912596 BP Oude Apeldoornseweg 87 en 89 Vaassen 2023-05-08
Tekst van het document
5.3.3 Toelaatbaarheid a.
b.
c.
De omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de in lid 5.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal. Voor zover de in lid 5.3.1 genoemde werken en werkzaamheden, dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning één van de volgende voorschriften wordt verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. De vergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.
5.4 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Het is verboden voor de 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk) de aanwezige bouwwerken te slopen; a. b.
c.
Aan de sloopvergunning kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt begeleid door een gekwalificeerd deskundige; Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij burgemeester en wethouders die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning; de vergunning kan niet worden verleend indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft.
5.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen door de bestemming 'Waarde Archeologie' geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1
bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen
|10
3 ALGEMENE REGELS Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1
bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen
|11
Artikel 7 Algemene gebruiksregels 7.1 Strijdig gebruik Onder een gebruik in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. b.
het gebruiken of het laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting. het gebruik van gronden voor de opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voertuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, vuil- en afvalstoffen, behoudens de opslag die geschiedt in het kader van het normale gebruik.
NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1
bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen
|12
Artikel 8 Algemene afwijkingsregels 8.1 Afwijkingsbevoegdheid Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. b.
c.
d. e.
f.
g.
h.
de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; de bestemmingsregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein mits de structuur van het plan niet wordt aangetast en de ontheffing gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van andere-bouwwerken en toestaan dat de bouwhoogte wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van andere-bouwwerken en toestaan dat de bouwhoogte van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; de bestemmingsregels en toestaan dat de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden door: a. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; b. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; c.
(hoek)erkers over maximaal de halve gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, mits de bouwvlakgrens met niet meer dan 1,50 m wordt overschreden; het bepaalde over de afstand van uitbouwen tot aan de voorgevel en het verlengde daarvan voor het bouwen van (hoek)erkers, mits de diepte van de (hoek-)erker, gemeten uit de zijgevel, niet meer bedraagt dan 1,50 m; het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen.
8.2 Afwegingskader Een in lid 8.1 genoemde afwijking kan worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f. g.
het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.
NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1
bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen
|13
Artikel 9 Algemene procedureregels 9.1 Wijziging Voor een besluit tot wijziging van het plan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, met dien verstande dat burgemeester en wethouders binnen acht weken na afloop van de termijn van terinzagelegging omtrent wijziging besluiten. 9.2 Afwijking of nadere eis Voor een besluit tot afwijken of het stellen van een nadere eis geldt de volgende voorbereidingsprocedure: a. b. c. d.
een ontwerpbesluit ligt, met bijhorende stukken, gedurende twee weken ter inzage; de terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag-, nieuws of huis-aanhuisbladen of op een andere geschikte wijze; de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het naar voren brengen van zienswijzen gedurende de onder a genoemde termijn; burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.
NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1
bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen
|14
Artikel 10 Overige regels De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 10.1 Parkeernormen buitengebied 10.1.1 Parkeernormen a.
b.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen en / of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik kan pas worden verleend als is verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de parkeernormen en berekeningsmethode, Nota Parkeernormen 2018 gemeente Epe. indien gedurende de planperiode een nieuwe versie van de onder lid 10.1.1 sub a bedoelde Nota parkeernormen wordt vastgesteld, wordt deze nieuwe versie in acht genomen.
Het aanleggen en / of in stand houden van voornoemde parkeergelegenheid geldt als een voorwaardelijke verplichting in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. 10.1.2 Laden en lossen Indien de bestemming van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen met bijbehorende voorzieningen, moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik, zijn verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen met bijbehorende voorzieningen. Het aanleggen en/of in stand houden van voornoemde ruimte, met bijhorende voorzieningen, geldt als een voorwaardelijke verplichting in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. 10.1.3 Afwijken Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.1.1 en lid 10.1.2 indien: a.
b.
het voldoen aan die bepalingen gezien het gebruik en/of het bouwplan van het betreffende plangebied, mede gezien de omgeving, niet noodzakelijk is en/of op overwegende bezwaren stuit, en/of; op andere wijze of op een andere locatie wordt voorzien in de parkeerbehoefte.
10.1.4 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aanvullend aan het bepaalde in lid 10.1.1 en lid 10.1.2 ten behoeve van het verhogen van de parkeernormen en/of het aanleggen van voorzieningen voor het laden en lossen indien dat nodig is gelet op het gebruik en/of het bouwplan waarbij het (functioneren van) de omgeving mede betrokken wordt. Het besluit tot het stellen van de nadere eis moet worden voorzien van een motivering waaruit in ieder blijkt dat de eis noodzakelijk is om de ruimtelijke kwaliteit te borgen. Een nadere eis kan tevens gesteld worden bij die (bouw)plannen waarvan de functie niet genoemd wordt in de tabel met parkeernormen zoals opgenomen in het geldende gemeentelijke parkeerbeleid. 10.1.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het veranderen van de gebiedsbegrenzing 'buitengebied' naar 'centrum' en / of 'rest bebouwde kom' waarbij het wijzigingsplan voorzien wordt van een goede ruimtelijke motivering waaruit de noodzaak en gevolgen voor de wijziging worden toegelicht.
NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1
bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen
|15 10.2 Maatvoering parkeerplaats Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken danwel nadere eisen stellen ten opzichte van het geldende gemeentelijke beleid met betrekking tot maatvoering van parkeerplaatsen ten behoeve van lagere danwel hogere eisen m.b.t. de maatvoering van een parkeerplaats waarbij mede ingegaan wordt op de (parkeertechnische)achtergronden en gevolgen bij dat besluit. Hierbij gelden de normen op basis van de (meest actuele versie van de) Nota parkeernormen.
NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1
bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen
|16
4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken a.
b. c.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van lid 11.1 sub a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. lid 11.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
11.2 Overgangsrecht gebruik a. b.
c.
d.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1
bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen
|17
Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen'.
NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1
bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen
VERBEELDING
81
WR-A W 89
85
[bg]
91
87
4 8
T 93
LEGENDA plangebied
Enkelbestemmingen T
Tuin
W
Wonen
Bouwaanduidingen [bg]
Maatvoeringen 4
Dubbelbestemmingen WR-A
bijgebouwen
8
maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
Waarde - Archeologie
Bouwvlakken
97 76
ondergrond
bouwvlak
Verbeelding Bestemmingsplan "Oude Apeldoornseweg 87 en 89 Vaassen"
Gemeente: IMRO-code: Tekening nr:
Epe NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1
1-A
..-..-....
datum:
23-03-2023
ontwerp:
..-..-....
getekend:
FH
vastgesteld:
..-..-....
schaal:
1:1000
onherroepelijk:
..-..-....
formaat:
A4
voorontwerp:
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
BIJLAGE 1 VERKENNEND BODEMONDERZOEK
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Oude Apeldoornseweg 87-89 te Vaassen
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Oude Apeldoornseweg 87-89 te Vaassen Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum
: AM22470 : Definitief (versie 1) : 21 december 2022
Opdrachtgever
: Ordito postbus 94 5126 ZH Gilze
Opgesteld door Paraaf
: ing. J.A Peters :
Gecontroleerd door Paraaf
: ing. T.K.P.G. Thijssen :
Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl
2001 + 2002 + 2018
Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5740, NEN5707 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een verkennend bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering en het nemen van een beperkt aantal monsters. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Daarnaast blijft het mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van het bodemmateriaal voorkomen. Tot slot wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. Het bovenstaande betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Pagina | 2
AM22470
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ............................................................................................................................................................................................................4
2.
VOORONDERZOEK ............................................................................................................................................................................................5 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5
2.2
Topografische beschrijving........................................................................................................................................................................5
2.3
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis ............................................................................................................................................6
2.4
Dossieronderzoek ..........................................................................................................................................................................................6
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie .........................................................................................................................................................7
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................7
2.7
Asbest ................................................................................................................................................................................................................8
2.8
Bodemkwaliteitskaart ..................................................................................................................................................................................8
2.9
Onderzoekshypothese .................................................................................................................................................................................8
3.
ONDERZOEKSSTRATEGIE...............................................................................................................................................................................9 3.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................................9
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740 ...............................................................................................................................................................9
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707 ............................................................................................................................................................ 10
4.
VELDWERKZAAMHEDEN.............................................................................................................................................................................. 11 4.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 11
4.2
Grondbemonstering ................................................................................................................................................................................... 11
4.3
Grondwatermonstername ........................................................................................................................................................................ 12
5.
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................................................................................... 14 5.1
Algemeen ...................................................................................................................................................................................................... 14
5.2
Asbestverdachte materiaalmonsters ................................................................................................................................................... 14
5.3
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie) ........................................................................................................................................ 14
5.4
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket .......................................................................................................................................... 15
5.5
Grondwatermonsters ................................................................................................................................................................................. 16
5.6
Toetsing van de gestelde hypothese .................................................................................................................................................. 17
6.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.......................................................................................................................................................... 18
Bijlagen: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten en asbestinspectiegaten Boorprofielen en foto’s asbestinspectiegaten Verklaring veldmedewerker Analyserapport grondmengmonsters asbest (fijne fractie) Toetsingstabellen en analyserapport grond(meng)monster(s) Toetsingstabellen en analyserapport grondwatermonster(s) Omgevingsrapportage provincie Gelderland Voorgaand onderzoek
Pagina | 3
AM22470
1.
INLEIDING
In opdracht van Ordito heeft Aeres Milieu B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie
: Oude Apeldoornseweg 87-89 te Vaassen
Gemeente
: Epe
Kadastrale registratie
: gemeente Vaassen, sectie D, nrs. 5751 en 5752
Oppervlakte
: circa 2.180 m2
Huidig gebruik van de locatie
: bedrijfsterrein en woning met tuin
Toekomstig gebruik
: wonen
Dit bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5740 en NEN 5707. Het verkennend onderzoek bestaat uit een vooronderzoek naar de historie en bodemgesteldheid van de onderzoekslocatie en aanvullend hierop een bodemonderzoek op het perceel.
Aanleiding De aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek is de geplande bestemmingswijziging met als toekomstige bestemming wonen.
Doel Het doel van het verkennend onderzoek is, middels een steekproef, het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit ter plaatse. Het onderzoek is niet bedoeld om een exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven.
Onderzoek Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. In hoofdstuk 2 is het vooronderzoek en de daaruit volgende onderzoekshypothese beschreven. Naar aanleiding van de opgestelde hypothese wordt in hoofdstuk 3 de onderzoeksstrategie opgesteld. In hoofdstuk 4 worden de veldwerkzaamheden (grond-
en
grondwateronderzoek)
beschreven.
Hoofdstuk
5
beschrijft
de
laboratoriumwerkzaamheden
en
de
onderzoeksresultaten. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6, waarin de conclusies en enkele aanbevelingen staan beschreven. Bemonstering en laboratoriumonderzoek vonden plaats in oktober en november 2022. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de protocollen van de BRL SIKB 2000. De chemische analyses zijn uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025. Alle analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatie Schema 3000 (AS3000).
Pagina | 4
AM22470
2. VOORONDERZOEK 2.1
Inleiding
Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.6 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •
de opdrachtgever;
•
het kadaster;
•
topotijdreis.nl;
•
het dinoloket;
•
bodemloket gemeente Apeldoorn, Brummen en Epe;
•
omgevingsdienst Veluwe IJssel;
•
provincie Gelderland;
•
terreininspectie.
In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken.
2.2
Topografische beschrijving
De onderzoekslocatie ligt aan de Oude Apeldoornseweg 87-89 te Vaassen. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Vaassen, sectie D, nrs. 5751 en 5752. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 194.736/ Y = 476.938. Zie bijlage 1 voor een topografische en kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.
