669518 Rapport IHP Epe incl bijlagendocument
Tekst van het document
4.4.2 Epe Zuid Onderstaande kaart geeft de spreiding van de scholen in Epe Zuid weer. Bij iedere school is het huidige leerlingenaantal (2022) weergegeven. In Epe Zuid zijn vijf scholen in het primair onderwijs aanwezig.
Tabel 15 Scholen in Epe Zuid
K. Norel school – Stichting Procon De K. Norel school huisvest in een schoolgebouw dat in 1973 is gebouwd en in 2006 en 2008 is uitgebreid. Ondanks de leeftijd van het oorspronkelijke schoolgebouw is het niet gerenoveerd. De algehele kwaliteit van het schoolgebouw wordt door het schoolbestuur als matig beoordeeld. De onderwijscapaciteit van ca. 1.065 m² BVO is te groot voor het huidige aantal van 115 leerlingen. Op basis van de leerlingenprognose is de verwachting dat het leerlingenaantal in de toekomst gelijk blijft, waardoor het ruimteoverschot ook op de lange termijn ca. 28% leegstand in het schoolgebouw betekent. Er zijn onvoldoende gegevens bekend en/of aangeleverd om de school op basis van het energieverbruik te classificeren naar duurzaamheid. Gezien de matige kwaliteit van het schoolgebouw is een huisvestingsmaatregel nodig voor de K. Norel school. Door de schoolbesturen Stichting Proo, Stichting Volare en Stichting Procon is de wens uitgesproken om in de toekomst een nieuw schoolgebouw te realiseren waar de drie scholen Nieuwe Wisselseschool, Van der Reijdenschool en de K. Norel school samen kunnen worden gehuisvest. Met nieuwbouw kan het structurele ruimteoverschot worden opgelost. Daarom is voor de school nieuwbouw als maatregel voorzien.
10 WEii staat voor Werkelijke Energie intensiteit indicator. De WEii van een gebouw wordt berekend op basis van het werkelijke, gemeten
energiegebruik en het gebruiksoppervlakte van het gebouw. Zie ook WEii.nl
www.icsadviseurs.nl
25/47
Van der Reijdenschool – Stichting Volare De School voor Speciaal Basisonderwijs Van der Reijden is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1963. In 1992 en 2006 is de school uitgebreid en in 1999 en 2006 heeft er een renovatie plaatsgevonden. De algehele kwaliteit van het schoolgebouw wordt door het schoolbestuur als matig beoordeeld, de functionaliteit van de onderwijsruimten en de ventilatie in het oorspronkelijke schoolgebouw is als slecht beoordeeld. De beoordeling van het laatst aangebouwde deel is over het algemeen matig tot goed. Op de Van der Reijdenschool is een nevenvestiging van de Dr. A. Verschoorschool ondergebracht waar Speciaal Onderwijs wordt aangeboden. De onderwijscapaciteit van het schoolgebouw is ca. 1.655 m² BVO en dat is ca. 438 m² BVO te groot ten opzichte van het totaal aan normatieve behoefte van beide scholen. Volgens de leerlingenprognose is de verwachting dat het leerlingenaantal op de langere termijn ongeveer gelijk blijft. Dit betekent dat er ook in de toekomst leegstand is in het schoolgebouw. Er zijn onvoldoende gegevens bekend en/of aangeleverd om de school op basis van het energieverbruik te classificeren naar duurzaamheid. Gezien de matige kwaliteit van het schoolgebouw is een huisvestingsmaatregel noodzakelijk.
Door de schoolbesturen Stichting Proo, Stichting Volare en Stichting Procon is de wens uitgesproken om in de toekomst een nieuw schoolgebouw te willen bouwen waar de drie scholen Nieuwe Wisselseschool, Van der Reijdenschool en de K. Norel school samen kunnen worden gehuisvest. Met nieuwbouw kan het structurele ruimteoverschot worden opgelost. Daarom is voor de school nieuwbouw als maatregel voorzien.
Nieuwe Wisselseschool – Stichting Proo Het schoolgebouw van de openbare basisschool Nieuwe Wisselseschool is gebouwd in 1977 en is in 2008 gerenoveerd. Ondanks de renovatie van het schoolgebouw wordt de kwaliteit door het schoolbestuur als slecht beoordeeld. Door het schoolbestuur wordt ten aanzien van de onderhoudsstaat opgemerkt dat er geen duidelijkheid is over de toekomst van het gebouw waardoor het door het schoolbestuur sober wordt onderhouden. Op de school zitten momenteel 46 leerlingen en naar de toekomst toe wordt verwacht dat het leerlingenaantal iets gaat dalen. Dit betekent dat het grote ruimteoverschot dat er momenteel al is, in de komende jaren nog iets gaat toenemen. In de school gebruikt KOM kinderopvang ongeveer 60 m² BVO voor de kinderopvang. Ten behoeve van inventarisatie van de school zijn gegevens aangeleverd over het gas- en elektraverbruik. Op basis van het energieverbruik is de school volgens de Weii-indicatie als ‘zuinig’ te classificeren. Echter, spreekt het schoolbestuur tegen dat het schoolgebouw een laag energieverbruik heeft. Gezien de matige kwaliteit van het schoolgebouw is een huisvestingsmaatregel noodzakelijk. Door de schoolbesturen Stichting Proo, Stichting Volare en Stichting Procon is de wens uitgesproken om in de toekomst een nieuw schoolgebouw te willen bouwen waar de drie scholen Nieuwe Wisselseschool, Van der Reijdenschool en de K.
Norel school samen kunnen worden gehuisvest. Met nieuwbouw kan het structurele ruimteoverschot worden opgelost. Daarom is voor de school nieuwbouw als maatregel voorzien.
Gildeschool – Stichting Proo Openbare basisschool Gildeschool is eveneens in Epe Zuid gesitueerd en gehuisvest in een schoolgebouw uit 1958. Het schoolgebouw is 2001 uitgebreid en gerenoveerd. Het schoolbestuur heeft de kwaliteit van het schoolbestuur beoordeeld en constateert dat de technische staat en het binnenklimaat matig is. Het schoolbestuur verklaart het matige binnenklimaat doordat er ten tijde van de bouw en uitbreiding van het schoolgebouw weinig tot geen aandacht was voor een gezond binnenklimaat. De school voldoet niet aan de eisen van ‘Frisse Scholen’. Normatief gezien worden de 202 leerlingen op de school passend gehuisvest in het schoolgebouw dat een onderwijscapaciteit heeft van ca. 1.224 m² BVO. Naar de toekomst toe is de verwachting dat het leerlingenaantal op de school gaat toenemen, waardoor op de piek in 2031 een ruimtetekort is van ca. 138 m² BVO. Door het schoolbestuur zijn gegevens aangeleverd over het gas- en
www.icsadviseurs.nl
26/47
elektraverbruik. Op basis van het energieverbruik is de school volgens de Weii-indicatie als ‘onzuinig’ te classificeren. Vanwege de matige kwaliteit van het schoolgebouw is voor de school op middellange termijn voorzien in een levensduurverlengende renovatie. Op basis van de leerlingenprognose constateren we dat op lange termijn (2037) sprake is van een blijvend ruimtetekort van 108 m2. In de nabije omgeving van de Gildeschool is bij Basisschool Anne de Vries sprake van ruimte-overschot, dat in overleg met het bestuur van Stichting Procon kan worden ingezet om het ruimtetekort bij de Gildeschool op te vangen. Onderzocht moet worden of de renovatie gefaseerd en/of deels in vakantieperiodes kan worden uitgevoerd, zodat de school gebruik kan blijven maken van het schoolgebouw. Indien dit niet mogelijk blijkt kan worden gezocht naar tijdelijke huisvesting in een bestaand gebouw, of in noodunits.
