945974 Houtweg 41 Oene Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Houtweg 41 Oene ontwerp
bestemmingsplan Bijlagen bij toelichting
Houtweg 41 Oene ontwerp
bestemmingsplan Houtweg 41 Oene
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
7
Bijlage 2
Bodemonderzoek
19
Bijlage 3
Natuurtoets
37
Bijlage 4
Huismussenonderzoek
51
Bijlage 5
Stikstofberekening
57
Bijlage 6
Akoestisch onderzoek
87
Bijlage 7
Watertoets
127
Bijlage 8
Archeologisch onderzoek
133
Bijlage 9
Cultuurhistorische benadering
203
Bijlage 10
Participatielogboek
217
3
bestemmingsplan Houtweg 41 Oene
4
bestemmingsplan Houtweg 41 Oene
Bijlagen bij toelichting
5
bestemmingsplan Houtweg 41 Oene
6
bestemmingsplan Houtweg 41 Oene
Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan
7
to
cl
Vr
= CL
o
l-
o
f
l\) t!
N)
q.
-a qq =
t
Vl
=
ïto,
-a
-^ o
-a
o o br
È
tt H ït o
o gq
€
cí+
o
T
gewijzigd: December 2022
Ê
ií* Ê* +rÊF
ËËu*
6li ; ;a'r
ËËËs iËE=Ê gëËa
ggïêÉíEtiË*FÊË ÊiÉiË Égi 6É Ëiêï
;;gíË ËËF íe i'ÈË
ttËËi ËiËgi rísË: q€áeÉ FËs;3 ÍiËa
ËÊ*ïïïgËiËËËïi
*Ëri3 ï[ï*i +ï*ï
ËEËËÊ
tËiÊï=$ïigÊ,iÉËË ËËËÊËïïtËËiËiË
Eiqií iË:Ë frï sïíÍÉ
íiiËiíiËÊíi;Êiai
iËiËiÊÉíËg1íËËËË;.
í8:+ï59 =FEË::ï#F
N
.i
lo
i,
&
r,:
à
l,
t
j'
E Èr
FT
l f..:$
,i4
jí*,:,
i;:r,$
i,,i
I
tl
rD
=.; o-íD.D
--;J.Dè 0r-<JU or=:'qo
:i-
Y
aD
aDf
-<>.Do ooor:-o olà.=-a = \ -Á .D- u! -
4.:Qr!*
-o-l<or
o >.J:-
^
--
!: -.á
o <:i-ï
ae+)= óor^^a
o or eè6 .D 9: ::
oor!.Áà rD !1 TD íD:
IOJ--,
Eiq&9 <oJ-oct
oct:'<
-
=.
- x
i" |: m:laD.D! -x-.Dlo
o íD a--
orc f lo;;+
ê =;É ^=: o Ir o =, :l Á u
oa
Xè ].qq I .o:.D.D:t <: :1-,ÀC
^=^;;-9:
-^\J1-
lyl.J^
j Xoa f cónlro 5: < =i 1.D.DgX
P +!l =:,t ;+o-q.Dri
q<E|1!
U
Èi
\
F
>- í'-_s,
xs-
6-
À
'.J
a(.
I
o
g
_
a'
s\
\!
_.J
(\>* c
s!
È
N,,
-À -"trt",/lào. t r /.?Ok q..-
4 4a A.-
9F
{
H
f
(D
o-
l
OJ
-o)
(DJ oqo OJY
vro
€o o,a
o)-
-i oq -.D
Poq
oo or3 É*
oin <o>.D
fr'É .Do
ol lO cro
561 ooJ
OJ ('Q
Éa <o
6-o cÁ
N;
á$
o-.+
or*
loá qqo
d.urf
o5
ie o
=it oa<
<q
oA' oa'
=-o !.ï Eo' íD]r
|^'.
:T
tr
èJ
o
3"; oÊ,
àb
OO ol NX
oF :<
99 o.o
x3
ol
iio
oo
O.r JO
oJ ofoíDtl
:€ -o
q'
o-
;€
-5 !o Of
o-È o o-l Q io.,-i
áE g À: =F* i>rr 'u
':a x áÀt Ëqj
=fct
ó -S ^r6'
Orèó áo;í-
Ëo6'
9à'3
óH:+ qd+ x o'"
íY:i
óEA
z,'o
;=7*,-+
Ë'89
.(>l
Ë
ï: r *
.D
ee* 6 -Ë
o-o )d: o =È o
;È:P
É938
-á-Ë
1Ë_43
o5?l
9gga qï Ft :.3 ËX
xrd* ó==a
Ë€ e e E ËBEËs É ó á9: -<o;R
E';ïBF ^Yai.o<
ÊE ; € È ;- e E ËE
5
fÉïËi =X i ó oFx-o_
ó - O-'.D < f ^- o-l
^--X-
5 Q o g,O
óEË.Èà
lJ;.=
oo59É
=á*3: 3ÊcqË: o-= 9-3 É 3,3Éi+
Ë'[;€3 á:EíÊ
tgËË á
Ë8331 J_q(tgn FdËE:
i =ótiËo, ê
€R*ió* or Y f '-
Ë+;.9É
ir F4 Êàq f q ó;
='
5 à (=
á*fFr *geË9
$q-=í9
\
ËqË$ *qr i$ íËiËEÉËÉ*
4;
6Ë+
nêiËËËËËÊiiíËÊ Ë.; r* F"g
+gë
ËË ï ËíËiïis+ I aïí;Ë*gq ril ia'
+EiËsËËËÉËi+Ëi
+È gÉ;Ë;
íiíigËgïarísgïggËrË ÊiËgêgïËiËrg'É**lËÍ Ëíi*áËËaËËís+a*Ëli
ËfËeïÊEËËeËËËE+ËiiH
g
íËFËïËËilËËïïíËí'*; ÊËË liiËï;ËgË i;Ë ïil+
Ë;ácíiiËiËï$íËËiËíF;
-l-J
I
!!i
sd9
5
Í :
I
é! ii !
r5
9t ÉI it 5á r3 {tJ tË ;l Ét 9r :8:r 1A rr 3 Ërg
d
È
í
R lla T4
P
d
t
r
-
'lË;
X./-s*n
$
D/
a
s
\_ j>
\)
l\È\ ..t
a )=
wijziging december 2022: klinkers als woning
bestemmingsplan Houtweg 41 Oene
Bijlage 2 Bodemonderzoek
19
RAPPORTAGE Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem Houtweg 41 Oene
Rapportage milieuhygiënisch vooronderzoek bodem Houtweg 41 Oene Opdrachtgever
BügelHajema Amersfoort Utrechtseweg 7 3811 NA Amersfoort
Rapportnummer
20330.001
Versienummer
D2
Status
Eindrapportage
Datum
1 augustus 2023
Opsteller Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
Daarom Econsultancy KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadvies- en -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. BETROUWBAARHEID Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. GELDIGHEID ONDERZOEK Het bodemonderzoek betreft een momentopname.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 1
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK .......................................................................... 1
3
GERAADPLEEGDE BRONNEN ..................................................................................................................... 2
4
HISTORISCH EN HUIDIG GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE ......................................................................... 2
5
TOEKOMSTIGE SITUATIE ............................................................................................................................ 3
6
CALAMITEITEN ........................................................................................................................................... 3
7
UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE ................................................. 3
8
AANGRENZENDE TERREINDELEN/PERCELEN ............................................................................................. 4
9
INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN ................................................................. 4
10
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .................................................................................................... 4
11
TERREININSPECTIE ..................................................................................................................................... 5
12
SAMENVATTING EN CONCLUSIES .............................................................................................................. 6
BIJLAGEN: 1. 2a. 2b.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie
1
INLEIDING
BügelHajema heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem op de locatie Houtweg 41 te Oene. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem heeft tot doel te bepalen of er aanleiding bestaat voor het uitvoeren van een actualiserend bodemonderzoek conform de NEN 5740 en/of NEN 5707, door middel van een archiefonderzoek en een terreininspectie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek".
