CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

946792 Bedrijventerrein Eekterveld IV Toelichting

Gemeenteraad 27 maart 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV17.429 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico’s vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Beleidsvisie externe veiligheid In september 2013 is de Beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Uitgangspunt van deze visie is dat nieuwe risicobronnen alleen nog zijn toegestaan indien het gaat op een verplaatsing van een bestaande risicobron naar een bedrijventerrein. Daarnaast is in de beleidsvisie bepaald dat het groepsrisico ten gevolge van een risicobron niet groter mag zijn dan 1 maal de oriëntatiewaarde.

In de visie is tevens vastgelegd dat wanneer bijzonder kwetsbare objecten (objecten met verminderd zelfredzame personen zoals scholen en zorginstellingen) mogelijk worden gemaakt binnen het invloedsgebied van een risicobron de besluitvorming op dit punt expliciet bij de gemeenteraad en het college van B&W wordt

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV voorgelegd. Situatie plangebied Uit de signaleringskaart externe veiligheid blijkt het volgende:

Afbeelding 4.1: signaleringskaart externe veiligheid Stationaire risicobronnen Nabij het plangebied zijn geen stationaire risicobronnen gelegen. Mobiele risicobronnen Nabij het plangebied is één mobiele risicobron gelegen te weten de Rijksweg A50, op circa 690 meter ten oosten van het plangebied. Het plangebied is gesitueerd buiten de 200 meter vanaf de A50 waarbij de invloed van het plan op het groepsrisico berekend dient te worden. In navolgende tabel is een overzicht weergegeven van welke stoffen er vervoerd worden over het traject A50 knooppunt Hattemerbroek en knooppunt Beekbergen en de daarbij geldende maximale effectafstand (1%-overlijdenskans). Stofcategorie

Vervoershoeveelhede Maximale effectafstand (1%-overlijdenskans) n

GF3 - brandbaar gas

3000

355 meter

LF1 - brandbare vloeistof 5688

45 meter

LF2 - brandbare vloeistof

20.924

45 meter

LT2 - toxische vloeistof

288

880 meter

Uit bovenstaande tabel kan geconcludeerd worden dat het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de stofcategorie toxische vloeistof welke over de Rijksweg A50 vervoerd wordt. Volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Daarnaast liggen in de directe omgeving van het plangebied drie hogedruk aardgasleidingen (N-556-72,

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV N-556-73 en N-566-75). Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van twee van de drie hogedruk aardgasleidingen (N-556-72 en N-556-75). Gezien de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van twee hogedruk aardgasleidingen is een onderzoek externe veiligheid (bijlage 7) uitgevoerd. Uit dit onderzoek is het volgende gebleken: Plaatsgebonden risico: het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied. Groepsrisico: het groepsrisico van aardgasleiding N-556-75 is lager dan 10% van de oriëntatiewaarde en neemt niet toe door de planontwikkeling. Volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De berekeningen voor aardgasleiding N-556-72 hebben niet geleid tot een groepsrisico. De verdere verantwoording kan achterwege blijven. Belemmeringenstrook: de belemmeringenstroken leggen geen beperkingen op aan het plangebied. Ontwikkeling nieuwe risicobedrijven Conform de ambities die beschreven zijn in de beleidsvisie Externe veiligheid gemeente Epe is de ontwikkeling van nieuwe risicobronnen ter plaatse van beide bedrijventerreinen toegestaan mits het een verplaatsing betreft van een risicobedrijf elders uit de gemeente.

Beperkte verantwoording groepsrisico Ten behoeve van de beperkte verantwoording van het groepsrisico wordt in het kader van het vooroverleg advies opgevraagd bij de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Gezien de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied van de Rijksweg A50 en de buisleidingen is gekeken naar: De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp; De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp voordoet. Dit is alleen van toepassing op nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten. Maatgevende scenario's Voor de Rijksweg A50 geldt dat het de maatgevende scenario voor de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid waarbij het plangebied binnen het invloedsgebied van toxische vloeistoffen ligt, een toxische wolk is. Voor de hogedruk aardgasleidingen is dit een fakkelbrand. Onderstaand is vanuit deze scenario's ingegaan op de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp De kans op overlijden ten gevolge van een incident met gevaarlijke stoffen binnen het plangebied is zeer klein.

Er bestaan geen feitelijke mogelijkheden om middels dit bestemmingplan de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp direct te beïnvloeden. De bestrijding vindt zover mogelijk plaats bij de risicobron. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het plangebied bij eventuele calamiteiten over het algemeen goed bereikbaar is voor hulpdiensten. De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen Er worden bedrijven gerealiseerd, het betreft een functie waar er vanuit kan worden gegaan dat er sprake is van een hoge zelfredzaamheid. Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en vluchten. Bij het plaatsvinden van een fakkelbrand bij de buisleiding is de verwachting dat het plangebied te maken krijgt met een hoge hittestralingsintensiteit. Voor personen buiten is het handelingsperspectief om dekking te zoeken bij objecten zoals muren of gebouwen (schuilmogelijkheden). Gezien de nabije ligging van de gebouwen en deze bij de brand betrokken zullen raken, verdient het het advies om onder dekking van het gebouw weg te kunnen vluchten (vluchten in noordelijke richting). In de verkavelingsopzet is het mogelijk om in noordelijke richting te vluchten.

Het scenario 'toxische wolk' treedt op wanneer een opslagtank(er) met chemicaliën lek raakt door een externe bron of externe factoren zoals corrosie. Toxische vloeistoffen kunnen verdampen waardoor een gaswolk ontstaat die over de omgeving uitwaait. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid, en de vullingsgraad van de tank op dat moment.

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen). Op termijn verdwijnen de WAS-palen en wordt meer ingezet op 'modernere' communicatiemiddelen, zoals NL-alert en sociale media. Daarnaast zijn de fysieke kenmerken van een incident met gevaarlijke stoffen in veel gevallen direct waar te nemen. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen, is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.6

Bedrijven en milieuzonering

Als uitgangspunt geldt dat het bedrijventerrein niet leidt tot milieuoverlast bij milieugevoelige functies in de omgeving en dat de omliggende milieugevoelige functies de activiteiten van milieubelastende activiteiten niet in de weg staat. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaat men het aanhouden van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De onderlinge afstand moet groter worden naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker wordt belast. Ten behoeve van de milieuzonering is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) het systeem ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) ontwikkeld in de vorm van een bedrijvenlijst. Aan de verschillende type bedrijven is een milieucategorie gekoppeld. Een milieucategorie geeft aan welke milieuhinder een bedrijf veroorzaakt en tot hoever deze milieuhinder reikt. Het betreft hier de hinder van de milieuaspecten 'geluid', 'stof', 'geur', en/of 'externe veiligheid'. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Het milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld.

