CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

946792 Bedrijventerrein Eekterveld IV Toelichting

Gemeenteraad 27 maart 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV17.429 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bedrijventerrein Eekterveld IV

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Bij dit plan behorende stukken 1.3 Ligging van het plangebied 1.4 Geldende bestemmingsplannen 1.5 Leeswijzer

4 4 4 4 5 6

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Het planvoornemen

7 7 7

Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

13 13 15 18

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Algemeen 4.2 Geluid 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Bodem 4.5 Externe veiligheid 4.6 Bedrijven en milieuzonering 4.7 Archeologie en cultuurhistorie 4.8 Water 4.9 Ecologie 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Kabels en leidingen 4.12 Besluit milieueffectrapportage

20 20 20 20 21 23 26 27 30 33 40 41 41

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten 5.1 Algemene juridische opzet 5.2 Bestemmingen 5.3 Algemene regels

43 43 43 44

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Handhaafbaarheid 6.3 Participatie 6.4 Procedure en vaststelling

45 45 45 45 45

2

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

In de Cleantech Regio is een regionaal programma werklocaties (RPW) vastgesteld. Binnen dit RPW is een programma opgesteld met daarin de plannen opgenomen die binnen de Cleantech Regio in de komende 10 jaar verder worden ontwikkeld. De uitbreidingsbehoefte in de gemeente Epe bedraagt netto 4 hectare. De gemeente Epe heeft om de uitbreidingsbehoefte mogelijk te maken het voornemen het bedrijventerrein Eekterveld in Vaassen uit te breiden aan de zuidoostzijde met het bedrijventerrein Eekterveld IV. De uitbreiding wordt een relatief kleinschalig bedrijventerrein van 4 hectare met kleine en middelgrote kavels. Het voorziet in een behoefte vanuit het lokaal Midden- en Kleinbedrijf (MKB) en industrie. Om de uitbreiding van het bedrijventerrein mogelijk te maken dient er een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld waarin het voornemen juridisch-planologisch wordt verankerd. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologisch kader waarbinnen het beoogde gebruik en de uitbreiding gerealiseerd kan worden.

1.2

Bij dit plan behorende stukken

Het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Eekterveld IV' bestaat uit de volgende stukken: deze toelichting; de planregels; de verbeelding met nummer NL.IMRO.0232.VAA033EekterveldIV-VBP1. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de onder het plan vallende gronden en opstallen aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting, waarin de aan het plan ten grondslag liggende onderzoeken en een planbeschrijving zijn opgenomen.

1.3

Ligging van het plangebied

Het plangebied is gelegen ten noordoosten van Vaassen. De uitbreiding van Eekterveld vindt plaats ten zuidoosten van het bestaande bedrijventerrein. Het plangebied bevindt zich tussen het bestaande bedrijventerrein Eekterveld, de waterloop de Grift, de Eekterweg en agrarische percelen. Het bestaande bedrijventerrein Eekterveld (circa 95 ha) betreft een gemengd bedrijventerrein ten noordoosten van Vaassen. Op het bedrijventerrein bevindt zich industrie, bouwnijverheid, autohandel groothandel, logistiek en zakelijke dienstverlening. Het plangebied betreft het agrarisch perceel ten zuidoosten van bedrijventerrein Eekterveld. Naast de uitbreiding van het bedrijventerrein ten zuidoosten van het bestaande bedrijventerrein, dient een noordelijk gelegen terrein meegenomen te worden in het bestemmingsplan als compensatie voor de Groene Ontwikkelingszone. In navolgende afbeelding is de globale begrenzing van het plangebied, welke meegenomen wordt in dit bestemmingplan, weergegeven.

4

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Afbeelding 1.1: Situering plangebied

1.4

Geldende bestemmingsplannen

Ter plaatse van het plangebied zijn de bestemmingsplannen 'Buitengebied Epe' en 'Bedrijventerrein gemeente Epe' vigerend. Deze bestemmingsplannen zijn vastgesteld op 23 maart 2017 respectievelijk 13 december 2018. Navolgende afbeelding geeft een uitsnede weer van de vigerende bestemmingsplannen ter hoogte van het plangebied.

Afbeelding 1.2: Uitsnede vigerende bestemmingsplannen Binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied Epe' is het plangebied, waar de uitbreiding van het bedrijventerrein beoogd is, bestemd als 'Agrarisch'. Er gelden ook diverse gebiedsaanduidingen,

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV namelijk 'overige zone - beekdalen', 'overige zone - groene ontwikkelingszone' en 'overige zone dekzandruggen en oude bouwlanden'. De strook aan de westzijde heeft binnen het bestemmingsplan 'Bedrijventerrein gemeente Epe' de bestemming 'Groen' en het noordelijke gedeelte waar de compensatie voor de Groene Ontwikkelingszone dient plaats te vinden de bestemmingen 'Groen' en 'Agrarisch'. Daarnaast gelden ook diverse gebiedsaanduidingen, namelijk 'overige zone - groene ontwikkelingszone' en 'overige zone gelders natuurnetwerk'. Om het bedrijventerrein en de andere beoogde ontwikkelingen (landschapszones, natuurzones en wadi's) mogelijk te maken is het noodzakelijk een nieuw juridisch-planologisch kader vast te stellen waarbinnen het planvoornemen is toegestaan. De voorgenomen ontwikkeling is niet mogelijk binnen de huidige bestemmigen.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: allereerst wordt in hoofdstuk 1 de aanleiding en doel van het nieuwe bestemmingsplan beschreven alsmede de vigerende bestemmingsplannen die als gevolg van het nieuwe bestemmingsplan worden herzien; in hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de bestaande situatie en het planvoornemen; in hoofdstuk 3 wordt aangegeven in hoeverre de nieuwe plannen passen binnen het beleid van de verschillende overheden; in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten en worden de resultaten van de verschillende onderzoeken weergegeven; in hoofdstuk 5 worden de planregels nader toegelicht; in hoofdstuk 6 wordt inzicht gegeven in de economische en maatschappelijke haalbaarheid van de voorgestane plannen.

