CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

912596 BP Oude Apeldoornseweg 87 en 89 Vaassen 2023-05-08

Gemeenteraad 12 oktober 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Hamerstuk: Bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87-89 Vaassen26.843 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. •

•

Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt (verder: PRcontour). Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt tengevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies.

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Bevi. Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Transport van gevaarlijke stoffen over water, spoor en weg Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Beleidsvisie gemeente Epe In september 2013 is de Beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Uitgangspunt van deze visie is dat nieuwe risicobronnen alleen nog zijn toegestaan als het gaat om een verplaatsing van een bestaande risicobron naar een bedrijventerrein. Daarnaast is in de beleidsvisie bepaald dat het groepsrisico ten gevolge van een risicobron niet groter mag zijn dan 1 maal de oriëntatiewaarde.

In de visie is tevens vastgelegd dat wanneer bijzonder kwetsbare objecten (objecten met verminderd

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|23 zelfredzame personen zoals scholen en zorginstellingen) mogelijk worden gemaakt binnen het invloedsgebied van een risicobron de besluitvorming op dit punt expliciet bij de gemeenteraad en het college van B&W wordt voorgelegd. Planspecifiek Het planvoornemen betreft een bestemmingswijziging van 'Bedrijf' naar 'Wonen' en 'Tuin', waarbij geen sloop- en/of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. De huidige bedrijfswoning wordt daarbij omgezet naar een reguliere woning. Er wordt geen woning toegevoegd. Voor de inventarisatie van de risicobronnen is gebruik gemaakt van de Risicokaart Nederland.

Figuur 9 Uitsnede Risicokaart Nederland (plangebied rood omlijnd) Risicovolle inrichtingen Binnen, direct aangrenzend aan of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichten gelegen die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Op circa 485 meter ten noordoosten van het plangebied bevindt zich een LPG-tankstation. Het plangebied ligt niet binnen de PR-contour en/of het invloedsgebied van de risicobron. Het LPG-tankstation valt onder het Bevi en onder de Circulaire effectafstanden LPG-tankstations (Celt). Conform het Bevi heeft een LPGtankstation een invloedsgebied van 150 meter en conform de Celt heeft een LPG-tankstation een effectgebied van 160 meter. De risicocontouren van het tankstation reiken niet tot het plangebied. Vervoer gevaarlijke stoffen Conform het gestelde Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen, paragraaf 5.2.3, hoeven er geen beperkingen aan het ruimtegebied te worden opgesteld in een gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. De dichtstbijzijnde route voor vervoer van gevaarlijke stoffen bevindt zich hemelsbreed op meer dan 1,8 kilometer ten oosten van het plangebied. Het gaat daarbij om een gasleiding van de Gasunie. De dichtstbijzijnde weg waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd bevindt zich hemelsbreed op meer dan 2,5 kilometer ten oosten van het plangebied.

Dit betreft de Rijksweg A50. Over de A50 worden brandbare gassen (GF3), brandbare vloeistoffen (LF1 en LF2) en toxische vloeistoffen (LT2) getransporteerd. Het invloedsgebied wordt bepaald door LT2, deze is 880 meter. Het invloedsgebied reikt niet over het plangebied en is daarmee niet relevant vanuit het oogpunt externe veiligheid. Aanvullend onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planontwikkeling. NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|24

4.1.6 Bedrijven en milieuzonering Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie, te weten: geluid, geur, gevaar en stof. De mate waarin de milieuaspecten gelden en waaraan de milieucontour wordt vastgesteld, is voor elk type bedrijvigheid verschillend. De 'Vereniging van Nederlandse Gemeenten' (VNG) geeft sinds 1986 de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' uit. In deze publicatie is een lijst opgenomen met daarin de aan te houden richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. Indien van de richtafstand afgeweken wordt dient een nadere motivatie gegeven te worden waarom dat wordt gedaan. Het zo scheiden van milieubelastende en -gevoelige functies dient twee doelen: 1. 2.

Het reeds in het ruimtelijk spoor voorkómen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij gevoelige functies (bijvoorbeeld woningen); Het bieden van voldoende zekerheid aan de milieubelastende activiteiten (bijvoorbeeld bedrijven) zodat zij de activiteiten duurzaam, en binnen aanvaardbare voorwaarden, kunnen uitoefenen.

Planspecifiek Met het planvoornemen wordt de bestaande bedrijfswoning aan de Oude Apeldoornseweg 87 omgezet naar een reguliere woning. De loods op het achterterrein (Oude Apeldoornseweg 89) wordt ook omgezet in een woonbestemming, voor hobbymatig gebruik. In de omgeving van het plangebied zijn voornamelijk woonfuncties en bedrijfsfuncties aanwezig. Door de aanwezigheid van verschillende functies geldt voor het plangebied het omgevingstype 'gemengd gebied'. In onderstaande tabel zijn de bestaande bedrijven rond het plangebied weergegeven met bijbehorende richtafstand.