Basisschool Anne de Vries – Stichting Procon Het schoolgebouw van Basisschool Anne de Vries is gebouwd in 1983. De kwaliteit wordt door het schoolbestuur over het algemeen als matig tot voldoende beoordeeld. De ventilatie wordt als slecht beoordeeld. In 2021 heeft het schoolbestuur SUVIS-subsidie ontvangen en is met financiële bijdrage van de gemeente en het schoolbestuur zelf de ventilatie in het schoolgebouw verbeterd. Het verbeteren van de ventilatie gaat samen met een algehele verduurzamingsslag van het gebouw en zijn de volgende maatregelen voorzien: ▪ ▪ ▪
Het plaatsen van ventilatie units voor alle lokalen Verbeteren en/of aanbrengen van Isolatie Het plaatsen van zonnepanelen
Op de school zitten momenteel 149 leerlingen en naar de toekomst toe wordt verwacht dat het leerlingenaantal iets gaat dalen. Dit betekent dat het ruimteoverschot dat er momenteel al is, in de komende jaren nog iets gaat toenemen. In de school gebruikt KOM kinderopvang ongeveer 49 m² BVO voor de kinderopvang. Ten behoeve van inventarisatie van de school zijn gegevens aangeleverd over het gas- en elektraverbruik. Op basis van het energieverbruik is de school volgens de Weii-indicatie als ‘gemiddeld’ te classificeren. Op middellange termijn wordt in aanvulling op de verbetering van de ventilatie ook een levensduurverlengende renovatie van het schoolgebouw voorzien.
4.4.3 Vaassen Het dorp Vaassen ligt in het zuiden van de gemeente Epe en er zijn zes basisscholen aanwezig. Onderstaande kaart toont de ligging van de scholen. Bij iedere school is het huidige leerlingenaantal vermeld.
www.icsadviseurs.nl
27/47
Tabel 16 Scholen in Vaassen
De Sprenge Vaassen – Stichting Proo De Sprenge Vaassen is een openbare basisschool en is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1988. De kwaliteit van het schoolgebouw wordt door het schoolbestuur als matig tot voldoende beoordeeld. Het schoolgebouw is in 2005 uitgebreid en de onderwijscapaciteit is totaal ca. 1.240 m² BVO. Op basis van de normatieve ruimtebehoefte voor het huidige aantal van 72 leerlingen is er een ruimteoverschot van ca. 678 m2. Het ruimteoverschot wordt naar verwachting in de toekomst minder doordat volgens de leerlingenprognose het leerlingenaantal zal toenemen, maar desondanks bedraagt de leegstand in 2037 naar verwachting 43%. KOM kinderopvang en Museum Vaassen Historie zijn gebruikers van overige ruimte in het schoolgebouw. De overige ruimte is niet in de oppervlakte voor onderwijscapaciteit opgenomen. Ten behoeve van inventarisatie van de school zijn gegevens aangeleverd over het gas- en elektraverbruik. Op basis van het energieverbruik is de school volgens de Weii-indicatie als ‘zuinig’ te classificeren. Gezien de matige kwaliteit van het schoolgebouw is op termijn een aanpassing van de huisvesting noodzakelijk. Door de schoolbesturen Stichting Proo en Veluwse Onderwijsgroep is de wens uitgesproken om in de toekomst een nieuw schoolgebouw te realiseren waar de twee scholen De Sprenge Vaassen en Gerardus Majella samen kunnen worden gehuisvest.
Met de nieuwbouw kan worden voorzien in een passende huisvesting, waarbij de overmaat teniet wordt gedaan.
Gerardus Majella – Veluwse Onderwijsgroep Gerardus Majella is een Rooms Katholieke basisschool gevestigd in een schoolgebouw uit 1988. In 2008 is het schoolgebouw uitgebreid met een gedeeltelijke eerste verdieping, met daarin twee klaslokalen en een toiletgroep. De kwaliteit van het schoolgebouw wordt door het schoolbestuur als slecht tot matig beoordeeld. Ook wordt opgemerkt dat de verkeersveiligheid rondom de school als slecht wordt ervaren, omdat een stopen parkeerverbod in de straat regelmatig wordt genegeerd. Het huidige aantal van 161 leerlingen wordt passend gehuisvest in het schoolgebouw dat een onderwijscapaciteit heeft van 1.061 m² BVO. Vanwege de verwachting dat het leerlingenaantal iets gaat toenemen ontstaat er op termijn een ruimtetekort dat ongeveer 112 m² BVO bedraag op basis van de normatieve ruimtebehoefteberekening. Er zijn door het schoolbestuur gegevens aangeleverd over het gas- en elektraverbruik. Op basis van het energieverbruik is de school volgens de Weii-indicatie als ‘gemiddeld’ te classificeren.
www.icsadviseurs.nl
28/47
Gezien de matige kwaliteit van het schoolgebouw is op termijn een aanpassing van de huisvesting noodzakelijk. Door schoolbesturen Stichting Proo en Veluwse Onderwijsgroep is de wens uitgesproken om in de toekomst een nieuw schoolgebouw te realiseren waar de twee scholen De Sprenge Vaassen en Gerardus Majella samen kunnen worden gehuisvest. Om tot het moment van vervangende nieuwbouw het ruimtegebrek op te kunnen vangen, kan in overleg met Stichting Proo een beroep worden gedaan op het ruimteoverschot in het gebouw van De Sprenge Vaassen.
De Violier – Stichting Procon Christelijke Basisschool de Violier huisvest in een schoolgebouw dat is gebouwd in 1967. In de jaren 1996, 2005 en 2009 is het schoolgebouw uitgebreid, er heeft geen renovatie plaatsgevonden. Het oorspronkelijke deel van het schoolgebouw is door het schoolbestuur als matig beoordeeld. Er zijn verschillende aspecten, waaronder het binnenklimaat, die als onvoldoende worden ervaren. In 2021 heeft het schoolbestuur SUVISsubsidie ontvangen en is met financiële bijdrage van de gemeente en het schoolbestuur zelf de ventilatie in het schoolgebouw verbeterd. De ruimtebehoefte voor het huidige aantal van 225 leerlingen is te groot voor de onderwijscapaciteit van 1.250 m² BVO, waardoor er sprake is van ruimtetekort. Naar de toekomst toe is de verwachting dat het leerlingenaantal toeneemt en op de lange termijn het tekort ca. 288 m² BVO bedraagt. Het gebouw huisvest naast de school ook KOM kinderopvang en zij gebruiken overige ruimte voor de kinderopvang. Door het schoolbestuur zijn gegevens aangeleverd over het gas- en elektraverbruik. Op basis van het energieverbruik is de school volgens de Weii-indicatie als ‘onzuinig’ te classificeren. Op middellange termijn wordt in aanvulling op de verbetering van de ventilatie ook een levensduurverlengende renovatie van het schoolgebouw voorzien.
Montessori Sterrenschool Geerstraat – Stichting Proo Montessori Sterrenschool Geerstraat huisvest samen met het buurthuis in een gebouw uit 1956. In 2011 is het gebouw gerenoveerd en uitgebreid met voor de school een aantal algemene ruimten. Ook in 2019 is er een renovatie uitgevoerd, maar ondanks de vrij recente renovatie wordt het schoolgebouw niet altijd even goed beoordeeld door het schoolbestuur. Zij hebben de functionaliteit van de onderwijsruimten en andere faciliteiten als matig beoordeeld. Ook wordt het binnenklimaat als matig beoordeeld, mede als gevolg van onvoldoende ventilatie. Gelet op de grootte van het gebouw is er ruimteoverschot. De onderwijscapaciteit van 871 m² BVO is normatief gezien te groot voor het huidige aantal van 73 leerlingen. Ook naar de toekomst toe is er ruimteoverschot dat naar verwachting in 2037 ca. 344 m² BVO bedraagt. Er zijn onvoldoende gegevens bekend en/of aangeleverd om de school op basis van het energieverbruik te classificeren naar duurzaamheid. Gezien de in 2011 uitgevoerde renovatie van het schoolgebouw, zijn binnen de looptijd van dit IHP geen huisvestingsmaatregelen voorzien.
’t Mozaïek – Stichting Procon Christelijke Basisschool ’t Mozaïek is gevestigd in een gebouw dat is gebouwd in 1979. In 2011 is de school met twee lokalen uitgebreid door het plaatsen van een verdieping en heeft een renovatie plaatsgevonden. De kwalitatieve beoordeling van het schoolbestuur door het schoolbestuur is over het algemeen goed. De onderwijscapaciteit bedraagt ca. 1.495 m² BVO, exclusief 190 m² BVO voor een inpandige gymzaal. Normatief gezien is er momenteel sprake van ruimteoverschot van ca. 160 m² BVO. Door een geprognosticeerde toename van het aantal leerlingen op de school is de school normatief gezien in de toekomst passend gehuisvest. Er zijn onvoldoende gegevens bekend en/of aangeleverd om de school op basis van het energieverbruik te classificeren naar duurzaamheid.
www.icsadviseurs.nl
29/47
Gezien de in 2011 uitgevoerde renovatie van het schoolgebouw in 2011 en de over het algemeen goede kwalitatieve beoordeling, zijn binnen de looptijd van dit IHP geen huisvestingsmaatregelen voorzien.