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het plangebied bevindt zich tussen het bestaande bedrijventerrein Eekterveld, Talhoutweg, de waterloop de Grift, Eekterweg en agrarische percelen. Daarnaast maakt het noordelijk gelegen terrein onderdeel uit van het plangebied, het betreft een groene zone wat als overgang dient van het bestaande bedrijventerrein naar het omliggende landschap. Het gehele plangebied bestaat nu uit agrarische percelen, een watergang parallel aan de Talhoutweg, een groene zone (bomenrij) ten oosten van het bedrijventerrein Eekterveld en één bestaande woning aan de Eekterweg 51.

Afbeelding 1.3: huidige situatie

2.2

Het planvoornemen

2.2.1

Globale planbeschrijving

Het planvoornemen betreft de uitbreiding van bedrijventerrein Eekterveld in zuidoostelijke richting met Eekterveld IV. Eekterveld IV wordt een deelgebied van het bedrijventerrein en zal hiermee één geheel vormen. Desondanks zal Eekterveld IV herkenbaar zijn en specifieke eigenschappen hebben ten opzichte van het bestaande Eekterveld. Daarbij zullen de maatschappelijke inzichten op het gebied van duurzaamheid, circulair en klimaatbestendig bouwen herkenbaar zijn. Het planvoornemen omvat naast het bedrijventerrein met de bijbehorende ontsluiting uit de volgende gebieden: de landschapszones ten behoeve van de landschappelijke inpassing; de watergangen en de wadi's ten behoeve van de vereiste waterberging en -infiltratie; de natuurzone, gronden die nodig zijn voor de compensatie van de Groene Ontwikkelingszone. Voor het plangebied is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan beschrijft in hoofdzaak de esthetische criteria voor de te realiseren bedrijfsgebouwen en de in te richten bedrijfsterreinen. Daarnaast wordt er ingegaan op de wijze van inrichting van de openbare ruimte en de inrichting van de landschapszones, de wadi en de natuurzone. In de volgende paragrafen worden een

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV aantal aspecten uit het beeldkwaliteitsplan aangehaald en de stedenbouwkundige opzet toegelicht, het beeldkwaliteitsplan is te vinden in bijlage 1. De stedenbouwkundige opzet van het planvoornemen is weergegeven in navolgende afbeelding.

Afbeelding 1.4: stedenbouwkundige opzet 2.2.2

Stedenbouwkundige opzet

2.2.2.1 Bedrijventerrein De toegestane milieucategorieën op Eekterveld IV zijn 1 tot en met 3.2. Bij de grootte en de typologie van de bedrijven geldt Eekterveld III als referentie. Op het bestaande Eekterveld zijn hoofdzakelijk midden- en kleinbedrijven gevestigd. De uitbreiding van het bedrijventerrein met Eekterveld IV is gericht op vergelijkbare typen bedrijven. Daarmee samenhangend worden ook de grootte en de afmetingen van de bedrijfsgebouwen, de zogenaamde ‘korrelgrootte’ van Eekterveld doorgezet naar het uitbreidingsgebied. De normen zijn als volgt: Bedrijfsgebouwen hebben een footprint tussen 600 en 3.000 m2’; De bedrijfskavel wordt tussen de 40% en 70% bebouwd; De bedrijfskavels zijn tussen de 1.300 en 6.000 m2; Het verwachte aantal bedrijfskavels zal liggen tussen 8 en 15 stuks; Bovendien worden de gestelde maten in het geldende bestemmingsplan voor Eekterveld aangehouden voor de maten in Eekterveld IV: Het bouwvlak mag voor maximaal 85% bebouwd zijn; De maximale bouwhoogte van de bedrijfsgebouwen is 12 meter. Met uitzondering van de bedrijfsgebouwen op de hoek Eekterweg / Talhouterweg, hier bedraagt de maximale bouwhoogte 14 meter. Verkeersstructuur De ontsluiting en de bereikbaarheid van Eekterveld IV wordt vormgegeven door twee aansluitingen op de Talhoutweg.

Vanaf de rotonde wordt een fietspad met twee richtingsverkeer aangelegd tot aan de eerste toegangsweg van Eekterveld IV. Reserveringsstrook Langs de ontsluitingsweg door Eekterveld IV ligt een reserveringsstrook ten behoeve van

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV multifunctioneel gebruik. Voorbeelden van deze functies zijn de situering van energiebronnen, van extra parkeerplaatsen of van andere aanvullende voorzieningen ten behoeve van het functioneren van het bedrijventerrein. Deze strook heeft op de korte termijn de functie als groenvoorziening dat die op middellange termijn flexibel in te richten is. Presentatie van bedrijven De eventuele bedrijven langs de Eekterweg en de Talhoutweg zullen gebruik willen maken van zichtlijnen vanaf deze wegen en vanaf de rotonde. 2.2.2.2 Landschappelijke inpassing en natuurgebieden Groen- en natuurinclusief Het bedrijventerrein krijgt langs de hoofdweg drie groenvoorzieningen. Dit betreffen grasstroken. Deze grasstroken mogen alleen onderbroken worden door de inritten naar de parkeerplaatsen langs de voorgevels en voor de vrachtwagens naar de bedrijfskavels. De grasstroken worden versterkt door de bomenstructuur. Daarnaast is er een groene reserveringszone. Hier zijn enkel specifieke functies toegestaan als ze essentieel zijn voor het functioneren van Eekterveld, met voorkeur voor versterking van de duurzaamheid van het bedrijventerrein. Aanvullend wordt gestimuleerd dat de gevels en daken van de bedrijfspanden groene aanplant krijgen, bijvoorbeeld groene (mos)daken en met klimplanten beplante gevels.

Bovendien wordt de aanleg bevorderd van onder andere geïntegreerde nestgelegenheden in de gevels voor onder andere zwaluwen, witte kwikstaart en/of zwarte roodstaart, vleermuizenverblijf en insectenhotel. Landschapszones Eekterveld wordt omringd met landschapszones die zorgen voor landschappelijke inpassing van Eekterveld IV en voor ruimtelijke verbinding met Eekterveld, de Grift en de noordelijke weiden. Voor een zo natuurlijk mogelijke afwatering wordt gebruik gemaakt van de aanwezige hoogteverschillen. Deze worden ook benut bij het hoogtepeil van het maaiveld van het bedrijventerrein: hoog langs de Eekterweg/Deventerstraat 141 naar laag bij de noordelijke weiden en Molenpad. Er wordt ingezet op het volgende: Houtsingel langs de Eekterweg; Wadi langs de Talhoutweg en het Molenpad; Eikenrij op de overgang tussen Eekterveld IV en de noordelijke weiden; Bomen en mantelzoom rondom het bedrijventerrein. Natuurgebieden Langs de Grift wordt de ruimte tussen deze waterloop en het bedrijventerrein ingericht als natuurgebied. De inrichting en het beheer sluiten aan op de natuurwaarden van de Grift, ter versterking van de ecologische betekenis van de gehele Grift. Hetzelfde doel geldt voor de aarden wal en de weiden tussen deze wal en de Grift. In beide gebieden wordt ingespeeld op de overgang van hoog naar laag (van bedrijventerrein naar De Grift).