Afbeelding 1: begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto: PDOKviewer) Pagina | 5
AM22470
2.3
Bewonings- en bebouwingsgeschiedenis
In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. Uit de historische kaarten is af te leiden dat de onderzoekslocatie en de omgeving tot de jaren zestig van de vorige eeuw in agrarisch gebruik was. De weg, Oude Apeldoornseweg, was wel al aanwezig. In de jaren zestig is direct ten noorden van de locatie bebouwing gerealiseerd. Verder is het gebruik van de locatie en de omgeving niet gewijzigd tot in de jaren negentig van de vorige eeuw. Toen is ten westen van de weg een begraafplaats aangelegd. De bebouwing op de locatie dateert pas van de jaren 2005-2006. Voordien is de locatie in agrarisch gebruik geweest.
1922
1963
1980 2005 Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (bron kaarten: topotijdreis.nl)
2.4
1970
2019
Dossieronderzoek
Voor het verkrijgen van historische informatie van de onderzoekslocatie is op 19 oktober 2022 een informatieverzoek ingediend bij de gemeente Epe. Gevraagd is naar uitgevoerde bodemonderzoeken en/of bodemsaneringen, verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onder- en/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Tevens is gevraagd of de locatie en de directe omgeving verdacht is op het voorkomen van verhoogde gehalten aan PFAS en/of GenX, of dat er ter plaatse bronlocaties bekend zijn voor PFAS of GENX. In het gemeentelijk archief waren echter geen, voor het verkennend bodemonderzoek relevante, (bouw en/of milieu)dossiers beschikbaar.
Pagina | 6
AM22470
Wel is bij de eigenaar van de locatie een verkennend bodemonderzoek bekend, uitgevoerd door Hunneman Milieu Advies (kenmerk 2005.309/dh/sh uit april 2005, zie bijlage 10). Daarbij zijn in de bodem licht verhoogde gehaltes aan koper en PAK aangetoond. Er was echter geen aanleiding voor een nader bodemonderzoek. Op de locatie heeft, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse opslag van oliehoudende producten plaatsgevonden. Wel is volgens de omgevingsdienst Veluwe IJssel op de locatie een groothandel in landbouwproducten en levende dieren aanwezig geweest alsmede een groothandel in machines en apparaten. Er is geen informatie bekend dat op de locatie of directe omgeving (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden die een potentiële bron zijn voor PFAS en/of GenX. Voor zover bekend hebben er op de locatie geen ophogingen, opvullingen of dempingen plaatsgevonden. Uit informatie van de provincie Gelderland blijkt dat binnen of direct nabij het onderzoeksgebied geen (voormalige) stortplaatsen of ernstige bodemverontreinigingen bekend zijn.
2.5
Bodemopbouw en geo(hydro)logie
De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.1. Diepte [m-mv]
Lithostratigrafie
Lithologie
0.00 m - 14.27 m
Formatie van Boxtel
Zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; leem, lokaal zandig, lokaal humeus; klei, siltig tot zandig; veen, kleiig
14.27 m - 59.18 m
Formatie van Kreftenheye
Zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, zandig; klei, siltig tot zandig, lokaal humeus
Tabel 2.1: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket)
Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op een hoogte van circa 13,7 meter +NAP. De stroming van het freatisch grondwater is globaal oostelijk gericht en bevindt zich op een hoogte van circa 10,5 meter +NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.
2.6
Beschrijving van de onderzoekslocatie
Op 18 november 2022 is een veldinspectie uitgevoerd, hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De locatie is deels in gebruik als woning met tuin (circa 715 m2). Voor het overige deel is de onderzoekslocatie in gebruik als bedrijfslocatie (1.465 m2). De bedrijfslocatie is deels bebouwd met een loods (200 m2) welke geheel is voorzien van een vloeistofdichte vloer. Het overig deel van de bedrijfslocatie (1.265 m2) is volledig verhard met klinkers. Er zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Tijdens de veldinspectie is op het terrein geen asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Pagina | 7
AM22470
De onderzoekslocatie wordt aan de noordzijde begrensd door een woning met tuin en een bedrijfslocatie, aan de oostzijde door weiland, aan de zuidzijde door een woning met tuin en een loods en aan de westzijde door de openbare weg (Oude Apeldoornseweg).
2.7
Asbest
Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is gebleken dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden: er is een funderingslaag (menggranulaat) van onbekende kwaliteit onder de klinkerverharding aangebracht.
2.8
Bodemkwaliteitskaart
Uit de bodemkwaliteitskaart van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst (Lievense adviseurs, kenmerk SOB005100.RAP002 d.d. oktober 2020) blijkt dat voor de onderzoekslocatie de ontgravingsklasse ‘Wonen’ geldt voor de bovengrond. Voor de ondergrond geldt de ontgravingsklasse ‘landbouw/natuur’. Op de bodemfunctieklassenkaart heeft de locatie de functieklasse ‘wonen’. Ut de Nota bodembeheer van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst (Lievense adviseurs, kenmerk SOB005100.RAP003 d.d. januari 2021) blijkt dat arseen van nature in (sterk) verhoogde gehaltes voorkomt in de grond en het grondwater. Derhalve dient zowel de grond als het grondwater ook op arseen te worden onderzocht.
2.9
Onderzoekshypothese
Op basis van de beschikbare gegevens is de locatie op te splitsen in 2 delen: een bedrijfslocatie (1.465 m2) waarvan een deel bebouwd is met een hal met vloeistofdichte vloer (200 m2) en een deel wonen met tuin (circa 715 m2). In de hal waren vroeger enkele vaten (motor)olie opgeslagen. De bedrijfslocatie is buiten de loods voorzien van klinkerverharding met daaronder gebroken puin (1.265 m2) en derhalve ook verdacht voor bodemverontreiniging (VED-HE-NL). Rondom de woning met tuin wordt geen verontreiniging verwacht (ONV). De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt verwacht ter plaatse van de klinkerverharding (verdacht). Rondom de woning met tuin wordt de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal niet verwacht (onverdacht).
