850456 Jaarstukken 2022 (04-07-2023)
Tekst van het document
Portefeuillehouder: M.B. Heere
Activiteit programmabegroting
Uitgevoerd? Toelichting
1. Financiële ondersteuning van vrijwilligersorganisaties (Stichting Leergeld, Formulierenteam en Voedselbank) die actief zijn voor huishoudens met een laag inkomen en/of schulden.
Ja
De subsidies zijn verstrekt.
Ja
De dienstverlening van de schuldhulpverlening is extern belegd bij de Kredietbank Nederland. Er zijn afspraken gemaakt over de dienstverlening. De beleidsregels zijn vastgesteld en het is een continuerend proces om de kwaliteit van de dienstverlening zo hoog mogelijk te houden.
3. Instandhouden en versterken van de toegang van de gemeentelijke minimaregelingen: meedoenregeling, schoolfonds en het kindpakket.
Ja
De voorzieningen zijn instandgehouden. De doelgroep is uitgebreid tot 130% van het sociaal minimum, waarvoor een aangepaste verordening voor de meedoenregeling en het schoolfonds is vastgesteld door de gemeenteraad. Er is actief ingezet op communicatie.
4. Het realiseren van een gemeentelijk noodfonds voor ondersteuning van schrijnende situaties, die niet of onvoldoende in aanmerking komen voor andere regelingen.
Ja
Het noodfonds is gerealiseerd via een subsidie en als pilot belegd bij stichting Present.
2. Versterken van schuldhulpverlening.
Collegeprogramma 2018-2022:
Wat heeft dat gekost Bedragen x € 1.000 Begroting 2022
Begroting 2022 na wijziging
Werkelijk 2022
Verschil 2022
Lasten
15.317
15.459
16.519
-1.060
Baten
7.265
7.265
6.705
-561
-8.052
-8.193
-9.814
-1.622
Saldo
27
11 | Bestuur en organisatie Omschrijving programma Het programma omvat de onderwerpen algemeen bestuur, personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, huisvesting, juridische zaken, communicatie en andere bedrijfsmiddelen zoals post, repro en facilitaire zaken.
Wat is de stand van zaken Verplichte indicatoren vanuit de regelgeving bij dit programma. Indicator
2019
Formatie
4,9
2020 2021 2022 5,1
5,0
5,2
5
4,9
5
5
292
295
291
360
282
280
321
369
De toegestane formatie in fte van het ambtelijk apparaat, per 1.000 inwoners. Bezetting Het werkelijke aantal fte dat werkzaam is per 31 december, per 1.000 inwoners. Apparaatskosten Begroot Apparaatskosten (organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel, organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken, in verhouding tot het aantal inwoners. Apparaatskosten Werkelijk * Apparaatskosten (organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel, organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken, in verhouding tot het aantal inwoners. Externe inhuur Begroot
0,6% 1,3% 2,3% 1,0%
Kosten van externe inhuur voor het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid zonder een arbeidsovereenkomst of aanstelling, in verhouding tot de totale personeelskosten. Externe inhuur Werkelijk *
18,8% 20,3% 30,8% 35,8%
Kosten van externe inhuur voor het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid zonder een arbeidsovereenkomst of aanstelling, in verhouding tot de totale personeelskosten. Demografische druk
84,5% 85,7% 85,3% 85,9%
De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar. * In 2022 is er meer ingehuurd dan in de vorige jaren. We hebben in 2022 te maken gehad met een aantal factoren wat maakt dat de externe inhuur noodzakelijk was: 1. Krapte op de arbeidsmarkt wat maakt dat vacatures moeilijk in te vullen zijn. De doorlooptijd van vacatures is lang, waardoor er ingehuurd moet worden om het werk door te laten gaan. 2. Stijging in de klantvraag, wat opgevangen moet worden door tijdelijke medewerkers (inhuur). 3. Incidentele middelen voor tijdelijke taken, zorgt vaak voor tijdelijk opvulling door middel van inhuur. 4. Er was bij meerdere teams sprake van langdurige ziekte van medewerkers. Daarvoor moest personeel worden ingehuurd. Dit brengt aanzienlijk hogere kosten met zich mee.
Wat willen we bereiken Strategische doelen: 1. Ontwikkelen van een klantgerichte organisatie die gericht is op een snelle, correcte en integere dienstverlening. 2. Ontwikkelen van een op de samenleving gerichte organisatie die de dialoog aangaat met burgers en flexibel en slagvaardig inspeelt op ontwikkelingen en behoeftes. 3. Ontwikkelen van een organisatie waarbij het resultaat voorop staat en alles draait om het willen bereiken van de afgesproken doelen met een efficiënte en rechtmatige inzet van middelen.
28
Wat hebben we daarvoor gedaan Planning en Control Activiteit programmabegroting
1. Verbeteren planning en control cyclus.
2. Uitvoeren jaarlijks onderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van (delen van) programma’s en paragrafen en van (onderdelen van) de organisatieeenheden.
3. Implementeren rechtmatigheidsverantwoording jaarrekening door college.
4. Ondersteunen samenleving bij de negatieve effecten als gevolg van de coronacrisis.
Portefeuillehouder: M.B. Heere Uitgevoerd? Toelichting
Ja
Stappen zijn gezet ter verbetering van het ‘inzicht in de financiën’ voor het management en op het gebied van het budgethouderschap; werkwijzen zijn verbeterd door gebruik te maken van mogelijkheden in de applicatie ‘Pepperflow’; de begrotingscyclus is op alle niveaus geëvalueerd. Resultaten van interne controlewerkzaamheden hebben geleid tot verbeteringen binnen processen.
Ja
Binnen de processen in de gemeentelijke organisatie zijn verbeteringen volgens de lean principes doorgevoerd. Dit is een continu proces bij het herontwerp van processen. Er is een onderzoek uitgevoerd naar dubbele betalingen en naar de verwerking van de btw over de afgelopen 5 jaar. Resultaten van onderzoek dat is gedaan heeft geleid tot een verbeterplan voor de organisatie, gericht op verbetering van de dienstverlening.
Nee
Implementatie is landelijk uitgesteld naar 2023. De acties die mogelijk waren ter voorbereiding op de implementatie, zijn zo veel mogelijk getroffen (o.a. opzet van een plan van aanpak voor doorontwikkeling van ‘control’ en besluitvorming door de raad over tolerantiegrenzen en ambitieniveau).
Ja
Uitvoering is gegeven aan het (in 2021) door de raad vastgestelde beleidskader herstel- en stimuleringsagenda coronacrisis en met regelmaat is de raad geïnformeerd over de voortgang.
Burger en bestuur Activiteit programmabegroting
Portefeuillehouder: T.C.M. Horn / A.H.M. van Loon Uitgevoerd? Toelichting
Nee
Er is gestart met het opstellen van een integrale visie op het gebied van dienstverlening, communicatie en participatie (de positie van de gemeente Epe in de samenleving) . Hieruit vloeit een uitvoeringsplan voort, waar het opstellen van een participatieverordening deel van uitmaakt. Zie ook punt 4 hierna.
Nee
Ook deze activiteit vloeit voort uit het uitvoeringsplan behorend bij de visie zoals bij punt 4 hierna beschreven.
Nee
Het hiervoor op te stellen jaarplan komt voort uit de visie zoals bij punt 4 hierna beschreven. Vooruitlopend daarop wordt inmiddels met verschillende instrumenten in diverse pilots ervaring opgedaan, zoals bij het project statushouders, rondom het Uitwerkingskader Zon en Windenergie, de voorbereidingen van nieuwbouwplan ’t Slath en bij de visie op “Toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties”.
4. Een gerealiseerd actieplan om verbinding tussen samenleving en gemeente te verstevigen.
Nee
Er is gewerkt aan een brede beleidsvisie, maar die is niet vastgesteld. In het verlengde hiervan leiden het nieuwe raadsakkoord en collegeprogramma nu tot het in 2023 opstellen van een visie op de positie van de gemeente in de samenleving. Hierbij wordt aangehaakt bij de verbeteragenda van de raad. Uit de visie volgt vervolgens een actie/uitvoeringsplan.
