CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

946792 Zienswijzennota Eekterveld IV anoniem

Gemeenteraad 27 maart 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV10.766 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Zienswijzennota Ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 3 2. Zienswijzen .......................................................................................................................................... 4 3. Ambtshalve aanpassingen ................................................................................................................ 18 Bijlage 1. Verslag hoorzittingen ............................................................................................................. 23

2 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

1. Inleiding De voorliggende zienswijzennota bevat de verantwoording van de binnengekomen zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan “Bedrijventerrein Eekterveld IV”. Het ontwerp bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van het bedrijventerrein Eekterveld in Vaassen. Met ingang van 7 februari 2023 heeft het plan gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen bij het Omgevingsloket in het gemeentehuis te Epe. Ook is het plan via www.ruimtelijkeplannen.nl in te zien geweest. Zienswijzen Gedurende de bovengenoemde periode zijn zes zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn binnen de gestelde termijn ingediend. Verder dienen zienswijzen aan enkele eisen te voldoen: ondertekening, naam en adres van de indiener, dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen de zienswijze is gericht, en de gronden van de zienswijze. Alle zienswijzen voldoen aan deze eisen en zijn daarom ontvankelijk. Van de binnengekomen zienswijzen wordt in hoofdstuk 2 een samenvatting weergegeven, voorzien van een gemeentelijke reactie. Ambtshalve aanpassingen De gemeente heeft de mogelijkheid om na de termijn van terinzagelegging, bij vaststelling, zogenoemde ambtshalve aanpassingen door te voeren in het bestemmingsplan. Dit betreft ondergeschikte wijzigingen ter verbetering van het plan, die geen directe invloed hebben op de aard van het plan.

In hoofdstuk 3 is een overzicht gegeven van de ambtshalve aanpassingen die worden doorgevoerd, voorzien van een korte uitleg over de noodzaak van de aanpassing. Hoorzittingen Wethouder M. Kerkmans (portefeuillehouder ruimtelijke ontwikkeling) heeft alle indieners van een zienswijze uitgenodigd de zienswijzen mondeling te komen toelichten bij hem. Vijf indieners van een zienswijze hebben van die gelegenheid gebruik gemaakt. De zienswijzen zijn waar nodig aangevuld met tijdens de hoorzittingen aangedragen punten. Een verslag van de hoorzitting is als bijlage bij deze nota toegevoegd.

3 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

2. Zienswijzen 1. Zienswijze van particuliere reclamant d.d. 12 maart 2023 (ingekomen 16 maart 2023 onder zaaknummer 764392) Samenvatting reactie a. Reclamant stelt dat in het bestemmingsplan geen rekening is gehouden met de toenemende verkeersdrukte door de uitbreiding van Eekterveld IV in relatie tot de verkeersveiligheid ten hoogte van de oversteekplaats bij fietsknooppunt 78. Daarnaast neemt de drukte ter hoogte van het fietsknooppunt ook toe door de toenemende drukte op de Deventerstraat en de Geerstraat. Daar zijn ook veel overstekende fietsende kinderen. Daarbij speelt mee dat het verkeer regelmatig harder rijdt dan de toegestane snelheid en de gemeente niet van alle incidenten aldaar op de hoogte is. b. Reclamant stelt dat in het plan passende maatregelen genomen moeten worden om de oversteek van met name fietsers en voetgangers veiliger te maken. Reactie gemeente Ad a. De situatie ter hoogte van fietsknooppunt 78 is bij de gemeente bekend. Verkeerskundig is er geen directe relatie tussen de uitbreiding van Eekterveld IV en de daarmee gepaard gaande toename van verkeersbewegingen en deze (fiets)oversteek. De Eekterweg betreft namelijk een gebiedsontsluitingsweg en kent momenteel al een verkeersintensiteit van boven de 10.000 motorvoertuigen per etmaal.

Het verkeer van Eekterveld IV gaat op in die verkeersstroom en heeft dus geen significant effect op de verkeersveiligheid ter hoogte van de oversteekplaats. Ad b. Het college van burgemeester en wethouders heeft in het uitvoeringsprogramma mobiliteitsplan de (fiets)oversteek Jaagpad opgenomen als project ter realisatie van een brede middengeleider. Door middel van een middengeleider kan er gefaseerd worden overgestoken. De uitvoering staat gepland voor 2024. Opname van verdere maatregelen in voorliggend plan is daarom niet nodig. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

4 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

2. Zienswijze van particuliere reclamant, d.d. 19 maart 2023 (ingekomen 19 maart 2023 onder zaaknummer 767735) Samenvatting reactie a. Reclamant stelt dat er sprake is van overtreding van de geluidsnormen ter hoogte van de N792 van de Geerstraat naar de Eekterweg. De geluidsbelasting van deze provinciale weg wordt door de uitbreiding van het bedrijventerrein met Eekterveld IV nog hoger waardoor de uitbreiding niet is toegestaan. Reclamant stelt dat bronmaatregelen nodig zijn, en dat realisatie van Eekterveld IV pas mag nadat toetsing heeft aangetoond dat met de bronmaatregelen wordt voldaan aan de geluidsnormen. b. Reclamant stelt dat langs het gehele bedrijventerrein van het ontwerp bestemmingsplan Eekterveld IV een geluidswal van minimaal 6 meter hoog gerealiseerd moet worden en dat er een zone geluidsbeheermodel gemaakt moet worden voor de gehele ontwikkeling, inclusief voor het bestaande bedrijventerrein Eekterveld. c. Reclamant vindt het erg verwijtbaar dat er toekomstige overtredingen plaats zullen vinden en dat de gemeente deze negeert. Dit blijkt volgens reclamant uit een afbeelding van milieucontouren rond bestaande woningen en uit het verkavelingsplan van de gemeente. d. Reclamant stelt dat de lichtemissie te hoog is. Reclamant wil niet ’s nachts lichtwering moeten toepassen. Ook daarom wil reclamant een geluidswal. e.

Reclamant eist dat er meer duurzaamheidsaspecten worden meegenomen in het plan voor Eekterveld IV. Dit moet door een BREEAM Nieuwbouw Very Good ontwerpcertificaat voor het gerealiseerde plan te halen. f. Reclamant eist verschillende aanpassingen van de bestemmingsplanregels: 1. Artikel 2: het peil van het terrein wordt gelijkgetrokken, of verlaagd, ten opzichte van de hoogte nu. 2. Artikel 3: de bouwhoogte moet maximaal 12 meter zijn, de kavel mag maximaal 40% bebouwd worden, bebouwing blijft 25 meter weg van de voet van de geluidswal (ook vanwege brandveiligheid, omdat de huidige 5 meter onvoldoende is), voor bouwwerken geen bouwwerk zijnde is de maximale bouwhoogte 12 meter, en artikel 3.4 wordt geschrapt zodat er geen uitzonderingen zijn. 3. Artikel 4: er moet een maximum van 2% aan verharding van het terrein van groen worden opgenomen. 4. Artikel 5: er moet een maximum van 2% aan verharding van het terrein van groen worden opgenomen. 5. Artikel 6: de maximale bouwhoogte van parkeergarages (voor verkeer aangewezen gronden) moet 6 meter en niet 8,5 meter zijn. 6. Artikel 9.3: dit artikel moet in het kader van duurzaamheid geschrapt worden. g. Reclamant stelt dat er geen rekening is gehouden met de extra stikstof die vrijkomt door de ontwikkeling zelf. Er is alleen gekeken naar het vervoer, en niet naar de bouw.

