657641 Integraal Beleidsplan Sociaal Domein
Tekst van het document
Om sporten en bewegen te bevorderen is het daarom belangrijk is dat het aanbod aansluit op de levensfase waarin inwoners zich bevinden. We stimuleren daarom een divers aanbod, met waar nodig een vernieuwend aanbod dat beter aansluit op de behoefte van onze inwoners, en een goede match tussen de vraag van alle doelgroepen en het aanbod. Daarbij vinden we de samenwerking tussen sportaanbieders, onderwijs, zorg, welzijn en de gemeente heel belangrijk.
28
B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN
Sporten en bewegen bevordert de lichamelijke en geestelijke gezondheid van jeugdigen, volwassenen en senioren en helpt daarmee de gang naar (zwaardere) zorg te voorkomen. Sport kan ook een middel zijn om mensen in een kwetsbare situatie te helpen. We vinden het daarom belangrijk dat inwoners ongeacht de omstandigheden kunnen sporten of bewegen. Inwoners met een beperking en inwoners in kwetsbare maatschappelijke positie (bijvoorbeeld door hun financiële situatie of culturele achtergrond) ondersteunen we daarbij. Bijvoorbeeld door regelingen voor mensen met een lager inkomen, door de inzet van buurtsportsportcoaches om een goede match te maken tussen vraag en aanbod en met het platform Uniek Sporten, voor aangepast sporten voor mensen met een beperking. Voor mensen met een beperking is het soms lastig om een passende sport te vinden. We weten ook dat slechts 16% van de mensen met een lichamelijke of chronische aandoening voldoende beweegt. Dat is minder dan alle andere doelgroepen. Daarom willen we de komende jaren extra aandacht besteden aan het stimuleren van aangepast sporten. Dat doen we zowel regionaal, om het aanbod uit te breiden, als lokaal met een buurtsportcoach aangepast sporten. Mensen die graag sporten of bewegen doen dat steeds minder in verenigingsverband.
Zij vinden hun plek bij bijvoorbeeld fitnesscentra of organiseren zelf sport- en beweegactiviteiten met vrienden en familie. Vooral volwassenen sporten steeds vaker op deze manier. De coronacrisis heeft deze ontwikkeling versterkt. Steeds meer verenigingen hebben hierdoor te maken met een dalend ledenaantal. Sportverenigingen zijn bij uitstek laagdrempelige voorzieningen waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten en hebben een belangrijke plek in onze samenleving. Daarom vinden we het belangrijk dat verenigingen vitaal zijn. We ondersteunen ze daar onder andere bij door advies te geven, samenwerking te stimuleren (bijvoorbeeld met sportcafés) en ondernemerschap te stimuleren (bijvoorbeeld door te helpen nieuw aanbod te ontwikkelen). We hebben Heel Epe Beweegt als platform voor sport, bewegen en gezondheid dat ondersteunt, verbindt, verwijst en adviseert. Met de kadernotitie toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties en de bijbehorende plannen per gebied. We kijken per kern of sportaccommodaties breder ingezet kunnen worden, zodat er meer initiatieven en activiteiten kunnen plaatsvinden in de beschikbare ruimte. Daarbij hebben we ook aandacht voor de betaalbaarheid en duurzaamheid van accommodaties. Voor een gemeentelijke bijdrage in het onderhoud van de sportvelden staat in het huidige Sport- en Beweegplan een regeling die bij sportaanbieders tot onduidelijkheid leidt.
Deze regeling gaan we daarom actualiseren en verduidelijken. Sporten, spelen en bewegen vindt ook veel plaats in de openbare ruimte. Wandelen, hardlopen en fietsen zijn laagdrempelige vormen van bewegen die bijna alle inwoners van Epe kunnen doen. Dit gaan we beter faciliteren door bij de inrichting van ruimte nadrukkelijk de verbinding te leggen tussen beleidsterreinen zoals recreatie, sport en ruimtelijke ordening en beheer. Voor spelen hebben we op dit moment nog geen beleid. Hierdoor zijn speel- en beweegvoorzieningen niet altijd passend bij de leeftijd en doelgroep en is er onvoldoende mogelijkheid voor vernieuwing en onderhoud. We gaan daarom speelruimtebeleid ontwikkelen, zodat er een verspreid aanbod is voor alle leeftijdsgroepen voor spelen en bewegen. Dat doen we samen met inwoners. We nemen daarin ook nieuwe ontwikkelingen mee, zoals op een natuurlijke wijze buitenspelen. Focus voor de komende 4 jaar: • We stimuleren uniek sporten met de buutsportcoaches en door middel van regionale coördinatie • We verduidelijken en actualiseren de financieringsregeling voor sportvelden uit het Sport- en Beweegplan 2020 – 2024 • We stellen speelruimtebeleid op samen met inwoners
G EMEEN TE EPE
29
KUNST EN CULTUUR Cultuur prikkelt de verbeelding en zet aan tot denken. Iedereen moet ermee in aanraking kunnen komen en hier aan deel kunnen nemen. Kunst, cultuur en erfgoed dragen eraan bij dat de gemeente Epe een fijne plek is om te wonen en te bezoeken. Cultuur is daarom van belang voor de vitaliteit van de leefgemeenschap in onze gemeente. De beleidsnota Kracht van Cultuur (2016 – 2020) is inmiddels verlopen, maar de beleidslijnen uit de nota zijn nog steeds herkenbaar. Wel blijkt uit bespreking met de cultuurcommissie dat de doelen voor de komende jaren concreter geformuleerd kunnen worden en minder breed moeten zijn, zodat er meer focus is in de uitvoering en de resultaten zichtbaarder zijn. De vijf beleidslijnen uit beleidsnota Kracht van Cultuur scherpen we daarom aan: • Op weg naar toekomstbestendigheid: We werken aan een duurzame culturele infrastructuur. Dit geldt voor de hele culturele infrastructuur van Epe, maar is zeker ook een belangrijk streven voor onze grotere professionele organisatie zoals de Bibliotheek Noord-Veluwe, Cultuurplein Noord Veluwe en Veluws Museum Hagendoorns Plaatse. Regionale samenwerking is ook voor kunst en cultuur belangrijk. Dat uit zich op verschillende manieren. Met onze deelname aan het Cultuur- en Erfgoedpact Noord Veluwe bouwen we ook op regionaal niveau mee aan een flexibele en toekomstbestendige culturele infrastructuur.
Als onderdeel van het Pact worden lokale projecten gestimuleerd en verankerd. Ook de bibliotheek maakt onderdeel uit van de culturele infrastructuur. De Bibliotheek Noord-Veluwe is de basisvoorziening, inspiratiebron en ontmoetingsplek voor lezen, leren, informeren en participeren. De bibliotheek heeft dus een brede functie in de samenleving. In het centrum van Epe en in het centrum van Vaassen zijn bibliotheekvestigingen en in Oene en Emst zijn uitleenpunten van de bibliotheek aanwezig. De bibliotheek heeft vijf wettelijke taken en drie maatschappelijke opgaven waar we ons op richten: - bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie; - bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur; - organiseren van ontmoeting en debat; - laten kennis maken met kunst en cultuur. Daarnaast zijn er een aantal maatschappelijke opgaven vastgelegd in het landelijke Bibliotheekconvenant, namelijk: - het bevorderen van lezen; - het stimuleren van participatie in de samenleving; - het aanmoedigen van een leven lang ontwikkelen.
30
B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN
• Een aantrekkelijke gemeente mede dankzij kunst en cultuur: Wij willen in onze gemeente een aangenaam, florerend en activerend leefklimaat zodat we aantrekkelijk zijn voor onze huidige en nieuwe inwoners, bedrijven en bezoekers. Dit doen we door een creatieve, sociale, vitale en talentvolle gemeente te zijn. We zetten ons daarom - onder andere met onze cultuurcoach - in om jongeren met kunst en cultuur in aanraking te brengen. • Alle inwoners doen mee door participatie en educatie: Iedereen moet in aanraking kunnen komen met kunst en cultuur. Cultuur moet dus voor een brede doelgroep zijn. Om kinderen en jongeren in aanraking te laten komen met kunst en cultuur vinden we cultuureducatie erg belangrijk. Daarom stimuleren we activiteiten die voortvloeien uit het Convenant cultuureducatie van scholen, culturele instellingen en de gemeente, dragen we actief bij aan Meer Muziek in de Klas en zetten we in op doorgaande leerlijnen met onze cultuurcoach. Ook meer kwetsbare inwoners moeten kunnen genieten van kunst en cultuur. Bovendien kan cultuur ingezet worden om een mogelijke zorgvraag uit te stellen. Dit doen we bijvoorbeeld door ouderen actief te stimuleren bij culturele activiteiten. • Ontwikkeling door samenwerking: Dwarsverbanden tussen diverse culturele organisaties en het toeristisch veld scheppen nieuwe mogelijkheden.
