverlener neemt mij serieus

54%

43%

4%

Mijn hulpverlener behandelt mij met respect

57%

39% 2% 46%

4%

Mijn hulpverlener heeft genoeg tijd voor mij

48%

4%

Ik kan de hulpverlener goed bereiken als dat nodig is

39%

46%

4% 9%

Mijn hulpverlener helpt mij met mijn vragen en problemen

41%

46%

De hulpverlener komt zijn afspraken na

44%

4% 9% 2% 7% 2%

46%

Ik krijg voldoende informatie over de hulp

31%

61%

6%

Ik weet wat het doel van de hulp is

33%

56%

4% 7%

De doelen van de hulp zijn in overleg met mij bepaald

31%

56%

7% 6%

Ik beslis mee over de hulp

33%

52%

De hulpverlener kijkt regelmatig met mij of ik dichter bij de doelen kom De verschillende zorgaanbieders werken goed samen om mij te helpen Ik weet hoe ik een klacht kan indienen bij de zorgaanbieder Helemaal mee eens

Mee eens

Niet mee eens

6% 9% 2%

33%

54%

20% 11%

35% 28%

11% 44%

4% 19%

Helemaal niet mee eens

39%

Geen mening of n.v.t.

Grafiek 6: Antwoordpercentages op de stellingen over het ontvangen van de zorg (n=54)

In grafiek 6 is te zien dat het algemene beeld positief is (n=54). Vooral bij de stellingen Mijn hulpverlener neemt mij serieus en mijn hulpverlener behandelt mij met respect zijn bijna alle jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) het er mee eens of helemaal mee eens. Bij de stellingen Verschillende zorgaanbieders werken goed samen om mij te helpen en Ik weet hoe ik een klacht kan indienen bij de zorgaanbieder, is het percentage dat het eens of helemaal eens is met de stelling kleiner dan bij de andere stellingen.

11

Vervolgens is een aantal stellingen voorgelegd over wat de hulp betekent voor de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s). Hierbij dient opgemerkt te worden dat het afhankelijk is van de gestelde hulpvraag en doelen in hoeverre deze stellingen betrekking hebben op de situatie van de jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s). In grafiek 7 zijn de antwoorden van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) weergegeven (n=54).

Door de hulp voel ik me beter

28%

63% 2%

9%

Door de hulp gedraag ik mij beter

20%

44%

Door de hulp gaat het thuis beter

19%

48%

6%

28%

Door de hulp voel ik me veiliger

15%

50%

31%

Door de hulp weet ik beter wat ik wil

11%

4% 4% 9%

33%

46%

30% 2%

Door de hulp zeg ik vaker wat ik nodig heb

15%

48%

Door de hulp wordt er beter naar mij geluisterd

15%

54%

9%

22%

Door de hulp kan ik beter mijn problemen oplossen

13%

54%

9%

24%

Door de hulp kan ik beter voor mezelf opkomen

11%

Door de hulp heb ik meer vertrouwen in de toekomst

15%

Door de hulp gaat het beter op school, werk of dagbesteding

15%

Door de hulp besteed ik mijn vrije tijd beter

13%

28%

6%

43%

Door de hulp is de relatie met vrienden en anderen beter geworden Helemaal mee eens

Mee eens

Niet mee eens

7%

39%

17% 50%

33% 2% 26%

7% 2% 7% 17% 4% 39%

59% 17%

Helemaal niet mee eens

28%

11%

41%

Geen mening of n.v.t.

Grafiek 7: Antwoordpercentages op de stellingen over de betekenis van de hulp (n=54)

Grafiek 7 toont aan dat jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) over het algemeen positief zijn over wat de hulp en/of ondersteuning voor hen betekent. Het meest positief zijn jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) over de stelling Door de hulp voel ik mij beter. Aan de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) is gevraagd wat ze goed vinden aan de hulp die ze krijgen. Deze vraag is beantwoord door 44 jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s). De antwoorden zijn geclusterd. Ze staan op volgorde van hoe vaak ze voorkomen. Per jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) kunnen meerdere antwoorden zijn gegeven. In tabel 2 staat een overzicht van de clusters en het aantal keren dat het antwoord door jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) genoemd is. Aantal Antwoordclusters 5 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat zij zich serieus genomen voelen

12

4 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat de hulpverlener(s) naar hen luisteren 3 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat de hulpverlener(s) professioneel handelen 3 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan de hulpverlener een plek biedt om te praten 3 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat de hulpverlener meedenkt en oplossingsgericht is 3 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat de hulpverlener laagdrempelig, toegankelijk en altijd bereikbaar is 3 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat de hulpverlener hen begrijpt 2 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat de hulpverlener(s) goed is 2 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat de ondersteuning passend/op maat is en afgestemd is op diens behoeften 2 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat het resultaat van de ondersteuning positief merkbaar is 2 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat de hulpverlener(s) deskundig zijn 2 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat de hulpverlener betrokken en invoelend is 2 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan geen mening te hebben 2 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat de hulpverlener goed advies geeft 2 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat het

zelfvertrouwen is vergroot 2 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan snel hulp te hebben gekregen en dat de hulp beschikbaar was 2 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan meer inzicht en begrip te hebben gekregen in de problematiek 1 Jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan zich begrepen te voelen en gehoord en/of gezien worden door de hulpverlener(s) 1 Jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat de hulpverlener(s) de tijd voor hem/haar nemen 1 Jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat sprake is van een duidelijk plan 1 Jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat de hulpverlener geduldig is 1 Jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat de hulpverlener veel inzet toont 1 Jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat sprake is van eigen inbreng en professioneel handelen 1 De jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat de hulp positief resultaat op heeft geleverd 1 De jeugdige en/of dienst ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat er een doorverwijzing heeft plaatsgevonden 1 De jeugdige en/of ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat het fijn is dat er een diagnose is gesteld Tabel 2: Antwoorden op de open vraag wat jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s)s goed vinden aan de hulp die ze krijgen (n=53)

13

In tabel 2 is te zien dat de meeste jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) aangeven dat ze zich serieus genomen voelen door de hulpverlener. Ook benoemen jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) dat de hulpverlener luistert, professioneel is en een plek biedt om te praten. Vervolgens is aan jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) gevraagd wat ze minder goed vinden aan de hulp die ze ontvangen. Deze vraag is beantwoord door 35 jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s). In tabel 3 zijn de antwoorden geclusterd. Per jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) kunnen meerdere antwoorden zijn gegeven. De clusters staan op volgorde van hoe vaak het antwoord genoemd is door de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s).