Met name in het gebied tussen Eekterveld III en De Grift wordt, inspelend op de hier aanwezig lage ligging, een vijver en dras-plas situaties gecreëerd, onder ander ten behoeve van de ontwikkeling en vestiging van amfibieën. De ontwikkeling van Eekterveld IV zal de Groene Ontwikkelingszone met circa 3 ha verkleinen. Compensatie hiervan vindt onder andere plaats in de strook tussen Eekterveld IV en De Grift en tussen Eekterveld III en De Grift. Landschappelijke inpassing Rondom het bedrijventerrein worden landschapsstroken passend ingericht. Hierbij wordt gedacht aan wadi’s aan beide zijden van de A-watergang als overgang tussen bestaand en nieuw bedrijventerrein, aan een eikenrij met een stijlrand aan de noordzijde als overgang naar de weiden, aan een bosrijke zone langs de Grift en aan een parkachtige inrichting langs de Eekterweg. Op deze manier ontstaat er vanaf de woonkavel aan de Deventerweg 141 geen hinderlijk zich op het bedrijventerrein.

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

De oude eiken, waaronder de bomen langs het Molenpad en langs de noordrand van Eekterveld IV worden waar mogelijk behouden. Zij dragen bij aan de ecologische, cultuurhistorisch en landschappelijke waarden. 2.2.3

Duurzaamheid

Eekterveld IV zal aansluiten op de ambitie van de Industriekring Eekterveld Vaassen wat betreft de ontwikkelingen en het gebruik van de natuurlijke energiebronnen. Daarbij wordt gezocht naar mogelijkheden om het bedrijventerrein en de bedrijven zo duurzaam mogelijk te ontwikkelen en te gebruiken. Belangrijke toekomstbestendig keuzen in het stedenbouwkundig plan zijn: Bedrijven met lokale betrokkenheid en op korte afstand gelegen van medewerkers. Eekterveld IV biedt ruimte voor lokale bedrijven in het midden en klein bedrijf; Integratie van verschillende functies en klimaatbestendig. Eekterveld IV bestaat naast het uitgeefbare bedrijventerrein uit een bedrijfsweg met forse groenvoorzieningen, flexibel in te richten terrein ten behoeve van het functioneren van het bedrijventerrein, landschapszone, recreatieve routes, wadi's en nieuwe natuurgebieden. Hittestressbestendig, energieneutraal werken en klimaatadaptieve inrichting. Voorkomen van hittestress geschiedt door opname van forse bomen met sloten boomkronen langs de bedrijfsweg, aangevuld met bomen rondom en groen rondom de bedrijfsgebouwen. Basis leggen voor grote biodiversiteit in en rondom. De afwisseling in beplantingstypen en het planten van soorten die thuishoren op de stuwwalrand en langs de beek met hoge natuurwaarden leggen de basis voor grote biodiversiteit. Groen en natuurinclusief bouwen.

Bedrijven zijn verantwoordelijk voor het voorzien van de bedrijfsgebouwen van voorzieningen voor vogels, vleermuizen of insecten. Daarnaast worden bedrijven gestimuleerd om in de gevels beplanting/klimplanten mee te nemen. Bovendien vindt tussen de bedrijven die lid zijn van de Industriekring Eekterveld uitwisseling plaats van ideeën van de grondstoffenkringloop en het onderhoud van de landschapszones. Energieneutraal ontwikkelen en gebruiken. Energieneutraal ontwikkelen en gebruiken is het uitgangspunt. Aanleg van gasleidingen is niet nodig doordat er wordt voorbereid op de natuurlijke hulpbronnen die het totale bedrijventerrein Eekterveld gaat realiseren, o.a. wat betreft de zonne-energie en de koude-warmte uitwisseling. Kavelpaspoort en uitgiftecritera. Duurzaamheidsplan Voor Eekterveld IV is een duurzaamheidsplan opgesteld. Het duurzaamheidsplan is te vinden in bijlage 2. Er wordt ingezet op een klimaatbestendig, energiepositief en zoveel mogelijk circulair bedrijventerrein. De ambitie is hierin verder te gaan dan de standaard van vandaag de dag, maar wel uitgaande van zoveel mogelijk beproefde, rendabele technieken en maatregelen. Om de ambitie te verwezenlijken is inzet van verschillende partijen nodig. De gemeente richt de openbare ruimte klimaat adaptief en circulair in.

Van kopers van de kavels wordt verwacht dat zij bij de bouw van de panden en inrichting van de kavels ook klimaatadaptatie, energieproductie en circulariteit meenemen. Tot slot moeten ook de gebruikers van het bedrijventerrein dit doen met een zo laag mogelijke milieu-impact. Zo realiseren gemeente, kopers en gebruikers samen een substantiële vermindering van de milieu-impact van een bedrijventerrein en wordt Eekterveld IV een duurzaam en toekomstbestendig bedrijventerrein. Op deze manier ontstaat een toekomstbestendig bedrijventerrein, dat meerwaarde heeft voor de omgeving en de bedrijven die zich er gaan vestigen. Het vastgoed op het terrein behoudt langer zijn waarde en ook voor werknemers is Eekterveld IV straks een prettige werkplek. De drie belangrijkste uitgangpunten waar het duurzaamheidsplan op inspeelt en waar de maatregelen op inhaken zijn: Energieprestatie - BENG Bouwbesluit

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV Gasloos Er wordt naar gestreefd om aan de duurzaamheidsambities te voldoen doormiddel van diverse maatregelen. Onderscheid wordt gemaakt tussen de openbare ruimte, de gebouwde omgeving (op de kavel) en het gebruik/de bedrijfsprocessen. Openbare ruimte Energie

Voorbereidingen op warmtenet Automatisch dempende LED verlichting (Collectieve) energieopslag