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek omvat de onderzoekslocatie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 12.300 m²) is gelegen aan de Houtweg 41 te Oene (zie bijlage 1). Het perceel, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Epe en Oene, sectie E, nummer 1651, 1778, 790 en 1920, 1921. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 4,5 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 200.305, Y = 484.695.
20330.001 versie D2
1/6
3
GERAADPLEEGDE BRONNEN
In tabel 3-1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 3-1 Geraadpleegde bronnen Onderdeel
Bron
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
Opdrachtgever BügelHajema Amersfoort (contactpersoon: ), d.d. 22 december 2022
Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek
Omgevingsdienst Veluwe IJssel (contactpersonen: ), d.d. 9 januari 2023
Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion
Terreininspectie
Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 13 januari 2023
4
HISTORISCH EN HUIDIG GEBRUIK ONDERZOEKSLOCATIE
Uit historisch kaartmateriaal van 1850 tot heden blijkt dat op de onderzoekslocatie vanaf 1851 tot heden een korenmolen staat. De locatie is deels weiland en deels verhard met asfalt. Er staan schuren op de locatie sinds 1960. Bij de provincie Gelderland is bekend dat op de onderzoekslocatie tot 1993 een ondergrondse dieseltank (volume onbekend) aanwezig is geweest. Deze was in gebruik tot 1983 en is in 1993 verwijderd (er is geen tanksaneringscertificaat aanwezig). Tot 1989 is er een bestrijdingsmiddelengroothandel en brandstoffendetailhandel op de locatie aanwezig geweest. Van 1991 tot heden is er een landbouwartikelengroothandel en bestrijdingsmiddelenopslag (in stellingskasten voor de verkoop) op de locatie aanwezig er vinden geen bodembedreigende activiteiten plaats. Een groot deel van de onderzoekslocatie bestaat uit weiland. Het andere deel van de onderzoekslocatie is bebouwd of verhard met asfalt/klinkers. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen.
20330.001 versie D2
2/6
In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie.
5
TOEKOMSTIGE SITUATIE
De initiatiefnemer is voornemens op de locatie een deel van de huidige bebouwing te slopen en woningen te realiseren.
6
CALAMITEITEN
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de Omgevingsdienst Veluwe IJssel blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan.
7
UITGEVOERD(E) BODEMONDERZOEK(EN) OP DE ONDERZOEKSLOCATIE
Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend bij Bodemloket, tot 2017 geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Op de gehele onderzoekslocatie is in 2017 door PJ Milieu BV een verkennend en nader bodemonderzoek en asbest in grond en puinonderzoek uitgevoerd (rapportnummer 1738701 d.d. 18 september 2017). Aanleiding van dit onderzoek was de aanvraag van een omgevingsvergunning en een voorgenomen aankoop. Het doel van het onderzoek was het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. Op basis van de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek is in dit onderzoek geconcludeerd dat de onderzoekslocatie verdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging. Er zijn licht verhoogde gehalten PAK, lood, kwik, kobalt en minerale olie aangetoond over de gehele locatie met uitzondering van het weiland. Bij de locatie bestrijdingsmiddelenopslag is er een licht verhoogd gehalte hexachloorbenzeen aangetoond. Bij de locatie van de ondergrondse en gesaneerde dieseltank is er in de vaste bodem een sterk verhoogd gehalten aan minerale olie aangetoond. Deze tank (3.000 l diesel) is in gebruik geweest tot 1983 en verwijderd in 1993. Ter plaatse is nader bodemonderzoek gedaan om de aard en omvang van de sterke verontreiniging met minerale olie vast te stellen.
Hierbij is ter plaatse van de ondergrondse brandstoftank (3.000 l) een historisch, niet ernstig geval van bodemverontreiniging met minerale olie vastgesteld. De omvang van gevonden verontreiniging (boven achtergrondwaarde). Het grondwater was ten hoogste licht verontreinigd met minerale olie. Ook is er asbestonderzoek uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksresultaten zijn de bodem (m.u.v. het weiland), halfverhardingslaag en afgedekte funderingslaag als verdacht op het voorkomen van asbest aangemerkt. Op het zuidwesten van het terrein overschrijdt het gehalte de interventiewaarde. In totaal is over een oppervlakte van circa 650 m² asbest aanwezig boven de interventiewaarde of maximale samenstellingswaarde (100 mg/kg d.s.). Er is ingeschat dat er circa 260 m³ grond en puin verontreinigd is met asbest. Het advies was destijds om de verontreinigingen te saneren. De verontreinigingssituatie van de minerale olie en asbestverontreiniging is weergegeven in bijlage 2a.
20330.001 versie D2
3/6
8
AANGRENZENDE TERREINDELEN/PERCELEN
In hoofdstuk 3 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Aan de noord- en westzijde van de onderzoekslocatie bevinden zich weilanden. Aan de oostzijde begint zich een weg. Aan de andere kant van deze weg staat een woning. Ter plaatse van deze woning is aangetoond dat er van 1974 tot 1993 een ondergrondse dieseltank (volume onbekend) heeft gestaan. In 1993 is deze gereinigd en gevuld met zand. Aan de zuidzijde van de locatie bevindt zich ook een woning. Ter plaatse van deze woning is in 2004 een vooronderzoek uitgevoerd (rapport onbekend) waarbij er is vastgesteld dat hier tot 1999 ondergrondse hbo-tank (volume onbekend) in gebruik is geweest. Er is geen verwijdering bekend. Uit de verzamelde informatie blijkt dat, mede gelet op de afstand van de ondergrondse tanks tot de huidige onderzoekslocatie, er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen te verwachten zijn.
9
INFORMATIE LOKALE/REGIONALE ACHTERGRONDGEHALTEN
Volgens de bodemkwaliteitkaart van de gemeente Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst (Lievense, projectnummer SOB005100.RAP.002, d.d. 6 oktober 2020) bevindt de onderzoekslocatie zich in een gebied met bodemfunctieklasse “Landbouw/natuur”. De ontgravingsklasse van de bovengrond, tussenlagen en ondergrond is “Landbouw/natuur”.
10 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit hoge bruine enkeergronden, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 3,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,5 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in westelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
20330.001 versie D2
4/6
11 TERREININSPECTIE Op 13 januari 2023 is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in hoofdstuk 4. Op de onderzoekslocatie zijn een aantal onverharde inspoelzones aanwezig onder asbestverdachte daken. Deze inspoelzones zijn weergegeven in bijlage 2a.