Aantal Antwoordclusters 16 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat zij geen aandachtspunten hebben en dat alles goed gaat 5 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat veel wisselingen hebben plaatsgevonden van hulpverleners 5 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat de communicatie niet goed verloopt, bijvoorbeeld mailtjes die niet beantwoord worden of dat afspraken niet goed worden ingepland 3 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat voortuitgang langzaam gaat en soms niet goed te zien is 2 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat sprake is van lange wachtlijsten/een lange wachttijd 2 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan dat ondersteuning in coronatijd op afstand is geboden. Hierdoor werd de persoonlijkheid gemist en werd niet de juiste ondersteuning geboden 1 De jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat de problemen rondom school en het vinden van balans tussen spanning en ontspanning nog niet zijn opgelost 1 De jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat de eerste hulpverlener niet de goede tools had. Dit is opgelost door het inzetten van een andere hulpverlener.

1 De jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan het jammer te vinden dat er geen PGB is toegekend, terwijl er een intensieve zorgvraag is Tabel 3: Antwoorden op de open vraag wat jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) minder goed vinden aan de hulp die ze krijgen (n=36)

In tabel 3 komt naar voren dat de meeste jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geen aandachtspunten hebben en dat alles goed verloopt. Een aantal jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat veel wisselingen zijn (geweest) in hulpverleners en dat de communicatie niet goed verloopt. De overige opmerkingen zijn divers en gaan onder andere over wachtlijsten, ondersteuning op afstand en de hulpverlener.

14

Tot slot is aan de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) gevraagd of zij overige opmerkingen of tips hebben voor de gemeente. In totaal hebben 28 jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) een reactie gegeven. Onderstaande tabel toont een overzicht. Ook hier zijn de antwoorden geclusterd en hebben jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) meerdere antwoorden kunnen geven. Aantal Antwoordclusters 19 Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan geen verdere opmerkingen of tips te hebben 1 Jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan tevreden en dankbaar te zijn met de hulp en/of ondersteuning die zij ontvangen 1 Jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat een aantal vragen in de enquête overbodig zijn/niet van toepassing zijn op diens situatie 1 Jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat er binnenkort gestart wordt met andere hulp via het autismehuis 1 Jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat de gemeente verlenging mogelijk moet maken 1 Jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft dat als een ouder om hulp vraagt, hier naar geluisterd moet worden 1 Jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat niet alles volgens het boekje kan 1 Jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat de indicatie voor de jeugdzorg niet zou worden verlengd, als er geen WLZ indicatie aangevraagd zou worden 1

Jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat het CJG goed meedenkt en de hulp die nodig is indiceert 1 Jeugdige en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat de enquête niet via de computer ingevuld kon worden Tabel 4: Antwoorden op de open vraag of jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s)s overige opmerkingen of tips hebben voor de gemeente (n=29)

In tabel 4 is te zien dat de meeste jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geen verdere opmerkingen of tips hebben. Daarnaast zijn opmerkingen over de vragenlijst gegeven. Tevens zijn opmerkingen gegeven over verlenging en het stopzetten van de indicatie als er geen WLZ aanvraag zou worden ingediend.

3.3 Kenmerken respondenten Eén van de algemene kenmerken die gevraagd is aan de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) is de leeftijd. In grafiek 8 is de verdeling in de verschillende leeftijdscategorieën weergegeven (n=50).

15

Tot 12 jaar

12%

12 tot 16 jaar

72%

16 of 17 jaar

18 jaar of ouder

16%

Grafiek 8: Verdeling van de leeftijdscategorieën van de steekproef (n=50)

In grafiek 8 is te zien dat het merendeel van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s), die de vragenlijst hebben ingevuld, zich in de leeftijdscategorie van 12 tot 16 jaar bevinden (72%). Geen van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s), die de vragenlijst hebben ingevuld, hebben de categorie 16 of 17 jaar ingevuld. Naast het vragen van de leeftijd is ook de volgende vraag gesteld: “Hoelang heb je/heeft de jeugdige hulp (gehad)?”. De resultaten hiervan zijn in grafiek 9 te zien (n=52). Dit overzicht zegt iets over hoe lang de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) ervaring heeft met de verkregen hulp tot nu toe. Hierin is niet meegenomen hoelang zij nog ondersteuning gaan ontvangen.

korter dan 3 maanden

Tussen de 3 en 6 maanden

Tussen de 6 en 12 maanden

Langer dan een jaar

6%

15%

31%

48%

Grafiek 9: Verdeling van de duur van de hulp op het moment van het invullen van de vragenlijst (n=52)

In voorgaande grafiek is te zien dat bij 48% van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) de duur van de zorg langer is dan een jaar. 21% van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) ontvangt tussen de 3 en 6 maanden of korter dan 3 maanden hulp. Tot slot is er gevraagd of jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) op het moment van invullen van de vragenlijst nog hulp ontvangen. In onderstaande figuur zijn de antwoorden weergegeven (n=54). 16

30%

70%

Ja

Nee

Figuur 1: Schematische weergave van jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s)s die hulp ontvangen op moment invullen vragenlijst (n=54)

In figuur 1 is te zien dan 70% van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) op het moment van deelname aan het onderzoek hulp ontvangt. 30% van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geeft aan dat de hulp reeds gestopt is ten tijde van het onderzoek.