Pagina | 8
AM22470
3. ONDERZOEKSSTRATEGIE 3.1
Inleiding
Op basis van de verzamelde informatie uit het vooronderzoek (NEN 5725) en de gestelde onderzoekshypothese(n) voor de onderzoekslocatie, is een onderzoeksstrategie opgesteld conform de richtlijnen van de onderzoeksnorm NEN 5740 (BodemLandbodem; Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) en NEN 5707 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) van het Nederlands Normalisatie-Instituut.
3.2
Onderzoeksstrategie NEN 5740
Op basis van het eerder uitgevoerd vooronderzoek wordt de locatie deels als verdacht beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging. Daarbij zijn de volgende deellocaties vastgesteld: 1)
Hal met vloeistofdichte vloer (verdacht);
2)
Klinkerverharding (verdacht);
3)
woning met tuin (onverdacht).
Aangezien ter plaatse van deellocatie 1 een vloeistofdichte vloer aanwezig is, worden vooralsnog inpandig geen boringen geplaatst. Er wordt geadviseerd om per deellocatie volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse te onderzoeken.
Deellocatie Deellocatie 1 : Hal (met 3)
strategie Maatwerk
3)
Oppervlakte
Veldwerkzaamheden
Analyses
Circa 200 m
ivm vloeistofdichte vloer uitpandig
3 x standaardpakket NEN5740 grond
3 boring3 tot 0,5 m-mv;
(2 x verdachte laag, 1 x ondergrond)
2
vloeistofdichte vloer)
1 boring tot 2,0 m -mv Peilbuis i.c.m. deellocatie 2 Deellocatie 2:
VEP-HE
1)
Ca 1.265 m
2
Klinkerverharding
Deellocatie 3: woning met tuin
ONV-NL3)
Circa 715m2
7 (hand)boringen tot 0,5 m-mv
4 x standaardpakket NEN5740 grond
1 (hand)boring tot 2,0 m -mv
(3 x verdachte laag, 1 x ondergrond)
1 peilbuis
1 x standaardpakket grondwater
7 (hand)boringen tot 0,5 m-mv
2 x standaardpakket NEN5740 grond
1 (hand)boring tot 2,0 m -mv
(1 x bovengrond, 1 x ondergrond)
1 peilbuis
1 x standaardpakket grondwater
Opmerking 1)
VED-HE = strategie voor verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld
Opmerking
ONV-NL = (strategie onverdacht, niet lijnvormig)
2)
Opmerking 3)
Maatwerk: de boringen worden uitpandig geplaatst.
Tabel 3.1: Veldwerk, monstername en analysestrategie per deellocatie 1) Deze boringen worden doorgezet tot 0,5 m onder de verdachte laag. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 5 m beneden het maaiveld bevindt, kan plaatsing van peilbuizen achterwege blijven. 3) het grondwater wordt gecombineerd onderzocht met het grondwater van deellocatie A. Er wordt geen locatiegerelateerde verontreiniging in het grondwater verwacht. 4) de boringen worden uitpandig geplaatst om de vloeistofdichte vloer intact te laten.
Pagina | 9
AM22470
Legenda bij tabel 3.1 De bovengrond en de ondergrond worden onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • drogestof-bepaling • 9 zware metalen • 10 polycyclische aromatische koolwaterstoffen • 7 polychloorbifenylen (PCB) • minerale olie Tevens bepaalt het laboratorium het gehalte aan organische stof en lutumgehalte voor het vaststellen van een toetsingskader voor de lokale bodemkwaliteit. Het grondwater wordt onderzocht op de stoffen uit het NEN 5740 ‘standaardpakket’: • 9 zware metalen • 8 vluchtige aromatische koolwaterstoffen (incl. naftaleen) • 21 vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen • minerale olie
3.3
Onderzoeksstrategie NEN 5707
Voor het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest in bodem ter plaatse van het beklinkerd terreindeel (deellocatie 2) is uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De veldwerkzaamheden bestaan uit het uitvoeren van een maaiveldinspectie en het graven van inspectiegaten. In principe worden de asbestgaten willekeurig verspreid over het asbestverdachte gedeelte van de onderzoekslocatie. Voor het vaststellen van een eventuele verontreiniging met asbest in de bodem zal volgens onderstaande strategie veldwerk en monstername voor laboratoriumanalyse plaatsvinden. In tabel 3.2 is per deellocatie de onderzoeksopzet weergegeven. (deel)locatie
Deellocatie 2:
Minimaal aantal te
Gaten in de verdachte laag
Gaten tot onderzijde
Aantal te analyseren
inspecteren punten van
tot maximaal 0,5 m in de
verdachte laag met een
(meng)monsters
het maaiveld
verdachte laag
maximum van 2 m
-
7
1
2
Klinkerverharding Tabel 3.2: Onderzoeksopzet verkennend onderzoek asbest
Pagina | 10
AM22470
4. VELDWERKZAAMHEDEN 4.1
Algemeen
Conform de onderzoeksstrategie, zoals beschreven in hoofdstuk 3, is op de onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van BRL SIKB 2000 conform protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Voor het traceren van de kabels en leidingen is voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden een KLIC melding verricht.
4.2
Grondbemonstering
Het veldwerk is gefaseerd uitgevoerd. Op 18 november 2022 zijn de boringen geplaatst ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek ter plaatse van deellocatie 1 en 2 (boring 1 t/m 14). Op 25 november 2022 zijn de boringen geplaatst ter plaatse van deellocatie 3 (boring 15 t/m 20) en zijn de asbestgaten (ABG1 t/m ABG8) gegraven ter plaatse van de klinkerverharding (deellocatie 2). De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform protocol 2001 en 2018. Zie bijlage 3 voor de situering van de geplaatste asbestinspectiegaten en boringen. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer H. van den Tillaar, erkend monsternemer in het kader van de BRL SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002 en 2018. De heer van den Tillaar is bijgestaan door mevrouw R. Lek, monsternemer in opleiding. Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is het maaiveld geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Tijdens de inspectie was het droog en helder weer. De asbestverdachte deellocatie bestaat vrijwel volledig uit een met klinkers verhard terrein met slecht 1 à 2 % vegetatie. De inspectie efficiëntie van het maaiveld kan derhalve niet worden uitgevoerd. Tijdens de terreininspectie zijn visueel geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen.