Het resultaat is een versterking van de cultuursector en van het toeristisch profiel van Epe. Een voorbeeld hiervan is de cultuurpas die ontwikkeld is voor nieuwe inwoners van de gemeente Epe. Ook leggen we de verbinding met andere onderdelen van het sociaal domein. Kunstzinnige initiatieven die de verbinding in wijken en buurten versterkt (Community art) ondersteunen wij van harte. • Ruimte voor ondernemerschap: Wij stimuleren culturele organisaties om vanuit hun eigen positie, kracht en verantwoordelijkheden nieuwe initiatieven te ontwikkelen, kansen te creëren en te benutten. Culturele organisaties zijn steeds ondernemender en kunnen daardoor minder afhankelijk worden van hun subsidiegever. Focus voor de komende vier jaar: • We zetten in op het Cultuur- en Erfgoedpact Noord Veluwe en stimuleren daarmee lokale projecten • We zetten in op cultuureducatie, onder andere door middel van het convenant cultuureducatie en de cultuurcoach • We verstevigen de samenwerking vanuit cultuur met de sectoren Economie en Recreatie & Toerisme voor nieuwe mogelijkheden
G EMEEN TE EPE
31
MEEDOEN IN DE WIJK We vinden het belangrijk dat alle inwoners prettig kunnen wonen in de wijk en dat, wanneer mensen daar behoefte aan hebben, mogelijkheden voor ontmoeting en ondersteuning dichtbij te vinden zijn. Door vergrijzing, langer zelfstandig thuis wonen en extramuralisering (kwetsbare mensen krijgen ondersteuning thuis in plaats van in een instelling) is dit voor steeds meer mensen van belang. De afgelopen jaren is ingezet op de transformatie van zorg en ondersteuning en die transformatie zet door. Dat betekent dat we een ontwikkeling willen maken naar meer algemeen toegankelijke (ook wel: voorliggende) voorzieningen, waar inwoners terecht kunnen zonder dat ze een indicatie voor zorg nodig hebben. Daardoor kunnen problemen vroegtijdig gesignaleerd worden en kan er ook vroegtijdig geïntervenieerd worden. Daarmee hebben deze voorzieningen een belangrijk preventief karakter. In de gemeente Epe zijn al veel algemeen toegankelijke vormen van hulp en ondersteuning beschikbaar. Denk bijvoorbeeld aan sociaal werk, maatschappelijk werk en vrijwilligers ondersteuning zoals maatjesprojecten en vrijwillige diensten.
De afgelopen jaren zijn daarnaast meerdere nieuwe voorzieningen ontwikkeld waar inwoners zonder indicatie terecht kunnen, zoals de Buurtpunten (dagbesteding), Welzijn op Recept (begeleiding van een welzijnscoach naar welzijnsactiviteiten) en de pilot Helpende Hand (lichte begeleiding). Deze voorzieningen zijn niet alleen belangrijk vanwege hun preventieve karakter, maar ook omdat ze bijdragen aan het welzijn van inwoners en aan de sociale cohesie. We willen daarom een inclusief en gevarieerd spectrum van welzijnsactiviteiten, zodat ook de meest kwetsbare groepen zoals ouderen en mensen met een beperkingen daarvan gebruik kunnen maken. Hoewel er inmiddels een behoorlijk breed aanbod aan voorzieningen en activiteiten is, is het aanbod nog niet altijd goed vindbaar. Dat komt omdat het aanbod van verschillende organisaties is en er geen goede sociale kaart is of organisatie die het overzicht houdt. Dat willen we verbeteren. We zetten in op het vergroten van de vindbaarheid van alle voorzieningen, zodat inwoners die er behoefte aan hebben er gemakkelijker gebruik van kunnen maken.
Een mooi voorbeeld van een voorliggende voorziening in onze gemeente zijn de Buurtpunten (dagbesteding zonder indicatie), waarin zorgorganisaties, de welzijnsorganisatie en de gemeente samen een dekkend aanbod hebben gerealiseerd voor een zinvolle daginvulling met dertien Buurtpunten verspreid over de gemeente. Inwoners kunnen een plek en activiteit kiezen die bij hen past. De komende jaren gaan we inzetten op een verbetering van de samenwerking tussen de verschillende partijen die een rol (kunnen) spelen in of voor de buurtpunten. Zo kunnen we samen de toegankelijkheid, de diversiteit van het aanbod en het aanbod voor mogelijke nieuwe doelgroepen nog verder verbeteren. Naast activiteiten voor een zinvolle daginvulling door welzijns- en zorgorganisaties worden er in de wijk natuurlijk nog andere laagdrempelige 32
B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN
activiteiten door inwoners en verenigingen zelf georganiseerd, bijvoorbeeld in buurthuizen of Buurtpunten. Dat vinden we heel belangrijk voor de ontmoeting tussen inwoners. We willen in elke kern in elk geval één ontmoetingspunt hebben waar inwoners terecht kunnen voor ontmoeting, activiteiten en informatie. Steeds meer inwoners met een hulp- of zorgvraag wonen thuis, in de wijk. We willen dat ook zij zoveel terecht kunnen bij laagdrempelige voorzieningen in hun buurt en kunnen meedoen. In 2020 was in Epe ruim een kwart van de inwoners 65 jaar of ouder. De komende jaren zal het aantal ouderen toenemen. Daarmee zal er ook een groter beroep worden gedaan op diverse voorzieningen. Ook het aantal mensen met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) en dementie zal toenemen. Om te zorgen dat zij zo lang mogelijk zelfstandig kunnen meedoen willen we een dementievriendelijke gemeenten zijn. Dat betekent dat we meer bekendheid geven aan dementie zodat inwoners kunnen signaleren, handelen en doorverwijzen en dat de ondersteuning aan mensen met dementie en hun mantelzorgers is afgestemd op de fase van dementie. Zo kunnen inwoners met dementie zo lang mogelijk en zo gewoon mogelijk zelfstandig meedoen in de samenleving. Dat doen we onder andere door dagbesteding aan te passen op deze doelgroepen en door bijeenkomsten en ondersteuning te organiseren voor mensen met dementie en NAH.
Om prettig te kunnen wonen in de wijk moeten inwoners zich kunnen verplaatsen, zodat ze van de voorzieningen gebruik kunnen maken. Sommige inwoners hebben daar hulp bij nodig. Soms krijgen ze hiervoor hulpmiddelen vanuit de Wmo, zoals een rolstoel of een scootmobiel, en soms is vervoer nodig. De gemeente is verantwoordelijk voor het (doelgroepen)vervoer in het kader van de Wmo, van en naar de dagbesteding, in het kader van de Jeugdwet en naar werk in het kader van de Participatiewet. Dat vervoer organiseren we met de regionale samenwerking PlusOV. We willen de kwaliteit en stiptheid van het vervoer waarborgen. Daarnaast willen we meer inzetten op vernieuwende voorzieningen om een dekkend aanbod van laagdrempelige vervoersmogelijkheden te creëren, bijvoorbeeld vrijwilligersvervoer via de pilot Automaatje en een scootmobiel-uitleen voor mensen die niet dagelijks een scootmobiel nodig hebben.
