CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

669518 Rapport IHP Epe incl bijlagendocument

Gemeenteraad 23 februari 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststellen van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen periode 2023-203847.642 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Integraal Huisvestingsplan onderwijs 2023 - 2038 Gemeente Epe

www.icsadviseurs.nl

Opdrachtgever Gemeente Epe

Datum 14 november 2022

Referentienummer 22110089 - 20221114

Auteur(s) Remco Bresser Jarno Thole

1/47 BV │ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

Inleiding

4

1.1

Aanleiding

4

1.2

Proces

4

1.3

Leeswijzer

5

Scope

6

2.1

Scope van het IHP

6

2.2

Status

6

2.3

Wettelijke zorgplicht

6

2.4

Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs

7

Kwaliteitskader

8

3.1

Visie op kinderen en jongeren

8

3.2

Visie op huisvesting en financiën

9

3.3

Samenwerken

12

3.4

Afwegingskader renovatie of nieuwbouw

12

3.5

Van visie naar IHP

13

3.6

Indicatieve bekostigingssystematiek IHP

14

Onderwijshuisvesting Epe

15

4.1

Feiten en cijfers

15

4.2

Vraag en aanbod

17

4.2.1

Leerlingenprognoses

17

4.2.2

Ruimtebehoefte

18

4.3

Inzicht en beoordeling van de schoolgebouwen

21

4.4

Schoolgebouwen in de gemeente Epe

22

4.4.1

Epe Noord

22

4.4.2

Epe Zuid

25

4.4.3

Vaassen

27

4.4.4

Emst

30

4.4.5

Oene

32

De inhoud van deze uitgave is eigendom van ICS adviseurs B.V. te Zwolle. Enkel de opdrachtgever waarmee ICS adviseurs B.V. een overeenkomst is aangegaan, heeft een gebruiksrecht voor deze uitgave. De inhoud en omvang van dat gebruiksrecht zijn vastgelegd in de algemene voorwaarden van ICS adviseurs B.V., gedeponeerd bij de Rechtbank Overijssel onder nummer 9/2021, dan wel in de overeenkomst zoals hiervoor bedoeld. Elk ander gebruik van deze uitgave, door opdrachtgever en of derden is uitgesloten, inhoudende dat niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, via internet, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van ICS adviseurs B.V.

www.icsadviseurs.nl

2/47

5.

6.

7.

Projecten in het IHP 5.1

Prioritering

34

5.2

Lopende projecten

34

5.3

Maatregelen voor de korte termijn

35

5.4

Maatregelen voor de middellange termijn

36

5.5

Maatregelen voor de lange termijn

36

5.6

Schoolgebouwen zonder huisvestingsmaatregelen

37

Financieel

38

6.1

Uitgangspunten investeringskosten

38

6.2

Uitvoeringsagenda en investeringen

39

6.2.1

Investeringen voor de korte termijn

39

6.2.2

Investeringen voor de middellange termijn

40

6.2.3

Investeringen voor de lange termijn

40

Bouwheerschap, eigendom en eigendomsvormen

42

7.1

Bouwheerschap

42

7.2

Eigendom, beheer en exploitatie

42

7.2.1

Schoolbestuur als eigenaar

43

7.2.2

Gemeente als eigenaar

43

7.2.3

Gesplitst eigendom

44

7.2.4

Derde als eigenaar

45

7.3

8.

34

Advies

Slotsom en aanbevelingen

45

46

8.1

Slotsom

46

8.2

Aanbevelingen

46

Bijlagen 1. Leerlingenprognoses 2. Introductie en leeswijzer factsheets 3. Factsheets schoolgebouwen 4. Kansenkaarten

www.icsadviseurs.nl

3/47

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Gemeente Epe heeft in 2019 samen met de in de gemeente vertegenwoordigde schoolbesturen en kinderopvangorganisaties een gezamenlijke visie opgesteld voor het onderwijs en daaraan gelieerde functies in de gemeente Epe. De resultaten van dit proces zijn verwoord in het document ‘Koers Duurzame Kindvoorzieningen’ d.d. 21 maart 2019. In dit koersdocument is naast de visie en het beleidskader voor de kindvoorzieningen ook het perspectief geschetst voor de zes Eper gebieden en zijn de vervolgstappen voor de realisatie van een Expertisecentrum weergegeven. Gemeente Epe wil de Koers Duurzame Kindvoorzieningen uitwerken in een Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor het primair en voortgezet onderwijs. Het IHP moet een zo compleet mogelijk beeld geven van de stand van zaken en ontwikkelingen op het gebied van de onderwijshuisvesting in de gemeente. Ook moet het IHP meerjarig inzicht geven in de investeringen die nodig zijn om de onderwijshuisvesting aan te laten sluiten bij de behoefte. Op basis van het IHP kunnen gemeente en schoolbesturen proactief huisvestingsbeleid voeren, strategische keuzes maken en besluiten integraal afwegen.

Tevens wordt met het IHP aangesloten op een aantal actuele landelijke ontwikkelingen, zoals het klimaatakkoord en de op basis van het voorstel van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), PO-raad en VO-raad in ontwikkeling zijnde wetswijziging over onderwijshuisvesting. In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld gemeenten te verplichten in samenspraak met de schoolbesturen een IHP voor een langere periode op te stellen. Daarbij wordt gedacht aan een periode van ten minste 16 jaar.

1.2 Proces Voorliggend rapport betreft het Integraal Huisvestingsplan (IHP) onderwijshuisvesting voor de gemeente Epe voor de periode 2023-2038. Het IHP is in samenwerking met de gemeente Epe en onderstaande schoolbesturen tot stand gekomen: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Stichting Proo; Stichting Procon; Veluwse Onderwijsgroep; Stichting Jenaplanonderwijs Epe; Vereniging tot Stichting en Instandhouding ener Christelijke school te Oene; Vereniging Tot stichting en instandhouding van een School met de Bijbel Emst; Vereniging voor Evangelisatie Het Mosterdzaadje te Gortel, gemeente Epe; Stichting Volare; Stg Openbaar Voortgezet Onderwijs Noordoost Veluwe.

Ook hebben kinderopvang- en een welzijnsorganisatie bijgedragen aan de inhoud van dit IHP, het gaat om de volgende organisaties: ▪ KOM kinderopvang; ▪ Koppel-Swoe Kinderopvang en welzijn. ICSadviseurs begeleidde het proces en bracht de informatie samen in een gefaseerde aanpak. De volgende processtappen zijn gemaakt: ▪ Inventarisatie: voor alle schoollocaties zijn de basisgegevens geïnventariseerd middels een vragenlijst aan de schoolbesturen. Daarnaast geven schoolbesturen ook een eigen beoordeling per gebouw middels een score op kwaliteit. Deze informatie vormt de input voor een gedetailleerde factsheet per schoollocatie. Als onderdeel van de inventarisatie is in een bilateraal gesprek met het schoolbestuur de lokale context per schoollocatie verkend.

www.icsadviseurs.nl

4/47

▪

▪

▪

▪

Visie op onderwijs(huisvesting): met alle schoolbesturen en de gemeente zijn in meerdere werkbijeenkomsten de actuele en relevante thema’s uit de Koers Duurzame Kindvoorzieningen verkend en besproken. De uit de opbrengsten van deze sessies opgestelde visie vormt de basis voor scenario’s en uitvoering. Analyse: in kansenkaarten zijn de basisinformatie (factsheets), lokale context (interviews) en visie samengekomen. Ook de beoordeling van de schoollocaties komt terug in de kansenkaarten. De kansenkaarten zijn op kern- of gebiedsniveau gepresenteerd en geven de kansen en knelpunten weer. Per school zijn mogelijke scenario’s weergegeven en besproken. Scenario’s: op basis van de kansenkaarten zijn scenario’s en een prioritering in één van de tijdvakken van het IHP gemaakt. Hierbij is voor zover mogelijk gezocht naar natuurlijke momenten voor mogelijke verduurzaming van schoolgebouwen. Financiën en uitvoeringsagenda: de scenario’s zijn vertaald naar indicatieve investeringskosten en in één van de tijdvakken gepland.