Er wordt bij het toepassen van de afstanden een onderscheid gemaakt tussen afstanden met betrekking tot een 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding. Wanneer sprake is van omgevingstype gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Situatie plangebied Op het bedrijventerrein worden bedrijven toegestaan met een maximale milieucategorie 3.2. Bedrijven met een milieucategorie 3.2 hebben in een 'rustige woonwijk' een richtafstand van 100 meter. De randen van dit gebied (waar woningen aanwezig zijn) is nu al te typeren als gemend gebied wegens de drukke wegen die er langs liggen. Dit betekent dat de milieuzone met één afstandsstap mag worden verlaagd. Dit houdt in dat de richtafstand 50 meter bedraagt bij een bedrijf met een milieucategorie 3.2. Op afbeelding 4.2 is te zien hoe ver de 50 meter grens vanaf de woningen gelegen is.

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Afbeelding 4.2: richtafstand 50 meter milieucategorie 3.2 Voor het aspect gevaar kan niet zonder meer de richtafstand met één afstandsstap verlaagd worden. Voor de volgende activiteiten is gevaar de maatgevende richtafstand met een maximale milieucategorie 3.2: SBI 642 zendinstallaties LG, MG < 100 Kw (milieucategorie 3.2, met gevaar 100 meter) Deze activiteit is in de regels uitgesloten op het bedrijventerrein Eekterveld IV (strijdig gebruik). Daarnaast wordt in de regels van dit bestemming de vestiging van risicovolle bedrijven in eerste instantie uitgesloten. In combinatie met situering van het bedrijventerrein kan geconcludeerd worden dat de omliggende woningen op voldoende afstand gelegen zijn van de toekomstige bedrijven. Het goed woon- en leefklimaat van de omliggende woningen blijft met de komst van het bedrijventerrein gewaarborgd. Daarnaast staat de omliggende woningen de activiteiten dan de toekomstige bedrijven niet in de weg. Conclusie Het aspect 'bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.7

Archeologie en cultuurhistorie

4.7.1

Archeologie

In het Europese Verdrag van Malta, ondertekend door een groot aantal EU-landen, waaronder ook Nederland, is de veiligstelling van het (Europese) archeologische erfgoed als doelstelling opgenomen. In 1998 is dit verdrag goedgekeurd door het Nederlandse parlement. Ter implementatie van het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving is in 2007 de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Dit is een aanpassingswet waarmee de Monumentenwet 1988 gewijzigd is op het onderdeel archeologie. Door middel van de gewijzigde Monumentenwet moet het archeologisch erfgoed in de bodem bescherming krijgen in het ruimtelijke ordeningsbeleid. Als gevolg van Europese en nationale wetgeving stellen rijk en provincies zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologisch erfgoed moet worden omgegaan. De meeste ingrepen in de ruimtelijke ordening vinden plaats op gemeentelijk niveau. De Monumentenwet verplicht gemeenten bij het opstellen van ruimtelijke plannen rekening te houden met de in hun bodem aanwezige waarden.

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Op plankaarten geeft de gemeente voor het eigen grondgebied aan waar zich bekende archeologische vindplaatsen bevinden. Voor het overige gebied gelden verwachtingswaarden. De kern van de huidige archeologiewetgeving behelst bescherming van waardevolle oudheidkundige resten in de bodem. Bij ruimtelijke ingrepen op locaties met vindplaatsen moeten de aanwezige resten intact blijven. Wanneer verstoring onvermijdelijk is, dient oudheidkundig bodemonderzoek plaats te vinden. De informatie van de bij bodemonderzoek onderzochte resten wordt behouden door middel van documentatie. Voor gebieden waar reële verwachtingen bestaan ten aanzien van archeologische waarden, die bedreigd worden door ruimtelijke ingrepen, moet inventariserend onderzoek plaatsvinden om uit te maken of daadwerkelijk waardevolle archeologische resten aanwezig zijn. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Op basis van dit onderzoek kan besloten worden tot behoud van de vindplaats, verder onderzoek of vrijgave van de locatie. De beslissingsbevoegdheid over archeologische monumentenzorg met betrekking tot het grondgebied van de gemeente Epe berust bij de regio-archeoloog Stedendriehoek. Situatie plangebied De gemeente Epe heeft een eigen archeologiebeleid. Op dit moment laat de gemeente een nieuwe beleidskaart opstellen.

Deze is nog niet gereed. De nieuwe beleidskaart is gebaseerd op de (eveneens nieuwe) archeologische verwachtingskaart, die inmiddels beschikbaar is. Hierop ligt het plangebied in zones met een hoge, middelhoge en lage verwachting. De vrijstellingsgrenzen zijn inmiddels al wel bekend. Bij ingrepen dieper dan 35 cm –mv geldt voor zones met een hoge verwachting een onderzoeksplicht bij ingrepen groter dan 250 m2; voor middelhoge verwachtingszones geldt een onderzoeksplicht bij gebieden groter dan 1000 m2 en bij lage verwachtingszones 2500 m2. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het toekomstige gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven. Archeologisch bureauonderzoek Er is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 8. Uit het archeologische bureauonderzoek is het volgende gebleken: Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten verwacht. De geplande bodemingrepen zullen deze resten zeer waarschijnlijk aantasten. Beschikbare bodemkundige grondboringen (gezet in 1994) wijzen op een grotendeels intact bodemprofiel in vrijwel het gehele plangebied. De huidige staat van het bodemprofiel kan afwijken (dieper verstoord zijn) ten opzichte van de situatie in 1994.

Om deze reden adviseren we – na overleg met de regio-archeoloog – om een extensief verkennend booronderzoek in het gehele plangebied (circa 9,5 ha) uit te voeren. Dit booronderzoek dient ertoe de resultaten van het eerdere – bijna 30 jaar oude – booronderzoek te actualiseren en aan te vullen voor het gehele plangebied. Een boorgrid van 3 boringen per ha volstaat voor dit doeleinde. Waar tijdens het veldonderzoek de bodemkundige situatie onduidelijk is, dient ter plaatse te worden opgeschaald naar een wat dichter boorgrid (6 – 7 boringen per ha). Aan de hand van de resultaten van dit extensieve booronderzoek kan een beslissing worden genomen omtrent noodzaak en omvang van vervolgonderzoek. Archeologisch Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Aanvullend op het archeologisch bureauonderzoek is er in mei 2022 een inventariserend veldonderzoek verkennende fase uitgevoerd (zie bijlage 9). Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem in delen van het plangebied nog steeds grotendeels intact zijn (B-horizont en BC-horizont). Tegelijkertijd is in een aanzienlijk deel van het plangebied sprake van een tot in de C-horizont verstoord bodemprofiel. Echter, de verstoring reikt zeer waarschijnlijk niet dieper dan 30 cm in de C-horizont. Conform de richtlijnen van de gemeente is ook in dat geval vervolgonderzoek van toepassing.

