CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - 2026-05-12 Integrale groenvisie Epe DEF

Commissie Omgeving en Financiën 4 juni 2026, gemeente EpeBij agendapunt: Integrale Groenvisie 202614.370 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Integrale groenvisie Robuust, toegankelijk en eigen groen

Datum: 12 mei 2026 Versie: Definitief

Colofon Integrale groenvisie Gemeente Epe Versie: Definitief 12 mei 2026 Opdrachtnemer Idverde Advies Willemsplein 2, 5211AK ’s-Hertogenbosch Opgesteld door S. Noordam, T. van den Boogaart, L. Janssen Vrijgegeven door N. Pigmans Opdrachtgever Dhr. S. Brink Gemeente Epe Copyright 2026 idverde Advies. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van idverde Advies. idverde Advies is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport.

Foto omslag: Schieven Keizer, Aniek Steenbergen, 2025

2

Inhoudsopgave Samenvatting

4

1

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3

Epe, een groene gemeente Drie niveaus: visie, doelen en maatregelen Leeswijzer

5 6 7

2

De groene kwaliteiten van de gemeente Epe

8

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

De Veluwe – het natuurlijk hoogland De Veluweflank – het overgangslandschap De IJsselvallei – het open landschap Verbindende structuren Onze kernen Huidig groen in de gemeente

8 8 8 9 10 13

3

De waarde van groen

14

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7

Groen en diensten van de natuur Groen en klimaat Groen en biodiversiteit Groen en gezondheid Groen en ruimtelijke kwaliteit en identiteit Groen en de economische baten Groen en de waarde van bomen

14 15 15 16 17 19 20

4

Relevant bestaand beleid

21

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

Omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’ (2021) Ander gemeentelijk beleid Regio – Stedendriehoek Provinciaal beleid Waterschap Vallei en Veluwe Landelijk beleid Europees beleid

21 21 21 22 22 22 23

5

Maatschappelijke uitdagingen voor gemeente Epe

24

5.1 5.2 5.3

Toenemende ruimtevraag Teruggang van de biodiversiteit Negatieve gevolgen van klimaatverandering

24 25 26

6

Onze visie en kernwaarden

27

7

Doelen voor een groen Epe

31

Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2:

40 Samenvatting participatietraject Bronnenlijst

40 44

3

SAMENVATTING De gemeente Epe is van oudsher een uitgesproken groene gemeente. Van de Veluwse bossen tot de open IJsselvallei: onze landschappen vormen het fundament voor de leefkwaliteit, gezondheid en identiteit van onze gemeenschap. Tegelijkertijd staan deze kwaliteiten onder druk door klimaatverandering, toenemende ruimtevraag, afname van biodiversiteit en maatschappelijke transities. Met deze integrale groenvisie kiezen we voor een duidelijke koers: groen is een strategische voorwaarde voor een gezonde, toekomstbestendige en economisch sterke gemeente. Groen levert aantoonbare maatschappelijke én economische baten. Een groene leefomgeving verbetert de gezondheid van inwoners, verlaagt stress, stimuleert beweging en ontmoeting en vermindert hittestress en wateroverlast. Dit voorkomt zorgkosten, verhoogt welzijn en draagt bij aan vitale wijken. Groen maakt onze dorpen aantrekkelijk om te wonen, te ondernemen en te recreëren. Vastgoed in groene wijken is meer waard, en het toerisme en de recreatieve sector varen wel bij een aantrekkelijk landschap. Daarnaast vormt groen de basis voor een rijk ecosysteem: het biedt voedsel, schuilplaatsen en verbindingen voor planten en dieren en zorgt voor sterke, veerkrachtige natuur. Door biodiversiteit te versterken blijven ecosystemen gezond en beter bestand tegen klimaatverandering. En zorgen zo voor een goede leefomgeving voor mensen.

Daarmee is groen een investering die zich terugverdient in gezondheid, leefkwaliteit en economische groei. De visie formuleert drie kernwaarden die richting geven aan al ons toekomstige beleid en ruimtelijke keuzes: robuust, toegankelijk en eigen. Robuust groen betekent een sterk, veerkrachtig en toekomstbestendig netwerk van bomen, natuur en bodem dat bestand is tegen hitte, droogte en extreme neerslag. Toegankelijk verwijst naar een inclusieve, bereikbare en gezonde leefomgeving, waarin groen voor iedereen, mens én dier, functioneel en beleefbaar is. Met eigen benadrukken we het belang van groen dat past bij de identiteit van de gemeente Epe en onze karakteristieke landschappen; groen dat onze historie zichtbaar maakt en de kwaliteit van ons landschap versterkt. De groenvisie draagt bij aan de ruimtelijke ontwikkeling van de komende decennia en vormt een leidraad voor beleid, ontwerp, uitvoering en beheer. De kernwaarden komen concreet tot uiting in onze doelen. Stedelijke groenstructuren worden leidend bij ruimtelijke ontwikkelingen; natuurinclusief ontwerpen wordt de norm; en ecologisch beheer vormt de basis voor een veerkrachtig ecosysteem. We investeren in een aaneengesloten groenblauw netwerk, versterken biodiversiteit en beschermen ons groene erfgoed. Samenwerking met inwoners, organisaties en ondernemers vormt daarbij een belangrijke pijler.

Gezamenlijk vormen deze ambities de bouwstenen voor een toekomstbestendig Epe. Binnen deze ambities spelen bomen een sleutelrol. Zowel in de kernen als in het buitengebied vormen bomen de ruggengraat van een robuust en toekomstbestendig groen netwerk. Bomen zorgen voor verkoeling, waterberging, gezonde lucht, biodiversiteit, landschappelijke kwaliteit en recreatieve aantrekkingskracht. Met deze visie leggen we een stevig fundament voor onze gehele gemeente: een gemeente waarin natuur en samenleving elkaar versterken, waar gezondheid en economie hand in hand gaan en waar toekomstige generaties kunnen blijven genieten van een aantrekkelijk, veerkrachtig en herkenbaar groen Epe.

4

1 INLEIDING 1.1 Epe, een groene gemeente Epe is een uitgesproken groene gemeente. Van de weidse rivierlandschappen en de polders in de IJsselvallei tot de dichte bossen van de Veluwe: overal vormt groen het karakter van onze leefomgeving. Dat groene karakter beperkt zich niet tot het buitengebied. Ook in de dorpen zelf heeft groen een prominente rol. De parken – zoals het Sweerts de Landaspark, het Loeffpark en het Beekpark – zijn plekken waar mensen elkaar ontmoeten tussen de bomen en bezoekers tot rust komen in het groen. Karakteristieke bomenrijen geven de dorpen hun herkenbare uitstraling. Een prachtig voorbeeld is de Quickbornlaan, waar oude beuken de identiteit van de straat bepalen. Bomen, bermen en groenstroken zorgen voor schaduw, verkoeling, biodiversiteit en kleur in het straatbeeld. Plantsoenen en parken dragen bij aan de leefbaarheid in de wijken en vormen het fundament voor gezondheid en welzijn. Al dit veelzijdige groen maakt onze gemeente op veel vlakken aantrekkelijk voor inwoners én bezoekers. Tegelijkertijd staat het groene karakter van onze gemeente onder druk. Wereldwijde opgaven, zoals adaptatie aan klimaatverandering en nationale vraagstukken, zoals de woningbouwopgave, leggen steeds meer beslag op de ruimte.

We willen ruimte geven aan deze uitdagingen en tegelijk ruimtes ontwikkelen met een hoge kwaliteit om gezondheid, welzijn en een robuust systeem te creëren. Juist daarom is het van groot belang om het groene karakter van onze gemeente – in het buitengebied én in de kernen – te behouden en te versterken. Zodat ook toekomstige generaties kunnen genieten en gebruik maken van groen, waarbij beleefbaarheid, gezondheid en leefbaarheid voor onze inwoners hand in hand gaan met goede zorg voor onze natuurlijke rijkdommen. Deze groenvisie schetst de hoofdlijnen hoe we in de komende decennia omgaan met het groen in onze gemeente. De groenvisie biedt richting in een tijd waarin het steeds dringender is om maatregelen te nemen tegen de nadelige gevolgen van klimaatverandering en de verhoogde ruimtevraag in de buitenruimte. En om te zorgen voor het behoud en de versterking van de biodiversiteit, zodat onze leefomgeving en voedselvoorziening gezond blijven. Groen is niet alleen een kleur. In deze groenvisie omvat groen alle vegetatie en natuurlijke elementen in de buitenruimte (openbaar alsook particuliere terreinen) die bijdragen aan ecologische kwaliteit, biodiversiteit, klimaatadaptatie, landschap en leefbaarheid. Hieronder vallen bijvoorbeeld bomen, plantvakken en bermen, maar ook grotere groenelementen als houtsingels, beekoevers en parken.