Reclamant stelt dat er elektrisch materiaal verplicht moet worden, zowel in de bouw als in de laatste 10 kilometer van het vervoer. Daarbij stelt reclamant dat de stikstofdepositieberekening niet onderbouwd is, en er rapporten zijn met meer vervoersbewegingen en de hoeveelheid vervoersbewegingen tijdens de bouw te laag is. h. Reclamant vindt dat de stelling “gezien de ligging van het bedrijventerrein ten opzichte van de woongebieden is een uitbreiding van het bedrijventerrein mogelijk zonder dat dit leidt tot hindersituaties (verkeer, geluid, geur en gevaar)” alleen klopt in de bebouwde kom. Reclamant vindt dat omwonenden niet genegeerd mogen worden, en dat erkend moet worden dat er qua verkeer, geluid, geur en gevaar een toename van hinder zal zijn. i. Reclamant stelt dat het landelijke uitzicht voor hen verdwijnt. j. Reclamant geeft aan om planschade te zullen verzoeken. Aanvulling vanuit de hoorzitting: k. Reclamant stelt dat de gemeente slechts aan de zorgplicht voor duurzaamheid kan voldoen, door voorschriften hierover op te nemen. l. Reclamant stelt dat andere gemeenten halfverharding gebruiken waar water beter in infiltreert. Dit is een “extra” en geen “must”. m. Reclamant stelt dat duurzaamheid integraal benaderd moet worden, zodat het voor iedereen wat oplevert.

Reken bijvoorbeeld €50.000,- meer voor de grondprijs, die de ondernemer terug krijgt als de ondernemer de duurzaamheidsambitie haalt. 5 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

n. Stikstofeisen veranderen telkens. Reclamant vraagt daarom om het goed te doen door ze te handhaven of niet te handhaven. Reactie gemeente Ad a. De weg N792 ligt buiten het plangebied. Het plan realiseert voor het plangebied en de directe omgeving waar het plangebied invloed op heeft een milieutechnisch goede situatie. Dit is onderzocht, en de conclusie dat geluid niet tot overlast leidt is in het bestemmingsplan opgenomen. De situatie op de N792 kan daarom ook geen gevolgen hebben voor het al dan niet realiseren van het plan voor het bedrijventerrein Eekterveld IV, omdat het plan hier geen invloed op heeft. Daarbij wordt opgemerkt dat het aspect verkeer ook beoordeeld is in het plan. Zo is een verkeerskundig advies opgesteld voor het plan (bijlage 16 van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan). Hieruit blijkt dat de groei van het verkeer – zowel de normale groei van het verkeer als de extra groei door Eekterveld IV – goed kan worden opgevangen op de Eekterweg. Er zal dan ook geen verkeersoverlast ontstaan, omdat de toename van het verkeer daar niet toe leidt. Dit overwegende gaat het verkeer van Eekterveld IV op in de bestaande verkeersstroom en heeft het dus geen significant effect op de geluidsproductie van de N792. Overigens geeft de door reclamant getoonde afbeelding geen geluidsbelasting aan voor de Eekterweg (de geluidscontouren eindigen op ca.

0,75 km van het plangebied), en is er dus geen motivatie van reclamant voor diens stelling dat er sprake is van een onwenselijke geluidsbelasting nabij reclamant. Daarbij is de N792 een provinciale weg en ligt de verantwoordelijkheid voor geluidhinder van een provinciale weg niet bij de gemeente, maar bij de provincie. Ad b. Als uitgangspunt geldt dat een bedrijventerrein niet leidt tot milieuoverlast bij milieugevoelige functies, zoals wonen, in de omgeving. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering, waarbij er voldoende afstand moet worden aangehouden tussen milieubelastende bedrijven enerzijds en milieugevoelige functies anderzijds. Hiervoor is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) het systeem ‘Bedrijven en milieuzonering’ ontwikkeld waarin richtlijnen zijn bepaald voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Dit betreft ook de eventuele hinder van het milieuaspect ‘geluid’. De beoogde ontwikkeling voldoet aan de publicatie van de VNG ‘Bedrijven en milieuzonering’, omdat de afstand tot de woningen minimaal 50 meter bedraagt. Daarom is een geluidswal niet nodig. Overigens is de afstand van de woning van reclamant tot de dichtstbijzijnde bedrijfsbestemming in het plan 150 m. Daarnaast wordt gevraagd om een “zone geluidsbeheermodel”.

Er zijn gezoneerde bedrijventerreinen en er is een geluidsbeheermodel, maar geen “zone geluidsbeheermodel”. Er is geen noodzaak om een gezoneerd bedrijventerrein of een geluidsbeheermodel in te stellen, omdat de milieuzonering voldoet. Daarbij wordt ook gevraagd het “zone geluidsbeheermodel” voor het gehele bedrijventerrein in te stellen, zowel voor Eekterveld IV als voor het bestaande bedrijventerrein Eekterveld. Dit is dus niet aan de orde voor Eekterveld IV. En omdat het plan niet voor het bestaande bedrijventerrein Eekterveld geldt, is dit ook niet aan de orde voor de het bestaande bedrijventerrein Eekterveld. Gezien bovenstaande is er geen sprake van milieuoverlast, ook niet bij reclamant. Ad c. Zoals hierboven onder ad b. is aangegeven, ontstaat er geen milieuoverlast door het nieuwe bedrijventerrein Eekterveld IV. Er zullen dus geen toekomstige overtredingen plaatsvinden, en deze worden dus ook niet genegeerd. De beschuldiging dat de gemeente Epe verwijtbaar handelt werpen wij dan ook verre van ons, want dit is niet het geval. Ad d.

In het beeldkwaliteitsplan voor het bedrijventerrein (bijlage 1 van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan) is opgenomen dat bij reclame aan de panden lichtbakken en lichtreclame niet zijn toegestaan, dat de verlichting van het bedrijventerrein zodanig gericht wordt dat er geen lichthinder voor de omgeving ontstaat, en dat de lantaarnpalen armaturen met ledverlichting krijgen die geen uitstraling naar de omgeving hebben. Dit beeldkwaliteitsplan zal als onderdeel van de Welstandsnota worden vastgesteld, zodat dit bij realisatie van het bedrijventerrein geldt. Er is dus geen sprake van lichthinder door het bedrijventerrein Eekterveld IV. Er is daarom zeker geen sprake van een te hoge lichtemissie waardoor reclamant ’s nachts lichtwering zou moeten toepassen, en ook geen noodzaak voor een wal.

6 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Ad e.

Ad f.

Het nieuwe bedrijventerrein wordt zo duurzaam mogelijk gerealiseerd. Deze ambitie is onderdeel van het bestemmingsplan, en wordt uitgebreid toegelicht in het Duurzaamheidsplan Eekterveld IV Vaassen dat als bijlage 2 bij de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan zit. Deze ambitie zal door de gemeente Epe bij de realisatie van het bedrijventerrein tot uitvoering worden gebracht, o.a. in de energie-infrastructuur. Daarnaast zullen dankzij de opname van duurzame eisen bij de gronduitgifte (waarvan de uitvoering wordt geborgd met waarborgsommen) ook de nieuwe bedrijfsgebouwen op duurzame wijze gerealiseerd worden. Deze eisen zijn tegelijk met het bestemmingsplan vastgesteld. Overigens is het door reclamant genoemde BREEAM certificaat ook in het Duurzaamheidsplan Eekterveld IV Vaassen opgenomen. Per punt wordt ingegaan op de door reclamant voorgestelde wijzigingen. 1. Reclamant verzoekt om het verlagen van het peil. Onduidelijk is waarom dit nodig is. Het peil is in artikel 2 van de regels gedefinieerd als: - voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; - in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het oorspronkelijke aansluitende terrein. Bij de aanleg van het nieuwe bedrijventerrein Eekterveld IV wordt het huidige maaiveld aangehouden.