De Krugerstee – Veluwse Onderwijsgroep Het schoolgebouw waar Rooms Katholieke Basisschool De Krugerstee in huisvest is oorspronkelijk gebouwd in 1975. In 2021 is het gebouw uitgebreid en ingrijpend gerenoveerd; volgens de gemeente en schoolbestuur kan de aard en omvang van de renovatie gelijk worden gesteld aan nieuwbouw. De gemeente heeft aangegeven dat de fundering en enkele muren van het oorspronkelijke gebouw zijn blijven staan en dat verder sprake is van een nieuw schoolgebouw. Ten tijde van de inventarisatie van gebouwgegevens voor dit IHP was de renovatie nog in uitvoering, waardoor het schoolbestuur geen kwalitatieve beoordeling van het gebouw heeft gedaan. De onderwijscapaciteit bedraagt ca. 1.141 m² BVO en dat is normatief gezien passend voor het huidige aantal van 175 leerlingen. Naar de toekomst toe ontstaat er ruimteoverschot als gevolg van een geprognosticeerde daling van het leerlingenaantal. Het ruimteoverschot bedraagt naar verwachting ca. 113 m² BVO in 2037. Er zijn onvoldoende gegevens bekend en/of aangeleverd om de school op basis van het energieverbruik te classificeren naar duurzaamheid. Gezien de zeer recente renovatie van het schoolgebouw zijn binnen de looptijd van dit IHP geen huisvestingsmaatregelen voorzien.
4.4.4 Emst Het dorp Emst ligt ten zuiden van Epe en ligt tussen Epe en Vaassen in. Er zijn drie basisscholen in het dorp aanwezig. Onderstaande kaart toont de ligging van de scholen. Bij elke school is het huidige leerlingenaantal vermeld.
Tabel 17 Scholen in Emst
www.icsadviseurs.nl
30/47
Het Mosterdzaadje - Vereniging voor Evangelisatie Het Mosterdzaadje te Gortel, gemeente Epe Het Mosterdzaadje is een Reformatorische Basisschool in Gortel en huisvest in een semipermanent onderkomen dat is gebouwd in 2006. Het gebouw is gebouwd voor een levensduur van 25 jaar. Het schoolbestuur heeft het gebouw in het algemeen als goed beoordeeld. Echter de werkomgeving van de leerkrachten wordt als slecht beoordeeld, aspecten als geluid en licht worden matig beoordeeld. De oppervlakte van het gebouw bedraagt ca. 540 m² BVO en dat is voor het huidige aantal van 106 leerlingen normatief gezien te klein. Er is momenteel sprake van een ruimtetekort van bijna 300 m² BVO. Op basis van de leerlingenprognoses neemt het ruimtetekort naar verwachting in de toekomst verder toe. Het ruimtetekort is een zorgplicht voor de gemeente. Ten behoeve van inventarisatie van de school zijn gegevens aangeleverd over het gas- en elektraverbruik. Op basis van het energieverbruik is de school volgens de Weii-indicatie als ‘zuinig’ te classificeren. Vanwege het blijvend ruimtetekort wordt in dit IHP voor de korte termijn voorzien in het uitbreiden van de onderwijscapaciteit, op een nader te bepalen wijze en locatie.
De Sprenge Emst – Stichting Proo Openbare Basisschool De Sprenge Emst huisvest in een schoolgebouw dat in 1974 is gebouwd. In 2002 is de school uitgebreid met een kleuterlokaal en een groepskamer en in 2007 zijn twee kantoren toegevoegd. Het schoolbestuur heeft het schoolgebouw kwalitatief in algemene zin als matig beoordeeld. Het schoolgebouw beschikt alleen over natuurlijke ventilatie. De verlichting is gedateerd en wordt door het schoolbestuur op korte termijn met nieuwe systeemplafonds vervangen door Ledverlichting. De oppervlakte van het gebouw bedraagt ca. 999 m² BVO en dat is voor het huidige aantal van 98 leerlingen normatief gezien te groot. Er is momenteel sprake van een ruimteoverschot van bijna 300 m² BVO. Het ruimteoverschot blijft naar verwachting in de toekomst ongeveer gelijk als gevolg van een stabiel leerlingenaantal. KOM kinderopvang gebruikt ca. 80 m² BVO onderwijsruimte voor de opvang van kinderen, waardoor de feitelijke leegstand van de onderwijscapaciteit ca. 220 m² BVO bedraagt. Ten behoeve van inventarisatie van de school zijn gegevens aangeleverd over het gas- en elektraverbruik. Op basis van het energieverbruik is de school volgens de Weii-indicatie als ‘onzuinig’ te classificeren. Gezien de matige kwaliteit van het schoolgebouw is voor de school voorzien in een levensduurverlengende renovatie.
In de planvoorbereiding van renovatie moet worden meegenomen hoe het ruimteoverschot in het schoolgebouw kan worden opgelost. Onderzocht moet worden of de renovatie gefaseerd en/of deels in vakantieperiodes kan worden uitgevoerd, zodat de school gebruik kan blijven maken van het schoolgebouw. Indien dit niet mogelijk blijkt kan worden gezocht naar tijdelijke huisvesting in een bestaand gebouw, of in noodunits.
School met de Bijbel Emst - Vereniging Tot stichting en instandhouding school met de Bijbel Emst School met de Bijbel Emst huisvest in een schoolgebouw uit 1938. Het gebouw is een gemeentelijk monument in de jaren 1950, 1962 en 2009 uitgebreid. Het schoolbestuur heeft de kwaliteit van het schoolgebouw over het algemeen als goed beoordeeld. De onderwijscapaciteit bedraagt ca. 825 m² BVO. Normatief gezien is er momenteel met het huidige aantal van 101 leerlingen sprake van ruimteoverschot van ca. 117 m² BVO. Het ruimteoverschot blijft naar verwachting in de toekomst ongeveer gelijk als gevolg van een stabiel leerlingenaantal. Het schoolbestuur heeft in 2021 SUVIS ontvangen is met een financiële bijdrage van de gemeente en het schoolbestuur de ventilatie in het schoolgebouw verbeterd. Er zijn onvoldoende gegevens
www.icsadviseurs.nl
31/47
bekend en/of aangeleverd om de school op basis van het energieverbruik te classificeren naar duurzaamheid. Gezien de matige kwaliteit van het schoolgebouw is voor de school voorzien in een levensduurverlengende renovatie. In de planvoorbereiding van renovatie moet worden meegenomen hoe het ruimteoverschot in het schoolgebouw kan worden opgelost. Onderzocht moet worden of de renovatie gefaseerd en/of deels in vakantieperiodes kan worden uitgevoerd, zodat de school gebruik kan blijven maken van het schoolgebouw. Indien dit niet mogelijk blijkt kan worden gezocht naar tijdelijke huisvesting in een bestaand gebouw, of in noodunits.
4.4.5 Oene Het dorp Emst ligt ten oosten van Epe en er zijn twee basisscholen in het dorp aanwezig. Onderstaande kaart toont de ligging van de scholen. Bij elke school is het huidige leerlingenaantal vermeld.
Tabel 18 Scholen in Oene
School met de Bijbel Oene - Vereniging tot Stichting en Instandhouding ener Christelijke school te Oene School met de Bijbel Oene is gehuisvest in een schoolgebouw uit 1912. Het gebouw is in 1972 uitgebreid. Een deel van het schoolgebouw is zowel economisch als juridisch in eigendom van het schoolbestuur. Het schoolbestuur heeft het schoolgebouw over het algemeen als kwalitatief goed beoordeeld. De onderwijscapaciteit bedraagt ca. 882 m² BVO. Normatief gezien is er momenteel met het huidige aantal van 93 leerlingen sprake van ruimteoverschot van ca. 220 m² BVO. Het ruimteoverschot gaat naar verwachting in de toekomst iets afnemen als gevolg van een toenemend leerlingenaantal. Het schoolbestuur heeft in 2021 SUVIS ontvangen en is met een financiële bijdrage van de gemeente en het schoolbestuur de ventilatie in het schoolgebouw verbeterd. Er zijn onvoldoende gegevens bekend en/of aangeleverd om de school op basis van het energieverbruik te classificeren naar duurzaamheid.
www.icsadviseurs.nl
32/47
Gezien de leeftijd van het schoolgebouw is voor de school voorzien in een levensduurverlengende renovatie. In de planvoorbereiding van renovatie moet worden meegenomen hoe het ruimteoverschot in het schoolgebouw kan worden opgelost. Onderzocht moet worden of de renovatie gefaseerd en/of deels in vakantieperiodes kan worden uitgevoerd, zodat de school gebruik kan blijven maken van het schoolgebouw. Indien dit niet mogelijk blijkt kan worden gezocht naar tijdelijke huisvesting in een bestaand gebouw, of in noodunits.