Eerdere beleidsdocumenten, zoals bijvoorbeeld het landschapsontwikkelingsplan (2009), bevatten een mooie inventarisatie van de potentie van ons groen. Hierop borduren we voort met een nieuwe koers om antwoord te geven op maatschappelijke ontwikkelingen van deze tijd. Een visie is bij uitstek een langetermijnperspectief, een stip op de horizon die verder reikt dan de vierjaarlijkse politieke cyclus. Dit vooruitkijken is noodzakelijk om de samenhang en het karakter van onze gemeente te beschermen en toekomstbestendig te maken. Met deze visie schetsen we een beeld voor ons groen voor tenminste de komende 20 jaar. Na vijf jaar zullen we de gestelde doelen evalueren en na 10 jaar het gehele visie document. 5

1.2 Drie niveaus: visie, doelen en maatregelen In gemeentelijk beleid onderscheiden we drie niveaus: Visie (strategisch): Het niveau van een visie, zoals deze groenvisie, benoemt waar we als gemeente naartoe willen, welke waarden we koesteren en welke richting we op gaan voor de lange termijn. Het schetst de langetermijnbeelden en ambities die we nastreven op het gebied van groen. De visie is strategisch en richtinggevend op een hoog niveau. Het geeft als het ware het einddoel of het eindbeeld aan. De visie zegt nog niets over het HOE of via welke doelstellingen we dit eindbeeld willen gaan bereiken. Daarvoor zijn de doelen op tactisch niveau gedefinieerd. Doelen (tactisch): Doelen maken de visie concreter: ze benoemen op welke manier we de visie willen gaan bereiken. Zie het als de tussenstations die we aandoen en de route die we nemen om op het eindbeeld aan te komen. In deze groenvisie zijn daarom ook doelen gedefinieerd. Ze geven op een tactische manier richting aan hoe we naar het eindbeeld gaan en ze geven handvatten voor beleidsdocumenten waarin deze doelen worden uitgewerkt, maar ook aan concrete acties en maatregelen. Maatregelen (operationeel): Maatregelen zijn algemeen omschreven ingrepen om doelen te realiseren en op lange termijn het eindbeeld.

Denk hierbij aan het realiseren van bloemrijke bermen, het stimuleren van de aanleg van landschapselementen of het optimaliseren en vastleggen van een kapvergunningstel. De maatregelen zijn operationeel van aard: dingen die we daadwerkelijk ‘doen’. Deze groenvisie is een strategisch-tactisch document en richt zich daarom op de eerste twee niveaus van beleidsvorming. Dat wil zeggen dat we een visie en doelen vastleggen, maar geen maatregelen benoemen. Die worden uitgewerkt in plannen die gebaseerd worden op deze groenvisie, zoals een beheerplan of een uitvoeringsprogramma. Bestaande beleidsdocumenten zullen mogelijk aangepast moeten worden aan de vastgelegde visie en doelen. Deze groenvisie schetst daarmee de richting op de lange termijn voor het groen in de gemeente Epe. Deze werkt de punten uit Omgevingsvisie ‘Natuurlijk Goed Leven’ verder uit. En vertaalt die visie in concretere doelen die richting geven aan beleid en keuzes. Daarmee biedt de visie kaders voor programma’s, het omgevingsplan en ruimtelijke projecten en legt zij expliciet de verbinding met grote opgaven zoals klimaatadaptatie en gezondheid. Bovendien geeft de groenvisie input voor de nota ‘Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR)’, die in 2025/2026 wordt opgesteld. Dit is het eerste nieuwe beleidsdocument dat op basis van de nieuwe groenvisie zal worden vastgesteld.

6

Figuur 1: de beleidscyclus onder de Omgevingswet.

1.3 Leeswijzer Deze integrale groenvisie kent zeven hoofdstukken en diverse bijlagen. Samen geven zij een compleet beeld van de groene kwaliteiten van de gemeente Epe, de waarde en betekenis van groen, en de richting waarin we ons beleid en uitvoeringsplannen de komende jaren ontwikkelen. • Hoofdstuk 1 – Inleiding schetst het groene karakter van Epe en licht toe waarom een nieuwe integrale visie nodig is. Hier wordt ook het onderscheid uitgelegd tussen visie, doelen en maatregelen. • Hoofdstuk 2 – De groene kwaliteiten van de gemeente Epe beschrijft de bestaande landschappen, de kernen en de huidige groenstructuur. Dit vormt de basis voor onze identiteit en ons groene fundament. • Hoofdstuk 3 – De waarde van groen laat zien wat groen betekent voor klimaatadaptatie, biodiversiteit, economie, leefkwaliteit en gezondheid. • Hoofdstuk 4 – Relevant bestaand beleid plaatst de visie in de context van bestaand beleid op Europees, nationaal, provinciaal, waterschaps- en gemeentelijk niveau. • Hoofdstuk 5 – Maatschappelijke uitdagingen voor de gemeente Epe gaat in op trends en opgaven die in Epe voelbaar zijn, zoals de druk op de openbare ruimte, klimaatverandering en verlies van biodiversiteit. • Hoofdstuk 6 – Onze visie en kernwaarden presenteert het langetermijnbeeld en vertaalt dit naar drie centrale kernwaarden: robuust, toegankelijk en eigen.

Bij elke kernwaarde zijn doelen geformuleerd. • Hoofdstuk 7 – Doelen voor een groen Epe werkt de visie en kernwaarden uit in doelen voor de komende tien jaar. Elk doel is gekoppeld aan één of meerdere kernwaarden, zodat ze bijdragen aan het bereiken van de visie. • Bijlagen geven verdieping en praktische handvatten. Zo bevatten zij onder meer de resultaten van participatie en een aanzet voor de activiteiten van de komende jaren.

Afbeelding 1: Herfstkleuren bij het Apeldoorns kanaal, één van de kenmerkende blauwe aders in de gemeente.

7

2 DE GROENE KWALITEITEN VAN DE GEMEENTE EPE De gemeente Epe ligt in een uniek deel van Gelderland, precies op de overgang van de hoge Veluwe naar de laaggelegen uiterwaarden van de IJssel. Reliëf, bodem, water en eeuwenlang menselijk gebruik hebben samen een mozaïek van landschappen gevormd. Deze zorgen samen voor een uitzonderlijke rijkdom aan natuur, biodiversiteit, landschap en cultuurhistorie. Van hoog naar laag, van bos naar rivier, van natuur naar cultuur: de drie hoofdlandschappen van de gemeente – de Veluwe, de Veluweflank en de IJsselvallei – vormen een gevarieerd geheel met een sterke identiteit. Ook de vier kernen Epe, Vaassen, Oene en Emst dragen hieraan bij. Deze variatie maakt het landschap waardevol en vormt de basis voor het groene karakter van onze gemeente.

2.1 De Veluwe – het natuurlijke hoogland Aan de westzijde van de gemeente ligt de Veluwe: Een uitgestrekt natuurgebied op een oude stuwwal. Hier domineren bossen, heidevelden en zandverstuivingen in droge bossen en heideontginningen. Het is het hoogste deel van de gemeente, met een grote biodiversiteit en hoge cultuurhistorische waarden. De Veluwe is belangrijk voor natuurbehoud én geliefd als recreatiegebied, met rust, weidsheid en stilte als kernkwaliteiten.

Figuur 2: de drie landschapszones in de gemeente: 1. Veluwe, 2. Veluweflank, 3. IJsselvallei.