Dit zal in de praktijk betekenen dat het peil van de nieuwe bebouwing hetzelfde zal zijn als het huidige maaiveld. Gezien de grondwaterstand die tussen de 1 m en 1,5 m onder het maaiveld zit, is verlaging niet wenselijk. En zoals hierboven is aangegeven, is er ook vanwege milieu (geluid) geen noodzaak om bebouwing verzonken aan te leggen. Het peil zal dan ook niet verlaagd worden. Uit de hoorzitting blijkt dat reclamant door verlaging van het peil van het terrein en verhoging van het peil van de straat een buffergebied voor water wil creëren. Voor water is reeds in de groenbestemmingen ruimte voor wadi’s gerealiseerd. Hiermee is de door reclamant gewenste buffer al aanwezig. En zoals hierboven al is aangegeven is verlaging van het peil gezien de grondwaterstand niet wenselijk. Gezien bovenstaande blijft artikel 2 ongewijzigd. 2. De bouwmogelijkheden van de kavels zijn opgesteld om ruimte te bieden aan de noden van de bedrijven. Daarbij is een bouwhoogte van 12 m gehanteerd voor het bedrijventerrein, gezien de wens van veel bedrijven voor grote bedrijfshallen. Eén kavel nabij de rotonde heeft een bouwhoogte van 15 m om een stedenbouwkundig accent mogelijk te maken, en zo de uitstraling van het totale bedrijventerrein te verhogen. Dit is in het beeldkwaliteitsplan (bijlage 1 bij de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan) toegelicht.

Deze bouwhoogte van 15 m wordt daarom behouden. Er is een bebouwingspercentage van 85% opgenomen, net als bij het bestaande bedrijventerrein Eekterveld. Dit biedt bedrijven de flexibiliteit om een kavel te bebouwen als hun bedrijfsvoering daar om vraagt, dan wel open te houden als hun bedrijfsvoering dat vraagt, terwijl er altijd voldoende open ruimte voor toegang, parkeren, enz. blijft. Het verlagen van het percentage naar 40% betekent dat het bedrijventerrein voor veel bedrijven niet meer aantrekkelijk zal zijn. Dit heeft ten eerste tot gevolg dat de gemeente Epe niet kan voldoen aan de vraag zoals deze aanwezig is, en ten tweede heeft het tot gevolg dat we daardoor nog een bedrijventerrein zullen moeten realiseren om alsnog aan die vraag te voldoen. In het kader van een efficiënt ruimtegebruik is dit natuurlijk onwenselijk. Het voorgestelde bebouwingspercentage van 85% wordt daarom behouden. Aangezien er geen geluidswal wordt gerealiseerd, zal geen regel worden opgenomen dat bebouwing een afstand van 25 m tot de voet van de geluidswal moet aanhouden. Overigens wordt elke vergunning getoetst op brandveiligheid, en is dat niet beperkt tot de in het bestemmingsplan opgenomen 5 m afstand tot de zijdelingse perceelsgrens en is daar ook geen afstand van 25 m voor nodig. De bouwhoogte voor bouwwerken geen gebouwen zijnde is divers.

En daarvan is slechts één categorie die boven de 12 m uit komt (artikel 3.2.2.d): - de bouwhoogte van silo's, kranen, liften en afzuiginstallaties mag niet meer dan 15 m bedragen. Daarnaast is er één ontheffingsmogelijkheid die boven de 12 m uit komt (artikel 3.4.1.c.2): - 3.2.2 onder a en b voor het verhogen van de maximale hoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde tot: o maximaal 25 m voor antennes; 7

Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Ad g.

Ad h.

Dit zijn ondergeschikte bouwdelen behorende bij een normaal bedrijventerrein, die nodig zijn om de bedrijven goed te laten functioneren. Antennes kunnen noodzakelijk zijn om een goede dekking van de gemeente te waarborgen, inclusief voor hulpdiensten. Vanwege deze ondergeschikte aard en de behoefte aan deze zaken, wordt de bouwhoogte ervan niet verlaagd tot 12 m. Artikel 3.4 biedt de mogelijkheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van enkele van de maatvoeringen uit de bestemming. Net als in de regels voor het bestaande bedrijventerrein zijn er afwijkingsmogelijkheden opgenomen om, als er nut en noodzaak toe is, van de maatvoeringen af te kunnen wijken. Daarbij is altijd uitgangspunt dat de maatvoeringen uit het bestemmingsplan leidend zijn, en is een uitgebreid afwegingskader gegeven (in artikel 3.4.1.d) om te zorgen dat er een goede ruimtelijke ordening blijft bestaan ook na verlening van een dergelijke afwijking. Er is daarom geen reden om artikel 3.4 te schrappen. Gezien bovenstaande blijft artikel 3 ongewijzigd. 3. De groeninrichting van het plan is in het beeldkwaliteitsplan (bijlage 1 bij de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan) beschreven. Daaruit blijkt duidelijk dat het gebied met een bestemming Groen niet verhard zal worden. Dit gebied zal wel voor een variëteit aan doeleinden gebruikt (kunnen) worden, zoals uit artikel 4.1 blijkt.

Het opnemen van een maximum aan verharding van 2% werkt zeer beperkend in het doelmatig benutten van de bestemming Groen. Een maximum van 2% aan verharding wordt daarom niet opgenomen. Gezien bovenstaande blijft artikel 4 ongewijzigd. 4. De natuurinrichting van het plan is in het beheerplan (bijlage 12 bij de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan) beschreven. Daaruit blijkt duidelijk dat het gebied met een bestemming Natuur niet verhard zal worden. Dit gebied zal wel voor een variëteit aan doeleinden gebruikt (kunnen) worden, zoals uit artikel 5.1 blijkt. Het opnemen van een maximum aan verharding van 2% werkt zeer beperkend in het doelmatig benutten van de bestemming Natuur. Een maximum van 2% aan verharding wordt daarom niet opgenomen. Gezien bovenstaande blijft artikel 5 ongewijzigd. 5. In de bestemming Verkeer kunnen alleen bouwwerken geen gebouw zijnde worden gebouwd (artikel 6.2). een parkeergarage is een gebouw, geen bouwwerk geen gebouw zijnde. Er kan dus geen parkeergarage worden gebouwd. Het is daarom ook niet noodzakelijk de bouwhoogte aan te passen. Gezien bovenstaande blijft artikel 6 ongewijzigd. 6. Artikel 9.3 gaat over het schrappen van een provinciale status van een gebied, te weten de status dat het gebied deel uitmaakt van het Gelders natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone. Dit hangt dus samen met provinciale besluiten, en niet met duurzaamheid.

Het schrappen van dit artikel heeft dan ook geen invloed op de duurzaamheid van het plan, en borgt dat de gemeente provinciale besluiten goed kan opvolgen. Er is daarom geen reden artikel 9.3 te schrappen. Gezien bovenstaande blijft artikel 9 ongewijzigd. Voor het plan is de impact van stikstof onderzocht, en een AERIUS berekening gemaakt (bijlage 15 van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan). Deze berekening is inmiddels nogmaals gedaan vanwege een update aan de AERIUS methodiek. Uit de berekening blijkt dat het plan voldoet aan de stikstofnormen. Reclamant stelt dat de berekening alleen rekening houdt met het vervoer en niet met de bouw zelf, en dat het vervoer onderschat wordt. Deze stelling is onjuist. De berekening houdt naast het vervoer wel degelijk rekening met de bouw van het bedrijventerrein (zie o.a. hoofdstuk 3 van bijlage 15). Daarbij is de hoeveelheid vervoersbewegingen gebaseerd op de geldende normen, en levert reclamant geen onderbouwing waarom deze normen niet zouden voldoen. Gezien bovenstaande is er sprake van een plan dat zich aan de wettelijke kaders omtrent stikstofdepositie houdt, en is er geen aanleiding het plan te wijzigen. De gemeente Epe heeft bij het opstellen van dit plan de omgeving en de omwonenden daarin zeker niet genegeerd. De gemeente Epe heeft juist gestreefd een plan op te stellen dat geen impact heeft op de omwonenden.

Gezien de onderzoeken en gehanteerde afstanden die ten grondslag liggen aan het plan, is dit geslaagd. De gemeente Epe is het daarom eens met de stelling dat het bedrijventerrein geen hinder oplevert. Daarbij wordt ook verwezen naar de antwoorden onder ad a t/m ad d en ad g. 8

Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Ad i.