17

4. Vergelijkingen met voorgaande onderzoeken Vanaf 2016 heeft de gemeente Epe onderzoek laten uitvoeren onder alle jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) die hulp en/of ondersteuning ontvangen via de Jeugdwet in 2015, 2016, 2017, 2018, 2019, 2020 en 2021. In 2016 werden de resultaten weergegeven per bouwsteen. Om deze reden kunnen de resultaten van 2016 niet meegenomen worden bij de vergelijking. SDO Support heeft een vergelijking gemaakt tussen resultaten van de onderzoeken van de laatste zes jaren.

4.1 Respons In 2022 is het responspercentage afgenomen ten opzichte van 2021. In de jaren 2017 en 2018 was de werkwijze hetzelfde. In 2019 en 2020 is de optie geboden om de vragenlijst online in te vullen. In 2021 en 2022 hebben de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) alleen de optie gekregen om de vragenlijst digitaal in te vullen. In alle gevallen zijn herinneringsbrieven verstuurd om het responspercentage te verhogen. Jaar

Aantal vragenlijsten

2017 2018 2019 2020 2021 2022

523 538 637 753 696 721

Schriftelijke respons 78 70 74 78 n.v.t. n.v.t.

Digitale respons n.v.t. n.v.t. 17 45 96 54

Totale responspercentage 15% 13% 14% 16% 14% 8%

Tabel 5: Overzicht per jaar, verstuurde vragenlijsten en responspercentage

In tabel 5 is te zien dat het responspercentage in de jaren 2018 – 2020 licht is gestegen. In 2021 nam dit percentage af en dit jaar is er sprake van een daling.

4.2 Toegang In tabel 6 is te zien dat in het onderzoek in 2021 relatief veel jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) zijn doorverwezen door het CJG. Dit percentage is gelijk aan vorig jaar. Jaar 2017 2018 2019 2020 2021 2022

Toegang CJG 48% 50% 49% 43% 43% 43%

Toegang huisarts 28% 28% 20% 28% 24% 31%

Tabel 6: Overzicht per jaar van percentage toegang CJG en huisarts

In tabel 6 is te zien dat in 2017 en 2018 de percentages nagenoeg gelijk zijn. In 2019 is het percentage van toegang via de huisarts gedaald en in 2020 is deze gestegen, gelijk aan 2017 en 2018. In 2021 en 2022 is het percentage dat via het CJG doorverwezen is gelijk gebleven aan 2020, terwijl in 2022 het percentage van toegang via de huisarts gestegen is.

4.2.1. Ondersteuning tijdens gesprek In tabel 7 is een overzicht te zien van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) die aangeven ondersteuning te hebben gehad tijdens het gesprek over de hulpvraag. Daarnaast is ook te zien

18

hoeveel procent van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geen behoefte heeft aan ondersteuning. Jaar 2017 2018 2019 2020 2021 2022

Ondersteuning gesprek hulpvraag 63% 47% 58% 52% 60% 36%

Geen behoefte aan ondersteuning 30% 39% 31% 38% 32% 52%

Wist niet dat dit kon/mocht 7% 13% 7% 10% 7% 13%

Tabel 7: Overzicht per jaar van ondersteuning bij het gesprek en geen behoefte aan ondersteuning

Het percentage jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) dat iemand ter ondersteuning heeft meegenomen tijdens het gesprek over de hulpvraag is flink gedaald ten opzichte van 2021. Het percentage jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) dat aangeeft geen behoefte aan ondersteuning te hebben is flink gestegen ten opzichte van vorig jaar. Ook het percentage jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) dat aangeeft niet te weten dat iemand mee kon ter ondersteuning is gestegen ten opzichte van 2021.

4.2.2. Ervaringen In tabel 8 is een overzicht gegeven van de belangrijkste facetten van ervaringen van jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) met de toegang tot de hulp. Hierbij is gekozen voor de facetten waarover de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) afgelopen jaren het meest uitgesproken waren (positief of negatief). Jaar

2017 2018 2019 2020 2021 2022

Respectvol bejegend tijdens de toegang tot hulp 95% 96% 91% 98% 90% 94%

Niet snel geholpen

Wist niet waar ik terecht kon

26% 36% 28% 19% 18% 15%

36% 25% 30% 29% 23% 32%

Tabel 8: Overzicht per jaar van ervaring van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) over de toegang tot de hulp

In tabel 8 is te zien dat het percentage jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) dat zich respectvol bejegend voelt, gestegen is ten opzichte van vorig jaar. Hierbij gaat het om de gesprekspartner tijdens het (keukentafel)gesprek. Daarnaast is het percentage dat aangeeft niet snel geholpen te zijn, gedaald ten opzichte van vorig jaar. Het percentage van de mensen die niet weten waar ze terecht konden is gestegen. Elk jaar is gevraagd hoe lang jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s)s moesten wachten tot de hulp van start ging. In onderstaande tabel zijn de uitkomsten hiervan te zien. Jaar 2017 2018 2019

Langer dan 8 weken 20% 40% 28% 19

2020 2021 2022

28% 26% 26%

Tabel 9: Overzicht per jaar wachttijd op hulp langer dan 8 weken

In tabel 9 is te zien dat een langere wachttijd (langer dan 8 weken) gelijk is gebleven ten opzichte van vorig jaar. In 2017 was dit percentage met een lange wachttijd het laagst.