1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de scope van het IHP. Hoofdstuk 3 bevat de visie op onderwijs en onderwijshuisvesting. Thema’s als onderwijsaanbod, spreiding, duurzaamheid, het begrip ‘renovatie’, gezondheid en de vorming van Kindcentra zijn in de visie en het daaruit gedestilleerde kwaliteitskader verwoord. Hoofdstuk 4 gaat in op de basisinformatie. Voor elke locatie is de huidige situatie in beeld gebracht en is op basis van leerlingenprognoses de ontwikkeling van de ruimtebehoefte inzichtelijk gemaakt. In hoofdstuk 5 komen de huisvestingsmaatregelen aan bod en is beschreven hoe tot prioritering van de projecten is gekomen. De huisvestingsmaatregelen zijn per school genoemd voor de korte, middellange en lange termijn. Hoofdstuk 6 is het financiële hoofdstuk en beschrijft allereerst de uitgangspunten van de gehanteerde investeringskosten. De in hoofdstuk 5 genoemde huisvestingsmaatregelen zijn vertaald naar investeringskosten en per project is inzichtelijk welke investeringskosten er per project zijn geraamd. Hoofdstuk 7 gaat over het bouwheerschap, eigendom en eigendomsvormen. Er zijn verschillende eigendomsvormen genoemd met bijbehoren voor- en nadelen voor bijvoorbeeld het beheer en/of de exploitatie.

www.icsadviseurs.nl

5/47

2. Scope 2.1 Scope van het IHP De scope van dit Integraal Huisvestingsplan betreft alle schoolgebouwen voor scholen in het basis- en voortgezet onderwijs in de gemeente Epe. De voorzieningen voor bewegingsonderwijs vallen buiten de scope en zijn niet meegenomen in dit IHP. Het IHP geeft een financieel meerjarenperspectief voor de periode van 2023 tot en met 2038. De planning is verdeeld in drie tijdvakken. Voor het eerste tijdvak van vier jaar is de planning concreet, voor de twee perioden daarna van respectievelijk vier en acht jaar worden een doorkijk en raming gegeven. Gezien de langere planhorizon is voor de tweede en derde periode niet in detail vast te stellen wat de aard en omvang van de voorzieningen zijn. Het IHP wordt met regelmaat geactualiseerd, waarbij telkens de eerstkomende vier jaar worden geconcretiseerd.

2.2 Status Dit IHP legt de basis voor het treffen van voorzieningen in de onderwijshuisvesting. Het IHP is in gezamenlijkheid tussen gemeente Epe en schoolbesturen tot stand gekomen. Aan de hand van in dit IHP – en in eventueel geactualiseerde versies – genoemde scenario’s kunnen schoolbesturen een voorziening aanvragen die vervolgens door de gemeente Epe worden getoetst. De uitvoeringsagenda in dit IHP is, in ieder geval voor het eerste tijdvak van 4 jaar, leidend voor de aanvragen en uitvoering. Voor alle projecten voortvloeiend uit dit IHP wordt op initiatief van de gemeente Epe een businesscase opgesteld die wordt behandeld in het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) en intern binnen de gemeente Epe. Zodra het IHP is vastgesteld en het project akkoord is bevonden door de gemeente Epe kan het voorbereidingskrediet worden afgegeven en kan worden gestart met de planvorming.

2.3 Wettelijke zorgplicht De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende en kwalitatief goede huisvesting voor het onderwijs en bewegingsonderwijs. Daarnaast heeft de gemeente een rol in het in stand houden van het openbaar onderwijs. De zorgplicht is verankerd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) en de Wet op de Expertise Centra (WEC). De gemeente heeft een zorg voor (vervangende) nieuwbouw, uitbreiding, eerste inrichting en onderwijsleerpakketten, herstel van constructiefouten en herstel en vervanging bij schade door bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld vandalisme of schade door weersomstandigheden). Gemeenten ontvangen via de algemene uitkering uit het Gemeentefonds van het Rijk financiële middelen om te kunnen voldoen aan deze zorgplicht. De gemeente is vrij om deze middelen naar eigen inzicht te besteden en weegt daarvoor de investeringen in onderwijshuisvesting af tegen haar andere taken en verantwoordelijkheden. De schoolbesturen gaan over de inhoud van het onderwijs en zijn verantwoordelijk voor onderhoud, aanpassingen, exploitatie en beheer van de onderwijshuisvesting. Hiervoor ontvangen zij middelen van het Rijk, de zogenaamde materiële instandhoudingsvergoeding (ook wel de MI-vergoeding).

Met ingang van 1 januari 2023 gaat de vereenvoudiging bekostiging van het primair onderwijs van start en vervalt de MI-vergoeding. Scholen ontvangen na een overgangsperiode een basisbekostiging voor het kalenderjaar, in plaats van een bekostiging voor een schooljaar. Er zijn dan geen aparte budgetten meer voor personele en materiële bekostiging. De basisbekostiging bestaat uit een bedrag per leerling en een bedrag per school en wordt waar nodig aangevuld met aanvullende bekostiging. In de huidige wetgeving is renovatie geen gemeentelijke verantwoordelijkheid. Momenteel wordt een wetsvoorstel opgesteld waarin renovatie, die de levensduur van een gebouw met minimaal 25 jaar verlengt, is opgenomen als voorziening in huisvesting.

www.icsadviseurs.nl

6/47

Anticiperend op de komende wetswijziging stelt Gemeente Epe dat renovatie, met een levensduurverlenging van minimaal 25 jaar of 40 jaar, een alternatief is voor nieuwbouw en daarom een taak voor de gemeente is. Tegen welke kosten het schoolgebouw kan worden gerenoveerd en in welke mate een levensduurverlenging van minimaal 25 of 40 jaar kan worden bewerkstelligd, moet blijken uit een businesscase per project.

2.4 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs De lokale verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs uit 2015 legt de grondslag voor het aanvragen en toetsen van voorzieningen en processen. De totstandkoming van scenario’s in dit IHP zijn getoetst aan de regelgeving in de verordening.

www.icsadviseurs.nl

7/47

3. Kwaliteitskader Het onderwijs binnen de gemeente Epe heeft de ambitie om samen met partners te werken aan duurzaam en kwalitatief goed onderwijs voor kinderen en jongeren van 0 tot 23 jaar. Goed onderwijs is een belangrijk fundament in de samenleving en moet voor ieder kind, ongeacht afkomst, religie of status bereikbaar zijn. Schoolbesturen, kinderopvangorganisaties, zorgorganisaties, welzijnswerk en de gemeente Epe werken samen aan een brede ontwikkeling van kinderen. Samen stelden zij de Koers Duurzame Kindvoorzieningen (2019) op. Deze Koers is de basis voor dit IHP, de visie neemt de relevante thema’s en koersen over. Samenwerken, vanuit meerdere disciplines, is voor Epe van groot belang. Alleen samen zijn voorzieningen in stand te houden en is de kwaliteit van die voorzieningen te waarborgen. Dat betekent ook dat maatwerk geboden is; niet alle situaties zijn even vanzelfsprekend en soms liggen er andere belangen dan de regels en normen voorschrijven. Samen voor goede kindvoorzieningen in Epe. In dit hoofdstuk is de visie op het onderwijs en onderwijshuisvesting opgenomen. In samenspraak met de gemeente Epe, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties is de visie opgesteld en vervolgens vastgesteld tijdens een gezamenlijke bijeenkomst op 15 februari 2022.

3.1 Visie op kinderen en jongeren Half-pipe Het doel binnen de gemeente is om de schotten die er van oudsher tussen sectoren zijn te slechten. Onderwijs, opvang, zorg en welzijn werken samen in het belang van het kind en van jongeren. Instanties staan in verbinding met het kind en met ouders om zodoende samen en integraal bij te dragen aan de ontwikkeling van het kind. Thuisnabij onderwijs De gemeente Epe bestaat uit vier kernen (Epe, Vaassen, Emst en Oene) verspreid over een groter gebied. Om het onderwijs voor ieder kind toegankelijk te maken is een goede spreiding van voorzieningen over de kernen van belang. Voorzieningen zijn bereikbaar en betaalbaar. De school is het hart van een wijk, buurt of kern. In samenwerking met buurtverenigingen, gebiedsregisseurs, wijkagenten en andere partners worden scholen daadwerkelijk ontmoetingsplekken en zijn voor iedereen toegankelijk. Demografische ontwikkelingen De afgelopen jaren was krimp in de gemeente Epe een belangrijk thema en daarmee ook de druk op maatschappelijke voorzieningen.