Circulair

Openbare vuilnisbakken (met gescheiden inzamelen) Circulair straatmeubilair Gerecycled asfalt

Klimaatadaptatie

(groene) Halfverarding Wadi

Duurzame mobiliteit

Deelfietsen

Gezonde werkomgeving

Wandelpaden

Biodiversiteit

Inheemse soorten aanplanten Terugplanten bestaand boom Ecologische bermbeheer Bijenkasten Kruidenrijke bermen

Gebouwde omgeving Energie

Installatie slimme meter t.b.v. SMART-Grid Zonnepanelen op alle bedrijfsdaken Carports met zonnepanelen Automatische dempende LED verlichting

Circulair

Voorbereiding restwarmte/warmtenet Bouwfase 1 demontabel aanleggen Toepassen circulaire materialen (beton en dakbedekking) Materialenpaspoort Circulair slopen Hergebruik kraan- en regenwater (grijs water)

Klimaatadaptatie

(groene) Halfverharding of waterdoorlatende bestrating Groene daken

Duurzame mobiliteit

Laadpalen voor elektrische auto's Overdekte fietsenstalling met laadmogelijkheden

Biodiversiteit

Geïntegreerde nestkasten

Gebruik

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Energie

Inkoop groene stroom

Circulair

Afvalstromen scheiden Uitwisseling van grondstoffen/reststromen Gezamenlijke afvalcontract

Het ambitieniveau voor Eekterveld IV op het gebied van duurzaamheid is duidelijk. Bij de implementatie hebben zowel de gemeente (inrichting en beheer openbare ruimte), de kopers van de kavels (inrichting van de kavels, bouw van de panden) en gebruikers (duurzaam gebruik van de panden en openbare ruimte) een verantwoordelijkheid.

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Hoofdstuk 3

Beleidskaders

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld op grond van de geldende regelgeving. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op het moment dat die wet in gaat. Tot die tijd geldt de NOVI als structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in gaat, zal de NOVI gelden als instrument, zoals in de nieuwe wet is bedoeld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Prioriteiten Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier prioriteiten: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden: Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.

Steden en regio's sterker en leefbaarder maken: Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied: Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda Voor Oost-Nederland, waar het plangebied onderdeel van uitmaakt, is een omgevingsagenda opgesteld. Oost-Nederland is een sociaaleconomisch krachtig, vitaal en aantrekkelijk gebied.

Oost-Nederland is onderdeel van de dynamische, innovatieve, en door kennis gedreven internationale netwerken en draagt hieraan bij vanuit onderscheidende kwaliteiten en kracht, zoals de sterke clusters op het gebied van Agro-Food, Health, High Tech, Logistiek en Cleantech. Rijk en regio hebben de ambitie de economische kracht en vitaliteit van Oost-Nederland te behouden, versterken en verduurzamen. Dit kan door de gestage economische en demografische groei in de stedelijke regio’s, en de kracht en specifieke kwaliteiten van Oost-Nederland, te benutten. En door grote transities te realiseren op het gebied van energie, klimaatbestendigheid, verduurzaming landelijk gebied en circulaire economie. De volgende acht omgevingsopgaven vormen de komende jaren de basis voor de Rijk-regio samenwerking: Netwerkkracht stedelijke regio's en robuuste vervoerscorridors; Innovatieve groene Metropoolregio Arnhem, Nijmegen en Foodvalley; Klimaatbestendige groeiregio Zwolle; Internationale en bereikbare technologische topregio Twente; Cleantech Regio: industrie, mensen en leefomgeving in balans; Duurzame (transport)corridor rivierenland; Dynamische IJsselvallei en Twentekanalen; Transitie landelijk gebied (en groene schatkamers). De NOVI-gebieden Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied.

In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Situatie plangebied De Nationale Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De gemeente Epe is niet aangewezen al een NOVI-gebied. De voorgenomen ontwikkeling raakt daarmee geen rijksbelangen als opgenomen in de Omgevingsvisie. Wel is één van de prioriteiten 'ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie'. Bij de voorgenomen ontwikkeling is er sprake van een bedrijventerrein welke niet meer aangesloten wordt op gas, maar gebuik wordt gemaakt van duurzame energievoorzieningen.

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In het artikel 3.1.6., tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn eisen opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen als dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing ladder voor duurzame verstedelijking Voor bedrijventerreinen is de ondergrens van een nieuwe stedelijke ontwikkeling veelal afhankelijk van de locatie en van de aard van het plan. Voor ontwikkelingen in de vorm van een bedrijventerrein is 'in beginsel' geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt. Gezien het planvoornemen van ca. 4 hectare netto bedrijventerrein wordt Eekterveld IV gezien als stedelijke ontwikkeling. Er is sprake van nieuwe stedelijke ontwikkeling als het nieuwe bestemmingsplan meer bebouwing mogelijk maakt of een functiewijziging van zodanige aard en omvang. Aan beide voorwaarden wordt bij Eekterveld IV voldaan.

De bebouwingsmogelijkheden nemen fors toe en er wordt een bedrijventerreinbestemming toegekend aan de gronden in het plangebied waar dit op basis van het vigerende bestemmingsplan (overwegen agrarisch) niet mogelijk is. Het nieuwe bestemmingsplan voor Eekterveld IV is dus ladderplichtig. Voor de voorgenomen ontwikkeling is een laddertoets opgesteld, zie bijlage 3. Uit het onderzoek blijkt dat de bedrijvendynamiek in de gemeente Epe en kern Vaassen overwegend een sterk lokale markt is. Eekterveld heeft overwegend en primair een lokaal verzorgingsbereik. Op basis van bedrijfsdynamiek en het profiel van de uitbreiding Eekterveld IV wordt uitgegaan van gemeente Epe als verzorgingsgebied. Het plangebied maakt deel uit van de Cleantech Regio. Hierbinnen is een Regionaal Programma Werklocaties (RPW) opgesteld. Gemeente Epe is voornemens bedrijventerrein Eekterveld IV te ontwikkelen. In het RPW is opgenomen dat wanneer een gemeente een concrete behoefte kan aantonen, de regio positief kan instemmen met het plan. Deze behoefte wordt hieronder aangetoond. Op basis van het marktaandeel van de gemeente Epe binnen de Cleantech Regio is de verwachte uitbreidingsvraag voor de gemeente Epe bepaald. Epe heeft een aandeel binnen de Cleantech Regio van een kleine 6%.