Geadviseerd wordt een proefsleuvenonderzoek in het relatief hooggelegen zuidwestelijke deel van het plangebied uit te voeren. In een zone waar intacte B-podzolen zijn aangetroffen adviseren we karterende boringen. Of in het resterende plangebied archeologisch

28

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV onderzoek van toepassing is, hangt af van de resultaten van het uit te voeren vervolgonderzoek in de overige gebieden. Dit advies is deels overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Epe. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, H.G. Pape-Luijten, regioarcheoloog Stedendriehoek. In plaats van een proefsleuvenonderzoek in een deel van het plangebied dient hier in eerste instantie een karterend booronderzoek te worden uitgevoerd. Voor het overige deel van het plangebied wordt het advies onderschreven. Archeologisch Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Op basis van het advies welke voortkomt uit de resultaten van het archeologisch inventariserend veldonderzoek - verkennende fase is een inventariserend veldonderzoek - karterende fase uitgevoerd (zie bijlage 10). Tijdens het karterend booronderzoek bleek dat, net als bij het verkennend booronderzoek, de bodem grotendeels intact was. Ten noordwesten van het plangebied achter de huidige bebouwing en langs de Talhoutweg is de bodem tot 1,80 meter onder het maaiveld verstoord. Het doel van het karterende booronderzoek was het opsporen en begrenzen van een eventuele vindplaats binnen de twee onderzoeksgebieden.

Op basis van het voorgaande bureauonderzoek en verkennende booronderzoek is de verwachting hoog voor het aantreffen van een vuursteenvindplaats uit de periode Laat Paleolithicum tot en met Vroeg Neolithicum. Tijdens het karterend booronderzoek zijn er geen vuursteenwerktuigen, afslagen of houtskoolfragmentjes aangetroffen, evenmin als andere indicatoren voor de aanwezigheid van een vuursteenvindplaats. Wel zijn er verschillende fragmenten aardewerk uit de Nieuwe tijd en kolengruis aangetroffen tijdens het zeven van de boorkernen. Deze fragmenten zijn waarschijnlijk na de ontginning als stadsafval in het plangebied terecht gekomen. Veel van deze fragmenten zijn aangetroffen in de onderste laag van de bouwvoor of de bovenste verploegde laag van de B- of BC -horizont. Op basis van de resultaten van het karterend booronderzoek kan er geconcludeerd worden dat er binnen het onderzoeksgebied geen vindplaats aanwezig is. De verwachting voor de periode Laat Paleolithicum tot en met Vroeg Neolithicum kan bijgesteld worden naar laag. Tijdens het karterend booronderzoek zijn er geen indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Op basis hiervan adviseert Laagland Archeologie geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven.

Laagland Archeologie adviseert in het bestemmingsplan niet een aanduiding omtrent archeologie op te nemen. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, H.G. Pape-Luijten onderschrijft dit advies. 4.7.2

Cultuurhistorie

Het plangebied ligt tussen twee cultuurhistorische bijzondere gebieden, namelijk het voormalige heidegebied en de Grift. Aan de westzijde lag een heideveld. Dit voormalige heideveld wordt nu geheel in beslag genomen door het bedrijventerrein Eekterveld. Van de rand van het oorspronkelijke heidegebied rest het Molenpad dat de noordwestrand van het plangebied begrenst. Oude eikenbomen langs dit pad markeren het tracé ervan. Aan de oostzijde vormt de Grift de begrenzing van het plangebied. Deze waterloop is naar verwachting rond 1400 aangelegd. Het zorgde voor de waterafvoer van de vele aangelegde bronbeken vanaf de Veluwe en diende daarbij als vaarroute voor de bedrijven die zich langs de beken hadden gevestigd. In de 19de eeuw is deze vaarroute vervangen door het Apeldoorns Kanaal, die aan de oostzijde van de Grift ligt. De Grift had voorheen een watermolen in de noordoosthoek van het plangebied. De bestaande woningen aan de beek hebben nog steeds diverse relicten van de watermolen met bijbehorende woning. De lagere gronden ten noorden van het plangebied boden tussen circa 1800 en 1950 gelegenheid voor een (forellen) viskwekerij. De vijvers zijn in de 50-er en 60-er jaren gedempt. Nu zijn dit weiden die zijn geëgaliseerd.

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

De hogere gronden in het plangebied zijn de oude akkers op dekzandgronden aan de rand van de Veluwe. Deze gronden hebben een dikke humusrijke bovengrond en zijn goed waterdoorlatend. Thans zijn deze grondenin gebruik als weiden, soms als akker. Bij deze landbouwgronden ligt een voormalige boerderij, namelijk aan de Deventerstraat 141. Dit is een gemeentelijk monument vanwege de historische bouwwaarden.

Afbeelding 4.3: Cultuurhistorie Cultuurhistorisch zijn van belang het tracé van het Molenpad, de oude eikenbomen langs het Molenpad en op de overgang van hoog naar laag, de monumentwaardige boerderij aan de Deventerstaat 141 en (langs de oostrand) de Grift. Dit zijn cultuurhistorische waarden welke met de voorgenomen ontwikkeling behouden blijven. Conclusie Het aspect 'archeologie en cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.8

Water

Waterbeleid Waterschap Waterschap Vallei en Veluwe beschikt over een Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) en het Blauw Omgevingsprogramma (BOP). Met de BOVI zet het Waterschap een stip op de horizon voor duurzaam waterbeheer in de toekomst. Het BOP (Blauwe Omgevings Programma) maakt de BOVI concreet, het betreft een gebiedsgerichte doorvertaling. 22 november 2021 is het waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe, het Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 (BOP) vastgesteld. Het gebied, de maatschappelijke thema’s en samenwerking met partners zijn meer centraal gezet dan in voorgaande waterbeheerprogramma’s. In het BOP staat vijf thema's centraal: Waardevolle leefomgeving Klimaatverandering Energietransitie Circulaire economie Biodiversiteit Naast de vijf thema's welke centraal staan zijn er BOP-doelen. Ze laten zien waa het Waterschap voor staat in de periode 2022-2027. Daarbij is rekening gehouden met de wettelijke taken van het

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV waterschap: waterveiligheid en schoon en voldoende oppervlaktewater. De BOP-doelen zijn gebiedsgericht vertaald en zijn terug te vinden in de gebiedsprogramma’s. De BOP-doelen zijn gecategoriseerd in vijf onderwerpen: Waterveiligheid, Watersysteem, Wonen en Zuiveren, Circulaire Economie en Energietransitie. Het plangebied is gelegen binnen het gebiedsprogramma voor deelgebied IJsselvallei. Ter hoogte van het plangebied is geen gebiedsdoel weergegeven op de interactieve kaart. Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid ten aanzien van water is vastgelegd in het Gemeentelijk Watertakenplan 2021 t/m 2025 (GWP). Met dit plan wil de gemeente een toekomstbestendige en duurzame waterhuishouding. Daarbij streeft de gemeente ernaar, dat de leefomgeving minimaal hetzelfde blijft en waar mogelijk verbetert. Het GWP beschrijft de beleidskaders en de activiteiten voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval-, hemel- en grondwater. Dat geldt ook voor het beheer en onderhoud van oppervlaktewater in de gemeente Epe. Daarnaast geeft het plan de visie op de gemeentelijke watertaken voor de lange termijn weer. De gemeentelijke visie op de watertaken en klimaatadaptatie kent veel raakpunten met het beleid van het Waterschap Vallei en Veluwe.