5. Het faciliteren van de uitwerking van de raadsagenda voor deze bestuursperiode.
Ja
In 2022 vonden gemeenteraadsverkiezingen plaats gevolgd door acties gericht op de vorming van een nieuw college. Het heeft geleid tot een raads- en coalitieakkoord dat voor de uitvoering vertaald is naar een collegeprogramma.
1. Opstellen participatieverordening
Collegeprogramma 2018-2022: 2. Inwonerparticipatie is geborgd in de daarvoor in aanmerking komende werkprocessen.
3. De inzet van een actueel instrumentarium is geborgd in de organisatie
Organisatie Activiteit programmabegroting
Portefeuillehouder: T.C.M. Horn Uitgevoerd? Toelichting
1. Actualiseren van het informatiebeleid.
Nee
Gestart is met het actualiseren van het informatiebeleid. De afronding vindt plaats in 2023.
2. Uitwerken informatiebeleid.
Ja
Het jaarplan is uitgevoerd. Onder andere het project outsourcing ict-infrastructuur is afgerond.
Ja
De Data Protection Impact Assessments (dpia's) op alle mogelijke onderdelen volgens de wettelijke taken zijn uitgevoerd. En audits op relevante regelgeving is opgesteld evenals benodigd beleid en procesaanpassingen binnen
3. Invullen gevolgen Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming.
29
Organisatie
Portefeuillehouder: T.C.M. Horn
Activiteit programmabegroting
Uitgevoerd? Toelichting eisen AVG. Wettelijke functionarissen zijn aangesteld. Besluitvorming gerealiseerd. Het verwerkingsregister is gemaakt en wordt onderhouden. De benodigde verwerkersovereenkomsten zijn gesloten, en worden onderhouden. Actief advies is ingericht. Ja
Het project Digimelding is opgeleverd. Gegevensmanagement is in het kader van het informatiebeleid verder geprofessionaliseerd.
5. Invoeren Wet Open Overheid (WOO).
Ja
De wet is ingevoerd en geïmplementeerd in onze werkprocessen. De rijksoverheid heeft publicatie van PLOOI (applicatie waarin alle overheidsdocumenten terecht dienen te komen), gewijzigd. Zodra PLOOI gereed is, pakken we dit op.
6. Actualiseren nota verbonden partijen.
Ja
Nota is geactualiseerd en is vastgesteld in de raad van 23 februari 2023.
Ja
Het programma Sterk Werk is overgegaan in het organisatieontwikkelingstraject “Epe doet het (buiten)gewoon!” Diverse ontwikkelingen de afgelopen jaren waren aanleiding tot een herijking van de organisatieontwikkeling. Het anticiperen op de vraag en of de behoeftes van onze inwoners leiden ertoe dat de organisatie hierop moet inspelen en dat is een continu proces. Diverse acties zijn inmiddels in gang gezet. Een overkoepelend plan wordt nu gemaakt. Onderdeel hiervan zijn ook de visie op de positie van gemeente Epe in de samenleving (Dienstverlening, Communicatie en Participatie) en de acties voortvloeiend uit de verbeteragenda. Sterk Werk was de afgelopen jaren het antwoord van Epe op de veranderende vraag van de samenleving. Vanuit dit programma zijn de afgelopen jaren procesmatig werken ingevoerd en geprofessionaliseerd. Projectmatig werken is verder geprofessionaliseerd. Dit zijn werkwijzen die continu geëvalueerd en verbeterd worden. Het gemeentehuis is toekomstbestendig.
4. Invoeren Wet Generieke Digitale Infrastructuur (WGDI).
Collegeprogramma 2018-2022:
7. Het programma voor organisatieontwikkeling is geïmplementeerd met als resultaat: a. de medewerkers zijn getraind invulling te geven aan een ondernemende, op netwerken en samenwerking gerichte organisatie b. de organisatie werkt procesmatig voor reguliere taken en projectmatig voor enkelvoudige opgaven c. het gemeentehuis is toekomstbestendig
Dienstverlening
Portefeuillehouder: T.C.M. Horn
Activiteit programmabegroting
Uitgevoerd? Toelichting
Ja
De verkenning is uitgevoerd. In de begroting zijn middelen opgenomen om in 2023 de realisatie van het e-depot vorm te geven door middel van samenwerking/samenvoeging van de streekarchieven Epe-Heerde-Hattem en Stichting NoordWest Veluwe.
2. Een geactualiseerde visie op dienstverlening inclusief servicenormen is opgesteld.
Nee
De visie op de positie van gemeente Epe in de samenleving bevat ook het onderwerp dienstverlening en wordt in 2023 opgesteld. Zie ook punt 4 bij het onderdeel “Burger en bestuur”. De voorbereidingen zijn gestart voor het ontwikkelen van een dashboard dienstverlening.
3. Een geactualiseerd implementatieplan KCC is opgesteld.
Nee
Dit volgt uit de visie zoals aangegeven in punt 2 hiervoor en in punt 4 bij het onderdeel “Burger en bestuur” hiervoor.
1. Bewaren van documenten in een e-depot.
Collegeprogramma 2018-2022
Wat heeft dat gekost Bedragen x € 1.000
Lasten Baten Saldo
Begroting 2022
Begroting 2022 na wijziging
Werkelijk 2022
Verschil 2022
3.579
3.646
4.227
-581
399
399
769
370
-3.180
-3.247
-3.458
-211
30
Paragrafen 1 | Lokale heffingen 1.1 Inleiding Deze paragraaf geeft inzicht in het beleid van de lokale heffingen. 1.2 Beleidskaders Het beleid over de lokale heffingen staat in: • landelijke wet- en regelgeving, zoals de Gemeentewet • deze paragraaf • belastingverordeningen • tarieventabel 2022 • collegeprogramma 2022-2026 • regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen
1.3 Beleidsverantwoording Algemeen Tribuut belastingsamenwerking heeft de belastingen en WOZ uitgevoerd. Ook in 2022 hebben coronamaatregelen daarop impact gehad, maar minder dan in 2020 en 2021. Het uitbreken van de oorlog in Oekraïne heeft geleid tot vluchtelingen die hier onderdak hebben gevonden. In 2022 hebben deze vluchtelingen geen gemeentelijke belasting hoeven te betalen. Hieronder staat per specifieke taak een korte verantwoording. In het overzicht algemene dekkingsmiddelen in deel 3 van deze jaarstukken staan de bedragen van de geraamde en gerealiseerde opbrengsten. Wet waardering onroerende zaken In februari zijn de WOZ-waarden bekend gemaakt. In 97% van de gevallen is geen bezwaar gemaakt tegen de waarde. De Waarderingskamer houdt toezicht en geeft een oordeel over de uitvoering. Dat oordeel is in 2022 verbeterd van voldoende naar goed. Onroerende-zaakbelastingen Eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen betalen deze belasting. De WOZ-waarde is de grondslag. Woongedeeltes binnen niet-woningen betalen geen OZB. De WOZwaarden waren lager dan begroot, waardoor de opbrengst € 68.000 lager uitvalt. Reinigingsheffingen Waar mensen leven en werken ontstaat afval. Daar wil je vanaf. De gemeente zorgt daarvoor en dat kost geld. Inwoners en bedrijven betalen daarvoor reinigingsheffingen.
Naast een vastrecht betalen mensen per keer dat ze de container aan de weg zetten of afval in de ondergrondse container stoppen. Hieronder staat welke kosten de gemeente heeft gemaakt en welke inkomsten daar tegenover staan. Op straat ligt zwerfafval en soms storten mensen hun afval illegaal. De gemeente ruimt dat op. Ook die kosten tellen mee. Voor zwerfafval, papier en plastic ontvangt de gemeente geld. Dat staat onder 'baten taakvelden'. Voor de BTW over de inzameling van bedrijfsafval krijgen we geen geld uit het BTW compensatiefonds (BCF). Voor een deel van de ontvangen bijdragen geldt dat ook. De kosten vallen € 215.000 lager uit dan begroot. De opbrengst is € 75.000 minder dan begroot. Bij elkaar zorgt dit ervoor dat we € 140.000 in de reserve afval storten. Die reserve gebruiken we om grote schokken in de tarieven te voorkomen.
