645197 Kadernota 2024-2027
Tekst van het document
Kadernota 2024-2027
30 november 2022
Inhoudsopgave 1. Inleiding / samenvatting
3
2. Wat doet VNOG?
6
3. Ontwikkelingen op de Opgaven
8
4. Ramingsgrondslagen begroting 2024
15
5. Nieuw beleid / beleidsontwikkelingen
18
6. Besparingen
22
7. Autonome ontwikkelingen
23
8. Financiële ontwikkelingen
26
9. Ophoging BDUR
31
10. Beleidsregels risico’s, reserves en weerstandscapaciteit
36
11. De uitgevoerde risico-inventarisatie
38
12. Risico’s versus weerstandscapaciteit
42
13. Financieel meerjarenperspectief 2024-2027
44
Bijlagen
45
Pagina 2 van 52
1. Inleiding / samenvatting Voor u ligt de Kadernota 2024 – 2027 van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). De Kadernota bevat zoals gebruikelijk de (technische) uitgangspunten voor de komende begroting en gaat daarnaast in op (komende) beleids- en autonome ontwikkelingen. De Kadernota volgt de Toekomstvisie van VNOG, die in januari 2020 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Deze Toekomstvisie is de basis voor het beleid van VNOG voor de komende jaren en wordt in de periode 2020-2026 uitgevoerd. In de Toekomstvisie staan de Opgaven die VNOG uitvoert, als antwoord op de vragen die de samenleving aan VNOG stelt. 1.1. Effect Kadernota op de gemeentelijke bijdrage1 De gemeentelijke bijdrage zal vanaf 2024 stijgen als gevolg van met name niet door VNOG te beïnvloeden financiële ontwikkelingen (loon- en prijsindex, rente) en enkele andere autonome ontwikkelingen. Beleidsontwikkelingen worden grotendeels gedekt door besparingen. De prijzen stijgen ook al eerder dan 2024. Nadrukkelijk wordt er op gewezen dat VNOG deze stijging over de jaren 2022 en 2023 (circa € 1,26 mln structureel) niet op voorhand doorberekent in de bijdrage. a. Beleidsontwikkelingen Er zijn structurele en incidentele beleidsontwikkelingen voor totaal € 850.000. Voorgesteld wordt om structureel geld vrij te maken voor preventieve activiteiten aan de voorkant van de vlam.
Van de structurele uitzetting ad € 796.000 betreft € 260.000 het AB-besluit van november 2021 naar aanleiding van het verzoek van de gemeenten dat VNOG als kassier optreedt voor de kostenverdeling van gemeentelijke piketten bevolkingszorg (zie paragraaf 5.7). Het gaat hier om budgetten die al in de gemeentelijke begrotingen zijn opgenomen en worden overgeheveld naar VNOG. De reële stijging van structurele kosten voor nieuw beleid bedraagt dus € 536.000 (€ 796.000 – € 260.000). Dit wordt afgedekt door besparingen binnen VNOG (€ 586.800, zie hierna). b. Besparingen Er zijn enkele besparingen mogelijk binnen de bedrijfsvoering (€ 586.800), terwijl via het begrotingsprogramma ‘Algemene dekkingsmiddelen’ een deel van de gestegen prijzen kan worden gedekt. c. Autonome ontwikkelingen Ontwikkelingen in de samenwerking met ketenpartners (LCMS, Witte Kruis), (informatie)veiligheid en duurzaamheid leiden tot kostenstijgingen, die verplicht of op een andere manier onvermijdbaar zijn (€ 137.000). d. Financiële ontwikkelingen Door de aanhoudende onzekerheid in de wereld zijn prijzen niet stabiel en worden nieuwe uitdagingen verwacht. Ook de gemeenten worden geconfronteerd met deze ontwikkelingen.
VNOG wil oog hebben voor de financiële situatie bij de gemeenten en voert een terughoudend beleid maar wel met de insteek dat wordt voldaan aan de taken die de samenleving haar oplegt en de bedrijfsvoering (conform Toekomstvisie) op orde blijft. Waar mogelijk is voor de ontwikkelingen dekking gevonden binnen de bestaande middelen.
1 Bedragen t.o.v. begroting 2023
Pagina 3 van 52
• Lonen en prijzen De CAO-ontwikkelingen leiden conform beleid tot een aanzienlijke stijging van € 2.400.000; voor de prijsindex is een verhoging van € 490.000 noodzakelijk. Conform beleid zijn ook binnen de bestaande begroting in het programma ‘Algemene dekkingsmiddelen’ gelden ingezet als dekking voor gestegen prijzen in de exploitatie en investeringen. De prijscompensatie wordt binnen de afgesproken methodiek niet verhoogd voor verschillen tussen de raming (bij de begroting, op basis van informatie uit de circulaires van het gemeentefonds) en de werkelijke ontwikkeling (de nacalculatie uit diezelfde circulaires). Via deze circulaires worden de gemeenten gecompenseerd voor de gestegen prijzen. Voor de lonen is dit wél de werkwijze. De reden om dit bij de prijzen niet te doen, is de ervaring dat zich hier nooit grote verschillen voordeden. Over de jaren 2022 en 2023 is dit echter wel het geval. Over die jaren mist VNOG 7% (3% geraamd minus 10% werkelijk) over 18 miljoen maakt € 1.260.000. Gelet op het uitgavenpatroon in de voorbije jaren, hoezeer ook beïnvloed door incidentele en bijzondere omstandigheden (COVID-19 etc.), is het voorstel om deze “gemiste” prijscompensatie nu niet te vertalen in een aanvullende stijging van de gemeentelijke bijdrage, boven de stijging die in deze Kadernota wordt gepresenteerd.
Naar de geest van de Toekomstvisie (“VNOG moet financieel gezond blijven en reëel prijzen indexeren”) zou nacalculatie wel een te overwegen mogelijkheid kunnen zijn. Gelet op de prognoses voor 2022 (er wordt geen tekort verwacht) wordt nacalculatie nu niet toegepast. Voor 2023 vormt de Halfjaarrapportage 2023 een tussenmeetmoment; de jaarrekening 2023 zal het eindbeeld geven. Mochten de prijsstijgingen wel tot tekorten leiden, kan dan een voorstel worden voorgelegd om de begroting hierop aan te passen • Investeringen en kapitaallasten In voorgaande kadernota’s en begrotingen is reeds aangegeven dat de kapitaallasten dusdanig zullen stijgen dat deze op enig moment niet meer gedekt kunnen worden door een onttrekking aan de beschikbare egalisatiereserve. Hierdoor wordt een verhoging van de gemeentelijke bijdrage op termijn noodzakelijk. In voorgaande kadernota’s kon hiervan al een voorlopige berekening gepresenteerd worden. Deze voorlopige berekening is nu verder doorgerekend met naast de voertuigen uit het materieel spreidingsplan ook de voertuigen uit het mobiliteitsplan en de overige investeringen. De resultaten van recent succesvol doorlopen aanbestedingen zijn tevens meegenomen. Prijzen zijn en blijven naar verwachting wereldwijd sterk in beweging. Bovendien krijgt VNOG te maken met een stijgende rente.