4.3 De ontvangen hulp Net als de afgelopen jaren is ook dit jaar het algemene beeld over de ontvangen hulp positief. In tabel 10 zijn de percentages te zien van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) die aangeven het eens te zijn met de stelling betreft respectvolle bejegening door de hulpverlener en waarbij de hulpverlener de gemaakte afspraken nakomt. Jaar 2017 2018 2019 2020 2021 2022

Respectvol bejegening door hulpverlener 96% 99% 98% 99% 96% 96%

Komt gemaakte afspraken na 91% 99% 90% 97% 88% 90%

Tabel 10: Overzicht per jaar over positieve stellingen over het ontvangen van de hulp van de hulpverlener

In tabel 10 is te zien dat het percentage jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) dat zich respectvol bejegend voelt door de hulpverlener, gelijk is gebleven aan afgelopen jaar. Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) zijn meer tevreden over het nakomen van afspraken door de hulpverlener. Dit percentage is gestegen met 2%. Jaar 2017 2018 2019 2020 2021 2022

Niet bekend met indienen klacht 29% 29% 28% 31% 21% 39%

Geen goede samenwerking 20% 23% 19% 3% 8% 0%

Tabel 11: Overzicht per jaar over negatieve stellingen over het ontvangen van de hulp

In tabel 11 is te zien dat, ten opzichte van vorige jaren, een stuk meer jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) aangeven niet bekend te zijn met waar zij een klacht kunnen indienen. Dit is opvallend te noemen. Daarnaast is het opvallend te noemen dat geen van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) aangeeft dat er geen goede samenwerking is tussen de verschillende zorgaanbieders.

20

4.3.1. Betekenis van de hulp In tabel 12 is te zien op welke stelling het meest positief is geantwoord de afgelopen jaren en op welke het minst positief. De percentages van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) die het helemaal mee eens of mee eens zijn, staan hierin vermeld. Jaar 2017 2018 2019 2020

Meest positief Door de hulp voel ik mij beter (88%) Door de hulp voel ik mij beter (80%) Door de hulp voel ik mij beter (82%) Door de hulp voel ik mij beter (80%)

2021 2022

Door de hulp voel ik mij beter (82%) Door de hulp voel ik mij beter (91%)

Minst positief Door de hulp besteed ik mijn vrije tijd beter (72%) Door de hulp besteed ik mijn vrije tijd beter (50%) Door de hulp besteed ik mijn vrije tijd beter (47%) Door de hulp besteed ik mijn vrije tijd beter (45%) Door de hulp is mijn relatie met vrienden/anderen beter geworden (47%) Door de hulp besteed ik mijn vrije tijd beter (31%) Door de hulp besteed ik mijn vrije tijd beter (41%)

Tabel 12: Overzicht per jaar van uitkomsten positieve en minst positieve stelling over betekenis hulp

In 2017 is geen sprake geweest van de antwoordcategorie ‘geen mening of n.v.t.’. Dit heeft invloed op de percentages in tabel 12 over 2017. Verder is te zien dat de meest positieve en minst positieve stelling beide gestegen zijn in de afgelopen jaren. In 2022 zijn jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) het minst eens met de stelling dat vrije tijd beter besteed wordt. Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) kunnen bij een stelling tevens aangeven dat deze niet van toepassing is of zij hierover geen mening hebben. Tabel 13 bevat een overzicht van de gemiddelde percentages ‘geen mening of n.v.t.’ in de afgelopen jaren. Jaar 2018 2019 2020 2021 2022

Geen mening of n.v.t. 25% 23% 28% 33% 28%

Tabel 13: Overzicht per jaar van gemiddelde percentage antwoord: ‘geen mening of n.v.t.’ stelling over betekenis hulp

In 2022 geeft gemiddeld 28% aan dat de stellingen niet van toepassing zijn of dat zij hierover geen mening hebben.

4.4 Kenmerken In onderstaande tabel is te zien hoe de leeftijdscategorieën van de steekproef verdeeld zijn in de afgelopen drie jaar. Jaar 2017 2018 2019 2020 2021 2022

0-4 jaar 4% 6% 3% 8% 6% 4%

4-12 jaar 32% 57% 47% 50% 38% 8%

12-16 jaar 40% 17% 27% 27% 33% 72%

16-18 jaar 18% 17% 13% 11% 15% 0%

18 jaar of ouder 6% 4% 11% 3% 8% 16%

Tabel 14: Verdeling van de leeftijdscategorieën van de steekproef

21

Jaar 2017 2018 2019 2020 2021 2022

Langer dan een jaar hulp 51% 46% 42% 36% 52% 48%

Hulp in het onderzoekjaar 72% 58% 61% 69% 64% 70%

Tabel 15: Duur van de hulp

In tabel 15 is te zien dat het percentage jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s), dat langer dan een jaar hulp krijgt op het moment van het invullen van de vragenlijst, licht is gedaald. Het aantal jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) dat deelneemt aan het onderzoek en op dat moment nog steeds hulp krijgt, fluctueert in de loop der jaren.

22

5. Conclusies en aanbevelingen Dit onderzoek toont ervaringen van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) die hulp hebben ontvangen vanuit de Jeugdwet in 2021. In dit hoofdstuk zijn de conclusies en aanbevelingen per thema weergegeven. De aanbevelingen zijn te herkennen aan de ingesprongen, cursieve tekst.

5.1 Toegang Uit dit onderzoek blijkt dat in de meeste gevallen de toegang tot de jeugdhulp wordt geregeld door het CJG (43%). Daarna is de huisarts met 31% een belangrijke doorverwijzer naar hulp vanuit de Jeugdwet. 19% benoemt dat de hulp verkregen is via de school in samenwerking met schoolarts, jeugdverpleegkundige of schoolmaatschappelijk werker. Tevens geeft 11% van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) aan dat de toegang tot jeugdhulp ‘anders’ is verlopen dan de drie mogelijke routes. Opvallend is dat bij het benoemen van deze andere route van de toegang er wordt aangegeven dat dit door een professional, ouders of iemand zelf is geregeld. Hierdoor is niet duidelijk wie de daadwerkelijke verwijzer is geweest.