Focus voor de komende vier jaar: • We vergroten de vindbaarheid van preventieve voorzieningen voor volwassenen, zoals welzijn op recept, sociaal werk, vrijwilligersdiensten en voorzieningen voor demente en NAH • We onderzoeken samen met zorg- en welzijnsorganisaties nieuwe mogelijkheden om meer doelgroepen inwoners laagdrempelig een zinvolle daginvulling te bieden • We hebben een dekkend aanbod van Buurtpunten en in elke kern een ontmoetingspunt voor ontmoeting, activiteiten en informatie • We ontwikkelen nieuwe mogelijkheden voor vervoer, waaronder vrijwilligersvervoer
G EMEEN TE EPE
33
VRIJWILLIGERS EN MANTELZORG Veel inwoners zijn actief als vrijwilliger, bijvoorbeeld bij een sportvereniging, stichting voor vrijwillige hulp of door zelf burenhulp te verlenen. Voor een prettige, levendige en actieve samenleving is de inzet van vrijwilligers hard nodig. Zowel voor het organiseren van activiteiten als bij de zelfredzaamheid van inwoners in de samenleving. Het aantal vrijwilligers loopt terug, onder andere door vergrijzing en de coronacrisis. Dit speelt bij veel verenigingen en organisaties. Ook kan het samenhangen met de wijze waarop vrijwilligerswerk vorm heeft gekregen. Het is de vraag of die manier nog passend is, omdat jongere vrijwilligers vaak liever flexibele klussen doen in plaats van vast vrijwilligerswerk. We vinden het daarom belangrijk dat verenigingen en organisaties hulp krijgen bij het werven van vrijwilligers en dat kennis hierover wordt verzameld en gedeeld. Ook willen we vrijwilligers behouden en hen ondersteunen, bijvoorbeeld met kennis of trainingen. We pakken dat gezamenlijk op in het vrijwilligerssteunpunt Epe Doet!. Zo proberen we verenigingen, organisaties en inwoners, die gebaat zijn bij de inzet van vrijwilligers, te ondersteunen om ook de komende jaren voldoende vrijwilligers te behouden en beschikbaar te hebben. Veel hulp en ondersteuning wordt al gerealiseerd binnen het eigen netwerk van de inwoners.
Als mensen zorgen voor iemand uit hun eigen sociale omgeving, bijvoorbeeld een partner of vriend, heet dat mantelzorg. De vergrijzing, het zo lang mogelijk zelfstandig wonen van kwetsbare inwoners en de druk op de zorg kunnen de druk op de mantelzorgers vergroten. Daarom willen we inzetten op ondersteuning van de mantelzorgers. De Eper mantelzorgers worden ondersteund door Koppel-Swoe en gewaardeerd met een individuele waardering. Niet alle mantelzorgers zijn echter in beeld, sommige mensen zijn zich er niet bewust van dat zij mantelzorgers zijn. Vaak zijn deze onbewuste mantelzorgers mensen met een migratieachtergrond en jonge mantelzorgers. Zonder ondersteuning proberen zij het te redden. Omdat wij het belangrijk vinden dat zij hun zorg en ondersteuning kunnen blijven bieden, proberen we hen te vinden en te ondersteunen. Dat vinden doen we vooral door samen te werken met scholen en verenigingen ten daar voorlichting te geven. Ook hun netwerk willen we hiermee aanspreken. Voor jonge mantelzorgers worden activiteiten georganiseerd om te ontspannen en ervaringen te kunnen delen, passend bij hun leeftijd. Focus voor de komende vier jaar: • Via het vrijwilligerssteunpunt hebben we aandacht voor het werven van vrijwilligers om het aanbod van vrijwilligers stabiel te houden • We sporen (jonge) mantelzorgers die niet in beeld zijn actief op en bieden hen ondersteuning
34
B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN
Hoofdstuk 6. Zorg en gezondheid
Waar het hoofdstuk Actief in Epe gaat over meedoen voor iedereen, draait het in dit hoofdstuk meer om inwoners die extra zorg en ondersteuning nodig hebben. Bijvoorbeeld vanuit de Wmo. Voor wie dat nodig heeft bieden we kwalitatief goede zorg en ondersteuning, liefst vrij toegankelijk en in de buurt. Ook hebben we aandacht voor het voorkomen en bestrijden van gezondheidsproblemen en voor (zelfstandig of met zorg) thuis wonen. We willen dat onze inwoners zich gezond voelen en prettig leven in de wijk.
GEZONDHEID EN LEEFSTIJL De definitie van gezondheid die wij hanteren is: Gezondheid is het vermogen van mensen om zich aan te passen en zelf regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven. Dit is ook de definitie van positieve gezondheid. Gezondheid is daarmee niet langer de afwezigheid van ziekte, maar of men zich kan redden en of men zich goed voelt. De komende decennia neemt de totale vraag naar zorg aanmerkelijk toe, onder andere vanwege de vergrijzing. De zorg verandert ook van karakter, doordat chronische aandoeningen het beeld van de gezondheidszorg gaan bepalen. Het aantal mensen met een chronische aandoening zal het aantal mensen met een tijdelijke aandoening ver overtreffen. Het voorkómen van chronische aandoeningen wordt hierdoor een belangrijke opgave voor de gezondheidszorg. Verder kan de gezondheidszorg door vroeg in te grijpen veel doen om erger te voorkomen als mensen toch een chronische aandoening krijgen. De gezondheidszorg zal daarom de komende jaren een grote verandering doormaken: van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag. Leefstijl, voeding en bewegen zullen steeds belangrijker worden als het gaat om preventie. Op termijn kunnen deze ontwikkelingen gevolgen hebben voor de rol van gemeenten, zorgverzekeraars en Rijk, omdat verantwoordelijkheden en daarmee belangen en middelen verschuiven.
Afspraken over de veranderende rollen zijn gemaakt in het Integraal Zorg Akkoord (IZA), dat in september 2022 door gemeenten ondertekend is. De gedachte achter het IZA is dat het nodig is om steviger in te zetten op preventie van ongezondheid met een nadrukkelijkere rol voor het sociaal domein, in samenwerking met de zorg.
G EMEEN TE EPE
35
Onderdeel daarvan is bijvoorbeeld een regionaal gecoördineerde aanpak van zorg en preventie. Met het IZA nemen alle betrokken partijen met elkaar de verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke opgave om toe te werken naar een vitalere samenleving en toekomstbestendige zorg. Vanuit het IZA moeten gemeenten zich inzetten voor preventie, het opzetten van een regionale preventie-infrastructuur en het verbeteren van de samenwerking tussen de eerstelijnszorg en het sociaal domein. Daar geven we met dit beleidsplan vorm aan. Er wordt ook gewerkt aan het GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord) over alle preventiethema’s. Voor het IZA en GALA komen middelen beschikbaar, onder andere vanuit een nieuwe gebundelde landelijke uitkering voor gezondheid, sport, cultuur en de sociale basis (zie hoofdstuk ‘Inleiding’, paragraaf ‘uitvoering van het beleidsplan’). Hierover staan afspraken in het GALA. Op die manier worden de middelen rondom preventie meer geoormerkt en kunnen ze beter integraal ingezet worden. Hoewel de Rijksoverheid en zorgverzekeraars de grootste taak hebben op het gebied van gezondheid, kunnen we als gemeente veel bijdragen aan preventie. Daarbij zien we de volgende rollen voor ons weggelegd: • Stimulerende rol: de gemeente stimuleert inwoners om gezonde keuzes te maken. Dat doet ze door informatieverstrekking, bewustwording en het laagdrempelig aanbieden van interventies.
Zo werken we samen met GDD aan gezondheidscampagnes en een rookvrije generatie en stimuleren we in samenwerking met zorgverzekeraars en zorgverleners de inzet van de Gecombineerde Leefstijl Interventie (GLI) uit de zorgverzekering voor gedragsverandering bij overgewicht. • Ondersteunende rol: de gemeente ondersteunt partners (professionals en vrijwilligersorganisaties) die bijdragen aan het realiseren van een gezonde samenleving. Dat doen we onder meer door subsidieverlening en informatieverstrekking/bewustwording, bijvoorbeeld op het gebied van preventieve ondersteuning gericht op welzijn (bijvoorbeeld sociaal werk en maatschappelijk werk). Ook willen we een dekkend aanbod van AED’s voor reanimatie. • Verbindende rol: de gemeente stimuleert samenwerking tussen partners, en tussen partners en (groepen) inwoners om een preventieve gezondheidsaanpak te versterken. Dat doen we bijvoorbeeld door met het Lokaal Preventieakkoord de samenwerking tussen betrokken gezondheids- en welzijnsorganisaties te versterken. Daarnaast voeren we als gemeente de Wet publieke gezondheid uit. Deze taak is belegd bij de GGD. Bovendien hebben we aandacht voor een gezonde leefomgeving vanuit de Omgevingswet, want de fysieke leefomgeving kan ook bijdragen aan de gezondheid en het welzijn van onze inwoners.