Dit heeft een groot effect en werkt door in hogere kapitaallasten, een snellere uitputting van de egalisatiereserve en dus in een eerdere en hogere stijging van de gemeentelijke bijdrage. Deze stijging van de bijdrage als gevolg van de kapitaallasten wordt nu voorzien in 2026 en daarmee - in tegenstelling tot de lijn in eerdere Kadernota's - bínnen de planperiode 2024-2027. In 2026 wordt uitgegaan van een stijging van de gemeentelijke bijdrage van € 3 mln. en vanaf 2027 van € 5 mln. EFFECT OP GEMEENTELIJKE BIJDRAGE Hoofdstuk
Omschrijving
2024
2025
2026
2027
5
Beleidsontwikkelingen
€
850.000
€
896.000
€
796.000
€
796.000
6
Besparingen
€
-586.800
€
-586.800
€
-586.800
€
-586.800
7
Autonome ontwikkelingen
€
137.000
€
157.000
€
182.000
€
192.000
8
Financiele ontwikkelingen BDUR Ophoging - Besteding
€ €
2.875.000 -
€ €
2.855.000 -
€ €
5.830.000 -
€ €
7.820.000 -
Saldo = effect op gemeentelijke bijdrage
€
3.275.200
€
3.321.200
€
6.221.200
€
8.221.200
9
1.2. Verhoging BDUR Als belangrijke nieuwe ontwikkeling speelt de ophoging van de Rijksbijdrage aan VNOG, waar (nieuwe) verwachtingen vanuit het Rijk aan verbonden zijn. De contourennota ‘Versterking Pagina 4 van 52
crisisbeheersing en brandweerzorg’ van het ministerie die eind 2022 verwacht wordt, speelt daarbij een belangrijke rol. Deze contourennota is een uitkomst uit de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s. In december 2020 is het rapport verschenen over de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s. Om de aanbevelingen hieruit op te pakken is een (bestuurlijk) afstemmingstraject doorlopen. De minister heeft op basis hiervan een contourennota gemaakt. De minister is namelijk van plan om de crisisbeheersing en brandweerzorg te versterken en de contourennota hierover zal eind dit jaar naar de Tweede Kamer gaan. De minister verwacht de contourennota in februari 2023 te bespreken met de vaste Kamercommissie en wil daarna het wetstraject opstarten om de Wet veiligheidsregio’s aan te passen. De contourennota gaat gepaard met een verhoging van de bijdrage van het Rijk aan de 25 veiligheidsregio’s (de zogenaamde ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding’ (BDUR). Het gaat om een geleidelijke structurele ophoging. Het Rijk gaat de bijdrage structureel ophogen omdat de veiligheidsregio’s meer zijn en worden ingezet bij langdurige (bovenregionale) crises. Deze crises hebben een ander karakter dan traditionele ‘flits’-rampen en brengen nieuwe taken voor de veiligheidsregio’s met zich mee.
De veiligheidsregio’s, het Rijk en andere partners dienen zich gezamenlijk beter op dit soort crises voor te bereiden. Hiervoor moet in de crisisbeheersing en in flexibele netwerksamenwerking worden geïnvesteerd, alsook in goede (en veilige) informatievoorziening, onderlinge informatie-uitwisseling en crisiscommunicatie. Eind augustus 2022 werden de eerste ideeën duidelijker over de omvang van de ophoging. Begin oktober werd meer helder over de verdere details, zoals de verdeling van het bedrag over de te versterken onderwerpen en de verdeling over de veiligheidsregio’s voor in ieder geval 2023. Het exacte bedrag voor VNOG wordt duidelijk bij de beschikking voor de BDUR voor 2023 in december 2022. Ten tijde van het schrijven van deze Kadernota was er nog niet voldoende bekend om zaken geheel uit te werken. Gelet op deze onzekerheid wordt op dit moment in deze Kadernota nog terughoudend omgegaan met de invulling van de besteding van deze extra middelen. Op basis van de hoofdlijnen die al wel bekend zijn, bijvoorbeeld uit de (concept) contourennota, zijn in deze Kadernota in een separaat hoofdstuk een aantal bestedingsrichtingen opgenomen. Een daadwerkelijk bestedingsvoorstel zal begin 2023 volgen. Aangezien de eerste tranche van extra middelen per 2023 beschikbaar komt, moet de begroting 2023 dan ook nog worden bijgewerkt.
Later volgt vervolgens ook een voorstel voor de besteding van de tweede tranche die per 2024 daar weer bovenop komt. Dat geeft ons nu de tijd om helderheid te krijgen over de exacte hoogte en verplichtingen en zaken uit te werken. De denkrichtingen in deze Kadernota helpen al wel mee in aanloop naar de besluitvorming begin 2023. 1.3. Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft wat VNOG doet, in antwoord op de vragen van de samenleving. In hoofdstuk 3 worden de ontwikkelingen op de Opgaven van VNOG op hoofdlijnen gememoreerd. Hoofdstuk 4 gaat in op de technische uitgangspunten. Hoofdstuk 5 behandelt nieuw beleid / beleidsontwikkelingen en hoofdstuk 6 gaat in op de besparingen. Hoofdstuk 7 bevat enkele autonome ontwikkelingen. In hoofdstuk 8 worden de financiële ontwikkelingen toegelicht. Hoofdstuk 9 gaat in op verhoging van de BDUR. Hoofdstuk 10 beschrijft de beleidsregels en werkwijzen ten aanzien van risico’s en het weerstandsvermogen. Hoofdstuk 11 bevat de inventarisatie van de inhoudelijke en financiële risico’s en de waardering daarvan. In hoofdstuk 12 worden deze risico’s tegenover de beschikbare weerstandscapaciteit gezet en wordt de weerstandsratio vergeleken met de daarvoor bepaalde streefwaarde. De Kadernota sluit af met hoofdstuk 13 over het meerjarenperspectief en enkele bijlagen. Pagina 5 van 52
2. Wat doet VNOG? De vragen van de samenleving en het antwoord van VNOG daarop:
Opgaven - VNOG: • • •
Beperkt en bestrijdt (Opgave 0.) Is vakbekwaam en deskundig (Opgave 2.) Werkt vanuit een sterke informatiepositie (Opgave 3.)
• • • •
VNOG levert:
• •
VNOG levert:
GHOR
Voorlichting
Risico-analyse /-duiding
Crisisbeheersing
Advisering
Informatie en systemen
Brandweer
•
Voorkomt risico’s (Opgave 0.) Stimuleert zelfredzaamheid en risicobewustzijn (Opgave 1.) Is deskundig (Opgave 2.) Werkt vanuit een sterke informatiepositie (Opgave 3.)
VNOG heeft: Een compacte en slagvaardige brandweer, GHOR en multidisciplinaire crisisorganisatie. Passend materieel met bijbehorend goed opgeleide en getrainde medewerkers. Duidelijke informatie, die VNOG verzamelt, duidt en verspreidt waardoor zorg en hulp verbeteren.
• • •
VNOG: Informeert en stimuleert inwoners, bedrijven en organisaties. Biedt handelingsperspectief (wat kan ik zelf doen). Verzamelt, duidt en verspreidt informatie.
Missie: Samen werken aan veiligheid | Kernwaarden: Daadkrachtig – Deskundig - Gepassioneerd
Pagina 6 van 52
2.1. Toekomstvisie VNOG De samenleving stelt grofweg twee vragen aan VNOG: • Ik heb hulp nodig! (bij brand, ongevallen, rampen, crises) • Leer mij gevaar te voorkomen. (veilig wonen, werken en recreëren) Burgers, bedrijven, instellingen en andere overheden stellen deze vragen aan VNOG. VNOG moet, op grond van haar wettelijke taken en verantwoordelijkheden uit de Wet veiligheidsregio’s, deze vragen beantwoorden. Op 15 januari 2020 heeft het algemeen bestuur van VNOG in de Toekomstvisie VNOG vastgelegd hoe VNOG deze vragen beantwoordt, namelijk: − −
−
VNOG is dé organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid. Het is een operationele organisatie, die bij een crisissituatie of ramp nu en in de toekomst garant staat voor professionele hulpverlening aan de inwoners en bezoekers van de regio. Noord- en Oost-Gelderland is een regio waar veilig en gezond gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. VNOG speelt in op demografische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op hedendaagse en toekomstige veiligheidsrisico’s. VNOG is een toekomstbestendige veiligheidsregio. VNOG heeft de volgende Opgaven:
• Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises (maatschappelijke opdracht) • Opgave 1. Zelfredzaam & risicobewust • Opgave 2. Vakbekwaam & deskundig • Opgave 3. Sterke informatiepositie • Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde) − −
VNOG werkt met compacte en slagvaardige posten met goed getrainde vrijwilligers vanuit een versterkte informatiepositie. Dit alles moet leiden tot een solide veiligheidsregio voor de lange termijn.
De Toekomstvisie is verder uitgewerkt in het regionaal beleidsplan; dit is het strategisch beleidskader van VNOG. Het beleidsplan is vastgesteld in december 2020 en beschrijft de koers voor een periode van vier jaar (2021-2024). 2.2. Monitoring voortgang Toekomstvisie De Toekomstvisie loopt tot en met 2026. Het VNOG bestuur monitort periodiek de voortgang van de Toekomstvisie tijdens de reguliere P&C-cyclus. De Toekomstvisie vormt de basis van elke komende begroting en is daarin integraal verwerkt. De Opgaven uit de Toekomstvisie vormen de rode draad in alle beleidsdocumenten van VNOG.