5.1.1 Ondersteuning 65% benoemt niemand te hebben meegenomen naar het gesprek waarin de hulpvraag werd besproken. 13% benoemt dat hij/zij niet wist dat dit kon en 52% benoemt hier geen behoefte aan te hebben. 18% van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) benoemt dat de ondersteuning invloed heeft gehad op het gesprek. Onduidelijk is of deze invloed positief of negatief is.

5.1.2 Ervaringen Over het algemeen hebben de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) een positief beeld van het proces van toegang tot hulp. Zij zijn met respect behandeld, hebben ondersteuning ontvangen die zij nodig hadden en de medewerkers wisten genoeg om hen te kunnen helpen. Opvallend is dat een relatief groot percentage (35%) het (helemaal) mee oneens is met de stelling “Toen ik hulp zocht, wist ik waar ik terecht kon”. Net als voorgaande jaren blijkt uit dit onderzoek dat het voor jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) niet altijd duidelijk is waar zij terecht kunnen voor hulp. Voorgaande jaren is aanbevolen om meer te investeren in de beschikbaarheid van informatie van de toegang tot het verkrijgen van hulp. Daarnaast is aanbevolen om informatie op een andere wijze over te brengen bij de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) zodat dit meer aansluit bij de belevingswereld van jeugdigen. Als aanvulling hierop raden wij aan om niet enkel informatie via teksten te delen maar te werken met podcasts en/of korte filmpjes en door het gebruik van visuele schema’s om bijvoorbeeld routes naar jeugdhulp uit te leggen. Jeugdigen zijn sterk visueel ingesteld en vangen informatie wellicht beter op als dit in beeld wordt vormgegeven dan enkel tekstueel.

Daarnaast is aan te bevelen om in gesprek te gaan met de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) welke aangeven dat de route naar hulp niet duidelijk is (geweest). Hierdoor kan de oorzaak achterhaald worden.

5.1.3 Passende ondersteuning Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) zijn over het algemeen positief over wat de hulp en/of ondersteuning voor hen betekent. Het meest positief zijn jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) over de stelling Door de hulp voel ik mij beter. Het grootste deel van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) is het eens met de stelling waarin wordt aangegeven dat ze zich serieus genomen en met respect behandeld voelen. Ook wordt 23

benoemd dat de hulpverlener voldoende tijd heeft voor hen. Opvallend is dat 23% niet weet hoe hij/zij een klacht kan indienen bij de zorgaanbieder als dit aan de orde zou zijn. Aanbevolen wordt om de zorgaanbieders te informeren over deze uitkomst. Belangrijk is dat zij duidelijk vermelden waar cliënten een eventuele klacht kunnen indienen. Dit draagt bij aan de kwaliteit van de ondersteuning die vanuit de jeugdwet wordt geboden. Als cliënten niet weten waar zij met eventuele klachten terecht kunnen, kan mogelijk de situatie verslechteren.

5.1.4 Wachttijd 28% van de jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) benoemt een wachttijd te hebben van 4 tot 8 weken voordat de hulp werd ingezet. De wachttijd is ook teruggekomen bij de stellingen over de toegang, hier gaf 15% aan het niet eens te zijn met de stelling dat ze snel werden geholpen. Landelijk is te zien dat de wachttijden in de jeugdzorg toenemen. Het is belangrijk dat gemeente Epe in beeld heeft waar (bij welke vorm(en) van hulp/begeleiding/behandeling) sprake is van een lange wachttijd zodat gerichter naar een oplossing kan worden gezocht. Ook is het belangrijk dat de diverse schakels waarmee een jeugdige in contact komt, duidelijk en effectief met elkaar communiceren en elkaar snel weten te vinden. Uit dit onderzoek blijkt dat naast het CJG, huisartsen en scholen belangrijke doorverwijzers zijn. Het is aan te bevelen met hen in gesprek te gaan over eventuele problemen waar zij tegenaan lopen bij het doorverwijzen zodat achterhaald kan worden waarom wachttijden relatief lang zijn.

5.2 Ontvangen hulp en/of ondersteuning Er zijn 55 aanbieders genoemd door jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s), waarvan Centrum Jeugd en Gezin (dit is geen zorgaanbieder, maar wordt blijkbaar wel zo ervaren) en Intraverte het meest voorkomen (beiden vijf keer). Daarnaast geven zowel bij Pactum als bij Cognito vier jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) aan zorg en/of ondersteuning te ontvangen. Karakter wordt vier keer genoemd en Buitenplaats de Poel drie keer.

5.2.1 Ervaringen Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) geven aan zich door de hulp en/of ondersteuning beter te voelen. Ook geven zij aan dat het door de geboden hulp en/of ondersteuning beter gaat met school, (vrijwilligers)werk en/of dagbesteding. Jeugdigen en/of diens ouder(s)/verzorger(s) zijn over het algemeen positief over de hulpverlener zelf. Zij worden met respect behandeld, voelen zich serieus genomen en er wordt naar hen geluisterd. Aandachtspunten die worden genoemd zijn wisselingen in de hulp, lange wachttijden, langzame voortgang/voortgang niet altijd goed zichtbaar en dat de communicatie niet altijd goed verloopt.