31
bedragen x € 1.000 Kostendekkingsoverzicht reinigingsheffingen Lasten taakveld verkeer en vervoer incl. (omslag)rente
58
Lasten taakveld inkomensregelingen incl. (omslag)rente
11
Lasten taakveld afval incl. (omslag)rente
3.334
Baten taakveld afval
334
Netto lasten taakvelden
3.069
Overhead incl. (omslag)rente
174
BCF-BTW
586
Totale lasten (A)
3.829
Opbrengst heffingen
4.069
Kwijtschelding
-100
Totale baten (B)
3.969
Kostendekkendheid (B:A)
104%
Rioolheffingen Inwoners en bedrijven willen dat afvalwater netjes wegstroomt. Ook regenwater moet ergens heen en grondwater moet op peil blijven. De gemeente heeft daarin wettelijke taken. In het gemeentelijk watertakenplan (GWP) staat wat en hoe. Daarin staat ook dat inwoners en bedrijven daaraan meebetalen. Dat gebeurt via de rioolheffingen. Eigenaren betalen een vast bedrag. Gebruikers betalen meer als ze meer water verbruiken. Zuinig zijn met water bespaart dus kosten. Voor nieuwe aansluitingen op het bestaande riool betalen inwoners via het eenmalig rioolaanleg geld. In onderstaand overzicht staat wat de gemeentelijke taken hebben gekost. Vanwege boekhoudvoorschriften verwerken we dat voor lasten en baten gescheiden in reserves en voorzieningen. Het nadeel van € 59.000 bij de baten onttrekken we aan de reserve riolering . Het voordeel op de lasten van € 315.000 is aan de voorziening riolering toegevoegd. De kostendekkendheid was 102%. bedragen x € 1.000 verhaalbare lasten
Kostendekkingsoverzicht rioolheffingen
baten
begroot
werkelijk
begroot
Taakveld verkeer en vervoer incl. (omslag)rente
84
83
-
-
Taakveld inkomensregelingen incl. (omslag)rente
15
14
-22
-19
Taakveld riolering incl. (omslag)rente
werkelijk
2.530
2.261
2.961
2.898
Overhead incl. (omslag)rente
99
83
-
-
BCF-BTW
397
368
-
-
3.125
2.810
2.938
2.880
totaal
Forensenbelasting Mensen met een gemeubileerde woning die niet in de gemeente wonen betalen deze belasting. De WOZ-waarde is daarvoor de grondslag. Het tarief is een percentage van de waarde. De opbrengst is een inschatting, omdat Tribuut de aanslagen na afloop van het jaar verstuurt. We verwachten ongeveer het bedrag binnen te halen dat in de begroting staat, namelijk € 350.000. Precariobelasting Bedrijven met bijvoorbeeld terrassen of winkeluitstallingen op gemeentegrond betalen deze belasting. Dat geldt ook voor marktkooplieden en mensen met een standplaats op gemeentegrond. Vanwege de coronamaatregelen hoefde er voor de periode tot 1 juli 2022 niet betaald te worden voor terrassen en winkeluitstallingen. Vanwege corona en personele wisselingen is er achterstand ontstaan bij het in beeld brengen van de standplaatsen en terrasvergunningen. De aanslagen daarvoor zijn nog niet verzonden. De opbrengst is daarom een inschatting. Toeristenbelasting Toerisme is belangrijk voor de gemeente Epe. Mensen die hier niet wonen, maar wel overnachten betalen deze belasting. Dat gaat via de campings, hotels, B&B's en andere aanbieders. Als je in een eigen kampeermiddel overnacht, hoef je minder toeristenbelasting te betalen dan als je overnacht in een hotel of in een huurtent bijvoorbeeld. In 2022 gold deze manier heffen voor het eerst. We hebben
32
daarover extra uitleg laten geven aan recreatieondernemers. Tribuut verstuurt de aanslagen na afloop van het jaar. Daardoor is de opbrengst een inschatting. Begraafrechten Nabestaanden willen hun overleden dierbaren op een waardige manier kunnen begraven. De begraafplaats moet er verzorgd uitzien. De gemeente zorgt voor begraafplaatsen en het onderhoud daarvan. Om de kosten daarvan te dekken is er deze heffing. Nabestaanden betalen voor het begraven, voor het graf, het onderhoud enzovoort. Van tevoren betalen zij voor de hele periode waarvoor het graf blijft bestaan. Daarom is er is een egalisatievoorziening. Daaruit betalen we de onderhoudskosten die in het verleden zijn afgekocht. De gemeente moet nog onderzoeken hoe groot die voorziening moet zijn om ook in de toekomst alle kosten te kunnen blijven betalen. Hieronder staan de kosten en baten. De lasten zijn inclusief BTW. In 2022 was de opbrengst lager dan begroot . De kosten waren hoger dan begroot. Daardoor ontstaat een tekort van € 135.000. Dat tekort dekken we uit de voorziening begraven. bedragen x € 1.000 Kostendekkinsoverzicht begraafrechten Lasten taakveld begraafplaatsen incl. (omslag)rente
812
Baten taakveld begraafplaatsen
67
Netto lasten taakveld begraafplaatsen
745
Overhead
122
Totale lasten (A)
868
Opbrengst heffingen (B)
732
Kostendekkendheid (B:A)
84%
Leges Vraag je een vergunning aan, wil je een paspoort of ga je trouwen? Dan betaal je daarvoor leges. Je betaalt voor de dienst die je van de gemeente vraagt. De opbrengst omgevingsvergunningen valt € 600.000 hoger uit dan geraamd. Dat komt omdat er meer (grote) bouwprojecten zijn aangevraagd. In de begroting was de verwachting dat de Omgevingswet op 1 juli 2022 in werking zou treden. Voor bepaalde bouwwerken is onder de Omgevingswet geen vergunning meer nodig. De opbrengst was daarom voorzichtig ingeschat. Bij de omgevingsvergunningen is het tarief afhankelijk van de bouwkosten. Daar is gemiddeld genomen sprake van 'subsidiëring' van dure bouwwerken aan goedkope bouwwerken. Bij de andere legesproducten is geen sprake van beleid om te subsidiëren tussen producten. Hieronder is de begrote en gerealiseerde kostendekking per product weergegeven. De kostendekkendheid van de totale legesverordening was 112%. Product
Kostendekking raming
werkelijk
Huwelijken
99%
51%
BRP-verstrekkingen
69%
68%
Rijbewijzen
87%
101%
Reisdocumenten
94%
99%
Toezicht en handhaving
79%
34%
Kapvergunningen
32%
47%
Omgevingsvergunningen
85%
132%
1.4 Kostendekking Naast de lasten die op de taakvelden staan, rekenen we ook overheadkosten mee. Hoe we dat doen staat in de Financiële verordening. Over de kosten die we aan derden betalen (dus niet het eigen personeel) rekenen we BTW. Op investeringen schrijven af. Over het deel van de afschrijving dat gaat over de kosten aan derden rekenen we ook de BTW mee.
33
1.5 Kwijtschelding Mensen met een inkomen op ongeveer bijstandsniveau en zonder vermogen kunnen de gemeentelijke belasting eigenlijk niet betalen. Zij komen voor kwijtschelding in aanmerking. Dat geldt alleen voor de rioolheffing van gebruikers en voor het vastrecht afvalstoffenheffing. Voor het variabele tarief afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk tot maximaal € 68. Het geld de gemeente daardoor misloopt wordt via de belastingtarieven betaald door de mensen die geen kwijtschelding krijgen. Gemeenten mogen beperkt eigen beleid voeren. De raad van Epe heeft een zo ruim mogelijk beleid vastgesteld. Er is € 119.000 aan belastingschuld kwijtgescholden. Dit is € 33.000 minder dan geraamd. 1.6 Woonlasten De gemiddelde woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning bedroegen in 2022 € 746 (bron: COELO). De gemeente Epe behoorde hiermee tot de 20 goedkoopste gemeenten van Nederland.