Voor het verzorgingsgebeid van Eekterveld IV volgt hieruit dat er een marktvraag is naar bedrijventerreinen van circa 5 tot 6 hectare voor de periode 2017 t/m 2026. Gezien de overwegend lokale behoefte en de beperkte toevoeging van ca. 4 hectare zullen naar verwachting de effecten op harde bestemmingsplannen elders in de regio (zeer) beperkt zijn. Hiermee is de behoefte aangetoond en de laddertoets doorlopen. 3.1.3

Conclusie

Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over kleinschalige ontwikkelingen, zoals onderhavige. Het onderhavige plan raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de NOVI. Daarnaast is aangetoond dat er behoefte is aan uitbreiding van bedrijventerrein Eekterveld, waarmee de laddertoets voor duurzame verstedelijking met succes is doorlopen. De voorgenomen ontwikkeling past binnen het Rijksbeleid.

3.2

Provinciaal en regionaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreffen de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' en de Omgevingsverordening Gelderland. 3.2.1

Omgevingsvisie en -verordening Gelderland

Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. In de Omgevingsvisie staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Met deze kernbegrippen wordt het volgende beoogd: Gezond en veilig: dit betekent een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Daarnaast wordt hiermee ook bedoeld het voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. Verder dient aandacht besteed te worden aan de verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend: dat betekent een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennisen onderwijsinstellingen. Tegelijkertijd wordt ook gestreefd naar het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen en het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Om deze doelstellingen vorm te geven, zijn er diverse thematische visieschetsen in de Omgevingsvisie opgesteld. Dit betreffen de volgende thema's: Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer. Circulaire economie: het sluiten van kringlopen. Biodiversiteit: werken met de natuur. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden zijn. Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio. Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers en duurzaam. Daanaast beschikt de provincie Gelderland over een Omgevingsverordening.

De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. In de omgevingsverordening staat aangegeven dat er per regio door de gemeentebesturen een Regionaal programma werklocaties wordt opgesteld waarin afspraken worden gemaakt over type werklocaties. Dit programma wordt vastgesteld door de Gedeputeerde Staten. In de omgevingsverordening zijn de volgende instructieregels opgenomen inzake bedrijventerreinen: Artikel 2.10 (nieuw bedrijventerrein en uitbreiding van bestaand bedrijventerrein) 1. Een bestemmingsplan maakt een nieuw bedrijventerrein of een uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein alleen mogelijk voor zover deze ontwikkeling past binnen het vigerende Regionaal programma werklocaties. 2.

Als een ontwikkeling niet past binnen het vigerende Regionaal programma werklocaties, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie een nieuw bedrijventerrein of de uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en c. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. 3. Bij het maken van regionale afspraken over nieuwe bedrijventerreinen of uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen houden de gemeentebesturen rekening met artikel 2.11 (kadegebonden bedrijventerrein). Het plangebied is tevens aangewezen als Intrekgebied. Het is verboden in een Intrekgebied werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten ten behoeve van de winning van fossiele energie. Daarnaast is een gedeelte van de toekomstige bedrijfskavels gelegen binnen het beschermingsregime Groene ontwikkelingszone (GO) en het Nationaal landschap. Situatie plangebied De voorgenomen ontwikkeling is past binnen de provinciale Omgevingsvisie en -verordening. Cleantech Regio heeft een Regionaal programma werklocaties opgesteld welke is vastgesteld door de Gedeputeerde Staten. Hier wordt verder op ingegaan in paragraaf 3.2.2.

De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van het Regionaal Programma Werklocaties. Daarnaast wordt met de

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV voorgenomen ontwikkeling voldaan aan de gestelde regels omtrent het Gelders Natuurnetwerk en het Nationaal landschap, dit wordt in paragraaf 4.9.1 behandeld. Bij de voorgenomen ontwikkeling vindt er geen winning van fosiele energie plaats. 3.2.2

Regionaal Programma Werklocaties 2021

De acht gemeenten (Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Lochem, Voorst en Zutphen) uit de Cleantech Regio hebben samen met de provincie Gelderland een Regionaal Programma Werklocaties voor de regio opgesteld. Deze RPW is geactualiseerd en vastgesteld (vastgesteld door GS op 9 februari 2021). De nadruk van de actualisatie ligt op een kwalitatief ruimtelijk afwegingskader voor bedrijventerreinen in de Cleantech Regio. De Cleantech Regio streeft ernaar de veerkracht van de economie in de Cleantech Regio structureel te verbeteren. De traditionele gerichtheid op lineaire economische groei moet worden omgevormd tot een circulaire groei van de regionale economie. De triple helix samenwerkingsvorm tussen de regionale overheden, kennisinstellingen en ondernemers vormt de basis voor samenwerking met het Rijk om te werken aan een duurzame en inclusieve economische groei. Binnen het RPW staan drie aspecten centraal. Duurzame en circulaire regio De missie van de Cleantech Regio is energieneutraliteit in 2030. Bedrijven spelen een belangrijke rol. Zij zijn de motoren van de regionale economie en moeten in de toekomst over voldoende (duurzame) energie beschikken. De Cleantech Regio wil een brede circulaire impuls geven aan het bedrijfsleven. Ondernemers die duurzaam en circulair. ondernemen zijn goed voor het milieu en de economie.

Integrale (her)ontwikkeling bedrijventerreinen Met deze actualisatie maken we aanvullende regionale afspraken over het zo zorgvuldig mogelijk benutten en ‘verwaarden’ van bestaande bedrijventerreinen. Het betreft behoud of verbetering van ruimtelijk-economische kwaliteit om een goede vestigingslocatie te blijven voor bestaande en nieuwe bedrijven en hun werknemers. Nieuwe locaties moeten toekomstbestendig zijn en aansluiten op een marktbehoefte. Verzilveren van economische kansen Bedrijventerreinen zijn de ruggengraat van de economie op regionaal en lokaal niveau. In iedere gemeente zijn lokale mkb-bedrijven gevestigd die een sterke binding hebben met de gemeente en/of de kern. Hoe groter de lokale of regionale binding, hoe eerder het bedrijf opteert voor een uitbreiding of een nieuwe locatie in de directe omgeving. Passend bij de ambities om de Cleantech regio te ontwikkelen tot circulaire regio wordt erop ingezet om industrie en logistieke activiteiten te kunnen blijven faciliteren. Situatie plangebied Om in de toekomst over voldoende ruimtelijke uitbreidingsmogelijkheden te beschikken om te voorkomen dat lokaal midden- en kleinbedrijf (mkb) een gemeente (moet) verlaten, kan gekeken worden naar zacht planaanbod in de regio. Dit zijn plannen waarvoor geen bestemmingsplan is vastgesteld.