20330.001 versie D2
5/6
12 SAMENVATTING EN CONCLUSIES BügelHajema heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem op de locatie Houtweg 41 te Oene. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Op de onderzoekslocatie zijn tijdens het voorgaande bodemonderzoek verschillende in kaart gebracht (PJ Milieu BV, rapportnummer 1738701, d.d. 18 september 2017). Als eerste is er ter plaatse van een voormalige ondergrondse dieselolietank een sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond. De sterke verontreiniging heeft een omvang van circa 20 m3 sterk verontreinigde grond. De totale omvang licht tot sterk met minerale olie verontreinigde grond bedraagt circa 85 m3. De dieseltank (3.000 l) is in gebruik geweest tot 1983 en verwijderd in 1993. Derhalve is ter plaatse van de tank een historisch, niet ernstig geval van bodemverontreiniging met minerale olie vastgesteld. Daarnaast is in de grond en het puin rondom de korenmolen een asbestgehalte boven de interventie- of maximale samenstellingswaarde (100 mg/kg d.s.) aangetoond. Dit betreft een verontreiniging met een omvang van circa 260 m3. Er zijn geen aanwijzingen gevonden waaruit blijkt dat deze verontreinigingen in omvang zijn toegenomen.
Tevens zijn er geen aanwijzingen gevonden om op andere locaties op het terrein bodemverontreiniging te verwachten. Uit het onderzoek blijkt dat er geen aanwijzingen zijn die aanleiding geven te verwachten dat de bodemkwaliteit ter plaatse is veranderd ten opzichte van het verkennend en nader bodemonderzoek uit 2017. Econsultancy adviseert de destijds aangetroffen verontreinigingen met asbest in de bovengrond en het puin en de verontreiniging met minerale olie in de ondergrond te saneren. Hiertoe dient een plan van aanpak ten behoeve van de sanering van het asbesthoudende puin (Besluit asbestwegen), een plan van aanpak ten behoeve van de minerale olieverontreiniging en een melding conform het Besluit Uniforme Saneringen (ten behoeve van de sanering van de asbestverontreiniging in de bodem) verricht te worden. De sanering kan afhankelijk van de plannen bestaan uit het afgraven en verwijderen van de verontreinigingen en/of het aanbrengen van een isolatielaag (leeflaag en/of duurzame verhardingslaag). Deze werkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door een BRL 7000 gecertificeerd aannemer en onder milieukundige begeleiding.
Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.
Econsultancy 1 augustus 2023
20330.001 versie D2
6/6
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Legenda Opnamerichting foto Grens onderzoekslocatie inspoelzone
Titel:
Locatieschets Houtweg 41 te Oene
A4
Gehalte >T-waarde PROJECT: 20330.001
Gehalte >I-waarde
SCHAAL:
DATUM: 30-1-2023
Asbestverontreiniging
GETEKEND: RNa
BIJLAGE: 2a
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 1.
Foto 2.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 3.
Foto 4.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 5.
Foto 6.
bestemmingsplan Houtweg 41 Oene
Bijlage 3 Natuurtoets
37
Beknopte natuurtoets Houtweg 41 Oene projectnummer: P000609 Onderwerp:
Beknopte natuurtoets Houtweg 41 Oene
Datum:
13-04-2023
Inleiding KADER De initiatiefnemer is van plan om een nieuwe bedrijfsruimte en een nieuwe woning te realiseren aan de Houtweg 41 in Oene. Hiervoor wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Om de uitvoerbaarheid van het plan te toetsen, is een natuurtoets uitgevoerd. Het doel van deze natuurtoets is om na te gaan of aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming 1
(Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de natuurtoets 2 maart 2023 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek waren: zwaar bewolkt, droog, circa 2˚C en een zwakke wind. PLANGEBIED EN PLANNEN Het plangebied ligt aan de Houtweg 41 ten noorden van Oene (figuur 1). Het plangebied wordt begrensd door de Houtweg in het oosten, een erf met woning in het zuiden en agrarische percelen in het westen en noorden. In het plangebied staan enkele opslagloodsen, een oude molen en een bijgebouw. Bij het plan zijn alleen de groene opslagloods (nummer 1) en het bijgebouw (nummer 2) betrokken. In het noordwesten van het plangebied staat een hoge, groene opslagloods (nummer 1) van damwandplaten met een damwandplaten zadeldak. Deze is intern verbonden met de opslagloods aan de oostzijde, die weer intern doorloopt in de zuidelijke opslagloods. De overige loodsen in het plangebied zijn opgetrokken uit baksteen met damwandplaten zadeldaken. Ten zuiden van de opslagloodsen staat de oude molen en in het zuiden van het plangebied staat het bijgebouw (nummer 2). Het bijgebouw is opgetrokken uit baksteen met een golfplaten zadeldak en houten gevelbeplating onder het dak. Aan de westzijde van het bijgebouw is een kleine, open golfplaten overkapping gemaakt.
1
De Wet natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en betreft zowel soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.
Het grasveld in het noorden van het plangebied bestond tijdens het veldbezoek gedeeltelijk uit gemaaid gras en gedeeltelijk uit ruig grasland. Opgaande begroeiing in het plangebied is beperkt tot een kleine boom naast het bijgebouw (nummer 2) en enkele hoge bomen ten noorden van de groene opslagloods (nummer 1). Permanent oppervlaktewater is niet in het plangebied aanwezig.
Figuur 1. Locatie van het plangebied (rood), de te slopen opslagloods (nummer 1) en het te slopen bijgebouw (nummer 2). Bron kaartondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl
datum 13-04-2023
projectnummer P000609
2
Foto’s 1 t/m 4. Impressie van het plangebied op 2 maart 2023. Linksboven het plangebied gezien vanuit het noordoosten. Rechtsboven de groene opslagloods (nummer 1) in het noordwesten van het plangebied. Linksonder het bijgebouw (nummer 2) in het zuiden van het plangebied. Rechtsonder de kleine overkapping aan de westzijde van het bijgebouw.
De plannen bestaan uit sloop van de groene opslagloods (nummer 1) en het bijgebouw (nummer 2) (figuur 1, cyaan) en nieuwbouw. In de plaats van de huidige opslagloods wordt een nieuwe bedrijfsruimte met koel- en vriescellen gebouwd (figuur 2). Ook wordt op het grasland ten noordoosten van de bestaande bebouwing een woning met demonstratieruimte gebouwd. Voor de plannen wordt daarnaast vegetatie verwijderd en wordt grond vergraven.
datum 13-04-2023
projectnummer P000609
3
Figuur 2. Inrichtingsschets van de toekomstige inrichting van het plangebied.
Soortenbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -
alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn (Wnb art. 3.1-3.4);
-
dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9);
-
nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art. 3.10-3.11).
Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb.
datum 13-04-2023
projectnummer P000609
4
INVENTARISATIE 2
Uit het raadplegen van gegevens van de laatste vijf jaar in de Nationale Databank Flora en Fauna
(NDFF © 26 januari 2023) blijkt dat in de directe omgeving (0 – 1 km) van het plangebied diverse beschermde diersoorten bekend zijn. Het betreft vogels met jaarrond beschermde nesten, zoogdieren en een dagvlinder (grote vos). Het grasland in het plangebied was tijdens het veldbezoek voor een deel gemaaid. Het gemaaide deel bestond voornamelijk uit algemene gras- en plantensoorten, zoals Engels raaigras, ridderzuring en madelief. In het ruige deel was daarnaast ook teunisbloem, gestreepte witbol, speerdistel, smalle weegbree, gele kamille, gewoon barbarakruid en kleine brandnetel aanwezig. Langs de randen van de bebouwing en de verharding waren met name algemene tredplanten aanwezig, zoals straatgras, grote weegbree en paardenbloem. De aanwezig soorten in het plangebied duiden op voedselrijke omstandigheden. In het plangebied staat verder onder andere wilg en beuk. Beschermde plantensoorten zijn uit de omgeving van het plangebied niet bekend (NDFF). Gezien de terreingesteldheid, het aanwezige biotoop en de voedselrijkdom zijn beschermde plantensoorten niet in het plangebied te verwachten. Uit de omgeving van het plangebied zijn verschillende gebouwbewonende vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten bekend, zoals huismus, gierzwaluw, kerkuil en steenuil (NDFF). Tijdens het veldbezoek zijn meerdere huismussen (10+) in het plangebied waargenomen.
Deze maakten gebruik van de struik ten zuidoosten van het bijgebouw en van de hagen buiten het plangebied. Ook vertoonden ze nestindicerend gedrag bij de oude molen en bij een opening in de muur van de zuidoostelijke loods. In de molen en de zuidoostelijke loods van het plangebied kunnen jaarrond beschermde nesten van huismus niet worden uitgesloten. De groene loods is voor huismus toegankelijk via de opening in de zuidelijke muur (foto 5). In de loods zijn geen huismussen of nesten waargenomen. Niet de gehele loods was echter te overzien, waardoor huismusnesten in de loods niet kunnen worden uitgesloten. Het golfplaten dak van het bijgebouw is voor huismus toegankelijk via de dakgoten. De ruimtes onder het golfplaten dak beschikken, door het snelle opwarmen én afkoelen van het materiaal, niet over een geschikt microklimaat voor huismus om in te broeden. Hierdoor kunnen nesten van huismus in het bijgebouw worden uitgesloten. De kopse kanten en nokken van de gebouwen bevatten geen voor gierzwaluw geschikte invliegopeningen. Hierdoor is de bebouwing voor gierzwaluw niet toegankelijk. Jaarrond beschermde nesten van gierzwaluw in het plangebied kunnen dan ook worden uitgesloten.
2 De NDFF is de meest omvangrijke landelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbare waarnemingen van planten en dieren in Nederland. Nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in de NDFF zijn door soortexperts gevalideerd.
datum 13-04-2023
projectnummer P000609
5
De groene loods is voor steenuil en kerkuil toegankelijk via de opening in de zuidelijke muur. In de loods zijn geen sporen, zoals veren, krijtstrepen of braakballen, aangetroffen. Hierdoor worden beschermde nest- of roestplaatsen van steenuil en kerkuil niet in de loods verwacht.
Foto 5. De opening in de zuidelijke muur van de groene opslagloods.
Uit de omgeving van het plangebied zijn ook enkele boombewonende broedvogels met jaarrond beschermde nesten bekend, zoals buizerd, sperwer en ransuil (NDFF). In de bomen in het plangebied zijn
geen
nesten
waargenomen.
Hierdoor
kunnen
jaarrond
beschermde
nesten
van
boombewonende vogels in het plangebied worden uitgesloten. Het plangebied zal mogelijk een onderdeel vormen van het foerageergebied van vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals uit de directe omgeving bekende huismus en buizerd (NDFF). In de struik naast het bijgebouw in het plangebied kunnen daarnaast algemene, weinig verstoringsgevoelige vogels, zoals merel en winterkoning, broeden. Nesten van algemene soorten zijn alleen tijdens de broedperiode beschermd.
datum 13-04-2023
projectnummer P000609
6
In de omgeving van het plangebied zijn verschillende gebouwbewonende vleermuissoorten bekend, zoals gewone dwergvleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis (NDFF). Het bakstenen bijgebouw beschikt niet over open stootvoegen en de gevelbeplating is strak op de muur afgewerkt. Het golfplaten dak is via enkele kleine openingen wel toegankelijk voor vleermuizen. Ruimtes onder dit dak bevat, vanwege het snelle opwarmen én afkoelen van het materiaal, geen geschikt microklimaat voor vleermuizen om een verblijfplaats onder te hebben. Hierdoor kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen in het bijgebouw worden uitgesloten. De groene opslagloods is voor vleermuizen alleen toegankelijk via de opening in de zuidelijke muur. De damwandplaten muren zelf zijn te glad voor vleermuizen om grip op te hebben en naar binnen te kruipen. De loods zelf is opgetrokken uit damwandplaten zonder isolatie, waardoor eventuele ruimtes tussen de damwandplaten en de metalen structurele balken snel opwarmen en afkoelen. Daarnaast zijn in de loods geen sporen, zoals afgebeten vlindervleugels, waargenomen van de minder kritische gewone grootoorvleermuis. Hierdoor kunnen verblijfplaatsen van de vleermuizen ook in de groen opslagloods worden uitgesloten.
In de bomen in het plangebied zijn geen holtes of scheuren aanwezig, waardoor verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten, zoals rosse vleermuis, kunnen worden uitgesloten in het plangebied. Rondom de bebouwing van het plangebied kunnen soorten als gewone dwergvleermuis en laatvlieger foerageren en boven het open grasland kunnen soorten als rosse vleermuis foerageren. In het plangebied zijn geen groenstroken aanwezig die een onderdeel kunnen vormen van een doorgaande structuur van opgaande beplanting, die dienst kan doen als essentiële vliegroute. Het grasland en de groene randen van het plangebied vormen geschikt leefgebied voor een aantal grondgebonden zoogdiersoorten, zoals de uit de omgeving bekende soorten haas en egel (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de directe omgeving van het plangebied is het voorkomen van de niet-vrijgestelde bever, bunzing, eekhoorn en otter bekend (NDFF). Vanwege het ontbreken van grote watergangen in en direct rondom het plangebied, kan de aanwezigheid van bever en otter in het plangebied worden uitgesloten. In het plangebied is ook geen geschikt leefgebied voor eekhoorn, zoals voldoende grote bomen, aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn in de bomen in en direct rondom het plangebied ook geen nesten van eekhoorn waargenomen.