Situatie plangebied Bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen moet de watertoets worden doorlopen. Dit houdt in dat alle ruimtelijke plannen een waterparagraaf moeten bevatten. De watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het kader van de watertoets is wettelijk verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Er is tussen de gemeente Epe en Waterschap Vallei en Veluwe onderling afstemming geweest over de voorgenomen ontwikkeling en de waterapecten die hierbij een rol spelen. Huidige watersystemen en waterkeringen Rond het plangebied is oppervlaktewater met een A-status gelegen, betreffende de Grift (oosten) en het Eekterveld (westen). Binnen het plangebied zijn C-watergangen gelegen voor de ontwatering van de percelen. Een gedeelte van deze C-watergang, ter hoogte van de toekomstige bedrijfspercelen, wordt gedempd.

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Afbeelding 4.4: Legger Watersystemen Er is geen sprake van overige, regionale of primaire keringen in en rondom het plangebied. Hemelwater Door de realisatie van het bedrijventerrein neemt het verharde oppervlakte toe. Om er voor te zorgen dat er voldoende ruimte is om regenwater op te vangen wordt er tussen het huidige bedrijventerrein en het nieuwe terrein een zone gerealiseerd waar het water wordt opgevangen in een wadi. De A-watergang wordt deels verlegd, zodat het pal langs de Talhoutweg en het Molenpad komt te liggen. Aan de zuidzijde van deze hoofdwatergang wordt een grote wadi aangelegd. De wadi zorgt voor bergingscapaciteit van het regenwater dat valt op de toekomstige verhardingen en bedrijfsgebouwen. Dit regenwater wordt tijdens en na hevige regenbuien en langdurig regen afgevoerd naar de wadi. De wadi heeft een bergingscapaciteit van ruim 2.700 m3. Het kan regenbuien tot maximaal 100 mm regen per dag bergen. Het geborgen regenwater zal infiltreren in de bodem. Als er meer water wordt aangevoerd dan geborgen kan worden, kan het overtollig water afgevoerd worden naar de A-watergang via een verlaging in de dijk tussen de wadi en watergang. Met het waterschap Vallei en Veluwe zal nog nader overleg plaatsvinden bij het bestek gereed maken van het plan voor de realisering van verlegde A-watergang en van de wadi.

De duikers onder de toegangswegen naar Eekterveld IV bestaan uit ronde buizen met een diameter van 32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV niet meer dan 1m. In de verlaagde gedeelten van de wadi worden verspreid elzen geplant. Hiermee wordt de wadi ruimtelijk gekenmerkt. Het maaiveld bestaat uit een bloemrijkegraslandvegetatie en wordt extensief beheerd. De wadi wordt als volgt bepaald: De wadi heeft een verlaagd maaiveld ten behoeve van de regenwaterberging. De wadi ligt ten zuiden van de A-watergang waarvan het gescheiden is door een dijk; Twee duikers onder de toegangswegen naar het nieuwe terrein, die zorgen voor de verbinding tussen de delen van de watergang en van de wadi, worden gemaakt van composiet. De uitgangen worden scheef 'afgesneden' in relatie tot de helling van de oevers. De duikers worden ook voorzien van een uitstroombak; Een strook elzenbomen, Alnus glutinosa (maat 18-20), in verspreid verband geplant; Natuurvriendelijke oevers / flauwe onderwater taluds van de wadi; Bloemrijke grasvegetatie, extensief beheerd. Vuilwater Het vuilwater wordt gescheiden aangeboden op de hoofdaansluiting van de gemeente. Conclusie Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.9

Ecologie

Op 1 januari 2017 is de 'Wet natuurbescherming' in werking getreden. De Wet natuurbescherming vormt het voornaamste beleidsmatige toetsingskader op het gebied van de soortenbescherming en gebiedsbescherming. 4.9.1

Gebiedsbescherming

Ten aanzien van gebiedsbescherming zijn in het kader van de Europese richtlijnen in Nederland speciale beschermingszones aangewezen die een hoge wettelijke bescherming kennen. Hiervoor zijn Natura 2000-gebieden en gebieden onderdeel uitmakend van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) aangewezen. 4.9.1.1 Natura 2000-gebieden en Natuurnetwerk Nederland Ter hoogte van het plangebied is een quickscan flora en fauna uitgevoerd voor de ontwikkeling van Eekterveld IV te Vaassen, deze is opgenomen als bijlage 13. Uit de quickscan volgt dat het plangebied geen deel uitmaakt of niet ligt in een gebied dat beschermd is in het kader van de Wet natuurbescherming (Natura 2000-gebied) of Natuurnetwerk Nederland (NNN). Met uitzondering van het plangebied waar de compensatie Groene Ontwikkelingszone gaat plaatsvinden, hier is een gedeelte aangewezen als NNN. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt op 600 m van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Het betreft een uitloper van de Veluwe. Gezien de afstand en de aard van de ingrepen is er geen sprake van directe aantasting, zoals effecten door geluid of optische verstoring van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Emissie van stikstof kan echter over grotere afstand de Natura 2000-gebieden beïnvloeden.