24

Bijlage 1 - Vragenlijst jeugdige Vragenlijst over je ervaring met de jeugdhulp in de gemeente Epe (jeugdige) Graag horen wij jouw ervaring met jeugdhulp in de gemeente Epe. Met de resultaten van deze enquête kan de gemeente de jeugdhulp verbeteren. Het invullen is vrijwillig en duurt ongeveer 10 minuten. Je antwoorden zijn anoniem en hebben geen gevolgen voor (mogelijk) verdere hulp en/of zorg. Hieronder een paar tips voordat je van start kunt gaan: - Vul de vragenlijst helemaal in. - Kies het antwoord dat het beste bij je past. - Kies altijd slechts één antwoord. - Bij de laatste vragen kun je opmerkingen kwijt over de hulp. Succes met invullen en alvast bedankt!

BLOK 1: Algemene vragen 1. Hoe oud ben je? (Kruis het juiste antwoord aan) o 12, 13, 14 of 15 jaar o 16 of 17 jaar o 18 jaar of ouder 2. Hoe lang heb je hulp (gehad)? (Kruis het juiste antwoord aan) o Korter dan 3 maanden o Tussen de 3 en 6 maanden o Tussen de 6 en 12 maanden o Langer dan een jaar 3. Ontvang je op dit moment nog hulp? (Kruis het juiste antwoord aan) o Ja o Nee Blok 2: De toegang tot de hulp 4. Wie heeft geregeld dat je hulp hebt gekregen? (kruis het juiste antwoord aan) o De jeugdgezondheidszorg; het consultatiebureau, schoolarts of jeugdverpleegkundige (CJG) o School in samenwerking met de schoolarts, jeugdverpleegkundige, of schoolmaatschappelijk werker (CJG) o Een jongerenwerker van Koppel (CJG) o De orthopedagoog (CJG) o Medewerkers toegangsteam jeugdhulp (CJG) o De huisarts o De medisch specialist o De (gezins-)voogd of kinderrechter o Mijn antwoord staat er niet bij. Ik kreeg hulp via ………………………………..

25

5. Heb je ter ondersteuning iemand meegenomen naar het gesprek/de gesprekken waarin de hulpvraag werd neergelegd (Kruis het juiste antwoord aan) o Ja, iemand uit mijn directe omgeving zoals ouders, familie, vriend etc. o Ja, mijn zorgverlener o Ja, iemand van MEE of een andere onafhankelijke cliëntondersteuner (professional die je helpt de weg te vinden naar juiste zorg en ondersteuning) o Nee, ik had hier geen behoefte aan o Nee, ik wist niet dat dit kon/mocht o Ja, iemand anders, namelijk……………………………………………………………… 6. Heeft het meenemen van deze persoon invloed gehad op het gesprek en de uitkomst? (kruis het juiste antwoord aan) o Ja o Nee Vraag 7 gaat over de toegang naar de zorg en niet om de ontvangen zorg zelf. Kruis in onderstaande tabel aan wat op jouw betrekking heeft. Je kunt kiezen uit helemaal mee eens, mee eens, niet mee eens, helemaal niet mee eens of geen mening, niet van toepassing (n.v.t.). 7. Toen ik hulp zocht: Helemaal mee eens

Mee eens

Niet mee eens ☐

Helemaal niet mee eens ☐

Geen mening of n.v.t. ☐

Wist ik waar ik terecht kon.

☐

☐

Werd ik snel geholpen.

☐

☐

☐

☐

☐

Werd ik goed geholpen bij vragen en problemen.

☐

☐

☐

☐

☐

Kreeg ik voldoende informatie over de hulp. Werden de beslissingen over de hulp samen met mij genomen.

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

Wisten de medewerkers genoeg om mij te kunnen helpen.

☐

☐

☐

☐

☐

Werd ik serieus genomen.

☐

☐

☐

☐

☐

Werd ik met respect behandeld.

☐

☐

☐

☐

☐

Kon ik de hulp krijgen die ik nodig had.

☐

☐

☐

☐

☐

8. De (gezins-)voogd, (huis)arts of de CJG medewerker heeft samen met jou gekeken welke hulp het beste bij jou past. Hoe lang heb je daarna moeten wachten tot de hulp werd ingezet? (Kruis het juiste antwoord aan) o Korter dan 2 weken o 2 tot 4 weken o 4 tot 8 weken o 8 tot 12 weken o Langer dan 12 weken o Weet ik niet

26

Blok 3: De ontvangen hulp 9. Van welke zorgorganisatie(s) ontvang/ontving je hulp en hoeveel hulpverleners zijn/waren er betrokken? (Vul de naam van de organisatie(s) in en de hoeveelheid hulpverleners waar jij mee te maken hebt gehad). Organisatie 1:………………………………………………………. Aantal hulpverleners………… Organisatie 2:………………………………………………………. Aantal hulpverleners………… Organisatie 3:………………………………………………………. Aantal hulpverleners………… Vraag 10 gaat over de ontvangen zorg en niet om de toegang tot de zorg. Kruis in onderstaande tabel aan wat op jouw betrekking heeft. Je kunt kiezen uit helemaal mee eens, mee eens, niet mee eens, helemaal niet mee eens of geen mening, niet van toepassing (n.v.t.). 10. Kruis in onderstaande tabel aan wat op jou betrekking heeft. Helemaal Mee eens mee eens Mijn hulpverlener neemt mij serieus. ☐ ☐

Niet mee eens ☐

Helemaal niet mee eens ☐

n.v.t./geen mening ☐

Mijn hulpverlener behandelt mij met respect.

☐

☐

☐

☐

☐

Mijn hulpverlener heeft genoeg tijd voor mij. Ik kan de hulpverlener goed bereiken als dat nodig is. Mijn hulpverlener helpt mij met mijn vragen en problemen. De hulpverlener komt zijn afspraken na.

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

Ik krijg voldoende informatie over de hulp. Ik weet wat het doel van de hulp is.