Eekhoorn wordt daarom niet in het plangebied verwacht. Geschikt leefgebied voor bunzing met struweel, takkenrillen of houtstapels, is niet binnen of direct rondom het plangebied aanwezig. Hierdoor wordt bunzing niet in het plangebied verwacht.
datum 13-04-2023
projectnummer P000609
7
Het grasland in het plangebied vormt geschikt landbiotoop voor enkele algemene amfibieënsoorten, zoals gewone pad en kleine watersalamander (NDFF). Voor deze soorten geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de omgeving van het plangebied zijn geen niet-vrijgestelde amfibieënsoorten waargenomen (NDFF). Vanwege het ontbreken van geschikt biotoop en/of waarnemingen uit de omgeving zijn nietvrijgestelde amfibieënsoorten niet in het plangebied te verwachten. De dagvlindersoort grote vos is bekend vanuit de omgeving van het plangebied (NDFF). Geschikt habitat, zoals bosgebied met waardplanten zoals iep, populier, prunus en enkele breedbladige wilgensoorten, is niet in het plangebied aanwezig. Ook geschikte overwinteringsplaatsen, zoals stapels hout of holle bomen, zijn niet in het plangebied aanwezig. Hierdoor kan de aanwezigheid van grote vos in het plangebied worden uitgesloten. Overige beschermde soorten uit de soortgroepen vissen en reptielen zijn in de directe omgeving niet bekend (NDFF). Het plangebied biedt deze soortgroepen ook geen geschikt leefgebied. Hierdoor kan de aanwezigheid van beschermde vissen en reptielen worden uitgesloten. TOETSING Als gevolg van de sloop van de groene opslagloods gaan mogelijk jaarrond beschermde nestplaatsen van huismus verloren.
Nader onderzoek is nodig om te bepalen of huismussen gebruik maken van de opslagloods in het plangebied. Bij uitvoering van het plan verandert het plangebied als foerageergebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus en buizerd, maar zal niet geheel ongeschikt worden. Bovendien is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief en deels hoogwaardiger foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vogels met jaarrond beschermde nesten door verlies van foerageergebied treden niet op. Het vernietigen of verstoren van in gebruik zijnde nesten van (algemene) vogelsoorten is bij wet verboden. Dit kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet; van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. De meeste vogels broeden tussen half maart en half juli. Als gevolg van de werkzaamheden gaan geen vleermuisverblijfplaatsen verloren. Het plangebied zal naar verwachting na de sloop en nieuwbouw van de bedrijfsbebouwing niet ongeschikt worden voor de te verwachten vleermuissoorten die rondom bebouwing foerageren. Ook als gevolg van de bouw
datum 13-04-2023
projectnummer P000609
8
van de woning zal het foerageergebied van vleermuissoorten die boven open velden foerageren, zoals rosse vleermuis, niet geheel ongeschikt worden. Bovendien gaat het om een kleine oppervlakte en is in de directe omgeving van het plangebied in ruime mate alternatief foerageergebied aanwezig. Negatieve effecten op vleermuizen door verlies van foerageergebied treden niet op. Als gevolg van de ontwikkelingen kunnen enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en zoogdiersoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Gelderland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Gebiedsbescherming Voor
onderhavig
plangebied
is
de
volgende
wet-
en
regelgeving
op
het
gebied
van
gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. GELDERS NATUURNETWERK Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland. Dit netwerk moet voldoende robuust zijn voor een duurzame verbetering van de omstandigheden voor de wilde flora en fauna en voor natuurlijke leefgemeenschappen. Het NNN is als
beleidsdoel
opgenomen
in
de
Nationale
Omgevingsvisie
(NOVI).
De
provincies
zijn
verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. Het in Gelderland gelegen NNN wordt het Gelders Natuurnetwerk (GNN) genoemd. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het GNN is voor provincie Gelderland uitgewerkt in de Omgevingsverordening Gelderland. Het GNN in Gelderland kent geen externe werking. GROENE ONTWIKKELINGSZONE EN GANZENRUSTGEBIED Vanuit de Omgevingsverordening Gelderland worden behalve de GNN-gebieden ook gebieden aangewezen als Groene Ontwikkelingszone. In gebieden die zijn aangewezen als Groene Ontwikkelingszone
datum 13-04-2023
worden
ontwikkelingen
projectnummer P000609
alleen
toegelaten
als
de
kernkwaliteiten
of
9
ontwikkelingsdoelen worden versterkt en de samenhang niet verloren gaat. Vanuit het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid wordt buiten de GNN-gebieden en Groene Ontwikkelingszones bij ruimtelijke plannen ook ingezet op de bescherming van ganzenrustgebied. Hiertoe zijn specifieke gebieden aangewezen. INVENTARISATIE Het plangebied ligt circa 2 km ten westen van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’. Ten oosten van het plangebied ligt een kanaal dat is aangewezen als GNN-gebied op circa 400 m afstand. De weilanden circa 7 km ten noorden van het plangebied zijn aangewezen als Groene Ontwikkelzone. Het dichtstbijzijnde ganzenrustgebied ligt circa 400 m ten oosten van het plangebied, aan de overzijde van het kanaal. TOETSING Het plangebied ligt op ruime afstand van het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’. Hierdoor zijn in potentie alleen effecten door externe werking mogelijk. Het plangebied is gescheiden van het Natura 2000-gebied door bebouwing, wegen en agrarisch gebied. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, de inrichting van het tussenliggende gebied en de aard van het plan, kan een toename van verstoring door geluid, verlichting of optische verstoring worden uitgesloten. Er kan sprake zijn van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden tijdens de gebruiksfase.
Daarom dient een AERIUS-berekening te worden gemaakt waaruit blijkt of tijdens de aanleg- en gebruiksfase al dan niet sprake is van stikstofdepositie boven 0.00 mol N/ha/ja in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten van Natura 2000-gebieden. De GNN, Groene Ontwikkelingszone en ganzenrustgebied in Gelderland kennen geen externe werking. Met de uitvoering van de plannen gaat geen oppervlakte van de GNN, Groene Ontwikkelzone of ganzenrustgebied verloren, waardoor negatieve effecten hierop kunnen worden uitgesloten. Beschermde houtopstanden 2
De Wet natuurbescherming beschermt bos van minimaal 1.000 m en bomenrijen van minimaal 21 bomen gelegen buiten de bebouwde kom. INVENTARISATIE EN CONCLUSIE In het plangebied zijn geen beschermde houtopstanden aanwezig. Het indienen van een kapmelding bij de provincie Gelderland is niet nodig.
datum 13-04-2023
projectnummer P000609
10
Conclusie Voor dit plan is op 2 maart 2023 een veldbezoek uitgevoerd en daarnaast zijn verspreidingsgegevens van beschermde soorten in en om het plangebied uit de NDFF geraadpleegd. Het veldbezoek en de verspreidingsgegevens geven een nog onvoldoende beeld van de natuurwaarden in het gebied om de toetsing aan de Wnb op te baseren. Uit de toetsing komt naar voren dat als gevolg van de plannen mogelijk jaarrond beschermde nesten van huismus verloren gaan. Nader onderzoek is nodig om de aan- of afwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismus in de groene opslagloods vast te stellen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt bepaald of een ontheffing voor de Wnb nodig is. Verder moet bij de werkzaamheden rekening worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Dit betekent dat er bij voorkeur buiten het broedseizoen wordt gewerkt, dus buiten de periode half maart tot half juli. Het is ook mogelijk om voor het broedseizoen te starten met de werkzaamheden en continu door te werken. Dan is het waarschijnlijk dat vogels niet in het plangebied gaan broeden vanwege de continue verstoring. Is de wens om de werkzaamheden in het broedseizoen te starten, dan is het nodig om het plangebied voorafgaand aan de start te (laten) inventariseren op broedgevallen. Zijn er op dat moment vogels aan het broeden, dan kunnen de werkzaamheden pas starten als de jongen zijn uitgevlogen.