Ten aanzien van stikstof geldt dat aan de hand van een stikstofberekening moet worden vastgesteld of sprake is van een toename aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden en of dit kan leiden tot significante gevolgen voor deze Natura 2000-gebieden. Indien dit het geval is, dan is mogelijk een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Door TAUW is er een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd, deze is opgenomen als bijlage 15. Hieruit blijkt dat de realisatie en het gebruik van bedrijventerrein Eekterveld IV niet leiden tot een toename van stikstofdepositie op habitats of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden waarvan de kritische depositiewaarde reeds wordt overschreden, of bijna overschreden. Daardoor kan op voorhand worden uitgesloten dat er potentieel significante effecten kunnen optreden op de betreffende habitats en leefgebieden. Artikel 2.7, eerste lid, Wet natuurbescherming staat dan ook niet in de weg aan de vaststelling van het bestemmingsplan. Natuurnetwerk Nederland

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

In de provincie Gelderland wordt het Natuurnetwerk Nederland het Gelders Natuurnetwerk (GNN) genoemd. Het GNN is ten oosten gelegen. De toekomstige bedrijfskavels liggen buiten de begrenzing van de GNN. Het GNN kent geen externe werking. Voor ingrepen en plannen die liggen buiten de begrenzing van het GNN is geen aanvullende toetsing, in de vorm van een ‘nee, tenzij-toets’ noodzakelijk. Een gedeelte van het plangebied waar de natuurzone mogelijk wordt gemaakt, is wel gelegen binnen de GNN. Dit heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming 'Agrarisch' en krijgt met dit bestemmingsplan de bestemming 'Natuur'. Met het realiseren van een natuurzone blijft de GNN status behouden. Er wordt een functie toegelaten die geen nadelige gevolgen heeft voor de kernkwaliteiten van de GNN. In de regels en de verbeelding is de aanduiding 'overige zone - gelders natuur netwerk' opgenomen, hiermee blijft de status van de GNN gewaarborgd.

Afbeelding 4.5: Begrenzing Gelders Natuurnetwerk 4.9.1.2 Nationaal Landschap Het plangebied ligt voor een klein gedeelte binnen het Provinciaal aangewezen Nationaal landschap.

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Afbeelding 4.6: Begrenzing Nationaal Landschap In de Omgevingsverordening (februari 2022) van de provincie Gelderland zijn de volgende instructieregels bestemmingsplan bescherming landschap opgenomen. Artikel 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap) 1. Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten. 2. In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: a. er geen reële alternatieven zijn; b. er sprake is van redenen van groot openbaar belang; c. compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen. Het plangebied maakt onderdeel uit van Nationaal Landschap Veluwe. Het Nationaal Landschap Veluwe is onderverdeeld in deelgebieden, waarbij het plangebied valt binnen het deelgebied 'Wiggen Oost-Veluwe'. De kernkwaliteiten van dit waardevolle landschap is verwerkt in het Landschapsontwikkelingsplan van Veluwe tot IJssel.

Landschapsontwikkelingsplan van Veluwe tot IJssel In januari 2010 is het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) van Veluwe tot IJssel vastgesteld. Het LOP is opgesteld door de gemeenten Epe, Heerde en Voorst en bevat een regionale visie op het behoud van een mooi en aantrekkelijk landschap. Doel is om met het LOP de autonome ontwikkeling van het landschap te sturen op behoud en de ontwikkeling van landschappelijke samenhang en het ontwikkelen van karakteristieke kenmerken. Ook wordt met het LOP beoogd het landschapsbelang in te brengen in alle ruimtelijke veranderingsprojecten en daartoe een 'landschapskapstok' te bieden. Het LOP fungeert daarom als toetsingskader op het gebied van landschapssturing bij projecten in de regio. Aan het LOP is tevens een uitvoeringsprogramma gekoppeld. Op de landschapsvormkaart en de kaart waardevolle open gebieden zijn de kernkwaliteiten van het landschap inzichtelijk gemaakt en gewaardeerd. Naast generieke beleidsuitspraken zijn per landschapseenheid en waardevol landschapselement uitgangspunten beschreven om het landschap te Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV behouden en/of te versterken. Voor het plangebied gelden de volgende landschapseenheden binnen de begrenzing van het Nationaal Landschap: 'beekdalen' en 'dekzandruggen en oude bouwlanden'. In het vigerende bestemmingsplan zijn deze landschappelijke waarden middels een gebiedsaanduidingen beschermd.

Figuur 4.7: Gebiedsaanduidingen berscherming landschap en natuurwaarden Ter plaatse van de aanduidingen in de navolgende tabel zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de desbetreffende cultuurhistorische, landschappelijke en natuurlijke waarden: Aanduiding

Landschap en natuurwaarden

Overige zone - dekzandruggen en oude bouwlanden

- Besloten openheid - Laanbeplantingen - Bebouwingslinten met doorzichten - Oude wegen en paden - Bolle ligging - Grote open percelen met randbeplantingen - Steilranden

Overige zone - beekdalen

- Nat karakter - Natuurontwikkeling - Open uitstraling (gras-, wei- of hooiland) - Elzensingels - Cultuurhistorische elementen (sprengen) - Herkenbaarheid boven-,midden- en benedenloop van het beekdal

Met de voorgenomen ontwikkeling gaat een gedeelte van de landschap en natuurwaarden verloren, omdat ter hoogte van deze waarden de bedrijfskavels beoogd zijn. Activiteiten die de kernkwaliteiten aantasten zijn alleen mogelijk als: a. er geen reële alternatieven zijn; b. er sprake is van redenen van groot openbaar belang; c. compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale 36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen. Geen reële alternatieven en sprake van groot openbaar belang Uit onderzoek is gebleken dat er in de gemeente Epe een uitbreidingsbehoefte is van 4 hectare aan bedrijventerreinen. Daar is de de locatie van de voorgenomen ontwikkeling het meest geschikt voor, grenzend aan het huidige bedrijventerrein. Er zijn bij de planvorming meerdere varianten uitgewerkt van een verkavelingsplan. Tijdens de afweging is gebleken dat deze verkaveling de minste nadelige consequenties heeft op het gebied van bodem- en waterhuishouding, natuur- en ecologische waarden en cultuurhistorische en landschapswaarden. Compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen Met de voorgenomen verkaveling blijven de meeste kernkwaliteiten behouden en worden de aanwezig kernkwaliteiten versterkt. De gehele begrenzing van 'beekdalen' komt te vervallen en een gedeelte van de 'dekzandruggen en oude bouwlanden' blijft behouden. Ondanks dat een gedeelte van het Nationaal Landschap verloren gaat wordt het gedeelte wat overblijft als Nationaal Landschap versterkt. Rondom het bedrijventerrein worden landschapzones passend ingericht. In paragraaf 2.2.2.2 wordt hier verder op ingegaan.