Verdeeld over de asbestverdachte deellocatie 2 (klinkerverharding) in totaal 8 asbestinspectiegaten gegraven van minimaal 0,3 x 0,3 m tot 0,5 m-mv (inspectiegaten ABG 1 t/m ABG 8). In asbestinspectiegat ABG8 is met behulp van de Edelmanboor (ø 12 cm) een boring verricht tot 2,0 m-mv. Het uitkomende materiaal is voorbehandeld (gezeefd) en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. In het uitgegraven materiaal van alle asbestinspectiegaten zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen in de bodem. Wel is en funderingslaag aangetroffen onder de klinkerverharding, bestaande uit menggranulaat. Op basis van de visuele waarnemingen zijn in het veld 2 mengmonsters samengesteld van de funderingslaag . De boringen voor het verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) zijn verricht met behulp van de Edelmanboor (ø 7 of 10 cm). Zie voor de boorpuntlocaties bijlage 3. Het opgeboorde bodemmateriaal is volgens de classificatienorm voor onverharde Pagina | 11
AM22470
bodems (NEN 5104) beoordeeld. Daarnaast is vastgesteld in hoeverre het opgeboorde materiaal mogelijke aanwijzingen biedt voor de aanwezigheid van visueel zichtbare verontreiniging. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen en de bodemopbouw heeft laagsgewijze bemonstering plaatsgevonden. De uitkomende grond en alle zintuiglijk waargenomen bijzonderheden zijn per boring beschreven in de profielbeschrijvingen (zie bijlage 4). In tabel 4.1 zijn de boringen beschreven waarin zintuiglijk afwijkingen zijn geconstateerd. Boring 02 / ABG1
Diepte boring (m -mv) 1,20
Traject (m -mv) 0,05 – 0,50
Materiaal
0,50 - 0,70
Zand
Waargenomen bijzonderheden
Menggranulaat
03 / ABG2
1,20
0,20 – 0,70
Menggranulaat
05
1,00
0,20 -0,50
Menggranulaat
06
5,40
0,25 -0,30
Menggranulaat
07 / ABG6
1,20
0,20 -0,70
Menggranulaat
08 / ABG4
1,10
0,15 -0,60
Menggranulaat
09 / ABG5
2,00
0,15 – 0,70
Menggranulaat
10 / ABG7
1,00
0,15 – 0,50
Menggranulaat
11
1,30
0,20 – 0,80
Menggranulaat
12 / ABG8
2,00
0,15 – 0,80
Menggranulaat
13
1,30
0,20 -0,80
Menggranulaat
14 / ABG3
1,00
0,15 – 0,35
Menggranulaat
zwak baksteenhoudend
Tabel 4.1: Overzicht zintuiglijke afwijkingen
Gebaseerd op de diepte en stroming van het freatisch grondwater zijn er twee boringen (06 en 15) afgewerkt met een peilbuis. Deze zijn per deellocatie centraal geplaatst, waarbij het grondwateronderzoek voor deellocatie 1 (hal) en deellocatie 2 (klinkerverharding) is gecombineerd (peilbuis 06). De bovenkant van elk peilbuisfilter is onder de aangetroffen grondwaterstand geplaatst. Tijdens de installatie van de peilbuizen is geen werkwater gebruikt.
4.3
Grondwatermonstername
De peilbuizen zijn op 25 november 2022 bemonsterd op basis van protocol 2002 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. De bemonstering is uitgevoerd door erkend veldwerker van Aeres Milieu, de heer H. van den Tillaar. In afwijking van het protocol is peilbuis 15 bemonsterd op dezelfde dag van plaatsing in verband met de planning. Enkele uren na het plaatsen van de peilbuis is deze bemonsterd. Bij het bemonsteren is voldoende water afgepompt, waardoor deze werkwijze een verwaarloosbare invloed heeft op de analyseresultaten. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand opgenomen en zijn de zuurgraad (pH) en het elektrischegeleidingsvermogen (Ec) van het grondwater bepaald. Deze waarden waren constant bij monstername. De geleidbaarheid is gecorrigeerd voor de grondwatertemperatuur. De geleiding is een maat voor de concentratie aan opgeloste stoffen in het water, terwijl de pH de zuurgraad van het water aangeeft (pH<7: zuur, pH = 7: neutraal, pH>7: basisch). Pagina | 12
AM22470
De grondwatermonsters zijn in het veld, voor zover noodzakelijk gefiltreerd en geconserveerd. De in het veld gemeten parameters zijn in tabel 4.2 samengevat. Peilbuis 06
Filterdiepte (m-mv.) 4,40 - 5,40
Grondwaterstand (m-mv.) 4,20
pH (-)
Ec (µS/cm)
6,5
286
Troebelheid (NTU) 116
15
4,20 - 5,20
4,10
6,3
227
20,9
Tabel 4.2: Resultaten veldmetingen tijdens grondwatermonstername
De meetresultaten betreffende de Ph en Ec wijken niet af van natuurlijk of regionaal voorkomende waarden. In het grondwater is er wel sprake van een verhoogde troebelheid (>10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 0,5. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd.
Pagina | 13
AM22470
5. LABORATORIUMONDERZOEK 5.1
Algemeen
De analyses zijn uitgevoerd door het onderzoekslaboratorium van Eurofins Analytico B.V. te Barneveld. Eurofins Analytico B.V. is geaccrediteerd volgens de door de Raad voor Accreditatie gestelde criteria voor Testlaboratoria conform ISO/IEC 17025, waar verdere conservering en (voor)behandeling van de monsters plaats heeft gevonden.