Negatieve effecten ten aanzien van in het kader van de Wnb beschermde Natura 2000-gebieden kunnen nog niet worden uitgesloten. Een AERIUS-berekening moet uitwijzen of de stikstofdepositie al dan niet boven de 0.00 mol N/ha/ja uitkomt. Het plan is niet in strijd met het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid.
datum 13-04-2023
projectnummer P000609
11
bestemmingsplan Houtweg 41 Oene
50
bestemmingsplan Houtweg 41 Oene
Bijlage 4 Huismussenonderzoek
51
Nader onderzoek huismus Houtweg 41 Oene Projectnummer: Datum:
P000609
10 juli 2023
Inleiding De initiatiefnemer is voornemens om een nieuwe bedrijfsruimte en een nieuwe woon/werkruimte te realiseren aan de Houtweg 41 te Oene. Uit de natuurtoets komt naar voren dat in de te slopen bebouwing binnen het plangebied mogelijk jaarrond beschermde nesten van huismus aanwezig zijn. Om aan te tonen dan wel uit te sluiten dat jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn, is nader ecologisch onderzoek uitgevoerd. De voorliggende notitie beschrijft de resultaten van dit nader onderzoek. Beschrijving plangebied en plannen Het plangebied ligt aan de Houtweg 41 ten noorden van Oene (figuur 1). In het plangebied staan enkele opslagloodsen, een oude molen en een bijgebouw. Bij het plan zijn qua bebouwing alleen de groene opslagloods (nummer 1) en het bijgebouw (nummer 2) betrokken. De hoge, groene opslagloods (nummer 1) is opgetrokken uit damwandplaten met een damwandplaten zadeldak. Het bijgebouw (nummer 2) is opgetrokken uit baksteen met een golfplaten zadeldak en houten gevelbeplating onder het dak en heeft een kleine, golfplaten overkapping. Het grasveld in het noorden van het plangebied bestond tijdens het veldbezoek gedeeltelijk uit gemaaid gras en gedeeltelijk uit ruig grasland. Opgaande begroeiing in het plangebied is beperkt tot een kleine boom naast het bijgebouw (nummer 2) en enkele hoge bomen ten noorden van de groene opslagloods (nummer 1).
Permanent oppervlaktewater is niet in het plangebied aanwezig. De plannen bestaan uit sloop van de groene opslagloods (nummer 1) en het bijgebouw (nummer 2) (figuur 1, cyaan) en nieuwbouw. In de plaats van de huidige opslagloods wordt een nieuwe bedrijfsruimte met koel- en vriescellen gebouwd (figuur 2). Ook wordt op het grasland ten noordoosten van de bestaande bebouwing een woning met demonstratieruimte gebouwd. Voor de plannen wordt daarnaast vegetatie verwijderd en wordt grond vergraven.
Figuur 1. Weergave van het plangebied (rood) en de te slopen bebouwing (cyaan).
Nader onderzoek huismus METHODE Het onderzoek naar huismus is uitgevoerd volgens de werkwijze zoals beschreven in het kennisdocument van Huismus van BIJ121. Het plangebied is op 26 april en 10 mei 2023 in de ochtend onderzocht op aanwezigheid van huismussen, die al dan niet nest-indicerend gedrag vertoonden (zoals huismussen met nestmateriaal en roepende mannetjes). Het onderzoek is uitgevoerd door één persoon (ecoloog, broedvogeldeskundige). De omstandigheden tijdens de bezoeken staan beschreven in tabel 1. Tabel 1. Weersomstandigheden tijdens de huismusinventarisaties.
1
Datum
Tijdsduur
Zonsopkomst
Weer
Temperatuur
26-04-2023
09:20 - 10:20 uur
06:20 uur
bewolkt, droog, wind 2-3 Bft
6 °C
10-05-2023
09:30 - 10:30 uur
05:54 uur
bewolkt, droog, wind 3 Bft
13 °C
Kennisdocument ‘Huismus Passer Domesticus’ Versie 2.1, februari 2023.
datum 10-07-2023
projectnummer P000609
2
INVENTARISATIE Tijdens het bezoeken is veel huismusactiviteit waargenomen in en rondom het plangebied, met name op de erven van de Houtweg 39 en Houtweg 40. Gedurende de inventarisatierondes zijn in en rondom het plangebied ten minste 10 huismussen gelijktijdig waargenomen. Aan de zuidkant van de zuidelijke loods in het plangebied, die behouden blijft, zijn tijdens allebei de bezoeken op twee locaties huismussen met nest-indicerend gedrag waargenomen. Op 26 april zijn hier met name baltsende en/of in-/uitvliegende huismussen waargenomen; op 10 mei zijn ook invliegende huismussen met voedsel gezien. Daarnaast zijn op één locatie aan de oostzijde van de molen ook baltsende huismussen en huismussen met nestmateriaal waargenomen. Deze waarnemingen duiden op de aanwezigheid van drie nesten binnen het plangebied (figuur 2). Verder zijn gedurende de beide bezoeken buiten het plangebied meerdere baltsende huismussen op de daken van de Houtweg 39 en Houtweg 40 waargenomen. Hierbij kon buiten het plangebied ten minste één nest op de Houtweg 39 en twee nesten op de Houtweg 40 worden vastgesteld (figuur 2). Tijdens de inventarisatierondes is geen nest-indicerend gedrag waargenomen in of op de slopen bebouwing. Tijdens het bezoek op 26 april is kortstondig een kauw in de silo geweest, maar het dier toonde geen nest-indicerend gedrag.
Gedurende beide bezoeken hebben huismussen in het plangebied gefoerageerd, met name bij de hagen langs de zuidelijke rand en bij de kleine struik in het zuiden van het plangebied. De hoogste foerageeractiviteit lag echter op de erven van de Houtweg 39 en de Houtweg 40. Verder zijn tijdens de bezoeken in en om het plangebied houtduiven, merels, kauwen, gaaien, spreeuwen en een ooievaar gezien. RESULTATEN Uit de twee veldbezoeken voor huismus komt naar voren dat binnen het plangebied drie jaarrond beschermde huismusnesten aanwezig zijn. Deze bevinden zich echter niet in of aan de te slopen bebouwing of plaatsen waar werkzaamheden plaatsvinden. Het plangebied vormt onderdeel van het foerageergebied van de huismussen die in en rondom het plangebied broeden. De nabijgelegen tuinen vormen, door de aanwezigheid van beschutting, echter veel geschikter en hoogwaardiger foerageergebied. In de omgeving is dan ook voldoende alternatief foerageergebied beschikbaar. Hierdoor zal het plangebied geen essentieel onderdeel van het foerageergebied van huismus vormen.
datum 10-07-2023
projectnummer P000609
3
Figuur 2. Luchtfoto van het plangebied (rood), de te slopen bebouwing (cyaan) en de aangetroffen nesten van huismus (geel).