De Bongerd – Stichting Proo Openbare Basisschool De Bongerd huisvest in het Kulturhus Oene dat in 2012 is gebouwd. Kulturhus Oene biedt verder onderdak aan een huisartsenpraktijk, een peuterspeelzaal en een buitenschoolse opvang. Doordat Woonstichting Triada eigenaar is van het gedeelte waar de school in huisvest hebben de gemeente en het schoolbestuur zelf geen verantwoordelijkheid voor (groot) onderhoud aan het gebouw. Het schoolbestuur heeft de kwaliteit van het schoolgebouw over het algemeen als goed beoordeeld. Echter, het binnenklimaat wordt als matig beoordeeld. De school zal hierover met Woonstichting Triada in gesprek moeten gaan en bespreken welke mogelijkheden er zijn om de ventilatie te verbeteren en wie daarvoor verantwoordelijk is. De onderwijscapaciteit bedraagt ca. 698 m² BVO en dat is voor het huidige aantal van 48 leerlingen normatief gezien te groot. Er is momenteel sprake van een ruimteoverschot van bijna 260 m² BVO. Naar de toekomst toe neemt ruimteoverschot toe als gevolg van een geprognotiseerde daling van het leerlingenaantal. Naar verwachting bedraagt het ruimteoverschot in 2037 ca. 400 m² BVO. Door het schoolbestuur zijn gegevens aangeleverd over het gas- en elektraverbruik. Op basis van het energieverbruik is de school volgens de Weii-indicatie als ‘onzuinig’ te classificeren.
www.icsadviseurs.nl
33/47
5. Projecten in het IHP In dit hoofdstuk worden, op basis van een afgewogen prioritering, de opgaven uit voorgaand hoofdstuk verder toegelicht. In de eerste paragraaf wordt allereerst een onderbouwing gegeven van de voorgestelde prioritering van de in het vorige hoofdstuk genoemde huisvestingsmaatregelen in drie fasen (korte, middellange en lange termijn). Vervolgens wordt per fase het scenario omschreven. Daarna wordt onder lopende projecten een samenvatting gegeven van de reeds ingezette verbeteraanpak van ventilatie op diverse scholen.
5.1 Prioritering Op basis van de kansenkaarten (zie bijlage 4) is gezamenlijk met vertegenwoordigers van de gemeente Epe en de schoolbesturen nagedacht over het prioriteren van de huisvestingsmaatregelen. Hierbij is gekeken naar een combinatie van verschillende factoren. Scholen die te maken hebben met een capaciteitsvraagstuk hebben de eerste prioriteit. Vervolgens is naar de gebouwenleeftijd en de technische staat van de voorzieningen gekeken (tweede prioriteit). Om de opgaven over de looptijd van het IHP te verdelen is ervoor gekozen om drie fasen te hanteren. Fase 1 loopt van 2023 tot en met 2026, fase 2 van 2027 tot en met 2030 en fase 3 van 2031 tot en met 2038. Op basis van bovenstaande overwegingen is door de gemeente en schoolbesturen gezamenlijk de prioritering van huisvestingsmaatregelen tot stand gekomen. Het is aan te bevelen om nader te onderzoeken of de bestaande gymvoorzieningen, die zich in de directe nabijheid van een school bevinden, ook in de planvorming voor renovatie of nieuwbouw moeten worden meegenomen.
5.2 Lopende projecten In het kader van de SUVIS regeling (specifieke uitkering ventilatie in scholen) zijn er zeven scholen die via de gemeente een subsidieverzoek bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hebben ingediend. De SUVIS subsidie is een subsidie op het gebied van ventilatie en overige duurzaamheidsmaatregelen. Het Rijk subsidieert maximaal 30% van de kosten, voor de overige 70% maken gemeente en het schoolbestuur afspraken. Gemeente en schoolbesturen hebben afgesproken dat de gemeente en het schoolbestuur ieder 35% van de kosten voor haar rekening nemen. De hoogte van de subsidie van het Rijk is gebonden aan een bepaald plafond, afhankelijk van het aantal leerlingen die de school bezoeken. Voor de RSG NoordoostVeluwe en basisschool de Krugerstee is ook een subsidieaanvraag ingediend, die is ingezet als onderdeel van het renovatiebudget. De cofinanciering door gemeente en schoolbestuur wordt hiermee gedekt door het totale renovatiebudget. De bijdrage van de gemeente wordt gedekt uit het stimuleringsfonds voor versnelling investeringen, gericht op o.a. de versterking van de lokale economie, dat onder de herstel- en stimuleringsagenda coronacrisis in het leven is geroepen. In onderstaand overzicht staan de scholen vermeld waarvoor subsidie is aangevraagd bij de RVO. De toegekende subsidiebedragen worden aan de gemeente uitgekeerd.
Als bijlage 3 zijn aan dit IHP de factsheets van de schoolgebouwen toegevoegd. Op de factsheets is voor elk schoolgebouw zichtbaar hoe de ventilatie in het schoolgebouw is beoordeeld door het schoolbestuur ten tijde van het invullen van de vragenlijst.
www.icsadviseurs.nl
34/47
Naam school
Begroting
SUVIS
Bijdrage schoolbestuur
€ 43.365
Bijdrage gemeente € 50.593
School met de Bijbel Oene
€ 144.552
School met de Bijbel Emst
€ 100.638
€ 30.191
€ 35.223
€ 35.223
De Krugerstee
€ 968.000
€ 150.000
renovatiebudget
renovatiebudget
De Violier
Ventilatie € 357.096 Overig € 285.817 Totaal € 642.913
€ 107.129 € 42.872 € 150.000
€ 124.984
€ 124.983 € 242.946 € 367.930
St. Bernardus
€ 62.505
€ 18.751
€ 21.876
€ 21.876
RSG Noord Oost Veluwe
€ 3.256.887
€ 420.000
renovatiebudget
renovatiebudget
Basisschool Anne de Vries
Ventilatie € 327.353 Overig € 214.463 Totaal € 541.816
€ 98.206 € 51.795 € 150.000
€ 114.574
€ 114.574 € 162.669 € 277.243
Totaal Tabel 19 Verbeteraanpak ventilatie scholen gemeente Epe
€ 50.593
€ 347250
In navolging op de verbeteraanpak van ventilatie in schoolgebouwen is er een ander lopend project te vermelden dat als huisvestingsmaatregel is te duiden. School W.G. van de Hulstschool
Knelpunten Gebrek aan ruimte
Huisvestingsmaatregelen Twee lokalen worden bijgebouwd in 2022
Tabel 20 Lopend project en huisvestingsmaatregelen
5.3 Maatregelen voor de korte termijn De volgende huisvestingsmaatregelen zijn voorzien in de periode 2023 – 2026. De genoemde jaartallen zijn een wensbeeld op basis van knelpunten van de huidige huisvesting. Genoemde projecten staan op volgorde weergegeven na te zijn geprioriteerd in overleg met schoolbesturen en de gemeente. De huisvestingsmaatregelen dienen in een businesscase integraal te worden onderzocht en uitgewerkt. School RSG Noord Oost Veluwe
De Sprenge Emst
Knelpunten Verouderde gebouwen
Kwaliteit en ruimteoverschot Het Mosterdzaadje Ruimtegebrek (zorgplicht) St. Bernardus Kwaliteit en leeftijd van het gebouw Nieuwe Wisselse school Kwaliteit en leeftijd van het gebouw Van der Reijdenschool Kwaliteit en leeftijd van het gebouw K. Norel school Kwaliteit en leeftijd van het gebouw Tabel 21 Huisvestingsmaatregelen tot en met 2026
www.icsadviseurs.nl