Echter, de coronapandemie zorgt landelijk voor een geboortegolf.1 Voor de gemeente Epe wordt vooralsnog grofweg een stabilisatie verwacht.2 Belangrijk voor gemeente, schoolbesturen en kindpartners is dat, ongeacht de demografische ontwikkelingen, de kwaliteit van voorzieningen hoog moet blijven om kinderen naast de spraak- en taalontwikkeling en cognitieve ontwikkeling zich ook op sociaal-emotioneel vlak te laten ontwikkelen. Samenwerking met andere partners en voorzieningen biedt een oplossing om die kwaliteit te blijven waarborgen. Een te beperkte omvang kan ertoe leiden dat sommige voorzieningen misschien niet meer levensvatbaar zijn, anderzijds vraagt een mogelijke toename van kinderen om meer ruimte of creatieve oplossingen. Flexibel bouwen en onderlinge uitwisseling van ruimtes bieden hiertoe de oplossing. Passend en inclusief onderwijs Per 1 augustus 2013 hebben scholen de zorgplicht om een passende onderwijsplek voor ieder kind aan te bieden. Zodra een school niet tegemoet kan komen aan de zorgbehoefte van een kind, is zij verantwoordelijk om met ouders en schoolbesturen in de regio een passend onderwijsaanbod te realiseren. Kansengelijkheid 1 Bevolkingsontwikkeling; maand en jaar, CBS Statline (28 februari 2022) 2 Regionale prognose 2020-2050; bevolking, intervallen, regio-indeling 2018, CBS Statline (10 september 2019)

www.icsadviseurs.nl

8/47

voor álle leerlingen is belangrijk. In samenwerking komen schoolbesturen, zorgaanbieders, welzijnsorganisaties en gemeente tot passende onderwijsplekken. Keuzevrijheid Het streven is om binnen de kernen tot een gedifferentieerd aanbod van opvang- en onderwijsvoorzieningen te komen. Verschillen in denominatie, maar ook in onderwijskundige concepten bieden ouders de mogelijkheid om te kiezen voor een opvoedkundige lijn die past bij hun kind. Doorlopende ontwikkelingslijn en IKC-vorming Schoolbesturen en gemeente willen aan kinderen uit de gemeente een integraal aanbod van opvang, onderwijs en zorg bieden. Het doel is om een zo goed mogelijke doorlopende leerlijn te realiseren. Daarbij is de ambitie om nabij, bij voorkeur in elke school, samen te werken met een kinderopvangorganisatie en daadwerkelijk een kindcentrum te worden; het aanbod moet het kind ondersteunen in zijn of haar ontwikkeling. Voor iedere voorziening is het streven om tot geformaliseerde samenwerkingen te komen. Dat betekent voor kindvoorzieningen dat onderwijs en opvang vanuit één pedagogisch concept samenwerken en daar andere voorzieningen bij betrekken. Ook in de overgang van primair naar voortgezet onderwijs is het streven om werkafspraken te formaliseren. Het 10-14 concept geeft leerlingen meer tijd om te ontdekken waar ze aan toe zijn en welke keuzes zij willen maken.

De doorlopende leerlijnen geven scholen en leerkrachten de mogelijkheid om het ontwikkel- en onderwijsaanbod af te stemmen op het kind, vroegtijdig verzuim of leer- en gedragsproblemen te signaleren en passende zorg te bieden. Bewegingsonderwijs Bewegend leren en leren bewegen. Bewegen gedurende de dag is belangrijk voor de motorische ontwikkeling van kinderen. Het bewegingsonderwijs speelt hierin een belangrijke rol. Daarnaast kan beweging ook worden ingebed in het reguliere curriculum. Inmiddels zijn daar verschillende methodes voor. En ook de buitenruimte kan als onderwijsruimte worden gebruikt. Om de verplaatsing naar de gymzaal niet te veel ten koste te laten gaan van de onderwijstijd is het wenselijk dat de gymzaal nabij de scholen ligt. Vanaf 2023 zijn scholen verplicht aan elke leerling minimaal twee lesuren (1,5 klokuur) bewegingsonderwijs aan te bieden.

3.2 Visie op huisvesting en financiën Krimp en leegstand Mede door de wetswijziging van de Wet op het Primair Onderwijs (2015), waardoor zowel de schoolbesturen voor het primair als voortgezet onderwijs verantwoordelijk zijn geworden voor het gebouwonderhoud, worden schoolgebouwen met veel leegstand onbetaalbaar als het gaat om onderhoud en energielasten. Binnen de gemeente Epe wordt gewerkt met twee signaleringswaarden voor kleine scholen in het primair onderwijs. De eerste waarde ligt op < 100 leerlingen en de tweede waarde ligt op < 50 leerlingen. Volgens de ‘Regeling aanpassing van de stichtings- en opheffingsnormen voor het basisonderwijs 2018’3 wordt voor de gemeente Epe een opheffingsnorm van 52 leerlingen gehanteerd. De signaleringswaarde moet bestuurders stimuleren om het gesprek met partners en de gemeenschap te zoeken, met als doel de kwaliteit van kleine voorzieningen te kunnen blijven garanderen en tijdig met elkaar een visie op een toekomstbestendig aanbod te ontwikkelen.

3 https://wetten.overheid.nl/BWBR0040104/2021-08-01

www.icsadviseurs.nl

9/47

Zoals in de vorige paragraaf benoemd is flexibel omgaan met de beschikbare ruimte en onderlinge uitwisseling van ruimte belangrijk om met demografische ontwikkelingen om te gaan. Scholen en kindvoorzieningen stemmen onderling af over benodigde ruimte. De kosten worden naar rato voldaan. Voor het IHP wordt zowel op schoolniveau alsook op kern-niveau (gebied) naar een goede verdeling tussen ruimtebehoefte en capaciteit gekeken. MFC- en IKC-vorming Binnen de gemeente Epe wordt zoveel mogelijk ingezet op het vormen van MFC’s4 en IKC’s5, mits het past binnen de visies van organisaties en binnen de gebouwen. Samenwerking tussen partners binnen één voorziening dient de samenleving en het kind. Daarnaast helpt dit soort samenwerking om de leegstand tegen te gaan en de bezetting van accommodaties hoog te houden. Daarmee is ook de levensvatbaarheid (exploitatie) van een accommodatie te versterken. Binnen IKC’s wordt de samenwerking op pedagogisch niveau gezocht tussen onderwijs en kindpartners. Binnen MFC’s wordt een tal van maatschappelijke functies (zorg, welzijn, onderwijs, cultuur, sport) gecombineerd. Gebruiksperiode Duurzame huisvesting is huisvesting die zo lang mogelijk effectief kan worden ingezet. Een langere levensduur leidt tot lagere gemiddelde jaarlasten. De levensduur van een gebouw wordt, naast de technische kwaliteit, mede bepaald door de functionele kwaliteit.

In Epe worden (voor permanente huisvesting) onderwijsgebouwen voor een periode van (minimaal) 40 jaar gebruikt, tenzij er met individuele schoolbesturen andere afspraken zijn gemaakt. Bij nieuwbouw moet ervoor worden zorggedragen dat het gebouw, dusdanig flexibel is om met beperkte aanpassingen mee te kunnen groeien met het onderwijsconcept. Door renovatie wordt de gebruiksperiode met (minimaal) 25 jaar verlengd. Renovatie versus nieuwbouw Nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie wordt als huisvestingsmaatregel ingezet na overleg tussen gemeente en schoolbesturen, bijvoorbeeld voor gebouwen waarvan de technische en functionele levensduur is verstreken. Renoveren waar kan, nieuwbouwen waar nodig. De levensduur van een schoolgebouw wordt zo lang mogelijk benut in de gemeente Epe. Dat kan door goed onderhoud te plegen, tussentijds te renoveren en te verduurzamen. De wet op primair onderwijs gaat echter nog niet uit van renovatie als maatregel. Een wetswijziging is weliswaar in voorbereiding. Vooruitlopend op deze wetswijziging gaat dit IHP wel uit van renovatie als huisvestingsmaatregel, naast nieuwbouw en uitbreiding.

Voor renovatie wordt uitgegaan van een verlengde levensduur van minimaal 25 jaar en minimaal te voldoen aan de BENG-eisen en wordt in een businesscase onderzocht of de levensduur kan worden verlengd met minimaal 40 jaar.6 In dit IHP wordt ervan uitgegaan dat de gemeente in geval van nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie budget beschikbaar stelt om het gebouw aan het vigerend bouwbesluit te laten voldoen. Schoolbesturen kunnen reserveringen voor het onderhoud, dat met de renovatie wordt gecombineerd, aanwenden als bijdrage aan de renovatie. Ook kunnen zij besluiten meer te investeren in extra kwaliteit en een betere energieprestatie, zoals een energieneutraal of een ‘nul-op-de-meter’ gebouw.

4 Multifunctioneel centrum: een samenwerkingsverband waarbij verschillende maatschappelijke organisaties vanuit een centrale locatie hun

voorzieningen, producten en diensten aanbieden. 5 Integraal kindcentrum; een locatie waar kinderopvang, onderwijs en buitenschoolse opvang intensief samenwerken in het belang van de ontwikkeling van kinderen. 6 BENG staat voor Bijna Energie Neutraal Gebouw. BENG omvat de energieprestatie-eisen voor nieuwe gebouwen in Nederland. Alle vergunningsaanvragen voor nieuwbouw na 1 januari 2021 moeten voldoen aan de BENG-eisen

www.icsadviseurs.nl

10/47

Het is van belang een goede afweging te maken tussen renovatie en nieuwbouw, gebaseerd op: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Monumentale status; Uitstraling, ligging en functionaliteit; Verschillende bouwdelen; Boekwaarde; Exploitatie; Investering; Duurzaamheidsambitie.