Dat doen we ook door speelruimtebeleid te ontwikkelen (zie hoofdstuk ‘Actief in Epe’, paragraaf ‘Sporten en bewegen’).
36
B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN
Voorkomen is beter dan genezen. Het klinkt afgezaagd, maar in het kader van vergrijzing en stijging van chronische aandoeningen blijft het wel bijzonder belangrijk. Net als dat zo vroeg mogelijk ingrijpen erger kan voorkomen. In het voorkomen richten wij ons steeds meer op positieve gezondheid. Hiermee proberen wij inwoners via preventie en een goede leefstijl gezonder te laten leven. Dat geldt niet alleen voor jongeren (zie hiervoor ook hoofdstuk ‘Opgroeien in Epe’, paragraaf ‘Preventie en jeugdgezondheidszorg’), maar voor grote groepen inwoners. Aandacht voor sociaaleconomische gezondheidsverschillen is hierbij van belang. Inwoners die sociaaleconomisch minder sterk zijn ondervinden namelijk meer gezondheidsproblemen. Het IZA biedt daarvoor handvatten. We hanteren in ons gezondheidsbeleid een drietal speerpunten met onderliggende thema’s: 1. Gezonde leefstijl - Gezond gewicht, gezonde voeding en voldoende beweging - Gezond gedrag: minder of geen gebruik van alcohol, tabak en drugs 2. Mentaal welbevinden - Versterken van zelfredzaamheid - Sociale contacten - Veerkracht: rust en ontspanning 3. Gezonde leefomgeving Focus voor de komende 4 jaar: • We stimuleren preventieve programma’s op het gebied van gezonde leefstijl, mentaal welbevinden en gezonde leefomgeving
G EMEEN TE EPE
37
WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING (WMO) Met de Wmo zijn gemeenten verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Actief deelnemen aan de samenleving en zoveel mogelijk zelfstandig functioneren zijn belangrijke uitgangspunten. Vanuit de Wmo organiseren we de toegang tot zorg en ondersteuning voor zorgvragen op het gebied van zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving (zie ook hoofdstuk ‘Overkoepelende thema’s’, paragraaf ‘Toegang tot zorg en ondersteuning’). We vinden het belangrijk dat iedereen in onze samenleving mee kan doen naar vermogen. Bij hulpvragen kijken inwoners in eerste instantie zelf of samen met hun netwerk naar oplossingen. Vervolgens kan inzet van algemene voorzieningen een oplossing bieden, waarmee we inwoners op een laagdrempelige manier passende ondersteuning kunnen bieden. Voor sommige inwoners is een maatwerkvoorziening passender dan een algemene voorziening. Deze maatwerkvoorzieningen zijn afgestemd op de persoonlijke situatie. Hierbij kan gedacht worden aan: een schoon en leefbaar huis, een hulpmiddel om (zelfstandig) te verplaatsen, ondersteuning bij de dagelijkste activiteiten en een zinvolle daginvulling anders dan bij de buurtpunten.
Deze maatwerkvoorzieningen (hulpmiddelen, ondersteuning en zorg) vanuit de Wmo kopen we samen met andere gemeenten in via de zorgregio Midden-IJssel/Oost-Veluwe (zie ook hoofdstuk ‘Opgroeien in Epe’, paragraaf ‘Jeugdzorg’). Die inkoop richten we steeds meer in op partnerschap, waarin we samen met zorgaanbieders de verantwoordelijkheid delen voor maatschappelijke opgaven, zoals de beweging naar beschermd thuis en langer zelfstandig wonen. Naast het bieden van hulp en ondersteuning aan inwoners die dit nodig hebben, hebben we als gemeente een taak om te voorkomen dat inwoners een beroep moeten doen op specialistische ondersteuning en zorg. We zetten daarom in op preventieve algemene voorzieningen waarin wordt samengewerkt met zorgaanbieders en welzijnspartners die actief zijn binnen de gemeente (zie hoofdstuk ‘Actief in Epe’, paragraaf ‘Meedoen in de wijk’). Gezocht wordt naar manieren om meer laagdrempelige voorzieningen te realiseren waarvoor geen indicatie nodig is. Zo krijgen inwoners sneller hulp en wordt de instroom in duurdere maatwerkvoorzieningen beperkt. We willen de komende jaren de algemeen toegankelijke voorzieningen verder uitbreiden. Dat betekent dat er ook financieel een verschuiving plaatsvindt van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen.
Het kabinet wil deze kabinetsperiode met gemeenten werken aan de verbetering en vernieuwing van de Wmo, waarover de staatssecretaris in maar 2022 een brief naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het is een heel breed voorstel. Twee concrete voorstellen die direct gevolgen kunnen hebben voor gemeenten zijn de eigen bijdrage en resultaatsturing. Op dit moment geldt er voor de gehele Wmo een abonnementstarief in plaats van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage.
38
B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN
Dit heeft een aanzuigende werking op de Wmo, omdat sommige inwoners hierdoor zorg die zij voorheen zelf betaalden nu van de gemeente vragen. Het kabinet wil een inkomensafhankelijke eigen bijdrage mogelijk maken voor huishoudelijke hulp, maar niet voor andere onderdelen van de Wmo. Bovendien zullen gemeenten hier geen financieel voordeel van hebben, omdat de extra inkomsten door het Rijk worden ingehouden op de algemene uitkering. Daarnaast wil het kabinet onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor resultaatsturing binnen de Wmo, oftewel sturing op het resultaat van zorg of ondersteuning in plaats van op het aantal in te zetten uren. Momenteel is dat nog niet mogelijk. Verder komt er een houdbaarheidsonderzoek naar de Wmo. We volgen deze ontwikkelingen en spelen hier regionaal en lokaal op in. Bij veranderingen in de Wmo betrekken we inwoners op tijd en laagdrempelig. Om beter te kunnen volgen hoe inwoners onze toegang en de kwaliteit van zorg en ondersteuning ervaren, verbeteren we het verplichte cliëntervaringsonderzoek. Soms willen inwoners wel graag hulp, maar hebben ze iemand nodig die met hen meedenkt. Daarom is er onafhankelijke cliëntondersteuning. De cliëntondersteuner van de partnerorganisaties, MEE Veluwe, Verian of Koppel-Swoe geeft informatie, advies en/of praktische tips zodat inwoners de zorg kunnen aanvragen die ze nodig hebben.
Cliëntondersteuners kunnen ook helpen met het verduidelijken van een hulpvraag en ondersteunen bij het gesprek met de gemeente of andere organisaties. We blijven onafhankelijke clientondersteuning inzetten, zodat inwoners op de juiste plek terechtkomen. Dat kan zijn met juiste hulp, of juist dat inwoners zelfstandig verder kunnen. In 2022 en 2023 wordt een project uitgevoerd om de onafhankelijke cliëntondersteuning meer bekendheid te geven, beter vindbaar en bereikbaarder te maken. Focus voor de komende vier jaar: • We werken samen in de regio aan het doorontwikkelen van de inkoop van hulpmiddelen en zorg, voor een betere kwaliteit van zorg en het bijdragen aan maatschappelijke ontwikkelingen • We willen meer laagdrempelige voorzieningen realiseren waarvoor geen indicatie nodig is, die aansluiten op de toekomstige vraag • We zetten in op het vergroten van de bekendheid en vindbaar zijn van cliëntondersteuning
BESCHERMD THUIS Inwoners zijn het meest gebaat bij zorg en opvang in de eigen buurt of wijk. De gemeente Epe speelt hierop in door zoveel mogelijk in te zetten op zorg aan huis. Het doel hiervan is dat de instellingszorg afneemt en nodige zorg en hulp zo dicht mogelijk bij huis geboden kan worden. We gaan dus van intramurale zorg naar intensieve zorg ‘thuis’. Hiervoor is een regionale kadernota Beschermd Thuis (2022 – 2030) vastgesteld en een lokaal jaarwerkplan beschermd thuis, dat we opnemen in het uitvoeringsprogramma bij het beleidsplan. Er wordt regionaal gewerkt aan het anders inrichten van de zorg voor inwoners die eerder beschermd woonden. Samen met zorgaanbieders voor beschermd wonen wordt geprobeerd om het aantal intramurale plekken jaarlijks af te bouwen van 490 nu naar 400 in 2027. Dat is nodig omdat de financiering van beschermd wonen verandert en er een woonplaatsbeginsel komt. Dat houdt in dat de gemeente van herkomst de kosten draagt voor inwoners die op een locatie in een andere gemeente beschermd wonen. Onze regio krijgt daardoor minder geld en moet het aantal plekken afbouwen. Het is van belang om bij deze ontwikkeling ook buurtbewoners, zorgaanbieders en andere partijen, zoals politie, sociaal werk en wijkverpleging te betrekken. Doel is om op deze wijze voor de nieuwe en bestaande inwoners een goede start te realiseren.