2.2 De Veluweflank – het overgangslandschap Tussen de Veluwe en de IJssel strekt zich de Veluweflank uit: een uniek cultuurlandschap waar hoogteverschillen, dekzandruggen en sprengenbeken samenkomen met oude bouwlanden en houtwallen. Het gebied ademt geschiedenis; natuur en menselijk ingrijpen zijn hier onlosmakelijk verbonden. Karakteristieke elementen zoals oude lanen, enken, beekdalen en hooilanden geven de Veluweflank haar herkenbare identiteit, aangevuld met natte heideontginningen en sprengen die het landschap een bijzondere dynamiek geven. In dit groene mozaïek liggen de drie grotere kernen van de gemeente: Epe, Vaassen en Emst.

2.3 De IJsselvallei – het open laagland Aan de oostzijde ligt de IJsselvallei: een open en nat gebied met vruchtbare rivierkleigronden. Weteringen, uiterwaarden en historische boerderijen op oeverwallen bepalen hier het beeld. De vallei biedt weidse vergezichten, wordt intensief agrarisch gebruikt en kent een karakteristieke lange, vaak smalle verkaveling. Hier vinden we de broeklanden terug en de kampontginningen. Oene ligt als enige kern in deze landschapszone. Daarnaast vinden we in IJsselvallei de oeverwallen en uiterwaarden die belangrijk zijn voor natuurontwikkeling, waterberging en klimaatadaptatie. De IJsselvallei heeft haar karakter als overstromingsgebied teruggekregen door het Ruimte voor de Rivierproject wat de afgelopen jaren is gerealiseerd.

8

2.4 Verbindende structuren Naast de drie hoofdlandschappen kent de gemeente groene, blauwe en groenblauwe1 structuren die het hele gebied verbinden en versterken. De belangrijkste zijn de beken, die van west naar oost stromen en landschappelijke, ecologische én cultuurhistorische betekenis hebben. Andere belangrijke blauwe structuren zijn de Grift, het Apeldoorns Kanaal en de weteringen in de IJsselvallei. Groene structuren zoals oude lanen, houtwallen en historische routes – zoals de dorpenroute – dragen bij aan de herkenbaarheid en samenhang van het landschap. Samen vormen zij de groene en blauwe aders van gemeente Epe die structuur geven aan het landschap. Ook het grote netwerk aan zandwegen is karakteristiek voor de gemeente: ze vormen een groot en waardevol netwerk met hoge cultuurhistorische, recreatieve, ecologische en landschappelijke kwaliteiten, die bijdragen aan herkenbaarheid, biodiversiteit, waterbeheersing en de regionale identiteit.

Legenda

Figuur 3: de gemeente Epe vanuit vogelvluchtperspectief.

1

Met groene, blauwe en groenblauwe structuren bedoelen we de groene verbindingen (bomen maar ook andere groene elementen), blauwe verbindingen (sprengbeken) en de combinatie daarvan. Een voorbeeld van zo’n combinatie is een sprengenbeek met de oevers ernaast.

9

2.5 Onze kernen De vier kernen van de gemeente Epe – Epe, Vaassen, Emst en Oene – zijn de plekken waar mensen wonen, werken en samenkomen in het groen. Ze liggen ingebed in het landschap en hebben elk een eigen groene identiteit. Epe, Vaassen en Emst vormen samen de noord– zuidgerichte dorpenroute op de Veluweflank. Deze dorpenroute is historisch gegroeid op de overgang van hoge zandgronden naar lagere gebieden. Oene ligt los van deze dorpenroute in de IJsselvallei. Het dorp heeft zich ontwikkeld rond oude landbouwgronden en weteringen. In alle dorpen dragen lanen, beken, parken en dorpsranden bij aan de ruimtelijke samenhang en de groene identiteit. Epe is de grootste kern en het centrum voor voorzieningen. Het dorp ligt op de Veluweflank, op een overgang van enkele enken naar het beekdal van de Dorpse Beek. De groenstructuur bestaat onder andere uit: • Parken zoals Sweerts de Landaspark, Loeffpark, Prinses Julianapark en beekpark; • Lanen en bomenrijen langs invalswegen en in het centrum, waaronder ook het K.C. van Neslaantje als robuuste structuur; • Beken die als groenblauwe linten door en langs het dorp lopen (zoals de Dorpse Beek en de Klaarbeek); • Historische lanen bij landgoederen, zichtbaar aan de randen van de kern, die de relatie met het omliggende landschap versterken.

Afbeelding 2: Impressie van groen in Epe.

10

Vaassen, op de Veluweflank ten zuiden van Epe, wordt gekenmerkt door de ligging tussen twee beekdalen en de nauwe verbondenheid met kasteel Cannenburch en het parkbos. Kenmerkende groene kwaliteiten zijn: • Historische parken en lanen rond kasteel Cannenburch en het landgoed; • Groene dorpsranden met houtwallen en bomenrijen die de overgang naar het buitengebied verzachten; • Groen in woonwijken afkomstig uit oudere verkavelingen en herinrichting; • Beekstructuren zoals de Dorpse Beek, Nieuwe Beek, Rode Beek en Hartense Molenbeek.

Afbeelding 3: Groen in Vaassen.

Emst ligt tussen Epe en Vaassen en is ontstaan op een grote enk en heeft een kleinschaliger karakter. Het lintdorp is ontstaan langs de invalswegen, de lintbebouwing is nog altijd bepalend voor het beeld. De belangrijkste kwaliteiten zijn: • Groene dorpsentrees met bomenrijen langs de invalswegen; • Plantsoenen en speelgroen centraal in het dorp, die ontmoetingsplekken vormen; • Relatie met omliggende landbouwgronden en open landschap; • Lanen en singels die de structuur versterken en de verbinding leggen naar het buitengebied.

Afbeelding 4: Groen in Emst.

11

Oene ligt los ten oosten van de dorpenroute, in de IJsselvallei. Het compacte dorp wordt omringd door agrarisch gebied met een lange historie van weteringen, kleinschalige verkaveling en erven. Groene kwaliteiten zijn: • Het dorpsplein en de kerkzone met volwassen, beeldbepalende bomen; • Laanstructuren die aansluiten op historische routes in het buitengebied; • Groene erven en kleinschalige beplanting die aansluiten bij het agrarische karakter; • Beplanting langs weteringen die ecologische verbindingen vormen.

Afbeelding 5: Impressie van groen in en rondom Oene.

Buurtschappen Naast de vier kernen kent de gemeente Epe ook diverse buurtschappen, zoals Niersen, Zuuk, Gortel en Wissel, die verspreid liggen in het overgangsgebied tussen de Veluweflank en het buitengebied. Deze buurtschappen zijn vaak ontstaan rond historische erven, beken of landgoederen en vormen een waardevolle schakel tussen de dorpen en het omliggende landschap. Hun kleinschalige karakter en landschappelijke inbedding dragen bij aan de ruimtelijke samenhang en groene identiteit van de gemeente.

Afbeelding 6: Buurtschap Niersen (bron: kroondomeinhetloo.nl).

Afbeelding 7: Buurtschap Zuuk (bron: Bekenstichting).

12

Afbeelding 8: Buurtschap Gortel

2.6 Huidig groen in de gemeente Het bestaande groen binnen de gemeente vormt een belangrijke fysieke en ecologische verbinding tussen de verschillende zones en kernen. Op onderstaande kaart zijn de belangrijkste groene en blauwe structuren binnen de gemeente weergegeven. De kaart vormt het vertrekpunt om inzichtelijk te maken wat er op dit moment aanwezig is. Om later het effect van de genomen maatregelen zichtbaar te maken, is het essentieel dat de gemeentelijke groendata op orde is. Een goed beeld van wat er wel of juist niet is, helpt bij het gericht realiseren van doelen.

Figuur 4: Belangrijkste groene en blauwe structuren in de gemeente Epe.

Deze kaart laat zien hoe het groene en blauwe netwerk zich verhoudt tot de kernen en bebouwde gebieden. De groenstructuren zijn belangrijke groene verbindingen tussen buitengebied en kernen, die dienen als migratieroute voor fauna zoals dassen, egels en vleermuizen. De sprengenbeken zijn karakteristiek voor de gemeente als groen erfgoed maar ook vanuit cultuurhistorisch perspectief. Ze vormen met hun oevers belangrijke groenblauwe verbindingen, die een goede basis bieden voor oevervegetatie en amfibieën. De bossen die onder het Natuurnetwerk Nederland vallen beslaan het westelijke gedeelte van de gemeente. De bosrijke wijken die daaraan grenzen bieden een aangename leefomgeving voor mens en dier en vormen een zachte overgang naar het buitengebied. Tot slot vormt het bos ten noorden van Epe het grootste aaneengesloten groenareaal in beheer van de gemeente.