Locatie

Aard bedrijvigheid

Maximaal toegestane milieucategorie 2

Richtafstand gemengd gebied 10 m

Afstand

Oude Apeldoornseweg 91-93 Oude Apeldoornseweg 77-77B Oude Apeldoornseweg 75 Oude Apeldoornseweg 73 Oude Apeldoornseweg 69 Oude Apeldoornseweg 67 Laan van Fasna 40 Poelweg 2

Verhuur van onroerend goed (niet van woonruimte) (kantoor) Leveranciers automatiseringssystemen

2

10 m

36 m

Groothandel in suiker, chocolade en suikerwerk

2

10 m

93 m

Handel in en reparatie van auto's

2

10 m

114 m

Vervaardiging van elektronische componenten

2

10 m

136 m

Hubo bouwmarkt

2

10 m

172 m

Meubelwinkel Manege

2 3.1

10 m 30 m

156 m 176 m

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

0m

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|25 Aan de Oude Apeldoornseweg, in de nabije omgeving van het plangebied, bevinden zich verschillende bedrijven. Op grond van het vigerend bestemmingsplan zijn hier bedrijven tot en met milieucategorie 2 toegestaan. De loods aan de Oude Apeldoornseweg 91 grenst direct aan de loods in het plangebied en voldoet daarmee niet aan de vereiste richtafstand van 10 meter. In de toekomstige situatie zal de loods in het plangebied echter enkel hobbymatig gebruikt worden ten dienste van de woonbestemming. In de regels van dit bestemmingsplan is de loods daarom aangeduid als een ondergeschikt, niet voor bewoning bestemd bijgebouw. De afstand tussen de gevel van de woning Oude Apeldoornseweg in het plangebied en de gevel van de loods aan de Oude Apeldoornseweg 91 bedraagt circa 20 meter. De milieugevoelige bebouwing binnen het plangebied ligt daarmee, uitgaande van de planologisch maximaal toegestane milieubelasting, op voldoende afstand van de milieubelastende activiteiten in de omgeving. Hierdoor is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Derhalve kan gesteld worden dat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de planontwikkeling. 4.1.7 Mer-beoordeling Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden.

Een belangrijke wijziging die daarin is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG - richtlijn milieueffectbeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. In het kader van de wijziging van het Besluit m.e.r. is een handreiking opgesteld over de vraag hoe moet worden vastgesteld of een activiteit met een omvang onder de drempelwaard toch belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. In de handreiking is opgenomen dat voor elke besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de Daklijst en die een omvang hebben die beneden de drempelwaarden liggen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrij m.e.r.-beoordeling gebruikt. Uit deze toets kunnen twee conclusies volgen: belangrijke nadelige milieueffecten zijn uitgesloten of belangrijke nadelige milieueffecten zijn niet uitgesloten.

In het eerste geval is de activiteit niet m.e.r.-beoordelingsplichtig, in het andere geval dient een m.e.r.- beoordeling te worden uitgevoerd en de bijbehorende procedure worden gevolgd. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG - richtlijn milieueffectbeoordeling. Planspecifiek Drempelwaardelijst D De drempelwaarde voor een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit met D.11.2. in bijlage II van het Besluit, vermeld: • • •

Een oppervlakte van 100 hectare of meer; Een aangesloten gebied en 2.000 of meer woningen; Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer.

In dit geval is er geen sprake van een dergelijke wijziging. De bestemming wordt van 'Bedrijf' omgezet naar 'Wonen' en 'Tuin', waarbij geen sloop- en/of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Dit is geen wijziging in de zin van het Besluit milieueffectrapportage. Dat betekent dat er geen m.e.r is vereist of een milieueffectbeoordeling moet worden uitgevoerd.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|26 Conclusie Voor dit bestemmingsplan is geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk.

4.2 Water Sinds 2001 is het verplicht een Watertoets bij ruimtelijke ontwikkelingen uit te voeren, wat als gevolg heeft dat in alle ruimtelijke plannen - en dus ook het bestemmingsplan - een zogeheten waterparagraaf moet zijn opgenomen. De watertoets is een instrument dat er voor zorgt dat bij alle ruimtelijke plannen (landelijk én stedelijk gebied) aandacht is voor de kwaliteit en kwantiteit van water. De watertoets is verplicht voor alle overheden die waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten hebben. Maar ook als bijvoorbeeld een particulier of ondernemer een vrijstelling van het bestemmingsplan nodig heeft, komt de watertoets aan de orde. In het kader van de Watertoets wordt contact opgenomen met de waterbeheerder. Dit is de overheid die verantwoordelijk is voor het waterbeheer in het plangebied. Meestal het waterschap, soms Rijkswaterstaat of de provincie. In dit geval Waterschap Veluwe. Beleid Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn water is een Europese richtlijn die moet leiden tot een verbetering van de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater. De Kaderrichtlijn moet in landelijke wet- en regelgeving worden omgezet. Met de komst van de Implementatiewet EG-kaderrichtlijn water is de KRW vertaald in de Nederlandse wetgeving.

