CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

948515 Bestemmingsplan Griseeweg Epe (toelichting, regels en bijlagen)

Gemeenteraad 27 maart 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan 'Griseeweg, Epe'24.349 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Griseeweg Epe

bestemmingsplan Griseeweg Epe

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

6 6 6 6 7 8

Hoofdstuk 2 De huidige situatie 2.1 Huidige situatie plangebied

9 9

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren

11 11 15

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

19 19 21 23 26

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid (Wet geluidhinder) 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Bedrijven en milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Water 5.10 Besluit milieueffectrapportage

31 31 32 33 34 35 38 39 41 43 50

Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de regels

52 52 52 53

Hoofdstuk 7

55

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 8 Vooroverleg, inspraak en zienswijze 8.1 Vooroverleg 8.2 Inspraak 8.3 Participatie 8.4 Zienswijzen

56 56 56 56 56

Bijlagen bij de toelichting

57

Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan

58

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

101

Bijlage 3

Bodemonderzoek

181

Bijlage 4

AERIUS-berekening

256

2

Inhoudsopgave (ontwerp)

bestemmingsplan Griseeweg Epe

Bijlage 5

Quickscan flora en fauna

300

Bijlage 6

Nader onderzoek vleermuizen

332

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek

342

Bijlage 8

Nader archeologisch onderzoek

391

Bijlage 9

Standaard waterparagraaf

416

Bijlage 10

Waterhuishoudingsplan

428

Bijlage 11

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

440

Bijlage 12

Besluit aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

457

Regels

469

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

470 470 474

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Groen Tuin Verkeer Wonen

475 475 476 477 478

Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedure regels Overige regels

481 481 482 483 484 485

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

486 486 487

Bijlagen bij de regels

489

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan Griseeweg Epe

490

Bijlage 2

Nota Parkeernormen 2018

508

Inhoudsopgave (ontwerp)

3

bestemmingsplan Griseeweg Epe

4

(ontwerp)

bestemmingsplan Griseeweg Epe

Toelichting

Toelichting (ontwerp)

5

bestemmingsplan Griseeweg Epe

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de onbebouwde gronden aan de Griseeweg in Epe (hierna: plangebied). Het plangebied staat kadastaal bekend als gemeente Epe en Oene, sectie T, nummers 3987, 4545 (gedeeltelijk), 4791, 4792, 4794, 5227 en 5228. Initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse van het plangebied in totaal 45 woningen te realiseren. Het woningbouwprogramma bestaat uit een mix van vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen, rijwoningen en beneden-bovenwoningen. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldend bestemmingsplan "Epe Zuid", omdat op basis van het bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied geen woningbouw is toegestaan. Om de voorgenomen woningbouwontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kaders, waarbij zal worden aangetoond dat de in dit bestemmingsplan beoogde ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt in het westen van de kern Epe aan de Griseeweg. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: Plattekaart.nl)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Griseeweg Epe" bestaat uit de volgende stukken: regels (met bijbehorende bijlagen); verbeelding (NL.IMRO.0232.EPE045Griseeweg-OBP1) en een renvooi; Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting (met bijbehorende bijlagen) vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven.

6

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Griseeweg Epe

1.4

Huidig planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan "Epe Zuid". Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Epe op 15 januari 2009. Op basis van het geldend bestemmingsplan zijn de gronden ter plaatse van het plangebied voorzien van de bestemming 'Agrarisch'. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan weergegeven, waarop het plangebied met de rode contour is aangegeven. Opgemerkt wordt dat tevens het bestemmingsplan "Parapluplan Parkeren" van toepassing is. Daar waar relevant zijn de regels van dit plan in voorliggend bestemmingsplan opgenomen.

Afbeelding 1.2: Uitsnede geldend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) 1.4.2

Beschrijving bestemming

Bestemming 'Agrarisch' De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf en extensieve (dag) recreatie. Op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd. 1.4.3

Strijdigheid

Het realiseren van de beoogde woningen is op basis van het geldend bestemmingsplan niet mogelijk aangezien de geldende gebruik- en bouwregels dit niet toestaan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een adequaat juridisch-planologisch kader voor de voorgenomen ontwikkeling en toont aan dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'.

Toelichting (ontwerp)

7

bestemmingsplan Griseeweg Epe

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie in en rondom het plangebied. In hoofdstuk 3 is de beschrijving van het voorgenomen plan opgenomen. Hoofdstuk 4 behandelt het relevante beleid. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 6 gaat in op bestemmingsplansystematiek en licht de bestemmingen toe. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan toegelicht, gevolgd door de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 8.

8

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Griseeweg Epe

Hoofdstuk 2 2.1

De huidige situatie

Huidige situatie plangebied

Zoals in de inleiding reeds aangegeven bevindt het plangebied zich aan de Griseeweg in het westen van de kern Epe. De N309 en de Tongerenseweg zijn de belangrijkste ruimtelijke structuurdragers in de omgeving van het plangebied. De functionele structuur in de omgeving bestaat met name uit woonfuncties van de kern Epe ten noorden en oosten van het plangebied. Het plangebied zelf bestaat in de huidige situatie uit agrarische cultuurgrond. Het plangebied wordt grofweg begrensd door de N309, Tongerenseweg, Griseeweg en woonpercelen aan respectievelijk de zuid-, west-, noord- en oostzijde. In afbeelding 2.1 is door middel van een luchtfoto de huidige situatie van het plangebied weergegeven. In afbeelding 2.2 zijn straatbeeldfoto's opgenomen.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie van het plangebied en de omgeving (Bron: PDOK)

Toelichting (ontwerp)

9

bestemmingsplan Griseeweg Epe

Afbeelding 2.2: Straatbeeld huidige situatie van het plangebied (Bron: Atelier Dutch)