5.2
Asbestverdachte materiaalmonsters
Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen op het maaiveld en in de opgeboorde bodem. Derhalve zijn er geen analyses op asbestverdachte materiaalmonsters uitgevoerd.
5.3
Grondmengmonsters asbest (fijne fractie)
Van de uitgezeefde fijne fractie (<20 mm) zijn twee mengmonsters samengesteld van elk minimaal 10 kg. De mengmonsters zijn genomen door per asbestinspectie gat evenredige grepen van de gezeefde grond te nemen. In tabel 5.1 is de samenstelling van de mengmonsters weergegeven. Mengmonster
Inspectiegat
Traject (m-mv.)
Visuele waarnemingen (%>20 mm)
ABM1
ABG1 t/m ABG5
0,05 - 0,50
Fractie > 20 mm: 25-35 %, geen
Asbestverdacht materiaal (fractie > 20 mm) aangetroffen Nee
Geselecteerd voor analyse
Nee
Ja
Ja
asbestverdacht materiaal ABM2
ABG6 t/m ABG8
0,15 – 0,50
Fractie > 20 mm: 30 %, geen asbestverdacht materiaal
Tabel 5.1: Schemagrond(meng)monster fijne fractie
De berekende concentratie is bepaald door sommatie van de asbestconcentratie in de grond (mg/kg d.s.) en de bijdrage van de materiaalmonsters uit het inspectiegat (mg/kg d.s. voor het geschouwd volume), gecorrigeerd voor het drooggewicht grond. Zie tabel 5.2 voor een samenvatting van de analyseresultaten en bijlage 6 voor het analyserapport. Monster
Visuele waarneming
Vastgestelde hoeveelheid asbest
grove fractie [mg/kg d.s.]
fijne fractie [mg/kg d.s.]
serpentijn
amfibool
serpentijn
amfibool
Indicatieve asbestconcentratie [mg/kg d.s.kg]
ABM1
Fractie > 20 mm: 25-35 %
n.a.
n.a.
0,0
0,0
0,0
ABM2
Fractie > 20 mm: 30 %
n.a.
n.a.
0,0
0,0
0,0
Tabel 5.2: Analysemonsters grondmonsters fijne fractie n.a. = niet aangetroffen/aangetoond
n.o. = niet onderzocht
In de onderzochte mengmonsters is geen verhoogde asbestconcentratie aangetoond.
Pagina | 14
AM22470
5.4
Grond(meng)monsters NEN 5740 pakket
In het laboratorium zijn voor het chemisch onderzoek van de grondmonsters uit de boven- en ondergrond al dan niet mengmonsters samengesteld volgens onderstaande tabel 5.3. De keuze voor het samenstellen van deelmonsters tot een mengmonster of het analyseren van individuele monsters is gebaseerd op de zintuiglijke waarnemingen in het veld en op de onderzoeksstrategie. Analysemonster Traject (m -mv) Deellocatie 2, klinkerverharding
Deelmonsters
Analysepakket
MM1
0,50 - 0,70
02 (0,50 - 0,70)
Standaardpakket grond incl. LUOS* + arseen
MM2
0,30 - 1,20
01 (0,30 - 0,80), 03 (0,70 - 1,20)
Standaardpakket grond incl. LUOS* + arseen
MM3
0,50 - 1,30
07 (0,70 - 1,20) 09 (0,70 - 1,00), 10 (0,50 - 1,00)
Standaardpakket grond incl. LUOS* + arseen
11 (0,80 - 1,30), 13 (0,80 - 1,30) Deellocatie 1, hal MM4
0,15 - 0,75
06 (0,30 - 0,50), 06 (0,50 - 0,75)
Standaardpakket grond incl. LUOS* + arseen
08 (0,15 - 0,50) MM5
0,50 - 0,75
05 (0,50 - 0,75)
Standaardpakket grond incl. LUOS* + arseen
16 (0,00 - 0,50), 17 (0,00 - 0,50)
Standaardpakket grond incl. LUOS* + arseen
Deellocatie 3, woning met tuin MM6
0,00 - 0,50
18 (0,00 - 0,50), 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) MM7
0,50 - 2,00
15 (1,00 - 1,50), 15 (1,50 - 2,00)
Standaardpakket grond incl. LUOS* + arseen
16 (0,50 - 1,00), 16 (1,20 - 1,50) 16 (1,50 - 2,00) Tabel 5.3: samenstelling analysemonsters en analysepakket * LUOS = lutum- en organisch stofgehalte
De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden in de volgende tabel 5.4 samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven. *
Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan de het gemiddelde van de achtergronden interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
In de Regeling bodemkwaliteit (RBK) is vastgelegd dat de toetsing altijd moet plaatsvinden door het gevonden gehalte in een monster eerst te corrigeren met het lutum en organisch stof gehalte (=berekende concentratie) en vervolgens te vergelijken met de grenswaarden van de Regeling Bodemkwaliteit. In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende achtergrondwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 7 voor de toetsingstabellen en de analyserapporten.