Aandachtspunt hierbij is of er dan voldoende voorzieningen in de wijk zijn.
G EMEEN TE EPE
39
We vinden het belangrijk dat inwoners met een zorgvraag zo prettig en veilig mogelijk thuis kunnen wonen. Daar kunnen inwoners zich op voorbereiden en wij helpen hen daarbij met onder andere preventieve huisbezoeken en een woningcheck. Domotica kan ondersteunen bij het zelfstandig wonen. We stimuleren nieuwe mogelijkheden zoals met het project Zlimsamen (rookmelders voor veiligheid en val-sensoren voor signalering) dat in onze gemeente is uitgevoerd. Ook is het belangrijk dat woningen geschikt zijn voor mensen met een zorgvraag én passen bij hun woonwensen. Dat maakt zelfstandig wonen mogelijk en voorkomt dat we grote investeringen moeten doen in woningaanpassingen. Samen met woningbouwvereniging Triada en zorgaanbieders onderzoeken we welke woonvormen noodzakelijk zijn en gerealiseerd kunnen worden om hier voor onze inwoners aan tegemoet te kunnen komen. De vastgestelde Woonzorgagenda biedt hiervoor de basis en wordt samen met de betrokken organisaties uitgewerkt tot een gezamenlijk Woonzorg-uitvoeringsprogramma voor de komende jaren. Daarin wordt tot uitdrukking gebracht welke mogelijkheden we zien die de komende jaren door onze partners gerealiseerd kunnen worden. De gemeente stimuleert en ondersteunt hen.
Focus voor de komende vier jaar: • Samen met inwoners, professionals in de wijk en zorgpartners zorgen voor een goede start thuis, met passende voorzieningen • We hebben aandacht voor zelfstandig wonen en de mogelijkheden die technologie (domotica) daarbij kan bieden • We ondersteunen de woningbouwvereniging, ontwikkelaars en zorgaanbieders bij het realiseren van passende woonvormen
40
B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN
SAMEN TEGEN HUISELIJK GEWELD
GEFASEERDE KETENZORG • Eerst (samen)werken om directe veiligheid te realiseren, door het geweld te stoppen en slachtoffers te beschermen. Er moet eerst directe veiligheid zijn zodat er ruimte ontstaat om te kunnen werken aan verandering. • Dan (samen)werken om stabiele veiligheid te creëren, door te werken aan risicogestuurde zorg: het aanpakken van de belangrijkste onderliggende risicofactoren die geweld en onveiligheid in stand houden. • En daarna (samen)werken voor het bieden van herstelgerichte zorg. Movisie, 2021
In ieder huishouden komt het wel eens voor dat mensen stress ervaren en er conflicten zijn. Normaal gesproken kunnen inwoners zelf om hulp vragen of stappen zetten om hun situatie te verbeteren. Als er sprake is van terugkerende problemen kan het zijn dat de situatie permanent verslechterd. In zulke situaties is kan het logisch zijn om Veilig Thuis te betrekken. In onze gemeente zijn al diverse samenwerkingsstructuren van organisaties, die zich (preventief) bezighouden met veiligheidsproblematiek. Zo is er een coördinatiepunt zorg en veiligheid waar medewerkers van de gemeente proberen in complexe situaties de meest optimale zorg in te zetten. Zij organiseren ook een Sociaal Team, waarin ketenpartners samenwerken om zo de hulpverlening aan inwoners integraal en optimaal in te zetten. De komende jaren gaan we met ketenpartners en professionals die deze situaties kunnen herkennen aan de slag om ervoor te zorgen dat er zicht komt op onveilige situaties, misbruik en mishandeling, zodat er actie ondernomen kan worden. We gaan daarin een zelfde werkwijze hanteren. Regionaal wordt hier al op ingezet en we gaan dat lokaal verder inbedden. Denk aan invoeren van gefaseerde ketenzorg, een lokaal geborgd calamiteitenplanepe en de AVEsystematiek (Aanpak Voorkoming Escalatie). Daarin is van belang wat je zelf kunt doen en wanneer je moet opschalen en wie de regie heeft.
Het lokale werkplan ‘Samenwerken aan zorg en veiligheid’ wordt als basis ingezet om dit lokaal te realiseren. Een ontwikkeling hierbij is dat daders soms ook slachtoffers zijn. De aanpak heeft daar ook oog voor. De inzet van ervaringsdeskundigen kan ook in deze situaties een positief effect hebben. De systematiek dragen we uit met de werkwijze van het coördinatiepunt, deelnemers aan de sociaal teams dragen het uit binnen hun eigen organisaties. Doel is dat iedereen een melding kan doen, dat de meldcode door de professionals uitgevoerd wordt en dat onveilige situaties aangepakt worden. Het uitgangspunt is altijd dat de onveilige situatie opgeheven wordt, zodat een jeugdige thuis kan blijven wonen en een uithuisplaatsing wordt voorkomen. Focus voor de komende vier jaar: • We implementeren de nieuwe eenduidige systematiek rondom zorg en veiligheid bij onze ketenpartners vanuit het coördinatiepunt zorg en veiligheid
G EMEEN TE EPE
41
Hoofdstuk 7: Meedoen werkt
We ondersteunen onze (financieel) kwetsbare inwoners, gestuurd vanuit met name de Participatiewet, de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening en de Wet Inburgering. We willen kansengelijkheid en welzijn bevorderen door armoede tegen te gaan, zowel door middel van werk als door middel van ondersteunende minimaregelingen. We helpen inwoners vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn om mee te doen, bijvoorbeeld leesvaardigheid en digitale vaardigheden.
WERKEN WERKT Werken is goed voor de gezondheid en voor het welzijn van mensen. Het is de basis voor mensen om zelfvertrouwen op te bouwen, zich te ontplooien en mee te doen in de samenleving. Dat is ons doel. Werken moet lonen en niet beperken, daarom hebben we oog voor maatwerk. Dat betekent dat werken ook onbetaald werk kan zijn, zoals dagbesteding of een werkervaringsplek. We begeleiden mensen naar werk vanuit onder andere de Participatiewet. Daarvoor werken we samen met de gemeente Apeldoorn en leerwerkbedrijf Lucrato. Ook in regionaal verband, in de Cleantech regio Stedendriehoek, werken we samen met gemeenten en ondernemers aan passende werkplekken. Onze uitgangspunten bij het weer aan het werk helpen of activeren van inwoners zijn: • Mensgerichte aanpak waarin, door bijvoorbeeld aandacht te hebben voor taal, laaggeletterdheid, leeftijd en arbeidsbeperking, we individueel maatwerk kunnen realiseren. We sluiten niemand uit. • Kansengelijkheid, dus het verminderen van kansenongelijkheid. • Brede aanpak met een netwerksamenwerking, niet alleen met organisaties op het gebied van werk en inkomen, maar ook met zorgorganisaties, welzijnsorganisaties en het netwerk van inwoners. We streven daarbij naar een lager of minstens gelijkblijvend uitkeringsbestand. Op verschillende manieren activeren we (werkloze) inwoners naar werk.
Zo zijn er vijf werkleerlijnen (ICT Data-analist, Zorg, Beveiliging, Groen, Horeca&catering), waarbij werken en leren gecombineerd wordt om kennis en vaardigheden op te doen en tegelijkertijd werkervaring te krijgen in kansberoepen (waaraan een tekort is in de arbeidsmarkt). En zijn de afgelopen jaren 80 lokale werkervaringsplekken gecreëerd bij 12 organisaties ter voorbereiding op reguliere betaalde arbeid.