10

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Griseeweg Epe

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1

Gewenste ontwikkeling

3.1.1

Algemeen

Zoals in paragraaf 1.1 reeds is aangegeven is het voornemen om binnen het plangebied in totaal 45 woningen met bijbehorende bijgebouwen, tuinen, erven en infrastructurele en parkeervoorzieningen te realiseren. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is door Atelier Dutch een stedenbouwkundig plan opgesteld. Het volledige stedenbouwkundig plan is opgenomen in Bijlage 1 bij deze toelichting. Hierna wordt nader ingegaan op de beoogde ontwikkeling en de stedenbouwkundige uitgangspunten. 3.1.2

Stedenbouwkundige uitgangspunten

In afbeelding 3.1 is de beoogde situatie ter plaatse van het plangebied weergegeven. De beoogde woningen aan de Griseeweg (noordzijde plangebied) zijn, net als de naastgelegen bestaande vrijstaande woningen, met de voorgevel georiënteerd op de Griseeweg. De overige woningen en bijhorende bijgebouwen zijn georiënteerd op de aan te leggen ontsluitingsweg. Hierbij wordt opgemerkt dat de meest westelijk gelegen woningen met de voorgevel georiënteerd worden richting het westen (de Tongerenseweg). Door het plangebied loopt één ontsluitingsweg met aftakkingen naar aan te leggen parkeerhofjes. Centraal binnen het plangebied is ruimte voor groen in combinatie met speelvoorzieningen. Rondom de centrale groene ruimte zijn de voorgevels van aangelegen woningen georiënteerd op deze groene ruimte. Aan de oostzijde van het plangebied wordt afstand gehouden tot de aan de Schotakker gelegen bestaande woonpercelen. Hier is een groene buffer met bomen en struiken beoogd. De woningen bestaan uit twee bouwlagen met kap, waarbij één rij van vier woningen bestaat uit één bouwlaag met kap. Vorenstaande is weergegeven in afbeelding 3.2.

Toelichting (ontwerp)

11

bestemmingsplan Griseeweg Epe

Afbeelding 3.1: Stedenbouwkundig plan (Bron: Atelier Dutch)

12

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Griseeweg Epe

Afbeelding 3.2: Bouwhoogten (Bron: Atelier Dutch) 3.1.3

Woningbouwprogramma

De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit het realiseren van 45 woningen bestaande uit een mix van vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen, rijwoningen en beneden-bovenwoningen. In afbeelding 3.3 zijn de diverse typen woningen binnen het plangebied weergegeven. Door het realiseren van diverse typen woningen kunnen verschillende doelgroepen worden bediend. Hierbij kan gedacht worden aan gezinnen, starters en senioren. Dit zorgt voor een gedifferentieerde woonomgeving.

Toelichting (ontwerp)

13

bestemmingsplan Griseeweg Epe

Afbeelding 3.3: Woningtypen plangebied (Bron: Atelier Dutch) 3.1.4

Beplanting

De beplanting in het gebied dient voor een interne samenhang en verbinding met de omgeving te zorgen. Om dit te realiseren dient de beplanting in het gebied inheems te zijn en aan te sluiten op de in de omgeving aanwezige soorten beplanting. Aan de oostzijde van het plangebied is een groene buffer ten opzichte van de bestaande bebouwing ontworpen, deze groenstook worden in overleg met de aanwonenden ingericht. Deze groenstrook wordt in overleg met de aanwonenden ingericht. De beplanting aan de randen en langs de ontsluitingswegen dienen uit drie lagen te bestaan: de kruidlaag, de struiklaag en de bomenlaag. De toepassing van verschillende soorten beplanting zorgt voor een natuurlijk straatbeeld. Daarnaast creëert het verschillende soorten habitats voor dieren en planten.

14

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Griseeweg Epe

Afbeelding 3.4: Beplanting (Bron: Atelier Dutch)

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat. In dit geval wordt voor wat betreft de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie aangesloten bij de Nota parkeernormen 2018 van de gemeente Epe. De Nota parkeernormen is vastgelegd in het "Parapluplan Parkeren" dat is vastgesteld op 8 november 2018. In deze nota zijn geen kencijfers opgenomen ten aanzien verkeersgeneratie. Hiertoe wordt de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW aangehouden. 3.2.2

Uitgangspunten

Qua functie, stedelijkheidsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Functie: 'Koop, huis, vrijstaand', 'Koop, huis, twee-onder-een-kap', 'Koop, huis, tussen/hoek', 'Huur,

Toelichting (ontwerp)

15

bestemmingsplan Griseeweg Epe huis, sociale huur'. Stedelijkheidsgraad: weinig stedelijk, gemeente Epe (CBS StatLine); Stedelijke zone: rest bebouwde kom. 3.2.3

Beoordeling

3.2.3.1 Parkeren In het kader van voorgenomen ontwikkeling is door Atelier Dutch een berekening uitgevoerd naar de parkeerbehoefte en zijn de parkeerplaatsen ingetekend in het plangebied. Uit onderstaande parkeerberekening volgt een totale parkeerbehoefte van in totaal 69 parkeerplaatsen. Zoals blijkt uit afbeelding 3.5 wordt in voorliggend plan voldoende rekening gehouden met de parkeerbehoefte. Het parkeren wordt deels opgevangen op eigen terrein en deels door middel van te realiseren openbare parkeerplaatsen langs de ontsluitingsweg en de te realiseren parkeerhofjes

16

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Griseeweg Epe

Afbeelding 3.5: Parkeren (Bron: Atelier Dutch) Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er voldoende mogelijkheden zijn om te voldoen aan de geldende parkeernormen. Overeenkomstig het "Parapluplan Parkeren" worden de geldende parkeernormen vastgelegd in voorliggend bestemmingsplan. 3.2.3.2 Verkeer Op basis van de in paragraaf 3.2.2 opgenomen uitgangspunten is aan de hand van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW het toekomstige aantal verkeersbewegingen berekend. Hoofdgroep

Type

Norm (gemiddeld)

Hoeveelheid

Gemiddeld aantal verkeersbewegingen

Wonen

Twee-onder-één-kap

7,8 per woning

6

7,8*6 = 46,8

Wonen

Tussen/hoek

7,4 per woning

18

7,4*18 = 133,2

Toelichting (ontwerp)

17

bestemmingsplan Griseeweg Epe

Wonen

Vrijstaand

8,2 per woning

6

8,2*6 = 49,2

Wonen

Sociale huurwoning

5,6 per woning

15

5,6*15 = 84

Totaal aantal verkeersbewegingen: 314 (afgerond)

Op basis van vorenstaande berekeningen wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling zorgt voor een toename van de verkeersgeneratie van afgerond 314 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De beoogde woningen worden ontsloten via een aan te leggen ontsluitingsweg die is aangesloten op de Griseeweg. Vanaf de Griseeweg zal het verkeer afgewikkeld worden op de Tongerenseweg (zie afbeelding 3.6).