Huisvestingsmaatregelen Levensduurverlengende renovatie, inclusief verbetering ventilatie (SUVIS) Levensduurverlengende renovatie en oplossen van ruimteoverschot Uitbreiding ca. 220 m² BVO o.b.v. normatieve berekening Levensduurverlengende renovatie
Nieuwbouw voor de drie scholen samen op een nader te bepalen locatie
Start ontwikkeling 2022
2023 2023 2024
2025
35/47
5.4 Maatregelen voor de middellange termijn In onderstaande tabel staan de huisvestingsmaatregelen die zijn voorzien voor de middellange termijn, de periode tot en met 2030. De projecten staan in willekeurige volgorde weergegeven, prioritering dient in samenspraak tussen schoolbesturen en de gemeente te worden afgestemd en/of te worden besproken bij de eerstvolgende actualisatie van het IHP. De genoemde huisvestingsmaatregelen dienen in een businesscase integraal te worden onderzocht. School School met de Bijbel Emst Gildeschool De Violier
Basisschool Anne de Vries
Knelpunten Verouderd gebouw en ruimteoverschot Ontstaan van ruimtegebrek (zorgplicht) Duurzaamheid. Kwaliteit en leeftijd van het gebouw. Ontstaan van ruimtegebrek
Onzuinig en ruimteoverschot
Huisvestingsmaatregelen Levensduurverlengende renovatie en oplossen van ruimteoverschot Levensduurverlengende renovatie Uitbreiden met ca.130 m² BVO Levensduurverlengende renovatie Uitbreiden met ca. 288 m² BVO, of mogelijkheden onderzoeken om 261 m² BVO overig te gebruiken voor het ruimtetekort Levensduurverlengende renovatie en ruimteoverschot oplossen. Mogelijkheden onderzoeken voor huisvesten van ruimtetekort Gildeschool
Tabel 22 Huisvestingsmaatregelen tot en met 2030
5.5 Maatregelen voor de lange termijn In onderstaande tabel staan de huisvestingsmaatregelen die zijn voorzien voor de lange termijn, de periode tot en met 2038. De projecten staan in willekeurige volgorde weergegeven, prioritering dient in samenspraak tussen schoolbesturen en de gemeente te worden afgestemd en/of te worden besproken bij de actualisatie van het IHP. De genoemde huisvestingsmaatregelen dienen in een businesscase integraal te worden onderzocht. School ’t Hoge Land
Knelpunten Matige beoordeling, duurzaamheid, ruimteoverschot
Huisvestingsmaatregelen Levensduurverlengende renovatie en onderzoeken en eventueel oplossen van ruimteoverschot
’t Mozaïek
Onzuinig
Verduurzamen, levensduurverlengende renovatie
School met de Bijbel Oene De Sprenge Vaassen Gerardus Majella
Verouderd gebouw en ruimteoverschot
Levensduurverlengende renovatie en ruimteoverschot oplossen Nieuwbouw voor de twee scholen samen op een nader te bepalen locatie
Ruimteoverschot Kwaliteit van het gebouw
Tabel 23 Huisvestingsmaatregelen tot en met 2038
www.icsadviseurs.nl
36/47
5.6 Schoolgebouwen zonder huisvestingsmaatregelen Binnen de termijn van dit IHP zijn een aantal schoolgebouwen waarvoor geen huisvestingsmaatregelen nodig worden geacht. Dit betreft de volgende scholen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Montessori Sterrenschool Geerstraat, gebouwd in 1956, in 2019 gerenoveerd; W.G. van de Hulstschool; gebouwd in 2015; Hoge Weerdschool, gebouwd in 2015; De Krugerstee; oorspronkelijk bouwjaar1975, gerenoveerd tot nieuwbouwkwaliteit in 2021; De Bongerd, gebouwd in 2012. Het gebouw is in eigendom bij Woonstichting Triada.
www.icsadviseurs.nl
37/47
6. Financieel In hoofdstuk 5 is beschreven wat de scenario’s zijn voor de onderwijshuisvesting, voor de korte, middellange en lange termijn, om de geconstateerde knelpunten op te kunnen lossen. Om een goede en integrale afweging te kunnen maken, zijn in dit hoofdstuk de financiële consequenties inzichtelijk gemaakt. Eerst worden in paragraaf 6.1 de gestelde uitgangspunten benoemd die leiden tot de totale investeringskosten in paragraaf 6.2.
6.1 Uitgangspunten investeringskosten In de overzichten met investeringskosten voor de korte, middellange en lange termijn vanaf paragraaf 6.3.1 zijn de investeringen per huisvestingsmaatregel inzichtelijk gemaakt. Bij het bepalen van de investeringen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Algemeen ▪ ▪
Alle bedragen zijn indicatief, inclusief btw en prijspeil juli 2022; De bedragen zijn niet geïndexeerd.
Nieuwbouw ▪
▪ ▪
Voor investeringen in nieuwbouw en uitbreiding is een indicatief investeringskostenniveau toegekend naar schoolgrootte en afhankelijk van het toekomstig leerlingenaantal conform de leerlingenprognoses. De gemeentelijke investering per m² BVO voor het bekostigen van BENG is bepaald op basis van de kengetallen zoals opgenomen in tabel 23; De ruimtebehoefte bij nieuwbouw is afgeleid uit de huidige leerlingenprognose en gebaseerd op de gemiddelde behoefte voor de komende 15 jaar; Voor het bekostigen van aanvullende duurzaamheidsambities (ENG) is voor nieuwbouw gerekend met een bijdrage van € 150,- per m² BVO voor het schoolbestuur. Nieuwbouw Primair Onderwijs Per m² BVO (BENG-niveau) Tot 100 leerlingen, 600 m² speelplein € 3.550 Tot 200 leerlingen, 600 m² speelplein € 3.300 Tot 300 leerlingen, 600 m² speelplein € 3.200 300 of meer leerlingen, 600 m² speelplein € 3.050 Tabel 24 Investeringskosten Primair Onderwijs naar schoolgrootte
Renovatie ▪ ▪
Voor renovatie is uitgegaan van 70% van de investeringskosten voor nieuwbouw voor het bekostigen van BENG; Voor het bekostigen van aanvullende duurzaamheidsambities (ENG) is gerekend met een bijdrage van € 150,- per m² BVO voor het schoolbestuur.
Tijdelijke huisvesting en sloopkosten ▪ ▪
Voor tijdelijke huisvesting is uitgegaan van een investering van € 500,- per m² BVO/jaar. Uitgaande van de normatieve ruimtebehoefte op het moment van uitvoering; Bij nieuwbouw is voor de sloopkosten rekening gehouden met een bedrag van € 135,- per te slopen m² BVO.
Uitsluitingen ▪
Lopende boekwaarden en afboeken boekwaarde bij nieuwbouw;
www.icsadviseurs.nl
38/47
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪
Kosten voor aankoop grond en eventuele aanpassingen aan de infrastructuur/openbare ruimte; Contextuele factoren/locatiegebonden kosten; Verhuiskosten; Investeringen in accommodaties voor het bewegingsonderwijs. Deze investeringen vallen buiten de scope van het IHP; Investeringen in huisvesting voor kinderopvang en andere eventueel gezamenlijk in een multifunctionele accommodatie te huisvesten functies zijn niet in het IHP opgenomen. Deze investeringen vallen buiten de scope van het IHP en moeten worden gedekt uit andere middelen, zoals huuropbrengsten of investeringen uit andere programma’s; Kosten en baten bij het eventueel afstoten van locaties en gebouwen; Gemeentelijke plan- en apparaatskosten.
6.2 Uitvoeringsagenda en investeringen In deze paragraaf zijn de indicatieve investeringsbedragen weergegeven die voortkomen uit de huisvestingsmaatregelen in hoofdstuk 5.