Pagina 7 van 52
3. Ontwikkelingen op de Opgaven Dit hoofdstuk behandelt de ontwikkelingen die spelen op de Opgaven van VNOG en gaat in op overkoepelende trends. De directeur en het managementteam bereiden nadere voorstellen voor – in het verlengde van de Toekomstvisie van 2020 en het mede daarop geënte en recent afgesloten traject over de organisatieontwikkeling. 3.1. Algemeen In de komende jaren zal namelijk het risicoprofiel veranderen. De maatschappij moet zich te weer stellen tegen de veranderingen in het klimaat. Schaarste aan energie en de noodzakelijke energietransitie zetten druk op sectoren en op de samenleving als geheel. Technologische ontwikkelingen zijn een kans om deze beide ontwikkelingen, die een impact kunnen hebben op de fysieke veiligheid, het hoofd te bieden. De afhankelijkheid van (informatie) technologie is evenzeer een inherent risico (storingen, crimineel gebruik of terrorisme). Hoe deze ontwikkelingen ons gaan raken is moeilijk voorspelbaar. Crises zullen echter langduriger zijn, met een grote impact, ook economisch en dus sociaal. Veiligheidsregio's worden steeds meer een erkende partner in deze langduriger crises met bredere gevolgen voor de maatschappij. Het versterken van de democratische legitimatie voor het optreden van veiligheidsregio's tijdens crises is dan ook noodzakelijk.
Dit geldt eens te meer, nu in algemene zin het vertrouwen van de burger in de overheid onder druk staat. De verhouding tussen het Rijk en de veiligheidsregio's wordt mede bij de komende update van de Wet veiligheidsregio's (naar aanleiding van de wetsevaluatie) en de contourennota van de minister (als startpunt van die update) herijkt en VNOG levert hieraan een bijdrage. Vanuit het bestaande vertrouwen bij de deelnemende gemeenten en bij ketenpartners in en om onze regio, werkt VNOG daarom bovenregionaal (Oost-5, NIPV (Nederlands Instituut Publieke Veiligheid) en internationaal (Duitsland) samen. Crises beperkten zich immers nooit vanzelfsprekend tot bestuurlijke grenzen en zullen dat in een veranderend risicoprofiel in nog mindere mate doen. Om in te kunnen spelen op bovenstaande ontwikkelingen zal VNOG als organisatie zich op een goede manier moeten laten zien op de huidige krappe arbeidsmarkt. Dit geldt in het bijzonder voor professionals in de (informatie)technologie. Besluitvorming o.a. tijdens crises moet steunen op een goede informatiepositie; de noodzaak van landelijke standaarden en uniformiteit wordt onderkend, terwijl binnen en tussen regio's investeringen in mensen en middelen nodig zijn.
Bestaande plannen om bijvoorbeeld te komen tot een Veiligheidsinformatie en coördinatiecentrum (VICC) krijgen een impuls vanuit de verhoging van de rijksbijdrage (de BDUR middelen, zie hoofdstuk 9). 3.2. Opgave 0. Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises Drie afdelingen zijn primair met deze Opgave bezig: Brandweerzorg, Risico- & Crisisbeheersing en de GHOR. De afdeling Brandweerzorg staat 24 uur per dag, 7 dagen in de week paraat om incidenten in het verzorgingsgebied van de VNOG af te handelen. De afdeling voorziet in adequaat, veilig en betrouwbaar materieel en materiaal, de vakbekwaamheid van de medewerkers en de logistiek. De afdeling Risico- & Crisisbeheersing voorziet bij incidenten, rampen en crises in de crisisorganisatie die flexibel, slagvaardig en outputgericht optreedt.
Pagina 8 van 52
De GHOR is een netwerkorganisatie en coördineert de geneeskundige zorg bij incidenten, rampen en crises. Dit gebeurt door de hulpverlening tijdens incidenten te laten functioneren als één (witte) keten. De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) verbindt het zorgnetwerk aan de veiligheidsketen vanuit zijn/haar reguliere bekendheid met dit netwerk en is adviseur van het openbaar bestuur én partner van de andere partijen in het veiligheidsdomein. De GHOR kan gezien worden als het uitvoerend bureau voor de DPG en de bijbehorende taken. De GHOR draagt bij aan de voorbereiding van de geneeskundige hulpverleningsorganisatie. Dit vereist veel afstemming met ketenpartners uit de zorgsector, met de gemeenten en andere diensten, onder regie van het openbaar bestuur. Ontwikkelingen − Landelijke en wereldwijde omstandigheden hebben invloed op de uitvoering van deze Opgave, zoals onder andere de gestegen grondstofprijzen en het onderzoek naar de toekomst van de huidige inrichting van het vrijwillige brandweerbestel. − Er komen nieuwe innovatieve technologische mogelijkheden, zoals de mogelijke inzet van drones voor luchtsurveillance op de Veluwe. − Omdat verwacht wordt dat crises langduriger worden, komt er een impuls op de crisisbeheersing vanuit het Rijk door een substantiële ophoging van de rijksbijdrage (BDUR) aan de veiligheidsregio’s.
VNOG moet aan nieuwe verwachtingen vanuit het Rijk gaan voldoen (zie hoofdstuk 9). − De DPG’en en de GHOR-bureaus hebben tijdens de COVID crisis uiteenlopende taken vervuld; van operationele uitvoering tot strategische beslissingen. Crisisbeheersing in de zorg is in beweging, het is belangrijk een sterke visie te hebben op de positie van de DPG als het gaat over de taken en verantwoordelijkheden tijdens crisis. − De evaluaties van de Wet veiligheidsregio’s en van de COVID-19 crisis kunnen komende jaren tevens van invloed zijn op de verdere doorontwikkeling van de GHOR. 3.3. Opgave 1. Zelfredzaam & (risico)bewust VNOG stimuleert burgers, instellingen en bedrijven tot zelf- en samenredzaamheid en het nemen van eigen verantwoordelijkheid bij incidenten, rampen en crisis en het voorkomen daarvan. VNOG informeert inwoners en bezoekers over risico’s en biedt handelingsperspectieven ter preventie én bij incidenten. VNOG wil een betrouwbare leverancier van kwalitatief hoogwaardige adviesdiensten en voorlichting zijn voor burgers en bedrijven, voor ketenpartners en – op basis van gemaakte afspraken – in de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten. VNOG ambieert een positie als koploper en expert in deze Opgave, onder andere door allianties te sluiten met het bedrijfsleven en maatschappelijke partners.
Binnen VNOG is de afdeling Risico- & Crisisbeheersing is primair met deze Opgave bezig. Ontwikkelingen − De omgeving van risico- en crisisbeheersing verandert in snel tempo. Er is sprake van een aantal maatschappelijke ontwikkelingen die de aandacht voor (brand)veiligheid zeer noodzakelijk maken. Verarming, vergrijzing en het toenemen van het aantal andere talen in het land verhoogt risico’s en vermindert de snelheid van de respons van de betrokken personen, van omstanders en van de meldkamer. In het programma Zelfredzaam & Risicobewust zal de VNOG deze ontwikkelingen meenemen. − Het programma Zelfredzaam & Risicobewust is gestart in 2021. Via dit programma is de zelfredzaamheid en het zelforganiserend vermogen van de inwoners in de regio vergroot; het programma kent positieve resultaten en moet een structureel vervolg gaan krijgen, met de daarbij horende financiële dekking, zie hiervoor hoofdstuk 5. − Een andere maatschappelijke ontwikkeling is de terugtredende overheid, die zich meer richt op coördinerende dan op uitvoerende taken. In lijn daarmee speelt het van kracht worden van de
Pagina 9 van 52
−
Omgevingswet. Ook de aanhoudende aandacht voor prestatieverbetering van de overheid heeft invloed. Denk hierbij aan de wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) waarin kwaliteitscriteria zijn opgenomen die van toepassing zijn op het gehele vlak van het omgevingsrecht, inclusief veiligheid. Dit vraagt nieuwe vaardigheden en competenties van de medewerkers. Er zijn tenslotte ook ontwikkelingen op de vraag van de samenleving aan VNOG: naast kennis over regelgeving worden nieuwe adviesvaardigheden en bekwaamheden gevraagd voor het zien van integraliteit, samenhang en het beschikken over een helikoptervisie. VNOG zal haar medewerkers hierop scholen en trainen (zie ook Opgave 2).