Afbeelding 3.6: Ontsluiting van het plangebied (Bron: Atelier Dutch) De Griseeweg zal opgewaardeerd worden tot een volwaardige ontsluitingsweg met voetpad. De Tongerenseweg en direct omliggende infrastructuur zijn in voldoende mate ingericht om de toekomstige verkeersbewegingen eenvoudig en veilig af te kunnen wikkelen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect verkeer geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

18

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Griseeweg Epe

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

Toelichting (ontwerp)

19

bestemmingsplan Griseeweg Epe

4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen.

Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' wordt in Bro 1.1.1. als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijk e ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11

20

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Griseeweg Epe woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorliggend bestemmingsplan gaat uit van het realiseren van 45 woningen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' vereist is. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. De beoogde woningen zijn met name bedoeld voor de lokale behoefte (kern Epe en omliggend buitengebied) Het ruimtelijk verzorgingsgebied kan worden beperkt tot de gemeente Epe.

Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling In paragraaf 4.3.1 is de regionale woonagenda en de evaluatie en herijking daarvan beschreven en in paragraaf 4.4.2 en 4.4.3 zijn de woonvisie en woonagenda van de gemeente Epe beschreven. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met de voorgenoemde beleidsstukken. Zowel vanuit kwantitatief als kwalitatief oogpunt is behoefte aan de woningen die in voorliggend bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Gezien de definitie uit de Bro kan worden geconcludeerd dat het plangebied geen onderdeel uitmaakt van bestaand stedelijk gebied. Hoewel het plangebied is gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan voor de kern Epe, bestaat het plangebied uit onbebouwde agrarische cultuurgronden die stedenbouwkundig gezien (nog) geen onderdeel uitmaken van de kern Epe. Het plangebied ligt op een bijzondere locatie. Het vormt het einde van de bebouwde kom van Epe en de overgang richting het omliggende agrarische landschap. Daarbij is het plangebied op basis van de Omgevingsvisie Epe aangewezen als potentiële uitbreidingslocatie. Ook ruimtelijk gezien, door de begrenzing van de het plangebied door de Tongerenseweg en de N309, betreft dit een logische afronding van de kern Epe en de wijk Burgerenk.

Verder zijn in de kern Epe onvoldoende (potentiële) inbreidingslocaties om te voorzien in het beoogde aantal en typen woning. Er is hierdoor binnenstedelijk onvoldoende ruimte voor inbreiding. Om ervoor te zorgen dat de kern Epe qua woningbouw mogelijkheden niet 'op slot' gaat, waardoor niet meer kan worden voorzien in de woningbehoefte, is het gewenst om de kern uit te breiden met nieuwe woningbouwkavels. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin. Conclusie Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat er sprake is van een behoefte en de ontwikkeling is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied. Hiermee voldoet het voornemen aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'.

4.2

Provinciaal beleid

In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld.

Toelichting (ontwerp)

21

bestemmingsplan Griseeweg Epe

4.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

4.2.1.1 Algemeen In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het provinciale beleid over onderwerpen als ruimte, water, mobiliteit, economie, natuur en landbouw. De actualisatie van de Omgevingsvisie is op 19 december 2018 vastgesteld. In de Omgevingsvisie worden twee provinciale hoofddoelen onderscheiden: een duurzame economische structuur; het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de Gelderse leefomgeving. Deze hoofddoelen zijn vertaald in provinciale ambities, waarbij per ambitie de aanpak op hoofdlijnen is beschreven. De nadere invulling vindt plaats via provinciale uitvoeringsprogramma's en samenwerking met partners. Daarmee is de Omgevingsvisie een 'plan' dat richting geeft en ruimte biedt; geen plan met exacte antwoorden. Ofwel: ‘de Omgevingsvisie gaat over het speelveld en de spelregels, niet over de uitkomst van het spel’. 4.2.1.2 Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij.

Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd investeren we in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Gelderland geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Gelderland gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. De ambities zijn als volgt geformuleerd: Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.

Om vorenstaande ambities te realiseren gaat de provincie in overleg met de Gelderse regio’s, om zodoende regionale afspraken te maken. 4.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland De regionale uitwerking van de provinciale ambities ten aanzien van het aspect wonen, zijn uitgewerkt in regionale woonvisies. In voorliggend geval is de ‘Woonagenda Cleantech Regio’ van toepassing. In paragraaf 4.3.1 wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan deze woonvisie, in paragraaf 4.4 volgt de concrete toets aan het gemeentelijke beleid, waaronder de gemeentelijke woonvisie. Hier wordt geconcludeerd dat het voornemen kwalitatief en kwantitatief past binnen de regionale en gemeentelijke beleidsstukken. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland.