De Europese Kaderrichtlijn heeft gevolgen voor de gemeente op het gebied van riolering, afkoppelen, toepassing van bouwmaterialen en het ruimtelijke beleid. Er worden ecologische en fysisch-chemische doelen geformuleerd die afhankelijk zijn van de functie van een watergang. Nationaal Water Programma 2022-2027 In het Nationaal Water Programma 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen. Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Dit doet het Rijk voor de periode 2022 - 2027, maar men kijkt ook verder vooruit. Het Rijk werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het opstellen van het NWP. Dit ontwikkelen zij samen met medeoverheden, drinkwaterbedrijven, maatschappelijke organisaties en branche- en sectorpartijen. Om de uitdagingen rondom water het hoofd te bieden is samenwerking cruciaal.

Bestuursakkoord Water Het bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder andere water. De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: • • • • •

Heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte; Beheersbaar programma voor de waterkeringen; Doelmatig beheer van de waterketen; Werkzaamheden slim combineren; Het waterschapsbestuur.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|27 Regionaal Waterprogramma 2021-2027 (Gelderland) Op 15 december 2021 heeft Provinciale Staten het Regionaal waterprogramma 2021-2027 vastgesteld. Water speelt een grote en veelzijdige rol in Gelderland. De provincie bereidt zich middels dit programma samen met haar partners voor op het watersysteem van de toekomst. Een watersysteem dat bijdraagt aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland en dat zelf ook van waarde is: schoon, bestand tegen het veranderende klimaat en met genoeg soorten planten en dieren. Het programma beschrijft hoe de provincie de komende periode aan de slag wil op het gebied van water. De uitgangspunten van het Regionaal waterprogramma: •

•

•

Voorkomen is beter dan genezen: het bodem- en watersysteem is een belangrijke basis voor de fysieke leefomgeving en het speelt een belangrijke rol bij duurzaamheid en klimaatbestendigheid. De provincie werkt aan herstel en zorgt dat nieuwe functies en nieuwe ontwikkelingen het systeem versterken. Negatieve effecten: als ontwikkelingen en activiteiten negatieve effecten hebben op het bodem- en watersysteem, wordt van initiatiefnemers verwacht dat ze maatregelen treffen om die te beperken en/of compenseren. Uitdagingen: diverse grote maatschappelijke opgaven waaraan de provincie met haar partners werkt, vragen om een gebiedsgerichte aanpak. Denk aan het verminderen van stikstof en uitstoot van CO2, de aanpak van PFAS, medicijnresten en nieuwe stoffen, aanpassing aan het veranderende klimaat, het vergroten van de biodiversiteit, de stijgende vraag naar grond- en drinkwater, en ruimte voor nieuwe woningen of natuur. Deze opgaven komen samen in gebieden. Daarom is een aanpak per gebied het effectiefst. Waar mogelijk probeert de provincie hierbij gebruik te maken van nieuwe technieken en vormen van samenwerking.

Waterbeheerprogramma 2022-2027 (Waterschap Vallei en Veluwe) Op 22 november 2021 is het Waterbeheerprogramma 'Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027' (BOP) van het waterschap Vallei en Veluwe vastgesteld. Het BOP is een gebiedsgericht programma dat door een uitgebreide participatieaanpak is ontwikkeld en vormgegeven. Met de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050) wordt gekoerst naar een duurzame en water inclusieve leefomgeving. De BOVI2050 beschrijft waar het Waterschap Vallei en Veluwe in 2050 wil staan en geeft kleur aan deze doelstelling. Het BOP is de gebiedsgerichte en tactische uitwering van deze beleidsvisie. Daarin worden de doelen van het waterschap verbonden aan de maatschappelijke opgaven zoals de klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, hervorming landbouw, natuur- en stikstof opgave en verstedelijking. Voor de planperiode 2022-2027 zijn in het BOP verschillende doelen opgesteld: • • • • •

Waterveiligheid Watersysteem Wonen en zuiveren Veranderopgave: circulaire economie Veranderopgave: energietransitie

Het BOP bevat vier gebiedsprogramma's om gebiedsgericht te kunnen werken, namelijk: 1. 2. 3. 4.

Noord Veluwe IJsselvallei Gelderse Vallei Eemland

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|28 Het plangebied is gelegen binnen IJsselvallei. In het BOP is omschreven dat de IJsselvallei en OostVeluwe een landschappelijke overgang van hoog naar laag vormen, met veel landschappelijke en cultuurhistorische waarden en natuur. De kracht van het gebied ligt onder meer in het bijzondere watersysteem op de flanken van de Veluwe met sprengen en beken, het Apeldoorns Kanaal, en de lager gelegen weteringen. De beschikbaarheid van voldoende Veluws (grond-)water van goede kwaliteit is een groeiend vraagstuk. In de IJsselvallei wordt de meeste grond gebruikt door de landbouw. Op de hogere gronden aan de zuidzijde bevinden zich meerdere landgoederen en natuurgebieden en ontstaan lokaal initiatieven voor kringlooplandbouw. De Keur De Keur is een algemene verordening van het waterschap als toetsingskader om de belangen ten taken van het waterschap te waarborgen. De Keur is gebaseerd op de Waterwet en de Waterschapswet. De verordenende bevoegdheden zijn vormgegeven naar een model van de Unie van Waterschappen. In de Keur staat wat er wel en niet mag in wateren, waterkeringen, bergingsgebieden en ondersteunende kunstwerken (waterstaatswerken) en grondwater. Met die regels beschermt het waterschap de dijken, sloten, waterstanden en grondwaterstanden. Zo mogen bepaalde activiteiten bij wateren en dijken alleen worden uitgevoerd als het waterschap daarvoor een vergunning heeft verleend.