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

Ik heb samen met mijn hulpverlener de doelen van de hulp bepaald. Ik beslis mee over de hulp.

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

De hulpverlener kijkt regelmatig met mij of ik dichter bij de doelen komt. De verschillende zorgaanbieders werken goed samen om mij te helpen. Ik weet hoe ik een klacht kan indienen bij de zorgaanbieder.

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

Helemaal mee eens

Mee eens

Niet mee eens

Helemaal niet mee eens

n.v.t./geen mening

Door de hulp voel ik mij beter.

☐

☐

☐

☐

☐

Door de hulp gedraag ik mij beter.

☐

☐

☐

☐

☐

Door de hulp gaat het thuis beter.

☐

☐

☐

☐

☐

Door de hulp voel ik me veiliger.

☐

☐

☐

☐

☐

11. Wat betekent de hulp voor jou?

27

Door de hulp weet ik beter wat ik wil.

☐

☐

☐

☐

☐

Door de hulp zeg ik vaker wat ik nodig heb. Door de hulp wordt er beter naar mij geluisterd. Door de hulp kan ik beter mijn problemen oplossen. Door de hulp kan ik beter voor mijzelf opkomen. Door de hulp heb ik meer vertrouwen in de toekomst. Door de hulp gaat het beter op school, werk of dagbesteding. Door de hulp besteed ik mijn vrije tijd beter. Door de hulp is de relatie met vrienden en anderen beter geworden.

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

12. Wat vind/vond je goed aan de hulp?

13. Wat vind/vond je minder goed aan de hulp?

14. Heb je nog opmerkingen of tips voor ons?

15. Door wie is deze vragenlijst ingevuld? (Kruis het juiste antwoord aan) o Ik heb hem zelf ingevuld zonder hulp van ouders/verzorgers o Ik heb hem zelf ingevuld met hulp van mijn ouders/verzorgers o Door mijn ouders/verzorgers

Hartelijk dank voor je deelname!

28

Bijlage 2 - Vragenlijst ouders Vragenlijst over je ervaring met de jeugdhulp in de gemeente Epe (ouder/verzorger) Graag horen wij uw ervaring met jeugdhulp in de gemeente Epe. Met de resultaten van deze enquête kan de gemeente de jeugdhulp verbeteren. Het invullen is vrijwillig en duurt ongeveer 10 minuten. Uw antwoorden zijn anoniem en hebben geen gevolgen voor (mogelijk) verdere hulp en/of zorg. Hieronder een paar tips voordat u van start gaat: - Vul de vragenlijst helemaal in. - Kies het antwoord dat het beste bij je past. - Kies altijd slechts één antwoord. - Bij de laatste vragen kun je opmerkingen kwijt over de hulp. Succes met invullen en alvast hartelijk dank!

Blok 1: De toegang 1. Wie heeft geregeld dat uw kind de hulp heeft gekregen? (kruis het juiste antwoord aan) o De jeugdgezondheidszorg; het consultatiebureau, schoolarts, jeugdverpleegkundige (CJG) o School in samenwerking met de schoolarts, jeugdverpleegkundige, of schoolmaatschappelijk werker (CJG) o Een jongerenwerker van Koppel (CJG) o De orthopedagoog (CJG) o Medewerkers toegangsteam jeugdhulp (CJG) o De huisarts o De medisch specialist o Via de (gezins-)voogd of kinderrechter o Via een andere route, namelijk………………………………..

2. Heeft u ter ondersteuning iemand meegenomen naar het gesprek/de gesprekken waarin de hulpvraag werd neergelegd? (kruis het juiste antwoord aan) o Ja, iemand uit mijn directe omgeving zoals ouders, familie, vriend etc. o Ja, mijn zorgverlener o Ja, iemand van MEE of een andere onafhankelijke cliëntondersteuner (professional die je helpt de weg te vinden naar juiste zorg en ondersteuning) o Nee, ik had hier geen behoefte aan o Nee, ik wist niet dat dit kon/mocht o Ja, iemand anders, namelijk……………………………………………………………… 3. Heeft het meenemen van deze persoon invloed gehad op het gesprek en de uitkomst? (kruis het juiste antwoord aan) o Ja o Nee

29

Vraag 4 gaat om de toegang naar zorg en niet om de ontvangen zorg zelf. Kruis in onderstaande tabel aan wat op u betrekking heeft. 4. Toen ik hulp zocht voor mijn kind: Helemaal mee eens

Mee eens

Niet mee eens

n.v.t./geen mening

☐

Helemaal niet mee eens ☐

Wist ik waar ik terecht kon.

☐

☐

Werden we snel geholpen.

☐

☐

☐

☐

☐

Werden we goed geholpen bij vragen en problemen.

☐

☐

☐

☐

☐

Kregen we voldoende informatie over de hulp. Werden de beslissingen over de hulp samen met ons genomen.

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

Wisten de medewerkers genoeg om mijn kind te kunnen helpen. Werden we serieus genomen.

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

Werden we met respect behandeld.

☐

☐

☐

☐

☐

Kon mijn kind de hulp krijgen die hij/zij nodig had.

☐

☐

☐

☐

☐

☐

5. De (gezins-)voogd, (huis)arts of de CJG medewerker heeft samen met u en uw kind gekeken welke hulp het beste bij hem/haar past. Hoe lang heeft u daarna moeten wachten tot de hulp werd ingezet? (Kruis het juiste antwoord aan) o Korter dan 2 weken o 2 tot 4 weken o 4 tot 8 weken o 8 tot 12 weken o Langer dan 12 weken o Weet ik niet Blok 2: De ontvangen hulp 6. Van welke zorgaanbieder(s) ontvangt uw kind de hulp? Hoeveel hulpverleners zijn/waren er betrokken? (Graag de namen van zorgaanbieders aangeven en het aantal hulpverleners waarvan uw kind hulp heeft ontvangen per zorgaanbieder) Zorgaanbieder A:………………………………………………………. Zorgaanbieder B: ………………………………………………………. Zorgaanbieder C: ……………………………………………………….