Pagina | 15
AM22470
(Meng)monster
Traject (m -mv)
Zintuiglijke waarnemingen
Verhoogde component
Berekende concentratie [mg/kg d.s.] en toetsing
MM4
0,15 - 0,75
Zand, zintuiglijk schoon
PCB
0,0435
*
MM5
0,50 - 0,75
Zand, zintuiglijk schoon
-
-
-
Deellocatie 1, hal
Deellocatie 2, klinkerverharding MM1
0,50 - 0,70
Zand, zwak baksteenhoudend
-
-
-
MM2
0,30 - 1,20
Zand, zintuiglijk schoon
-
-
-
MM3
0,50 - 1,30
Zand, zintuiglijk schoon
-
-
-
Kwik
0,253
*
Lood
53
*
-
-
-
Deellocatie 3, woning met tuin MM6
0,00 - 0,50
Zand, zintuiglijk schoon
MM7
0,50 - 2,00
Zand, zintuiglijk schoon
Tabel 5.4: Toetsingsresultaten van de grond(meng)monsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat bij deellocatie 1, rondom de hal, een licht verhoogd gehalte aan PCB is aangetroffen. Bij deellocatie 2 zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Ter plaatse van deellocatie 3 zijn in de bovengrond licht verhoogde gehaltes met kwik en lood aangetroffen. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Zware metalen bezitten een geringe mobiliteit in de bodem en hechten zich met name aan slib- en kleideeltjes. Zware metalen komen van nature in bepaalde concentraties in de bodem voor. Deze concentraties kunnen verhoogd voorkomen in het stedelijk milieu. De afgifte vindt onder andere plaats door dakpannen, dakgoten, kabels en leidingen, verkeer en afval. Ook depositie van zware metalen op de bodem door industriële activiteiten is een mogelijke oorzaak van verhoogde concentraties. Tot de bedrijfsactiviteiten die verontreiniging van de bodem met zware metalen kunnen veroorzaken worden onder andere gerekend galvanische bedrijven, grafische industrie, sloperijen en metaalbewerkende industrie. PCB (Polychloorbifenylen) zijn geen natuurlijk voorkomende stoffen. De aanwezigheid van PCB in het milieu is met name het gevolg van industriële productie en het gebruik van PCB van ongeveer 1930 tot 1980.
PCB werden gebruikt als hydraulischeof warmtegeleidingsvloeistoffen, smeermiddelen en als weekmakers in producten zoals verf en koolstofvrij kopieerpapier. Sedert 1985 is de verkoop en het toepassen van PCB in Nederland verboden.
5.5
Grondwatermonsters
De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden in de volgende tabel 5.5 samengevat, waarbij door middel van onderstaande sterrencodering de mate van verontreiniging is aangegeven.
*
Het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of de detectiegrens, indien deze hoger is) en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde;
**
het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde;
***
het gehalte is groter dan de interventiewaarde.
Pagina | 16
AM22470
In de kolommen zijn alleen die stoffen vermeld waarvan de analyseresultaten na toetsing hoger zijn dan de bijbehorende streefwaarde voor duurzame bodemkwaliteit. Zie bijlage 8 voor de toetsingstabellen en de analyserapporten.
Peilbuis
Grondwaterstand [m-mv.]
Verhoogde component
1
Filtertraject [m-mv] 4,40 – 5,40
4,20
Xylenen
Gemeten concentratie [µg/l] en toetsing 0,34 *
2
4,20 – 5,20
4,10
Xylenen
0,45
*
Tabel 5.5: Toetsingsresultaten van de grondwatermonsters
Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater uit beide peilbuizen licht verhoogde concentraties xylenen bevat. De aangetoonde licht verhoogde concentraties met xylenen zijn op basis van de historische informatie en zintuiglijke waarnemingen niet te verklaren.
5.6
Toetsing van de gestelde hypothese
Geconcludeerd kan worden dat vanwege het licht verhoogd gehalte aan PCB ter plaatse van deellocatie 1 (de hal) in de bovengrond in overeenstemming zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als verdacht beschouwd kan worden. Ter plaatse van deellocatie 2, de klinkerverharding, kan worden geconcludeerd dat op basis van de geanalyseerde grondmengmonsters in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als verdacht beschouwd kan worden. Ter plaatse van deellocatie 3, woonhuis met tuin, kan worden geconcludeerd dat de berekende concentraties in de grond in tegenspraak zijn met de vooraf geformuleerde hypothese dat de locatie als onverdacht beschouwd kan worden. De gemeten concentraties liggen bij alle deellocaties ruim beneden de tussenwaarde (= het gemiddelde van de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden voor grond). Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Geconcludeerd kan worden dat de gemeten concentraties in het grondwater in overeenstemming zijn met de vooraf opgestelde hypothese dat de locatie verdacht is. Het uitvoeren van een aanvullend of nader bodemonderzoek is gelet op de aangetroffen componenten en gemeten concentraties niet noodzakelijk.
Pagina | 17
AM22470
6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. Onder de klinkerverharding is een laag menggranulaat aangetroffen. Verder zijn er sporadisch bijmengingen met baksteen aangetroffen in de bodem. Deze bijmenging met baksteen wordt niet als asbestverdacht beschouwd. Zintuiglijk is zowel in de funderingslaag als in de bodem geen asbestverdachte materiaal aangetroffen. De funderingslaag is ook analytisch onderzocht op abest. Daarbij is geen asbest aangetoond. Er was geen aanleiding om ook de bodem analytisch te onderzoeken op asbest. Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verhoogd is met PCB of kwik en lood. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met xylenen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling.
Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Handelingskader PFAS van toepassing.