34
2 | Weerstandsvermogen en Risicobeheersing 2.1 Inleiding Effecten van de Covid-19 uitbraak: De coronacrisis in Nederland lijken we in 2022 achter ons te hebben gelaten maar heeft een grote impact op de samenleving gehad en het zal nog wel enige tijd merkbare gevolgen hebben. De gemeente Epe wil de maatschappelijke effecten van de coronacrisis zoveel mogelijk bestrijden. In 2022 zijn financiële middelen ingezet voor de kosten van maatregelen in de acute en overbruggingsfase als gevolg van de coronacrisis. De gemeente heeft ook financiële ondersteuning van de rijksoverheid en de provincie ontvangen. Daar de coronacrisis nu achter ons lijkt te liggen, is besloten om het door de raad vastgestelde Beleidskader Herstel- en Stimuleringsagenda Coronacrisis niet te verlengen voor 2023 en verder. Een verdere toelichting is te vinden in Paragraaf 9: Covid-19. Economische ontwikkelingen en vooruitzichten Energiekosten In 2022 liepen de energieprijzen exponentieel op tot record hoogtes direct na de zomer. Inmiddels is het prijsniveau op de wereldmarkt weer terug op een niveau eind 2021 - begin 2022 met als belangrijkste oorzaak de zachte winter en de besparing op energieverbruik.
Doordat de doorvertaling van de verlaging van energieprijzen pas in 2023 naar verwachting merkbaar zullen worden, zijn de energiekosten in deze jaarrekening op die plaatsen waar veel elektriciteit wordt verbruikt (openbare verlichting en riolering (pompen) naar verwachting hoger dan begroot. De ontwikkelingen in 2022 laat de grote onzekerheid zien die er in de gemeentebegroting is ten aanzien van de kosten van energie. Rente, lonen en prijzen Lange tijd kon rekening worden gehouden met stabilisatie of verlaging van het renteniveau. De ontwikkelingen van de afgelopen tijd laten een omslag zien waarbij de rente een stijgende trend laat zien. In 2022 had dit nog geen groot effect op de jaarrekening van de gemeente maar in het komende jaar zal zeker door het omvangrijke investeringsniveau in de begroting 2023 het risico van rentestijging toenemen. Verder zagen we in 2022 loon- en prijsstijgingen die negatieve effecten hebben gehad op de jaarrekening. Deze stijgingen vormen ook een risico voor het begrotingsjaar 2023, zeker ook omdat het niet vanzelfsprekend is dat het rijk de extra stijging zal compenseren. Algemeen Risicobeheersing wordt in de gemeente Epe procesmatig uitgevoerd in een risicomanagement proces.
Het risicomanagement proces is een systematisch en cyclisch proces om risico’s te identificeren, te analyseren en te beoordelen, op basis hiervan maatregelen te nemen (beheersing) en die te evalueren. Door de gekozen manier van beheersen van een bepaald risico kan er een restrisico voor de organisatie overblijven. Op het moment dat een risico als een daadwerkelijke gebeurtenis voordoet is het uitgangspunt van de gemeente Epe dat er middelen beschikbaar zijn binnen de organisatie zodat de (financiële) gevolgen van het risico geen invloed hebben op de normale bedrijfsvoering. Ofwel restrisico’s dienen opgevangen te worden binnen de normale bedrijfsvoering en hebben daarop geen invloed. Het uitgangspunt is dat het overgrote deel van de financiële gevolgen (eenmalig) opgevangen kunnen worden in de algemene reserve waarvan de hoogte is vastgesteld op minimaal € 2,5 mln. De relatie tussen de beschikbare middelen (ook wel weerstandscapaciteit genoemd) en de restrisico’s wordt het weerstandsvermogen genoemd. Nader uitgewerkt is het weerstandsvermogen de relatie tussen: • Weerstandscapaciteit: Dit zijn de middelen en mogelijkheden die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen. • Risico’s: Dit zijn de restrisico’s die van materiële betekenis zijn in relatie tot de financiële positie van de gemeente.
35
Schematisch ziet dat er als volgt uit:
2.2 Beleidskaders In februari 2018 heeft de gemeenteraad van Epe de nota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld. In deze nota is het risicomanagementproces vastgelegd en de kaders aangegeven voor de uitvoering van het risicomanagement en het weerstandsvermogen. De volgende randvoorwaarden zijn vastgelegd: a. Het risicomanagement wordt procesmatig en conform de standaarden in de nota risicomanagement en weerstandsvermogen uitgevoerd. b. De risico’s waarbij het financiële effect op de bedrijfsvoering Groot tot Zeer groot is en de kans daarop ook Groot tot Zeer groot is, worden (in de regel) maatregelen getroffen voor het restrisico in de vorm van een voorziening, bestemmingsreserves of (structurele) stelpost(en) in de begroting. c. De weerstandscapaciteit wordt gevormd uit het saldo van de algemene reserve, de begrotingsruimte of het rekeningresultaat en het bedrag voor onvoorzien. d. De ratio voor het weerstandsvermogen is minimaal voldoende (groter dan 1). e. De verhouding algemene reserve in relatie tot de benodigde weerstandscapaciteit is minimaal voldoende (groter dan 1). 2.3 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die de gemeente in staat stelt om financiële tegenvallers op te vangen. Onder deze middelen worden opgenomen de algemene reserve, de begrotingsruimte (of het rekeningresultaat) en het bedrag voor onvoorzien.
De onderdelen van de weerstandscapaciteit kunnen een structureel of een incidenteel karakter hebben. Incidentele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit eenmalig beschikbare middelen, structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit structureel beschikbare middelen. In de onderstaande tabel wordt de weerstandscapaciteit aangegeven. Bedragen * € 1.000 Weerstandscapaciteit
2022
karakter
Algemene reserve
2.500
incidenteel
Jaarrekeningresultaat 2022
4.058
incidenteel
Totaal
6.558
De stand van de algemene reserve op 31 december 2022 bedraagt € 5,1 miljoen. Het in 2022 ingeschatte surplus boven de minimale benodigde stand van € 2,5 mln. is ingezet als dekking voor kosten in de begroting 2023.
36
2.4 Risico's Een risico voor een organisatie is een onzekere gebeurtenis die, als die zou plaatsvinden, vertragend of belemmerend werkt om de doelstellingen te bereiken. De gevolgen van het zich werkelijk voordoen van deze gebeurtenissen vertalen zich vaak in financiële schade maar ook in niet-financiële schade. De inventarisatie van risico’s heeft als doel om de, op het moment van het opstellen van deze jaarrekening, bekende risico’s te benoemen en toe te lichten. Voor zover risico’s als concrete toekomstige financiële verplichtingen te kwantificeren zijn, zijn daarvoor (financiële) voorzieningen gevormd. Het kwantificeren van risico’s is lastig en in veel gevallen zullen de gemaakte keuzes arbitrair zijn. Bij de kwantificering van risico's wordt gebruik gemaakt van het onderscheid tussen het inherente risico en het restrisico. Het inherente risico is het risico zonder dat er rekening gehouden is met het effect van een beheersmaatregel die getroffen is om het risico in te perken. Door het nemen van beheersmaatregelen wordt de omvang van het risico minder. Het risico dat overblijft na het nemen van beheersmaatregelen wordt het restrisico genoemd. De risico’s zijn in een risicokaart weergegeven waarbij het effect (het restrisico) van de gebeurtenis op de financiële positie van de gemeente, is afgezet tegen de kans dat de gebeurtenis zich voordoet.