Aantal hulpverleners………… Aantal hulpverleners………… Aantal hulpverleners…………

Vraag 7 gaat over de ontvangen zorg en niet om de toegang naar de zorg. Kruis in onderstaande tabel aan wat op u betrekking heeft. 7. Kruis in onderstaande tabel aan wat op u betrekking heeft. Helemaal Mee eens mee eens Mijn hulpverlener neemt mijn kind ☐ ☐ serieus.

Niet mee eens ☐

Helemaal niet mee eens ☐

n.v.t./geen mening ☐

30

Mijn hulpverlener behandelt mijn kind met respect.

☐

☐

☐

☐

☐

Mijn hulpverlener heeft genoeg tijd voor mijn kind. Ik kan de hulpverlener goed bereiken als dat nodig is. Mijn hulpverlener helpt mijn kind met zijn/haar vragen en problemen. De hulpverlener komt zijn afspraken na.

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

Mijn kind krijgt voldoende informatie over de hulp. Wij weten wat het doel van de hulp is.

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

De doelen van de hulp zijn in overleg met mij en mijn kind bepaald. Mijn kind en ik beslissen mee over de hulp.

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

De hulpverlener kijkt regelmatig met mijn kind of hij/zij dichter bij de doelen komt. De verschillende zorgaanbieders werken goed samen om te helpen. Mijn kind en ik weten hoe er een klacht kan worden ingediend bij de zorgaanbieder.

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

Helemaal mee eens

Mee eens

Niet mee eens

Helemaal niet mee eens

n.v.t./geen mening

Door de hulp voelt mijn kind zich beter.

☐

☐

☐

☐

☐

Door de hulp gedraagt mijn kind zich beter. Door de hulp gaat het thuis beter.

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

Door de hulp voelt mijn kind zich veiliger. Door de hulp weet mijn kind beter wat hij/zij wil. Door de hulp zegt mijn kind vaker wat hij/zij nodig heeft. Door de hulp wordt er beter naar mijn kind geluisterd. Door de hulp kan mijn kind beter zijn/haar problemen oplossen. Door de hulp kan mijn kind beter voor zichzelf opkomen. Door de hulp heeft mijn kind meer vertrouwen in de toekomst. Door de hulp gaat het beter op school, werk of dagbesteding. Door de hulp besteed mijn kind zijn/haar vrije tijd beter.

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

☐

8. Wat betekent de hulp voor u en uw kind?

31

Door de hulp is de relatie van mijn kind met vrienden en anderen beter geworden.

☐

☐

☐

☐

☐

9. Wat vindt/vond u goed aan de hulp?

10. Wat vindt/vond u minder goed aan de hulp?

11. Heeft u nog opmerkingen of tips voor ons?

Blok 3: Algemene vragen 12. Wat is de leeftijd van uw kind? (Kruis het juiste antwoord aan): o 0-3 jaar o 4-12 jaar o 13-16 jaar 13. Hoe lang heeft uw kind hulp (gehad)? o Korter dan 3 maanden o Tussen de 3 en 6 maanden o Tussen de 6 en 12 maanden o Langer dan een jaar 14. Ontvangt uw kind op dit moment nog hulp? o Ja o Nee

Hartelijk dank voor uw deelname!

32

Bijlage 3 – Vragenlijst voogd/verzorgers Vragenlijst over je ervaring met de jeugdhulp in de gemeente Epe (Voogd/verzorger) Graag horen wij jouw ervaring met jeugdhulp in de gemeente Epe. Met de resultaten van deze enquête kan de gemeente de jeugdhulp verbeteren. Het invullen is vrijwillig en duurt ongeveer 10 minuten. Je antwoorden zijn anoniem en hebben geen gevolgen voor (mogelijk) verdere hulp en/of zorg. Hieronder een paar tips voordat je van start kunt gaan: - Vul de vragenlijst helemaal in. - Kies het antwoord dat het beste bij je past. - Kies altijd slechts één antwoord. - Bij de laatste vragen kun je opmerkingen kwijt over de hulp. Succes met invullen en alvast hartelijk dank!

Blok 1: Algemene vragen 1. Hoe oud is de persoon die hulp ontvangt? (Kruis het juiste antwoord aan) o 0 tot en met 11 jaar o 12, 13, 14 of 15 jaar o 16 of 17 jaar o 18 jaar of ouder 2. Hoe lang heeft de jeugdige hulp (gehad)? (Kruis het juiste antwoord aan) o Korter dan 3 maanden o Tussen de 3 en 6 maanden o Tussen de 6 en 12 maanden o Langer dan een jaar 3. Ontvangt de jeugdige op dit moment nog hulp? (Kruis het juiste antwoord aan) o Ja o Nee Blok 2: De toegang tot de hulp 4. Wie heeft geregeld dat de jeugdige hulp heeft gekregen? (Kruis het juiste antwoord aan) o o o o o o o o o

De jeugdgezondheidszorg; het consultatiebureau, schoolarts, jeugdverpleegkundige (CJG) School in samenwerking met de schoolarts, jeugdverpleegkundige, of schoolmaatschappelijk werker (CJG) Een jongerenwerker van Koppel (CJG) De orthopedagoog (CJG) Medewerkers toegangsteam jeugdhulp (CJG) De huisarts De medisch specialist De (gezins-)voogd of kinderrechter Mijn antwoord staat er niet bij. De jeugdige kreeg hulp via………………………………..

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11655853/1