13

3 DE WAARDE VAN GROEN Het groen in onze gemeente, van parken en houtsingels tot bomen en grasbermen, is van grote waarde: het is ons natuurlijk kapitaal. Groen draagt bij aan de leefkwaliteit doordat het ons veel voordelen biedt voor onder meer klimaatadaptatie, behoud van de biodiversiteit, gezondheid, leefkwaliteit en economie.2 Bomen nemen daarbij een bijzondere plaats in: zij leveren heel veel van deze voordelen en zijn daarom van onschatbare waarde.

3.1 Groen en diensten van de natuur Groen levert veel voordelen voor ons mensen. Dit begint bij de bodem en het gebruik ervan: een grote variatie aan bodemtypes en ontginningsgeschiedenis in de gemeente zorgt voor een gevarieerd systeem met planten- en diersoorten in sterke ecosystemen. Deze leveren ons op hun beurt de zogenaamde ecosysteemdiensten. Dit zijn de diensten of voordelen die mensen ontvangen van de natuur om hen heen, zoals voedsel, frisse lucht en schoon drinkwater. Maar bijvoorbeeld ook een hogere vastgoedwaarde in een groene omgeving of de opbrengsten van recreatie in het groen. Ecosystemen zijn van groot belang voor de mens, we zijn ervan afhankelijk om te leven. Een sterk ecosysteem is bestand tegen verstoringen, zoals ziekten of natuurverschijnselen, en kan zich beter aanpassen aan bijvoorbeeld klimaatverandering. Ecosysteemdiensten worden ingedeeld in drie groepen: bron 8 • Productiediensten (zoals voedsel en hout), • Culturele diensten (zoals recreatie en beleving), • Regulerende diensten (zoals waterberging en luchtzuivering). Al deze ecosysteemdiensten zijn van essentieel belang voor de gemeente Epe.

We lichten er een paar uit als voorbeeld: Groene recreatie levert niet alleen voordelen op voor inwoners qua gezondheid doordat ze buiten bewegen en actief zijn, maar zorgt ook voor inkomsten: toeristen komen graag in de groene omgeving recreëren; bron 19,36,41 Waterberging: De bodem houdt water vast en zorgt er daarmee voor dat er én minder wateroverlast door hevige regenval zijn én dat er langer water beschikbaar blijft voor beplanting; bron 14,15

En tenslotte is het reinigende vermogen van bodem, water en lucht belangrijk: schadelijke stoffen worden gefilterd en opgeslagen wat een positieve invloed heeft op gezondheid. bron 4,5,21,22 Figuur 5: voorbeelden van ecosysteemdiensten in Nederland. Bron: PBL, WUR, CICES 2014. 2

De uitspraken die in dit hoofdstuk gedaan worden, worden onderbouwd door bronnen. Deze zijn in de bijlage te vinden aan de hand van het nummer achter de uitspraak.

14

3.2 Groen en klimaat Groen als regulerende dienst helpt de effecten van klimaatverandering te beperken, zowel in de dorpen als in het buitengebied. Het verbetert het microklimaat door: • Verkoeling: Bomen en groen zorgen voor verkoeling doordat de bladerkroon schaduw biedt. Zonnewarmte wordt hierdoor tegengehouden. Ook gebruiken planten via evapotranspiratie (verdamping) de warmte uit de lucht, wat leidt tot een merkbare daling van lucht- en oppervlaktetemperaturen. Daardoor daalt de gevoelstemperatuur én is minder energie voor koeling van woningen nodig. Ook de hittestress in stedelijk gebied wordt hierdoor verminderd bron 16,20,26,41; • Wateropvang: een humusrijke en doorwortelde bodem werkt als een spons en vangt daarmee water op én houdt dit gelijktijdig vast in periodes van droogte. Daarmee wordt wateroverlast bij hevige buien verminderd en is de bebouwde omgeving beter bestand tegen droogte. En daarmee ook beter bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering bron 9,14,15; • Waterkringloop: door meer groen wordt de kringloop van regenwater verbeterd, waardoor droogte vermindert en de kans op bosbranden afneemt bron 14.

Figuur 6: de effecten van groen op het klimaat (© idverde Advies).

3.3 Groen en biodiversiteit Een andere regulerende dienst die groen biedt is het ruimte geven aan biodiversiteit. Onder biodiversiteit verstaan we de hoeveelheid verschillende soorten planten, dieren en microorganismen die in een bepaald gebied leven en de onderlinge samenhang daarvan. Het behoud van biodiversiteit is essentieel voor een veerkrachtig landschap en ecosysteem en duurzame landbouw. Een gevarieerde groene omgeving in zowel het buitengebied als in het stedelijk gebied, versterkt de biodiversiteit voor met name dieren door het leveren van voedsel, verblijfplaatsen en mogelijkheden tot voortplanting. • Voedsel: groene elementen leveren nectar en stuifmeel voor insecten en vruchten voor vogels en kleine zoogdieren en voedsel voor planteneters bron 1,2,12,39; 15

• • •

Verblijfplaatsen: diverse groene elementen leveren allerlei mogelijkheden voor dieren om te verblijven. Denk aan bomen voor vogelnesten, bladerhopen voor egels en ringslangen en dood hout voor insecten en spechten bron 1,2,39; Voortplanting: bossen, houtwallen, lanen en beken vormen verbindingen waarlangs planten en dieren zich kunnen verspreiden. Zo kan er uitwisseling tussen populaties ontstaan, waardoor deze gezond blijven bron 35; Evenwicht: sterke, diverse ecosystemen bevatten genoeg natuurlijke vijanden om ziektes en plagen te beperken.

Figuur 7: de effecten van groen op biodiversiteit (© idverde Advies).

3.4 Groen en gezondheid Een groene leefomgeving draagt aantoonbaar bij aan de gezondheid van inwoners bron 10,24,25,44 en vormt zowel een regulerende als een culturele dienst. Groen biedt rust, stimuleert beweging en ontmoeting, en vormt daarmee een belangrijke basis voor preventie en welzijn bron 6,7,13. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat dit onder meer gebeurt via verbetering van de luchtkwaliteit bron 4,5,21,22, het bevorderen van lichamelijke activiteit bron 19,36,42 en het verminderen van stress bij zicht op groen. Mensen die in een groene omgeving wonen zijn gemiddeld gezonder, ervaren minder gezondheidsklachten en hebben een lager risico op vroegtijdige sterfte bron 31,32,33. • Uitzicht op groen: draagt bij aan betere concentratie en hogere productiviteit in werksituaties (van bijvoorbeeld kantoorpersoneel) bron 28,45,46; • Betere ontwikkeling: kinderen ontwikkelen zich beter op scholen met groene speelplekken en leren daar ook sociale vaardigheden bron 45,46; • Minder ziektes: Een groene leefomgeving bevordert welzijn, verlaagt stress en versnelt herstel, hierdoor komen er minder ziektes voor in wijken met veel groen bron 31,32,33; 16

•

Bewegen en ontmoeten: voor inwoners biedt groen veilige mogelijkheden om te bewegen, elkaar te ontmoeten en vitaal te blijven. Zo draagt groen ook bij aan sociale veiligheid bron 3,27,47. Een groene ruimte geeft met al deze aspecten veel wooncomfort voor bewoners, gewoonweg door de bijdrage aan de kwaliteit van woon- en leefomgeving. En plekken waar mensen zich prettig voelen zijn goed voor de gezondheid. Daarnaast dragen de regulerende effecten van groen (minder hittestress en betere luchtkwaliteit) hier ook aan bij.

Figuur 8: de effecten van groen op de gezondheid (© idverde Advies).