6.2.1 Investeringen voor de korte termijn De investeringsbedragen in onderstaande tabel zijn gepland in de periode tot en met 2026. Op de investeringsbedragen zijn de onder 6.1 genoemde uitgangspunten van toepassing. Voor zover van toepassing zijn de sloopkosten en de kosten voor tijdelijke huisvesting apart weergegeven. School
Huisvestingsmaatregelen
RSG Noord Oost Veluwe
Levensduurverlengende renovatie Levensduurverlengende renovatie en oplossen van ruimteoverschot Uitbreiding ca. 220 m² BVO o.b.v. normatieve berekening Levensduurverlengende renovatie Nieuwbouw voor de drie scholen samen op een nader te bepalen locatie Sloopkosten Nieuwe Wisselse school Van der Reijdenschool K. Norel school
De Sprenge Emst
Het Mosterdzaadje St. Bernardus Nieuwe Wisselse school Van der Reijdenschool K. Norel school
Investering gemeente (BENG) € 11.918.50011
Investering schoolbestuur (toeslag ENG) Niet bekend
Boekwaarde 3112-2022 (i.g.v. sloop) -
€ 2.493.000
€ 162.000
-
€ 792.000
€ 33.500
-
€ 2.345.000
€ 153.000
-
€ 7.500.000
€ 370.000
€ 215.000 € 226.000 € 145.000 € 25.634.500
-
€ 63.726 € 241.000 € 344.358 € 649.084
Tabel 25 Investeringsbedragen voor de korte termijn De investering voor nieuwbouw voor de drie scholen Nieuwe Wisselse school, Van der Reijdenschool en K. Norel school is gebaseerd op de toekomstige ruimtebehoefte in 2037. De totaaloppervlakte voor de drie scholen samen is bepaald op 2.459 m² BVO en bestaat uit de ruimtebehoefte van elke school: ▪
Nieuwe Wisselse school: 396 m² BVO (ruimtebehoefte voor 39 leerlingen, inclusief oppervlakte voor een speellokaal);
11 De investeringskosten zijn geraamd door Kreator ontwikkelaars & adviseurs. Genoemd bedrag is op basis van de raming d.d. 31 maart 2022.
De berekening en genoemde werkzaamheden zijn door ICSadviseurs niet gecontroleerd en/of zijn de bedragen getoetst op marktconformiteit
www.icsadviseurs.nl
39/47
▪ ▪
▪
Van der Reijdenschool: 625 m² BVO (ruimtebehoefte voor 51 leerlingen, plus 90 m² BVO voor een speellokaal); Plus ruimtebehoefte voor Dr. A. Verschoorschool á 590 m² BVO (25 leerlingen). In de ruimtebehoefte voor de Dr. A. Verschoorschool is geen ruimte opgenomen voor een speellokaal en is uitgegaan van medegebruik van het speellokaal van de Van der Reijdenschool; K. Norel school: 758 m² BVO (ruimtebehoefte voor 111 leerlingen, inclusief oppervlakte voor een speellokaal).
Er is vanuit gegaan dat de scholen tot en met de oplevering van de nieuwbouw gebruik kunnen blijven maken van het eigen schoolgebouw, waardoor er geen kosten voor tijdelijke huisvesting zijn gerekend.
6.2.2 Investeringen voor de middellange termijn In onderstaande tabel zijn de investeringskosten weergegeven voor de projecten die voor de middellange termijn, tot en met 2030, worden voorzien. School
Huisvestingsmaatregelen
Investering gemeente (BENG)
School met de Bijbel Emst Gildeschool
Levensduurverlengende renovatie en oplossen van ruimteoverschot Levensduurverlengende renovatie Uitbreiden met ca.130 m² BVO Levensduurverlengende renovatie Uitbreiden ca. 288 m² BVO Levensduurverlengende renovatie en ruimteoverschot oplossen, huisvesten van ruimtetekort Gildeschool?
€ 1.675.000
Investering schoolbestuur (toeslag ENG) € 109.000
€ 2.742.000 € 384.000 € 3.385.000 € 1.023.000 € 3.132.000
€ 184.000 € 17.000 € 227.000 € 44.000 € 210.000
De Violier Basisschool Anne de Vries
€ 12.341.000 Tabel 26 Investeringsbedragen voor de middellange termijn
6.2.3 Investeringen voor de lange termijn In onderstaande tabel is een doorkijk gegeven van de projecten die voor de lange termijn, tot en met 2038 worden voorzien. School
Huisvestingsmaatregelen
’t Hoge Land
Levensduurverlengende renovatie en onderzoeken en eventueel oplossen van ruimteoverschot Verduurzamen, levensduurverlengende renovatie renovatie en ruimteoverschot oplossen Nieuwbouw voor de twee scholen samen op een nader te bepalen locatie Sloopkosten De Sprenge Vaassen Gerardus Majella
’t Mozaïek
School met de Bijbel Oene De Sprenge Vaassen Gerardus Majella
Investering gemeente (BENG) € 2.796.000
Investering schoolbestuur (toeslag ENG) € 188.000
€ 3.349.000
€ 225.000
€ 2.038.000
€ 133.000
€ 6.020.000
€ 283.000
€ 170.000 € 145.000 € 14.518.000
-
Boekwaarde 3112-2022 (i.g.v. sloop)
€ 238.897 € 295.121 € 534.018
Tabel 27 Investeringsbedragen voor de lange termijn
www.icsadviseurs.nl
40/47
De investering voor nieuwbouw voor de twee scholen De Sprenge Vaassen en Gerardus Majella is gebaseerd op de toekomstige ruimtebehoefte in 2037. De totaaloppervlakte voor de twee scholen samen is bepaald op 1.881 m² BVO en bestaat uit de ruimtebehoefte van elke school: ▪ ▪
De Sprenge Vaassen: 713 m² BVO (ruimtebehoefte voor 102 leerlingen, inclusief oppervlakte voor een speellokaal); Gerardus Majella: 1.168 m² BVO (ruimtebehoefte voor 191 leerlingen, inclusief oppervlakte voor een speellokaal).
Er is vanuit gegaan dat de scholen tot en met de oplevering van de nieuwbouw gebruik kunnen blijven maken van het eigen schoolgebouw, waardoor er geen kosten voor tijdelijke huisvesting zijn gerekend.
www.icsadviseurs.nl
41/47
7. Bouwheerschap, eigendom en eigendomsvormen Schoolbestuur en gemeente moeten gezamenlijk afspraken maken over wie het bouwheerschap van renovatie of nieuwbouw vervult en hoe de structuur voor eigendom en de daarmee samenhangende verantwoordelijkheden voor beheer en onderhoud zijn georganiseerd. Ook is het van belang vooraf na te denken hoe belanghebbenden worden betrokken en geïnformeerd bij de ontwikkeling en realisatie van renovatie of nieuwbouw. Afspraken hierover kunnen worden vastgelegd in de per project op te stellen businesscase.
7.1 Bouwheerschap Gemeente en schoolbesturen zien geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt uit de onderwijshuisvesting, dat het schoolbestuur het bouwheerschap voor renovatie of nieuwbouw vervult. Het schoolbestuur is daarmee in principe verantwoordelijk voor het ontwerp, de aanbesteding volgens de van toepassing zijnde aanbestedingswetgeving en het inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente alsmede voor de uitvoering van de werkzaamheden. Bij budgetoverschrijding alsmede uitloop op de planning en financiële consequenties buiten de invloedsfeer van het schoolbestuur treden de gemeente en schoolbestuur in overleg over eventuele bezuinigingen of budgetaanvulling. Reden hiervoor is dat het schoolbestuur vanwege het investeringsverbod geen middelen, die bestemd zijn voor onderwijs, mag besteden aan huisvesting en daarmee zelf een budgetoverschrijding niet mag betalen. In geval van de realisatie van een multifunctionele accommodatie waarin ook andere maatschappelijke voorzieningen worden gehuisvest, overleggen gemeente en schoolbestuur over de consequenties voor de afspraken over het bouwheerschap.
7.2 Eigendom, beheer en exploitatie Het uitgangspunt in de wetgeving is dat het schoolbestuur in principe eigenaar is van de onderwijshuisvesting (gebouw en terrein). Ook hiervoor staat het partijen vrij andere afspraken te maken en de eigendomsverhouding anders in te richten. De gemeente heeft het economisch eigendom (claimrecht): dit betekent dat zodra het bevoegd gezag aangeeft (een deel van) het gebouw of terrein niet langer voor de school te gebruiken, dat zij dan het eigendom d.m.v. een akte overdraagt aan het college van B&W. Kinderopvang is een commerciële functie die in feite losstaat van onderwijs. Doorgaans huurt de kinderopvangorganisatie voor een lange termijn van de gemeente of schoolbestuur. Ook is het mogelijk dat de kinderopvangorganisatie zelf eigenaar is van het kinderopvanggedeelte binnen het gebouw. Wanneer een school en een kinderopvang in één gebouw zijn gevestigd, ontstaat de vraag op welke wijze het eigendom moet worden georganiseerd, en zijn onderstaande modellen denkbaar. In alle gevallen dient specifieke aandacht te zijn en rekening te worden gehouden met het Didam-arrest. Wij adviseren juridisch te laten toetsen of bij het verhuren van ruimten aan een kinderopvangorganisatie aanbesteed moet worden. ▪ ▪ ▪ ▪
Schoolbestuur als eigenaar; Gemeente als eigenaar; Gesplist eigendom; Derde als eigenaar.