De landschapsstrook tussen de twee rotondes wordt verlengd langs Eekterveld IV. Hier wordt een circa 10m brede strook met verspreide parkbomen aangelegd tussen bedrijfskavels en de bermsloot. Langs de zuidrand van de bedrijfskavels worden in een strook van 10 tot 15 m parkbomen geplant. Hiermee worden de landschap en natuurwaarden welke kenmerkend zijn voor 'dekzandruggen en oude bouwlanden', denkend aan laanbeplanting, versterkt en gecompenseerd. 4.9.1.3 Groene ontwikkelingszone (GO)

Afbeelding 4.8: Begrenzing Groene ontwikkelingszone Het plangebied ligt voor een deel binnen de Groene ontwikkelingszone (GO). In de Omgevingsverordening (februari 2022) van de provincie Gelderland zijn de volgende instructieregels bestemmingsplan Groene ontwikkelingszone opgenomen. Artikel 2.52 (beschermen Groene ontwikkelingszone) 1. Voor zover een bestemmingsplan van toepassing is op locaties binnen de Groene ontwikkelingszone, laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als uit onderzoek blijkt dat: a. de kernkwaliteiten of ontwikkelingsdoelen, genoemd in bijlage Kernkwaliteiten Gelders

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, per saldo en naar rato van de ingreep worden versterkt; en b. de samenhang niet verloren gaat. 2. Gedeputeerde Staten stellen regels vast om de versterking uit te werken. Artikel 2.54a (wijziging begrenzing Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone) Gedeputeerde Staten kunnen de begrenzing van het Gelders natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone wijzigen: 1. voor een verbetering van de samenhang of een betere planologische inpassing van het Gelders natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone, voor zover: a. de kernkwaliteiten van het Gelders natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone behouden blijven; en b. de oppervlakte van het Gelders natuurnetwerk ten minste gelijk blijft; 2. voor de toepassing van paragraaf 2.6.1 (instructieregel bestemmingsplan bescherming Gelders Natuurnetwerk); of 3. voor zover er op 17 oktober 2014 sprake was van een onherroepelijk bestemmingsplan met daarin bestemmingen die strijdig zijn met de begrenzing van het Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone. Met de ontwikkeling van Eekterveld IV wordt de bestaande Groene ontwikkelingszone met circa 3 ha verkleind. Compensatie hiervan wordt voorzien in de strook tussen Eekterveld IV en De Grift en tussen Eekterveld III en De Grift.

De compensatie bedraagt ruim 3,5 hectare, zie bijlage 11 (compensatie GO). Ten behoeve van deze compensatie is een beheerplan (bijlage 12) opgesteld hierin wordt een nadere uitleg gegeven aan de inrichtings- en beheersmaatregelen van de gebiedsdelen binnen het compensatiegebied. Hierin zijn de adviezen vanuit de provincie meegenomen. De GO krijgt in dit bestemmingsplan de bestemming 'Natuur'. Het in te richten en te beheren gebied bestaat uit drie deelgebieden: de Aarden wal, de Natte Graslanden en de Landschapszone. Het doel is om de drie deelgebieden zodanig in te richten dat ze bijdragen aan het functioneren van de ecologische verbindingszone langs De Grift. De deelgebieden bestaan uit drie verschillende vegetatietypen welke samen ruim 3,5 hectare nieuwe natuur vormen: Kruidenweide vegetatie (droge grond): 5.088 m2; Kruidenweide vegetatie (natte grond): 13.669 m2; Bos (droge grond): 16.370 m2. Op basis van het beheerplan kan de Gedeputeerde Staten medewerking verlenen aan het wijzigen van de begrenzing van de Groene ontwikkelingszone. Met het plan is aangetoond dat de kernkwaliteiten van de Groene ontwikkelingszone versterkt worden en dat de samenhang niet verloren gaat. Houtopstanden Het plangebied ligt buiten de ‘bebouwde kom Boswet’ van de Gemeente Epe. waardoor de aanwezige bomen mogelijk deel uitmaken van beschermde houtopstand.

Beschermde houtopstanden betreffen: alleen bossen die buiten de ‘bebouwde kom Boswet’ liggen, maar die niet op erven of in tuinen staan, en; alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are; bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat, uitgezonderd populieren en wilgen. De houtopstand binnen het plangebied betreft een bomenrij van maximaal 10 bomen (snelgroeiend) en valt daarmee niet onder beschermde houtopstand. Verdere toetsing vanuit de Wnb is derhalve niet aan de orde.

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

4.9.2

Soortenbescherming

Soortenbescherming is onder de Wet natuurbescherming geregeld op basis van een drietal verschillende beschermingsregimes, namelijk voor vogelrichtlijnsoorten, habitatrichtlijnsoorten en overige soorten. Voor al deze soorten geldt dat het verboden is ze opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren, om eventuele eieren opzettelijk te vernielen, om de vaste voortplantings- of rustplaatsen te beschadigen en om beschermde plantensoorten opzettelijk te ontwortelen of te vernielen. Hiervan kan onder andere sprake zijn bij het kappen van bomen, het slopen van gebouwen of het storten en afgraven van gronden. Situatie plangebied Uit de quickscan is gebleken dat met de herontwikkeling effecten op jaarrond beschermde vaste rusten verblijfplaatsen van vleermuizen, huismus, buizerd, das, kleine marterachtigen en vliegend hert en essentieel foerageergebied van kerkuil en steenuil niet op voorhand zijn uit te sluiten. Door middel van een onderzoek naar vleermuizen, huismus, kerkuil, steenuil, buizerd, das, kleine marterachtigen en vliegend hert kan vastgesteld worden of de eerder genoemde strikt beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn en of deze aangetast worden door de werkzaamheden. Pas als het exacte gebruik van het plangebied door deze soorten bekend is, kan worden bepaald of sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming.

Nader onderzoek naar deze soorten is uitgevoerd en de rapportage is opgenomen als bijlage 14. De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek zijn: De aanwezigheid van nest- of verblijfplaatsen of essentieel foerageergebied van huismus, kerkuil, steenuil, das, poelkikker en vliegend hert zijn op basis van het onderzoek uitgesloten. In het plangebied is één paarverblijfplaats van de rosse vleermuis aanwezig; 1. Indien de bomen langs het Molenpad, waaronder de boom met een paarverblijfplaats, blijven behouden, is van aantasting van de verblijfplaats of individuen is geen sprake; 2. Maatregelen ten aanzien van verlichting zijn noodzakelijk om verstoring van de verblijfplaats te voorkomen; 3. Indien maatregelen niet mogelijk zijn, is verstoring van de verblijfplaats niet uit te sluiten, wat in strijd is met artikel 3.5, lid 2 uit de Wet natuurbescherming. Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van buizerd aanwezig. In de omgeving (75 meter) van het plangebied kan een nestlocatie van buizerd niet worden uitgesloten; 1. Door in de winter een controle uit te voeren op de aanwezigheid van een nestlocatie van buizerd, kunnen eventueel noodzakelijke vervolgstappen worden bepaald; 2. Verstoring van nestlocaties van buizerd is in strijd met artikel 3.1 lid 4 en 5 uit de Wnb.