3.4. Opgave 2. Vakbekwaam & deskundig Voor alle afdelingen van VNOG is het kunnen beschikken over vakbekwame en goed opgeleide en getrainde medewerkers van groot belang. De inspanningen met betrekking tot vakbekwaamheid zijn gericht op het versterken van de kwaliteit van de vrijwillige en de beroepsmedewerkers. Het veranderend risicoprofiel vraagt dat de organisatie zich voorbereidt op “de” langduriger multi crises. Getrainde medewerkers (vaardigheden), bredere functies en flexibele organisatievormen en werkwijzen zijn de sleutel. Doelstelling is dat VNOG over enkele jaren de medewerkers een helder handelingsperspectief blijft bieden. Gemeenten en ketenpartners behouden alleen dan hun vertrouwen in VNOG, als de medewerkers met zelfvertrouwen, vakbekwaam en deskundig hun werk doen. VNOG kiest binnen de fysieke veiligheid één of meer thema's, waarin het op kop gaat en een breed erkende expert-regio is. Ontwikkelingen − De impuls op vakbekwaamheid, zoals opgenomen in de Toekomstvisie van VNOG, wordt uitgevoerd. − Voor het op peil houden van de vakbekwaamheid van de medewerkers binnen de crisisorganisatie worden binnen het Multi Opleiden Trainen en Oefenen (MOTO) gericht opleidingen en oefeningen georganiseerd, waarbij de risico’s uit het regionaal risicoprofiel leidend zijn.
De genoemde landelijk ingezette impuls op de crisisbeheersing via de ophoging van de rijksbijdrage (BDUR) wordt hier ook op ingezet (zie hoofdstuk 9). − Ook binnen de ‘koude’ organisatie kent VNOG een systeem van vakbekwaamheid, met accent op persoonlijke ontwikkeling, het voeren van ontwikkelgesprekken en mogelijkheden voor scholing, training en opleiding. Zowel een aanbod van collectieve trainingen (bijvoorbeeld thematisch zoals over hybride werken of voor een bepaalde functiegroep) als individuele scholing op basis van vragen van medewerkers, hebben hierin een plek. − Informatietechnologie zal zich in snel tempo ontwikkelen. Voor het benutten van de mogelijkheden is permanente scholing essentieel (link met Opgave 3). − Privacy en Security zijn belangrijk en cruciaal voor een veilige en verantwoordelijke bedrijfsvoering. Dit vraagt inzet, betrokkenheid en kennis van medewerkers. In de periode tot en met 2025 voeren we een awareness programma uit. − Specifiek vanwege de komst van de Omgevingswet worden medewerkers toegerust, zodat zij integrale veiligheidsadvisering conform de Omgevingswet aan gemeenten kunnen verlenen, die zo vroegtijdig ondersteund worden bij ontwikkelingen in het fysieke domein. − De crisisorganisatie van de witte kolom wordt doorontwikkeld. Hiervoor zijn principes en strategische doelen geformuleerd. 3.5. Opgave 3.
Sterke informatiepositie Door het verzamelen, duiden en verspreiden van duidelijke informatie worden veiligheid en het optreden van VNOG verbeterd, zowel in de koude als in de warme fase. Voor inwoners betekent dit dat zij weten waar zij de juiste informatie over veiligheid kunnen vinden en wat zij zelf, of samen met
Pagina 10 van 52
anderen, kunnen doen (link met Opgave 1.). Daarnaast gaat het hier ook om de interne informatievoorziening van VNOG en de informatie, verantwoording en communicatie naar de diverse stakeholders, belanghebbenden en dragers van VNOG. Verder gaat het om het delen van informatie met (landelijke en regionale) partners. Gegeven het veranderende risicoprofiel is de doelstelling dat er tijdens crises een continue en actueel risicobeeld bestaat, dat geduid wordt ten behoeve van bestuurlijke besluitvorming en operationeel handelen. De governance op de I(C)T binnen VNOG en in de bovenregionale en landelijke samenwerking moet daartoe versterkt worden. Om als VNOG een betrouwbare leverancier van data te zijn is de informatieveiligheid en goede interne informatie over de bedrijfsvoering en het gebruiken van business intelligence cruciaal. Binnen dit vakgebied wordt bezien of VNOG een volgende of een meer leidende positie inneemt. Ontwikkelingen − VNOG zet verder in op een actueel informatiebeeld. We participeren in landelijke projecten of zetten die zelf op. Voorbeelden zijn de Virtuele Assistent en de Landelijke Toegangsservice. − Het gebruik van dashboards wordt verder uitgebouwd. Zeker in langdurige crises hebben de dashboards de afgelopen jaren hun meerwaarde bewezen.
− De genoemde ophoging van de rijksbijdrage (BDUR) is mede bestemd om de informatievoorziening en -aansluiting te versterken (zie hoofdstuk 9). − VNOG ontwikkelt een Veiligheidsinformatie en coördinatiecentrum (VICC) ten behoeve van informatiesturing bij onze crisispartners. Het hebben van een dergelijk knooppunt is een landelijke verplichting, alsook de aansluiting op de landelijke voorziening KCR-2 (Knooppunt Coördinatie Regio’s-Rijk) (zie hoofdstuk 9). Dashboards met onderwerpen uit ons multi-risicoprofiel vormen in het VICC een basis. − De GHOR groeit naar een tactische/strategische rol als verbinder, bewaker, informatieknooppunt en adviseur. Uniformering van processen is een belangrijk doel voor de komende jaren. Dit betekent in de praktijk dat meer dan ooit de verbinding met andere regio’s en partners moet worden gezocht. − Het scenario denken wordt ook toegepast bij crises. Door tijdens het verloop van een crisis gestructureerd en systematisch vooruit te denken proberen we ons, met inzet van de beschikbare informatie, de aanwezige kennis en een brede ervaring en deskundigheid, zo goed mogelijk een voorstelling te maken van het mogelijke verloop van de crisis. Dat inzicht wordt op basis van de beschikbaar komende informatie steeds bijgesteld.
− VNOG zal uiterlijk 31 december 2023 op niveau 3+ moeten voldoen aan de BIO (Baseline Informatieveiligheid Overheid) en de AVG (Algemene Verordening Gegevensbescherming). Ook daarna zijn inspanningen nodig om uiteindelijk naar een niveau 4+ door te ontwikkelen. − Veiligheidsregio’s gaan opgenomen worden in de vitale infrastructuur. Dit vergt extra inspanningen op het gebied van Privacy en Security om aan de daarbij horende eisen te voldoen. − In 2023 wordt de BIO herzien en de AVG krijgt een aanvulling in de vorm van de e-privacy verordening. De gevolgen hiervan voor 2024 e.v. zullen worden opgepakt. − VNOG wil de verbinding met de deelnemende gemeenten en andere stakeholders verder versterken. Er komen daartoe onder andere nieuwe vormen van presentatie, communicatie en verantwoording. 3.6. Opgave 4. Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers Deze opgave wordt door alle afdelingen van VNOG uitgevoerd, waarbij de afdeling Bedrijfsvoering de organisatie ondersteunt met een scala van diensten.
Pagina 11 van 52
Ontwikkelingen − De bestuurlijke opdracht is voor de komende jaren vastgesteld in de Toekomstvisie: de regionale visie, de financiële gevolgen en de uitvoeringsafspraken lopen door tot circa 2026 en worden continue gemonitord. − Verdere stappen worden gezet met de prestatieafspraken en een resultaatgerichte programmabegroting. Communicatie en verantwoording richting gemeenten en andere belanghebbenden kunnen daarbij aanhaken. De vernieuwde bestuurlijke prestatiekaart is hierbij een hulpmiddel. − Duurzame inzetbaarheid van medewerkers wordt blijvend bevorderd; VNOG zoekt naar passende en nieuwe manieren om medewerkers hierin te stimuleren. 3.7. Overkoepelend Er spelen tenslotte nog diverse ontwikkelingen die alle Opgaven en afdelingen van VNOG raken: Samenwerken, vernieuwen en verbeteren Samenwerken is belangrijk en biedt kansen. VNOG gaat de verbinding met Oost-5 (vijf veiligheidsregio’s in het oosten van het land) en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) verder intensiveren. Het is mooi als medewerkers “halen en brengen” in landelijke overleggen en deelnemen in landelijke netwerken. Ook de samenwerking met bijv. financiële ambtenaren en vastgoedbeheerders bij de gemeenten wordt steeds intensiever.