Pagina | 18
AM22470
aeres milieu
Bijlage 1 Topografische en kadastrale overzichtskaart
AM22470
Kadastrale kaart
Uw referentie: AM22470
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 500
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Vaassen D 5751
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 19 oktober 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
aeres milieu
Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie
AM22470
AM22470
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
AM22470
Foto 7
Foto 8
Foto 9
Foto 10
Foto 11
Foto 12
AM22470
Foto 13
Foto 15
Foto 14
aeres milieu
Bijlage 3 Situatietekening onderzoekslocatie met boorpunten en asbestinspectiegaten
AM22470
194701
476975
194726
194751
194676 476925
476950
476950
476975
194676
Legenda onverdacht terreindeel Foto's Boorpuntenkaart (A3)
Asbestinspectiegaten boring tot 0,5 m-mv
Schaal
boring tot maximaal 1,0 m-mv
476925 194776
AM22470 Vaassen Oude Apeldoornseweg 87-89
asbestinspectiegat
N v1.0_19-12-2022_LK
boring tot maximaal 2,0 m-mv 476900
peilbuis Plangebied Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm
476900
194701
194726
194751
194776
aeres milieu
Bijlage 4 Boorprofielen en foto’s asbestinspectiegaten
AM22470
getekend volgens NEN 5104
Boring:
01
Datum: X:
02/ABG1
Datum:
18-11-2022
18-11-2022
194730,45
Y:
476967,35 klinker
0 8
0 1
50
Boring:
X:
194740,93
Volledig menggranulaat, matig zandhoudend, grijsrood, Edelmanboor
2 80
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
2
18-11-2022
Datum:
0 8 20
1
50
70
X:
18-11-2022
194760,78
Y:
476975,85 erf
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, lichtgrijs, River Volledig menggranulaat, zwak zandhoudend, roodbruin, River
04
30
2
50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geelbruin, Edelmanboor
2
100
476968,74 klinker
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, bruinbeige, Edelmanboor
120
Datum:
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
70
3
100
Boring:
Y:
Volledig menggranulaat, zwak zandhoudend, roodbruin, Edelmanboor
50
50
03/ABG2
194745,86
split
1
Boring:
X:
476974,56
0 5
Zand, matig fijn, zwak siltig, grijsgeel, Edelmanboor
25 30
Y:
0
120
Boring:
05
Datum: X:
Boring:
18-11-2022
194756,91
Y: 0 8
0
20
1 50
50 2
75
3 100
100
06
Datum: 476962,39 klinker
X:
0 8
1
25 30
2 50 3 75
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindhoudend, bruingeel, Edelmanboor
Y:
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Volledig menggranulaat, zwak zandhoudend, roodbruin, River
18-11-2022
194743,11
4 100
100
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Volledig menggranulaat, zwak zandhoudend, roodbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
5 150
150
476960,75
6
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, licht geelgrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
200
250
300
350
400
450
490
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk grindhoudend, lichtgrijs, Zuigerboor handmatig
500
540
Projectnaam: Oude Apeldoornseweg 87-89 Vaassen Projectcode: AM22470
Opdrachtgever: Ordito
getekend volgens NEN 5104
Boring:
07/ABG6
Boring:
08/ABG4
Datum:
18-11-2022
Datum:
18-11-2022
X:
194733,20
Y:
476951,38 klinker
0 8
0
1
Volledig menggranulaat, zwak zandhoudend, donker roodbruin, Edelmanboor
70
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, zwak grindhoudend, donker geelbruin, Edelmanboor
2
100
194740,49
120
Y:
476947,35 klinker
0 8 15
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
20
50
X:
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
1
Zwak zandhoudend, grijsrood, River
50
60
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruingeel, Edelmanboor
2 100
110
Boring:
09/ABG5
Boring:
10/ABG7
Datum:
18-11-2022
Datum:
18-11-2022
X:
194740,15
Y: 0 8 15
0
1 50 70
2 100
100
klinker
X:
194736,29
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
476933,23 klinker
0 8 15
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Volledig menggranulaat, zwak zandhoudend, roodbruin, River
Y:
0
River Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, River
1 50
50
Volledig menggranulaat, zwak zandhoudend, bruinrood, River
2
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, oranjebruin, Edelmanboor
100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, beigegeel, Edelmanboor
3 150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, licht geelgrijs, Edelmanboor
4 200
200
Boring:
11
Datum: X:
476934,24
Boring:
12/ABG8
Datum:
18-11-2022
18-11-2022
194729,01
Y: 0 8
0
20
1
476925,96 klinker
194722,00
Y:
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig wortelhoudend, lichtgrijs, Edelmanboor
50
Volledig menggranulaat, zwak zandhoudend, donker roodbruin, River
80
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, oranjebruin, Edelmanboor
2
klinker
1
80
100
476914,85
0 8 15
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Volledig menggranulaat, zwak zandhoudend, roodbruin, River
50
X:
2 100
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
3
130
Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjegeel, Edelmanboor
150
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor
4 200
200
Boring:
13
Datum: X:
Boring:
14/ABG3
Datum:
25-11-2022
18-11-2022
194706,66
Y: 0 8
0
20
1 50
476917,81 klinker
X:
2
Y: 0 8 15
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor
35
Volledig menggranulaat, zwak zandhoudend, roodbruin, River
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
100
1
50
2
80
100
194752,07
100
476961,35 klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Graven Volledig menggranulaat, matig zandhoudend, beigegrijs, Graven Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, Graven Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
130
Projectnaam: Oude Apeldoornseweg 87-89 Vaassen Projectcode: AM22470
Opdrachtgever: Ordito
getekend volgens NEN 5104
Boring:
15
Datum: X:
Boring:
25-11-2022
194712,57
Y: 0 8
0 1
40
Datum: 476927,87 klinker
X:
25-11-2022
194723,31
Y:
476940,94 tuin
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
16
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50
2
Zand, matig fijn, zwak siltig, donker beigegeel, Edelmanboor
2 100
100
100
100 Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, oranjebruin, Edelmanboor
3
3 4
140
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen roest, licht oranjegrijs, Edelmanboor
150
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
120
Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen grind, licht beigegeel, Edelmanboor
150
4
5 200
200
200
200 Zand, matig grof, zwak siltig, licht oranjegrijs, Edelmanboor
250
300
300
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor 350
400
450
500
500
520
Boring:
17
Datum: X:
Zand, matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor
Boring:
25-11-2022
194725,63
Y: 0
0
Datum: 476931,99 tuin
50
50
25-11-2022
194711,22
Y:
476938,10 tuin
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
50 Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sporen grind, donkerbruin, Edelmanboor
2 100
100
Boring:
19
Datum: X:
X:
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor
1
18
Boring:
25-11-2022
194702,65
Y: 0
0
50
Datum: 476935,49 tuin
X:
50
25-11-2022
194702,72
Y: 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen grind, sporen wortels, donkerbruin, Edelmanboor