42
B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN
We blijven daar volop op inzetten door meer werkervaringsplekken te zoeken bij onze inwoners in de buurt. We willen graag een nog diverser aanbod, zodat er voor iedereen een passende plek is. Bovendien zetten we de komende jaren een extra trajectbegeleider in voor de begeleiding op de werkervaringsplekken, zodat inwoners ook echt begeleid worden in hun leertraject en zich kunnen ontwikkelen. Door economische ontwikkelingen en arbeidsmarktontwikkelingen zien we dat het aantal mensen met een uitkering op dit moment daalt. Tegelijkertijd zien we dat de doelgroep die overblijft een grotere afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Dat betekent dat voor een steeds groter deel van de mensen met een uitkering maatwerk en extra begeleiding belangrijk zijn. We zetten daarom in op persoonlijke begeleiding (op persoonlijk vlak, werknemers- en vakvaardigheden). We zetten daarvoor extra trajectbegeleiders en consulenten in, zodat mensen vaker een persoonlijk gesprek krijgen. Ook hebben we aandacht voor preventie. Naar verwachting komen er twee wetswijzigingen in de Participatiewet. Het wetsvoorstel Breed Offensief is bedoeld om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te krijgen. Gemeenten moeten daarvoor meer begeleiding bieden. We zullen onze verordening hierop aanpassen, maar op dit moment is de ingangsdatum van de wetswijziging nog onbekend.
Daarnaast komt er een wetswijziging vanwege de zogenoemde boodschappenaffaire uit 2021. Iemand met een uitkering moest € 7.000 aan bijstand terugbetalen na het aannemen van boodschappen van haar ouders. Dit leidde landelijke tot grote verontwaardiging en discussie. Beïnvloed door de toeslagen- en boodschappenaffaire werkt het nieuwe kabinet inmiddels aan het minder hardvochtig maken van de Participatiewet. Het rapport ‘Participatiewet in balans’ bevat oplossingsrichtingen waaruit de regering nog geen definitieve keuze heeft gemaakt, maar de denkrichting is duidelijk. De Participatiewet moet eenvoudiger zijn en een toereikend bestaansminimum bieden, waarbij mensen passende ondersteuning krijgen. De wet moet daarbij rechten en verplichtingen bevatten die zinvol en begrijpelijk zijn en door iedere uitkeringsgerechtigde nageleefd kunnen worden. In de gemeente Epe bieden zoeken we binnen de wettelijke kaders momenteel zo veel mogelijk maatwerk en zetten we maximaal in op persoonlijke aandacht. We volgen de wettelijke ontwikkelingen die daarvoor meer ruimte kunnen gaan bieden en zullen daar wanneer dat mogelijk is gebruik van gaan maken. Focus voor de komende 4 jaar: • We stimuleren en coördineren een divers aanbod van toegankelijke werkervaringsplekken in de buurt, met ruimte voor ontwikkeling • We implementeren aanstaande wetswijzigingen
ARMOEDE EN SCHULDEN Inwoners kunnen door levensgebeurtenissen in armoede of schulden terechtkomen. Door de huidige ontwikkelingen rondom de energiecrisis en de hoge inflatie (zie hoofdstuk ‘Ontwikkelingen’) hebben veel inwoners zorgen over of ze kunnen rondkomen. We vinden het belangrijk om hen te ondersteunen. Vanuit onze visie kijken we altijd naar de mens achter de armoede of schulden en proberen we samen met hen de oorzaak breed aan te pakken. Dat doen we met het netwerk van de inwoner en onze ketenpartners. We kunnen inwoners ondersteunen met inkomen (bijvoorbeeld met een bijstandsuitkering of bijzondere bijstand), schuldhulpverlening en minimavoorzieningen. In de Participatiewet heeft de gemeente beperkte ruimte voor eigen invulling, maar binnen de wettelijke kaders benutten we de mogelijkheden voor maatwerk. Schuldhulpverlening en minimavoorzieningen bieden wel veel beleidsvrijheid. We zetten er op in om hiermee onze inwoners maximaal te ondersteunen.
G EMEEN TE EPE
43
Gezien de huidige ontwikkelingen is er op dit moment veel onzekerheid bij inwoners. We volgen de ontwikkelingen op de voet, zodat we onze inwoners de meest passende ondersteuning kunnen bieden. Ons doel is daarbij het opheffen van bestaansonzekerheid bij kwetsbare inwoners. Dat betekent dat inwoners ten minste kunnen voorzien in hun levensonderhoud. Daarbij richten we ons op het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden. Hiervoor bieden we een vangnet aan regelingen en voorzieningen voor de meest kwetsbare inwoners. Zo hebben we een meedoenregeling, leergeld een schoolfonds om inwoners met een lager inkomen te helpen om mee te kunnen doen in de samenleving. Specifiek hebben we daarbij aandacht voor kinderen en jongeren, omdat we willen dat kinderen en jongeren in armoede mee kunnen doen en de kans hebben om uit armoede te komen. Dat doen we op het gebied van onderwijsmiddelen, ontwikkelingsmogelijkheden, werk en vrijetijdsbesteding. Voor een inwoners met een lager besteedbaar inkomen is er steun van de Voedselbank. Vanaf 2023 bieden we daarnaast een zorgverzekering aan met een verlaagde premie voor de aanvullende verzekeringen voor mensen met een lager inkomen. Zo voorkomen we zorgmijding en bevorderen we gezondheid. Omdat we zien dat een steeds grotere groep inwoners financiële zorgen heeft, vergroten we de doelgroep van de minimavoorzieningen.
Die gaat van 120% van het bijstandsniveau naar 130% van het bijstandsniveau. Daarmee helpen we ook werkende armen en ouderen met een klein pensioen en verkleinen we de armoedeval. Natuurlijk kunnen we ook via de bijzondere bijstand, uitgevoerd door de gemeente Apeldoorn, inwoners met een lager inkomen ondersteunen, momenteel ook bij problemen met het betalen van de energierekening. We gaan daarbij uit van maatwerk. We vragen bij alle inwoners en organisaties aandacht voor het bespreekbaar maken van armoede en schulden met als doel het taboe te doorbreken. Dat doen we onder andere door met veel lokale partners samen te werken rondom schuldhulpverlening en vroegsignalering van schulden. Schuldhulpverlening, uitgevoerd door de Kredietbank Nederland, is erop gericht om mensen een duurzaam financieel gezonde toekomst te bieden. Daarvoor bieden we goede begeleiding en uitgebreide nazorg, in samenwerking met onder andere het formulierenteam (waarbij vrijwilligers helpen met de administratie), zorg- en welzijnsorganisaties. Bij vroegsignalering gaan we op basis van signaleren van vaste-lasten-partners actief op inwoners met betalingsachterstanden af om te vragen of zij hulp kunnen gebruiken. We willen daarmee zoveel mogelijk inwoners bereiken om te voorkomen dat betalingsachterstanden oplopen tot schulden.
Focus voor de komende vier jaar: • We monitoren de effecten die huidige ontwikkelingen zoals de Coronapandemie, inflatie en de energiecrisis met zich meebrengen op het gebied van werk en inkomen en spelen hierop in • Om de armoedeval te dempen maken we minimavoorzieningen toegankelijk voor een grotere doelgroep • Kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar die in armoede leven bieden we de mogelijkheid om mee te doen en uit armoede te kunnen komen
44
B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN
INBURGERING EN VLUCHTELINGEN Met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet Inburgering vanaf 2022 hebben gemeenten meer regie, taken en mogelijkheden gekregen om het gemeentelijk beleid rondom participatie inburgering te versterken met als doel een snellere integratie in onze samenleving. Gemeenten zijn verantwoordelijk om statushouders een sluitend inburgeringsaanbod te doen. Statushouders zijn vluchtelingen die een verblijfsstatus in Nederland hebben gekregen. Zij moeten inburgeren. Ook andere nieuwkomers moeten meestal inburgeren. Inburgering heeft meer succes als nieuwkomers werk vinden en mee kunnen doen aan activiteiten in de gemeente, vrijwilligerswerk doen of werken. Om dit te bereiken sluit de gemeente aan bij de vijf doelen van de nieuwe inburgeringswet: 1. Maatwerk: voor deelname is het belangrijk dat de inburgering aansluit bij de startpositie, de ontwikkelingsmogelijkheden en de wensen van de statushouder. 2. Dualiteit: een combinatie van taal en participatie. Het leren van de taal wordt gecombineerd met deelname aan activiteiten zoals vrijwilligerswerk of betaald werk. 3. Tijdige start van de inburgering: zodat statushouders vanaf het begin kunnen deelnemen aan de samenleving. 4. Snelheid van de inburgering: om snel in Epe te kunnen deelnemen is het belangrijk dat statushouders de inburgering binnen de termijn, of sneller, afronden; 5.