22

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Griseeweg Epe

4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

4.2.2.1 Algemeen Op 21 december 2022 is de Omgevingsverordening Gelderland (februari 2023) geconsolideerd. Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema’s. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval is met name artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) van toepassing. Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a.

er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. 4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland In paragraaf 4.3 (regionaal beleid) en paragraaf 4.4 (gemeentelijk beleid) wordt onder meer beleid inzake woningbouw beschreven en getoetst. Hieruit blijkt dat de beoogde woningbouw zowel kwantitatief als kwalitatief passend is binnen de beleidskaders. Resumerend wordt gesteld dat het voornemen in overeenstemming is met de Omgevingsverordening Gelderland. 4.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Woonagenda Cleantech Regio 2018

4.3.1.1 Algemeen De gemeenten Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen werken al jaren samen in de regio Stedendriehoek. De regio profileert zich tegenwoordig tevens als ‘Cleantech Regio’. Met de ‘Woonagenda Cleantech Regio 2018’ zet de regio in op een toekomstbestendige woningvoorraad en woonomgeving. Ook met nieuwbouw wordt hieraan bijgedragen door de juiste woning, voor de juiste doelgroep, op de juiste plek te bouwen. De regionale koers wordt lokaal vormgegeven, met per gebied verschillende speerpunten. Recht doen aan de variëteit aan kwaliteiten in de regio is dan ook het uitgangspunt voor de regionale Woonagenda. De Woonagenda bestaat uit vier bouwstenen: 1. 2. 3. 4.

De drie centrale thema’s voor goed wonen in de regio; De gezamenlijke richtinggevende principes voor kwalitatief programmeren; Flexibel programmeren met ruimte voor de specifiek lokale opgaven; Een uitvoeringsagenda voor de gezamenlijke activiteiten.

Toelichting (ontwerp)

23

bestemmingsplan Griseeweg Epe

Voor de gemeente Epe geldt het uitgangspunt 'Epe bouwt voort op kwaliteit'. 4.3.1.2 Epe bouwt voort op kwaliteit Epe koppelt haar woningbouwbeleid aan ruimtelijke kwaliteit om daarmee een bijdrage te leveren aan het behouden en versterken van de leefbaarheid en het groene karakter. Focuspunten zijn herstructurering, wonen en zorg en innovatieve concepten voor ouderen. Epe heeft een aantrekkingskracht op gezinnen en vitale senioren. De migratie vanaf buiten is de laatste jaren sterk gegroeid. Dat heeft zich vertaald in een groeiend aantal inwoners en ondanks het groot aantal opgeleverde woningen wordt een druk op de woningmarkt ervaren. De betaalbaarheid en bereikbaarheid van de lokale woningmarkt staat onder druk en die neemt de komende jaren toe. Om dat om te buigen wordt ingezet op het sneller bouwen van meer woningen, het beter benutten van de bestaande woningvoorraad en het zorgen voor de betaalbaarheid van het wonen. De focus ligt daarbij op transformatie, herstructurering, wonen en zorg en innovatieve woonvormen, waarbij ook het klimaat een nadrukkelijk punt is bij locatiekeuze. Dit leidt ertoe dat op de korte termijn extra inzet nodig is in de woningbouwprogrammering. Samen met de corporatie is geconstateerd dat de sociale woningvoorraad de komende 10 jaar tussen de 185 en 270 woningen moet toevoegen.

Naast onze inzet op kwalitatief programmeren is er per gemeente een kwantitatief realistisch woningbouwprogramma opgesteld op basis van de actuele Primos woningbehoefteprognoses. Daarbij wordt een bandbreedte gehanteerd tussen een behoefte op basis van de huishoudensgroei en een waarbij ook het theoretische woningtekort wordt ingelopen. Voor de realisatie van die laatste, hogere behoefte, is het noodzakelijk om te sturen op de gewenste kwaliteit omdat die aantallen alleen realistisch zijn als het aanbod goed aansluit op de vraag. De bandbreedte voor de gemeente Epe is vastgesteld op 450 - 575 woningen. 4.3.1.3 Addendum Woonagenda Cleantech Regio Bij de vaststelling van de Woonagenda Cleantech Regio 2018 - 2023 is afgesproken dat deze wordt geëvalueerd en herijkt. Dat is ook nodig omdat er een aantal nieuwe thema’s spelen en gemeenten tegen de grenzen van de huidige afspraken aanlopen. Op basis van de evaluatie is vastgesteld dat een herijking zoals bedoeld in 2018 (een bijstelling op basis van nieuwe woningmarktcijfers) niet voldoende is om recht te doen aan alle veranderingen op het speelveld wonen. Op de korte termijn geeft een pragmatische herijking goede handvatten voor het woonbeleid, maar om voor de langere termijn goed in te kunnen spelen op de veranderende beleidswensen moet een nieuwe Woonagenda ontwikkeld worden.

Dat is vooral nodig om invulling te geven aan de hogere groei-ambitie en de wens om een andere positie in te nemen in de landelijke verstedelijkingsopgave. De evaluatie en herijking is vastgelegd in het Addendum Woonagenda Cleantech Regio (d.d. 6 november 2020). Korte termijn: inzetten op versnelling woningbouw 2020-2022 De huidige Woonagenda biedt (na een herijking) voor de komende paar jaar nog voldoende basis voor de regionale samenwerking. Op basis van de regionale principes voor woningbouwprogrammering uit de Woonagenda 2018 sturen gemeenten op een lokaal woningbouwprogramma dat gericht is op het versterken van de woonkwaliteit. Daarnaast gaan de gemeenten samen aan de slag met de thema’s betaalbaarheid en huisvesting arbeidsmigranten. Op basis van de Primos woningbehoefteprognose 2020 wordt de nieuwe bandbreedte vastgesteld voor de omvang van de regionale bouwopgave en als richtpunt voor het lokale programma. Vooral bij kleine gemeenten is de prognose niet altijd nauwkeurig en waar nodig corrigeren we die met maatwerkafspraken. De woningvraag is toegenomen en ligt nu ongeveer 40% hoger dan in 2018 verondersteld was. De inzet is gericht op het op stoom houden (versnellen) van de woningbouw en nieuwe bouwplannen voorbereiden als antwoord op de krapte op de woningmarkt.