Deze modellen worden hieronder toegelicht.
www.icsadviseurs.nl
42/47
7.2.1 Schoolbestuur als eigenaar Partijen kunnen ervoor kiezen om het juridisch eigendom van het schoolgebouw te laten bij het schoolbestuur. Het schoolbestuur verhuurt de ruimte aan de kinderopvangorganisatie conform de bepalingen in de Wet op Primair Onderwijs (WPO) en huisvestingsverordening. Ter dekking van de investering van het gedeelte voor kinderopvang draagt het schoolbestuur het investeringsdeel van de huur af aan de gemeente. Hierbij is het schoolbestuur gehouden op grond van de Wet Markt en Overheid een kostprijsdekkende huur in rekening te brengen. De gebruikers (schoolbestuur en kinderopvangorganisatie) maken onderling afspraken over de verrekening van de exploitatielasten. Voordelen: ▪ ▪
Het schoolbestuur heeft zelf regie over haar huisvesting en is daarin niet afhankelijk van de gemeente. Leegstandsrisico als gevolg van leerlingendaling ligt bij het schoolbestuur; Wijzigingen in ruimtegebruik tussen de school en kinderopvang onderling kunnen eenvoudig worden gewijzigd door aanpassing van de afspraken over huur en medegebruik en vergoeding van het investeringsdeel aan de gemeente en de exploitatielasten aan schoolbestuur.
Nadelen: ▪ ▪
▪
De huurbescherming van de kinderopvangorganisatie is beperkt, omdat de huur kan worden beëindigd wanneer de ruimte benodigd is voor onderwijs; Op grond van de bepalingen van medegebruik en verhuur in de verordening kan de gemeente alleen een afdracht vragen aan het schoolbestuur ter dekking van de kapitaallasten voor de ruimte voor kinderopvang, die beperkt is tot de (aantoonbare) investeringen die door de gemeente zijn gedaan om de ruimte geschikt te maken voor kinderopvang; Het leegstandsrisico voor de kinderopvang-ruimten ligt bij het verhurend schoolbestuur.
7.2.2 Gemeente als eigenaar Partijen kunnen er ook voor kiezen het juridisch eigendom onder te brengen bij de gemeente. De gemeente geeft de onderwijsruimte in gebruik aan het schoolbestuur en gemeente en het schoolbestuur maken afspraken over de vergoeding van de exploitatielasten. De gemeente verhuurt de kinderopvangruimte aan de kinderopvangorganisatie. Deze ruimte maakt geen onderdeel uit van de onderwijsruimte. Wanneer de gemeente eigenaar is van het gebouw, is de gemeente verantwoordelijk voor het technisch onderhoud. Zij kan deze verantwoordelijkheid doorleggen naar het schoolbestuur. Gemeente en schoolbestuur maken dan onderling afspraken over het beheer en onderhoud. Zij kunnen hiervoor een beheercommissie inrichten en de afspraken vastleggen in een overeenkomst. Een andere optie is dat er voor het beheer een beheerentiteit (bijvoorbeeld een stichting) wordt opgericht. De penvoerder of de beheerentiteit gaat serviceovereenkomsten aan met de (overige) gebruikers, waarin afspraken worden gemaakt over de diensten en zaken die partijen krijgen geleverd en de vergoeding die hier tegenover staat. De keuze voor een beheerentiteit wordt relevanter naarmate de omvang van de accommodatie toeneemt. Zeker als er sprake is van vergaande samenwerking ten aanzien van activiteiten, gezamenlijk gebruik van ruimten en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor kosten.
Bij een beheerentiteit moet er rekening worden gehouden met oprichtingsen instandhoudingskosten. Voordelen: ▪ ▪ ▪
De ruimte voor de kinderopvang kan door de gemeente tegen marktconforme huur worden verhuurd aan de kinderopvangorganisatie; De gemeente bepaalt welke organisaties van het IKC gebruikmaken en kan de huurprijzen in overeenstemming brengen met haar huurprijsbeleid en met de Wet Markt en Overheid; Wijzigingen in ruimtegebruik kunnen eenvoudig worden gewijzigd door aanpassing van de afspraken over verhuur, medegebruik en vergoeding van de exploitatielasten.
www.icsadviseurs.nl
43/47
Nadelen: ▪ ▪
Het schoolbestuur heeft geen volledige regie over haar huisvesting; De financiële exploitatierisico’s en leegstandsrisico’s liggen bij de gemeente. De gemeente kan de exploitatierisico’s middels te maken exploitatieafspraken (deels) doorleggen naar het schoolbestuur door de onderwijshuisvesting in gebruik te geven als ware het eigendom van het schoolbestuur.
7.2.3 Gesplitst eigendom Een andere optie is om het eigendom te splitsen en de partijen ieder een aandeel in het eigendom te geven middels het uitgeven van appartementsrechten. Bij splitsing in appartementsrechten ontstaat van rechtswege een VvE (Vereniging van Eigenaren). Het deel voor de kinderopvang kan eigendom zijn van de kinderopvangorganisatie, of eigendom zijn van de gemeente die de ruimte tegen marktconforme huur verhuurt aan de kinderopvangorganisatie. Wanneer sprake is van ‘ondeelbare’ voorzieningen, zoals gezamenlijke ruimten, de grond onder het gebouw, constructiedelen en verkeersruimten, dan moet een VvE worden opgericht. Afspraken over gezamenlijk gebruik en kosten van gezamenlijke voorzieningen worden vastgelegd in de splitsingsakte en het reglement van de VvE. De splitsing wordt bij notariële akte vastgelegd. De VvE heeft een eigen bestuur, dat beslist over het gezamenlijk deel. De VvE is verantwoordelijk voor het technisch onderhoud, tenzij zij dat via een beheerovereenkomst bij één of meerdere partijen neerlegt. Ook wordt het facilitair beheer voor de gezamenlijke ruimten onderbracht in de VvE. Bij splitsing in appartementsrechten kunnen de onderdelen gericht worden geleverd aan het schoolbestuur, gemeente (ten behoeve van verhuur aan kinderopvang) en/of kinderopvang (eigendom).
Voor de kinderopvang kan dan een separaat appartementsrecht worden gecreëerd dat in eigendom zal blijven bij de gemeente. De gemeente verhuurt dat appartementsrecht dan aan de kinderopvangorganisatie. In aanvulling daarop kan eventueel worden gekozen voor een 'flexibele ruimte' binnen het appartementsrecht dat bij de gemeente in eigendom blijft. Zo zouden enkele centraal in het gebouw gelegen lokalen onderdeel kunnen worden gemaakt van het appartementsrecht van de gemeente, waarna de gemeente bruikleenovereenkomsten aangaat met één van de gebruikers. Als voor splitsing in appartementen wordt gekozen, is het verstandig voorafgaand aan de splitsing nauwkeurig stil te staan bij de mogelijkheden met betrekking tot beheer, onderhoud, gemeenschappelijke ruimten en dergelijke. Na het effectueren van de splitsing liggen de afspraken vast. Voordelen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Partijen zijn eigenaar van hun eigen huisvesting en delen de verantwoordelijkheid over het geheel; De ruimte voor de kinderopvang kan door de gemeente als eigenaar tegen marktconforme en kostprijsdekkende huurprijs worden verhuurd aan de kinderopvangorganisatie; Het beheer kan worden ondergebracht in de VvE, er is daardoor geen aparte beheerentiteit nodig; De splitsing in appartementsrechten dwingt partijen vooraf goed na te denken over de toekomstige constructie; Op een VvE is dwingend recht van toepassing, daarmee liggen de uitgangspunten voor een belangrijk deel wettelijk vast, waardoor het niet nodig is deze nog separaat vast te leggen; Bij terugloop van het leerlingenaantal of kinderopvang heeft iedere partij het exploitatierisico over zijn eigendom.