Het uitzicht van reclamant zal wijzigen. Dat klopt. Gezien de tussenliggende bebouwing (o.a. woning Deventerstraat 173) en groen (o.a. bomen langs Eekterweg), en het groen dat in het kader van het bedrijventerrein wordt aangelegd, zal het uitzicht niet significant verslechteren. Dit is dan ook geen reden om het plan te wijzigen of te stoppen, mede gezien het maatschappelijk belang om voldoende ruimte voor bedrijven te realiseren. Ad j. De vraag of er waardevermindering optreedt van omliggende percelen wordt niet in de ruimtelijke procedure van het bestemmingsplan behandeld. Het staat reclamant vrij om binnen vijf jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, een verzoek tot tegemoetkoming in planschade in te dienen. Op dat moment zal middels de daarvoor bedoelde planschadeprocedure worden bepaald of er sprake is van een waardevermindering als gevolg van de realisatie van het plan en er dus sprake is van eventuele planschade. Indien dat het geval is, wordt deze uitgekeerd. Ad k. Zie de beantwoording onder ad e. Ad l. De in het plan in de openbare ruimte toegepaste verharding zal worden afgestemd op het gebruik. Halfverharding is niet overal toereikend voor het geplande gebruik. De gemeente zal de suggestie meenemen. Ad m. Zie de beantwoording onder ad e. Ad n. Voor dit plan wordt aan de relevante huidige stikstofnormen getoetst.

Als de gemeente reden heeft om handhavend op te treden en daarvoor het bevoegd gezag is, zal de gemeente deze taak ter hand nemen. Zie verder de beantwoording onder ad g. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

9 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

3. Zienswijze van Natuur en Milieu Gelderland, Oude Kraan 72, 6811 LL Arnhem, d.d. 20 maart 2023 (ingekomen 20 maart 2023 onder zaaknummer 767826) Samenvatting reactie a. Reclamant geeft aan dat binnen de provinciale Groene Ontwikkelingszone een versterkingsplan nodig is, met daarin o.a. een onderzoek naar de kernkwaliteiten en een rekensystematiek om verlies, impact en compensatie navolgbaar en toetsbaar te vergelijken. Volgens reclamant mist het versterkingsplan bij het ontwerpbestemmingsplan Eekterveld IV. Reclamant verzoekt een versterkingsplan toe te voegen. b. Volgens reclamant is het onwenselijk dat er netto 3,5 hectare aan Groene Ontwikkelingszone verdwijnt bij de ontwikkeling van het plan, en is dit niet de intentie achter het provinciale beleid voor Groene Ontwikkelingszones. c. Reclamant stelt dat het in te richten deel van de Groene Ontwikkelingszone moet functioneren als ecologische verbinding tussen Veluwe en IJssel volgens o.a. het model Das. Hiervoor is een breedte van 500 m nodig. Die wordt nu al niet gehaald, en door het verlies van een deel van de Groene Ontwikkelingszone bij het geplande bedrijventerrein wordt het nu breedste deel ook te smal. Daarom moet het deel van de Groene Ontwikkelingszone dat verloren gaat buiten het plan vallen. d.

Reclamant stelt dat volgens de provinciale Omgevingsverordening een bestemmingsplan enkel ontwikkelingen mag toelaten in het Nationaal Landschap die de kernkwaliteiten niet aantasten. Hier kan van worden afgeweken wanneer wordt aangetoond dat: - er geen reële alternatieven zijn; - er sprake is van redenen van groot openbaar belang; - compenserende maatregelen plaatsvinden. Reclamant stelt dat de onderbouwing in de toelichting ten aanzien van de afwijkingsbevoegdheid onvoldoende is en verzoekt alternatieve locaties en ontwikkelmogelijkheden te onderzoeken, inclusief transformatie, verdichting en herstructurering van bestaande bedrijventerreinen. Daarnaast verzoekt reclamant de reden van groot openbaar belang nader te onderbouwen. e. Reclamant vraagt de stikstof-depositie op te helderen ten aanzien van het salderen van bemeste landbouwgrond. De mest wordt na realisatie van het plan elders uitgereden en reclamant vraagt zich af hoe met zekerheid kan worden gesteld dat de stikstofdepositie daarvan geen significante gevolgen ondervindt. f. Reclamant stelt dat de bestemming Groen geen goede bescherming biedt ten aanzien van de bestaande natuur- en landschapselementen. Daarom moeten deze natuur- en landschapselementen de bestemming Natuur krijgen. g. Reclamant stelt dat uit het Beheerplan en andere bijlagen niet op te maken is wat aan beplanting wordt toegevoegd.

Daarom verzoekt reclamant het Beheerplan uit te breiden met de te handhaven bestaande elementen en de nieuwe beplanting/inrichting, en het onderscheid tussen reeds bestaande en nieuwe elementen inzichtelijk te maken door middel van een duidelijk kaartbeeld. Aanvulling vanuit de hoorzitting: h. Reclamant stelt dat het plan verbeterd kan worden. Dit kan door meer te doen aan versterking van de ecologische verbindingszone of het model van de provincie te hanteren. Reclamant vindt dat op de stroken groen, die nu in het plan zijn opgenomen, een hogere duurzaamheidsambitie zou moeten worden gelegd. Het ligt immers in de ecologische verbindingszone. Er is nu alleen een smal strookje groen ingepland en de gebouwen worden groen ingepakt. Dit doet niet veel voor de natuur. Dit kan worden opgenomen in een passend beeldkwaliteitsplan. i. Reclamant vindt dat er meer lucht te creëren is binnen het plan, met een robuuster stuk groen. Bijvoorbeeld door de bestaande ruimte te gebruiken en hoger te bouwen, daarmee creëer je ook ruimte voor bedrijven om te groeien. Voor bedrijven in een groene setting is veel animo en dit tilt het landschappelijke naar een hoger niveau. Reclamant is graag bereid om verder mee te denken. Reactie gemeente Ad a. Voor de natuurontwikkeling behorend bij voorliggend plan voor het bedrijventerrein Eekterveld IV is een Beheerplan opgesteld.

Dit Beheerplan is als bijlage 12 bij de toelichting en als bijlage 1 van de regels van het ontwerp bestemmingsplan opgenomen. In het Beheerplan is opgenomen hoe de natuur duurzaam te realiseren en in stand te houden, met daarin ook de relevante aspecten van een versterkingsplan. Het versterkingsplan is dan ook in de vorm van het Beheerplan opgenomen in het bestemmingsplan.

10 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Ad b.

Ad c.

Naar aanleiding van overleg met de provincie Gelderland hebben wij aan de hand van door de provincie aangeleverde handleidingen een controle gedaan op de natuurontwikkeling. Uit de provinciale berekeningsmethode is naar voren gekomen dat er een Verliesfactor van 3076,5 verliespunten is, een Impactfactor van 18027 impactpunten is (dit is ook de versterkingsopgave), en de Versterkingsmaatregelen in het plan uitkomen op 23188,25 versterkingspunten. Dit leidt tot een positieve balans van 2084,75 punten. De provincie Gelderland heeft daarop aangegeven dat de compensatie zoals in het voorliggende ontwerp bestemmingsplan is opgenomen, akkoord is. In de regels is onder artikel 5.3 een voorwaardelijke verplichting opgenomen die realisatie van de natuur als voorwaarde voor het verlenen van vergunningen voor de beoogde bedrijfspanden stelt. Hiermee is de borging van de uitvoering van de versterking conform artikel 2.53d van de Omgevingsverordening van provincie Gelderland ook in het bestemmingsplan opgenomen. Hiermee wordt de versterking van de Groene Ontwikkelingszone en de realisatie van die versterking geacht correct opgenomen te zijn, en te voldoen aan de provinciale eisen. Het klopt dat met de ontwikkeling van Eekterveld IV de bestaande Groene Ontwikkelingszone verkleind wordt (met een oppervlakte van 3 ha).