3.5 Groen en ruimtelijke kwaliteit en identiteit Groen in de woonomgeving verhoogt niet alleen het wooncomfort, maar versterkt ook de sociale samenhang en levert hiermee een culturele dienst. Groene plekken zoals plantsoenen, hofjes en parken nodigen uit tot ontmoeting en contact tussen buurtbewoners en kinderen spelen vaak op deze plekken. Dit draagt bij aan een gevoel van betrokkenheid en vertrouwdheid bron 3,13,27,47. De ruimtelijke kwaliteit wordt voor een groot gedeelte bepaald door een herkenbare identiteit van de plek. Deze identiteit wordt gevormd door een samenspel tussen de groene kwaliteiten van de ruimte en de historisch gegroeide sfeer en elementen in het gebied, vastgelegd in cultuurhistorische waarden bron 13,30. •

•

Identiteit: de groene ruimte vormt de basis van onze ruimtelijke identiteit. Bossen, beken, lanen en parken vormen de groenblauwe ruggengraat van onze dorpen en het landschap, waar de andere landschapselementen in zijn ingebed. Groen draagt als het ware de eigenheid en herkenbaarheid van de gemeente Epe. Het geeft vorm aan de specifieke gebiedskenmerken van plekken en omgevingen bron 13,17; Cultuurhistorische waarden: onze oude lanenstructuren, enken en sprengen dragen bij aan de cultuurhistorie: het zijn sporen in het landschap en de dorpen van hoe vorige generaties hun omgeving gebruikten; 17

•

Beleving van cultuurhistorie in de groene ruimte: is zo belangrijk omdat ze het gebied eigen maken, het is ingebed in ons collectief historisch bewustzijn van hoe ons landschap eruit hoort te zien en te voelen. Deze waarden vormen de specifieke identiteit van de gemeente Epe. Nergens anders is het spel tussen natuur/groen en cultuur op eenzelfde manier tot uiting gekomen als op deze specifieke plek. Andere plekken hebben een andere identiteit en andere signatuur bron 13,17; • Sociale samenhang: groene plekken nodigen uit tot ontmoeting en spel, wat de sociale samenhang versterkt bron 3,13,27,47; • Functionaliteit: het gebruik van de ruimte, zoals ze van oorsprong gebruikt is of hoe we de ruimte in de toekomst willen gebruiken zorgt voor een specifieke uitstraling. De manier waarop we de ruimte inrichten en gebruiken, bepaalt voor een groot deel de kwaliteit van de ruimte en ook hoe we de ruimte beleven. Zorgvuldige inrichting is daarmee essentieel bron 3,23,30. Groen draagt bij aan ruimtelijke kwaliteit en daarmee ook aan de kwaliteit van de woonen leefomgeving. Voldoende kwalitatief groen verhoogt het wooncomfort van een buurt en de ruimtelijke uitstraling. Ook draagt het bij aan de eigenheid van een plek. Daarom is het belangrijk om bij ruimtelijke ontwikkelingen groen voldoende ruimte te geven.

Figuur 9: de effecten van groen op ruimtelijke kwaliteit (© idverde Advies).

18

3.6 Groen en de economische baten We moeten groen zien als een investering in een gezonde en toekomstbestendige economie, niet als een kostenpost. Groen draagt zowel bij aan culturele diensten als recreatie alsook aan productiediensten. Natuur, groen en landschap zijn daarmee de basis voor meerdere economische functies: • Recreatie en toerisme: bossen, natuur en landschappen trekken bezoekers en zorgen voor inkomsten in horeca, detailhandel en verblijfsaccommodaties; • Vastgoed: groen verhoogt de waarde van woningen: huizen nabij groen en water zijn gemiddeld 4 tot 12% meer waard bron 48,49; • Zorg: in een groene zorgomgeving herstellen patiënten sneller en hebben zij minder medicatie nodig bron 29,37,43,44; • Productiviteit: groen op en rond de werkplek vermindert stress en verhoogt de arbeidsproductiviteit bron 34,38; • Veiligheid: een groene omgeving geeft rust en balans, waardoor het gevoel van veiligheid vergroot wordt en eventuele criminaliteit verlaagd wordt. Investeren in groen en biodiversiteit loont: het vergroot de leefkwaliteit, beschermt vitale voorzieningen zoals voedsel en gezondheid en ondersteunt lokale economische sectoren. Groen is daarmee onlosmakelijk verbonden met een sterke economie bron 27,47.

Afbeelding 9: Lindes en andere bomen zorgen voor een aantrekkelijk straatbeeld in Epe, waar mensen graag verblijven.

19

3.7 Groen en de waarde van bomen Van al het groen in de gemeente zijn bomen het meest beeldbepalend voor Epe. Ze zijn van grote betekenis voor zowel bewoners als bezoekers en geven een eigen karakter aan de dorpen en het buitengebied. Het verschil in beleving tussen de dichte Veluwse bossen en de beschutte bomenlanen in het open rivierenlandschap rond Oene laat dit goed zien: bomen hebben een landschappelijke en beeldbepalende waarde. Bomen vervullen vele functies en geven daarmee meerwaarde aan de gemeente: • Structuur en oriëntatie: bomen brengen samenhang in het landschap en ondersteunen de stedenbouwkundige opzet van de kernen. Laanbomen markeren hoofdwegen en vergemakkelijken daardoor oriëntatie; • Beeldbepalend voor dorpsschoon: bomen dragen in belangrijke mate bij aan het karakter van een dorpsgezicht en hebben daarmee hoge waarde voor de herkenbaarheid; • Cultuurhistorie: bomen versterken historische lijnen, zoals oude wegen, en markeren bijzondere plekken of gebeurtenissen.

Een voorbeeld hiervan zijn de ‘Beatrixbomen’, die in alle vier de kernen zijn aangeplant ter ere van de 50e verjaardag van de vorstin; • Veiligheid: in de gemeentebossen dragen loofbomen bij aan de veiligheid: rijen loofbomen (voornamelijk ruwe berk) die als natuurlijke brandmuur dienen tussen de brandbare, harshoudende naaldbossen maken het bos veiliger bij natuurbranden; • Ecologie: bomen bieden voedsel, oriëntatie, nestgelegenheid en schuilplaatsen voor dieren zoals vogels, insecten en vleermuizen bron 4,5,21,22. Ook maken ze verplaatsing en verbinding mogelijk voor veel diersoorten bron 35,39 en bodemorganismen. Ze hebben daarmee een grote natuurwaarde. Dit geldt vooral voor loofbomen, die ten opzichte van naaldbomen veel meer voordelen bieden. Loofbomen leveren met hun gevallen blad een bijdrage aan bodem en bodemleven en verbruiken jaarlijks gemiddeld minder water dan naaldbomen. Daardoor kan in de winterperiode het grondwater beter aangevuld worden: loofbomen verbruiken dan nauwelijks water; • Milieu en leefklimaat: bomen verbeteren de luchtkwaliteit, dempen geluid en slaan CO₂ op. Woonwijken waar veel bomen staan bieden een aantrekkelijk en gezond leefklimaat en hebben daarmee een grote waarde voor leefbaarheid bron 4,11,21,22,40; • Recreatief: Onze bomen en bossen hebben een grote aantrekkingskracht op onze eigen inwoners en bezoekers van buiten.

Het zijn tussen de bomen geeft mensen een goed gevoel, ze komen tot rust en recreëren daarom graag in deze groene omgeving. De kwantiteit en kwaliteit van ons bomenbestand heeft directe waarde voor de mate van recreatie en ontspanning in de natuur bron 7,14,18. De betekenis van bomen gaat daarmee veel verder dan alleen hun visuele waarde. Ze zijn van ecologisch, economisch, recreatief én sociaal belang voor de hele gemeente. Afbeelding 10: het Kersendijkje in Vaassen.

20

4 RELEVANT BESTAAND BELEID De gemeente Epe heeft te maken met verschillende soorten beleid op het gebied van groen. We houden natuurlijk rekening met Europees, nationaal, provinciaal en regionaal beleid, dit geeft randvoorwaarden en grenzen aan. Maar de belangrijkste sturende beleidsvisie voor de gemeente Epe is de Omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’ uit 2021. Hiermee geeft de gemeente kleur en richting aan hoe ze zich wil ontwikkelen en profileren in de komende jaren. Hieruit destilleren we belangrijke kernwaarden voor de visie op groen.