Indien werkzaamheden staan gepland of aanwezigheid van mensen tijdens de gebruiksfase is te verwachten binnen de verstoringsafstand van 75 meter, zijn maatregelen om verstoring van buizerd te voorkomen noodzakelijk. 3. Indien verstoring van een nestlocatie van buizerd niet is uit te sluiten, is bij uitvoering van de plannen ontheffing van artikel 3.1 lid 4 en 5 van de Wnb noodzakelijk. In het plangebied is de aanwezigheid van wezel aangetoond; 1. Het bebouwen van het plangebied heeft een negatief effect op de verblijfplaatsen van wezel, deze gaan verloren; 2. Het bebouwen van het plangebied en het daarmee verstoren van exemplaren en het opzettelijk beschadigen of vernielen van een vaste verblijfplaats is in strijd met artikel 3.10 lid 1a en 1b uit de Wet natuurbescherming; 3. Voor het overtreden van artikel 3.10 lid 1a is geen ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk wanneer mitigerende maatregelen worden getroffen; 4. Voor het overtreden van de verbodsbepaling artikel 3.10, lid 1b is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. Binnen het plangebied kunnen algemene broedvogels tot broeden komen. Om verstoring van broedende vogels te voorkomen zijn maatregelen noodzakelijk. Bijvoorbeeld door te werken buiten het broedseizoen. Indien gewerkt wordt in het broedseizoen kunnen zogenaamde broedvrij-maatregelen genomen om broedgevallen binnen het plangebied te voorkomen.

Ook dient voorafgaand aan de werkzaamheden een controle uitgevoerd te worden op aanwezigheid van

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV broedvogels. Indien broedende vogels worden aangetroffen, dienen werkzaamheden te worden aangepast om verstoring van nesten te voorkomen. Voor alle overige soorten geldt ten alle tijden de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Conclusie De ontwikkeling van Eekterveld IV zal de Groene Ontwikkelingsruimte met circa 3 ha verkleinen. Compensatie hiervan vindt onder andere plaats in de strook tussen Eekterveld IV en De Grift en tussen Eekterveld III en De Grift. De compensatie bedraagt ruim 3,5 hectare. In een later stadium dient te worden bepaald of voor de rosse vleermuis een ontheffing Wet natuurbescherming verleend dient te worden. Dit moet blijken als er bekend is of de bomenrij langs het Molenpad behouden blijft. Hetzelfde geldt voor de buizerd, in de winter dient er een controle uitgevoerd te worden op de aanwezigheid van een nestlocatie van de buizerd. Wel is er sprake van een negatief effect op de verblijfplaatsen van de wezel, deze gaan verloren. Er dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden en een ontheffing Wet natuurbescherming is daarmee noodzakelijk.

Totdat bekend is of er ontheffing verleend moet worden voor de rosse vleermuis en de buizerd mogen deze verblijfplaatsen niet verstoord worden. Voor de wezel dient in ieder geval in eerste instantie maatregelen getroffen te worden en een ontheffing verleend te zijn voordat de werkzaamheden binnen het plangebied uitgevoerd kunnen worden. Wanneer maatregelen worden getroffen en de conclusies uit het aanvullend onderzoek worden opgevolgd kan worden geconcludeerd dat het aspect 'ecologie' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.10

Verkeer en parkeren

4.10.1 Algemeen Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door voorgenomen ontwikkeling. 4.10.2 Verkeer Voor de voorgenomen ontwikkeling is een verkeerskundig advies opgesteld. Dit om te beoordelen of de huidige rotonde Eekterweg - Laan van Fasna voldoende capaciteit heeft om de toenemende verkeersstromen als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling op te kunnen vangen. Het verkeerskundig advies is als bijlage 16 opgenomen. De verkeersgeneratie van de uitbreiding Eekterveld is bepaald op basis van CROW-publicatie 381. De totale verkeersgeneatie van de uitbreiding van het bedrijventerrein bedraag 850 motorvoetuigen per etmaal, deze bestaat uit 680 personenauto's en 160 vrachtwagens. Dit is bepaald aan de hand van onderstaand uitgangspunten.

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Voor de rit =distributie (verdeling van het verkeer over het netwerk) is er, gezien de ligging van het terrein, vanuit gegaan dat al het extra verkeer via de rotonde van de Eekterweg - Laan van Fasna het bedrijventerrein verlaat. Vervolgens is een inschatting gemaakt van de verdeling van het verkeer over de drie richtingen van de rotonde. De verwachting is dat het grootste deel van het verkeer vanaf het uitgebreide bedrijventerrein van en naar de A50 gaat. Een kleiner deel van het verkeer zal naar verwachting binnendoor richting de woonkernen Vaassen, Epe en Apeldoorn-Noord en -West rijden. Uit het verkeerskundig advies blijkt dat de rotonde Eekterweg - Laan van Fasna het verkeersaanbod zowel nu als in 2030 na de uitbreiding goed kan verwerken. De rotonde heeft voldoende restcapaciteit om het extra verkeer van en naar het bedrijventerrein af te kunnen wikkelen. De effecten van het extra verkeer op de wachttijden zijn beperkt. De capaciteit van de rotonde vormt dus geen belemmering voor de uitbreiding van het bedrijventerrein. 4.10.3 Parkeren De parkeersituatie is een belangrijk aandachtspunt voor de bedrijventerreinen. Uitgangspunt is dat op eigen terrein geparkeerd wordt. Hierbij moet voldaan worden aan de parkeernormen uit de gemeentelijke Parkeernota. Dit betekent dat er voldoende parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd en ook in stand gehouden.

Daarbij wordt opgemerkt dat het binnen de bestemmingen 'Verkeer' en in de reserveringszone van de aanduiding 'Groen' mogelijk is voor de gemeente om extra openbare parkeervoorzieningen toe te voegen. In het voorliggende bestemmingsplan worden de parkeernormen verankerd in de planregels. De ontwikkelingen dienen te voldoen de Nota Parkeernormen van de gemeente Epe. Om ontwikkelingsmogelijkheden niet te veel te beperken door de parkeernormen, wordt een afwijkingsbevoegdheid opgenomen dat een lagere parkeernorm mag worden gehanteerd, op voorwaarde dat op een andere wijze, of op een andere particuliere locatie, voldaan wordt aan de parkeerbehoefte. Dit kan flexibel opgelost worden.

4.11

Kabels en leidingen

Kabels en (buis)leidingen in de grond in of nabij het plangebied kunnen van belang zijn voor een ruimtelijke ontwikkeling en dienen derhalve planologisch geregeld te worden. Het gaat dan om kabels en leidingen met een veiligheidsrisico of een belangrijke maatschappelijke functie, zoals (ondergrondse) hoogspanningskabels, gasleidingen of buisleidingen voor brandbare en vergiftigde stoffen. In en rondom het plangebied liggen geen belangrijke kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een planologische regeling.