Duurzaamheid Internationaal is in het Klimaatakkoord van Parijs afgesproken dat de uitstoot van CO2 in 2030 49% minder is ten opzichte van 1990. In 2050, is het streven, is de CO2-uitstoot volledig afgebouwd. Bijdragen aan dit doel is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke partners. Ook voor Epe geldt dat deze gezamenlijke verantwoordelijkheid gezien wordt. In het algemeen geldt voor gemeente Epe en schoolbesturen: zo duurzaam mogelijk! Dat betekent dat er per situatie wordt gekeken naar zo duurzaam mogelijke oplossingen. De gemeente voert de regie op de energietransitie. Circulaire economie Door circulair te bouwen wordt het gebruik van primaire grondstoffen beperkt. Aan het einde van de levensduur van een gebouw worden de gebruikte grondstoffen en afvalstoffen opnieuw gebruikt of omgezet tot grondstoffen voor andere producten. Zo worden schoolgebouwen grondstofbanken voor toekomstige projecten. Een materialenpaspoort verklaart hierbij de gebruikte materialen, de beoogde levensduur en de bruikbaarheid bij sloop van het gebouw. Financieel betekent dit dat materialen – en dus het gebouw – een bepaalde restwaarde hebben die kan worden ingezet als investeringsruimte (dekking). Binnenklimaat Een goed binnenklimaat draagt bij aan leer- en werkprestaties van leerlingen en medewerkers.

De nadruk ligt, mede gezien COVID-19, zeer sterk op een gezond binnenmilieu en, in het bijzonder, ventilatie van klaslokalen. In Epe is het streven om, binnen de mogelijkheden van het gebouw, zoveel mogelijk te voldoen aan het niveau van Frisse Scholen Klasse B. De classificatie van Frisse Scholen voor het binnenklimaat houdt rekening met luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid. De classificatie richt zich op het gehele gebouw, belangrijker is echter om per ruimte een aantoonbaar goede luchtkwaliteit, temperatuurbeheersing, daglichttoetreding en akoestiek te realiseren. Verbeteren van het binnenklimaat wordt in verbinding gezien met verbeteringen in energieprestatie van het gebouw. Energie Vanaf 2020 geldt voor nieuwbouw van scholen aangescherpte regelgeving omtrent de kwaliteit en energieprestatie van schoolgebouwen. Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) zijn de norm geworden. Voor de onderwijshuisvesting in de gemeente Epe geldt dat in geval van nieuwbouw zo duurzaam mogelijk wordt gebouwd: ENG of zelfs NOM (nul-op-de-meter) als standaard, BENG waar niet anders kan. En in het geval van bestaande bebouwing wordt gekeken naar momenten waarop de gebouwen verduurzaamd en verbeterd kunnen worden. Bij levensduurverlengende renovatie is BENG de minimale ambitie.

Financiën De VNG-normbedragen voor investeringen zijn lager dan de werkelijke investeringsbedragen op basis van BENG-niveau. Dit IHP gaat uit van actuele en marktconforme investeringsbedragen. In principe is de gemeente verantwoordelijk voor de investering tot het wettelijk minimum (BENG-niveau), echter kan de ambitie hoger liggen. Het schoolbestuur draagt, mits haalbaar, bij aan extra ambities, bijvoorbeeld van BENG naar ENG of andere verduurzamingsmaatregelen. Ook worden afspraken vastgelegd over de bijdrage die het schoolbestuur kan doen uit vrijvallende reserveringen voor onderhoud. Na het vaststellen van dit IHP wordt per casus een businesscase opgesteld waarin de dekkingsmogelijkheden door gemeente dan wel schoolbesturen worden onderzocht. De mogelijkheden voor schoolbesturen om te investeren zijn vooralsnog beperkt. Daarnaast heeft verduurzaming van gebouw en installaties invloed op de exploitatie. Ook de effecten van maatregelen op de

www.icsadviseurs.nl

11/47

exploitatie worden in een businesscase berekend. Schoolbesturen zijn, indien de haalbaarheid is aangetoond, bereid om te investeren in maatregelen die de exploitatielasten laten dalen. Kinderopvangorganisaties hebben een commerciële bekostigingssystematiek. Samen met kinderopvangorganisaties worden vooraf afspraken gemaakt over investeringen in gebouwen/gebouwdelen, beheer en eigendom.

3.3 Samenwerken Op Overeenstemming Gericht Overleg De samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen is goed. Het blijvende gesprek over onderwijs en onderwijshuisvesting wordt door alle partijen gewaardeerd. Een Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) biedt een formeel platform om in gezamenlijkheid te besluiten en spreken over dit IHP en de thema’s die aanpalend zijn. Eigendom en bouwheerschap Doorgaans is een schoolbestuur juridisch eigenaar van een schoolgebouw voor de gebruiksperiode; nadien valt het gebouw terug aan de gemeente, die economisch eigenaar is. Dit onderscheid geeft aanleiding voor een verdeling in verantwoordelijkheden, ook ten aanzien van investeringen en exploitatie bij verduurzamingsopgaven, zie ook paragraaf 3.6. Het gebouw waar De Bongerd in Oene in is gehuisvest, is in eigendom van een woningcorporatie (Woonstichting Triada). De wens is om nu en in de toekomst in onderlinge afstemming (gebruikers en eigenaar) tot afspraken over investering, onderhoud en exploitatie te komen.

3.4 Afwegingskader renovatie of nieuwbouw Als de bestaande huisvesting aan vervanging toe is, kan renovatie een gelijkwaardig alternatief zijn voor nieuwbouw. In de in ontwikkeling zijnde onderwijswetgeving wordt renovatie als huisvestingsvoorziening opgenomen. Vooruitlopend op deze wetgeving wordt een afwegingskader geschetst om te komen tot een keuze tussen renovatie of vervangende nieuwbouw. Er moet een integrale afweging tussen renovatie of nieuwbouw worden gemaakt vanuit diverse invalshoeken, hetgeen een onderdeel is van een ‘businesscase’ per project. De term businesscase betreft meer dan alleen het financiële aspect, ook kwalitatieve aspecten spelen een belangrijke rol in de afweging. De diverse aspecten worden in onderstaande tabel toegelicht. De opsomming is niet limitatief; voor specifieke projecten kunnen andere aspecten evenzeer een rol spelen in de te maken afweging.

www.icsadviseurs.nl

12/47

Aspect Financieel

Afwegingen ▪ Vergelijking op kapitaallasten (afhankelijk van investering en te verwachten resterende levensduur). ▪ Wat zijn de te verwachten exploitatielasten (energielasten, onderhoudskosten)? ▪ Bestaande boekwaarden kunnen bij renovatie blijven staan, bij nieuwbouw moeten deze doorgaans worden afgeboekt. ▪ Bij renovatie en vervangende nieuwbouw kan het schoolbestuur financiële middelen inbrengen uit de reserveringen voor gebouwonderhoud en toekomstige energiebesparingen.

Kwaliteit: ▪

Ruimtelijk

▪

▪

Functioneel

▪

Technisch

▪ ▪

▪

Cultuurhistorisch

▪ ▪

Is de toekomstige ruimtebehoefte goed in te passen bij renovatie? Kan overmaat worden afgestoten, is in geval van ruimtetekort uitbreiding mogelijk? Is het gebouw bij renovatie geschikt voor modern onderwijs en aanpasbaar? Of legt de bestaande draagstructuur veel beperkingen op? Is het programma efficiënt in te passen? Is het bij renovatie mogelijk om te voldoen aan de technische eisen van onder andere Frisse Scholen? Is sprake van een monument of beschermd dorpsgezicht? Heeft het gebouw waarde voor de omgeving?

Duurzaamheid: ▪

Energieprestatie

▪

▪

Materiaalgebruik

▪

Is het bij renovatie mogelijk om een (bijna) energieneutraal gebouw te realiseren?