4.1 Omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’ (2021) De gemeentelijke omgevingsvisie legt de basis voor een groene, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Groen wordt gezien als kernkwaliteit en fundament van het dagelijks leven: het bevordert gezondheid, sociale samenhang, biodiversiteit, klimaatadaptatie en recreatie. In de Omgevingsvisie is vastgelegd dat de gemeente inzet op: • Het versterken van ecologische verbindingen en soortenrijkdom; • Het behouden en ontwikkelen van landschappelijke structuren, zoals sprengen, lanen en oude verkavelingspatronen; • Natuurinclusief bouwen en ecologisch beheer binnen de dorpen; • Het landschappelijk inbedden van nieuwe ontwikkelingen; • Samenwerking met bewoners, organisaties en overheden, waarbij koppelkansen actief worden benut.

4.2 Ander gemeentelijk beleid Deze groenvisie komt voort uit en bouwt verder op de uitgangspunten in de volgende beleidsdocumenten: • Landschapsontwikkelingsplan ‘Van Veluwe tot IJssel’ (2009); • Groenstructuurplan (2010); • Bomenbeleidsplan (2010). De gemeentelijke beleidsdocumenten worden niet vervangen door deze Groenvisie. De bestaande gemeentelijke beleidsdocumenten blijven voorlopig van kracht. Op termijn worden deze documenten aangepast zodat zij beter aansluiten bij de visie en kernwaarden van de Groenvisie en bij de nieuwe opzet van de Omgevingswet. In de uitvoeringsagenda zijn hiervoor al enkele maatregelen opgenomen. Daarnaast sluit de nieuwe groenvisie nauw aan bij het beleidsplan klimaatadaptatie (2025). Hierin heeft groen een centrale rol bij het beperken van hittestress, wateroverlast en droogte. Groen wordt ingezet voor waterberging, het vasthouden van water en het versterken van de bodemkwaliteit. Een belangrijke uitspraak in dit stuk is dat de gemeente de hoge kwaliteit van het openbaar groen de komende jaren wil behouden en versterken.

4.3 Regio – Stedendriehoek De Stedendriehoek is een samenwerkingsverband van de regio’s rondom Apeldoorn, Deventer en Zutphen—een gebied dat zich kenmerkt door de wisselwerking tussen stedelijke ontwikkeling en groene, landelijke omgevingen. In verschillende documenten wordt een link gelegd met groen: • Ruimtelijke Klimaatagenda Stedendriehoek: Groen speelt daarin een sleutelrol in waterberging, biodiversiteit en klimaatrobuustheid: thema’s die direct aansluiten bij onze ambities op gebied van klimaatadaptatie en landschapsversterking; 21

• •

Ontwikkelperspectief 2050 – Regionale Verstedelijkingsstrategie: voor gemeente Epe betekent dit dat de groenvisie kan profiteren van regionale kaders die ruimte bieden voor integratie van groen in verstedelijking, waterbeheer en landschapservaring; Programma’s en Duurzaamheidsinitiatieven: zoals Slimme Groene Verstedelijking en Vitaal Landelijk Gebied. Deze programma’s bevorderen groene linialen, biodiversiteitsmaatregelen en lokale duurzaamheidsinitiatieven, die als inspiratiebron kunnen dienen bij de concretisering van onze eigen groenambities.

4.4 Provinciaal beleid De provincie Gelderland zet in haar omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ (2021) sterk in op een gezonde, klimaatbestendige en natuurinclusieve leefomgeving. Groen wordt hierin benoemd als sleutel voor leefkwaliteit, gezondheid en biodiversiteit. Speerpunten zijn: • Versterken van natuurgebieden en ecologische netwerken; • Stimuleren van natuurinclusieve landbouw; • Meer groen in dorpen en steden, onder meer via klimaatadaptieve inrichting (koele plekken, waterberging, vergroening van straten en pleinen); • Een gezonde leefomgeving die uitnodigt tot bewegen, ontmoeten, rust en schone lucht. De provincie kiest voor een integrale aanpak waarin gezondheid, klimaat en biodiversiteit samengaan. Naast CO₂-reductie ligt de nadruk op klimaatadaptatie: ruimte voor water, veerkrachtige natuur en bescherming tegen hitte en droogte. Gebiedsgericht werken en koppelkansen benutten zijn ook hier sleutelbegrippen. Ook heeft de provincie beleid voor het Gelders Natuurnetwerk (GNN), alle natuurgebieden in Gelderland samen, en over de bijzondere oude bosgroeiplaatsen3 die op sommige plekken in de provincie te vinden zijn.

4.5 Waterschap Vallei en Veluwe Het waterschap geeft in de Blauwe Omgevingsvisie 2050 en het Blauwe Omgevingsprogramma 2022–2027 richting aan de rol van water en bodem in de ruimtelijke ontwikkeling. De focus ligt op: • Een gezonde leefomgeving en klimaatrobuuste watersystemen; • Herstel van natuurlijke processen; • Het vasthouden en bergen van water; • Verbeteren van waterkwaliteit en sponswerking van het landschap; • Versterken van biodiversiteit en ruimte geven aan de rivier. Dit gebeurt via concrete opgaven zoals het terugbrengen van beeklopen, bodembeheer en samenwerking met gemeenten. De aanpak is integraal en gebiedsgericht, met nadruk op koppelkansen met landbouw, natuur en stedelijke ontwikkeling.

4.6 Landelijk beleid Verschillende stukken geven richting aan deze visie. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) stelt dat de inrichting van de leefomgeving in Nederland integraal, klimaatbestendig en duurzaam moet zijn met ruimte voor natuur, water, biodiversiteit, klimaatadaptatie én leefbare steden en landschappen. Groen wordt beschouwd als onmisbaar onderdeel van een gezonde, toekomstbestendige en ruimtelijk geïntegreerde leefomgeving. 3

Oude bosgroeiplaatsen zijn stukken bos waar al sinds begin 19e eeuw onafgebroken bos was, volgens oude kadastrale kaarten. Deze bosplekken hebben vaak een oude, ongestoorde bosbodem en bijzondere ecologische eigenschappen die in jongere bossen ontbreken.

22

Ook het Nationaal Biodiversiteits Strategie & Actieplan Nederland (NBSAP) geeft een kader om groenbeleid te verbinden met nationale biodiversiteits- en klimaatdoelen. De nadruk ligt op natuurinclusieve inrichting, behoud van ecosystemen en duurzame bodems en waterhuishouding. Een belangrijk punt hieruit is dat groen structureel en gebiedsdekkend verankerd moet worden. De Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS) biedt een overkoepelend kader om Nederland te wapenen tegen klimaatverandering. De NAS ziet groen, water en natuur expliciet als cruciale middelen voor klimaatadaptatie. Daarnaast benadrukt de NAS dat bij elke ruimtelijke ontwikkeling klimaatbestendigheid een standaard randvoorwaarde is. Wat betekent dat groenstructuur leidend moet zijn bij nieuwbouw en herinrichting, als voorwaarde voor een veilige en gezonde leefomgeving. Daarnaast geven landelijke instrumenten als de Agenda Natuurinclusief, de Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving, de handreiking Groen in en om de stad (GIOS) en Basiskwaliteit Natuur (BKN) aanknopingspunten bij verdere uitwerking in beleid of uitvoering.

4.7 Europees beleid De Europese Natuurherstelwet - onderdeel van de Europese Green Deal en de EU Biodiversiteitsstrategie 2030 - is een bindende EU-verordening die in augustus 2024 in werking is getreden, met als doel om de achteruitgang van biodiversiteit en ecosystemen in Europa te stoppen én om te keren. Biodiverse en veerkrachtige ecosystemen dragen bij aan klimaatmitigatie en -adaptatie, bodemherstel en voedselzekerheid. De Rijksoverheid moet nog een nationaal plan opstellen, maar de verplichtingen vanuit Europa zijn opgelegd. De belangrijkste doelen zijn: • Tegen 2030 herstel op ten minste 20% van het land- en zeeoppervlak van de EU; • Uitbreiding naar alle herstelbare gebieden in 2050. Voor het landelijk gebied ligt de nadruk op herstel van bossen, rivieren en intensief gebruikte landbouwgronden. Voor de stedelijke omgeving geldt dat er uiterlijk in 2030 geen nettoverlies aan groen en boomkroonbedekking mag zijn. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat het totale oppervlak aan stedelijk groen en boomkroonbedekking in 2030 minimaal gelijk is aan dat van 2024. Vanaf 2031 moet er een opwaartse trend zijn in zowel stedelijke groene ruimte als boomkroonbedekking en moeten lidstaten de hoeveelheid stedelijk groen en boomkroonbedekking per inwoner vergroten ten opzichte van 2021.