Een proces van continue vernieuwing en verbetering is de verantwoordelijkheid van de gehele organisatie, waarbij gebruik gemaakt wordt van ervaringen van andere veiligheidsregio’s, van gemeenten en andere partners. Ongeveer drie keer per jaar worden inspirerende sprekers uitgenodigd voor lunchlezingen. Innovatie Bij alle afdelingen vinden innovaties plaats zoals hiervoor geschetst, zoals rondom dashboarding, scenario denken, informatie, samenwerkingen, etc. Ter illustratie nog een voorbeeld: Bij Brandweerzorg worden de nieuwe tankautospuiten uitgeleverd: • met een lichtgewicht opbouw (30% gewichtsbesparing); • met onderdelen welke voor 80% herbruikbaar zijn en voor 90% recyclebaar; • met een nieuw type transmissie: zuiniger in gebruik én effectiever blussen bij zeer lage rijsnelheden (natuurbrand bestrijding); • geschikt voor nieuwe blustechnieken (effectiever en efficiënter); • drie verschillende type voertuigen welke toch voor 80% gelijk zijn (eenvoudiger beheer / onderhoud). In hoofdstuk 5 staan voorstellen voor nieuwe innovatieve initiatieven, passend binnen de lijnen van de Toekomstvisie, zoals samenwerking met startups en meer inzet van gedragswetenschap. Duurzaamheid De wereld staat voor een grote opgave voor de leefbaarheid op onze planeet. Vanuit overheden zijn duurzaamheidsdoelstellingen verwoord en eisen gesteld, waar ook VNOG minimaal aan moet voldoen.
Op het gebied van duurzaamheid worden er binnen VNOG al geruime tijd de nodige stappen gezet; een overkoepelende beleidsvisie is in 2021 door het AB vastgesteld om de diverse initiatieven te stroomlijnen en die is verder uitgewerkt in een duurzaamheidsstrategie die wordt uitgevoerd. De ambitie van VNOG is om de landelijke eisen te volgen en daar waar zich kansen voordoen, nog een stap verder te zetten, mits de (financiële) mogelijkheden dat toestaan en VNOG haar wettelijke kerntaken kan blijven uitvoeren. De hoofdbestanddelen van het duurzaamheidsbeleid betreffen:
Pagina 12 van 52
− − −
−
het vastgoed, hierbij is nauwe samenwerking met de gemeenten nodig, die immers het vastgoed in bezit hebben en daar de investeringen in doen; de inkoop, duurzaam inkopen wordt al jaren toegepast bij VNOG en krijgt een verdere impuls omdat hierbij meer en meer door de veiligheidsregio’s gezamenlijk wordt opgetreden; de mobiliteit, hierbij gaat het om alternatieve brandstoffen en elektrische voertuigen, alsmede de (laad) infrastructuur hiervoor (bij wet dient bijvoorbeeld een bepaald percentage van het voertuigenpark op termijn elektrisch te zijn, dit is in de meerjareninvesteringsplannen meegenomen); de bewustwording en het gedrag van de medewerkers en partners van VNOG zijn uiteraard cruciaal voor het succes van beleid op duurzaamheid.
De VNOG moet minimaal aan de wettelijke vereisten voldoen. Hier kunnen op termijn onvermijdelijke meerkosten uit volgen. Aan de andere kant zijn duurzaamheidsmaatregelen niet per definitie kostenverhogend en kunnen deze ook tot besparingen leiden (al dan niet op termijn en/of na een aanvankelijke extra investering). Waar van toepassing worden de effecten in de P&C-cyclus gemeld. De VNOG heeft de ambitie, als het mogelijk is en niet ten koste gaat van haar kerntaken, verdere stappen te zetten dan de wettelijke verplichtingen. Dit is wel afhankelijk van hoe de gemeenten hier in staan. VNOG zal nagaan wat de coalitieakkoorden van de nieuwe colleges zeggen over de CO2-ambities in de gemeenten, om af te wegen hoe dit bij VNOG kan worden vertaald in acties. VNOG trekt op dit hele onderwerp nauw samen op met haar partners, zoals gemeenten en andere veiligheidsregio’s. Voor bepaalde belangrijke onderdelen is VNOG afhankelijk van keuzes van anderen, bijvoorbeeld van de gebouweigenaren (de gemeenten) wat betreft duurzaamheidsmaatregelen in de panden. Om een effectief duurzaamheidsbeleid uit te voeren, is het nodig om effecten van maatregelen blijvend structureel te kunnen meten en monitoren. Een voorstel hiertoe is opgenomen in paragraaf 7.5.
Verder ligt een separaat voorstel voor tot het instellen van een duurzaamheidsreserve om daarmee (verdere) duurzaamheidsmaatregelen in de bedrijfsvoering van VNOG te kunnen bekostigen. Veilige Energie Transitie In het verlengde van de ontwikkelingen op duurzaamheid is de energietransitie in de samenleving in volle gang. Dit beïnvloedt het werk van VNOG. Dan gaat het zowel om de adviserende rol van VNOG ten aanzien van voornemens, als de bestrijdende rol van VNOG als zich bij de nieuwe middelen calamiteiten voordoen en de wijze waarop VNOG zich hierop voorbereidt. VNOG heeft gekozen voor een “volgend” ambitieniveau op dit onderwerp. Hierbij sluit VNOG, in afstemming en samenwerking met de andere veiligheidsregio’s, aan bij reeds bestaande processen en activiteiten. Openbaarheidsparagraaf In de loop van 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden, de opvolger van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). Volgens de Woo moet er in de begroting aandacht worden besteed aan beleidsvoornemens rondom de uitvoering van de Woo (in een openbaarheidsparagraaf) en in de jaarstukken moet er verslag worden gedaan van de uitvoering. Conform deze vereisten is in de begroting 2023 voor het eerst een openbaarheidsparagraaf opgenomen met de beleidsvoornemens. Omdat de Woo al in 2022 in werking is getreden, zullen we in de jaarstukken 2022 rapporteren op de uitvoering in 2022.
Voor 2024 volgt VNOG de vereisten die de Woo stelt, door de wettelijke fasering van de Woo te volgen, zoals actieve openbaarmaking van informatie op het landelijke Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI) wanneer het Rijk dit gereed heeft. In de openbaarheidsparagraaf van de begroting 2024 zal hier verder in detail op worden ingegaan. Pagina 13 van 52
Veranderende wetgeving De volgende wijzigingen zijn in beeld en worden nauwgezet gevolgd. VNOG neemt actie waar nodig: − Omgevingswet. Wachten is op inwerkingtreding; deze staat nu nog voor 2023, maar er zijn oproepen tot uitstel. − De nieuwe Energiewet. Deze wordt het fundament van de energietransitie. − Herziening staatsnoodrecht. Het huidige staatsnoodrecht dat het handelen van de overheid in noodsituaties regelt, is te complex en verspreid over veel verschillende wetten. − Wijziging Wet publieke gezondheid. Deze voorziet in grondslagen om collectieve maatregelen te treffen voor de bestrijding van infectieziekten met pandemisch potentieel. − De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA). Deze is voor de veiligheidsregio’s uitgesteld. De precieze toepassing van de WNRA (en daarmee ook de gevolgen) zijn nog niet duidelijk. − Aanpassing wet gemeenschappelijke regelingen. De wet is al van kracht en de vereisten ten aanzien van de Planning & Control-cyclus zijn al per 2023 doorgevoerd. Voor andere onderdelen valt VNOG onder een overgangstermijn. Uiterlijk 1 juli 2024 moet er een geactualiseerde gemeenschappelijke regeling VNOG zijn. − Veranderende financiële wetgeving (Besluit begroting en verantwoording, BBV). Dit leidt o.a.
tot een veranderende rol van het dagelijks bestuur, dat vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid een rechtmatigheidsverklaring moet afgeven, hetgeen nieuwe eisen stelt aan de organisatie. − Verzamelwet gegevensbescherming. Dit betreft aanpassing van de UAVG (uitvoeringswet AVG). − Diverse uitwerkingen van de Wet digitale overheid. Deze hebben een verplicht karakter voor overheden. VNOG zal deze uitwerkingen dus moeten doorvoeren. − Invoering e-privacy verordening. Deze gaat eisen stellen aan digitale communicatie.