Renovatie heeft een kleinere ecologische footprint, omdat de huidige materialen voor een langere periode gebruikt blijven en voor renovatie minder nieuwe materialen nodig zijn dan voor nieuwbouw. Tijd/procedures ▪ Is voor nieuwbouw een wijziging van bestemmingsplan nodig? ▪ Worden problemen voorzien bij vergunningverlening als gevolg van stikstofproblematiek? Tabel 1 Afwegingskader renovatie of nieuwbouw

3.5 Van visie naar IHP De wettelijke zorgplicht van de gemeente en de gedeelde visie op onderwijs en onderwijshuisvesting vormen de basis voor het toekomstbeeld van de onderwijshuisvesting. De wettelijke zorgplicht is daarbij leidend. De visie op onderwijs en onderwijshuisvesting is een gezamenlijk product van gemeente Epe en de schoolbesturen en is richtinggevend voor het toekomstperspectief van de onderwijshuisvesting. Op basis van door schoolbesturen en gemeente aangeleverde informatie is de huidige staat van de onderwijshuisvestingsportefeuille in beeld gebracht. Uit een vergelijking van de visie op het optimale onderwijs en onderwijshuisvesting en de bestaande situatie zijn de knelpunten inzichtelijk gemaakt, sommige urgent, andere minder urgent. In het volgende hoofdstuk is de situatie van de bestaande onderwijshuisvestingsportefeuille weergegeven en is verwoord welke maatregelen noodzakelijk dan wel wenselijk zijn om de gesignaleerde knelpunten op te kunnen lossen.

www.icsadviseurs.nl

13/47

3.6 Indicatieve bekostigingssystematiek IHP In onderstaande tabel zijn voor de schoolgebouwen en afhankelijk van het toekomstige scenario de bekostigingssystematiek weergegeven. Afhankelijk van de voorziening zijn het schoolbestuur of de gemeente verantwoordelijk en in voorkomende gevallen hebben zij een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Scenario

Voorziening

Verantwoordelijkheid

Leeftijd gebouw

In stand houden

Onderhoud/ exploitatie

Schoolbestuur

Verduurzaming

Levensduurverlengende renovatie

Renovatie

Budget

Afschrijving

-

Exploitatie

Varieert

Schoolbestuur en gemeente

-

Demarcatie n.a.v. gesprek

Gemeente, aangevuld met onderhoudsreserveringen door het schoolbestuur

>40 jaar

70% richtbedrag + BENG

20 – 40 jaar (onderhoud)

50 – 70% richtbedrag + BENG

10 – 20 jaar (onderhoud)

30 – 50% richtbedrag + BENG

<10 jaar (onderhoud)

Nieuwbouw

Gebouw teruggeven

Ambitie

ENG Aardgasloos Frisse Scholen Klasse B

40 jaar

10 – 30% richtbedrag + BENG

Aanvullende verduurzaming tot ENG/NOM

Schoolbestuur

-

Van BENG naar ENG

Nieuwbouw BENG

Gemeente

-

Richtbedrag

40 jaar

Nieuwbouw ENG

Schoolbestuur

-

Van BENG naar ENG

40 jaar

Gebouw teruggeven

Schoolbestuur

-

-

-

-

Tabel 2 Indicatieve bekostigingssystematiek IHP De restwaarde van bestaande gebouwen in relatie tot circulariteit moet in een businesscase worden aangetoond.

www.icsadviseurs.nl

14/47

4. Onderwijshuisvesting Epe De gemeente Epe telt vier kernen met onderwijshuisvesting: Epe, Vaassen, Emst en Oene. In de gemeente zijn negen schoolbesturen actief binnen het basisonderwijs, speciaal (basis) onderwijs, voortgezet onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs.

4.1 Feiten en cijfers Totaal zijn er 22 scholen gevestigd in 21 schoolgebouwen met een gezamenlijke permanente onderwijscapaciteit van ca. 29.069 m² BVO.7 Twee basisscholen zitten samen onder één dak in MFC Kleurrijk in Epe en een school voor speciaal onderwijs zit bij een school voor speciaal basisonderwijs in. Een en ander is samengevat in onderstaande afbeelding.

Figuur 1 Feiten en cijfers onderwijshuisvesting gemeente Epe In onderstaande tabel zijn de in de gemeente Epe vertegenwoordigde schoolbesturen op een rij gezet. Per schoolbestuur zijn de scholen genoemd die in de gemeente onder haar bestuur vallen. Stichting Proo heeft met zeven scholen in de gemeente het meeste aantal scholen onder haar hoede. Stichting Procon en Veluwse Onderwijsgroep hebben elk respectievelijk vijf en drie scholen. Verder zijn er meerdere éénpitters, zijnde een schoolbestuur met één school. De Hoge Weerdschool en W.G. van de Hulstschool zijn beide gevestigd in MFC Kleurrijk. In dit IHP wordt de huisvesting van elk van deze scholen als een separate accommodatie beschouwd.

7 BVO staat voor bruto vloeroppervlak. Het bruto vloeroppervlak is de som van de vloeroppervlakte van alle bouwlagen, gemeten langs de

buitenomtrek.

www.icsadviseurs.nl

15/47

Schoolbesturen Stichting Proo

Stichting Procon

Veluwse Onderwijsgroep

Stichting Jenaplanonderwijs Epe Vereniging tot Stichting en Instandhouding ener Christelijke school te Oene Vereniging Tot stichting en instandhouding school met de Bijbel Emst Vereniging voor Evangelisatie Het Mosterdzaadje te Gortel, gemeente Epe Stichting Volare Stg Openbaar Voortgezet Onderwijs Noordoost Veluwe

School / scholen Hoge Weerdschool Nieuwe Wisselse School Gildeschool De Sprenge Vaassen De Sprenge Emst Montessori Sterrenschool Geerstraat De Bongerd Basisschool Anne de Vries W.G. van de Hulstschool K. Norel school De Violier ‘t Mozaïek Gerardus Majella De Krugerstee Sint Bernardus Jenaplanbasisschool ‘t Hoge Land School met de Bijbel Oene School met de Bijbel Emst Het Mosterdzaadje SBO Van der Reijdenschool RSG Noord Oost Veluwe

Tabel 3 Schoolbesturen en scholen Onderstaande tabel geeft de totale onderwijscapaciteit weer van de schoolgebouwen per schoolbestuur. In de volgende paragraaf wordt inzicht gegeven in de onderwijscapaciteit per school en de leerlingenprognose (Pronexus, januari 2022) voor de komende jaren. Het aantal leerlingen op een school bepaalt de benodigde normatieve ruimtebehoefte in vierkante meters BVO. De leerlingenprognoses zijn als bijlage 1 toegevoegd aan dit IHP. Schoolbestuur Stichting Proo Stichting Procon Veluwse Onderwijsgroep Stichting Jenaplanonderwijs Epe Vereniging tot Stichting en Instandhouding ener Christelijke school te Oene Vereniging Tot stichting en instandhouding school met de Bijbel Emst Vereniging voor Evangelisatie Het Mosterdzaadje te Gortel, gemeente Epe Stichting Volare Stg Openbaar Voortgezet Onderwijs Noordoost Veluwe Totaal Tabel 4 Schoolbesturen en aantal scholen

Onderwijscapaciteit in m² BVO 7.248 5.770 3.217 1.248 882

Aantal leerlingen in 2022 674 864 483 161 93

825

101

540

106

1.655 7.484 28.869

78 8 929 3.489

8 In het leerlingenaantal zijn 26 leerlingen meegeteld van de Dr. A. Verschoorschool dat als nevenvestiging is ondergebracht op de Van der

Reijdenschool

www.icsadviseurs.nl

16/47

4.2 Vraag en aanbod Binnen het thema vraag en aanbod wordt de beschikbare onderwijscapaciteit vergeleken met de toekomstige normatieve ruimtebehoefte aan onderwijscapaciteit in de periode tot en met 2037. In lijn met de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs wordt bij de toets tussen de capaciteit en behoefte gekeken naar de situatie over een periode van 15 jaar om de omvang van de permanente huisvesting te bepalen. De leerlingenprognoses zijn de basis voor de berekening van de ruimtebehoefte. Medegebruik/verhuur, bijvoorbeeld door een kinderopvangorganisatie, is bij het bepalen van het ruimtetekort/overschot niet meegenomen in de berekening.

4.2.1 Leerlingenprognoses De leerlingenprognoses geven inzicht in de verwachte ontwikkeling van het aantal leerlingen in de komende jaren. Leerlingenaantal

Historie HuIdig Prognose --> 2021 2022 2023 2025 PO 2.525 2.482 2.482 2.515 SO/SBO 73 78 76 77 VO 988 929 915 878 Totaal 5.607 5.511 5.496 5.495 Tabel 5 Leerlingenprognoses PO, S(B)O en VO

2033 2037 2.641 78 846 5.593

2.608 76 857 5.578

∆ 2022 – 2037 83 3 -131 -29

Uit de leerlingenprognose blijkt dat het leerlingenaantal in het primair onderwijs op de korte termijn, tot en met 2024 licht gaat afnemen. Vanaf 2025 neemt het leerlingenaantal ieder jaar toe en is de verwachting dat het leerlingenaantal in 2037 met 5% is gestegen ten opzichte van het leerlingenaantal in 2022. Op basis van de prognose voor het speciaal (basis)onderwijs is de verwachting dat het aantal leerlingen in deze sectoren nagenoeg stabiel rond de 75 leerlingen blijft. Opvallend is de afname van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs. De daling van het aantal leerlingen die tot 2024 plaatsvindt in het primair onderwijs, heeft zijn doorwerking in het voortgezet onderwijs. Vanaf 2032 is er weer sprake van een toename van het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs. Het aantal leerlingen in het voorgezet onderwijs is in 2037 naar verwachting bijna 8% lager dan het huidige aantal leerlingen in 2022. In de gemeente Epe zijn er meerdere scholen met een huidig leerlingenaantal lager dan de signaleringswaarde en/of opheffingsnorm: School Huidig aantal leerlingen School met de Bijbel Oene 93 School met de Bijbel Emst 101 De Sprenge Vaassen 72 Montessori Sterrenschool Geerstraat 73 De Bongerd 48 Nieuwe Wisselse School 46 Tabel 6 Signaleringswaarde en opheffingsnorm