Toetsing en conclusie Bij de sloop van de bebouwing en de realisatie van de nieuwe woon/werkruimte gaan geen jaarrond beschermde nesten of essentieel foerageergebied van huismus verloren. Wel moet tijdens de uitvoerings- en gebruiksfase verstoring van de nesten in de zuidelijke loods en de molen voorkomen worden. Dit kan door buiten voortplantingsperiode van huismus te slopen. De kwetsbare periode van de voortplanting van huismus loopt van maart tot en met augustus . Als verstoring voorkomen kan worden, is een ontheffing van de Wnb niet nodig. Kan verstoring van deze nesten niet voorkomen worden, dan zal een ontheffing voor het verstoren van jaarrond beschermde nesten van huismus aangevraagd moeten worden.
datum 10-07-2023
projectnummer P000609
4
bestemmingsplan Houtweg 41 Oene
Bijlage 5 Stikstofberekening
57
Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e H ou tw eg 4 1 O en e
D EF IN I TI EF
Ber e ken in g s t i ks t of d ep os i ti e H ou tw eg 4 1 O en e
D EF IN I TI EF
Inhoud
Rapport en bijlagen
14 maart 2023 Projectnummer P000609
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Wettelijk kader
4
3
Ligging plangebied
5
4
Invoergegevens AERIUS
6
4.1
Aanlegfase (2023)
6
4.1.1
Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)
6
4.1.2
Werkverkeer (bron 2)
7
4.1.3
Totale emissie
8
4.2
Gebruiksfase (2024)
8
4.2.1
Emissie bedrijfsgebouwen (bron 1)
8
4.2.2
Verkeersgeneratie bedrijf en woning (bron 2)
9
4.2.3
Totale emissie
9
5
Model
10
6
Rekenresultaten en conclusie
11
14 maart 2023
1
Inleiding In het kader van het bestemmingsplan Houtweg 41 in Oene is de depositie van stikstof ten gevolge van de bouw en het gebruik van een vleesverwerkingsbedrijf en een bedrijfswoning in de gemeente Epe berekend. 2
Het plan maakt de bouw van 320 m bedrijfsoppervlak en een bedrijfswoning mogelijk op een locatie in het buitengebied. De omvang van het plan is op de onderstaande afbeelding weergegeven. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (14 maart 2023). Dit rapport vormt een toelichting op de berekening.
Afbeelding 1 – Omvang plangebied (bron: pdokviewerpdok.nl)
Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming bij vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.
14 maart 2023
3
2
Wettelijk kader De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 162 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Hiernaast geldt op grond van artikel 2.7 Wnb in samenhang met artikel 2.8 Wnb een onderzoeksplicht voor bestemmingsplannen.
Een te hoge stikstofdepositie kan tot een negatief effect leiden, waardoor het bestemmingsplan onder dezelfde omstandigheden niet kan worden vastgesteld. Saldering Om een ruimtelijke ontwikkeling of bestemmingsplan waarbij sprake is van meer stikstofdepositie op een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied mogelijk te maken, kan gebruik worden gemaakt van internof extern salderen. Door middel van salderen zorgt de initiatiefnemer er voor dat de netto stikstofemissie niet toe neemt. Dit kan door middel van het staken van stikstof emitterende activiteiten op de locatie zelf (intern salderen) of het staken van stikstof emitterende activiteiten op een locatie buiten het plangebied van de ruimtelijke ontwikkeling of het bestemmingsplan (extern salderen). Om intern te kunnen salderen moet er sprake zijn van één project of één plan of één locatie. Intern salderen kan gaan om het treffen van maatregelen aan een bestaand project of kan worden toegepast op nieuwe projecten op de locatie van een bestaand project. Bij extern salderen gaat het om verschillende projecten of plannen. Extern salderen wordt aangemerkt als een mitigerende of beschermende maatregel in de zin van artikel 6, lid 3 Habitatrichtlijn en moet dus plaatsvinden in het kader van een passende beoordeling.
14 maart 2023
4
3
Ligging plangebied Zoals in de inleiding is aangegeven, is het plangebied gelegen aan Houtweg in Oene. Op de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.
Afbeelding 2 – Ligging plangebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden
De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden zijn: -
Rijntakken, gelegen op een afstand van circa 2,0 km;
-
Veluwe, gelegen op een afstand van circa 4,1 km.
14 maart 2023
5
4
Invoergegevens AERIUS In AERIUS zijn standaard emissie-kengetallen opgenomen op basis waarvan de emissies van NOx en NH3 worden bepaald. Naast de bronnen van de gebouwen en mobiele werktuigen dienen ook de verkeersbewegingen op en van en naar het terrein in de berekeningen meegenomen te worden. Conform het handboek “Werken met AERIUS Calculator” dient de verkeersgeneratie beschouwd te worden. Uit jurisprudentie blijkt dat de gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdend verkeer niet meer aan de ruimtelijke ontwikkeling toegerekend worden wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval wanneer het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden. Door de opdrachtgever is aangegeven dat de woning gasloos wordt uitgevoerd. Dit betekent dat er geen rekening behoeft te worden gehouden met een emissie van NOx ten behoeve van de verwarming van de woning. Dit wordt geborgd in de ruimtelijke procedure. Bij het plan is sprake van een aanleg- en een gebruiksfase. De aanlegfase is berekend met het rekenjaar 2023, en de gebruiksfase met het jaar 2024.
Ten behoeve van de werkzaamheden, de emissie van het bedrijfsgebouw en de verkeersgeneratie van de woning en het bedrijfsgebouw zijn de volgende invoergegevens in AERIUS gebruikt (afbeelding 3 en 4).
4.1
Aanlegfase (2023)
4.1.1 Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1) In de navolgende tabel zijn de invoergegevens van de mobiele werktuigen op de bouwlocatie weergegeven. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand van 1
BügelHajema Adviseurs . Met betrekking tot het verbruik van het aantal liters brandstof en het percentage AdBlue is aangesloten bij het onderzoek van TNO (AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, TNO 2021 R12305). Op basis van dit onderzoek is voor stage IV mobiele werktuigen uitgegaan van 6% AdBlue ten opzichte van het aantal liters verbruikte brandstof. Tabel 1. Emissie mobiele werktuigen bouwlocatie Functie
Aantal
Sloop bedrijfsbebouwing
350
1
m2
Werktuig
kW
Stage
Graafmachine Hijskraan Bulldozer
200 200 200
Stage IV Stage IV Stage IV
Eenheid
4 u/ 4 u/ 4 u/
100 m2 100 m2 100 m2
Draaiuren
Verbruik liters /uur
Totaal Verbruik liters
Emissie NOx
14 uur 14 uur 14 uur
19,81 19,81 19,81
277 277 277
1,9 1,9 1,9
kg kg kg
Voor de invoergegevens van mobiele werktuigen op de locatie is gebruik gemaakt van aannames afkomstig uit een door
BügelHajema Adviseurs bijgehouden bronbestand. Dit bronbestand bevat gemiddelde cijfers over de inzet van mobiele werktuigen op de locatie en zijn verkregen door jarenlange ervaring met stikstofberekeningen.