Dit is inderdaad niet de bedoeling van het provinciale beleid, en ook als gemeente Epe beschouwen wij het verkleinen hiervan in principe als onwenselijk. Wij staan daarom voor een afweging van belangen, omdat wij ook een onderbouwde behoefte hebben aan extra bedrijfskavels. In het kader van de afweegruimte die wij hebben wanneer er sprake is van een groot openbaar belang – en dat is het geval met deze onderbouwde behoefte aan bedrijfskavels, hebben wij daarom besloten toch akkoord te gaan met een verkleining van de Groene Ontwikkelingszone om het bedrijventerrein te kunnen realiseren. Wij hebben daarbij ervoor gekozen om deze verkleining te compenseren door in de nabije omgeving de natuur te versterken. Daarmee wordt de verkleining van de Groene Ontwikkelingszone niet in oppervlakte gecompenseerd, maar wel in kwaliteit. De nieuwe natuur die dankzij het plan wordt aangelegd (met een oppervlakte van 3,5 ha) is daarom ons inziens een goede compensatie voor de verkleining van de Groene Ontwikkelingszone. Deze compensatie is conform de provinciale berekeningsmethode beoordeeld, en hieruit is gebleken dat de natuur per saldo versterkt wordt (zie onder ad a). De provincie is hiermee ook akkoord. Wij erkennen dan ook de verkleining van de Groene Ontwikkelingszone, en achten met voorliggend plan deze verkleining verantwoord te compenseren. Zie de beantwoording onder ad a en b.

Verder wordt opgemerkt dat dit deel van de Groene Ontwikkelingszone een noord-zuid verbinding bewerkstelligt (zie afbeeldingen onder). De oostwest verbinding tussen Veluwe en IJssel is in die zin op deze locatie niet in het geding. Wel maakt de locatie deel uit van de totale verbindingsstructuur tussen Veluwe en IJssel. In dat kader wordt opgemerkt dat het nieuwe bedrijventerrein de hier aanwezige noord-zuid verbinding niet verbreekt. De ecologische verbinding tussen Veluwe en IJssel die (mede) door de Groene Ontwikkelingszone wordt gerealiseerd, wordt dan ook niet (significant) aangetast.

Groene ontwikkelingszone (

) & Gelders natuurnetwerk (

)in en rond het plangebied

11 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Ad d.

Ad e.

Ad f.

Ad g.

Ad h.

Ten eerste is de aanleg van een bedrijventerrein een reden van groot openbaar belang. Dit blijkt uit opinies van de Europese Commissie en uit jurisprudentie. Vervolgens is het natuurlijk nodig aan te geven of daar hier sprake van is, en of het gerechtvaardigd is om in het kader van dat groot openbaar belang aan sommige zaken voorbij te gaan. Om dit te onderzoeken is een laddertoets uitgevoerd (bijlage 3 van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan). Daarin is onderzocht of er een behoefte is die alleen hier gefaciliteerd kan worden. Uit de laddertoets blijkt dat dit het geval is. Er is namelijk een lokale behoefte aan bedrijfskavels die nu niet bediend kan worden. Vervolgens is afgewogen of het regionaal verantwoord is deze hier te realiseren. Dat is het geval. U vraagt om alternatieven. Deze zijn er ons inziens niet. De huidige bedrijventerreinen kunnen niet verder verdicht worden, omdat de kavels reeds benut zijn en verdere maximalisering tot onwenselijke effecten leidt. Andere locaties in de gemeente Epe zijn zowel qua effecten op de omgeving als qua goede ligging ongunstiger dan het voorgestelde bedrijventerrein.

En voor de locatie zelf zijn bij de planvorming meerdere varianten uitgewerkt, waarna voor de huidige verkaveling is gekozen als variant met de minste nadelige consequenties op het gebied van bodem- en waterhuishouding, natuur- en ecologische waarden en cultuurhistorische en landschapswaarden. Ons inziens is het dus duidelijk dat er een reden van groot openbaar belang is om een bedrijventerrein te realiseren, en dat er geen reële alternatieven zijn om het bedrijventerrein elders of anders te realiseren. Op basis daarvan is de ontwikkeling van het plan in het Nationaal Landschap verantwoord. Het stikstofdepositie-onderzoek (bijlage 15 van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan) is uitgevoerd conform de wettelijke kaders. Daarbij is saldering van bemesting van landbouwgrond een juridisch geldig onderdeel (zie ook hoofdstuk 5 van bijlage 15). Dat dit onderdeel is van de berekening is dan ook een normale gang van zaken. De vraag over wat er met de mest gebeurt die in het plangebied niet meer uitgereden kan worden, is een vraag die buiten de reikwijdte van het plan valt. Dit is een vraag voor de producent van de mest, die zich welbewust is van het feit dat een deel van diens mogelijkheden om mest uit te rijden vervalt.

De producent van de mest zal dan ook, bij een normale bedrijfsvoering, overgaan tot het vinden van vervangende percelen om mest uit te rijden of het verminderen van de mestproductie. Dit is een proces dat buiten het plangebied plaatsvindt, en geen verdere invloed heeft op de afwegingen voor het plan zelf. Gezien bovenstaande is er sprake van een plan dat zich aan de wettelijke kaders omtrent stikstofdepositie houdt, en is er geen aanleiding het plan te wijzigen. Het deel van het plangebied dat als bedrijventerrein wordt ingericht, wordt vrijwel geheel heringericht. Daarbij worden voornamelijk open weilanden en akkers omgezet in bedrijfskavels met infrastructuur en openbaar groen. Daarbij is bescherming van natuur- en landschapselementen niet aan de orde. En waar eventuele resterende natuur- en landschapselementen vervolgens binnen de bestemming Groen vallen, is ook ruimte nodig voor uitritten, wadi’s en andere zaken die op impact kunnen hebben op de natuur- en landschapselementen. Dit maakt dat een bestemming Natuur onwenselijk is, enerzijds vanwege het ondergeschikte karakter van resterende natuur- en landschapselementen, en anderzijds vanwege de noodzakelijke flexibiliteit in het gebruik voor een variëteit aan doeleinden gebruikt. Daarom wordt de bestemming niet gewijzigd.

Overigens worden de twee bomenrijen aan de Noordzijde van het deel van het plangebied dat als bedrijventerrein wordt ingericht, behouden. Deze landschapselementen blijven dus behouden. In het Beheerplan, bijlage 12 bij de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan, is op p.12 aangegeven wat de beplanting is voor bestaande en nieuwe elementen, en is op p.13 op een kaart aangegeven waar deze bestaande en nieuwe elementen aanwezig zijn. Dit wordt op de kaarten aan het einde van het Beheerplan nogmaals getoond. Ons inziens is hiermee duidelijk wat aan beplanting wordt toegevoegd, welke bestaande en nieuwe elementen er zijn, en waar die zijn. Gezien het feit dat de provincie Gelderland akkoord is met voorliggend plan, inclusief de benodigde versterking, is niet in te zin hoe het plan wezenlijk verder versterkt kan worden. De gronden met de bestemming Groen in het deel van het plangebied dat bedrijventerrein wordt, zijn conform het beeldkwaliteitsplan goed ingericht. Dit biedt voldoende mogelijkheden voor de natuur om daar een plek te vinden. 12

Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Ad i.

Zie verder de beantwoording onder ad a. De gemeente waardeert de suggestie voor hoogbouw om zo de voetafdruk van de bebouwing te verkleinen. Er is namelijk zeker een zogenaamde strijd om de ruimte gaande, en zuinig omgaan met de beschikbare ruimte is dan ook noodzakelijk. Het probleem daarbij is dat bedrijvigheid zich niet goed leent voor hoogbouw. Waar kantoren relatief eenvoudig de hoogte in kunnen gaan, zijn werkprocessen waarbij zware machines worden ingezet moeilijker op verdiepingen te bouwen. Ook de aan- en afvoer van (zware) producten bemoeilijkt dit. Daarnaast zijn er stedenbouwkundige overwegingen om te kiezen voor de voorgestelde bouwhoogtes. Ten slotte is de gemeente zich niet bewust van een vraag vanuit de bedrijfswereld om voor dit type bedrijventerrein nog hogere bebouwing dan voorgesteld mogelijk te maken. Gezien deze overwegingen wordt de huidige bouwhoogte gezien als één waarbij efficiënt gebruik gemaakt wordt van de beschikbare ruimte, en waar een hogere bouwhoogte – hoewel inderdaad nuttig in datzelfde efficiënte ruimtegebruik – in dit geval geen toegevoegde waarde is.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Wel is Natuur en Milieu Gelderland door de gemeente Epe uitgenodigd mee te denken in de nadere uitwerking van het ontwerp en beheer van de natuur in het plan. Deze uitnodiging heeft Natuur en Milieu Gelderland geaccepteerd.