Deze plannen kunnen in ontwikkeling zijn of beschreven staan in gemeentelijke structuurvisies. De Cleantech Regio wil nieuwe ontwikkelingen adaptief en vraaggericht faciliteren. Dit betekent dat grote regionale ruimtevragers een plek vinden op goed bereikbare regionale bedrijventerreinen bij voorkeur op korte reisafstand van de belangrijkste vervoerassen: snelwegen A1 en A50. Tegelijkertijd moet er voldoende ruimte zijn voor doorgroeiend lokaal mkb. Niet alle (lokale) bedrijven kunnen een plek vinden op een bedrijventerrein in eigen kern/gemeente. Op kernniveau kan op termijn behoefte zijn aan nieuw bedrijventerreinareaal. Vooral lokale bedrijvigheid in Epe, Lochem en Twello (gemeente Voorst) kan nu niet gefaciliteerd worden. De ontwikkeling van Eekterveld IV in Epe is al eerder goedgekeurd door de regiogemeenten. Bij voldoende (concrete) vragen uit de markt kunnen deze ontwikkelingen voorzien in een lokale behoefte. Deze behoefte is aangetoond met het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking. Hiermee voldoet het planvoornemen aan de uitgangspunten van het Regionaal Programma Werklocaties. De voorgenomen ontwikkeling is regionaal afgestemd en akkoord bevonden. Er wordt bij de

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV voorgenomen ontwikkeling aangesloten op de (duurzaamheids)ambities die de Cleantech Regio heeft op het gebied van energie en circulariteit. 3.2.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten van het provinciaal en regionaal beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Epe

De omgevingsvisie 'Natuurlijk Goed Leven' is door de gemeenteraad van de gemeente Epe op 9 december 2021 vastgesteld. De titel laat zien waar het in de gemeente Epe om draait: de rijkdom van de natuur, de kenmerken van het landschap en de eigenheid van het gebied. De omgeving biedt volop mogelijkheden en kansen om te wonen, werken, ondernemen en recreëren. Met de omgevingsvisie wordt geschetst hoe de fysieke leefomgeving in de gemeente Epe in de toekomst eruitziet. Welke plannen en initiatieven passen op welke plek? Wat is van waarde en moet worden beschermd, behouden of ontwikkeld. De visie trapt af met de waardevolle leefomgeving; de natuur, het landschap en het eigen karakter van de dorpen en gebieden. De waardevolle leefomgeving is het DNA van de gemeente en is verweven in alle keuzes en afwegingen, van maatwerk in landbouw tot en met voldoende woningbouw. Vervolgens zijn de vier pijlers van de visie van de gemeente Epe beschreven: ‘duurzame toekomst’, ‘gezondheid, zorg en welzijn’, ‘goed wonen’ én ‘vitale economie’. Tenslotte zijn er voor de gebieden en dorpen (Veluwe, Veluweflank, IJsselvallei, Emst, Epe, Oene en Vaassen) keuzes gemaakt over doelstellingen, ontwikkelrichtingen en inrichting van de ruimte. Hierna wordt ingegaan op de pijlers welke van belang voor de voorgenomen ontwikkeling.

Duurzame toekomst - energie op bedrijventerreinen Ook projectmatig zal locatiegericht de uitwerking van energietransitie vorm moeten krijgen. Bijvoorbeeld in de ambitie om van het bedrijventerrein Eekterveld een energieneutraal bedrijventerrein te maken. Dit kan door toekomstige bedrijven die inzetten op hernieuwbare energie een plek geven. Ook het benutten van grootschalige bedrijfs- en agrarische daken voor zonne-energie is een opgave voor de energietransitie. Een essentieel onderdeel van de transitie is de omgang met grondstoffen en afval dat onderdeel uitmaakt van de circulaire opgave. Vitale economie De gemeente Epe heeft twee grote bedrijventerreinen. Eekterveld (Vaassen) en Kweekweg (Epe). De beide bedrijventerreinen bieden veel werkgelegenheid en zijn daarmee belangrijk voor de regionale- en lokale economie. Ze sluiten aan bij het Regionaal Programma Werklocaties van de Cleantech Regio. Duurzaam, circulair en klimaatbestendig zijn hierin de kernwaarden. Het is voor bedrijven van belang om ruimte te hebben voor groei. De gemeente vindt het dan wel belangrijk dat dit past binnen de regionale afspraken en de schaalgrootte van de gemeente Epe. Voor de bestaande bedrijventerreinen is extra aandacht voor een aantrekkelijk werkklimaat. De gemeente wil de beide terreinen daarom toekomstbestendig(er) maken.

Hierbij staan naast opgaven als circulaire economie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en energietransitie ook veiligheid en een goede samenwerking centraal. Dit zal ook gelden voor eventuele uitbreidingen en nieuwe bedrijventerreinen. In de visiekaart is het plangebied opgenomen als 'uitbreiding of herstructurering bedrijventerrein'. Op het bedrijventerrein van Eekterveld streeft de gemeente naar een toekomstbestendige en circulair terrein met een eigen energievoorziening op of in de directe nabijheid van de bedrijven. Het algehele beeld is een gezonde, veilige en aantrekkelijke werklocatie. Veilige en toegankelijke openbare ruimte is daarbij essentieel voor fietsers en voetgangers. Goede bereikbaarheid vanuit de omliggende dorpen met de fiets en een directe autoverbinding met de A50 zijn belangrijke vestigingsvoorwaarden. Op Eekterveld kan ruimte geboden worden voor uitbreiding(en). Op het bedrijventerrein en met de 18