Pagina 14 van 52
4. Ramingsgrondslagen begroting 2024 Dit hoofdstuk beschrijft de financiële uitgangspunten voor de begroting 2024. 4.1. Kaders systematiek loon- en prijscompensatie De systematiek voor de begroting 2024 verschilt niet van degene die is toegepast voor de begroting 2022 en 2023. Deze is als volgt: 1. Looncompensatie: De looncompensatie voor 2024 wordt berekend op basis van het percentage, dat wordt genoemd in de septembercirculaire 2022 van het Gemeentefonds. Daarnaast wordt gekeken of de ontvangen compensatie over voorgaande jaren voldoende was om de stijging van de lonen als gevolg van de afgesloten CAO en als gevolg van wijzigingen in de belastingen en premies te dekken. Als dit afwijkt, wordt dit in de betreffende jaarrekening gemeld. Zowel afwijkingen naar boven als naar beneden worden voor de nieuwe begroting verrekend met de gemeentelijke bijdragen (correctie). 2. Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDUR): Voor de raming van de Brede Doel Uitkering Rampenbestrijding (BDUR) die de VNOG van het Rijk ontvangt, wordt uitgegaan van de laatste beschikking. Voor de begroting voor 2024 is dit de beschikking die de VNOG ontvangt in december 2022 voor 2023. De BDUR bedraagt ongeveer 16% van de inkomsten van de VNOG.
Als de uitkering in 2023 en 2024 (in juni wordt dit bekendgemaakt door het ministerie van Justitie en Veiligheid) wordt verhoogd voor loon- en prijscompensatie, wordt dit onderdeel van het betreffende jaarrekeningresultaat en kan bij bestemming van het jaarrekeningresultaat bijvoorbeeld terugvloeien naar de gemeenten of er wordt een voorstel voorgelegd voor bestemming. 3. Prijscompensatie: Voor de prijscompensatie wordt ook uitgegaan van het percentage in de septembercirculaire. Hier vindt geen verrekening met voorgaande jaren plaats. 4.2. Financiële kaders 1. Voor de formatie wordt uitgegaan van de vastgestelde formatie per 1 januari 2023. Hierin zijn begrepen de mutaties uit de Toekomstvisie. Uitbreiding en inkrimping van de formatie verloopt, voor zover dit niet gedekt kan worden binnen de begroting, via de Kadernota. 2. De loonkosten worden gebaseerd op de onder 1 genoemde formatie, rekening houdend met: a. de daarbij behorende functieschalen op de hoogste anciënniteit; b. incidentele en persoonsgebonden beloningscomponenten (gratificaties, arbeidsmarkt / functioneringstoelagen, extra periodieken e.d.) worden niet begroot, deze moeten worden opgevangen binnen het genormeerde formatiebudget; c. de laatst bekende cao-afspraken 2022; d. het loonindexcijfer uit de septembercirculaire 2022 van het gemeentefonds “loonvoet sector overheid” (4,2%).
Voor 2024 is dit, na correctie, 7,0% (zie in de tabel in hoofdstuk 8 de berekening); e. het gemiddelde percentage voor de werkgeverslasten (o.a. sociale verzekerings- en pensioenpremies) voor 2022. Over 2023 en 2024 zijn de percentages voor de werkgeverslasten nog niet bekend; f. gedurende het begrotingsjaar 2024 wordt bij de financiële verkenningen en de jaarrekening een begrotings-brede toelichting gegeven op de afwijkingen van bovengenoemde aannames. Tevens worden de verschillen door onder- en/of overbezetting toegelicht;
Pagina 15 van 52
3.
4.
5.
6.
7. 8.
g. het opleidingsbudget beweegt mee met de loonsom (2% minus 100.000, zie hoofdstuk 13) h. de begroting 2024 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires voor 2024. Voor de raming van de vrijwilligersvergoedingen: a. wordt het bedrag voor 2023 genomen vermeerderd met de gevolgen van de laatste caoafspraken; b. het loonindexcijfer uit de septembercirculaire 2022 van het gemeentefonds “loonvoet sector overheid” (4,2%). Voor 2024 is dit, na correctie, 7,0% (zie in de tabel in hoofdstuk 8 de berekening); c. voor het aantal repressieve vrijwilligers wordt uitgegaan van het vertrekpunt van de Toekomstvisie t.w. 1.355. Hierop worden de aanpassingen uit de Toekomstvisie voor de betreffende jaren in mindering gebracht; d. de begroting 2024 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in komende circulaires voor 2024. Voor de exploitatielasten wordt: a. de vastgestelde begroting (2023) gebruikt inclusief de structurele wijzigingen uit 2022, die nog niet in de primitieve begroting 2023 waren opgenomen; b. autonome ontwikkelingen worden meegenomen voor zover opgenomen in de Kadernota 2024; c. uitgegaan wordt van het prijsindexcijfer uit de septembercirculaire 2022 van het gemeentefonds “prijs overheidsconsumptie, netto materieel”, voor het jaar 2024: 2,4%; d.
de begroting 2024 wordt niet meer bijgesteld op basis van andere percentages in volgende circulaires. Voor de kapitaallasten wordt rekening gehouden met investeringen conform de Toekomstvisie, die is verwerkt in het jongste Meerjaren Investeringsprogramma (MJIP) plus de reguliere vervangingen die geen onderdeel uitmaken van het vernieuwde dekkings- en spreidingsplan, bijvoorbeeld ICT. Voor investeren en activeren zijn de uitgangspunten: a. disagio wordt niet geactiveerd; b. verkrijgings- of vervaardigingsprijs, waarbij geen rente wordt toegerekend tijdens het vervaardigingsproces; c. lineair afschrijven. Uitzondering: op gebouwen wordt annuïtair afgeschreven; d. componenten worden zo nodig apart geactiveerd; e. afschrijven tot boekwaarde nul. Indien een actief met winst of verlies wordt afgestoten, wordt het saldo hiervan ten gunste of ten laste van de egalisatiereserve kapitaallasten materieel gebracht; f. voor het jaar van investeren wordt alleen een half jaar rente gerekend, voor de jaren daarna rente en afschrijving (100%). Bij de berekening van het rente-omslagpercentage is uitgegaan van een 3% voor de nog af te sluiten leningen voor de toekomstige investeringen voor met name de voertuigen in de periode 2024-2030. Het omslagpercentage zou dan uitkomen op 2,34%.
Voor de berekening van de kapitaallasten voor de overgenomen kazernes wordt uitgegaan van de percentages van de voor de financiering afgesloten geldleningen. Deze kazernes worden echter in de komende jaren terug overgedragen aan de gemeenten Harderwijk en Doetinchem Voor de producten dienstverlening wordt uitgegaan van kostendekkende tarieven. Bij de verdeling van de gemeentelijke bijdrage over de deelnemende gemeenten wordt het verdeelmodel gebruikt. Dit verdeelmodel is conform de Gemeenschappelijke Regeling VNOG voor 2021 geactualiseerd. Het geldt voor vier jaren.
Pagina 16 van 52
De loon- en prijscompensaties voor het jaar 2024 zijn, na toepassing van de hiervoor beschreven systematiek en kaders, als volgt2: € 2,4 mln. looncompensatie en € 490.000 prijscompensatie. In hoofdstuk 8 (Financiële ontwikkelingen) wordt dit nader onderbouwd.
2 Prijscompensatie inclusief verhoging opleidingsbudget
Pagina 17 van 52
5. Nieuw beleid / beleidsontwikkelingen Dit hoofdstuk beschrijft voorstellen voor nieuw beleid/beleidsontwikkelingen, volgend uit (nieuwe) ontwikkelingen, zoals onder andere geschetst in hoofdstuk 3. Ze passen binnen de lijnen van de Toekomstvisie. De beleidsontwikkelingen worden gedekt binnen bestaande middelen (VNOG realiseert dit door bestaande ruimte, verschuivingen en besparingen, zie hoofdstuk 6). 5.1. Borging programmaplan Zelfredzaam & Risicobewust In de Toekomstvisie VNOG 2020 is de strategische pijler Zelfredzaam en Risicobewust opgenomen. Hiermee ligt de focus voor de komende jaren meer op het stimuleren van inwoners met betrekking tot veilig leven. Om invulling te geven aan deze nieuwe organisatiekoers is het programma Zelfredzaam en Risicobewust ingericht. Dit programma richt zich op het vergroten van risicobewustzijn en gedragsverandering van inwoners en zet in op een zelf- en samenredzame regio, waar mensen veilig kunnen wonen, werken en recreëren. In de vergadering van 24 juni 2021 heeft het AB ingestemd met het programmaplan en de bijbehorende programmabegroting voor de jaren 2021 en 2022. De besluitvorming voor middelen vanaf 2023 en verder is gekoppeld aan de verantwoording middels programmarapportages. In december 2021 en juni 2022 heeft het AB kennisgenomen van deze programmarapportages.