Om invulling te kunnen geven aan de extra woningvraag zullen er naast inbreidings- en transformatielocaties nieuwe uitleglocaties nodig zijn. Lange termijn: herpositionering Cleantech Regio in landelijke verstedelijkingsopgave tot 2040 Uit deze evaluatie blijkt dat er bij (bijna) alle gemeenten een wens is om in te zetten op een hogere

24

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Griseeweg Epe groei-ambitie ter behoud en versterking van de vitaliteit van de kernen, dorpen en steden. De gestegen woningbehoeftecijfers (+40% t.o.v. Woonagenda 2018) geven een basis voor die extra groei, maar daar bovenop speelt de discussie over een substantiële schaalsprong die hoger is dan die autonome groei. Voor dat laatste zal werk gemaakt moeten worden van de herpositionering van de Cleantech Regio in landelijke verstedelijkingsopgave met een nadrukkelijkere rol voor de regio bij de opvang van landelijke woningbehoefte. Die schaalsprong is geen doel op zich maar moet (samen met onder andere de economische-, infrastructurele- en de duurzaamheidsopgaven) bijdragen aan het versterken van de vitaliteit van de steden, dorpen, kernen en landelijk gebied voor de langere termijn. Nieuwe uitleglocaties Om te voorzien in voldoende plancapaciteit en om voldoende tempo in de woningbouw te houden moeten naast inbreidings- en transformatielocaties nieuwe uitleglocaties ontwikkeld worden. Een belangrijk deel van de woningbouwplannen waarmee wordt voorzien in de woningbehoefte ligt op inbreidings- en transformatielocaties. Gemeenten spannen zich in om deze te realiseren in lijn met de uitgangspunten voor zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik uit de regionale Woonagenda. Maar dit zijn vaak complexe plannen waardoor de realisatie onzeker is.

Ook geven dergelijke locaties niet altijd de mogelijkheid om alle gewenste type woonprojecten te realiseren. Zo is de gemeente Epe op zoek naar locaties voor betaalbare sociale huur. Bij de meeste gemeenten zijn de potentiële inbreidingslocaties (vrijkomende scholen, bedrijven etc.) al meegenomen in het programma en is er beperkte extra capaciteit op de inbreidingslocaties te verwachten. Gemeenten willen op zoek naar nieuwe uitleglocaties om voldoende plancapaciteit beschikbaar te hebben. Zeker in combinatie met een extra groeiambitie voldoet het aanbod op de inbreidingslocaties niet. Alle gemeenten hebben het voornemen om een nieuwe uitleglocatie te (onder)zoeken of zijn al gestart met de voorbereiding hiervan. De lokale woonopgaven In de Woonagenda 2018 is een van de uitgangspunten de diversiteit aan woonmilieus en opgaven in de verschillende delen van de regio. Op basis daarvan zijn specifieke lokale speerpunten geformuleerd en wordt gemeenten, onder andere met maatwerkafspraken, de ruimte gegeven om deze op te pakken. Voor de gemeente Epe gelden hierbij dat de gemeente als plattelandsgemeente tussen twee steden groeit met nieuwe inwoners van buiten de gemeente. Nieuwe mensen brengen nieuwe dynamiek. De wijk Klaarbeek is versneld gerealiseerd en ook andere woningbouwprojecten lopen vlot, er is groot animo voor koopprojecten.

Met de lokale Woonagenda is de inzet gericht op gezinnen en senioren, evenals betaalbaar bouwen en een extra stimulans in de sociale huursector. De vitaliteit van de kernen in combinatie met het behoud van het voorzieningenniveau is een belangrijk uitgangspunt. Het huidige woningbouwprogramma is de basis maar daar bovenop is een plus per kern nodig om voorzieningen in stand te houden. De vergrijzing neemt toe, vooral ook in de kleine kernen. Er zijn nieuwe locaties beschikbaar in Vaasen en Epe om de bovenlokale vraag op te vangen, specifiek gericht op gezinnen met kinderen. Op korte termijn zijn daarvoor al uitbreidingslocaties te realiseren. Voor de kern Epe wordt daarbij gezocht naar extra locaties voor sociale woningbouw. Epe wil graag in gesprek over het voorzien in de bovenlokale vraag. De woningbouw kan versneld worden, maar daarvoor is wel extra capaciteit nodig voor de te doorlopen procedures en onderzoek en mogelijk een aanjager vanuit het provinciehuis en ondersteuning vanuit het Actieplan Wonen. Herijking Besloten is om de inzet voor de komende twee jaar te richten op het op stoom houden (versnellen) van de woningbouw en het in voorbereiding nemen van nieuwe bouwplannen. Als indicatie van de omvang is voor de gemeente Epe voor de periode tussen 2020 en 2030 een bandbreedte vastgesteld van 1.025 1.350 woningen.

4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonagenda Cleantech Regio 2018 De regionale Woonagenda Cleantech Regio 2018 - 2023 en de herijking daarvan in het Addendum voorzien voor de gemeente Epe in een forse woningbouwopgave. Deze opgave moet zowel tot stand komen door transformatie en door uitbreiding. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de invulling van de regionale woningbouwopgave.

Toelichting (ontwerp)

25

bestemmingsplan Griseeweg Epe

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Omgevingsvisie Natuurlijk goed leven

4.4.1.1 Algemeen De gemeente Epe is een bijzonder mooie gemeente. Er is veel om dankbaar voor te zijn: veel groen, veel natuur en binnen de gemeente zijn mooie dorpen met hun eigen karakter. Daar wil de gemeente zorgvuldig mee omgaan. Tegelijkertijd zijn er veel uitdagingen en er moet veel gebeuren: de vraag naar voldoende woningen in een gezonde en sociale leefomgeving, de behoefte aan ruimte voor recreatie, economische groei en diverse duurzaamheidsambities. Dit alles samengenomen vraagt om een integrale aanpak met behoud van de kwaliteiten en waarden die we hebben. De gemeente wil via de omgevingsvisie samen met haar inwoners komen tot gedragen, evenwichtige en integrale oplossingen voor ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. 4.4.1.2 De opgaven voor Epe Algemeen Energie, klimaat en biodiversiteit zijn ook binnen de kern Epe belangrijk. Het gaat onder andere om de warmtetransitie en maatregelen tegen hittestress, verdroging en piekregenbuien. Het stimuleren van bewegen is een opgave die gezondheid moet verbeteren in Epe. Dit geldt voor alle leeftijden. De toegankelijkheid verbeteren is in het verlengde daarvan vooral ook voor ouderen van belang. Door aan een prettige omgeving te werken zal ook worden bijgedragen aan het welzijn van de inwoners. Voor Epe geldt dat uitbreiding van de kern door woningbouw een belangrijke bijdrage moet leveren aan de groei.