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV gemeente wordt samengewerkt aan met name duurzame doelen (energie, klimaat). Er wordt ruimte geboden aan initiatieven die onder andere de werkgelegenheid vergroten. Er wordt daarbij meegewerkt aan functies en bouwen (binnen de kwalitatieve randvoorwaarden). Daarbij wordt er ook ruimte gehouden voor bedrijfsactiviteiten door het tegengaan van gevoelige functies op of in de buurt van bedrijventerreinen. Een gerichte zonering of afstand is noodzakelijk voor toekomstige woningbouw in de omgeving. Duurzaam (energie/klimaat/circulair/groen) is uitgangspunt bij vernieuwing en uitbreiding. 3.3.2

Economische visie 'Epe, Vitaal, Slim en Uitnodigend'

In de Economische visie 'Epe, vitaal, slim en uitnodigend' (2016) geeft de gemeente richting aan de economische (door)ontwikkeling van de gemeente Epe. Allereerst is in de visie een diagnose gesteld. In de diagnose wordt onder andere geconstateerd dat het lokale bedrijfsleven goed georganiseerd is. Het lokale bedrijfsleven kent (familie)bedrijven die lang geleden zijn gevestigd in de gemeente Epe en (inter)nationaal succesvol zijn, maar ook nieuwkomers die in de gemeente Epe en de regio voet aan de grond krijgen. Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat de gemeente Epe qua economische groei wat achterblijft in vergelijking met andere gemeenten. Een van de oorzaken is dat de gemeente tegen de grenzen aanloopt van de beschikbare ruimte op bedrijventerreinen waardoor de vestiging van nieuwe bedrijven en uitbreidingsruimte voor bestaande bedrijven wordt beperkt. Voor de bedrijvigheid worden de sectoren gezondheidszorg, groothandel/logistiek en zakelijke diensten als groeisectoren aangemerkt. Daarentegen worden sectoren als industrie (grootste sector van de economie in Epe) en landbouw als krimpsector aangeduid. In de economische visie wordt een nieuw perspectief geschetst aan de hand van drie labels op grond waarvan Epe zich wil onderscheiden, namelijk vitaal, slim en uitnodigend.

In de visie ligt het accent vooral op de maakindustrie en landbouw (slim in innovatie, duurzaamheid en regionale samenwerking) en de recreatieve toeristische sector (uitnodigend in ruimte voor nieuwe concepten en verweven met de functie en ontwikkeling van de centra). Uit de diagnose- en perspectieffase is in tegenstelling tot de zojuist genoemde sectoren gebleken, dat de dienstensector en kantorenmarkt in Epe geen specifieke krachten of zwakheden tonen voor een actief lokaal beleid. Zo kent de gemeente Epe bijvoorbeeld geen grote kantorenleegstand of vraag naar kantoorruimte die niet opgevangen zou kunnen worden in het bestaande aanbod. Daarom is in de visie hierop geen accent gelegd. 3.3.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat de in het voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten van het gemeentelijke beleid. De gemeente Epe zal in de toekomst met een tekort aan bedrijfsruimte op de bedrijventerreinen kampen, zeker als de uitvoering van de economische visie acties zijn vruchten gaat afwerpen en er niets meer ontwikkeld mag worden. De realisatie van Eekterveld IV biedt extra aanbod. De behoefte naar uitbreiding van het bedrijventerrein Eekterveld is sterk aanwezig en de mogelijkheid tot uitbreiding is opgenomen in de economische visie. Met de voorgenomen ontwikkeling blijft de gemeente een goed vestigingsklimaat voor bedrijven en organisaties bieden waardoor het aantrekkelijk is voor bedrijven om te blijven en voor nieuwe bedrijven om zich te vestigen. Tevens wordt bij de realisatie veel aandacht besteed aan circulariteit, duurzaamheid en de groene omgeving.

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Hoofdstuk 4 4.1

M ilieu- en omgevingsaspecten

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relevante milieu- en omgevingsaspecten. Op grond van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro) dient te worden bezien of het project vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening verenigbaar is met de eisen die aan de omgeving worden gesteld. Het project dient een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te waarborgen en de belangen van omwonenden niet te schaden.

4.2

Geluid

Bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan is het conform de Wet geluidhinder (Wgh) noodzakelijk dat er aandacht wordt besteed aan de akoestische situatie. In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn geluidgevoelige bestemmingen benoemd. Dit zijn (samengevat) woningen, scholen en diverse gezondheidszorggebouwen. Bedrijven zijn geen geluidgevoelige bestemming, bedrijfswoningen wel. Situatie plangebied Binnen het plangebied worden geen geluidsgevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt, een toetsing aan de Wet geluidhinder is niet aan de orde. Met betrekking tot de routering van het vrachtverkeer van en naar de bedrijventerreinen wordt ingezet op het gebruik van de hoofdwegen rondom het plangebied om geluidsoverlast te beperken/voorkomen. Conclusie Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.3

Luchtkwaliteit

Op basis van hoofdstuk 5, titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer dient onderzoek naar luchtkwaliteit te worden uitgevoerd. De titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. De kern van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren en waarin alle ruimtelijke ontwikkelingen/projecten zijn opgenomen die de luchtkwaliteit in belangrijke mate verslechteren. Op grond van de Wet mogen nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de normen (grenswaarden) die aan een aantal verontreinigende stoffen zijn gesteld. Met betrekking tot luchtkwaliteit moet rekening worden gehouden met het gestelde in de Wet milieubeheer (Wm), hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a. er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; b. een plan leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; c.

een plan draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging (meer dan 3%) ten opzichte van de grenswaarde (een grenswaarde van 3% staat gelijk aan de bouw van circa 1.500 woningen of 100.000 m2 kantoorruimte met één ontsluitingsweg); d. een plan past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), of binnen een regionaal programma van maatregelen. Situatie plangebied Voor de voorgenomen ontwikkeling is een luchtkwaliteitsonderzoek (zie bijlage 4) uitgevoerd om de effecten op de luchtkwaliteit te berekenen naar aanleiding van het gebruik van het bedrijventerrein. Hierbij zijn de berekende concentraties van stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5), als

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV gevolg van het plan getoetst aan de luchtkwaliteitseisen uit de Wet milieubeheer. De emissie naar de lucht van de inrichting bestaat uit de emissie die veroorzaakt wordt door de verbrandingsemissies door de toename van het wegverkeer door de uitbreiding van het bedrijventerrein. Het bedrijventerrein zal gasloos uitgevoerd worden. In het onderzoek is worst-case uitgegaan van algemene emissiefactoren van bedrijven overeenkomstig de desbetreffende milieucategorieën. De totale emissies van NOx , PM10, en PM2,5 als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden geschat op respectievelijk 2.025 kg/j, 249 kg/j en 17 kg/j. Met betrekking tot de toetsing aan de grenswaarden worden de volgende conclusies getrokken: 1. De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie NO2 van 40 ug/m3 wordt als gevolg van de geplande uitbreiding niet overschreden. Ook de grenswaarde van NO2 als uurgemiddelde wordt niet vaker dan 18 keer per jaar overschreden. De bijdrage van het plan aan de NO2 achtergrondconcentratie is NIBM; 2. De grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie PM10 van 40 ug/m3 wordt niet overschreden. Ook de grenswaarde van PM10 als 24-uursgemiddelde van 40 ug/m3 wordt niet vaker dan 35 keer per jaar overschreden. De bijdrage van het plan aan de PM10 achtergrondconcentratie is NIBM. 3.