Nadelen: ▪
▪ ▪
Regie en zeggenschap over het eigendom van het gebouw als geheel is er niet. Wijze van zeggenschap (stemrecht en aandeel) is vastgelegd in de statuten van de VvE. Verschuiving van ruimtegebruik tussen gebruikers laat zich lastig formaliseren bij splitsing middels appartementsrechten. Dit vergt overdracht van een deel van het eigendom en aanpassing van de splitsing bij notariële akte; Het splitsen van het gebouw en het inrichten van een VvE leidt tot transactiekosten (o.a. kosten voor een notaris); Na het effectueren van de splitsing liggen de afspraken vast, waarmee het niet mogelijk is af te wijken van de gestelde bepalingen.
www.icsadviseurs.nl
44/47
7.2.4 Derde als eigenaar Het is ook mogelijk het eigendom bij een derde onder te brengen. Hierbij kan worden gedacht aan een op te richten entiteit, zoals een stichting. Deze derde verhuurt de ruimten of geeft deze ruimten in gebruik. De verantwoordelijkheid voor het technische gebouwbeheer ligt bij de eigenaar. Het ligt voor de hand om ook (delen) van het facilitair beheer eventueel d.m.v. aanbesteding, voor zover dat de gezamenlijke ruimten betreft, onder te brengen bij de derde. Voordelen: ▪
▪ ▪ ▪
De derde kan, onder garantstelling van de gemeente, tegen gunstige voorwaarden een lening afsluiten voor de financiering van de nieuwbouw. De lasten voor de gemeente kunnen hierdoor lager zijn dan de op basis van de rekenrente bepaalde kapitaallasten wanneer de gemeente de investering financiert; De derde kan ruimte voor kinderopvang verhuren tegen een marktconforme huurprijs; Gebruiksafspraken kunnen worden vastgelegd in verhuurovereenkomsten tussen de derde en gebruikers, wijzigingen in gebruik kunnen worden aangepast in overeenkomsten; Leegstandsrisico ligt bij derde (in geval van een op te richten stichting indirect bij de gemeente vanwege de garantstelling).
Nadelen: ▪
Aanpassingen van de huisvesting moet door, of in overleg met de derde worden uitgevoerd.
7.3 Advies De gemeente Epe streeft ernaar om vanuit haar vastgoedbeleid de verantwoordelijkheid voor de gebouwexploitatie bij de schoolbesturen of derden onder te brengen. De gemeente neemt hierin een regierol in. Om regie te hebben op de invulling van verhuur aan andere partijen zoals een kinderopvangorganisatie, heeft het de voorkeur om de betreffende ruimten in eigendom te houden bij de gemeente (met inachtneming van het Didam-arrest). De meest passende vorm is dat eigendom bij de gemeente en ingebruikgeving van onderwijsruimten als ware het eigendom van het schoolbestuur. Schoolbestuur maakt met evt. andere gebruikers afspraken over beheer en onderhoud.
www.icsadviseurs.nl
45/47
8. Slotsom en aanbevelingen 8.1 Slotsom Het voorliggende IHP is met een nauwgezet proces en in constructief overleg met de gemeente, de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties tot stand gekomen. Het afsprakenkader dat gezamenlijk is opgesteld, geeft een helder perspectief voor de huisvesting van het onderwijs in de gemeente Epe. Dit afsprakenkader bevat tevens concrete spelregels voor de uitvoering van de plannen binnen dit IHP. Met de uitvoering van dit IHP worden daarnaast de grootste knelpunten in de huisvesting opgelost en duidelijke keuzes gemaakt per gebied of kern. Na de realisatie kan de kwaliteit van het overgrote deel van de schoolgebouwen in de gemeente als goed worden aangemerkt.
8.2 Aanbevelingen Onze aanbevelingen zijn onderverdeeld in twee categorieën: (1) aanbevelingen voor het proces en (2) aanbevelingen voor de realisatie van projecten in het IHP. Proces ▪ ▪ ▪
▪
Voer om de vier jaar een actualisatie uit van het IHP. Maak daarbij duidelijke procesafspraken; Stel om de twee jaar een leerlingenprognose op en monitor vraag en aanbod (ruimtebehoefte en capaciteit); Hanteer de gemaakte factsheets door deze tweejaarlijks te actualiseren qua ruimtegebruik en beoordeling van de gebouwen. Dit is tevens een mooi instrument om de gemeenteraad op de hoogte te houden van de vorderingen en resultaten vanuit het IHP; Stel een uitvoeringsplan op waarin omschreven staat welke stappen dienen te worden gezet, wie welke rol daarbij heeft en welke planning wordt aangehouden. Het uitvoeringsplan wordt vastgesteld door de raad. Het uitvoeringsplan en de voortgang van de realisatie van het IHP dienen jaarlijks terugkerend tussen gemeente en schoolbesturen te worden besproken tijdens een OOGO.
Realisatie IHP projecten Voer businesscases uit voor de scholen waarvoor in het kader van het IHP denkrichtingen voor scenario’s zijn geformuleerd. In de businesscase dient een definitieve afweging te worden gemaakt tussen renovatie en nieuwbouw, zie paragraaf 3.4 met het afwegingskader renovatie en nieuwbouw; ▪
▪
▪
Bepaal in gezamenlijkheid, de gemeente, het schoolbestuur, kinderopvang en eventueel andere te betrekken functies, de exacte omvang van het schoolgebouw in de voorbereidingsfase van het project, afgestemd op de actuele leerlingenaantallen en leerlingenprognose en eventuele andere te betrekken voorzieningen; Voer locatieonderzoeken uit ten behoeve van het clusteren van meerdere scholen en/of te koppelen voorzieningen op één locatie om vast te stellen welke locatie geschikt is voor het huisvesten van meerdere scholen, eventueel opvang en andere voorzieningen. Voer deze onderzoeken uit in nauwe samenwerking tussen de gemeente, het schoolbestuur, de opvangpartner en andere aanbieders van voorzieningen. Gelet op de in ontwikkeling zijnde accommodatievisie voor de gemeente Epe, kunnen koppelkansen voor het samenwerken en/of samen huisvesten met andere (maatschappelijke) functies in het onderzoek worden meegenomen; Communiceer gezamenlijk, de gemeente en de schoolbesturen, over de huisvestingsplannen richting betrokkenen. De realisatie van het huisvestingsplan heeft namelijk impact op leerlingen, ouders en omwonenden.
www.icsadviseurs.nl
46/47
De hoogste kwaliteitseisen aan onze dienstverlening. Een goed gebouw begint met het beste idee. Colofon Datum: Auteur(s):
14 november 2022 Remco Bresser en Jarno Thole
info@icsadviseurs.nl 088 - 235 04 27
www.icsadviseurs.nl www.icsadviseurs.nl
47/47 Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV
Bijlagendocument bij Integraal Huisvestingsplan onderwijs 2023 - 2038 Gemeente Epe
www.icsadviseurs.nl
Opdrachtgever Gemeente Epe
Datum 14 november 2022
Referentienummer 22110089 - 20221114
Auteur(s) Remco Bresser Jarno Thole
│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV
Inhoudsopgave Bijlage 1 – Leerlingenprognoses Bijlage 2 – Introductie en leeswijzer factsheets Bijlage 3 – Factsheets schoolgebouwen Bijlage 4 – Kansenkaarten
www.icsadviseurs.nl
Bijlage 1 – Leerlingenprognoses
www.icsadviseurs.nl
Leerlingenprognose en ruimtebehoefte basisonderwijs 2022 Gemeente Epe
In opdracht van de gemeente Epe, januari 2022
© 2022 Pronexus - Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen, verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande toestemming van de uitgever en bronvermelding. Aan deze uitgave is uiterste zorg besteed, desondanks kan niet worden ingestaan voor de feitelijke juistheid of volledigheid van de opgenomen gegevens. In geen geval kan er een juridische basis aan worden ontleend.
Leerlingenprognose en ruimtebehoefte basisonderwijs 2022 | Gemeente Epe
Inhoudsopgave 1.
Samenvatting ........................................................................................................ 1
2.
Inleiding ................................................................................................................ 2
2.1 2.2
Doelstelling en werkwijze ......................................................................................... 2 Totstandkoming en opzet rapportage ......................................................................... 2
3.
Beschrijving van de gevolgde werkwijze ..................................................................... 3
3.1 3.2 3.3 3.4
Werkwijze binnen G4PRO ......................................................................................... 3 GBPRO: prognosemethodieken ................................................................................. 3 G4PRO : de uitsplitsing naar herkomstgebieden .......................................................... 4 Uitgangspunten voor de gemeente Epe ...................................................................... 5
4.
De prognose van de basisgeneratie ........................................................................... 6
4.1 4.2
Gehanteerde methodieken ....................................................................................... 6 Grafische weergave van de basisgeneratieprognose ..................................................... 6
5.
De leerlingenprognoses ........................................................................................... 7
5.1 5.2
Gehanteerde methodieken ....................................................................................... 7 Prognoseresultaten in tabelvorm ............................................................................... 7