De rapportages zijn positief; voorgesteld wordt het programma voort te zetten. Op basis van het ontwikkelde (prototype) dashboard worden risicogerichte regionale bewustwordingscampagnes en -projecten uitgevoerd. Met de verdere ontwikkeling van het dashboard kunnen campagnes en projecten steeds specifieker worden ingericht. De benodigde dekking voor de jaren 2023, 2024 en 2025 is gebaseerd op de op 24 juni 2021 vastgestelde programmabegroting en bedraagt respectievelijk € 145.582 voor 2023, € 210.000 voor 2024 en € 233.000 voor 2025. 5.2. Optimalisatie gedragsverandering Zelfredzaam & Risicobewust Diverse bestuurders hebben afgelopen tijd laten weten waardering te hebben voor de activiteiten van het programma ‘Zelfredzaam & Risicobewust’ en deze te willen doorzetten en verder ontwikkelen. Uit de resultaten van het programma blijkt dat het aanslaat bij de vragen uit de maatschappij. De initiatieven leveren meetbaar veiligheidswinst op. VNOG is met partners de samenwerking verder aangegaan (bijv. Brandbarometer, Iklaadaccuraat.nl, samenwerking met scholen en Leef-samen (slimme sensoren). Het opzetten van en deelnemen aan dit soort innovatieve samenwerkingen is intensief. De pilot in Harderwijk heeft geleerd dat de opschaling over de 22 gemeenten veel afstemming vraagt met zowel de gemeenten, als met de eigen organisatie in brede zin.
De maatschappelijke context is na de start van het programma sterk veranderd, zie ook de prominente ontwikkelingen (hoofdstuk 3). Om het programma te borgen en verder te ontwikkelen is één aanvullende fte (schaal 11) nodig als procescoördinator Zelfredzaam & Risicobewust. VNOG heeft de afgelopen jaren geïnvesteerd in kennis op het gebied van gedragswetenschap in relatie tot veiligheid. Deze kennis en capaciteit is succesvol ingezet in het programma. Er moet nu een doorontwikkeling komen van een brandweer/Brandveilig Leven-insteek naar een gedragswetenschappelijke benadering van multi. Ook is het de ambitie om een platformfunctie te vervullen op het gebied van gedrag & veiligheid. Het toepassen van gedragswetenschappelijke kennis kan enkel op de gewenste schaal plaatsvinden wanneer meer capaciteit hiervoor beschikbaar is. Door deze extra capaciteit is VNOG in staat om kennis breder in te zetten dan nu het geval is. De benodigde verhoging bedraagt in totaal € 100.000.
Pagina 18 van 52
5.3. Start-up in Residence Achterhoek Het programma Start-Up in Residence (SIR) brengt Start-Ups en overheden met elkaar in contact om met gebruik van innovatiekracht in de regio maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. SIR is geinspireerd op een binnen de gemeente Amsterdam geïntroduceerd groeiversneller programma. Bij deze innovatieve werkwijze is de overheid de leverancier van maatschappelijke vraagstukken waar Start-Ups gedurende zes maanden mee aan de slag gaan. Er vindt tijdens het traject coaching en scholing plaats waardoor Start-Ups kunnen groeien en bedrijfsoverstijgende samenwerking wordt gestimuleerd. In Noord- en Oost-Gelderland is er een SIR in de Achterhoek. Daar is een infrastructuur en netwerk waar o.a. Start-Ups al bij zijn aangesloten en waar er daardoor gemakkelijk gebruik gemaakt van kan worden. VNOG kan aan SIR Achterhoek deelnemen. Voor VNOG is dit een pilot. Als de ervaringen goed zijn, kan dit in andere delen van de regio een vervolg krijgen. Doelen zijn: − Samenwerking en kennisuitwisseling overheid, bedrijfsleven en onderwijs. − Inkopen met impact in eigen regio. − Aanjager voor innovatieve oplossingen voor complexe problematiek. − Vergroten eigen ondernemendheid als overheidsorganisatie. Het is de insteek van VNOG dat de producten/oplossingen die voor de VNOG worden ingebracht, op regionale schaal worden uitgerold.
Zo profiteren alle gemeenten in VNOG van de oplossingen die in SIR worden aangedragen. Er zijn inmiddels definitief gelden beschikbaar vanuit de Achterhoek Board (impulsgelden Provincie Gelderland) voor de projectduur 2023 t/m 2025. Er zijn naast VNOG ook gemeenten die willen participeren. De governance van het construct moet nog worden uitgewerkt. In eerste instantie treedt VNOG op als aanjager/initiatiefnemer; na de uitrol sluit VNOG aan als participant. Het voorstel is om te gaan werken op basis van bestuurlijk gedragen thema’s, bijvoorbeeld klimaatadaptatie, energietransitie en inclusiviteit. VNOG analyseert gedurende de projectduur welke vragen in dit construct opgepakt kunnen worden. Dit is afhankelijk van de behoeften die spelen binnen de deelnemers. Voorbeelden zouden kunnen zijn (waar bedrijfsleven / Start-Ups ons meerwaarde biedt): 1. Omslag operationele informatie; van plat digitaal (kaartjes) naar echt informatiegestuurde gegevens (gebruik maken van brondata, informatie die ertoe doet); ontwikkeling digitale stad; 2. Recycling oude uniformen (van inzameling, verwerking tot nieuw product); 3. Haalbaarheidsplan samenwerking vakbekwaamheidspleinen – onderwijsinstellingen; 4. Sensoring en digitalisering, verkenning naar mogelijkheden en besparingen; 5.
De vrijwilliger van de toekomst; van brandweerzorg naar crisisbeheersing (met als doel niet meer taken neer te leggen bij een kleiner wordend aantal vrijwilligers, maar juist op zoek naar verdeling van taken onder meer mensen. Voor de uitvoering zou overigens ook gebruik gemaakt kunnen worden van het bestaande interne VNOG-leiderschapstraject, door deelnemers hieraan aan SIR te laten participeren in de samenwerkingshubs, als informant, (gedelegeerd) opdrachtgever of participant (afhankelijk van de ontwikkelbehoefte van de deelnemer van het leiderschapstraject). 5.4. Inrichting crisisruimten en verbindingen De operationele ruimtes in het pand Europaweg (actiecentrum, ROT ruimte, etc.) moeten verhuizen in verband met het verlaten van dit pand eind 2023. Voor de inrichting van nieuwe crisisruimtes in de tijdelijke locatie is een investeringsbudget benodigd. De volgende zaken moeten worden ingericht: − Meubilair voor zover dit niet al meegenomen is in het totaal van de tijdelijke huisvesting; − Audiovisuele middelen en ICT, denk hierbij aan uitbreiding met een video Wall; − 360 graden zicht voor vergadering op afstand. Pagina 19 van 52
Een goede verbinding tussen het COPI en het ROT (en de actiecentra) is nog niet georganiseerd. Om deze lacune in te vullen wordt voorgesteld om te gaan werken met een systeem dat dit kan realiseren, zoals een drone en mobiele 360 graden camera. Hiervoor is zowel de techniek nodig als scholing van de bedieners en gebruikers. De benodigde middelen moeten nog nader worden uitgewerkt; dekking gaat via het verhuisbudget voor de tijdelijke huisvesting. Dit wordt tijdelijk onttrokken aan de bedrijfsvoeringsreserve, die later weer wordt aangezuiverd vanuit de bespaarde huur na het verlaten van de Europaweg. In de Halfjaarrapportage 2022 is deze werkwijze al aangegeven. 5.5. VNOG-account voor vrijwilligers, niveau F1 De doelstellingen voor dit voorstel zijn: 1. vergroten betrokkenheid en gebruiksgemak van de vrijwilligers bij VNOG en 2. informatiebeveiliging. Reeds enige tijd is er de behoefte om de brandweervrijwilligers een eigen digitale identiteit te geven binnen de VNOG-kantooromgeving. Dit kan gerealiseerd worden door ook de vrijwilligers een @vnog.nl account te geven in Microsoft office 365.