Prognose aantal leerlingen in 2037 103 98 102 65 37 39

Op basis van de leerlingenprognose is de verwachting dat in de periode tot en met 2036 het leerlingenaantal op De Bongerd en de Nieuwe Wisselse School onder de opheffingsnorm van 52 leerlingen blijft. Het schoolbestuur (Stichting Proo) heeft aangegeven dat de scholen voor bekostiging in aanmerking blijft komen op basis van de gemiddelde schoolgrootte van alle scholen van Stichting Proo.

www.icsadviseurs.nl

17/47

4.2.1.1 Woningbouwontwikkelingen De leerlingenprognoses vloeien voort uit de demografische ontwikkelingen die zich in het verleden hebben voorgedaan, maar met name ook de aannames in groei en trends voor de toekomst. Een belangrijke component daarvan zijn de woningbouwontwikkelingen. De gemeente heeft opgave gedaan van het aantal nieuw te bouwen woningen in de komende jaren, die door Pronexus is verwerkt in de leerlingenprognoses. De leerlingenprognoses zijn ter controle voorgelegd aan de schoolbesturen. Aangezien de status van de woningbouwontwikkelingen kan wijzigen, is het van belang bij toekomstige herijking van het IHP de status van de woningbouwontwikkelingen en de ontwikkeling van het leerlingenaantal te actualiseren met nieuwe woningbouwprognoses.

4.2.2 Ruimtebehoefte De leerlingenprognose is de basis voor de berekening van de ruimtebehoefte. Binnen het thema vraag en aanbod wordt de beschikbare onderwijscapaciteit vergeleken met de toekomstige normatieve ruimtebehoefte aan onderwijscapaciteit. In lijn met de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs wordt bij de toets tussen de capaciteit en behoefte gekeken naar de situatie over respectievelijk 4 (voor tijdelijke uitbreidingsbehoefte) en 15 jaar (voor permanente uitbreidingsbehoefte). De leerlingenprognoses zijn de basis voor de berekening van de ruimtebehoefte. Vanwege de visie op IKC’s en voorschool is medegebruik en/of verhuur van onderwijsruimten of aan het onderwijs onttrokken ruimten, bijvoorbeeld door een kinderopvangorganisatie, bij het bepalen van het ruimtetekort/-overschot niet meegenomen in de berekening. Dit betekent dat de normatieve ruimtebehoefte alleen de oppervlakte betreft die is benodigd voor het onderwijs. Voor zover van toepassing dient in een businesscase de oppervlakte van (onderwijs-) ruimten, die voor medegebruik en/of verhuur worden bestemd, te worden bepaald en afgestemd in gezamenlijkheid van de betrokken partijen die in de planontwikkeling worden betrokken. Daarbij dienen afspraken over de exploitatie, eigendom en eigendomsverhouding en verhuur te worden vastgelegd.

Tabel 7 toont een overzicht van de onderwijscapaciteit van de scholen in het primair onderwijs in relatie tot de huidige en toekomstige ruimtebehoefte. Voor alle scholen is de ruimtebehoefte voor de jaren 2022, 2023, 2025, 2033 en 2037 getoond in m² BVO. Vraag en aanbod in m² BVO is het verschil tussen de oppervlakte van het schoolgebouw en de vraag op basis van het aantal leerlingen. Onder ‘vraag en aanbod’ is het verschil in m² BVO opgenomen tussen de permanente onderwijscapaciteit en de normatieve ruimtebehoefte (oppervlakte voor tijdelijke onderwijshuisvesting is in de tabel buiten beschouwing gelaten). Gelet op het verschil in vraag en aanbod is bij de meeste scholen sprake van dat de onderwijscapaciteit groter is dan de ruimtebehoefte; dat zou betekenen dat er leegstand is in het schoolgebouw. Normatief gezien is er momenteel sprake van ruim 18% leegstand. De leegstand neemt naar verwachting richting 2037 af, maar blijft met het huidige aanbod ongeveer 18%. In paragraaf 4.4 wordt de vraag en aanbod per schoolgebouw behandeld. Zoals aangegeven is de oppervlakte die in een schoolgebouw in gebruik is voor bijvoorbeeld kinderopvang is niet meegerekend. Dit betekent dat het daadwerkelijke ruimteoverschot of -tekort anders is.

www.icsadviseurs.nl

18/47

Scholen Primair Onderwijs

In m² BVO 849

2022 882

2023 877

2025 852

2033 857

2037 852

Vraag en aanbod 2022 2037 33 3

Nieuwe Wisselse School

1.567

439

434

414

414

404

1.128

1.163

OBS Gildeschool

1.224

1.216

1.266

1.307

1.362

1.332

8

-108

De Sprenge Vaassen

1.240

562

572

643

718

713

678

527

De Sprenge Emst

999

694

699

729

744

734

305

265

Montessori Sterrenschool Geerstraat De Bongerd

671

567

542

527

527

527

104

144

698

441

421

391

391

386

257

312

Basisschool Anne de Vries W.G. van de Hulstschool9

1.209

949

954

934

944

929

260

280

751

960

980

970

990

985

-209

-234

K. Norel school

1.065

784

789

769

774

764

281

301

De Violier

1.250

1.332

1.312

1.382

1.543

1.538

-82

-288

’t Mozaïek

1.495

1.334

1.334

1.399

1.485

1.470

161

25

Gerardus Majella

1.061

1.017

1.017

1.077

1.173

1.168

44

-107

De Krugerstee

1.141

1.098

1.058

1.028

1.038

1.028

43

113

Sint Bernardus

1.015

939

954

929

939

929

76

86

Jenaplanbasisschool ‘t Hoge Land School met de Bijbel Oene School met de Bijbel Emst Het Mosterdzaadje

1.248

1.010

1.025

1.025

1.045

1.035

238

213

882

668

673

688

723

718

214

164

825

708

698

693

698

693

117

132

540

733

728

743

768

763

-193

-223

Totaal

19.730

16.333

16.333

16.500

17.133

16.968

3.463

2.768

Hoge Weerdschool

Onderwijscapaciteit

Ruimtebehoefte (m² BVO onderwijs)

Tabel 7 Onderwijscapaciteit en ruimtebehoefte Primair Onderwijs In onderstaande tabel wordt de ruimtebehoefte van de Van der Reijdenschool en de Dr. A. Verschoor School getoond. De Dr. A. Verschoorschool heeft een nevenvestiging in het schoolgebouw van de Van der Reijdenschool. School Speciaal Basisonderwijs

Onderwijscapaciteit Ruimtebehoefte (m² BVO onderwijs) 2022 2023 2025 2033 2037 In m² BVO SBO Van der Reijdenschool 1.655 632 625 625 635 625 Dr. A. Verschoor School 585 590 599 599 590 Totaal 1.655 1.217 1.215 1.224 1.234 1.215 Tabel 8 Onderwijscapaciteit en ruimtebehoefte Speciaal Basisonderwijs

Vraag en aanbod 2022 2037 438 440

In tabel 9 is de onderwijscapaciteit van RSG Noord Oost Veluwe weergegeven. De oppervlakte is het totaal van de bouwdelen B, C, D. Bouwdeel A zijn de gebouwen voor het bewegingsonderwijs, deze zijn voor de onderwijscapaciteit buiten beschouwing gelaten. School Onderwijs

Voortgezet

RSG Noord Oost Veluwe

Onderwijscapaciteit In m² BVO 7.484

Ruimtebehoefte (m² BVO onderwijs) 2022 2023 2025 2033 2037 6.344 6.252 6.007 5.802 5.868

Vraag en aanbod 2022 2037 - 1.140 - 1.616

Tabel 9 Onderwijscapaciteit en ruimtebehoefte Voortgezet Onderwijs

9 De W.G. van de Hulstschool wordt in 2022 met twee permanente lokalen uitgebreid. Oplevering staat gepland voor december 2022.