14 maart 2023
6
1
Graafmachine Hijskraan Heistelling Betonstorter Verreiker 320 m2 Graafmachine Bouw beHijskraan drijfsbebouwing Heistelling Betonstorter Verreiker Totale emissie in kg NOx /jaar Bouw woning
200 200 200 200 60 200 200 200 200 60
Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV Stage IV
8 8 4 4 4 10 10 5 5 5
u/ u/ u/ u/ u/ u/ u/ u/ u/ u/
won. won. won. won. won. 100 m2 2 100 m 2 100 m 2 100 m 100 m2
8 uur 8 uur 4 uur 4 uur 4 uur 32 uur 32 uur 16 uur 16 uur 16 uur
19,81 19,81 19,81 19,81 6,32 19,81 19,81 19,81 19,81 6,32
159 159 79 79 25 634 634 317 317 101
1,1 1,1 0,8 0,8 0,4 3,6 3,6 1,8 1,8 0,7 21,3
kg kg kg kg kg kg kg kg kg kg kg
4.1.2 Werkverkeer (bron 2) Wat betreft het werkverkeer is rekening gehouden met de volgende ritten per jaar. Voor de berekening is uitgegaan van gemiddelden, gebaseerd op het bronbestand. Voor de sloop van de bebouwing is rekening gehouden met de volgende werkverkeersgeneratie: 2
-
licht verkeer 20 ritten/100 m ;
-
zwaar vrachtverkeer 20 ritten/100 m .
2
Voor de aanleg van de woning is rekening gehouden met de volgende werkverkeersgeneratie: -
licht verkeer 100 ritten/woning;
-
middelzwaar vrachtverkeer 20 ritten/ woning;
-
zwaar vrachtverkeer 4 ritten/ woning.
Voor de aanleg van de bedrijfsbebouwing is rekening gehouden met de volgende werkverkeersgeneratie: 2
-
licht verkeer 100 ritten/100 m ;
-
middelzwaar vrachtverkeer 20 ritten/100 m ;
-
zwaar vrachtverkeer 4 ritten/100 m .
2
2
Totaal is rekening gehouden met de volgende werkverkeersgeneratie: -
licht verkeer 490 ritten/jaar;
-
middelzwaar vrachtverkeer 84 ritten/ jaar;
-
zwaar vrachtverkeer 87 ritten/ jaar.
Bij de indeling van verkeer in licht, middelzwaar en zwaar (vracht)verkeer is uitgegaan van de voertuigcategorieën van InfoMil (tabel 2).
14 maart 2023
7
Tabel 2. Bepaling voertuigcategorieën (InfoMil) Categorie Alledaagse omschrijving Lichte motorvoertuigen
- alle personenauto’s - de meeste bestelauto’s - vrachtwagens met 4 wielen
Middelzware motorvoertuigen
- alle autobussen - vrachtwagens met 2 assen en 4 achterwielen
Zware motorvoertuigen
- vrachtwagens met 3 of meer assen - vrachtwagens met aanhanger - trekkers met oplegger
De totale emissie van het werkverkeer bedraagt 0,3 kg NOx/jr. 4.1.3 Totale emissie De totale emissie van het plan in de aanlegfase bedraagt 21,6 kg NOx/jr.
4.2
Gebruiksfase (2024)
4.2.1 Emissie bedrijfsgebouwen (bron 1) In het model is rekening gehouden met de emissie van het nieuwe bedrijfsgebouw. Het bedrijfsgebouw wordt naar verwachting op het bestaande gasnetwerk aangesloten. Tabel 3 geeft de gehanteerde emissie per milieucategorie, uitgesplitst naar stikstofoxiden (NOx, afkomstig van productieprocessen, verwarming en verkeer) en ammoniak (NH3, afkomstig van verkeer en overige bedrijfsprocessen). Deze kengetallen zijn bepaald aan de hand van bekende emissies van bedrijven in de milieucategorieën (CBS). Tabel 1 Gehanteerde kengetallen stikstofemissie (kg/ha/jaar) per milieucategorie
Bij dit plan is sprake van een bedrijf tot categorie 3 of lager. Het bedrijfsgebouw heeft een omvang 2
van 320 m . In dat kader is rekening gehouden met een stikstofemissie van 3,9 kg kg NO x/jr en 0,2 kg kg NH3/jr. Bij de invoer van deze bron is geen rekening gehouden met gebouwinvloed. Er zijn geen dominante gebouwen in de buurt die een significant effect kunnen hebben op de verspreiding van de stikstofemissie van dit project
14 maart 2023
8
4.2.2 Verkeersgeneratie bedrijf en woning (bron 2) In het model is het verkeer van en naar het gebouw opgenomen, waarbij gebruik is gemaakt van CROW publicatie 381, december 2018. Op basis van Publicatie 381 van het CROW voorzien het bedrijf en de bedrijfswoning in de volgende verkeersgeneratie: 2
Arbeidsextensief bedrijf: 1,3 ritten per 100 m bvo, totaal 17,5 ritten;
Vrijstaande koopwoning: 8,6 ritten per woning.
Totaal voorziet de ontwikkeling daarmee in afgerond 26 verkeersbewegingen per dag. Daarbij is uitgegaan van 5 verkeersbewegingen middelzwaar vrachtverkeer per dag. De totale emissie van de verkeersgeneratie van de woning en het bedrijf in de gebruiksfase bedraagt in dat geval 2,5 kg NOx/jr.
4.2.3 Totale emissie De totale emissie van het plan in de gebruiksfase bedraagt 6,4 kg NOx/jr en 0,4 kg kg NH3/jr.
14 maart 2023
9
5
Model De emissie en depositie van het plan zijn bepaald met behulp van het AERIUS pakket (14 maart 2023). In de berekening is uitgegaan van de rekenjaren 2023 en 2024. Indien het plan later zal worden uitgevoerd, kan deze berekening als worst-case worden beschouwd. In latere rekenjaren zal de emissiefactor van onder andere verkeersbewegingen namelijk afnemen. Navolgend is van het model een afbeelding opgenomen.
Afbeelding 3 - AERIUS model aanlegfase
Afbeelding 4 - AERIUS model gebruiksfase
14 maart 2023
10
6
Rekenresultaten en conclusie De berekening met AERIUS genereert een rekenresultaat en een pdf bestand waarin wordt geconstateerd dat er geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn met een overschrijding van een planbijdrage van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar. Dit pdf bestand is als bijlage opgenomen en seperaat toegevoegd.
Afbeelding 5 – Rekenresultaat aanlegfase
Afbeelding 6 – Rekenresultaat gebruiksfase
Er treedt door de stikstofdepositie geen negatief effect op in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) beschermde Natura 2000-gebieden. Het aspect stikstof staat nadere besluitvorming niet in de weg.
14 maart 2023
11
Colofon Rapport BügelHajema Adviseurs
BügelHajema Adviseurs bv Bureau voor Ruimtelijke Ordening en Milieu BNSP Vaart nz 48-50 9401GN Assen T 0592 316 206 F 0592 314 035 E info@bugelhajema.nl W www.bugelhajema.nl Vestigingen te Assen, Leeuwarden en Amersfoort
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Totale emissie