13 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

4. Zienswijze van particuliere reclamant, d.d. 16 maart 2023 (ingekomen 20 maart 2023 onder zaaknummer 768286) Samenvatting reactie a. Reclamant stelt dat door het plan om bedrijventerrein Eekterveld IV te realiseren, het uitzicht van reclamant op de weilanden wordt vervangen met een uitzicht op hoge gebouwen. Reclamant geeft aan dat de kleine groenstrook in het plan in de herfst kaal wordt en in de lente pas groen, waardoor reclamant meer dan een half jaar tegen de gebouwen aan zal kijken. b. Reclamant stelt dat er lichtvervuiling zal ontstaan, ondanks dat lichtreclame niet is toegestaan. Volgens reclamant zal de wel toegestane letterreclame door schijnwerpers worden belicht, en het licht van de schijnwerpers tegen de gebouwen zal dot lichtoverlast leiden. c. Reclamant stelt dat er door het plan meer geluidsoverlast zal ontstaan door het geluid van de nieuwe bedrijven en door de extra verkeersbewegingen door het plan. d. Reclamant stelt dat de extra verkeersbewegingen tot meer verkeersoverlast leiden voor de omwonenden, zowel voor de Eekterweg als dankzij sluiproutes voor de Deventerstraat. e. Reclamant stelt dat het plan het woongenot ernstig gaat storen, de waarde van de woning van reclamant zal laten dalen, en dat er een oplossing komt voor de genoemde punten of een andere tegemoetkoming. Reactie gemeente Ad a. Het uitzicht van reclamant zal wijzigen. Dat klopt.

Daarom is er naar gestreefd het plan zo goed mogelijk in de omgeving in te passen. Daarom is er een groenstrook rondom de nieuwe bedrijfskavels opgenomen. Deze is het breedste ter hoogte van de woning van reclamant. In het Beeldkwaliteitsplan, bijlage 1 van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan, is aangegeven hoe deze groenstrook zal worden ingericht. Op doorsnedes 8 en 11 (pagina’s 46 en 49) van het Beeldkwaliteitsplan is te zien hoe het groen is opgebouwd. Daaruit blijkt dat niet alleen hoge bomen, maar ook lagere bomen en struiken zullen worden aangeplant. Hiermee worden de toekomstige bedrijfsgebouwen van maximaal 12 m en 15 m hoog zo effectief mogelijk ingepast en aan het zicht van reclamant onttrokken. Daarbij zal de afschermende werking van het groen in de winter natuurlijk minder zijn, maar nog steeds aanwezig zijn. Gezien deze groene afscherming en de afstand van ca.125 m tussen de woning van reclamant en het dichtstbijzijnde te realiseren gebouw van maximaal 12 m (zie afbeelding rechts), is een iets verminderd uitzicht van reclamant verantwoord in de afweging met het maatschappelijk belang om voldoende ruimte voor bedrijven te realiseren. Overigens is er volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State geen recht op blijvend vrij uitzicht.

Gezien bovenstaande mag duidelijk zijn dat hier niet simpelweg het uitzicht als verloren is beschouwd, maar dat gepoogd is het uitzicht zo goed mogelijk te maken. Ad b. Zoals reclamant al heeft geconstateerd, beperkt het bestemmingsplan de reclame die mogelijk is op het nieuwe bedrijventerrein. Hiervoor is in het beeldkwaliteitsplan voor het bedrijventerrein (bijlage 1 van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan) opgenomen dat bij reclame aan de panden lichtbakken en lichtreclame niet zijn toegestaan, dat de verlichting van het bedrijventerrein zodanig gericht wordt dat er geen lichthinder voor de omgeving ontstaat, en dat de lantaarnpalen armaturen met ledverlichting krijgen die geen uitstraling naar de omgeving hebben. Zie verder de beantwoording van zienswijze 2 onder ad d. Reclamant vreest nu dat via een omweg er alsnog lichthinder zal zijn, namelijk doordat bedrijven hun onverlichte reclame-uitingen met schijnwerpers zullen belichten. Wij beschouwen het beschijnen van onverlichte reclame-uitingen met schijnwerpers ook als lichtreclame. Wij zullen dit, wanneer aangevraagd, dan ook afwijzen. Wat wel is toegestaan is de verlichting van bedrijven en bedrijfskavels vanuit een normale bedrijfsvoering om bijvoorbeeld het kavel veilig te kunnen gebruiken (o.a. verkeer, beveiliging). 14 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Ad c. Ad d.

Ad e.

Ook daarvoor geldt, zoals net aangegeven, dat deze verlichting geen lichthinder voor de omgeving veroorzaakt. Zie de beantwoording bij zienswijze 2 onder ad a en ad b. Er ontstaat zowel door de bedrijven als het verkeer geen extra geluidsoverlast. Het aspect verkeer is ook beoordeeld in het plan. Zo is een verkeerskundig advies opgesteld voor het plan (bijlage 16 van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan). Hieruit blijkt dat de groei van het verkeer – zowel de normale groei van het verkeer als de extra groei door Eekterveld IV – goed kan worden opgevangen op de Eekterweg. Er zal dan ook geen verkeersoverlast ontstaan, omdat de toename van het verkeer daar niet toe leidt. Er is dan ook geen reden om aan te nemen dat er sluipverkeer zal ontstaan, ook niet via de Deventerstraat. De conclusie is dat er geen verkeersoverlast ontstaat. Gezien bovenstaande beantwoording is er geen sprake van een significante aantasting van het woongenot, omdat het plan rekening houdt met de woon- en leefomgeving van reclamant. Er is dan ook geen reden verdere aanpassingen te doen aan het plan. En mocht reclamant alsnog van mening zijn dat er sprake is van een waardedaling van de woning, dan staat het reclamant vrij om binnen vijf jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, een verzoek tot tegemoetkoming in planschade in te dienen.

Op dat moment zal middels de daarvoor bedoelde planschadeprocedure worden bepaald of er sprake is van een waardevermindering als gevolg van de realisatie van het plan en er dus sprake is van eventuele planschade. Indien dat het geval is, wordt deze uitgekeerd. De vraag of er waardevermindering optreedt van omliggende percelen wordt verder niet in de ruimtelijke procedure van het bestemmingsplan behandeld.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

15 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

5. Zienswijze van particuliere reclamant, d.d. 12 maart 2023 (ingekomen 20 maart 2023 onder zaaknummer 768320) Samenvatting reactie a. Reclamant vraagt om een groene afscheiding tussen het nieuwe bedrijventerrein en de weilanden. b. Reclamant maakt zich zorgen over eventueel overlast van onder andere geluid, straatverlichting en/of bedrijfsverlichting. c. Reclamant doet het voorstel om aan de noordzijde van het plangebied ter hoogte van de rij oude eikenbomen een wal te realiseren met daar bovenop bomen of struiken die groenblijvend zijn. Eenzelfde wal is tussen de Grift en de Griftsemolenweg gerealiseerd, en dit zou het licht- en/of geluidsoverlast voorkomen. Reactie gemeente Ad a. Aan de noordzijde van het nieuwe bedrijventerrein wordt al een groene afscherming gerealiseerd. In het Beeldkwaliteitsplan, bijlage 1 van de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan, is aangegeven hoe deze groenstrook zal worden ingericht. Op doorsnedes 10 en 14 (pagina’s 48 en 52) van het Beeldkwaliteitsplan is te zien hoe het groen is opgebouwd. Daaruit blijkt dat hier diverse rijen bomen komen, zodanig geplant dat de kronen van de bomen een goede afscherming bieden. Hiermee worden de toekomstige bedrijfsgebouwen van maximaal 12 m hoog zo effectief mogelijk ingepast en aan het zicht van reclamant onttrokken.