Kwaliteit: om deze vier doelen te bereiken is het inburgeringsaanbod divers en van goede kwaliteit. Inburgeraars stellen een Plan Inburgering en Participatie (PIP) op hun persoonlijke doelen. Dat doen zij samen met een inburgeringsregisseur, waarvoor wij samenwerken met de gemeente Apeldoorn. In het plan willen we voor statushouders aandacht hebben voor financieel ontzorgen, gezondheid en leren. De gemeente moet inburgeringslessen leveren voor statushouders voor drie leerroutes, afhankelijk van de wensen en de mogelijkheden van de inburgeraar. In samenwerking met de gemeenten Apeldoorn, Deventer, Heerde, Olst-Wijhe en Voorst heeft Epe dit geregeld waarbij inburgeraar zelf kan kiezen bij welke aanbieder het beste bij hem of haar past. Het gaat hier om: • De B1-route, gericht op het behalen van het B1 taalniveau en toeleiding naar (vrijwilligers)werk • De onderwijsroute, een taalschakeltraject van 1,5 jaar gericht op de toeleiding naar niveau MBO-2, Hoger Onderwijs en Universiteit • De Z-route voor inburgeraars voor wie de Onderwijs- of B1-route niet haalbaar is, gericht op zelfredzaamheid
G EMEEN TE EPE
45
Voor statushouders geldt: participeren is meedoen, bijdragen en ervaring opdoen. Dit kan via vrijwilligerswerk, werkervaringsplekken en werk. Lucrato organiseert voor Epe de participatieplaatsen en taalstages. Een statushouders doet dit naast zijn inburgeringslessen: duaal. Om duaal leren mogelijk te maken voor mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt waardoor taal en werk gecombineerd kunnen worden hebben we samen met werkleerbedrijf Lucrato het project Sterk naar Werk ontwikkeld. Daarnaast werken we samen met andere maatschappelijke partners en vrijwiligers en hebben we in het voorliggende, preventieve veld ondersteunde trajecten die deelname en meedoen bevorderen, zoals taalmaatjes en maatschappelijke begeleiding. De oorlog in Oekraïne en vluchtelingenstromen uit onder andere Afghanistan en Syrië zorgen momenteel voor een grote druk op de asielzoekerscentra in Nederland. Vluchtelingen uit Oekraïne kunnen zonder asiel aan te vragen in Nederland verblijven en worden momenteel opgevangen in onze gemeente. Een deel van hen heeft zelf huisvesting geregeld. Asielzoekers met een verblijfstatus (statushouders) hebben het recht op woonruimte en gemeenten de plicht om daar voor te zorgen. Het Rijk bepaalt hoeveel statushouder iedere gemeente moet huisvesten. Die taakstelling stijgt op dit moment door de toename van het aantal statushouders.
Doordat er een woningtekort is in Nederland, kunnen statushouders niet verhuizen en houden ze plekken in de asielzoekerscentra bezet, met schrijnende situaties als gevolg. Gemeente Epe heeft in 2022 onderzoek gedaan naar mogelijkheden voor huisvesting van statushouders en zal extra woonruimte voor hen creëren door inzet van gemeentelijk vastgoed en door het plaatsen van woonunits. Met het realiseren van tijdelijke woonruimte kunnen we de statushouders een plek bieden en zorgen we ervoor dat meer reguliere sociale huurwoningen beschikbaar blijven voor woningzoekenden in Epe. Door de druk op de asielzoekerscentra en een landelijk tekort aan opvangplekken, wordt er daarnaast door het Rijk gezocht naar meer opvangplekken voor asielzoekers. Het Rijk werkt aan wetgeving om asielzoekers beter over gemeentes te spreiden. Ook deze ontwikkeling volgen we. Veel inwoners staan positief tegenover de komst van vluchtelingen en statushouders en zetten zich in om als vrijwilliger te helpen bij integratie en participatie. Tegelijkertijd zijn er ook inwoners die niet positief zijn of vragen hebben over vluchtelingen en hun cultuur, de huisvesting en het beleid. In onze communicatie en informatieverstrekking houden we daar rekening mee houden en proberen we kennis en wederzijds begrip te vergroten.
Het is voor al onze inwoners belangrijk dat statushouders zo goed mogelijk inburgeren en mee kunnen doen in de samenleving. Het helpt daarbij als zij contact hebben met andere inwoners. Inwoners zich vrijwillig inzetten voor inburgeraars of die initiatieven opzetten om de integratie van vluchtelingen en statushouders te bevorderen, ondersteunen we daarom. Focus voor de komende 4 jaar: • We monitoren de implementatie van de nieuwe wet inburgering en sturen waar nodig bij • We volgen de ontwikkelingen in het aantal statushouders en vluchtelingen om te zorgen voor evenwichtige verdeling van huisvesting • We stimuleren en ondersteunen initiatieven om de integratie van nieuwkomers in hun buurt te bevorderen
46
B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN
VAARDIGHEDEN OM MEE TE DOEN We staan voor een leven lang leren. Daarom bieden we ook onderwijs aan volwassenen. Dat doen we voor inburgeraars, maar ook voor alle andere mensen die moeite hebben met lezen en schrijven, rekenen of digitale vaardigheden. Digitale vaardigheden zijn steeds vaker nodig om mee te kunnen doen in de samenleving, terwijl lang niet iedereen over voldoende digitale vaardigheden beschikt. We bieden daarom trainingen aan, maar ook praktische hulp bij digitale zaken. Ook laaggeletterdheid zien we als een fundamentele voorwaarde voor zelfredzaamheid, sociale inclusie en duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt van onze inwoners. Op dit moment is de laaggeletterdheid in Epe (17% van de inwoners) hoger dan het landelijk gemiddelde (12% van de Nederlanders) (Ministerie van OCW, 2020). We willen inzetten op een laaggeletterdheid die op termijn gelijk aan of lager is dan het landelijk gemiddelde. Dat doen we samen met andere gemeenten in onze arbeidsmarktregio met het Regioplan Laaggeletterdheid. Daarbij is het belangrijk dat we niet alleen onderwijs bieden, maar ook de bewustwording over laaggeletterdheid vergroten en de schaamte doorbreken, zodat mensen eerder hulp krijgen.
Het hogere taalniveau dat nodig is in inburgeringstrajecten vraagt meer van de in te burgeren inwoners, maar draagt ook bij aan een vermindering van de laaggeletterdheid binnen die bevolkingsgroep. In de uitvoering speelt de bibliotheek een belangrijke rol. De bibliotheek heeft een Taalpunt waar iedereen terecht kan voor taallessen (bestrijden laaggeletterdheid) en het verbeteren van rekenvaardigheden. De bibliotheek doet meer op het gebied van educatie en participatie: denk aan Bibliotheek op School en Boekstart, digitale trainingen/cursussen als Klik en Tik, Veilig online en DigiVitaler. De bibliotheek verzorgt ook het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO), waar inwoners terecht kunnen met vragen over bijvoorbeeld DigID en digitale aanvragen. Focus voor de komende 4 jaar: • We zetten in op het terugdringen van laaggeletterdheid en het verbeteren van digitale vaardigheden door de aandacht hiervoor te vergroten en trainingen te bieden
G EMEEN TE EPE
47
Bijlage 1. Participatie Dit beleidsplan is in samenspraak met betrokken organisaties en inwoners tot stand gekomen, zodat het plan aansluit op onze inwoners en organisaties nodig hebben. Als gemeente voeren we regelmatig gesprekken met inwoners en organisaties over diverse onderwerpen. Al die informatie hebben we gebruikt bij het opstellen van het beleidsplan. Daarnaast hebben we heel gericht gekeken op welke onderwerpen we meer van inwoners en organisaties willen weten. Met gerichte vragen haal je namelijk veel meer waardevolle informatie boven tafel dan met algemene vragen over wat mensen belangrijk vinden voor het hele sociaal domein. We hebben ervoor gekozen extra in te zetten op de onderwerpen toegang, jongeren en samenwerking in de uitvoering. Samen met professionals uit de uitvoering hebben we daarvoor een plan opgesteld: hoe kunnen we samen inwoners bereiken en welke vragen kunnen we het beste stellen. Dat heeft onderstaande resultaten opgeleverd. TOEGANG Om voor inwoners de toegang te verbeteren hebben we een toegangsscan uitgevoerd. Deze is ontwikkeld door Movisie (het landelijk kennisinstituut voor sociale vraagstukken). De scan is er op gericht om samen met inwoners, professionals en beleidsmedewerkers de toegang te verbeteren en daarmee het bereik van voorzieningen te vergroten. De scan bestaat uit een vragenlijst en een bijeenkomst waarin input wordt opgehaald.