Deze accounts kunnen dan gebruikt worden om: − in te kunnen loggen op MIJN VNOG (intranet), voor interne berichtgeving en versterken betrokkenheid; − mail te kunnen ontvangen; − Single Sign On te kunnen koppelen met diverse achterliggende applicaties (het gemak van maar één keer te hoeven inloggen om meerdere VNOG-applicaties te kunnen benaderen); − koppeling aan de landelijke Elektronische Leeromgeving van de vrijwilligers (ELO) met de lesstof; − inloggen in Topdesk/Axxerion (en later het nieuwe FMIS/ITSM), dit zijn de programma’s die gebruikt worden rondom alles omtrent materieel en materiaal (bestellen, storingen melden, reserveringen, etc.) − ontsluiting tot overig lesmateriaal op SharePoint; − informatieveiligheid van VNOG beter te kunnen garanderen, omdat de inlog op applicaties dan via VNOG-accounts gebeurt en niet meer via privé mailadressen. Het huidige systeem met privé mailadressen voldoet niet aan de beveiligingseisen uit de BIO en levert risico’s op Privacy en Security en kan leiden tot het niet toegankelijk zijn van landelijke voorzieningen, zoals de ELO. De benodigde structurele budgetverhoging is € 63.000. 5.6. Formatie-uitbreiding Externe en industriële veiligheid Externe en Industriële Veiligheid is nog een kennisveld waarvan bekend is dat deze binnen VNOG te kwetsbaar is georganiseerd door beperkte formatieruimte (momenteel 2,75 fte beschikbaar).
Volgens een recent verschenen rapport van Kappeteijn Safetys moet er de komende jaren 4 fte beschikbaar zijn voor dit kennisveld om de kwaliteit van advisering te waarborgen en intern voldoende continuïteit te organiseren. Als hier niet in wordt voorzien leidt dit tot een beperkte taakuitvoering inzake advisering en toezicht industriële veiligheid en het niet op een correcte en gestructureerde wijze uitvoeren aan het volledige wettelijke takenpakket, waaronder 800 noodzakelijke uren voor inspecties bij tien BRZO-bedrijven in de regio. Binnen RCB bestaat geen structurele ruimte om de cruciale ophoging met 1 fte schaal 11 en 0,25 fte schaal 10 binnen de P-formatie op te vangen. De ophoging bedraagt € 120.000 structureel. 5.7. Verzoek gemeenten: piketvergoeding expertteam Bevolkingszorg Het AB heeft op 28 oktober 2021, op voorstel van de gemeentesecretarissen (CSO), besloten dat er regiobrede gemeentelijke expertteams komen voor de gemeentelijke taak van de Bevolkingszorg. Deze expertteams gaan intergemeentelijk optreden. Ze worden gevuld door medewerkers van de gemeenten die piket draaien. Het AB heeft besloten dat zij een piketvergoeding moeten krijgen en heeft aan het CSO opdracht gegeven om de werkwijze voor de piketvergoeding uit te werken. Deze komt op het volgende neer. De gemeenten vullen gezamenlijk de ‘piketpot’ die bij de VNOG Pagina 20 van 52
geparkeerd staat. Dit verloopt via de gemeentelijke bijdrage. Aan het eind van het jaar zullen de betreffende gemeenten vanuit die ‘piketpot’ door de VNOG gecompenseerd worden in de gemaakte piketkosten. VNOG fungeert voor dit onderwerp als een financieel verdeelstation (kassier) voor een verrekening tussen de gemeenten onderling, voor een gemeentelijke taak, op verzoek van de gemeenten. De VNOG-begroting (en daarmee de gemeentelijke bijdrage) gaat structureel omhoog met het bedrag van de ‘piketpot’ ad € 260.000. Aangezien deze stijging van de gemeentelijke bijdrage op verzoek van de gemeenten zelf plaatsvindt en eigenlijk geen inhoudelijk effect heeft voor VNOG (VNOG treedt enkel op als verdeelstation/kassier voor de gemeenten), wordt dit onderwerp niet beschouwd als “nieuw beleid/beleidsontwikkelingen” van VNOG in eigenlijke zin. 5.8. Samenvatting nieuw beleid / beleidsontwikkelingen Onderstaande tabel vat de beleidsontwikkelingen samen: NIEUW BELEID / BELEIDSONTWIKKELINGEN Paragraaf Programma Omschrijving beleidsontwikkeling
2024
2025
2026
2027
5.1
2:RCB
Programmaborging zelfredzaam & risicobewust
€
207.000
€
253.000
€
253.000
€
253.000
5.2
2:RCB
Optimalisatie gedragsverandering programma zelfredzaam & risicobewust
€
100.000
€
100.000
€
100.000
€
100.000
5.3
2:RCB
Startup in Residence Achterhoek
€
100.000
€
100.000
€
-
€
-
5.4
5: BV
Inrichting crisisruimten en verbindingen
€
-
€
-
€
-
€
-
5.5
5: BV
VNOG account voor vrijwilligers (@vnog.nl)
€
63.000
€
63.000
€
63.000
€
63.000
5.6
2:RCB 2:RCB
Formatie uitbreiding externe en industriele veiligheid Gemeentelijke piketvergoeding expertteam bevolkingszorg
€ €
120.000 260.000
€ €
120.000 260.000
€ €
120.000 260.000
€ €
120.000 260.000
Totaal beleidsontwikkelingen
€
850.000
€
896.000
€
796.000
€
796.000
5.7
Pagina 21 van 52
6. Besparingen Dit hoofdstuk beschrijft de besparingen die VNOG binnen haar eigen middelen beschikbaar heeft om de structurele financiële gevolgen van de beleidsontwikkelingen (zie hoofdstuk 5) op te vangen (exclusief voorstel piketvergoeding expertteams, zie paragraaf 5.7.). De besparingen zijn gevonden in de volgende posten: − Voor de post ‘Zorg voor personeel’ (exclusief brandweerzorg) worden momenteel centrale afspraken gemaakt. Hierdoor is een besparing mogelijk (€ 20.000). − Het centrale opleidingsbudget kan gelet op het uitgavenpatroon van de afgelopen jaren verlaagd worden met € 100.000 per jaar. − Het budget voor RI&E-Advies van € 43.500 kan gelet op het uitgavenpatroon verlaagd worden met € 20.000 per jaar. − De post’ Onvoorzien’ wordt structureel afgeraamd naar een niveau van € 250.000. Op basis van ervaringen wordt dit als voldoende beschouwd. In totaal is er voor € 586.800 aan besparingen: BESPARINGEN Paragraaf Programma Omschrijving besparing
2024
2025
2026
2027
6
Algemeen
Besparing zorg voor personeel (aframing)
€
-20.000
€
-20.000
€
-20.000
€
-20.000
6
Algemeen
Besparing opleidingsbudget
€
-100.000
€
-100.000
€
-100.000
€
-100.000
6
5: BV 7: ADM
Besparing RI&E-Advies Aframing post onvoorzien c.a.
€ €
-20.000 -446.800
€ €
-20.000 -446.800
€ €
-20.000 -446.800
€ €
-20.000 -446.800
Totaal besparingen
€
-586.800
€
-586.800
€
-586.800
€
-586.800
6
Pagina 22 van 52
7. Autonome ontwikkelingen Dit hoofdstuk beschrijft de autonome ontwikkelingen (“van buiten komend onheil”). 7.1. Facilitair informatiesysteem, FMIS Het bestaande systeem voor het beheer van de kantooromgeving (bestellingen, storingen, reserveringen) en het bestaande systeem voor het beheer van het materieel/materiaal zijn aan vervanging toe en worden conform planning vervangen door één Facilitair Management Systeem (het FMIS). De aanbesteding hiervoor gaat eind 2022 van start. In een eerdere Kadernota is al eens gemeld dat gelet op de prijsstijgingen in de markt het oude budget niet toereikend zal zijn en naar een reëel niveau moet worden bijgesteld. De benodigde ingeschatte verhoging bedraagt € 50.000. 7.2. Contract Witte Kruis Het Witte Kruis heeft het doorlopende contract met de GHOR voor de inhuur van OVDG’en (Officieren van dienst geneeskundig) opgezegd. Doel was om medio december 2020 een nieuw contract te hebben. Dat is vanwege de inzet van de medewerkers van de GHOR in de COVID-19-problematiek niet gelukt. Met wederzijds goedvinden is afgesproken dat tot het moment van het sluiten van een nieuwe overeenkomst de afspraken uit de oude overeenkomst blijven gelden. De GHOR was in 2022 nog met het Witte Kruis in gesprek over een toekomstbestendige OVDG invulling. Uit dit overleg is gebleken dat deze samenwerking zal worden beëindigd. VNOG gaat dit zelf organiseren.