4.12

Besluit milieueffectrapportage

4.12.1 Wettelijk kader De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk

Toelichting (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. 4.12.2 Situatie plangebied De beoogde ontwikkeling valt in categorie D11.3 van bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage. Deze categorie bevat: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein.' Binnen deze categorie geldt de volgende drempelwaarde: een oppervlakte van 75 hectare of meer. Aangezien het plangebied ruim onder deze drempelwaarde blijft geeft het besluit milieueffectrapportage aanleiding om een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieueffecten. In Bijlage 17 is de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Op basis van de huidige kennis en uitgangspunten ten tijde van het uitvoeren van deze m.e.r.-beoordeling, kan voor alle aspecten worden uitgesloten dat onderhavig plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu oplevert. 4.12.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op basis van de uitgevoerde (vormvrije) m.e.r.-beoordeling heeft het college van burgemeester en wethouders besloten dat geen milieueffectrapport hoeft te worden gemaakt. Dit besluit is opgenomen als Bijlage 18.

42

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische aspecten

Algemene juridische opzet

Het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Eekterveld IV' bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien en voor zover deze daaraan in de regels wordt gegeven. Een aantal aanduidingen heeft juridisch gezien geen enkele betekenis en is uitsluitend op de verbeelding aangegeven ten behoeve van de leesbaarheid van die kaart (bijvoorbeeld kadastrale lijnen, topografische symbolen en huisnummers). De regels De regels zijn ondergebracht in vier hoofdstukken: hoofdstuk 1 (inleidende regels), met daarin begripsbepalingen en de wijze van meten die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de regels in de overige hoofdstukken. hoofdstuk 2 (bestemmingsregels), met per bestemming een bestemmingsomschrijving, bouwregels, specifieke gebruiksregels, afwijkingsbevoegdheden en eventueel bepalingen omtrent een omgevingsvergunning ten behoeve van het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zijn opgenomen.

hoofdstuk 3 (algemene regels), waarin een anti-dubbeltelbepaling en algemeen geldende bouw- en gebruiksregels, afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden zijn opgenomen. hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels), waarin een aantal gebruikelijke slotbepalingen, waaronder het overgangsrecht en de slotregel, zijn opgenomen.

5.2

Bestemmingen

Bedrijventerrein De belangrijkste bestemming in dit bestemmingsplan is de bestemming 'Bedrijventerrein'. Binnen deze bestemming zijn bedrijven toegestaan met een maximale milieucategorie 3.2. Ondergeschikte functies, zoals kantoor, horeca (bedrijfskantine of beperkte nevenactitiviteit) zijn rechtstreeks toegestaan. Bedrijfsgebouwen moeten binnen de bouwgrenzen worden gebouwd. Op de verbeelding is de bouwhoogte en het bebouwingspercentage aangeduid. Door middel van een wijzigingsbevoegdheid is het mogelijk de bouwvlakken te wijzigen, of nieuwe bouwvlakken toe te voegen. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn hoogtebepalingen opgenomen, waarbij rekening is gehouden met specifieke bouwwerken, zoals silo's, kranen, lichtmasten enz. Voor reclame-uitingen aan de gevel van bedrijfsgebouwen zijn ook regels geformuleerd. Binnen de bestemming zijn meerdere voorwaardelijke verplichting opgenomen. Het bouwen van gebouwen is uitsluitend toegestaan als aan deze voorwaardelijke verplichtingen wordt voldaan: Natuurinclusief bouwen Duurzame energie Er zijn specifieke gebruiksregels geformuleerd, waaronder een verbod op bepaalde detailhandel, de vestiging van bedrijven in een afwijkende milieucategorie en de vestiging van risicovolle bedrijven.

Met een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden van sommige van deze gebruiksverboden worden afgeweken voor, onder meer: de vestiging van bedrijven die niet op de Staat van Bedrijfsactiviteiten voorkomen; de vestiging van bedrijven in een afwijkende milieucategorie; de vestiging van risicovolle bedrijven. Natuur

Toelichting (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

De gronden welke als natuurgebied ingericht worden zijn bestemd als Natuur. Groen Deze bestemming is gelegd op de groenstroken en landschapszones binnen het plangebied. Binnen deze bestemming zijn, naast groenvoorzieningen en beplantingen, ook paden, speelvoorzieningen, parkeerstroken, en waterhuishoudkundige voorzieningen mogelijk. Op een gedeelte ter hoogte van het bedrijventerrein is een strook aangewezen als 'reserveringszone'. De zone is ten behoeve van functies die essentieel zijn voor het functioneren van het bedrijventerrein. Voorbeelden zijn een hublocatie, oplaadstation voor e-bikes, electrische auto’s en andere voertuigen en koude-warmtepompen. Verkeer De wegen binnen het plangebied hebben de bestemming Verkeer gekregen. Binnen deze bestemming vallen ook parkeervoorzieningen, voet- en rijwielpaden en groenvoorzieningen.

5.3

Algemene regels

5.3.1

Algemene bouwregels

In dit onderdeel is een algemene bouwregels opgenomen over ondergronds bouwen. 5.3.2

Algemene aanduidingsregels

In dit onderdeel worden de volgende aanduidingen geregeld: overige zone - gelders natuur netwerk: bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige Ecologische Hoofdstructuur en bevat ook zoekgebieden voor nieuwe natuur. overige zone - groene ontwikkelingszone: deze aanduiding ligt binnen de bestemming , waar deze wordt overlapt door de groene ontwikkelingszone uit het provinciale ruimtelijke beleid. 5.3.3

Algemene afwijkingsregels

In dit onderdeel zijn algemene afwijkingsregels opgenomen voor wat betreft afmetingen en het gebruik van gronden voor evenementen. 5.3.4

Algemene wijzigingsregels

In dit onderdeel zijn algemene wijzigingsregels opgenomen voor het wijzigen van de verkeer. 5.3.5

bestemming

Overige regels

In dit onderdeel zijn algemene bouwregels voor het onderwerp 'parkeren' opgenomen, waaraan naast de bestemmingsregels, ook moet worden voldaan. Er moet voldoende parkeerruimte op eigen terrein worden ingericht bij uitbreidingen/wijzigingen. Voldoende wil zeggen dat voldaan wordt aan de normen uit de publicatie 317 van het CROW, of van latere wijzigingen daarvan.

44

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Het plangebied is in eigendom van de gemeente Epe en wordt door de gemeente ontwikkeld. De gemeente heeft een exploitatieopzet gemaakt. Op basis van een voorlopige exploitatieopzet voor dit plan kan worden geconcludeerd dat het plan economisch uitvoerbaar is. De definitieve grondexploitatie voor dit plan wordt bij het vaststellen van het bestemmingsplan ter goedkeuring aan de raad voorgelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13858264/1