De jaargemiddelde grenswaarde voor PM2,5 wordt niet overschreden. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan luchtkwaliteitseisen zoals gesteld in de Wet milieubeheer. Conclusie Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling

4.4

Bodem

Het beleid ten aanzien van de bodemkwaliteit is op nationaal niveau vastgelegd in de Wet bodembescherming (Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam bodembeheer. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Dit kan worden aangetoond met een actueel bodemonderzoek. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Indien er sprake is van bouwactiviteiten, is in het kader van de omgevingsvergunning mogelijk ook een actueel onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. Hiernaast geldt dat de gemeente bevoegd gezag is in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In het Besluit bodemkwaliteit wordt hergebruik van licht verontreinigde grond mogelijk gemaakt. Situatie plangebied Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter hoogte van de locatie waar de uitbreiding van het bedrijventerrein is beoogd, zie bijlage 5.

Uit dit bodemonderzoek is het volgende gebleken: Zintuiglijk zijn op de locatie geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Grond: Uit de analyseresultaten blijkt dat licht verhoogde gehalten arseen, kwik, koper en/of PCB worden aangetroffen in de bovengrond. In eerste instantie is in één mengmonster een matig verhoogd gehalte aan arseen gemeten. Na uitsplitsing van het mengmonster zijn maximaal nog licht verhoogde gehalten aangetoond. Aangezien na uitsplitsing het gehalte aan arseen is bepaald in separate grondmonsters worden de resultaten na uitsplitsing als leidend gezien. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen voor de geanalyseerde componenten. De parameters die in verhoogde gehalten zijn aangetoond werden op basis van het uitgevoerde vooronderzoek ook verwacht. Ook de mate van de verhoogde gehalten wijkt niet af van eerder aangetoonde gehalten van deze parameters in de direct omgeving.

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

Met betrekking tot PFAS wordt de bovengrond ingedeeld in de klasse ‘Landbouw/natuur’. Zowel zintuiglijk als analytisch is geen asbest aangetroffen in de grond. Grondwater: In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties zware metalen, naftaleen en/of xylenen aangetoond. Met uitzondering van xylenen en naftaleen waren de parameters waarvoor verhoogde concentraties zijn aangetoond op basis van het vooronderzoek ook verwacht. De aangetoonde concentraties betreffen waarden die in deze omgeving van nature voorkomen. De gemeten concentraties xylenen en naftaleen zijn minimaal en liggen marginaal boven de detectiegrens. De aangetroffen concentraties zijn echter dermate laag, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. Door middel van het uitgevoerde bodemonderzoek is de milieuhygiënische bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie voldoende vastgesteld met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling. Ondanks de licht verhoogde gehalten en concentraties is geen aanvullend onderzoek nodig. De aangetoonde gehalten/ concentraties voor de geanalyseerde componenten vormen vanuit milieuhygienisch oogpunt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is.

Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. Indien meer dan 50 m³ verontreinigde grond wordt ontgraven of meer dan 1.000 m³ verontreinigd grondwater wordt onttrokken, voor zover redelijkerwijs aangenomen kan worden dat er geen sprake is van een geval van ernstige verontreiniging, geldt hiervoor in het kader van artikel 28 van de Wet bodembescherming een meldingsplicht bij het bevoegde gezag. Hierop zijn uitgezonderd de situaties zoals beschreven in het Besluit overige niet-meldingsplichtige gevallen bodemsanering. Voor het noordelijk gelegen terrein, waar de compensatie van de Groene Ontwikkelingszone beoogd is, is een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd, zie bijlage 6. Aan de hand van dit vooronderzoek kan het volgende geconcludeerd worden: Op de onderzoekslocatie is compensatie van de Groene Ontwikkelingszone beoogd. Het betreft een groene zone die, met de wijziging van het bestemmingsplan, behouden blijft en wordt versterkt. In de huidige situatie is de locatie vrij toegankelijk, dit blijft ook zo na de voorgenomen bestemmingsplanwijziging. De inrichting en het gebruik van de locatie wijzigt niet ten opzichte van de huidige situatie.

In het kader van de ontwikkelingen van het naastliggende industrieterrein zijn reeds deelsaneringen uitgevoerd binnen de contouren van het geval “De Grift”. Met de wijze van saneren en het bereikte eindresultaat is door bevoegd gezag instemming verleend. Ook na uitvoering van die deelsaneringen was het huidige terrein reeds vrij toegankelijk. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat in de huidige situatie en bij het huidige gebruik geen sprake is van risico’s als gevolg van de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse. Omdat de inrichting en het gebruik van de locatie niet veranderen wordt geconcludeerd dat daarmee ook na de voorgenomen bestemmingsplanwijziging geen sprake is van risico’s als gevolg van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. De resultaten van het vooronderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een bodemonderzoek. Omdat de locatie onderdeel is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (“De Grift”) kan deze als verdacht worden gezien. Het gaat daarbij om een immobiele verontreiniging met koper waarvan de situatie middels meerdere rapporten (bodemonderzoeken, saneringen, evaluaties) is vastgelegd. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat ondanks de aanwezigheid van een geval van ernstige bodemverontreiniging (koper) de milieuhygiënische bodemkwaliteit op de locatie geen belemmering is voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging.

Conclusie Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Bedrijventerrein Eekterveld IV

4.5

Externe veiligheid

Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG- tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR) gehanteerd.

Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6(één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. In beginsel zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 160 meter toegestaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13858264/1