In afbeelding 4.1 zijn de mogelijke uitbreidingslocaties in Epe weergegeven. Te zien is dat het plangebied is aangewezen als mogelijke uitbreidingslocatie.

Afbeelding 4.1: Mogelijke uitbreidingslocaties Epe (Bron: Gemeente Epe) De gemeente zal in aantallen en doelgroepen sturen. Binnen Epe is met name het centrum een belangrijk speerpunt. In het verlengde van 100% wild ligt ook een relatie tussen het centrum en Veluwe.

26

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Griseeweg Epe Detailhandel, horeca en andere voorzieningen zijn van waarde voor zowel inwoners als recreanten en toeristen. Ruimte voor bedrijven en ook vernieuwing zal op het bedrijventerrein Kweekweg moeten worden geboden. Wonen De gemeente heeft een stevige bouwopgave voor woningen. In Epe wordt op meerdere locaties uitgebreid. Landschap en bestaande natuur zijn inspiratie voor ontwikkeling. Er wordt voor alle doelgroepen gebouwd en de gemeente zet in op nieuwe woontypologieën, bijvoorbeeld: flexibele bouw, innovatieve woonconcepten en woon-zorgbuurten met bijzondere nieuwe woonvormen voor ouderen. Bij nieuwbouw zet de gemeente ook in op klimaatbestendigheid, groen (bomenstructuur en een groene ondergrond) en blauw (ruimte voor water). Er zijn groene aders naar de bestaande wijken, het verbeteren van biodiversiteit en inspelen op de klimaatopgave worden gekoppeld. De omgeving bepaalt mede de manier waarop invulling wordt gegeven aan de opgave. Het STOP-principe (Stappen, Trappen, OV en Privé) is leidend voor de opbouw van de wijk (bestaand en nieuw), via fietsradialen worden belangrijke verbindingen gelegd met de omgeving en het centrum. Op de fietsradialen wordt verkend of door het inrichten van fietsstraten, eenrichtingsverkeer of een ‘knip’ veilige en snelle verbindingen kunnen worden gerealiseerd. In nieuwbouwwijken is geen doorgaand verkeer.

Elektrisch rijden wordt gefaciliteerd. Voor goede functionerende woonwijken (zowel bestaand als nieuw) zijn maatregelen gericht op doorstroming en verkeersveiligheid. Goede en veilige fietsverbindingen tussen de dorpen (bijvoorbeeld Vlot en Veilige fietsroute F50 en aantakkingen) worden verder ontwikkeld. Op de bestaande autoverbinding tussen de dorpen en de centrumring brengt een snelheidsverlaging extra verkeersveiligheid en minder hinder. 4.4.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Natuurlijk goed leven Het plangebied is aangewezen als mogelijke uitbreidingslocatie voor de kern Epe. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit het realiseren van 45 woningen bestaande uit een mix van vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen, rijwoningen en beneden-bovenwoningen. Hiermee wordt bijgedragen aan de woningbouwopgave in de gemeente Epe. Verder kunnen door het realiseren van diverse woningtypen verschillende doelgroepen worden bediend. Hierbij kan gedacht worden aan gezinnen, starters en senioren. Dit zorgt tevens voor een gedifferentieerde woonomgeving. In het plangebied is ruimte en voorzieningen voor de infiltratie van hemelwater. Centraal in het plangebied wordt een wadi aangelegd. Daarnaast wordt de ontsluitingsweg die door het plangebied loopt voorzien van een molgoot aan één zijde.

Bovendien worden de (openbare) parkeerplaatsen uitgevoerd met halfverharding waardoor ook hier het hemelwater kan infiltreren in de bodem. Verder wordt nagestreefd om het de openbare ruimten zoveel als mogelijk groen in te richten of zo hittestress te voorkomen/in te perken. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Natuurlijk goed leven. 4.4.2

Woonvisie en Woonagenda 2019 - 2023

4.4.2.1 Algemeen De gemeente geeft in haar gemeentelijke woonagenda aan te streven naar verhoging van de woningbouwproductie op korte termijn. Daarmee wil de gemeente de huidige behoefte faciliteren, de te verwachten huishoudensgroei opvangen en de huidige druk op de woningmarkt verminderen. Verder wordt aangesloten op de kwantitatieve afspraken vanuit de regionale woonagenda. Voor nieuwe woningbouwinitiatieven zijn in de gemeentelijk woonagenda kaders opgesteld, bestaande uit kwantitatieve en kwalitatieve aspecten. Concreet zet de gemeente Epe in samenwerking met partners en burgers in op de volgende punten: 1. geschikte woningen die passen bij de inwoners van de gemeente Epe: hierbij gaat het om toegankelijke woningen en een toegankelijke woonomgeving, vooral voor de groeiende groep senioren; 2. de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad: hierbij gaat het om het behoud en versterken van de

Toelichting (ontwerp)

27

bestemmingsplan Griseeweg Epe kwaliteit van de woonomgeving. Duurzaamheid en levensloopgeschiktheid zijn hierbij belangrijk; 3. een gezonde woningmarkt: in de gemeente Epe zijn maximaal 790 woningen toegevoegd in de periode 2010 - 2019. Het woningbouwprogramma moet aansluiten bij de marktvraag (vraagsturing) in combinatie met aandacht voor de toekomstige huishoudensontwikkeling, de differentiatie van de woningvoorraad en de impact van de woningmarktcrisis; 4. de kwaliteit van kernen en gemeenschappen: het voorzieningenniveau in de kernen is van groot belang voor een prettige leefomgeving. De gemeente wil het voorzieningenniveau in de gemeente duurzaam en passend bij de vraag organiseren, ook in de toekomst; 5. duurzaam wonen: hierbij gaat het om de energetische kwaliteit van woningen. 4.4.2.2 Kwalitatief Ten aanzien van sociale huurwoningen heeft de gemeente de ambitie om in de prestatieafspraken met Triada, Habion en Woonzorg Nederland vast te stellen hoe de uitbreiding van de sociale huurvoorraad wordt gerealiseerd. Daarbij wordt uitgegaan van het maximum aantal van 190 woningen. De gemeente Epe streeft voor het woningbouwprogramma van de komende jaren dat minimaal 35% sociale huur wordt gerealiseerd voor nieuwe in- uitbreidingslocaties. Bij uitbreiding wordt gedacht aan locaties aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied.