Onder de tabel wordt een omschrijving van het risico gegeven en de risicokenmerken benoemd. Risicokaart:
Toelichting risico’s. Onderstaand wordt een korte toelichting gegeven op de in de risicokaart opgenomen risico's en enkele kenmerken benoemd. Sociaal Domein De middelen voor de uitvoering van de taken in het sociaal domein (Wmo en jeugdzorg) verstrekt het Rijk via de algemene uitkering en integratie-uitkeringen. De gemeente kan deze middelen naar eigen inzicht besteden, verantwoording aan het Rijk is niet nodig. De gemeente loopt met de uitvoering van deze taken aanzienlijke financiële risico’s. Dit wordt mede veroorzaakt door het 'open einde' karakter van deze taken. De jaarcijfers 2022 laten een positief resultaat zien van rond de € 800.000. (2021 gaf een positief resultaat van € 1,4 mln.). Vooralsnog kunnen de uitgaven van het
Risico kenmerken Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: Geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: Geen
37
sociaal domein worden opgevangen binnen de beschikbare middelen van het Rijk. Zorgtrajecten worden over het algemeen zwaarder en zorg blijkt langer nodig. Dit zorgt voor een toename van de uitgaven bij jeugdzorg. Om de risico’s te beheersen is een monitoring systematiek opgezet waardoor tijdig signalen worden ontvangen zodat bijgestuurd kan worden, zowel beleidsmatig als in de uitvoering en financieel. Via het project Grip op zorg is het doel een structurele besparing te realiseren. Vanaf 2022 worden van het Rijk extra middelen ontvangen voor jeugdzorg (hervormingsagenda). Omdat in de eerste jaren de extra middelen de uitgaven overtreffen, worden deze in eerste instantie gereserveerd (nieuwe reserve: Hervorming jeugdzorg-Wmo), voor zover deze niet worden uitgegeven. Vanaf 2025 is de verwachting dat de middelen van het rijk niet meer toereikend zullen zijn. Op termijn zal een evaluatie inzicht moeten geven in de ontwikkeling van de noodzakelijke uitgaven en de beschikbare financiële dekkingsmogelijkheden. Met de reserve risico’s sociaal domein worden de financiële risico’s opgevangen die de gemeente loopt als gevolg van de uitvoering van de taken in het sociaal domein. Voor een verdere toelichting wordt verwezen naar de Paragraaf 8 Sociaal Domein. Grondexploitatie De gemeente Epe voert een facilitair grondbeleid.
Daarbij is de gemeente bij ontwikkelingen eerder volgend dan initiërend. Hiermee worden de risico's voor de gemeente sterk beperkt. Voor een verdere uitwerking wordt verwezen naar Paragraaf 7 Grondbeleid. Uit deze paragraaf blijkt dat de risico’s binnen het grondbedrijf en regionale woningbouwprogrammering voldoende afgedekt worden met een bestemmingsreserve.
Verbonden partijen De gemeente heeft (zeer uiteenlopende) relaties en verbindingen met instellingen en vennootschappen. In paragraaf 6: Verbonden Partijen wordt uitgebreid ingegaan op relaties en verbindingen van de gemeente met deze verbonden partijen. Kenmerkend voor verbonden partijen is dat zij op afstand van het college en de gemeenteraad functioneren. Elk van de verbonden partijen hebben hun eigen risicoprofiel met een daarbij behorend pakket aan maatregelen om de bestuurlijke en financiële risico's te beheersen. Bij verbonden partijen wordt ernaar gestreefd dat de eigen vermogenspositie van de verbonden partij een solide omvang heeft zodat in eerste instantie financiële tegenvallers door de verbonden partij zelf opgevangen kunnen worden. Het risico van de gemeente in vennootschappen bedraagt formeel niet meer dan de waarde van de aandelen die de gemeente bezit. In de praktijk zal het echter zo zijn dat in financieel slechte tijden (insolvabiliteit) de gemeente (bestuurlijk) zal worden aangesproken om bij te dragen in mogelijke oplossingen. Voor het afdekken van de risico’s in de privaat-publieke samenwerking zijn middelen opgenomen in de reserve bouwgrondexploitatie.
Juridische risico's en aansprakelijkheid De gemeente loopt juridische risico’s, omdat veel primaire processen binnen de gemeente van juridische aard zijn en bij het onrechtmatig handelen van de gemeente kan een schadeclaim worden ingediend. Juridische procedures kunnen zowel bestuursrechtelijk als civielrechtelijk van aard zijn. 1. Bestuursrechtelijke risico’s worden -voor zover het om beschikkingen gaat- beperkt doordat in bezwarenprocedures een toetsing plaatsvindt door een onafhankelijke commissie. 2. Civielrechtelijke procedures betreffen zowel gevallen waarin de gemeente door derden in een juridische procedure wordt betrokken (dagvaarding, aansprakelijkheidstelling, derdenbeslag etc.) als gevallen waarbij de gemeente zelf tegenover derden een juridische procedure start (aansprakelijkheidstelling, dagvaarding etc.). Het financiële risico is vaak moeilijk van te voren in te schatten. De kosten voor (verplichte) externe juridische bijstand, alsmede proceskosten, zijn de laatste jaren opgelopen, maar lijken zich te stabiliseren. Het claimen van proceskosten en het toewijzen daarvan door de rechter is standaard geworden. Tegen civielrechtelijke claims, voortvloeiend uit onrechtmatige daad en onrechtmatige besluiten (bijv. vernietigde besluiten) heeft de gemeente zich verzekerd.
Voor juridische bijstand, veroordelingen in proceskosten/griffiekosten, eigen risico’s en eigen bijdragen heeft de gemeente regulier budgetten opgenomen. Naarmate de gemeente meer optreedt als regievoerder en opdrachtgever, wordt de kans dat in de uitvoering verschillen van inzicht optreden over gemaakte afspraken groter. Dit kan ook leiden tot procedures wanneer partijen er niet in slagen hun verschillen van inzicht in onderling overleg op te lossen.
Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: Geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: Geen Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Groot Restrisico: € 388.300 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 76.600
Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Groot Restrisico: € 450.000 Ontwikkeling risico: Afgenomen Risico sturing: Reduceren Risicokarakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 90.000
38
Borg en garantstellingen De gemeente heeft diverse waarborgen verstrekt voor geldleningen. Dit betekent dat de gemeente als achtervang borg staat op het moment dat de instantie of persoon waaraan de lening verstrekt is, niet aan zijn verplichtingen kan voldoen. De grootste waarborgen die de gemeente heeft verstrekt zijn (1) Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) voor woningstichtingen en (2) Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). Het risico bij de WSW en de WEW is klein door de structuur. Voordat de waarborgfondsen een beroep doen op de achtervang wordt eerst het vermogen van het Waarborgfonds zelf aangesproken. Is het daarna noodzakelijk om de achtervang aan te spreken dan bestaat er een garantieverdeling van 50% Rijk / 50% gemeenten, in de vorm van een lening. Daarbij vervult het Rijk voor het WEW een volledige achtervang positie voor garantstellingen afgegeven vanaf 1 januari 2011. Door de totale omvang van de achtervang posities (bijna € 90 mln.) kunnen de financiële gevolgen voor de gemeente groot zijn. Algemene uitkering In de afgelopen jaren liep het traject van de ‘herijking’ van de algemene uitkering (herverdeling van het klassieke en sociaal domein).