Hiermee worden risico's op wateroverlast of gevaren voor de dijken voorkomen. In bepaalde gevallen gelden algemene regels in plaats van de vergunningsplicht. In deze algemene regels worden minder risicovolle activiteiten toegestaan zonder dat er vooraf toestemming hoeft te worden gevraagd aan het waterschap. Wel gelden er meesten voorwaarden en moet er achteraf een melding worden gedaan. Van de waterstaatswerken wordt via een legger de technische norm en geografische begrenzing aangegeven. Planspecifiek Het planvoornemen betreft het omzetten van een voormalige bedrijfswoning naar een reguliere woning, waarbij de situatie binnen het plangebied ongewijzigd blijft. Er vinden geen sloop- en/of bouwwerkzaamheden plaats. Het aandeel verhard oppervlak blijft gelijk, waardoor het planvoornemen geen knelpunten oplevert voor de waterhuishouding. Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toetst omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten.

Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. Op 2 november 2022 is de digitale watertoets uitgevoerd, die als bijlage 2 bij deze toelichting is gevoegd. Hiermee is bepaald dat het plan geen invloed heeft op de waterhuishouding en/of de afvalwaterketen. Verder overleg met het waterschap is niet nodig. Het Waterschap Vallei en Veluwe geeft een positief wateradvies. Conclusie Door het nemen van de juiste maatregelen levert het planvoornemen geen knelpunten op voor de waterhuishouding.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|29

4.3 Natuur Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De uitvoering van de Wet natuurbescherming komt grotendeels in handen van de provincies. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de (mogelijke) natuurwaarden. Daartoe wordt onderscheid gemaakt in: 1. 2.

gebiedsbescherming; soortenbescherming.

Gebiedsbescherming De Natuurbeschermingswet richt zich op de bescherming van gebieden. Sinds 1 oktober 2005 zijn hierin ook de bepalingen vanuit de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn, aangevuld met de vroegere Beschermde- en Staatsnatuurmonumenten verwerkt. In de Natuurbeschermingswet zijn de volgende gronden aangewezen en beschermd: 1. 2. 3.

Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden); beschermde Natuurmonumenten; wetlands.

Naast deze drie soorten gebieden is er de (Provinciale) Ecologische Hoofdstructuur ((P)EHS) die in het kader van de gebiedsbescherming van belang is. De (P)EHS is een samenhangend netwerk van belangrijke natuurgebieden in Nederland. Zij bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuwe natuurgebieden en ecologische verbindingszones. De EHS draagt bij aan het bereiken van de hoofddoelstelling van het Nederlandse natuurbeleid, namelijk: 'Natuur en landschap behouden, versterken en ontwikkelen, als bijdrage aan een leefbaar Nederland en een duurzame samenleving'. Hiertoe zijn de volgende uitgangspunten van belang: 1. 2. 3.

vergroten: het areaal natuur uitbreiden en zorgen voor grotere aaneengesloten gebieden; verbinden: natuurgebieden zoveel mogelijk met elkaar verbinden; verbeteren: de omgeving zo beïnvloeden dat in natuurgebieden een zo hoog mogelijke natuurkwaliteit haalbaar is.

Soortenbescherming Sinds 1 april 2002 regelt de Flora- en faunawet de bescherming van in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. Voor de soortenbescherming geldt dat deze voor elk plangebied geldt. In elk gebied kunnen bijzondere soorten voorkomen en / of elk plangebied kan geschikt zijn voor deze soorten. Voor iedereen in Nederland geldt altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menig soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. In het kader van de soortenbescherming dient beoordeeld te worden wat via het ruimtelijke project wordt toegelaten in aanvulling op wat al mogelijk is. Zo is sloop van bebouwing of het verrichten van werken (maaien, kappen etc.) vaak ook al mogelijk zonder een ruimtelijk besluit in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Daarmee wordt voorliggend plan echter niet ontslagen van

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|30 een integrale blik op het totale project: dus inclusief ingrepen die ook zonder het beoogde Wrobesluit mogelijk zijn. Planspecifiek Gebiedsbescherming

Figuur 10 Uitsnede Atlas Leefomgeving; Natura 2000-gebieden (plangebied rood omlijnd)

Figuur 11 Uitsnede Atlas Leefomgeving; Natuurnetwerk Nederland (ehs) (plangebied rood omlijnd)