Uitbreiding komt in beeld als de volkshuisvestelijke opgave niet door middel van transformatie- en inbreidingslocaties te realiseren is. Daarbij spelen de beschikbaarheid en de geschiktheid van die locaties een rol, evenals de kwalitatieve behoefte. In de gemeente zijn al enige jaren een aantal uitbreidingslocaties in beeld. Het gaat dan om locaties met tenminste de omvang van een buurt met een goede ontsluiting op de bestaande kernen. 4.4.2.3 Kwantitatief Het aantal huishoudens in de gemeente blijft de komende tien jaar groeien. Hoe groot die groei is hangt voor een belangrijk deel af van het migratiesaldo en ligt naar verwachting op 755 woningen in de periode 2018 tot 2027. In de evaluatie en herijking van de regionale woonagenda (Addendum) is als indicatie van de omvang van de woningbouwopgave voor de gemeente Epe voor de periode tussen 2020 en 2030 een bandbreedte vastgesteld van 1.025 - 1.350 woningen. Het zijn vooral gezinnen met kinderen en de vitale senioren die bijdragen aan het positieve migratiesaldo van de gemeente. De kernen Epe en Vaassen trekken daarin veruit het grootste aandeel. Als wordt ingezet op het vergroten van het woningaanbod in marktsegmenten waar deze groepen naar op zoek zijn, biedt dat kansen om de hoge groeivariant waar te maken.

Met de herijking van de regionale woonagenda (zie paragraaf 4.4.3) is de woningbouwopgave voor de gemeente Epe vergroot tot een maximum van 1.350 woningen tot 2030. Verder heeft de gemeente Epe op 8 maart 2023 de woondeal Regio Stedendriehoek getekend. In totaal gaat het in de regio om de bouw van 17.000 woningen in de periode tot en met 2030. Epe neemt daarvan bijna 1.800 woningen voor haar rekening. 4.4.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie en Woonagenda 2019 - 2023 Met de voorgenomen ontwikkeling wordt met name ingespeeld op punt 1 en 3. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in 45 woningen bestaande uit een mix van vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen, rijwoningen en beneden-bovenwoningen. Hiermee wordt bijgedragen aan de kwantitatieve woningbouwopgave in de gemeente Epe. Verder kunnen door het realiseren van diverse woningtypen verschillende doelgroepen worden bediend. Hierbij kan gedacht worden aan gezinnen, starters en senioren. Dit zorgt tevens voor een gedifferentieerde woonomgeving. In paragraaf 4.4.3 wordt nader ingegaan op de kwalitatieve verdeling van de woningtypen. Hier wordt geconcludeerd dat ook in kwalitatief opzicht de voorgenomen ontwikkeling pas binnen het gemeentelijk woonbeleid.

28

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Griseeweg Epe

4.4.3 Woningbouwprogrammering prijsklassen koop en huur gemeente Epe - Kaders woningbouwinitiatieven woningbouw 4.4.3.1 Algemeen In 2019 heeft de gemeenteraad de Woonagenda 2019 - 2023 vastgesteld. Burgemeester en wethouders hebben in aanvulling daarop besloten welke prijsklassen gehanteerd worden bij de verschillende woningbouwcategorieën (huur en koop). Beiden vormen de basis voor de realisatie van nieuwbouwwoningen in de gemeente Epe. Het koop- en prijsklassenbeleid wordt geactualiseerd en aangegeven op welke wijze bij nieuwbouw daaraan invulling gegeven moet worden. Met deze actualisatie van het beleid worden de prijsklassen koop en huur gepreciseerd. Daarbij wordt aangesloten bij de Woonagenda 2019 - 2023. In de agenda worden drie typen locaties onderscheiden (transformatie, in- en uitbreiding) en wordt invulling gegeven aan de gewenste woningbouw per type locatie. De aanleiding voor deze actualisatie is de toenemende druk op de woningmarkt als gevolg van een forse stijging van de woningprijzen, waardoor er weinig goedkope en middeldure koopwoningen te koop staan. Die tendens is ook in de gemeente Epe te zien. Dit heeft vooral consequenties voor woningzoekende met een modaal/anderhalf modaal inkomen. Voor deze groep wordt het steeds moeilijker een geschikte woning te vinden.

Om ook inwoners met een modaal/anderhalf modaal inkomen in de gemeente Epe te kunnen blijven huisvesten en voor hen nieuwbouwwoningen te realiseren, is het wenselijk daar vanuit het gemeentelijk beleid meer de focus op te leggen. 4.4.3.2 Woningbouwcategorieën en prijsklassen Bij uitbreiding is het percentage van de te realiseren woningen in de volgende woningbouwcategorieën als volgt: 1. Ongeacht het aantal woningen: a. Goedkope koop: tenminste 20%. b. Middeldure koop: tenminste 20% c. Dure koop: maximaal 25% d. Sociale huur: tenminste 35%, waarbij een substantieel deel tot de eerste- en tweede aftoppingsgrens behoort. e. Als om moverende redenen en na overleg met de corporatiesector blijkt dat het percentage sociale huur niet haalbaar is dan wordt het resterende deel van het te realiseren percentage van 35% benut voor goedkope koop. 2. Als gekozen wordt voor geheel of gedeeltelijke huur: tenminste 75% middeldure huur van het totale aantal huurwoningen. Als sociale huurwoningen worden toegevoegd wordt dit meegenomen in het percentage van 75%. 3. Nieuwbouw is altijd energieneutraal. Om te bepalen of een woning goedkoop, middelduur of duur worden in het beleid de volgende prijsklassen gehanteerd: 1. 2. 3. 4.