Nu dit traject nagenoeg is afgerond, blijkt dat het effect van de ‘herijking’ vooralsnog positief uitpakt voor Epe (een voordeel van € 6,00 per inwoner) en dat voor de jaren 2022 t/m 2025 incidenteel een voordeel ontstaat door het schrappen van de zgn. ‘opschalingskorting’. Kanttekening hierbij is dat er nog enkele onderzoeken lopen, waarvan het resultaat nog van invloed kan zijn op de uiteindelijke uitkomst van de herijking. Voor het resterende risico hiervan is in de begroting een stelpost opgenomen van € 100.000 vanaf 2024. Daarnaast blijkt dat de komende jaren zowel incidenteel als structureel extra middelen beschikbaar komen binnen de algemene uitkering. De meicirculaire 2022 van de algemene uitkering liet een verdere positieve ontwikkeling zien in het ‘accres’ (met name een bijstelling in verband met hogere loon-en prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen en een reële stijging door de toename van de rijksuitgaven (methodiek ‘samen trap-op-trap-af’). Het Rijk heeft deze ontwikkeling voor de komende jaren (t/m 2025) ‘vastgeklikt’, waardoor voor de gemeenten meer zekerheid ontstaat over het verloop. Ook zijn door het Rijk extra middelen voor jeugdzorg aan de algemene uitkering toegevoegd, als gevolg van de uitspraak van de arbitragecommissie. De definitieve toekenning van deze middelen voor de komende jaren is afhankelijk van het vaststellen van de ‘hervormingsagenda’.
Vooralsnog vallen de genoemde voordelen t/m 2025 voor een belangrijk deel weg vanaf 2026. Ook moeten de ‘voordelen’ voor een belangrijk deel worden ingezet ter compensatie van stijgende prijzen en lonen. En de extra middelen voor jeugdzorg zullen worden ingezet om invulling te geven aan de afspraken die worden gemaakt met het rijk in het kader van de ‘hervormingsagenda’ en de beoogde transformatie in de jeugdzorg. Uitkering inkomensvoorziening Vanuit de via het Rijk beschikbaar gestelde middelen voor de uitvoering van de Wet Bundeling van Uitkeringen Inkomensvoorzieningen aan Gemeente (BUIG) bekostigd de gemeente de inkomensvoorzieningen WWB, IOAZ, IOAW en een deel van de Bbz. In hoeverre de gemeente uit komt met deze middelen is afhankelijk van o.a. de economische ontwikkelingen binnen de regio als de ontwikkelingen van de verdeelmaatstaven waarop het Rijk de beschikbare middelen verdeelt. Hier zitten de grootste onzekerheden.
Risico kenmerken Kansklasse: Klein Effectklasse na maatregel: Zeer groot Restrisico: € 898.000 Ontwikkeling risico: Afgenomen Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 180.000
Risico kenmerken Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: geen Ontwikkeling risico: Afgenomen Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: geen
Risico kenmerken Kansklasse: Midden Effectklasse na maatregel: Zeer klein Restrisico: geen Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: geen
Vanaf 2019 is extra ingezet op het voorkomen van instroom en het stimuleren van uitstroom van uitkeringsgerechtigden. We zien dat deze extra inzet heeft geleid tot een daling van ons uitkeringsbestand. Het voordeel dat is ontstaan, vangt voor nu de tekorten van de Sociale Werkvoorziening op. De verwachtte stijging van ons uitkeringsbestand als gevolg van Corona- en de daaropvolgende verwachte economische crisis is vooralsnog niet uitgekomen. Vanaf de start van de Coronapandemie is ons uitkeringsbestand verder gedaald, namelijk van 441 uitkeringsdossiers in maart 2020 naar 362 uitkeringsdossiers in december 2022. Nu de coronamaatregelen voorbij zijn en de arbeidsmarkt krap is, neemt het aantal mensen dat aan de slag gaat toe. Ook bijstandsgerechtigden, die de hoop op een baan wellicht al hadden opgegeven, komen eerder aan het werk. Vanaf halverwege 2022 zien we wel weer een lichte stijging van ons uitkeringsbestand. Het is nog onduidelijk of deze stijging in 2023 aanhoudt. Met de reserve BUIG worden financiële risico’s (van voornamelijk fluctuerende Rijksinkomsten) opgevangen.
39
Organisatie - Personeel
Risico kenmerken
Een risico dat zich altijd kan voordoen is het onverwacht wegvallen van personeel op kritische functies door langdurige ziekte, (gedwongen) vertrek van medewerkers en boven formatief personeel. Het is niet vooraf te voorzien wanneer en in welke mate dit zich zal voordoen in het personeelsbestand van de gemeente. De financiële consequenties van dit risico kunnen groot zijn. Voor het opvangen van langdurige ziekte, boven formatief personeel en vertrek van medewerkers is een reserve gevormd waaruit deze lasten gedekt kunnen worden. Jaarlijks wordt bij de begroting (op basis van op dat moment bekende situaties) het risico ingeschat van de te verwachten uitgaven en op basis hiervan werd tot en met 2022 de reserve aangevuld. In 2022 is opnieuw gebleken dat voor langdurig zieken aanmerkelijk moest worden bijgeraamd (zie de eerste voortgangsrapportage). Omdat is gebleken dat deze problematiek een structureel karakter heeft, is vanaf de begroting 20232026 voor dit risico een structurele jaarlijkse toevoeging aan de reserve in de meerjarenbegroting opgenomen. Aangezien de uitgaven een sterke fluctuatie vertonen zal moeten blijken in hoeverre deze stelpost het risico structureel voldoende afdekt.
Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Midden Restrisico in 2022: € 149.000 Ontwikkeling risico: Neemt af per 2023 Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Incidenteel Beslag op weerstandscapaciteit: € 89.000
Onderhoud Openbare Ruimte
Risicokenmerken
Het beheer van de Openbare Ruimte is in de gemeente uitbesteed aan een derde (markt)partij via een dienstverleningsovereenkomst. Het onderhoud wordt op basis van door de gemeente opgestelde specificaties uitgevoerd. Echter de leefomgeving verandert door klimaatverandering, burgers hebben veranderde wensen/eisen ten aanzien van het onderhoudsniveau en bijvoorbeeld de biodiversiteit en verschillende onderdelen van het gemeentelijk "areaal" verouderen (denk bijvoorbeeld aan het ouder worden van bomen waardoor meer onderhoud nodig is). Daarnaast blijkt het contractueel afgesproken indexpercentage structureel lager te liggen dan de stijging van de werkelijke kosten die aannemers maken. Dit leidt tot het risico dat bij een nieuwe opdracht de kosten van dezelfde werkzaamheden structureel aanzienlijk hoger liggen. Al met al zien we dat ook bij een gelijkblijvend niveau van onderhoud van de openbare ruimte de kosten zullen gaan stijgen de komende jaren. In de komende jaren zal in de reguliere periodieke actualisatie van beheerplannen, financiële voorzieningen en reserves rekening gehouden worden met deze ontwikkelingen.
Kansklasse: Groot Effectklasse na maatregel: Midden Restrisico: € 215.000 Ontwikkeling risico: Gelijk gebleven Risico sturing: Reduceren Risico karakter: Structureel Beslag op weerstandscapaciteit: € 129.000
2.5 Conclusie weerstandsvermogen De gekwantificeerde risico’s afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit laat het volgende beeld zien: Weerstandsvermogen
2022
Weerstandscapaciteit
6.558.000
Risico's
564.600 Weerstandsvermogen
5.993.400
Gerekend in ratio’s wordt de weerstandscapaciteit ultimo 2022 als volgt weergegeven: 1. Algemene reserve in relatie tot de risico’s: 4,4 2. Weerstandscapaciteit in relatie tot risico’s: 11,6 De stand van de algemene reserve bedraagt (na inzet surplus bij begroting 2023) € 2,5 miljoen. De ratio weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s (11,6) is uitstekend.