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|31 Het plangebied ligt op circa 400 meter ten noorden van de Engelbeek, onderdeel van het Natura 2000-gebied de Veluwe. Het plangebied ligt tevens op circa 400 meter ten noorden van het Natuurnetwerk Nederland. Gelet op voorliggend planvoornemen, een functiewijziging van 'Bedrijf' naar 'Wonen' en 'Tuin' zonder fysieke ingrepen, kan enige vorm van hinder op beschermde natuurgebieden worden uitgesloten. Soortenbescherming Met het planvoornemen om de bestemming aan de Oude Apeldoornseweg 87 en 89 te wijzigen vinden geen sloop- en/of bouwwerkzaamheden plaats. Er vinden dus geen fysieke ingrepen plaats. Op voorhand kan worden uitgesloten dat dit plan nadelige effecten heeft op de mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten. Stikstof Natura 2000 Met de uitspraak van de Raad van State is het Programma Aanpak Stikstof komen te vervallen. Ieder plan en project zal daarom moeten aantonen dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor de kwalificerende soorten en habitattypen uit de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige delen in de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Projecten waarbij tijdens de uitvoering meer dan 0,00 mol/ha/jaar stikstofdepositie plaatsvindt op een Natura 2000-gebied zijn natuurvergunningsplichtig.

Om te bepalen wat de toename door het gebruik is, wordt het toekomstige plan vergeleken met de feitelijke, legale, planologische situatie van het huidige plan. Planspecifiek Met het planvoornemen vindt geen wijziging van de woning in de zin van de Wet natuurbescherming plaats. Met het planvoornemen vinden geen bouwwerkzaamheden plaats. De bedrijfsactiviteiten worden beëindigd, waardoor sprake is van minder verkeersbewegingen. Gelet hierop is er sprake van een afname van stikstofdepositie. Het aspect stikstof vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.

4.4 Cultuurhistorie en archeologie Cultuurhistorie Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Op 5 juli 2011 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gepubliceerd. Vanaf 1 januari 2012 moet ieder nieuw bestemmingplan een analyse van cultuurhistorische waarden bevatten. In aansluiting op de vaststelling van de Wet tot wijziging van de Monumentenwet 1988 en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in mei 2011 zijn op 17 juni 2011 het Bro, het Besluit omgevingsrecht (Bor) en het Besluit archeologische monumentenzorg (Bamz) aangepast. Door een wijziging van het Bro moeten cultuurhistorische waarden voortaan vooraf in het proces van ruimtelijke ordening worden meegenomen, met name bij de voorbereiding en vaststelling van bestemmingsplannen. Het Bro bevat eisen waaraan de voorbereiding van een bestemmingsplan moet voldoen.

Zo wordt er onder meer een beschrijving verlangd van de manier waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De wetgever wil hiermee bereiken dat aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren wordt gehaald.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|32 In de toelichting van het bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De opsteller en vaststeller van het bestemmingsplan is daarmee dus verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen.

Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in de zomer van 2023 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Archeologie Voor archeologie geldt de nationale wetgeving die afkomstig is uit Europees beleid. Het Verdrag van Valletta (of wel: 'Verdrag van Malta') regelt hoe er omgegaan moet worden met het Europees archeologisch erfgoed. Nederland heeft het verdrag in 1992 mede ondertekend. De uitgangspunten van dit Europese verdrag zijn in de Nederlandse wet- en regelgeving verankerd door middel van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). De Wamz is in werking getreden op 1 september 2007 en wijzigt hiermee de Monumentenwet uit 1988, de Ontgrondingenwet (Ow), de Wet milieubeheer (Wm), de Woningwet (Ww) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Sinds de invoering van deze wet zijn gemeenten belast met de zorgplicht voor het archeologisch erfgoed. Vanaf 1 juli 2016 is dit op dezelfde wijze als via de Wamz verwerkt in de Erfgoedwet en in de toekomst zal dit verwerkt worden in de Omgevingswet. Tot de Omgevingswet ingaat gelden voor onderdelen, die gaan over de fysieke leefomgeving, de bepalingen uit de Monumentenwet.

Dit is opgenomen in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Het uitgangspunt is dat er verplicht rekening gehouden moet worden met het behoud van het archeologisch erfgoed in de bodem. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden door middel van archeologisch onderzoek. Bij het ontwikkelen van ruimtelijke plannen moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Op deze wijze is de zorg voor archeologische monumenten geregeld in het proces van de ruimtelijke ordening. Zo is onder andere bepaald dat gemeenten in hun bestemmingsplannen rekening moeten houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten, archeologische waarden.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|33 Planspecifiek Cultuurhistorie

Figuur 12 Uitsnede Kaart historisch landschap, historische stedenbouw en archeologie provincie Gelderland (plangebied rood omlijnd) In de omgeving van het plangebied zijn geen cultuurhistorische erfgoederen of cultuurhistorische waardevolle gronden aanwezig. De Oude Apeldoornseweg is aangeduid als historisch geografische eenheid. Met het planvoornemen wordt de bedrijfsbestemming gewijzigd naar een woonbestemming, waarbij geen sloop- en of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. Het planvoornemen heeft daarmee geen nadelig effect op de Oude Apeldoornseweg. Archeologie