www.icsadviseurs.nl

19/47

4.2.2.1 Gebruik ruimte voor kinderopvang en andere doeleinden In onderstaande tabellen zijn de scholen in het primair onderwijs in Epe, Vaassen, Emst en Oene weergegeven en de permanente onderwijscapaciteit van het schoolgebouw. Voor zover een school beschikt over tijdelijke onderwijshuisvesting (in de vorm van noodunits), is die oppervlakte hier buiten beschouwing gelaten. In de tabellen is aangegeven van welke ruimte in het schoolgebouw gebruik wordt gemaakt, voor welk gebruik en om welke oppervlakte het gaat. In Epe is op vijf van de acht scholen aanbod voor kinderopvang, buitenschoolse opvang en/of peuterspeelzaal aanwezig. De Hoge Weerdschool en de W.G. van de Hulstschool zijn beide gelegen in MFC Kleurrijk. Het MFC biedt naast de scholen verder onderdak aan andere gebruikers: Kinderopvangorganisatie Koppel en Wijkvereniging Buurtraad Hoge Weerd. De ruimten die deze gebruikers gebruiken zijn geen onderdeel van de onderwijscapaciteit. Op de St. Bernardus gebruikt MAM’s kinderopvang onderwijsruimte in enkel gebruik voor de kinderopvang. Primair onderwijs Epe

Permanente onderwijscapaciteit (m² BVO)

Oppervlakte overig gebruik (m² BVO)

Ruimte onderwijs / overige ruimte

Hoge Weerdschool

849

226

Gebruik van overige ruimte in het gebouw door KDV / BSO

W.G. van de Hulstschool

751

184

Gebruik van overige ruimte in het gebouw door KDV / BSO

Jenaplanbasisschool ‘t Hoge Land Sint Bernardus

1.248

60

1.015

135

Gebruik van onderwijsruimte (enkel) door KDV / BSO Gebruik van onderwijsruimte (enkel) door KDV / BSO

K. Norel school

1.065

Gildeschool

1.224

-

-

Nieuwe Wisselse School

1.567

60

Gebruik van onderwijsruimte (enkel) door KDV / BSO

Basisschool Anne de Vries

1.209

49

Gebruik van overige ruimte in het gebouw door KDV / BSO

-

Tabel 10 Gebruik van ruimte in schoolgebouwen in Epe In Vaassen wordt op de meeste scholen kinderopvang aangeboden in de vorm van een kinderdagverblijf, peuterspeelzaal en/of buitenschoolse opvang. Voornamelijk wordt er gebruik gemaakt van ruimte in het schoolgebouw dat geen onderdeel is van de onderwijscapaciteit. Ook zijn er verschillende (maatschappelijke) instanties, zoals de buurtraad en Cultuurplein, die gebruik maken van de aanwezige ruimte buiten de onderwijscapaciteit.

www.icsadviseurs.nl

20/47

Primair onderwijs Vaassen

Permanente onderwijscapaciteit (m² BVO)

Oppervlakte gebruik (m² BVO)

Ruimte onderwijs / overige ruimte

De Sprenge Vaassen

1.240

159

Gebruik van overige ruimte in het gebouw door KDV / BSO Gebruik van onderwijsruimte (enkel) door Museum Vaassen t.b.v. opslag Gebruik van onderwijsruimte (enkel) door peuterspeelzaal

120 Gerardus Majella

1.061

60

De Violier

1.250

261

Gebruik van overige ruimte in het gebouw door KDV / BSO

Montessori Sterrenschool Geerstraat ’t Mozaïek

671

60

Gebruik van overige ruimte door buurtraad

1.495

niet bekend

Gebruik van overige ruimte door Cultuurplein

De Krugerstee

1.141

-

-

Tabel 11 Gebruik van ruimte in schoolgebouwen in Vaassen Emst telt drie scholen voor primair onderwijs. Op twee scholen is sprake van gebruik van onderwijsruimte voor kinderopvang en/of buitenschoolse opvang. In Gortel maakt de Vereniging Gortel Niersen gebruik van onderwijsruimte in het gebouw buiten de schooltijden om. Primair onderwijs Emst

Permanente onderwijscapaciteit (m² BVO)

Oppervlakte gebruik (m² BVO)

Ruimte onderwijs / overige ruimte

Het Mosterdzaadje (Gortel)

540

56

Gebruik van onderwijsruimte (dubbel) door Vereniging Gortel Niersen

De Sprenge Emst

999

80

Gebruik van onderwijsruimte (enkel) door KDV / BSO

School met de Bijbel Emst

825

40

Gebruik van onderwijsruimte (dubbel) door KDV / BSO

Tabel 12 Gebruik van ruimte in schoolgebouwen in Emst In Oene wordt geen kinderopvang aangeboden in een schoolgebouw. Kulturhus Oene gebruikt overige ruimte in De Bongerd. Primair onderwijs Oene

Permanente onderwijscapaciteit (m² BVO)

Oppervlakte gebruik (m² BVO)

Ruimte onderwijs / overige ruimte

School met de Bijbel Oene

882

-

-

De Bongerd

698

niet bekend

Gebruik van overige ruimte door Kulturhus Oene

Tabel 13 Gebruik van ruimte in schoolgebouwen in Oene

4.3 Inzicht en beoordeling van de schoolgebouwen De schoolgebouwen in de gemeente Epe zijn op basis van verschillende kenmerken in kaart gebracht. Aan de hand van een vragenlijst zijn de schoolbesturen gevraagd hun eigen gebouwen te beoordelen. Dit en de

www.icsadviseurs.nl

21/47

context vanuit het onderwijs, hebben zij toegelicht in een individueel interview. Voor elk schoolgebouw is een zogenaamde factsheet opgesteld, waardoor inzicht is verkregen in de staat van de gebouwen (nulmeting). Deze factsheets zijn als bijlage 3 toegevoegd aan het bijlagendocument van dit IHP. De factsheets worden voorafgegaan door een leeswijzer waarop een beschrijving wordt gegeven van hoofdthema’s waarop schoolbesturen hun schoolgebouwen hebben beoordeeld. Kansenkaarten Aan de hand van alle verzamelde gegevens die zijn verwerkt in de factsheets, is een knelpuntenanalyse gemaakt in de vorm van een zogenoemde kansenkaart. De beoordeling van ieder schoolgebouw op kwaliteit, financiën en vraag en aanbod is weergegeven in de kansenkaart. Hieronder vallen de volgende aspecten: ▪ Kwaliteit – Functionele en technische staat van het gebouw ten behoeve van onderwijs en multifunctioneel gebruik; ▪ Financiën – Onderhouds- en energielasten in verhouding tot een benchmark van onderwijsgebouwen; ▪ Vraag en aanbod – Toekomstige (2037 verhouding tussen beschikbare en benodigde capaciteit op basis van de door gemeente en schoolbestuur vastgestelde leerlingenprognoses. De kleuren in de kansenkaarten geven de noodzaak tot ingrijpen weer. Groen geeft aan dat er geen aanleiding is voor het ontwikkelen van een huisvestingsscenario.

Geel geeft op termijn aanleiding tot het ontwikkelen van een scenario. Rood geeft directe aanleiding tot het ontwikkelen van een scenario. De kansenkaarten zijn op gebiedsniveau ingedeeld naar Epe Noord en Zuid en de kernen Vaassen, Emst en Oene. De kansenkaarten zijn in bijlage 4 opgenomen.

4.4 Schoolgebouwen in de gemeente Epe In deze paragraaf is voor elk van de 21 schoolgebouwen een korte beschrijving van het schoolgebouw opgenomen. Van elk schoolgebouw zijn knelpunten beschreven voor zover die naar voren zijn gekomen in de door de schoolbesturen ingevulde vragenlijst en de interviews. De schoolgebouwen zijn gegroepeerd naar gebiedsniveau en de kernen zoals hierboven is genoemd.

4.4.1 Epe Noord Onderstaande kaart geeft de spreiding van de scholen in Epe Noord weer. Bij iedere school is het huidige leerlingenaantal (2022) weergegeven. In Epe Noord zijn vier scholen in het primair onderwijs en één school in het voortgezet onderwijs aanwezig.

Tabel 14 Scholen in Epe Noord

www.icsadviseurs.nl

22/47

Hoge Weerdschool – Stichting Proo Openbare basisschool Hoge Weerdschool is samen met de W.G. van de Hulstschool gevestigd in MFC Kleurrijk. Kleurrijk is gebouwd in 2015 en biedt verder onderdak aan Kinderopvangorganisaties KOM en Koppel en Wijkvereniging Buurtraad Hoge Weerd. Het schoolgebouw heeft met 849 m² BVO onderwijscapaciteit voldoende ruimte om het huidige aantal van 135 leerlingen te huisvesten en gelet op de leerlingenprognose is de ruimte voor de toekomst ook toereikend. Er zijn onvoldoende gegevens bekend en/of aangeleverd om de school op basis van het energieverbruik te classificeren naar duurzaamheid. Voor zover bekend is de school tevreden over de accommodatie. Gedurende de looptijd van het IHP zijn geen huisvestingsmaatregelen voorzien.