Ook zijn lidstaten verplicht om populaties van wilde bestuivers (zoals bijen en zweefvliegen) te herstellen. Daarnaast is op basis van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden aangewezen door de lidstaten, onder de noemer Natura 2000. In Natura 2000gebieden worden plant- en diersoorten die in Europa bedreigd zijn en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn die de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in EU-landen moet verbeteren. De richtlijn stelt doelen voor een goede ecologische en chemische toestand van waterlichamen, en landen werken eraan om deze doelen uiterlijk in 2027 te behalen.

23

5 MAATSCHAPPELIJKE UITDAGINGEN VOOR GEMEENTE EPE De komende decennia staat de gemeente Epe voor grote uitdagingen. Klimaatverandering4, verlies van biodiversiteit, uitdagingen op het gebied van stikstofdepositie en toenemende druk op de beschikbare ruimte vragen om een heldere visie. Groen speelt hierin een sleutelrol: het is niet alleen drager van het landschap en de dorpen, maar ook een oplossing voor veel maatschappelijke opgaven. En omdat onze gemeente zo groen is, is het inzetten van groen ook een logische keuze.

5.1 Toenemende ruimtevraag Net als op andere plekken in Nederland staat ook de ruimte in onze gemeente onder druk. Het landschap is in de afgelopen decennia veranderd door intensivering van de landbouw, de toenemende ontwikkeling van verblijfsrecreatie en toenemende stedelijke druk. Verrommeling, versnippering en minder samenhang liggen hier op de loer. Dit kan leiden tot een verlies van eigenheid en identiteit van het landschap. Ook in de kernen woedt er een strijd om ruimte. Er zijn steeds meer claims op een beperkte hoeveelheid ruimte: • Woningbouw: de woningbouwopgave leidt tot verdichting binnen de dorpen en uitbreidingen aan de randen. Dit vraagt om een zorgvuldige balans: ruimte voor woningen en voorzieningen, maar ook voor groen, speelplekken en verbinding met het omliggende landschap; • Energietransitie: de overstap naar duurzame energie brengt extra infrastructuur met zich mee, zoals kabels, leidingen en transformatorstations, maar ook laadpalen in het openbaar gebied. Deze leggen vaak ondergronds beslag op de ruimte, waardoor functies als groenaanplant of waterberging belemmerd kunnen worden; • Mobiliteit: het autobezit blijft stijgen. Ook in de gemeente Epe neemt de vraag naar parkeerruimte toe, zowel in de dorpen als bij voorzieningen.

Dit gaat vaak ten koste van verblijfsruimte, bomen en speelvoorzieningen (vanwege extra parkeerplaatsen of foutparkeren in groen), waardoor de kwaliteit van de leefomgeving onder druk komt te staan; • Recreatie: Epe trekt jaarlijks veel bezoekers door haar bossen, beken en landschappen. Tegelijkertijd groeit de vraag naar toegankelijke groene ruimte voor sport, ontmoeting en ontspanning in de dorpen zelf. Dit maakt de inrichting van aantrekkelijke en robuuste recreatiegroenstructuren noodzakelijk; • Stikstofproblematiek: De Veluwe, ons grootste Natura 2000 gebied, verkeert in een kritieke toestand door de hoge stikstofdepositie. De maatregelen die nodig zijn om deze stikstofdepositie terug te dringen hebben gevolgen voor ons ruimtegebruik. Bufferzones moeten bijvoorbeeld worden ingesteld, wat ruimte inneemt, maar ook kansen biedt voor het creëren van gradiëntzones. Ook heeft de stikstofdepositie gevolgen voor uitbreiding van o.a. woningbouwlocaties en agrarische bedrijven. Nog los van de beperkende factoren als het niet mogen bouwen vanwege stikstofrestricties, zullen mitigerende maatregelen een deel van de ruimte in beslag gaan nemen. Dit kan echter ook als een kans gezien worden voor het versterken van bijvoorbeeld onze groenblauwe structuur of het opwaarderen van ons bomenbestand.

4

In het klimaatadaptatiebeleid is een uitgebreide analyse van de klimaatrisico’s voor de gemeente opgenomen.

24

5.2 Teruggang van de biodiversiteit Biodiversiteit – de variatie aan planten, dieren, schimmels en ecosystemen – vormt de basis van een gezonde leefomgeving voor mens en dier. Toch is de biodiversiteit de afgelopen eeuw sterk achteruitgegaan door versnippering (door het verdwijnen van landschapselementen die verbindingen vormden), intensieve landbouw, vermesting, gebruik van bestrijdingsmiddelen (pesticiden), verzuring en stikstofuitstoot. Ook is intensief beheer in het verleden nadelig geweest voor de biodiversiteit: een te strak en net beeld bood weinig kansen voor flora en fauna. Voor Epe betekent dit: • Karakteristieke soorten zoals de eik hebben te lijden onder droogte en stikstofdepositie. Met alle gevolgen voor soorten die leven van en in eiken zoals zoogdieren (eekhoorns, boommarters en zwijnen), vogels (van mezen tot buizerds) en insecten (vlinders en kevers); • Door veranderende klimaatomstandigheden bestaat de kans dat sommige inheemse boomsoorten zoals beuk, eik en berk zich in de toekomst niet meer kunnen handhaven in hun huidige groeiplaatsen; • Monoculturen en verdroging maken bossen en andere ecosystemen kwetsbaar voor ziekten en plagen. Daarmee staat ook de robuustheid van de Veluwse natuur en de biodiversiteit in de IJsselvallei onder druk.

Ecologisch beheer, herstel van sprengen en beken, en natuurinclusief bouwen binnen de dorpen zijn cruciaal om de soortenrijkdom te behouden en versterken. Een goede omgang met de stikstofproblematiek is hier cruciaal.

Afbeelding 11: De Verloren Beek is met haar combinatie van water en groene oevers een plek waar de biodiversiteit zou kunnen floreren. Maar de aanwezige soorten wijzen op een voedselrijke bodem, wat niet typerend is voor dit gebied. Dit kan het gevolg zijn van intensieve bemesting in de omgeving.

25

5.3 Negatieve gevolgen van klimaatverandering De gevolgen van klimaatverandering zijn ook in Epe al zichtbaar. Droogte, hitte en extreme regenbuien stellen zowel natuur als dorpen voor grote uitdagingen. • Droogte: lange droge periodes zorgen voor lage grondwaterstanden en verdroging van natuurgebieden, landbouwgronden en sprengen. Dit tast zowel de biodiversiteit, de bodemkwaliteit als de waterkwaliteit aan. Door klimaatverandering verwachten we vaker droogte in de lente en zomer. We hebben dit in de gemeente Epe al ervaren. Zo stelde het waterschap in mei 2022 een onttrekkingsverbod in voor oppervlaktewater vanwege droogte. Water uit beken en sloten mocht niet meer gebruikt worden voor industrie, landbouw en tuinen. In augustus 2022 kwam daar – voor het eerst – een verbod op het oppompen van grondwater bij; • Hitte: stijgende temperaturen leiden tot hittestress. Dit speelt vooral in de bebouwde omgeving en kan dus meer voor gaan komen in de kernen Epe, Vaassen, Emst en Oene. Bewoners ervaren hierdoor gezondheidsklachten, slechtere slaap en lagere productiviteit. Maar niet alleen mensen hebben last van hitte: ook planten en dieren ervaren de negatieve effecten van hittestress; • Natuurbrandrisico: de combinatie van hitte en droogte vergroot het risico op natuurbranden. De naaldbossen van Vaassen, Epe en Emst zijn hier bijzonder gevoelig voor.

Loofbomen hebben over het algemeen een grotere resistentie tegen bosbranden; • Wateroverlast: extreme piekbuien veroorzaken steeds vaker wateroverlast, zeker in verstedelijkte gebieden waar water niet weg kan. Zo trad de Verloren Beek in februari 2022 buiten haar oevers na hevige regenval. Tegelijkertijd veroorzaken droge lentes en natte winters een grilliger watersysteem en op sommige plekken voor grondwateroverlast. Wisselende waterstanden hebben ook een negatieve invloed op bomen en planten; • Verlies aan biodiversiteit: klimaatverandering zorgt voor veranderende leefomstandigheden. Hierdoor verdwijnen soorten op plekken waar ze eerder wel voorkwamen, of kunnen zelfs uitsterven. Hierdoor raken ecosystemen uit balans. Groen is een belangrijke bondgenoot in het opvangen van deze extremen: bomen (met name loofbomen) en planten bieden verkoeling, verbeteren de sponswerking van de bodem en beperken wateroverlast.