Er is dan ook geen noodzaak voor een verdere afscherming van het nieuwe bedrijventerrein. Ten aanzien van de weilanden is onduidelijk waarom de weilanden afgeschermd zouden moeten worden. De weilanden zijn een bestaand onderdeel van het landschap, en zijn geen onderdeel van het plan. Er is geen noodzaak deze af te schermen. Gezien bovenstaande en de afstand van ca. 270 m tussen de woning van reclamant en de betreffende groenstrook (zie afbeelding rechts), is de geplande groene afscheiding aan de noordzijde van het nieuwe bedrijventerrein voldoende. Ad b. Zie voor geluidshinder de beantwoording van zienswijze 2 onder ad a en ad b. Zie voor lichthinder de beantwoording van zienswijze 2 onder ad d en van zienswijze 4 onder ad b. Er ontstaat geen geluidshinder of lichthinder door het plan. Ad c. Gezien de beantwoording onder ad a en ad b is er sprake van een goede groene afscherming van het nieuwe bedrijventerrein aan de noordzijde, en is er geen sprake van geluidshinder of lichthinder. Er wordt daarom geen wal met groen gerealiseerd. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

16 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

6. Zienswijze van Bouwontwerp de Jong, Zichtstede 14, 8171 NB Vaassen (reclamant 1), namens AVK Vaassen en AVK Nederland BV (reclamant 2), Radeweg 12, 8171 MD Vaassen (mondeling toegelicht op 20 maart 2023 en schriftelijk ingekomen op 20 maart 2023 onder zaaknummer 889829) Samenvatting reactie a. Reclamant 1 begrijpt niet waarom in het bestemmingsplan geen maximum grootte van een bedrijf wordt benoemd, terwijl in het beeldkwaliteitsplan vermeld staat dat een bedrijf maximaal 3000 m2 groot mag zijn. De vraag is of het beeldkwaliteitsplan of het bestemmingsplan leidend is. b. Reclamant stelt dat het beeldkwaliteitsplan te groot is en tot verwarring leidt. c. Reclamant 2 heeft nu een bedrijf verdeeld over verschillende locaties in het bestaande bedrijventerrein Eekterveld. Reclamant 2 is van plan twee naast elkaar gelegen grondposities samen te voegen en op die plek een nieuw bedrijfsgebouw te realiseren met een beoogde omvang van 5000 à 6000 m2. Reclamant 2 doet dit vanwege ruimtegebrek op de huidige verschillende locaties en om vanuit de huidige verschillende locaties van reclamant te verhuizen naar één locatie, zodat een duurzaam gebouw kan worden gerealiseerd en verkeersbewegingen tussen de locaties kunnen worden vermeden. Reclamant 2 wil hiermee een voorbeeldpositie innemen op Eekterveld IV, zowel architectonisch als qua duurzaamheid.

Hiermee komt ook weer ruimte vrij op het bestaande bedrijventerrein Eekterveld. Daarom het verzoek om een bedrijf groter dan 3000 m2 te mogen realiseren. d. Reclamant 1 vindt de voorgeschreven CROW parkeernorm heel hoog, hetgeen zou leiden tot 125 parkeerplaatsen voor 50 werknemers, en vraagt zich af of de parkeernorm voor het bedrijf van reclamant 2 is aan te passen. Reactie gemeente Ad a. In het beeldkwaliteitsplan, bijlage 1 bij de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan, wordt inderdaad uitgegaan van bedrijfsgebouwen met een oppervlakte tussen de 600 m2 en 3.000 m2. In de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan wordt dit in paragraaf 2.2.2.1 herhaald. Dit sluit aan bij het doel van het bedrijventerrein Eekterveld IV om een relatief kleinschalig bedrijventerrein met kleine en middelgrote kavels te realiseren. In de regels is een dergelijke beperking voor de oppervlakte van bedrijfsgebouwen niet opgenomen. Hiermee wordt een bepaalde mate van flexibiliteit aangehouden, waarmee in een eventuele behoefte voor grotere bedrijfsgebouwen kan worden voorzien. Hiervoor zal natuurlijk wel een bedrijf meerdere bedrijfskavels moeten verwerven die zodanig gelegen zijn dat een bedrijfsgebouw van een dergelijke grootte gerealiseerd kan worden.

De mogelijkheden daartoe zijn beperkt en de regels rond de uitgifte van de kavels zodanig, dat de verwachting is dat dit niet of weinig zal gebeuren. Mocht dit gebeuren, dan geldt het beeldkwaliteitsplan voor de uiterlijke verschijningsvorm van het bedrijfsgebouw. Ad b. Het beeldkwaliteitsplan, bijlage 1 bij de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan, is inderdaad uitgebreid. Dit leidt ons inzien juist niet tot verwarring, maar tot duidelijkheid. Door goed te omschrijven wat verwacht wordt, weten initiatiefnemers waar zij voor kiezen als zij zich op Eekterveld IV willen vestigen. Ook zorgt het beeldkwaliteitsplan er voor dat de visie die de gemeente Epe voor het bedrijventerrein heeft daadwerkelijk tot stand komt, zowel qua uitstraling van de bebouwing als qua groene inrichting. Dit biedt ook de bedrijven en de omwonenden weer de duidelijkheid en zekerheid dat er een goede inrichting komt waarin zij zich willen vestigen en waarnaast zij kunnen wonen. Er is daarom geen reden het beeldkwaliteitsplan aan te passen. Ad c. Zie de beantwoording onder ad a. Ad d. De hier gehanteerde parkeernormen worden gemeentebreed gehanteerd. Er is daarom geen reden daar bij voorbaat van af te wijken. Bij een eventuele vergunningaanvraag is het mogelijk een lagere parkeernorm aan te vragen.

De gemeente zal op dat moment de motivering voor deze lagere parkeernorm beoordelen, en dan besluiten of er van de parkeernorm afgeweken kan worden. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

17 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

3. Ambtshalve aanpassingen In dit hoofdstuk worden per planonderdeel (toelichting, regels verbeelding) de door te voeren ambtshalve aanpassingen in het bestemmingsplan beschreven. Dit betreffen ondergeschikte wijzigingen ter verbetering van het plan, die geen directe invloed hebben op de aard van het plan. Toelichting 1. Tekstuele wijzigingen paragraaf 2.2.3 Duurzaamheid In de paragraaf over hoe duurzaamheid in het plan verwerkt wordt, worden enkele tekstuele verbeteringen gemaakt. Dit om enkele aspecten te verhelderen of onjuistheden weg te nemen. De ambtshalve wijziging wijzigt het bestemmingsplan: - In paragraaf 2.2.3 wordt na de 1e alinea de 5e keuze uit het stedenbouwkundig plan over het groen en natuurinclusief bouwen herschreven. Daarbij wordt de zin “Bedrijven zijn verantwoordelijk voor het opnemen van gevels bekleed met beplanting/klimplanten, het voorzien van de bedrijfsgebouwen van voorzieningen voor vogels, vleermuizen of insecten.” vervangen door de zinnen “Bedrijven zijn verantwoordelijk voor het voorzien van de bedrijfsgebouwen van voorzieningen voor vogels, vleermuizen of insecten. Daarnaast worden bedrijven gestimuleerd om in de gevels beplanting/klimplanten mee te nemen.” - In paragraaf 2.2.3 wordt na de 1e alinea de 6e keuze uit het stedenbouwkundig plan over het energieneutraal ontwikkelen en gebruiken herschreven.