Figuur 13 Uitsnede archeologische verwachtingenkaart gemeente Epe 2021 Volgens de gemeentelijke archeologische verwachtingenkaart ligt het plangebied in een gebied met een hoge archeologische verwachting. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen is dus zeer groot. Daarom is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen van meer dan 250 m² en dieper dan 35 cm -maaiveld. Het planvoornemen betreft het omzetten van een voormalige bedrijfswoning naar een reguliere woning, waarbij de situatie binnen het plangebied ongewijzigd blijft. Er vinden geen sloop- en/of bouwwerkzaamheden plaats, waardoor het planvoornemen geen nadelig effect heeft op de mogelijke aanwezigheid van waardevolle archeologische resten in de bodem. Derhalve wordt een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk geacht.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|34 Om ervoor te zorgen dat waardevolle archeologische objecten bij eventuele nieuwe ontwikkelingen in de toekomst beschermd blijven, blijft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' behouden. Conclusie Het aspect cultuurhistorie en archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.5 Verkeer en parkeren Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt. Het planvoornemen betreft het wijzigen van een bedrijfsbestemming naar een woonbestemming. De huidige ontsluiting blijft daarmee behouden. De woning wordt ontsloten via de Oude Apeldoornseweg. Deze weg loopt in zuidelijke richting over in de Oude Zwolseweg en verbindt de kern van Vaassen met de kern van Apeldoorn. Ten noorden sluit de Oude Apeldoornseweg aan op de Laan van Fasna. Met de bestemmingswijziging zal het aantal verkeersbewegingen afnemen. In de huidige situatie is er sprake van een (bedrijfs)woning én bedrijfsactiviteiten, in de toekomstige situatie blijft de woning behouden en verdwijnen de bedrijfsactiviteiten. Tevens zal de verkeersveiligheid ter plaatse toenemen. Parkeren Ruimtelijke functies trekken een bepaalde hoeveelheid autoverkeer aan en daarmee ook de vraag naar een bepaalde parkeerbehoefte. Het aantal aan te leggen parkeerplaatsen is afhankelijk van de voorzieningen en de parkeernorm die bij de betreffende ontwikkeling hoort.

De gemeente Epe beschikt over een 'Parapluplan Parkeren' en bijbehorende 'Nota Parkeernormen 2018'. Daarin zijn parkeernormen opgenomen, gebaseerd op de normen van de CROW publicatie 317. Voor een vrijstaande woning in de rest bebouwde kom geldt een maximale parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning. In de huidige situatie is er al een bedrijfswoning in het plangebied aanwezig, die wordt omgezet naar een burgerwoning. Parkeren wordt in de huidige situatie al op eigen terrein opgelost, hiervoor is voldoende ruimte. Het onderdeel parkeren vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen.

4.6 Economische uitvoerbaarheid Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Bro dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. Het bestemmingsplan betreft een particulier initiatief op particulier terrein. De kosten voor de planvorming en de uitvoering van de in dit bestemmingsplan beschreven ontwikkeling zijn volledig voor rekening van de initiatiefnemer. Er wordt of een anterieure overeenkomst gesloten of de plankosten worden op basis van de legesverordening in rekening gebracht. De gemeente ondervindt derhalve geen negatieve financiële gevolgen ten aanzien van deze ontwikkeling en loopt geen financieel risico. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van voorliggend plan voldoende aangetoond.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|35

4.7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door het college wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. 4.7.1 Vooroverleg In het kader van het zgn. 3.1.1 Bro wordt het ontwerpwijzigingsplan toegezonden naar bestuurlijke instanties, waarbij de gelegenheid wordt geboden om een reactie te geven op het plan. 4.7.2 Omgevingsdialoog Er heeft overleg plaatsgevonden tussen de initiatiefnemer en omwonenden. Door middel van een schriftelijk omgevingsdialoog is het planvoornemen voorgelegd aan de buurtbewoners. Hiertoe zijn op 2 februari 2023 brieven verstuurd aan de vijf onderstaande adressen: • • • • •

Oude Apeldoornseweg 77-79 Oude Apeldoornseweg 81 Oude Apeldoornseweg 85 Oude Apeldoornseweg 91-93 Oude Apeldoornseweg 97

Binnen de 2 weken na het versturen van de brieven zijn van alle aangeschreven omwonenden reacties ontvangen. Alle vijf de ontvangen reacties waren positief en de omwonenden gaven aan geen bezwaar te hebben. De reacties uit de omgevingsdialoog hebben daarom niet geleid tot aanpassingen aan het plan. In de brief is aangegeven dat betrokkenen tijdens formele procedure van het bestemmingsplan nog bezwaar kunnen maken.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|36

5 JURIDISCHE REGELING 5.1 Inleiding Dit bestemmingsplan sluit wat betreft de juridische regelgeving aan op de regeling van het bestemmingsplan 'Vaassen Zuid en West'. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden, door middel van de op de verbeelding aangegeven bestemmingen en de daarop betrekking hebbende regels, de in het plan begrepen gronden voor bepaalde doeleinden aangewezen. Daarbij worden regels gegeven voor het bouwen van bouwwerken en voor het gebruik van de bouwwerken en onbebouwde gronden.