W.G. van de Hulstschool – Stichting Procon De W.G. van de Hulstschool is eveneens gevestigd in MFC Kleurrijk. De onderwijscapaciteit van de school is 751 m² BVO dat op dit moment en ook voor de toekomst onvoldoende is om het aantal leerlingen te huisvesten. De school heeft een dislocatie waar twee groepen worden gehuisvest in een voormalige kleuterschool. De oppervlakte van deze tijdelijke huisvesting bedraagt ongeveer 310 m² BVO. Om permanent voldoende capaciteit te bieden wordt de school in 2022 met twee lokalen uitgebreid, waarna de capaciteit normatief gezien voldoende is voor het aantal leerlingen en de tijdelijke huisvesting in de voormalige kleuterschool kan worden beëindigd. Het huidige en geprognosticeerde leerlingenaantal is ongeveer gelijk aan elkaar. Er zijn onvoldoende gegevens bekend en/of aangeleverd om de school op basis van het energieverbruik te classificeren naar duurzaamheid. Voor zover bekend is de school tevreden over de accommodatie. Gedurende de looptijd van het IHP zijn geen huisvestingsmaatregelen voorzien.

’t Hoge Land – Stichting Jenaplanonderwijs Epe Centraal in Epe gelegen is de Jenaplanschool ’t Hoge Land, gesitueerd tegenover het RSG Noord Oost Veluwe. Het schoolgebouw is in 1980 gebouwd en uitgebreid in de jaren 2001, 2004 en 2007. De onderwijscapaciteit bedraagt ca. 1.248 m² BVO en naar het huidige aantal van 161 leerlingen betekent het dat er normatief gezien sprake is van ongeveer 240 m² BVO overmaat in de school. Deze overmaat wordt door de school niet ervaren en wordt voornamelijk verklaard door de grote aula die centraal in de school is gelegen en functioneel voor het (Jenaplan-) onderwijs wordt gebruikt. Naar de toekomst toe blijft het leerlingenaantal ongeveer gelijk, waardoor de normatieve leegstand ook op lange termijn ongeveer gelijk blijft . De algehele kwalitatieve beoordeling door het schoolbestuur van het schoolgebouw is matig te noemen. Er wordt door het schoolbestuur opgemerkt dat de aluminium kozijnen in het schoolgebouw aan vervanging toe zijn. Veel ramen willen momenteel niet meer open of dicht, wat effect heeft op het klimaat in de school en de mate waarin het gebouw op natuurlijke wijze wordt geventileerd. Er zijn onvoldoende gegevens bekend en/of aangeleverd om de school op basis van het energieverbruik te classificeren naar duurzaamheid.

Gezien de matige kwaliteit van het schoolgebouw is voor de school op termijn voorzien in een levensduurverlengende renovatie. In de planontwikkeling voor renovatie dient het ruimteoverschot nader te worden onderzocht en voor zover mogelijk en haalbaar te worden opgelost. Onderzocht moet verder worden of de renovatie gefaseerd en/of deels in vakantieperiodes kan worden uitgevoerd, zodat de school gebruik kan blijven maken van het schoolgebouw. Indien dit niet mogelijk blijkt kan worden gezocht naar tijdelijke huisvesting in een bestaand gebouw, of wanneer dat niet mogelijk is, in noodunits.

www.icsadviseurs.nl

23/47

RSG Noord Oost Veluwe – Stg. Openbaar Voortgezet Onderwijs Noordoost Veluwe De Regionale Scholengemeenschap Noord Oost Veluwe is gebouwd in 1984 en in de jaren 1999, 2004 en 2006 uitgebreid. Het gebouw bestaat uit vier bouwdelen: A, B, C en D. In bouwdeel A zijn de gymvoorzieningen gelegen en in bouwdelen B, C en D de leslokalen. Het geheel is samen ca. 9.727 m² BVO groot. Kijkend naar alleen de delen waar onderwijs wordt gegeven, dan bedraagt de oppervlakte van de bouwdelen B, C en D samen ca. 7.484 m² BVO. De normatieve ruimtebehoefte voor het huidige aantal van 929 leerlingen is als volgt bepaald: ▪ ▪

Conform de Modelverordening VNG 2021 e.v. 7.489 m² BVO. De nieuwe modelverordening is nog niet verwerkt in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs van de gemeente Epe; Conform de Modelverordening 2004 - 2021 7.616 m² BVO.

Het verschil tussen de nieuwe modelverordening ten opzichte van de oude modelverordening is in oppervlakte 127 m² BVO minder. Gelet op de bepaalde ruimtebehoefte wordt geconstateerd dat de onderwijscapaciteit normatief gezien te groot is voor het aantal leerlingen. De overcapaciteit bedraagt ca. 1.145 m² BVO. Naar de toekomst toe zal als gevolg van een te verwachten afname van het leerlingenaantal de normatieve leegstand 1.624 m² BVO in 2037 bedragen. De gymvoorziening is in dit IHP buiten beschouwing gelaten. Er zijn onvoldoende gegevens bekend en/of aangeleverd om de school op basis van het energieverbruik te classificeren naar duurzaamheid. Het schoolbestuur heeft in 2021 SUVIS-subsidie (subsidie voor ventilatie in scholen) ontvangen dat samen met een financiële bijdrage van de gemeente en het schoolbestuur zelf aan het renovatiebudget wordt toegevoegd. Het verbeteren van ventilatie in het schoolgebouw maakt integraal deel uit van de algehele renovatie van het schoolgebouw (Het gymgedeelte, bekend als bouwdeel A, dateert van 1984 en maakt geen deel uit van de renovatie). Het College van Bestuur van RSG Noord Oost Veluwe en de gemeente Epe zijn al enkele jaren met elkaar in gesprek over levensduur verlengende renovatie van het verouderde schoolgebouw. Dit heeft nog niet tot de gewenste renovatie geleid, vooral op basis van onvoldoende beschikbaarheid van financiën.

De werkzaamheden waarvoor SUVIS-subsidie is verleend dienen binnen afzienbare tijd te worden uitgevoerd om aan de subsidievoorwaarden te voldoen. Er kan dus niet langer worden gewacht met het realiseren van de levensduurverlengende renovatie en zal door de gemeente op korte termijn besluitvorming over de renovatie in gang moeten worden gezet..

St. Bernardus – Veluwse Onderwijsgroep Het schoolgebouw van de Rooms Katholieke Basisschool St. Bernardus is gebouwd in 1950 en uitgebreid in 2009 en 2021. Ondanks de leeftijd van het oorspronkelijke schoolgebouw is het tot op heden nog niet gerenoveerd. De technische staat wordt door het schoolgebouw als matig beoordeeld en de functionaliteit en het binnenklimaat op een aantal aspecten als slecht. De school voldoet niet aan de norm voor Frisse Scholen Klasse C. Het schoolbestuur heeft in 2021 SUVIS-subsidie ontvangen en met financiële bijdrage van de gemeente en het schoolbestuur zelf is de ventilatie in het schoolgebouw verbeterd. Het schoolbestuur heeft aangegeven dat met de SUVIS de ventilatie kan worden verbeterd in drie lokalen waar deze het slechtste is. Het probleem van slechte ventilatie is groter, maar er zijn onvoldoende eigen middelen beschikbaar om dat aan te pakken. De riolering is een structureel probleem op deze locatie. Gezien de matig functionerende verwarmingsinstallatie en het gebrek aan isolatie is het binnenklimaat niet behaaglijk. De dakkap (hoofdgebouw) is sterk verouderd en zonder enige vorm van isolatie. Trap naar zolder en de trap naar de kelder zijn beiden gevaarlijk. Leidingbuizen zijn niet geïsoleerd. Groot gedeelte van de school heeft nog enkel glas. Zonwering en ventilatieroosters zijn niet tegelijkertijd te gebruiken.

Ten behoeve van inventarisatie van de

www.icsadviseurs.nl

24/47

school zijn gegevens aangeleverd over het gas– en elektraverbruik. Op basis van het energieverbruik is de school volgens de Weii-indicatie10 als ‘onzuinig’ te classificeren. De onderwijscapaciteit van het gebouw bedraagt ca. 1.015 m² BVO en dat is voldoende om het huidige en prognosticeerde leerlingenaantal in de toekomst te kunnen huisvesten. Ten behoeve van kinderopvang door kinderopvangorganisatie MAM’s kinderopvang staan er noodunits bij de school met een oppervlakte van 135 m² BVO. De school wil graag toegroeien naar een volwaardig IKC waarin onderwijs en kinderopvang samenwerken. Gezien de matige kwaliteit van het schoolgebouw is voor de school voorzien in een levensduurverlengende renovatie. In de planvoorbereiding van renovatie kan uitbreiding van het schoolgebouw voor de kinderopvang worden meegenomen. De extra investering die benodigd is voor de uitbreiding moet bij een verhuurconstructie worden gedekt met een kostprijsdekkende huur. Onderzocht moet worden of de renovatie gefaseerd en/of deels in vakantieperiodes kan worden uitgevoerd, zodat de school gebruik kan blijven maken van het schoolgebouw. Indien dit niet mogelijk blijkt kan worden gezocht naar tijdelijke huisvesting in een bestaand gebouw, of in noodunits.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12353289/1