40
2.6 Kengetallen De gemeente is op basis van de regelgeving (BBV) verplicht een vijftal kengetallen in de begroting op te nemen. Deze geven een inzicht in de financiële positie van de gemeente. In de onderstaande tabel worden deze kengetallen weergegeven. Verslag 2021
Begroting 2022
Verslag 2022
1a. Netto schuldquote
-9,6%
9,1%
-12,9%
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-15,7%
3,2%
-19,2%
Kengetal
2. Solvabiliteitsratio
79%
61%
76%
3. Grondexploitatie
-0,2%
-0,4%
-0,7%
4. Structurele exploitatieruimte
6,9%
1,3%
7,5%
5. Belastingcapaciteit
84%
94%
83%
2.6.1 Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Omdat er bij de door de gemeente verstrekte leningen onzekerheid kan bestaan over of ze allemaal worden terugbetaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Duiding Sinds 2019 zijn de langlopende (vaste) schulden van de gemeente nul. De totale kortlopende schulden en de overlopende passiva samen bedragen in de jaarrekening 2022 € 12,5 mln. Dit ligt boven het gemiddelde van de afgelopen 5 jaar en ligt ruim een kwart boven het niveau van eind 2021. De financiële bezittingen (in de vorm van uitgegeven lang- en kortlopende leningen, liquide middelen en overlopende activa) van de gemeente nemen de afgelopen jaren toe. Dit leidt er eind 2022 toe dat
41
de financiële bezittingen van de gemeente groter zijn dan de totale schulden. Dit komt tot uitdrukking in het percentage van -12,9% (resp. -19,2%) bij de jaarrekening 2022. 2.6.2 Solvabiliteit De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de ratio wordt verstaan het eigen vermogen (algemene en bestemmingsreserves en het gerealiseerde resultaat) als percentage van het balanstotaal. Duiding Het solvabiliteitspercentage van de gemeente is de afgelopen vier jaar redelijk stabiel met een percentage van 76% in de jaarrekening 2022. Sinds 2011 is de solvabiliteit gestegen (van 58% naar 76%) met name als gevolg van een toename van het eigen vermogen van de gemeente. 2.6.3 Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond voor grondexploitatie zich verhoudt tot de totale baten. De boekwaarde van de gronden is van belang omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Voor de risico’s in de grondexploitatie heeft de gemeente op haar balans een risicoreserve gevormd. De accountant beoordeelt ieder jaar in de controle de waardering van de gronden op de balans en de hoogte van de gevormde reserve.
2.6.4 Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Duiding De structurele baten in 2022 zijn hoger dan de structurele lasten per programma ook als daar de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves in worden meegenomen. Dit houdt in dat de gemeente een structureel sluitende exploitatie heeft omdat als alle incidentele baten en lasten buiten beschouwing worden gelaten in deze jaarrekening, de dan overgebleven structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten. 2.6.5 Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Duiding Dit kengetal laat zien dat de woonlasten in de gemeente onder het landelijk gemiddelde liggen.
42
3 | Onderhoud kapitaalgoederen 3.1 Inleiding In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen wordt het beleidskader over het onderhoud van kapitaalgoederen weergegeven. De belangrijkste criteria in het beleidskader zijn “schoon, heel en veilig”, waarbij het gekozen uitgangspunt de gewenste kwaliteit in verhouding tot de beschikbare middelen is. De kwaliteit en het onderhoud van de kapitaalgoederen is bepalend voor het voorzieningenniveau en de daarmee samenhangende jaarlijkse lasten. Omdat met het onderhoud van de kapitaalgoederen een aanzienlijk deel van de rekening is gemoeid, is een goed overzicht van belang voor het inzicht in de financiële positie van de gemeente. De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft, net als de andere paragrafen, een dwarsdoorsnede van de rekening omdat de kosten van het onderhoud van de kapitaalgoederen over verschillende programma’s is verspreid. 3.2 Beleidskaders Het beleid van de gemeente Epe voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is vastgelegd in de onderstaande beleidsplannen.
• Wegenbeleidsplan • Gemeentelijk Watertakenplan • Groenstructuurplan / Bomenbeleidsplan • Beleidsplan Openbare Verlichting • Beleidsplan Civiele Kunstwerken • Beleidsplan gemeentelijke begraafplaatsen /Beheervisie begraafplaatsen • MJOP gebouwen 3.3 Stand van zaken Hieronder wordt – per gemeentelijk kapitaalgoed – aangegeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de uitvoering van het beleid, welke relevante ontwikkelingen er spelen, of er noodzaak is voor bijstelling van het beleid, de financiële consequenties van het beleid en de vertaling ervan in de rekening. Financiële vertaling van het onderhoud in de jaarrekening (bedragen in € 1.000): Jaar vaststelling raad
Looptijd t/m
Achterstand onderhoud
Kosten 2022
Begroting 2022
Wegen
2014
2018
Nee
1.790
1.997
Riool
2021
2025
Nee
787
808
848 structureel budget
Civiele kunstwerken
2017
2022
Nee
21
17
17 storting voorziening
12
15
18 structureel budget
Bomen en groen
2010
-
Nee
1.120
944
1.084 structureel budget
Openbare verlichting
2018
2026
Nee
Gebouwen
-
-
Nee
Beleids-en beheerplan
Structureel Wijze m.i.v. 2023 2.130
structureel budget met egalisatiereserve
-
1
- storting voorziening
73
68
61 structureel budget
368
279
349 storting voorziening
226
254
286 structureel budget
3.3.1 Wegen In gemeente Epe ligt ongeveer 785 kilometer in lengte aan wegen. In oppervlakte is dat ongeveer 2.763.000 m2. De helft van deze oppervlakte bestaat uit asfalt, 27% uit elementen en 23% uit onverhard en beton. Jaarlijks wordt het wegareaal geïnspecteerd. Naar aanleiding van de inspectieresultaten wordt een onderhoudsprogramma opgesteld voor het jaar volgend op het jaar waarin de inspectie plaats had. Ten behoeve van het groot onderhoud van wegen beschikt de gemeente over een reserve voor de egalisatie van de onderhoudskosten. Ieder jaar worden in de hele gemeente werkzaamheden uitgevoerd om het kwaliteitsniveau constant te houden. Het actualiseren van het wegenbeleidsplan zou in 2022 worden uitgevoerd. Door gewijzigde inzichten is dit niet uitgevoerd. Vanwege de behoefte aan een integrale visie op het onderhoud van de openbare ruimte is
43
er voor gekozen het wegenbeleid los te laten en na de visie een uitvoeringsplan wegen op te stellen. Het mobiliteitsplan is in 2022 vastgesteld. Het gladheidbestrijdingsplan gaat los van het wegenbeleid in 2023 worden geactualiseerd. Het reguliere onderhoudswerk is overeenkomstig de planning nagenoeg in zijn geheel uitgevoerd 3.3.2 Gemeentelijke Watertaken In 2021 zijn het BRP en GWP (gemeentelijk watertakenplan) 2021 t/m 2025 opgesteld en door gemeenteraad vastgesteld. Eén van de kernfactoren voor het behouden van een goede leefomgeving is het in stand houden en optimaliseren van de voorzieningen omtrent de riolering en het watersysteem. Deze hebben een aantal belangrijke doelen voor het dagelijks leven: • Het beschermen van de volksgezondheid tegen infectieziekten; • Het schoon houden van de bodem en het oppervlaktewater; • Het voorkomen van schade door hevige regenval én bij extreme droogte; • Het voorkomen en beperken van structureel nadelige gevolgen van grondwater Het rioolnetwerk in de gemeente is ca 460 kilometer lang. Daarvan is ca 229 kilometer drukriolering en ca 231 kilometer vrij verval riolering. Het drukrioolstelsel is voorzien van 1.023 minigemalen en 28 rioolgemalen. Jaarlijks wordt met gedetailleerde camera-inspecties circa 7% (15 km) van het areaal geïnspecteerd.