5.2 Systematiek van de regels De gemeente Epe hanteert een bestek waar een bestemmingsplan aan dient te voldoen. Een hulpmiddel wat de gemeente daarbij gebruikt is een standaard opzet voor het maken van regels bij bestemmingsplannen. Elk bestemmingsplan blijft echter maatwerk. De opzet van de regels is gebaseerd op de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP 2012). Uiteraard is de mogelijkheid tot het leveren van maatwerk opgenomen, om de specifieke eisen die een gebied stelt aan de bestemmingsplanregeling te kunnen verwerken. Daarnaast is in landelijke standaarden (SVBP2012 en IMRO 2012) vastgelegd welke kleuren, lijnen, symbolen e.d. toegepast worden bij het opstellen van de verbeelding. In de volgende paragraaf worden de gebruikte bestemmingen nader toegelicht. Hieronder wordt een toelichting gegeven op welke wijze een en ander in de regels is vastgelegd. De regels zijn als volgt ingedeeld: Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In het eerste artikel zijn de begripsomschrijvingen opgenomen, het tweede artikel bevat de wijze van meten. Hoofdstuk 2: Regels met betrekking tot de bestemmingen Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemmingen. Deze kennen per bestemming globaal de volgende opzet: • • • • • • • •

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels voor gebouwen; Bouwregels voor aan-, uit- en bijgebouwen; Bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde; Eventuele nadere eisen; Eventuele afwijkingen van de bouwregels; Eventuele specifieke gebruiksregels; Eventuele afwijkingen van de gebruiksregels.

In dit hoofdstuk worden de bestemmingen van gronden als eerste beschreven en daarna gevolgd door de eventuele dubbelbestemmingen voor leidingen, waarden en waterstaatsdoelen.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|37 Hoofdstuk 3: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: • • • • • • •

Anti-dubbeltelregel; Algemene gebruiksregels; Algemene aanduidingsregels; Algemene afwijkingsregels; Algemene wijzigingsregels; Algemene procedureregels; Overige regels.

Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk bevat regels die op het hele plangebied betrekking hebben en regelt de volgende onderwerpen: •

•

Overgangsregeling: bouwwerken welke op het moment van tervisielegging van het plan aanwezig zijn, mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment waarop het plan rechtskracht verkrijgt, mag gehandhaafd blijven; Titel: in deze regel wordt aangegeven onder welke naam de regels aangehaald kunnen worden.

5.3 Beschrijving van de bestemmingen Artikel 3 Tuin De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde, andere-werken, erven en parkeervoorzieningen. Artikel 4 Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, tot het bestaande aantal woningen, met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouw zijnde, andere-werken, tuinen en erven. Artikel 5 Waarde - Archeologie De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming (basisbestemming), primair bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

REGELS

|1

1 Inleidende regels

2

Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

2 4

2 Bestemmingsregels

5

Artikel 3 Tuin Artikel 4 Wonen Artikel 5 Waarde - Archeologie

5 6 8

3 Algemene regels

10

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Artikel 7 Algemene gebruiksregels Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Artikel 9 Algemene procedureregels Artikel 10 Overige regels

10 11 12 13 14

4 Overgangs- en slotregels

16

Artikel 11 Overgangsrecht Artikel 12 Slotregel

16 17

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|2

1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 plan het bestemmingsplan 'Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen' met identificatienummer NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1 van de gemeente Epe; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen. 1.3 verbeelding de digitale verbeelding van het bestemmingsplan 'Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen'; 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de culturele overblijfselen uit oude tijden; 1.6 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.7 bedrijf een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen; 1.8 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.9 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met een zelfde bestemming; 1.10 bijgebouw al dan niet aangebouwd gebouw of een gedeelte van een gebouw dat ten dienste van het wonen wordt gebruikt en waarin niet wordt gewoond; 1.11 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of

gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.12 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.13 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegelaten; 1.14 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.15 cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.16 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|3 1.17 dienstverlening het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden; 1.18 eerste verdieping de tweede bouwlaag van een hoofdgebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen; 1.19 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.20 geluidgevoelige functies bewoning of andere geluidgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder dan wel het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen; 1.21 hoofdgebouw een gebouw dat, gelet op de bestemming, als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.22 kampeermiddel a. b.

een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde waarvoor ingevolge artikel 40 van de Woningwet een bouwvergunning is vereist, één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;

1.23 landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; 1.24 onderkomens voor verblijf geschikte al dan niet aan de bestemming onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen; 1.25 peil a. b. c.

voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; het door of namens burgemeester en wethouders bepaalde peil;

1.26 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding; 1.27 standplaats een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; 1.28 voorgevel de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.29 woning een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van een huishouden, en waarbij alle woonruimtes aan elkaar grenzen;

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|4

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 Gebouwen en bouwwerken a. b. c.

d.

e.

f.

g.

h.

de breedte van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren; de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; de inhoud van een bouwwerk: inhoud gemeten vanaf de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; de bruto vloeroppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk, gemeten over alle bevloerde verdiepingen van het bouwwerk, inclusief onderkeldering; de afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse perceelsgrens:

vanaf de buitenwerkse gevelvlakken dan wel, indien sprake is van overstekende daken met een overstekend gedeelte van meer dan 0,75 m, respectievelijk overstekken van meer dan 0,75 m, vanaf de buitenrand van het overstekende dak/de overstek, neerwaarts geprojecteerd, tot de kadastrale zijgrens van het perceel.