De vragenlijst is ingevuld door 65 mensen. In de vervolgbijeenkomst zijn door een kleine vertegenwoordiging van inwoners en professionals uit de uitvoering de volgende verbeteropgaven geformuleerd: • Verbeteren van de vindbaarheid van de toegang: online, fysiek en telefonisch. • Verbeteren van de samenwerking tussen de toegang en de voorliggende voorzieningen. • Ontschotten en verbeteren van de samenwerking tussen de toegang en de overige gemeentelijke afdelingen. Deze verbeteropgaven zijn overgenomen in dit beleidsplan. JONGEREN Om de wensen en behoeften van jongeren te achterhalen hebben we twee gesprekken gevoerd met 20 jongeren in de leeftijd van 13 tot 21 jaar. Ook zijn gesprekken gevoerd met professionals die dicht bij de jongeren staan zoals de leerplichtambtenaar, een gebiedsregisseur en de RMCtrajectbegeleider. Hierdoor hebben we vanuit het perspectief van de jongeren informatie gekregen over wat zij missen in Epe. Zij stellen de volgende verbeteracties voor: • Een jongerencentrum in Epe waarin jongeren elkaar kunnen ontmoeten en – onder begeleiding - cursussen en activiteiten kunnen ontwikkelen voor en door jongeren en die tevens toegang biedt tot laagdrempelige hulp en ondersteuning van het jongerenwerk; • Voorlichting op scholen over middelen, verslaving en de risico’s van gebruik. Die voorlichting moet al beginnen op de basisschool.
• Voorlichting op school over pesten, vooral digitale vormen van pesten, sexting, hoe je daar tegen kunt weren en hoe je schaamte overwint om hulp te vragen. • Betrokken zijn en uitgenodigd worden bij het ontwikkelen van gemeentelijk beleid voor jongeren. Ambtenaren moeten jongeren op verschillende vindplaatsen benaderen of uitnodigen voor een gesprek. Daarnaast moet er een jongerenraad voor en door jongeren worden opgericht. • De verbeteracties zijn verwerkt in dit beleidsplan en zijn ook breder in de gemeente gedeeld.
48
B E L E I D S P L A N SOC IAAL DOME IN
SAMENWERKING IN DE UITVOERING We hebben een werkbijeenkomst georganiseerd voor alle organisaties in het sociaal domein. In deze bijeenkomst hebben 40 mensen van diverse organisaties samen aan de doelen voor het beleidsplan gewerkt, per thema (Opgroeien in Epe, Actief in Epe, Zorg en Gezondheid, meedoen werkt en Overkoepelende thema’s). De algemene conclusies die naar voren zijn gekomen zijn: er moet nog meer worden ingezet op preventie; het beleid moet nog meer gericht zijn op inclusie van vooral de kwetsbare inwoners; er moet meer ruimte zijn voor inwonerinitiatieven en inwoners moeten meer betrokken worden bij het ontwikkelen van beleid. Deze grote lijn, en de algemene input die per thema is gegeven, is meegenomen in het beleidsplan. Door de bespreking van de thema’s konden de verschillende professionals ervaringen uitwisselen en bespreken welke bijdrage zij, vanuit hun organisatie, kunnen leveren aan het behalen van de doelen. Dat bevordert de samenwerking. De bijeenkomst is door de deelnemers mede daarom als heel positief ervaren. OVERIGE ONDERWERPEN Ook op andere onderwerpen is natuurlijk de inbreng van inwoners en organisaties meegenomen. EPE SPREEKT Via Epe Spreekt kunnen inwoners van Epe via een online vragenlijst hun mening geven over hoe zij hun leefomgeving ervaren, of ze tevreden zijn over de dienstverlening, het beleid en de projecten van de gemeente Epe.
In mei 2021 werd onderzoek verricht naar het sociaal domein. Daaraan hebben 562 inwoners meegedaan. Daaruit blijkt dat 45 % zich betrokken voelt bij hun wijk en buurt. Velen zetten zich in voor de gemeenschap in de vorm van hulp aan buren, als vrijwilliger, mantelzorger, of via vrijwillige inzet. Meer dan de helft van de respondenten is van mening dat iedereen in Epe kan meedoen aan de samenleving. De top drie waar de gemeente aandacht aan moet besteden is: Aanwezigheid van zorg dichtbij (51 %), gevolgd door Kinderen en jongeren moeten volop kansen krijgen om zich te ontwikkelen via onderwijs, welzijn, sport en cultuur (31%), Zo lang mogelijk zelfstandig thuis blijven wonen op de derde plaats (29 %). De uitkomsten hebben we gebruikt bij het opstellen van de Sociale Agenda in 2021 en bij het opstellen van dit beleidsplan. MAATSCHAPPELIJKE ACCOMMODATIES Voor de kadernotitie toekomstbestendige accommodaties heeft in 2021 en 2022 een uitgebreid participatieproces plaatsgevonden met inwoners, besturen, beheerstichtingen en politieke bestuurders. In november en december 2021 zijn gemeente brede bijeenkomsten georganiseerd. Daarin is de huidige situatie van de accommodaties in kaart gebracht én een klankbordgroep geformeerd, onder meer bestaande uit gebruikers van maatschappelijke accommodaties.
In april en september 2022 is samen met de klankbordgroep vorm en inhoud gegeven aan de visie. In september 2022 is in een gemeentebrede bijeenkomst de visie besproken. Dit is gebruikt als basis voor dit beleidsplan. ONDERWIJS EN KINDEROPVANG In de stuurgroep duurzame kindvoorzieningen participeren de schoolbesturen, organisaties voor kinderopvang, organisatie voor het welzijnswerk en het CJG. Het koersdocument duurzame kindvoorzieningen, dat als basis voor beleidsplan gebruikt is, is in samenwerking met deze stuurgroep tot stand gekomen. De vertaling hiervan naar onderwijshuisvesting in het Integraal Huisvestingsplan Onderwijsvoorzieningen (IHP), is in nauwe samenspraak met alle schoolbesturen tot stand gekomen. In november 2022 is het IHP en ook dit beleidsplan in een zogenaamd op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met het onderwijs besproken. Het OOGO heeft met beide plannen ingestemd.
G EMEEN TE EPE
49
ZORG EN ONDERSTEUNING Gemeenten zijn verplicht om jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek (CEO) uit te voeren onder inwoners die gebruik maken van ondersteuning vanuit de Wmo en de Jeugdwet. We sturen vragenlijsten naar alle inwoners die zorg en ondersteuning ontvangen en voeren ook verdiepende interviews uit. Deze informatie gebruiken we om de Wmo en Jeugdzorg doorlopend te verbeteren. In de toekomst willen we het jaarlijkse onderzoek vervangen in een doorlopend onderzoek, waarin inwoners op meerdere momenten gedurende het zorg- en hulptraject gevraagd wordt naar hun ervaringen. Om deze nieuwe werkwijze te ontwikkelen zijn werksessies georganiseerd met medewerkers van het toegangsteam Wmo, medewerkers toegangsteam Jeugdzorg(CJG), beleidsontwikkelaars Wmo en Jeugd en afgevaardigden van de Adviesraad Sociaal Domein. Daarnaast halen we ook waardevolle informatie op over de ervaringen met zorg en ondersteuning met de effectencalculator. Via de effectencalculator kunnen we op gestructureerde wijze concrete casussen analyseren vanuit het perspectief van de inwoners. We kijken dan naar hoe het hulptraject is verlopen, wie daarbij betrokken waren, hoe het anders en beter had gekund en wat de kosten zijn geweest.