Deze wijze van inspecteren wordt de komende jaren doorgezet, hoe wordt omgegaan met de bevindingen wordt nader uitgewerkt in het Rioolbeheerplan. De kwalitatieve toestand van nagenoeg het gehele stelsel is in beeld. Hieronder volgt een opsomming van de uitgevoerde werken en werkzaamheden in 2022: • Uitvoering centrumplan fase 2, aanleg vuilwater en infiltratieriool • Vervangen persleiding in Vaassen en Emst • Voorbereiding reconstructie Krugerstraat/van Riebeeckstraat en Tuindorpweg • Vervangen defecte riolering • Vervangen riolering Hoge Weerd fase 3 • Voorbereiding centrumplan Vaassen fase 3 • Voorbereiding en aanleg retentie Vegtelarij Epe 3.3.3 Civiele kunstwerken Een brug is een overspanning over water om twee weggedeelten te verbinden. De gemeente Epe heeft in totaal 64 bruggen en 2 tunnels in eigendom: 41 met een draagconstructie van beton en 23 met een draagconstructie van staal met een kunststof, houten of metselwerk opbouw. De kosten voor de vervanging van bruggen worden betaald uit een daartoe ingestelde reserve. Voor het opvangen van kosten voor het onderhoud van de bruggen is een onderhoudsvoorziening ingesteld. De hoogte van deze voorziening is in lijn met het beleidsplan bruggen. De geraamde financiële middelen in de begroting zijn voldoende om het huidige niveau in stand te houden. In 2022 zijn geen bruggen vervangen. Wel is er onderhoud uitgevoerd.
3.3.4 Bomen en groen Het Bomenbeleidsplan en het Groenstructuurplan geven de toekomstvisie weer van de gemeente Epe op groen in de openbare ruimte van de bebouwde kommen van Epe, Vaassen, Emst en Oene. In de kernen en het buitengebied (exclusief het bosgebied) staan ruim 32.500 onderhoudsplichtige bomen op gemeentelijke gronden. Om de boomveiligheid te waarborgen worden de bomen regelmatig gecontroleerd. De frequentie is op basis van kwaliteit en gebruiksdruk geprioriteerd. Het onderhoud van de openbare ruimte - waaronder bomen en gazons (ongeveer 50 ha), zandwegen en begraafplaatsen - is vastgelegd in kwaliteitsniveaus gebaseerd op het CROW. De beeldkwaliteit wordt geborgd door maandelijks een schouw uit te voeren. Voor de centra en wijken van Epe en Vaassen vindt het onderhoud op tenminste het niveau ‘basis’ plaats. Daarnaast wordt extra aandacht geschonken aan de bestrijding van boomziekten zoals de kastanjeziekte, iepziekte en essentaksterfte en de bestrijding van invasieve exoten zoals de Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw e.d.
44
Het nieuwe Bomenbeleidsplan zou in 2022 worden vastgesteld maar is door gewijzigde inzichten uitgesteld tot 2023. Het onderhoud van de openbare ruimte is uitbesteed aan Axent Groen en vastgelegd in een overeenkomst met een looptijd tot 2025. Daarin is vastgelegd dat Axent Groen de openbare ruimte op basisniveau onderhoudt. Gemeente Epe heeft hierin de rol van opdrachtgever en toezichthouder op de geleverde kwaliteit in de openbare ruimte. De geraamde financiële middelen in de begroting waren voldoende om het huidige niveau in stand te houden. 3.3.5 Openbare verlichting Het beleids- en beheerplan openbare verlichting is geactualiseerd in een nieuw plan met een looptijd van 2017 tot 2026. Het heeft als belangrijkste doel het leggen van een bestuurlijke, beheersmatige en financiële basis voor de zorg voor de openbare verlichting in de planperiode met een doorkijk naar de daaropvolgende jaren. Eind 2022 zijn er ca 6.257 (uitbreiding/verbetering Hoge Weerd en Vaassen West vervanging 2022) masten in beheer bij de gemeente Epe. Binnen de gemeentegrenzen zijn bij de provincie Gelderland 8 masten in beheer, bij Dorpsbelang Oene 6 stuks en bij Triada 354 stuks. Er zijn ca 6.342 armaturen, dat zijn er meer dan er lichtmasten zijn en dat komt omdat op sommige lichtmasten meer armaturen met meer lampen zijn gemonteerd.
Het doel is om de komende jaren de gemeente Epe geheel uit te rusten met ledverlichting. Eind 2022 was deze vervangingsslag voor meer dan de helft uitgevoerd, zo’n 78%, en liggen de werkzaamheden op schema. Voor het onderhoud is er een voorziening waarin jaarlijks een bedrag wordt gestort. 3.3.6 Gebouwen Er zijn 46 gebouwen en woningen in beheer en onderhoud bij gemeente Epe, waarvan 6 gymlokalen. Het beheer en onderhoud bestaat hoofdzakelijk uit het reguliere (dagelijks) en groot onderhoud. Het groot onderhoud wordt onder andere uitgevoerd op basis van MJOP’s. Het MJOP is gericht op het in stand houden van de bestaande gebouwen. Per jaar wordt minimaal 50% van de MJOP’s van de gebouwen geactualiseerd, zodat een cyclus van max. 2 jaar ontstaat. Een actuele MJOP levert een begroting voor de onderhoudsvoorziening en levert tevens de gegevens voor een jaarplanning voor de uitvoering. Het onderhoudsniveau wordt bepaald op basis diverse uitgangspunten, zoals toekomst, bouwjaar, huidige status e.d. Op basis van de MJOP’s zijn voorzieningen gevormd, waaruit het groot onderhoud wordt bekostigd voor het Streekarchief, gemeentehuis, de buiten- en binnenzijde van de gymzalen, de brandweerkazernes, kinderopvang St. Crusiusweg, de wijkgebouwen, de bibliotheken, de Ossenstal, gemeentewerf Kweekweg, de Milieustraat Vaassen en de onderkomens op de begraafplaatsen.
45
4 | Financiering 4.1 Inleiding De paragraaf Financiering heeft tot doel inzicht te verschaffen in de activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s, ofwel: treasury. 4.2 Beleidskaders Het beleid ten aanzien van de treasuryfunctie is vastgelegd in het Treasurystatuut (2014). 4.3 Beleidsverantwoording 4.3.1 Treasurybeheer De Wet Fido geeft twee concrete richtlijnen voor de gemeenten voor het beheersen van renterisico’s. Het gaat daarbij om de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. 4.3.2 Kasgeldlimiet Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. Juist voor kortere financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct invloed hebben op de rentelasten. Om een grens te stellen aan de korte financiering is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het begrotingsjaar. Voor Epe bedraagt de kasgeldlimiet voor 2022 €8.000.000 (zie bijlage 3).
Uitgangspunt is dat het financieringstekort zoveel mogelijk met kort geld wordt gefinancierd omdat het rentepercentage voor kort geld lager is dan het percentage voor leningen met een lange looptijd. In 2022 zijn geen nieuwe langlopende geldleningen afgesloten. 4.3.3 Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de organisatie. Dit wordt bereikt door een limiet te stellen aan dat deel van de vaste schuld waarover het rentepercentage in een bepaald jaar moet worden aangepast aan de op dat moment geldende markttarieven. De bedoelde aanpassingen van rentepercentages doen zich voor bij herfinanciering en renteherziening. Herfinanciering houdt in dat een vervangende lening wordt aangetrokken om aan de aflossingsverplichtingen van bestaande leningen te voldoen. Renteherziening doet zich voor wanneer de geldgever het rentepercentage van een lening gedurende de looptijd herziet. De renterisiconorm stelt dat per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking mag komen voor herfinanciering en/of renteherziening. Voor Epe bedraagt de renterisiconorm ca. € 18 miljoen. Het werkelijke renterisico bedroeg in 2022 €0 en blijft ruim onder de renterisiconorm (zie ook bijlage 3).
4.4 Financiering 4.4.1 Financieringspositie Voor 2022 was een financieringstekort begroot op € 7,7 miljoen (op begrotingsbasis). Dit tekort zou gefinancierd worden met kortlopende geldleningen. Bij het opstellen van de begroting is uitgegaan van de volgende percentages: Rente kort: 1,0 % Rente lang: 1,6 % Begin 2022 is een kortlopende BNG kasgeldlening van € 3,0 miljoen aangetrokken met een rentepercentage van - 0.25%. Deze kasgeldlening is per 1 juli 2022 afgelost. In het jaar 2019 is de laatste langlopende geldlening afgelost. 4.4.2 Leningenportefeuille Sinds medio 2019 heeft Epe geen langlopende geldleningen schulden.