Daarbij wordt de zin “Aanleg van gasleidingen is niet nodig doordat aangesloten wordt op de natuurlijke hulpbronnen die het totale bedrijventerrein Eekterveld gaat realiseren, o.a. wat betreft de zonne-energie en de koude-warmte uitwisseling.” vervangen door de zinnen “Energieneutraal ontwikkelen en gebruiken is het uitgangspunt. Aanleg van gasleidingen is niet nodig doordat er wordt voorbereid op de natuurlijke hulpbronnen die het totale bedrijventerrein Eekterveld gaat realiseren, o.a. wat betreft de zonne-energie en de koudewarmte uitwisseling.” - In paragraaf 2.2.3 wordt in de laatste alinea van de paragraaf over het ambitieniveau de laatste zin verwijderd. Daarbij wordt de zin “De vraag is daarom wat de beste manier is om ervoor te zorgen dat deze partijen hun verantwoordelijkheid nemen en gezamenlijk de ambitie voor Eekterveld IV bereiken.” verwijderd. Hiermee wijzigt de inhoud van het bestemmingsplan niet wezenlijk. 2. Tekstuele wijziging paragraaf 6.4 Procedure en Vaststelling In paragraaf 6.4 wordt bij de alinea Ter inzage de datum van ter inzage legging toegevoegd. Daarbij wordt de zin “Met ingang van ...................

heeft het ontwerp van het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Eekterveld IV' gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen.” vervangen door de zin “Met ingang van 7 februari 2023 heeft het ontwerp van het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Eekterveld IV' gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen.” 3. Update stikstof In het ontwerp bestemmingsplan is het aspect stikstof behandeld. Dit gebeurt in paragraaf 4.9.1. Ook is een stikstofdepositie-onderzoek toegevoegd als bijlage 15 bij de toelichting. Omdat er inmiddels een nieuwe standaard is voor het rekenmodel voor stikstof (AERIUS), wordt het stikstofdepositie-onderzoek vervangen. Het nieuwe stikstofdepositie-onderzoek heeft dezelfde conclusie opgeleverd als het ter inzage gelegde stikstofdepositie-onderzoek. Paragraaf 4.9.1 wordt daarom niet gewijzigd. Wel wordt het stikstofdepositie-onderzoek van bijlage 15 vervangen door het nieuwe stikstofdepositie-onderzoek. De ambtshalve wijziging wijzigt het bestemmingsplan: - Bijlage 15, het stikstofdepositie-onderzoek, wordt vervangen met een nieuw, geactualiseerd stikstofdepositie-onderzoek conform de meest recente AERIUS-methode. 18 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

4. Bijlage 12 wordt definitief Bijlage 12 is het Beheerplan. Deze is nog als ‘concept’ betiteld. Inmiddels is dit de definitieve versie. De ambtshalve wijziging wijzigt het bestemmingsplan: - In bijlage 12 op het titelblad de tekst “concept” gewijzigd in “definitief”. - In bijlage 12 op p.11 de tekst “concept” in de voettekst verwijderd. Regels 1. Toevoegen aard- en invloed in artikel 3 Welke bedrijven toegestaan zijn op Eekterveld IV is gelimiteerd tot de Staat van Bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 2 bij de regels is gevoegd. Dit is beperkend, zodat er grip is op welke bedrijven zich hier vestigen. Deze regeling is gebaseerd op de gelijkaardige regeling in het bestemmingsplan voor het al bestaande bedrijventerrein Eekterveld. In die gelijkaardige regeling voor het bestaande bedrijventerrein zijn regels opgenomen voor het toestaan van een hogere milieucategorie en voor het toestaan van bedrijven die niet op de Staat van Bedrijfsactiviteiten staan maar van gelijke aard en invloed zijn. In het ontwerp bestemmingsplan Eekterveld IV zijn echter alleen de regels voor het toestaan van een hogere milieucategorie opgenomen (dit is artikel 3.6.3). De regels voor het toestaan van bedrijven die niet op de Staat van Bedrijfsactiviteiten staan en van gelijke aard en invloed zijn ontbreken. Dit is een omissie. Daarom worden deze regels nu alsnog toegevoegd.

De ambtshalve wijziging wijzigt het bestemmingsplan: - In artikel 3 wordt het volgende artikel toegevoegd na het huidige artikel 3.6.3: 3.6.4 Bedrijven die niet op de Staat van Bedrijfsactiviteiten voorkomen De vestiging van bedrijven die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten vermeld zijn, maar naar hun aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn met de in artikel 3.1 genoemde toegelaten bedrijven, is toegestaan. 2. Artikel 4.1.g wordt gewijzigd De aanleg van wadi’s is op dit moment beperkt tot de locatie van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen – wadi’ binnen de bestemming Groen op de plankaart. Hiermee is het in principe niet mogelijk wadi’s buiten de functieaanduiding aan te leggen. Omdat het reëel is dat er in de toekomst meer wadi’s nodig kunnen zijn, is het nodig wadi’s in de gehele bestemming Groen mogelijk te maken. Daarom vervalt de functieaanduiding, zodat wadi’s binnen de hele bestemming Groen zijn toegestaan. Zo wordt het mogelijk om overal binnen de bestemming Groen wadi’s aan te leggen. De ambtshalve wijziging wijzigt het bestemmingsplan: - De huidige tekst van artikel 4.1.g: g. wadi's voor het bergen van water, ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - wadi'; wordt gewijzigd in: g. wadi's voor het bergen van water; 3. Artikel 5.3 wordt verplaatst Voor het plan is natuurcompensatie vereist.

Om deze natuurcompensatie te borgen, is artikel 5.3 opgenomen. Hierin staat dat de realisatie van de natuurcompensatie een voorwaarde is om de bedrijfspercelen te mogen bebouwen. Artikel 5.3 staat in de bestemming Natuur, terwijl de bouwmogelijkheden van de bedrijfspercelen in de bestemming Bedrijventerrein staan. Daardoor is bij onzorgvuldige lezing van het bestemmingsplan een risico dat de voorwaarde van artikel 5.3 wordt gemist. Om de realisatie van de natuurcompensatie als voorwaarde voor de realisatie van de bebouwing duidelijk te maken, wordt de voorwaardelijke verplichting van artikel 5.3 die deze koppeling legt verplaatst. Daarom wordt de voorwaardelijke verplichting uit de bestemming Natuur naar de bestemming Bedrijventerrein verplaatst. Dit betekent dat artikel 5.3 wijzigt in artikel 3.3. Dit betekent dat diverse regels moeten worden gewijzigd. De ambtshalve wijziging wijzigt het bestemmingsplan: - Artikel 3.4 wordt ingevoegd: 3.4 Voorwaardelijke verplichting inrichtingsplan voor natuur 19 Zienswijzennota ontwerp bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

-

Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen zoals bedoeld in artikel 3.2.1 wordt uitsluitend verleend, indien de natuur conform het Inrichtings- en beheerplan is ontwikkeld, uiterlijk het plantseizoen na ingebruikname van de bedrijven is gerealiseerd en vervolgens in stand wordt gehouden. Artikelen 3.4 t/m 3.6 worden vernummerd tot 3.5 t/m 3.7. Artikel 5.3 wordt verwijderd. Artikelen 5.4 t/m 5.5 worden vernummerd tot 5.3 t/m 5.4.

4. Tekstuele fout bijlage 3 aangepast Bijlage 3 bij de regels is de ‘Staat van horeca-activiteiten’. In deze bijlage zelf staat echter dat het bijlage 4 is. Dit is foutief en wordt daarom gecorrigeerd. De ambtshalve wijziging wijzigt het bestemmingsplan: - In bijlage 3 wordt de tekst “Bijlage 4 Staat van Horeca-activiteiten” gewijzigd in “Bijlage 3 Staat van Horeca-activiteiten”. Verbeelding 1. Aanduiding wadi’s vervalt Zoals hierboven bij de ambtelijke wijziging van de regels aangegeven, is het nodig wadi’s in de gehele bestemming mogelijk te maken. Daarom vervalt de functieaanduiding (sg-w) voor de wadi’s. De ambtshalve wijziging wijzigt het bestemmingsplan: - Verwijderen aanduiding (sg-w) zoals op onderstaande afbeelding toegelicht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13865326/1