Afbeelding 12: karakteristieke soorten als de eik hebben te lijden onder klimaatverandering.

26

6 ONZE VISIE EN KERNWAARDEN In deze integrale groenvisie geven we een groen antwoord op de uitdagingen die de komende decennia aan de orde zijn in onze gemeente. Onze visie is het wensbeeld voor de groene ruimte in de gemeente Epe op lange termijn. Het wensbeeld geeft richting voor de toekomst en sluit aan op de Omgevingsvisie ‘Natuurlijk goed leven’, omdat hierin de ambities van de gemeente op lange termijn zijn vastgelegd. Deze Omgevingsvisie schetst een goed beeld van waar we heen willen. Onze groenvisie en kernwaarden:

Groen voor een natuurlijk goed leven: een robuuste basis, toegankelijk voor iedereen en een eigen identiteit. Om deze visie te realiseren werken we de komende jaren aan de opgaven waarbij we de volgende kernwaarden altijd in acht nemen: 1. Ons groen is robuust en toekomstbestendig. 2. Ons groen is toegankelijk voor mens en dier. 3. Ons groen is eigen en het past bij de landschappelijke identiteit. In onze gemeente hanteren we drie kernwaarden als uitgangspunt voor alle ruimtelijke en beleidsmatige ontwikkelingen: robuust, toegankelijk en eigen. Deze waarden vormen de basis voor hoe we het groen in onze leefomgeving benaderen en beoordelen. Deze drie kernwaarden vormen de uitgangspunten voor onze keuzes. Of het nu gaat om doelen die we formuleren, beleidsstukken die we opstellen of groene projecten die we uitvoeren: steeds toetsen we ze aan deze waarden. We stellen onszelf daarbij de vragen: is het robuust? Is het toegankelijk? Is het eigen? Wanneer het antwoord nee luidt, nodigt dat uit om onze plannen, beleidsdocumenten of activiteiten opnieuw te bekijken en waar nodig bij te stellen, zodat ze beter aansluiten bij onze groenvisie.

27

Robuust groen Met robuust bedoelen we dat ons groen sterk, veerkrachtig en toekomstbestendig moet zijn. Het heeft de ruimte om groot en oud te worden. Het is groen dat tegen een stootje kan, ook wanneer het klimaat verandert of wanneer de druk op de ruimte toeneemt. Robuust groen is zo ingericht dat het bestand is tegen periodes van hitte, droogte en hevige neerslag, en tegelijkertijd bijdraagt aan het opvangen van water, het verlagen van hittestress en het beschermen en versterken van de biodiversiteit. Bomen vervullen hierin een sleutelrol: zij vormen de ruggengraat van robuust groen door hun vermogen om water te bergen, schaduw te bieden, hittestress te verminderen en langdurig bij te dragen aan biodiversiteit en landschappelijke kwaliteit. De gezondheid van de bodem is daarbij cruciaal: groen kan alleen goed functioneren als er genoeg water en voedingsstoffen beschikbaar zijn. Daarnaast gaat het niet alleen om behoud van het groen dat er al is, maar ook om het versterken en uitbreiden van onze groenstructuren en het voorkomen van versnippering. Door te investeren in robuust groen zorgen we voor een stabiele basis die generaties lang meegaat, ecosystemen gezond houdt en onze leefomgeving aantrekkelijk en veilig maakt. Toegankelijk groen Met toegankelijk bedoelen we dat het groen in onze gemeente voor iedereen beschikbaar en functioneel moet zijn voor mens én dier.

Dat betekent dat alle inwoners, ongeacht leeftijd, fysieke beperking of achtergrond, gebruik moeten kunnen maken van groen in hun omgeving. Toegankelijkheid betekent ook dat we natuurinclusief ontwikkelen: dieren kunnen zich verplaatsen en vinden voedsel en beschutting. Zij vragen juist om gebieden of zones zonder of met minder menselijke bezoekers: hier houden we rekening mee. Zo zorgen we ervoor dat groen bijdraagt aan een inclusieve, gezonde en leefbare omgeving voor álle gebruikers. Eigen groen Met eigen bedoelen we dat ons groen altijd verbonden blijft met de identiteit en het karakter van onze gemeente: het past bij ons en het landschap. Groen is niet overal hetzelfde: het sluit aan bij de landschappelijke kenmerken van de Veluwe, de Veluweflank en de IJsselvallei, en draagt zo de unieke kwaliteiten van onze gemeente uit. Eigen en inheems groen versterkt de herkenbaarheid en zorgt ervoor dat inwoners en bezoekers zich thuis voelen in hun omgeving. Zo blijft ons groen niet alleen functioneel en aantrekkelijk, maar ook geworteld in de eigen geschiedenis, natuur en cultuur van Epe. Daarmee dragen we bij aan een leefomgeving die authentiek, herkenbaar en betekenisvol is.

Afbeelding 13: Bloeiende krokussen bij de Grote Kerk in Epe.

28

Vergezicht naar de toekomst – groen in de bebouwde omgeving Met mijn kleinzoon achter op de fiets, rijd ik de straat uit. We hebben een ochtend samen omdat hij nog niet naar school hoeft. Ik vind het heerlijk om met hem door ons dorp te fietsen. Kijkend door zijn ogen is de wereld nog nieuw. Over het met groen omgeven fietspad komen we uit op het plein, waar ik vroeger nog speelde in de bosjes die daar van oudsher nog groeiden. Mijn vader vertelde altijd over de schapen die hier regelmatig werden bijeengedreven voor de markt. Nu is het allemaal opnieuw ingericht, de heggen rondom zijn opnieuw aangeplant met inheemse soorten als meidoorn en haagbeuk. De heggen zitten nu vol mussen. In het midden is recent een speeltuin aangelegd. Erg leuk voor mijn kleinzoon. We stappen af en klimmen samen over de houten speeltoestellen die hier staan. Hij gaat wat soepeler dan ik, maar ach, dat hoort erbij. Ik kan hem mijn sterke arm aanbieden op het stuk waar een laagte gecreëerd is. Deze loopt na een flinke regenbui onderwater, waardoor er een heerlijke waterspeelplas ontstaat. Ik vind het mooi hoe dit is opgelost: tijdelijke wateropvang voor het veranderende klimaat en deze fantastische speeltuin voor de jeugd. Ik voel me weer net een kleine jongen, thuis in mijn Epe. 29

Vergezicht naar de toekomst – groen in het buitengebied Ik loop over het pad dat de oude enk op de Veluweflank verbindt met het bos op de hellingen. Mijn laarzen knerpen op het wandelpad. De glooiende bolling van de enk is mooi zichtbaar in het landschap. De nieuw aangeplante heggen maken schaduwen in het strijklicht van de avondzon. Ik loop verder in de richting van het bos, door het begroeide beekdal. De zon speelt tussen de bladeren en het licht danst op de stammen van jonge loofbomen. Vroeger stonden hier alleen naaldbomen — lange rijen, strak geplant, stil en donker. Nu hoor ik het bos leven. Merels zingen, een eekhoorn schiet omhoog langs een beuk. We hebben hier bewust gekozen voor verandering. Loofbomen zijn aangeplant om de biodiversiteit te vergroten. Het bos is nu robuuster: beter bestand tegen droogte, hevige regen en de grillen van het klimaat. De bodem is rijker, het bladerdak gevarieerder, en het leven — dat is teruggekeerd. Ik zie het elke dag. Wat me het meest raakt, is hoe toegankelijk het bos is geworden. Niet alleen voor dieren, maar ook voor mensen. De paden zijn vriendelijk en uitnodigend. Ik zie ouders met kinderen, wandelaars die even pauzeren op een bankje. Iedereen vindt hier zijn plek. En dat is precies wat we willen: een bos dat openstaat voor gebruikers. Toch is het niet zomaar een bos. Het past bij Epe.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16972863/2