Bij het meten op de kaart wordt gemeten uit het hart van de op de kaart aangegeven lijn. 2.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|5

2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Tuin 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen,

met daarbij behorende: b. c.

bouwwerken, geen gebouw zijnde; andere-werken, erven en parkeervoorzieningen.

3.2 Bouwregels Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. 3.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, geldt de volgende regel: a.

de bouwhoogte mag niet meer dan 1 m bedragen.

3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c.

een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|6

Artikel 4 Wonen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, tot het bestaande aantal woningen;

met daarbij behorende: a. b. c.

gebouwen; bouwwerken, geen gebouw zijnde; andere-werken, tuinen en erven.

4.2 Bouwregels Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 4.2.1 Hoofdgebouwen in casu woning Voor een hoofdgebouw in casu woning gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g. h.

een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd; een hoofdgebouw mag vrijstaand worden gebouwd; de breedte van een woning mag niet minder dan 5 m bedragen; de afstand van een vrijstaande woning tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 3 m bedragen; de goothoogte mag niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven goothoogte; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan de op de verbeelding aangegeven bouwhoogte; de dakhelling mag niet minder dan 25° en niet meer dan 60° bedragen; afwijkingen in maten en afmetingen zoals die bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, ook in geval van nieuwbouw, gehandhaafd mogen worden.

4.2.2 Bijgebouwen Voor een bijgebouw gelden de volgende regels: a. b. c.

d. e.

de afstand tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mag niet minder dan 3 m bedragen; de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 60 m² met inachtneming van de volgende bepalingen: 1. de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 50% van de oppervlakte van het achter de voorgevel van de woning en in het verlengde daarvan gelegen bouwperceel; 2. in afwijking van vorenstaande mag de gezamenlijke oppervlakte van de bijgebouwen meer bedragen dan 50%, mits de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m²; 3. bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte wordt de oppervlakte van de bijgebouwen voor zover gelegen binnen het bouwvlak tussen het verlengde van de zijgevels van het hoofdgebouw niet meegerekend; ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouw' is uitsluitend een ondergeschikt, niet voor bewoning bestemd bijgebouw van maximaal 210 m² toegestaan; de goothoogte van een aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen met dien verstande dat de goothoogte mag worden verhoogd tot ten hoogste 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw;

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|7 f. g. h.

de goothoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen; de bouwhoogte van een vrijstaand bijgebouw mag niet meer dan 5 m bedragen; afwijkingen in maten en afmetingen zoals die bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan mogen worden gehandhaafd.

4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.

indien zij vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen; de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer dan 3 m bedragen; in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2 m bedragen.

4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f.

het straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid.

4.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in: a. b. c. d. e. f.

lid 4.2.1 sub e en toestaan dat de goothoogte van een hoofdgebouw wordt vergroot tot niet meer dan 6 m; lid 4.2.1 sub f en toestaan dat de bouwhoogte wordt vergroot met niet meer dan 1 m; lid 4.2.1 sub g en toestaan dat de dakhelling wordt verkleind tot niet minder dan 0° dan wel dat een hoofdgebouw (gedeeltelijk) wordt voorzien van een plat dak; lid 4.2.1 sub g en toestaan dat ten behoeve van afwijkende dakvormen de dakhelling wordt verhoogd; lid 4.2.2 sub a en toestaan dat bijgebouw tot aan de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan wordt gebouwd. lid 4.2.2 sub c en toestaan dat bij de huisvesting van twee huishoudens in één woning, per huishouden een oppervlakte van 30 m² is toegestaan en dat deze oppervlakte naar rato kan worden vermeerderd tot ten hoogste 60 m² bij een woning met een inhoud van 800 m³;

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|8

Artikel 5 Waarde - Archeologie 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming (basisbestemming), primair bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning, voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 35 centimeter, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. 5.2.2 Voorwaarden Indien uit het in lid 5.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van opgravingen; de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

5.2.3 Bouwverbod Indien uit het in lid 5.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in lid 5.2.2 genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de vergunning geweigerd. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Werken of werkzaamheden Het is verboden voor de 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. b. c. d. e.

f. g. h. i. j.

het ophogen van de bodem; het aanleggen, verbreden en/of verharden van wegen, paden, banen en/of parkeergelegenheden en/of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het verlagen of het verhogen van het waterpeil; het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies, waarbij de breedte van deze werken tenminste 1,25 meter bedraagt; het bebossen van gronden die op het tijdstip van het in werking treden van dit plan niet als bos zijn bestemd; het rooien van bos of boomgaard, waarbij de stobben worden verwijderd; het aanleggen van bos of boomgaard; het scheuren van grasland; het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 35 cm, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, aanleggen van drainage en ontginnen.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|9 5.3.2 Uitzondering Het in lid 5.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. b.

het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het in werking treden van dit plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13130578/1