Goedkope koopwoning: woning met een maximale koopprijs van € 250.000,00; Middeldure koopwoning: woning met een koopprijs tussen € 250.000,00 en € 340.000,00; Dure koopwoning: woning met een koopprijs vanaf € 340.000,00; Betaalbare huurwoning: woning met een huur tot de liberalisatiegrens (€ 763,47 prijspeil 2022) en is dus de prijsgrens van een sociale huurwoning; 5. Middeldure huurwoning: woning met een huur die ligt tussen de liberalisatiegrens en € 1.030,00; 6. Dure huurwoning: woning met een huur vanaf € 1.080,00. De genoemde prijsklassen zijn geactualiseerd op 11 juli 2022. 4.4.3.3 Toetsing van het initiatief De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de bouw van 45 woningen. Type woning

Toelichting (ontwerp)

Percentage op basis van beleid

Percentage op basis van stedenbouwkundig plan

29

bestemmingsplan Griseeweg Epe

Goedkope koop

ten minste 20%

20%

Middeldure koop

ten minste 20%

20%

Sociale huur

ten minste 35%

33,3%

Vrije sector

maximaal 25%

26,7%

Zoals uit voorgaande tabel blijkt, is het programma niet geheel passend binnen de huidige uitgangspunten van de prijsklassen uit het beleid. De afwijking bedraagt minder dan één woning. Er zijn meerdere redenen waarom de gemeente in dit specifieke geval instemt met deze minimale afwijking. Ten eerste omdat de gemeente het beleid en daarmee de gestelde uitgangspunten voor het plan gedurende het ontwikkeltraject heeft gewijzigd. De initiatiefnemer heeft bij de aankoop van de gronden geen rekening kunnen houden met deze gemeentelijke beleidswijziging. Het plan voldoet wel aan de uitgangspunten van het prijsklassenbeleid dat de gemeente de initiatiefnemer heeft meegegeven ten tijde van de start van de planontwikkeling. De tweede reden is dat de initiatiefnemer zich maximaal heeft ingespannen om binnen de gestelde (financiële) kaders het plan aan te passen, zodat wel wordt voldaan aan de huidige uitgangspunten. Zo heeft de initiatiefnemer meerdere stedenbouwkundige varianten voorgesteld die wel voldoen aan de huidige uitgangspunten. Deze varianten voldoen echter niet aan de gewenste ruimtelijke kwaliteit van zowel de gemeente als de beoogde afnemer van de sociale huurwoningen (de woningstichting). De woningstichting heeft aangegeven wil graag de in het huidige plan opgenomen 15 sociale huurwoningen (11 grondgebonden rijwoningen en 4 beneden-bovenwoningen) afnemen. 4.4.4

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Gelet op het vorenstaande wordt voldoende gemotiveerd waarom in dit specifieke geval minimaal wordt afgeweken van de percentages uit het prijsklassenbeleid. De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling draagt bij aan de invulling van de plaatselijke woningbehoefte en heeft de instemming van de beoogde afnemer van de sociale huurwoningen (de woningstichting).

30

Toelichting (ontwerp)

bestemmingsplan Griseeweg Epe

Hoofdstuk 5

M ilieu- en omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, het Besluit milieueffectrapportage en fysieke veiligheid.

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Beoordeling

De geplande woningen worden op basis van de Wgh aangemerkt als geluidsgevoelige objecten. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai als bedoeld in de Wgh. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in de onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken

Stedelijk gebied

Buitenstedelijk gebied

1 of 2 rijstroken

200 m

250 m

3 of 4 rijstroken

350 m

400 m

5 of meer rijstroken

350 m

600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2). In het kader van de voorgenomen ontwikkeling heeft BJZ.nu een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het volledige onderzoek is bijgevoegd in Bijlage 2. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste uitkomsten en conclusies van het onderzoek. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidszones van de N309 en de Tongerenseweg. De N309 en Tongerenseweg kennen een snelheidsregime van 80 km/uur. De Tongerenseweg kent eveneens een snelheidsregime van 60 km/uur. Naast deze wegen liggen er ook enkele 30 km/uur wegen nabij het projectgebied. Deze wegen zijn echter slechts toegangswegen tot de woningen in het achterliggende gebied. Om deze reden wordt verwacht dat de verkeersintensiteiten dusdanig laag zijn, dat deze niet relevant zijn voor het akoestisch onderzoek. Er wordt dan ook verwacht dat deze wegen voldoen aan de voorkeurswaarde van 48 dB. De geluidbelasting als gevolg van de Tongerenseweg bedraagt hoogstens 53 dB (inclusief 2 dB

Toelichting (ontwerp)

31

bestemmingsplan Griseeweg Epe reductie). Met deze waarde wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder, maar wel aan de wettelijke maximale toegestane waarde van 63 dB. De geluidbelasting als gevolg van de N309 bedraagt hoogstens 55 dB (inclusief 2 dB reductie). Met deze waarde wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder, maar wel aan de wettelijke maximale toegestane waarde van 63 dB. De cumulatieve geluidsbelasting exclusief reductie bedraagt hoogstens 57 dB. De geluidsbelasting per weg en per gevel is weergegeven in de resultatentabellen in bijlage 3 van het in Bijlage 2 opgenomen akoestisch onderzoek. Daarin is ook weergegeven welke gevels van welke woningen niet voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB. Een hogere waarde als gevolg van wegverkeerslawaai afkomstig van de N309 en de Tongerenseweg is in voorliggend geval benodigd. Afwijken van de voorkeurswaarde is alleen mogelijk als bron- en overdrachtsmaatregelen kunnen rekenen op bezwaren van financiële, stedenbouwkundige, verkeerskundige of landschappelijke aard en een binnenniveau van 33 dB gerealiseerd kan worden. In de volgende paragraaf worden mogelijke maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren onderzocht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13858167/1